Nadere uitwerking taaleis Participatiewet
Brontekst
Versie e078be1aad8b2369 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202634 352Uitvoering en evaluatie ParticipatiewetNr. 345 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 29 september 2025Als betaald werk niet lukt en er ook geen andere inkomstenbron is, kaniemand een beroep doen op de bijstand. Wanneer je bijstand ontvangt,word je geacht alles te doen wat binnen je eigen vermogen ligt om zo snelmogelijk (weer) in het eigen levensonderhoud te kunnen voorzien. Daarbijhoort ook een voldoende beheersing van de Nederlandse taal, zoals isvastgelegd met de taaleis in de Participatiewet. De taaleis heeft als doelbijstandsgerechtigden te stimuleren om hun basisvaardigheden in hetNederlands te verbeteren en de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten.Ook om mee te kunnen doen in onze samenleving is de beheersing van deNederlandse taal heel belangrijk.Te veel mensen staan aan de zijlijn omdat zij een taalachterstand hebben,terwijl ze willen en kunnen werken. Ik vind het belangrijk dat mensen dieeen bijstandsuitkering ontvangen de Nederlandse taal zo goed mogelijkbeheersen. Daarom heb ik besloten om de taaleis als afzonderlijke eis tebehouden in de Participatiewet en aanvullende middelen voor deuitvoering door gemeenten beschikbaar te stellen. In de ActieagendaIntegratie1 gaf ik aan dat ik met gemeenten kijk naar wat nodig is ommensen met taalonderwijs beter te ondersteunen naar participatie.Uit mijn gesprekken met gemeenten en uit de evaluatie van de WetTaaleis2 blijkt dat gemeenten het belang van taal onderschrijven. Zevoeren actief taalbeleid en hebben een breed aanbod aan taalcursussen.Uit de evaluatie blijkt ook dat de taaleis de aandacht voor het leren vantaal heeft verhoogd. Gemeenten lopen echter ook tegen knelpunten aanbij het uitvoeren van de taaleis. Deze knelpunten wil ik oplossen, zodatgemeenten de taaleis goed kunnen uitvoeren en waar nodig handhaven.1Kamerstuk 32 824, nr. 4562«Taal als middel of als doel? Evaluatie van de Taaleis in de Participatiewet», Significant 2019. kst-34352-345ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 352, nr. 3451 In lijn met de moties van de leden Yesilgöz-Zegerius en Bontenbal3 en deKort en Flach4, breng ik de mogelijkheden voor een effectievere taaleis inde Participatiewet in kaart en ga ik deze nog verder optimaliseren.Ik vind het belangrijk dat de taaleis mensen in staat stelt om te partici-peren en uit te stromen uit de bijstand naar werk én dat deze uitvoerbaaris voor gemeenten. In deze brief leg ik uit waarom de taaleis nu oponderdelen niet goed aansluit op de praktijk van mensen in de bijstand,van gemeenten en van taalaanbieders. Tevens ga ik in op mijn inzet omdit de komende tijd te optimaliseren. Specifiek komen de volgendeonderwerpen aan bod:•De taaleis in de huidige vorm.•Inzichten uit de praktijk en mijn verkenning naar een geoptimaliseerdetaaleis en effectieve inzet van de middelen voor de taaleis. Hierbijmaak ik gebruik van de expertise van gemeenten, ervaringsdeskundi-gen, taalaanbieders en werkgevers.•Vervolg.De taaleis in de huidige vormDe huidige taaleis in de Participatiewet legt een nauwkeurig omschrevenverplichting op aan het college van burgemeester en wethouders. Hetcollege moet toetsen of iemand in voldoende mate de Nederlandse taal(niveau 1F5) beheerst om naar vermogen werk te verkrijgen, teaanvaarden en te behouden. Dat is het geval als iemand acht jaarNederlandstalig onderwijs heeft gevolgd, een diploma voor het inburge-ringsexamen of de onderwijsroute bezit of een ander document kanoverleggen waaruit blijkt dat vaardigheden in de Nederlandse taalbeheerst worden. Als iemand dit niet kan aantonen, moet binnen achtweken na ontvangst van de bijstandsaanvraag een taaltoets wordenafgenomen. Wanneer iemand de taal onvoldoende beheerst, wordtverwacht dat iemand zich voldoende inspant om de Nederlandse taal teleren.Handhaving van de taaleisUit de praktijk en uit eerder onderzoek6 blijkt dat gemeenten terug-houdend zijn in het opleggen van maatregelen. Gemeenten zetten eersten vooral in op het voeren van gesprekken om mensen te motiveren omde taal te leren. Want dat draagt bij aan het hoofddoel participeren.De huidige wetgeving7 kent een eigen handhavingsregime dat nietaansluit op het handhavingsregime dat geldt voor anderere-integratieverplichtingen. De taaleis kent namelijk een stapsgewijzeverlaging gedurende een gespecificeerd aantal maanden met als sluitstukeen verlaging van 100 procent voor onbepaalde tijd. Dit ervarengemeenten als complex en rigide.Het is noodzakelijk dat gemeenten in staat zijn om goed te handhaven. Ditkabinet wil de complexiteit in de handhaving van het sociale zekerheids-stelsel verminderen en meer ruimte bieden om rekening te houden met3Kamerstuk 36 651, nr. 21: motie over het heroverwegen van het schrappen van de taaleis enonder de loep nemen van het taalonderwijs.4Kamerstuk 36 582, nr. 64: motie over het helpen van gemeenten bij het op orde krijgen van huntaalaanbod en dit te handhaven.5Dit is vergelijkbaar met het taalniveau dat iemand aan het einde van de bassischool beheersten met het taalniveau A2 voor anderstaligen. Het gaat hierbij om spreekvaardigheid, luister-vaardigheid, gespreksvaardigheid, schrijfvaardigheid en leesvaardigheid.6Rapport BUS-N Wet Taaleis, CBS,2018. Bijlage bij Kamerstuk 34 352, nr. 847Art. 18b ParticipatiewetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 352, nr. 3452 individuele gevallen. Dat doe ik, samen met de Minister van SZW, door dehandhaving van de Participatiewet, en dus ook de taaleis, in lijn tebrengen met andere socialezekerheidswetten8. Het Maatregelenbesluitsocialezekerheidswetten9 geeft hier uitvoering aan. Zo worden ook demogelijke gevolgen van een overtreding duidelijker voor mensen.In het Maatregelenbesluit zijn verschillende categorieën verplichtingenopgenomen. De taaleis wordt ingedeeld in de derde categorie.Dit betekent dat als de gemeente constateert dat iemand de Nederlandsetaal niet of onvoldoende beheerst en zich niet inspant om de taal te leren,de uitkering gedurende één maand verlaagd wordt met 25 procent. Hetidee is dat iemand gedurende die maand aan de verplichting gaat voldoenen daarmee een nieuwe verlaging ontloopt. Als iemand geen verbeteringlaat zien, kan de gemeente de uitkering opnieuw verlagen. Bij herhaalde-lijke niet-naleving kan de verlaging oplopen tot 100 procent van deuitkering. Het is aan gemeenten om beleid te maken hoe zij invullinggeven aan de ruimte om stapsgewijs te verlagen. Hierbij geldt datgemeenten rekening moeten houden met de omstandigheden en heteventueel ontbreken van verwijtbaarheid. Ik ga ervan uit dat gemeentenmet de overheveling van de handhaving van de Participatiewet naar hetMaatregelenbesluit socialezekerheidswetten beter in staat zijn de taaleisuit te voeren. Over de nadere invulling van de handhaving van de taaleisben ik met gemeenten in gesprek. Daarnaast komt dit aan de orde bij deimplementatie van de wetsvoorstellen Participatiewet in balans enHandhaving Sociale Zekerheid.Inzichten uit de praktijk en optimaliseren taaleisZoals aangekondigd in de voortgangsbrief over de Actieagenda Integratieben ik voortvarend in gesprek gegaan met gemeenten. Gemeentenonderschrijven het belang van taal voor participatie, op de arbeidsmarkten in brede zin. Gemeenten voeren actief taalbeleid en bieden een breedaanbod aan taalcursussen aan, zowel formeel, non-formeel alsinformeel10. Dat juich ik zeer toe. Uit de evaluatie van de Wet Taaleis11blijkt dat de taaleis de aandacht voor het leren van taal heeft verhoogd.Uit de evaluatie en uit gesprekken met gemeenten blijkt ook dat de taaleisin de huidige vorm niet altijd goed aansluit bij wat mensen nodig hebbenvoor het leren van de Nederlandse taal zodat zij (betaald) kunnen werkenof op een andere manier kunnen meedoen. Voor gemeenten geldt dat detaaleis hen niet in staat stelt om mensen hier goed in te ondersteunen. Ikwil de taaleis daarom optimaliseren, aan de hand van de volgendepunten:• Ruimte zoeken om aan te sluiten bij wat iemand nodig heeft voor de stapnaar werk of participatieDe taaleis stelt specifieke eisen en verplichtingen aan de wijze van toetsendoor gemeenten en aan het niveau waarop de Nederlandse taal moet8Kamerstuk 36 7859De relevante stukken zijn hier te raadplegen: Aanpassing Maatregelenbesluit socialezekerheids-wetten en Besluit taaltoets Participatiewet vanwege Participatiewet in balans | Overheid.nl |Wetgevingskalender.10Formeel onderwijs is door OCW erkend onderwijs. Non-formeel, niet door OCW erkendonderwijs is ook een vorm van georganiseerd leren maar leidt niet tot een door OCW erkenddocument (bijv. cursussen door een bibliotheek, wijkcentrum, praktijkleerplaats, sectororgani-satie of werkgever zelf). Informeel leren is het meer onbewust leren van taal, bijvoorbeeld hetleren door te doen. Ook dat kan in een georganiseerde setting plaatsvinden bijvoorbeeldmiddels een taalcafé of mentorschap.11«Taal als middel of als doel? Evaluatie van de Taaleis in de Participatiewet», Significant 2019.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 352, nr. 3453 worden beheerst. Dit niveau is niet altijd wat iemand nodig heeft bij hetvinden van een baan of participatie anderszins. Daarnaast is het niet vooriedereen mogelijk om dit niveau te behalen, of op dit moment te behalen.Leerbaarheid van iemand speelt hierbij een rol, maar ook problematiek opandere terreinen speelt mee. Bovendien is het moeilijk om het leren vantaal en werk te combineren. Taalversterking en participatie staan voorop.De aansluiting tussen taalonderwijs en de praktijk waar iemand aan deslag gaat met betaald werk of participatie moet beter. Regels mogen daarniet aan in de weg staan. Ik ga ruimte zoeken om de taaleis beter aan telaten sluiten bij wat nodig is voor deze uitstroom.• Beter handhaven van de taaleisHet is essentieel dat gemeenten de wet taaleis uitvoeren en handhavenals mensen de verplichtingen van de taaleis niet nakomen. Dit is geenkeuze. Ik wil dat iedereen die een uitkering uit de Participatiewetaanvraagt en nog niet aan de voorwaarden voldoet die de wet stelt aan debeheersing van de Nederlandse taal, de taaleis opgelegd krijgt. Hier ga ikop toezien. Zoals eerder aangegeven in deze brief worstelen gemeentenmet de handhaving van de taaleis. Zij ervaren de wet als rigide, waarbijverlaging van de uitkering grote gevolgen heeft, zowel voor mensen dieeen bijstandsuitkering ontvangen, als voor gemeenten. Een verlaging vande uitkering leidt bij de meeste mensen direct tot financiële problemen,omdat er geen reserves zijn. Gemeenten moeten deze mensen dan op eenandere manier ondersteunen om de problemen die vervolgens ontstaanop te lossen. Met de eerder beschreven aanpassing van het handhavings-stelsel komt er voor gemeenten meer ruimte om in de handhaving aan tesluiten bij de situatie van mensen. Dit is een goede stap. Daarnaast verkenik welke aanpassingen in de taaleis nodig meer zijn, zodat gemeentenbeter in staat zijn om de wet te handhaven.• Verminderen van de administratieve lasten en hoge uitvoeringskosten bijgemeentenDe vereisten van de taaltoets (zoals schrijf- en leesvaardigheid) en hetniveau dat moet worden behaald, maar ook de in de wet vastgelegdetermijnen waarin moet worden gestart met het leren van de taal zorgen bijgemeenten voor administratieve uitdagingen. Daarbij komen ook deverplichtingen om het taalniveau te meten, te monitoren en te contro-leren. Ik zet mij in om de administratieve lasten en uitvoeringskosten voorgemeenten en taalaanbieders zo laag mogelijk houden.• Taaleis als onderdeel van een integraal re-integratietrajectGemeenten geven aan dat om mensen naar de arbeidsmarkt te onder-steunen, het beter is om breder te kijken naar re-integratie en eenintegraal aanbod in te zetten. Ik heb onlangs zelf bij Orionis Walcheren,een sociaal ontwikkelbedrijf in Vlissingen, gezien hoe goed het kanwerken als onder goede begeleiding taal gecombineerd wordt met stageof werk. Zodat iemand de taal leert die nodig is voor werk dat bij diegenepast én de geleerde taalvaardigheden direct kan inzetten op de werkvloer.Gemeenten kijken in het brede participatieaanbod wat er nodig is enkunnen daarin maatwerk bieden. Dat deden zij ook al voordat de taaleis inwerking trad in 2016. Ik wil dat gemeenten taal kunnen inzetten binneneen integraal aanbod, zodat de kans op uitstroom naar werk of participatiezo groot mogelijk is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 352, nr. 3454 • Taaleis die werkt voor iedereen in de bijstand die taalvaardigheid kanontwikkelenTot slot bereikt de taaleis niet iedereen in de bijstand die belang heeft bij(verdere) taalontwikkeling. Dat komt omdat mensen met een inburge-ringsdiploma of die acht jaar Nederlandstalig basisonderwijs hebbengenoten of een ander document kunnen overleggen waaruit blijkt dat zijde Nederlandse taal beheersen, niet getoetst hoeven te worden door degemeente. Dit terwijl ook in deze groep mensen zitten die baat kunnenhebben bij verdere taalontwikkeling. Ik wil onderzoeken of we door hetleggen van slimme koppelingen deze mensen, ook al vallen ze nu nietonder de taaleis, kunnen ondersteunen bij participatie.Ik ga bovendien aan de slag met goede monitoring van de taaleis zodat ermeer inzicht komt in de effecten die de taaleis heeft op participatie enuitstroom uit de bijstand. Ook hierover ga ik met gemeenten in gesprek.En ik neem de aanbevelingen uit de Evaluatie van de Wet taaleis mee:•Behoud de taaleis als positieve prikkel voor gemeenten. De wet heefteen positieve werking op de bewustwording en aandacht vangemeenten en consulenten voor taalontwikkeling.•Zorg dat de taaleis in de Participatiewet beter aansluit bij de praktijk enbij het sanctie-instrumentarium in de Participatiewet.•Stimuleer meer maatwerk door het benutten van bestaande instru-menten die gemeenten kunnen inzetten als ondersteuning naarparticipatie.VervolgMet de input van gemeenten werk ik langs bovenstaande lijnen opties uitom de taaleis te optimaliseren. Bij de uitwerking neem ik ook de stappenuit de Uitvoeringstoets Decentrale Overheden (UDO) mee. Deze optiesbespreek ik ook met mijn collega, de Staatssecretaris van Onderwijs,Cultuur en Wetenschap. Dat doe ik om ervoor te zorgen dat het aanbodgoed aansluit op wat gemeenten al aanbieden vanuit de Wet Educatie enBeroepsonderwijs (WEB), gericht op het verbeteren van de Nederlandsetaal, rekenen en digitale vaardigheden. Ook werkgevers kunnen eencruciale rol spelen bij het ontwikkelen van taalvaardigheden om mee tekunnen doen op de werkvloer. Ik ga met werkgevers in gesprek om op tehalen wat zij nodig hebben van iemand die vanuit de bijstand aan hetwerk gaat.Vanaf 2027 stelt het kabinet middelen beschikbaar voor taalonderwijs aande doelgroep taaleis. Ik vind het belangrijk om bij de inzet van demiddelen aan te sluiten bij de bestaande mogelijkheden. Ik verken opwelke manier we deze middelen het beste kunnen inzetten. In 2027 gaathet om een bedrag van € 3,7 miljoen, oplopend tot € 17,4 miljoenstructureel. Deze middelen ga ik gebruiken om gemeenten in staat testellen effectief taalbeleid te voeren met de ondersteuning die daarbijhoort. Hierbij focus ik in eerste instantie op mensen die nieuw instromenin de bijstand. Ik ga ervan uit dat gemeenten met de beschikbaremiddelen de wet uitvoeren en de taaleis beter kunnen handhaven. Ik voergesprekken met gemeenten, taalaanbieders, ervaringsdeskundigen enwerkgevers hoe mensen het beste ondersteund kunnen worden bij hetleren van taal om mee te kunnen doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 352, nr. 3455 Ik informeer uw Kamer begin 2026 over mogelijke verbeteropties en gahierover graag met u in gesprek. Op basis daarvan werk ik een voorsteluit, zodat in 2027 meer mensen kunnen participeren met behulp van eeneffectieve taaleis.De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.N.J. NobelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 352, nr. 3456
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.