KamerkringInloggen
Kamerbrief

Toezeggingen en moties voorafgaand tijdens het commissiedebat over het zorgverzekeringsstelsel van 19 juni 2024

4 jun 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 149a4a72d6314574 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202429 689Herziening ZorgstelselNr. 1252 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR MEDISCHE ZORG Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 4 juni 2024Op 19 juni aanstaande ga ik tijdens een commissiedebat met uw Kamer ingesprek over het zorgverzekeringsstelsel. Graag informeer ik u vooraf-gaand aan dit debat over de volgende onderwerpen:1.Een recent onderzoek van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) ende Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) naar «Polisverschillen enconsumentenkeuzes in de zorgverzekeringsmarkt»;2.Het Samenvattend rapport Zorgverzekeringswet (Zvw) 2023 van deNZa;3.De Informatiekaart Zorgverzekeringen 2024 van de NZa;4.De stand van zaken rondom gesprekken met zorgverzekeraars over hetgebruik van foto’s bij machtigingsaanvragen voor behandelingen vanplastisch chirurgische aard;5.De vertraging van de digitalisering van de subsidieregeling medischnoodzakelijke zorg aan onverzekerden (SOV) en de regeling onverze-kerbare vreemdelingen (OVV); en6.De verlaging van de opslag van de bestuursrechtelijke premie.In deze brief doe ik verschillende moties en toezeggingen af.1. Onderzoek «Polisverschillen en consumentenkeuzes in dezorgverzekeringsmarkt» Al jarenlang is er aandacht voor het polisaanbod op de zorgverzekerings-markt. Aan de ene kant is er een ruim aanbod, waaruit een verzekerde eenpassende keuze kan maken. Aan de andere kant wordt het keuzeprocesvan verzekerden bemoeilijkt door polissen die weinig tot niet van elkaarverschillen. Verzekerden kunnen hierdoor overstapbelemmeringenervaren, hetgeen leidt tot een lagere overstapgeneigdheid. En juist dieoverstapgeneigdheid is belangrijk om verzekeraars te prikkelen totklantgerichtheid en de inkoop van een kwalitatief en betaalbaarzorgaanbod. kst-29689-1252ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12521 De ACM en NZa hebben gezamenlijk onderzoek gedaan naar verschillentussen basispolissen en keuzes van verzekerden op de zorgverzekerings-markt. Bijgaand zijn de resultaten van dit onderzoek opgenomen (ziebijlage 1 voor de aanbiedingsbrief van de NZa en bijlage 2 voor hetrapport). Het onderzoek vormt een update van het onderzoek «Beterkiezen op de polismarkt» uit 20181 en richt zich op de periode 2019–2023.Onderzoeksmethode en resultatenVoor het onderzoek hebben de ACM en de NZa een zogenoemdeclusteranalyse uitgevoerd: basispolissen zijn op basis van hun belang-rijkste kenmerken (zoals het type polis, de contracteergraad, het vergoe-dingspercentage voor niet-gecontracteerde zorg en een aantal service-aspecten) ingedeeld in clusters. Polissen uit hetzelfde cluster zijn hierbijals (bijna) gelijk aan elkaar beschouwd. Vervolgens hebben de ACM en deNZa in kaart gebracht hoeveel verzekerden niet voor de goedkoopste polisbinnen het cluster hebben gekozen.Uit het onderzoek blijkt dat 61 procent van de premiebetalers in 2023 eenbasispolis had waarvoor een (bijna) gelijk, maar goedkoper alternatiefbestaat binnen het totale aanbod van basispolissen. Deze verzekerdenhadden gemiddeld 103 euro per jaar kunnen besparen door voor eengoedkopere (bijna) gelijke basispolis te kiezen. In 2018 ging het om72 procent van de premiebetalers en 93 euro per jaar. In 2023 kwam detotale potentiële premiebesparing neer op ruim 900 miljoen euro.Wanneer er gecorrigeerd wordt voor inflatie en de potentiële premiebe-sparing uitgedrukt wordt als percentage van de potentiële premiebe-sparing uit 2018, blijkt dat de totale potentiële premiebesparing deafgelopen twee jaar is afgenomen en voornamelijk in 2023 lager lag danin voorgaande jaren. De NZa en de ACM merken daarbij op dat de 900miljoen euro niet voor het «oprapen» ligt, omdat een massale overstapzou leiden tot een premiestijging van de goedkoopste polissen. Premiesvoor individuele polissen worden veelal bepaald op basis van eenzogenoemde «spilpremie» voor het gehele concern. De goedkoperepolissen kunnen nu alleen zo goedkoop aangeboden worden, omdat erook nog voldoende mensen kiezen voor een polis met een premie bovende zogenoemde «spilpremie».2 Indien alle verzekerden overstappen naarde goedkopere polissen, zullen de premies van deze polissen gaan stijgen.De analyses zijn ook uitgevoerd op concernniveau (dus ten aanzien van(bijna) gelijke polissen die aangeboden worden door hetzelfde concern).Uit deze analyses komt naar voren dat bijna de helft (48 procent) van depremiebetalers goedkoper uit had kunnen zijn in 2023 (gemiddeld 90 europer jaar), indien zij hadden gekozen voor een (bijna) gelijk alternatiefbinnen het concern.Verklaringen en suggesties vanuit de ACM en de NZaPrijsverschillen voor (bijna) gelijke producten komen ook in anderemarkten voor en kunnen verschillende redenen hebben. De ACM en deNZa benoemen de volgende drie mogelijke verklaringen voor hunbevindingen:1.Er is sprake van een groot aanbod van (bijna) gelijke polissen vanhetzelfde concern, waarbij verschillen tussen polissen onnodig wordenuitvergroot. Deze schijndifferentiatie draagt niet bij aan de transparan-1Zie Kamerstuk 29 689, nummer 931.2Zie voor een verdere toelichting blz. 49 van het rapport «Beter kiezen op de polismarkt» van deACM en de NZa uit 2018.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12522 tie van het keuzeproces en kan het vergelijken van zorgverzekeringenonnodig bemoeilijken voor verzekerden.2.Sommige zorgverzekeraars maken de toegang tot de aanvullendeverzekering afhankelijk van welke basisverzekering de verzekerdeheeft. Verzekerden die graag een bepaalde aanvullende verzekeringmet een ruimer pakket willen, moeten hierdoor voor een relatief durebasisverzekering kiezen.3.Zorgverzekeringen zijn een complex product – voornamelijk metbetrekking tot de vergoeding van niet-gecontracteerde zorg – en er zijnaanwijzingen uit de wetenschappelijke literatuur dat sommige groepenhierdoor voor hen nadelige keuzes maken.Verzekerden kunnen ook bewust ervoor kiezen meer te willen betalen uittevredenheid over bijvoorbeeld de kwaliteit van de wachtlijstbemiddelingof vanuit merkentrouw. Ik verwacht dat verzekerden ook een verschillendemerk- en servicebeleving kunnen ervaren tussen verschillende zorgverze-keraars behorende tot hetzelfde concern. Dat betekent dat basispolissendie de clusteranalyse als (bijna) gelijk betitelt, in de merk- en servicebe-leving van de verzekerde als verschillend ervaren kunnen worden.In hun rapport dragen de ACM en de NZa verschillende suggesties aan diebij kunnen dragen aan een beter keuzeproces van verzekerden. Zo gaat deNZa een verdere uitbreiding van hun «Regeling informatieverstrekkingziektekostenverzekeraars aan consumenten» verkennen, bijvoorbeeld tenaanzien van het actief verstrekken van informatie over (bijna) gelijkepolissen door zorgverzekeraars op het moment van de premiebekend-making of bij het prolongatieaanbod. Deze verkenning steun ik van harte,omdat op deze manier meer verzekerden op de hoogte zullen zijn van hetbestaan van een (bijna) gelijke polis met een mogelijk lagere premie.Een andere suggestie vanuit de ACM en de NZa is het uitvoeren van eenverkenning naar de uitbreiding van artikel 17 van de Zorgverzekeringswet(Zvw), waarmee het verbod op premiedifferentiatie ook zou gaan geldenvoor bijna gelijke polissen én voor (bijna) gelijke polissen van verschil-lende zorgverzekeraars binnen hetzelfde concern. Een zorgverzekeraarmag op dit moment namelijk een andere premie vragen voor eenzorgverzekering die identiek is aan een zorgverzekering die door eenandere zorgverzekeraar binnen hetzelfde concern wordt aangeboden.Graag wijs ik als reactie op deze suggestie van de NZa op de eerderejuridische analyse die heeft plaatsgevonden naar de mogelijkheden vaneen aanpassing van artikel 17 van de Zvw.3 Daaruit blijkt dat eenaanpassing van artikel 17 van de Zvw op Europeesrechtelijke bezwarenstuit. Volgens Europees recht is wettelijk ingrijpen alleen mogelijk, indiendit noodzakelijk en proportioneel is. Het is zeer de vraag of op dit momentaan dat vereiste is voldaan. Er kunnen namelijk goede redenen zijn ombinnen concernniveau verschillende premies te hanteren. Dit kanbijvoorbeeld het gevolg zijn van de solvabiliteit die verschilt per zorgver-zekeraar. Ook de uiteenlopende bedrijfsvoering per zorgverzekeraar,waaronder de servicebeleving, kan aanleiding zijn om een andere premiein rekening te brengen. Dit zijn legitieme gronden voor uiteenlopendepremies.Verder vragen de ACM en de NZa om maatregelen om de koppeling vanbepaalde aanvullende verzekeringen aan basisverzekeringen tegen tegaan. Ik zie ook dat er een koppeling van bepaalde aanvullende verzeke-ringen aan basisverzekeringen is. Mijn voorganger heeft hier eind 2022 alop gereageerd in de brief over de monitor verzekeringsmarkt 2022.4 Toen3Zie Kamerstuk 29 689, nummer 917.4Zie Kamerstuk 29 689, nummer 1171.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12523 heeft mijn voorganger opgemerkt dat de markt voor aanvullendeverzekeringen een vrije markt is, waarop verzekeraars zelf bepalen welkeaanvullende verzekeringen ze met welke dekking, tegen welke premie, enaan wie aanbieden. Nu de ACM en de NZa in het rapport constateren datde beperkte toegang tot de meest uitgebreide aanvullende verzekeringenbij bepaalde basisverzekeringen het kiezen lastiger maakt en dit derisicosolidariteit ondermijnt, zal ik in gesprek gaan met deze partijen om teverkennen of er handelingsopties zijn. Overigens informeer ik uw Kamermet regelmaat over hoe ik het risicovereveningsmodel nog verderverbeter; hiermee borg ik de risicosolidariteit tussen gezonde enongezonde verzekerden aan de voorkant.5Tot slot vragen de ACM en de NZa terecht aandacht voor de vereenvou-diging van de vergoeding van niet-gecontracteerde zorg. Het wetsvoorstelom contracteren van zorg te stimuleren6, geeft daarvoor volgens mijgoede handvatten. Verder verwijs ik graag naar mijn brief van 15 mei jl.over het contracteer- en overstapseizoen 2023–20247, waarin de NZatevens melding maakt van haar voornemen om de NZa-Regeling«Transparantie Zorgaanbieders» aan te passen om te voorkomen datpatiënten onbedoeld bij niet-gecontracteerde aanbieders terechtkomen.Toezegging «Gower distance»De motie van de leden Van den Berg en Bushoff van 5 juli 2023 heeft deNZa verzocht om de meerwaarde van de toevoeging van de zogenaamde«Gower distance» aan artikel 7 van de «Regeling informatieverstrekkingziektekostenverzekeraars aan consumenten» (TH/NR-022) te bezien.8 Ditartikel beschrijft de informatieverplichtingen voor concerns en risico-dragers rondom (nagenoeg) gelijke polissen. De gower distance is eenafstandsmaat die de verschillen tussen polissen op basis van een setpoliskenmerken meet. De toepassing van deze maat en de bijbehorendeanalyses kent echter veel vrijheidsgraden (op welke productkenmerkenworden de polissen bijvoorbeeld vergeleken en welke weging wordthierop toegepast?). De ACM en de NZa komen daarom tot de conclusiedat de gower distance minder geschikt is als beleidsinstrument om op tekunnen sturen in de «Regeling informatieverstrekking ziektekostenverze-keraars aan consumenten». De motie beschouw ik hiermee als afgedaan.2. Samenvattend rapport Zorgverzekeringswet 2023 Ook dit jaar heeft de NZa een «Samenvattend rapport Zorgverzeke-ringswet 2023» uitgebracht (zie bijlage 3). De NZa constateert dat deuitdagingen in de zorg steeds groter worden. Er is sprake van schaarstevan zorg door onder andere de vergrijzing en een groeiend personeels-tekort. De NZa ziet dat zorgverzekeraars in 2023 veel inspanningenleverden. Zorgverzekeraars hebben zich ingespannen om de Zvw en deWmg rechtmatig uit te voeren. Ook verliep het contracteerseizoenafgelopen jaar soepeler dan voorgaande jaren. Tegelijkertijd vindt de NZadat er ook verbetering nodig is op sommige vlakken. Zorgverzekeraarskunnen zich volgens de NZa meer inspannen om de zorg toegankelijk enbetaalbaar te houden voor hun verzekerden. Dit kunnen zij doen door hetoptimaal benutten van de beschikbare zorgcapaciteit, domeinoverstij-gende afstemming en het verkorten van wachttijden en wachtlijsten.5Zie Kamerstuk 29 689, nummer 1225.6Zie Wetsvoorstel om contracteren van zorg te stimuleren | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl.7Zie Kamerstuk 29 689, nummer 1249.8Zie Kamerstuk 29 689, nummer 1208.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12524 De NZa geeft verder aan dat zorgverzekeraars niet alle knelpunten in dezorg kunnen oplossen. Samenwerking in de regio wordt steeds belang-rijker om tot gedragen keuzes te komen. Deze conclusie deel ik van harte.De IZA-afspraken dragen bij aan de benodigde verandering om dekwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg te behouden ente verbeteren.9 Daarnaast gaat de NZa in het rapport in op regulierethema’s als zorginkoop, zorgplicht, polismarkt, transparantie en decla-raties en verantwoording.De rapporten die aan het «Samenvattend rapport Zorgverzekeringswet2023» ten grondslag liggen zijn reeds door de NZa gepubliceerd, en waarvan toepassing heb ik deze reeds aan uw Kamer aangeboden. U vindt deverwijzingen in de digitale versie van het rapport.3. Informatiekaart Zorgverzekeringen 2024 De NZa bracht de afgelopen jaren jaarlijks een Monitor Zorgverzekerings-markt uit. Deze verscheen vaak in het najaar. De NZa heeft in plaatshiervan er dit jaar voor gekozen om gedurende het jaar periodiek eeninformatiekaart uit te brengen, om op deze manier een actueler inzicht tegeven in relevante ontwikkelingen. In bijlage 4 is de «InformatiekaartZorgverzekeringen 2024» opgenomen, waarin onder andere aandachtbesteed wordt aan het polisaanbod, premies, premieverschillen en hetkeuzegedrag van verzekerden tijdens het overstapseizoen van2023–2024.104. Stand van zaken rondom gesprekken met zorgverzekeraarsover het gebruik van foto’s bij machtigingsaanvragen voorbehandelingen van plastisch chirurgische aard Tijdens het mondelinge vragenuur van 13 februari jl. heb ik uw Kamertoegezegd om bij zorgverzekeraars na te gaan hoe het staat met hetgebruik van medische foto’s bij machtigingsbeoordelingen bij andere dantertiaire borstreconstructies. Dit naar aanleiding van vragen van uwKamer hierover. Graag geef ik uw Kamer hierover een terugkoppeling.Wat hieraan voorafgingAan deze toezegging is een traject voorafgegaan. In 2021 is de motieAgema11 aangenomen die vraagt om te bewerkstelligen dat zorgverzeke-raars geen blootfoto’s meer verlangen van verzekerden bij herstelope-raties. Op 24 januari 202212 is uw Kamer geïnformeerd over de uitvoeringvan de motie: in lijn met de motie is ingezet op veranderingen in hetproces van de machtigingen voor deze behandelingen, opdat deze minderbelastend ervaren worden door patiënten. Op 6 juli 202213 is uw Kamergeïnformeerd over de stand van zaken hierbij. Eén van de veranderingenwas dat de machtigingen voor de primaire en secundaire borstrecon-structies na borstkanker zijn komen te vervallen, en daarmee circa5.000 machtigingsaanvragen per jaar. Tevens zou een verkenning plaatsvinden naar het optimaliseren van het machtigingsproces voor de overige(tertiaire) 200–300 hersteloperaties (hersteloperaties na een eersteborstreconstructie bij borstkanker of ter preventie daarvan) per jaar. Alvóór de berichtgeving van de NOS die aanleiding was voor de monde-9Zie Kamerstuk 31 765, nummer 848.10Zie Kamerstuk 29 689, nummer 1242 en Kamerstuk 29 689, nummer 1249 voor mijn eerderereactie op de ontwikkelingen tijdens het afgelopen overstapseizoen.11Zie Kamerstuk 29 689, nummer 1121.12Zie Kamerstuk 29 689, nummer 1140.13Zie Kamerstuk 35 925 XVI, nummer 198.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12525 linge vraag van 13 februari jl. waren Zorgverzekeraars Nederland (ZN), deVereniging Artsen Volksgezondheid (VAV) en de Nederlandse Verenigingvoor Plastische Chirurgie (NVPC) lange tijd met elkaar in gesprek over hetoptimaliseren van processen rondom machtigingsaanvragen.Op 13 februari jl. hebben de zorgverzekeraars bekend gemaakt dat zijvanaf 2024 het machtigingsbeleid voor een volledige tertiaire borstrecon-structie na borstkanker gefaseerd aan gaan passen. Dit geldt voor deaanvragen binnen de gecontracteerde zorg, die voldoen aan de polisvoor-waarden van de zorgverzekeraar. Dat betekent ook dat per die datum voordeze behandelingen geen inhoudelijke beoordeling wordt verricht door demedisch adviseur van de zorgverzekeraar en derhalve geen medischeinformatie, waaronder foto’s, meer gedeeld hoeft te worden.Hoe verderConform mijn toezegging van 13 februari jl. is met zorgverzekeraarsverkend welke verdere verbeteringen kunnen worden doorgevoerd bijmachtigingsaanvragen waarbij foto’s worden opgevraagd om deaanspraak te toetsen, bij andere aanvragen dan borstreconstructies inverband met borstkanker of preventieve verwijdering van borstweefsel inverband met een verhoogd risico op borstkanker. Het gaat hierbij ombehandelingen van plastisch-chirurgische aard. Dit zijn behandelingen dieeen puur cosmetisch karakter kunnen hebben. Zorgverzekeraars wijzen erdaarbij op dat behandelingen van plastisch-chirurgische aard alleen voorvergoeding in aanmerking komen als er sprake is van verminking of vaneen lichamelijke functiestoornis.14 Zorgverzekeraars hebben de wettelijketaak om te controleren of er sprake is van verzekerde zorg. Inherent aande formulering in wet- en regelgeving van de criteria «verminking» en«lichamelijke functiestoornis» is dat het hier gaat om afwijkingen in hetuiterlijk die leiden tot een verminking15 of functiestoornis16 en daaromalleen visueel te beoordelen zijn. Het Ministerie van VWS voertmomenteel gesprekken met zorgverzekeraars of er andere mogelijkhedenzijn om de toets op rechtmatigheid te borgen dan met visuele beoordelingvan medische foto’s. Hier zal het Zorginstituut Nederland (ZINL) ook bijbetrokken worden vanuit zijn rol als pakketbeheerder.De medisch adviseurs van zorgverzekeraars die verantwoordelijk zijn voorhet beoordelen van de machtigingsaanvragen zijn BIG-geregistreerd.Medisch adviseurs mogen alleen medische foto’s opvragen als datnoodzakelijk en proportioneel is.17 De medisch adviseurs werken via eenmedische richtlijn van de wetenschappelijke vereniging, de VerenigingArtsen Volksgezondheid (VAV), en vallen onder de wet op de Beroepen inde Individuele Gezondheidszorg (BIG) en de Wet geneeskundige behande-lingsovereenkomst (WGBO). Ik wil benadrukken dat de zorgverzekeraargeen zeggenschap heeft over het professionele oordeel van de medischadviseurs; de medisch adviseurs werken onafhankelijk op basis van hunmedische beroepsnormen.14Art. 2.4, eerste lid, sub b Bzv.15Staatscourant 30 oktober 2006, nr. 211 / pag. 11: «Van verminking is sprake in geval van eenernstige misvorming die direct in het oog springt»16Besluit zorgverzekering art. 2.4, eerste lid, sub b ad 1 spreekt van «afwijkingen in het uiterlijkdie gepaard gaan met aantoonbare lichamelijke functiestoornissen».17Uit data van de SKGZ blijkt dat sinds 2020 107 geschillen rondom de vergoeding vanplastische chirurgische zorg door de geschillencommissie van de SKGZ zijn behandeld.Zorgverzekeraars zijn in 93% van de behandelde geschillen in het gelijk gesteld. Uit deze datablijkt dat medisch adviseurs en de zorgverzekeraars de beoordeling van de aanspraak op dezezorg in lijn met de wet- en regelgeving uitvoeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12526 Als het vereisen van machtigingen niet noodzakelijk en proportioneel is,dan worden deze niet langer door de zorgverzekeraar verlangd. Alsbijvoorbeeld voor een bepaalde behandeling de machtigingsaanvragenstandaard worden goedgekeurd, dan is een inhoudelijke beoordeling doorde medisch adviseurs niet van toegevoegde waarde en kunnen zorgverze-keraars ervoor kiezen deze te laten vervallen. Als voor bepaalde behande-lingen een groot aandeel van de aanvragen niet voldoet aan de wettelijkecriteria, dan is dat juist een reden om de machtigingsaanvraag niet telaten vervallen, omdat anders zonder de machtigingsaanvraag veel zorgonrechtmatig vergoed zou worden. In die situaties zouden zorgverzeke-raars de vergoeding achteraf moeten terugvorderen.Indien een machtingsprocedure vervalt, betekent dit overigens dit niet dater geen wettelijke taak meer is om te controleren of er sprake is vanverzekerde zorg. De controle vooraf door middel van een machtigingspro-cedure komt in het eerdergenoemde geval te vervallen omdat dit nietmeer doelmatig, proportioneel en subsidiair wordt geacht. Indien erechter signalen komen dat er mogelijk onverzekerde zorg uitgevoerdwordt, kan er een controle achteraf ingesteld worden waarbij dan alsnog(indien proportioneel geacht) door middel van medische foto’s gecontro-leerd wordt.ConclusieZorgverzekeraars beschouwen het verlangen van machtigingen voorbehandelingen van plastisch chirurgische aard als noodzakelijk om vast testellen of een vergoeding voldoet aan de voorwaarden van de Zvw.Slechts op basis van zorginhoudelijke criteria wordt de vraag beantwoordof een verzekerde conform deze voorwaarden is aangewezen op eenbepaalde vorm van zorg. De onafhankelijk opererende en onder de wetBIG en WGBO vallende medisch adviseurs werkzaam bij zorgverzekeraarsvragen ten behoeve van de beoordeling van deze criteria zorginhoudelijkeinformatie, waaronder medische foto’s, op wanneer dit noodzakelijk enproportioneel is, rekening houdend met de richtlijnen van hun beroeps-groep.Zorgverzekeraars en de Vereniging Artsen Volksgezondheid blijvenvoortdurend, samen met ZINL en de NVPC, in gesprek over het verderoptimaliseren van het proces van machtigingsaanvragen en de criteriavoor de beoordeling van verminking en lichamelijke functiestoornis.Indien deze gesprekken leiden tot een verkenning voor nieuwe beleids-opties, zal uw Kamer daarover geïnformeerd worden.5. Vertraging digitalisering regelingen SOV en OVV Het lid Bushoff18 heeft verzocht om een toelichting bij de planning en deredenen voor de vertraging van het digitaliseren van het declaratieprocesvan de huisartsenzorg bij de subsidieregeling medisch noodzakelijke zorgaan onverzekerden (SOV) en de regeling onverzekerbare vreemdelingen(OVV). Gedurende de realisatie is ontdekt dat de declaratieketen van dehuisartsenzorg complexer is dan aanvankelijk ingeschat. Huisartsendienen op verschillende manieren declaraties in. Om alle huisartsen eenuniforme oplossing te kunnen bieden om digitaal te kunnen declareren enbovendien te kunnen voldoen aan de gestelde eisen voor een correctedeclaratieverwerking (wet- en regelgeving), is het nodig om een aantalaanpassingen door te voeren in het Huisartsen-informatie-systeem.Vanwege de overvolle ICT-agenda in de huisartsenzorg is door de koepel18Wijziging van een aantal wetten op het terrein van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijnen Sport (Verzamelwet VWS 2023) (36357) | Tweede Kamer der Staten-GeneraalTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12527 van de huisartsen (LHV) besloten om aan deze aanpassing geen prioriteitte geven. Het CAK heeft – gelet op de besluitvorming door de LHV – enook gelet op de bijgestelde opgaven in de digitalisering, moeten besluitentot een aanpassing van de planning, en wel als volgt:•Aansluiting van de huisartsen per uiterlijk 1 juli 2025;•Aansluiting van de overige zorgsoorten in de tweede helft van 2025.6. Verlaging opslag bestuursrechtelijke premie Bij amendement van de leden Bikker en Klaver19 zijn er middelengereserveerd op de begroting van het Ministerie van Volksgezondheid,Welzijn en Sport om de hoogte van de bestuursrechtelijke premie voorwanbetalers uit de Zvw structureel te verlagen naar 110% van degemiddelde premie. Ik kan u melden dat de verlaging naar 110% per 1 juli2024 wordt doorgevoerd. De bestuursrechtelijke premie wordt daarmeeverlaagd van € 175,20 per maand naar € 160,60 per maand. De effectenvan deze verlaging zullen – ook met het oog op de uitkomsten van hetrecente onderzoek naar de werking van de bestuursrechtelijke premie –nauwlettend worden gemonitord.Ik hoop uw Kamer hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.De Minister voor Medische Zorg,P.A. Dijkstra19Zie Kamerstuk 36 410 XVI, nummer 6.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12528

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · b9261714773f4e07

14 okt 2026 · c70dfec05b289862

13 okt 2026 · 54d375c776952081

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.