Uitvoering van de moties van de leden Çelik en Ypma en Rog inzake laaggeletterdheid
Brontekst
Versie 1201cfd1feb7be61 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2013–2014 28 760Meerjarenplan Alfabetisering Nr. 37 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 27 maart 2014 In antwoord op uw brief van 20 februari jl. over de uitvoering van de moties inzake laaggeletterdheid van de leden Çelik en Ypma (PvdA) en Rog (CDA) deel ik u het volgende mee. Met de motie Rog (Kamerstuk 33 650, nr. 20) verzoekt uw Kamer om in de evaluatie van het Actieplan Laaggeletterdheid, inclusief de pilots Taal voor het Leven, te onderzoeken welke landelijke taken en welke budgetten nodig zijn om de regionale aanpak van laaggeletterdheid efficiënt en effectief uit te voeren. Ik heb u eerder erover geïnformeerd (Kamerstuk 33 650, nr.27) dat het Actieplan Laaggeletterdheid, dat eind 2015 afloopt, in 2014 wordt geëvalueerd. Inmiddels is een begin gemaakt met de opzet van de evaluatie van het Actieplan. De pilots Taal voor het Leven worden doorlopend geëvalueerd. De resultaten van de evaluatie van het Actieplan verwacht ik in het voorjaar van 2015, zodat deze kunnen worden meege-nomen in de besluitvorming over de toekomstige invulling van de landelijke ondersteuning. Met de motie Ypma c.s. (Kamerstuk 33 750 VIII, nr. 48) heeft uw Kamer de regering verzocht vanaf 2015 € 5 miljoen te reserveren voor de aanpak van laaggeletterdheid en deze middelen in te zetten voor effectieve methodes om de problematiek rondom laaggeletterdheid te laten afnemen. Ik zal deze motie uiteraard uitvoeren. Op basis van de evaluatie van het Actieplan en de lopende pilots Taal voor het Leven zal besluit-vorming plaatsvinden over de specifieke inzet van deze middelen, waarvoor de dekking binnen de OCW- begroting zal worden gevonden. Hierover zal ik u nader berichten bij Voorjaarsnota. In de motie Çelik uit 2011 (Kamerstuk 28 760, nr. 26) heeft uw Kamer de regering verzocht om zich bij de bestrijding van laaggeletterdheid niet meer vast te leggen op inspanningen en bestedingen, maar te focussen op de kwaliteit en resultaten van het volwassenenonderwijs en gemeenten aan te spreken op hun wettelijke taak en verantwoordelijkheid kst-28760-37ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2014Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 28 760, nr. 371 hierin. Hierbij zou een voorbeeld genomen kunnen worden aan de aanpak in het Verenigd Koninkrijk en Ierland met als doel meer volwassenen een alfabetiseringsopleiding te laten volgen. Inmiddels is een aantal stappen gezet naar een aanpak die specifiek gericht is op de kwaliteit en resultaten van de volwasseneneducatie. Zo is in het Actieplan Laaggeletterdheid en het hieruit voortvloeiende pilotpro-gramma Taal voor het Leven bewust gekozen voor een kwalitatieve benadering die gefocust is op het versterken van de lokale infrastructuur en het opzetten van lokale partnerschappen waarin ook werkgevers en welzijnsorganisaties een rol spelen. Bij de uitwerking van het pilotpro-gramma is expliciet gebruik gemaakt van ervaringen uit het Verenigd Koninkrijk en Ierland. Zodoende wordt momenteel in zes Nederlandse proefregio’s een integrale werkwijze uitgeprobeerd. De eerste resultaten van deze aanpak zijn positief. Met de nieuwe werkwijze zijn in de proefregio’s in 2013 ongeveer 5.000 mensen bereikt. Ik denk dat het verstandig is de pilots de tijd te geven zodat het effect goed kan worden beoordeeld. De pilots worden doorlopend geëvalueerd en ze lopen af in 2015. Naar aanleiding van de motie Çelik heeft mijn ambtsvoorganger uw Kamer in een brief van 5 juli 2012 (Kamerstuk 28 760, nr. 34) laten weten een onderzoek uit te voeren naar de mogelijke ontwikkelrichtingen voor de sector volwasseneneducatie. In januari 2013 is in dat kader het rapport «Educatie op een Kruispunt» (Kamerstuk 28 760, nr.35) opgeleverd. Op basis van de verschillende scenario’s die in het rapport zijn uitgewerkt, heb ik bestuurlijk overleg gevoerd met onder meer VNG en MBO Raad. In deze overleggen werd benadrukt dat de doelgroep van de educatie zeer divers is. Vanuit gemeenten is daarom de wens uitgesproken het educatieaanbod meer op deze diversiteit te laten aansluiten. Ook is uit de overleggen gebleken dat voor de effectiviteit en doelmatigheid van het educatieaanbod regionale samenwerking tussen gemeenten gewenst is. Ik heb de verschillende reacties op het rapport in ogenschouw genomen en heb besloten het belang van de deelnemer voorop te stellen en de verplichte besteding van educatiemiddelen bij roc’s los te laten. Op deze wijze kom ik tegemoet aan de gevarieerde vraag naar educatieop-leidingen vanuit de brede doelgroep. Ik heb uw Kamer hierover reeds geïnformeerd met mijn brief van 16 mei 2013 (Kamerstuk 28 760 , nr. 35). Zoals ik in mijn vervolgbrief van 14 januari jl. (Kamerstuk 28 760, nr. 36) heb aangegeven, werk ik thans aan een wetsvoorstel om het educatie-budget per 2015 als een geoormerkte uitkering aan coördinerende gemeenten in regio’s te verstrekken en de bestedingsverplichting bij roc’s in drie jaar tijd geleidelijk af te bouwen. Hiermee zullen de voorwaarden worden geschapen om de effectiviteit en doelmatigheid van het aanbod educatieopleidingen verder te verbeteren. Het uitgangspunt in het wetsvoorstel is zodoende: de doelgroep voorop en de gemeenten centraal. Gemeenten krijgen meer beleids,- en beste-dingsvrijheid en de doelgroep krijgt meer keuzevrijheid. Het is immers mijn bedoeling dat meer volwassenen een alfabetiseringsopleiding gaan volgen die aansluit bij hun specifieke behoeften en wensen. Tevens beleg ik zo de verantwoordelijkheid voor de volwasseneneducatie daar waar deze het beste past: dicht bij de doelgroep op het niveau van samenwer-kende gemeenten. De aandachtspunten uit de motie Çelik heb ik daarmee opgepakt. Via het Actieplan Laaggeletterdheid en de pilots Taal voor het Leven worden de eerste resultaten reeds zichtbaar. Ik neem laaggeletterdheid zeer serieus Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 28 760, nr. 372 en streef ernaar de verschillende moties zoveel mogelijk in samenhang uit te voeren. Laaggeletterdheid is geen geïsoleerd probleem en verdient daarom een integrale aanpak. Op die manier kunnen we stappen vooruit blijven zetten in het bereiken van de doelgroep. Ik hoop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben. De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. BussemakerTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 28 760, nr. 373
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.