F-35 Selected Acquisition Report (SAR) 2015
Brontekst
Versie 995c42c4150e2637 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2015–2016 26 488Behoeftestelling vervanging F-16 Nr. 405 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 13 mei 2015 Op 24 maart jl. heeft het Pentagon het Selected Acquisition Report (SAR) 2015 over het F-35 programma aan het Amerikaanse Congres aange-boden. Het rapport bevat informatie over de voortgang van het programma en diverse financiële kengetallen over de Amerikaanse deelname aan het programma. Hierbij zend ik u het rapport en beschrijf ik de hoofdlijnen daarvan1. Achtergrond Selected Acquisition Report Het Amerikaanse Ministerie van Defensie informeert het Amerikaanse Congres jaarlijks over de stand van zaken, de planning, de prestaties en de financiële aspecten van alle grote investeringsprojecten, waaronder het F-35 programma. Het F-35 SAR 2015 gaat uit van het Presidential Budget Request voor Fiscal Year 2017. Zoals gebruikelijk presenteert het F-35 SAR de informatie over het programma in twee deelprojecten: het vliegtuig en de motor. Algemene voortgang In de Executive Summary wordt de stand van zaken van het programma toegelicht evenals de actuele uitdagingen en risico’s. Het F-35 programma vordert gestaag, het aantal beschikbare F-35 toestellen neemt snel toe en het einde van de ontwikkelings- en testfase is nu voor eind 2017 voorzien. Het SAR benoemt de bekende softwarerisico’s: de ontwikkeling van de missiesystemen en het Autonomic Logistics Information System (ALIS). Daarnaast meldt het SAR bekende planningsrisico’s. Deze betreffen de tijdige beschikbaarheid van de Reprogramming Labs, de voltooiing van de testen van de Block 3F software en het begin van de operationele testfase met Block 3F. Het SAR memoreert daarnaast enkele successen uit 2015, zoals het volledig behalen van het aantal geplande testvluchten en testpunten evenals de geplande productie van 45 toestellen. Verder 1Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl. kst-26488-405ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2016Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 26 488, nr. 4051 beschrijft het SAR de stand van zaken van de verschillende opeenvol-gende software updates van het toestel. De Block 3i software is in mei 2015 vrijgegeven voor testvluchten en de Amerikaanse luchtmacht wil met die softwareversie in 2016 een initiële operationele capaciteit (IOC) beschikbaar hebben. De Block 3F software is inmiddels ook vrijgegeven voor testvluchten. Eind 2015 heeft het programma 80 procent van de testpunten afgewikkeld. Het SAR meldt ook de ontwikkelingen op het gebied van nieuwe productiecontracten en de stuksprijsreducties die daarbij steeds zijn bereikt. Het SAR noemt kort het Block Buy initiatief en het potentiële financiële voordeel dat daarmee zou kunnen worden behaald. Verder gaat het SAR in op de wereldwijde instandhoudingsorga-nisatie en maakt het melding van de verschillende onderhoudsfaciliteiten die wereldwijd zullen worden gebouwd, zoals die voor het motorenon-derhoud in Nederland. Vermeldenswaardig is verder dat het eerste F-35 toestel op de assemblagelijn in Japan naar verwachting in november gereed is. Planning In het hoofdstuk Schedule worden in tabelvorm de belangrijkste mijlpalen van het ontwikkellings- en testprogramma beschreven evenals de verwachting over de haalbaarheid daarvan. Uit de tabel blijken geen vertragingen ten opzichte van de herziene planning uit 2011. Voor details over de planning van het programma verwijs ik naar de op 15 maart jl. verschenen voortgangsrapportage (Kamerstuk 26 488, nr. 404). Prestaties Voor elk van de drie versies van de F-35 zijn verschillende operationele eisen vastgesteld, waaronder vijftien zogeheten key performance parameters (KPP’s). In het hoofdstuk Performance van het SAR wordt in tabelvorm de huidige score voor de KPP’s afgezet tegen de streefwaarde en onderwaarde. Voor Nederland zijn de vier KPP’s voor de F-35A (CTOL) van belang. Alle vier die KPP’s bevinden zich tussen de streefwaarde en de onderwaarde. Totale programmakosten In vergelijking met het SAR 2014 zijn de geraamde totale kosten van het F-35 programma voor de Verenigde Staten gestegen met $ 16 miljard (1,7 procent) van $ 918,1 miljard tot $ 934,1 miljard (prijspeil 2012). De totale programmakosten bestaan uit de ramingen voor de initiële investeringskosten (Total Acquisition Costs) en de exploitatiekosten (Operation & Support Costs). De stijging is het netto effect van $ 7,5 miljard lager geraamde verwervingskosten, $ 200 miljoen hogere ramingen voor infrastructurele aanpassingen en een hogere exploitatie-raming van $ 23 miljard. Evenals in voorgaande jaren onderstreept het SAR dat de ramingen verwachtingen zijn van de kosten, waarbij een betrouwbaarheidsniveau van 50 procent is gehanteerd. Daarmee zijn de kansen dat de uiteindelijke kosten hoger of lager uitvallen even groot. Initiële investeringskosten Zoals blijkt uit het hoofdstuk Cost and Funding bedragen de geraamde initiële investeringskosten2 thans $ 313,3 miljard (prijspeil 2012). Dit is een afname van $ 7,0 miljard (2,2 procent) ten opzichte van de raming van 2Dit betreft de Amerikaanse kosten van het ontwikkelings- en testprogramma (RDT&E), de aanschaf van 2.443 F-35 toestellen in drie varianten, de aanschaf van bijkomende middelen en de benodigde aanpassingen van infrastructuur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 26 488, nr. 4052 $ 320,3 miljard in SAR 2014. Ook vorig jaar was er sprake van een daling. De kostendaling is mede het gevolg van lagere geraamde stuksprijzen. Exploitatiekosten De totale Amerikaanse exploitatiekosten zijn in het SAR 2015 door de afdeling Cost Analysis and Program Evaluation (CAPE) van het Pentagon geactualiseerd en bedragen nu $ 620,8 miljard (prijspeil 2012). Dit is een stijging ten opzichte van vorig jaar3 toen de kosten op $ 597,8 miljard werden geschat. Deze stijging wordt veroorzaakt doordat de Amerikaanse luchtmacht er nu rekening mee houdt zes jaar langer met de F-35 te vliegen (tot 2070) en er in totaal 1,6 miljoen extra vlieguren zijn meege-rekend in de kosten (11 procent meer). De werkelijke exploitatiekosten per jaar en per vlieguur dalen onder meer vanwege geraamde lagere brandstofkosten (zowel lagere prijs als gunstiger verbruik) en verande-ringen in de toerekening van hardwareaanpassingen. De verwachte kosten per vlieguur (Cost Per Flying Hour) zijn gedaald van $ 32.554 naar $ 29.806 (prijspeil 2012). Zoals eerder gemeld betreft dit de raming voor de Amerikaanse situatie. Kale stuksprijzen In het hoofdstuk Unit Costs meldt het SAR voor alle drie de F-35 varianten de gemiddelde kale stuksprijzen van de toestellen die de Verenigde Staten zullen afnemen. Deze prijzen worden bepaald over de gehele looptijd van de productie van de 2.443 Amerikaanse toestellen, tot en met het jaar 2039. Bij de berekening is rekening gehouden met de productie van toestellen voor partnerlanden en voor landen die toestellen aanschaffen via Foreign Military Sales (FMS). Voor de partnerlanden is uitgegaan van 612 toestellen en voor de FMS-landen is uitgegaan van 115 toestellen. Voor de F-35A variant neemt de gemiddelde Amerikaanse kale stuksprijs met 2,3 procent af van $ 76,8 miljoen in het SAR 2014 naar $ 75,0 miljoen in het SAR 2015 (beide prijspeil 2012)4. Appreciatie Over de status van het programma, de risico’s en de planning, meldt het rapport geen nieuwe inzichten ten opzichte van de voortgangsrapportage die de Kamer 15 maart jl. heeft ontvangen. De effecten van de geactuali-seerde ramingen van investerings- en exploitatiekosten op de Neder-landse ramingen zijn nog onbekend, maar de geraamde daling van zowel de stuksprijs als de jaarlijkse exploitatiekosten laat een gunstig beeld zien. Het JPO levert binnenkort nieuwe financiële informatie, toegespitst op de Nederlandse situatie. Met behulp daarvan stelt Defensie geactualiseerde ramingen van de Nederlandse investerings- en exploitatiekosten op, die ik zal opnemen in de voortgangsrapportage die op Prinsjesdag zal verschijnen. De Minister van Defensie,J.A. Hennis-Plasschaert3Vorig jaar zijn de exploitatiekosten voor de Verenigde Staten niet geactualiseerd, maar zijn dezelfde cijfers als het jaar ervoor gebruikt (SAR 2013).4Dit betreft $ 64,6 miljoen voor het toestel en $ 10,4 miljoen voor de motor. Het SAR meldt $ 65,7 miljoen voor het toestel en $ 11,0 miljoen voor de motor, maar het JPO heeft laten weten dat die cijfers foutief zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 26 488, nr. 4053
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.