KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg inzake verslag Raad Algemene Zaken (RAZ) voor de ministers verantwoordelijk voor Cohesiebeleid 1-2 september 2022 (Kamerstuk 21501-08-878)

24 nov 2022 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 4dbb316c9bf4fe95 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2022–2023 21 501-08Milieuraad Nr. 882 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 24 november 2022 De vaste commissie voor Europese Zaken heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat over: –de brief van 14 november 2022 inzake de geannoteerde agenda Raad Algemene Zaken (RAZ) van de ministers verantwoordelijk voor het EU Cohesiebeleid op 22 november 2022 in Brussel (Kamerstuk 21 501-08, nr. 881), –de brief van 31 oktober 2022 inzake het verslag Raad Algemene Zaken (RAZ) voor de ministers verantwoordelijk voor Cohesiebeleid 1-2 september 2022 (Kamerstuk 21 501-08, nr. 878), –de brief van 15 juli 2022 inzake appreciatie nieuw Commissievoorstel: «FAST-CARE» (Kamerstuk 22 112, nr. 3469). De vragen en opmerkingen zijn op 17 november 2022 aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat voorgelegd. Bij brief van 21 november 2022 zijn de vragen beantwoord. De voorzitter van de commissie,Bromet Adjunct-griffier van de commissie,Poulino kst-21501-08-882ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2022Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 21 501-08, nr. 8821 De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de Geannoteerde Agenda Raad Algemene Zaken Cohesiebeleid d.d. 22 november 2022, Het Verslag van de Raad Algemene Zaken Cohesie-beleid d.d. 1-2 september en van de Appreciatie nieuw Commissie-voorstel: «FAST-CARE». De leden hebben een aantal aanvullende vragen. Geannoteerde Agenda Raad Algemene Zaken Cohesiebeleid d.d. 22 november De leden van de VVD-fractie lezen dat tijdens de RAZ Cohesiebeleid de langetermijnimpact van het EU Cohesiebeleid op de regio’s van de EU ter discussie zal staan. Nederland is een nettobetaler aan de EU en deze leden achten het van groot belang dat Nederlands belastinggeld nuttig wordt besteed. Daarom hebben zij over de impact van het EU Cohesiebeleid een aantal vragen. Zij zijn het met de regering eens dat het EU Cohesiebeleid zich dient te richten op structurele hervormingen in innovatie, vergroening, digitalisering, menselijk kapitaal en sociale inclusie. 1. Daarnaast zijn zij benieuwd of er EU-lidstaten zijn die andere primaire doelen nastreven welke conflicteren met het Nederlandse standpunt? Gezien het hoofdonderwerp zich richt op de langetermijnimpact van cohesiefondsen vragen de leden zich af of er een verschuiving van prioriteiten verwacht kan worden? Antwoord Over het algemeen bestaat er een gedeeld beeld tussen alle lidstaten voor wat betreft de primaire doelen van het cohesiebeleid. Tegelijkertijd zijn er verschillende opvattingen over, bijvoorbeeld, de mate van flexibiliteit die nodig is om die doelen te bereiken. Ook de opvattingen over de mate van inzet van middelen uit het cohesiebeleid bij crises verschillen soms. Op dit moment verwacht ik geen verschuiving van de prioriteiten van het cohesiebeleid, maar zie ik deze discussie als voorbereidend op de discussie over het nieuwe MFK en de nieuwe programmaperiode van na 2027. 2. Wat zouden volgens de Minister in de toekomst de belangrijkste doelstellingen en uitgangspunten moeten zijn voor het cohesiebeleid van de EU? Antwoord Zoals aangegeven in de Geannoteerde Agenda van 14 november 20221, dient cohesiebeleid zich wat Nederland betreft met name te richten op structurele hervormingen en investeringen in innovatie, vergroening, digitalisering, menselijk kapitaal en sociale inclusie. Deze gedeelde uitdagingen met een duidelijk grensoverschrijdend karakter zijn bij uitstek het beste op te lossen in Europees verband. Het cohesiebeleid is hiervoor geschikt. Uitgangspunten van groot belang hierbij zijn zaken als respect voor de rechtstaat, nationale cofinanciering voor meer eigenaarschap en een groter totaal investeringsbudget, en een doelmatig en prudent gebruik van EU-middelen. 3. Zijn er daarnaast concrete voorbeelden van een positieve impact van dit beleid in bepaalde regio’s? 1Geannoteerde agenda Raad Algemene Zaken (RAZ) van de ministers verantwoordelijk voor het EU Cohesiebeleid op 22 november 2022 in Brussel (Kamerstuk 21 501-08, nr. 881)Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 21 501-08, nr. 8822 Antwoord In het 8e cohesieverslag dat de Europese Commissie op 8 februari 2022 heeft uitgebracht 2 , besteedt de Commissie in hoofdstuk 9 expliciet aandacht aan de positieve impact van het cohesiebeleid. Hier staan veel concrete cijfers en statistieken over de impact van het cohesiebeleid op verschillende regio’s en lidstaten. Voor voorbeelden verwijs ik uw Kamer graag naar het verslag. 4. De Europese Commissie heeft meerdere malen aangegeven dat nettobetalers zoals Nederland ook profiteren van het cohesiebeleid. Zou de Minister kunnen specifiëren hoe Nederland hiervan profiteert? Antwoord Nederland krijgt 2 miljard uit cohesiebeleid voor de periode 2021–2027 en zet dat in voor de sociaaleconomische ontwikkeling van Nederlandse regio’s en specifiek door te investeren in de groene en digitale transitie. Daarnaast kunnen cohesie uitgaven in andere lidstaten spillover-effecten hebben naar Nederland. Je kunt daarbij denken aan vergrote export-kansen voor het Nederlands bedrijfsleven, of werkgelegenheid voor toevoerende bedrijven. Ook hieraan besteedt het 8e cohesierapport aandacht in hoofdstuk 9. 5. De aan het woord zijnde leden vragen zich ook af hoe de Minister de toekomst van het cohesiebeleid van de EU ziet. De Minister schrijft in de geannoteerde agenda dat vooral monitoring en goede evaluatie van belang zijn, maar deze leden zijn benieuwd of andere lidstaten wel met duidelijke toekomstprioriteiten voor het cohesiebeleid zullen komen? Hoe ziet het krachtveld rond deze discussie eruit? Zou de Minister nu al prioriteiten kunnen aangeven? Zo niet, wanneer verwacht zij dit te kunnen doen? Antwoord Het kabinet vindt de zogenaamde mid-term review van het cohesiebeleid in 2025, alsook het in dat jaar te verwachten 9e cohesieverslag, van belang om het denken richting post 2027 te begeleiden. Dat wil niet zeggen dat het kabinet zal wachten met het innemen van een positie tot dat moment. Op dit moment verkent het kabinet welke positie Nederland wil innemen in het denken richting een cohesiebeleid post 2027. Tijdens de RAZ cohesie van 22 november zullen we langs de lijnen van de Geannoteerde Agenda interveniëren. Hierin is aangegeven dat het voor Nederland van belang is dat cohesiebeleid zich primair blijft richten op structurele hervormingen en investeringen in innovatie, vergroening, digitalisering, menselijk kapitaal en sociale inclusie. Het kabinet zal ook -waar mogelijk- optrekken met gelijkgestemde lidstaten. Op dit moment heeft het kabinet geen aanwijzingen dat er lidstaten zijn die al een uitgekristalliseerde positie hebben op het cohesiebeleid post 2027. Indien tijdens de formele cohesieraad meer duidelijk wordt over het krachtenveld, zullen we uw Kamer in het verslag over de Raad hierover informeren. 6. Voornoemde leden lezen dat er een duidelijke vermelding van de rechtsstaatverordening is in de Raadsconclusies. Zij achten het van groot belang dat de rechtsstaat een belangrijke rol speelt bij het dan wel niet uitkeren van cohesiefondsen. Deze leden ondersteunen de regering in haar inzet voor de rechtsstaat in andere EU-lidstaten, zeker waar deze 2Zie: https://ec.europa.eu/regional_policy/nl/information/publications/communications/2022/cohesion-in-europe-towards-2050–8th-cohesion-reportTweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 21 501-08, nr. 8823 onder druk staat zoals in Polen en Hongarije. Is de Minister van mening dat de cohesiefondsen moeten worden ingezet om rechtsstaathervor-mingen in landen als Polen of Hongarije te realiseren? In hoeverre acht zij het waarschijnlijk dat de EU-cohesiefondsen zal aanwenden als instrument om rechtsstaathervormingen te realiseren in lidstaten met ernstige gebreken? In hoeverre acht zij het acceptabel dat EU-cohesiefondsen worden besteed in EU-lidstaten die zich niet aan financiële EU-richtlijnen houden? De leden vinden het ook van groot belang dat de regering zich blijft inzetten voor begrotingsdiscipline bij andere EU-lidstaten. Antwoord Het kabinet verwelkomt de inzet van de MFK-rechtsstaatsverordening waar toepasselijk. De inzet is erop gericht de MFK-rechtsstaatsverorde-ning zo volledig mogelijk te benutten. Middels de MFK-rechtsstaat-verordening worden fondsen onder het cohesiebeleid ingezet om rechtsstaathervormingen af te dwingen. Zo stelde de Commissie op grond van de MFK-rechtsstaatverordening op 18 september jl. voor om 65% van drie Hongaarse operationele programma’s onder het cohesiebeleid (Meerjarig Financieel Kader 2021–2027) op te schorten. Dit betreft middelen voor klimaat, duurzaamheid, natuurbeheer en infrastructuur, en komt neer op een bedrag van circa 7.5 miljard euro. Het kabinet is tevreden met het benoemen van het principe rechtsstate-lijkheid en het tegengaan van fraude in de concept Raadsconclusies Raad Algemene Zaken (RAZ) Cohesie op 22 november. Daarmee bevestigt de Raad de link tussen de ontvangst van middelen uit de EU-begroting, incl. EU-cohesiemiddelen, en de eerbiediging van de beginselen van de rechtsstaat. De EU-begroting is één van de belangrijkste instrumenten die uitdrukking geeft aan het fundamentele beginsel van solidariteit tussen de lidstaten. De uitvoering van dit beginsel via deze begroting is gebaseerd op wederzijds vertrouwen tussen de lidstaten dat de in de EU-begroting opgenomen gemeenschappelijke middelen op een verantwoorde wijze zullen worden gebruikt. Zorgvuldige monitoring en beoordeling van de rechtstaat in EU-landen blijft noodzakelijk zodat indien nodig adequaat kan worden ingegrepen. Ook de door de leden benoemde begrotingsdiscipline blijft voor het kabinet van groot belang. De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van de geannoteerde agenda voor de Raad Algemene Zaken (cohesie) van 22 november 2022 en willen de Minister nog enkele vragen voorleggen. De leden van de D66-fractie lezen dat het primaire standpunt van Nederland ten aanzien van het cohesiebeleid gericht blijft op onder andere structurele hervormingen en investeringen in innovatie en vergroening. De leden steunen dit standpunt. Zij hebben in het verleden zich ingezet voor het zoveel mogelijk moderniseren van het MFK en voornamelijk het landbouw- en cohesiefonds. Zij lezen over het besluit om nog niks vast te leggen voor de onderhandelingen over het meerjarig financieel kader (MFK) en steunen dit besluit. 7. Kan de Minister bevestigen dat dit ook betekent dat er nu geen maximum wordt gesteld aan voor toekomstige cohesiefondsen in het MFK? Kan zij tevens aangeven wanneer zij verwacht dat de onderhande-Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 21 501-08, nr. 8824 lingen over het MFK van start zullen gaan? Kan zij een tijdlijn voor schetsen? Antwoord De Raadsconclusies lopen niet vooruit op de omvang van het budget voor het cohesiebeleid onder het volgende MFK. Dat is in lijn met de benadering van het kabinet om de inzet voor het MFK integraal af te wegen. De Commissie moet voor 1 juli 2025 een voorstel voor een nieuw MFK indienen. Op basis daarvan zullen de onderhandelingen voor het volgende MFK gevoerd worden. Daarnaast heeft de Commissie aange-kondigd dat zij in het tweede kwartaal van 2023 een tussentijdse evaluatie van het huidige MFK zal presenteren. 8. Voornoemde leden lezen ook dat de Minister het nog te kort dag vindt om het cohesiebeleid uitgebreid te evalueren. Zij snappen die insteek, maar lezen ook dat de Minister benoemd dat er aandacht moet zijn voor de tekortkomingen in het huidige instrumentarium. Op welke tekortko-mingen doelt zij en hoe heeft zij die tekortkomingen geconstateerd? Antwoord Hiermee is bedoeld te zeggen dat er in de evaluaties aandacht moet komen voor zowel mogelijke tekortkomingen als successen. Elk instru-mentarium, en zeker voor een met zo een omvang als het cohesiebeleid, zal tekortkomingen of mogelijke verbeterpunten hebben. Het is zaak daar het gesprek over te voeren. Om te voorkomen dat voor elke nieuwe uitdaging of crisis een nieuw instrument wordt opgezet, is het van belang de successen en tekortkomingen van de huidige instrumenten goed in beeld te hebben. 9. Daarnaast hebben de leden nog enkele vragen over het MFK dat ingezet is de afgelopen tijd als crisisinstrument. Kan de Minister toelichten hoe zij ervoor gaat zorgen dat het geld van het cohesiebeleid in de toekomst vaker gebruikt wordt voor deze eerdergenoemde structurele hervor-mingen in plaats van voor het opvangen van crises? Is zij bereid om ervoor te pleiten dat een groot deel van het cohesiegeld wordt gebruikt voor het verder verduurzamen van Europa? Antwoord Het kabinet probeert de balans tussen crisisbestrijding enerzijds en langetermijninvesteringen anderzijds binnen het cohesiebeleid te bewaren. Daarbij zal het kabinet bij mogelijke crisis bestrijdende maatre-gelen altijd goed kijken naar de aard, tijdelijkheid, richting en omvang van die maatregelen. Volgens Nederland dienen versoepelingen voor het inzetten van cohesiemiddelen in tijden van crises altijd van tijdelijk en uitzonderlijk karakter te zijn. Ook is het kabinet van mening dat de maatregelen ten behoeve van crisisbestrijding vaak hand in hand kunnen gaan met de langetermijnbelangen van de Unie. Voor het Europees Fonds voor de Regionale Ontwikkeling (EFRO), Europees gezien het grootste fonds onder het cohesiebeleid, gelden minimumvereisten voor wat betreft het deel van de middelen dat aan de beleidsdoelstelling «een groener Europa» moeten worden uitgegeven. Deze percentages verschillen al naar gelang een regio tot de groep «meer ontwikkelde», «transitie» of «minder ontwikkelde» regio’s behoort. Voor de meer ontwikkelde regio’s geldt dat zij ten minste 85% van hun middelen aan de beleidsdoelstellingen 1 (innovatie) en 2 (verduurzaming) moeten besteden, maar ook ten minste 30% aan verduurzaming. Voor transitieregio’s geldt dat zij ten minste 40% aan beleidsdoelstelling 1 moeten besteden en ten minste 30% aan Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 21 501-08, nr. 8825 beleidsdoelstelling 2. Voor minder ontwikkelde regio’s geldt dat zij ten minste 25% aan beleidsdoelstelling 1 en ten minste 30% aan beleidsdoel-stelling 2 dienen te besteden. Voorts is binnen het gehele MFK afgesproken dat ten minste 30% van de MFK uitgaven naar klimaat moeten gaan. 10. Tot slot lezen de aan het woord zijnde leden dat de rechtsstaatsveror-dening en het belang van tegengaan van fraude is opgenomen in de conceptraadsconclusies. Dat kan op steun van deze leden rekenen. Zij vragen zich wel af wat dit concreet betekent? Zal de Unie in het toekom-stige MFK beleid, voor de periode na 2027, steviger inzetten op rechtsstaat in kader van de cohesiefondsen? Antwoord Nederland is tevreden met een aantal belangrijke zaken die zijn opgenomen in de Raadsconclusies die hoogstwaarschijnlijk zullen worden aangenomen op de RAZ. Zo staat het principe rechtsstatelijkheid en het tegengaan van fraude prominent in de tekst. Het kabinet zal hier ook op blijven inzetten. Daarbij dient opgemerkt te worden dat het kabinet het ook van groot belang acht dat expliciet is opgenomen dat deze conclusies op generlei wijze nu al posities vastleggen voor de onderhandelingen over het meerjarig financieel kader (MFK) van na 2027. Onderhandelingen over deze raadsconclusies kunnen niet vooruit lopen op de integrale onderhandelingen over het MFK die pas later plaatsvinden. 11. Welke mogelijkheden zijn er om bij het volgende MFK een rechtsstate-lijkheidstoets standaard onderdeel te maken alvorens MFK gelden worden uitgekeerd? Antwoord Eventuele versterkingen of aanvullingen op de MFK-rechtsstaat-verordening kunnen onderdeel zijn van de Nederlandse onderhandelings-inzet voor een volgend MFK. Hierbij moet wel aangetekend worden dat de MFK-rechtsstaatsconditionaliteit tot stand is gekomen na een zeer moeizaam onderhandelingsproces, mede door een ongunstig krach-tenveld. Op dit moment is nog geen Nederlandse inzet geformuleerd voor de onderhandelingen voor een volgend MFK. 12. De leden vernemen dat het Duitse parlement opgeroepen heeft dat er duidelijk bewijs moet liggen van structurele hervormingen in Hongarije, voordat EU-fondsen aan Hongarije worden overgedragen. Steunt de Minister deze oproep? Antwoord De Europese Commissie heeft op 18 september jl. een voorstel voor een uitvoeringsbesluit inzake maatregelen (opschorten EU-middelen) tegen Hongarije uit hoofde van de MFK-rechtsstaatverordening aan de Raad voorgelegd. Dit is de eerste keer dat de Commissie onder de MFK rechtsstaatsverordening een voorstel aan de Raad voorlegt voor het opschorten van EU-middelen aan Hongarije. Hongarije heeft 17 corrige-rende maatregelen voorgesteld om de door de Commissie vastgestelde inbreuken/problemen aan te pakken. In navolging van het Duitse parlement is het ook voor het kabinet van belang dat de stappen die Hongarije onderneemt, structureel, onomkeerbaar en effectief zijn. Het kabinet heeft samen met een aantal gelijkgezinde lidstaten de Commissie in een schriftelijke verklaring verzocht om met een gedegen, schriftelijke beoordeling te komen van de uitwerking en voortgang op de maatregelen Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 21 501-08, nr. 8826 door Hongarije, inclusief een nieuwe analyse van de dan geldende risico’s voor het Uniebudget. Indien de Commissie constateert dat de uitwerking en implementatie van de maatregelen (deels) tekort schieten om het Uniebudget in voldoende mate te beschermen, dan zal het kabinet met zoveel mogelijk gelijkgezinde lidstaten inzetten op het opschorten van middelen aan Hongarije uit hoofde van de MFK-rechtsstaatverordening. 13. Is zij het eens dat toetreding tot het Europese OM een van de criteria zou moeten zijn voor het overdragen van de EU-gelden, om in de toekomst mogelijke mistanden of misbruik van (Nederlands) belas-tinggeld actiever tegen te gaan? Antwoord Het kabinet deelt de mening dat het EOM een belangrijke rol kan spelen in het bestrijden van misbruik van EU-middelen. Deelnamen aan het EOM kan echter niet worden afgedwongen. Het betreft een vorm van versterkte samenwerking, het besluit tot deelname ligt bij de lidstaten. Ook Zweden kiest er bijvoorbeeld vooralsnog voor zich niet aan te sluiten. Het EOM heeft overigens wel een samenwerkingsovereenkomst met de Hongaarse Procureur Generaal. Het kabinet roept de lidstaten die zich (nog) niet hebben aangesloten bij het EOM, inclusief Hongarije, actief op dit alsnog te doen. De leden van de SP-fractie hebben de agenda van de Raad Algemene Zaken Cohesie met interesse gelezen en hebben hier nog een aantal vragen over. De leden van de SP-fractie zien dat de rode lijn van de discussie de lange termijn effecten van het Cohesiebeleid zijn binnen de Europese Unie. Daarbij vinden de leden het nuttig dat deze discussie is opgedeeld in drie deelvragen, waarbij de Minister nog een aantal zaken zou kunnen meenemen wat hen betreft. 14. De eerste vraag gaat in op de doelen en basisprincipes. Voornoemde leden zijn het met de analyse van de regering eens dat het cohesiebeleid positieve langetermijneffecten moet hebben. Zij vinden deze inzet echter wel wat karig omschreven in de geannoteerde agenda. Een ander belangrijk doel zou wat de leden betreft moeten zijn dat het cohesiebeleid die mensen ten goede komt die de hulp het meeste kunnen gebruiken. Bovenal om mensen duurzaam uit de armoede te helpen of ervoor te zorgen dat mensen juist niet in armoede belanden. Is de Minister het eens met dit doel? Antwoord De middelen uit het cohesiebeleid worden over de lidstaten verdeeld o.b.v. het regionale BBP per capita, waarbij geldt dat meer ontwikkelde lidstaten minder middelen krijgen toegewezen dan minder ontwikkelde lidstaten. Het in de Europese verdragen gedefinieerde hoofddoel van het cohesiebeleid is om «de verschillen tussen de ontwikkelingsniveaus van de onderscheiden regio’s en de achterstand van de minst begunstigde regio’s, te verkleinen.» Binnen Nederland zet het kabinet de middelen uit het Europees Sociaal Fonds + (ESF+) prioritair in op de ondersteuning van mensen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie. Mede met deze inzet draagt het ESF+ in Nederland bij aan de bestrijding van de armoede. De Nederlandse ESF-inzet is in overeenstemming met het specifieke doel van het ESF in het Europees verdrag om de werkgelegenheid te verbeteren en bij te dragen aan een verhoging van de levensstandaard. Ook is één van de drie sporen van het Fonds voor een Rechtvaardige Transitie (JTF) Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 21 501-08, nr. 8827 specifiek gericht op «een wendbare en weerbare beroepsbevolking», waarop ongeveer de helft van de JTF middelen ingezet dient te worden. 15. De tweede vraag gaat in op de toegevoegde waarde van Cohesie-beleid bovenop ander nationaal en Europees beleid. De aan het woord zijnde leden vinden het zinvol om de discussie breder te trekken dan enkel de huidige begroting. Is de Minister het hiermee eens? Antwoord Nederland wil op dit moment nog niet vooruitlopen op de onderhande-lingen voor het volgend MFK, zie ook het antwoord op vraag 7. Tegelij-kertijd ben ik het met de leden eens dat het altijd goed is in discussies over de toegevoegde waarde van beleid, niet alleen naar de huidige periode te kijken, maar ook bijvoorbeeld het vorige MFK hierin mee te nemen. Verkennend zal ook gekeken worden naar het volgende MFK, maar zoals gesteld, zonder dat Nederland hierop al een positie zal innemen. 16. De leden vinden het ook belangrijk om de toegevoegde waarde te zien in de effectiviteit van de besteding van de middelen en niet alleen de effectiviteit ten aanzien van ander beleid, hoewel ook van belang. Is de Minister het eens dat de algemene effectiviteit van de bestedingen ook een onderdeel van discussie zou moeten zijn? Antwoord Ja, de algemene effectiviteit is zeker ook van belang en wordt in het 8e cohesieverslag, zie ook vragen 3 en 4, uitvoerig behandeld. Het kabinet verwacht met de mid-term review van het cohesiebeleid die in 2025 zal plaatsvinden, hier nog meer informatie over te zullen krijgen. 17. Is zij bereid om namens Nederland aan te geven dat cohesiegelden naar de hogere inkomenslanden minder effectief zijn? Antwoord Het beeld hiervan is genuanceerd. Het kabinet is het met de leden eens dat cohesiebeleid middelen gefocust moeten worden uitgegeven, en heeft in de onderhandelingen voorafgaand aan deze programmaperiode (2021–2027) gepleit voor een sterkere concentratie van middelen op minder welvarende lidstaten3. Tegelijkertijd is het zo dat de middelen uit het cohesiebeleid in Nederland en andere meer welvarende lidstaten veelal worden ingezet op innovatie, duurzaamheid, inclusie en menselijk kapitaal. Dit zijn zaken met grote toegevoegde waarde voor de Europese regio’s. Ook zijn er spillover effecten van het cohesiebeleid, dus minder ontwikkelde regio’s profiteren ook van de positieve effecten in omlig-gende (hogere inkomens)landen. 18. Kan de Minister ingaan op de effecten van het cohesiebeleid in Nederland? Hoe verhoudt zich dit tot de «netto-betaler» positie van Nederland? Antwoord Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik de leden graag naar het antwoord op vraag 4. 3Kamerstuk 22 112, nr. 2628: Fiche: MFK – Verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen voor de ESI-fondsenTweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 21 501-08, nr. 8828 19. De derde vraag gaat in op de verwachtingen van de komende periode. Wat vindt de Minister de uitdagingen die er op dit moment zijn voor het Cohesiebeleid in algemene zin? Wat is het voornaamste kritiekpunt van de Minister op het huidige Cohesiebeleid? Antwoord De grootste uitdaging is en blijft om te zorgen dat geen regio’s en mensen achterblijven, ondanks de verschillende crises die we al hebben (COVID-19 en energie) en mogelijk nog opkomen in de toekomst. Daarnaast zijn er ook de langdurige uitdagingen op het gebied van klimaat, en mogelijk toekomstige uitdagingen zoals demografie, waarbij cohesiebeleid mogelijk een rol gaat spelen. De leden van de Volt-fractie hebben kennis genomen van de agenda-stukken voor de Raad Algemene Zaken Cohesiebeleid van 22 november en hebben de volgende vragen opgesteld. 20. De leden van de Volt-fractie ondersteunen de inzet van cohesiemid-delen voor de kosten van de opvang van een acute crisissituatie, zoals voor de opvang van (o.a. Oekraïense) vluchtelingen, maar zien ook het risico dat deze inzet de hoofddoelstelling van het cohesiebeleid – het verkleinen van de economische verschillen tussen Europese landen en regio’s – ondergraaft. Gaat de Minister erop toezien dat cohesiebeleid geen crisisinstrument wordt? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet? Antwoord Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik de leden graag naar het antwoord op vraag 9. 21. Voornoemde leden constateren dat de rol van lokale overheden goed geborgd is in de structuren van het bestaande cohesiebeleid. Waar inspraak op lokaal niveau goed ingebouwd is in de structuren van het Cohesiebeleid, is dat bij nieuwe fondsen en financieringsmiddelen niet altijd het geval. Hierdoor bestaat het risico dat deze inbedding verwatert, zoals bij het RRF. Daarom stellen deze leden de volgende vragen aan de Minister: Hoe kijkt de Minister naar deze ontwikkeling? Is zij bereid om erop toe te zien dat lokale overheden een structurele rol krijgen in het ontwerp en implementatie van nieuwe Europese financieringsinstru-menten? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet? Antwoord Vanuit de regering hechten we, waar mogelijk, groot belang aan nauwe afstemming met de medeoverheden bij EU-zaken. Goede voorbeelden zijn de interbestuurlijke werkgroepen voor cohesiebeleid en milieubeleid en deelname van VNG, IPO en UvW aan de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC). Die afstemming loopt goed. Bij de totstandkoming van het nieuwe Fonds voor een Rechtvaardige Transitie (Just Transition Fund; JTF) is het Rijk nauw opgetrokken met de betrokken regio’s en worden structuren ingericht die een goede samen-werking tussen Rijk en regio’s bevorderen. De rol en het belang van Europa voor medeoverheden groeit en zal dat in de komende jaren blijven doen. Met de decentrale koepels en met mijn collega’s van Buitenlandse Zaken en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksre-laties werk ik dan ook aan verdere versterking van de interbestuurlijke samenwerking op Europese dossiers. Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 21 501-08, nr. 8829 22. De aan het woord zijnde leden constateren dat het cohesiebeleid gekoppeld was aan een langetermijnstrategie in de programmaperiode 2014–2021. Hoewel het cohesiebeleid een cruciale rol speelt bij het behalen van de Europese ambities in de grote transities, maakt het geen onderdeel uit van een overkoepelende langetermijnstrategie. In tegen-stelling tot het cohesiebeleid 2014–2020, die rechtstreeks verband hield met de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europa 2020-strategie. De leden lezen ook dat Nederland het belang van goede evaluaties en kwalitatieve dataverzameling zal benadrukken met betrekking tot uitdagingen voor de toekomst. Gaat de Minister zich in Europees verband hard maken voor het koppelen van het cohesiebeleid aan een langetermijnstrategie? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet? Antwoord Het cohesiebeleid komt rechtstreeks voor uit het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en heeft daarmee een duidelijk langeter-mijndoel. In de relevante wetgeving worden vervolgens 5 beleidsdoelstel-lingen geformuleerd waar het cohesiebeleid zich op dient te richten: Ceen slimmer Europa – innovatieve en slimme economische transformatie; Ceen groener, koolstofarm Europa; Ceen meer verbonden Europa – mobiliteit en regionale ICT-connectiviteit; Ceen socialer Europa – door de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten; Ceen Europa dat dichter bij de burger staat – de duurzame en geïnte-greerde ontwikkeling van stads-, plattelands- en kustgebieden bevorderen via lokale initiatieven. 23. Tot slot lezen de leden in het meest recente rapport van de Europese Commissie, het 8e Cohesierapport, dat er geen eenduidig beeld bestaat over het precieze effect van cohesiebeleid op het verkleinen van de economische afstand tussen lidstaten. Alhoewel de convergentie tussen lidstaten toeneemt, valt op dat vooral grote steden sneller groeien, waardoor de ongelijkheid tussen stad en platteland toeneemt en de interne cohesie binnen lidstaten dreigt af te nemen. De ongelijkheid tussen stad en platteland neemt toe. Ook verschilt het bestedingsdoel van het cohesiebeleid nogal per lidstaat. In West-Europa gaan de middelen naar onderzoek, ontwikkeling, de uitrol van technologie en human capital. Dit in tegenstelling tot Oost-Europa, waar de investeringen voornamelijk naar fysieke infrastructuur gaan. Kan de Minister deze ontwikkelingen verklaren en uitleggen hoe de strategie van het cohesiebeleid zich verhoudt tot de gewenste doelstelling hiervan – de regionale verschillen binnen Europa verkleinen? Antwoord De verklaring van de verschillende doelen waaraan cohesiebeleid wordt uitgegeven moeten de leden voor een groot deel zoeken in de manier waarop de wetgeving rondom cohesiebeleid is ingericht. Minder ontwikkelde lidstaten krijgen bijvoorbeeld middelen uit het cohesiefonds, wat speciaal bedoeld is voor investeringen in (fysieke) infrastructuur, daar waar meer ontwikkelde lidstaten hier geen middelen uit krijgen. Ook de zogenoemde «thematische concentratieverplichtingen» bij het EFRO (zie voor een voorbeeld daarvan het antwoord op vraag 14) zorgen ervoor dat verschillende typen lidstaten hun middelen verschillend inzetten al naar gelang hun mate van ontwikkeling. Alle investeringen zijn daarnaast gekoppeld aan de aanbevelingen uit het Europees Semester en de landenspecifieke aanbevelingen. Tot slot dienen alle regio’s een Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 21 501-08, nr. 88210 zogenaamde «smart specialisation strategy» te formuleren, waarin ze ingaan op welke type van investeringen voor hun regio het meest toegevoegde waarde zouden hebben. Op deze manier tracht het cohesie-beleid de investeringen zo te richten dat ze goed aansluiten bij de behoeften van de individuele regio’s. In het cohesie-jargon noemt men dit soort beleid dan ook «place-based»-beleid: beleid dat gericht is op de specifieke kenmerken van een regio. Verslag Raad Algemene Zaken Cohesiebeleid d.d. 1-2 september De leden van de VVD-fractie lezen dat de meeste lidstaten het erover eens zijn dat een langetermijnvisie richting moet geven aan het cohesiebeleid, maar dat lidstaten ook gemakkelijker en sneller ingezet zouden moeten worden bij crisissen. Deze leden delen de positie van de regering en achten het van groot belang dat de dergelijke versoepelingen niet ten koste gaan van de rechtsstaat of de mogelijkheid op controle voor het tegengaan van fraude. Zij zijn benieuwd naar het krachtenveld rond deze discussie. 24. Kan de Minister ingaan op de rol van het cohesiebeleid ten tijde van crises? Hoe ziet zij dit voor zich in de toekomst? Antwoord De meeste lidstaten zijn het erover eens dat een langetermijnvisie richting moet geven aan het cohesiebeleid. Door het cohesiebeleid in te zetten op crises, blijven er minder middelen over voor de lange termijndoelen. Echter gaven ook meerdere lidstaten aan dat middelen uit het cohesie-beleid gemakkelijk en snel ingezet kunnen worden om te reageren op crises, zoals we hebben gezien bij de Covid-19 pandemie en de Russische inval in Oekraïne. De lidstaten zijn niet ingegaan hoe om te gaan met deze tegenstelling bij een volgende crisis en of de Europese Unie dan extra middelen beschikbaar zou moeten stellen. Nederland gaf aan dat het cohesiebeleid vooral gericht moet zijn op lange termijninvesteringen op het gebied van vergroening en digitalisering. Tegelijkertijd is Europese solidariteit een van de kernbegrippen van het cohesiebeleid. Hierdoor moet in uitzonderlijke omstandigheden het cohesiebeleid ook ingezet kunnen worden bij crises. Wanneer dit gebeurt, moet echter wel goed worden gekeken naar de voorgestelde versoepelingen. Dit mag niet ten koste gaan van de rechtstaat of de mogelijkheid op controle voor het tegengaan van fraude. Ook moeten, volgens Nederland, deze versoepe-lingen voor het inzetten van cohesiemiddelen in tijden van crises altijd van tijdelijk en uitzonderlijk karakter zijn. 25. Zijn er landen waar versoepelingen nu al ten koste gaan van de rechtsstaat en controle op fraude, en op welke manier kan de regering zich inzetten om dit tegen te gaan? Hoe zet de Europese Commissie zich nu zal in om fraude tegen te gaan bij bestedingen van het Europese cohesiebeleid? Antwoord Het is op dit moment nog in zijn geheel niet duidelijk welke lidstaten er in welke mate gebruik hebben gemaakt van de maatregelen uit de verschil-lende crisispakketten. Hiermee is het dus ook niet mogelijk te bezien of de versoepelingen ten koste zouden kunnen gaan van de rechtstaat en controle op fraude. De Common Provisions Regulation (CPR) bevat aanknopingspunten om in specifieke gevallen, waarin het gaat om programma’s die onder deze verordening vallen (voornamelijk cohesie-programma’s) en een duidelijk verband te leggen is met discriminatie, Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 21 501-08, nr. 88211 rechtsstaat en/of fraude, over te gaan tot schorsing van betaling of het aanbrengen van een financiële correctie. De kans op succes van zo’n correctie is echter zeer afhankelijk van de specifieke omstandigheden en ook van de nadere regels van de met de CPR samenhangende verordeningen. Appreciatie nieuw Commissievoorstel: «FAST-CARE» De leden van de VVD-fractie lezen dat de Europese Commissie een voorstel heeft gedaan voor aanpassing van de verordeningen van het cohesiebeleid 2014–2020 en 2021–2027 onder het acroniem «FAST-CARE». Deze leden ondersteunen het doel van de verordeningen en achten het van groot belang dat lidstaten worden gesteund in hun vermogen Oekraïense vluchtelingen op te vangen. Zij zijn benieuwd naar de ervaring van de Minister met de eerdere «CARE» en «CARE-plus» voorstellen. 26. Hoe oordeelt de Minister over het functioneren en de effectiviteit van deze maatregelen? Antwoord Op dit moment kan het kabinet nog geen oordeel vellen over CARE en CARE-plus. Het is tot op heden nog niet te zeggen in hoeverre en met welke resultaten gebruik gemaakt is van beide pakketten. Ook kan er op dit moment nog gebruik gemaakt worden van de flexibilseringsmogelijk-heden die beide pakketten bieden. Daarna kunnen de resultaten pas goed in beeld gebracht worden. 27. De leden lezen dat de eenheidskost per vluchteling per week naar 100 euro wordt verhoogd, met een maximum van 26 weken. Wat is de motivatie voor deze verhoging van 150%? Antwoord Gezien de grote hoeveelheid vluchtelingen uit Oekraïne en de druk die dit op de ontvangende landen legt, is besloten de eenheidskost te verhogen naar 100 euro. Vanwege de aanhoudende oorlog in Oekraïne is besloten de termijn waarvoor deze eenheidskost gebruikt kan worden te verlengen naar 26 weken. Nederland hanteert op nationaal niveau momenteel 100 euro per dag per vluchteling als kosten. Hiermee is de verhoging van de eenheidskost die de Commissie voorstelde wat het kabinet betreft dus niet disproportioneel. Nederland bekijkt op dit moment zelf nog of het gebruik wil gaan maken van de eenheidskost. 28. Zij lezen ook dat de Commissie voorstelt de voorfinanciering voor de periode 2021–2027 te verhogen. De Minister oordeelt dat dit geen effecten heeft op de raming van Nederlandse EU-afdrachten. Identificeert zij nadelige consequenties aan het verhogen van de voorfinanciering? Wat zijn de consequenties voor de langetermijndoelen van de cohesie-fondsen? Antwoord Het verhogen van de voorfinanciering was nodig om het FAST-CARE voorstel mogelijk te maken, waarmee lidstaten de gevolgen van de oorlog in Oekraïne kunnen adresseren. Het kabinet heeft het FAST-CARE voorstel verwelkomd. De voorfinanciering heeft op zichzelf gezien geen effect op de doelen van de cohesiefondsen, maar de flexibilisering van de bestedingsregels kan dat wel hebben. ln de kabinetsappreciatie is daarom aangeven dat de langetermijndoelen van de fondsen niet in het geding Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 21 501-08, nr. 88212 moeten komen en dat het kabinet daarom hecht aan de tijdelijke en beperkte aard van het voorstelTweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 21 501-08, nr. 88213

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 922004112e872b42

14 okt 2026 · 2489ffea65799e19

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.