KamerkringInloggen
Kamerbrief

Actieagenda Industrie en Omwonenden

15 mrt 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 1132ae1d769f1a71 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202428 089Gezondheid en milieuNr. 273 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 15 maart 2024In mijn brief van 10 oktober 20231 heb ik uw Kamer toegezegd om dekabinetsreactie op het onderzoek «Industrie en Omwonenden» van deOnderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) verder uit te werken in eenactieagenda. Met deze brief bied ik u deze actieagenda aan. Hierin zijn demeest urgente acties uitgewerkt om invulling te geven aan de aanbeve-lingen van de OVV. Naast de voortgang en uitwerking van de actielijnenzijn ook verschillende beleidsopties nader in beeld gebracht.Actieagenda voor de gezondheid van omwonendenHet bereiken van een schone en gezonde leefomgeving voor alleNederlanders is mijn uitgangspunt. In lijn met het Europese doel van ZeroPollution 2050, moet de lucht-, water- en bodemverontreiniging inNederland in 2050 teruggedrongen zijn tot niveaus die niet schadelijk zijnvoor de gezondheid en natuurlijke ecosystemen. Een gezonde leefom-geving is een leefomgeving die als prettig en gezond wordt ervaren, dieuitnodigt tot gezond gedrag en waar de druk op de gezondheid zo laagmogelijk is2. Tegen deze achtergrond heeft het Kabinet gesteld datgezondheid volwaardig en ook als sturend principe moet wordenmeegenomen bij het ontwikkelen en afwegen van onder andere industrie-en milieubeleid.De overheid heeft naast het waarborgen van een gezonde leefomgevingook een belangrijke rol in onder andere het waarborgen van het vesti-gingsklimaat en de concurrentiepositie van bedrijven in Nederland. Hetkabinet wil ruim baan maken voor alle bedrijven die willen innoveren,duurzamer en schoner willen worden en bijdragen aan oplossingen voormaatschappelijke uitdagingen. Het adagium hierbij is: liever schoon hier,dan vies elders. Duidelijke doelen op het gebied van gezondheid en1Kamerstuk 28 089, nr. 2672https://www.rivm.nl/gezondeleefomgeving kst-28089-273ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 089, nr. 2731 ondersteuning van de overheid kunnen hierbij helpen. Die geven hetbedrijfsleven tijdig zekerheid en bieden hen de mogelijkheid hunbedrijfsvoering indien nodig aan te passen. Voor het kabinet geldt dat oogvoor de concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven daarbij eenbelangrijke factor is om rekening mee te houden. Gegeven de veelheidaan transities en opgaven betekent dit dat we terughoudend zijn om– naast de afspraken die we in Europa maken – nationaal aanvullendbeleid te ontwikkelen waarmee het Europese level playing field in hetgeding komt.Wat betreft de industrie beginnen we gelukkig niet bij nul3. De emissies enimmissies van de industrie zijn aanzienlijk gedaald de afgelopen decenniadoor inspanningen van de industrie en door Europese en nationale wet-en regelgeving, waardoor specifiek de emissies van de meeste stoffen vande zware industrie sterk zijn afgenomen. Het Europese beleidskader isdaarbij leidend, waarbij nationale koppen voorkomen worden, met oogvoor een schone leefomgeving en behoud van het gelijk speelveld.Uitstoot van stoffen kent immers ook geen landsgrenzen.In deze actieagenda richt ik me specifiek op de gezondheid vanomwonenden van de industrie naar aanleiding van het OVV-rapport. Dit isonderdeel van een breder vraagstuk van het realiseren van een gezondeleefomgeving met als doel de meest effectieve beleidsmaatregelen tenemen voor een schoon en gezond Nederland. Belangrijk hierbij is hetvinden van de juiste balans tussen de inspanningen van alle sectoren, vanindustrie tot mobiliteit en van landbouw tot gebouwde omgeving. Het isimmers niet alleen de industrie die invloed heeft op een gezondeleefomgeving. En daarbij is het ook van belang dat we oog houden voorhet effect van maatregelen op het bredere vestigingsklimaat vanNederland.Zoals aangegeven in de kabinetsreactie op het OVV-rapport wil ikomwonenden zo snel mogelijk perspectief bieden. Deze actieagenda bevateen aantal opties die eerst nader onderzocht moeten worden. Dezeverkenningen zal ik de komende tijd, samen met de betrokken partnersinclusief het bedrijfsleven, uitvoeren. Dit vraagt om een gezamenlijkeverantwoordelijkheid van alle betrokkenen om actieve stappen te zettenom omwonenden zo snel mogelijk perspectief te bieden. VNO-NCW heeftin zijn reactie op het OVV rapport daartoe onder andere aangegeven in tezetten op een goed contact met de directe omgeving en stakeholders, enhet belang benadrukt van verdere emissiereducties en actualisatie vanbijvoorbeeld verouderde vergunningen.Deze actieagenda is tot stand gekomen na gesprekken met medeover-heden, kennisinstellingen en met omwonenden. Het zoeken naaroplossingen voor de problematiek rondom industrie en omwonendenvraagt immers goede samenwerking tussen alle betrokken partijen.Nadere uitwerking van deze actieagenda in het vervolgtraject moet leidentot verdere verdieping en concretisering van de benoemde acties, en waarnodig bestuurlijke besluitvorming met medeoverheden. Dit met respectvoor ieders rol en bevoegdheden. Het verdere proces zal dan ook innauwe afstemming en samenwerking moeten plaatsvinden.Ik heb ervoor gekozen om de actieagenda te ordenen in vier thema’swaarin de verschillende onderwerpen – onder andere een aantal wet- enregelgevingstrajecten – terugkomen.3https://www.clo.nl/indicatoren/nl0112-emissies-naar-lucht-door-de-industrieTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 089, nr. 2732 1.Thema – Een goede buur:Bevorderen dialoog omwonenden, industrie en overheden (actie 1).2.Thema – Minder hinder, schonere lucht:Verminderen van industriële emissies door middel van aanscherpingvan regelgeving of het inzetten van financiële prikkels (acties 2 t/m 8)3.Thema – Meten en weten:Meer metingen uitvoeren bij en rondom bedrijven. Meer inzicht inschadelijke emissies bij bevoegd gezag en burgers. RIVM verkennin-gen gezondheidsrisico’s rond industriële clusters/bedrijven (acties 9t/m 11).4.Thema – Een betrouwbare overheid:Gezondheid volwaardig meewegen in kader van omgevingswet.Versterken adviesrol GGD. Actieteams instellen voor coördinatie vanoverheidsoptreden (acties 12 t/m 15).Deze thema’s licht ik hieronder toe. Een nadere uitwerking vindt u in debijlage bij deze brief.1) Een goede buurNederland is een dichtbevolkt land, waarin we willen wonen, werken enontspannen in een veilige en gezonde leefomgeving. Dat kan alleenwanneer we als bedrijven, burgers en overheden, rekening houden metelkaar. De dialoog tussen bedrijven, omwonenden en overheden verdientdus aandacht. Wat mij betreft zou elk bedrijf zich rekenschap moetengeven van zijn impact op de buren en hier voldoende aandacht aanmoeten besteden. Ik wil hier een bijdrage aan leveren door de partijendichter bij elkaar te brengen. Daarom start ik met een landelijk overlegonder het bestaande Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving (actie 1). Hetdoel hiervan is zorgpunten sneller op tafel te krijgen en kennis structureelmet elkaar te delen. Na een nadere verkenning over hoe dit zou moeten,zal ik dit voorjaar uw Kamer een voorstel hiervoor toesturen.2) Minder hinder, schonere luchtIn de kabinetsreactie op het OVV-rapport heb ik aangegeven dat ikconcrete tussenstappen en doelen wil vaststellen op weg naar het ZeroPollution-doel voor 2050. Het ministerie is voornemens daartoe eenverkenning te starten (actie 2). Deze verkenning zal binnenkort nadervormgegeven worden. De uitkomsten kunnen vervolgens betrokkenworden bij de opvolging van deze actieagenda industrie en omwonenden,de vraag wat wanneer voldoende gezond is, en ook in perspectief wordengeplaatst als onderdeel van het bredere vraagstuk van het realiseren vaneen gezonde leefomgeving waarbij een juiste balans tussen alle sectorenwordt nagestreefd.Industriële productie gaat gepaard met uitstoot, ook al zijn we er deafgelopen decennia in geslaagd de emissies fors terug te brengen. Ik wildat bedrijven vanuit hun zorgplicht de uitstoot van schadelijke emissieszoveel mogelijk voorkomen en verder terugdringen. Dit is nodig omsignificante verontreiniging en aantasting van de menselijke gezondheidte voorkomen en het Zero Pollution doel in 2050 dichterbij te brengen. Inapril 2022 kwam de Europese Commissie met voorstellen om de regelsvoor industriële uitstoot te actualiseren en te moderniseren via deRichtlijn Industriële Emissies (RIE)4. Medio 2024 worden de onderhande-lingen over dit voorstel afgerond, waarna de herzieningen in Nederlandseregelgeving moeten worden geïmplementeerd binnen 22 maanden nadatde richtlijn is bekendgemaakt.4Kamerstuk 21 501-08, nr. 866; Kamerstuk 22 112, nr. 3416; COM-156Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 089, nr. 2733 Uw Kamer heeft in eerdere moties gevraagd wet- en regelgeving teverbeteren op basis van het OVV-rapport5. Dit is belangrijk voor hetbevorderen van een gezonde leefomgeving. Bovendien kan daarmee ookde concurrentiekracht en innovatiekracht van Nederlandse bedrijvenworden bevorderd. Tevens moeten we streven naar een gelijk speelveld inEuropa zodat milieurisico’s zich niet verplaatsen van het ene domein of deene locatie, naar de andere. Wijziging van regelgeving behoeft dus eengebalanceerde afweging en dat vraagt nadere analyse en uitwerking.Daarom zal ik bij de uitwerking in brede zin inventariseren wat de impacthiervan is. Mocht het tot een wijziging van regelgeving komen, dan zal dieimpact conform de Verplichte kwaliteitseisen6 met onder andere eenbedrijfseffectentoets worden geduid.Als mogelijk onderdeel van een aanpassing van regelgeving wil ikonderzoeken of het wenselijk is om de Beste Beschikbare Technieken (ofalternatieven), zodra deze in de gebruikelijke Europese procedure opgrond van de RIE zijn vastgesteld, in nationale regelgeving vast te leggen(actie 3). In de huidige situatie worden deze technieken wel betrokken inde vergunningverlening, maar worden ze niet nationaal vastgelegd in devorm van algemene regels. Een mogelijk voordeel is dat de eisen daarbijdirect van toepassing zijn en dat biedt sneller zekerheid voor bedrijven,omwonenden en overheden. Ook zal ik onderzoeken of er een doelmatigeen verantwoorde manier is om uitzonderingen voor verouderde instal-laties te beëindigen (actie 4), waarbij de gebruikelijke normen vanproportionaliteit en redelijkheid in acht worden genomen.Met het oog op de gezondheid van omwonenden zal het kabinet denieuwe Europese luchtkwaliteitsnormen zodra deze van kracht zijn, zo snelmogelijk implementeren in nationale regelgeving7 (actie 5). Een andereoptie die ik wil verkennen is het bindend maken van de doelstellingen uithet Schone Lucht Akkoord (actie 6). Zoals in de Kamerbrief op 10 oktoberis aangegeven met de kabinetsreactie op het OVV rapport is bij deverkenning van aanvullend beleid het uitgangspunt dit op Europeesniveau vorm te geven.Onder bepaalde productie omstandigheden kan de uitstoot van eenfabriek tijdelijk hoger zijn dan tijdens normale omstandigheden, bijvoor-beeld tijdens onderhoudswerkzaamheden. In samenwerking metkennispartners zal een onderzoek worden gestart hoe bevoegde gezagenmet dergelijke piekemissies kunnen omgaan bij vergunningverlening enhoe rekening kan worden gehouden met mogelijke gezondheidseffectenbij omwonenden (actie 7).Verder heeft de overheid, zoals eerder genoemd, een belangrijke rol in hetwaarborgen van het vestigingsklimaat en de concurrentiepositie vanbedrijven. Nederland heeft er niet veel aan als met de uitstoot ook alleindustrie uit Nederland verdwijnt. Nederland kan een voorbeeld wordenhoe een schone, klimaatneutrale industrie in een dichtbevolkt land kanbijdragen aan het creëren van duurzame welvaart. We willen daarominnovatieve bedrijven, die bijdragen aan de concurrentiekracht vanNederland en aan het oplossen van maatschappelijke uitdagingen juisthier houden en waar mogelijk versterken. Het is mogelijk dat eencombinatie van financiële instrumenten een bijdrage kan leveren aanzowel het verlagen van de uitstoot, als het behoud van bedrijven (actie 8).5Motie van het lid Van Esch c.s., Kamerstuk 33 118, nr. 262; Motie van het lid Beckerman c.s.,Kamerstuk 33 118, nr. 268; Motie van het lid De Hoop c.s., Kamerstuk 33 118, nr. 2716https://www.kcbr.nl/beleid-en-regelgeving-ontwikkelen/beleidskompas/verplichte-kwaliteitseisen/bedrijfseffectentoets-inclusief-regeldrukeffecten72004/107/EG en 2008/50/EGTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 089, nr. 2734 Dit verdient nader onderzoek naar de effectiviteit en wenselijkheid vandeze instrumenten naast de bestaande regelgeving op basis vannormering. Dit vraagt om expliciete keuzes, waarbij voor sommigeinstrumenten ook voorzien moet worden in financiële dekking.3) Meten en wetenWe beschikken nog niet altijd over voldoende informatie met betrekkingtot de effecten van de uitstoot van bedrijven op de gezondheid vanomwonenden. Dit kan onder andere komen door onduidelijkheden overhoe schadelijk (een combinatie van) stoffen zijn, wat de blootstellings-routes zijn of hoe emissies van verschillende bedrijven elkaarbeïnvloeden. Informatie over emissies van bedrijven dient daarnaast vooriedereen toegankelijk en gemakkelijk vindbaar te zijn.Samen met de herziening van de richtlijn industriële emissies wordt dePollutant Release and Transfer Register verordening vervangen door eennieuwe verordening die meer aansluit bij het toepassingsbereik van derichtlijn industriële emissies, die de rapportage van milieugegevensbeoogt te verbeteren en beoogt om deze toegankelijker te maken voorburgers. Ik wil deze Europese verplichtingen snel invoeren. Daarbij wil ikook de mogelijkheid onderzoeken om bedrijven te verplichten gegevensvan bijvoorbeeld continue metingen openbaar te maken en onderzoekenhoe dit gedaan zou kunnen worden (actie 9). Dit draagt bij aan een betergeïnformeerde en betrokken samenleving, het bevordert milieubewustzijnen stimuleert bedrijven om verantwoordelijk om te gaan met hun impactop het milieu en gezondheid. Uit de verkenning zal blijken of dit zowelwenselijk, uitvoerbaar als handhaafbaar is. Bedrijven zijn verplicht deinformatie die relevant is voor hun vergunning te delen met bevoegdegezagen. Ik wil verkennen of het nodig is om deze informatieplicht teversterken, en zo ja, op welke manier dat zou kunnen.Ook vind ik het belangrijk dat overheden verkennen of het mogelijk is ommeer controlemetingen aan de schoorsteen te doen. In de praktijk blijktdat het aanbod van meetcapaciteit in de markt beperkt is. In aanvulling opmetingen in de schoorsteen kunnen ook periodieke metingen in deomgeving van bedrijven mogelijk nuttig en wenselijk zijn (actie 10). Ik wilinventariseren of het zinvol is om deze punten vanuit het Rijk te faciliteren.Daarbij staat het verbeteren van de leefomgeving en van het vergrotenvan het vertrouwen tussen industrie en omwonenden centraal, zonderonnodige regeldruk te veroorzaken.Gedeputeerde staten van Limburg hebben mij verzocht om de gezond-heidseffecten van het bedrijfscluster Chemelot te Geleen in kaart tebrengen. In dat kader wil ik vervolg geven aan de trajecten die gestart zijnom inzicht te krijgen in de risico’s van grote industriële clusters/bedrijvenop de gezondheid van omwonenden. Na het RIVM-onderzoek in deIJmond en de gestarte verkenning naar een eventuele meerwaarde vanonderzoek bij Chemours, zal ik het RIVM vragen wat de meerwaarde kanzijn van onderzoek naar gezondheidsrisico’s bij Chemelot in Geleen(actie 11).4) Een betrouwbare overheidDe OVV concludeert dat overheden er op basis van de huidige (milieu)we-tgeving via het bestaande stelsel van vergunningverlening, toezicht enhandhaving in de praktijk niet altijd voldoende in slagen om degezondheid van omwonenden te beschermen. Dat vraagt ook om reflectieop het functioneren van de overheid zelf. Daarbij gaat het zowel om hetfunctioneren van het betreffende stelsel van vergunningverlening, toezichtTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 089, nr. 2735 en handhaving, als om het versterken van de link en samenwerkingtussen beleid en uitvoering.Het is op dit moment niet altijd mogelijk om gezondheid volwaardig meete wegen in vergunningverlening. Ik vind het belangrijk om dit probleemte adresseren. Mijn inzet is om maximaal gebruik te maken van demogelijkheden die de omgevingswet biedt. Dit betekent het meewegenvan gezondheid in lokale, regionale en nationale besluitvorming waarbijgebruik gemaakt wordt van de mogelijkheden tot participatie van burgersen het bieden van transparantie. Daarom wil ik samen met gemeenten enbevoegde gezagen onderzoeken hoe dit in de praktijk het beste kanworden ingevuld en – indien dat niet mogelijk blijkt – onderzoeken of hetinstrumentarium kan worden versterkt (actie 12). Daarnaast start ik insamenwerking met het Ministerie van VWS een verkenning naar hoe deadviesrol van de GGD versterkt kan worden (actie 13). Bovendien wil ik deexpertise van de GGD beter benutten om de communicatie met en hetadvies aan omwonenden over gezondheidsbescherming te verbeteren.Op dit moment loopt het Interbestuurlijk Programma Vergunningver-lening, Toezicht en Handhaving (IBP VTH) naar aanleiding van deaanbevelingen van de commissie Van Aartsen8. Ook voer ik een Impuls-programma Chemische Stoffen (ICS)9 uit, dat zich specifiek richt op hetvoorkomen en terugdringen van vervuiling van het milieu door risicovollechemische stoffen, waaronder Zeer Zorgwekkende Stoffen. Ik continueerbeide conform de vastgestelde looptijd. In het kader van het Impulspro-gramma wordt onder meer onderzocht of er verbeteringen mogelijk zijnbij de toepassing van het voorzorgbeginsel bij de omgang met mogelijk(potentieel) schadelijke chemische stoffen. Ook wordt er in dit programmaaandacht besteed aan de ontwikkeling en benutting van kennis over degezondheidsrisico’s van door de industrie uitgestoten stoffen. Dit sluit aanbij twee aanbevelingen van de OVV aan mijn ministerie en bij mijnvoornemen om een brede Kennisagenda Gezondheidsrisico’sOmwonenden op te zetten (actie 14).Tevens werkt de Inspectie voor Leefomgeving en Transport samen metandere overheden om te onderzoeken wat er beter kan in de milieuver-gunningen van bedrijven waar mogelijk voor de gezondheid risicovollestoffen vrijkomen. Dit themaonderzoek wordt uitgevoerd als onderdeelvan het IBP VTH. Ook stel ik actieteams in die vanuit het Rijk, in nauwcontact met omwonenden, kennisinstellingen en bedrijven, snel hetbevoegd gezag kunnen adviseren en ondersteunen als een specifiekesituatie daarom vraagt (actie 15). Het doel hiervan is om een situatie tebenaderen vanuit één overheid, zodat we samen sneller tot een oplossingkunnen komen en een verbeterde informatievoorziening ontstaat op alleniveaus. Eén van deze actieteams, inzake Tata Steel, functioneert op ditmoment al.Tot slotIn Nederland zijn in de afgelopen decennia flinke stappen gezet in hetverlagen van emissies en zijn er belangrijke stappen gezet in het verbe-teren van de water-, bodem- en luchtkwaliteit. Tegelijkertijd worden wenog steeds geconfronteerd met aanhoudende problemen ten aanzien vande uitstoot van sommige bedrijven, zoals het OVV rapport duidelijk maakt.Wat mij betreft moeten deze problemen voortvarend worden opgepakt.Dit vraagt investeringen van de overheid, het bedrijfsleven en andere8Kamerstukken 22 343 en 28 663, nr. 295.9Kamerstukken 22 343 nr. 350Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 089, nr. 2736 betrokken sectoren. Met de in deze brief beschreven acties zet ik hiermeeeen eerste stap. De aanloopkosten van de uitvoering van deze actie-agenda bestaan hoofdzakelijk uit kosten voor voorbereidend onderzoek enstudies om de impact van industriële activiteiten op de volksgezondheidte verminderen. Deze initiële acties kunnen worden opgepakt omdat zebinnen de bestaande wettelijke kaders vallen. Ik ben voornemens om voorde bekostiging van deze aanloopkosten de benodigde middelen ditvoorjaar al op de IenW begroting te zoeken. De feitelijke uitvoering vanhet grootste deel van de acties vraagt echter om verdergaande beleidsont-wikkeling en financiële dekking zonder welke de uitvoering van deze actiesniet mogelijk zal zijn.Gezien de demissionaire status van het kabinet is het niet aan mij om debeleidsmatige of financiële keuzes, die hieraan ten grondslag liggen, temaken. Het is aan uw Kamer en een volgend kabinet om hier verderrichting in te kiezen en over te besluiten.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,V.L.W.A. HeijnenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 089, nr. 2737

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · d78a4297624f57fb

14 okt 2026 · 58ad0b55909283dd

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.