KamerkringInloggen
Kamerbrief

Handhaving schijnzelfstandigheid gevolgen verlengen zachte landing

2 okt 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 83c3de70ffa39372 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 311Zelfstandig ondernemerschapNr. 293 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 2 oktober 2025Bijgaand informeer ik u, mede namens de Minister van Sociale Zaken enWerkgelegenheid, zoals uw Kamer heeft verzocht over de gevolgen vanhet verlengen van de zachte landing in 2026.Kortgezegd betekent het verlengen van de zachte landing dat de beoogdeen afgesproken verbetering op de handhaving van schijnzelfstandigheidniet wordt gerealiseerd. Daarnaast kan de Europese Commissie dit zienals het niet voldoen aan de opgenomen mijlpaal in het Herstel- enVeerkrachtplan (HVP). De verlenging van de zachte landing is volgens hetkabinet dan ook niet wenselijk. Ik zal dat hieronder nader toelichten.Drie lijnen aanpak schijnzelfstandigheidZoals in 2022 aangekondigd zet het kabinet in op drie lijnen om de balanste herstellen op de arbeidsmarkt en regels rondom het werken alszelfstandige en met zelfstandigen toekomstbestendiger te maken. Om ditte bereiken, zet het kabinet in op een gelijker speelveld tussen contract-vormen (lijn 1), meer duidelijkheid over de vraag wanneer gewerkt wordtals werknemer dan wel als zelfstandige (lijn 2) en verbetering vanhandhaving op schijnzelfstandigheid (lijn 3). Daarbij geldt: de voortgangop de ene lijn kan niet wachten op de andere; elk van de drie lijnen isurgent om stappen op te zetten.In 2022 is aangekondigd dat het handhavingsmoratorium voor deloonheffingen uiterlijk op 1 januari 2025 opgeheven zou worden. Hethandhavingsmoratorium was een uitzondering op de handhaving op dekwalificatie van de arbeidsrelatie voor de loonheffingen. In de brief van6 september 2024 (Kamerstuk 31 311, nr. 263) is nogmaals toegelichtwaarom de opheffing van het handhavingsmoratorium de logische ennoodzakelijke stap is.Het aanpakken van schijnzelfstandigheid is cruciaal. Dat gaat om meerdan tegengaan van uitbuiting en misbruik. Werk moet gedaan wordenconform het juiste contract. Mensen op de juiste plek, op het juiste kst-31311-293ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 311, nr. 2931 contract met de juiste rechten en plichten. Daarmee pakken we ookoneerlijke concurrentie op arbeidsvoorwaarden aan, zowel tussenwerkenden als werkgevenden, zorgen we voor meer solidariteit op dewerkvloer als het gaat om werkdruk en voorkomen we dat de druk op hetsociale en fiscale stelsel verder toeneemt. Hiermee wordt ook oneerlijkeconcurrentie tussen bedrijven onderling aangepakt.Daarnaast is van belang dat de markt voldoende de tijd heeft gehad omzich hierop voor te bereiden. Het is voor partijen die zich houden aan wet-en regelgeving een slecht signaal als de zachte landing verlengd wordt.We zien namelijk veel beweging van organisaties die zich inspannen omhet echt goed te willen doen. Om deze partijen te ondersteunen is hetbelangrijk dat de handhaving op de loonheffingen weer genormaliseerdwordt en juist geen stap terug te zetten. We blijven deze organisatieshierbij ondersteunen, zoals we nu ook al doen. Daarbij is een juistekwalificatie van de arbeidsrelatie niet alleen belangrijk voor de loonhef-fingen maar ook voor pensioen- en arbeidsrecht.In de brieven van 6 september en 18 december 2024 (Kamerstuk 31 311,nr. 280) is aangegeven dat de opheffing van het handhavingsmoratoriumwordt gedaan met een zachte landing. Dit wil zeggen dat er tot 2030 eeningroeimodel van toepassing is. Naar aanleiding van de motie Aartsenc.s1 zijn daar voor 2025 de volgende maatregelen aan toegevoegd: in 2025start het risicogerichte toezicht op schijnzelfstandigheid in beginsel meteen bedrijfsbezoek, de inspecteur kan het boekenonderzoek richten op demeest recente tijdvakken zodat het financieel risico in eerste instantiebeperkt blijft en over 2025 worden geen boetes opgelegd.Vervallen zachte landing per januari 2026Het vervallen van de zachte landing per 1 januari 2026 betekent dat erweer boetes kunnen worden opgelegd. Daarnaast vervallen de uitgangs-punten dat de Belastingdienst in beginsel start met een bedrijfsbezoek enin beginsel kiest voor een onderzoek van het meest recente aangifte-tijdvak.Het ingroeimodel blijft overigens tot 2030 bestaan. Het opheffen van hethandhavingsmoratorium betekent namelijk dat vanaf 1 januari 2025 weermet terugwerkende kracht naheffingen loonheffingen opgelegd kunnenworden. Dit kan slechts met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025. Pasin 2030 kan de Belastingdienst weer tot 5 jaar terug correctieverplich-tingen en naheffingsaanslagen opleggen. Met betrekking tot de periodevóór 1 januari 2025 geldt dat de Belastingdienst – met inachtneming vande vijfjaarstermijn – alleen correcties kan opleggen indien sprake is vankwaadwillendheid of als een eerder gegeven aanwijzing niet in voldoendemate is opgevolgd.Gevolgen verlengen zachte landingHet verlengen van de zachte landing zou betekenen dat de beoogde enafgesproken verbetering op de handhaving van schijnzelfstandigheid nietwordt gerealiseerd. Veel organisaties hebben hun bedrijfsvoering deafgelopen periode verbeterd. Door verlenging van de zachte landingzullen de goede inspanningen van veel organisaties stagneren, zij krijgente maken met een onaangekondigde koerswijziging die «goed gedrag»ontmoedigt. Hiermee ondersteunen we bonafide organisaties niet enwordt schijnzelfstandigheid en misbruik onvoldoende aangepakt. Hetzorgt voor minder solidariteit op de werkvloer omdat er niet door iedereenmet het juiste contract met de juiste rechten en plichten wordt gewerkt.Daarbij zal de druk op het sociale en fiscale stelsel verder toenemen.1Kamerstuk 31 311, nr. 264Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 311, nr. 2932 Daarbij zorgt uitstel voor verdere onduidelijkheid als in tegenstelling totgemaakte afspraken de zachte landing wordt verlengd, terwijl de marktjuist behoefte heeft aan koersvastheid. Zoals uw Kamer regelmatigbenadrukt, is voorspelbaarheid van het overheidsbeleid belangrijk voorburgers en bedrijven.Voor de goede orde vermeld ik dat het opheffen van het handhavingsmo-ratorium per 1 januari 2025 is opgenomen als mijlpaal in het Herstel- enVeerkrachtplan (HVP). Indien er sprake zou zijn van het verlengen van dezachte landing zou de Europese Commissie dit kunnen zien als hetterugdraaien een reeds behaalde mijlpaal, hetgeen als consequentie kanhebben dat de Europese Commissie een korting (oplopend tot€ 600 miljoen) toepast op de te ontvangen HVP-middelen. Dit zoubetekenen dat het uitvoeren van een motie om de zachte landing teverlengen tot een budgettaire derving kan leiden terwijl niet is voorzien ineen dekking. Het ontbreken van een dekking is (naast de hiervoorgenoemde inhoudelijke redenen) ook een reden dat de motie moetworden ontraden.Wij vinden het net als uw Kamer belangrijk om feitelijk meer inzicht tekrijgen in de gevolgen van de opheffing van het handhavingsmoratorium.Wij zullen u hierover nader informeren in de voortgangsbrief werken meten als zelfstandige(n) die wij in november aan uw Kamer zullen toesturen.De Staatssecretaris van Financiën,E.H.J. HeijnenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 311, nr. 2933

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 6b62e5243cf50bff

14 okt 2026 · 81861e243457c3ba

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.