KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 4 juni 2026, over Ouderenzorg (incl. ouderenhuisvesting)

29 jul 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 220f47c422677f87 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 389Vergrijzing en het integrale ouderenbeleidNr. 187 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 29 juli 2026 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de vastecommissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening hebben op4 juni 2026 overleg gevoerd met mevrouw Boekholt-O’Sullivan, Ministervan Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, en mevrouw Sterk,Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, over:−de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 7 januari 2025 inzake reactie op verzoek commissie overhet rapport Verkenning Wmo spoedzorg (Kamerstuk 29 689,nr. 1275);−de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 20 december 2024 inzake programma Wonen,Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (Kamerstuk 29 389,nr. 145);−de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 17 december 2024 inzake stand van zakenpalliatieve zorg (Kamerstuk 29 509, nr. 93);−de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 17 december 2024 inzake onderzoek casema-nagement dementie (Kamerstuk 29 689, nr. 1274);−de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sportd.d. 17 januari 2025 inzake Sportraadadvies Laat ze nietzitten! Bewegen en sport door 65-plussers (Kamerstuk 30 234,nr. 399);−de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 20 februari 2025 inzake reactie op verzoek commissieover het artikel «Reddingsplan» ouderenzorg blijkt monsterbe-zuiniging en komt de maatschappij duur te staan» (Kamerstuk29 389, nr. 147);−de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 20 februari 2025 inzake reactie op verzoek commissieover het paper «Leefvormen in een ouder wordende samenle-ving» van Movisie en Vilans (Kamerstuk 29 389, nr. 146);−de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 17 maart 2025 inzake reactie op verzoek commissie overde stand van zaken uitvoering motie van het lid Westerveldover de Stimuleringsregeling zorggeschikte woningen open- kst-29389-187ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 1871 stellen voor ouderen met een verstandelijke beperking(Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 60) (Kamerstuk 36 600 XVI,nr. 178);−de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 14 maart 2025 inzake moties en toezeggingenop het gebied van palliatieve zorg (Kamerstuk 29 509, nr. 94);−de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 3 april 2025 inzake antwoorden op vragen commissie oververlenging van de Subsidieregeling Wonen en Zorg (Kamerstuk29 389, nr. 144) (Kamerstuk 29 389, nr. 150);−de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 5 december 2024 inzake verlenging van de Subsidierege-ling Wonen en Zorg (Kamerstuk 29 389, nr. 144);−de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 31 maart 2025 inzake uitstel herindicatie voormensen die in het verpleeghuis wonen (Wlz) (Kamerstuk29 389, nr. 149);−de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 12 mei 2025 inzake tweede voortgangsrapportageVWS-brede aanpak discriminatie en gelijke kansen in zorg,welzijn en sport (Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 182);−de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 16 juni 2025 inzake Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg(Kamerstuk 29 389, nr. 154);−de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 3 juni 2025 inzake Hoofdlijnenakkoord Ouderen-zorg (Kamerstuk 29 389, nr. 152);−de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 25 augustus 2025 inzake uitkomsten werkcon-ferentie palliatieve zorg in zorgopleidingen (Kamerstuk29 509, nr. 95);−de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 11 juli 2025 inzake Hoofdlijnenakkoord Oude-renzorg (Kamerstuk 29 389, nr. 157);−de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 2 juli 2025 inzake programma Wonen, Onder-steuning en Zorg voor Ouderen (Kamerstuk 29 389, nr. 156);−de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 17 september 2025 inzake reactie op onderzoekherintroductie verzorgingshuizen (Kamerstuk 29 389, nr. 158);−de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 2 september 2025 inzake voortgangsbriefNationale Dementiestrategie (NDS) (Kamerstuk 25 424,nr. 766);−de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 25 november 2025 inzake Gezondheidsraadad-vies Risicoreductie en vroegdiagnostiek van dementie (Kamer-stuk 25 424, nr. 771);−de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 12 november 2025 inzake reactie op verzoekcommissie over een burgerbrief over zorgen over de kwaliteitvan de ouderenzorg in Nederland (Kamerstuk 29 389, nr. 159);−de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 29 september 2025 inzake reactie op verzoekvan het lid Dobbe, gedaan tijdens de regeling van werkzaam-heden van 1 april 2025, over het bericht Lagere vergoedingzorgverzekeraars leidt tot sluiting hospices (skipr.nl, 31 maart2025) (Kamerstuk 29 509, nr. 96);Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 1872 −de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 4 november 2025 inzake rapport Hospices inNederland (Kamerstuk 29 509, nr. 97);−de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 24 november 2025 inzake RVS-advies Hetrimpeleffect (Kamerstuk 29 389, nr. 161);−de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 9 december 2025 inzake stand van zakencasemanagement dementie (Kamerstuk 29 689, nr. 1321);−de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sportd.d. 12 december 2025 inzake RIVM-monitor Valpreventie(Kamerstuk 32 793, nr. 876);−de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 22 januari 2026 inzake voortgangsbrief Hoofdlij-nenakkoord Ouderenzorg (Kamerstuk 29 389, nr. 162);−de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 12 januari 2026 inzake reactie op verzoekcommissie over het zorgsysteem en de zorgkosten (Kamerstuk34 104, nr. 463);−de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 2 februari 2026 inzake reactie op het verzoekvan het lid Ten Hove, gedaan tijdens de regeling van werk-zaamheden van 2 december 2025, over ouderen die thuis nietde zorg krijgen waar zij wettelijk gezien wel recht op hebben(Kamerstuk 29 389, nr. 163);−de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 29 januari 2026 inzake actualisatie NationaleDementiestrategie (NDS) (Kamerstuk 25 424, nr. 776);−de brief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg d.d. 12 februari 2026 inzake antwoorden op vragencommissie over het rapport Hospices in Nederland (Kamerstuk29 509, nr. 97) (Kamerstuk 29 509, nr. 98);−de brief van de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sportd.d. 19 maart 2026 inzake beleidsreactie bij het Gezondheids-raadadvies Risicoreductie en vroegdiagnostiek dementie(Kamerstuk 25 424, nr. 782);−de brief van de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sportd.d. 16 maart 2026 inzake reactie op de vragen van het lidBikker, gesteld tijdens de begrotingsbehandeling van hetMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op 3 en5 maart 2026, over palliatieve zorg (Kamerstuk 29 509, nr. 99);−de brief van de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sportd.d. 16 maart 2026 inzake reactie op verzoek commissie overknelpunten bij de realisatie van mantelzorgwoningen (Kamer-stuk 30 169, nr. 77);−de brief van de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sportd.d. 7 april 2026 inzake reactie op verzoek commissie over hetbericht van Omroep Brabant getiteld Ouderen in eigenontlasting of onderkoeld op eerste hulp zorgelijke trend(Kamerstuk 29 389, nr. 164);−de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 12 mei 2026 inzake reactie op verzoek commissie overvaccinatie tegen gordelroos (Kamerstuk 32 793, nr. 887).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 1873 Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn enSport,MohandisDe voorzitter van de vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimte-lijke Ordening,BrometDe griffier van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn enSport,EsmeijerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 1874 Voorzitter: MohandisGriffier: HellerAanwezig zijn dertien leden der Kamer, te weten: El Abassi, Van Brenk,Coenradie, Diederik van Dijk, Dobbe, Ten Hove, Keijzer, Maeijer, Mohandis,Synhaeve, Tijmstra, Vliegenthart en Wendel,en mevrouw Boekholt-O’Sullivan, Minister van Volkshuisvesting enRuimtelijke Ordening, en mevrouw Sterk, Minister van Langdurige Zorg,Jeugd en Sport.Aanvang 12.01 uur.De voorzitter:Ik open de vergadering. Ik heet u van harte welkom bij het commissie-debat Ouderenzorg inclusief ouderenhuisvesting. Van harte welkom aanalle Kamerleden, iedereen op de tribune en iedereen die dit op afstandvolgt. Er zijn twee bewindspersonen. Eén daarvan is niet vaak bij decommissie voor VWS te gast. Van harte welkom.Ik ga beginnen met het introduceren van de Kamerleden. Het zijn er heelwat. Heel goed. Fijn dat u er allemaal bent. Om te beginnen mevrouwVan Brenk van 50PLUS, de eerste spreker straks, mevrouw Wendel van deVVD-fractie, mevrouw Vliegenthart van GroenLinks-PvdA. Het is nogsteeds «GroenLinks-PvdA», toch? Ja, nog steeds. Ik las gisteren iets in eenkrant; de partij heet bijna anders. Dan kom ik bij mevrouw Synhaeve vanD66, de heer Diederik van Dijk van de SGP-fractie, mevrouw Tijmstra vanhet CDA, mevrouw Coenradie van JA21, mevrouw Ten Hove van de GroepMarkuszower en mevrouw Dobbe van de SP-fractie. Ik zie nog geennaambordje voor mevrouw Maeijer, maar zo heet ze echt. Zij is van dePVV.Ik ga u als voorzitter door dit debat helpen. We hebben maximaal vijf uur,maar u kent mij: dat hoeft niet. Het ligt er een beetje aan of u als Kamer-leden ook naar elkaar luistert. Dan kan het heel fluently en effectief. Wehebben vijf minuten per fractie en maximaal vier interrupties in de eerstetermijn.Mevrouw Dobbe, heeft u een punt van orde?Mevrouw Dobbe (SP):Ja, sorry, ik wil alleen even zeggen dat ik na anderhalf uur weg moet. Datis niet vanwege desinteresse, maar omdat er dan een ander debat is.De voorzitter:Desinteresse op dit onderwerp: dat ga ik niet aan u koppelen. Dat lijkt meheel geloofwaardig. Nee, goed dat u dit meldt.Ik ga gewoon beginnen. Mevrouw Van Brenk, uw spreektijd gaat in.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Dank, voorzitter. We worden ouder en dat is fantastisch, want daarmeebieden ouderen onze maatschappij veel. De verenigingen, de kleinkin-deren en de mantelzorg varen daar wel bij. Maar als het op latere leeftijdniet meer gaat, moet er zorg beschikbaar zijn. Het akkoord van dezecoalitie heet Aan de slag. Dat is voor de ouderenzorg wel de meestpassende titel die mogelijk is. Aan de slag, want er is werk te doen, veelwerk. Dit is hét moment om te stoppen met praten en om door te pakken.Prioriteit heeft absoluut het bouwen voor senioren: meer thuisplusflats,seniorenwoningen, hofjes en zorgbuurthuizen. Dit is niet het moment omte beknibbelen op passende woonvormen voor ouderen. Je pakt er tweevan de grootste maatschappelijke problemen tegelijk mee bij de kop: devastzittende woningmarkt en het toekomstbestendig organiseren van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 1875 ouderenzorg. Wanneer komt de Minister van Ruimtelijke Ordening methaar brief?Op dit moment neemt het aantal mensen met dementie nog steedsexponentieel toe. De inzet van casemanagers stagneert, niet alleenvanwege de krappe arbeidsmarkt, maar ook vanwege het feit dat zebinnen het integraal tarief vaak te duur worden bevonden. We maken hetstelsel eerst zo ingewikkeld dat we een professional nodig hebben om deweg te vinden en vervolgens laten we toe dat zorgverzekeraars hierverschillend mee omgaan, zoals de Minister in een brief schrijft. 50PLUSvraagt de Minister met klem om verder te gaan dan een indringendeoproep aan zorgverzekeraars om hun rol te pakken. Haal de vrijblij-vendheid eraf en zorg ervoor dat zij voldoende casemanagementorganiseren en vergoeden.Ik wil u eraan herinneren dat MantelzorgNL het HoofdlijnenakkoordOuderenzorg niet tekende omdat ze een grotere druk op de mantelzorgvoorzagen. Het is duidelijk dat er steeds meer van mantelzorgersgevraagd gaat worden. Er komt een apart debat over, maar ik vraag deMinister om nu al te kijken naar het voorstel van MantelzorgNL om iederemantelzorger recht te geven op een adempauze door acute respijtzorgbinnen een wettelijk vastgelegde termijn. Kan de Minister toezeggen datzij dit meeneemt in haar reactie op de rapporten van de SER en het SCP?Ook wil ik weten hoe de veranderingen in de huishoudelijke hulp en dewijkverpleging georganiseerd gaan worden. De huishoudelijke hulp wordtinkomensafhankelijk, maar hoe wordt dat georganiseerd? Ik zei het aleerder: dit is de goedkoopste ondersteuning. Dit zorgt ervoor dat mensenlanger thuis kunnen blijven wonen. Hoe ziet de Minister dit nu voor zich?Wat wil de Minister nu met de wijkverpleging? U werpt een drempel opdoor middel van een eigen bijdrage. Wat ons betreft is dit echt eencruciale fout, nu ook de toegang tot de intramurale zorg is beperkt. Hoegaan we nu verder?Voorzitter. We geven jaarlijks 20 miljard uit aan ouderenzorg, maar wieheeft zicht op de kwaliteit? Wat is de minimale norm voor goede zorg? HetGeneriek kompas in de huidige vorm schiet wat ons betreft tekort. Ziet deMinister dit? Mensen kunnen geen goede keuze maken als de kwaliteitnergens terug te vinden is. De zorg is gebaat bij transparantie. Wat gaatde Minister doen? Ziet de Minister voordelen van eenduidige, laagdrem-pelige toegang tot spoedzorg via de Wmo, bijvoorbeeld via een regionaalloket met snelle besluitvorming, zodat mensen niet onnodig lang in hetziekenhuis hoeven te blijven of thuiskomen zonder hulp, waardoor eronveilige situaties ontstaan? Kan de Minister daarop reageren?Voorzitter. Het begint ons vaandelwoord te worden: gordelroos.Gordelroos laat zien waarom preventie, ook in de ouderenzorg, onmisbaaris. Het gaat hier namelijk niet om een onschuldige, vervelende ziekte,maar om chronische zenuwpijn voor de rest van je leven. Als we willendat ouderen langer gezond en zelfstandig blijven, moet bescherming nietafhangen van het geboortejaar of de mogelijkheid om de dure vaccinatiezelf te betalen. Dit gaat bovendien in tegen het oorspronkelijke advies vande Gezondheidsraad. Wij vragen de Minister opnieuw om de regeling teverruimen voor kwetsbare ouderen boven de 60 jaar met een verhoogdrisico op gordelroos. Zorg nu voor een samenhangend vaccinatiebeleidvoor ouderen.Tot slot vraag ik aandacht voor goede voeding. Die zorgt voor goedegezondheid en levensvreugde. De maaltijd van kwaliteit in verpleeghuizenzou het hoogtepunt van de dag moeten zijn: een goed gesprek aan tafelen een voedzame, lekkere maaltijd. Maar dat wisselt enorm. Soms komthet in bulk binnen en wordt het opgewarmd. Op andere plekken wordt ervers gekookt, soms zelfs samen met bewoners. Dat gun je iedereen. Ikvraag ook aan de Minister: wat zou zij zelf het lekkerst vinden? Deelt deMinister onze zorg over het bezuinigen op het koekje bij de koffie, gezeurTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 1876 over appelmoes en een toetje dat er niet meer af kan? Dat zou toch nietmoeten?Voorzitter. Ik baal eigenlijk heel erg dat de antwoorden van afgelopenmaandag er nog niet zijn. Die zijn toegezegd. Ik hoop dat die wel komen.Ik zie dat dat het geval is. Dan is het goed. Er is niets zo onbevredigend alseen debat zoals dat van afgelopen maandag waarvoor we gewoon veel enveel te weinig tijd hadden.Dank u wel.De voorzitter:De Minister maakte een gebaar. Wat betekende dat? Misschien helpt dat,ook richting de andere collega’s.Minister Sterk:Inderdaad. Ik had toegezegd dat we ze zouden betrekken bij dit debat. Dusik begin dadelijk met de beantwoording van de vragen van afgelopenmaandag die over zijn gebleven.De voorzitter:Dat is fijn. Ik kan me voorstellen dat ook andere collega’s nog wachten opantwoorden. Dan neemt u dat dus ook allemaal mee, fijn.Ik dank mevrouw Van Brenk voor haar inbreng. Dan is het woord aanmevrouw Wendel van de volgende fractie, de VVD.Mevrouw Wendel (VVD):Voorzitter. We hebben te maken met vergrijzing in Nederland. Dat is heelgoed nieuws, want dat betekent dat mensen steeds ouder worden. Datkomt door betere hygiëne, hogere welvaart, gezondere leefomstandig-heden en grote vooruitgangen in de medische technologie. Daar is deVVD trots op, want mensen kunnen steeds langer genieten van hun levenen kinderen en kleinkinderen kunnen steeds langer genieten van hunvader, moeder, opa of oma. Tegelijkertijd brengt dit natuurlijk ook eengrote uitdaging met zich mee. Want hoe zorgen we voor goede zorg vooronze ouderen als steeds meer mensen zorg nodig hebben en er steedsminder personeel is? Ook in de toekomst moeten ouderen erop kunnenrekenen dat zorg voor hen klaarstaat als ze dat nodig hebben. Maar heteerlijke verhaal is dat het niet meer haalbaar is om de zorg en onder-steuning aan ouderen te blijven leveren zoals we dat gewend waren.Daarom moeten we op een andere manier kijken naar de ouderenzorg.De VVD is van mening dat we ouderen in hun kracht moeten zetten. Wemoeten niet naar ze kijken als mensen waar we medelijden mee moetenhebben. We moeten kijken naar wat ouderen kunnen of wat ze kunnenleren om zo zelfstandig mogelijk te kunnen leven. Zo kunnen ze regiehouden op hun eigen leven. Een uitgangspunt is daarbij: zelf als het kan,thuis als het kan en digitaal als het kan. De meeste ouderen willen zo langmogelijk lekker in hun eigen huis blijven, in hun vertrouwde omgeving,dicht bij familie en vrienden. Door meer zelfredzaamheid ervaren ouderenook meer eigenwaarde en zelfvertrouwen. Wat gaat de Minister doen omervoor te zorgen dat digitale zorg voor thuiswonende ouderen waarmogelijk de norm wordt? Dat is namelijk prettiger voor de cliënt en hetscheelt ook personeel. Hoe zorgt de Minister van VRO ervoor dat er meerwordt gebouwd waar vraag naar is, zoals knarrenhofjes? Als seniorenverhuizen, is dat ook goed voor de doorstroom op de woningmarkt.Gemiddeld komen er namelijk vier à vijf verhuisbewegingen op gang alseen oudere verhuist. De conclusie uit de monitor van het CBS is dat hetmomenteel niet duidelijk genoeg geclusterde woonvormen kandefiniëren. Hoe kan de Minister van VRO dit verbeteren? Om genoeg tebouwen, moeten we natuurlijk wel weten hoeveel we dan bouwen in datsegment. Zelfredzaamheid en kijken naar wat iemand wél kan zorgenervoor dat ouderen meer bewegen. Wat de VVD betreft moeten we datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 1877 ook stimuleren. Dat kan bijvoorbeeld door vrijwilligerswerk en spelletjes,maar ook door lekker te wandelen, te fietsen of te tuinieren. Veel ouderengenieten ervan om als vrijwilliger een steentje bij te dragen aan demaatschappij. Welke mogelijkheden ziet de Minister nog meer omouderen te helpen bij hun zorg en welzijn? Hoe wil de Minister ervoorzorgen dat ouderen meer bewegen? Hoe zorgt de Minister ervoor datouderen het nut van valpreventie inzien? Veel ouderen vinden zichzelf ofte jong of te oud.Voorzitter. We hebben heel veel mantelzorgers die zich uit de naad werkenom er voor hun dierbaren te zijn. Die moeten we ontlasten. De VVD pleitdaarom onder andere voor één loket om zorg te regelen. Daarnaast willenwe mensen niet meer onnodig herindiceren. De VVD wil ook datmantelzorg- en familiewoningen vergunningsvrij op eigen erf mogenworden gebouwd. De Minister van VRO heeft aangegeven ernaar testreven dat dit op 1 juli 2026 in werking treedt. Loopt de Minister opschema? Gaat dit lukken?Dan kom ik bij dementie. De afgelopen jaren is er al veel bereikt door deNationale Dementiestrategie. Er zijn stappen gezet om de samenlevingdementievriendelijker te maken, om wetenschappelijk onderzoek eenimpuls te geven en om zorg en ondersteuning beter op elkaar af testemmen. De VVD vindt het belangrijk dat we blijven inzetten opwetenschappelijk onderzoek naar oorzaken, preventie, vroegdiagnostieken behandeling van symptomen van dementie. De VVD is zeer gechar-meerd van de casemanager dementie. Hoe ziet de Minister de toekomstvan deze beroepsgroep? Eind 2024 werd een tekort verwacht vanprofessionals die dit kunnen leveren. Ziet zij andere zorgverleners dievergelijkbare zorg kunnen leveren?Tot slot wil ik het hebben over palliatieve zorg. Het is heel belangrijk datouderen aan het eind van hun leven op een fijne manier, en onder eigenregie, zeg ik daarbij, de laatste momenten kunnen doorbrengen. Wehebben recent een schriftelijk overleg gevoerd over het rapport Hospicesin Nederland. De VVD heeft daar een aantal vragen over gesteld, waarophet antwoord toch vooral was: we zijn in gesprek met betrokken partijenen we werken aan een plan van aanpak. Kan de Minister inmiddels almeer vertellen? Ik lees ook dat partijen aangeven behoefte te hebben aanminder vrijblijvendheid, gelijke toegang, gelijke bekostiging, een goedebalans en uitwisseling tussen informele en formele zorg et cetera. De VVDwil dat de ruimte van en het vertrouwen in hospicezorg in Nederlandbehouden blijft. Wij willen echt niet toe naar hospicezorg waarbij er geenadvocaatje genuttigd mag worden. Kan de Minister toezeggen dat devrijheid van hospicezorg niet ingeperkt wordt?Dank u wel.De voorzitter:Mevrouw Van Brenk heeft een vraag voor de VVD.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Ik vind het inderdaad mooi wat er gezegd wordt over ouderen in hunkracht zetten, zo lang mogelijk zelfstandig blijven en dat digitale zorgdaarbij kan helpen. Ik heb inderdaad prachtige voorbeelden gezien vanlampen die kunnen zien of iemand een tijd stilligt, of er beweging is of watdan ook. Dat is mooi. Een van de punten is wel wie dat betaalt. Wie moetal die voorzieningen, die digitale voorzieningen, die er zijn nou gaanbetalen?Mevrouw Wendel (VVD):Ik denk dat digitale zorg vaak goedkoper is dan fysieke zorg, omdat hetnatuurlijk ook juist spreekkamers ontlast of scheelt, als ik dat even zo magzeggen. Ik denk dat het tijd scheelt. Wij vinden het vooral ook belangrijkdat juist mensen met een chronische ziekte minder heen en weer aan hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 1878 racen zijn naar een ziekenhuis. Die doen dat nu heel veel, maar zeker voormensen met een verminderde gezondheid kost dat heel veel energie. Watis er nou fijner dan gewoon in je vertrouwde omgeving in ieder geval hetgesprek met je arts kunnen voeren?Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Wat betreft het vergoeden van allerlei voorzieningen neem ik aan datmensen dat niet zelf hoeven te betalen in het idee van de VVD. Ik neemook aan dat als je wil dat er steeds meer digitaal gemaakt wordt, mensenin ieder geval geholpen worden om daarmee om te gaan en dat zij nietzelf ook nog allerlei dingen moeten bekostigen. Ik ben benieuwd hoe deVVD dat ziet.Mevrouw Wendel (VVD):We debatteren vandaag natuurlijk over de ouderenzorg. Ik moet zeggendat ik een heel lijstje had met zaken waar ik vandaag naar wilde vragentoen ik dit debat ging voorbereiden. Een van die vragen heeft uiteindelijk,eerlijk gezegd, mijn spreektekst niet gehaald, maar kan ik hierbij gelukkigalsnog stellen: hoe zorgen we ervoor dat ouderen digivaardig genoeg zijn,daar voldoende mee kunnen omgaan, om op een fijne manier die digitalezorg te kunnen leveren? Via deze weg wil ik dat dus toch nog even aan deMinister vragen. Ik ga er even van uit dat mevrouw Van Brenk wat betreftde bekostiging doelt op bijvoorbeeld computers, iPads en telefoons. Ikben zelf van mening dat het niet aan de overheid is om computers, iPadsen telefoons te faciliteren.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel voor de inbreng en dank voor het vragen van aandacht voorde hospicezorg. Ik denk dat het inderdaad heel belangrijk is om ook daarin dit debat over te spreken. Ik heb een vraag over de visie van de VVD opde zorg. Ik hoor de VVD zeggen dat mensen langer thuis moeten blijvenwonen en dat ze dat zelf ook graag willen. In veel gevallen is dat zo, maarsoms ook niet. De uitingsvorm hiervan in het beleid is dat er 990 miljoenwordt bezuinigd op langdurige zorg, dus ook op intramurale zorg. Mensenmoeten dus langer thuis blijven wonen, maar tegelijkertijd zien we thuisde bezuinigingen op de huishoudelijke zorg en de wijkverpleging. Ik snapdat sommige technologische ontwikkelingen en innovaties kunnen helpenom langer thuis te blijven wonen, maar die zijn er nu nog niet of onvol-doende. De bezuinigingen op de zorg thuis, dus de huishoudelijke zorg ende wijkverpleging, gaan wel snel in. Hoe kijkt de VVD daar dan naar? Daargaat dan toch iets mis in de redenering?Mevrouw Wendel (VVD):Nou, ik denk niet dat er wat misgaat in de redenering van de VVD. Ik denkalleen dat de VVD en de SP op dit vlak nogal van mening verschillen. Weweten met z’n allen dat we een tekort hebben aan personeel. Het idealescenario zou zijn dat we een overvloed aan personeel hebben, dat juist inalle rust voor iedereen zou kunnen zorgen. De realiteit is dat dat niet hetgeval is. Afgelopen maandag hebben mevrouw Dobbe en ik daar eeninterruptiedebatje over gevoerd. Als we niets doen, moet een op de driemensen in Nederland in de zorg werken. Dat is gewoon niet realistisch.Dat betekent dat we voor de uitdaging staan hoe we ervoor zorgen datouderen ook in de toekomst zorg van goede kwaliteit kunnen blijvenkrijgen en dat juist de ouderen die dat het hardst nodig hebben in detoekomst nog op goede zorg kunnen rekenen. De VVD denkt dat we dankeuzes moeten maken in wat we wel en wat we niet doen. Dat doen weenerzijds om de schaarste in personeel te verdelen, maar anderzijds – datis ook het eerlijke verhaal – ook de schaarste in geld. We zien dat er iederjaar weer miljarden extra naar de zorg gaan. Op een gegeven moment isdat niet meer houdbaar. Dat is het eerlijke verhaal.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 1879 Mevrouw Dobbe (SP):Dat vind ik toch moeilijk te volgen. De VVD zegt dat ouderen langer thuiswillen blijven wonen en dat we daarom dus op de intramurale zorg en deverpleeghuizen gaan bezuinigen. Die krijgen allemaal bezuinigingen voorhun kiezen, want ouderen willen langer thuis blijven wonen. Maar ook opde zorg thuis en alle mogelijkheden die mensen helpen om thuis tekunnen blijven wonen, zoals de huishoudelijke zorg en de wijkverpleging,wordt bezuinigd. De VVD zegt dat er een personeelstekort is. Hoe helpt hetbezuinigen op de huishoudelijke zorg en de wijkverpleging bij hetoplossen van dat personeelstekort? Daarmee creëer je geen oplossing,maar breng je ouderen alleen maar in de knel, omdat ze daardoor nietthuis kunnen blijven wonen. Wat klopt er nou niet aan deze redenering?Mevrouw Wendel (VVD):Allereerst noemt mevrouw Dobbe het steeds heel slim «huishoudelijkezorg», maar het is «huishoudelijke hulp». Dat is exact ons punt. Wij vindendat we kritisch moeten kijken naar wat zorg is en wat niet en naar watmensen zelf en niet zelf kunnen doen. We zien dat de huishoudelijke hulpin de Wmo echt uit zijn voegen barst, als ik dat even zo mag zeggen. Ikvoel daar in ieder geval de verantwoordelijkheid om te hervormen, juistom ervoor te zorgen dat we er in de zorg in brede zin kunnen zijn voormensen die dat het hardst nodig hebben en juist omdat ik niet over 10, 20of 30 jaar aan ouderen die op dat moment zorg nodig hebben, wiluitleggen dat ik hier niet de verantwoordelijkheid heb genomen om het,misschien impopulaire, verhaal voor de korte termijn te vertellen,waardoor zij niet meer kunnen rekenen op zorg. De ouderen van detoekomst kunnen wél rekenen op de VVD. We willen de rekening ook nietbij de toekomstige generatie neerleggen. We maken nu keuzes om er tekunnen zijn voor de mensen die dat het hardst nodig hebben.De voorzitter:Tot slot, mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):De VVD maakt het nu, door de huishoudelijke zorg en de wijkverpleging afte breken, onmogelijk voor mensen om langer thuis te blijven wonen.Mensen kunnen dan ook geen kant meer op. Als ze namelijk naar eenintramurale instelling moeten, is daar geen plek meer, omdat ook daardoor de VVD op wordt bezuinigd. Dat zijn wel de gevolgen van dewoorden van de VVD. Dat zijn de gevolgen van dit beleid. Ik hoor daargeen reflectie op, behalve dan dat het voor de toekomst behouden zoumoeten blijven, maar dan is het al weg. Ik zou de VVD toch echt willenvragen om met meer respect over de huishoudelijke zorg te praten. Wepraten over huishoudelijke verzorgenden. Het zijn geen schoonmakers.Het zijn ook geen schoonmaakbedrijven die dat doen, die bij mensen thuiskomen. Dat zijn geen schoonmaakbedrijven, maar zorginstellingen.Waarom is dat? Dat is omdat ze thuis komen bij kwetsbare ouderen eneen signalerende functie hebben om te kijken hoe het met mensen gaat.Dat is geen normaal schoonmaakwerk. Ga met elke huishoudelijkeverzorgende praten, want die zal dit beamen. Zij hebben daar actie voorgevoerd. Zo is hun functie ook afgesproken en omschreven. Daar moetdus echt met meer respect over worden gesproken.De voorzitter:Mevrouw Wendel mag reageren, maar ik zit even te kijken ...Mevrouw Wendel (VVD):Het wordt een beetje een herhaling van zetten, voorzitter. Volgens mij isde visie duidelijk. Wij nemen verantwoordelijkheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18710 De voorzitter:Als u in herhaling valt, dan doen we het niet. Dan ga ik door naarmevrouw Ten Hove.Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Ik ben het volledig met het verhaal van collega Dobbe eens. Afgelopenvrijdag hebben we daarnaast een onlinemeeting en uitleg gehad over die32 miljard van Alzheimer Nederland. Van die 32 miljard komt 16 miljard bijde samenleving te liggen, onder andere bij de werkgevers. Ik ken de VVDnatuurlijk als een partij die goed voor de werkgevers opkomt. Hoe rijmt deVVD dit met het oog op de werkgevers?Mevrouw Wendel (VVD):Ik denk dat u doelt op het rapport van Alzheimer Nederland over hetbelang van mantelzorgers voor mensen met dementie. Dat zien wijnatuurlijk ook volledig. Ik ben niet voor niets ook ingegaan op mantel-zorgers. Ook daarbij geldt overigens het verhaal dat ik een heleboelvragen en opmerkingen heb moeten overslaan. Ik denk dat ook hier heteerlijke verhaal weer als volgt is. Het is niet leuk, want het liefst vertel iknu hier dat ik iedere oudere alle zorg en alle hulp geef die ze op ditmoment willen hebben, maar ik voel wel de verantwoordelijkheid omervoor te zorgen dat mensen in de toekomst ook nog zorg kunnen krijgen.Die voel ik nu overigens ook, want die personeelstekorten zijn er al. Hetverhaal is dan wel dat we dat met z’n allen moeten doen. We moeten datdoen met de mantelzorgers. Ik hoop dat werkgevers een beetje ruimtewillen bieden aan werknemers. We moeten dat doen door met zorgver-leners het gesprek aan te gaan. We moeten dat echt met z’n allen doen.Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Ik zal de vraag nog iets concreter stellen. We hebben die mantelzorgerskeihard nodig op de arbeidsmarkt. Die kunnen we niet missen. Het kantoch niet zo zijn dat werkgevers die al mensen moeten missen daarnaastook nog moeten bijdragen aan een stukje financiering? Dat vind ik nietpassen bij het verhaal waar de VVD altijd voor pleit. Ik hoor daar graageen reactie op.Mevrouw Wendel (VVD):Ik denk dat mevrouw Ten Hove alvast een voorschot neemt op een debatdat we later gaan voeren en dat ik ook heel graag voer. Juist in de zorgvan de toekomst hebben mantelzorgers een hele belangrijke verantwoor-delijkheid. Hoe nemen wij dan de verantwoordelijkheid om er met elkaarvoor te zorgen dat die mantelzorgers dat ook kunnen doen? De SER heeftdaar net een rapport over uitgebracht. We wachten nu natuurlijk nog dekabinetsreactie daarop af. De VVD ziet er echt naar uit om dat debat tevoeren, omdat dat volgens mij heel belangrijk is, juist als we het hebbenover de zorg in de toekomst.De voorzitter:Eerst mevrouw Maeijer en dan kom ik bij ... Ik heb het onthouden. Eerstheeft mevrouw Maeijer een interruptie op de VVD.Mevrouw Maeijer (PVV):De VVD begon het verhaal over de groep ouderen die graag thuis blijftwonen. Die is er; die is er zeer zeker. We moeten hen zo veel mogelijkondersteunen om dat te kunnen doen. Er is ook een groep ouderen die nual thuis woont met heel veel hulp, zoals huishoudelijke hulp, wijkver-pleging en hulp van naasten, en voor wie dat nu eigenlijk al bijna nietmeer gaat. Deze groep, deze ongelofelijk kwetsbare groep, krijgt straks derekening van het beleid waar de VVD voor staat. Voor een deel van diemensen zal straks die huishoudelijke hulp wegvallen, want dat kunnen zeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18711 niet zelf regelen of betalen. Voor een deel van die mensen zal de wijkver-pleging wegvallen, want die kunnen ze zich ook niet veroorloven. Ik zoueigenlijk graag van mevrouw Wendel willen weten wie het gat dat voordeze mensen ontstaat eigenlijk gaat opvullen.Mevrouw Wendel (VVD):Daarom is het ook belangrijk dat we goed kijken naar de zorgzamebuurten waar we het over hebben. Ik verwacht dat collega’s na mij hiernog allerlei vragen over zullen stellen. Daarom heb ik dit onderdeel ook uitmijn spreektekst gelaten. De ouderenzorg in zijn totaliteit omvat namelijknogal wat. Hoe gaan we dat doen? Allereerst hebben we natuurlijk ookeen tegemoetkoming voor chronisch zieken afgesproken. Het is daarbijook heel belangrijk hoe we ervoor zorgen dat dat juist ook terechtkomt bijde mensen die dat het hardst nodig hebben. We vragen natuurlijk ook aanhet kabinet om dat uit te werken op een manier waarop dat ook daadwer-kelijk bij de juiste mensen terechtkomt. Wat de huishoudelijke hulp betreftstaat inderdaad in het coalitieakkoord dat we die uit de Wmo halen.Volgens mij is dat een heel belangrijk besluit, juist om de Wmo houdbaarte houden. Dit zorgt ervoor dat mensen die zelf huishoudelijke hulpkunnen regelen, dit ook zelf gaan doen. Daar staat ook bij dat we dat meteen vangnet gaan doen. De Minister is dat volgens mij nu aan hetuitwerken. Die uitwerking wacht ik dan ook vol spanning af.Mevrouw Maeijer (PVV):Dit is eigenlijk nog geen begin van een antwoord. Ik denk niet dat dezegroep mensen geholpen is met een tegemoetkoming in hun ziektekosten,zeker niet gelet op alle andere maatregelen, de zaken die aan de anderekant van ze worden afgepakt. Volgens mij is het eerlijke verhaal van deVVD dan gewoon dat niemand dit gat opvult en dat de ouderen daardoorthuis moeten blijven zonder hulp of dat het gat moet worden opgevulddoor de mantelzorgers en naasten die misschien nu al aan hun taks zitten.Ik denk dat het fair is als mevrouw Wendel ook dat deel van het verhaal erdan bij vertelt.Mevrouw Wendel (VVD):Mevrouw Maeijer heeft het over wat de VVD «afpakt» van ouderen. Ik zouvia de voorzitter echt tegen mevrouw Maeijer willen zeggen dat als wij nuniet de verantwoordelijkheid zouden nemen om de zorg te hervormen, weinderdaad in de toekomst zorg van de ouderen zouden afpakken. Juistdoor nu die stap vooruit te zetten, zorgen we ervoor dat ook in detoekomst mensen die dat nodig hebben zorg krijgen. Het is niet leuk, wantwe zouden het liefst natuurlijk alle vormen van zorg op iedere manierwillen leveren met een onbeperkte hoeveelheid personeel. Zetten we diestap niet, dan zijn juist de mensen over wie mevrouw Maeijer het nu heeftuiteindelijk de dupe. Dat wil ik niet op mijn geweten hebben.De voorzitter:De heer Van Dijk en daarna mevrouw Vliegenthart.De heer Diederik van Dijk (SGP):Ik wil graag nog even doorgaan op het geld. Ik weet dat de VVD daargraag, en ook wel met recht over spreekt. Hoeveel geld er naar de zorgmoet of kan, is natuurlijk een politieke discussie. Als we het hebben overhet wegzetten van geld, bijvoorbeeld om een beweging te kunnen makennaar toekomstgerichte zorg en zorgzame buurten, zoals mijn collega ookal zei, worden dat soort projecten in mijn beleving nu natuurlijk heel vaakter beschikking gesteld via akkoorden en tijdelijke potjes. Moeten we daareigenlijk niet ook van af? Dat geeft gemeenten en zorgaanbiedersonvoldoende zekerheid voor de lange termijn. Kan de VVD reflecteren ophoe we in die zin echt zouden kunnen werken aan langetermijnprojectenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18712 met structurele, langdurige financiering, anders dan via al die tijdelijkeakkoorden waar we het nu vaak over hebben?Mevrouw Wendel (VVD):Ik zie de worsteling van de heer Van Dijk. Die deel ik ook wel met hem. DeVVD spreekt overigens het liefst niet over geld, maar de realiteit is dat wedat wel moeten doen. De VVD spreekt liever over hoe we er nou voorzorgen dat het voor de toekomst, voor de lange termijn, geborgd wordt.Enerzijds denk ik dat het ten dele inderdaad incidentele impulsen kunnenzijn om een grote stap te zetten. Ik denk dat de vraag vooral is hoe we diezorgzame buurten met elkaar inrichten. Hoe zorgen we dat het niet zo isdat we wel spreken over «zorgzame buurten» maar dat daar uiteindelijkweinig van terechtkomt? Hoe zorgen we dat het ook daadwerkelijkgebeurt? Enerzijds zit dat denk ik in een stukje noaberschap, waar ik hetals Drent graag over heb. Het zit ook voor een groot deel in wat mensenzelf al doen, omdat we met elkaar weten dat we niet alleen op de wereldzijn en het met elkaar doen. Anderzijds zit het bijvoorbeeld ook inmantelzorgwoningen in de tuin kunnen plaatsen, waar ik de Minister ookeen vraag over heb gesteld in mijn bijdrage. Het zit bijvoorbeeld ook in deknarrenhofjes en de Lang Leven Thuisflats. We moeten ons dat welrealiseren.De heer Diederik van Dijk (SGP):Mijn collega geeft een aantal hele mooie voorbeelden van waar wenaartoe moeten, maar het diepste punt is natuurlijk vooral: gaan we datredden met al die tijdelijke potjes, die nu toch vaak door kortlopendeakkoorden worden neergezet? Dat is eigenlijk mijn punt. We zien datzorgaanbieders en gemeenten ook best wel huiverig zijn om zich tecommitteren aan afspraken. Ik snap dat. Hoe gaan we waarborgen dat weinderdaad langdurige akkoorden kunnen maken met langdurige,structurele financiering? Ligt daar niet een uitdaging?Mevrouw Wendel (VVD):Persoonlijk ben ik ook meer fan van langetermijnplannen en daar op eenjuiste manier naartoe werken. Via deze weg zou ik de Minister willenvragen of zij denkt dat de incidentele financieringen die we hebbenvoldoende zijn om daar op de lange termijn naartoe te werken of dat wedat op een andere manier moeten inrichten. Als dat het geval is, kunt udaar natuurlijk met ons over spreken. Volgens mij hebben we ook dieverantwoordelijkheid.Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):Ik hoor mevrouw Wendel vragen: hoe zorgen we dat we niet alleenspreken over die zorgzame buurten, maar dat het ook daadwerkelijkgebeurt? Daar hebben we hele mooie voorbeelden van, zoals de LangLeven Thuisflats. Die laten zien dat we met samenwerking van debewoners, de corporaties, het zorgveld en welzijnsorganisaties ouderenlanger in goede conditie, goede gezondheid en welzijn thuis kunnen latenwonen. Maar die organisaties zeggen ook: wat wij nu doen, doen wij elkekeer met incidentele middelen; elk jaar moeten we weer sprokkelen enzoeken naar de middelen om dat overeind te houden. Hun oproep is:investeer nou 100 miljoen. Ook VWS heeft daar al een berekening vangemaakt. Het gaat om investeren, maar het is vooral het geld andersbesteden. Zorg dat er structurele middelen zijn voor deze Lang LevenThuisflats. Het antwoord op de vraag van mevrouw Wendel is er eigenlijkal. Ik ben benieuwd hoe zij daarnaar kijkt en of de VVD bereid is om deinvesteringen te doen waar het veld echt om vraagt.Mevrouw Wendel (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18713 Ik wil eigenlijk weer terug naar de reactie die ik net gaf: ik ben benieuwdhoe de Minister hiernaar kijkt. Zijn de incidentele middelen voldoende omvoor de lange termijn dit soort prachtige initiatieven te realiseren? Zo niet,wat is daarvoor nodig?De voorzitter:Dan zijn we gekomen bij de volgende spreker van de zijde van de Kamer.Dat is mevrouw Vliegenthart. Voordat ik haar het woord geef, wil ik nogaangeven dat de heer El Abassi namens de fractie van DENK en mevrouwKeijzer namens Groep Keijzer zijn aangeschoven. Zij zijn dus ookonderdeel van het debat. De volgende spreker is mevrouw Vliegenthart,GroenLinks-Partij van de Arbeid.Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Dit is mijn eerste debat over de ouderenzorg sinds ik benbegonnen als Kamerlid. Hoewel ik uit de zorg kom, was de ouderenzorgvoor mij relatief nieuw, aangezien ik vooral aan het begin van het levenheb gewerkt. In korte tijd is voor mij gauw duidelijk geworden hoe grootde problemen binnen de ouderenzorg zijn. Het systeem loopt vast en erbestaat een wirwar aan regelingen, met als gevolg dat veel ouderen nietde zorg krijgen die ze verdienen en waar ze recht op hebben. Het knelt aanalle kanten.Met dit kabinet ziet GroenLinks-PvdA het niet beter worden. Er staanmegabezuinigingen op de planning, niet alleen op de Wlz, maar ook op deAOW, de WW en de WIA. Juist nu we verantwoordelijke politiek nodighebben, zien we dat het veld en ouderen in een staat van permanenteonzekerheid worden achtergelaten. Want waar kunnen zij nu op rekenenen waar komt de volgende bezuiniging nou weer te landen? Bij depresentatie van het coalitieakkoord werd namelijk al aangekondigd dat erbezuinigingen zouden zijn op de Wlz en dat er een bestuurlijk akkoord zoukomen. De invulling van die bezuiniging is echter nog steeds onduidelijk.Mijn vraag is: waar landt welk deel? Wanneer kunnen we van de Ministerantwoord verwachten op deze vraag? GroenLinks-PvdA maakt zich ookzorgen dat de zorg straks onbetaalbaar en onbereikbaar zal worden voordegenen die die het hardst nodig hebben.We lezen daarnaast in het coalitieakkoord dat er ingezet zal worden op hetscheiden van wonen en zorg, maar tegelijkertijd zien we dat anderevormen van huisvesting, zoals geclusterde woonvormen, onvoldoendevan de grond komen. Hoe gaat de Minister zorgen dat de woonvormendie gebouwd gaan worden ook daadwerkelijk betaalbaar zijn voor alleouderen en niet alleen voor degenen met een hoog inkomen? Welkeknelpunten zien beide Ministers hiervoor en hoe willen ze die gaanwegnemen?Voorzitter. Hoewel we heel blij waren in het coalitieakkoord te lezen overde zorgzame buurten, waar mijn voorganger, mevrouw Slagt-Tichelman,uitgebreid over heeft geschreven in haar initiatiefnota, vrezen wij dat deinvesteringen uit zullen blijven. In april was ik bij een Lang Leven Thuisflatin Amsterdam. Zij laten zien dat het met een hechte samenwerking tussenbewoners, woningcorporaties, zorg- en welzijnsorganisaties echt mogelijkis voor ouderen om veilig én comfortabel, in een hechte gemeenschap,met zorg op maat thuis te wonen, ook als de zorgbehoefte toeneemt. Endat niet alleen: we zien ook nog eens dat een kwart minder doorstroomtnaar intensievere zorgvormen, waar de wachtlijsten het grootst zijn. Wezien minder zorguren per bewoner, vaker een vast zorgteam, met minderadministratieve lasten en minder reistijd voor personeel, waardoor drukop de zorg en de zorgkosten significant afnemen. Kortom, alleen maarvoordelen. Daar is alleen wel structurele financiering voor nodig. Op ditmoment worden initiatieven gefinancierd met tijdelijke middelen, diejaarlijks bij elkaar gezocht moeten worden. Helaas wordt het vinden vandeze middelen steeds lastiger.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18714 Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Ik zit met verbazing te luisteren naar het mooie betoog van mevrouwVliegenthart, over bezuinigingen en over 100 miljoen investeren in deLang Leven Thuisflats. U maakt zich zorgen dat de zorg onbetaalbaarwordt, maar waar wil GroenLinks-Partij van de Arbeid dit geld vandaanhalen?Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):Dat is eigenlijk heel duidelijk. Dat hebben we ook in de doorrekening vanons verkiezingsprogramma laten zien. Bij GroenLinks-PvdA dragen desterkste schouders de zwaarste lasten. Dat zijn de mensen die het kunnenbetalen. Wij zien het in belastingverzwaring voor degenen die het meestkunnen betalen, zoals de bedrijven. Daarmee kunnen we zorgen dat ditsoort dingen betaald kunnen worden. Voordat ik verderga met het verhaalover de Lang Leven Thuisflats, wil ik duidelijk maken dat dit niet alleen omeen investering gaat, maar vooral om een andere besteding van het geld.We vragen dus niet alleen om investeringen, maar ook om beter om tegaan met het geld en de financiering die vrij is, zodat we dit soortinitiatieven beter kunnen steunen.Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Ook de bedrijven zijn dus bij zowel de VVD als GroenLinks-Partij van deArbeid niet meer aan het goede adres. Wat me het meest verbaast, is hetvolgende. Uw partij heeft de begroting op ontwikkelingshulp rondge-kregen. Er gaat 380 miljoen extra naar ontwikkelingshulp. We kunnen elkeeuro maar één keer uitgeven. U heeft hier de mond vol van bezuinigingen.Die mooie woorden zijn voor mij niks waard. Had dat gewoon in de zorggestopt. Volgens mij hadden we dan een veel betere oplossing gehad.Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):Ik kan nogmaals verwijzen naar ons doorgerekende verkiezingspro-gramma. Dat staat wat ons betreft nog steeds. Daarin zijn investeringen inzowel ontwikkelingssamenwerking als de zorg mogelijk.De voorzitter:Mevrouw Coenradie nog, of niet? Sorry, dat heb ik dan verkeerdonthouden. Dat was uw laatste interruptie, mevrouw Ten Hove. U heeft ervier gehad.Mevrouw Tijmstra (CDA):Ik hoorde mevrouw Vliegenthart zeggen: het kan ook gaan om een anderebesteding van geld. Bedoelt zij daarmee dat GroenLinks-PvdA ervooropenstaat om geld dat nu in de Wlz zit, te verschuiven naar het welzijns-domein? Dat betekent dat het bedrag van de Wlz omlaaggaat.Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):Wat wij vooral heel erg belangrijk vinden, is het volgende. Er is nu eenontzettende wirwar aan regelingen, zoals de Wlz en zorgverzekeringen.Het is ontzettend ingewikkeld geworden. GroenLinks-PvdA staat voor hetverbeteren van de zorg. We geloven ook dat dat kan. Als daar ook bij komtdat de zorgkosten worden gedrukt, zoals bij Lang Leven Thuisflats, is dateen hele mooie bijkomstigheid. Wij delen namelijk de zorgen over dezorgkosten en de vraag hoe iedereen zorg blijft houden. Wij staan altijdopen voor verbetering van de zorg. Als daar het dempen van zorgkostenbij komt, is dat mooi meegenomen. Maar de basis is: hoe verbeteren wede zorg? Daar kan potentieel altijd een verbetering, een verlaging of eenverschuiving van de zorgkosten bij komen, maar altijd als tweede, want dezorg staat voorop.Mevrouw Wendel (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18715 Ik ben wel concreet benieuwd naar het volgende. Mevrouw Vliegenthartzegt dat we geld binnen de zorg anders moeten besteden. Een deel vanhet antwoord heb ik gehoord. Kan zij concreet aangeven waar het geld datwe hier gaan besteden binnen de zorg vandaan komt?Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):Ik heb niet gezegd dat wij al direct zeggen waar het vandaan moet komen.Volgens mij is er een coalitie. Ik ben heel benieuwd hoe deze coalitie ditwil gaan doen. GroenLinks-PvdA heeft in de doorrekening van de plannenheel duidelijk gezegd dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen.Daar komt wat ons betreft de investering vandaan. Ik kan een voorbeeldnoemen. In Amsterdam zijn er 30 Lang Leven Thuisflats. Het is eeninvestering van 6 miljoen, maar het levert 39 miljoen op. Dat is ontzettendmooi. Daarmee verbeteren we de zorg en het levert ook weer iets op. Datkunnen we weer ergens anders in investeren. We zeggen niet meteenwaar het specifiek vandaan moet komen. Ik wacht het af, want er is eencoalitie.Mevrouw Wendel (VVD):Dat is wat de VVD betreft precies het punt. Ik hoor vooral waar het geldnaartoe moet. Voorstellen voor waar het geld vandaan moet komen, heeftde coalitie gedaan in het coalitieakkoord. Van GroenLinks-Partij van deArbeid en een aantal andere partijen hoor ik dat dat niet mag. Oké, maarals er voorstellen worden gedaan over de vraag waar het geld naartoemoet, dan nodig ik een partij zoals GroenLinks-PvdA, als u het heeft overhet anders besteden van geld, ook uit om te vertellen uit welk deel van dezorg u dat geld vandaan haalt.Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):Ik kan het nogmaals herhalen, maar dit is volgens mij het hele probleem:waarom moet het uit de zorg gehaald worden? Wij hebben met z’n allenheel duidelijk gezegd dat we het ook uit andere zaken kunnen halen. Hetfinanciële kader van deze coalitie is niet het financiële kader datGroenLinks-PvdA heeft. Dat is mijn antwoord.De voorzitter:Ik zit even te kijken. Eerst de heer Van Dijk.De heer Diederik van Dijk (SGP):Mevrouw Vliegenthart schetst in vrij stevige bewoordingen de uitda-gingen voor de zorg en de uitdagingen rond vergrijzing. Wat daar op deachtergrond ook een rol in speelt, is de scheve bevolkingsopbouw. Die isinmiddels scheefgegroeid. Er zijn steeds meer ouderen en er is steedsminder jonge aanwas, die zogezegd voor ons moet gaan zorgen. Het vielme op dat juist mevrouw Vliegenthart het verzoek om daarover een debatte voeren met elkaar, vrij hartgrondig afwees. Kan zij daar nog opreflecteren?Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):Ik wees dat debat af omdat in alle artikelen op basis waarvan die debattenaangevraagd worden, de vrouwen de schuld krijgen. Dat is waarom ik hetafwijs. De verantwoordelijkheid voor dat punt rond minder kinderen wordtin de schoenen geschoven van vrouwen. Daar kan ik ontzettend boos omworden. Ik wil dus best met elkaar een debat voeren over de vraag hoehet komt dat mensen pas later kiezen voor kinderen, want daar kunnenbest oorzaken voor zijn. Denk aan de woningstress of aan geldzorgen.Maar als je die debataanvraag al insteekt met het idee dat het de schuldvan de vrouwen is, dan ga ik daar pertinent, principieel geen debat overvoeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18716 De heer Diederik van Dijk (SGP):Ik zou zeggen: super. Dan moeten we hieruit kunnen komen. Vrouwen deschuld geven is inderdaad complete nonsens. Ik reageer hier graagpositief op: ik begrijp dat GroenLinks-PvdA wel degelijk dat achterlig-gende probleem, die scheve bevolkingsopbouw, rijp acht voor een debat.Dan heb ik het helemaal niet over iemand de schuld geven. Maar dit zijneigenlijk de grote vraagstukken achter datgene wat we nu bespreken. Wekunnen het niet alleen met geld oplossen. Dit heeft ook gewoon te makenmet de bevolkingsopbouw die, om wat voor reden dan ook – daar kun jevan gedachten over verschillen – heel scheef is gegroeid. Vat ik dat zocorrect samen in de ogen van GroenLinks-PvdA?Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):Ik zou allereerst vooral willen zeggen dat de keuze wanneer en of iemandkinderen krijgt en hoeveel kinderen iemand dan krijgt, aan de vrouw enhaar partner is. Als het zo is dat mensen wel kinderen willen, maarvanwege woningnood of financiële problemen hun kinderwens moetenuitstellen – daar zijn helaas inderdaad voorbeelden van – dan vinden wijdat natuurlijk wel problematisch. Dat heeft te maken met iets waar we hetal heel veel over hebben gehad: sociale zekerheid. Daar wil ik best eendebat en gesprek over voeren, want daar zijn we hier voor. Maarnogmaals: ik wil niet meegaan in de manier waarop in de media en ook bijdie debataanvraag wordt gesproken over vrouwen en hoe die daar schuldaan zouden hebben.De voorzitter:Meneer Van Dijk, u bent ook door uw interrupties heen. Dat noem ik evenvoor de administratie.Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):Ik hoorde net een interessante rekensom waaruit zou blijken dat eenaantal appartementen 36 miljoen oplevert. Waar bestaat die som uit?Want als dat zo werkt, dan hebben we de oplossing te pakken met z’nallen.Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):Daarom zou ik ook zeggen: laten we investeren in die Lang LevenThuisflats! Die hebben een hele mooie berekening gemaakt. Die LangLeven Thuisflats zorgen ervoor dat ouderen die daar wonen, minder zorgaanvragen. Ik kan het er allemaal bij pakken. Per week hebben de ouderendan echt vijf uur minder zorg nodig. Er is vaak één zorgpartij in zo’n LangLeven Thuisflat, waardoor zorgverleners niet alle kanten op hoeven terijden. De zorgkosten en de administratieve last worden minder. Er zit duseen hele rekensom achter, die laat zien dat dit inderdaad geld oplevert enook nog eens de zorg verbetert. Daarom is er een oproep vanuit heel veelorganisaties geweest: zorg nou dat we daar structurele middelen voorvrijmaken. Dit moet nu namelijk met allemaal verschillende middelengebeuren; er wordt dan in gemeentes gezocht naar manieren om dievoorinvestering te kunnen doen. Vandaar die brede oproep. Die steunenwij ook. Er is door VWS berekend dat het om 100 miljoen gaat. Daaromsteunen wij dat initiatief, want dat is prachtig! Daarom heeft mijnvoorganger, mevrouw Slagt, daar een prachtige initiatiefnota overgeschreven. Het staat ook deels in het coalitieakkoord.Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):Gaat het dan echt alleen over daadwerkelijk minder zorg afnemen? Ik kenook wel wat van dat soort rekensommen, waarbij er dan een bedragwordt gehangen aan «meer welzijn». Maar dat is hier dus niet het geval.Als dat zo is, dan moeten wij met z’n tweeën even kijken hoe we dit voorelkaar gaan boksen. In mijn inbreng zal ik u namelijk straks voorrekenenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18717 dat die 120 miljoen, eenmalig, die er voor al die prachtige wooninitia-tieven zijn, met een gigantische bezuiniging op de bijna 500 miljoen vanhet vorige kabinet, dit dus niet meer mogelijk maakt. Wij komen hieroverdus te spreken met elkaar.Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):Ik kijk uit naar deze samenwerking. En ik denk: prachtig, want dit wordt nugedaan, en lokale initiatieven kunnen in gemeentes waar dat mogelijk is,vooruit investeren. Maar daarmee krijg je ook weer verschillen tussengemeentes, want niet in elke gemeente kan het. Dus ik kijk ernaar uit.De voorzitter:Nou, er ontstaat hier iets moois, constateer ik maar even.Ik moet even checken: mevrouw Vliegenthart, volgens mij zat u nogmidden in uw inbreng. Heb ik niemand overgeslagen? Nee. Dan mag uverder met uw inbreng.Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):Ik was volgens mij aan het betogen dat we daar dus structurele finan-ciering voor nodig hebben. Op dit moment worden namelijk initiatievengefinancierd met tijdelijke middelen die jaarlijks bij elkaar gezocht moetenworden. Helaas wordt het vinden van deze middelen steeds lastiger.Daarnaast hebben zorgkantoren onvoldoende wettelijke ruimte omstructureel in zorgzame woongemeenschappen te investeren. Vorigemaand deed een enorm brede coalitie van partijen – van AlzheimerNederland en Zorgverzekeraars Nederland tot aan de VNG – een heldereoproep: investeer 100 miljoen in zorgzame gemeenschappen. Hierbij gaathet niet om meer geld uitgeven, maar om geld op een andere manieruitgeven.Juist op deze manier houden we de ouderenzorg ook in de toekomstbetaalbaar en toegankelijk voor iedereen, ongeacht de grootte van zijnportemonnee. Mijn vraag aan de Minister is dan ook: hoe wil de Ministerverder invulling gaan geven aan die zorgzame buurt en hoe gaat zijzorgen dat die landelijk uitgerold kan worden? Is de Minister bereid om inlijn met het coalitieakkoord deze hoognodige investering in de zorgzamebuurten te doen?Voorzitter. Ik noemde het ook al in mijn inleiding: er is een wirwar aanregelingen. De complexiteit lijkt alleen maar toe te nemen en de zorgwet-geving sluit simpelweg steeds minder goed aan bij de dagelijkse praktijk.Hoe ziet de Minister dit voor zich en welke mogelijkheden ziet zij om hetsysteem te versimpelen, zodat het toegankelijk blijft en beter aansluit opde dagelijkse praktijk van ouderen en zorgverleners?Voorzitter. Als we het dan toch al hebben over de dagelijkse praktijk: ditkabinet zegt vol in te willen zetten op preventie. Toch zien we al jaren eenzorgwekkende stijging van het aantal soa’s in Nederland, met name ookonder ouderen. Tegelijkertijd zien we dat het condoomgebruik afneemt, derisico’s van soa’s onderschat worden en zorgverleners ook steedsterughoudender zijn om met ouderen te spreken over seksuelegezondheid. Herkent de Minister dit en hoe wil zij werken aan beterebewustwording en voorlichting? Dit geldt niet alleen voor de ouderen zelf,maar ook voor zorgprofessionals, zodat zij beter weten hoe zij het gesprekaan kunnen gaan en dat ook durven.Voorzitter. Ten slotte zou ik graag willen afsluiten met een hartenkreet.Niets doen is geen optie, maar plat bezuinigen zonder visie is dat ook niet.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn wij gekomen bij de volgende spreker. Dat is mevrouwSynhaeve namens D66.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18718 Mevrouw Synhaeve (D66):Dank u wel, voorzitter. Dit is een belangrijk moment, want we hebben ditjaar voor het eerst meer 65-plussers dan 20-minners, en het aandeelouderen zal de komende jaren alleen maar toenemen. Dat biedt fantas-tische kansen, want heel veel ouderen staan midden in het leven, zijnactief, zelfstandig en dragen op heel veel verschillende manieren bij aanonze samenleving. Maar het betekent ook dat we onze samenlevingdaarop moeten inrichten. Dat vraagt om een aantal grote keuzes op hetterrein van wonen, ontmoeten, gezondheid.Ten eerste wonen. We moeten voldoende woningen hebben voor ouderenen daar moeten we heel wat grotere stappen in zetten dan we deafgelopen jaren hebben laten zien. Ik zie in de voortgangsrapportageouderenhuisvesting van 2025, dus van het vorige kabinet, dat ongeveer dehelft van de opgave aan geclusterde en zorggeschikte woningen gedekt isdoor de plannen van het toenmalige kabinet. Dat is te weinig. Mijn vraagaan dit kabinet is wat ervoor nodig is om hierin echt een doorbraak tekrijgen en op te schalen naar 100%. Welke stappen heeft dit kabinet daaral in gezet?Dan een ander punt. Dit kabinet heeft 120 miljoen vrijgemaakt om meerouderenwoningen te realiseren: 80 miljoen voor meer zorggeschiktewoningen, dus voor ouderen met een zwaardere zorgvraag, en 40 miljoenvoor meer ontmoetingsruimtes. Volgens mij is dit juist een fase waarinwoningcorporaties en zorgaanbieders deze subsidie kunnen aanvragen.Kan de Minister aangeven wat de reacties hierop zijn en of zij verwachtdat dit bedrag volledig uitgeput zal worden? Dat hopen we natuurlijk wel.Ten tweede: ontmoeten. Het gaat natuurlijk niet alleen om de vraag of jeeen woning hebt en of die woning goed en passend is, maar ook om devraag wie er verder om je heen woont. Die samenleving hebben we opheel veel plekken heel verkokerd georganiseerd: jonge mensen bij elkaar,oudere mensen bij elkaar, jonge gezinnen bij elkaar. Terwijl we weten datwe, als we willen bouwen aan zorgzame buurten, juist gemixte groepennodig hebben.Ik was afgelopen maandag heel blij met het voorstel van collega Tijmstra,die aangaf: we zien dat in de verpleeghuizen veel bedden vrijstaan;zouden we kunnen kijken of die vrijstaande bedden gebruikt kunnenworden om tijdelijk opvang te bieden aan ouderen, om mantelzorgers teondersteunen? Dat lijkt mij uitstekend. Maar ik zou de Minister ook willenvragen of we kunnen kijken of daar misschien ook studenten tijdelijkgehuisvest kunnen worden. Dan krijgen we namelijk ook een soort vanvariant op de Lang Leven Thuisflats en we weten dat dat heel positieveresultaten heeft. De vraag is dus: zou de Minister dat mee kunnen nemenin het uitzoeken?Ten derde: gezondheid. Twee weken geleden was de NationaleBeweegweek voor Ouderen, met activiteiten op meer dan 1.000 locaties inNederland. Ik deed zelf mee aan Walking Basketball in Nijmegen. Hetbleek overigens dat ik daar niet heel veel talent voor heb, maar dit soortinitiatieven zijn fantastisch, omdat het helemaal niet gaat over de vraag ofik wel of niet goed ben in basketbal. Het gaat erom dat je elkaar ontmoet;het gaat om de koffie voordat je gaat bewegen met elkaar en om hetdrankje achteraf. Het gaat om de vraag: hé, deze persoon is nu al tweeweken niet aanwezig; zal ik toch nog even langsgaan om te kijken of hetgoed gaat?Ik begon mijn bijdrage heel positief, met al die ouderen die midden in hetleven staan. Maar we moeten ook niet de ogen sluiten voor deeenzaamheid onder veel groepen in de samenleving en dus ook onderouderen. Eenzaamheid is geen ziekte, maar is wel heel erg ziekmakend.We weten dat als mensen eenzaam zijn, hun zorgkosten met 40% tot 50%kunnen stijgen. Juist het soort initiatieven als waar ik langs ben geweest,zijn goud waard. En zo zijn er veel meer. OldStars in de Wijk, De DerdeHelft: we weten dat deze initiatieven werken. Mijn vraag aan de Minister isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18719 dan ook: wat doet zij om die initiatieven een extra zetje te geven en hoerelateert zij dat tot de 200 miljoen jaarlijks in het gemeenschapsfonds?Voorzitter. Ik denk dat het juist dit soort initiatieven zijn waarmee we debeweging van zorg naar gezondheid maken, de beweging van genezennaar voorkomen, en dat is precies wat we graag willen.Dank u wel.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Elkaar ontmoeten kan inderdaad in de Lang Leven Thuisflats, in deThuisplusflats, in het Zorgbuurthuis. Maar een van de grootste punten dieal aangegeven zijn, is inderdaad de bekostiging. Ik begon afgelopenmaandag met een spannend voorstel. Laten we nou 5% van de Wmo, deWlz, de Zvw pakken om te zorgen dat dat soort initiatieven gaan bloeien.Laat ik heel simpel een rekensom maken. In het Zorgbuurthuis in Oss zijntwee verzorgenden. Daarvan zegt Interzorg voor drie ton een heel jaarlang al deze vijftien mensen de nodige zorg te kunnen geven en ontmoe-tingsruimte te kunnen bieden. Dat kan niet binnen het systeem, want hetpast niet. Een deel valt onder de Wmo, een deel misschien onder de Wlz,een deel is zorgverzekering, dus moeten ze vijftien keer een modulairpakket thuis, vijftien keer dit, vijftien keer dat. Kortom, het is vele malenduurder. Dat is die bezuiniging waar volgens mij GroenLinks-PvdA hetover had. Hoe zorgt D66 dat we dit nu eindelijk eens doorbreken: nietzeggen «het past niet binnen het systeem», maar «we gaan doen watnodig is»?Mevrouw Synhaeve (D66):Doen wat nodig is, is volgens mij precies wat we willen. Als we die slagwillen maken omdat de samenleving zo aan het veranderen is –nogmaals: dat biedt volgens mij echt mooie kansen – dan moeten wedatgene wat in de samenleving ontstaat, vooral heel erg helpen. Wemoeten het niet zelf willen gaan bedenken. Ik deel volledig de conclusiedat de manier waarop we nu de bekostiging hebben ingericht, niet per sehelpt om die beweging te maken. Ik kijk dus graag met u mee hoe we diebeweging van zorg naar gezondheid kunnen maken maar ook hoe we datterugzien in de manier waarop we het financieren.De voorzitter:Dan hebben we mevrouw Maeijer, nog twee interrupties.Mevrouw Maeijer (PVV):Ik heb een vraag over het invullen van de lege plekken in de verpleeg-huizen, want ik hoor mevrouw Synhaeve zeggen: er is leegstand opsommige plekken en die zouden we mogelijk kunnen invullen door daarlogeerzorg te laten plaatsvinden of studenten te laten wonen. Nu puzzeltme dat toch een beetje, want voor zover ik weet, hebben we ook nogsteeds een wachtlijst van zo’n 18.000 ouderen die wachten op zo’n plek. Erloopt op dit moment ook een onderzoek naar hoe het kan dat er inbepaalde verpleeghuizen leegstand is, terwijl er bij andere verpleeghuizenjuist een wachtlijst is. Heeft dat met voorkeuren te maken of heeft hetandere oorzaken? Is dit niet enigszins op de troepen vooruitlopen, op hetgevaar af dat we die plekken straks «kwijt zijn» – ik zeg dat tussenaanhalingstekens – en ook gelet op de golf van vergrijzing die er nog aankomt en deze plekken juist tot een noodzaak maakt?Mevrouw Synhaeve (D66):Ik denk dat vooruit durven denken niet betekent dat je op de troepenvooruitloopt. Maar het spreekt natuurlijk voor zich dat we goed moetenkijken of die plekken ook echt beschikbaar zijn, wie er op de wachtlijststaat en of die leegstaande bedden voor deze mensen ook een optiezouden kunnen zijn. Als de conclusie is dat dat niet zo is en dat we dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18720 ruimte wel degelijk hebben, dan lijkt het mij heel mooi om daarinverschillende alternatieven te verkennen; dat was ook mijn verzoek aanhet kabinet. Voor de volledigheid: dat initiatief komt vanuit het CDA endaar horen dus ook de credits ervoor heen te gaan.De voorzitter:Dan vraag ik mevrouw Synhaeve om door te gaan met haar betoog. Uwas klaar? Dan komen we bij de volgende spreker vanuit de Kamer, deheer Diederik van Dijk namens de SGP.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank u wel, voorzitter. Ik spreek graag mede namens de ChristenUnie.Waar gaat dit debat over? Soms is het goed om daar even expliciet bij stilte staan. Volgens de debatomschrijving hebben we het vandaag overouderenzorg. Tussen haakjes staat erachter: inclusief ouderenhuisvesting.Als het ligt aan de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving – «RVS» zalik vervolgens zeggen – dan zou de Kamer er goed aan doen om nog veelmeer onderwerpen tussen die haakjes toe te voegen. De RVS mistnamelijk een brede benadering van de impact van veroudering op desamenleving. We zouden het dus vandaag niet alleen moeten hebbenover zorg en wonen, maar ook over thema’s als sociale samenhang,leefomgeving, publieke basisvoorzieningen, participatie en arbeidsmarkt.De RVS noemt in zijn advies het rimpeleffect, bijvoorbeeld het beleid omouderen langer zelfstandig thuis te laten wonen. Dit draagt bij aanfinanciële houdbaarheid en sluit aan bij de behoefte van senioren.Tegelijkertijd signaleert de RVS dat de inzet ontbreekt om voorzieningen inde wijk overeind te houden die thuis blijven wonen aantrekkelijk maken.Overal zie je bijvoorbeeld banken, buurthuizen en bibliotheken de deurensluiten. Je zou kunnen zeggen: het verdwijnen van voorzieningen leidt tothet verkwijnen van ouderen. Hoe reflecteert de Minister hierop? Erkent zijdat het nodig is om breder te kijken naar de impact van vergrijzing? Hoepakt het kabinet dit op?Voorzitter. Concreet: het kabinet werkt aan zorgzame woongemeen-schappen. Heel goed. De financiering van zorgzame buurten schiet alleentekort. Bij de begrotingsbehandeling vroeg de SGP hier al aandacht voor.Toen was het antwoord: we zijn in gesprek met de veldpartijen. Inmiddelsgeeft een brede coalitie van zorgaanbieders, woningbouwcorporaties engemeenten aan dat er structureel 100 miljoen nodig is. Is de Ministerbereid om dat beschikbaar te stellen? De Minister van VRO heeft hierinnatuurlijk ook een belangrijke verantwoordelijkheid. Heel fijn dat ook zij bijdit debat aanwezig is. Hoe zorgt de Minister ervoor dat woongemeen-schappen voor iedereen toegankelijk zijn en niet alleen voor senioren metheel veel eigen vermogen?Een onderliggend probleem kwam in interrupties ook al naar voren: geldvoor een langetermijnbeweging zoals die naar zorgzame buurten, wordtaltijd via tijdelijke potjes beschikbaar gesteld. De zorgakkoorden, IZA,AZWA, GALA, HLO, WOZO, enveloppen en de speciale uitkeringen SPUK’sdie daaruit voortvloeien – goed voor de afkortingenbingo; ik weet niet ofze die hebben in dergelijke tehuizen, maar het zou wel goed passen –hebben een beperkte looptijd en werken op een bepaalde manier als eenkeurslijf. We zien dat ze geen stabiele basis bieden voor zorgaanbiedersen gemeenten om langjarige afspraken te maken. Er komen te weinigpassende woningen van de grond, letterlijk. Het is niet verwonderlijk datde effectiviteit van de hele trits aan zorgakkoorden beperkt is. DeAlgemene Rekenkamer wees hier bij Verantwoordingsdag op en al in 2021kraakte de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving kritische notenover bestuurlijke akkoorden. Kan de Minister aangeven hoe de beperktelooptijd van de diverse akkoorden zich verhoudt tot de wens van hetkabinet om langjarige veranderingen door te voeren in de ouderenzorg?Zou het niet verstandiger zijn om meer te werken met heldere beleids-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18721 doelen op de lange termijn, gekoppeld aan structurele financiering? Kande Minister aangeven welke ruimte gemeenten hebben om budgettenvanuit de diverse akkoorden flexibel in te kunnen zetten tussen verschil-lende jaren en thema’s?Voorzitter. Dementie wordt de komende jaren doodsoorzaak nummer éénen de aandoening met de hoogste maatschappelijke kosten. Hoe bereidthet kabinet de samenleving voor op wat dit van ons allemaal vraagt? DeGezondheidsraad adviseert om bestaande maatregelen ter preventie vandementie en andere chronische aandoeningen, zoals hart- en vaatziekten,te versterken en te verbreden. Gaat de Minister hiermee aan de slag,specifiek met het voorkomen en behandelen van hoge bloeddruk?Voorzitter. De Minister werkt aan een toekomstagenda palliatieve zorg.Mijn VVD-collega had het hier net ook over. Het Guptarapport signaleerteen aantal knelpunten en stelt een ingrijpende centralisatie, uniformeringen herschikking van het palliatieve zorglandschap voor. Wat gaat deMinister met dit advies doen? De SGP hoopt niet dat de Minister ditklakkeloos overneemt, want juist hospices zijn veelal stevig lokaal enregionaal geworteld en ingebed in de samenleving. Laten we er alsjeblieftvoor waken om hier via de tekentafel een streep doorheen te zetten.Nog één puntje, als ik nog de ruimte heb, voorzitter. Dat betreft het puntvan de keuzevrijheid in de zorg. We zien dat er bij de wijkverpleging inwijken, in gemeenten, vaak gekozen wordt voor een beperkt aantalgrotere zorgaanbieders, en dat begrijp ik vanuit het oogpunt vanefficiency. Dat beperkt echter wel direct de mogelijkheden voor identiteits-gebonden zorg, wat natuurlijk vaak kleinere aanbieders zijn. Hoereflecteert de Minister hierop? Hoe zorgen wij dat ook op dit punt dekeuzevrijheid in de zorg overeind blijft?Dank u, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Meneer Van Dijk, u was over uw spreektijd heen, maar u kentmij: af en toe mag dat. Dat geldt ook voor andere Kamerleden. MevrouwTijmstra.Mevrouw Tijmstra (CDA):Dank u wel, voorzitter. De toekomst van de ouderenzorg is niet alleen eenzorgvraagstuk, maar vooral een samenlevingsvraagstuk. We maken debeweging van «zorgen voor» naar «samenleven met», een beweging dieal gaande is in de ouderenzorg en die het CDA van harte ondersteunt. Alswe meer van de samenleving vragen, moeten we mensen daar ook toe instaat stellen. Mijn inbreng van vandaag gaat over de randvoorwaardendie daarvoor nodig zijn: investeren in gemeenschappen, passendehuisvesting en ondersteuning van mantelzorgers.Ik begin met het eerste punt: investeren in gemeenschappen. Zorgzamegemeenschappen zijn belangrijk voor alle ouderen. Met of zonderlichamelijke beperking of dementie, meedoen aan en onderdeel blijvenvan de samenleving zijn ongelofelijk belangrijk. Gemeenschapszinontstaat niet altijd vanzelf. Soms is daar een zetje voor nodig om mensenbij elkaar te brengen die elkaar nog niet kenden. Op dat gebied zijn er alheel veel mooie initiatieven. Denk aan de voorzorgcirkels die door hetwelzijnswerk worden opgezet of aan samenwoonconcepten, zoals de LangLeven Thuisflats. We hebben daar in dit debat al veel over mogen horen.Ook zien we dat er tal van regelingen, akkoorden en programma’s lopendie allemaal een incidenteel karakter hebben. Het CDA vindt dat we erovermoeten gaan nadenken hoe we succesvolle initiatieven structureel kunnenborgen, omdat we daarmee het vertrouwen geven aan welzijns- enzorgorganisaties om langdurige samenwerkingen op te bouwen. Voorechte transitie is een structurele verschuiving nodig van zorg naar welzijn.Mijn vraag is: hoe kijkt de Minister hiernaar? De Wet DOS, die dit jaar inwerking is getreden, kan een belangrijke stap zijn. Het is goed datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18722 zorgkantoren hiermee initiatieven binnen het sociaal domein medekunnen financieren. Tegelijkertijd hoor ik terug dat de aanvraag- enverantwoordingslasten buitenproportioneel zijn. Ook is de financieringvan de Wet DOS tot 2028 opgenomen in de begroting. Ik heb de volgendevragen aan de Minister. Hoe ziet het toekomstperspectief hiervan eruit?Kunnen aanvraag en verantwoording makkelijker gemaakt worden? Zietde Minister deze wet bijvoorbeeld als een route om Lang Leven Thuisflatsen voorzorgcirkels een structurele basis te geven?Dan kom ik bij mijn tweede punt, passende huisvesting. Ouderen wonenlanger thuis, maar de stap tussen zelfstandig wonen en het verpleeghuisblijft groot. Om dit te verbeteren zijn nieuwe woonzorgconcepten nodig,gecombineerd met sterke sociale voorzieningen en ontmoetingsplekken inde wijk. We zien gelukkig steeds meer woonvormen en verbinding met dewijk ontstaan, bijvoorbeeld De Amandelbloesem in Wormerveer of hetwoonzorgcentrum Humanitas in Deventer. Hier heb ik een aantal vragenover aan beide Ministers. Hoe zien zij de verdere opschaling van succes-volle woonvormen? Gaat het op dit moment snel genoeg, zodat we op tijdvoor het groeiende aantal ouderen een passend aanbod hebben gereali-seerd? Bovendien helpt het ook bij de doorstroming op de woningmarkt.Zijn wet- en regelgeving rond woningtoewijzing voldoende toegesnedenop het realiseren van dit soort wooninitiatieven of zijn hier nog aanpas-singen voor nodig? Het succes ervan hangt immers vaak sterk samen meteen goede, evenwichtige mix van bewoners.Mijn derde punt is de ondersteuning van mantelzorgers. Mantelzorgerszijn onmisbaar. Volgens de cijfers van het SCP is het aantal mantelzorgersgegroeid naar 5,5 miljoen. Tegelijkertijd groeit ook het aantal overbelastemantelzorgers. Daar moeten we wel goed naar blijven kijken. Het CDA wiloverbelasting voorkomen met betere ondersteuning en meer ruimte voormantelzorgwoningen. Omdat ook de Minister van Wonen vandaagaanwezig is, wil ik met name ingaan op die mantelzorgwoningen. Eenmantelzorgwoning maakt het namelijk mogelijk om zorg dichtbij teorganiseren en het daardoor langer vol te houden. Toch lopen mensen nuheel vaak vast in vergunningen, gemeentelijke procedures, fiscale regels,verzekeringen en gevolgen voor toeslagen. Ook ontbreekt het bij debetrokken partijen vaak aan voldoende kennis.Het vergunningsvrij plaatsen van zo’n woning onder de Wet versterkingregie volkshuisvesting is straks een goede stap, maar dat is maar een vande vele stappen die nodig zijn om echt een versnelling voor elkaar tekrijgen. Zouden we niet de mensen die zelf verantwoordelijkheid willennemen voor het zorgen voor elkaar, meer ruimte moeten geven vanuit dewoningbouwregels, is mijn vraag aan de Minister. We willen meerwoningen en we willen meer naar elkaar omzien, en dat komt hier volgensmij heel goed samen.Tot zover mijn eerste termijn.De voorzitter:Mevrouw Dobbe, u heeft nog één interruptie.Mevrouw Dobbe (SP):Ja. Dank aan mevrouw Tijmstra voor haar betoog. Ik zou graag een vraagwillen stellen over palliatieve zorg, omdat ik weet dat het CDA die ookheel belangrijk vindt, net als eigenlijk iedereen hier. Het is een helekwetsbare vorm van zorg. Deze mensen hebben niet lang de tijd; daaromis het palliatieve zorg. Het gaat over echt de laatste fase van het leven. Dieis niet alleen belangrijk voor de mensen zelf, maar ook voor hunomgeving. Het is belangrijk dat mensen dan niet worden geconfronteerdmet dingen die onnodig niet goed gaan, zoals bureaucratie of vertragingbij een zorgaanvraag. Ik maak me wel een beetje zorgen. Ik weet dat wijvan mening verschillen over de bezuinigingen et cetera, maar ik maak mewel een beetje zorgen over de gevolgen die dit kan hebben voor deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18723 palliatieve zorg. Als daar wat misgaat, kun je het namelijk niet meerherstellen. Ik vroeg mij af of het CDA scherp heeft of er gevolgen kunnenzijn voor de palliatieve zorg als we bezuinigen op de ouderenzorg en dusook op instellingen die ook palliatieve zorg verlenen. Is het niet goed omdat heel goed in kaart te laten brengen, zodat de palliatieve zorg hier opgeen enkele manier de gevolgen van ondervindt?Mevrouw Tijmstra (CDA):Dat is een mooie vraag. Gezien de spreektijd die ik heb, is palliatieve zorgniet in mijn spreektekst teruggekomen, maar dat is natuurlijk ook een vande randvoorwaarden. Op het moment dat er veel meer ouderen komen,zullen er ook meer ouderen overlijden. Het is ongelofelijk belangrijk ommet name de allerlaatste levensfase goed door te kunnen brengen metelkaar, ook voor de ouderen zelf. Er lopen natuurlijk programma’s rondompalliatieve zorg. Die worden volgens mij ook verlengd. Er zijn een aantalpunten die het CDA daarin heel belangrijk vindt, zoals een goedespreiding over Nederland en ruimte voor vrijwilligers, dus geen onnodigebureaucratie waardoor zij het werk niet kunnen doen. Ook vinden wijgoede ondersteuning van vrijwilligers belangrijk, ook bij palliatieve zorgthuis. Wij zijn bij de schriftelijke inbreng best wel kritisch op het rapportgeweest, met name op het punt van de ruimte voor de samenleving diehiervoor gegeven moet worden. Dat zouden wij in ieder geval kritischwillen volgen, want het is een ongelofelijk belangrijk onderdeel van deouderenzorg.De voorzitter:Dan zijn we gekomen bij de volgende spreker. Ik check nog even,mevrouw Tijmstra, of u door uw spreektekst heen bent. Ja toch? Dan hebik het goed geïnterpreteerd. Dan is het woord aan mevrouw Coenradie,namens JA21. Uw tijd gaat in.Mevrouw Coenradie (JA21):Dank u wel, voorzitter. Ouderen vormen het fundament van onzesamenleving. Zij die ons land opgebouwd hebben, verdienen alleen aldaarvoor onze waardering en bescherming. Ik heb het vaker gezegd en ikzeg het vandaag opnieuw: de mate van beschaving van onze samenlevingvalt af te lezen aan de manier waarop wij met onze ouderen omgaan.Maar we moeten ouderen ook niet zien als zwakkeren en hulpbehoe-venden. Veel ouderen kunnen en willen nog gewoon meedoen en eenbijdrage leveren aan de samenleving. Maar voor hen die wél een steuntjein de rug nodig hebben, is goed en concreet beleid nodig voor onder-steuning en passende zorg.Als ouderen lang zelfstandig thuis kunnen wonen, willen zij dat vaak ook.Maar dan moet het wel verantwoord kunnen. Zorg, ontmoeting enondersteuning moeten dichtbij zijn, op een plek in de buurt waar menlaagdrempelig terechtkan, samen kan eten of mee kan doen aan activi-teiten. Dat maakt het verschil tussen zelfstandig wonen en je oude dagslijten in eenzaamheid.Een prachtig voorbeeld hiervan zijn de Thuisplusflats, een Rotterdamswoonzorgconcept waarbij zelfstandig wonen wordt gecombineerd metmogelijke zorg dichtbij. Ook het sociale aspect is daar goed vertegen-woordigd. Ouderen kunnen samen eten, een potje bingo spelen ofbijvoorbeeld een les valpreventie krijgen. Precies dat sociale aspect ishierin zo belangrijk.Een ander mooi voorbeeld zijn de Knarrenhofjes: kleinschalig, met privacyen zelfstandigheid, maar ook met nabuurschap en omzien naar elkaar.Precies dat is waar veel ouderen behoefte aan hebben: eigen regie, maarook weer niet alles alleen doen. Mijn vraag is: wat gaat er nu concreet opkorte termijn gebeuren qua realisatie van nieuwe woonvormen zoalsThuisplusflats en Knarrenhofjes? Ook in dit regeerakkoord staat dat deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18724 bouw van nieuwe woonvormen voor ouderen wordt gestimuleerd en datzorgzame buurten centraal staan binnen de aanpak van eenzaamheid enzorg voor elkaar.Tijdens de begrotingsbehandeling van VWS gaf de Minister aan dat wordtverkend hoe woonvormen meer gestimuleerd kunnen worden. Wat JA21betreft is de tijd van onderzoeken echt voorbij. Wij hebben het hier nietover een nieuw probleem dat gisteren is ontstaan. Er zijn concretevoorbeelden uit de praktijk die snel kunnen worden ingevoerd. Bovendienvraagt de sector om circa 100 miljoen euro per jaar voor zorgzamegemeenschappen, niet eens als extra geld, maar als vaste financiering opde juiste plek. Is de Minister bereid deze structurele financiering vanaf debegroting 2027 te borgen en, zo ja, via welke route? Uit de eerste analysesblijkt dat bewoners van dit soort gemeenschappen maar liefst 25% mindervaak doorstromen naar een verpleeghuis. Dat is niet alleen beter vooronze ouderen, maar ook voor de houdbaarheid van ons gehelezorgstelsel.Afgelopen maandag heb ik bij de Voorjaarsnota al gesproken over IZA- enAZWA-afspraken die maar niet worden ingevuld en nagekomen. Nu zal ikdat weer doen. Daar komt zelfs nog een extra akkoord bij, te weten hetHoofdlijnenakkoord Ouderenzorg. In deze akkoorden staan afspraken overpersoneel, zorg dichterbij mensen, preventie, mensen helpen om zo langmogelijk zelfstandig te blijven en minder administratieve lasten. Dat isallemaal bedoeld om zwaardere zorg te voorkomen of uit te stellen.Maar plannen die er in Excel leuk uitzien, helpen nog geen enkele oudere.Uiteindelijk moeten de partijen die aan tafel zitten ook daadwerkelijk stukvoor stuk leveren en hun gemaakte afspraken nakomen. Daarom vraag ikde Minister wederom: welke afspraken zijn inmiddels concreet uitge-voerd? Wie loopt er achter, met welke afspraken? Welke doorzettings-macht heeft de Minister als partijen maar blijven praten en tegelijkertijdniet leveren?Zoals het werkveld het zelf pijnlijk maar o zo treffend samenvat: wewerken aan de zorg van morgen in een systeem van gister. Het is daaromnu aan de Minister om snel concrete resultaten te leveren, want de tijdvan overleggen is voorbij. JA21 zal haar daarop beoordelen.Dank, voorzitter.De voorzitter:Mevrouw Coenradie, dank u zeer. Een interruptie van mevrouw Tijmstra.Mevrouw Tijmstra (CDA):Ik hoor mevrouw Coenradie spreken over 100 miljoen voor zorgzamebuurten en wijken. Dat gaat dan niet om extra geld, maar om een anderebesteding van gelden. Betekent dit dan dat JA21 bereid is om de uitgavenvoor de Wlz met bijvoorbeeld 100 miljoen te verlagen en dat geld anderste besteden, omdat dat ervoor zorgt dat we dan minder zorguitgavenhebben?Mevrouw Coenradie (JA21):Het is geen geheim dat wij vanuit JA21 gewoon überhaupt willen zien water gaat gebeuren binnen de zorg. De zorg is breder dan alleen deouderenzorg; dat realiseren we ons. Maar het is ook geen geheim dat wehéél kritisch zijn op de beoogde bezuiniging. Als het gaat om deouderenzorg hebben we daar echt ontzettend grote moeite mee. Als weaan de ene kant zeggen dat we willen dat mensen langer thuis blijvenwonen – dat kan en mensen willen dat ook heel graag – dan zal je tochook moeten zeggen: daar horen de juiste voorzieningen bij? We sprekenouderenfondsen die zeggen: mensen willen het wel, maar zorg dan ookdat het goed en mooi geregeld is. Als we dat en alle enquêtes moetengeloven, hebben we daar wel stappen in te zetten. Waar moet het geldvandaan komen? Dat is een puzzel die gelegd moet worden. We kijken dusTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18725 ook naar dit kabinet: waar gaat dit vandaan komen? Heel eerlijk gezegddenk ik dat dat prima te regelen is, als je maar wil.De voorzitter:Dank u zeer. De volgende spreker van de zijde van de Kamer is mevrouwTen Hove namens Groep Markuszower. Uw tijd gaat in.Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Voorzitter, dank u wel. Het is vandaag opa- en omadag: een mooie dag omte spreken over onze ouderenzorg. Maar daarbij moet mij echt van hethart dat de voorgenomen pijnlijke bezuinigingen op de ouderenzorg inschril contrast staan met de vele miljarden die blijkbaar onbeperkt enzonder limiet uitgegeven kunnen worden aan de asielinstroom en deontwikkelingshulp. Onze ouderen huilen letterlijk om het eten dat zevoorgeschoteld krijgen, terwijl asielzoekers dagelijks getrakteerd wordenop een lopend buffetje. Terwijl er duizenden opvangplekken gerealiseerdworden voor nieuwkomers, komt de bouw van ouderenwoningen,geclusterde voorzieningen en woningen waar gemakkelijk zorg thuisgegeven kan worden, maar moeizaam van de grond. Wekelijks belandener verwaarloosde ouderen in het ziekenhuis, onderkoeld of soms in huneigen ontlasting. Nu al! Daar komen de nodige bezuinigingen nogbovenop. Nu al liggen ouderen onnodig lang in dure ziekenhuisbedden.Nu al groeit het aantal ouderen die na het ziekenhuis niet naar huiskunnen en direct naar het verpleeghuis moeten. Wij houden ons hart vastvoor hoe het straks na de geplande bezuinigingen zal gaan.Wat die bezuinigingen betreft: mijn fractie is tegen de eigen bijdrage in dewijkverpleging. Dit zorgt voor uitgestelde en uiteindelijk duurdere zorg.Onlangs stelde Buurtzorg Nederland-bestuurder Jos de Blok dat 25%bespaard zou kunnen worden op de wijkverpleging zonder dat dit tenkoste gaat van de kwaliteit van zorg. Dat is een bedrag van bijna 1 miljardeuro. Is de Minister bereid om mee te gaan in de zienswijze van Jos deBlok, zodat de eigen bijdrage in de wijkverpleging, structureel 225 miljoen,van tafel kan en, zo niet, waarom niet? Hoe gaat deze eigen bijdrage erstraks uitzien?Voorzitter. De Minister schrijft in haar brief van 4 juni dat de vraag naarprofessionele intramurale zorg daalt en dat zij dit al enigszins terugziet inde vraag naar verpleeghuisplekken. Zij schrijft dat er daardoor minderzorgverleners nodig zijn. Kan zij dit nader toelichten? Waaruit blijkt dit?Deze Minister zet vol in op mantelzorg, ondanks vele rapporten die latenzien dat de samenleving nu al hypernerveus is. Wij vinden dit onhoudbaaren naïef. Het aantal mantelzorgers die mantelzorg als zware belastingervaren, is in tien jaar verdubbeld. We kunnen al die mantelzorgers nietmissen op de arbeidsmarkt, maar toch zet het kabinet-Jetten hier vol opin. Hoeveel kan je van mantelzorgers en werkgevers vragen? Graag eenreactie op dit punt.Voorzitter. De bouw van ouderenwoningen blijft flink achter bij detoenemende vraag. Vooral met de zorgwoningen en geclusterdewoningen schiet het niet op, terwijl er wel veel behoefte is aan dezezogenaamde levensloopbestendige woningen. De ouderen van tegen-woordig zitten namelijk niet te wachten op het oude verpleeghuis, maarwillen nieuwe vormen van geclusterde woningen. Het doel van dezeMinister is dat er tot 2030 290.000 geschikte en levensloopbestendigewoningen voor ouderen gebouwd of omgebouwd worden. 2030 is al overdrieënhalf jaar. Tijdens het debat over de woningbouwopgave inNederland gaf de Minister van VRO aan voor de zomer met een brief tekomen die meer duidelijkheid schept over de bouw van ouderenhuis-vesting. Worden hierin ook een duidelijke planning en de voortgang vande bouw meegenomen? Zorgverzekeraars en zorgkantoren geven aan noggeen idee van de planning te hebben, terwijl dit essentieel is voor tijdigeinkoop en het vervullen van hun zorgplicht. Hoe zorgt het kabinet voorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18726 een betere samenwerking hierin? Dat is essentieel om te voorkomen datouderen alsnog in dure intramurale zorg belanden.Veel kwetsbare ouderen wonen nog zelfstandig thuis, maar juist op dezorg en ondersteuning thuis wordt bezuinigd. Hoe rijmt de Minister dit?Generatiewoningen maken mantelzorgen vele malen makkelijker. Dieverminderen eenzaamheid en maken de opvang van kinderen bijvoor-beeld gemakkelijker. Worden deze woningen specifiek meegenomen in debouwplannen voor ouderen?Tot slot. Ik begon mijn inbreng met de bezuinigingen op de ouderenzorgen daar wil ik ook mee eindigen. Miljarden worden lukraak uitgegeven aannieuwkomers, mensen die niets betekend hebben voor dit land, en voormiljarden wordt er lukraak gesneden in de zorg voor onze ouderen, terwijlzij ons mooie land hebben opgebouwd. Het is schandalig. Daar zijn nietalleen de ouderen de dupe van, maar de gehele Nederlandsemaatschappij.Dank u wel.De heer El Abassi (DENK):Ik heb geprobeerd me in te houden, maar team Markuszower gaat tochdoor. Ik wil toch de vraag stellen, want Groep Markuszower lijkt hier tesuggereren – dan heb ik het nog zacht geformuleerd – dat de schuld vande vergrijzing ligt bij asielzoekers, bij nieuwkomers. Ik zou GroepMarkuszower willen vragen wat het oplost voor de zorg als er eenasielzoeker minder is. Wat doet dat bijvoorbeeld met het aantal extraverpleegkundigen? Wat doet dat voor het ontlasten van mantelzorgers?Wat doet dat met de wachtlijsten? Wat schieten we ermee op? Hoe kun je,zelfs bij dit onderwerp, de nieuwkomers en de asielzoekers de schuldgeven van ons vergrijzingsprobleem?Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Nou, ik geef niet zozeer de asielzoekers de schuld; ik geef het kabinet deschuld van de keuzes die we maken over de verdeling van het geld. Wekunnen elke euro maar één keer uitgeven. Daar zit mijn pijn.De heer El Abassi (DENK):Volgens mij heeft ze mijn vraag niet goed gehoord. We hebben te weinigverpleegkundigen. We hebben mantelzorgers die overbelast zijn, omdatwe te weinig verpleegkundigen en zorginstellingen hebben. We hebbenenorme wachtlijsten. Die worden niet minder. Er komen geen verpleeg-kundigen bij op het moment dat we asielzoekers het land uit sturen. Demantelzorgers worden daarmee niet ontlast. De wachtlijsten worden nietkorter. Ik ben oprecht op zoek naar hoe je hierbij komt, in dit debat.Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Ik vind het een hele mooie vraag van de heer El Abassi. Als u goed naarmijn betoog heeft geluisterd, dan heeft u gehoord dat ik het had over degeclusterde woningen, de generatiewoningen. Daarmee kunnen we dewachtlijsten een heel eind opschuiven. Die zullen dan echt korter worden.Dan kunnen we het personeel beter verdelen. Ik kom uit de zorg. Ik benverpleegkundige van beroep, op de ambulance. Alle nieuwkomersdrukken zeker op de wachtlijsten. Misschien moet de heer El Abassi eenkeer een witte jas aandoen en een dagje meegaan. Dan kan hij het zelfzien.De voorzitter:De heer El Abassi, tot slot.De heer El Abassi (DENK):Ik heb genoeg mensen uit de zorg om mij heen die wel deskundig zijn. Diezitten overigens met dezelfde vraagtekens. Die heb ik voldoendeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18727 gesproken. Maar ik hoor nog steeds geen antwoord op mijn vraag. Ik kanniet anders dan concluderen dat uit de woorden van Groep Markuszowerhier echt niet blijkt waarom we enorme wachtlijsten hebben, waarom onsaantal verpleegkundigen zal toenemen als we alle asielzoekers wegsturen,waarom onze mantelzorgers dan ontlast worden. Dat blijkt nergens uit, uitniks. Ik zie helemaal niks, nada. Ik zie alleen weer een groep die zich wilafzetten tegen een bepaalde doelgroep. Dat is wat Groep Markuszowerconstant doet. Daar moeten ze mee ophouden.Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Daar wil ik nog even op reageren, want ik heb helemaal niet gezegd datwe iedereen moeten wegsturen, absoluut niet. Ik vind dat we iets moetendoen aan de instroom. Dat is heel iets anders. Ik wil er geen asieldebatvan maken. Het is naïef, naïef, om te ontkennen dat het bijdraagt aan dedruk op de zorg.De voorzitter:Ik wil het voor nu even hierbij laten, want ik zie nog een interruptie.Mevrouw Tijmstra, of niet? U heeft nog maar één interruptie. U mag hetnog afmaken, meneer El Abassi. U heeft er vier, dus het is aan u.De heer El Abassi (DENK):Voorzitter, dank. Inderdaad is het goed om het eerst af te maken.Nogmaals, ik heb geen goede reden gehoord. Ik vind het naïef om tedenken dat Kamerleden in zo’n bullshitverhaal trappen – sorry dat ik diewoorden gebruik – laat staan de mensen thuis. We weten dondersgroepwaar Groep Markuszower mee bezig is. Dat is van alle zorgen inNederland, waaronder de zorgen over onze ouderen, de schuld geven aaneen bepaalde groep. Dat zie je in alle soorten debatten terug bij dezegroep. Daar heb ik moeite mee en daar spreek ik me tegen uit.De voorzitter:U heeft zich uitgesproken. Mevrouw Tijmstra, richting Groep Markus-zower.Mevrouw Tijmstra (CDA):Ik hoor mevrouw Ten Hove zeggen, even vrij vertaald, dat je tweebeleidsvelden aan elkaar koppelt en dat Groep Markuszower kiest vooreen andere besteding van het geld. Maar alle rapporten die over detoekomst van de zorg geschreven zijn, zoals het ibo en het Houdbaar-heidsonderzoek Wmo, zeggen: meer geld en meer personeel is niet meerde oplossing. Eigenlijk zeggen ook alle brancheorganisaties dat: we zullenhet met elkaar op een andere manier moeten organiseren. Hoe kijktmevrouw Ten Hove daartegen aan?Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Ik heb dat in mijn betoog echt wel aan durven geven. Neem de zienswijzevan bijvoorbeeld Jos de Blok over het anders organiseren van zorg. Wijkijken naar kwaliteit. Ik denk dat we meer naar kwaliteit van zorg moetenkijken en wat de uitkomst ervan is dan naar geld en cijfers. Vooral deeigen bijdrage in de wijkverpleging gaat leiden tot uitgestelde, dure zorg.Dat is volgens mij het tegenovergestelde van wat we allemaal willen.De voorzitter:U was aan het einde gekomen van uw betoog, mevrouw Ten Hove?Check. De volgende spreker van de zijde van de Kamer is mevrouwDobbe, namens de SP-fractie.Mevrouw Dobbe (SP):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18728 Dank u wel en met excuses, want ik moet kort nadat ik mijn inbreng doe,vertrekken naar een ander debat; dat had ik al eerder gemeld. We hebbenmaandag uitgebreid met elkaar gesproken over de zorg. Ik heb toen al eenheel aantal vragen gesteld, ook over de ouderenzorg. Ik wil nog een keerzeggen dat de zorg voor onze ouderen nooit ondergeschikt mag zijn aanfinanciële tabellen en boekhouden, met als doel de NAVO-norm vanTrump te betalen en de winsten van de wapenindustrie te financieren metgeld dat bedoeld is voor de zorg. Het moet altijd leidend zijn en blijven datouderen die zorg nodig hebben, die zorg ook kunnen krijgen. De kwaliteitmoet goed zijn en zorgverleners moeten hun werk goed en gezondkunnen doen. Dat principe staat door de hakbijlbezuinigingen van ditkabinet ernstig onder druk. De huishoudelijke zorg en de wijkverplegingmoeten eraan geloven. Extra middelen voor de ouderenzorg zijngeschrapt en ook in de langdurige zorg wordt de hakbijl gezet: eenbezuiniging van 990 miljoen. Hoe dan? Dit gaat echt niet!Hoe gaan we ervoor zorgen dat er meer zorgbuurthuizen komen inNederland? Hoe zorgen we voor plekken waar ouderen op eenmenswaardige manier oud kunnen worden in hun eigen buurt, in huneigen vertrouwde omgeving met een vaste zorgverlener en dus geenwisselende gezichten? Met vers eten en – heel belangrijk! – waar partnersniet gescheiden worden. Mensen die al tientallen jaren samen zijn, diesamen leven en samen in één bed slapen, moeten niet gedwongenworden om gescheiden te leven. Zij moeten samen kunnen blijven. Dat isheel belangrijk. Belangrijk is een zorgbuurthuis dat betaalbaar is vooriedereen. Daar moeten er echt meer van komen in Nederland. Wehoorden het hier al met andere voorbeelden: het bespaart ook nog geld.Het levert geld op. En het levert ook huizen op, want al die mensen die ineen zorgbuurthuis gaan wonen, laten een huis achter. Ik hoor graag deantwoorden van de Minister op alle vragen die ik maandag hierover hebgesteld.Vandaag wil ik extra aandacht vragen voor de palliatieve zorg. Volgensrecente cijfers verdubbelt het aantal 75-plussers tussen 2023 en 2040 van1,6 miljoen naar 3,2 miljoen. In 2050 overlijden naar verwachting ruim200.000 mensen per jaar. Ongeveer 80% van hen zal palliatieve zorg nodighebben. Het is hier al eerder gezegd: Gupta Strategists voorspelt15% groei van het aantal hospicebedden dat nodig is: 200 tot 450 extraplekken. Er is een goed plan nodig voor de palliatieve zorg. Mijn zorg isdat de bezuinigingen op de ouderenzorg ook de toegang en de beschik-baarheid van goede palliatieve zorg zullen raken. Welke gevolgen voor depalliatieve zorg hebben de bezuinigingen op de ouderenzorg van hetkabinet? Wat kan bijvoorbeeld een eigen bijdrage voor de wijkverplegingbetekenen voor de palliatieve zorg? Er zijn immers wijkverpleegkundigendie ook palliatieve zorg geven. Als de Minister dat niet weet, wil ze dat danuitzoeken voordat we de bezuinigingen doorvoeren? We willen namelijkniet dat de palliatieve zorg hier op een of andere manier onder lijdt. Ik wilook weten welke investeringen nodig zijn om ervoor te zorgen dat depalliatieve zorg er zal zijn, zonder wachtlijst, zonder gedoe, zondervertraging, voor de mensen die het nodig hebben.Anderhalf jaar geleden spraken wij met elkaar over de problemen in depalliatieve zorg. Toen bleek dat ouderen door budgetplafonds, opgelegddoor zorgverzekeraars, en zorginstellingen die palliatieve zorg leveren ineen instelling of thuis ... De zorgverzekeraars zaten dat in de weg met diebudgetplafonds. Er ligt een aangenomen motie van ons die verzoekt omdit uit te bannen. Ik vraag mij af of iedereen die dat wil nu thuis palliatievezorg kan krijgen en met goede zorg thuis kan sterven. Kunt u garanderendat het nooit voorkomt dat mensen niet terechtkunnen in een hospicewaar ze naartoe willen, terwijl er wel plek is, of dat dit door zorgverzeke-raars vertraging oploopt? Kan de Minister garanderen dat iedereendezelfde toegang heeft tot palliatieve zorg, ongeacht waar je verzekerdbent?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18729 Dank u wel.De voorzitter:Ik dank u zeer. Er is een vraag van mevrouw Synhaeve.Mevrouw Synhaeve (D66):De SP weet heel goed dat we de komende jaren meer geld gaan uitgevenaan de Wlz en de ouderenzorg. Er staan nu al tienduizenden vacaturesopen. De prognoses geven aan dat dat er binnen nu en een paar jaar meerdan 300.000 zijn. Ik weet wel wat er gebeurt als we nu geen keuzes maken.Het gaat om de kosten voor de mensen die de zorg het hardst nodighebben, want degenen met genoeg geld gaan het wel kunnen betalen. Ishet niet juist aan de SP, die aan onze zijde zou moeten staan, om tezeggen: we moeten nu hervormen, want anders gaat het ten koste van demensen die de zorg het allerhardst nodig hebben?Mevrouw Dobbe (SP):Als we zouden hervormen misschien wel, maar wat het kabinet nu doet isnatuurlijk geen hervorming. Het zijn gewoon keiharde bezuinigingen. Alsje kijkt naar de huishoudelijke zorg, is er geen sprake van een hervorming.Er wordt gewoon voor een groot deel wegbezuinigd. Dat kun je«hervorming» noemen. Gevolg daarvan is dat de mensen die het kunnenbetalen nog huishoudelijke zorg kunnen inkopen en de mensen die hetniet kunnen betalen niet. Dat zal precies het gevolg zijn van het beleid datD66 voorstaat. Over die personeelstekorten hebben we het maandag ookgehad met een collega van mevrouw Synhaeve. Waar is het plan van ditkabinet om de personeelstekorten op te lossen? Ik zie nul initiatievenvanuit dit kabinet om meer personeel te werven, om te zorgen dat er meerpersoneel komt voor de zorg. Wij hebben hier voorstellen gedaan om eenwervingscampagne te starten. Dat wil dit kabinet allemaal niet. Tegelij-kertijd worden er wel hele brokken uit de zorg weggehaald, met alsargumentatie dat we het dan voor de toekomst beschikbaar houden. Maaral die brokken zorg die er straks niet meer zijn, zoals de huishoudelijkezorg, zijn weg, ook in de toekomst.Mevrouw Synhaeve (D66):We maken natuurlijk juist keuzes om te zorgen dat de zorg wel degelijkbeschikbaar is in de toekomst. Dat noemen we hervormingen. Het zijnalleen niet de hervormingen waar de SP voor zou kiezen.Mevrouw Dobbe (SP):Nee, dat klopt. Bij hervormingen zou je namelijk kijken naar hoe we onsstelsel hebben ingericht, naar de vermarkting van de zorg, hoeveel geldnaar bureaucratie gaat, hoe we fraude kunnen bestrijden. Dan maak jedaar een plan voor, zeker voor de ouderenzorg. In de gemeenten zijn er zoveel zorgbedrijfjes met allemaal aanbestedingen, aanbestedingsspecia-listen en marktconsultaties. Daar gaat al dat zorggeld naartoe. Dat zal jemoeten hervormen, maar dat is niet wat D66 doet. Als D66 praat overhervormen, gaat het in de praktijk over het wegbezuinigen van dehuishoudelijke zorg. Dat is gewoon een keiharde bezuiniging. Noem hetdan dus ook zo.De voorzitter:Dan zijn we nu echt aan het einde gekomen van de inbreng van mevrouwDobbe, die nu een andere verplichting heeft. We gaan door naar devolgende spreker. Dat is mevrouw Maeijer namens de PVV. Uw tijd gaatin.Mevrouw Maeijer (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18730 Dank u wel, voorzitter. Het systeem piept en kraakt nu al. Toch vond hetkabinet het een goed moment om de rekening voor de bezuinigingsdriftop de zorg bij een hele kwetsbare groep neer te leggen, de ouderen, meteen nieuwe bezuiniging op de ouderenzorg, het afschaffen van dehuishoudelijke hulp, een eigen bijdrage in de wijkverpleging en hetwegbezuinigen van de envelop ouderenzorg. Wij houden ons hart vast.Het is niet dat er niet wordt gewaarschuwd. Velen, waaronder wijkver-pleegkundigen en casemanagers dementie, zijn bang dat mensen straksnog vaker zorg zullen mijden of uitstellen, met alle gevolgen van dien. Iknoem problemen die escaleren, naasten die nog meer belast worden,crisisopnames of versnelde verpleeghuisopnames. De Minister legt dewaarschuwingen naast zich neer en houdt vast aan haar plannen. Hebbenal die mensen dan ongelijk? Het is onverstandig en onverantwoord. Graageen reactie.Voorzitter. We worden allemaal ouder, en dat is natuurlijk mooi. Gelukkigzijn er veel ouderen die nog tot op hoge leeftijd vitaal zijn en die ook nogonmisbare rollen vervullen, zoals die van oppasopa en -oma, vrijwilligeren mantelzorger. Daarmee zijn zij van onschatbare waarde voor desamenleving. Hoe komt het kabinet tegemoet aan hun wens om middenin de samenleving te kunnen blijven staan?Voorzitter. Langer thuis wonen is een wens die veel ouderen delen, maardie niet altijd aansluit op de realiteit. Een hoop ouderen hebben eensteuntje in de rug nodig, zoals huishoudelijke hulp, wijkverpleging en hulpvan naasten. Wat zegt het kabinet tegen hen als de huishoudelijke hulpstraks uit de Wmo verdwijnt en als er een eigen bijdrage komt voor dewijkverpleging? Niet iedere oudere zal dat daarna zelf kunnen regelen ofbetalen. Moeten hun naasten die taken straks maar gaan overnemen? Veelmantelzorgers zijn nu al overbelast. Wat als ze die naasten niet hebben?Voor veel ouderen zal straks hulp wegvallen, met alle gevolgen van dien.Niet alleen de hulp verdwijnt, maar ook de mensen die achter de voordeurkomen en kunnen zien of er nog meer nodig was.Voorzitter. Nu al vallen een hoop mensen tussen wal en schip. Zij zijn tegoed voor het verpleeghuis, maar thuis gaat het eigenlijk ook niet meer.De envelop ouderenzorg is door dit kabinet wegbezuinigd, terwijl er noglang niet altijd passende alternatieven zijn. Wat doen deze Ministers voorhen? Hoeveel middelen zijn er specifiek voor deze doelgroep? Wanneerworden deze plekken gebouwd? Aedes schrijft dat de Stimuleringsre-geling zorggeschikte woningen in de praktijk niet stimuleert, omdat demeerkosten niet afdoende worden afgedekt. Herkent de Minister dit? Watgaat zij hieraan doen?Voor de meest kwetsbare ouderen is er het verpleeghuis. Er zijn wacht-lijsten, maar er is ook leegstand. Hoe verklaart de Minister dit? Hoe zorgtzij ervoor dat ouderen erop kunnen rekenen dat er, als het thuis echt nietmeer gaat, een plekje voor hen is waar zij, het liefst samen en met hunhuisdier, de laatste tijd kunnen doorbrengen?Voorzitter. De Minister zet daarnaast onder andere in – dat is essentieel –op het verminderen van de regeldruk, maximaal 20% van de tijd aanzinnige administratie besteden, het afschaffen van herindicaties binnen enbuiten de instelling, het versimpelen van de enorm complexe zorgwettenen een imagocampagne over ouder worden en de ouderenzorg, om ookde mooie kanten te laten zien en mensen misschien wel te inspireren omin de ouderenzorg te gaan werken. De PVV zou heel graag per punt horenwat de stand van zaken is. De Minister wil een bestuurlijk akkoord sluitenover de langdurige zorg, waaronder de ouderenzorg, met een ingeboektebezuiniging van een miljard. Welk deel hiervan slaat neer bij deouderenzorg en aan welke maatregelen denkt de Minister?Voorzitter. De verwachting is dat er in 2040 zo’n 500.000 mensen zijn metdementie. Het treft iedereen en de ziekte is keihard. Hoe gaat de Ministervroegdiagnostiek en de zorg voor mensen met dementie verbeteren? Hetcasemanagement dementie is cruciaal om mensen tijdig te begeleiden enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18731 overbelasting van mantelzorgers te voorkomen. Juist daarom is hetproblematisch dat deze ondersteuning in de praktijk niet altijd vanzelf-sprekend of tijdig beschikbaar is. De PVV krijgt signalen – mevrouw VanBrenk noemde ze volgens mij ook – dat het tarief binnen de wijkver-pleging voor de casemanagers niet afdoende is. Krijgt de Minister dezesignalen ook? Zo ja, wat gaat zij daaraan doen?Voorzitter, tot slot. Ook palliatieve zorg staat vandaag op de agenda. Het iseigenlijk gek dat dit een plaats krijgt bij het debat over ouderenzorg.Natuurlijk gaat het om ouderen, maar ook om de kinderen en mensen diemidden in het leven staan. Zij zijn terminaal ziek of leven nog jarenlangpalliatief. Palliatieve zorg is zorgbreed. Is dat ook de manier waarop deMinister palliatieve zorg een plek in het stelsel wil geven?Voorzitter. Ik las dat een op de drie ziekenhuizen deze week start met eenbewustwordingscampagne voor hun zorgverleners over proactievezorgplanning. Dat is namelijk nog niet standaard. Heeft de Minister dit ookop haar netvlies staan? Wat wil zij hieraan bijdragen? Mensen moeten indeze levensfase namelijk kunnen rekenen op rust, waardigheid en zorg diebij hen past.Dank u wel.De voorzitter:Dank u zeer. De volgende spreker van de zijde van de Kamer is de heer ElAbassi namens de DENK-fractie.De heer El Abassi (DENK):Voorzitter. Nederland vergrijst. Het aantal ouderen met dementie stijgt dekomende jaren sterk. Tegelijkertijd zien we dat mantelzorgers overbelastraken, ouderen langer thuis moeten wonen en veel mensen verdwalen ineen ingewikkeld stelsel van zorg, wonen en inkomen. Hierbij staat éénvraag centraal: kunnen ouderen in Nederland waardig oud worden,ongeacht hun achtergrond, inkomen of gezondheid?Voorzitter. Dementie raakt niet alleen degene die ziek wordt, maar ookpartners, kinderen en kleinkinderen. Daarom is het belangrijk dat mensenvroegtijdig ondersteuning krijgen. Casemanagement dementie speeltdaarin een cruciale rol. Tegelijkertijd zien we dat ouderen met eenmigratieachtergrond vaak later worden gediagnosticeerd en minder snelde juiste ondersteuning ontvangen. De regering erkent inmiddels datcultuursensitiviteit een belangrijke rol speelt en moet spelen in demen-tiezorg. Dat is een stap vooruit, maar erkenning is niet genoeg. Kan deMinister aangeven welke concrete maatregelen worden genomen omcultuursensitieve dementiezorg daadwerkelijk beschikbaar te maken? Hoewordt ervoor gezorgd dat zorgverleners beter worden toegerust omsignalen van dementie te herkennen bij ouderen met verschillendeculturele achtergronden?Voorzitter. Mantelzorgers vormen het fundament van onze ouderenzorg.Steeds vaker horen wij verhalen van mensen die minder gaan werken ofhun werk zelfs opgeven om voor een ouder of partner te zorgen. Er zijnmensen die geen logeeropvang kunnen vinden en mensen die vastlopenin regels en loketten. DENK vindt dat mantelzorgers niet alleen compli-menten verdienen, maar ook concrete ondersteuning. Hoe gaat deMinister ervoor zorgen dat respijtzorg en logeeropvang daadwerkelijkbeschikbaar worden? Hoe voorkomt de Minister dat mantelzorgersfinancieel of sociaal vastlopen door de zorgtaken die zij op zich nemen?Voorzitter. Dan ga ik naar het onderwerp discriminatie in de zorg. Neemouderen die zich niet gehoord voelen vanwege hun afkomst, taal ofreligieuze achtergrond, of families die ervaren dat hun wensen rondomzorg, voeding of het levenseinde onvoldoende worden begrepen. Of neemgeholpen worden door een ambulante zorgmedewerker met een wit jasjedie haar patiënt liever ziet vertrekken dan dat ze haar patiënt verzorgt. Kande Minister aangeven welke stappen worden gezet om discriminatie in deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18732 zorg tegen te gaan en cultuursensitieve zorg structureel onderdeel temaken van opleidingen, kwaliteitskaders en toezicht?Voorzitter. Ouderenbeleid gaat niet alleen over zorg, maar ook overbestaanszekerheid. Veel ouderen maken zich zorgen over hun inkomen ende betaalbaarheid van hun huur. De kostendelersnorm is zo’n voorbeeld.Ouderen die hun kinderen in huis nemen of juist door hun kinderenworden opgevangen, mogen niet financieel worden gestraft. Hoe gaat deMinister voorkomen dat ouderen bijvoorbeeld hun huurtoeslag verliezenbij het samenwonen? Hoe kijkt de Minister naar de gevolgen van dekostendelersnorm voor ouderen en hun families? Is ze bereid zich binnenhet kabinet sterk te maken voor het verder wegnemen van deze belem-mering? Hoe voorkomt de Minister dat ouderen uit angst voor degevolgen voor hun AOW afzien van samenwonen, bijvoorbeeld samen-wonen met familie of in geclusterde woonvormen?Voorzitter. Ouderen hebben ons land inderdaad opgebouwd. Ze verdienenmeer dan beleid dat vooral draait om tekorten, schaarste en zelfred-zaamheid. Ze verdienen waardigheid, passende zorg en bestaansze-kerheid.Dank u wel.Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Ik ben al door mijn interrupties heen, voorzitter, maar ik wil even een puntvan orde maken. Dat over de ambulanceverpleegkundige in een wit jasjedie de mensen liever het land uit zet, gaat natuurlijk over mij. Zo laat ik mehier niet wegzetten. Dat wil ik even helder gezegd hebben. Ik heb mensenverpleegd en verzorgd uit alle hoeken van de wereld, zelfs de taliban inAfghanistan. Dat heb ik met eer en geweten gedaan. Laat hier dus heldergezegd zijn dat ik me niet zo laat wegzetten. De olifant in de kamer moetgewoon eens benoemd worden zonder dat gelijk de discriminatiekaart optafel komt; daar heb ik echt mijn buik vol van.De voorzitter:U heeft uw punt gemaakt.De heer El Abassi (DENK):Voorzitter, het gaat over mij, dus daar ik wil op kunnen reageren.De voorzitter:Ja, maar niet helemaal, want het is gewoon een punt van orde.De heer El Abassi (DENK):Dat snap ik, voorzitter, maar ik wil het wel toelichten. Daar zal mevrouwTen Hove ook blij mee zijn. Zij is afgesplitst van een partij waar eenuitspraak als «meer of minder Marokkanen» werd gedaan, waar hunfractieleider overigens voor veroordeeld is en waar geen Kamerlid afstandvan neemt. En dan heb ik het maar over één uitspraak. Dan heb ik het nietover alle andere walgelijke, racistische uitspraken die van haar oude partijen nu ook van haar nieuwe partij komen. Voorzitter, ik hou het daarbij.De voorzitter:Oké, ik houd het hier ook bij. We gaan echt naar de volgende spreker,tevens de laatste spreker van de zijde van de Kamer. Dat is mevrouwKeijzer namens de Groep Keijzer. Uw tijd gaat in.Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):Dank u wel, voorzitter. Naar verwachting tellen we in 2040 zo’n 2,6 miljoen75-plussers. Die wonen vaak alleen. Hierdoor zijn er dus meer ouderenwo-ningen nodig. Toch krijgen we beleid alsof die toekomst nog ver weg is,alsof we tijd hebben, alsof goede bedoelingen en warme woordenvoldoende zijn om deze omvang te dragen. Deze groeiende groepTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18733 ouderen heeft behoefte aan passende woonvormen. Het gaat omkleinschalige woonvormen met woningen die geschikt zijn voor hetverlenen van zorg als dat nodig is, om woonvormen waarin ouderen nietvereenzamen, maar samen oud kunnen worden. Toch blijven we jaar in,jaar uit, ook met dit nieuwe kabinet weer, hangen in discussies overvormen, pilots en verkenningen.Voorzitter. Vorig jaar was er eindelijk een plan. Er was geld. Daar hebbenFleur Agema en ik voor gestreden. Er gingen honderden miljoenen naarde ontwikkeling van moderne verzorgingshuizen, zelfstandige apparte-menten, beschut en veilig, waar ruimte is voor ontmoeting en de zorgnabij is. Dat is precies de woonvorm die past bij ouderen die niet meerthuis kunnen of willen wonen, maar die ook nog niet thuishoren in eenverpleeghuis. Het is precies de woonvorm waar tienduizenden houders nual naartoe willen verhuizen, zo laat onderzoek zien. Tegen die achtergrondis het onbegrijpelijk wat dit kabinet heeft gedaan, namelijk de ouderenen-velop, waar dat geld in zat, schrappen. Zo’n 500 miljoen euro’s zijnverdwenen. Die zijn structureel verdwenen. Alsof dat nog niet genoeg is,wordt ook de subsidieregeling voor juist deze woonvormen stopgezet.Wat krijg je dan als excuus? «Er is geen geld.» Wat had je dan verwachtals je het schrapt?Voorzitter. Ondertussen presenteert dit kabinet met trots 40 miljoen voorontmoetingsruimten en 80 miljoen voor zorggeschikte woningen. Een leukInstagramfilmpje van Jan Paternotte van D66 laat duidelijk zien dat datnatuurlijk bij lange na niet het geld vervangt dat ervoor stond. Ik hoor dusgraag, van wie van de twee Ministers dan ook, hoeveel zorggeschiktenultredenwoningen of aangepaste woningen je voor die 120 miljoen kanbouwen. Haal je de 290.000 woningen die nodig zijn?Voorzitter. Alsof het niet al gênant genoeg is, zegt de Minister in eeninterview bijna trots dat er geen sprake is van een bezuiniging, maar vaneen besparing. Woorden veranderen niets aan de werkelijkheid. Als geldstructureel verdwijnt, dan is het gewoon een bezuiniging. De Minister zegtook nog dat ouderen niet zitten te wachten op een klassiek verzor-gingshuis. Dat ben ik met haar eens, maar dat is goochelen met woorden.De bedoeling was nou juist om moderne, op een verzorgingshuis lijkendecomplexen te realiseren. Ik hoor dus graag van de Minister hoe zij deunaniem aangenomen motie van mijn hand uit maart serieus gaat nemen.Er was een plan. Er was geld. Op lokaal niveau werd er al gerekend engetekend. Nu kan alles weer opnieuw. Tot welke vertraging leidt dit?Voorzitter, ik rond af. Dit kabinet gooit opnieuw het roer om en keert terugnaar de bekende modellenwerkelijkheid, niet omdat de noodzaak isverdwenen – het feit dat wij hier vandaag in zo groten getale zijn, geeft datalleen maar aan – en niet omdat de vraag is afgenomen: 2,6 miljoen75-plussers richting 2040. Waarom is dit gebeurd? Simpel: er was eldersgeld nodig. Dat patroon herkennen we inmiddels. Er is een gat in debegroting, dus ga je op zoek naar geld en schrap je opgaven die demaatschappij gewoon keihard nodig heeft, en dan vooral oplossingen inde ouderenzorg. Dat is misschien boekhoudkundig handig, maar noemhet dan ook gewoon wat het is, namelijk een politieke keuze, en verbloemhet niet met mooie en warme woorden.Voorzitter, ik dacht dat ik vier minuten had, maar ik blijk vijf minuten tehebben. Echt?De voorzitter:Dat klopt.Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):Ik bleef precies binnen de vier minuten. Het is echt geweldig. «Je moet jeeigen kietelen als je wil lachen», heet dat bij ons thuis. Ik wil deze laatsteseconden toch gebruiken om me aan te sluiten bij het pleidooi vanmevrouw Dobbe. Als een samenleving het niet meer voor elkaar krijgt datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18734 mensen waardig kunnen sterven, dan doen wij iets ongelofelijk fout. Haarpleidooi om ervoor te zorgen dat de hospicezorg en de palliatieve zorgweer op niveau komen en blijven, ondersteun ik dus volledig. We makenhet uiteindelijk allemaal mee, met onze ouders of zelf, maar wie dat ooit aleens meegemaakt heeft, weet: dan is het hopen en bidden dat ervoldoende zorg voor je is.Dank u wel.De voorzitter:Mevrouw Van Brenk heeft een interruptie.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Ja, ik had er nog één en dacht: als mevrouw Keijzer, die alles van wonenweet, naast me komt zitten ... We hebben hier eigenlijk allemaal wel watgezegd over de mooie voorbeelden, zoals De Thuisplusflats, de Knarren-hofjes en een zorgbuurthuis, eigenlijk datgene waaraan die290.000 woningen zouden moeten bijdragen. Die zouden in 2030 klaarzijn. Het is inmiddels al opgeschoven naar 2036. Laat ik zeggen dat wij onshart vasthouden of ze er überhaupt komen. Als mevrouw Keijzer dezeMinister een goede raad zou moeten geven, wat zou haar advies dan zijn?Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):Daar ziet ook mijn vraag op. Je kunt namelijk prachtige verhalen houden,maar als je het niet kan betalen, dan kom je er niet. Ik heb natuurlijk in hetvorige debat al aan de Minister voor de ouderenzorg gevraagd hoe ze diteigenlijk gaat doen. Daarom heb ik nu gewoon gevraagd om te gaanrekenen. Het gaat om 120 miljoen incidenteel, want het is incidenteel geld.Hoeveel woningen kan je daarvoor realiseren? Ik ken de precieze getallenwaarmee ze gaat komen niet, maar 290.000 woningen zijn het niet,gewoon niet. Dan weten wij wat ons te doen staat, namelijk kijken hoe wedat geld daar weer naar terugkrijgen. Dat wordt trouwens welingewikkeld. Ik vlieg vandaag heen en weer tussen debatten, dus ik ga zodirect meteen weer weg naar de plenaire zaal. Daar heeft meneer Klaver algezegd dat er op geen enkele manier getornd mag worden aan demiljarden die naar defensie en Oekraïne gaan. We zullen toch ergensmoeten gaan kiezen met elkaar. Ik ben niet van de school dat dat allemaalniet nodig is. Goede defensie is nodig. Oekraïnesteun is nodig. Maar datkan best een beetje minder, zeker als wij hier in dit land onze ouderen nietmeer de plek of de zorg kunnen bieden die ze nodig hebben.De voorzitter:Dan zijn we nu echt aan het einde gekomen van de eerste termijn van dezijde van de Kamer. Het is afgerond 13.50 uur. Ik wil minimaal een halfuurschorsen, maar we gaan ook nog lopen, dus dat maakt 35 minuten. Ik stelvoor om dit debat om 14.25 uur te vervolgen. Ik schors de vergadering.De vergadering wordt van 13.50 uur tot 14.27 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. We gaan weer beginnen. Ik zie dat er nogmensen binnenkomen. Neemt u rustig plaats. De Kamerleden komen ookzo allemaal binnendruppelen, maar we gaan gewoon beginnen. Ik geef zohet woord aan Minister Sterk, die zal beginnen en uiteen zal zetten wat deblokindeling is. Vervolgens zal Minister Boekholt-O’Sullivan het woordvoeren over de onderdelen die bij haar portefeuille horen. Dan geef ik nude Minister het woord. Minister Sterk, het woord is aan u.Minister Sterk:Ja, dank u wel, voorzitter. Alle Kamerleden bedankt voor de vragen.Mevrouw Ten Hove zei net dat het opa-en-omadag is vandaag. ToenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18735 moest ik onwillekeurig aan mijn oma denken en toen realiseerde ik me datmijn oma zo oud is geworden als mijn moeder nu is. Toen dacht ik: hoezag haar leven er nou uit en hoe ziet het leven van mijn moeder er nouuit? Dat is echt anders. Mijn oma zat in een bejaardentehuis; die haddenwe toen nog. Mijn moeder reist de hele wereld over, doet aan bridgen enis actief bij allerlei clubs. Dat is zo mooi. Mevrouw Van Brenk zei ook: weworden ouder en dat is fantastisch. We worden niet alleen ouder; weblijven ook veel langer actief. Dat is natuurlijk supermooi en het is fijn datwe dat hier met z’n allen kunnen doen. Ik ben het echter ook eens metmevrouw Wendel, die zegt: ja, het biedt kansen, maar we zullen desamenleving daar ook op moeten gaan inrichten. Dat is volgens mij degrote uitdaging waar we op dit moment voor staan. Dat zei mevrouwSynhaeve overigens ook: ik denk dat de grote uitdaging is hoe we dat nougaan doen. Dat betekent namelijk wel wat.Als we kijken waarom het nodig is dat we dat gaan doen, is dat natuurlijkniet alleen omdat mensen langer leven, maar ook omdat we – ik heb evengezocht naar een soort vergelijking – een stad die groter is dan Eindhovennodig hebben aan extra mensen in de zorg in 2035. Stel je dat even voor;daar hebben we het over. Die hebben we gewoon niet, is het eerlijkeantwoord. Dat betekent dat we de zorg zo moeten gaan aanpassen dat wemet al die mensen die gelukkig nog met hart en ziel in de zorg werken endaar heel mooie dingen doen, die zorg wel kwalitatief goed kunnenhouden en dat we ook de beweging kunnen ondersteunen van al dieouderen die langer gezond zijn en graag thuis willen blijven wonen. Dat isvolgens mij, nogmaals, de grote uitdaging waar we voor staan. Dat willenwe natuurlijk ook doen door meer passende zorg te gaan bieden, dooranders te gaan kijken naar werk en ook door welzijn en zorg meer metelkaar te gaan verbinden; daar heeft u volgens mij allemaal overgesproken. Dat gaat over zorgzame buurten, een zorgzame samenlevingen mantelzorg. Die beweging naar de voorkant is heel erg belangrijk.We moeten daarvoor heel veel stappen gaan zetten, maar het is misschienwel mooi om vandaag een van die stappen die we gezet hebben teonderstrepen: vandaag is het wetsvoorstel naar de Eerste Kamer gestuurdwaarmee ook de familie tekenbevoegdheid krijgt voor een Wlz-aanvraag.Ik denk dat dat heel veel bureaucratie weg kan nemen en dat heel veelmensen daarop hebben zitten wachten. Het is denk ik dus heel fijn dat wedat nu gaan doen.Voorzitter. Dan ga ik nu even naar de blokkenindeling toe die mijnambtenaren voor mij hebben bedacht. Als het goed is, zitten uw vragendaar allemaal bij. Als eerste zal ik even terugkomen op het WGO, want dathad ik beloofd. Dan ga ik even kort in op de vragen die in het kader vanhet HLO zijn gesteld. Voor de luisteraars die zich afvragen waar dat overgaat: dat is het akkoord dat we met ouderenzorginstanties hebbengesloten. Dan volgen vragen rond mantelzorg en de eigen kracht vanouderen, vrijwilligerswerk en dan een heel klein blokje over de leegstandin de verpleeghuizen op dit moment, met ook het voorstel van mevrouwTijmstra. Vervolgens heb ik een blokje over dementie, een blokje overpalliatief – u ziet, we hebben ook in de blokjes een beetje de levensloopaangehouden – een blokje over financiën en een blokje varia.Ik begin bij de vragen die zijn gesteld in het wetgevingsoverleg, tebeginnen bij de vragen van mevrouw Van Brenk. Zij had nog een vraagover het CAK en het CIZ, die moeten zorgen voor een berekening van deeigen bijdrage. Kunnen we de burger daar niet bij helpen, zodat snellerduidelijk is wat die bijdrage zou kunnen zijn? Het CAK doet inderdaad deberekening van de eigen bijdrage. Het CIZ doet dat niet, maar dat weetmevrouw Van Brenk vast wel. Het CIZ informeert alleen de cliënt over degevolgen van de Wlz-indicatie in relatie tot de eigen bijdrage. Het is voorcliënten gewoon mogelijk om met een rekenhulpmiddel dat op de site vanhet CAK staat een eigen berekening te maken van de eigen bijdrage diebetaald moet worden. Het is ongelofelijk bureaucratisch om dat allemaalTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18736 door het CAK te laten doen, omdat het allemaal per persoon kanverschillen. Volgens mij gaat het erom dat die rekentool zo vriendelijkmogelijk is en dat mensen het daarmee zelf kunnen berekenen.Mevrouw Maeijer had een vraag over dementie en hoe ik ernaar kijk dathet maar twee keer voorkomt in de begroting. Dementie is inderdaadwaarschijnlijk de grootste veroorzaker van sterfte de komende jaren; ikgeloof dat de heer Van Dijk dat ook zei. Het is dus een ontzettendbelangrijk thema en ook een heel belangrijke prioriteit voor mij. Westreven daarbij ook naar een zo integraal mogelijk beleid. Dat doen wedoor de nationale dementieagenda. Die hebben we onlangs herijkt en diebestaat uit een onderdeel kennis, maar ook dat gaat ook over hoe we desamenleving dementievriendelijker krijgen en hoe we zorgen voor degoede begeleiding en goede zorg. In het coalitieakkoord is ook aandachtvoor mantelzorg en zorgzame buurten. Dat draagt juist ook weer bij aanhet vraagstuk van die dementievriendelijke samenleving en de zorg diemensen nodig hebben, denk ik. In het plan is in ieder geval 23 miljoenbeschikbaar. Daarvan is 16 miljoen beschikbaar voor kennis en 7 miljoenook voor die dementievriendelijke samenleving en zorg en ondersteuning.Er zijn dus meer middelen die uiteindelijk moeten gaan bijdragen aan diezorgzame wijken en buurten, waar deze mensen hopelijk nog heel langzelfstandig of met hun partner kunnen blijven wonen.Mevrouw Maeijer vroeg ook nog: kunnen we nou niet zorgen datDemenTalent ook een structureel initiatief wordt dat overal landelijk wordtingezet? We zijn vanuit de AZWA-afspraken bezig met het organiseren vande basisfunctionaliteit dementie. Daar krijgen gemeentes ook middelenvoor. Een van de onderdelen in het kader van meedoen in de samenlevingzou ook zo’n initiatief als DemenTalent kunnen zijn; dat kan daar dus ookgewoon een plek in krijgen. Het is wel aan de gemeentes om dat te doen;dat ga ik niet voorschrijven.Mevrouw Dobbe had bij het wetgevingsoverleg een vraag over het apartzetten van budget voor de Wmo en de Wlz, maar daar kom ik dadelijk nogop terug als het gaat over de gemeenschapsvorming, waar heel veel vanu een vraag over hebben gesteld. Dat geldt eigenlijk ook voor de anderevraag van mevrouw Dobbe over de zorgbuurthuizen.Mevrouw Dobbe had ook nog expliciet een vraag over de voorgesteldeaanjager. Op dit moment verken ik de mogelijkheden om te komen tot eenopdracht voor een aanjager op het gebied van wonen en zorg voorouderen. In het najaar zal ik de Kamer daarover informeren.Dan had mevrouw Tijmstra nog een vraag over de gemeenschaps-vorming; daar kom ik in mijn volgende blokje op terug.Mevrouw Van Brenk had een vraag over de gordelroosvaccinatie. Daarheeft u vaker met mijn collega over gesproken. Nogmaals, wij begrijpende wens en het liefst zou ik de gordelroosvaccinatie ook aan alle mensenvan 60 jaar en ouder aanbieden, maar de werkelijkheid is ook gewoon dathet budget op dit moment niet toereikend is. Het vaccin is heel erg duuren de groep mensen van 60 jaar en ouder is ook erg groot, dus dat gaatop dit moment gewoon niet lukken.Dat was wat er volgens mij nog resteerde uit het WGO.De voorzitter:Dit is echt het ... Ik wilde het even checken, want we krijgen nog heel veelblokken. Mevrouw Van Brenk, uw interruptie.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Laat ik op de twee punten waarop geantwoord is, in ieder geval ditzeggen: ik weet dat die rekenhulp er staat, maar dan laten we deproblemen weer bij de burger; die moet maar uitzoeken wat devergoeding is. Ik vind dat als je een indicatie doet, dat er eigenlijk bijgegeven moet worden. Ik begrijp hoe de motie geapprecieerd gaatworden, maar ik dien ’m toch in. Datzelfde geldt voor vaccinatie. DaaroverTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18737 ben ik gewoon echt heel teleurgesteld. Er is wél opeens geld gevondenom te zorgen dat er in de Eerste Kamer een deal gemaakt kon worden.Daar is 380 miljoen voor beschikbaar. Dat geld had ook naar onze ouderenkunnen gaan.Ik heb geen antwoord gekregen op mijn vragen over de zorgfraude enover nabestaanden die de rapporten of dossiers zouden moeten kunneninzien bij overlijdens in instellingen. Wij hadden gevraagd of zorginstel-lingen verplicht kunnen worden daar bij de intake afspraken over temaken, zodat dat probleem opgelost wordt. We hadden ook eenopmerking gemaakt over de Wlz-indicatie: er ligt een uitspraak van derechter dat als die eenmaal toegekend is, in de wet niet staat dat zij ooitweer ingetrokken kan worden, ook niet bij fraude. Dat is echt een foutje inde wet. Is het ministerie daar nu mee bezig? Het schijnt namelijk dat dat altwee jaar bekend is, maar er gebeurt helemaal niets mee.Minister Sterk:Ik herinner me deze vraag inderdaad. Volgens mij heb ik over dezorgfraude gezegd dat er waarschijnlijk volgende week een brief naar uwKamer komt over zorgfraude. Ik heb de vragen uit het WGO daarnaarverwezen. Ik zal de vraag die u stelt over de inzage – die vraag ligt volgensmij eigenlijk op het terrein van mijn collega – meenemen in de schriftelijkebeantwoording van de moties, die volgens mij eind deze week naar u toekomt. Misschien kan ik hetzelfde doen met de vraag over de Wlz-indicatie.Dan heeft u het gewoon op papier. Het is een beetje raar dat die tweedebatten zo door elkaar heen lopen, maar dat lossen we dan op diemanier op.Dan ga ik door naar het volgende blokje, over de HLO-akkoorden. Laat ikbeginnen met te zeggen dat de gemeenschapsvorming voor mij alsMinister ongelofelijk belangrijk is. Ik geloof er heel erg in dat die gemeen-schapsvorming een belangrijke voorwaarde is om de transitie in de zorgte kunnen gaan maken. Ook ik herken alle initiatieven die u noemt. Ik hebAusterlitz Zorgt nog niet gehoord. Ook dat vind ik een heel mooi initiatief,dat volgens mij ook heel veel oplevert. Daar ben ik dus ook van, om het zomaar eens te zeggen. Volgens mij zijn we er met elkaar van. Daarom staatdat onderwerp voor mij bovenaan het lijstje met zaken waaroverafspraken gemaakt moeten worden in een aanvullend HLO-akkoord. Datgaan we doen in het najaar. Ik voel daarvoor ook Kamerbrede steun. Wezijn al best ver in de uitwerking van een voorstel, samen met heel veelpartijen. Ik zie kans om dat binnen onze budgettaire kaders te realiseren.Dat vraagt echter nog wel om een paar stappen. Ik ben daarover nog aanhet onderhandelen met de partijen. De Wet DOS maakt financieringdaarvan mogelijk, ook langjarig.Ik hoor dat het op dit moment allemaal nog best ingewikkeld lijkt. Het isook van belang dat men ervaringen gaat uitwisselen en dat men elkaar devraag stelt: hoe doen jullie dat nu? Er moet ook een lerend effect vanuitgaan. Koplopers zijn vaak degenen die het het moeilijkst hebben,omdat er veel nieuwe dingen bij komen kijken, maar ik hoop dat dit lerendeffect op een gegeven moment gaat helpen.Ik wil het ook langjarig gaan regelen. Het blijft bij DOS natuurlijk welbelangrijk dat er een goede businesscase ligt. Dat vraagt wel wat werk,maar je moet goed kunnen aangeven waar je het geld voor nodig hebt. Jehaalt immers geld uit het Wlz-kader en gebruikt dat voor andere zaken.Daar moet dan ook een goede argumentatie onder liggen. Zo is de WetDOS ook ingericht.Daarmee heb ik volgens mij een heleboel vragen over de 100 miljoen ende gemeenschapsvorming beantwoord.Mevrouw Tijmstra (CDA):Ik heb nog een aanvullende vraag over de Wet DOS. Ik begrijp heel goedwat de Minister zegt. Ook als je gelden verplaatst van de Wlz omdat eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18738 andere inzet van die gelden ervoor zorgt dat er minder vraag naar zorg is,moet je dat goed onderbouwen. Maar soms is het heel moeilijk omwelzijnsactiviteiten of inzet op het gebied van welzijn te kwalificeren. Juistnu de beweging aan alle kanten in de samenleving gemaakt wordt, ben ikzo bang dat de regels zo knellend zijn dat die beweging geen zetje krijgt,wat juist het doel is van de wet. Kan de Minister daar misschien nog opreageren?Minister Sterk:Ja. Wij maken nu een heel belangrijke beweging – dat staat wat mij betrefteen beetje los van de DOS – vanuit het AZWA, juist ook om de socialeba-sisinfrastructuur aan te leggen. Dat is iets waar we heel hard mee bezigzijn. We zijn in dat kader onder meer in gesprek over de sterke lokaleteams, het sociaal doorverwijzen en dergelijke.Mevrouw Tijmstra (CDA):ik zou de Minister dan graag willen meegeven om alsjeblieft de proportio-naliteit in de gaten te houden om te voorkomen dat de wet door debureaucratie zijn doel voorbijschiet. Dat zou echt doodzonde zijn.Minister Sterk:Volgens mij is dat een belangrijk aandachtspunt, dat we ook meenemen.Ik denk dat het goed is dat wij dit gewoon volgen. Uiteindelijk is het eengesprek tussen de zorgkantoren en de zorgaanbieders die het geld vragen.Daar ligt het op tafel. Maar het is goed dat we op dit punt meekijken.De voorzitter:Ik had nog niet gezegd hoeveel interrupties we hebben in deze termijn.Dat zijn er vier. Als er tijd is: plus één. Het hangt er dus een beetje vanaf:maximaal vijf, minimaal vier. Mevrouw Van Brenk.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Voorzitter. Ik zuchtte even toen ik hoorde dat er weer een akkoord komt.We hebben net Verantwoordingsdag gehad, waar duidelijk werd dat deAlgemene Rekenkamer kritisch is op de akkoorden en de resultaten van deakkoorden. Ik denk dan: we hebben voorzorgscirkels, we hebben De Buurtals Ecosysteem, we hebben allerlei dingen. Hoe gaan we er nu voorzorgen dat dit wél gaat werken en dat de zorgzame buurten gaan groeienen bloeien?Minister Sterk:Daar zet ik me juist ook heel hard voor in. De vraag van verschillendeKamerleden was: die 100 miljoen lijkt verdwenen; hoe gaan we dat dantoch voor elkaar krijgen? De weg waarop we dat willen gaan doen, looptvia aanvullende aanspraken op het HLO-akkoord dat er al ligt. Dat kun je«een nieuw HLO-akkoord» noemen, maar je zou ook kunnen zeggen: hetwordt een soort aanscherping van of aanvulling op wat we al met elkaarhebben afgesproken. Daarmee staan de dingen die we hebbenafgesproken in het HLO-akkoord nu natuurlijk niet stil; daar wordt ookgewoon aan gewerkt. Maar dit komt er wel bij. Volgens mij beantwoordtdit ook de beweging die ik zie en die ik bij u aan de kant van de Kamerhoor: we zien eigenlijk best wel goede initiatieven komen; hoe kunnen wedie ook verder brengen? Volgens mij hebben we deze afspraken daar welvoor nodig, maar ik wil ook niet aan de voorkant alles bepalen. Volgensmij kan de samenleving in al haar creativiteit best heel goed die bewegingmaken en moeten wij dat faciliteren.Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):Het stemt me inderdaad enigszins positief dat ik hoor dat de Minister zoaan de slag gaat met die zorgzame buurten en met het akkoord. MijnTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18739 vraag is dan nog wel de volgende. Al die organisaties, ook die koplopers,zeggen: de financieringen om die koplopersrol te kunnen behouden,worden steeds ingewikkelder. Mijn concrete vraag is dus: wanneer komtde Minister met die brief en met dat voorstel? Is dat rondom debegroting? Want volgens mij is de oproep van organisaties heel duidelijk,namelijk: ga daar nou zo snel mogelijk mee aan de slag. Kan die brief dusvoor de begroting komen?Minister Sterk:Ik ben op dit moment ook in gesprek met die organisaties, of in iedergeval met vertegenwoordigers van die organisaties. Ik gaf net aan dat ikdat ook goed wil doen. Ik hoop voor het eind van het jaar, dus niet voor debegroting, maar wel voor het eind van het jaar, met concrete afsprakennaar de Kamer te kunnen komen.Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):Kan ik dan nu eigenlijk ook al meteen de conclusie trekken dat er voor ’27dus in ieder geval geen stappen gezet worden en er geen extra finan-ciering komt voor die zorgzame buurten? Want de oproep gaat erover dathet steeds moeilijker en moeilijker wordt, zelfs voor de bestaandeinitiatieven. Laten we die voortzetten.Minister Sterk:Op dit moment kan het al via de Wet DOS. Alleen, volgens mij is de vraag:hoe kunnen we dit structureler gaan doen en hoe kunnen we hierlangdurige financiering voor vinden? Dat is de opdracht die nu met elkaarin het HLO uitgewerkt moet worden.De voorzitter:Minister, vervolg uw betoog.Minister Sterk:Ja, want ik was nog niet klaar met het blokje.Mevrouw Coenradie had ook een vraag. Die begrijp ik ook. Zo ken ikmevrouw Coenradie. Zij wil altijd graag precies weten: wat doen we nu alen wat hebben we bereikt? Er komt nog een brief over het IZA en hetAZWA naar de Kamer, omdat we op 1 juli nog een debat hebben over hetIZA en het AZWA. Ik zou voor die vraag op dat vlak dus naar de briefwillen verwijzen.Ik kan wel een aantal zaken noemen voor wat betreft het HLO, want daarvroeg u ook naar. Het HLO is natuurlijk in principe ook gericht opmiddellangetermijnveranderingen, onder meer in de vorm van eenwetswijziging om een nieuw afwegingskader voor Wlz-zorg met verblijf eneen nieuwe leveringsvorm voor Wlz-zorg thuis te kunnen introduceren. Usnapt dat het wel even tijd kost voor je zo’n wetsvoorstel af hebt, maar opde korte termijn zijn er ook al een aantal merkbare verbeteringendoorgevoerd. Ik ga er een aantal benoemen, maar niet uitputtend. Deeerste is dat er op dit moment allemaal gesprekken worden gevoerd metouderen over de toekomst van de ouderenzorg, onder leiding van deSeniorencoalitie. Het is, denk ik, belangrijk dat er een soort bewustzijnkomt bij ouderen van wat zij nodig hebben als ze ouder worden. Eigenlijkzou je dat het liefst ook breder willen, voor de rest van de samenleving.Dat gaat ook over hoe we de samenleving verder vormgeven. Ik heb u netook iets verteld over wat we vandaag hebben bereikt op het gebied vanhet vereenvoudigen van de herindicatie en het handtekeningenbeleid bijde verpleeghuiszorg. Ik noem ook de beschikbaarheid van de interven-tietool ouderenzorg via Vilans. Die heb ik gisteren met een druk op deknop mogen activeren. Dat maakt dat je als zorgverlener, als je wil wetenwat effectieve interventies zijn, wat nou echt werkt en wat het voor je zoukunnen betekenen, de volgens mij 2.200 interventies die er zijn kuntTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18740 opzoeken. Je tikt dan een vraag in; ik heb dat gisteren ook gedaan. Ik hebdat gisteren overigens gedaan met een vraag die een beetje lijkt op devraag van de heer Van Dijk over de relatie tussen een hoge bloeddruk, zalik maar zeggen, en dementie. Ik raad u ook aan om dat eens te doen. Dankrijg je, heel mooi, drie voorbeelden van interventies die effectief bewezenzijn en wat die dan doen. Dat gaat zorgverleners heel erg helpen, zodat zeniet zelf hoeven te gaan struinen op het internet en ze weten dat zedaarmee ook de echt effectieve interventies in beeld krijgen. Dat isvolgens mij dus heel mooi.Er zijn ook steeds meer organisaties die met het voornemen uit het AZWAover de reablement in hun organisaties werken. We hebben de NationaleDementiestrategie herijkt en we zijn nu bezig om door te gaan met de driethema’s die ik net noemde. Wat we ook doen ... Dat komt misschien ookeen beetje tegemoet aan de – hoe moet ik dat zeggen? – onrust vanmevrouw Coenradie, dat je soms wil dat er ook echt dingen gaangebeuren. Mijn collega en ik werken er dus ook aan dat we meer wet- enregelgeving naar de Kamer gaan brengen om die passende zorg echt watmeer te gaan sturen. Want het veld wil wel. Soms is een zetje in de zin vanmeer wet- en regelgeving nodig om de beweging van die passende zorgook goed in te kaderen. Alleen, dat is natuurlijk niet iets wat we morgenhebben gerealiseerd, helaas. Maar we zijn daar wel mee aan de slag.Mevrouw Coenradie (JA21):Als we dan toch zo lekker concreet bezig zijn: ik zou het heel fijn vinden alswe daar als Kamer ook goed van op de hoogte zijn. Dit klinkt heel mooi,maar zes debatten verder denk ik: hoe was het ook alweer, wat krijgen wedan en wanneer krijgen we zoiets? De bekende woorden zijn inmiddelsook bij deze Minister geland, namelijk: een tijdspad, een brief, wanneerkunnen we wat verwachten? Dat zou ik heel erg graag willen zien.Minister Sterk:Ik kan u verzekeren dat mijn ambtenaren, en wellicht ook die van anderebewindspersonen, deze vragen regelmatig krijgen, omdat ik wil wetenwanneer dan. Ik zal ervoor zorgen dat dit waar mogelijk in de brievenconcreet wordt benoemd. Dat geldt voor het IZA en het AZWA, maar ookals het over de HLO-onderwerpen gaat.Voorzitter. Mevrouw Van Brenk vroeg wat ik ga doen aan het gebrek aantransparantie over de kwaliteit van zorg in het Generiek kompas. Dat iseigenlijk aan het veld. Ik zie u uw hoofd schudden. Transparantie isnatuurlijk heel erg wezenlijk, niet in de laatste plaats voor de patiënten.Maar de deskundigheid ligt bij het veld. We hebben in 2024 de kwaliteits-standaard waar u aan refereert in laten gaan, namelijk het Generiekkompas. Sindsdien publiceren zorgorganisaties ieder jaar een kwaliteits-beeld waarin ze aangeven hoe ze werken aan kwaliteit. Daarnaast gevenze ook jaarlijks ervaringsmetingen uit, waarmee we ook inzicht hebben inde kwaliteit op basis van een vragenlijst over ervaringen van mensen meteen zorgvraag, mantelzorgers en naasten. Het Zorginstituut maakt diedata ook openbaar. We zijn ook bezig om die kwaliteitsbeelden nog verderaan te scherpen. In die zin proberen we daar wel aan te werken. Misschienkomt dat een beetje tegemoet aan uw zorg, maar dit is het antwoord dat iku kan geven.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Het wordt inderdaad aan het veld overgelaten. De een maakt een filmpje,de ander doet even niets en weer een ander maakt er een mooi boekjevan. Maar mensen die zich afvragen waar ze het beste terecht zoudenkunnen, kunnen dan niet vergelijken. Eigenlijk zou ik willen dat datzodanig transparant is dat ik een bewuste keuze kan maken tussen de eneen de andere zorgaanbieder. Als de Minister zegt «ja, maar dat komt wel,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18741 want dat staat daar», dan stelt ze mij gerust. Maar in mijn beleving is hetnu inderdaad aan de vrije wil van alle instellingen overgelaten.Minister Sterk:Ik denk dat mevrouw Van Brenk niet echt recht doet – misschien bedoeltzij het ook niet zo – aan de ouderenorganisaties waarmee we hierover ingesprek zijn. Die doen volgens mij meer dan een filmpje maken; ze zijnook echt betrokken. De Patiëntenfederatie heeft inderdaad besloten omhet Generiek kompas niet te ondertekenen; dat is mij ook bekend. Maar dereden dat we nu meer naar die kwaliteit zijn gaan kijken, is ook dat hetongelofelijk veel bureaucratie met zich meebracht en de opbrengstdaarvan eigenlijk relatief was. We zijn ook bezig met het terugdringen vande regeldruk in de zorg. Dit is wel een van de maatregelen die daarbijspelen. Ik zie dat u het daar niet mee eens bent, maar dit is wel deachtergrond van deze keuze.Mevrouw Maeijer (PVV):Om op dit punt verder te gaan: ik denk dat iedereen in deze Kamer debrief heeft gekregen van de Patiëntenfederatie over die kwaliteitsbeelden.Zij verwijzen naar een onderzoek van bureau Berenschot, in opdracht vande partijen die het Generiek kompas tekenen. Een van de bevindingen,nog los van wat mevrouw Van Brenk schetste, is ook dat de kwaliteits-beelden niet aantoonbaar maken of cliënten op basis van de geleverdezorg een betere kwaliteit van leven ervaren. Ik begrijp op zich dat deMinister zegt dat dit aan partijen is, maar kan zij niet iets vinden van demanier waarop het ingericht is en wat zo’n kwaliteitsbeeld dan zoumoeten opleveren voor cliënten en patiënten?Minister Sterk:Laat ik eerst zeggen dat die indicatoren dat dus ook niet deden. Ik doel opwat u zegt over wat er nu ontbreekt aan kwaliteitsstandaarden of-beelden. Dat is ook de reden dat ze worden doorontwikkeld op ditmoment, namelijk om dat scherper te krijgen. ZN kijkt daar ook op mee.En nee, het is niet aan mij om daar per se iets van te vinden, want in ditstelsel is het echt iets wat bij de zorgaanbieders, de zorgverzekeraars ende zorgkantoren ligt.De voorzitter:Minister Sterk, vervolgt u uw betoog.Minister Sterk:Ja, voorzitter. Dan ga ik verder met het blokje over de mantelzorg. Deorganisatie van al die mapjes is altijd een beetje een opdracht. Ik beginmet de vragen van mevrouw Wendel en mevrouw Maeijer. Het ging omde vraag hoe we ervoor kunnen zorgen dat ouderen meer en vrijwilligkunnen meedoen in de samenleving. Ik heb net al aangegeven dat ik echtwil inzetten op de gemeenschapsvorming en hoe ik dat wil doen. Ik wilook gaan kijken hoe we dat structureel kunnen borgen. We zijn ook bezigom de regeldruk naar beneden te brengen. Daar noemde ik net al eenvoorbeeld van. Dat geldt ook voor vrijwilligersorganisaties en filantro-pische instellingen, want we weten dat heel veel vrijwilligers «jongereouderen» zijn, die inmiddels tijd hebben om dat vrijwilligerswerk te doen.Wij verstrekken verschillende subsidies aan organisaties, die zich inzettenvoor het versterken van vrijwilligerswerk. In het AZWA hebben weafspraken gemaakt over de sociale basisinfrastructuur. Een van de dingendie we daarin doen, wat ik net al benoemde, is het project Praat vandaagover morgen. Daarin proberen we ouderen te activeren om goed na tedenken over hoe zij de kwaliteit van leven voor zichzelf zo groot mogelijkhouden. Vrijwilligerswerk en blijven meedoen is iets wat daarbij hoort.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18742 Dan had mevrouw Wendel nog een andere vraag die wat specifiekeringaat op manieren waarop we ouderen meer kunnen laten helpen in dezorg. In de zorgsector moeten ook professionals leren dat ze soms zorgmoeten durven loslaten aan het informele netwerk. Daar werken we aan:professionals moeten vooral «zorgen dat ...» in plaats van «zorgenvoor ...». Dat «zorgen dat ...» kan soms ook via mantelzorgers of vrijwil-ligers gebeuren. Hoe je daarin samenwerkt, is heel belangrijk. Ik spreekveel met verpleeghuizen, waarin dat een van de prioriteiten is. We doendat ook via subsidies. Vrijwilligers, vaak ouderen, hebben ook eenbelangrijke rol in de palliatieve zorg. We hebben ook 3 miljoenbeschikbaar gesteld om die te kunnen versterken.Mevrouw Wendel en mevrouw Synhaeve hadden ook vragen over hoe weervoor gaan zorgen dat ouderen meer gaan bewegen. Op zich heb ik goednieuws. Ik vond het mooi om te lezen dat de afgelopen vijftien jaar hetaantal ouderen dat voldeed aan de beweegrichtlijn sterk is toegenomen,meer dan alle andere leeftijdsgroepen. Dat is heel positief, denk ik. Ik lasook dat in 2010 een kwart van de 65-plussers voldeed aan de beweegricht-lijnen. Nu is dat tot ruim 40% toegenomen, dus van 25% naar 40%. Je zietdus wel dat ouderen steeds actiever blijven. Dat hoop ik, eerlijk gezegd:dat ze actief blijven en niet worden. Het blijft natuurlijk heel erg belangrijkdat we erop blijven inzetten. We doen dat met een actieplan NederlandBeweegt. We zetten specifiek in op het creëren van één extra beweeg-moment in de week voor groepen die achterblijven in beweeggedrag.Ouderen vormen een van die groepen. We doen het ook binnen de BredeRegeling Combinatiefuncties. In 80% van de gemeenten wordt inzetgepleegd om ouderen in beweging te krijgen en te houden. Ook deBeweegalliantie zet daarop in. Die werkt ook aan oplossingen om dedoelgroep structureel en duurzaam in beweging te krijgen. Zo lopen erallerlei initiatieven op dat punt.De voorzitter:Op het vorige punt, mevrouw Synhaeve? Sorry Minister, u heeft nog eeninterruptie van mevrouw Synhaeve.Mevrouw Synhaeve (D66):Ja, dank u, voorzitter. Mijn oproep was niet zozeer dat wij gaan bedenkenhoe ouderen meer kunnen gaan bewegen. Dat mogen ze zelf bepalen.Mijn oproep was een andere. Ik zie dat er al heel veel mooie initiatievenzijn. Ik wil vooral dat we gaan kijken hoe we al die lopende initiatieven,waarvan we weten dat ze heel goed werken en dat we er grote groepenmensen mee bereiken, meer gaan ondersteunen. Ik noem bijvoorbeeld deinitiatieven vanuit het Ouderenfonds. Dat was vooral mijn oproep. Hetgaat niet om nieuwe dingen bedenken, maar om datgene waarvan we alweten dat het werkt, een extra zetje geven. Hoe gaan we dat doen?Minister Sterk:Op zich ben ik het ermee eens dat we alle goede initiatieven moetenondersteunen, maar ik ben nog een beetje op zoek naar welke rol uprecies voor mij ziet.Mevrouw Synhaeve (D66):Ik merk dit op tal van terreinen, dus niet alleen in het gesprek dat wevandaag voeren. Ook voor mentale gezondheid of de aanpak vanjeugdcriminaliteit ondersteunen we heel veel verschillende projecten enprogramma’s. Er komen ook steeds weer nieuwe dingen bij. Ik denk soms:laten we gewoon kiezen. Als we weten dat dingen heel goed werken, latenwe die dan een extra zetje geven in plaats van dat er weer tien of vijftiennieuwe initiatieven bij komen. Dat is de oproep die erachter zit.Minister Sterk:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18743 Ik begrijp uw vraag nu beter, maar ik constateer ook dat heel van dezeinitiatieven uit de lokale samenleving komen. Dat is volgens mij heelmooi, want dan zijn ze geborgd in de lokale samenleving. Op sommigethema’s, niet bij alles, denk ik dat je vele bloemen zou moeten latenbloeien. In die zin is het de vraag of het echt een probleem is dat er zoveelverschillende initiatieven zijn. Volgens mij is het vooral belangrijk dat erveel mogelijkheden zijn die ouderen oproepen om te gaan bewegen.Voorzitter. Dan ga ik door naar de vraag van mevrouw Wendel overdigitale zorg. Zij vroeg wat ik ga doen om digitale vaardigheden bijouderen te bevorderen. Ik wil toch even zeggen dat volgens mij nietzozeer digitale zorg de norm is, maar vooral goede en passende zorg.Digitale vaardigheden en de inzet van digitale middelen zijn daarbij heelwezenlijk. Die middelen moeten we zo goed mogelijk gebruiken. Digitalevaardigheid is primair het terrein van de Minister van BZK. Ik meen dat iker in het WGO al iets over heb gezegd, namelijk dat er al meer dan500 Informatiepunten Digitale Overheid zijn. Bij die punten wordenmensen geholpen bij publieke dienstverlening. Daarnaast is er detelefonische DigiHulplijn, die vragen over digitale zaken beantwoordt. Diehulplijn behandelt 500 tot 1.000 bellers per maand. We hebben ookcliëntondersteuning op lokaal niveau, waarmee mensen worden geholpenmet digitale apps of andere middelen die moeten worden gebruikt.Mevrouw Van Brenk had een vraag over de mantelzorg. Ze vroeg of ik wilkijken naar het recht op acute respijtzorg. Dat wil ik heel graag meenemenin het mantelzorgplan, waar ik op dit moment aan werk.Mevrouw Ten Hove zei dat het aantal mantelzorgers dat overbelast is,stijgt. Hoeveel kan je van mantelzorgers en werkgevers vragen? U bentvast bekend met het SER-rapport dat recent is uitgebracht over decombinatie van mantelzorg en werk. Dat ligt bij mijn collega van SocialeZaken en Werkgelegenheid. Voor de zomer zullen wij met een reactie ophet rapport komen. Ik denk dat we dan dieper zullen ingaan op hetvraagstuk dat u aangeeft, namelijk hoe je het kunt combineren als je werkten ook voor iemand moet zorgen.De heer El Abassi had gevraagd hoe ik ervoor ga zorgen dat respijtzorg enlogeeropvang daadwerkelijk voor mantelzorgers beschikbaar zijn en hoeik voorkom dat mantelzorgers financieel en sociaal vastlopen door hunzorgtaken. Op het tweede deel van de vraag kom ik terug bij het mantel-zorgplan. Dan zal ik daar verder op ingaan. Het is natuurlijk fantastisch dater mensen zijn die zich belangeloos inzetten voor hun medemens, of datnu dichtbij is of iets verder weg. Dat betekent dat we onze samenlevingdaaromheen moeten organiseren om dat mogelijk te maken. Er moetpassende ondersteuning zijn. Daarom hebben we in het HLO afsprakendaarover gemaakt. We hebben er ook middelen voor vrijgemaakt,namelijk 25 miljoen. Een van de dingen die daarbij horen, is de logeer- enrespijtzorg. Gemeentes hebben middelen gekregen om dat te organiseren.Daarnaast had mevrouw Tijmstra een heel interessante suggestie,namelijk om te kijken of je de plaatsen die op dit moment vrijkomen inverpleeghuizen, hiervoor kunt inzetten; u heeft daar volgens mij ook eenmotie over ingediend. Ik sta er welwillend tegenover om dit te onder-zoeken en te kijken of je die plaatsen voor logeerzorg kunt inzetten.Ik krijg nu door dat de reactie op het SER-advies over mantelzorg en werkna de zomer komt en niet ervoor. Het zal wel direct na de zomer zijn. Dat ishet einde van dit blokje.Dan ga ik door met de vragen over de leegstand in de verpleeghuizen.Daar zijn niet zo veel vragen over gesteld. Ik heb daar net al even overgesproken. Vooraf wil ik het volgende zeggen. We zien nu dat er leegstandis in de verpleeghuizen, maar als je kijkt naar de demografische ontwikke-lingen, zie je dat er in de toekomst weer meer plekken nodig zullen zijn.Het is dus een tijdelijke ruimte die we nu hebben.We proberen ervoor te zorgen dat zo min mogelijk mensen naar eenverpleeghuis moeten. Daarom maken we die beweging aan de voorkant,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18744 maar we zullen de lege plekken wel beschikbaar moeten houden, omdatwe ze uiteindelijk weer moeten kunnen gebruiken voor verpleeghuiszorg.Daarom vind ik het voorstel van mevrouw Tijmstra wel interessant, wantdat zou om een tijdelijke oplossing kunnen gaan.Mevrouw Synhaeve had zich aangesloten bij de vragen van mevrouwTijmstra, dus haar vragen heb ik daarmee beantwoord.Mevrouw Ten Hove en mevrouw Maeijer vroegen aan mij of ik kantoelichten waaruit blijkt dat de vraag naar intramurale zorg daalt en dat erminder zorgverleners nodig zijn. Dit blijkt uit het RIVM-onderzoek naarvraaguitval en leegstand in de verpleeghuizen. Dat onderzoek betreftzowel de wijkverpleging als de Wlz-verzekerde ouderenzorg. Hetonderzoek wordt begeleid door onder andere de NZa, het CIZ, ActiZ enZN. Het onderzoek zal gereed zijn net na de zomervakantie, dus na hetzomerreces, in september.Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Ik lees in de landelijke rapportage wachtlijsten verpleegzorg, die onderandere wordt opgesteld door Zorgverzekeraars Nederland en hetZorginstituut Nederland, dat er in het derde kwartaal van 2025 nog675 cliënten wachtten op verpleeghuiszorg. Als je oktober 2025 vergelijktmet oktober 2024, zie je dat de wachtlijsten niet minder zijn geworden.Hoe verklaart de Minister dan die leegstand?Minister Sterk:Dat komt doordat er mensen op de wachtlijst staan die op dit momentnog niet per se naar een verpleeghuis willen, maar wel alvast een plekjehebben op de wachtlijst. De wachtlijst bestaat in feite uit drie onderdelen.Allereerst is er de groep met mensen die acuut verpleeghuiszorg nodighebben. Dat is een hele kleine groep, van enkele tientallen. Dan is er degroep van mensen die wel op de wachtlijst staat, maar niet direct morgeneen plek nodig hebben. Ook die groep is klein. En dan heb je nog de groepmet mensen die op de wachtlijst staan, maar op korte termijn noghelemaal geen plek in een verpleeghuis nodig hebben. Dat verklaartwaarom er wel wachtlijsten zijn. Op die wachtlijsten staan dus niet alleenmaar mensen die per direct een plek in het verpleeghuis nodig hebben.Dat zie je vervolgens aan het feit dat er lege plekken zijn in verpleeg-huizen. Als meer mensen direct naar een verpleeghuis zouden moetengaan, zouden we die lege plekken niet hebben. Het verschilt overigens welper regio, wordt mij nu ingefluisterd.Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Dat is ook het beeld dat ik heb. Weet de Minister zeker dat die lege plekkenniet het gevolg zijn van gebrek aan personeel, onder andere door denieuwe regels voor de zzp’ers?Minister Sterk:Nee. Dat weten wij vrij zeker.Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Dan heb ik nog een laatste vervolgvraag, over de hospicezorg. Ook wijvinden hospicezorg heel belangrijk. Maar in de praktijk blijkt dat mensensoms in het hospice belanden die eigenlijk in een verpleeghuis haddenmoeten liggen. Als we de zorg thuis niet goed geregeld hebben of nietvoldoende zorg geregeld hebben, zijn hospices soms zo coulant omiemand zorg te bieden. Dat zijn eigenlijk scheefliggers. Heeft de Ministerer zicht op om hoeveel mensen het gaat?Minister Sterk:Het begint bij de vraag of ik dit beeld herken, maar dit beeld herken ikeigenlijk niet. Andersom weet ik wel dat verpleeghuizen soms gebruiktTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18745 worden voor hospicezorg. Ik herken het beeld dus niet, maar als u daareen voorbeeld van heeft, kunt u dat misschien aanreiken. Dan kunnen wijdaarnaar kijken. Dat helpt.De voorzitter:Voldoende, mevrouw Ten Hove? Ja. Dan vraag ik de Minister om door tegaan.Minister Sterk:Ja, voorzitter. Dan kom ik bij het volgende blokje. Dat gaat over dementie.Gevraagd is wat ik doe om de vroegdiagnostiek bij dementie te verbe-teren. Dat was een vraag van mevrouw Maeijer. Dat doen we via hetOnderzoeksprogramma Dementie van de Nationale Dementiestrategie. Ikgaf u net al aan dat wij opnieuw hebben besloten om goed te investerenin kennis. Wij blijven dan ook investeren in een tijdige en accuratediagnostiek, bijvoorbeeld via het TAP-dementia consortium. Ik hoop dat umij niet vraagt wat dat precies is, want dat moet ik u dan in de tweedetermijn melden. Dit is essentieel voor eventuele toekomstige behande-lingen die wel voldoen, maar vooral ook om de patiënten en naasten nu alpassende zorg, ondersteuning en toekomstplanning te kunnen bieden.Mevrouw Maeijer vroeg ook wat ik doe om casemanagement dementiegoed te regelen. Meer mensen hadden daar overigens vragen over, ookmevrouw Wendel. Casemanagement dementie is een basisverzekerdezorg op grond van de Zorgverzekeringswet, die daarmee valt onder dezorgplicht van de zorgverzekeraar. Zorgverzekeraars zijn dus ook verplichtom voldoende casemanagement dementie in te kopen voor hun verze-kerden en over de volle breedte. Dat is dus vanaf de niet-pluisfase, waarinje het idee hebt dat er iets lijkt te ontstaan wat op dementie lijkt, tot enmet de eindfase. Ook wanneer casemanagement dementie wordtgeleverd door casemanagers met een achtergrond in sociaal werk is hetbelangrijk dat dat wordt ingekocht, want dat maakt dat we voldoendecasemanagers zouden moeten hebben, ook voor de toekomst. Dat wasvolgens mij ook een vraag die ergens werd gesteld. Wij verwachten danook dat in overeenstemming met de duiding van het Zorginstituut in elkeregio voldoende casemanagement wordt ingekocht, zodat er ook voldaanwordt aan de zorgplicht.Ik moet even kijken of ik de vraag van mevrouw Wendel niet al hebmeegenomen. Zij vroeg hoe ik de toekomst zie van de beroepsgroepcasemanagers. Daar heb ik volgens mij net iets over gezegd. Ze vroeg ookof ik zie dat zorgverleners die vergelijkbare zorg kunnen leveren. Dat hebik inderdaad net benoemd. Wij zien ook vanuit sociaal werk dat mensendeze zorg zouden kunnen verlenen. Het is inderdaad belangrijk omvoldoende mensen te hebben.Ten slotte ga ik naar een vraag van mevrouw Van Brenk die ook overcasemanagement dementie ging. Zij vroeg: waarom volstaat de Ministermet een oproep aan de zorgverzekeraars en welke stappen neemt zij omaf te dwingen dat die voldoende casemanagement dementie organiserenen vergoeden? U zegt terecht dat het een zorgplicht is die bij de zorgverze-keraars ligt, maar je hebt natuurlijk de NZa die daarop toe moet zien. Diemoet erop toezien dat inderdaad aan die zorgplicht wordt voldaan. Dat isniet in eerste instantie de rol die ik heb. Wij verwachten gewoon dat datgoed gaat. Als dat niet goed gaat, is de NZa de eerste die daar aan de belmoet trekken.De voorzitter:Ik kijk even naar de Kamerleden, omdat er best wel veel vragen gesteldzijn over dementie die ook wel ...Minister Sterk:Ik heb er nog twee.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18746 De voorzitter:Dat weet ik, maar omdat er ook overlap in zit, wachten we even metvragen stellen tot het blokje klaar is. Dat scheelt misschien een interruptie,omdat de leden misschien al een antwoord krijgen op basis van hetantwoord op een vraag van een ander Kamerlid.Minister Sterk:Voorzitter. Ik heb nog twee vragen op het punt van dementie. Een daarvanis van de heer Van Dijk. Hij vroeg of ik aan de slag ga met het advies vande Gezondheidsraad, specifiek over het voorkomen en behandelen vaneen hoge bloeddruk. Ik zei u net al dat ik die gisteren al had ingevoerd inhet systeem. Ik denk dat het heel belangrijk is dat er aandacht is voor derisico’s op dementie bij bepaalde risicocategorieën. Hoge bloeddruk is erdaar een van. Ik zal met het Nederlands Huisartsen Genootschap ingesprek gaan over de mogelijke gevolgen en over het advies van deGezondheidsraad voor de behandeling van mensen met een hogebloeddruk. Het is uiteindelijk aan de beroepsgroep om te bepalen of ditook leidt tot een andere afweging of een herziening van de richtlijnen,want zij gaan over wat goede zorg is. Ik zal het in ieder geval in hetgesprek inbrengen.Ten slotte vroeg de heer El Abassi welke maatregelen ik neem omcultuursensitieve dementiezorg te bevorderen. Cultuursensitievedementiezorg is, net als bijvoorbeeld jonge mantelzorgers, een van deaandachtspunten in de Nationale Dementiestrategie. Er gebeurt gewoonal heel veel op dit moment als het daarom gaat. Er zijn ontmoetings-plekken, zoals alzheimercafés. Er is Opella. Er zijn reizende theehuizen,lotgenotengroepen voor mantelzorgers, U Centraal. Ook binnen decampagne Samen dementievriendelijk worden trainers met een migratie-achtergrond met aandacht voor beeldvorming gecoacht om zo meer aante sluiten bij kennis en beelden van de doelgroep. Er zijn brochures inverschillende talen beschikbaar. In de Zorgstandaard Dementie isopgenomen dat zorg en ondersteuning cultuurdivers moeten zijn.Daarnaast deelt het Dementie Netwerk Nederland kennis over dezedoelgroep in de dementienetwerken. Ook bij DemenTalent en hetKenniscentrum Dementie op Jonge Leeftijd is er aandacht voor hetbereiken van mensen met een andere culturele achtergrond. In vieronderzoeksconsortia binnen het Onderzoeksprogramma Dementie zijnmensen met een migratieachtergrond een van de doelgroepen. Pharos zitin drie van deze consortia als samenwerkingspartner.De voorzitter:Mevrouw Coenradie, ik had mevrouw Maeijer al laten wachten. Had u nogeen vraag? Ja? Dan mag u eerst, mevrouw Maeijer.Mevrouw Maeijer (PVV):Ik heb nog een vraag over de casemanagers. Ik begon er al over in deeerste termijn. Het gaat dan over de signalen die wij in ieder geval krijgen– mevrouw Van Brenk begon er ook al over – dat het tarief niet afdoendeis. De Minister heeft er net het een en ander over gezegd, en ook over dezorgplicht, maar het is eigenlijk wat afwachtend, met alle respect. Designalen komen nu binnen van mogelijke gevolgen voor mensen die heelveel baat zouden hebben bij de inzet van zo’n casemanager dementie bijhen thuis. Ik zou de Minister dus eigenlijk willen vragen of er niet ietsproactiever kan worden omgegaan met die signalen, die wij bijvoorbeeldvan Alzheimer Nederland krijgen, om ze in ieder geval te inventariserenen om de partijen die daar dan iets mee moeten eens bij elkaar tebrengen. Zo kunnen ze daarop handelen voordat we gaan zittenafwachten en uiteindelijk misschien wel op iets ergers aflopen.Minister Sterk:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18747 Deze signalen heb ik niet zo gehoord, maar ik denk dat het goed is als ikdeze even erbij zet en onder de aandacht breng als we met hen hieroverspreken.Mevrouw Coenradie (JA21):In de eerdere beantwoording hoorde ik op een gegeven moment dat er2.200 initiatieven bestaan. Ik hoor nu ook echt heel veel instantiesvoorbijkomen. Ik ben dan even benieuwd in hoeverre dat allemaalparticuliere instanties zijn en of daar ook sprake is van een volledige ofgedeeltelijke subsidierelatie. Als dat zo is, vind ik dat nogal veel. Ik zoudan toch graag eens een overzicht willen hebben van de partijen waarmeewij zo’n subsidierelatie hebben en van de kosten die daaraan verbondenzijn. Zou dat niet op een andere manier ingericht kunnen worden?Minister Sterk:Voor wat betreft uw vraag naar subsidies: die kunt u allemaal in hetoverzicht van de Rijksoverheid vinden. Die 2.200 gaat over interventies,dus over manieren waarop je in de zorg iemand kunt helpen. Die bestaangewoon. Het enige wat die interventietool doet, is het volgende. Als je eenvraag hebt over welke interventie zou passen bij het probleem dat je hebtin de zorg, dan kun je die invoeren. Denk bijvoorbeeld aan het voorkomenvan een hoge bloeddruk om te voorkomen dat mensen dementie zoudenkunnen krijgen. Je krijgt dan de bestaande interventies te zien; vooral deeffectief bewezen interventies komen dan omhoog. Je kunt dan zelfbesluiten of je die wilt toepassen in jouw eigen werk of bij jouw eigenzorginstelling. Dat heeft dus niets te maken met allerlei organisaties ensubsidierelaties. Dit is gewoon een soort digitale tool waarmee eenheleboel informatie via AI uit allerlei data wordt getrokken, waar jezorgverleners heel erg mee kunt helpen, omdat ze heel snel een beeldhebben van hoe ze dat kunnen inzetten voor een bepaalde hulpvraag ofzorgvraag. Het is allemaal op basis van wetenschappelijk onderzoek.Mevrouw Coenradie (JA21):Oké, helder. Natuurlijk kan ik zelf gaan zitten zoeken, maar dan zou ik tochheel graag willen weten waar wij dan precies die subsidierelatie meehebben. Ik hoor heel veel voorbeelden. Ik hoor heel veel, maar waarhebben wij dan allemaal een subsidierelatie mee? Welke kosten zijndaarmee gemoeid en kan daar eventueel ook een efficiencyslag ingemaakt worden?Minister Sterk:Ik kan u vertellen dat we op dit moment een taakstelling hebben doorge-voerd op een heleboel subsidies. Dat doet ook best wel een beetje pijn opverschillende plekken in mijn organisatie, maar ook daarbuiten. Daarwordt dus echt op teruggesnoeid. Minister Hermans en ik hebben ook inonze eigen organisatie gezegd: waar zouden we echt vanaf kunnen? Wekijken vaak hoe we er geld bij kunnen krijgen, maar soms moet je ookafscheid nemen van dingen die we dan misschien niet meer doen. We zijndaarnaar aan het kijken, ook in het kader van taakstellingen. We doen daardus al best veel aan. U vraagt om een overzicht. Ik weet niet of het zomakkelijk is om dat, behalve wat er al op de site staat, zomaar te geven. Ikzit dus even te zoeken wat we daarop zouden kunnen toezeggen. Ik komdaar in de tweede termijn nog even op terug.De voorzitter:Zijn we daarmee echt aan het einde gekomen van het blok dementie?Eenmaal, andermaal ... Dan gaan we door naar het volgende blok. Opmijn lijstje staat dat dat palliatieve zorg is.Minister Sterk:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18748 Dat klopt, voorzitter. Mevrouw Maeijer zegt dat de palliatieve zorgzorgbreed is. Zij vroeg of dit ook de manier is waarop de Minister die eenplek in de zorg wil geven. Het korte antwoord is: ja, dat ben ik helemaalmet u eens. Het gaat niet alleen over ouderen, maar ook over jongeren enkinderen. Het is dus breed.De heer Van Dijk, mevrouw Wendel en mevrouw Dobbe hadden vragenover hospices, met name over het Guptarapport. Dat signaleert inderdaadeen aantal knelpunten en stelt een ingrijpende centralisatie voor. Dat isbest een beetje omstreden. Uw vraag was of we niet juist die lokaleworteling willen. Wat mij betreft is het antwoord ja. Ik vind die lokaleworteling ook belangrijk. Daarom zijn we nu aan het kijken wat we preciesdoen met dit advies. We zijn daarover in gesprek. Sommige aanbeve-lingen kunnen we wellicht overnemen en andere niet, omdat ik die lokaleworteling ook heel belangrijk vind. Daarbij is het niet de bedoeling om dievrijheid te beperken, zeg ik in antwoord op de vraag van mevrouwWendel. Dat heeft ook met die lokale worteling te maken. Dat geldtoverigens ook voor de identiteitsgebonden zorg, die de heer Van Dijkbenoemde.Mevrouw Dobbe had ook een vraag over de palliatieve zorg en zei dat devoorspelling is dat die toe zal nemen. Daar hoef je geen wiskunde voorgestudeerd te hebben, zou ik willen zeggen. Zij vroeg wat nou precies degevolgen van de bezuinigingen zijn voor de ouderenzorg. Ook ik ben hetmet haar eens dat bij de uitvoering van de plannen toegankelijkheidnatuurlijk een hele belangrijke publieke waarde is. Ook voor palliatievezorg is de toegankelijkheid natuurlijk van wezenlijk belang. Daar heb ikdus ook echt oog voor. We bezuinigen ook niet op de palliatieve zorg. Dekomende jaren hebben we echt miljoenen ter beschikking om diepalliatieve zorg goed te organiseren. We zijn nu bezig met een toekomst-agenda. Het Nationaal Programma Palliatieve Zorg loopt af. We zijn nuaan het kijken naar een toekomstagenda, maar vooral naar een actie-agenda om het echt te integreren in de reguliere zorg. Het moet niet ietsaparts zijn, maar echt horen bij het aanbod dat er op lokaal niveau is.Ten slotte had mevrouw Maeijer een vraag over de proactievezorgplanning. Zij vroeg wat de Minister gaat bijdragen aan een campagneover de proactieve zorgplanning in ziekenhuizen. Het is in ieder geval heelmooi dat op dit moment een op de drie ziekenhuizen een campagnehierover is gestart. Uw vraag is wat ik daar precies aan bijdraag. Via hetNationaal Programma Palliatieve Zorg II is middels een stimulerings-impuls financiering beschikbaar gesteld voor deze campagne. Daarnaastis proactieve zorgplanning nadrukkelijk onderdeel van de toekomstagendapalliatieve zorg en ondersteuning. Die zal ik voor de zomer met u delen.Dat is dus de opvolging van de eerdere.Mevrouw Maeijer (PVV):De Minister onderstreept het belang van het toegankelijk blijven van depalliatieve zorg, maar de praktijk, met bijvoorbeeld het invoeren van deeigen bijdrage in de wijkverpleging, zou weleens een andere kunnen zijn.Die eigen bijdrage zou volgens mij ook gelden voor de wijkverpleeg-kundige die bij mensen thuiskomt om palliatieve zorg te verlenen. Hoetoegankelijk blijft dat dan, als die ook voor dit specifieke type zorg geldt?Minister Sterk:Dat is volgens mij iets wat we mee moeten nemen als we het gaanhebben over die eigen bijdrage in de wijkverpleging. Ik gaf net al aan datvoor mij toegankelijkheid nu het uitgangspunt blijft. Ik vind dat ook eenbelangrijke publieke waarde. Hoe we dat in gaan vullen, zullen we dusmee moeten nemen in de weging.De voorzitter:Dan zijn we aan het einde gekomen van het blok.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18749 Minister Sterk:Dan ben ik bij het blokje financiën. Ik heb inmiddels overigens al eenantwoord op de vraag van mevrouw Coenradie over die subsidies. In debegroting is jaarlijks een bijlage opgenomen met meerjarige subsidies perbeleidsdoel en per artikel. Op Prinsjesdag wordt dat opnieuw gepresen-teerd. U moet dus nog even wachten tot Prinsjesdag.Mevrouw Vliegenthart en mevrouw Maeijer hadden een vraag over deonzekerheid en de bezuinigingen van het coalitieakkoord. Ik begrijp dat uwilt weten hoe we de besparingen in het Wlz-kader precies gaantoebedelen aan de verschillende sectoren. Ik heb u toegezegd om dat voorde zomer te doen. Dat doe ik via de voorlopige kaderbrief Wlz.De voorzitter:U zegt «voor de zomer». Bedoelt u dan voor het zomerreces?Minister Sterk:Ja, daar bedoel ik het zomerreces mee.De voorzitter:Dat is een verschil.Minister Sterk:Is dat zo? U bedoelt dat het anders 21 juni zou zijn? Heel scherp, maar ikbedoel voor het zomerreces.De voorzitter:Oké, helder. «Voor het zomerreces» staat genoteerd. Gaat u door.Minister Sterk:Dan vroeg de heer Van Dijk welke ruimte gemeentes hebben ombudgetten vanuit de diverse akkoorden flexibel in te kunnen zetten tussenverschillende jaren en tussen thema’s. Voor de uitvoering van deAZWA-afspraken is voor de jaren 2027 tot en met 2029 een nieuwe,ontschotte specifieke uitkering beoogd. Aan de exacte vorm wordt noggewerkt, maar zo ontstaat er voor gemeentes in ieder geval ruimte om inte zetten voor mantelzorgondersteuning en respijtzorg en zijn er geenharde budgetgrenzen per thema meer. Dat geeft gemeenten meerflexibiliteit in de uitvoering, maar ze kunnen dan wel zelf lokale accentenleggen binnen de brede doelen van de akkoorden op gezondheid, welzijnen het medisch domein. Er wordt ook rekening mee gehouden datgemeentes middelen mee moeten kunnen nemen naar een volgendkalenderjaar.Mevrouw Tijmstra vroeg hoe we succesvolle initiatieven structureelkunnen borgen in plaats van dat we alleen met incidentele programma’sbezig zijn. Binnen het AZWA ben ik bezig om bewezen en effectieveinterventies te verankeren in het aanbod van gemeentes, zoals sociaalverwijzen of laagdrempelige steunpunten. Ik heb met de gemeentesafspraken gemaakt over het aanbieden van deze basisfunctionaliteiten.Daar is ook structureel geld voor beschikbaar. We werken daaraan doormiddel van een medisch-sociale toolkit. In die toolkit kunnen ze danvinden wat er echt werkt. Dat lijkt een beetje op de interventietool, die iknet noemde.De heer Van Dijk vroeg of ik kan aangeven hoe de korte looptijd vanakkoorden zich verhoudt tot de wens voor langdurige verandering.Moeten de doelen niet voor langere termijnen gelden en moet het budgetniet flexibeler inzetbaar zijn tussen jaren en thema’s? De akkoorden die wemet HLO en AZWA hebben gesloten, zijn voor de middellange termijn,maar gaan natuurlijk wel uit van een visie voor de langere termijn. U benter vast ook mee bekend dat we in dit huis altijd voor een aantal jarenergens geld voor vrijmaken, maar dat betekent niet dat er daarna nietTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18750 opnieuw geld bij kan komen. Op dit moment zijn de financiële budgetten,zoals het Wlz-kader, tot en met 2031 beschikbaar gesteld, dus in die zin isdat ook al best wel structureel.Mevrouw Van Brenk stelt dat de huishoudelijke hulp inkomensafhankelijkwordt en vraagt hoe we dat gaan organiseren, maar dat klopt niethelemaal met wat er in het coalitieakkoord staat. Daarin staat namelijk datdie wordt geschrapt. Ik denk dat de vraag erachter is: hoe zorgen weervoor dat mensen die het niet kunnen betalen als je het afschaft, tochtoegang houden tot huishoudelijke hulp? Dat ben ik allemaal aan hetuitwerken. Daarover staat ook iets in het coalitieakkoord.Dat is eigenlijk ook een antwoord op de vraag van mevrouw Maeijer overde huishoudelijke zorg, denk ik. We hadden net ook al een interruptiede-batje over de wijkverpleging. Nogmaals, daarbij is voor mij ook belangrijkdat de toegankelijkheid blijft, ook voor de wijkverpleging. Ik zal daar ookrekening mee houden bij de uitwerking van die maatregel.Mevrouw Van Brenk had ook een interessante vraag over maaltijden inverpleeghuizen. Zij vroeg aan mij waar ik van hou. Het teleurstellendeantwoord is dat ik geen koekje bij de koffie heb, dat ik nooit een toetje eeten dat ik ook geen appelmoes eet. Helaas! Maar ik heb toch een leukleven, hoor, en ik hou ook wel van lekker eten. Maaltijden in verpleeg-huizen zijn natuurlijk ook erg belangrijk, maar ik vind het eerlijk gezegdwel echt iets voor een cliëntenraad, een zorginstelling of een verpleeghuisom daarover zelf met elkaar in gesprek te gaan. In algemene zin heb ikook geen signalen dat er wordt bezuinigd op de kwaliteit van demaaltijden. Als u daar hele concrete signalen over hebt, op grotere schaal,dan hoor ik ze graag.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Het ging mij erom dat je het leven ook heel erg leuk kunt maken doorbijvoorbeeld samen te gaan koken en de cliënten daar onderdeel van temaken. Dat is een vorm van bezigheidstherapie en de maaltijd is dan eenstuk lekkerder dan wanneer die uit de gaarkeuken komt en als een prutjewordt opgediend. Wij zouden dat meer moeten stimuleren, denk ik. Alleswaar de Minister aan kan bijdragen ... Ik gun haar ook een toetje, moet ikeerlijk zeggen. Het is voor mij het hoogtepunt van de maaltijd, maar goed.Nee, dan heb ik het niet over het advocaatje. Als de Minister er iets in kanbetekenen om te stimuleren dat een goede gezonde maaltijd vers bereidwordt, zou ik dat toejuichen.Minister Sterk:Ik zie op dat punt wel kansen, juist als we die gemeenschapsvorminggoed organiseren. Ik denk dat dat nou juist de plekken zijn waar je metelkaar kunt gaan koken en kunt werken aan gezonde maaltijden. Ik denkdus dat we elkaar op zich best vinden. Ik ben nog een beetje aan hetzoeken naar hoe ik daar meer op zou kunnen sturen, maar uw signaal ishelder.Dan had mevrouw Tijmstra nog een vraag over de Wet DOS en hoe ik dattoekomstperspectief zie. Nou heb ik iets opgeschreven wat ik eigenlijk nietmeer helemaal ... Volgens mij heb ik net in het grotere geheel al aange-geven dat we daarnaar kijken en dat we daarvoor structurele financieringwillen organiseren.Ik denk dat deze vraag op mijn blaadje voor de andere Minister is.Mevrouw Vliegenthart had een vraag over de complexiteit van dezorgwetten. Zij zei dat die alleen maar lijkt toe te nemen en dat die wettensteeds minder aansluiten bij de dagelijkse praktijk. Laat ik beginnen met temelden dat we onlangs de staatscommissie zorg ... Althans, ik weet niet ofwe die inmiddels al hebben ingesteld, maar dat gaat in ieder geval welbinnenkort gebeuren. Die gaat natuurlijk ook over het langetermijnper-spectief van hoe we die zorg met elkaar willen organiseren. Ik begrijp ookdat het zorgsysteem best heel complex is. Daarom bieden we cliëntonder-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18751 steuning aan voor mensen voor wie het moeilijk te vatten is. Ik probeerook het systeem te vereenvoudigen. Zo kunnen nu ook familieleden eenWlz-aanvraag doen, zoals ik aan het begin van dit gesprek al zei. Dat kandaar mogelijk bij helpen. Een ander goed voorbeeld is het vereenvou-digen en het versnellen van het herindicatieproces voor de Wetlangdurige zorg. We proberen daar dus wel aan te werken, maar ik denkdat het grotere vraagstuk meer thuishoort bij de staatscommissie.De heer Van Dijk ging in op het RVS-advies over het rimpeleffect. Dat vindik wel een mooi woord. Natuurlijk heeft de heer Van Dijk er ontzettendgelijk in dat de vergrijzing zich niet beperkt tot de vraag naar zorg, maareen veel breder vraagstuk is. Ik denk dat het goed is dat wij laten zien datwe samenwerken. De Minister van VRO zit hier al bij, maar ik werk ooksamen met de Minister van BZK als het gaat over de zorgzame wijken enbuurten. Als het over mantelzorg gaat, werk ik samen met Sociale Zaken.Het is uiteraard een vraagstuk dat op heel veel tafels hoort, maar ik denkdat u er prima toe in staat bent om het ook daar elke keer weer in tebrengen. Ik zal me vooral concentreren op het perspectief vanuit de zorg,want daarvoor zit ik hier.Ten slotte had mevrouw Ten Hove nog een vraag over de eigen bijdragevoor de wijkverpleging. Ik denk dat ik daar net al iets over heb gezegd inantwoord op een vraag van mevrouw Maeijer.Dan ben ik toe aan het laatste blokje, het blokje varia. Het is altijdspannend wat daar dan nog in zit.De voorzitter:Zeker, dat is altijd een verrassing. Gaat u vooral beginnen.Minister Sterk:Dat is in ieder geval een vraag van mevrouw Maeijer. Zij zei: u zet in ophet verminderen van regeldruk, zoals het afschaffen van herindicaties. Ikheb net aangegeven dat dat inmiddels is geregeld. Mevrouw Maeijervroeg naar de stand van zaken daarvan. Volgens mij heb ik die netaangegeven. Na de zomer gaan we van start, wordt mij nog ingefluisterd.Mevrouw Wendel vroeg hoe ik ervoor ga zorgen dat ouderen het nut vanvalpreventie inzien, omdat veel ouderen, zegt zij in ieder geval, zichzelf teoud of te jong vinden om daaraan deel te nemen. Ik denk dat het heelbelangrijk is, want je kunt met valpreventie natuurlijk veel zwaardere zorgvoorkomen. Voorlichting is dus uitermate belangrijk. Met de KetenaanpakValpreventie zet ik samen met professionals in op voorlichting voorouderen. Dat doe ik bijvoorbeeld – ik heb de titel niet zelf verzonnen – viade landelijke publiekscampagne Ik sta sterk. Dat doen we dus op diemanier. Het kenniscentrum VeiligheidNL heeft een handige communicatie-toolkit voor gemeenten ontwikkeld. Gemeenten maken daarvan gebruikvoor publiciteit en informatie. Van 28 september tot en met 4 oktobervindt de valpreventieweek plaats. Dan geven we hier extra aandacht aan.Mevrouw Van Brenk vroeg of ik opties zie voor spoedzorg in de Wmo,bijvoorbeeld via een lokaal loket. Dat is er al, en dat is eigenlijk beter, denkik, dan de optie van de Wmo-spoedzorg. Dat heet het elv, het eerstelijns-verblijf, vanuit de Zvw. Dat heeft ook een hele lage drempel. Bij twijfelwordt eigenlijk altijd gekozen voor een elv, omdat daarvoor bestaandecontracten en structuren zijn.Ten slotte een vraag van mevrouw Vliegenthart die volgens mij alleenmaar onderstreept dat ouderen steeds actiever worden. Die vraag gingover een stijging van het aantal soa’s en een daling van het condoomge-bruik bij ouderen. Zij vroeg hoe wij willen werken aan betere bewust-wording en voorlichting, zowel aan ouderen als aan zorgprofessionals. Eris mij niet bekend dat er sprake zou zijn van een zorgelijk soa-stijging ofdalend condoomgebruik. Ik zie wel een zorgelijke soa-stijging onder eenjongere doelgroep. Daarom wordt er gewerkt – ik vermoed dat mijncollega dat doet – aan meerjarige publiekscommunicatie ter promotie vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18752 condoomgebruik onder jongeren. Dat wil overigens niet zeggen dat weouderen niet in het vizier hebben, want er zijn al plekken waar ouderenterechtkunnen. Ze kunnen bijvoorbeeld naar de huisarts. Ouderen met hivkunnen voor ondersteuning en lotgenotencontact aansluiten bij de HivVereniging. Ook zijn er verschillende websites waar ouderen informatiekunnen vinden. Wat betreft voorlichting aan zorgprofessionals: Soa AidsNederland biedt e-learnings aan over soa’s en condoomgebruik enRutgers biedt informatie aan op de website seksindepraktijk.nl.Ten slotte nog een vraag van de heer El Abassi, die denk ik naar een anderdebat is. Hij vroeg of ik kan aangeven welke stappen ik zet om discrimi-natie in de zorg tegen te gaan en cultuursensitieve zorg te borgen. Wat mijbetreft hebben discriminatie en racisme nergens een plek. Dat geldt dusook voor de zorg. Binnen het bestaande beleid tegen discriminatie enongewenst gedrag in zorg en welzijn wordt steeds aandacht besteed aanhet signaleren en bespreekbaar maken van discriminatie. Het vormt ookonderdeel van goed werkgeverschap. Daar zijn zorgorganisaties in eersteinstantie natuurlijk zelf verantwoordelijk voor. In 2024 is de kwaliteitsstan-daard het Generiek kompas van start gegaan; daar hadden we het net aleven over. Dat bestaat uit verschillende bouwstenen, waarvan ermeerdere ingaan op het kennen van en rekening houden met de cultureleachtergrond van cliënten. Dat gaat dus om persoonsgerichte zorg. Het isook een doorsnijdend thema, zoals ik al zei, in de Nationale Dementiestra-tegie.Dat waren de vragen, voorzitter.De voorzitter:Veel dank. Ik geef zo wat Kamerleden het woord. Daarna komt er nog eenandere Minister aan het woord. Dan weet u dat, voor het geval u denkt:hé, nog niet alle vragen zijn beantwoord. Er komt dus nog een stukje. Nueerst nog vragen voor Minister Sterk. Ik zag als eerste de hand van deSGP-woordvoerder. Daarna loop ik het rijtje af.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank u wel, voorzitter. De Minister wijdde een paar warme woorden aanidentiteitsgebonden zorg onder het kopje palliatieve zorg. Ik had nog éénspecifieke vraag die hieraan raakt, als het gaat over keuzevrijheid in dezorg. Er is druk op het beperken van de wijkverpleging in gemeenten toteen beperkt aantal grote zorgaanbieders, waardoor identiteitsgebondenorganisaties, die doorgaans natuurlijk een stuk kleiner zijn, als vanzelfbuiten de boot vallen, zogezegd. Dat doet dus ook iets met de keuze-vrijheid in de zorg. Heeft de Minister dat op het netvlies? Hoe borgen wijde keuzevrijheid op dat terrein?Minister Sterk:Het eerlijke antwoord is dat ik dit nog niet zo heel scherp op het netvlieshad, maar daar heeft u nu wel voor gezorgd, dus ik zal dit meenemen enernaar kijken.De voorzitter:Ik check het nog even. Mevrouw Maeijer, heeft u nog een vraag?Mevrouw Maeijer (PVV):Ja, dank, voorzitter. De Minister kwam net even terug op mijn vraag overhet afschaffen van de herindicaties. Ik begrijp dat dat na de zomer gaatgebeuren. Dat is hartstikke mooi. Ik neem aan dat dat dan binnen deinstellingen is. Er is ook een aangenomen motie waarin gevraagd wordtom het afschaffen van herindiceren buiten instellingen. Ik vroeg me af watde stand van zaken daarvan is.Daarnaast was de vraag die ik in eerste termijn stelde wat breder. Die gingook over vermindering van de regeldruk in zijn algemeenheid en hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18753 streefdoel van die 20%. Kan de Minister vertellen hoe dat er, specifiek inde ouderenzorg, voor staat? Ik kreeg laatst een poster van ActiZ – ik weetniet of u die ook heeft – met de wet- en regelgeving in de ouderenzorg.Nou, die spreekt voor zich, denk ik. Volgens mij is er nog een hoop werk tedoen op dat gebied.Minister Sterk:Voor wat betreft die eerste vraag: die vereenvoudiging geldt voor zowelbinnen als buiten de verpleeghuiszorg. Dat is het eerste antwoord.Dan het tweede. We zijn bezig met de regiegroep regeldruk ouderenzorg;zo heet die, volgens mij. Die groep heeft twee gezanten, die hier heel hardmee bezig zijn. We zien dat het voor een deel wordt veroorzaakt door wet-en regelgeving, maar dat het voor een heel groot deel ook wordtveroorzaakt door wat zorginstellingen zelf aan elkaar opleggen of doorzaken waarvan men denkt dat ze moeten. We zijn er heel hard mee aan deslag om dat terug te dringen. Dat geldt met name voor deze gezanten. Ikkom ze regelmatig tegen. Dat is dus wat we er op dit moment aan doen.De voorzitter:Mevrouw Maeijer, dit is dan tevens uw allerlaatste. U had er vier, maar ikzei: een vijfde als een soort bonus, afhankelijk van de tijd en van hoe kortde vraag is. Wacht u nog even? Oké.Mevrouw Maeijer (PVV):Dan wacht ik nog even, voorzitter. Er komt nog een bewindspersoon.De voorzitter:Anderen nog? Nee. Dan gaan we door naar de andere Minister die bijdeze commissievergadering aanwezig is. Ze is er niet altijd, maar ze iszeer welkom. Mevrouw Boekholt-O’Sullivan, aan u het woord.Minister Boekholt-O’Sullivan:Dank u wel, voorzitter. Inderdaad: ik ben er niet altijd, maar wel soms. Ikdenk dat het ook bij de opgave van ruimtelijke ordening en huisvestinghoort dat ik langzaam kennismaak met de verschillende commissies, en zoook met u, want dit raakt bijna iedereen en elke commissie. Wonen raaktons immers allemaal en eigenlijk ook alle portefeuilles.De afgelopen 100 dagen – het zijn er inmiddels iets meer, geloof ik – heb ikeen aantal bezoeken afgelegd die direct raken aan de portefeuille waar wevandaag over spreken. Ik ben bij het Knarrenhof in Gouda geweest. Watmij van dat bezoek het beste is bijgebleven, is een 74-jarige dame die daarhaar eerste huis heeft gekocht. Ik dacht: goh, het is wel bijzonder dat datop deze leeftijd nog lukt en past; dat is toch wel een mooie ontwikkelingvoor deze mevrouw. Ik ben ook gaan kijken naar de nultredenwoningen inRotterdam. Die zien er echt hartstikke goed uit. Ik heb het dan over dewoningen, niet over de aantallen; daar kom ik zo op terug. Ik ben ook bijeen verbouwd verzorgingshuis geweest in Zoetermeer. Wat mij daarvooral trof, was het verhaal van een mevrouw die ik daar sprak. Zij wasdaar gaan wonen met haar echtgenoot omdat ze meer zorg nodig hadden.Een week nadat ze daar waren ingetrokken, overleed haar man. Zij is daarnu alleen. Zij was van de ene wijk naar de andere wijk verhuisd. Wat mijhet meest trof, was haar verhaal over eenzaamheid. Bij deze verbouwingwordt een gemeenschappelijke ruimte gerealiseerd; die was nog niet klaartoen ik daar op bezoek was. Ik was er gewoon net te vroeg. Maar zij keeker erg naar uit om daar samen met andere alleenstaanden, tweegaandenen andere mensen nog iets van haar verdere leven te maken.Als u mij vraagt of dit een belangrijk onderwerp is, dan zeg ik dus: ja. Ikben dan ook blij dat ik mag aansluiten bij dit debat om daar iets over tevertellen, want uw zorgen zijn geheel terecht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18754 In 2030 moeten 290.000 extra woningen voor ouderen gerealiseerdworden.De voorzitter:Minister, mag ik u even in de rede vallen? Heeft u een indeling in blokkengemaakt? Of zijn het gewoon de vragen ...Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik heb één groot blok.De voorzitter:Goed. Dat is prima, maar dan weten we dat.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ja.De voorzitter:Dat is ook voor de leden wel fijn. Dan weten we dat er één blok is. Gaat udoor.Minister Boekholt-O’Sullivan:Normaal, in de debatten waar ik zelf in the lead ben, heb ik veel verschil-lende blokjes, maar nu heb ik er één blok van gemaakt, want ik denk datde onderwerpen elkaar in essentie allemaal raken.We moeten inderdaad 290.000 extra woningen voor ouderen realiseren in2030. Dat is wat we te doen hebben. Dat is iets anders bij wat je realiseert.Die ambitie kun je niet opschuiven, want dit gaat niet over metaforen,maar over mensen die een woning nodig hebben. We realiseren dieonvoldoende. Dat weet u, want dat heeft u net ook gezegd, en dat weet ikook. Het gaat goed met de nultredenwoningen. Het gaat minder goed metde geclusterde woningen en met de zorggeschikte woningen. Daar is deafgelopen jaren wel echt al heel hard aan gewerkt. We komen op stoom,maar het is niet genoeg. Dat betekent ook dat de goede plannen op papiermoeten worden omgezet in harde bouwplannen. We sturen op dieopgave. Ik stuur op die opgave via de woondeals en via de Wetversterking regie. Ik hoop dat die wet, als ik die aan het einde van dezemaand door de Eerste Kamer krijg, ook in werking treedt. Als die inwerking treedt, komen de volkshuisvestigingsprogramma’s en dan wordthet allemaal veel specifieker. Dan ontstaat er ook een instrument waarmeewe veel beter kunnen monitoren en sturen.Dan heb je ook nog geld nodig, want je kan goede plannen hebben, maarer moet ook geld zijn om die te ondersteunen. Zoals uw Kamer weet, is in2026 40 miljoen voor de geclusterde woningen en 80 miljoen voorzorggeschikte woningen beschikbaar gesteld. In de komende jaren gaanwe deze middelen daarvoor inzetten en afspraken maken om dit gewoonvoort te kunnen zetten, want die extra impuls is natuurlijk gewoon nodig.Dus het moet en het kan en het heeft de volle aandacht nodig.Dan de vragen. Ik begin met mevrouw Wendel van de VVD. Zij stelde eenvraag over bouwen naar behoefte. De samenstelling van het woning-bouwprogramma moet aansluiten op de woonbehoeften. Die zijn ondermeer gebaseerd op de woonwensen van mensen, maar ook op deinkomensontwikkeling. Ik maak daarbij gebruik van ABF Research. Datgeldt dus ook voor deze 290.000 woningen die gebouwd moeten wordenvoor ouderen in de jaren tot en met 2030. En dat is snel. Een onderdeeldaarvan zijn de 80.000 geclusterde woningen, waaronder ook deKnarrenhofjes vallen. Verder brengen gemeentes in beeld aan welkewoonconcepten en marktsegmenten ouderen behoefte hebben. Watbetreft de betaalbaarheid geldt wel de ambitie om twee derde betaalbaarte bouwen, aansluitend bij de woningbehoefte van álle woningzoekenden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18755 Dat gaat over huur- en koopwoningen. De Wet versterking regie zaldaarbij kunnen helpen, want deze cijfers zijn daarin geborgd.Ik roep de gemeenten en de ontwikkelaars op om nadrukkelijk met deouderen zelf te spreken en hen erbij te betrekken, zodat we ook ietsbouwen wat past bij hun woonbehoeftes en -wensen. Hier zit nog iets heelpositiefs achter, want als deze oudere mensen bereid zijn om te verhuizenomdat zij dat nodig hebben of omdat ze dat willen, blijft er een woningachter, en daar zitten ook weer verschillende verhuisbewegingen achter. Ikheb dus inderdaad een extra motivatie om dit voor elkaar te krijgen. Watik uit de gesprekken met de oudere mensen wel terugkrijg, is dat ze hetmoeilijk vinden als zij daardoor hun regio, hun wijk, hun straat uit moeten.De gemeenten moeten dus heel goed kijken waar iets wordt gebouwd,opdat mensen zo veel mogelijk in hun eigen sociale omgeving kunnenblijven wonen en we hen kunnen accommoderen als zij met meerderenwel willen verhuizen naar een plek iets verder buiten de eigen wijk.Dan een vraag die door velen van u is gesteld, namelijk door mevrouwCoenradie, mevrouw Vliegenthart, mevrouw Tijmstra, mevrouw Synhaeveen mevrouw Ten Hove; sorry dat ik jullie namen nog niet allemaal uit mijnhoofd ken. De vraag gaat over de schaalvergroting en de realisatie, overzorgzame gemeenschappen en passende huizen. Dat is belangrijk voorouderen. Dat heb ik u horen zeggen, dat heb ik de collega-minister horenzeggen en dat zal ook ik zeggen. Ik zie dat de nultredenwoningenvoldoende in de planvoorraden voorkomen. Toch zijn voor clusterwo-ningen en zorggeschikte woningen een flinke schaalvergroting en eenschaalsprong nodig. We moeten van afspraken naar uitvoering. Dat kanalleen als we dat samendoen, met de corporaties, met de gemeenten, metde provincies, met de zorgaanbieders en met de verschillende marktpar-tijen. Daarvoor is een brede aanpak nodig, van nieuwbouw, maar ook vanbestaande bouw, een aanpak waarbij we kijken hoe we die beter kunnenbenutten.Om dit aan te jagen hebben we natuurlijk financiële regelingen nodig,want iedereen wil wel, maar vervolgens is het natuurlijk: hoe krijg je debusinesscase rond? Daarvoor hebben we de verschillende regelingenopnieuw geopend. We sturen daarop via de woondeals. De woondealsworden in dit najaar geactualiseerd en dan nemen we dit onderwerpnatuurlijk ook weer mee. Als de Wet versterking regie door de EersteKamer komt, heb ik op basis van deze wet ook elementen om hier nogsterker op te kunnen sturen. Dat gaat helpen. Voor de zomer stuur ik uwKamer een brief waarin ik nog uitgebreid inga op de voortgang van deouderenhuisvesting.Dan de vraag van mevrouw Vliegenthart over ouderenwoningen diedaadwerkelijk betaalbaar moeten zijn. Daarover ben ik het hartgrondigmet haar eens. Dat geldt niet alleen voor ouderen, maar voor iedereen dieeen woning zoekt in dat segment. Vandaar ook dat ik zo benadruk dat deWet versterking regie ons hierbij gaat helpen, want daarin staat dat tweederde van wat we bouwen, betaalbaar moet zijn en dat 30% daarvansociale huurwoningen moet zijn. Dat geldt niet alleen voor ouderen, maarvoor allemaal, en dus ook voor ouderen, want die vallen onder«allemaal». Nogmaals, ik hoop dat ik die wet 1 juli in werking kan latentreden. 50% van de geclusterde en de zorggeschikte woningen in desociale huur zou dan gerealiseerd moeten kunnen worden. Die andere50% moet middenhuur en koop zijn. Op die manier zorgen we ervoor dater ook afhankelijk van het inkomen van deze mensen een gebalanceerdevoorraad is.Dan de vraag van mevrouw Wendel, mevrouw Maeijer, mevrouw Keijzeren mevrouw Synhaeve over financiële middelen voor de bouwopgaven.Zoals ik net al zei en eerder ook al is genoemd, is 80 miljoen beschikbaarvoor de zorggeschikte woningen en 40 miljoen voor de ontmoetings-ruimten bij de geclusterde woningen. Dat is voor 2026. De vorige tranchesvan de regelingen waren echt een succes. De eerste tranche is helemaalTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18756 benut, de tweede niet helemaal, maar we verwachten met het openzettenvan de regeling dat het nog beter gevonden gaat worden. Dat zien we al,want op de eerste dag dat deze openstond, hadden we al direct eenenorme uitvraag. Wat we beter hebben gemaakt, is dat er voorwaardenzijn waaronder je van meerdere regelingen gebruik mag maken. Dat wasin het verleden niet, maar dat is nu wel ingezet en ook tot stand gekomen.In theorie hebben we voldoende middelen gereserveerd voor debenodigde geclusterde en zorggeschikte woningen. Bij elke nieuwetranche nemen we natuurlijk de signalen van de koepels en de aanvragersmee om ervoor te zorgen dat de regelingen altijd daadwerkelijk doen watze moeten doen, namelijk bijdragen aan deze realisatie.Dan de vraag van mevrouw Keijzer of 120 miljoen voldoende is voor290.000 woningen. Die 120 miljoen is voor 2026. In het coalitieakkoord isafgesproken dat dit ook elk jaar wordt voortgezet. Als je het doorrekent,zou het in theorie genoeg moeten zijn voor die 290.000 woningen. Maar ikzeg heel nadrukkelijk: in theorie. Dat is bij meer vragen zo: in theorie kaniets uitgerekend worden en heb je een sluitende businesscase, maar jeweet tegelijkertijd dat in de realiteit ook nog een aantal andere elementeneen rol spelen. Dit betekent dat er genoeg plannen moeten zijn. Zoals ik aleerder zei, doen we dat met de woondeals, met de Wet regie, met devolkshuisvestingsprogramma’s. Op die manier willen we hier sturing enregie op gaan voeren en monitoren we dat ook met onze monitor.Dan de vraag van mevrouw Keijzer en mevrouw Maeijer: tot welkevertraging leidt het schrappen van de envelop? We nemen debouwopgave voor de doelgroep van de verzorgingshuizen mee in deherijking van de woondeals. Daarmee wordt het onderdeel van de opgavetot en met 2036. Ik verwacht daarmee geen grote vertraging. Ik begrijp hetheus als daar de vervolgvraag op zou komen «ja, maar van ’32 tot ’36 waser toch al sprake van een vertraging?» Dat is zo, maar daarom zeg ik: ikverwacht alleen dat dit geen extra vertraging gaat geven.Dan de vraag van mevrouw Wendel over de inwerkingtreding van de Wetregie. Ik streef ernaar dat dit 1 juli kan zijn. Alleen, niet alle elementen uitde Wet regie kunnen daadwerkelijk direct geïmplementeerd worden. Vooreen aantal elementen uit de Wet regie moet ik nog een advies halen bij deRaad van State of moet ik nog via koninklijk besluit een aantal zaken gaanregelen. Het is zelfs mogelijk dat er nog iets via een langer traject moet.Als het gaat over wanneer de vergunningsvrije mantelzorg- en familiewo-ningen daadwerkelijk vergunningsvrij neergezet kunnen worden, isprecies dit het betreffende geval waarvoor ik nog een advies bij de Raadvan State moet ophalen. Mijn streefdatum hierbij is dat ik dit 1 januari ’27in werking kan laten treden. Dat is een halfjaar later dan ik zelf zou willen,maar er zitten nu eenmaal stappen tussen waarvan we met elkaar hebbenafgesproken dat ik die moet nemen. Dus het is een halfjaar later:1 januari ’27.Dan de vraag van mevrouw Tijmstra en mevrouw Ten Hove, over hoe ikkijk naar het bieden van ondersteuning aan mantelzorgers en het gevenvan ruimte daarvoor vanuit de woningbouwregels. Ik vind mantelzorgersecht saints; ik weet even niet zo snel wat het Nederlandse woord ervooris. «Heiligen» hoor ik net, rechts van mij. Dank daarvoor; u kunt zien datwij een goed duo zijn. We moeten mantelzorgers zo veel mogelijkfaciliteren, zodat ze dit, als ze het kunnen doen, ook willen blijven doenomdat we dat voor hen faciliteren. Daarom was ik ook zo blij dat dit in deWet regie staat en dat we dit voortzetten. We schrappen het verplichtaantonen van een mantelzorgverklaring. Dat is niet genoeg, dus wemoeten bij de bouw ook kijken hoe we dat kunnen vereenvoudigen zonderdoor het ijs te zakken als het gaat over veiligheid. We kijken naar alleennoodzakelijke bouwtechnische regels – dit gaat over veiligheid – en danmet name naar de brandveiligheid. We zien vaak dat mensen die zorgnodig hebben, iets minder mobiel zijn en dat het iets meer tijd kost om ...Nou, daar moeten we bij de bouw van deze woningen natuurlijk rekeningTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18757 mee houden. Verder werken we aan een vereenvoudiging op het gebiedvan wonen, doorstroom en bouwen via de jaarlijkse vereenvoudi-gingswet. Dus wat doen we? We werken aan de vereenvoudiging van dealgehele bouwregelgeving en het versnellen van procedures. We werkenaan de vereenvoudiging van het partnerbegrip in de AOW, zodatmantelzorgers duidelijkheid hebben over de impact van samenwonen ophun AOW-uitkering. Ik onderzoek samen met de hypotheeksector of we definanciering van woningen voor ouderen kunnen vereenvoudigen ofondersteunen.Dan vroeg mevrouw Vliegenthart nog hoe de andere Minister en ik ernaarkijken dat nieuwe woonvormen onvoldoende van de grond komen.Knelpunten die de woningbouw raken, raken ook de woningbouw voorouderen. Daar zit geen onderscheid in. Ouderen hebben helaas geenuitzonderingspositie in de problematiek waar de hele woningbouwopgavemee te maken heeft, zoals stikstof en netcongestie. De taskforce voor hetversnellen van de woningbouw, onder leiding van de Minister-President,is ingezet om de ambtelijke capaciteit te bieden om daarbij te onder-steunen. Het mooie aan deze taskforce is dat de verschillende departe-menten daarin samen aan tafel zitten. De onderwerpen die we daarbespreken, worden onmiddellijk multidisciplinair en interdepartementaalbekeken. Netcongestie wordt meegenomen, stikstof wordt meegenomenen andere eventuele bezwaren ook. De Minister zit aan tafel bij dezetaskforce als hoeder van het sociaal domein, dus niet alleen namens haareigen portefeuille, maar namens het hele sociaal domein. Ik kan uverzekeren dat als ik het niet heb opgeschreven, ik het daarna welopschrijf, omdat de Minister mij daar dan op attendeert.Waar zitten de knelpunten? Bij het vinden van voldoende geschiktelocaties – dat gaat niet alleen om wat ik geschikt vind; dat gaat om waarwe met elkaar vinden dat deze woningen gebouwd zouden moetenworden – bij de exploitatie van de ontmoetingsruimte, bij de hogerekosten voor zorggeschikte woningen en bij onduidelijkheid over debrandveiligheidsmaatregelen. Dat zijn de zaken die we moeten oplossenom voor die versnelling te zorgen. Dat doen wij samen. We kijken ook hoewe subsidies langjarig kunnen inzetten en hoe we duidelijkheid kunnenverschaffen rondom brandveiligheid en de normeringen die daarbij horen.Ik stuur uw Kamer daar vóór dit reces een voortgangsbrief over.Dan wilt u vast weten hoeveel ik er nog heb; dat zijn er vier. MevrouwWendel vroeg naar de monitoring van de woningbouw. Het begint metinzicht, anders heb je geen idee waar je het over hebt. Je kunt ook nietsturen als je geen inzicht hebt. Dat betekent dat woningtypes ookgeregistreerd moeten worden, en dat werden ze niet. We hebben dus eenbeetje een achterstand in het zorgen dat we dat goed in beeld krijgen.Registreren betekent ook dat we met dezelfde definities moeten werken,want als we met verschillende definities werken – dat zie ik met name bijde nultredenwoningen – dan kan het zijn dat de één op een hoger of lageraantal komt dan de ander. Het is belangrijk dat we daar eenzelfde beeld bijhebben, dus ik ga die definities vastleggen in het Besluit bouwwerkenleefomgeving. Daarmee hebben we een afgesproken definitie, en dangaan de gemeentes via de Landelijke monitor voortgang woningbouwinzicht geven in hun plannen en in de realisatie daarvan. De kwaliteit vande data is nu nog onvoldoende om een volledig en betrouwbaar beeld tegeven, maar daar werken we hard aan. Ook dat is onderdeel van de briefover de voortgang waarvan ik zojuist al zei dat u die vóór de zomer krijgt.Dan de vraag van mevrouw Tijmstra of de wet- en regelgeving rondtoewijzing en gemengd wonen voldoende is toegesneden op hetrealiseren daarvan. We hebben een goede mix nodig die passend is. Voorcorporaties en in de huurmarkt zijn er genoeg mogelijkheden om te sturenop toewijzen. Zij kunnen bijvoorbeeld huizen labelen als ouderenwoningof huidige bewoners inspraak geven, zoals dat in het Knarrenhof in Goudagebeurt. Daar bepalen de mensen met elkaar wie daar nog meer bij komtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18758 wonen. Dat is veel moeilijker als het koop is. Bij koop verkoopt op eengegeven moment iemand iets. Je zou met de eerste bewoner nog ietskunnen doen, maar na de eerste bewoner zou dat een andere invullingkunnen krijgen. Platform31 heeft in april alle instrumenten voor woning-toewijzing voor ouderen overzichtelijk op een rij gezet. Dat is ook gewoonbehulpzaam.Dan komen we bij de vraag van de heer El Abassi hoe ik voorkom datouderen niet gaan samenwonen uit angst voor korting op de huurtoeslagen de AOW vanwege de kostendelersnorm. Daar heb ik net al iets overgezegd. Ik deel deze zorg ook, om twee redenen: één, het lijkt me echtheel vervelend om in de situatie te zitten dat je eigenlijk anders wiltwonen dan je doet, en twee, het heeft een negatieve impact op dewoningvoorraad. Als deze mensen gewoon samen gaan wonen, spelen zedaarmee namelijk een huis vrij. Ik zit bij het antwoord op deze vraag duswel met een enigszins dubbele pet op. Aanpassingen in de regelingenhebben wel flinke budgettaire gevolgen. Voor de huurtoeslag – dat weet uwaarschijnlijk – geldt dat mensen die op het toeslagadres staaningeschreven, meetellen als medebewoner omdat ze geacht worden bij tedragen in de huurlasten. Dat geldt natuurlijk niet alleen voor ouderen,maar voor iedereen. In de Kamerbrief over Beter Benutten ga ik in op deleefvormbeoordeling in de AOW en op de relatie tussen de kostende-lersnorm en woningdelen. Ook deze brief wordt voor de zomer aan uwKamer verstuurd.Specifiek voor de AOW geldt dat het kabinet opties uitwerkt voorharmonisering van het partnerbegrip, inclusief bijpassende dekking.Hierop kom ik na de zomer terug in het actieplan van de taskforcewaarvan ik u zojuist vertelde wat het is, wat we daar doen en dat MinisterSterk daarbij aan tafel zit namens het sociale domein.Tot slot vroeg mevrouw Van Brenk wanneer ik met de brief over deouderenhuisvesting kom. Ik ben het natuurlijk helemaal met u eens dat wevoldoende passende woningen moeten hebben voor ouderen. Ik weetsoms de dagen niet meer, maar ik denk dat ik u deze week nog heb gezientoen u samen met het CDA mij iets heeft overhandigd over hoe u kijktnaar andere oplossingen. Met interesse lees ik dat en ga ik daaroververder in gesprek. Samen met Minister Sterk kijk ik op dit onderwerp echtnaar wat we kunnen doen. Ik ben blij dat ik aanwezig mocht zijn bij ditdebat. Maar dan concreet uw vraag: wanneer krijg ik nou mijn brief? Diekrijgt u voor de start van het zomerreces, want dan sturen wij samen eenbrief over de voortgang op het gebied van ouderenhuisvesting, waarin wijook ingaan op de voortgang van de bouwopgave en de aanpak van dedoorstroming.De voorzitter:Veel dank, Minister Boekholt-O’Sullivan. Eerst mevrouw Ten Hove, en danmevrouw Tijmstra. Twee vragen.Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Ik had nog specifiek gevraagd naar generatiewoningen. Het is mij nogsteeds niet helemaal duidelijk hoe die er dan uit komen te zien. Zeker inNederland, waar we toch met z’n allen op best een klein oppervlak leven,is het wat mij betreft heel logisch dat we de lucht ingaan. Op de Balkanheb je een model van generatiewoningen. Zo’n huis heeft twee of drielagen. Op de benedenlaag, die gelijkvloers is, woont de oudste generatie,dus opa en oma. Daarboven zit de jongere generatie. Ik vraag me af of wedaar in Nederland ook op gaan inzetten, of de Minister hiermee bezig is enof zij hiernaar wil kijken. Ook bij een veranderende situatie is dit ideaal,want dan zou je nog een deel kunnen verhuren; dan kun je die woningenuit elkaar trekken. Als ze daar nog niet mee bezig is, kan ze daar misschienin de brief op terugkomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18759 Minister Boekholt-O’Sullivan:Als ik op vakantie ben in Italië – dat gebeurt niet heel vaak, overigens – kijkik ook altijd naar die grote huizen waar hele families uit komen. Enerzijdsdenk ik dan: goh, dat is mooi. Heel eerlijk gezegd denk ik ook weleens:oeh, als ik mijzelf daar met mijn hele familie zie wonen, weet ik niet ofiedereen dat zou willen. En dan bedoel ik mijn familie met mij, hè! U moetmisschien nog wennen aan mijn gevoel van humor. Dan het antwoord opuw vraag, want het is een serieuze vraag. Dit gaat voor mij over optoppenen beter benutten van de bestaande bouw. Als we het in Nederland voorelkaar krijgen om er, daar waar het mogelijk is, verdiepingen op te zetten,dan is het mogelijk voor families die daarvoor kiezen om op die maniersamen te gaan wonen. Het zit nadrukkelijk nu niet in de plannen om daareen specifieke categorie van te maken, maar door Beter Benutten is ditwel een onderdeel.De voorzitter:Eerst mevrouw Tijmstra, dan mevrouw Van Brenk.Mevrouw Tijmstra (CDA):Ik heb nog een aanvullende vraag over die mantelzorgwoningen. Het isheel mooi dat er nu vergunningsvrij bouwen van mantelzorgwoningen enfamiliewoningen aankomt. Maar we komen natuurlijk van een tijdperkwaarin in eerste instantie helemaal niks mocht op ruimtelijk vlak. Wegingen naar een tijdperk waarin mondjesmaat iets werd toegestaan,vooral tijdelijk. Op het moment dat iemand overleden was, moest je hetook weer weghalen. Vervolgens gaan we naar de stap die we nu maken,waarbij we ruimte aan de samenleving geven, daar waar het kan –natuurlijk toets je op een aantal dingen, zoals leefbaarheid en veiligheid;dat is heel logisch – en dit stimuleren. Dat doen we juist omdat er eentekort aan woningen is en omdat je voor elkaar wil zorgen. We zien datwetgeving hier ruimte voor gaat geven, maar dat heel veel partijen diehiermee bezig zijn – denk aan gemeenten, hypothekers en verzekeraars –eigenlijk nog niet zo goed weten wat de bedoeling is. Daar zou ik graagnog een keer aandacht voor willen vragen. Kunnen we iets doen op hetgebied van communicatie? Kunnen we ook echt uitstralen dat dit eenbeweging is die we met elkaar heel graag willen maken?De voorzitter:Ja, sorry, soms kijk ik gewoon iemand aan zonder mondeling het woord tegeven. U kunt.Minister Boekholt-O’Sullivan:Helemaal goed, voorzitter. Ik probeer te wennen aan alle regimes van deverschillende commissiedebatten. Die aanmoediging neem ik graag aan.Als we er duidelijkheid over hebben of we door de Eerste Kamer zijngekomen en dus of 1 januari een realistische tijdslijn is, dan zullen wezeker in de communicatie hierover zeer enthousiast uitdragen dat ditinderdaad iets is dat je zou moeten willen. Dat vind ik ook echt. Dat vondmijn voorganger ook. We blijven hier dus gewoon vol op inzetten.De voorzitter:Mevrouw Tijmstra, u mag nog.Mevrouw Tijmstra (CDA):Ik heb netjes mijn laatste interruptie bewaard. Ik zou u graag nog eenvraag willen stellen over de Taskforce Versnelling Woningbouw, die erjuist voor bedoeld is om met meerdere ministeries en departementen tewerken aan de opgave die er ligt. Voor ons is het ook heel erg belangrijkdat de ouderenhuisvesting daar expliciet in meegenomen wordt. Kunt udaar misschien nog een reactie op geven?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18760 Minister Boekholt-O’Sullivan:Jazeker. Ik heb u gehoord, voorzitter; ik kijk of u mij aankijkt, en dan is hetgoed. Dit wordt nadrukkelijk geagendeerd binnen de taskforce. Dat is watik probeerde te zeggen. Minister Sterk zit in die taskforce – zij heeft dit ookal een paar keer gedaan – precies om ervoor te zorgen dat dit onderwerpniet verloren gaat in de grotere opgave.De voorzitter:Mevrouw Keijzer, u mag zo. Ik had mevrouw Van Brenk nog staan. Wegaan het lijstje af. Mevrouw Van Brenk, uw allerlaatste interruptie.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Ja, ik weet het. Misschien kan ik de Minister en de collega’s adviseren omeen bezoek te brengen aan Roggel. Daar ben ik op Tweede Pinksterdaggeweest. Daar is een heel mooi parkje waar je allerlei mantelzorgwo-ningen kan zien en beleven. Die staan daar keurig in de grond geplaatst,zodat je precies kunt zien: hoe ziet straks mijn achtertuin eruit? Dat is eenaanrader. Mijn vraag gaat over de 120 miljoen die beschikbaar is. Wijweten dat met name Aedes is gekomen met: als we zorggeschiktewoningen moeten bouwen, zitten we toch echt met een onrendabele top.Wat gaat deze Minister nou doen om te zorgen dat dit ook echt gaatvliegen? Want dat moet. Er moet geld bij, want anders is het gewoonhelemaal niet te doen. We willen ook nog dat een deel ervan sociale huurwordt. Dan wordt het helemaal moeilijk. Dus de vraag is: wat kunnen wemet die centen doen en hoe gaan we zorgen dat de woningstichtingenook echt geholpen worden om dit te realiseren?Minister Boekholt-O’Sullivan:Een goede vraag van mevrouw Brenk. Het is Van Brenk, hè? Ja. Mijnexcuses. Ik ben het met u eens. Daarom zei ik net ook dat het zich intheorie rond rekent. Maar ik ben niet doof voor de geluiden van Aedes enanderen dat dat een theoretische exercitie is en dat er meer nodig is danalleen geld, ook in de procedures. Voor mij is het belangrijkste dat wezorgen dat we dit geld goed besteden, dat er voldoende harde plannenkomen – dat zijn plannen die daadwerkelijk gebouwd gaan worden – endat het uit de fase van het erover nadenken komt. Ik ben er dus niet doofvoor dat er wellicht meer nodig is; dat denk ik ook, anders zou ik nietzeggen «in theorie rekent het zichzelf rond». Tegelijkertijd vind ik wel datwe eerst moeten laten zien dat we het geld dat nu is toebedeeld, goedwegzetten met elkaar. Ik kan u toezeggen dat ik met Aedes in gesprek blijfom te kijken hoe we elkaar kunnen helpen binnen deze opgave. Ik hoopook dat de Wet regie hier toch bij gaat helpen, doordat we dan wat meerrichting de normering van de woningmarkt gaan komen.Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):Schaefer, welbekend, zei altijd ... Ik mag het eigenlijk niet zeggen. O, mijnbuurvrouw zegt het gewoon, dus dan mag ik het herhalen: in gelul kun jeniet wonen. Dat gevoel bekruipt mij toch een beetje bij de discussie overhet realiseren van ouderenwoningen. In het regeerakkoord stond drie keer40 miljoen voor zorgzame buurten – dat was voor allerlei leuke, socialedingen – en één keer 80 miljoen voor de ontmoetingsruimten. De470 miljoen die bij de vorige regering gereserveerd stond voor hetrealiseren van ouderenwoningen, is wegbezuinigd. In de Voorjaarsnotatrof ik alleen eenmalig 40 miljoen voor 2027 aan voor die onrendabeletoppen, uit mijn hoofd gezegd. Dan kan je tot morgenochtend praten metAedes, maar de conclusie is dat er gewoon een tekort is en dat dieouderenwoningen niet gerealiseerd worden. Hoe kan dit?Minister Boekholt-O’Sullivan:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18761 Ik heb een iets andere lezing dan mevrouw Keijzer over welke geldenbeschikbaar zijn en wat er in het coalitieakkoord is afgesproken. De geldendie nu beschikbaar zijn, zijn ook volgend jaar en het jaar daarnabeschikbaar. Ze gaan dus wat langjariger beschikbaar komen. Ik heb daarnog werk voor te doen. Het staat nog niet op mijn eigen begroting, maarin het coalitieakkoord zijn er afspraken over gemaakt. Er staat ook in derekentabellen in het coalitieakkoord hoeveel geld er uiteindelijk naar debegroting gaat. Wij nemen dit dus gewoon mee in de nieuwe regeling.Wat mij betreft houd ik vast aan wat ik hier zojuist over heb gezegd.Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):Ik heb het regeerakkoord en de tabel uiteraard uitgespit. Daar vond ik echtniet meer dan drie reeksen van 40 miljoen voor sociale cohesie enéén bedrag van 80 miljoen voor ontmoetingsruimten. Dit moet dan in deVoorjaarsnota worden uitgewerkt en daar vond ik 40 miljoen. Ik hebnieuws voor de Minister: als in de tekst staat dat er ouderenwoningenmoeten worden gerealiseerd, maar er zit geen geld bij, dan komt dat erniet. Realiseert de Minister zich dat? Kan ze dan niet veel beter zeggen: ikheb het nog niet geregeld; ik moet hierover nog onderhandelen en ik weetniet of het me gaat lukken?Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik heb het coalitieakkoord en de financiële tabellen ook gelezen. Daarinstaat dat er ook nog zeven keer een miljard beschikbaar is. Dat staat nogniet gepinpoint op deze woningen, maar als ik er hier uitspraken over doe,dan moet u mij erop kunnen vertrouwen dat ik het daaraan ook gabesteden. Schaefer mag zeggen wat hij wil. Ik geef u hier antwoord overde manier waarop ik met de begroting omga en welke gelden toegezegdzijn vanuit het coalitieakkoord. Die zijn ook aan dit onderwerp te bestedenen dat is ook wat ik ga doen.Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):Tot slot. Ik wil het nu niet op de spits drijven, maar ik wil wel aan deMinister vragen of zij in de brief die zij heeft toegezegd aan mevrouw Vanden Brenk, precies uit wil leggen waar dat geld dan staat, waarvoor hetbedoeld is en – dat was namelijk mijn vraag in de eerste termijn – hoeveelgeld je nodig hebt voor 290.000 verschillende zorgwoningen en of deMinister dat heeft. Ik weet dat er verschillende soorten zorgwoningen zijn.Ik ben er nog niet gerust op. Als de Minister dat dus wil toezeggen, dan isvoor mij voor dit moment de kous af.De voorzitter:Het verzoek is dus aanvullend op de reeds toegezegde brief, namelijk of udit daarin kunt betrekken, Minister.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ja, voorzitter, het verzoek is mij helder. Ik kan in de brief die voor dezomer komt, in ieder geval iets toezeggen tot en met 2030. Hoe dit erdaarna uitziet, kan ik toevoegen aan de brief van de taskforce die dus inseptember komt.De voorzitter:Tot slot.Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):Dat was mijn vraag niet. Ik wil dat gewoon graag bij de brief hebben diemevrouw Van Brenk krijgt. Dat is geen ingewikkeld verzoek. Het isnamelijk gewoon een vraag naar de feitelijke hoeveelheid geld die deMinister daadwerkelijk al op haar begroting heeft en een feitelijke vraagTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18762 naar hoeveel geld de komende jaren nodig is om die 290.000 woningenvoor ouderen te gaan bouwen.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik denk wel dat het twee verschillende vragen zijn. De ene vraag gaat overhoeveel je nodig hebt om 290.000 extra woningen te bouwen. Dat kan ikprima in diezelfde brief meenemen. We weten namelijk wat er nodig is omdat te kunnen doen. De eerdere vraag van mevrouw Keijzer was: u heeftdat geld helemaal niet. Daarover zeg ik dat in het coalitieakkoord staat datwe zeven keer een miljard hebben. We zijn bezig met die bestedings-plannen. Ik zeg wat ik daarmee ga doen en waar ik mee bezig ben. Daarkan en mag u van vinden wat u wil. Ik geef aan wat ik aan het doen ben,en daar sta ik voor.De voorzitter:Tot slot.Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):Als de Minister in de brief wil opnemen waar dat geld dan staat en inwelke mate dat voor ouderenhuisvesting beschikbaar is, dan geeft zeantwoord op mijn vraag. Dan zal ik mij uiteraard verdiepen in de brief ende kennis die daarin staat.De voorzitter:Is het mogelijk om de coalitieakkoordplannen nader te specificeren in debrief, voor zover dat kan? Ik zit gewoon even mee te denken.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik waardeer het dat de voorzitter meedenkt, maar ik hou vast aan mijneigen lijn. Voor de zomer stuur ik een brief. Daarin kan ik iets zeggen overdie 290.000 tot aan 2030. Op de bestedingsplannen ga ik niet vooruit-lopen. Die brief kan in september volgen.De voorzitter:Oké, «in september» is uw antwoord. Dat wilde ik even checken. MevrouwKeijzer, tot slot.Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):Ik vind dit echt heel jammer. Ik weet namelijk niet waar die 7 miljard staat.Ik zal dan wel gewoon schriftelijke vragen stellen. Dan heeft ze drie wekenom ze te beantwoorden. Dan doen we het zo. Ik vind het jammer.De voorzitter:Dat is ook een route. Ik kan me ook voorstellen dat er straks in de tweederonde behoefte is aan een tweeminutendebat en dergelijke.Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):Dat is bij dezen aangevraagd, voorzitter.De voorzitter:Nou, nee. Qua volgorde doen we het iets anders, maar ik begrijp uw punt.Ik kijk eerst of we echt aan het einde zijn gekomen van de vragen.Mevrouw Maeijer heeft nog een vraag. Nou, wacht even, ik check heteven. Het is de bonus, de allerlaatste.Mevrouw Maeijer (PVV):Dan wil iedereen een bonus, of niet?De voorzitter:Vol verwachting klopt mijn hart nu. Kom op met die vraag!Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18763 Mevrouw Maeijer (PVV):Ik heb op zich nog wel een aantal vragen, maar ik weet niet hoeveel bonusik krijg.De voorzitter:Nee, nee, nee, echt een slotvraag. We moeten echt door.Mevrouw Maeijer (PVV):Over dat miljard. Ik heb hier de tabel voor me. Het is punt 7, investeren inbetaalbare woningen, 2029 tot en met 2035. Er staat dat er inderdaad 1miljard beschikbaar is. Ten eerste is dat vanaf 2029, dus dat is niet nu ofvolgend jaar. In het antwoord dat de Minister net gaf, werd in ieder gevalvoor mijn beeld een iets andere suggestie gewekt. Ik hoop dat zij nu, intweede termijn of in een brief concreet kan maken wanneer dat geld er isen waarvoor dat exact is bedoeld, als het de post is waar ik nu aanrefereer.Minister Boekholt-O’Sullivan:Het is helemaal niet erg dat dat pas in 2029 op de rekening zou staan,want ik heb net aangegeven dat er tot 2030 een financiële reeks voor is. Ikheb gezegd wat ik zal doen. Tot 2030 zal ik meenemen in de brief van voorde zomer. Na 2030 neem ik mee in de brief van september.De voorzitter:Dan zijn we echt aan het einde gekomen van de eerste termijn van dezijde van het kabinet. Ik kijk naar de leden. Kunnen we gelijk door? Ja, datkunnen we. We houden dezelfde volgorde aan als in de eerste termijn.Dan is als eerste het woord aan mevrouw Brenk, gewoon heel kort vooreen tweede termijn. Uw tijd gaat in.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):U neemt «Brenk» ook over. Het is echt «Van Brenk».De voorzitter:Excuus! Heb ik dat gezegd? Ik zeg altijd «Van Brenk».Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Ja. Het is de duurdere versie.De voorzitter:Het was, is en blijft «Van Brenk». Bij dezen.Mevrouw Van Brenk (50PLUS):Voorzitter. Ik zou inderdaad graag een tweeminutendebat willenaanvragen. Ik ben onvoldoende tevreden over het onderdeel Generiekkompas, over casemanagement en over langjarige financiering vooractuele initiatieven. Ik ben er wat door verrast dat de Minister vanVolkshuisvesting zo vast blijft houden aan 2030, want ik heb sterk deindruk gekregen dat de 290.000 inmiddels al doorgeschoven waren naar2036. Nou ja, ik ben blij verrast dat we 2030 gaan halen voor die 290.000,maar ik maak me daar zorgen over.De voorzitter:U heeft een tweeminutendebat aangevraagd. Dat geleiden we door naarGriffie plenair. De VVD ziet af van haar tweede termijn. MevrouwVliegenthart.Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):Voorzitter, ik zal het kort houden. Allereerst dank aan de Ministers voor debeantwoording, voor zover dat nog niet gezegd was. Ik ben vooral heelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18764 erg blij om te zien dat er aan deze zijde van de Kamer best veel animo wasvoor de zorgzame buurten en gemeenschappen. Ik kijk ernaar uit omsamen op te trekken om te zorgen dat daar structurele financiering voorkomt, want wat dat betreft heb ik nog onvoldoende antwoorden gekregenof ben ik nog in afwachting van de Ministers. Hetzelfde geldt ... Eigenlijkben ik nog helemaal niet gerustgesteld, want – laten we heel duidelijk zijn– er staan ons gewoon gigantische bezuinigingen te wachten en het is nogheel onduidelijk waar die terecht gaan komen. Ik mis ook nog de visie ophoe er in een sector waar al gigantische tekorten zijn, daadwerkelijk voorgezorgd gaat worden dat ouderen de zorg krijgen waar zij recht ophebben. Ik ben dus blij dat mevrouw Van Brenk een tweeminutendebatheeft aangevraagd.De voorzitter:Dank u zeer. Mevrouw Synhaeve ziet af van het woord. De heer Van Dijk.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank, voorzitter. Dank aan beide Ministers voor de gegeven antwoorden.Heel kort. Langetermijnbewegingen zijn nodig in de zorg. Daar zijn we hetdenk ik allemaal over eens. Die vergen akkoorden met langetermijnfinan-ciering en structurele financiering. Gemeentezorg en verzekeraars hebbendie stabiele basis nodig en daar zullen we als SGP ook alert op blijven inde toekomst. Ik dank de Minister ook voor de warme woorden over hetwerk van hospices. Die zijn onmisbaar. En ik zie graag nog de reactietegemoet op de wijkverpleging, identiteitsgebonden zorg en datgemeenten steeds vaker kiezen voor een beperkt aantal grote aanbieders,waardoor de identiteitsgebonden zorg vaak over de rand valt. In detweede termijn of op een ander moment hoor ik graag nog hoe deMinister daarnaar kijkt en hoe we die keuzevrijheid in de zorg ook op ditterrein kunnen borgen.Dank u.De voorzitter:Even, meneer Van Dijk: u heeft geen nieuwe vraag meer gesteld in tweedetermijn. Dit zijn eigenlijk zaken waar u nog meer antwoord op wilt, vragendie volgens u openstaan.De heer Diederik van Dijk (SGP):Van de tweede zei de Minister «ik kom daar later op terug», maar ik weetniet of dat in tweede termijn zou zijn of überhaupt later.De voorzitter:Check. Goed dat u dat nog even toevoegt. Mevrouw Tijmstra.Mevrouw Tijmstra (CDA):Dank u wel, voorzitter. Ik wil ook beide Ministers bedanken voor debeantwoording. Wij zullen alle toezeggingen en procesrichtingen diegeschetst zijn rondom passende huisvesting en mantelzorgwoningennauw volgen.De voorzitter:Dank u. Mevrouw Coenradie.Mevrouw Coenradie (JA21):Voorzitter. Ook aan beide Ministers heel erg veel dank. Ik deel ook wel eenbeetje de zorgen van mijn collega mevrouw Vliegenthart vanGroenLinks-PvdA over de vraagstukken rondom die bezuinigingen en definanciering. Hoe gaan we die gewenste woonvormen dan realiseren? Datmis ik ook nog wel. Ik kijk uit naar deze brieven, waarin dan net even ietsconcretere informatie staat, hopelijk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18765 Dan wil ik toch eventjes van de gelegenheid gebruikmaken om eencompliment te geven aan de Minister die is aangeschoven in een debatwaar zij normaal gesproken niet bij zit, want ik zat in ieder geval heel erggeboeid te luisteren en dat had alles te maken met de heel sprekendewerkbezoeken die volgens mij de afgelopen periode gedaan zijn. Datspreekt enorm tot de verbeelding. Er is de afgelopen tijd echt enorm veelgezeik over deze Minister heengegaan als het gaat over debatvaardig-heden, terwijl je ook gewoon de tijd nodig hebt om echt even op stoom tekomen. Dus echt een compliment, want dit is gewoon hartstikke goed,zonder hier nu als een beoordelingsmevrouw te zitten. Maar dit wasgewoon hartstikke goed, sprekend, en wat mij betreft vaker welkom bij ditsoort debatten.De voorzitter:Nou, wat een warme commissie, toch, Minister? Dank, mevrouwCoenradie. Ook mooie woorden gesproken, zeker. Mevrouw Ten Hove.Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Dank, voorzitter. Van mijn zijde ook dank aan beide Ministers. Ik wil tochnog heel even een klein puntje maken over die generatiewoningen: maaker echt werk van om daarnaar te kijken. We willen een transitie en hetmaakt echt verschil voor mensen die bij elkaar willen wonen. Het maaktmantelzorg makkelijker en kinderopvang; de eenzaamheid vermindertenorm. Dus ik zie daarin echt kansen voor mensen die dat wel zoudenwillen. Verder ben ik blij met het aangevraagde tweeminutendebat en wilik mijn collega-Kamerleden vragen nog eens goed naar de gevolgen vanhet afschaffen van de eigen bijdrage in de wijkverpleging te kijken en hetkabinet erop te blijven wijzen dat het een minderheidskabinet is.Misschien liggen daar toch nog wat kansen voor de oppositie.Dank u wel.De voorzitter:Mevrouw Maeijer. Nee, ik voer geen discussie buiten de microfoon om.Dat lijkt me een prima discussie voor als we eerder klaar zijn dan geplandwas. Dus voer dat debat vooral straks. Mevrouw Maeijer.Mevrouw Maeijer (PVV):Dank, voorzitter. Ik heb in eerste termijn ook uitgesproken dat mijn fractiezich grote zorgen maakt over de plannen van het kabinet. Ik zou eigenlijknogmaals willen vragen: doe dit nou gewoon niet, want volgens mij helpje zo helemaal niemand.Voorzitter. Dan heb ik nog twee punten. Eerst de groep ouderen die nunog net thuis kan wonen, met huishoudelijke hulp en misschien metwijkverpleging, maar ook met veel hulp van naasten. Met de financiëledrempel die er komt voor de huishoudelijke hulp en de wijkverpleging valtstraks mogelijk een deel van die hulp voor hen weg, en er is ook niet echteen plek voor hen om ergens anders te gaan wonen. Ik zou toch nog eensde vraag willen stellen die ik in eerste termijn ook stelde: wie mag dat gatdat dan ontstaat, straks gaan opvullen?Voorzitter. Dan heb ik nog een punt waar ik net te weinig interrupties voorhad, namelijk die maximaal 20% administratietijd in 2030. Dat zounatuurlijk enorm veel ruimte bieden voor al die zorgverleners. Dat is ookkeihard nodig. Ik krijg bij deze discussie echter toch een beetje het gevoeldat we vaak allemaal naar elkaar kijken. De aanbieders maken regels, deMinister maakt regels en de Kamer legt er nog wat bovenop, maar hoezorgen we nou dat we daar uiteindelijk wel komen? Het actieplan dat deregelgroep heeft opgeleverd, heeft bijvoorbeeld een uitvraag gedaan voorzinnige administratie. Hoe wordt daar nu concreet opvolging aangegeven? Hoe waarborgt de Minister dat we die 20% in 2030 echt gaanhalen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18766 De voorzitter:Tot slot mevrouw Keijzer.Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):Dank, voorzitter. Ik vind het toch een beetje vervelend hoe de Minister netmijn vraag beantwoordde. We zijn het allemaal met elkaar eens dat er290.000 geschikte woningen moeten worden gebouwd. We wetenallemaal dat er geld in de begroting zit voor het betalen van de 30%sociaal en twee derde betaalbaar, maar je kunt een euro maar één keeruitgeven. Als je ouderenwoningen bouwt, dan zit je sowieso al met deonrendabele top, omdat je de huurregulering hebt. Als je daarbovenopook nog extra geld moet investeren om ze geschikt te maken voorouderen, dan kom je geld tekort. Ik doe dus toch nog een poging. Ik snapdat de Minister het hier niet paraat heeft, maar wil zij in die brief aanmevrouw Van Brenk gewoon duidelijkheid geven over hoe ze dat gaatdoen? Er was 470 miljoen. Dat is er niet meer. De 40 miljoen lijktincidenteel te zijn in de Voorjaarsnota. Dan kom je gewoon geld tekort. Ikzou toch aan de Minister willen vragen of ze dat wil opnemen in de briefover ouderenhuisvesting die is toegezegd aan mevrouw Van Brenk.Anders hebben we zo direct een jubelbrief die niet duidelijk maakt of erook daadwerkelijk geld is om de ouderenwoningen te realiseren.De voorzitter:Dan zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn van de zijdevan de Kamer. Ik kijk even of de bewindspersonen gelijk door willen enkunnen of toch behoefte hebben aan een schorsing. We gaan door. Watgoed! Mevrouw Sterk.Minister Sterk:Voorzitter, dank u wel. Ook dank voor de gestelde vragen. Ik sluit meoverigens graag aan bij de complimenten die zijn gemaakt richting mijncollega, zeg ik toch maar even vanaf deze kant.Er zijn een aantal vragen gesteld. De eerste die ik wil bespreken, is devraag van de heer Van Dijk wanneer hij de reactie ten aanzien van delevensbeschouwelijke of meer identiteitsgerichte zorg tegemoet kan zien.Ik zou willen zeggen dat we die meenemen in de uitwerking van deongecontracteerde zorg. Ik denk namelijk dat dit eigenlijk bij die discussiehoort.Mevrouw Maeijer vroeg wie het gat mag gaan opvullen. U vraagt steedswat nou precies de visie is. De beweging die we aan het maken zijn, is alsvolgt. Overigens is die volgens mij onder het vorige kabinet ook alingezet, juist door middel van die akkoorden. We willen enerzijds debeweging naar de voorkant maken. Anderzijds willen we toe naarpassende zorg. We zien namelijk dat te veel mensen nu zorg krijgen dieeigenlijk niet past bij wat zij nodig hebben voor de kwaliteit van bestaan.Daarnaast zien we ook gewoon – dat noemde u net – dat we anders eenstad groter dan Eindhoven aan zorgmedewerkers nodig hebben, en diehebben we gewoon niet. Juist door die richting en beweging in te zetten,willen we ruimte creëren, zodat mensen die het echt nodig hebben, hetook gaan krijgen; u noemde daar een voorbeeld van. Die inzet zit juist inhet ouderenakkoord dat we met elkaar hebben afgesproken. Het is dusniet alleen een wens vanuit het ministerie, maar een breedgedragen wensen inzet, juist ook vanuit de ouderenzorg. We gaan daar nu opdoorbouwen in de aanpassingen die we nog willen doen; dat is wat ik zei.Dat is misschien een mooi haakje naar wat mevrouw Vliegenthart – ik benhet zo gewend om u «collega» te noemen – zei in het kader van diezorgzame samenleving. U zegt: er is draagvlak hier aan deze kant. Maar eris ook echt draagvlak aan deze kant van de kamer, dus bij het kabinet. Ikdenk dat mijn collega daar net mooie woorden over heeft gesproken. Diezorgzame samenleving is heel erg belangrijk. Die moeten we met elkaarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18767 gaan creëren. Mijn inzet is echt om met alle partijen tot afspraken tekomen. Daartoe zijn we op dit moment echt al stappen aan het zetten.Daar horen dan ook wel financiële middelen bij, zeg ik maar. We hopendat eind dit jaar naar de Kamer te kunnen sturen.Ten slotte was er nog een vraag van mevrouw Maeijer over de regeldruk.Ik heb net inderdaad iets gezegd over de regiegroep omtrent regeldruk.Dat is vooral ook iets wat in de sector moet gebeuren, want in de sectorzitten ook veel regels die volgens mij kunnen worden opgeruimd. Maarwij en misschien ook u aan die kant van de kamer hebben natuurlijk ookeen verantwoordelijkheid in het terugdringen van regels. Wij zijn op ditmoment heel hard bezig met de Wet zorg en dwang. Daar komt heel veelregeldruk uit voort. We willen daar een heleboel dingen schrappen, zodathet beter werkbaar wordt voor zorgverleners. Bij elke wet kijken weopnieuw of de regels echt nodig zijn. Soms zijn ze nodig, maar somskunnen we ook prima zonder. Ik denk dat het de verantwoordelijkheid isvan ons allemaal om daaraan te werken.Dat was het, voorzitter.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ja, dan ga ik gelijk door. Dank, voorzitter.Ik heb drie dingen. Het waren niet per se vragen, maar meer opmerkingendie ik heb geïnterpreteerd als: daar kan ik nog iets over zeggen. De eersteis van mevrouw Ten Hove. Ik zal de generatiewoningen een plek geven inBeter Benutten, omdat het dan een breder perspectief heeft dan alleen deouderen.Dan de vraag van mevrouw Van Brenk. Het was niet echt een vraag, maarmeer een aanloop naar de opmerking dat ze daar nog meer over wilweten. Ik heb geprobeerd te duiden dat we achterlopen op de 290.000.Wat ik probeer te doen – zo probeer ik ook te werken – is om niet alleenmaar de ambitie naar voren te schuiven, want het gaat over mensen enover hoe we hun leven van de pauzestand kunnen halen. We gaan alles opalles zetten om ervoor te zorgen dat we het zo veel mogelijk inlopen, maarhet zou zomaar kunnen dat we het niet gaan halen. Het zou in ieder gevalgoed zijn als het geld voor een langere periode is dan wat het ambitie-niveau in eerste instantie was. Ik hoorde u zeggen: wat fijn als die 290.000in 2030 toch gaan lukken. Ik ben het met u eens dat dat echt heel fijn zouzijn. Ik ga mijn stinkende best doen, maar ik kan dat niet beloven. We gaanhet daar ongetwijfeld nog vaker over hebben.Tot slot de vraag van mevrouw Keijzer. Ik kan in de brief die voor de zomerkomt, uitleggen hoe het een en ander zich rond rekent tot 2030. Er is eenonrendabele top. Dat weet mevrouw Keijzer en dat weet ik ook. Ik kaninzichtelijk maken hoe de middelen die we nu hebben, bijdragen aan dieonrendabele top. Er is nog een deel voor daarna. Dat is het geld uit hetcoalitieakkoord. Daarvoor moet ik nog het nodige werk doen. Daar ga ikniet op vooruitlopen, maar ik kan u wel toezeggen dat ik het wilmeenemen in de brief van de taskforce in september. Dat is wat ik kandoen.De voorzitter:Bent u hiermee aan het einde gekomen? Ja? Check. Mevrouw Keijzer, totslot.Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):Tot slot. We zijn er bijna. Dank voor de toezegging over het eerste deel. Ikzou het op prijs stellen als ze in ieder geval de bedragen kan noemen dievoor de komende jaren in het regeerakkoord staan, want dan hebben weeen beetje een beeld. Waarom blijf ik hier zo op doordrukken? Omdat ookAedes en ActiZ zich er zorgen over maken of er voldoende budget is voorouderenwoningen. Er is gewoon een reële zorg hierover. Misschien kande Minister toezeggen dat ze in ieder geval een doorkijk wil geven. Ik kanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18768 het namelijk niet vinden in het regeerakkoord. Dat is het hele punt. Als ikhet zou kunnen vinden, zou ik deze vraag niet stellen. Als ze kan zeggen«dit staat erin voor de komende jaren voor de ouderenzorgwoningen»,zijn we er. Dan heb ik een compleet beeld.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik denk dat mevrouw Keijzer en ik aan dezelfde kant van het trouw staan tetrekken en dat we uiteindelijk hetzelfde willen, maar ik kan niet toezeggendat ik in een brief voor de zomer iets ga opnemen over een proces datdaarna nog moet plaatsvinden. Dat weet mevrouw Keijzer ook. In hetcoalitieakkoord staat zeven keer een miljard voor de volkshuisvesting.Zoals mevrouw Keijzer weet, kun je als Minister een beschrijving makenvan wat je daarmee wilt doen. Ik heb een groot hart voor het onderwerpwaar we het vandaag over hebben gehad. Ik moet het schrijfwerk nogdoen. Dat ga ik ook doen. Dat zit in de regeling, maar ik kan daar niet voorde zomer op terugkomen. Mevrouw Keijzer kent die processen net zogoed als ik.De voorzitter:Oké. Dit is wat het is. Daar gaan we het in ieder geval voor nu mee doen.Ik dank alle aanwezigen en iedereen die dit op afstand heeft gevolgd. Ikdank alle Kamerleden en de beide Ministers. Voordat ik afhamer, wil iknog even de toezeggingen voorlezen. Kamerleden en bewindspersonen,luistert u even mee of het klopt. Nee, ik begin met te zeggen dat hettweeminutendebat reeds is aangevraagd door mevrouw Van Brenk. Dathad ik eigenlijk al gezegd. Dat is doorgeleid naar de Griffie plenair.Dan komen we bij de toezeggingen:–De Minister stuurt voor het einde van dit jaar ...Minister Sterk:Voorzitter, het helpt als u even zegt om welke Minister het gaat.De voorzitter:Meestal bent u het! Eigenlijk bijna altijd.Minister Sterk:Dan is het goed om te weten als het niet om mij gaat.De voorzitter:Ik begin even opnieuw.–Minister Sterk stuurt voor het einde van het jaar een brief over hetaanvullend Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg, HLO, en gaat daarinonder andere in op de financiering van zorgzame buurten.Minister Sterk:Gemeenschapsvorming.De voorzitter:Oké. Alles wat u zegt, is onderdeel van het verslag, dus de toezeggingwordt mooi aangepast. Uiteindelijk komen we er wel.–De Minister stuurt na de zomer een kabinetsreactie op het SER-rapportMantelzorg en werk in een zorgzame samenleving.U heeft een aanvulling daarop?Minister Sterk:Ik weet nog niet of ik dat doe of de Minister van Sociale Zaken, want ditligt in principe bij de Minister van Sociale Zaken. Maar er komt in iedergeval een reactie, ook mede namens mij.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18769 Oké. Dus als er een brief komt, dan komt die van SZW en aanvullend vandeze Minister van Langdurige Zorg.−De Minister stuurt de Kamer voor de zomer ... Zal ik er elke keer«zomerreces» van maken? De Minister stuurt voor het zomerreces eenbrief over de toekomstagenda palliatieve zorg; ik heb het dan nogsteeds over Minister Sterk.−Minister Sterk zal de Kamer voor het zomerreces de voorlopigekaderbrief Wlz sturen en gaat daarbij ook specifiek in op de uitwerkingvan de taakstelling c.q. ombuiging.Minister Sterk:De verdeling binnen het Wlz-kader van de besparing.De voorzitter:Ja, de taakstelling en dan uitgesplitst, of «de besparing» of «deombuiging», of welke naam u er ook aan geeft. Het blijft altijd hetzelfde,maar iedereen noemt het soms anders.−De Minister van Wonen stuurt de Kamer voor de zomer een brief overde voortgang van de ouderenhuisvesting. Hierin wordt onder meeringegaan op de bouwopgave en de aanpak van de doorstroom. Ditgeldt ook voor het stukje dat u heeft toegevoegd op basis van hetinterruptiedebatje dat u had met mevrouw Keijzer. Mevrouw Keijzerwas daar nog niet helemaal tevreden mee, maar doe zo veel als u kunt,zou ik willen zeggen. Mevrouw Keijzer kan bepalen of dat voldoende is.Volgens mij komen we dan steeds dichterbij.−De Minister van Wonen stuurt voor het zomerreces een voortgangs-brief over de landelijke aanpak Beter Benutten en gaat, waar dat kan,onder andere in op het onderwerp generatiewoningen.−De Minister van Wonen stuurt in september een brief over devoortgang van de Taskforce Versnelling Woningbouw.Daarmee ben ik aan het einde gekomen van mijn lijstje van toezeggingen.De Minister heeft vast nog een extra toezegging.Minister Sterk:Volgens mij heb ik nog een toezegging gedaan in de richting van de heerVan Dijk, namelijk om bij de ongecontracteerde zorg terug te komen opidentiteitsgebonden zorg.De voorzitter:Die toezegging aan de heer Van Dijk is bij dezen toegevoegd. Heel veeldank. Fijn dat u allemaal heeft meegeluisterd. Ik sluit de vergadering.Dank u wel.Sluiting 16.34 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18770

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · fc4325ad272ce04c

16 okt 2026 · d11f6b18bcdd8278

14 okt 2026 · eda67a20bd58cf98

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.