Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
Brontekst
Versie d3da5b7f3aeecba5 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 VIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Justitie en Veiligheid (VI) voor hetjaar 2025Nr. 29 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN ENANTWOORDENVastgesteld 13 november 2024 De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, belast met het voorbe-reidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit tebrengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegevenantwoorden.De vragen zijn op 25 oktober 2024 voorgelegd aan de Minister en deStaatssecretarissen van Justitie en Veiligheid. Bij brief van 13 november2024 zijn ze door de Minister en de Staatssecretarissen van Justitie enVeiligheid beantwoord.Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbarebehandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.De voorzitter van de commissie,PoolDe griffier van de commissie,Brood kst-36600-VI-29ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 291 Vragen en antwoorden Vraag (1):Welk bedrag wordt de komende jaren voorzien als af te pakken geld vancriminelen? Welke extra maatregelen gaat u concreet inzetten omaankomend jaar deze doelstelling wél te halen?Antwoord:In de begroting van Justitie en Veiligheid worden voor de incassomeerjarige ramingen opgenomen. De ramingen weerspiegelen verwachteopbrengsten voor de staatskas, wetende dat deze per jaar sterk kunnenverschillen. De raming voor de jaren 2025 tot en met 2029 betreft384 miljoen euro. De ramingen zijn geen doelstellingen.Het OM stuurt niet op incasso, maar op het leggen van zo veel mogelijkkwalitatief beslag. De beslagdoelstellingen zijn opgenomen in deVeiligheidsagenda. De beslagdoelstelling voor 2023 van 281,6 miljoeneuro is met 129% ruimschoots behaald (bron: OM Jaaroverzicht CrimineleGeldstromen 2023).Het doel van het aanpakken van criminele geldstromen is het verdien-model te verstoren en het criminele netwerk kapot te maken. Dat heeft demeeste impact op een criminele organisatie. Afpakken is daarin eenmiddel om dit doel te bereiken. De inzichten uit onder andere ontsleuteldecryptocommunicatie laten zien dat afpakken van crimineel geld nieteenvoudig is, omdat veel geld naar het buitenland verdwijnt of omdatgeld buiten het reguliere financiële stelsel om «ondergronds» gaat(ondergronds bankieren). Om het geld te kunnen ontnemen dat doorcriminelen in derde landen wordt geïnvesteerd en witgewassen, wordt desamenwerking met deze landen versterkt (o.a. Marokko, Turkije en deVerenigde Arabische Emiraten). Zo worden overeenkomsten gesloten,wordt ingezet op nauwe operationele samenwerking en Nederlandseattachés met financiële expertise.Tegelijkertijd blijft het belangrijk om geld dat wel in Nederland blijft, op tesporen en af te pakken. Daarom wordt onder andere het wettelijkinstrumentarium uitgebreid (Non-Confiction Based Confiscation,spoedbevriezing door FIU-NL), worden twee regionale combiteamsopgezet (in Amsterdam-Amstelland en Midden-Nederland) en wordtgewerkt aan systemen om meer en beter zicht te hebben en houden opcrimineel vermogen (o.a. vermogensdossier en continue vermogensmo-nitor). De ambities en doelstellingen van het OM en de opsporings-diensten in de aanpak van criminele geldstromen, waaronder afpakkenvan crimineel vermogen, zijn opgenomen het Strategisch programmacriminele geldstromen 2024–2028.Vraag (2):Waarom wordt het budget voor de lokale aanpak van radicalisering,extremisme en terrorisme in 2026 incidenteel verlaagd met 0.6 miljoeneuro?Antwoord:In de budgettaire bijlage van het hoofdlijnenakkoord, gesloten door PVV,VVD, NSC en BBB, is afgesproken de specifieke uitkeringen over tehevelen naar het Gemeente- of Provinciefonds én een budgetkorting van10% toe te passen vanaf 2026. De finale besluitvorming over de uitke-ringen en budgetkorting vindt plaats in het voorjaar van 2025. DeVersterkingsgelden voor de lokale aanpak worden uitgegeven via eenspecifieke uitkering. Daarmee valt dit budget onder de budgetkorting enwordt deze mogelijk gekort met 10%.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 292 Vraag (3):Hoe bent u voornemens de aanpak antisemitisme vorm te geven en inhoeverre gaat u de motie-Eerdmans c.s. over een landelijke dag tegenantisemitisme hierbij betrekken (Kamerstuk 30 950, nr. 377)?Antwoord:Voorafgaand aan de begrotingsbehandeling wordt de kabinetsstrategieAntisemitismebestrijding 2024–2030 naar uw Kamer gestuurd. Hierinwordt de aanpak van antisemitisme in de komende jaren vormgegeven.Daarin is ook de motie-Eerdmans betrokken.Vraag (4):Waarom komt in deze begroting niets terug over de versterkte aanpak vandemonstraties?Antwoord:In het regeerprogramma is aangekondigd dat het kabinet een scherperonderscheid wil maken tussen (vreedzaam) demonstreren en ordeverstorende acties. De uitwerking hiervan en de daarmee samenhangendekosten zijn in belangrijke mate afhankelijk van het eveneens in hetregeerprogramma genoemde WODC-onderzoek dat door de Ministeriesvan JenV en BZK wordt gefinancierd. De oplevering hiervan wordt in dezomer van 2025 verwacht.Om te zorgen dat de politie slagvaardig kan optreden tegen openbareordeverstoringen stelt het kabinet, zoals aangegeven in het regeerpro-gramma, wel al met ingang van 2025 structureel middelen beschikbaarten behoeve van de paraatheid van de mobiele eenheden en hetuitbreiden van de bevoegdheden van de politie om informatie te vergarenover (potentieel) grootschalige openbare ordeverstoringen. MJenV zal uvoor de begrotingsbehandeling een brief sturen waarin ingegaan wordtop de intensiveringen bij politie.Vraag (5):Hoe bent u voornemens de motie-Eerdmans c.s. om het luchtalarm telaten bestaan, uit te voeren (Kamerstuk 21 501-20, nr. 2040)?Antwoord:Mede naar aanleiding van de motie van lid Eerdmans1 zijn twee onder-zoeken uitgezet. In nauwe samenwerking met het Ministerie van Defensiewordt onderzocht wat een scenario van hybride oorlogsvoering vooralertering in Nederland betekent en of een NL-Alert in dat geval volstaat.Daarnaast wordt onderzocht wat er nodig is op zogenaamde hoogrisicolocaties waarvan bekend is dat er extra aandacht nodig is. Dezeonderzoeken worden dit najaar afgerond. Mede op basis van dezebevinden uit deze onderzoeken zal uw Kamer worden geïnformeerd overde wijze waarop uitvoering zal worden gegeven aan de motie-Eerdmans.Vraag (6):Kan een cijfermatig meerjarig overzicht gegeven worden van de gereali-seerde en verwachte onderuitputting op de Hermansgelden?Antwoord:Met de motie Hermans is 200 miljoen euro structureel vrijgemaakt voorveiligheid. Dit is onder andere bestemd voor de versterking in de wijken(114,5 miljoen euro), versterking opsporing/ Landelijke Eenheid(27 miljoen euro), versterking boa’s (25 miljoen euro), verbeterenbescherming en informatievoorziening slachtoffers (6 miljoen euro) en de1Kamerstukken II, 21 501-20, nr. 2040.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 293 versterking van de aanpak van seksuele misdrijven (27,5 miljoen euro).Deze middelen zijn verdeeld over de Politie, het Openbaar Ministerie (OM)en de bijzondere opsporingsambtenaren (boa’s).De Politie heeft deze middelen in 2022 en 2023 ingezet voor de aanpakdiscriminatie/LHBTI-geweld, agenten in de wijk, boa’s, goed werkgever-schap, IV-ondersteuning, versterking opsporing/Landelijke eenheid,Politieonderwijs, voortgaande vernieuwing basisvoorzieningen, zeden-teams en zedenwetgeving. Van de bijdragen aan de politie zijn er diversebestedingsdoelen bekostigd. Deze bekostiging is voor een deel middelstoevoeging aan de algemene bijdrage (lumpsum) gegaan en voor hetoverige deel via bijzondere bijdragen. Waar het gaat om een toevoegingaan de algemene bijdrage wordt de exacte uitputting niet bijgehouden enlopen de middelen mee in het exploitatieresultaat van de organisatie. Debijzondere bijdragen kennen specifieke bestedingsvoorwaarden enworden op de balans van de politie separaat bijgehouden. De realisatievan de bijzondere bijdragen wordt ook in de exploitatie verwerkt en in dejaarrekening gepresenteerd.Uit de jaarrekeningen van de Politie is op te maken dat, op het totaal-budget van circa 152 miljoen euro in 2022 en 159 miljoen euro in 2023, hetsaldo eind 2022 circa 40 miljoen euro en eind 2023 circa 80 miljoen eurobedroeg. De bijdragen waarop middelen overbleven waren met name debudgetten voor versterking in de opsporing/Landelijke Eenheid(40,4 miljoen euro), voortgaande vernieuwing basisvoorzieningen(38,4 miljoen euro) en zedenwetgeving (1,7 miljoen euro).Voor de overige onderdelen, waaronder wet Straffen en Beschermen ende Zedenwet, was er geen sprake van significante onderuitputting.Vraag (7):Wat zijn de kosten betreffende de maatregelen, uitgewerkt per maatregel,in het stelsel voor schadevergoedingen aan de hand van de bevindingenvan de commissie-Donner?Antwoord:De voorstellen van de commissie Donner zijn samen met de ketenpartnersnader uitgewerkt in het Programma Stelsel Compensatie voor Slachtoffers(SCS). Wanneer integraal uitvoering zou worden gegeven aan devoorstellen zoals uitgewerkt in het programma SCS, komen de globaalgeschatte kosten uit op ongeveer 70 mln euro structureel per jaar. Eennadere toelichting treft u in bijlage 2 van het advies van de StuurgroepSCS, verzonden bij de beleidsreactie op het rapport van de commissieDonner (bron: Kamerstukken II 2022–2023 33 552, nr. 111). Voor dit bedragis geen dekking.In de tabel zijn per maatregel de geschatte kosten weergegeven. Aan eenaantal maatregelen wordt (soms beperkt of anders) uitvoering gegeven,zoals in het Regeerprogramma en de beleidsreactie op het rapport Donneris vermeld.MaatregelenKostenAlgemene voorzieningenVerbeteren informatieverstrekking over toegang totalgemene voorzieningen1500.000 euro incidenteel, 200.000 eurostructureelStimuleren lotgenotencontact145.000 euro incidenteel, 250.000 eurostructureelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 294 MaatregelenKostenSchadefonds geweldsmisdrijvenOnline seksueel geweld / Wsm1300.000 incidenteelStructureel psychisch geweld114 mln euro structureelPilot slachtoffers in het buitenland860.000 euro incidenteelVerhogen bedragen naar max € 50.00011 mln euro structureelBijzondere categorie zeer hoge letselschade11 mln euro structureelGevolgen voorstellen SGM voor kostelozerechtsbijstand2,5 mln euro structureelStrafprocesRechtsbijstand slachtoffers van internationalemisdrijven10Standaardisering/normering1365.000 euro incidenteel, 1,1 mln eurostructureelAparte schadevergoedingskamer (excl. apparaats-kosten)30 mln euro structureelInning CJIB kosten van rechtsbijstand1340.000 euro structureelPilot conservatoir beslag1112.000 euro incidenteelVoorschotregelingUitbreiding ongemaximeerde voorschotregeling1160.000 euro incidenteel1 Deze voorstellen worden uitgevoerd of nader uitgewerkt. Vraag (8):Hoeveel zaken zijn door de verzekeraars zelf ingestelde bindende KamerLanglopende Zaken behandeld sinds 2020?Antwoord:De Kamer voor Langlopende Letselschadezaken is een initiatief van deLetselschade Raad (https://deletselschaderaad.nl/de-kamer-llz/). Daarin zijnverzekeraars en belangenbehartigers vertegenwoordigd. Sinds de start in2020 (initieel in de vorm van een pilot) zijn er 40 zaken aangebracht enbehandeld door de Kamer. Hierbij is het belangrijk om op te merken datde aansprakelijke verzekeraar en de letselschadeadvocaat dan wel debelangenbehartiger zich alleen na wederzijdse instemming kunnenmelden voor geschilbeslechting door de Kamer.Vraag (9):Hoeveel zaken worden geseponeerd vanwege de reden dat er sprake isvan een capaciteitstekort waardoor de zaak moet worden geseponeerd?Antwoord:Zaken die worden geseponeerd als gevolg van capaciteitstekorten bij eenof meerdere instanties binnen de strafrechtketen worden niet als zodaniggeregistreerd.Vraag (10):Klopt het dat bij zaken met de Sepot code 02, waarin een zaak wordtgeseponeerd door gebrek aan bewijs, dit ook prioritair te wijten valt aaneen capaciteitstekort?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 295 Antwoord:De Aanwijzing sepot en gebruik sepotgronden (2022A004) van het Collegevan procureurs-generaal geeft regels voor de wijze waarop sepotgrondengehanteerd en geregistreerd worden. Bij het seponeren van een strafzaakwordt onderscheid gemaakt tussen technische sepots en beleidssepots.Indien op grond van het onderzoek geconcludeerd moet worden dat nietvervolgd kan worden of een veroordeling niet haalbaar is, dan wordtgeseponeerd met een «technisch sepot». De sepotcode 02 wordttoegepast als sprake is van het onvoldoende wettig en overtuigend bewijsen is een technisch sepot. Dat er sprake is van onvoldoende wettig enovertuigend bewijs kan verschillende oorzaken hebben.Vraag (11):Wat is het totaal aan maatregelen dat wordt genomen betreffende deaanpak van witteboordencriminaliteit met hieraan gekoppeld de kosten?Antwoord:Witteboordencriminaliteit betreft een verzamelbegrip voor veel verschil-lende criminaliteitsfenomenen zoals fraude, belastingontduiking, misbruikvan rechtspersonen, witwassen en corruptie, waarbij criminelen dit alseen verdienmodel gebruiken om hun zaken via legale constructies endienstverleners te laten lopen. Het intensiveren van de aanpak vancorruptie en het intensiveren van de anti-witwasaanpak zijn als speer-punten in het regeerprogramma opgenomen. In het kader van dezefenomeenaanpak is ook aandacht voor het voorkomen en bestrijden vancrimineel handelen van witteboordencriminelen. Het is niet mogelijk omde maatregelen uit te splitsen en daar exacte kosten aan te koppelen.Vraag (12):Is er, of wordt er, gesproken over de rol van het Openbaar Ministerie (OM)in de Wet verplichte ggz (Wvggz) en het eventueel onderbrengen van detaak van het OM bij een andere partij?Antwoord:Ja, hierover hebben gesprekken plaatsgevonden tussen het OM en hetMinisterie van Justitie en Veiligheid. Het OM vindt dat de rol van deofficier van justitie in de Wet verplichte ggz (Wvggz) te weinig aansluit bijhaar reguliere taak in de opsporing en vervolging van strafbare feiten.Ook vindt het OM dat het niet de toegevoegde waarde aan procedures opgrond van de Wvggz heeft, die door de wetgever was beoogd. Dezegesprekken hebben niet geleid tot een voornemen om deze taak over tedragen. Het OM verricht taken op het gebied van de verplichte zorg sindsde Krankzinnigenwet 1884. De rol van «centrale verzoeker» in deprocedure rondom de verplichte zorg verrichtte het OM ook bij devoorloper van de Wvggz, de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrischeziekenhuizen (de Wet Bopz) en de voorgangers daarvan. Bij de totstand-koming van de Wet verplichte ggz zijn verschillende alternatievenoverwogen voor het OM, zoals een regionale commissie. Deze alterna-tieven zijn niet toereikend mede vanwege het rapport van de Onderzoeks-commissie strafrechtelijke beslissingen Openbaar Ministerie (commissieHoekstra) naar aanleiding van de zaak Bart van U. en kritiek uit de TweedeKamer. Ook is er nog geen alternatieve partij voor het OM geïdentificeerd.Als toch een andere partij gevonden zou worden, dan zou een stelselwij-ziging van de Wvggz op dit punt kostbaar en bewerkelijk zijn.Vraag (13):Hoeveel capaciteit (in fte) zou er bij het OM vrijkomen als de rol van hetOM bij de Wvggz wordt onderlegd bij een andere partij?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 296 Antwoord:Het OM heeft desgevraagd aangegeven dat er per arrondissementsparketcirca twee officieren van justitie zijn belast met de verplichte zorg taken,landelijk dus zo’n 18 fte. Daarnaast vergt de Wet verplichte ggz landelijkgezien inzet van 30–40 andere juristen (parketsecretarissen) en van aparteadministratieve teams.Er komt geen capaciteit vrij als de rol van het OM zou worden overge-dragen aan een andere partij. De taakoverdracht zou immers gepaardgaan met een budgetoverdracht vanuit het OM naar die partij waarbij hetaannemelijk is dat het tenminste vergelijkbare inzet en kosten meegemoeid zijn.Vraag (14):Hoe wilt u het aantal dwangsommen verminderen en welke concretestappen worden genomen om de efficiëntie van de Immigratie- enNaturalisatiedienst (IND) te verhogen, zodat zowel de financiële last als dedruk op het asielproces afneemt?Antwoord:Deze vraag ziet op de begroting van Asiel en Migratie en zal daarom nietbeantwoord worden door het Ministerie van Justitie en Veiligheid.Vraag (15):Kunt u aangegeven in hoeverre de uitvoeringsorganisaties IND, Neder-lands Forensisch Instituut (NFI), Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), OM enJustis moeten bezuinigen? Hoe worden de taakstellingen op vitaleuitvoerende diensten gerechtvaardigd?Antwoord:Er is nog niets besloten over de invulling van de taakstelling van 22% ophet apparaat. Naar verwachting wordt hierover voor Voorjaarsnotabesloten. Na de besluitvorming kan berekend worden wat het effect is vande taakstelling op de verschillende JenV-organisaties en -onderdelen. Dankan ook bekeken worden in hoeverre de uitvoeringsorganisaties NFI, DJI,OM en Justis worden geraakt. De IND is met ingang van 2025 onderdeelvan de begroting van het Ministerie van Asiel en Migratie. De Kamer zalhier via de eerste suppletoire begroting van 2025 over wordengeïnformeerd.Vraag (16):Wat is het risico dat deze taakstellingen de operationele effectiviteitondermijnen en leiden tot verdere vertragingen, capaciteitsproblemen eninefficiënties binnen het justitiële systeem?Antwoord:Zie hiervoor het antwoord op vraag 15.Vraag (17):Wat zijn de concrete gevolgen van het toenemende aantal antisemitischeincidenten voor de hulpverlening van Stichting Joods MaatschappelijkWerk (JMW) en in hoeverre wordt JMW geraakt door het toenemendeantisemitisme in het organiseren van haar hulpverlenende activiteiten?Antwoord:Het Joods Maatschappelijk Werk (JMW) geeft hulp, advies, ondersteuningen informatie aan de Joodse gemeenschap in Nederland en is ook eenontmoetingsplek voor personen met een Joodse identiteit. Vanuit hetMinisterie van VWS ontvangt JMW een instellingssubsidie voor deondersteuning van eerste en tweede generatie oorlogsgetroffenen. HetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 297 gevolgen van het toegenomen antisemitisme is dat er meer hulpvragenbij JMW zijn binnengekomen. Daarnaast is de behandeling vanhulpvragen intensiever geworden.Vraag (18):Wat is de stand van zaken ten aanzien van de opvolging van de motie-Diederik van Dijk c.s. (Kamerstuk 36 196, nr. 10) over het zwaarder latenmeewegen van antisemitisme als weigerings- of intrekkingsgrond in deinburgeringsprocedure?Antwoord:De verkenning is inmiddels afgerond. U wordt hierover voor het kerst-reces geïnformeerd via een brief aan de Kamer.Vraag (19):Kunt u aangeven waarop er bezuinigd wordt op het Centrum voorCriminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)?Antwoord:De dalende reeks is te verklaren door de generieke taakstelling opsubsidies die het Kabinet heeft afgesproken. Deze taakstelling is reedsingeboekt op de subsidiebudgetten op de JenV-begroting. JenV is in hetkader van een zorgvuldig proces, voornemens om te kijken of deconsequenties voor de subsidiepartners gemitigeerd kunnen wordenindien dit leidt tot onoverkomenlijkheden in de maatschappelijkeopdracht. Bij Voorjaarsnota 2025 wordt nader bekeken of een herschikkingvan de subsidietaakstelling binnen de JenV-begroting voor 2025 nodig is.Dit geeft tijd om, samen met de partners, zorgvuldig te bezien wat degevolgen van een korting van de subsidies zijn.Vraag (20):Klopt het dat criminaliteitspreventie hoge kosten kan besparen aan deopsporingskant? Zo ja, waarom wordt er dan toch voor gekozen om tebezuinigen op het CCV?Antwoord:Criminaliteitspreventie is gericht op het voorkomen van criminaliteit. Alsdat slaagt, vraagt dat ook minder opsporingscapaciteit. Dit onderstreepthet belang van preventie. Juist het tijdig interveniëren sorteert een grotermaatschappelijk effect, zowel voor het voorkomen van slachtoffers alsdaders, en dus het voorkomen van strafbare feiten. Het CCV levert eenbijdrage aan deze preventieve aanpak. Tegelijkertijd is er altijd meercriminaliteit dan de opsporing aankan. Daarom moeten er bij deopsporing en vervolging voortdurend keuzes worden gemaakt. Verder zijnaan het treffen van preventiemaatregelen ook kosten verbonden.De dalende reeks voor het CCV is te verklaren door de generieketaakstelling op subsidies die het Kabinet heeft afgesproken. Dezetaakstelling is reeds ingeboekt op de subsidiebudgetten op deJenV-begroting. JenV is in het kader van een zorgvuldig proces,voornemens om te kijken of de consequenties voor de subsidiepartnersgemitigeerd kunnen worden indien dit leidt tot onoverkomenlijkheden inde maatschappelijke opdracht. Bij Voorjaarsnota 2025 wordt naderbekeken of een herschikking van de subsidietaakstelling binnen deJenV-begroting voor 2025 nodig is. Dit geeft tijd om, samen met departners, zorgvuldig te bezien wat de gevolgen van een korting van desubsidies zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 298 Vraag (21):Kunt u uitleggen hoe de bezuinigingen op het CCV zich verhouden toteerder uitgesproken beleidsintenties en het hoofdlijnenakkoord waarinexpliciet wordt aangeven dat nationale veiligheid een speerpunt is enpreventie en repressie twee kanten van dezelfde medaille vormen vooreffectief veiligheidsbeleid?Antwoord:De dalende reeks voor het CCV is te verklaren door de generieketaakstelling op subsidies die het Kabinet heeft afgesproken. Dezetaakstelling is reeds ingeboekt op de subsidiebudgetten op deJenV-begroting. JenV is in het kader van een zorgvuldig proces,voornemens om te kijken of de consequenties voor de subsidiepartnersgemitigeerd kunnen worden indien dit leidt tot onoverkomenlijkheden inde maatschappelijke opdracht. Bij Voorjaarsnota 2025 wordt naderbekeken of een herschikking van de subsidietaakstelling binnen deJenV-begroting voor 2025 nodig is. Dit geeft tijd om, samen met departners, zorgvuldig te bezien wat de gevolgen van een korting van desubsidies zijn.Zoals in het regeerprogramma aangegeven zijn preventie én repressienodig om effectief beleid op de aanpak van criminaliteit te kunnen voeren.Preventie zonder repressie is tandeloos en repressie zonder preventie iseindeloos. Het CCV helpt bij het realiseren van de diverse beleidsdoelstel-lingen op het gebied van criminaliteitspreventie. Zij bieden hierin vooralondersteuning aan gemeenten. Deze inzet wordt gecontinueerd waarbijfocus wordt aangebracht in de aanpak, expertise wordt ingezet waar dathet meest nodig is en met oog voor effectiviteit van deze inzet.Vraag (22):Kunt u uitleggen waarom de subsidie voor het CCV is opgedeeld in delenen waarvoor elke subsidie bedoeld is?Antwoord:Dat heeft te maken met de verschillende doelstellingen van het beleid vanJenV. De eerste reeks (33.2) is gericht op veiligheid en lokaal bestuur ende tweede reeks (33.3) omvat opsporings- en vervolgingsbeleid.Gezamenlijk vormen deze twee reeksen de basissubsidie voor het CCV.Vraag (23):Kunt u toelichten welke definitie (duur van de straf) zij hanteert voorkortgestraften?Antwoord:De term kortgestraften wordt doorgaans gebruikt voor gedetineerden meteen gevangenisstraf van maximaal drie maanden.Vraag (24):Kunt u inzichtelijk maken hoeveel procent van de gevangenen een strafuitzitten korter dan vier, zes, acht en twaalf weken?Antwoord:Voor wat betreft veroordeelde gedetineerden die in 2023 zijn uitge-stroomd vanuit het gevangeniswezen is de tabel in de bijlage opgesteld.Let wel: genoemde percentages voor straffen tot en met 12 weken zijncumulatief.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 299 KlassenTotaaltot 4 weken42,8%tot 6 weken55,1%tot 8 weken59,9%tot 12 weken69,3%meer dan 12 weken30,6%Onbekend0,1%Totaal100,0% Vraag (25):Kunt u inzichtelijk maken op welke manier u de 266,8 miljoen euro dieonverdeeld is wil gebruiken?Antwoord:De middelen zijn voor het grootste deel nieuwe middelen die grotendeelsbij nota van wijziging en uiterlijk bij Voorjaarsnota 2025 naar het juistebeleidsartikel of (indien van toepassing) een ander begrotingshoofdstukworden overgeheveld. Het betreft 200 miljoen euro voor Nationaleveiligheid, 15 miljoen euro voor de taaleis bij naturalisatie en 25 miljoeneuro voor versterking van de rechtsstaat. Voorts zijn er middelengereserveerd die afgeboekt moeten worden ter compensatie voor eeneerdere te lage indexatie van de boetes. Tot slot zijn er middelengereserveerd voor keteneffecten van de intensivering bij politie die dooreen eerder kabinet beschikbaar is gesteld (Hermansmiddelen).Vraag (26):Kunt u inzichtelijk maken waar de in totaal € 300 miljoen euro diestructureel extra geïnvesteerd wordt in politie, justitie en veiligheids-diensten precies terecht komt?Antwoord:Het budget van 300 miljoen euro voor het versterken van de nationaleveiligheid is verdeeld over de Nationale Politie, DJI en de AIVD en MIVD.Voor de verdeling van de middelen wordt verwezen naar de nota vanwijziging bij de JenV-begroting 2025 die voorafgaand aan de begrotings-behandeling naar uw Kamer wordt gestuurd.Vraag (27):Kunt u uitleggen welke meetbare doelen zij met de structurele investe-ringen (€ 300 miljoen) beoogt te bereiken?Antwoord:De investeringen worden gedaan om de operationele slagkracht teversterken van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, de politie en DJImet als doel onze nationale veiligheid beter te beschermen. De investe-ringen zijn beoordeeld op doelmatigheid en doeltreffendheid. Of debeoogde doelen worden bereikt wordt gemonitord en geëvalueerd.Vraag (28):Kunt u uitleggen waarom de politie nog steeds verplicht is om bij kleinevergrijpen (voorbeeld: winkeldiefstal tot bepaalde waarde van gestolengoed) de verdachte mee te nemen naar het politiebureau om vervolgenseen proces-verbaal op te maken, etc., terwijl dit juist veel politiecapaciteitkost en het totaal niet in verhouding staat tot het vergrijp en de politiebovendien sinds enige tijd beschikking heeft over de app MEOS (MobielEffectiever Op Straat) met als doel zoveel mogelijk op straat af tehandelen en daarmee kostbare politiecapaciteit straat te behouden?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2910 Antwoord:Veel kleine vergrijpen kan de politie effectief op straat afhandelen. Zo kanin bepaalde gevallen ter plaatse een proces-verbaal worden opgemaakt eneen strafbeschikking worden aangekondigd door gebruikmaking vanMobiel Effectiever Op Straat (MEOS). In deze gevallen is het niet nodig datde verdachte wordt aangehouden en meegenomen naar het politie-bureau. Bij een winkeldiefstal van een goed met geringe waarde kan eenpolitiereprimande worden gegeven, al dan niet in combinatie met eenwinkelverbod van een winkelier. Ook dan is het niet nodig dat deverdachte wordt aangehouden en meegenomen naar het politiebureau.Als een politiereprimande geen passende reactie is, bijvoorbeeld vanwegede hoogte van het gestolen bedrag of vanwege recidive, en er bestraffendmoet worden opgetreden, zal de verdachte wel worden aangehouden. Ingeval van aanhouding schrijft de wet vervolgens voor dat de verdachte zospoedig mogelijk over wordt gebracht naar een plaats voor verhoor, waarde verdachte direct wordt voorgeleid aan de officier van justitie of dehulpofficier van justitie.Vraag (29):Wat is de uitputting van de extra middelen uit de motie-Hermans(Kamerstuk 35 925, nr. 13) ingediend tijdens de Algemene PolitiekeBeschouwingen (APB) van september 2021 op het onderdeel zeden? Ofkunt u specificeren welk deel van de inzet op zeden in 2025 uit demotie-Hermans komt?Antwoord:De motie Hermans voorziet in een structurele investering van 200 miljoeneuro in veiligheid. Een deel van deze middelen – in totaal 27,5 miljoeneuro – wordt ingezet om de aanpak van seksuele misdrijven en onlinekinderpornografisch materiaal een impuls te geven. Een groot deel van ditbedrag, namelijk 20 miljoen euro, is vrijgemaakt voor de uitvoering van deWet seksuele misdrijven en is sinds 2024 structureel beschikbaar gesteldaan de organisaties die, naar verwachting, aanvullende middelen voor deuitvoering van de wet nodig hebben.Het resterende bedrag, namelijk 7,5 miljoen euro is als volgt verdeeld:•4 miljoen euro wordt besteed aan de versterking van de politiecapaci-teit. Deze middelen komen vanaf 2024 geleidelijk beschikbaar(1 miljoen euro in 2024, 2 miljoen euro in 2025 en 4 miljoen euro in2026). Concreet worden deze middelen ingezet voor de verbeteringvan de doorlooptijden in zedenzaken en voor de aanpak van kinderpor-nografie.•Aan Offlimits (voortgekomen uit het Expertisecentrum OnlineKindermisbruik (EOKM)) wordt structureel 1,5 miljoen euro toegekendsinds 2022.•Voor de versterking van de integrale aanpak van (online) seksuelemisdrijven wordt sinds 2022 2 miljoen euro structureel ingezet.Het beeld nu is dat de middelen ook tot besteding komen voor het doelwaarvoor ze zijn vrijgemaakt.Vraag (30):Wanneer komt de kabinetsreactie op het Wetenschappelijk Onderzoek- enDatacentrum (WODC)/pro facto rapport over de fraudehelpdesk uitnovember 2023 en kan een stand van zaken worden gegeven over hetoverleg met Fraudehelpdesk?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2911 Antwoord:Uw Kamer wordt uiterlijk in januari 2025 geïnformeerd over de beleidsre-actie op het evaluatieonderzoek naar de Fraudehelpdesk. Tussen deFraudehelpdesk en het ministerie is periodiek overleg over de activiteitenwaarvoor door JenV subsidie is verstrekt en over de wenselijkheid dat deFraudehelpdesk zich ontwikkelt van melddesk naar helpdesk. De Fraude-helpdesk richt zich op samenwerkingsmogelijkheden met anderen enonderzoekt of deze partijen bereid zijn om bij te dragen voor het gebruikvan de expertise en dienstverlening die de Fraudeheldesk hen kan bieden.Vraag (31):Wat zijn de resultaten van de taskforce gegevensdeling van het Ministerievan JenV tot nu toe? Wat is het programma van deze taskforce in het jaar2025?Antwoord:De taskforce gegevensdeling richt zich op het systemisch aanpakken vangegevensdelingsvraagstukken op gebieden zoals de georganiseerdeondermijnende criminaliteit en jeugdbescherming. De taskforce paktbinnen de ondermijningsaanpak twee onderwerpen met voorrang op:gegevensdeling binnen preventie met gezag (waaronder het delen vaninformatie tussen het sociaal domein en het veiligheidsdomein) engegevensdeling binnen de aanpak van drugssmokkel via logistiekeknooppunten.Momenteel wordt er met partners zoals de Douane, Schiphol engemeenten een analyse uitgevoerd om scherp(er) te krijgen tegen welkeobstakels zij aanlopen in het delen van (persoons)gegevens. De probleem-analyse zal de basis vormen voor gerichte oplossingen om de informatie-positie van deze partners te verbeteren in de komende periode. Detaskforce is daarbij nadrukkelijk op zoek naar systeeminterventies diebijdragen aan het maatschappelijke doel om de georganiseerde crimina-liteit te bestrijden. Over de eerste bevindingen wordt uw Kamer geïnfor-meerd middels de halfjaarbrief aanpak georganiseerde ondermijnendecriminaliteit, die voor het einde van dit jaar wordt verzonden.Vraag (32):Wat zijn de concrete resultaten van de taskforce capaciteit en personeelgevangeniswezen sinds november 2023?Antwoord:Met detacheringen vanuit andere inrichtingen is capaciteit in de luchtgebracht of gehouden in inrichtingen met een personeelstekort. Innovember 2023 was het tekort 330 plekken als gevolg van personeels-tekort. Dit zijn er nu nog ca 140.Er worden locaties gezocht voor het weer kunnen oproepen vanzelfmelders. Vanaf half december worden kortgestraften zelfmelders(straffen tot twee weken) geplaatst in de penitentiaire inrichting (PI)Veenhuizen en de PI Heerhugowaard. Het gaat om respectievelijk 40 en 16plaatsen voor deze doelgroep. Parallel verkent DJI nog meer locaties.Meer gedetineerden plaatsen op Beperkt Beveiligde Afdeling (BBA). Innovember 2024 waren er 280 plaatsen, waarvan 90% bezet. Naast dat er inverhouding meer plekken bezet zijn op de BBA zijn er ook meer BBAplaatsen gerealiseerd. Zo kon een afdeling heropend worden doordat ernieuw personeel was geworven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2912 Capaciteitsverlof met elektronisch toezicht. Vanaf 1 juni tot en met oktoberzijn in totaal 64 gedetineerden met deze vorm van verlof naar buitengegaan.Invrijheidstellingen op vrijdag bij strafrestant van max 3 dagen. Dit zijnvanaf september 2024 gemiddeld 20 gedetineerden per weekend diegemiddeld twee dagen eerder in vrijheid worden gesteld.Daar waar dit mogelijk is en verantwoord kan wordt extra MPC geplaatst.Dit levert naar verwachting 20 plaatsen op.Vraag (33):Wat zijn de uitvoeringsconsequenties van het aangenomen amendementover het toezicht op de naleving van artikel 27 van de AutoriteitConsument en Markt (ACM) naar de Autoriteit Persoonsgegevens (AP)overbrengen (Kamerstuk nr. 36 53,1 nr. 12)?Antwoord:Nadat uw Kamer het amendement op 15 oktober jl. heeft aangenomenheeft de Minister van Economische Zaken de AP gevraagd naar deconsequenties van het amendement voor de AP. Hij is nog in afwachtingvan een reactie.Vraag (34):Welke resultaten heeft het multidisciplinaire team van Centraal JustitieelIncassobureau (CJIB), Justid en de Politie in 2024 behaald om onvindbareveroordeelden die zich aan hun straf onttrekken te vinden en welke extrastappen zet dit team in 2025?Antwoord:Het multidisciplinaire team van Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB),Justid en de politie heeft het afgelopen jaar hun werkzaamhedenvoortgezet om informatie te verzamelen over onvindbare veroordeeldenom te voorkomen dat veroordeelden zich aan hun straf onttrekken enveroordeelden effectiever kunnen worden opgespoord. De werkwijze vandit team is verankerd als staande praktijk. In 2024 zijn tot nu toe 217personen met succes opgespoord, opgepakt en in detentie genomen. In2025 wordt naast de reguliere werkzaamheden ingezet op digitalisering enverdere versterking van de samenwerking in de keten.Vraag (35):Klopt het nog steeds dat in de jaren 2023, 2024, 2025 en 2026 in totaal drielevenslanggestraften in aanmerking komen voor een herbeoordeling, enzo ja, kunt u bij benadering aangeven op welke moment een beslissingvoorligt om tot gratiëring over te gaan?Antwoord:Ja, dat klopt. Voor de jaren 2023, 2024, 2025 en 2026 komen in totaal drielevenslanggestraften in aanmerking voor een ambtshalve herbeoordeling.Twee ambtshalve herbeoordelingen zullen in 2025 plaatsvinden, de derdein 2026.Vraag (36):Bent u bereid om een levenslanggestrafte in het huidige stelsel alleengratie te verlenen als zowel de rechter als het OM daartoe ondubbelzinnigpositief over adviseert, en zo nee, waarom niet?Antwoord:Nee. Bij de besluitvorming op het verlenen van gratie worden het OM ende rechter die de levenslange gevangenisstraf heeft opgelegd, gevraagdTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2913 advies uit te brengen. Het advies van de rechter volgt nadat door het OMadvies is uitgebracht. Uit jurisprudentie volgt dat het advies van derechter zwaar weegt en daarmee leidend is bij de te nemen beslissing.Afwijken van dit advies kan enkel gemotiveerd en als sprake is vanbijzondere omstandigheden. Er dient voor te worden gewaakt dat hetgratierecht op een dusdanige wijze wordt uitgevoerd dat de onafhanke-lijkheid van het oordeel van een rechter als basis voor het besluit tot hetverlenen van gratie ter discussie komt te staan.Het kan voorkomen dat er sprake is van contraire advisering, waarbij derechter positief adviseert over gratieverlening aan een levenslanggestraftemaar het OM (daaraan voorafgaand) negatief heeft geadviseerd. SJenVkan in dat geval het advies van de rechter voorleggen aan het OM. HetOM kan dan bezien of het advies van de rechter reden biedt om het eerdergegeven advies te herzien. Mocht dat niet het geval zijn en er sprakeblijven van contraire advisering, dan is het advies van de rechter, zoalsreeds aangegeven, leidend.Vraag (37):Kan voor de afgelopen vijf jaren een overzicht worden gegeven wat detotale uitgaven waren voor gesubsidieerde rechtsbijstand en welkpercentage daarvan specifiek aan toevoegingen in asielzaken is uitge-geven en kunnen hiervan ook de ramingen voor de komende vijf jarenworden gegeven?Antwoord:Zie voor het antwoord op de vraag de tabel.Totaal uitgaven rechtsbijstand en percentage uitgaven rechtsbijstand op het rechtsgebied asiel in de periode 2019 tot 202920192020202120222023202420252026202720282029Totaal uitgaven rechtsbijstand(x € 1 miljoen)418455458569642672659650626623622Waarvan percentage uitgavenvoor rechtsbijstand op hetrechtsgebied asiel111%10%10%11%13%13%13%13%11%7%7%1 De uitgaven voor rechtsbijstand op het rechtsgebied asiel betreffen uitgaven voor asieltoevoegingen en overige uitgaven zoals voor tolk- envertaalwerkzaamheden. Vraag (38):Hoeveel gedetineerden zitten er op dit moment op een Afdeling IntensiefToezicht (AIT) en hoeveel worden de komende vijf jaren verwacht teworden geplaatst op een AIT?Antwoord:Op peilmoment 30 oktober 2024 bedroeg de bezetting op de AIT 43personen. Het is niet mogelijk aan te geven wat de bezetting in detoekomst zal zijn.Vraag (39):Kan de laatste stand van zaken worden gegeven met betrekking tot deopvolging van de adviezen van het adviesrapport preventieve detentievan ABDTOPConsult «zicht op stoornis en gevaar?»Antwoord:In de beleidsreactie op het onderzoek «Vergelijkend onderzoek Italiaans41bis detentieregime» is ingegaan op de re-integratie van hoogrisicogede-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2914 tineerden.2 Daarbij is aangekondigd dat het WODC is verzocht om naderonderzoek te doen naar een veilige terugkeer in de samenleving voor dezedoelgroep en daarbij het huidig instrumentarium aan taxatie-instrumenten tijdens detentie en toezicht-mogelijkheden na detentie teonderzoeken. Het WODC heeft de onderzoeksaanvraag in behandelinggenomen en het onderzoek is inmiddels gestart. Naar inschatting van hetWODC zal dit onderzoek in het vierde kwartaal van 2025 gereed zijn. In ditWODC onderzoek worden ook de adviezen uit het adviesrapport «Zicht opstoornis en gevaar» betrokken.Vraag (40):Kan worden toegelicht hoe het aantal externe consultants dat betrokken isbij het Duurzaam Digitaal Stelsel in de strafrechtketen wordt afgebouwd?Antwoord:De Directie Strafrechtketen (DSK) heeft ten tijde van het ProgrammaDigitalisering Strafrechtketen gebruik gemaakt van externe specialistischeexpertise die voor digitalisering nodig is. In de huidige samenwerking, hetDuurzaam Digitaal Stelsel, is een begin gemaakt met de verambtelijking.Hiervoor is extra formatieruimte gecreëerd bij DSK. De uitdaging is omvoor de specialistische functies personeel te werven zodat de externeconsultants inderdaad kunnen worden vervangen door in vaste oftijdelijke dienst werkzame ambtenaren.Vraag (41):Kan nader worden toegelicht waarom er per begrotingsartikel een alineais opgenomen welk DG er verantwoordelijk voor is en wat het DGvervolgens doet?Antwoord:Overeenkomstig de Rijksbegrotingsvoorschiften wordt per artikelopgenomen waar de Minister of de Staatssecretaris verantwoordelijk vooris en welke rol de bewindspersoon speelt bij het bereiken van het doel.Een toelichting met betrekking tot de DG is informatief van aard.Vraag (42):Kan nader worden toegelicht wat er feitelijk bij het OM gebeurt als zouworden besloten dat de middelen voor straf en zorg uit de ombuigingslijstworden omgebogen? Wat zijn hiervan de gevolgen voor het OM?Antwoord:Straf met Zorg (SmZ) ondersteunt officieren van justitie en anderemedewerkers van het OM bij vraagstukken op het snijvlak van zorg enveiligheid. Daarmee draagt SmZ bij aan de kwaliteit van het werk van hetOM. SmZ biedt kaders voor de inzet van het strafrecht bij zaken waarsprake is van zorgproblematiek op een manier die recht doet aan daders,slachtoffers en maatschappij, gebaseerd op strafvorderlijke beginselen.Onder de paraplu van SmZ valt een aantal samenhangende thema’s zoalsjeugd, huiselijk geweld (o.a. femicide), zeden, kindermishandeling,reclassering, forensische zorg, zorg- en veiligheidshuizen en personenmet verward gedrag. Bij de meeste van die onderwerpen staan destrafvorderlijke taken van het OM, zoals opsporing en vervolging vanstrafbare feiten, centraal. Daarnaast heeft het OM de opgave om haarwettelijke taken op grond van de Wet verplichte ggz en de Wet zorg endwang rechtmatig en correct uit te voeren. Landelijke expertise enaansturing vanuit heldere kaders, en voldoende kennis en kunde bij deregionale parketten, zijn randvoorwaarden om de juiste afweging te2Bron: Kamerstukken II 2023/24, 24 587, nr. 925.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2915 maken ten aanzien van straf en zorg. In dit opzicht is SmZ voor het OMeen onmisbaar onderdeel geworden van het werk.Zonder SmZ kan het OM niet effectief opereren op genoemde specialis-tische terreinen. Schaarse expertise op het gebied van bijvoorbeeldfemicide gaat dan verloren. Noodzakelijke focus en eenduidige regievallen weg. Officieren van justitie en andere medewerkers van het OM zijndaardoor minder in staat om de juiste afweging te maken ten aanzien vanstraf en zorg.Vraag (43):Klopt het dat wanneer gedetineerden die capaciteitsverlof ontvangen metelektronisch toezicht vanwege de personele tekorten bij DJI een uitkeringontvangen, deze door loopt tijdens het capaciteitsverlof terwijl deuitkering wordt gepauzeerd van een gedetineerde die een maand celstrafdaadwerkelijk moet uitzitten?Antwoord:Nee, gedetineerden hebben geen recht op een uitkering gedurende hetcapaciteitsverlof.Vraag (44):Klopt het dat de invoering van de maatregel om jongeren van 18 tot 23jaar vaker te plaatsen in een reguliere penitentiaire inrichting in plaats vaneen jeugdinrichting (maatregel uit de ombuigingslijst 2024) slechtswijziging van een OM-richtlijn vergt en geen verdere wijziging van wet- enregelgeving? Welke aannames zijn gedaan bij de berekening van 8 miljoeneuro besparing van deze maatregel?Antwoord:Nee, dit zou een wetswijziging vergen. Als een rechter jeugddetentie ofeen PIJ-maatregel oplegt, dient de tenuitvoerlegging op grond van de wetnamelijk plaats te vinden in een justitiële jeugdinrichting (artikel 8 van deBeginselenwet justitiële jeugdinrichtingen). Dit voorschrift geldt ook alsdeze sancties – onder toepassing van het adolescentenstrafrecht(artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht) – zijn opgelegd aan 18- tot23-jarigen.De maatregel uit de ombuigingslijst 2024 betreft slechts een rekenkundigeexercitie, waarbij het verschil tussen de kostprijs van een plaats in eenpenitentiaire inrichting en die van een plaats in een justitiële jeugdin-richting als uitgangspunt wordt genomen.Voor de goede orde wordt daarbij opgemerkt dat het in de ombuigingslijstgenoemde percentage van 26% in 2021 niet wordt herkend. In 2021 is,naar schatting, in 8% van de zaken tegen 18- tot 23-jarigen het adolescen-tenstrafrecht toegepast,3 waardoor de geschetste besparing in de praktijkveel lager zou uitvallen.Vraag (45):Kunnen de oorzaken van de groei van omzet bij illegale kansspelaan-bieders nader worden toegelicht? Worden er gesprekken gevoerd om tekomen tot een Europese aanpak van illegale kansspelen?Antwoord:Het is niet te zeggen of de omzet van de illegale kansspelmarkt in hetafgelopen jaar is gegroeid, gedaald of gelijk gebleven, doordat de omvangvan de omzet van de illegale kansspelmarkt een schatting blijft. Het3Bron: Kamerstukken II 2023/24, 24 587, nr. 925.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2916 Ministerie van Justitie en Veiligheid gaat uit van de monitoringsrappor-tages van de Kansspelautoriteit (Ksa). Deze geeft in haar «Monitoringsrap-portage Online Kansspelen, najaar 2024» aan naar schatting 87 procentvan het totale BSR (Brutospelresultaat) in 2024 terechtkomt bij legaleaanbieders. De verwachting is dat dit percentage ongeveer gelijk blijft tot2025. Bij de prognose is geen rekening gehouden met de gevolgen vanverhoging van de kansspelbelasting, de effecten van de Beleidsregelverantwoord spelen en de Regeling speellimieten en bewuster speel-gedrag. In hoeverre deze omstandigheden van invloed zijn op een(eventuele) toename van het BSR van de illegale markt is niet metvoldoende mate van waarschijnlijkheid te zeggen.De Ksa neemt deel aan het Gaming Regulators European Forum (Gref),een samenwerkingsverband van toezichthouders in een groot aantallanden in Europa op het gebied van kansspelen dat tot doel heeft kennis,ervaring en ideeën op het terrein van kansspelbeleid uit te wisselen ensamenwerking op internationaal niveau te bevorderen (https://gref.eu/).Onderdeel daarvan is een handhavingswerkgroep. Deze groep bevordertde uitwisseling van kennis en expertise m.b.t. de aanpak van illegalekansspelen. Het gaat hierbij onder andere om het delen van best practicesop het gebied van onderzoekmethoden, -processen en de effectiviteit vaninterventies. De Staatssecretaris Rechtsbescherming zal, om tot eeneffectievere handhaving op illegaal aanbod van kansspelen te komen,verkennen welke mogelijkheden er op Europees niveau liggen, zowel viaGref als via de Europese Unie.Vraag (46):Welk percentage van de uitgaven van de JenV begroting zijn gericht oppreventie?Antwoord:Het is niet mogelijk om exact te bepalen welk deel van de uitgaven van deJenV-begroting gericht zijn op preventie. Deze kosten zijn namelijk deelsexpliciet maar nog vaker impliciet onderdeel van de JenV-begroting.Vraag (47):Welke waarborgen zijn er om te voorkomen dat er onnodig of disproporti-oneel veel gegevens worden opgeslagen en gedeeld? Wie toetst hieropgezien de politie nog altijd tegen de wet gegevens voor onbepaalde tijdbewaart en het Ministerie van JenV na vijf jaar nog steeds geen wet- enbeleidswijziging hiervoor heeft verwezenlijkt?Antwoord:De politie verzamelt gegevens bij het uitvoeren van het dagelijksepolitiewerk. De Wet politiegegevens bevat bepalingen over de termijnwaarbinnen de gegevens verwerkt mogen worden en wanneer zijverwijderd en vernietigd moeten worden. Dit beperkt de omvang van deverzamelde gegevens. In algemene zin geldt dat gegevens verwijderd ofvernietigd worden als deze onjuist blijken te zijn en als zij niet langernoodzakelijk zijn voor het doel waarvoor zij worden verwerkt4. In 2019heeft de Minister van Justitie en Veiligheid uw Kamer per brief geïnfor-meerd dat de korpschef bepaalde gegevens niet definitief zou verwij-deren. Dit vanwege de mogelijke relevantie van deze gegevens voor hetoplossen van cold cases. De korpschef heeft destijds aangegevenmaatregelen te hebben getroffen door deze niet definitief verwijderdegegevens te scheiden van de overige verzamelde gegevens. Daarnaast iseen slechts beperkt aantal poortwachters geautoriseerd om toegang tehebben tot deze gegevens. De gegevens worden alleen ter beschikkinggesteld voor een hernieuwde verwerking in opdracht van het gezag4Dit staat beschreven in artikel 4 van de Wet politiegegevens.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2917 (zijnde de officier van justitie) en zijn dus niet opgeslagen voor «algemeengebruik». De Autoriteit Persoonsgegevens houdt toezicht op deverwerking van gegevens door politie.Aan de Raad van State is gevraagd om een voorlichting te geven over dejuridische mogelijkheden voor het aanpassen van de bewaartermijn vanbepaalde politiegegevens, gelet op Europeesrechtelijke en grondwettelijkeeisen. Na ontvangst van de voorlichting van de Raad van State zal eenbesluit worden genomen over het eventueel aanpassen van de wet op ditpunt.Vraag (48):Welke ambtelijke afstemming heeft er plaatsgevonden tussen JenV enVWS met betrekking tot de bezuinigingen op preventie?Antwoord:Er heeft geen ambtelijke afstemming plaatsgevonden tussen VWS enJenV over de bezuinigingen op de begrotingen van JenV en VWS.Vraag (49):Hoeveel geeft het Ministerie van JenV jaarlijks in totaal uit aan derepressieve aanpak van drugscriminaliteit?Antwoord:De aanpak van drugscriminaliteit is een prioriteit van dit kabinet en erwordt daarom fors in geïnvesteerd. Het is echter niet mogelijk om detotale kosten van de aanpak van drugscriminaliteit uit de begrotinginzichtelijk te maken. Hiervoor zou het noodzakelijk zijn dat in de heleketen de tijd en kosten worden geregistreerd die aan de aanpak vanspecifieke delicten wordt besteed. Dit is niet het geval.Vraag (50):Hoeveel agenten (fte) hebben zich in 2024 beziggehouden met de aanpakvan cybercrime? Kunt u hierbij het Team High Tech Crime van deLandelijke Eenheid en overig onderscheiden?Antwoord:Op peildatum eind augustus 2024 was de bezetting van het Team HighTech Crime (dat onderdeel is van de Eenheid Landelijke Opsporing enInterventies) in totaal 127 fte. De regionale cybercrimeteams, die in 2016zijn gestart met gemiddeld 10 fte, zijn vanuit het vorige regeerakkoord ende Miljoenennota 2018 in totaal met 95 fte extra uitgebreid. Een verdereuitbreiding van 50 fte. ging naar o.a. de Landelijke Eenheden voor hetverbeteren van de informatiepositie op het gebied van cybercrime.Het team High Tech Crime en de regionale cybercrimeteams werkeneenheidoverstijgend samen in de aanpak van cybercriminele fenomenenen dadergroepen. Daarnaast worden reguliere cybercrime-onderzoekenook uitgevoerd door districtsrecherches en basisteams.In de gehele politieorganisatie waren er op peildatum eind augustus 20241.145 fte werkzaam met het werkterrein digitale expertise. Binnen dezecategorie vallen politiemensen met het werkterrein digitale expertise dieop verschillende plekken in de organisatie zitten, bijvoorbeeld in hetlandelijk team High Tech Crime of in een regionaal cybercrimeteam. Dezedigitaal experts ondersteunen de opsporing breed met hun digitaleexpertise, dus in alle onderzoeken, niet alleen in de cybercrimeonderzoeken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2918 In de nota van wijziging bij de JenV-begroting 2025 die voor de begro-tingsbehandeling naar uw Kamer wordt gestuurd, zal de Minister vanJustitie en Veiligheid ingaan op de investeringen conform het regeerpro-gramma in de aanpak cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit.Vraag (51):Hoeveel vacatures voor wijkagenten zijn er op dit moment?Antwoord:Op peildatum eind augustus 2024 waren er 87 vacatures voorwijkagenten, op een totale formatie van 3.612 fte.Vraag (52):Hoe groot is op dit moment de voorraad op zitting te plannen strafzaken?Antwoord:Voor de eerste aanleg betreft de voorraad op zitting te plannen zaken:zaken die door het OM zijn gedagvaard of waarin sprake is van een verzettegen een OM strafbeschikking, maar waarvoor nog geen zittingsdatumbekend is. Ook zaken die zijn aangehouden en waarin nog geen nieuwezittingsdatum bekend is, zitten in deze voorraad. Voor de meervoudigekamer-zaken in deze voorraad betekent de status dagvaarden overigensniet dat de zaak ook gereed is voor een inhoudelijke behandeling op dezitting. Het kan zijn dat een zaak pro forma behandeld moet worden,omdat bijvoorbeeld het opsporingsonderzoek nog niet is afgerond, eenNFI rapportage nog niet gereed is of in verband met onderzoekswensenvan de verdediging.Voor de tweede aanleg betreft de voorraad op zitting te plannen zaken:zaken die de status planbaar hebben, maar waarvoor nog geen zittings-datum bekend is. Ook zaken die zijn aangehouden en waarin nog geennieuwe zittingsdatum bekend is, zitten in deze voorraad.Op 1 oktober 2024 was de voorraad op zitting te plannen strafzaken:•in de eerste aanleg ongeveer 83.900 zaken (waarvan ongeveer 32.100misdrijfzaken en ongeveer 51.800 overtredingszaken).•in de tweede aanleg ongeveer 9.900 zaken (waarvan ongeveer 9.100misdrijfzaken en ongeveer 800 overtredingszaken).Vraag (53):Hoeveel strafbeschikkingen zijn er tot op heden in 2024 uitgevaardigd entegen hoeveel van deze strafbeschikkingen is verzet aangetekend?Antwoord:Het Openbaar Ministerie heeft in de periode januari tot en met september2024 in 20.210 misdrijfzaken een OM-strafbeschikking opgelegd. Eindoktober 2024 is in 2.767 van deze misdrijfzaken verzet aangetekend. HetOpenbaar Ministerie heeft in de periode januari tot en met september2024 in 36.471 overtredingszaken een OM-strafbeschikking opgelegd. Eindoktober 2024 is in 3.836 van deze overtredingszaken verzet aangetekend.Vraag (54):Hoeveel tijd verstrijkt er gemiddeld tussen het aantekenen van verzettegen een strafbeschikking en het behandelen van het verzet door derechter?Antwoord:Van de misdrijfzaken zaken die in de periode januari tot en met september2024 op zitting hebben gestaan als gevolg van verzet tegen eenOM-strafbeschikking is de gemiddelde doorlooptijd, gemeten vanafregistratie verzet tot eerste zitting, 212 dagen. Van de overtredingszakenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2919 zaken die in de periode januari tot en met september 2024 op zittinghebben gestaan naar aanleiding van verzet tegen eenOM-strafbeschikking is de gemiddelde doorlooptijd, gemeten vanafregistratie verzet tot eerste zitting, 254 dagen.Vraag (55):Hoeveel contrabande is in 2023 en 2024 aangetroffen in penitentiaireinrichtingen?Antwoord:In 2023 zijn in totaal 4117 contrabande aangetroffen in PI’s (3229)jeugdinrichtingen (860) en tbs-inrichtingen (28).In 2024 (peildatum 31 augustus 2024) zijn in totaal 2223 contrabandeaangetroffen in PI’s (2009), jeugdinrichtingen (194) en tbs-inrichtingen(20).Vraag (56):Hoeveel strafbeschikkingen zijn in 2024 naar aanleiding van het ingesteldverzet gewijzigd, ingetrokken en/of laten vervallen door het OM?Antwoord:Van de in totaal 2.788 misdrijfzaken waarin in de periode januari tot enmet september 2024 verzet is geregistreerd, zijn inmiddels 398 zakengeseponeerd. In 95 zaken is er wederom een strafbeschikking, al dan nietaangepast, opgelegd.Van de in totaal 7.603 overtredingszaken waarin in de periode januari toten met september 2024 verzet is geregistreerd, zijn inmiddels 1.308 zakengeseponeerd. In 53 zaken is er wederom een strafbeschikking, al dan nietaangepast, opgelegd.Vraag (57):Wat kost de heropening van de penitentiaire inrichting Almere?Antwoord:De eenmalige kosten van de gebouwelijke heropening van een laagbeveiligde PI Almere met de basis op orde bedragen tussen de 15 en20 miljoen euro. De jaarlijkse kosten zijn afhankelijk van de gebruiksduur.Bij een gebruiksduur van drie jaar zijn de jaarlijkse kosten rond de7 miljoen euro.De basis op orde betekent dat zaken zoals verwarming, luchtbehandeling,brandmeldinstallatie en elektra zijn opgenomen in de raming. Laagbeveiligd houdt in dat de beveiligingsinstallatie niet is opgenomen. Deoperationele kosten, zoals voor o.a. personeel, ICT en inventaris, zijn nietinbegrepen in deze raming.Vraag (58):Hoeveel drones zijn er gedetecteerd in 2023 en 2024 bij een penitentiaireinrichting?Antwoord:Deze cijfers zijn niet beschikbaar. Er wordt nog gewerkt aan betrouwbareverwerking van cijfermatige gegevens hierover.Vraag (59):In hoeveel zaken van de door de strafrechter behandelde verzetschriftentegen een strafbeschikking kwam de rechter in 2024 tot vrijspraak?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2920 Antwoord:In de periode januari tot en met september 2024 werden door destrafrechter in eerste aanleg 11.270 zaken behandeld als gevolg van verzettegen een strafbeschikking. In 1.430 van deze zaken kwam de strafrechtertot een vrijspraak.5Toelichting:•Deze cijfers zijn indicatief. Ze geven een zo goed mogelijk beeld opbasis van de informatie die eind oktober 2024 beschikbaar was uit devoor de Rechtspraak beschikbare management informatiesystemen.•Het lopende kalenderjaar bevat voorlopige aantallen; mogelijk was deregistratie nog niet helemaal bijgewerkt.•Het aantal zaken is afgerond op tientallen.Vraag (60):Hoeveel brieven van en naar de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) zijngeweigerd?Antwoord:Er zijn vier brieven van en naar de Extra Beveiligde Inrichting geweigerd.Vraag (61):Hoeveel Bijzonder Ondersteuningsteam (BOT)-transporten met dehoogste beveiliging zijn er in 2024 uitgevoerd?Antwoord:Dit zijn er tot en met september 245.Vraag (62):Welke resultaten zijn tot nu toe in 2024 geboekt met het programma«Preventie met gezag»?Antwoord:In de rapportage van 2024 die op 25 juni jl. naar uw Kamer is verstuurd, isgerapporteerd over de voortgang van de eerste 15 gemeenten in 2023.Hieruit blijkt dat in elk van deze 15 gemeenten concrete resultaten zijngeboekt op het gebied van onderwijs, werk en inkomen, persoonlijke enpsychologische ontwikkeling, het sociale netwerk en criminaliteit enre-integratie.In de voortgangsrapportage van 2025 zal uw Kamer worden geïnformeerdover de resultaten van 2024 in alle 47 gemeenten die nu deelnemen aanhet programma (waarover nader het antwoord op vraag 69.Er wordt jaarlijks bijgehouden welke maatregelen en gedragsinterventiesin samenhang lokaal worden ingezet. Over de voortgang en de resultatenvan het programma wordt aan uw Kamer jaarlijks gerapporteerd via dehalfjaarrapportage aanpak ondermijnende criminaliteit.Vraag (63):Hoeveel kilo cocaïne is tot nu toe in 2024 onderschept in de Nederlandsehavens?Antwoord:In de eerste helft van 2024 is door de Douane in totaal 17.083 kilo cocaïneonderschept, waarvan 16.050 kilo in de havens.Vraag (64):Hoeveel uithalers zijn er tot nu toe in 2024 geregistreerd?5Bron: InfoRM, datum 28-10-2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2921 Antwoord:In 2024 zijn er tot op heden 277 uithalers aangetroffen in Rotterdam. Decijfers van andere Nederlandse havens worden niet los gerapporteerd ensoms ook op andere wijzen geregistreerd. De cijfers van Rotterdam gevenechter een goed beeld van de situatie in Nederland. Uit een proef dieeerder dit jaar is gedaan, blijkt dat het overgrote deel (ongeveer 90%) vande uithalersdelicten plaatsvindt in Rotterdam.Vraag (65):Hoe groot is de totale verwachte onderuitputting op de begroting vanJenV en hoe groot is de verwachte eindejaarsmarge?Antwoord:Op voorhand wordt er geen onderuitputting verwacht voor het jaar 2025.De eindejaarsmarge die wordt toegevoegd aan de begroting van 2025 isgebaseerd op de onderuitputting over 2024 met een maximum van 1%van de departementale begroting.Bij de Suppletoire begroting september is er 25 miljoen euro onderuit-putting gemeld. Bij de Najaarsnota wordt de Kamer geïnformeerd overhet actuele uitvoeringsbeeld. Het is uiteindelijk aan het kabinet om bijVoorjaarsnota te besluiten of de eindejaarsmarge (volledig) wordtuitgekeerd.Vraag (66):Wat zijn de actuele kosten van het tenuitvoerleggen van respectievelijkeen taakstraf, een gevangenisstraf en elektronische detentie per dag?Antwoord:De financiering van de taakstraf geschiedt op basis van afgerondetaakstraffen. Per gerealiseerde werkstraf ontving Reclassering Nederlandin 2024 1.192,26 euro en ontvingen het Leger des Heils & Jeugdbe-scherming en de Stichting Verslavingszorg GGZ 1.216,80 euro. Dit zijn dekostprijzen 2024 na loon- en prijsbijstelling. De kostprijzen voor 2025 zijnnog niet vastgesteld. In het nieuwe kostprijsmodel voor de drie reclasse-ringsorganisaties, vastgesteld in 2023, is voor werkstraffen voor Reclas-sering Nederland een andere kostprijs vastgesteld dan voor de anderetwee reclasseringsorganisaties, mede vanwege het verschil in werkwijzetussen de organisaties.De kosten voor de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf in 2024bedragen 440 euro per dag.6 Er is momenteel geen sprake van elektro-nische detentie in de vorm van een door de rechter op te leggen hoofd-straf of als executiemodaliteit. Wel kan elektronische monitoring alscontrolemiddel worden toegepast in verschillende kaders, bijvoorbeeldals onderdeel van een voorwaardelijke veroordeling of als onderdeel vaneen schorsing van de voorlopige hechtenis.Voor elektronische monitoring maken zowel de reclassering als de DienstVervoer en Ondersteuning (DV&O) van de Dienst Justitiële Inrichtingenkosten. In 2024 is de kostprijs voor elektronische monitoring door dereclassering na loon- en prijsbijstelling 26,16 euro per dag. De kostprijzenvoor 2025 zijn nog niet vastgesteld. De kostprijs voor een enkelband vanDV&O is 33 euro per dag in 2024.6Zie blz. 113 van de begroting van Justitie en Veiligheid 2024 (Kamerstukken II, vergaderjaar2024–2025, 36 600 VI, nr. 2).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2922 Vraag (67):Kan concreet worden aangegeven waaraan de middelen uit de envelopNationale Veiligheid worden besteed?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 26.Vraag (68):Waar wordt het geld aan besteed dat, vergeleken met 2024, niet meer naarhet OM en de Reclassering gaat voor personeel?Antwoord:Voor het OM geldt dat het budgettaire kader voor de personele uitgavenin 2024 hoger is dan in 2025, omdat:•De compensatie voor het OM voor de cao die onlangs is afgesloten in2024 hoger is dan in 2025, onder andere vanwege een eenmaligeuitkering die in 2024 wordt uitbetaald (effect circa 15 miljoen euro);•Er sprake is van een compensatie voor eenmalige hogere IKB-kosten(individueel keuze budget) in 2024 als gevolg van de cao RechterlijkeMacht 2023 (effect van circa 5 miljoen euro).•Er voor 2024 gelden beschikbaar zijn gesteld uit de ondermijningsmid-delen voor onder meer forensische opsporing (circa 5 miljoen euro).Op een later moment wordt besloten of deze gelden structureelbeschikbaar worden gesteld.Overige mutaties hebben een saldo-effect van circa 2 miljoen euro.Bij de reclassering is het budget in 2025 en verder lager dan in 2024omdat er in 2024 eenmalig een bijdrage is gekomen voor een pilotreclassering in de gevangenis vanuit de middelen voor ondermijning.Over het vervolg is nog geen besluit genomen.Vraag (69):Hoe vaak heeft in 2024 een strafrechter als bijzondere voorwaarde bij eenvoorwaardelijke straf een «leerstraf» opgelegd?Antwoord:Een leerstraf is een vorm van een taakstraf die aan jeugdigen kan wordenopgelegd (artikel 77h, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht).Leerstraffen zijn erkende gedragsinterventies in de vorm van een training.Gelet op het pedagogisch karakter van het jeugdstrafrecht wordt eenleerstraf in beginsel in jeugdstrafzaken niet in voorwaardelijke vormopgelegd, maar als onvoorwaardelijke hoofdstraf. Een leerstraf in de vormvan een taakstraf kan niet aan volwassenen worden opgelegd.Wel is het mogelijk dat als bijzondere voorwaarde bij een (deels)voorwaardelijke straf wordt gesteld dat de veroordeelde gedurende deproeftijd moet deelnemen aan een gedragsinterventie. Dit kan bij zoweljeugdigen als volwassenen (artikelen 77z, tweede lid, en 14c, tweede lid,van het Wetboek van Strafrecht).In de periode januari tot en met september 2024 werd door de strafrechterin eerste aanleg in 980 zaken een gedragsinterventie opgelegd alsbijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijke straf. Ook zijn er nogbijzondere voorwaarden opgelegd die zijn geclassificeerd als «overig».Mogelijk hebben hier ook nog trainingen of cursussen bijgezeten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2923 Toelichting bij de cijfers•Deze cijfers zijn indicatief. Ze geven een zo goed mogelijke representa-tie op basis van de informatie die eind oktober beschikbaar was uit devoor de Rechtspraak beschikbare managementinformatiesystemen.•Het betreft voorlopige aantallen; mogelijk was de registratie nog niethelemaal bijgewerkt.•Het aantal zaken is afgerond op tientallen.Vraag (70):Worden de middelen voor Preventie met Gezag de komende jaren instand gehouden?Antwoord:Het Programma Preventie met Gezag is een structurele aanpak; hiervooris structurele financiering beschikbaar. De budgetten zijn verdeeld in eenstructurele aanpak bij 27 gemeenten en de justitiepartners die hieraanmeedoen. Ook wordt een deel incidenteel ingezet bij 20 kleineregemeenten.De justitiepartners betreffen: het OM, RvdR, RvdK, de politie, Zorg enVeiligheidshuizen en (jeugd)reclassering. Zij doen in 27 gemeenten meeaan de structurele aanpak.De budgetten voor de 27 gemeenten zijn tot 2026 ter beschikking gesteld.Op basis van plannen van aanpak zijn de middelen voor Preventie metGezag voor de afgelopen jaren toegekend. Na evaluatie in 2025 worden debedragen vanaf 2026 opnieuw vastgesteld en ter beschikking gesteld. Hetgaat hier om structurele middelen.Omdat (georganiseerde en ondermijnende) jeugdcriminaliteit zich nietenkel beperkt tot de grootstedelijke gebieden, is in 2024 besloten 20kleinere gemeenten met relatief ernstige problematiek op het gebied vanjeugdcriminaliteit incidenteel te ondersteunen vanuit dit programma. Deze20 gemeenten krijgen met een incidentele bijdrage voor een periode vandrie jaar de mogelijkheid om (meer) focus aan te brengen in de lokalepreventieaanpak. Een gestelde voorwaarde is dat de gemeenten dezeaanpak tijdig verankeren in de structurele gemeentelijke aanpak.Vraag (71):Wanneer komt u met een herijking van het stelsel rechtsbijstand inclusiefbudgettaire consequenties?Antwoord:Momenteel wordt gewerkt aan afrondende beleidsontwikkeling enbesluitvorming ten behoeve van de vernieuwing van het stelsel rechtsbij-stand. In afwachting van die nadere uitwerking en besluitvorming, metinbegrip van budgettaire consequenties en financiële dekking, is hetwetsvoorstel vooralsnog niet opgenomen in het wetgevingsprogramma.Overigens is in de JenV-begroting 2025 geen rekening gehouden met demogelijke uitkomsten van de commissie-Van der Meer II, die pas in heteerste kwartaal van 2025 worden verwacht.Vraag (72):Hoeveel van de budgettaire maatregel 11 «Investeren in goed bestuur ende rechtsstaat» valt op de begroting van JenV en voor welke artikelen enbeleidsdoelen is dit ingeboekt?Antwoord:Vanuit het budget voor «Goed bestuur en sterke rechtsstaat» (totaal200 miljoen euro structureel) is 50 miljoen euro beschikbaar voor JenV.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2924 Deze middelen worden ingezet (1) ter versterking van de rechtsbe-scherming in de jeugdbescherming, (2) ter versterking van de familie- enjeugdrechtspraak, (3) ter verbetering van de toegang tot het recht en (4)voor institutionele vernieuwing van de Rechtspraak. Over de verdelingvan de middelen zult u voorafgaand aan de behandeling van deJenV-begroting 2025 bij nota van wijziging op de ontwerpbegroting 2025worden geïnformeerd.Vraag (73):Hoeveel tbs-klinieken hebben we momenteel in Nederland?Antwoord:Er zijn 7 Forensische Psychiatrische Centra (FPC) in Nederland.Vraag (74):Hoeveel van deze tbs-klinieken zijn private klinieken en hoeveel zijnklinieken vanuit de overheid?Antwoord:Er zijn vijf particuliere Forensisch Psychiatrische Centra (FPC): DeKijvelanden, Pompe kliniek, Van der Hoeven kliniek, Van Mesdag kliniek,De Rooyse Wissel.Er zijn twee rijks-FPC’s: de Oostvaarderskliniek en CPT Veldzicht.Vraag (75):Bestaat er in Nederland een aparte tbs-kliniek voor vrouwen?Antwoord:Nee, er bestaan geen aparte klinieken voor vrouwen.Vraag (76):Bestaan er in Nederland bij tbs-klinieken aparte afdelingen voor vrouwen?Antwoord:Mannen en vrouwen worden binnen de tbs gemengd geplaatst.Vraag (77):Hoeveel vrouwen zitten er in Nederland in een tbs-kliniek?Antwoord:Op peildatum 2 september 2024 zitten er er 97 vrouwen in tbs-klinieken(intra- en extramuraal).Vraag (78):Hoeveel vrouwen zaten er in 2023 in Nederland in een tbs-kliniek?Antwoord:In 2023 zijn er 98 vrouwen aanwezig geweest in tbs-klinieken.Vraag (79):Hoe groot is het capaciteitsprobleem in tbs-klinieken?Antwoord:Het tekort aan tbs-capaciteit resulteert in een aantal wachtendetbs-patiënten in het gevangeniswezen. Op 2 september 2024 verbleven171 tbs-gestelden als passant in het gevangeniswezen.Vraag (80):Zijn er specifieke tekorten in tbs-klinieken, zoals bepaalde specifiekebehandelaars?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2925 Antwoord:Ja, er is met name een tekort aan behandelend personeel zoals bijvoor-beeld psychiaters, psychologen en (hoofd)behandelaren, net als inreguliere zorg. Ook zijn er tekorten aan zogeheten sociotherapeutischmedewerkers.Vraag (81):Hoe lang verblijft iemand gemiddeld in een tbs-kliniek?Antwoord:De meest recente meting komt uit op een behandelduur in de tbs van 8,7jaar (op basis van de mediaan).Vraag (82):Is de verblijfsduur in tbs-klinieken over de afgelopen vijf jaar toe- ofafgenomen?Antwoord:De verblijfsduur is de afgelopen vijf jaar toegenomen. Vijf jaar geledenbedroeg de behandelduur 7,7 jaar (op basis van de mediaan).Vraag (83):Worden er de komende jaren meer tbs-klinieken geopend om capaciteits-problemen en problemen met de doorstroom op te lossen?Antwoord:Om het aantal beschikbare plekken voor tbs-patiënten binnen afzienbaretijd uit te breiden voert SJenV intensief overleg met alle tbs-klinieken enandere forensische zorgaanbieders. Er zijn uitbreidingen gepland bijtbs-klinieken (zowel rijks- als particuliere klinieken, zie ook het antwoordvraag 84). SJenV informeert uw Kamer periodiek via voortgangsbrievenforensische zorg over de stand van zaken.Vraag (84):Worden er de komende jaren tbs-klinieken uitgebreid om capaciteitspro-blemen en problemen met de doorstroom op te lossen?Antwoord:Ja, er zijn uitbreidingen gepland bij de bestaande tbs-klinieken (zowelrijks- als particuliere klinieken). Zo zijn recent de bouwwerkzaamhedengestart voor een uitbreiding van 24 plaatsen bij FPC De Kijvelanden welkenaar verwachting in 2026 in gebruik genomen kunnen worden. Of enwanneer de andere uitbreidingen daadwerkelijk operationeel kunnen zijnis afhankelijk van diverse randvoorwaarden zoals vergunningstrajecten,maatschappelijk draagvlak, financiële haalbaarheid, succesvolle personelewerving etc. SJenV informeert uw Kamer periodiek via voortgangsbrievenforensische zorg over de stand van zaken.Vraag (85):Hoeveel mensen wachten momenteel op het starten met hun behandelingin een tbs-kliniek? Hoeveel van deze mensen wachten in detentie?Hoeveel van deze mensen worden naar huis gestuurd?Antwoord:Er zijn op peildatum 2 september 2024 171 tbs-gestelden die als passantverblijven in het gevangeniswezen. Er worden geen tbs-patiënten naarhuis gestuurd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2926 Vraag (86):Hoeveel geld is de Staat kwijt aan vergoedingen die moeten wordengegeven aan mensen die in detentie moeten wachten op hun behandelingin een tbs-kliniek?Antwoord:In de tabel is weergegeven welke bedragen in totaal zijn uitgekeerd aanschadevergoedingen voor niet tijdige plaatsing in een tbs-kliniek.2021202220232024 t/m augUitgekeerde bedragentotaal€ 25.150,–€ 100.300,–€ 81.475,–€ 172.779,– Vraag (87):Kunt u aangeven welke cijfers wel per politiekorps separaat geadminis-treerd worden?Antwoord:De cijfers die de politie beschikbaar heeft op korpsniveau en per eenheiden waarover zij verantwoording afleggen, worden met uw Kamer gedeeldin het kader van de begrotingscyclus of via het halfjaarbericht Politie.Vraag (88):Kunt u aangeven welke misdrijven onder de definitie cybercrime vallen?Antwoord:De term cybercrime is niet in een verdrag of wet gedefinieerd. Voor debeantwoording van deze vraag en de hiernavolgende vragen wordt ondercybercrime verstaan: delicten die gepleegd worden met een computer-systeem en zich richten op een computersysteem. Voorbeelden hiervanzijn het verspreiden van virussen en malware, maar ook bijvoorbeeldDDoS-aanvallen. In de volgende artikelen van het Wetboek van Strafrechtworden cybercrime delicten omschreven: art. 138ab, art. 138b, art. 138c,art. 139c, art. 139d, art. 139e, art. 139g, art. 161sexies, art. 161septies,art. 317 lid 2, art. 350a, art. 350b, art. 350c en art. 350d. Cybercrime isoverigens iets anders dan gedigitaliseerde criminaliteit, waarbij klassiekedelicten – zoals fraude – via een ICT-middel gepleegd worden.Vraag (89):Kunt u aangeven wat de gemiddelde leeftijd is van veroordeelden vooreen cybermisdrijf?Antwoord:De gemiddelde leeftijd van de personen die in 2023 door de rechter ineerste aanleg werden veroordeeld voor cybercrime, is 28 jaar (afgerond).In ongeveer 15 zaken was de veroordeelde jonger dan 18 jaar, in ongeveer45 zaken was de veroordeelde 18 t/m 22 jaar en in de overige ongeveer 65zaken was de veroordeelde 23 jaar of ouder. Het betreft de leeftijd op hetmoment van het plegen van het oudste feit in de zaak. Het aantal zakenwordt geteld, niet het aantal personen. Dat betekent dat als één persoonin 2023 in meerdere zaken voor cybercrime veroordeeld is, beide zakenmeetellen. Dit geldt ook voor het berekenen van de gemiddelde leeftijd.Vraag (90):Kunt u aangeven wat het meest voorkomende cybercrimemisdrijf is? Kuntu per misdrijf de aantallen veroordeelden noemen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2927 Antwoord:In de tabel is per type cybercrimemisdrijf weergegeven in hoeveel zakende rechter in eerste aanleg in 2023 het betreffende cybercrimemisdrijfbewezen heeft verklaard. Het misdrijf dat in de meeste zaken tot eenveroordeling leidde betreft hacken (opzettelijk en wederrechtelijkbinnendringen van een geautomatiseerd werk). In 70 zaken is dit misdrijfbewezen.Type cybercrimemisdrijfZaken 2023met veroordelingHacken: opzettelijk en wederrechtelijk binnendringen van eengeautomatiseerd werk70Voorhanden hebben, verwerven of ter beschikking stellen vangegevens die door een misdrijf verkregen zijn20Hacken: overnemen, aftappen of opnemen van gegevens uit eengeautomatiseerd werk na binnendringen daarvan20Het ter beschikking stellen of voorhanden hebben van technischehulpmiddelen of toegangscodes bedoeld om het binnendringenvan een geautomatiseerd werk, belemmeren van toegang ofaftappen te plegen20Opzettelijke vernieling van gegevens die door middel van eengeautomatiseerd werk of door telecommunicatie zijn opgeslagen,worden verwerkt of overgedragen10Voorbereidingshandelingen t.b.v. het aantasten, vernielen ofmanipuleren van computergegevens of het vernielen van eengeautomatiseerd werk< 10Hacken door tussenkomst van een openbaar telecommunicatienet-werk< 10Overnemen van niet openbare gegevens< 10Plaatsen van opname-, aftap- of afluisterapparatuur; voorberei-dingshandelingen< 10Het belemmeren van toegang tot of gebruik van een geautomati-seerd werk< 10Opzettelijk vernielen etc. van een geautomatiseerd werk of werkvoor telecommunicatie; voorbereidingshandelingen< 10Afpersing waarbij de dwang wordt uitgeoefend door de bedreigingdat gegevens van een geautomatiseerd werk onbruikbaar ofontoegankelijk worden gemaakt of worden gewist< 10Opzettelijk gegevens ter beschikking stellen of verspreiden die zijnbestemd om schade aan te richten in een geautomatiseerd werk< 10Het aftappen of opnemen van gegevens (afluisteren)Het ter beschikking stellen of voorhanden hebben van technischehulpmiddelen of toegangscodes bedoeld om het binnendringenvan een geautomatiseerd werk, belemmeren van toegang ofaftappen te plegen, maar met oogmerk gericht op art. 138ab, lid 2en 3 SrHet bezit en verspreiden van gegevens of een voorwerp waaropgegevens staan die door wederrechtelijk aftappen of opnemen zijnverkregenVernieling etc. van een geautomatiseerd werk of werk voortelecommunicatie door schuldTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2928 Type cybercrimemisdrijfZaken 2023met veroordelingOpzettelijke vernieling van gegevens die door middel van eengeautomatiseerd werk of door telecommunicatie zijn opgeslagen,worden verwerkt of overgedragen, met tussenkomst van eenopenbaar telecommunicatienetwerkVernieling door schuld van gegevens die door middel van eengeautomatiseerd werk of door telecommunicatie zijn opgeslagen,worden verwerkt of overgedragenDoor schuld gegevens ter beschikking stellen of verspreiden diezijn bestemd om schade aan te richten in een geautomatiseerdwerkVernielen van een geautomatiseerd werk Vraag (91):Kunt u aangeven welke gegevens bijgehouden worden in de manage-mentinformatiesystemen van de Rechtspraak?Antwoord:In de voor de Rechtspraak beschikbare management informatiesystemenzijn diverse kenmerken van een zaak en het proces opgenomen dierelevant kunnen zijn voor het afdoen van een zaak door de rechtspraak.Het gaat om een grote hoeveelheid kenmerken die sterk verschiltafhankelijk van het rechtsgebied, het type zaak en het verloop van eenzaak. Bij een strafzaak met betrekking tot cybercrime die voor de rechter ineerste aanleg komt, heeft de Rechtspraak bijvoorbeeld gegevensbeschikbaar over de datum waarop de zaak instroomt, de leeftijd van deverdachte bij plegen van het eerste feit in de zaak, de data en de redenenvan behandeling op zitting, het forum (enkelvoudig of meervoudig),(tussen)beslissingen van de rechter in eerste aanleg, vantoepassingver-klaring van het jeugdstrafrecht, het eindvonnis van de rechter in eersteaanleg (dus of er sprake is van strafoplegging, vrijspraak, ontslag van allerechtsvervolging, etc.), de straffen en maatregelen die de rechter in eersteaanleg heeft opgelegd, de duur en de hoogte van de opgelegde straffen,etc.Vraag (92):Kunt u aangeven hoeveel de totale kosten voor de Staat bedragen voor debestrijding van cybercrimemisdrijven?Antwoord:Deze gevraagde gegevens zijn niet beschikbaar en slechts met een groteinspanning bij benadering vast te stellen. De kosten die de Staat maakt, ende ambtenaren die ingezet worden in de bestrijding van cybercrime, zijnop allerlei manieren verweven met kosten die voor de bestrijding vanandere criminaliteit worden gemaakt. Er zijn wel enkele (onderdelen van)diensten die primair worden ingezet tegen cybercrime. Maar in hetovergrote deel van de gevallen is dat niet het geval. Ter toelichting eenvoorbeeld: een digitaal rechercheur die onderzoek doet naar een moord(een «offline» delict), waarbij relevante locatiegegevens op digitalegegevensdragers zijn vastgelegd, kan in een ander onderzoek betrokkenzijn bij de bestrijding van een cyberdelict. Zie voor het aantal fte dat metde bestrijding van cybercrime gemoeid is het antwoord op vraag 101.Vraag (93):Kunt u aangeven op hoeveel cybercrimezaken een vrijspraak volgtvanwege gebrek aan bewijs?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2929 Antwoord:In 2023 heeft de strafrechter in eerste aanleg ongeveer 180 zakenbehandeld waarin één of meer cybercrimefeiten primair ten laste zijngelegd. In bijna 9% van die zaken kwam de rechter tot een vrijspraak. Deaantallen zaken waarin één of meer cybercrimefeiten ten laste zijn gelegd,zijn inclusief gevoegde zaken en zaken met de eindvonnissen«dagvaarding nietig», «OM niet ontvankelijk» en «ontslag van allerechtsvervolging». Er zijn mogelijk zaken bij waarin naast cybercrime-feiten nog andere feiten ten laste zijn gelegd. De vrijspraak geldt voor degehele zaak. Het kan zijn dat er vrijspraak was voor de cybercrimefeiten,maar voor andere feiten in de zaak niet. Dan zijn deze zaken niet alsvrijgesproken zaken meegeteld.Vraag (94):Kunt u aangeven hoeveel cybercrimezaken geseponeerd worden door hetOM vanwege het technisch of beleidssepot?Antwoord:In 2024 zijn tot en met september 71 cybercrimezaken onvoorwaardelijkgeseponeerd, waarvan 39 zaken om technische redenen, 22 zaken ombeleidsredenen en 10 zaken vanwege administratieve redenen. Daarnaastzijn in 2024 tot en met september 13 cybercrimezaken vanwege beleidsre-denen voorwaardelijk geseponeerd.Vraag (95):Kunt u aangeven hoeveel minderjarigen en adolescenten veroordeeldworden voor cybercrimemisdrijven?Antwoord:De gemiddelde leeftijd van de personen die in 2023 door de rechter ineerste aanleg werden veroordeeld voor cybercrime, is 28 jaar (afgerond).In ongeveer 15 zaken was de veroordeelde jonger dan 18 jaar, in ongeveer45 zaken was de veroordeelde 18 t/m 22 jaar en in de overige ongeveer 65zaken was de veroordeelde 23 jaar of ouder. Het betreft de leeftijd op hetmoment van het plegen van het oudste feit in de zaak. Het aantal zakenwordt geteld, niet het aantal personen. Dat betekent dat als één persoonin 2023 in meerdere zaken voor cybercrime veroordeeld is, dat beidezaken meetellen. Dit geldt ook voor het berekenen van de gemiddeldeleeftijd.Vraag (96):Welke gegevens houdt DJI bij over de achtergrond van gedetineerden?Antwoord:DJI legt alleen die gegevens vast die noodzakelijk zijn voor de tenuitvoer-legging van straffen en maatregelen, zoals persoonsgegevens. Ziehiervoor ook vraag 157.Vraag (97):Kunt u aangeven wat de recidivecijfers zijn bij cybercrimemisdrijven?Antwoord:Van de ongeveer 125 zaken in 2023 waarin de strafrechter in eerste aanlegeen cybercrimemisdrijf bewezen heeft verklaard, betrof het in minder dan10 zaken een persoon die in de periode 2013 tot en met 2022 al eerder wasveroordeeld voor een cybercrimemisdrijf.Vraag (98):Kunt u aangeven in hoeverre wij in Nederland strenger of juist soepelerstraffen in cybercrimemisdrijfzaken dan in andere landen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2930 Antwoord:Deze gegevens zijn op dit moment niet voorhanden, maar zullen wordenmeegenomen in een recent opgestarte inventarisatie waaraan op ditmoment ambtelijk wordt gewerkt. Dit betreft een kortlopende, rechtsver-gelijkende inventarisatie naar de maximumstraffen voor cybercriminaliteitin een aantal relevante andere landen. Deze inventarisatie is gestart naaraanleiding van de wens van het kabinet om de wettelijke strafmaxima bijspecifieke delicten te verhogen, waaronder cybercrime. Op basis daarvanzal worden bezien voor welke specifieke cybercrimedelicten het wenselijkis een strafmaatverhoging door te voeren. Het is de verwachting dat uwKamer over de inventarisatie in het eerste kwartaal van 2025 nader wordtgeïnformeerd.Vraag (99):Kunt u een overzicht geven van aangiftebereidheid in cybercrimezaken invergelijking met een aantal andere EU-landen?Antwoord:Deze gegevens zijn op dit moment niet voorhanden, maar zullen wordenmeegenomen in een recent opgestarte inventarisatie waaraan op ditmoment wordt gewerkt. Dit betreft een kortlopende, rechtsvergelijkendeinventarisatie naar de maximumstraffen voor cybercriminaliteit in eenaantal relevante andere landen. Deze inventarisatie is gestart naaraanleiding van de wens van het kabinet om de wettelijke strafmaxima bijspecifieke delicten te verhogen, waaronder cybercrime. Op basis daarvanzal worden bezien voor welke specifieke cybercrimedelicten het wenselijkis een strafmaatverhoging door te voeren. Het is de verwachting dat uwKamer over deze inventarisatie in het eerste kwartaal van 2025 naderwordt geïnformeerd.Vraag (100):Welke achtergrondinformatie over verdachten/veroordeelden houdt hetOM bij?Antwoord:Voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten verwerkt het OMpersoonsgegevens, onder andere over verdachten en veroordeelden. HetOM registreert bijvoorbeeld de personalia van verdachten en de delictenwaarvoor proces-verbaal is opgemaakt. Daarnaast kan een strafdossierachtergrondinformatie bevatten van een verdachte, zoals een uittrekselvan de Justitiële Documentatiedienst of een rapport van de Reclassering.De verwerking van strafvorderlijke gegevens over iemands godsdienst oflevensovertuiging, ras, politieke gezindheid, gezondheid, seksuele leven,en persoonsgegevens betreffende het lidmaatschap van een vakver-eniging vindt slechts plaats in aanvulling op de verwerking van anderestrafvorderlijke gegevens en voor zover dit voor het doel van deverwerking onvermijdelijk is.Vraag (101):Kunt u aangeven hoeveel fte’s gebruikt worden in de bestrijding vancybercriminaliteit? Kunt u dit uitsplitsen per dienst?Antwoord:Deze gevraagde gegevens zijn niet beschikbaar en slechts met een groteinspanning bij benadering vast te stellen. De kosten die de Staat maakt, ende ambtenaren die ingezet worden in de bestrijding van cybercrime, zijnop allerlei manieren verweven met kosten die voor de bestrijding vanandere criminaliteit worden gemaakt. Er zijn wel enkele (onderdelen van)diensten die primair worden ingezet tegen cybercrime. Maar in hetovergrote deel van de gevallen is dat niet het geval. Ter toelichting eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2931 voorbeeld: een digitaal rechercheur die onderzoek doet naar een moord(een «offline» delict), waarbij relevante locatiegegevens op digitalegegevensdragers zijn vastgelegd, kan in een ander onderzoek betrokkenzijn bij de bestrijding van een cyberdelict. Voor wat betreft het aandeelvan de politie wordt verwezen naar de beantwoording van vraag 50.Vraag (102):Kunt u aangeven wat de totale schade is die veroorzaakt is doorcybercriminaliteit?Antwoord:De exacte gegevens over schade veroorzaakt door cybercriminaliteit zijnniet beschikbaar. Wel is zeker dat het om miljarden euro’s gaat. Er wordenonline door verschillende organisaties bedragen genoemd. De bron vaneen aantal van deze vermeldingen is vermoedelijk een meer dan tien jaaroud onderzoek. Gelet op de verandering en toename van cybercrime, lijkthet onwaarschijnlijk dat dit actuele waarde heeft. Er is geen actueelonderzoek beschikbaar; bruikbare cijfers voor 2024 zijn er derhalve niet.Een goede berekening vereist de beschikbaarheid van veel verschillendetypen informatie, die actueel moet zijn, van verschillende typen slacht-offers (bedrijven en burgers), afgebakend naar cybercrime, en niet allegedigitaliseerde criminaliteit. Ook zou meegewogen moeten worden watwordt uitgegeven aan preventieve maatregelen tegen cybercrime, en watdesondanks aan schade ontstaat.Vraag (103):Kunt u aangeven hoe het afschaffen van eigen kleding recidive in de handzou kunnen spelen? Kunt u een onderbouwde analyse geven?Antwoord:Er zijn onderzoeken waaruit blijkt dat het dragen van eigen kleding [indetentie] kan bijdragen aan een (niet-criminele) identiteit,7 en uiteindelijkaan een betere sociale re-integratie.8 Dit zijn belangrijke factoren bij hetterugdringen van recidive. Er zijn JenV geen studies bekend die direct delink tussen enerzijds het dragen dan wel afschaffen van eigen kleding [indetentie] en anderzijds het verminderen van recidive hebben onderzocht.Vraag (104):Hoeveel wordt er jaarlijks uitgegeven aan juridische bijstand? Kunt u ditnaar de bekende gegevens verdelen?Antwoord:Zie de tabel voor de beantwoording van de vraag.Overzicht jaarlijkse uitgaven rechtsbijstand 2021 tot 2026, uitgesplitst (x € 1 miljoen)RealisatieBegroting1202120222023202420252026Strafzaken (ambtshalve)26297110111112111Strafzaken (regulier)557769767777Civiele zaken129176172202200198Bestuursrechtelijke zaken414548373838Piketdiensten444144515151Lichte adviestoevoeging2233337Smiley, C.J. & Middlemass, K.M. (2016). Clothing makes the man: Impression management andprisoner reentry. Punishment and Society, 18(2), 220–243.8Snacken, S., Devynck, C. & Uzieblo, K. (2022). Dignity, Social Reintegration of Prisoners, andthe New Penal Power: European Human Rights, Experiences of Belgian Prisoners, andProfessional Practices. International Journal of Offender Therapy and Comparative Crimi-nology, 66(9), Intl Journal of Offender Therapy and Comparative Criminology, 66(9), 980–1000.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2932 RealisatieBegroting1202120222023202420252026Asiel3486383868887Het Juridisch Loket261933393333Overige4262051352721Uitvoeringslasten Rechtsbijstand262728303030Totaal uitgaven54585696426726596501 Zie ook Begroting Justitie en Veiligheid 2025, pagina 58.2 Een ambtshalve toevoeging is een toewijzing door de rechter van een advocaat die kosteloos rechtsbijstand verleent aan verdachten, vreemde-lingen of psychiatrische patiënten die in bewaring zijn gesteld zonder dat zij daartoe zelf een verzoek hoeven indienen.3 De uitgaven voor rechtsbijstand op het rechtsgebied asiel betreffen uitgaven voor asieltoevoegingen en overige uitgaven zoals voor tolk- envertaalwerkzaamheden.4 Rogatoire commissie, inning en restitutie, investeringen/ implementatiekosten.5 Het artikelonderdeel 32.2 met betrekking tot rechtsb(stand van de begroting van het Ministerie van Justitie en Veiligheid bestaat uit meerdereuitgaven. Naast de uitgaven aan het stelsel voor gesubsidieerde rechtsb(stand hebben de uitgaven betrekking op onder andere het Registerbeëdigde tolken en vertalers (Rbtv), Europees Consumenten Centrum (ECC), Online geschillenbeslechting (ODR) en uitgaven aan gerechtsdeur-waarders voor toevoegingszaken. In deze tabel z(n deze uitgaven aan Rbtv en gerechtsdeurwaarders voor toevoegingszaken buiten beschouwinggelaten. Vraag (105):Kunt u rapporten en onderzoeken aanwijzen die tot de conclusie komendat de introductie van gevangenisuniformen tot recidive zou kunnenleiden?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 103.Vraag (106):Kunt u rapporten en onderzoeken aanwijzen die het feit ondersteunen datharder straffen zorgt voor minder recidive?Antwoord:Het WODC heeft aangegeven geen onderzoek te kennen dat de veronder-stelling ondersteunt dat harder straffen zorgt voor minder recidive.Vraag (107):Kunt u aangeven of en welke Europese landen vanwege personeels-gebrek, een «detentievakantie»-strategie hanteren om meer cellen vrij tekrijgen?Antwoord:In de beantwoording wordt er vanuit gegaan dat met de term «detentieva-kantie» gedoeld wordt op het huidige capaciteitsverlof. Gedetineerdenkomen hier alleen voor in aanmerking bij straffen tot een jaar voormaximaal een derde van hun straf. Daarbij gelden strenge voorwaardenwaaronder elektronisch toezicht. Bekend is dat meerdere Europese landente maken hebben met capaciteitstekorten. Verschillende Europese landenhebben maatregelen genomen om capaciteit in gevangenissen vrij tespelen door gedetineerden niet hun gehele straf binnen de gevangenis-muren uit te laten zitten. Welke rol personeelsgebrek daarbij speelt en hoehet juridische kader er uit ziet is bij het Ministerie van Justitie enVeiligheid in de meeste gevallen niet bekend. Het is daarmee ook nietmogelijk om te duiden in welke mate deze maatregelen vergelijkbaar zijnmet het in Nederland gehanteerde capaciteitsverlof onder elektronischtoezicht. In algemene zin kan worden gesteld dat in verschillendeEuropese landen elektronisch toezicht of elektronische detentie wordttoegepast.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2933 Met betrekking tot het Verenigd Koninkrijk kan worden genoemd dat dehuidige regering direct na haar aantreden vergaande maatregelen heeftgenomen omdat de gevangeniscapaciteit vrijwel volledig in gebruik was.Het ging hierbij vooral om een gebrek aan fysieke gevangeniscellen, maartegelijk speelt ook het probleem van voldoende personeel om gevange-nissen veilig te houden. Om snel celcapaciteit vrij te maken is besloten ombij een groot aantal gestraften de uit te zitten detentietermijn, te vermin-deren van 50% naar 40%.Vraag (108):Kunt u aangeven waarom lager straffen recidive kan voorkomen?Antwoord:Vrijheidsstraffen onderbreken de levensloop van burgers. Zij lopendaardoor kans dat zij hun werk, uitkering, onderdak, etc. kwijtraken (soms«detentieschade» genoemd). Uit het WODC-rapport «Korte detenties»blijkt dat hoe korter de duur van de vrijheidsstraf, hoe minder onbedoeldenadelige effecten van detentie worden verwacht.9 Zie ook de brief van deSJenV van 12 september 2024 over de 7e Monitor nazorgex-gedetineerden.10Vraag (109):Wat zijn de recidivecijfers, uitgesplitst naar kleinst mogelijke subgroep,per delict?Antwoord:In de tabel, afkomstig uit de meest recente recidivemonitor van het WODC(periode 2010–2022) van 13 december 2023, staan de recidivecijfers vangedetineerden die in 2011 uit de gevangenis zijn gekomen, uitgesplitst pertype delict.Recidive van gedetineerden die in 2011 uit de gevangenis zijn gekomen, uitgesplitstper type delictType delict2 jaar5 jaar10 jaarGeweld6.34450,7%67,1%74%Zeden53325,1%36,3%41,7%Vermogen met geweld2.38456,8%73,3%79,9%Vermogen zonder geweld10.64457,5%69,7%74,9%Vernieling, lichte agressie en openbareorde4.26754,1%69%76,2%Drugs3.73731,4%46,6%53,4%Verkeer4.35642,9%59,7%67,8%Overig2.81151,9%68,3%75,2%Bron: Tweejaarlijkse recidivemonitor van het WODC, periode 2010–2022, 13 december 2023 Vraag (110):Kunt u aangeven uit onderzoeken of peilingen hoeveel slachtoffers vanmisdrijven een genoegdoening ervaren van de straf die de veroordeeldeopgelegd heeft gekregen?Antwoord:Er zijn geen onderzoeken of peilingen bekend over door slachtofferservaren genoegdoening van de specifieke in hun zaak aan de daderopgelegde straf. Wel blijkt uit onderzoek dat het antwoord op de vraag ofslachtoffers genoegdoening ervaren, afhangt van verschillende factoren.Soms gaat het om vergelding, maar er zijn ook slachtoffers die waarheids-9Kamerstukken II, 2022/23, 29 279, nr. 811.10Kamerstukken II, 2024/25, 29 270, nr. 158Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2934 vinding, compensatie, oprechte excuses, of rehabilitatie van de daderbelangrijker vinden dan de (hoogte van de) straf.11Vraag (111):Kunt u aangeven of de samenleving het huidige stafrechtstelsel goedvindt functioneren?Antwoord:Een goed functionerend strafrechtstelsel is van groot belang voor hetvertrouwen van burgers in de rechtstaat. Er is geen onderzoekbeschikbaar dat inzicht biedt in de mate van waardering door de samen-leving van het huidige strafrechtstelsel in zijn geheel. Wel verschijntjaarlijks de publicatie Criminaliteit en Rechtshandhaving van het WODC enhet CBS. Hierin wordt een zeer uitgebreid overzicht gegeven van decijfermatige ontwikkelingen in de criminaliteitscijfers en de verwerkingdaarvan door de organisaties in de strafrechtketen.12Daarnaast verschijnt tweejaarlijks de veiligheidsmonitor, waarin naastervaringen van burgers op het gebied van (on)veiligheid ook de tevre-denheid van burgers over diverse aspecten van hun ervaring met depolitie wordt onderzocht. Volgens de Veiligheidsmonitor 2023 is 65procent van de ondervraagden tevreden of zeer tevreden over decontacten met politie in verband met aangifte of melding in de eigengemeente en 17% ontevreden of zeer ontevreden. In 2021 was dat resp. 64procent en 18 procent.Ook laat de Raad voor de rechtspraak periodiek een klantwaarderingson-derzoek uitvoeren. Uit deze onderzoeken blijkt steevast een hogewaardering voor de deskundigheid van de rechter.13Door te zorgen voor tijdig, eerlijk en effectief recht werkt de strafrecht-keten aan het verbeteren van het presterend vermogen van de strafrecht-keten en daarmee ook aan het versterken van het vertrouwen van deburger. Verwachtingenmanagement is daarbij echter belangrijk, wantonder andere door personeelskrapte kunnen de ketenorganisaties niet alleverwachtingen waarmaken en moet er ook deprioritering van sommigetypen strafzaken plaatsvinden.Vraag (112):Kunt u aangeven hoeveel capaciteit een landelijke aanpak preventieffouilleren zou kosten?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 116.Vraag (113):Kunt u aangeven hoe het bestaan en gebruik van gevangenisuniformen inde wet van het Verenigd Koninkrijk (VK) vormgegeven is? Kunt u daarbijnoemen in welke wet en in welk artikel dit staat?Antwoord:In het Verenigd Koninkrijk bieden de Prison Act uit 1952 en verschillendedaaropvolgende Prison Rules het kader voor het gevangeniswezen,inclusief de rechten en het welzijn van gedetineerden. De wet en regelshebben betrekking op essentiële zaken waaronder kleding.11Bron: B.A.M van Stokkum «Genoegdoening & redelijkheid. Over de grenzen van slachtoffe-remancipatie» (2019). ISBN 978946236973312Kamerstukken II, 2024–2025, 33 173, nr. 25.13https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/landelijke-rapportage-KWO-2017.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2935 De Prison Act 1952 vereist, samen met de Gevangenisregels van 1999, datgevangenen adequate en geschikte kleding krijgen. De regels bepalen dat:•Elke gedetineerde moet schone en geschikte kleding krijgen, aange-past aan de fysieke behoeften, het klimaat en de aard van hetgevangeniswerk.•Vrouwelijke gedetineerden, minderjarigen en kwetsbare groepenhebben specifieke bescherming om ervoor te zorgen dat hun kledingvoldoet aan de normen voor waardigheid en veiligheid.•Gedetineerden mogen hun eigen kleding dragen als dat gepast engoedgekeurd is, vooral voor voorarrestanten die nog niet veroordeeldzijn.Vraag (114):Kunt u aangeven wanneer gevangenisuniformen in het VK geïntroduceerdzijn, en of zij het recht van eigen kleding gekend hebben of het nog steedskennen?Antwoord:De Prison Act uit 1865 voorzag in een uniform voor gevangenen in hetVerenigd Koninkrijk. De huidige Prison Act uit 1952 voorziet in het leverenvan kleding voor gevangenen. Indien gevangen dat wensen hebben zij hetrecht om eigen kleding te dragen. De regels hieromtrent verschillen pergevangenis.Het dragen van eigen kleding is een incentivebeleid waarbij het aangevangenisdirecteuren is om dit privilege toe te kennen, als beloning voorgoed gedrag en deelname aan het gevangenisregime.Vraag (115):Kunt u aangeven of het recht op eigen kleding in het VK gelimiteerd is aankledingvoorwaarden? Welke?Antwoord:Wanneer er eigen kleding gedragen mag worden, zijn er voorwaarden aanverbonden. Niet toegestaan zijn:•Zwarte kleding, behalve leggings;•Kleding met capuchon;•Kleding bedrukt met beledigende of provocatieve teksten of prints,evenals kleding die een club of land vertegenwoordigen;•Kleding die sterk gevoerd of gewatteerd is;•Hoofddeksels die ook het gezicht deels of geheel bedekken;•Hoofdeksels die lijken op of deel uitmaken van een uniform.Zie ook het antwoord op vraag 113.Vraag (116):Kunt u aangeven wat een landelijke aanpak preventief fouilleren zoukosten, wanneer de capaciteit voor andere taken in stand gelaten wordt?Antwoord:Preventief fouilleren is een lokale verantwoordelijkheid. De burgemeesterkan besluiten tot preventief fouilleren, op voorwaarde dat hiertoe debevoegdheid is verleend bij de gemeentelijke verordening. De preventieffouilleeracties worden uitgevoerd door operationele politiemensen in debetreffende politie-eenheid. De mate van inzet is een afweging binnen hetgeheel aan werk en prioriteiten. Die afweging wordt eveneens op lokaalniveau gemaakt. Extra inzet op preventief fouilleren gaat niet gepaard metextra personele kosten, maar wel ten koste van andere taken.Vraag (117):Kunt u aangeven welk misdrijf het meest vaak voorkomt in het VK?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2936 Antwoord:In het Verenigd Koninkrijk staat fraude als nummer 1 op de lijst van top 5van meest voorkomende misdrijven in het jaar 2023–2024, met 3.560.000geregistreerde gevallen.14Vraag (118):Kunt u aangeven hoe hoog het totale percentage recidive is in het VK?Kunt u naast het percentage ook de bijbehorende cijfers noemen?Antwoord:Het Ministerie van JenV beschikt niet over deze informatie.Vraag (119):Kunt u aangeven hoe hoog het percentage recidive is van geweldsmis-drijven in het VK? Kunt u naast het percentage ook de bijbehorende cijfersnoemen?Antwoord:Het Ministerie van JenV beschikt niet over deze informatie.Vraag (120):Kunt u aangeven hoe hoog het percentage recidive is van vuurwapenmis-drijven in het VK? Kunt u naast het percentage ook de bijbehorende cijfersnoemen?Antwoord:Het Ministerie van JenV beschikt niet over deze informatie.Vraag (121):Kunt u aangeven hoe hoog het percentage recidive is van drugsmisdrijvenin het VK? Kunt u naast het percentage ook de bijbehorende cijfersnoemen?Antwoord:Het Ministerie van JenV beschikt niet over deze informatie.Vraag (122):Wat is de exacte definitie van femicide die het uw ministerie hanteert enkunt u deze vergelijken met door andere instanties gebruikte definities?Antwoord:De definitie luidt als volgt: dodelijk gendergerelateerd geweld tegenvrouwen. Voor zover bekend hanteren de ketenpartners die betrokken zijnbij het plan van aanpak «Stop Femicide!» geen andere definitie. Ook deVerenigde Naties gebruikt deze omschrijving.15 Het betreft dodelijkgeweld dat vrouwen wordt aangedaan op basis van hun gender,biologisch geslacht, genderidentiteit of genderexpressie. Dit omvat ookdodelijk geweld dat personen van het vrouwelijk geslacht, of mensen diezich als vrouw identificeren en/of zich als zodanig uiten, in onevenredigemate treft. In het genoemde plan van aanpak ligt de nadruk op vormenvan (dodelijk) geweld waarbij de dader een (ex-)partner of familielid is.Vraag (123):Kunt u het recidivecijfer van het VK naast het recidivecijfer van Nederlandleggen?14Bron: Office for Nationals Statistics, Crime Survey for England and Wales, geraadpleegd op24 oktober 2024, Crime in England and Wales – Office for National Statistics (ons.gov.uk)15Bron: VN-website Gender-Related Killings of Women and Girls (Femicide/Feminicide)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2937 Antwoord:Het Ministerie van JenV beschikt niet over deze informatie.Vraag (124):Kunt u aangeven hoe het bestaan en gebruik van gevangenisuniformen inde Finse wet vormgegeven is? Kunt u daarbij aangeven in welke wet en inwelk artikel dit staat?Antwoord:Kledingvoorschriften zijn vastgelegd in de Finse Imprisonment Act. InDeel 3, sectie 2, staan artikelen die het gebruik van kleding nadertoelichten. Ook op de website van de «Prison and Probation Service ofFinland» staan de kledingvoorschriften nader toegelicht. In principedragen gedetineerden zowel in een open als gesloten inrichting eigenkleding. Wel kunnen in een gesloten inrichting beperkingen wordenopgelegd op grond van behoud van orde, veiligheid en toezicht.Vraag (125):Kunt u aangeven wanneer gevangenisuniformen in Finland geïntrodu-ceerd zijn, en of zij het recht van eigen kleding gekend hebben of het nogsteeds kennen?Antwoord:Zoals uiteengezet in het antwoord op vraag 124 dragen gedetineerden inprincipe eigen kleding.Vraag (126):Kunt u aangeven of het recht op eigen kleding in Finland gelimiteerd isaan kledingvoorwaarden? Welke?Antwoord:Kleding dient eenvoudig te inspecteren te zijn en er zijn beperkingen aande hoeveelheid kleding vanwege inspecties, brandveiligheid en de ruimtedie het inneemt. Indien een gedetineerde geen eigen kleding heeft, wordtmen hierin voorzien. Waar speciale kleding is vereist voor werkzaam-heden, wordt hierin door de gevangenis voorzien. Gevangenen zijn zelfverantwoordelijk voor het onderhoud van hun kleding.Vraag (127):Kunt u aangeven welk misdrijf het meest voorkomt in Finland?Antwoord:Diefstal en verkeersmisdrijven zijn de voorkomende misdrijven in Finland.Vraag (128):Kunt u aangeven hoe hoog het totale percentage recidive is in Finland?Kunt u naast het percentage ook de bijbehorende cijfers noemen?Antwoord:Het Ministerie van JenV beschikt niet over deze informatie.Vraag (129):Kunt u aangeven hoe het kan dat uw ministerie wel femicidecijferspresenteert, maar er geen cijfers zijn over detentie van femicideplegers?Antwoord:Het Ministerie van Justitie en Veiligheid beschikt op dit momentinderdaad niet over cijfers over het aantal gedetineerde femicideplegers.De cijfers die in het plan van aanpak «Stop femicide!» zijn gepresenteerdbetreffen cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek over moord- enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2938 doodslag op vrouwen door een (ex-)partner, een ouder of een anderfamilielid. Deze cijfers zijn geen exacte weergave van de omvang vanfemicide in Nederland volgens de gehanteerde definitie van femicide:dodelijk gendergerelateerd geweld tegen vrouwen.Dit jaar is het Openbaar Ministerie begonnen met de registratie vangeweldsdelicten (waaronder moord en doodslag) waarbij vrouwen hetslachtoffer zijn. Op termijn zal het mogelijk worden om, op basis vangegevens van het OM en de Rechtspraak, in kaart te brengen hoeveelveroordelingen hebben plaatsgevonden voor een fataal geweldsdelicttegen vrouwen, en hoe vaak een vrijheidsstraf is opgelegd. Op basis vanenkel deze registratiedata zal echter niet in kaart gebracht kunnen wordenin welke mate het gaat om fataal gendergerelateerd geweld tegenvrouwen. De motieven van de verdachten worden immers niet geregis-treerd, dat zou nader kwalitatief dossieronderzoek vergen.De recent gestarte registratie van vrouwelijke slachtoffers door het OMgebeurt handmatig; voordat er registratiecijfers met uw Kamer kunnenworden gedeeld, moet het OM eerst nagaan of de registratie goedplaatsvindt binnen de organisatie en of deze gegevens daarmeebetrouwbaar en valide zijn.Vraag (130):Kunt u aangeven hoe hoog het percentage recidive is van geweldsmis-drijven in Finland? Kunt u naast het percentage ook de bijbehorendecijfers noemen?Antwoord:Het Ministerie van JenV beschikt niet over deze informatie.Vraag (131):Kunt u aangeven hoe hoog het percentage recidive is van vuurwapenmis-drijven in Finland? Kunt u naast het percentage ook de bijbehorendecijfers noemen?Antwoord:Het Ministerie van JenV beschikt niet over deze informatie.Vraag (132):Kunt u aangeven hoe hoog het percentage recidive is van drugsmisdrijvenin Finland? Kunt u naast het percentage ook de bijbehorende cijfersnoemen?Antwoord:Het Ministerie van JenV beschikt niet over deze informatie.Vraag (133):Kunt u het recidivecijfer van Finland naast het recidivecijfer van Nederlandleggen?Antwoord:Het Ministerie van JenV beschikt niet over deze informatie.Vraag (134):Kunt u een overzicht verschaffen van de mee- en tegenvallers in deafpakketen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2939 Antwoord:In 2024 is er alleen sprake van een tegenvaller van naar verwachting249,5 miljoen euro. Deze lagere afpakopbrengsten worden verklaarddoordat op dit moment geen grote schikkingen zijn voorzien.Voor 2025 en verdere jaren kan uiteraard nu niet worden aangegeven of ermee- of tegenvallers zullen gaan voordoen.Vraag (135):Kunt u aangeven waarom het recidivecijfer in Finland laag is, terwijl zewel een hard detentieregime hanteren en gevangenisuniformen hebben?Antwoord:Het Ministerie van JenV beschikt niet over informatie om een analyse tekunnen geven over de achtergrond van het recidivecijfer in Finland. In hetalgemeen kan worden gemeld dat Finland geen gevangenisuniform kent,zoals uiteengezet in het antwoord op vraag 124. In het detentieregime vanFinland ligt de nadruk op «gentle justice». Re-integratie is een belangrijkaspect. Het systeem heeft zowel open als gesloten detentiefaciliteiten.Vraag (136):Kunt u aangeven hoe het bestaan en gebruik van gevangenisuniformen inde Poolse wet vormgegeven is? Kunt u daarbij aangeven in welke wet enin welk artikel dit staat?Antwoord:Polen kent geen gevangenisuniformen. Slechts gedetineerden die in decategorie «gevaarlijk» vallen (tussen de 100 en 200 personen in het heleland) dragen een oranje overall. Als gedetineerden zelf niet overvoldoende kleding beschikken, krijgen zij die in de gevangenis waar zijverblijven. Gedetineerden die werk verrichten krijgen speciale kledingindien het soort werk dit vereist. Dat gedetineerden indien nodig kledingkrijgen is bepaald in de «Verordening van de Minister van Justitie van19 december 2016 inzake de verblijfsomstandigheden van gevangenenvan gevangenissen en huizen van bewaring».Vraag (137):Kunt u aangeven wanneer gevangenisuniformen in Polen geïntroduceerdzijn, en of zij het recht van eigen kleding gekend hebben of het nog steedskennen?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 136.Vraag (138):Kunt u aangeven of het recht op eigen kleding in Polen gelimiteerd is aankledingvoorwaarden? Welke?Antwoord:De regels met betrekking tot eigen kleding verschillen per gevangenis enstaan verwoord in het reglement van de betreffende gevangenis. Hetreglement wordt vastgesteld door de directeur van de gevangenis.Vraag (139):Kunt u aangeven welk misdrijf het meest voorkomt in Polen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2940 Antwoord:Oplichting is het meest voorkomende misdrijf in Polen.16Vraag (140):Kunt u aangeven hoe hoog het totale percentage recidive is in Polen?Kunt u naast het percentage ook de bijbehorende cijfers noemen?Antwoord:Het Ministerie van JenV beschikt niet over deze informatie.Vraag (141):Kunt u aangeven hoe hoog het percentage recidive is van geweldsmis-drijven in Polen? Kunt u naast het percentage ook de bijbehorende cijfersnoemen?Antwoord:Het Ministerie van Justitie en Veiligheid beschikt niet over dezeinformatie.Vraag (142):Kunt u aangeven hoe hoog het recidive percentage is van vuurwapenmis-drijven in Polen? Kunt u naast het percentage ook de bijbehorende cijfersnoemen?Antwoord:Het Ministerie van JenV beschikt niet over deze informatie.Vraag (143):Kunt u aangeven hoe hoog het percentage recidive is van drugsmisdrijvenin Polen? Kunt u naast het percentage ook de bijbehorende cijfersnoemen?Antwoord:Het Ministerie van JenV beschikt niet over deze informatie.Vraag (144):Kunt u het recidivecijfer van het Polen naast het recidive cijfer vanNederland leggen?Antwoord:Het Ministerie van JenV beschikt niet over deze informatie.Vraag (145):Kunt u aangeven hoe het bestaan en gebruik van gevangenisuniformen inde Zweedse wet vormgegeven is? Kunt u daarbij noemen in welke wet enin welk artikel dit staat?Antwoord:Kleding van een gedetineerden wordt in Zweden door de inrichtingverstrekt, met uitzondering van de gedetineerde die in voorlopigehechtenis verblijft. In het Reglement van de penitentiaire inrichting en hetalgemene advies over de gevangenis in paragraaf 13 is opgenomen dat:«Een gevangene moet worden voorzien van kleding, schoenen,beddengoed, handdoeken en basisartikelen voor persoonlijke hygiëne.Indien nodig kan de uitrusting echter worden beperkt om te voorkomendat de gedetineerde zichzelf ernstig verwondt.»16Bron: Instituut van de Rechtspraak Polen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2941 Vraag (146):Kunt u aangeven wanneer gevangenisuniformen in Zweden geïntrodu-ceerd zijn, en of zij het recht van eigen kleding hebben gekend of het nogsteeds kennen?Antwoord:Het is in Zweden in ieder geval sinds 2011 tot op heden voor gedeti-neerden niet meer toegestaan om eigen kleding te dragen, met uitzon-dering van gedetineerden in voorlopige hechtenis. Zij hebben het rechteigen kleding te dragen.Vraag (147):Kunt u aangeven of het recht op eigen kleding in Zweden gelimiteerd isaan kledingvoorwaarden? Welke?Antwoord:Gedetineerden die zich in voorlopige hechtenis bevinden mogen eigenkleding dragen, mits deze kleding is goedgekeurd door de zogehetenCorrectionele Dienst. Alle overige gedetineerden moeten kleding dragendie wordt verstrekt door de Gevangenisdienst. De gedetineerde heeft dekeuze uit verschillende kleding zoals joggingbroeken, truien, broeken,rokken, overhemden en gymschoenen.Vraag (148):Kunt u aangeven welk misdrijf het meest voorkomt in Zweden?Antwoord:Van de in 2023 gemelde misdrijven in Zweden, zijn diefstal en berovinggoed voor 25% van de gevallen, misdrijven tegen personen voor 20%,fraude 16% en vandalisme 14%.17Vraag (149):Kunt u aangeven hoe hoog het totale percentage recidive is in Zweden?Kunt u naast het percentage ook de bijbehorende cijfers noemen?Antwoord:Het Ministerie van JenV beschikt niet over deze informatie.Vraag (150):Kunt u aangeven hoe hoog het totale percentage recidive is in Zweden?Kunt u naast het percentage ook de bijbehorende cijfers noemen?Antwoord:Het Ministerie van JenV beschikt niet over deze informatie.Vraag (151):Kunt u aangeven hoe hoog het percentage recidive is van geweldsmis-drijven in Zweden? Kunt u naast het percentage ook de bijbehorendecijfers noemen?Antwoord:Het Ministerie van JenV beschikt niet over deze informatie.Vraag (152):Kunt u aangeven hoe hoog het percentage recidive is van vuurwapenmis-drijven in Zweden? Kunt u naast het percentage ook de bijbehorendecijfers noemen?17Bron: Statistikrapport anmälda brott 2023 (bra.se)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2942 Antwoord:Het Ministerie van JenV beschikt niet over deze informatie.Vraag (153):Kunt u aangeven hoe hoog het percentage recidive is van drugsmisdrijvenin Zweden? Kunt u naast het percentage ook de bijbehorende cijfersnoemen?Antwoord:Het Ministerie van JenV beschikt niet over deze informatie.Vraag (154):Welke informatie betreffende bijvoorbeeld de achtergrond of herkomstvan gedetineerden ontbreekt er om een goede demografische weergavevan de gevangenispopulatie vast te kunnen stellen?Antwoord:De verantwoordelijkheid voor de vastlegging en weergave van demogra-fische gegevens van de populatie in Nederland (waaronder de gedeti-neerden populatie) is een verantwoordelijkheid van het CBS. DJI maaktzelf geen demografische weergaven ten aanzien van de achtergrond ofherkomst van gedetineerden.Vraag (155):Kunt u het recidivecijfer van Zweden naast het recidive cijfer vanNederland leggen?Antwoord:Het Ministerie van JenV beschikt niet over deze informatie.Vraag (156):Kunt u aangeven in welke systemen, die te maken hebben met destrafrechtketen, de migratieachtergrond bijgehouden wordt?Antwoord:De belangrijkste systemen die de strafrechtketen ondersteunen zijn deStrafrechtketendatabank (SKDB) en het Justitieel Documentatie Systeem(JDS). Deze systemen worden beheerd door de Justitiële Informatiedienst.In deze systemen worden justitiële gegevens van een verdachte ofveroordeelde opgeslagen, zoals nationaliteit(en), geboorteplaats en -land.De migratieachtergrond als zodanig wordt niet in deze systemenbijgehouden.De strafrechtketen maakt ook gebruik van gegevens uit de BasisVoorziening Vreemdelingen (BVV), het centrale vreemdelingen administra-tiesysteem in de migratieketen. Dit systeem wordt beheerd door deImmigratie- en Naturalisatiedienst. Het BVV bevat basisgegevens vanvreemdelingen die een relatie hebben met de Nederlandse overheid in hetkader van de Vreemdelingenwet 2000. Dit betreft onder meer gegevenszoals het verblijfsrecht. Deze gegevens worden beschikbaar gesteld aande strafrechtketen vanuit de SKDB, die hiervoor een koppeling met deBVV legt.Vraag (157):Kunt u een volledige argumentatie geven waarom de migratieachtergrondniet bijgehouden wordt bij bijvoorbeeld de DJI?Antwoord:DJI legt alleen die gegevens vast die noodzakelijk voor de tenuitvoer-legging van straffen en maatregelen. Het registreren van een migratieach-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2943 tergrond draagt daar niet aan bij en mag dan ook niet geregistreerdworden in het kader van de vrijheidsbeneming.Vraag (158):Kunt u aangeven waarom het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)migratieachtergrond niet meer in hun cijfers laat zien?Antwoord:In 2022 heeft het CBS besloten om over te gaan op een nieuwe indelingvan de bevolking naar herkomst, ter vervanging van de indeling naarmigratieachtergrond. CBS is een zelfstandig bestuursorgaan (zbo) onderhet Ministerie van EZ en is daarmee onafhankelijk.CBS geeft aan dat de achtergrond van dit besluit was dat de indeling vanmigratieachtergrond in westers en niet-westers achterhaald en niet meergoed uit te leggen was. Daarnaast werd het door een deel van de mensenals stigmatiserend ervaren. De Wetenschappelijke Raad voor Regerings-beleid (WRR) adviseerde de regering in 2021 om afscheid te nemen vande termen westers en niet-westers.In 2021 had het CBS al een Afwegingskader Migratie- en Integratiestatis-tieken opgesteld waarin werd aangegeven wanneer het CBS het omonderzoeksredenen nodig vindt om statistische informatie te publicerenover herkomst, migratieachtergrond, geboorteland of nationaliteit. Daarinwas al aangegeven dat in het vervolg daarop ook naar de classificatie vanwesters/niet-westers gekeken zou worden.De nieuwe herkomstindeling is tot stand gekomen na een weloverwogenproces. Het CBS heeft het besluit tot een nieuwe indeling genomen nazorgvuldige consultatie van verschillende betrokken externe partijen, zoalsvertegenwoordigers van belangengroepen van migranten, de WRR,ministeries, universiteiten, planbureaus, consultancybureaus en de politie.In de nieuwe herkomstindeling wordt eerst onderscheid gemaakt tussenmensen die in het buitenland geboren zijn en in Nederland geboren zijn.Vervolgens wordt binnen de groep mensen die in Nederland geboren zijnnog onderscheid gemaakt tussen mensen waarvan de ouders ook inNederland geboren zijn en mensen met ouders die in het buitenlandgeboren zijn (de tweede generatie). De landen van herkomst zijningedeeld naar werelddeel. Daarbij worden landen waar de afgelopendecennia veel migranten vandaan kwamen apart getoond. Verder kan deindeling van landen afhankelijk zijn van het onderwerp, zoals eenonderzoek naar Europese arbeidsmigratie. Dan wordt verder ingezoomdop afzonderlijke landen in Europa.In 2022 tot en met 2024 is bij vrijwel alle nieuwe publicaties en updatesvan bestaande StatLine tabellen overgegaan op de nieuwe herkomstin-deling.Vraag (159):Kunt u tot in detail aangeven wat er tussen 2022 en nu gebeurd is datmigratieachtergrond niet meer voorkomt in de cijfers van het CBS?Antwoord:In 2022 tot en met 2024 is bij vrijwel alle nieuwe publicaties en updatesvan bestaande StatLine tabellen overgegaan op de nieuwe herkomstin-deling. Het CBS heeft alle statistieken beoordeeld volgens het Afwegings-kader Migratie- en Integratiestatistieken en bij een positieve uitkomst is denieuwe herkomstindeling geïmplementeerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2944 Volgens het CBS betekent dit in de praktijk dat vrijwel alle onderwerpendie voorheen beschikbaar waren naar migratieachtergrond nog steedsbeschikbaar zijn naar herkomst.Vraag (160):Kunt u aangeven wie verantwoordelijk is voor het besluit bij het CBS ommigratieachtergrond niet meer bij te houden?Antwoord:Het is een misverstand dat het CBS migratieachtergrond niet meer zoubijhouden. Wel is de standaard indeling westers- niet westers losgelatenen vervangen door een meer flexibele en verfijnder indeling.De directeur-generaal van het CBS heeft dit besluit genomen nazorgvuldige consultatie van betrokken externe partijen, zoals vertegen-woordigers van belangengroepen van migranten, de WetenschappelijkeRaad voor Regeringsbeleid, ministeries, universiteiten, planbureaus,consultancybureaus en de politie.Als zelfstandig bestuursorgaan (zbo) voert het CBS overheidstaken uit,maar valt het niet direct onder het gezag van een ministerie. De Ministervan Economische Zaken is politiek verantwoordelijk voor wetgeving en definanciële en organisatorische randvoorwaarden rond het CBS.Vraag (161):Klopt het dat een drive through alcoholverkoopplek momenteel verbodenis? Uit welke wet- en regelgeving volgt dat? Hoe zit dit bij drive throughcoffee shops? Hoe zou de wet- en regelgeving aangepast moeten wordenom drive through coffeeshops te verbieden?Antwoord:Het antwoord op de vraag met betrekking tot drive through verkoop-plekken voor alcohol komt van de Staatssecretaris van Jeugd, Preventieen Sport, die verantwoordelijk is voor de Alcoholwet. Er is aangegevendat drive through alcoholverkoopplekken niet zijn toegestaan op grondvan de Alcoholwet.Wat betreft coffeeshops geldt dat bij wet elke vorm van verkoop vansoftdrugs verboden is. Om die reden bevat de wet- en regelgeving geeneisen over de verkoop van soft drugs door een coffeeshop. Mits coffee-shops die lokaal zijn toegestaan, zich houden aan de zogeheten AHOJGI-criteria uit de Aanwijzing Opiumwet van het College van procureurs-generaal (zie paragraaf 3.4) en eventueel lokaal vastgestelde eisen wordtde verkoop van hennep in die coffeeshops gedoogd. Dat geldt ook als hetgaat om een toegestane drive through coffeeshop.Vraag (162):Kunt u aangeven hoe en op welke manier migratieachtergrond toch weerbijgehouden wordt in de statistieken?Antwoord:CBS geeft aan dat in de nieuwe herkomstindeling eerst onderscheid wordtgemaakt tussen mensen die in het buitenland geboren zijn en inNederland geboren zijn. Vervolgens wordt binnen de groep mensen die inNederland geboren zijn nog onderscheid gemaakt tussen mensenwaarvan de ouders ook in Nederland geboren zijn en mensen met oudersdie in het buitenland geboren zijn (de tweede generatie).Het CBS realiseert zich dat het voor het maken van goed beleid en hetevalueren daarvan nodig is om doelgroepen te onderscheiden. Daarom isTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2945 het met de nieuwe herkomstindeling bij veel statistieken mogelijk omonderscheid te maken naar geboorteland en het geboorteland van diensouders.Volgens het CBS betekent dit in de praktijk dat vrijwel alle onderwerpendie voorheen beschikbaar waren naar migratieachtergrond nog steedsbeschikbaar zijn naar herkomst.Vraag (163):Kunt u aangeven vanuit welke hoek de meeste vrouwenhaat komt?Antwoord:Nee. Vrouwenhaat heeft geen eenduidige definitie en er zijn geen cijfersbeschikbaar die een betrouwbaar en volledig beeld geven over deomvang, de motieven en de kenmerken van de mensen die zich hierschuldig aan maken.Vraag (164):Kunt u aangeven welke rol mensen met een niet-westerse achtergrondspelen bij vrouwenhaat?Antwoord:Zie antwoord op vraag 163.Vraag (165):Kunt u aangeven waar in de begroting nog vrij te besteden ruimte zit?Antwoord:Er is geen vrij te besteden ruimte in de begroting. Bij elk van de beleidsar-tikelen is een tabel met de budgetflexibiliteit opgenomen, het aandeel vrijte besteden is daarbij 0%. Ook bij het apparaatsartikel 91 is geen vrij tebesteden ruimte. De middelen op het artikel 92 (Nog onverdeeld) zijn altoegewezen. Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 458.Vraag (166):Kunt u een verklaring geven waarom maar van gemiddeld enkelehonderden eerwraakgerelateerde delicten een zaak komt, terwijl erduizenden meldingen komen per jaar?Antwoord:Er zijn meerdere oorzaken. Zo bevatten niet alle meldingen strafbarefeiten. Ook kunnen er meerdere meldingen over één casus wordenontvangen. Daarnaast wordt niet bij elke casus een aangifte gedaan. Nietalle slachtoffers willen aangifte doen tegen een familielid.Vraag (167):Kunt u aangeven waarom Syriërs koploper zijn in eergerelateerde zaken?Antwoord:Het relatief grootste deel van eergerelateerde casuïstiek zoals bekend bijhet Landelijk Expertise Centrum Eergerelateerd Geweld (LEC EGG) speeltzich af tegen een Syrische etnische achtergrond. Er is ook sprake vaneergerelateerde casuïstiek in de regionale eenheden, waarvan de etnischeachtergrond niet wordt geregistreerd. De politie kan geen eenduidigeredenen aanwijzen waarom het relatief grootste deel van eergerelateerdecasuïstiek zoals bekend bij het LEC EGG zich afspeelt tegen een Syrischeetnische achtergrond.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2946 Vraag (168):Kunt u aangeven waarom er geen Nederlanders in het lijstje etniciteitstaan in de rapporten van het Landelijk Expertise Centrum EergerelateerdGeweld (LEC EGG)?Antwoord:Aangezien Nederlanders verschillende etniciteiten kunnen hebben, is denationaliteit niet opgenomen in het rapport. Wel komen in het jaarverslagvan het LEC EGG ook mensen zonder migratieachtergrond voor.Kenmerkend voor eergerelateerde zaken is groepsdruk. Dit komt ook voorin relatief gesloten gemeenschappen in onze samenleving waarbij er geensprake is van een migratieachtergrond.Vraag (169):Welke informatie betreffende bijvoorbeeld de achtergrond of herkomstvan gedetineerden ontbreekt er om een goede demografische weergavevan de gevangenispopulatie vast te kunnen stellen?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 154.Vraag (170):Kunt u in een tabel aangeven welke gevolgen de subsidietaakstelling uithet hoofdlijnenakkoord heeft voor de JenV-begroting?Antwoord:In de tabel een overzicht op welke budgetten de taakstelling op desubsidies is ingeboekt. Zie het antwoord op vraag 476 voor welkesubsidies precies geraakt worden.Regeling2025202620272028202931.3.4.20 / Subsidies: Opsporing–108–269–418–590–65731.3.4.21 / Subsidies: Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Politie–163–409–634–895–99731.3.4.29 / Subsidies: Overig–25–63–97–137–15332.2.4.20 / Subsidies: Stichting Geschillencommissies Consumentenzaken–36–90–140–197–22032.2.4.21 / Subsidies: Juridisch Loket–1.345–3.658–5.672–8.006–8.92832.2.4.29 / Subsidies: Overig–59–149–230–325–36232.3.4.20 / Subsidies: Rechtspleging–25–63–98–139–15432.3.4.21 / Subsidies: Wetgeving–58–146–226–320–35632.3.4.22 / Subsidies: Perspectief Herstelbemiddeling–94–237–369–527–58732.3.4.29 / Subsidies: Overig–265–660–1.018–1.432–1.59733.2.4.20 / Subsidies: Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)–155–387–601–848–94633.2.4.29 / Subsidies: Overig–564–1.345–1.931–2.726–3.04033.3.4.20 / Subsidies: Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)–23–58–90–127–14133.3.4.29 / Subsidies: Overig–253–612–949–1.340–1.49434.2.4.22 / Subsidies: Aanpak criminaliteitsfenomenen–199–456–708–1.000–1.11534.2.4.29 / Subsidies: Overig–54–132–205–289–32234.3.4.23 / Subsidies: Intra- en extramurale sanctie uitvoering–333–832–1.291–1.821–2.03134.3.4.24 / Subsidies: Stichting Reclassering Caribisch Nederland (BES)–83–209–324–457–50934.5.4.20 / Subsidies: Subsidies jeugdbescherming en jeugdsancties–1.158–2.887–3.327–6.990–4.18536.2.4.20 / Subsidies: Nederlands Rode Kruis–63–157–243–343–38236.2.4.21 / Subsidies: Nationaal Veiligheids- Instituut–26–65–101–143–16036.2.4.29 / Subsidies: Overig–117–294–456–644–717Eindtotaal–5.206–13.178–19.128–29.296–29.053 Vraag (171):Kunt u een overzicht geven van de budgettaire omvang van de Decentrali-satie Uitkering Uitstapprogramma’s Prostituees (DUUP)-gelden in deafgelopen jaren, en in de komende jaren? Welk gevolg heeft de subsidie-taakstelling voor deze gelden?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2947 Antwoord:Sinds 2021 worden de gelden voor de uitstapprogramma’s structureelgefinancierd. Dit betrof in 2021 en 2022 een bedrag van 4 miljoen euro.Vanaf 2023 wordt jaarlijks structureel 6 miljoen euro uitgekeerd aanachttien centrumgemeenten, naar rato van het inwoneraantal. Desubsidietaakstelling heeft vooralsnog geen gevolgen voor deDUUP-gelden, omdat het een decentralisatie-uitkering betreft.Vraag (172):Kunt u in een tabel aangeven welke middelen bestemd voor deJenV-begroting op de AP gereserveerd staan? Hoe veel daarvan isbestemd voor veiligheid, en meer specifiek wijkagenten?Antwoord:Op de Aanvullende Post staan middelen gereserveerd voor deJenV-begroting voor intensivering politie en de bredere veiligheidsketen.In de nota van wijziging die voor de begrotingsbehandeling naar deKamer wordt verstuurd, zal de onderverdeling van deze middelen wordenopgenomen. Zie de tabel hieronder.Bedragen in miljoen euro20252026202720282029Intensivering politie enbredere veiligheidsketen5075100100100 Vraag (173):Kunt u aangeven hoe vaak er door Dienst Vervoer en Ondersteuning(DV&O) een controle met speurhonden in een Penitentiaire inrichting (PI)is afgezegd wegens onverwachts capaciteitstekort?Antwoord:Het totaalaantal afzeggingen vanaf 1 januari tot en september 2024bedraagt 210. Er vindt geen registratie van de reden van afzegging plaats.Hierdoor kan een relatie met het capaciteitstekort niet vastgesteld worden.Vraag (174):Kunt u aangeven een kosten-batenanalyse geven van de aanpak vandrones bij PI’s?Antwoord:Nee, de baten zijn niet in kaart te brengen en zijn niet in geldwaardeerbaar. DJI probeert op alle mogelijke manieren te voorkomen datcontrabande de inrichtingen binnenkomt. Drones worden daarbij opverschillende manieren waargenomen en gedetecteerd, bijvoorbeeld doorpersoneel, door veiligheidspartners en via het dronedetectiesysteem vanDJI. Dit laatste systeem detecteert niet alleen, maar heeft ook afschrik-kende en daarmee preventieve werking. Het feit dát er detectie is maaktook dat mensen die contrabande willen binnen brengen een andere keuzemaken. Voornoemde punten samen maken een kosten-baten afwegingniet mogelijk.Vraag (175):Kunt u aangeven welke kosten er gepaard gaan met de koerswijziging vankliniek Veldzicht?Antwoord:Op dit moment kunnen de SJenV en de MAenM niet aangeven of en zo jawelke kosten er gepaard gaan met de koerswijziging ten aanzien van dedoelgroepen in CPT Veldzicht. Besluitvorming over de koers van deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2948 samenwerkingsafspraken tussen o.a. het COA en DJI vindt plaats zodraSJenV en MAenM zicht hebben op de uitkomsten van het onderzoek datmomenteel wordt uitgevoerd naar de zorg- en beveiligingsbehoefte vande COA-doelgroep en de alternatieven voor deze doelgroep. Uw Kamerwordt vóór 1 december – de einddatum van het huidige samenwerkings-convenant – bij brief geïnformeerd over relevante ontwikkelingen.Vraag (176):Kunt u aangeven hoeveel de opsporing van contrabande in PI’s metspeurhonden momenteel kost?Antwoord:De kosten voor de inzet van speurhonden bedragen op jaarbasis 2.567.565euro.Vraag (177):Kunt u aangeven hoeveel de opsporing van contrabande in PI’s metspeurhonden momenteel gemiddeld kost per vondst, uitgesplitst naarcategorie van de vondst?Antwoord:Een uitsplitsing van kosten per vondst of naar categorie is niet te maken.Speurhonden vormen één van de controlemiddelen die in samenhangworden ingezet. Wel kan gemeld worden dat de speurhonden in de eerstezeven maanden van 2024 962 keer zijn ingezet in penitentiaire inrich-tingen. Dit resulteerde in 46 drugsvondsten en 65 vondsten van telefoons.Vraag (178):Kunt u de gemiddelde reclasseringskosten per gedetineerde aangeven enuitsplitsten naar achtergrond?Antwoord:Nee. De meeste interventies van de reclassering worden geboden aanpersonen die niet gedetineerd zijn geweest. De reclasseringswerkzaam-heden tijdens detentie kunnen diverse interventies zijn, zoals bijvoorbeeldgedragsinterventies of adviezen met betrekking tot voorwaardelijkeinvrijheidsstelling. Er wordt met kostprijzen per product gewerkt. Er wordtniet bijgehouden welke gemiddelde kosten per doelgroep wordengemaakt. Gegevens over achtergrond worden niet geregistreerd door DJI.Vraag (179):Kunt u het screeningsproces van geestelijke zorgverleners voor PI’stoelichten?Antwoord:Alle sollicitanten van DJI (waaronder ook geestelijk verzorgers) wordengedurende het sollicitatieproces, voordat zij worden aangesteld bij DJI, opdiverse manieren getoetst op hun geschiktheid. Indien besloten wordt tothet aangaan van een mogelijk dienstverband dient een sollicitant ook instaat zijn een geldige Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) te kunnenaanleveren.De screening voor het afgeven van een geldige VOG vindt plaats door deDienst Justis.Vraag (180):Kunt u aangeven hoe vaak geestelijke zorgverleners niet door hetscreeningsproces zijn gekomen voordat zij aan hun functie in een PIkonden beginnen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2949 Antwoord:Dit is niet mogelijk. Gedurende het proces zijn er meerdere momentenwaarop potentiële geestelijk zorgverleners zich om uiteenlopende redenen(moeten) terugtrekken uit de sollicitatieprocedure. Daarbij is niet expliciette duiden welk percentage het gevolg is van het niet kunnen afronden vanhet screeningsproces. De geestelijk zorgverleners die wél een aanstellinghebben bij DJI hebben allen een positieve screening doorlopen.Vraag (181):Kunt u aangeven hoeveel geestelijke verzorgers van een PI ontheven zijnuit hun functie na ontdekking van problematiek in hun functioneren?Antwoord:Terugkijkend naar de afgelopen drie jaar zijn er geen geestelijk verzorgersvan een PI ontheven uit hun functie na ontdekking van problematiek in hetfunctioneren.Vraag (182):Kunt u de verhouding tussen godsdiensten/levensovertuigingen aangevenvan de geestelijke zorgverleners in PI’s?Antwoord:Naar aanleiding van de voorkeurspeiling van 2017 is de verhouding vande bezetting opgenomen in onderstaande tabel:Stroming geestelijke verzorgingIslamitisch35%Rooms Katholiek26%Protestantse15%Humanistische12%Joodse3%Hindoeïstische3%Boeddhistische3% Vraag (183):Wat wordt er momenteel gedaan om het beklagrecht te versoberen in hetkader van de werkdruk van het personeel van gevangenissen?Antwoord:Op grond van de beginselenwetten hebben justitiabelen, vanuit hetoogpunt van rechtsbescherming, het recht om te klagen. Momenteelwordt met betrokken partijen verkend waar nog kansen liggen omverbeteringen door te voeren in het beklag- en beroepsrecht, met als doel(de stijging van) het aantal beklag- en beroepszaken te verminderen. In2023 is er in totaal van klachten en grieven een stijging van 13,8% tenopzichte van 2022. Dit wijkt af van de stabiele tot licht dalende lijn in dejaren hiervoor. Daarbij wordt rekening gehouden met wat in verleden al isonderzocht en gedaan om het aantal beklag- en beroepszaken terug tedringen. Dit betreft onder andere de invoering van bemiddeling alsmodaliteit van klachten en grieven behandeling en de aanpassing van hetfunctieprofiel van afdelingshoofd met de taak zorg te dragen voor deinhoudelijke afhandeling van klachten.Vraag (184):Is DJI bereid om een anonieme enquête te houden onder personeel overde invoering van uniformen van gedetineerden?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2950 Antwoord:Een gedetineerde heeft op grond van de Penitentiaire beginselenwet rechtop het dragen van eigen kleding en schoenen (artikel 44, tweede lid). Uitwetenschappelijk onderzoek blijkt dat het behouden van een individueleidentiteit bijdraagt aan het verminderen van crimineel gedrag en daarmeeuiteindelijk ook aan het terugdringen van recidive.Vraag (185):Geeft het gebruik van adolescentenrecht problemen in de uitvoering in dejeugdinrichtingen?Antwoord:Als gevolg van de invoering van het adolescentenstrafrecht is degemiddelde leeftijd in de JJI’s toegenomen en het totaalaantal jongeren ineen JJI is ook toegenomen. De doorontwikkeling van het aanbod en deaanpak in de JJI’s zet in op maatwerk voor de jongeren, waaronder dedoorontwikkeling ten aanzien van de ouder wordende doelgroep.Voorbeelden daarvan zijn aanpassingen in het onderwijsaanbod enarbeidstoeleidingOok heeft de invoering van het adolescenten strafrecht tot gevolg gehaddat de behoefte aan JJI-capaciteit is toegenomen. Om aan de toege-nomen behoefte te voldoen is en wordt de capaciteit van de jeugdgevan-genissen uitgebreid. Per 1 oktober jl. zijn in een nieuwe JJI in Veenhuizentwee groepen in gebruik genomen, verdere uitbreiding volgt het komendejaar gefaseerd, daarnaast er volgen nog enkele uitbreidingen bijbestaande JJI’s. DJI is daarvoor echter afhankelijk van randvoorwaardenzoals gelijkblijvende instroom, behoud van personeel en werving vannieuw personeel. De SJenV informeert uw Kamer periodiek over de standvan zaken in de voortgangsbrieven justitiële jeugd.Vraag (186):Kunt u de kosten schetsen van de sociale mediakanalen van het OM?Antwoord:De jaarlijkse kosten voor de sociale mediakanalen bestaan uit kosten voorbemensing van twee functionarissen (circa 180.000 euro) en daarnaastmateriële kosten (5.000 euro).Vraag (187):Kunt u de kosten van diversiteits- en inclusiebeleid schetsen bij deRechtspraak, het OM en de politie?Antwoord:De Rechtspraak heeft voor 2024 een budget van 401.000 euro gereser-veerd voor activiteiten op het gebied van diversiteit en inclusie en voor2025 is 438.000 euro begroot. Verder worden er binnen de gerechten enlandelijke diensten activiteiten uitgevoerd en biedt het opleidingsinstituutvan de Rechtspraak leeractiviteiten aan die hieraan gerelateerd zijn.Voor het OM zijn de kosten voor diversiteits- en inclusiebeleid circa380.000 euro in 2025.Voor de politie geldt het volgende; In de begroting en beheerplan politie2025–2029 is (p.30 t/m 32) opgenomen hoe het korps inzet op diversiteiten inclusie. Alle eenheden en diensten krijgen een budget (als stimulerendvangnet) voor het realiseren van die wervingsactiviteiten die effecthebben op de arbeidsmarkt. Vanuit de motie Hermans is extra aanpak vandiscriminatie/ geweld tegen LGBTIQA+ gemeenschappen mogelijkgemaakt. Deze gelden zijn tot en met 2025 beschikbaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2951 Vanuit de opgave «Politie voor Iedereen» wordt zowel landelijk als opeenheidsniveau werk gemaakt van;•veilige en inclusieve teams•diverse instroom•aanpak discriminatie•controleren volgens kader•Netwerk Divers Vakmanschap en BondgenotenHet landelijk opgaveteam werkt aan het vergroten van de beweging vanPolitie voor Iedereen binnen het korps. Binnen de organisatie wordtingezet op de inrichting van een expertisegebied waarbinnen inspan-ningen op het gebied van diversiteit en inclusie worden geborgd. Vanuitde arbeidsmarktstrategie en in de opleiding worden maatregelengetroffen om, met het oog op diversiteit, kandidaten met verschillendeachtergronden in het selectieproces te behouden.Het programma Politie voor Iedereen kost jaarlijks tussen de 3 en5,5 miljoen euro.Vraag (188):Kunt u de kosten voor verduurzaming bij de Rechtspraak, het OM en depolitie schetsen?Antwoord:Binnen de Ministeries van Justitie en Veiligheid en Asiel en Migratiezetten alle sui generis en taakorganisaties zich in voor het realiseren vande klimaatdoelen. Naast de verduurzaming van het vastgoed betreft hetook de verduurzaming van de bedrijfsvoering en het primair proces. In dereguliere budgetten voor bijvoorbeeld huisvesting, facilitaire voorzie-ningen, vervoer, uitrusting en IV is duurzaamheid een integraal onderdeelvan de kosten. Het inzichtelijk maken van de totale kosten specifiek voorverduurzaming per organisatie is derhalve niet mogelijk.Vraag (189):Wat is het aantal veroordeelden en wat zijn de totale kosten voor demaatschappij per jaar als gevolg van art. 289 Sr?Antwoord:Zie tabel bij vragen 189 t/m 206NummerVraagAntwoord20232024 t/m juni189Wat is het aantal veroordeelden en wat zijn de totale kosten voor de maatschappij per jaar als gevolg vanart. 289 Sr (moord)?9060190Wat is het aantal veroordeelden en wat zijn de totale kosten voor de maatschappij per jaar als gevolg vanart. 287 Sr (doodslag)?470190191Wat is het aantal veroordeelden en wat zijn de totale kosten voor de maatschappij per jaar als gevolg vanart. 290 Sr (kinderdoodslag)?––192Wat is het aantal veroordeelden en wat zijn de totale kosten voor de maatschappij per jaar als gevolg vanart. 300 Sr (mishandeling)?73903640193Wat is het aantal veroordeelden en wat zijn de totale kosten voor de maatschappij per jaar als gevolg vanart. 302 Sr (zware mishandeling)?1190590194Wat is het aantal veroordeelden en wat zijn de totale kosten voor de maatschappij per jaar als gevolg vanart. 301 Sr (mishandeling met voorbedachten rade)?20<10Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2952 NummerVraagAntwoord195Wat is het aantal veroordeelden en wat zijn de totale kosten voor de maatschappij per jaar als gevolg vanart. 307 Sr (dood door schuld)?10<10196Wat is het aantal veroordeelden en wat zijn de totale kosten voor de maatschappij per jaar als gevolg vanart. 303 Sr (zware mishandeling met voorbedachten rade)?2020197Wat is het aantal veroordeelden en wat zijn de totale kosten voor de maatschappij per jaar als gevolg vanart. 285 Sr (bedreiging)?40101960198Wat is het aantal veroordeelden en wat zijn de totale kosten voor de maatschappij per jaar als gevolg vanart. 141 Sr (openlijke geweldpleging)?20001040199Wat is het aantal veroordeelden en wat zijn de totale kosten voor de maatschappij per jaar als gevolg vanart. 242 Sr (Verkrachting in 2023)(schuldverkrachting 2024)?15070200Wat is het aantal veroordeelden en wat zijn de totale kosten voor de maatschappij per jaar als gevolg vanart. 246 Sr (aanrding in 2023, Verkrachting 16–18 jarig slachtoffer 2024))?320160201Wat is het aantal veroordeelden en wat zijn de totale kosten voor de maatschappij per jaar als gevolg vanart. 92 Sr (aanslag tegen de Koning)?––202Wat is het aantal veroordeelden en wat zijn de totale kosten voor de maatschappij per jaar als gevolg vanart. 273f Sr (mensenhandel)?6020203Wat is het aantal veroordeelden en wat zijn de totale kosten voor de maatschappij per jaar als gevolg vanart. 282 Sr (vrijheidsberoving)?19090204Wat is het aantal veroordeelden en wat zijn de totale kosten voor de maatschappij per jaar als gevolg vanart. 317 Sr (afpersing)?590260205Wat is het aantal veroordeelden en wat zijn de totale kosten voor de maatschappij per jaar als gevolg vanart. 318 Sr (afdreiging)?4020206Wat is het aantal veroordeelden en wat zijn de totale kosten voor de maatschappij per jaar als gevolg vanart. 308 Sr (zwaar lichamelijk letsel door schuld)?20<10* afgerond op tientallenBron: PSK, datum raadpleging 25-10-2024 Toelichting bij de cijfers vragen 189 t/m 206In de tabel zijn zaken meegenomen waarin de specifieke wetsartikelenbewezen zijn verklaard door de rechter in eerste aanleg, met eindvonnis«Strafoplegging» of «Schuldig zonder straf».In de tabel wordt het aantal zaken geteld. Dat betekent het volgende:•Het kan zijn dat één persoon in meerdere zaken veroordeeld is. In datgeval tellen beide zaken mee in de gerapporteerde aantallen. Er zijndus geen veroordeelden geteld, maar veroordelingen.•Er zijn zaken waarin meerdere wetsartikelen bewezen zijn verklaard. Indat geval wordt de zaak onder meerdere wetsartikelen meegeteld in degerapporteerde aantallen. Bijvoorbeeld: als in een zaak zowelartikel 287 Sr als artikel 300 Sr bewezen is verklaard, dan telt dezelfdezaak bij vraag 189 en vraag 192 mee.Deze cijfers hebben betrekking op het grondfeit. Voor zover dat juridischmogelijk is, kan het daarbij zowel gaan om voorbereiding van hetgrondfeit, poging tot het grondfeit of het voltooide grondfeit. Daarnaastkan – voor zover dat juridisch mogelijk is – (ook) sprake zijn vandeelneming aan het grondfeit (medeplegen, medeplichtigheid, uitlokkingof doen plegen van het grondfeit).Deze cijfers zijn indicatief. Ze geven een zo goed mogelijke representatieop basis van de informatie die op dit moment beschikbaar is uit de voorde Rechtspraak beschikbare management informatiesystemen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2953 Het lopende kalenderjaar bevat voorlopige aantallen; mogelijk is deregistratie nog niet helemaal bijgewerkt.De totale kosten voor de maatschappij, per jaar, per artikel worden nietbijgehouden.Vraag (190):Wat is het aantal veroordeelden en wat zijn de totale kosten voor demaatschappij per jaar als gevolg van art. 287 Sr?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 189.Vraag (191):Wat is het aantal veroordeelden en wat zijn de totale kosten voor demaatschappij per jaar als gevolg van art. 290 Sr?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 189.Vraag (192):Wat is het aantal veroordeelden en wat zijn de totale kosten voor demaatschappij per jaar als gevolg van art. 300 Sr?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 189.Vraag (193):Wat is het aantal veroordeelden en wat zijn de totale kosten voor demaatschappij per jaar als gevolg van art. 302 Sr?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 189.Vraag (194):Wat is het aantal veroordeelden en wat zijn de totale kosten voor demaatschappij per jaar als gevolg van art. 301 Sr?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 189.Vraag (195):Wat is het aantal veroordeelden en wat zijn de totale kosten voor demaatschappij per jaar als gevolg van art. 307 Sr?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 189.Vraag (196):Wat is het aantal veroordeelden en wat zijn de totale kosten voor demaatschappij per jaar als gevolg van art. 303 Sr?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 189.Vraag (197):Wat is het aantal veroordeelden en wat zijn de totale kosten voor demaatschappij per jaar als gevolg van art. 285 Sr?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2954 Antwoord:Zie het antwoord op vraag 189.Vraag (198):Wat is het aantal veroordeelden en wat zijn de totale kosten voor demaatschappij per jaar als gevolg van art. 141 Sr?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 189.Vraag (199):Wat is het aantal veroordeelden en wat zijn de totale kosten voor demaatschappij per jaar als gevolg van art. 242 Sr?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 189.Vraag (200):Wat is het aantal veroordeelden en wat zijn de totale kosten voor demaatschappij per jaar als gevolg van art. 246 Sr?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 189.Vraag (201):Wat is het aantal veroordeelden en wat zijn de totale kosten voor demaatschappij per jaar als gevolg van art. 92 Sr?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 189.Vraag (202):Wat is het aantal veroordeelden en wat zijn de totale kosten voor demaatschappij per jaar als gevolg van art. 273f Sr?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 189.Vraag (203):Wat is het aantal veroordeelden en wat zijn de totale kosten voor demaatschappij per jaar als gevolg van art. 282 Sr?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 189.Vraag (204):Wat is het aantal veroordeelden en wat zijn de totale kosten voor demaatschappij per jaar als gevolg van art. 317 Sr?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 189.Vraag (205):Wat is het aantal veroordeelden en wat zijn de totale kosten voor demaatschappij per jaar als gevolg van art. 318 Sr?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 189.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2955 Vraag (206):Wat is het aantal veroordeelden en wat zijn de totale kosten voor demaatschappij per jaar als gevolg van art. 308 Sr?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 189.Vraag (207):Is er reeds onder personeel op de werkvloer gekeken wat de bevindingenzijn ten aanzien van het selectiviteitskader van de politie? Zo ja, wat zijn debevindingen?Antwoord:Het selectiviteitskader wordt op dit moment bezien. In het proces van deherziening zullen alle relevante invalshoeken worden meegenomen, dusook die van de werkvloer.Vraag (208):Welk deel van de begroting is niet juridisch verplicht?Antwoord:Bij elk van de beleidsartikelen is een tabel met de budgetflexibiliteitopgenomen. In onderstaande opsomming staat per beleidsartikel het nietjuridisch verplichte gedeelte:31.Politie 0%32.Rechtspleging en rechtsbijstand 2,3%33.Veiligheid en criminaliteitsbestrijding 35,9%34.Straffen en beschermen 2,5%36.Contraterrorisme en nationaal veiligheidsbeleid 43,3%38.Inburgering 3%Vraag (209):Welk deel van de begroting is beleidsmatig gereserveerd? Waar is dit geldvoor gereserveerd?Antwoord:In onderstaande opsomming staat per beleidsartikel het beleidsmatiggereserveerde gedeelte:31.Politie 0%32.Rechtspleging en rechtsbijstand 1,3%33.Veiligheid en criminaliteitsbestrijding 11,9%34.Straffen en beschermen 0,5%36.Contraterrorisme en nationaal veiligheidsbeleid 3,3%38.Inburgering 3%De beleidsmatig gereserveerde gelden hebben met name betrekking opde opdrachten intra- en extramurale sanctieuitvoering (17 miljoen euro),schadeloosstellingen (30 miljoen euro), opdrachten op het gebied vanopsporing en vervolging (61 miljoen euro) en bijdrage aan het NIPV(9 miljoen euro).Vraag (210):Welk deel van de begroting is vrij te besteden?Antwoord:Er is geen vrij te besteden ruimte in de begroting. Zie het antwoord op devragen 165 en 458 (art. 92) voor een nadere uiteenzetting.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2956 Vraag (211):Wat is de stand van zaken omtrent de aangenomen motie-Wassenbergover landelijke richtlijnen met betrekking tot de hulp aan dieren bijrampen (Kamerstuk 29 517, nr. 244)?Antwoord:Om de samenwerking tussen dierenhulporganisaties en de veiligheidsre-gio’s te versterken, voert de stichting Dieren in Rampen op dit momentgezamenlijk met de veiligheidsregio’s een traject uit met ondersteuningvan het Ministerie van Justitie en Veiligheid. De realisatie van eeneenduidig kader voor samenwerking, dat in alle 25 veiligheidsregio’sbenut kan worden, is één van de resultaten waaraan wordt gewerkt. Dedoorvertaling in de praktijk zal op regionaal niveau moeten gebeuren,zodat recht gedaan kan worden aan zowel de eigenheid van de veilig-heidsregio’s als ook de lokaal betrokken dierenhulporganisaties. Uitein-delijk is het doel dat juist in tijden van crisis via heldere lokale contactenen afspraken de zorg voor dieren ook tijdens crisis voldoende aandachtkrijgt. Aanvullend zal de komende jaren bij de realisatie van landelijkecrisisplannen waar nodig het onderwerp dieren worden meegenomen,dan wel verder uitgediept. Op dit moment geldt dit bijvoorbeeld voor hetin ontwikkeling zijnde landelijke crisisplan natuurbranden.Vraag (212):Welke gevolgen heeft de NAVO-top 2025 voor de personele capaciteit vande politie tussen april en juli wat betreft hun reguliere taken?Antwoord:De benodigde capaciteit voor de NAVO-top is nu nog niet volledig bekend.Dat is onder andere afhankelijk van ontwikkelingen in het dreigingsbeelden de in afstemming met het gezag te maken operationele keuzes. Hoedan ook is duidelijk dat de NAVO-top een omvangrijke inzet van politie uithet hele land zal vergen en hiervoor extra maatregelen nodig zijn. Depolitie treft momenteel maatregelen, zoals een verlofregulering voor allepolitiemedewerkers, de mogelijkheid onderzoeken of aspiranten enpolitievrijwilligers ingezet kunnen worden voor de basisdienstverlening eninzet op de opleiding van kwaliteitsgroepen, zoals de Mobiele Eenheid,voor extra capaciteit. Daarnaast wordt de beschikbare capaciteit vergrootdoor bijstand vanuit de Koninklijke Marechaussee en Defensie en wordenbuitenlandse politiekorpsen gevraagd om capaciteit en specifiekeexpertise te leveren.Vraag (213):Wat zijn de contouren van het aangekondigde rijksbrede anti-corruptieplan?Antwoord:Op dit moment wordt gewerkt aan het vormgeven van deze rijksbredeaanpak. De Minister van Justitie en Veiligheid verwacht uw Kamer begin2025 nader te kunnen informeren over de contouren. Het afgelopen jaarhebben intensieve gesprekken over de stand van zaken rondom corruptie-bestrijding plaatsgevonden. Samen met Europese ontwikkelingen als deanti-corruptie richtlijn die in 2025 wordt verwacht en internationalerapporten vormen de uitkomsten van deze gesprekken input voor hetopzetten van rijksbreed beleid.Vraag (214):Wanneer ontvangt de Kamer het wetsvoorstel verhoging strafmaat zwaredrugsdelicten?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2957 Antwoord:De Minister van Justitie en Veiligheid hoopt het wetsvoorstel in hettweede kwartaal van 2025 te kunnen indienen bij de Tweede Kamer. Deministerraad heeft op 21 oktober van dit jaar besloten het wetsvoorstelvoor advies voor te leggen aan de Afdeling advisering van de Raad vanState. De komende maanden zal de Raad van State zich over hetwetsvoorstel buigen. Nadat de Raad van State advies heeft uitgebracht,zal dit voortvarend worden verwerkt, zodat het wetsvoorstel daarna bij deTweede Kamer kan worden ingediend.Vraag (215):Wat wordt er concreet bedoeld met de passage «We werken opties uitvoor meer focus van de politie op haar kerntaak door samen te werkenmet publieke en private organisaties»? Welke organisaties betreft dit?Antwoord:Een voorbeeld is de samenwerking die nodig is bij de aanpak van deproblematiek van personen met verward gedrag. Er wordt onder andereingezet op de overheveling van werkzaamheden van de politie aan terzake deskundige organisaties door onder andere een scherpere triage opde 112-meldkamer. Hierbij wordt nadrukkelijk de samenwerking gezochtmet maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven.Een ander voorbeeld betreft de samenwerking in het vreemdelingen-domein, waarin de politie onder andere administratieve verrichtingenuitvoert bij identificatie en registratie van asielzoekers. Er is besloten omde identificatie en registratie taak voorlopig te verzelfstandigen en optermijn structureel onder te brengen in de asielketen. Hierdoor wordt deinzet van de politie vanaf januari 2025 geleidelijk ondergebracht in deasielketen en teruggebracht tot haar kerntaak.Vraag (216):Door welke publieke of private organisaties wordt de aanpak vanpersonen met verward gedrag van de politie overgenomen? Welkebudgettaire gevolgen heeft dat?Antwoord:De aanpak van personen met verward en/of onbegrepen gedrag vraagteen integrale en gezamenlijke aanpak in samenwerking met gemeenten,zorg- en veiligheidspartners, maatschappelijke organisaties, woningbouw-corporaties en het bedrijfsleven. Bij deze brede inzet willen we, net zoalsdat in het eindrapport van de parlementaire verkenning is gedaan, deverantwoordelijkheid die het maatschappelijk middenveld hierin al neemtook expliciet benoemen en onderzoeken hoe die verder versterkt kanworden. Het betreft dan ook geen «overname» van taken maar eensterkere nadruk op de juiste zorg en ondersteuning. Daarmee wordt dedruk op de tijd en capaciteit van de politie verminderd. Hierbij kijken weook naar bestaande goede voorbeelden van samenwerking tussen zorg-en veiligheidspartners zoals straattriage en Crisis Interventie Teams. Dezeaanpak wordt gefinancierd uit de bestaande begrotingen van de verschil-lende departementen. Voor de verbetering van de samenwerking tussenzorg- en veiligheidspartners zijn door het vorige kabinet middelenvrijgemaakt. De kabinetsinzet wordt nader toegelicht in de kabinetsreactieop de parlementaire verkenning naar de aanpak van personen metverward en/of onbegrepen gedrag die uw Kamer voor de begrotingsbe-handeling ontvangt.Vraag (217):Wat is uw inzet op personen met verward gedrag? Wanneer ontvangenwe de kabinetsreactie op de parlementaire verkenning?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2958 Antwoord:Zie het antwoord op vraag 216 voor de kabinetsinzet. Deze inzet wordtnader toegelicht in de kabinetsreactie op de parlementaire verkenningnaar de aanpak van personen met verward en/of onbegrepen gedrag dieuw Kamer voor de begrotingsbehandeling ontvangt.Vraag (218):Hoe ziet de samenwerking tussen de politie en private organisaties eruitop het thema Bewaken en Beveiligen?Antwoord:De politie zet op dit moment, met instemming van het betrokken bevoegdgezag, op beperkte schaal geselecteerde private partijen in voor deuitvoering van specifieke onderdelen van taken in het domein bewaken enbeveiligen. In de Circulaire Bewaken en Beveiligen zijn de uitgangspuntenvoor de inzet van private partijen beschreven:•Geweldsmonopolie blijft bij de overheid;•Inzet gebeurt onder regie van de politie en met toestemming van hetbevoegde gezag;•De private partij voldoet aan de door het gezag gestelde eisen.Vraag (219):Hoe ziet de samenwerking tussen politie en private organisaties eruit ophet thema aanpak winkeldiefstal?Antwoord:De publiek-private aanpak van winkeldiefstal is opgenomen in hetActieprogramma Veilig Ondernemen 2023–2026 van het NationaalPlatform Criminaliteitsbeheersing, waar structureel samengewerkt wordtbij de aanpak van winkeldiefstal.18 Om winkeldiefstalpreventie tebevorderen wordt in samenwerking met onder meer politie en privatepartners een toolbox interventies winkeldiefstal ontwikkeld die doorbrancheorganisaties en de Platforms Veilig Ondernemen zal wordenverspreid. Ook wordt in publiek-privaat verband verkend welke mogelijk-heden bestaan om tot een afhandeling van winkeldiefstal te komen dievoor minder druk op politie en Openbaar Ministerie zorgt. Dit is inaanvulling op de in 2022 in werking getreden landelijke werkwijzereprimanderegeling voor meerderjarige first offenders.Vraag (220):Kunt u aangeven hoe vaak het is voorgekomen dat agenten hun persoon-lijke voorkeur hebben uitgesproken om Joodse objecten niet tebeschermen en het rooster hier ook daadwerkelijk voor is aangepast?Antwoord:Er zijn bij de politie geen gevallen bekend van politiemedewerkers die nietzijn ingezet omdat zij hebben aangegeven geen Joodse objecten te willenbeveiligen.Vraag (221):Op welke manier wordt de capaciteit binnen de zedenteams wat betreftonline seksuele misdrijven gemonitord? Wordt een onderscheid tussenonline en offline seksuele misdrijven gemaakt?Antwoord:De zedenteams van de politie zijn belast met de opsporing van allevormen van seksuele misdrijven, zowel offline als online. Bij de inzet vande capaciteit binnen de zedenteams is het onderscheid tussen offline en18Kamerstukken II, 2022/2023, 29 911, nr. 385.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2959 online vormen van seksuele misdrijven niet als zodanig te maken, doordatin zedenzaken offline en online handelingen elkaar beïnvloeden enversterken. Offline en online seksuele misdrijven gaan dus vaak samen.Ter illustratie, een opsporingsonderzoek kan starten met een grooming ofsexchatting feit en later in het onderzoek blijkt dat er ook sprake is vanverkrachting.Vraag (222):Welke data worden verzameld om de Wet seksuele misdrijven teevalueren en wanneer worden de eerste uitkomsten hiervan met deKamer gedeeld? Worden data over onlinekindermisbruik afzonderlijkverzameld?Antwoord:De Wet seksuele misdrijven wordt op verschillende momenten geëva-lueerd.•In opdracht van het WODC is DSP-groep (een bureau voor beleidson-derzoek) in het najaar van 2023 een onderzoek gestart om tot een planvan aanpak te komen voor de evaluatie van de Wet seksuele misdrij-ven.•Er is een nulmeting voorbereid ten behoeve van de evaluatie van dewet die binnen vijf jaar na inwerkingtreding van de wet wordt gedaan.Het rapport van de nulmeting wordt naar verwachting dit najaaropgeleverd. De Kamer zal daarna worden geïnformeerd.•De procesevaluatie wordt ongeveer twee à drie jaar na de inwerking-treding van de wet verricht. Bij de procesevaluatie gaat het om vragenover de implementatie en uitvoering en de eerste ervaringen uit depraktijk. De Kamer zal, zodra dat mogelijk is, over de uitkomsten vande procesevaluatie worden geïnformeerd.•Om de Wet seksuele misdrijven te evalueren, worden zowel kwantita-tieve gegevens als kwalitatieve gegevens verzameld. Kwantitatievegegevens die worden verzameld zijn bijvoorbeeld het aantal aangiftesvan seksuele misdrijven, de doorlooptijden van zaken en het aantalafdoeningen bij seksuele misdrijven. Kwalitatieve gegevens dieworden verzameld zijn onder andere ervaringen van slachtoffers enprofessionals.•Bij de evaluatie van de wet worden ook data over online kindermis-bruik verzameld en meegenomen. Deze data worden dus nietafzonderlijk verzameld.Vraag (223):Welke rol ziet u voor organisaties die zich bezighouden met onlinevei-ligheid van jongeren in het aanpakken van seksuele misdrijven? Wordenhier in 2025 en 2026 middelen voor vrijgemaakt en, zo ja, hoeveel?Antwoord:Er zijn verscheidene organisaties die zich bezighouden met de online(seksuele) veiligheid van jongeren in Nederland. Zo verstrekt hetMinisterie van Justitie en Veiligheid jaarlijks een subsidie aan Offlimits,een organisatie die ondersteuning biedt aan mensen die te maken hebben(gehad) met online grensoverschrijdend gedrag en misbruik, in hetbijzonder seksueel (kinder-)misbruik en uitbuiting. Met de verschillendeprogramma’s van Offlimits – het Meldpunt Kinderporno, Helpwanted enStop it Now! – wordt op integrale wijze gewerkt aan preventie in de vormvan voorlichting en bewustwording, hulp aan (en mogelijke doorver-wijzing van) slachtoffers als zij online iets (seksueel) grensoverschrijdendshebben meegemaakt en aan een schoner internet. Helpwanted maakt methet Centrum Seksueel Geweld (CSG), Fonds Slachtofferhulp en Fieronderdeel uit van een consortium, met als doel om slachtoffers van(online) seksueel geweld sneller en effectiever te helpen. Door een in 2023Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2960 ontwikkeld triageprotocol zijn medewerkers van de hulplijnen vanHelpwanted, CSG en Fier meer in staat om hulpvragers onderling beter,sneller en doelgerichter naar elkaar door te verwijzen. Tot slot isHelpwanted dit jaar aangewezen als laagdrempelige meldvoorziening enis het daarmee de aangewezen organisatie waar burgers terecht kunnenbij online grensoverschrijdend gedrag. Helpwanted staat in nauw contactmet online platformen, eerder genoemde hulporganisaties en de politie.Voor de jaarlijkse subsidie van Offlimits is in de jaren 2025 en 2026respectievelijk 2.6 en 2.4 miljoen euro aan middelen vrijgemaakt. Dedalende reeks bij de subsidies is te verklaren door de generieketaakstelling op subsidies die het Kabinet heeft afgesproken. Dezetaakstelling is reeds ingeboekt op de subsidiebudgetten op deJenV-begroting. JenV is in het kader van een zorgvuldig proces,voornemens om te kijken of de consequenties voor de subsidiepartnersgemitigeerd kunnen worden indien dit leidt tot onoverkomenlijkheden inde maatschappelijke opdracht. Bij Voorjaarsnota 2025 wordt naderbekeken of een herschikking van de subsidietaakstelling binnen deJenV-begroting voor 2025 nodig is. Dit geeft tijd om, samen met departners, zorgvuldig te bezien wat de gevolgen van een korting van desubsidies zijn.Vraag (224):Hoeveel budget is er beschikbaar voor het uitvoeren van het Actieplan vanhet programma Samen tegen mensenhandel?Antwoord:Voor de uitvoering van het Actieplan is structureel 2 miljoen euro per jaarbeschikbaar. Voor de jaren 2024 tot en met 2027 is er per jaar 500.000 euroextra beschikbaar.Vraag (225):Hoeveel fte komt er op dit moment tekort bij de zedenteams van politie enOM?Antwoord:Eind augustus 2024 kenden de zedenteams van de politie een formatievan 707 fte en een bezetting van 666 fte. De onderbezetting van deformatie wordt veroorzaakt door uitstroom van medewerkers die metpensioen gaan of doorstromen en door ophoging van de formatie.In hoeverre er sprake is van een tekort aan capaciteit bij het OpenbaarMinisterie is niet te beantwoorden, omdat de inrichting per arrondis-sement verschillend is en de instroom en voorraden fluctueren. HetOpenbaar Ministerie heeft per arrondissementsparket een ervarencoördinerend zeden officier, die zo veel mogelijk wordt vrijgesteld.Daarnaast worden er afhankelijk van de instroom en voorraad aan zedenzaken per parket ervaren officieren van justitie en secretarissen ingezetvoor de beoordeling van zedenzaken. Het Openbaar Ministerie heeft deafgelopen twee jaar door middel van het project «doorlooptijdenzedenzaken» de voorraad te beoordelen zedenzaken teruggedrongen doormiddel van extra inzet en inspanning voor zedenzaken. Dit vergt nogsteeds de nodige prioritering en keuzes bij de inzet van beoordelingscapa-citeit.Vraag (226):Hoeveel capaciteit is de zedenrecherche kwijt aan het opsporen van onlineseksuele misdrijven?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2961 Antwoord:Zie het antwoord op vraag 221.Vraag (227):Kunt u toelichten hoe de begroting voldoende ruimte biedt om decybersecurity bij de uitvoerende diensten, zoals de IND, NFI, DJI, OM enJustis, te versterken?Antwoord:Binnen de rijksbegroting worden de middelen die beschikbaar zijn voorcybersecurity niet apart begroot. Hierdoor kan niet aangegeven wordenhoe de begroting voldoende ruimte biedt om cybersecurity bij degenoemde diensten te versterken.Vraag (228):Hoe verhoudt het op pagina 17 gestelde «Crimineel vermogen pakken weaf en we gaan door met het maatschappelijk herbestemmen van ditvermogen» zich tot het feit dat er in 2024 250 miljoen minder afgepakt kangaan worden dan geraamd (pagina 38)?Antwoord:In de JenV-begroting worden voor de incassoresultaten meerjarigeramingen opgenomen op artikel 33 bij de ontvangsten onder de titel«afpakken». Deze ramingen weerspiegelen verwachte opbrengsten,wetende dat deze per jaar sterk kunnen verschillen. De ramingenbeperken zich tot de incassoresultaten die vanuit strafrechtelijk afpakkennaar de staatskas vloeien. Bij het opstellen van de ramingen wordtrekening gehouden met grote schikkingen die in het verleden zijngerealiseerd. Afhankelijk van mogelijke nieuwe (grote) schikkingen, zijn deramingen dus met een bepaalde onzekerheid omgeven; op voorhand isniet bekend wanneer een grote schikking zich voordoet en wat de omvangervan zal zijn. In 2024 is er tot op heden (oktober 2024) door het OM geenstrafzaak afgedaan met een grote schikking, waardoor de ontvangsten in2024 naar verwachting lager zullen uitvallen dan geraamd. Overigens zijnde ramingen nadrukkelijk geen doelstellingen in de zin van prestatieaf-spraken.De ramingen voor de incassoresultaten zijn daarom ook geen graadmetervoor de inzet van de partners in de afpakketen, want de inzet van departners blijft onverminderd hoog. En met resultaat. Het OM stuurt op hetleggen van zoveel mogelijk en kwalitatief beslag in een strafzaak om decriminele winsten zo goed mogelijk af te romen. De beslagdoelstellingvoor 2023 van 281,6 miljoen euro is met 129% ruimschoots behaald.19 Inhet algemeen kan worden gesteld dat hoe meer beslag er wordt gelegd,hoe hoger de kans dat een ontnemingsvordering kan worden geïncas-seerd. Daarnaast vloeit niet al het ontnomen crimineel vermogen terugnaar de staatskas, maar kan het ook gebruikt worden voor compensatieaan slachtoffers of benadeelden (en dit gedeelte is niet zichtbaar in deincassoresultaten).Het afgepakte criminele vermogen vloeit terug naar de staatskas en komtzo ten goede aan het algemeen belang. Een specifiek bedrag is hoe danook gereserveerd voor de inzet in het kader van het doel dat maatschap-pelijk herbestemmen beoogt.Vraag (229):Welke middelen zijn er in 2025 begroot voor de integrale aanpak onlinefraude en welke middelen hiervan zijn structureel?19Bron: OM Jaaroverzicht Criminele Geldstromen 2023.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2962 Antwoord:Het actieprogramma integrale aanpak online fraude is gestart in 2022 enloopt tot medio 2025. Uw Kamer is geïnformeerd dat voor de integraleaanpak in 2025 afgerond 2,3 miljoen euro beschikbaar is.20 Dit bedrag isinclusief subsidieverstrekking aan de Fraudehelpdesk. Het actiepro-gramma wordt jaarlijks herijkt. Met de publieke en private partijen wordtmomenteel het actieprogramma 2025 voorbereid. Over de voortgangwordt uw Kamer in 2025 geïnformeerd alsook over de aanpak na 2025.Vraag (230):Wanneer kan de Kamer het plan verwachten dat u samen met desekswerkbranche, de Ministeries van SZW, VWS en Financiën, deVereniging van Nederlandse Gemeenten en de politie maakt om desociale en juridische positie van sekswerkers te verbeteren?Antwoord:De aanpak versterking sociale en juridische positie sekswerkers is op10 november 2023 aan uw Kamer aangeboden.21 In de aanpak zijngezamenlijk met de sekswerkbranche en andere ketenpartners concreteoplossingen geformuleerd voor vijf thema’s, te weten zakelijke dienstver-lening, zorg, politie, gemeenten en communicatie en media. Dit najaarwordt de Kamer geïnformeerd over de stand van zaken.Vraag (231):Kan per speler in de strafrechtketen vertaald in concrete doelstellingen perjaar worden aangegeven hoe de strafrechtketen versterkt gaat worden?Antwoord:Momenteel worden er drie doelstellingen gehanteerd voor versterkingvan de strafrechtketen. Het betreft:1.Verbetering van de doorlooptijden van jeugdzaken, zedenzaken enzaken op het gebied van veel voorkomende criminaliteit;2.Verdere digitalisering van de keten; en3.Implementatie van het nieuwe Wetboek van Strafvordering op 1 april2029.Hier volgt een nadere toelichting over de verdeling van deze doelstel-lingen over de organisaties in de strafrechtketen:1.De normen voor doorlooptijden zijn verdeeld over de fasen in eenstrafproces, en gelden dus voor de organisaties die in de desbetreffendefase handelingen verrichten. Zo geldt voor zedenzaken dat de politie 80%van de zaken binnen 6 maanden na aangifte naar het Openbaar Ministeriemoet sturen. Voor het OM geldt vervolgens dat 80% van de zaken binnen6 maanden na ontvangst op zitting moet zijn geweest. Voor de recht-spraak geldt in die zaken dat 80% binnen 3 maanden na zitting eersteaanleg moet zijn voorzien van een eindvonnis. De normen voor verbe-tering van de doorlooptijden in het strafrecht zijn aan uw Kamergezonden.22 Momenteel zijn de ketenorganisaties bezig een meerjaren-planning vast te stellen, waarbij nadere doelen voor de komende jarenworden gesteld ten aanzien van doorlooptijden en waarbij zal wordenbepaald welke concrete maatregelen de ketenorganisaties (van opsporingtot en met tenuitvoerlegging) afzonderlijk en gezamenlijk wordengenomen om deze doelstellingen te realiseren.20Bron: Kamerstukken II 2022/23, 29 911, nr. 393, p. 3.21Kamerstukken II, 2023/2024, 34 193, nr. 17.22Bijlage bij Kamerstukken II, 29 279, nr. 804.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2963 2.Ook voor verdere digitalisering en het verbeteren van de informatievoor-ziening in de strafrechtketen is een meerjarenagenda in ontwikkeling.Deze wordt geconcretiseerd in het Ketenmeerjarenplan 2025–2029. Deketenpartners werken ook de komende jaren binnen het DuurzaamDigitaal Stelsel (DDS) samen om de informatievoorziening binnen destrafrechtketen te versterken. DDS is ingesteld het Bestuurlijk Ketenberaadvoor de strafrechtketen (BKB). Binnen het DDS geeft het Informatieberaadde opdracht tot realisatie van de digitaliseringsdoelen zoals door het BKBin de gemeenschappelijke beleidsdoelstellingen zijn vastgesteld.Hierbij wordt gezamenlijk gewerkt aan digitaliseringsdoelen die bijdragenaan een geoptimaliseerde strafrechtspleging, een betere interactie met (endaarmee dienstverlening aan) zowel verdachten, als slachtoffers ennabestaanden en een betere ondersteuning van de mensen die in deketen werkzaam zijn. Ook wordt met de ketenpartners gewerkt aan andereketenvoorzieningen die de samenwerking faciliteren, zoals een steedsbetere informatie-uitwisseling binnen de strafrechtketen via de uitwis-seling van multimedia. Daarnaast ligt de komende jaren prioriteit bijinzicht in en realisatie van de informatievoorzieningsopgaven die nodigzijn voor de invoering van het nieuwe Wetboek van Strafvordering enandere wettelijk gedreven informatievoorzieningsopgaven, zoals voore-Justice.3.Ook voor invoering van het nieuwe Wetboek van Strafvordering geldt eencollectief streven om het nieuwe wetboek in werking te laten treden op1 april 2029. Er wordt momenteel een ketenmijlpalenplanning ontwikkeldaan de hand waarvan de sturing op de jaarlijks te behalen resultaten zalplaatsvinden. De fases in deze planning zijn: analyse, voorbereiding enrealisatie, (centrale) implementatievoorbereiding, (lokale) implementatieen nazorg (na inwerkingtreding).Vraag (232):Wat zijn de percentages betreffende uitval in zowel de penitentiaireinrichtingen als de forensische zorg?Antwoord:Uitval is in het antwoord op deze vraag geïnterpreteerd als een vraag naaruitval van personeel. Zodoende geeft het antwoord informatie over deverzuimpercentages. Het twaalfmaands voortschrijdend verzuimgemid-delde betreft voor het gevangeniswezen en de vreemdelingenbewaring7,8%. Voor de Tbs-klinieken is dit 8,8% en de jeugdinstellingen 10,6%, ditbetreft enkel de Rijks onderdelen en heeft geen betrekking op departiculiere instellingen.23Vraag (233):Kan inzichtelijk worden gemaakt wat de gemiddelde leeftijd is van depersonen die werkzaam zijn in de penitentiaire inrichtingen en deforensische zorg en of deze de afgelopen jaren is gestegen?Antwoord:De tabel in de bijlage laat de gemiddelde leeftijdsopbouw zien voor hetgevangeniswezen, de vreemdelingenbewaring, tbs en jeugd. De gemid-delde leeftijd voor de tbs-klinieken en jeugdinstellingen betreffen enkel deRijksonderdelen en hebben geen betrekking op de particuliere instel-lingen. De gemiddelde leeftijd is de afgelopen jaren is niet explicietgestegen. Eerder vertoont de gemiddelde leeftijd een licht dalend effect.23Bron: P-direkt, referentiemaand september 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2964 Tabel Gemiddelde leeftijd per organisatieonderdeel van de Dienst JustitiëleInrichtingen.Gemiddelde leeftijd20202021202220232024 (t/msep)GW/VB4645454545TBS4344444343Jeugd4343424141Bron: P-direkt. Vraag (234):Is het in principe mogelijk om de beschikbaarheidsfinanciering voor tbsuit te breiden naar de overige forensische zorg?Antwoord:De beschikbaarheidsfinanciering wordt uitgewerkt als instrument terbevordering van de uitbreiding van de capaciteit voor forensischpsychiatrische centra (FPC’s). De capaciteit binnen dit hoogste beveiliging-sniveau kent de grootste tekorten. De capaciteit van de FPC’s wordt vrijwelvolledig bezet door tbs-patiënten, waardoor de FPC’s voor de bekostigingafhankelijk zijn van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. In de huidigesystematiek van prestatiebekostiging ligt het risico van leegstand alsgevolg van een toekomstig teruglopende behoefte aan tbs-capaciteitvolledig bij de FPC’s. Met de beschikbaarheidsfinanciering wordt dat risicoevenwichtiger verdeeld. Vanwege de verwevenheid met andere(zorg)stelsels is beschikbaarheidsfinanciering voor de instellingen metlagere beveiligingsniveaus een stuk complexer. Bij deze instellingen zijn ergeen gelabelde bedden voor patiënten met een strafrechtelijke titel.Patiënten verblijven daar op grond van verschillende juridische titels,zoals ook op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg ende Wet zorg en dwang. Deze instellingen zijn derhalve voor de bekostigingniet uitsluitend afhankelijk van het Ministerie van Justitie en Veiligheid endus grijpen we daarmee met een dergelijke maatregel ook in op anderezorgstelsels.Vraag (235):Wat wordt er concreet met de zinsnede «Om het capaciteitstekort in de tbsaan te pakken zorgen we voor een vorm van beschikbaarheidsfinancieringwaardoor aanbieders worden gestimuleerd om te investeren in extraplaatsen» bedoeld?Antwoord:De beschikbaarheidsfinanciering is een instrument om forensischpsychiatrische centra (FPC’s) meer op basis van beschikbaarheid tefinancieren in plaats van alleen op basis van bezette bedden. Het is eenfinancieel instrument om FPC’s een vergoeding te kunnen geven voor legebedden die zij beschikbaar houden op het moment dat de behoefte aantbs-capaciteit daalt. Het zal dus alleen toegepast worden in geval vanleegstaande bedden als gevolg van een dalende behoefte aantbs-capaciteit, binnen het financiële kader dat beschikbaar is. In hetverleden is in een periode met een dalende behoefte (2012–2014)capaciteit juist afgestoten met nadelige gevolgen voor de beschikbaarheidvan tbs-capaciteit die nu hard nodig is. Door de zekerheid die de beschik-baarheidsfinanciering biedt, worden de FPC’s gestimuleerd te investerenin de uitbreiding van tbs-capaciteit.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2965 Vraag (236):Betekent de zinsnede «binnen het financiële kader dat beschikbaar is voorvoldoende forensische zorg, conform de behoefteraming» dat er voorextra tbs-plaatsen geen extra budget beschikbaar is? Zo ja, hoe kunnendie extra plaatsen dan gefinancierd worden? Zo nee, wat wordt er dan welbedoeld?Antwoord:Deze zinsnede betekent niet dat er voor extra tbs-plaatsen geen budgetbeschikbaar is. Het budget voor de financiering van de forensische zorg,inclusief de benodigde tbs-plaatsen, is berekend op basis van degeraamde behoefte conform het Prognosemodel Justitiële Ketens van hetWODC. Deze omvat een toename van het aantal tbs-plaatsen van 1.719plaatsen in 2024 naar 2.037 plaatsen in 2029 in de komende jaren, zoals isaangegeven in de JenV-begroting 2025.24 Deze tbs-plaatsen kunnen dusworden gerealiseerd binnen de nu meerjarige beschikbare budgetten.Vraag (237):Hoeveel jongeren verblijven in jeugdgevangenissen? Hoeveel jongerenverblijven in volwassendetentie?Antwoord:Op peildatum 2 september 2024 verbleven er 444 jongeren in de JustitiëleJeugdinrichtingen en de Kleinschalige Voorzieningen Justitiële Jeugd. Oppeildatum 2 september 2024 zitten 56 jongvolwassenen in een Huis vanBewaring of reguliere gevangenisafdeling die in een Jeugdinrichtingthuishoren.Vraag (238):Hoeveel is er de afgelopen tien jaar bezuinigd op jeugdgevangenissen?Kunt u dit in een overzicht uiteenzetten?Antwoord:In de afgelopen tien jaar is per saldo niet bezuinigd op jeugdgevange-nissen. Wel zijn er in die periode vier justitiële jeugdinrichtingen gesloten:Amsterbaken in 2015, Eikenstein locatie Zeist in 2017, Het Keerpunt in2020 en Het Poortje Juvaid in 2021. Tegelijkertijd is er geïnvesteerd inmeer maatwerk, onder andere middels de kleinschalige voorzieningenjustitiële jeugd.25Het budgettair kader voor de justitiële jeugdinrichtingen is in de afgelopentien jaar gestegen van 151,1 miljoen euro in 2015 volgens de begrotingVeiligheid en Justitie 2015,26 naar 232,9 miljoen in 2025 volgens debegroting Justitie en Veiligheid 2025.27Vraag (239):Hoeveel is er de afgelopen tien jaar geïnvesteerd in tbs-zorg en hoeveel iser bezuinigd?Antwoord:In de afgelopen tien jaar is per saldo niet bezuinigd op tbs-zorg. Uit deonderstaande overzichtstabel kan worden afgeleid dat het budgettairkader voor de tbs-zorg (Forensisch Psychiatrisch Centra, FPC) in dezeperiode is gestegen van in totaal 314,3 miljoen euro in 201528 (bij een24Kamerstukken II, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2, blz. 11325Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 28 741, nr. 53.26Tweede Kamer, vergaderjaar 2014–2015, 34 000 VI, nr.2, blz. 91.27Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2, blz. 110.28JenV-begroting 2015, Kamerstukken II, vergaderjaar 2014–2015, 34 000 VI, nr. 2, blz. 91.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2966 gefinancierde capaciteit van 1.630 tbs-plaatsen), naar 525,4 miljoen euroin 2025. De stijging van het budgettair kader is voornamelijk het gevolgvan de toename van de gefinancierde capaciteit (van 1630 naar 1843plaatsen) en de loon- en prijsbijstelling die jaarlijks aan het budgettairkader is toegevoegd (bij een gefinancierde capaciteit van 1.843tbs-plaatsen).29Overzichtstabel JenV-begroting Forensische Zorg 2015–2025JenV-begroting Forensische Zorg20152025Intramurale forensische zorg in GW (PPC)90,9197,0FPC’s/forensische zorg (tbs-zorg)314,3525,4Intramurale forensische zorg in GGz-instellingen251,6394,3Inkoop ambulante forensische zorg61,3174,3Totaal (X 1000 €)718,11.291 Vraag (240):Hoe groot is het capaciteitstekort in de tbs-sector? Kunt u een overzichtgeven van het capaciteitstekort in de tbs-sector de afgelopen tien jaar?Antwoord:Het tekort aan tbs-capaciteit resulteert in een aantal wachtendetbs-patiënten in het gevangeniswezen. In onderstaande tabel zijn hetgemiddeld aantal passanten per jaar van de afgelopen 10 jaaropgenomen. Ook bij voldoende capaciteit is er sprake van een ijzerenvoorraad aan passanten (20). Na 2018 is het aantal tbs-opleggingen sterkgestegen en daarmee ook de vraag naar tbs-capaciteit.2014201520162017201820192020202120222023Gemiddelde bezetting tbs1.5901.4881.3851.3261.3101.3291.4031.4901.5361.614Gemiddeld aantal passanten2019182643394564107137 Vraag (241):Hoeveel jongeren halen jaarlijks hun diploma in jeugdgevangenissen? Omwat voor diploma’s of certificaten gaat het (op welk niveau)?Antwoord:Dit wordt niet geregistreerd en is daarom niet bekend.Vraag (242):Wordt in elke jeugdgevangenis op dit moment alle niveaus van onderwijsaangeboden? Zo nee, welke niveaus niet?Antwoord:Niet overal wordt onderwijs op alle niveaus geboden. Het aanbod isafhankelijk van de behoefte van de leerlingen en de beschikbaarheid vandocenten. Omdat het vaak om kleine aantallen leerlingen gaat, zijn er nietaltijd voldoende docenten beschikbaar om in onderwijs op alle niveaus tevoorzien.Vraag (243):In hoeverre sluit de definitie van de taak van het Juridisch Loket aan bij deeerdere formuleringen op pagina 21?29JenV-begroting 2025 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2, blz. 110.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2967 Antwoord:Op pagina 215 van de JenV-begroting staat het Juridisch Loketomschreven als «een advies- en doorverwijsinstelling voor eerstelijnsrechtshulp, die ervoor zorgt dat on- en mindervermogenden verzekerd zijnvan toegang tot het rechtsbestel.» Het betreft een inmiddels gedateerdeomschrijving van de taak van het Juridisch Loket. De taakuitvoering vanhet Juridisch Loket wordt in de praktijk breder. Als onderdeel van destelselvernieuwing rechtsbijstand is ook ondersteuning als taak voor hetJuridisch Loket voorzien, om met een beperkte interventie (het bellen meteen instantie bijvoorbeeld) meer op te lossen in de eerste lijn. HetJuridisch Loket pakt deze taak inmiddels al stapsgewijs op. Daarnaastbehoort (online) informatievoorziening reeds tot de taakuitvoering van hetJuridisch Loket. Een nieuwe wettelijke definitie zal geformuleerd wordenals onderdeel van het wetsvoorstel voor de stelselvernieuwingrechtsbijstand.Vraag (244):Op welke manier gaat gevolg worden gegeven aan het initiatief SamenRecht Vinden dat de afgelopen jaren heeft gedraaid via incidentelemiddelen via de proeftuin door het ministerie?Antwoord:«Samen Recht Vinden» is een initiatief dat tijdens de pilotfase van hetprogramma stelselvernieuwing rechtsbijstand met steun van JenV, deRijk-regiodeal Zeeuws Vlaanderen en bijdragen van enkele Zeeuwsegemeenten is ontwikkeld en opgezet. Voor de regionale implementatie enborging van de aanpak van Samen Recht Vinden is voor 2025 financieringgevonden door een aantal Zeeuwse gemeenten en de provincie Zeeland.Vraag (245):Hoeveel mensen maken gebruik van het Juridisch Loket? Kunt u de cijfersvan het gebruik van het Juridisch Loket de afgelopen vijf jaar in eenoverzicht uiteenzetten?Antwoord:Het is niet mogelijk om het aantal unieke personen te tellen dat gebruikheeft gemaakt van de dienstverlening van het Juridisch Loket. HetJuridisch Loket mag geen gebruik maken van het Burgerservicenummer.Een wettelijke basis daarvoor ontbreekt vooralsnog. Daarnaast wordenregelmatig burgers geholpen die nog geen Burgerservicenummer hebbenof die anoniem wensen te blijven. Van hen wordt enkel de postcodegeregistreerd. Daardoor is een zuivere meting op persoonsniveau nietmogelijk.De onderstaande tabel laat het aantal geregistreerde contacten zien dathet Juridisch Loket met burgers had in de periode van 2019 tot 2023. Voor2024 is een prognose opgenomen. Het betreft hier telefonische contacten,contacten aan de balie of tijdens een spreekuur. In het verleden zijn incijfers van het Juridisch Loket ook de contacten via de mail meegeteld.Die zijn niet meegenomen in deze telling, omdat het Juridisch Loket in2022 gestopt is via de mail te communiceren, maar vooral omdat decijfers leiden tot een onzuiver beeld. Om één vraag te behandelen werdnamelijk vele malen heen en weer gemaild en iedere mail telde daarbij alséén contact. In de tabel wordt tevens onderscheid gemaakt naar het aantalcontacten met én zonder uitzoekwerk. Uitzoekwerk volgt uit een lastigeradvies- of hulpvraag, waarbij een juridisch adviseur nader onderzoekmoet doen.Door tussentijdse wijzigingen in de werkwijze, maar ook onder invloedvan de coronapandemie, zijn de cijfers overigens over de gevraagdeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2968 periode niet goed vergelijkbaar met elkaar. De cijfers van 2023 en 2024 zijndaarentegen wel goed vergelijkbaar. Voor een nadere duiding van decijfers, wordt verwezen naar de jaarverslagen van het Juridisch Loket ophun website.Vraag (246):Stijgt de vraag naar eerstelijns rechtshulp? Kunt u deze cijfers uiteenzettenvoor de afgelopen vijf jaar?Antwoord:Ja, het aantal mensen dat contact zoekt met het Juridisch Loket stijgt. Degrootste stijging is te zien bij het aantal telefonische contacten. Zie verderhet antwoord op vraag 245.Vraag (247):Bij het versterken van de strafrechtketen «ligt de focus op het versnellenvan doorlooptijden en verdere digitalisering van de keten»: hoeveel meerbudget en capaciteit komt er bij het OM/rechters/DJI ter beschikking voordeze doelen?Antwoord:Door het vorige kabinet is extra geïnvesteerd in de strafrechtketen: circa550 miljoen euro structureel, die deels was bestemd voor achterstalligonderhoud en deels voor vernieuwing van de digitale basisinfrastructuur,en incidenteel 450 miljoen euro ten behoeve van de modernisering vanhet Wetboek van Strafvordering. Deze bedragen komen bovenop de extramiddelen die door voorgaande kabinetten zijn vrijgemaakt voor de politieen voor zedenwetgeving via de motie-Hermans en voor de bestrijding vangeorganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Op basis van deze extrainvesteringen is een belangrijke impuls gegeven aan verbetering van hetfunctioneren van de organisaties in de strafrechtketen. Daarnaastinvesteert het huidige kabinet nog 300 miljoen euro extra in nationaleveiligheid, waarvan een groot deel bestemd is voor de organisaties in destrafrechtketen ten behoeve van onder andere de aanpak van cybercrimeen digitale criminaliteit en andere versterkingen van de strafrechtketen. Bijde miljoenennota is daar nog eens 100 miljoen euro bovenop gekomen.Deze extra investeringen ontvangt de politie waarbij rekening wordtgehouden met keteneffecten bij de overige organisaties, inclusief de DJIen de Rechtspraak.Vraag (248):Welke stappen onderneemt u om ervoor te zorgen dat de digitaliseringvan het rechtsbijstandsstelsel de toegankelijkheid voor digitaal mindervaardige groepen, zoals ouderen en laaggeletterden, niet belemmert?Antwoord:Het programma stelselvernieuwing rechtsbijstand heeft ingezet op hetverbeteren van de toegang tot rechtshulp, zowel digitaal als fysiek. Naastde ontwikkeling van onder andere de digitale informatievoorziening endigitale en telefonische contactmogelijkheden, blijft persoonlijk contactbelangrijk. Het Juridisch Loket heeft recent de website laten doorlichtenop toegankelijkheid voor mensen met een beperking. Hier kwamenverschillende verbeterpunten uit naar voren, waaronder de afwezigheidvan een contactmogelijkheid op afstand voor slechthorenden. HetJuridisch Loket werkt aan verdere verbeteringen, zoals een contactfor-mulier.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2969 Vraag (249):Hoe ziet de ondersteuning richting gemeenten op het terrein van onlineaangejaagde ordeverstoringen er concreet uit en welke concrete stappenworden er de komende tijd gezet om deze ondersteuning te verbeteren?Antwoord:Er zijn verschillende instrumenten beschikbaar ter ondersteuning vangemeenten.Zo is in het barrièremodel uitgewerkt welke signalen en gelegenhedeneen rol spelen bij dit fenomeen. Het model toont vervolgens welkeactoren, op welk moment en op welke wijze, kunnen ingrijpen om onlinegedrag een halt toe te roepen. Hierbij is niet alleen gekeken naar debarrières die opgeworpen kunnen worden door gemeenten, maar ookdoor partners zoals politie, het Openbaar Ministerie, internetplatforms enjeugdwerk. In aanvulling op het barrièremodel is een afwegingstoolontwikkeld die gemeenten helpt bij het maken van een snelle beoordelingwelke interventies in een specifieke situatie ingezet kunnen worden. Opbasis van selecties in het interventiefilter worden passende maatregelenvoorgesteld. Denk bijvoorbeeld aan het aanspreken van ouders vanrelschoppers of het uitvaardigen van een bevel door een officier vanjustitie met als doel om strafbare online content te (laten) verwijderen.Daarnaast worden er regelmatig leerkringen en werkgroepbijeenkomstengeorganiseerd waarin kennis en ervaring over de aanpak van onlineaangejaagde ordeverstoringen wordt gedeeld. Deze hulpmiddelen wordenactief onder de aandacht gebracht van gemeenten.In samenwerking met het Centrum voor Criminaliteitspreventie enVeiligheid (CCV) zullen de bestaande instrumenten worden onderhoudenen waar nodig worden doorontwikkeld. Om de aanpak te versterken en depraktijk verder te ondersteunen heeft het Ministerie van Justitie enVeiligheid via het CCV gelden beschikbaar gesteld voor lokale initiatieven.De resultaten van deze projecten worden volgend najaar verwacht.Het Ministerie van Justitie en Veiligheid voert blijvend gesprekken met depraktijk om te bezien wat er verder nodig is op het gebied vanondersteuning.Vraag (250):Hoe hoog zijn de wachtlijsten voor de langdurige forensische psychia-trische zorg en in hoeverre zijn deze de afgelopen vijf jaar gestegen?Antwoord:Op peilmoment 2 september 2024 was het aantal wachtenden 38. Dewachtlijsten voor de langdurige forensische psychiatrische zorg wordensinds 2022 centraal bijgehouden.De gemiddelde wachtlijsten van de afgelopen jaren betroffen:2022192023272024 (tot sept)37 Vraag (251):Op welke manier gaat u extra zorg leveren voor mensen met verwarden/of onbegrepen gedrag, gezien de wachtlijsten in de psychische zorg?Gaat u hier extra in investeren?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2970 Antwoord:Dit kabinet zet in op het voorkomen van extra zorgvragen voor mensenmet verward en/of onbegrepen gedrag. Daarom dat nadrukkelijk desamenwerking met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheiden Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening wordt gezocht gelet op hetbelang van bestaanszekerheid en passende huisvesting voor dezedoelgroep. Daarnaast werkt dit kabinet aan vroegsignalering en hetverbeteren van het contact met zorgmijders. Gemeenten zijn binnen deWet maatschappelijke ondersteuning 2015 verantwoordelijk voor hetorganiseren van passende ondersteuning, waaronder ook maatschappe-lijke opvang. Zij kunnen de aanwezigheid van psychische hulpverlening insamenspraak met Geestelijke GezondheidsZorg (GGZ)-instellingen,zorgkantoren en de opvanginstelling organiseren. Verder werken we aande zogenaamde wijk-Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD’er) om ookdaarmee vroegtijdig signalen op te pakken en daarnaar te kunnenhandelen. Dit laat onverlet dat men ook in de zorg te maken heeft metcapaciteitstekorten en een toenemend aantal zorgvragen. Welke maatre-gelen daarvoor worden genomen is uitgebreid besproken tijdens debegrotingsbehandeling van het Ministerie van Volkshuisvesting, Welzijnen Sport. De kabinetsinzet wordt nader toegelicht in de kabinetsreactie opde parlementaire verkenning naar de aanpak van personen met verwarden/of onbegrepen gedrag die uw Kamer voor de begrotingsbehandelingontvangt.Vraag (252):Op welke manier gaat u extra investeren in het verbeteren van bestaans-zekerheid voor mensen met verward en/of onbegrepen gedrag?Antwoord:Het vroegtijdig signaleren van financiële problemen en het oplossendaarvan is onderdeel van het programma van het kabinet om armoede enschulden tegen te gaan. Bekend is ook dat mensen met (psychische)gezondheidsproblemen eerder dan anderen in de bijstand en in deWerkloosheidwet (WW) terecht komen, en daar vervolgens moeilijkerweer uit komen. Het kabinet wil deze negatieve spiraal met een gezamen-lijke aanpak doorbreken en ondersteunt daarom verschillende initiatieven,zoals het landelijk convenant Sterk door Werk, waarin onder meerGeestelijke Gezondheidszorg (GGZ)-instellingen, gemeenten, Uitvoerings-instituut Werknemersverzekeringen (UWV) en werkgevers samenoptrekken om mensen met psychische aandoeningen aan het werk tehelpen. Het uitvoeringsproject Hoofdzaak Werk, dat die samenwerking ophet niveau van de arbeidsmarktregio stimuleert, wordt, met financiëleondersteuning door de Ministeries van Volkshuisvesting, Welzijn en Sport(VWS) en Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), ook doorgezet tot enmet 2025. Meer specifiek wil het kabinet inzetten op meer werkmogelijk-heden voor mensen met psychische problematiek en een risico opverward/onbegrepen gedrag. Preventief door het intensiveren t/m 2027van de inzet van de bewezen effectieve re-integratiemethode IndividuelePlaatsing en Steun (IPS) bij mensen met psychische aandoeningen alsookachteraf ter stabilisering na een crisis.Vraag (253):Hoeveel budget is er structureel nodig voor de uitvoering van het Plan vanaanpak stop femicide? Voor welke van de tien in dat plan genoemdeprioriteiten wordt hoeveel uitgetrokken? Hoeveel in 2025? En hoeveel is erbeschikbaar?Antwoord:De activiteiten die staan beschreven in het plan van aanpak «Stopfemicide!» (voor 2024 en 2025) worden gedekt door de budgetten van deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2971 Ministeries van VWS, JenV en OCW die beschikbaar zijn voor de geheleaanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling en voor het emanci-patiebeleid. In 2025 wordt op basis van de resultaten en bevindingen vande activiteiten uit het plan van aanpak duidelijk wat hier bovenop nodig isen hoeveel (structurele) middelen hiervoor nodig zijn. Vervolgens zal hetkabinet hierin keuzes maken en de Tweede Kamer hierover informeren.Vraag (254):Klopt het dat de Landsadvocaat momenteel bezig is met het opstellen vaneen concept over de aansprakelijkheid betreffende de adoptiedossiers?Antwoord:Nee, dat klopt niet. Wel is het kantoor van de Landsadvocaat geraad-pleegd over de overdracht van adoptiedossiers door bemiddelingsorgani-saties aan de overheid en gevraagd om een advies op te stellen overinzage in adoptiedossiers. Op basis van inzicht in de geldende kaders,onder meer de privacyregelgeving, werkt de Staatssecretaris Rechtsbe-scherming toe naar voorstellen voor verbeterde toegang tot en inzage inadoptiedossiers.Vraag (255):Klopt het dat alle adoptiedossiers onder de nieuwe archiefwet zullen gaanvallen?Antwoord:Nee, het klopt niet dat alle dossiers van zowel binnenlandse afstand enadoptie als interlandelijke adoptie onder de Archiefwet gaan vallen. Enkeladoptiedossiers van overheidsorganisaties vallen onder de Archiefwet. Dewettelijke grondslag voor overdracht van private archieven naar deoverheid wordt onderzocht in het kader van het plan van aanpak voor deafbouw van interlandelijk adoptie en de nieuwe adoptiewetgeving,waarover uw Kamer nog voor het einde van dit jaar wordt geïnformeerd.Vraag (256):Is er momenteel op landelijk niveau een onafhankelijke juridischevertegenwoordiger voor geadopteerden en diens adoptiedossiers?Antwoord:INEA, het expertisecentrum voor interlandelijke adoptie, biedt juridischeondersteuning. Indien nadere juridische ondersteuning wenselijk ofnoodzakelijk is, dan kan INEA verwijzen naar het eigen netwerk vanjuridisch dienstverleners. Vanzelfsprekend is een geadopteerde daaraanniet gebonden en kan ook buiten dit netwerk worden gezocht naarjuridische vertegenwoordiging.Vraag (257):Wat is de stand van de uitvoering van de motie-Nispen/Tseggai over meerhulp voor geadopteerden en laagdrempelige en onbeperkte toegang tothet eigen dossier (Kamerstuk 33 836, nr. 93)?Antwoord:In de brief aan uw Kamer van 14 juni 2024 heeft de toenmalige Ministervoor Rechtsbescherming aangegeven ernaar te streven uw Kamer ditnajaar nader te informeren over de stand van zaken met betrekking totdeze motie. Recent is het kantoor van de Landsadvocaat verzocht eenbreed advies uit te brengen over de mogelijkheden tot verwezenlijkingvan de wens tot onbeperkte en onbelemmerde inzage in dossiers. DeStaatssecretaris Rechtsbescherming vind het belangrijk en nuttig om ditadvies in de brief met uw Kamer te delen. Nu niet wordt verwacht dat hetadvies tijdig voor het Kerstreces beschikbaar is, neemt het opstellen vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2972 de Kamerbrief meer tijd in beslag. De Staatssecretaris Rechtsbeschermingzal uw Kamer zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk in februari 2025, naderinformeren.Vraag (258):Wanneer zal worden gesproken met de VN-rapporteurs over diensconclusies betreffende de gedwongen kindafstand in Nederland tussen1956 en 1984?Antwoord:De Staatssecretaris Rechtsbescherming is bereid met de VN-rapporteursin gesprek te gaan. Het onderzoek van de «Commissie Onderzoek naarbinnenlandse afstand en adoptie in de periode 1956–1984» is nog gaandeen daarin is mede aandacht voor de rol van overheid in deze periode. Hetonderzoeksrapport wordt in het voorjaar van 2025 verwacht. Het heeft devoorkeur van de Staatssecretaris Rechtsbescherming om daarna met deVN-rapporteurs te spreken, omdat de rol van de overheid in het verledendan ook beter kan worden geduid.Vraag (259):Waarom wordt het onderwerp «femicide» niet in de begroting genoemd?Antwoord:Het plan van aanpak «Stop femicide!» maakt deel uit van de bredereaanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling in de begroting. In hetplan van aanpak wordt toegelicht waarom wordt voortgebouwd op deaanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling.Vraag (260):Onder welk begrotingsartikel valt de uitwerking van het Plan van aanpakstop femicide?Antwoord:Zoals vermeld in het plan van aanpak wordt voortgebouwd op de aanpakvan huiselijk geweld en kindermishandeling. Dit thema staat op debegroting van Justitie en Veiligheid onder begrotingsartikel 34.5. Voor hetMinisterie van VWS valt dit onder begrotingsartikel 3.Vraag (261):Welke bewindspersoon is verantwoordelijk voor de uitvoering van hetPlan van aanpak stop femicide?Antwoord:Dit zijn de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg (tevenscoördinerend bewindspersoon), de Staatssecretaris van Justitie enVeiligheid en de Staatssecretaris Funderend Onderwijs en Emancipatie.Vraag (262):Kunt u een overzicht geven van alle acties en maatregelen die voortkomenuit het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming? Kunt u in hetoverzicht ook aangeven wanneer deze acties en maatregelen zijnbegonnen, hoe lang ze doorlopen en welke nog in de toekomst gaanstarten?Antwoord:Het programma is in 2021 gestart en loopt tot september 2026. Vanaf eind2022 ontvangt u halfjaarlijkse rapportages waarin de voortgang van deverschillende actielijnen wordt beschreven. De laatste rapportage is op5 november met de Jeugdbrief naar uw Kamer gestuurd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2973 Een belangrijk hulpmiddel zal een gemeenschappelijk handelingskadervoor professionals zijn, dat eind 2025 gereed zal zijn. Hiermee worden degewenste gezinsgerichte werkwijzen concreet gemaakt.Verder levert het programma de inzichten voor de benodigde aanpassingvan het stelsel van kind- en gezinsbescherming, met een studie naarmogelijke varianten voor een regionaal veiligheidsteam (in juliopgeleverd) en een bijdrage aan de uitwerking van de in de brief van5 november weergegeven ontwikkelrichting (op te leveren in het voorjaarvan 2025).Vraag (263):Wat heeft het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming tot nu toeconcreet opgeleverd aan verbeteringen in de jeugdbeschermingsketen?Antwoord:De concrete winst voor ouders en kinderen ligt in de toepassing vanbetere samenwerking tussen professionals van verschillende organisatiesen meer gezinsgerichte werkwijzen in de ruim tien proeftuinen van hetprogramma, alsook in de navolging daarvan in andere regio’s.Uit de voortgangsrapportage van het programma komt keer op keer naarvoren dat het op die manier lukt om gezinnen sneller dan voorheen envaker zonder inzet van gedwongen maatregelen naar veiligheid te leiden.Verder leveren de proeftuinen het inzicht dat het stelsel, zoals vastgelegdin de huidige regelgeving, belangrijke hinderpalen bevat om die nieuwewerkwijzen ook daadwerkelijk toe te passen. Tenslotte leveren zijmateriaal op voor aanpassingen aan dat stelsel, zoals de ontwikkelrichtingvoor regionale veiligheidsteams die is beschreven in de Jeugdbrief vannovember 2024.Vraag (264):Ten aanzien van verward gedrag wordt ingezet op het overhevelen vanwerkzaamheden van de politie aan ter zake deskundige organisaties:welke organisaties betreft dat en hebben die wel voldoende budget encapaciteit om die werkzaamheden van de politie over te nemen? Krijgendie organisaties extra budget om die extra werkzaamheden uit te gaanvoeren? Zo ja, waar blijkt dat concreet uit? Zo nee, hoe worden verwardepersonen dan nog wel geholpen of aangepakt?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 216.Vraag (265):Kan aangegeven worden bij welke onderdelen van de justitiële keten vanpolitie, OM, rechters, gevangeniswezen tot reclassering er voor 2025financiële middelen bijkomen dan wel dat bezuinigd wordt?Antwoord:In de Ontwerpbegroting 2025 van het Ministerie van Justitie en Veiligheidstaan de financiële middelen van de onderdelen van de justitiële ketenaangegeven. Voor de verdeling van de middelen van het Regeerakkoordover de onderdelen van de justitiële keten wordt verwezen naar de notavan wijziging van de JenV-begroting 2025 die voor de begrotingsbehan-deling naar uw Kamer gestuurd wordt. Als gevolg van de generieketaakstellingen genoemd in het Regeerakkoord zal er mogelijk ook een deeldaarvan belanden bij onderdelen van de justitiële keten. Hierover wordtvoor Voorjaarsnota volledig besloten. De Kamer zal hier via de eerstesuppletoire begroting van 2025 over worden geïnformeerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2974 Vraag (266):Wat is de subsidietaakstelling voor 2025 gespecificeerd naar artikel-niveau? Kan dit in een tabel overzichtelijk gemaakt worden ten opzichtevan 2024? Hoe gaat dit eruitzien in 2026 en in 2027?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 170 voor de regelingen waarop de subsidie-taakstelling geboekt is. In de bijlage staat per artikel de verdeling van desubsidietaakstelling. In de tabel is per artikel de omvang opgenomen vande totale subsidiebudgetten die geraakt worden door de taakstelling tenopzichte van 2024.Verdeling taakstelling per artikel:Artikel2025202620272028202931–296–741–1.149–1.622–1.80732–1.882–5.003–7.753–10.946–12.20433–995–2.402–3.571–5.041–5.62134–1.827–4.516–5.855–10.557–8.16236–206–516–800–1.130–1.259Eindtotaal–5.206–13.178–19.128–29.296–29.053 Omvang van totale subsidiebudgetten die geraakt worden door te taakstelling perartikel:Artikel2024202520262027202820293115.8617.1856.7406.3295.8565.6713254.54445.79545.62242.84239.64338.3873327.78425.13421.85919.68518.21417.6343444.83744.29341.09832.26238.15125.606365.3955.0094.6994.4124.0823.953Eindtotaal148.421127.416120.018105.530105.94691.251 Vraag (267):Hoeveel veroordelingen zijn er sinds het lachgasverbod geweest voor hetovertreden van dit verbod?Antwoord:De rechtspraak houdt in haar informatiesystemen bij hoeveel veroorde-lingen in eerste aanleg er zijn geweest op grond van artikel 3 Opiumwet.Daarbij kan het gaan om alle middelen op lijst II van de Opiumwet. Hierbijvalt niet te specificeren of het om distikstofmonoxide (lachgas) gaat. LijstII bevat naast lachgas nog veel andere verboden middelen.Vraag (268):Kunt u uitleggen welke risico’s worden voorzien door het budget voor delokale aanpak van radicalisering, extremisme en terrorisme incidenteel teverlagen in 2026?Antwoord:Door verlaging van het budget voor de lokale aanpak van radicalisering,extremisme en terrorisme is voor gemeenten minder budget om huntaken in het kader van de basis op orde en preventie van radicalisering,extremisme en terrorisme, te financieren. Dit budget werd toegekend perbrief «Versterking veiligheidsketen» aan de Tweede Kamer van 27 februari2015. Daarin staat wat het kabinet doet om de veiligheidsketen op eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2975 aantal punten substantieel te versterken.30 Lokale overheden vervullenhierin een spilfunctie. Gemeenten zijn regievoerder van de lokale aanpak.Dit betekent dat zij aan de lat staan voor het ontwikkelen van de lokaleaanpak en de uitvoering ervan, in samenwerking met de benodigdepartners. Met de Versterkingsgelden worden die gemeenten waar deproblematiek nijpend is (hoge dreiging, lage weerbaarheid) in staatgesteld te investeren in het tegengaan van radicalisering om zodoendeeen sluitende en integrale aanpak van radicalisering en extremismemogelijk te maken. Sindsdien worden deze gelden jaarlijks door de NCTVin samenwerking met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgele-genheid toegekend aan gemeenten.Vraag (269):Wat betekent het feit dat de middelen voor de bestrijding van onder-mijning niet volledig besteed kunnen worden voor die bestrijding?Antwoord:Voor een aantal posten geldt dat de beschikbaar gestelde middelen nietvolledig tot uitputting zijn gekomen, onder andere vanwege vertraagdebehandeling van wetsvoorstellen en krapte op de arbeidsmarkt. Een deelvan deze middelen is daarom doorgeschoven in de tijd waardoor dit nietten koste gaat van de beleidsdoelen van deze initiatieven, maar mogelijkwel ten koste van het moment waarop de doelen worden gerealiseerd.Binnen de aanpak wordt daarom ook ingezet op innovatieve maatregelenen alternatieve interventies. Met de partners wordt gekeken of -teverwachten- onderuitputting benut kan worden voor het financieren vanincidentele initiatieven die bijdragen aan de bestrijding van de georgani-seerde criminaliteit. Hierdoor wordt verzekerd dat de beschikbaar gesteldemiddelen voor de ondermijningsaanpak zo doeltreffend en doelmatigmogelijk besteed worden.Vraag (270):Welke functies voor de aanpak van ondermijning zijn niet bekleedvanwege de arbeidsmarktschaarste? Kan dit uitgesplitst worden naarfuncties en fte’s?Antwoord:De arbeidsmarktschaarste heeft impact op de volle breedte van de aanpakvan de georganiseerde criminaliteit en is zichtbaar bij het merendeel vande betrokken partners. Het feit dat de schaarste over de volle breedte vande aanpak speelt, maakt dat er geen beeld te geven is van specifiekefunctiegroepen of organisatieonderdelen binnen de gehele ondermij-ningsaanpak.Vraag (271):Is of wordt de arbeidsmarktschaarste in verband met de aanpak vanondermijning opgelost? Zo ja, hoe en op welke termijn? Zo nee, waaromniet?Antwoord:De arbeidsmarktproblematiek zal ook in 2025 en verder een rol spelen bijde besteding van de middelen, de arbeidsmarktschaarste is niet opgelost.Wel is er een stijgende lijn zichtbaar voor wat betreft de bezetting bij eensubstantieel deel van de partners; er is nu een hogere bezetting tenopzichte van begin 2024. Daarnaast wordt ingezet op innovatievemaatregelen en alternatieve interventies in de brede aanpak tegen degeorganiseerde, ondermijnende criminaliteit.30Kamerstukken II, 29 754, nr. 302.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2976 Vraag (272):Hoe komt het dat het aantal van de beleidsdoelstellingen voor de politievoor de aanpak van ondermijning in de Veiligheidsagenda voor dekomende jaren lager gesteld worden dan in 2023, waaronder hetaanpakken van criminele samenwerkingsverbanden?Antwoord:Bij de start van de Veiligheidsagenda zijn door de Minister van Justitie enVeiligheid, gehoord het College van procureurs-generaal en de Regiobur-gemeesters, de doelstellingen vastgesteld voor elk van de vier jaren vande looptijd van de Veiligheidsagenda (2023–2026). Bij sommige onder-werpen is gekozen voor een oplopende doelstelling (dus elk jaar ietshoger), bij andere voor een vlakke doelstelling (dus ieder jaar hetzelfde).De eerste kolom in de tabel in de begroting (op pagina 29) gaat niet overde doelstelling voor 2023, maar over de realisatie in 2023. In de tweede,derde en vierde kolom staan de doelstellingen voor 2024, 2025 en 2026.Bij criminele samenwerkingsverbanden is in 2023 dus een resultaatgehaald dat hoger ligt dan de afgesproken (vlakke) doelstelling in devolgende jaren.Vraag (273):Hoe wordt de 24,9 miljoen euro die van politie is teruggestort naar hetdepartement exact besteed in 2025? Is dit eenmalig teruggestort en zijndeze middelen nog steeds bestemd als ondermijningsmiddelen, en zonee, waarom niet?Antwoord:Bij de najaarsnota wordt in het geheel van mee- en tegenvallers op deJenV-begroting bezien hoe deze meevaller van 24,9 miljoen euro wordtingezet.Vraag (274):Kan worden toegelicht hoe de aanschaf en inrichting van een nieuwprimair processysteem voor de reclasseringsorganisaties verloopt?Antwoord:De aanschaf van het nieuwe Primair Processysteem verloopt onderverantwoordelijkheid van de drie reclasseringsorganisaties. Het aanbeste-dingsproces is conform Europese regels opgestart.Vraag (275):Kan nader worden toegelicht waarom de brede doeluitkering rampenbe-strijding vanaf 2026 meerjarig wordt verlaagd met 27,7 miljoen euro enkan nader worden toegelicht hoe dit zich verhoudt tot uw inzet omburgers, bedrijven en organisaties weerbaarder te maken?Antwoord:In het hoofdlijnenakkoord is opgenomen dat specifieke uitkeringenworden overgeheveld naar het Gemeentefonds en met 10% wordengekort. De Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) is eenspecifieke uitkering en de korting van 10% op de BDuR zou 27,7 miljoeneuro bedragen vanaf 2026.In het regeerprogramma is opgenomen dat het voortzetten van bestaandespecifieke uitkeringen slechts mogelijk is op basis van een kabinetsbesluit.Inmiddels heeft het kabinet besloten dat de BDuR blijft voortbestaan alsspecifieke uitkering. Het beschikbare bedrag staat in de begroting. In devoorjaarsnota wordt duidelijk waar welke kortingen worden neergelegd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2977 De korting van 10% op de BDuR zal tot gevolg hebben dat de veiligheids-regio’s minder financiële middelen hebben om hun taken op het gebiedvan de crisisbeheersing en brandweerzorg uit te voeren. Op dit momentvalt er nog niet te zeggen wat de gevolgen hiervan zijn.Vraag (276):Is duidelijk wat de gevolgen voor de uitvoering van beleid en de doelstel-lingen van de regering op JenV-gebied zijn als de taakstelling van 22%wordt doorgevoerd? Zo ja, kan die duidelijkheid dan met de Kamerworden gedeeld? Zo nee, waarom niet en gaat dit alsnog gebeuren?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 15.Vraag (277):Waar valt de taakstelling op de apparaatsuitgaven van 22% concreet neer?Bij welke begrotingsartikelen, bij welke diensten, en indien binnen hetkerndepartement, bij welke directies? Kan dit over de jaren 2025, 2026 en2027 ten opzichte van de jaren 2023 en 2024 inzichtelijk worden gemaakt?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 15.Vraag (278):Kunt u uitsplitsen op welke onderdelen de intensivering van het budgetvoor politie wordt ingezet?Antwoord:Voor de verdeling van de middelen wordt verwezen naar de nota vanwijziging bij de JenV-begroting 2025 die voor de begrotingsbehandelingnaar uw Kamer gestuurd wordt.Vraag (279):Kunt u uitsplitsen op welke onderdelen de intensivering van het budgetvoor goed bestuur en de rechtsstaat zal worden ingezet?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 72.Vraag (280):Waaraan worden de voor de nationale veiligheid in 2025 extrabeschikbare middelen van 200 miljoen euro oplopend structureel300 miljoen euro per jaar besteed? Kan dit per jaar uitgesplitst wordennaar politie, OM, rechtspraak, inlichtingen- en veiligheidsdiensten,gevangeniswezen, reclassering en eventuele andere diensten?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 26.Vraag (281):Brengt extra budget voor de politie met zich dat er naar verwachting meeraangiftes kunnen worden behandeld en worden doorgeleid naar het OM?Zo ja, neemt de capaciteit bij het OM en de rechtbanken evenredigdaarmee toe en waar blijkt dat uit? Zo nee, waarom niet?Antwoord:Extra budget leidt niet automatisch tot het kunnen behandelen van meeraangiftes. In het regeerakkoord zijn de prioriteiten van het kabinetopgenomen. Voor de verdeling van de middelen wordt verwezen naar denota van wijziging bij de JenV-begroting 2025 die voor de begrotingsbe-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2978 handeling naar uw Kamer gestuurd wordt. Bij intensiveringen waar sprakeis van keteneffecten is hier ook rekening mee gehouden.Vraag (282):Welke extra capaciteit is er bij het OM nodig om te zorgen voor een beteredoorstroming van zaken?Antwoord:Het College van procureurs-generaal heeft de aanpak van voorraden endoorlooptijden tot prioriteit benoemd en zet daarbij in op een beterebenutting van de beschikbare capaciteit binnen het Openbaar Ministerie.Het Openbaar Ministerie heeft mij laten weten dat er voor het OpenbaarMinisterie geen noodzaak is tot extra capaciteit voor een beteredoorstroom van zaken. Daarbij verdient opmerking dat de doorstroom vanzaken betrokkenheid van meerdere organisaties vergt; het is eenketenvraagstuk.Op 23 september 2024 is uw Kamer per brief geïnformeerd over devoortang van de aangekondigde maatregelen en acties in de brief van29 januari 2024 over de wijze waarop de motie Ellian c.s. wordt uitgevoerdin het licht van de bevindingen van de parlementaire verkenningstrafrechtketen.31Vraag (283):Hoe ontwikkelt het budget voor het OM en de strafrechtspraak zich in deperiode 2025–2028?Antwoord:Er is door het vorige kabinet veel extra geld geïnvesteerd in de strafrecht-keten, waaronder ook in het OM en de strafrechtspraak. Zo is er struc-tureel 200 miljoen euro geïnvesteerd in het OM en de Rechtspraak om debasis van de organisaties op orde te krijgen. Het budget van het OM is deafgelopen jaren hierdoor én vanwege loon- en prijsbijstellingen, sterkgestegen. Daarnaast is er voor het OM voor de jaren 2022–2027 eenincidenteel bedrag van 172 miljoen euro beschikbaar gesteld voor metname de vervanging van het centrale IV-systeem. Vanwege het incidentelekarakter van de investering daalt het apparaatsbudget in 2028 ten opzichtevan de jaren daarvoor en blijft het daarna stabiel. Bij de strafrechtspraak iser, naast de extra middelen om de basis op orde te krijgen, structureel15,1 miljoen euro geïnvesteerd voor de aanpak van georganiseerde,ondermijnende criminaliteit in het prijsakkoord 2023–2025 met de Rvdr.Ook is er incidenteel geld beschikbaar gesteld voor vernieuwing proces-ondersteuning ondermijningszaken en strafrechtspraak (20,7 miljoen euroin 2023 en 18,7 miljoen euro in 2024). Het budget voor de strafrechtspraakontwikkelt zich in de periode 2025–2028 vrij stabiel.In 2025 zullen prijsbesprekingen worden gevoerd met de Rvdr voor deperiode 2026–2028Vraag (284):Kunt u inzichtelijk maken over welke begrotingsartikelen de investeringenin nationale veiligheid worden verdeeld?Antwoord:Zie het antwoord op vraag nummer 26.Vraag (285):Kunt u inzichtelijk maken over welke begrotingsartikelen de investeringenin goed bestuur en rechtsstaat worden verdeeld?31Kamerstukken II, 29 279, nr. 874.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2979 Antwoord:Zie het antwoord op vraag 72.Vraag (286):Er is 25 miljoen euro in 2025, oplopend naar 50 miljoen euro structureel,beschikbaar ter versterking van de rechtsbescherming in de jeugdbe-scherming, versterking van de familie- en jeugdrechtspraak, in de toegangtot het recht en institutionele vernieuwing van de Rechtspraak: kunt unader specifiëren welk deel van het bedrag naar welk doel gaat? Is50 miljoen euro structureel wel genoeg voor al deze doelen? Zo ja, waar isdeze inschatting op gebaseerd? Wanneer worden deze middelenverdeeld?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 72.Vraag (287):In het hoofdlijnenakkoord is 200 miljoen euro structureel beschikbaargesteld door het kabinet voor goed bestuur en rechtsstaat: op welkemanier zal dit uitgesplitst worden per ministerie en waar zal het aanworden besteed?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 72.Vraag (288):Welke specifieke doelen wilt u behalen met de investeringen in nationaleveiligheid en goed bestuur en rechtsstaat?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 26 voor de investeringen in de nationaleveiligheid. Voor het antwoord over de investeringen in goed bestuur ensterke rechtsstaat zie het antwoord op vraag 72.Vraag (289):Wat wordt verstaan onder «Nationale Veiligheid»?Antwoord:Er bestaat geen sluitende of eenduidige definitie van nationale veiligheid.In de Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der Nederlanden die in april2023 is gepubliceerd staat de volgende omschrijving: «Onder nationaleveiligheid verstaan we de bescherming van onze nationale veiligheidsbe-langen tegen dreigingen die deze belangen kunnen schaden en daarmeemaatschappelijke ontwrichting kunnen veroorzaken. Dit doen we doordreigingen te verminderen en de weerbaarheid tegen de dreigingen teverhogen.» De Veiligheidsstrategie is koersbepalend voor de aanpak vandreigingen tegen onze nationale veiligheidsbelangen.Vraag (290):Kan worden gespecificeerd waaraan het bedrag van 200–300 miljoen euroop de post «Nationale Veiligheid» besteed zal worden?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 26.Vraag (291):Hoe wordt het bedrag van 200–300 miljoen voor nationale veiligheidverdeeld onder de drie partijen – politie, justitie en veiligheidsdiensten –waar dit geld terecht komt?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2980 Antwoord:Zie het antwoord op vraag 26.Vraag (292):Kan worden aangeven waarom er geen rekening is gehouden met het feitdat er geen grote schikkingen voorzien waren waardoor de ramingenlager zijn dan begroot?Antwoord:In de JenV-begroting worden voor de incassoresultaten meerjarigeramingen opgenomen op artikel 33 bij de ontvangsten onder de titel«afpakken». Deze ramingen weerspiegelen verwachte opbrengsten,wetende dat deze per jaar sterk kunnen verschillen. De ramingenbeperken zich tot de incassoresultaten die vanuit strafrechtelijk afpakkennaar de staatskas vloeien.Bij het opstellen van de ramingen wordt rekening gehouden met groteschikkingen die in het verleden zijn gerealiseerd. Afhankelijk vanmogelijke nieuwe (grote) schikkingen, zijn de ramingen dus met eenbepaalde onzekerheid omgeven; op voorhand is niet bekend wanneer eengrote schikking zich voordoet en wat de omvang ervan zal zijn. In 2024 iser tot op heden door het OM geen strafzaak afgedaan met een groteschikking, waardoor de ontvangsten in 2024 naar verwachting veel lagerzullen uitvallen dan geraamd. Overigens zijn de ramingen nadrukkelijkgeen doelstellingen voor het OM in de zin van prestatieafspraken.Vraag (293):Is de enige reden dat de ontvangsten van het afpakken van crimineelverdiend vermogen tegenvalt, het voorzien van geen grote schikkingen?Zo ja, wat is de reden dat deze niet worden voorzien?Antwoord:Ja, in 2024 is er tot op heden door het OM geen strafzaak afgedaan meteen grote schikking, waardoor de ontvangsten in 2024 naar verwachtinglager zullen uitvallen dan geraamd.Vraag (294):Welke maatregelen worden genomen om de opbrengsten van crimineelverdiend vermogen de komende jaren niet tegen te laten vallen?Antwoord:Het afpakken van crimineel vermogen is één van de middelen omcriminelen in hun portemonnee te raken en het criminele verdienmodel teverstoren. Om het geld te kunnen ontnemen dat door criminelen in derdelanden wordt geïnvesteerd en witgewassen, wordt de samenwerking metdeze landen versterkt (o.a. Marokko, Turkije en de Verenigde ArabischeEmiraten). Zo worden overeenkomsten gesloten, wordt ingezet op nauweoperationele samenwerking en Nederlandse attachés met financiëleexpertise. Tegelijkertijd blijft het belangrijk om geld dat wel in Nederlandblijft, op te sporen en af te pakken. Daarom wordt onder andere hetwettelijk instrumentarium uitgebreid (Non-Confiction Based Confiscation,spoedbevriezing door FIU-NL), worden twee regionale combiteamsopgezet (in Amsterdam-Amstelland en Midden-Nederland) en wordtgewerkt aan systemen om meer en beter zicht te hebben en houden opcrimineel vermogen (o.a. vermogensdossier en continue vermogensmo-nitor). De ambities en doelstellingen van het OM en de opsporings-diensten in de aanpak van criminele geldstromen, waaronder afpakkenvan crimineel vermogen, zijn opgenomen het Strategisch programmacriminele geldstromen 2024–2028.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2981 Vraag (295):Welke inzet wordt er in 2025 gepleegd om de afpakresultaten teverbeteren?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 294.Vraag (296):Is de verwachting dat in 2025 de middelen voor de aanpak van onder-mijning wel kunnen worden weggezet, aangezien dit vorig jaar niet isgelukt wegens arbeidsmarktkrapte? Zo ja, wat maakt dat dit nu wel zallukken?Antwoord:De arbeidsmarktproblematiek zal ook in 2025 een rol spelen bij debesteding van de middelen. Voor de effectiviteit van de integrale aanpak ishet van belang dat de slagkracht van alle aangesloten partners op peilwordt gebracht. De huidige inspanningen zijn hier volledig op gericht endit resulteert reeds in een hogere bezetting ten opzichte van begin 2024.Daarnaast wordt ingezet op innovatieve maatregelen en alternatieveinterventies in de brede aanpak tegen de georganiseerde, ondermijnendecriminaliteit.Door periodieke monitoring wordt vroegtijdig gesignaleerd wanneeronderuitputting dreigt, waardoor middelen incidenteel herbestemdkunnen worden. Hierdoor wordt verzekerd dat de beschikbaar gesteldemiddelen voor de ondermijningsaanpak zo doeltreffend en doelmatigmogelijk besteed worden.Vraag (297):Is het begrotingsbedrag voor de politie opgebouwd uit zowel structurelemiddelen als incidentele middelen? Zo ja, wat is de omvang van zowel destructurele als incidentele middelen? En voor welke doelen zijn deincidentele middelen bedoeld?Antwoord:De begroting van politie is opgebouwd uit structurele middelen enincidentele middelen. Structurele middelen zijn bedoeld voor uitgaven diejaarlijks terugkeren en zorgen voor stabiliteit en voorspelbaarheid in definanciering. Incidentele middelen kunnen verschillende redenen hebben:•Het financieren van tijdelijke projecten zonder structurele budgetver-plichtingen.•Het financieren van een evenement zoals de NAVO-top.•Het financieren van innovatie en proeftuinen om in de beleidsvor-mende fase de werking te verkennen en waarbij na evaluatie beslotenwordt of de middelen structureel beschikbaar komen.•Het financieren van een incidentele verplichting, zoals een cao-afspraak voor éénmalige uitkering aan het personeel.De verhouding tussen incidentele en structurele middelen is niet exact tebepalen omdat dit onderscheid niet opgenomen is in de financiëleadministratie van de politie. De inschatting is dat meer dan 90% struc-turele middelen betreft.Vraag (298):Hoeveel budget gaat er naar meldpunt 144?Antwoord:Vanuit de Algemene bijdrage van de politie worden 11 fte bekostigd voordeze taak.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2982 Vraag (299):Hoeveel fte aan taakaccenthouders dieren zijn er op dit moment?Antwoord:Op peildatum oktober 2024 zijn in totaal 299 themahouders dierenwerkzaam bij de politie.Vraag (300):Hoeveel extra budget is er nodig om 144 niet alleen gedurende werkuren,maar 24/7 belbaar te laten zijn?Antwoord:Vanuit de Algemene bijdrage van de politie worden 11 fte bekostigd voordeze taak. Op basis hiervan is het telefoonnummer dagelijks (ook in hetweekend) op kantoortijden bereikbaar. Momenteel wordt er gewerkt aaneen business case voor de toekomst van meldpunt 144, waarin deontwikkeling van het budget, de personele bezetting en de bereikbaar-heidstijden worden doorgerekend.Vraag (301):Hoeveel budget gaat er naar de taakaccenthouders dieren?Antwoord:De themahouders dieren worden gefinancierd uit de algemene bijdrageaan de politie.Vraag (302):Wat is de stand van zaken omtrent de wens van politie en defensie om demogelijkheid van een gezamenlijke trainingsschool voor overheidshondente verkennen?Antwoord:De politie en Defensie werken actief samen aan de verkenning naar demogelijke inrichting van een gezamenlijke trainingsschool vooroverheidshonden.Vraag (303):Wat is de stand van zaken omtrent de motie-Wassenberg over aparteregels voor de inbeslagname voor dieren waarbij het welzijn en deintrinsieke waarde van dieren worden gewaarborgd (Kamerstuk 35 892,nr. 25)?Antwoord:Deze motie van lid Wassenberg is afgedaan in de Verzamelbrief welzijndieren buiten de veehouderij van 18 oktober 2024 door de Staatssecretarisvan LVVN. Bij de behandeling van de Wet aanpak dierenmishandeling endierverwaarlozing op 11 mei 2023 is een motie van leden Wassenberg,Graus en Futselaar aangenomen (Kamerstuk 35 892, nr. 25). De motievraagt om aparte regels voor de inbeslagname van dieren waarbij hetwelzijn en de intrinsieke waarde van dieren wordt gewaarborgd. In lijnmet de motie zijn er nu al regels voor het borgen van dierenwelzijn bij deinbeslagname van dieren. Dit is zichtbaar in bijvoorbeeld artikel 10 lid 2van het Besluit inbeslaggenomen voorwerpen, waar speciale regels voordieren staan.De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) zorgt ervoor dat inbeslag genomen dieren op een dierwaardige manier bij de opslaghouderterechtkomen. RVO stelt eisen aan opslaghouders, onder andere metTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2983 betrekking tot de verzorging en huisvesting. De opslaghouder ontfermtzich na een medische check over het welzijn en de gezondheid van hetdier.Vraag (304):Wat is de laatste stand van zaken omtrent de bewezen dierenmishan-deling bij de KNPV?Antwoord:Over individuele zaken doet de Minister van Justitie en Veiligheid geenmededelingen.Vraag (305):In hoeveel operationele werkinstrumenten van de OM en/of de politie isgekozen om minder prioriteit te geven in het aanpakken van kleinecriminaliteit, waaronder dierenmishandeling (Documentnummer2023D10526)?Antwoord:In samenwerking met de politie borgt het OM (ook in Oost-Nederland) datde beperkte opsporing- en vervolgingscapaciteit op de juiste zaken wordtingezet. Mede vanwege de in januari 2024 in werking getreden Wetaanpak dierenmishandeling en dierverwaarlozing geeft het OM inOost-Nederland niet minder prioriteit aan dierenzaken. In de praktijk zijnde dierenzaken overigens ook vóór 1 januari 2024 opgepakt. Van staandOM-beleid om aan zaken waarin sprake is van dierenmishandeling geenof minder opvolging te geven, is geen sprake.Vraag (306):In hoeverre is het besluit in Oost-Nederland om minder prioriteit te gevenin het aanpakken van kleine criminaliteit, waaronder dierenmishandeling,nog staand beleid (Documentnummer 2023D10526)?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 305.Vraag (307):Kunt u aangeven hoeveel fte aan taakaccenthouders dieren er deafgelopen tien jaar, uitgesplitst per jaar, zijn ingezet?Antwoord:Bij de politie zijn er 299 themahouders dieren werkzaam, die specifiekekennis hebben op het gebied van dierenwelzijn en in het bijzonderopgeleid zijn om dit soort zaken op te pakken.Vraag (308):Hoeveel controles zijn er de afgelopen vijf jaar, uitgesplitst naar jaar,geweest bij (leden van) de KNPV? Hoeveel overtredingen zijn hierbijgeconstateerd?Antwoord:De politie onderzoekt meldingen en strafbare feiten. Daarbij wordt nietbijgehouden welke persoon zich aangesloten heeft bij welke vereniging.Vraag (309):Kunt u het keuringsreglement van de KNPV naar de Kamer sturen?Antwoord:De Koninklijke Nederlandse Politiehond Vereniging (KNPV) is eenzelfstandige vereniging die geen onderdeel uitmaakt van de politie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2984 Vraag (310):Kunt u het keuringsreglement van de politie voor politiehonden naar deKamer sturen?Antwoord:De Regeling politiehonden is gepubliceerd op internet, zie https://wetten.overheid.nl/BWBR0019728/2020-05-15.Vraag (311):In hoeverre worden stokslagen nog gebruikt bij de KNPV? In hoeverreworden stokslagen nog gebruikt bij de politie?Antwoord:De KNPV hanteert een eigen sportprogramma op basis waarvan bijvoor-beeld wedstrijden worden georganiseerd en certificaten worden uitge-reikt. Het onderdeel waarbij de hond op een pakwerker wordt gesteld endan met een duimdik rietje wordt geslagen maakt nog steeds onderdeeluit van dat sportprogramma. Het doel hiervan is de honden te toetsen opde omgang met weerstand van verdachten.De politie hanteert een eigen certificaat op basis van de RegelingPolitiehonden. Stokslagen zitten daar al een aantal jaren niet meer in.Vraag (312):Wat is de stand van zaken omtrent de nieuwe koers voor politiehonden?Antwoord:In het programma «Koers Politiehonden»32 wordt onder andere aandachtbesteed aan dierenwelzijn, certificeringseisen, aankoopbeleid, positievetrainingsmethoden, aangelijnd werken en het zoveel mogelijk beperkenvan het gebruik van de elektronische trainingshalsband. De komendejaren wordt een nieuw leerlandschap ten behoeve van het hondendomeiningericht, inclusief een nieuwe wijze van certificeren.Vraag (313):Welk deel van de politiehonden die nu worden getraind en ingezet wordengetraind volgens de nieuwe Koers voor Politiehonden?Antwoord:De «Koers Politiehonden»33 is van toepassing op alle politiehonden.Vraag (314):Welke voorwerpen zijn inbeslaggenomen bij het stilleggen van eenhondentraining op 25 maart 2024?Antwoord:Over individuele zaken doet de Minister Justitie en Veiligheid geenmededelingen.Vraag (315):Hoeveel politiehonden zijn de afgelopen drie jaar door de politie aange-kocht bij leden van de KNPV?32Politie.nl, 3 april 2023 «Nieuwe norm surveillancehond moet ongewilde bijtincidentenverminderen». Politie.nl, 13 juni 2023, «Politie investeert in trainingsprogramma voorsurveillancehonden»33Politie.nl, 3 april 2023 «Nieuwe norm surveillancehond moet ongewilde bijtincidentenverminderen». Politie.nl, 13 juni 2023, «Politie investeert in trainingsprogramma voorsurveillancehonden»Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2985 Antwoord:De politie koopt honden van particulieren. Of deze particulieren lid zijnvan de KNPV is niet bekend bij de politie.Vraag (316):Hoe vaak is sinds het verbod op stroomhalsbanden en andere stroom-stootapparatuur per 1 januari 2022 door de politie en de Koninklijkemarechaussee gebruik gemaakt van de uitzonderingen op dit verbod,waaronder trainingen en inzet voor de overheid op het gebied vanveiligheid en openbare orde?Antwoord:In 2022 is bij 28% van de politiehonden één of enkele keren gebruikgemaakt van de elektronische trainingshalsband (ETH). In 2023 is op eentotaal bestand van 495 politiehonden bij 69 honden gebruik gemaakt vaneen ETH. Het landelijk gemiddelde komt daarmee op 14%.Vraag (317):Hoeveel honden zijn de afgelopen drie jaar, uitgesplitst naar jaar, door depolitie aangekocht op een leeftijd van enkele maanden? Hoeveel hondenzijn de afgelopen drie jaar, uitgesplitst naar jaar, door de politie aange-kocht op een leeftijd van rond de 2,5 jaar?Antwoord:Elke eenheid voert een eigen inkoopbeleid. Dit wordt niet centraalgeregistreerd.Vraag (318):Hoe vaak heeft de politie de afgelopen drie jaar, uitgesplitst naar jaar, derelatie beëindigd met een hondentrainer vanwege dierenwelzijnsmis-standen?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 317.Vraag (319):Hoeveel dierenpolitieagenten zijn er in Nederland?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 299.Vraag (320):Is er correspondentie geweest tussen de overheid en/of politie en deKNPV over het gebruik van het woord «politie» in de naam van devereniging? Zo ja, welke correspondentie is hierover gevoerd?Antwoord:Er zijn gesprekken gevoerd met de KNPV om het woord «Politie» uit haarnaam te halen. De KNPV houdt vast aan het woord. De politie heeft hierverder geen invloed op.Vraag (321):Hoeveel honden heeft de politie de afgelopen drie jaar, uitgesplitst naarjaar, aangekocht die in het bezit zijn van een KNPV-diploma?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 317.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2986 Vraag (322):Hoeveel budget zou er nodig zijn om een fulltime dierenpolitie van 500agenten op te richten?Antwoord:Er zijn geen dierenpolitieagenten in Nederland. De politie kent in totaal299 zogenoemde themahouders dieren binnen de verschillende basis-teams. De themahouders dieren worden gefinancierd uit de algemenebijdrage aan de politie. Het ligt niet in de rede om fulltime dierenpolitieaan te stellen, omdat dit ten koste gaat van de flexibele inzetbaarheid vande politie.Vraag (323):Hoeveel budget is er beschikbaar voor de LID? Kunt u aangeven of ditbudget de afgelopen jaren is toegenomen of afgenomen?Antwoord:De Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn ontvangt jaarlijks een subsidievanuit LVVN. De huidige subsidieperiode loopt van 2022 t/m 2025. De LIDis in haar subsidieaanvraag uitgegaan van een jaarlijkse indexering.Vanwege de hoge inflatiecijfers is een extra indexering doorgevoerd viaeen wijziging van de subsidie. Voor het kalenderjaar 2025 ontvangt de LIDeen bijdrage van 3.142.073,00 euro.Vraag (324):Hoeveel fte heeft de LID beschikbaar voor het aanpakken van dierenmis-handeling?Antwoord:Meldingen met betrekking tot dierenmishandeling worden afgedaan doorde politie. De LID neemt meldingen in behandeling met betrekking totverwaarlozing van huis en hobbydieren en voert routinecontroles uit bijbedrijfsmatige houders van gezelschapsdieren. In totaal heeft de LID 36,1fte op de begroting van 2025, waarvan 27,79 fte inspecteurs zijn.Vraag (325):Neemt de capaciteit voor de dierenpolitie toe? Zo ja, met hoeveel?Antwoord:Er is geen uitbreiding in het aantal themahouders dieren voorzien.Vraag (326):Hoeveel fte is er op dit moment beschikbaar voor 144?Antwoord:Er is op dit moment 11 fte beschikbaar.Vraag (327):Hoeveel fte zou er in totaal nodig zijn om 144 24/7 beschikbaar te latenzijn?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 300.Vraag (328):Klopt het dat de politie in 2023 advies aan de KNPV heeft gegeven omstokslagen uit het keuringsprogramma te halen? Is dit advies opgevolgd?Kunt u dit advies naar de Kamer sturen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2987 Antwoord:De KNPV voert haar eigen beleid. De politie voert regelmatig overleg metde KNPV vanuit de wens om het KNPV-programma zo goed mogelijk aante laten sluiten op de behoefte van de politie.Vraag (329):Welk aantal operationele politieambtenaren is gemiddeld per maand ziek?Welk aantal is kortdurend ziek en welk aantal is langdurend ziek, en kunt udaarbij vermelden wat uw definitie is van kort- en langdurend?Antwoord:Het twaalfmaands-gemiddelde van ziekteverzuim bij de politie metpeildatum september 2024 was 6,4%. Dit bestaat uit kort, middellang enlang verzuim:•kortdurend verzuim is verzuim minder dan 8 dagen: 0,7%;•middellang verzuim is verzuim vanaf 8 tot en met 42 dagen: 0,7%;•lang verzuim is verzuim vanaf 43 dagen tot met 730 dagen: 5%.Vraag (330):Welk aandeel in cijfers ten aanzien van ziekte bij de politie isPTSS-gerelateerd?Antwoord:Het exacte aandeel medewerkers met PTSS ten aanzien van ziekteverzuimbij de politie is niet uit de politiesystemen te halen.Vraag (331):Wordt aan de ontslagen persoon met PTSS na ontslag uit de dienst nognazorg geboden? Zo ja, waaruit bestaat die nazorg en voor welke duur?Antwoord:Het nieuwe stelsel beroepsgerelateerde gezondheidsklachten richt zich opzorg, herstel en re-integratie en treedt per 1 april 2025 in werking.Momenteel handelt de politie conform de interne richtlijn, gebaseerd opde contouren van het nieuwe stelsel. Zodra een politiemedewerker zichmeldt met klachten, ontvangt de medewerker direct zorg. Als er, na demedische eindsituatie, sprake is van een verband in overwegende matetussen PTSS en het werk bij de politie kunnen medische kosten (zoalsbehandelingen en hulpmiddelen) blijvend worden gedeclareerd zolang depolitiemedewerker in dienst is. Wanneer een politiemedewerker uit dienstgaat, wordt er een inschatting gemaakt van de toekomstige kosten, zoalsvoor nazorg, en wordt dit als schadevergoeding uitbetaald.Vraag (332):Welk bedrag wordt gemiddeld aan een persoon met PTSS uitbetaaldwegens een vastgesteld oorzakelijk verband met de dienstuitoefening?Antwoord:Het gemiddelde bedrag dat uitbetaald is aan een persoon met erkenningPTSS is 140.000 euro aan smartengeld en 124.000 euro aan restschade.Deze bedragen betreffen het gemiddelde over de periode januari totaugustus 2024. De hoogte van uitgekeerde bedragen aan(oud-)medewerkers met beroepsgerelateerde PTSS is altijd maatwerk enafhankelijk van individuele omstandigheden en casuïstiek.Vraag (333):Hoeveel is er jaarlijks beschikbaar voor de politie voor PTSS-beleid?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2988 Antwoord:In de politiebegroting 2025–2029 is jaarlijks voor dotaties aan devoorziening Vangnetregeling Veilig en Gezond Werken 54 miljoen eurobegroot. Dit antwoord moet worden bezien in samenhang met debeantwoording van de vragen 339 en 348. De kosten voor het nog vast testellen overgangsbeleid zijn hier niet in meegerekend.Vraag (334):Hoeveel operationele personeelsleden (personen en fte’s) waren op1 januari 2024 in vaste dienst? Hoeveel waren dat er (personen en fte’s) intijdelijke dienst? Hoeveel waren dat er (personen en fte’s) als vrijwilliger?Antwoord:Op 31 december 2023 was er 46.076 fte’s operationeel politiepersoneel(excl. aspiranten) in dienst. Op dat moment waren er 4.863 fte’s aspirantenin dienst. Het totaal aantal operationele personeelsleden betrof toen50.939 fte. Een tijdelijk dienstverband in een operationele functie is nietgebruikelijk bij de politie. In uitzonderlijke gevallen wordt een tijdelijkdienstverband voor bepaalde operationele functies toegestaan, natoetsing door een daartoe in het leven geroepen commissie. Dit gaat omenkele gevallen.Op 31 december 2023 waren er 2.746 politievrijwilligers. Er zijn 1.225politievrijwilligers met een generiek executieve aanstelling, waarvan 21aspirant politievrijwilliger in opleiding en 203 politievrijwilligers met eenspecifiek executieve aanstelling, waarvan 60 aspirant politievrijwilliger inopleiding, en 1.318 met een aanstelling voor administratieve, technischeof andere taken.Vraag (335):Welk aantal operationele politieambtenaren is in de formatie opgenomenals «wijkagent» per 1 januari 2025? Hoe was dat voor 1 januari 2024? Welkdeel van hun arbeidstijd waren zij in 2024 in de gelegenheid die rol ookdaadwerkelijk te vervullen?Antwoord:De meest actuele cijfers over de formatie van wijkagenten zijn van eindaugustus 2024. Toen was de formatie wijkagenten 3.612 fte. Eind 2023 wasdat 3596 fte. In het eerste halfjaarbericht politie van 2025 zal informeert deMinister van Justitie en Veiligheid uw Kamer over de formatiewijkagenten per ultimo 2024. Keuzes over de inzet van politie wordengemaakt door het lokale gezag. Vanwege de onderbezetting in debasisteams is de ruimte voor keuzes vaak beperkt en moeten wijkagentenworden ingezet om de 24/7 roosters rond te krijgen. De mate waarin datnodig is kan per eenheid en per basisteam verschillen.Vraag (336):Zijn er wijkagenten die zo in beslag worden genomen daar andere taken,dat zij niet of nauwelijks nog aan hun rol als wijkagent toekomen? Zo ja,hoe groot is dat aantal en in welke mate?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 335.Vraag (337):Hoeveel van de politiecapaciteit is voor drugsgerelateerde criminaliteitnodig? Gaat dit gelijk blijven, afnemen of toenemen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2989 Antwoord:Politiecapaciteit is per definitie schaars. Het bevoegd gezag maakt eencontinue afweging ten aanzien van de inzet van politiecapaciteit op dediverse politietaken, waaronder opsporing van druggerelateerdecriminaliteit.Vraag (338):Wat is de status van het nieuwe stelsel voor beroepsgerelateerdegezondheidsklachten bij de politie en treedt deze inderdaad op 1 januari2025 in werking?Antwoord:Dit jaar is er overeenstemming bereikt over de definitieve algemenemaatregel van bestuur (AMvB) voor het nieuwe stelsel beroepsgerla-teerde gezondheidsklachten en deze wordt in 2024 gepubliceerd in deStaatscourant. In november van dit jaar wordt de laatste hand gelegd aande ministeriële regeling. Het nieuwe stelsel treedt per 1 april 2025 inwerking.Vraag (339):Hoeveel is er de afgelopen vijf jaar besteed aan de vangnetregeling veiligen gezond werken (inclusief de aanpak van posttraumatische stress-stoornis) bij de Politie en hoeveel is daar de komende jaren beschikbaarvoor?Antwoord:De politie heeft in de afgelopen vijf jaar achtereenvolgens 26 miljoen euro(2019), 61 miljoen euro (2020), 47 miljoen euro (2021), 62 miljoen euro(2022) en 121 miljoen euro (2023) besteed aan de Vangnetregeling Veiligen Gezond Werken. Dit betreft een reservering van middelen vooruitkeringen van deze regeling. Daarnaast maakt de politie ook kosten voorde aanpak (hulp en ondersteuning) hiervan (zie hiervoor het antwoord opvraag 348).Vraag (340):Hoeveel geld wordt er uitgegeven om de vrijwillige brandweer op krachtte houden?Antwoord:Een bedrag kan niet worden genoemd. Veiligheidsregio’s worden voorcirca 85% gefinancierd door gemeenten uit het Gemeentefonds en voorcirca 15% door het Ministerie van Justitie en Veiligheid via de BredeDoeluitkering Rampenbestrijding (BDuR). Het verschilt per veiligheids-regio hoeveel geld er direct voor bijvoorbeeld wervingscampagnes envergoedingen en indirect voor bijvoorbeeld opleidingen, oefeningen enmaterieelvoorzieningen besteed wordt aan het op kracht houden van devrijwillige brandweer. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid draagtdaarnaast direct, maar ook indirect via het Nationaal Instituut FysiekeVeiligheid (NIPV), bij aan het op kracht houden van de vrijwilligebrandweer. Voor 2025 ziet dat bijvoorbeeld op de financiering van eensecretaris van de landelijke stuurgroep toekomstbestendig brandweer-stelsel.Vraag (341):Hoe worden de gelden voor het Programma Vernieuwing MissiekritischeCommunicatie ingezet vanaf 2025? Hoe kan het dat er in 2025 minderbegroot is dan de jaren daarna, en in hoeverre is hier rekening gehoudenmet eventuele extra opstartkosten? Hoe verhoudt zich dit tot hetafbouwen van C2000 en welke termijn wordt hiervoor aangehouden?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2990 Antwoord:Het Adviescollege-ICT (AC-ICT) heeft in het najaar van 2023 geadviseerdom het toenmalige programma NOOVA in zijn huidige vorm te stoppen eneerst draagvlak voor het noodzakelijke gezamenlijke vernieuwingsproceste versterken34 Daarvoor is het van cruciaal belang om te investeren ineen door alle partijen onderschreven fundament onder de vernieuwing. Eris daarom besloten een herstart te maken conform de aanbeveling en eenstevig fundament te leggen met een breed gedragen visie op devernieuwing van missiekritische communicatie. De Kwartiermakersorgani-satie Vernieuwing Missiekritische Communicatie (VMX) is hier in januari2024 mee begonnen en inmiddels is de governance voor VMX ingericht.Op dit moment worden visies uitgewerkt voor de nieuwe voorziening, deverwerving en het stelsel. De kosten voor de kwartiermakersfase in 2024en 2025 zijn daarom lager dan de kosten die gemaakt zullen worden in deimplementatiefase voor de vernieuwing van de missiekritischevoorziening.Vanaf 2025 is besloten om het budget voor het Programma VernieuwingMissiekritische Communicatie (VMX) op een aparte begrotingsregel tevermelden. Tot en met 2024 zat dit budget in de begrotingsregel «BeheerMeldkamers». Het budget in 2025 bedraagt 10 miljoen euro. Dat is minderdan 2026 vanwege de kwartiermakersfase en vanwege de meerjarigedoorwerking van een taakstelling die in 2023 op het meldkamerdomeingeboekt is.De verwachting is dat het huidige C2000 nog tot na 2030 zal wordengebruikt. Daarom zijn inmiddels de werkzaamheden gestart om contractente verlengen dan wel opnieuw aan te besteden, en wordt er langsverschillende actielijnen gewerkt aan verdere optimalisatie van hetC2000-netwerk. In de verzamelbrief Brandweerzorg en Crisisbeheersingvan 12 maart 202435 heeft de Minister van Justitie en Veiligheid daarbijaangegeven dat C2000 pas wordt afgeschakeld als het nieuwe missiekri-tische systeem werkt. De continuïteit van de missiekritische communica-tievoorziening staat te allen tijde voorop.Vraag (342):Waarom is er in 2025 minder begroot voor de Stichting Arbeidsmarkt enOpleidingsfonds Politie dan in 2024? Hoe verhoudt zich dit tot de grotearbeidstekorten?Antwoord:De Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Politie (SAOP) heeft in2024, conform de gemaakte afspraken in het Centraal GeorganiseerdOverleg Politievakbonden (CGOP), de volledig aangevraagde subsidieontvangen. Deze subsidie zal ook in 2025 beschikbaar zijn en voor 2025 iser niet minder begroot voor deze stichting dan in 2024.Onder de begrotingsregel SAOP vallen, naast SAOP, ook subsidies diebeschikbaar zijn voor andere subsidieaanvragers.Vraag (343):Kunt u uiteenzetten waar de overige subsidies op artikel 31 (politie)terechtkomen?Antwoord:Dit betreft een budget voor incidentele subsidies aan verschillendeorganisaties. De subsidies die hieruit worden verstrekt verschillen dan ook34Kamerstukken 2023/24, 29 628, nr. 119035Kamerstukken 2023/24, 29 517, nr. 253Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2991 per jaar. In 2023 betroffen de uitgaven aan overige subsidies op artikel 31voornamelijk de subsidie voor de Gemeenschappelijke Gezondheids-diensten en de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de regio(GGD GHOR) voor de versterking forensische geneeskunde zoalstoegelicht in het Jaarverslag van het Ministerie van Justitie en Veiligheidover 2023.Vraag (344):Kunt u aangeven hoeveel capaciteit naar lokale opsporing ten opzichtevan landelijke opsporing gaat? Kunt u in kaart brengen wat de lokalebehoeftes zijn?Antwoord:Op basis van de werksoort opsporing zoals gepresenteerd in de bijlage«kerncijfers» bij de halfjaarberichten politie, kan een beeld wordengegeven van de relatieve omvang van de capaciteit voor opsporing op deverschillende niveaus in de organisatie. Dit betreft het landelijke niveau,het regionale niveau, het districtsniveau en het niveau van de basisteams.De werksoort opsporing bevat de opsporingsfuncties volgens hetLandelijk Functiegebouw Nederlandse Politie (LFNP). Er vallen vooraltactisch rechercheurs onder en forensisch-, digitaal- en finec-specialisten.Op peildatum eind 2023 was ongeveer 10% van de formatie binnen dewerksoort opsporing ingericht in de basisteams, 25% bij de districtsre-cherches, 50% bij de diensten regionale recherche, 8% bij de dienstlandelijke recherche en nog 8% bij overige organisatieonderdelen.Een kanttekening bij dit beeld is dat ook andere functionarissen binnen degenoemde organisatieonderdelen (gedeeltelijk) opsporingswerkzaam-heden verrichten of werk doen ten behoeve van de opsporing. Eenvoorbeeld hiervan zijn agenten in de basisteams of de politiemensen diewerkzaam zijn in de informatieorganisatie.Uitgangspunt is dat de aanpak van criminaliteit plaatsvindt op alle niveausin de organisatie en dat tussen deze niveaus sprake is van een samenhan-gende taakuitvoering. De lokale behoefte aan opsporing wordt bepaalddoor de lokale problematiek en kan van eenheid tot eenheid en vanbasisteam tot basisteam verschillen.Vraag (345):Kunt u verduidelijken waarom er een groot verschil zit tussen de cijfersvan «31.2 Bekostiging politie» 2023 en 2024? Kunt u ook verduidelijkenwaarom de cijfers (van datzelfde punt) van 2025 t/m 2027 fluctueren maarde cijfers van 2028 en 2029 nagenoeg gelijk zijn? Kunt u ook verklarenwaarom de cijfers vanaf 2025 t/m 2028 voor de «politieacademie»nagenoeg gelijk blijven maar de cijfers bij «Stichting Arbeidsmarkt enOpleidingsfonds Politie» vanaf 2026 t/m 2029 dalen en hoe het gat dangedicht kan worden om wel aan de benodigde capaciteit te kunnenvoldoen?Antwoord:Het verschil tussen de cijfers van 2023 en 2024 is voor een groot deel teverklaren door de loon- en prijsbijstelling. In de ontwerpbegroting 2023was nog geen loon- en prijsbijstelling 2023 opgenomen en in de ontwerp-begroting 2024 wel. De bijdragen van 2025 tot en met 2027 fluctuerenvanwege bijvoorbeeld incidentele bijdragen, bijdragen die over de jarenheen een oploop kennen en loon- en prijsbijstellingen die over de jarenheen kunnen fluctueren. In de latere jaren richting de begrotingshorizon,in dit geval 2028 en 2029, nemen deze fluctuaties af.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2992 De beschikbare middelen voor onder andere de Stichting Arbeidsmarkt enOpleidingsfonds Politie (SAOP) worden structureel verlaagd vanwege degenerieke taakstelling die voortvloeit uit het Hoofdlijnenakkoord. De SOAPricht zich voornamelijk op het subsidiëren van ingediende initiatieven diebijdragen aan een goed functioneren van de arbeidsmarkt van de politieen het stimuleren van opleidingsactiviteiten. Deze initiatieven enactiviteiten staan geheel los van de Politieacademie en de beschikbarecapaciteit bij de Politieacademie.Vraag (346):Welk aantal van de politieformatie heeft de volledige politieopleidingdoorlopen en welk aantal is BOA (ESI of andere opleiding)?Antwoord:Welk aandeel van de operationele politiesterkte de volledige politieop-leiding heeft doorlopen en welk aandeel een verkorte opleiding heeftdoorlopen (voor executief specifieke inzet of de opleiding tot politieboa) isniet direct uit de politiesystemen te halen. De executief specifiekeaanstelling (ESI) is in 2018 geïntroduceerd. Sindsdien zijn er jaarlijks 720opleidingsplekken voor ESI-instroom. Daarnaast stromen er jaarlijks rondde 500 operationele medewerkers met een politieboa-opleiding in. Met depolitievakbonden is afgesproken dat minimaal twee derde van deoperationele politiesterkte breed opgeleid is en dus de volledige basispoli-tieopleiding heeft doorlopen.Vraag (347):Welk aantal van de in de tabel genoemde fte voor de politie betreftvolledig opgeleide operationele politieambtenaren die hebben voldaanaan de eisen om volledig bewapend inzetbaar te zijn?Antwoord:In 2023 was, net als voorgaande jaren, ongeveer 92% van de politiemede-werkers, die wapendragend zijn, positief getoetst en daarmee gecertifi-ceerd voor het dragen van een wapen. Indien deze vraag betrekking heeftop de verhouding tussen breed en smal inzetbaar personeel, zie hetantwoord op vraag 346.Vraag (348):Hoeveel budget wordt door de politie besteed aan het bieden vanpsychische hulp en ondersteuning voor het eigen personeel?Antwoord:De kosten voor het bieden van psychische hulp en ondersteuning van heteigen personeel worden niet specifiek geregistreerd. Op basis van eennulmeting van de formatie van de zorgketen in 2022 wordt ingeschat datvanaf 2022 jaarlijks circa 7 miljoen euro oplopend naar 13 miljoen eurovanaf 2026 wordt ingezet voor het invullen van functies als geestelijkverzorgers, bedrijfsmaatschappelijk werkers, medewerkers geweld tegenpolitieambtenaren en psychologen. Naast deze middelen wordt er jaarlijkscirca 10 miljoen euro uitgegeven aan psychische hulp uit Psychopol ennog circa 1 miljoen euro aan assistentiehonden. Daarnaast wordt ingezetop psychische hulp door collega’s in de vorm van nevenfuncties zoalsTeam Collegiale Ondersteuning, buddy’s en ervaringsdeskundigen. Dezekosten voor het bieden van psychische hulp en ondersteuning aan hetpersoneel staan naast de kosten voor de vangnetregeling veilig en gezondwerken, zie het antwoord op vraag 339.Vraag (349):Is er op enige wijze geld gereserveerd voor het uitvoeren van deuitkomsten van de commissie Van der Meer II?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2993 Antwoord:Nee. In de JenV-begroting 2025 is nog geen rekening gehouden met demogelijke uitkomsten van de commissie-Van der Meer II. Het rapport vande commissie-Van der Meer II, aanvankelijk voor het komende kerstrecesverwacht, heeft vertraging opgelopen en is thans toegezegd voor eindfebruari 2025. Voorafgaand aan het eventueel wijzigingen van devergoedingen dient financiële besluitvorming tijdens het regulierebegrotingsproces plaats te vinden.Vraag (350):Waarom wordt er in 2027 21.8 miljoen euro bezuinigd op het OM en deRechtspraak? Hoe verhoudt deze bezuiniging zich tot de oplopendedoorlooptijden van strafzaken?Antwoord:De begroting van Justitie en Veiligheid is in samenhang met het maatre-gelenpakket ter beperking van de asielinstroom op het terrein vanrechtsbijstand en rechtspraak vanaf 2027 structureel verlaagd. Voor deRechtspraak betreft het 10,9 miljoen euro in 2027 en vanaf 2028 struc-tureel 21,8 miljoen euro. De verlaging heeft geen betrekking op het OM,omdat het OM geen ketenpartner is in de asielketen. Het initiatief voor deuitwerking van het maatregelenpakket ligt bij de Minister van Asiel enMigratie.Vraag (351):Waarom daalt het begrote bedrag voor de Stichting Geschillencommissieconsumentenzaken de komende jaren?Antwoord:Het begrote subsidiebedrag voor de SGC voor 2025 is 975.000 euro terwijlhet bedrag voor 2024 1,25 miljoen euro bedraagt. In 2024 heeft de SGC inhet kader van maatregelen om de toegang tot het recht te versterken,500.000 euro extra subsidie ontvangen, en zij ontvangt vanaf 2025structureel 360.000 euro extra.Dat er toch sprake is van een dalende reeks is te verklaren door degenerieke taakstelling op subsidies die het Kabinet heeft afgesproken.Deze taakstelling is reeds ingeboekt op de subsidiebudgetten op deJenV-begroting. JenV is in het kader van een zorgvuldig procesvoornemens om te kijken of de consequenties voor de subsidiepartnersgemitigeerd kunnen worden indien dit leidt tot onoverkomelijke belemme-ringen in de uitvoering van de maatschappelijke opdracht aan eenketenpartner. Bij Voorjaarsnota 2025 wordt nader bekeken of eenherschikking van de subsidietaakstelling binnen de JenV-begroting voor2025 nodig is. Dit geeft tijd om samen met de partners zorgvuldig tebezien wat de gevolgen van een korting van de subsidies zijn voor deverschillende ketenpartners.Vraag (352):Waarom daalt de financiering voor het Juridisch Loket vanaf 2025?Antwoord:De dalende reeks is te verklaren door de generieke taakstelling opsubsidies die het kabinet heeft afgesproken. Deze taakstelling is reedsingeboekt op de subsidiebudgetten op de JenV-begroting. JenV is in hetkader van een zorgvuldig proces voornemens om te bezien of deconsequenties voor de subsidiepartners gemitigeerd kunnen wordenindien dit leidt tot onoverkomelijke belemmeringen in de uitvoering vande maatschappelijke opdracht aan een ketenpartner. Bij Voorjaarsnota2025 wordt nader bekeken of een herschikking van de subsidietaakstellingbinnen de JenV-begroting voor 2025 nodig is. Dit geeft tijd om, samenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2994 met de partners, zorgvuldig te bezien wat de gevolgen van een kortingvan de subsidies zijn voor de verschillende ketenpartners.Vraag (353):Op welke manier wordt er bij deze begroting geïnvesteerd in het JuridischLoket zoals aangegeven op pagina 84 van het regeerprogramma?Antwoord:De middelen die het Kabinet beschikbaar stelt voor het versterken vangoed bestuur en een sterke rechtsstaat zijn nog niet in de begrotingverwerkt naar de betreffende beleidsartikelen. Hierover wordt u apartgeïnformeerd door middel van een nota van wijziging van deJenV-begroting die voor de begrotingsbehandeling naar uw Kamer zalworden verzonden.Vraag (354):Op welke manier wordt in de begroting voor het Juridisch Loket rekeninggehouden met de toename van de eerstelijns hulpvraag van 20 procent?Antwoord:Op dit moment is de begrotingssystematiek niet ingericht op ontwikke-lingen in de vraag naar de dienstverlening van het Juridisch Loket. Ditvormt aanleiding om een bekostigingsmodel met gebruikmaking vankostprijzen en volumeafspraken te ontwikkelen. Dit traject is recent gestarten vergt nog volop uitwerking. Naar verwachting kan het nieuwe modelvanaf 2027 worden toegepast.Vraag (355):Waarop is het gat tussen de daadwerkelijke kosten die het Juridisch Loketmaakt, te weten 56,2 miljoen euro en het begrote bedrag voor 2025 opgebaseerd?Antwoord:Er is een discrepantie tussen het bedrag in het begrotingsartikel en definancieringsbehoefte van het Juridisch Loket. Die behoefte is forsgegroeid, mede ingegeven door de verbetering van de dienstverleningvan het Juridisch Loket als onderdeel van het programma stelselver-nieuwing, de stijgende kosten, de invoering van het gratis telefoon-nummer en een toenemende vraag naar eerstelijns juridische onder-steuning. In de afgelopen jaren is het financieringstekort telkens opgelostdoor JenV met incidentele middelen uit het rechtsbijstandsbudget.Vraag (356):Klopt het dat de lagere begroting voor het Juridisch Loket ook budgettairegevolgen heeft voor de doorontwikkeling van de Huizen van het Recht?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 352. Momenteel wordt nog bezien welkesubsidies gekort zullen worden en wat de consequenties daarvan zijn.Eventuele budgettaire gevolgen voor de doorontwikkeling van de Huizenvan het Recht zijn daarom momenteel vooralsnog niet aan de orde.Vraag (357):Hoe wordt ervoor gezorgd dat het rechtsbijstandsstelsel toegankelijk blijftvoor digitaal minder vaardige groepen, zoals ouderen en laaggeletterden?Antwoord:Zie het antwoord op vraag nummer 248.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2995 Vraag (358):Waarom worden de subsidies onder de adequate toegang tot hetrechtsbestel vanaf 2025 verlaagd?Antwoord:De dalende reeks bij de subsidies is te verklaren door de generieketaakstelling op subsidies die het Kabinet heeft afgesproken. Dezetaakstelling is reeds ingeboekt op de subsidiebudgetten op deJenV-begroting. JenV is in het kader van een zorgvuldig proces,voornemens om te kijken of de consequenties voor de subsidiepartnersgemitigeerd kunnen worden indien dit leidt tot onoverkomelijke belemme-ringen in de uitvoering van in de maatschappelijke opdracht. BijVoorjaarsnota 2025 wordt nader bekeken of een herschikking van desubsidietaakstelling binnen de JenV-begroting voor 2025 nodig is. Ditgeeft tijd om samen met de partners zorgvuldig te bezien wat de gevolgenvan een korting op de subsidies zijn.Vraag (359):Wordt de verlaging van de toevoegingen rechtsbijstand enkel verklaarddoor de verwachte afname in de asielinstroom?Antwoord:Nee, dit wordt niet enkel verklaard door de verwachte afname van deasielinstroom. De raming van de toevoegingen in de JenV-begroting 2025is gebaseerd op de geraamde aantallen uit het Prognosemodel JustitiëleKetens (PMJ). Hier zijn dalingen en kleine stijgingen zichtbaar. Daarnaastis rekenkundig in de raming van het aantal asieltoevoegingen vanaf 2027de verlaging verwerkt van de JenV-begroting op het terrein van rechtsbij-stand vanwege het maatregelenpakket ter beperking van de asielin-stroom. Dit laatste verklaart voor een groot deel de geraamde afname vanhet aantal toevoegingen vanaf 2027.Vraag (360):In het regeerprogramma staat dat er geïnvesteerd gaat worden in hetJuridisch Loket, waar uit de begroting blijkt dat? Klopt het dat het bedragdat geïnvesteerd wordt in het Juridisch Loket, vanaf 2025 naar 2029 juistdaalt? Is deze tegenstelling te verklaren?Antwoord:Zie de antwoorden op de vragen 352 en 353. Los van enerzijds degeneriek ingeboekte taakstelling subsidies en anderzijds de extramiddelen die naar aanleiding van het regeerprogramma nog aan hetbudget voor het Juridisch Loket zullen worden toegevoegd, wordtmomenteel gewerkt aan een meerjarige stabiele financiering van hetJuridisch Loket. Zie verder ook het antwoord op vraag 354.Vraag (361):Waardoor stijgen de uitgaven aan de Autoriteit Persoonsgegevens van36,3 miljoen euro in 2023 naar 45,1 miljoen euro in 2024 en structureelnaar 49 miljoen euro vanaf 2025 en kan worden aangegeven welk deelvan deze begrote uitgaven nog niet juridisch verplicht zijn?Antwoord:Het budget van de AP stijgt voornamelijk door nieuwe taken voor de APvan andere departementen. De AP krijgt onder andere extra middelenvoor de Directie Coördinatie Algoritmen (DCA) en de voorbereiding op deAI-verordening, voor het toezichtarrangement bij de Belastingdienst envoor de Digitale dienstenverordening (DSA)/ Datagovernanceverordening(DGA). De hoogte van het begrote budget is volledig juridisch verplicht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2996 Vraag (362):Waarom loopt de bijdrage aan het Juridisch Loket in de jaren 2025 t/m2029 af ten opzichte van 2024?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 352.Vraag (363):Waarom loopt de bijdrage aan Mediation in Strafrecht af ten opzichte vanhet jaar 2024?Antwoord:Het verschil van 300.000 euro in de bijdrage van 2025 e.v. ten opzichte van2024 is te verklaren doordat dit bedrag (300.000 euro) jaarlijks tussendirectoraten-generaal wordt overgeboekt. Het betreft dus een interneoverboeking en wordt pas zichtbaar aan het einde van het jaar. Feitelijkbetreft het derhalve geen afname.Vraag (364):Waarom loopt de bijdrage aan «Toevoegingen rechtsbijstand» in de jaren2025 t/m 2029 af ten opzichte van 2024?Antwoord:De daling van de bijdrage aan «Toevoegingen rechtsbijstand» hangtgrotendeels samen met de budgettaire verlaging van de JenV-begrotingop dit terrein vanaf 2027 vanwege het maatregelenpakket ten aanzien vande beperking van de asielinstroom. Daarnaast zijn er dalingen en kleinestijgingen zichtbaar, die samenhangen met de geraamde aantallentoevoegingen in de PMJ.Vraag (365):Wat is de reden dat het budget voor het Juridisch Loket de komende jarendaalt, van 33,3 miljoen euro in 2025 naar 28,9 miljoen euro in 2029?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 352.Vraag (366):Wat is de beleidsmatige reservering van 1 procent bij Artikel 3.2 Rechts-pleging en Rechtsbijstand?Antwoord:Dit betreft overige subsidies, opdrachten en bijdragen aan medeover-heden op het terrein van 32.2 Adequate toegang tot het rechtsbestel en32.3 Optimale randvoorwaarden voor een doelmatig en doeltreffendrechtsbestel. Het gaat onder meer om opdrachten in het kader vanmediation in strafrecht, e-Justice, kwaliteit incassodienstverlening enversterking van de toegang tot het recht.Vraag (367):Waarop is de verwachting dat het aantal toevoegingen in strafzaken,civiele zaken, bestuur, Piket en het Juridisch Loket gelijk blijft of afneemt,gebaseerd?Antwoord:De verwachting van het aantal toevoegingen in strafzaken, civiele zaken,bestuur en piket is gebaseerd op de PMJ-ramingen. Er wordt een dalinggeraamd bij civiele toevoegingen en toevoegingen in ambtshalvestrafzaken. Het aantal geraamde piketten, toevoegingen in het bestuurs-recht en reguliere straftoevoegingen blijft vrijwel gelijk of neemt iets toe.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2997 Voor de verwachting ten aanzien van het aantal klantencontacten bij hetJuridisch Loket is in de JenV-begroting uitgegaan van het aantal gereali-seerde klantencontacten in 2023.Vraag (368):Hoe verhouden de bezuinigingen op de gesubsidieerde rechtsbijstand zichtot het voornemen van het kabinet om de toegang tot het recht teversterken?Antwoord:Er is geen sprake van bezuinigingen op de gesubsidieerde rechtsbijstand.Wel wordt de begroting van JenV in samenhang met het maatregelen-pakket ter beperking van de asielinstroom op het terrein van rechtsbij-stand vanaf 2027 structureel verlaagd. Voor rechtsbijstand betreft het21,6 miljoen euro in 2027 en vanaf 2028 structureel met 43,1 miljoen euro.Het initiatief voor de uitwerking van het maatregelenpakket ligt bij deMinister van Asiel en Migratie. Het voornemen van het kabinet om detoegang tot het recht te versterken, met de in het regeerprogrammagenoemde maatregelen, staat los van de maatregelen tot beperking vande asielinstroom en de gevolgen daarvan voor het rechtsbijstandsbudget.Vraag (369):Hoe wordt het Juridisch Loket geacht om vanaf 2025 met minder budgethetzelfde aantal klantencontacten te waarborgen?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 352.Vraag (370):Waar zijn de verwachte extra inkomsten Griffierechten op gebaseerd?Antwoord:De ontvangsten griffierechten vallen hoger uit dan in het voorjaar wasgeraamd. Dat heeft twee oorzaken. Ten eerste was in de eerste suppletoirebegroting 2024 het ontvangstenkader van de griffierechten technisch met14,1 miljoen euro verlaagd ter compensatie van het uitblijven van deindexering van de griffierechten-ontvangsten in 2023. Deze geraamdelagere ontvangsten over 2024 met 14,1 miljoen euro bleken niet in lijn metde werkelijke griffierechtontvangsten in 2024. Daarom is deze voor debegroting van 2025 gecorrigeerd. Ten tweede is er een hogere instroomvan zaken waarin sprake is van een te betalen griffierecht, waarvoor deraming is bijgesteld met bijna 11 miljoen euro.Vraag (371):Hoeveel budget is er beschikbaar voor het bestrijden van mestfraude?Antwoord:Het OM wordt niet afzonderlijk gefinancierd voor de strafrechtelijkeaanpak van mestfraude. De opsporing van mestfraude wordt gedaan doorde Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit Inlichtingen- en Opsporings-dienst. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit wordt gefinancierddoor het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.Vraag (372):Op welke manier bent u voornemens de controle op de stijgende uitgaven(1.562 miljoen euro) voor veiligheid en criminaliteitsbestrijding teverbeteren, aangezien er steeds meer geld wordt uitgetrokken, maarcriminaliteitscijfers op het gebied van van georganiseerde misdaad,ondermijning, en cybercriminaliteit blijven toenemen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2998 Antwoord:De controle op de uitgaven op de JenV-begroting is goed ingeregeld. Decontrolfunctie is stevig ingebed binnen het ministerie. Via de StrategischeEvaluatie Agenda (SEA) wordt doeltreffendheid en doelmatigheid vanbeleid periodiek geëvalueerd. Daarnaast blijft JenV zich voortdurendinzetten op het verbeteren van kwaliteit van beleid, zodat we de ingezetteaanpak op bijvoorbeeld georganiseerde ondermijnende criminaliteit encybercriminaliteit kunnen verbeteren. Daarbij is een gegeven datgeorganiseerde criminaliteit een complex vraagstuk is. De omvang isgezien het verborgen karakter nooit helemaal bekend en wordt door velefactoren beïnvloed. Daarom worden bij het verbeteren van het beeld overde aard en ernst van de problematiek ook inzichten van experts benut.Vraag (373):Hoeveel mestfraude-zaken zijn de afgelopen drie jaar, uitgesplitst naarjaar, geconstateerd?Antwoord:Strafrechtelijk onderzoek naar mestfraude is complex, onder andereomdat het aan de buitenkant nauwelijks te zien is en er meestal sprake isvan een systeem met meerdere (en soms vele) spelers dat de fraudemogelijk faciliteert. Hierdoor kosten strafrechtelijke onderzoeken op hetmestdomein vaak meer capaciteit dan een gemiddeld strafrechtelijkonderzoek bij de Inlichtingen- en Opsporingsdienst van de NederlandseVoedsel- en Warenautoriteit. De Nederlandse Voedsel- en WarenautoriteitInlichtingen- en Opsporingsdienst heeft afgelopen twee jaar vier onder-zoeken naar mestfraude afgerond (één in 2022 en drie in 2023). In 2021zijn er geen mestfraudeonderzoeken ingeleverd bij het OM. De Neder-landse Voedsel- en Warenautoriteit doet geen uitspraken over al dan nietlopende onderzoeken.Vraag (374):Hoeveel fte is er beschikbaar voor het bestrijden van mestfraude?Antwoord:Bij het OM valt het thema mestfraude onder de aanpak van milieucrimina-liteit. Er is dan ook geen sprake van specifiek toegewezen capaciteit voorstrafzaken aangaande mestfraude. Voor regulier toezicht op de mestmarktheeft de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit een formatiebeschikbaar van ca. 90 gespecialiseerde inspecteurs die werken inopdracht van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid enNatuur. Bij de bijzondere opsporingsdienst van de Nederlandse Voedsel-en Warenautoriteit is geen sprake van specifiek toegewezen capaciteitvoor de opsporing van mestfraude.Vraag (375):Waarom wordt er in 2025 zo’n 27 miljoen minder geld uitgegeven aan depersonele uitgaven van het OM ten opzichte van 2024?Antwoord:Dat het budgettaire kader voor de personele uitgaven van het OM in 2024hoger is dan in 2025 heeft een aantal oorzaken, waarvan de volgende demeeste impact hebben:•De compensatie voor het OM in het kader van de geldende cao is in2024 hoger dan in 2025, onder andere vanwege een eenmaligeuitkering die in 2024 wordt uitbetaald (effect circa € 15 mln.);•Er is sprake van een compensatie voor eenmalige hogere IKB-kosten(individueel keuze budget) in 2024 als gevolg van de CAO RechterlijkeMacht 2022–2024 (effect van circa € 5 miljoen).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 2999 •Er zijn voor het jaar 2024 middelen (circa € 5 mln.) beschikbaar gestelduit de ondermijningsmiddelen voor onder meer forensische opsporing.De formele besluitvorming en overheveling van de structurelemiddelen vanaf het jaar 2025 zal plaatsvinden bij de aankomendeVoorjaarsnota.Overige mutaties hebben een saldo-effect van circa 2 mln.Vraag (376):Waarop is de afname van het budget voor ICT-kosten betreffende het OMop gebaseerd?Antwoord:Dat het budget voor de ICT uitgaven afneemt heeft meerdere oorzaken.Een oorzaak is dat het budget voor de tijdelijke ICT middelen afloopt(effect 7,5 miljoen euro in 2029 ten opzichte van budget 2024). Daarnaastis voor 2024 budget (circa 3 miljoen euro) beschikbaar gesteld voor deimplementatie van het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Op een latermoment wordt besloten welke bedragen voor 2025 en verder beschikbaarworden gesteld.Vraag (377):Kunt u de plannen van DJI en OM inzichtelijk maken om de bezettings-enwerkdruk te verminderen?Antwoord:Voor DJI geldt dat de SJenV uw Kamer elke drie maanden informeert viaeen voortgangsrapportage, over de ontwikkelingen van de capaciteit vanDJI.36 Daarbij wordt ook ingegaan op de mogelijkheden om de bezettings-en werkdruk van DJI personeel te verminderen. De eerstvolgenderapportage ontvangt uw Kamer voor het einde van het jaar.Voor het OM geldt dat sprake is van een toename in de personeelsbe-zetting. Het OM is op koers voor het inlopen van vacatures (zoals t/m totjanuari 2025 zijn sinds de start van het wervingsoffensief 228 OIO’s(officieren in opleiding) geworven). Het wegnemen van werkdruk enmogelijk vooral werkdrukbeleving blijkt een complexe uitdaging met eenveelheid van oorzaken die op elkaar inspelen en elkaar versterken.Daarom heeft het OM het programma Aanpak werkdruk ingericht, medeook als reactie op het rapport de verkenning werkdruk in april 2024. Hetprogramma Aanpak werkdruk is opgestart in de zomer van 2024 richt zichop:•Acties en interventies op organisatie-, team en medewerkersniveau;•Begin 2025 wordt gestart met een verdieping in gesprek en aanpak opmaat op teamniveau voor de gewenste verandering op het verminde-ren van de werkdrukbeleving.Vraag (378):Waarom lopen de personele uitgaven van het Openbaar Ministerie terugin de jaren 2025 t/m 2029 ten opzichte van 2024?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 375. Aanvullend vervallen er vanaf 2025 tot enmet 2029 diverse kleinere incidentele posten die in 2029 een saldo-effectvan circa 5 miljoen euro ten opzichte van het budget in 2025 hebben.36De laatste voortgangsrapportage was op 27 september jl., Kamerstukken II, vergaderjaar2024–2025, 24 587, nr. 972.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29100 Vraag (379):Hoeveel budget is er voor 2025 gereserveerd voor de DUUP-gelden?Antwoord:Voor 2025 is er 6 miljoen euro gereserveerd voor de DUUP-gelden.Vraag (380):In 2024 is er 7,642 miljoen euro voor de Autoriteit online Terroristisch enKinderpornografisch Materiaal (ATKM) begroot en in 2025 is dit terugge-lopen naar 6,789 miljoen euro: is hier een impactanalyse van gemaakt? Zoja, wat was de uitkomst daarvan? Zo nee, waarom niet?Antwoord:Er is geen sprake van een bezuiniging op de Autoriteit online Terroristischen Kinderpornografisch Materiaal (ATKM). Vanuit de begroting van hetMinisterie van JenV wordt voor de ATKM in de jaren 2025 en volgendejaren een budget beschikbaar gesteld van 6,789 miljoen euro. Het hogerebedrag in 2024 is te verklaren doordat er in 2023 vanuit de eindejaars-marge eenmalig 1,4 miljoen euro was doorgeschoven, dit vanwegevertraging in de oplevering van ICT-middelen.Vraag (381):Hoe verhouden de inspanningen met betrekking tot de EU-verordening2021/784 inzake het tegengaan van de verspreiding van terroristischeonline-inhoud, de Uitvoeringswet verordening terroristische online-inhoud en de Wet bestuursrechtelijke aanpak online kinderpornografischmateriaal zich tot de bezuiniging op de ATKM? Waarom wordt er bijna eenmiljoen euro bezuinigd op de ATKM per 2025?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 380.Vraag (382):Waarom wordt de bijdrage aan de Regionale Informatie- en Expertise-centra (RIEC’s) bijna verdubbeld ten opzichte van 2024?Antwoord:Er lijkt een groot verschil tussen de beschikbare middelen in 2024 en 2025,maar daar is in de praktijk geen sprake van. De bijdrage aan de RIEC’s is in2025 niet significant anders dan in 2024. De middelen voor de RIEC’swaren tot de begroting van 2025 ondergebracht onder artikel 33.2 enartikel 33.3. In de begroting voor 2025 zijn alle middelen ondergebrachtonder artikel 33.2.Vraag (383):Komt er een evaluatie naar de effectiviteit van het Landelijk Informatie- enExpertisecentrum (LIEC) en de RIEC’s?Antwoord:Er zal een onderzoek uitgevoerd worden naar de mogelijkheden om deRIEC/LIEC-samenwerking te optimaliseren. Met de extra middelen die deafgelopen jaren zijn vrijgekomen voor (een deel van) de partners in deRIEC/LIEC-samenwerking en de RIEC’s en het LIEC, is er de afgelopenjaren stevig geïnvesteerd om de georganiseerde ondermijnende crimina-liteit een slag toe te dienen. Een optimalisatieonderzoek bouwt daar opvoort om de RIEC/LIEC-samenwerking in organisatorische zin verder tekunnen verstevigen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29101 Vraag (384):Is het geld dat op de begroting beschikbaar is gesteld voor het LIEC enRIEC onder andere bedoeld om een evaluatie naar het LIEC en de RIEC’suit te voeren?Antwoord:Nee.Vraag (385):Waarom loopt de bijdrage aan het CCV onder het kopje 33.2 af maaronder het kopje 33.3 sterk toe?Antwoord:Voor een goed oordeel moeten beide subsidiereeksen bij elkaar opgeteldworden om tot de basissubsidie CCV te komen. Vanaf 2025 is sprake vaneen taakstelling op subsidies, vanaf dat moment lopen beide reeksen vanhet CCV af. De dalende reeksen zijn te verklaren door de generieketaakstelling op subsidies die het kabinet heeft afgesproken. Dezetaakstelling is reeds ingeboekt op de subsidiebudgetten op deJenV-begroting. JenV is in het kader van een zorgvuldig proces,voornemens om te kijken of de consequenties voor de subsidiepartnersgemitigeerd kunnen worden indien dit leidt tot onoverkomenlijkheden inde maatschappelijke opdracht. Bij Voorjaarsnota 2025 wordt naderbekeken of een herschikking van de subsidietaakstelling binnen deJenV-begroting voor 2025 nodig is. Dit geeft tijd om, samen met departners, zorgvuldig te bezien wat de gevolgen van een korting van desubsidies zijn.Vraag (386):In tabel 21 staat het budget van Autoriteit online Terroristisch en Kinder-pornografisch Materiaal (ATKM). Heeft u een verdeling van dit budgettussen het bestrijden van terroristisch en kinderpornografisch materiaal?Antwoord:Er is geen sprake van een onderverdeling van het budget in de begroting.De ATKM ontvangt in totaal 6,789 miljoen euro voor het schoner makenvan het internet. Dit ziet zowel op de aanpak van terroristisch materiaal alsop de aanpak van kinderpornografisch materiaal.Vraag (387):Hoe komt deze verdeling tot uiting in de begroting?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 386.Vraag (388):Kunt u de toename in de prognose per categorie in tabel 22 verdertoelichten?Antwoord:De prognose is gebaseerd op het Prognose Model Justitiële Ketens (PMJ).In het PMJ worden de ramingen van de capaciteitsbehoefte van dejustitiële ketens opgesteld. Deze raming wordt jaarlijks geactualiseerddoor het WODC. Over de hele linie is er bij het OM een toename van hetaantal verkeerszaken (overtredingen/misdrijven) zichtbaar. Hieronder zijnde belangrijkste toenames per categorie toegelicht: De stijging in deprognose van de categorie Wahv beroep-, kanton- en appèlzaken is toe teschrijven aan de toename van de instroom van verkeerszaken, onderandere door een toename van OvJ-beroepen, door de inzet van professi-oneel gemachtigden. De stijging in de prognose van de overtredingszakenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29102 is tevens toe te schrijven aan de toename aan feitgecodeerde overtre-dingen, waaronder verkeerszaken (een stijging van circa 10.000 zaken in2029 ten opzichte van 2024). Voor de categorie misdrijfzaken geldt dat detotale prognose over de hele linie gelijk blijft. Wel is er een verschuivingzichtbaar. Met name de verkeermisdrijfzaken (zoals artikel 8 WVW, rijdenonder invloed) nemen toe en de misdrijven in de interventie-omgevingnemen af. Voor de categorie hoger beroep (appèlzaken) wordt voor alleonderliggende stromen (standaard, maatwerk, beschikkingen/overig enmegazaken) een stijging in de productie geprognotiseerd. De grootstestijging komt tot uitdrukking bij de beschikkingen (in 2025 een stijging van8.870 beschikkingen ten opzichte van 2024, +4%).Vraag (389):Wat is de meerwaarde van het LIEC ten opzichte van de RegionaleInformatie- en RIEC’s?Antwoord:De RIEC’s en het LIEC ondersteunen partners bij de aanpak van georgani-seerde criminaliteit met als doel samenwerking te stimuleren en deoverheid en maatschappij weerbaarder te maken om zo ondermijningtegen te gaan.Elk RIEC werkt binnen regionale grenzen, onder aansturing van eenzelfstandige regionale stuurgroep. De RIEC’s vormen voor partners eeninformatieknooppunt voor casuïstiek. Het RIEC stelt integrale handha-vingsadviezen op en stemt projectmatig bestuursrechtelijke, strafrechte-lijke en fiscale interventies af met regionale partners.Het LIEC ondersteunt de RIEC’s en de partners als het gaat om de aanpakvan ondermijning. Ten aanzien van de RIEC’s voert het LIEC een aantalshared service taken uit. Dit zijn taken die vanwege de efficiency (beter 1keer ingericht dan voor ieder RIEC) zijn belegd bij het LIEC. Het gaatdaarbij om de taken op juridisch vlak, communicatie/evenementen en ICT.Daarnaast zorgt het LIEC voor verbinding tussen de RIEC’s en de landelijkepartners. Ook ondersteunt het LIEC de RIEC’s en de partners met hetbevorderen van leren en ontwikkelen door o.a. het opzetten van eenKennisbank Ondermijning en een ondermijningsacademie. Tot slot biedthet LIEC diverse interventies aan om te komen tot handelingsperspectiefbij RIEC of partners. Dat zijn de landelijke fenomeen tafels waar het LIECde landelijke aanpak coördineert, de LIEC field labs en het Bestuurlijksignaal.Vraag (390):Werkt het LIEC op basis van een vraag vanuit de RIEC’s en is er onderzoekgedaan bij de RIEC’s naar de behoefte, nut en noodzaak van het LIEC?Antwoord:In de beantwoording op vraag 389 staan de rollen van het LIEC en deRIEC’s beschreven. Bij de samenwerking van het LIEC met de RIEC’s wordtgewerkt op basis van een dienstverleningsovereenkomst met de RIEC’s endaarnaast kan input worden gegeven via het jaarplan LIEC. Ook bestaat demogelijkheid om te vragen om inzet van het LIEC. Daar maken RIEC’s enpartners regelmatig gebruik van.Vraag (391):Kunt u uitsplitsen hoeveel subsidie er gaat naar voetbal en welkeorganisaties hier gebruik van maken?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29103 Antwoord:Voor Veilig en Gastvrij betaald voetbal gaat er vanuit het Ministerie vanJustitie en Veiligheid subsidie naar het Centrum voor Criminaliteitspre-ventie en Veiligheid (CCV), de KNVB en NL Confidential (Meld MisdaadAnoniem). Het CCV ontvangt subsidie voor voorlichting aan gemeentenover effectieve inzet van de Wet Maatregelen bestrijding voetbalvanda-lisme en ernstige overlast (ter waarde van 75.577 euro) en voor het gevenvan ondersteuning en voorlichting over de persoonsgerichte aanpak(PGA-voetbal) aan gemeenten met een betaald voetbalorganisatie (terwaarde van 234.709 euro). De subsidies aan het CVV worden verstrekt inhet kader van het programma Ons Voetbal is van Iedereen (OVIVI). Verdergaat er subsidie naar de KNVB voor de Landelijke Taskforce onder-steuning bij voetbalincidenten (ter waarde van 450.000 euro). Hiermeedraagt JenV bij aan de Taskforce die voetbalclubs ondersteunt bij hetuitlezen en analyseren van camerabeelden bij incidenten en die heneveneens ondersteunt bij schadeverhaal. Ook ontvangt de KNVB 93.049euro subsidie voor het laten uitvoeren van het onderzoek «Buiten deLijnen» naar criminele banden van (ex-)profvoetballers. Tot slot gaat ersubsidie naar Stichting NL Confidential voor het stimuleren van hetgebruik van Meld Misdaad Anoniem in het betaald voetbal (ter waardevan 70.000 euro). Een nadere uitsplitsing van de subsidiebedragen vanuitJenV en desbetreffende organisaties is weergegeven in de tabel.OrganisatieWaarvoorLooptijdSubsidie-bedragCCVVoorlichting over de inzet van de Wet MBVEO, waaronder een webdossier,webtool en het delen van juridische kennis.1-9-2024 tot 1-9-202575.577,–CCVPGA Ondersteuning en voorlichting; subsidie voor het op verzoek van BVO-gemeenten adviseren over de versterking/implementatie van een persoonsge-richte aanpak, de ontwikkeling van een specifiek instrumentarium, PGAinterventies en de ontwikkeling en promotie van diverse publicaties en tools.15-5-2023 tot 15-5-2024234.709,–KNVBLandelijke Taskforce ondersteuning bij voetbalincidenten. Voor ondersteuningvan lokale ketenpartners bij het opsporen, identificeren en bestraffen vanpersonen die ongewenst of strafbaar gedrag hebben vertoond en hen aansprake-lijk stellen voor de kosten.10-1-2022 tot 31-12-2025450.000,–KNVBOnderzoek «Buiten de lijnen» door bureau Beke. Een onderzoek om te kunnenbepalen welke achtergrondkenmerken, factoren en omstandigheden ertoebijdragen dat een (voormalig) profvoetballer crimineel actief wordt. Met dezekennis hopen de betrokken partijen ervoor te zorgen dat de criminele carrièresvan (voormalig) voetballers worden voorkomen.1-5-2023 tot 31-12-202593.049,–Stichting NLConfidentialProject M: een verkenning naar de mogelijkheden voor het inzetten van eencampagne «de twaalfde man» van Meld Misdaad Anoniem, waarmee hetmelden van misstanden rondom voetbal wordt gestimuleerd.1-10-2024 tot 31-12-202570.000,– Vraag (392):Kunt u uitsplitsen welke organisaties in de sekswerkbranche subsidieontvangen en hoeveel?Antwoord:Binnen de sekswerkbranche ontvangt Soa Aids Nederland vanuit hetMinisterie van Justitie en Veiligheid subsidie voor:•De Sekswerk Alliantie De-stigmatisering (SWAD) (sinds 2021)•Ugly Mugs en de Klachtenbalie (Sex Work SupportNet) (sinds 2020)Deze subsidies hebben het doel de sociale en juridische positie vansekswerkers te verbeteren en om geweld tegen sekswerkers tegen tegaan. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid is voornemens om SoaAids Nederland in 2025 opnieuw te subsidiëren voor het project UglyMugs en Sex Work SupportNet. Een nadere uitsplitsing van de subsidie-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29104 bedragen vanuit het Ministerie van Justitie en Veiligheid is weergegevenin de tabel.Tabel – Subsidies verstrekt vanuit JenV voor de versterking van de sociale enjuridische positie van sekswerkers en het tegengaan van geweld tegen sekswerkers.JaarBedragVerstrekt aanProject23–251.307.1831Soa Aids Nederland –AidsfondsSekswerk AlliantieDe-stigmatisering (SWAD)23–24552.444Soa Aids Nederland –AidsfondsUgly Mugs en de Klachtenbalie(Sex Work SupportNet)1 Dit is inclusief de bijdrage van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van210.000 euro voor de jaren 2024 en 2025, en de bijdrage van het Ministerie van Onderwijs,Cultuur en Wetenschap van 51.000 euro in 2024. Vraag (393):Kunt u aangeven hoeveel subsidie er naar het experiment geslotencoffeeshopketen gaat en welke organisaties hier gebruik van maken?Antwoord:Het Ministerie van Justitie en Veiligheid verstrekt geen subsidies in hetkader van het experiment gesloten coffeeshopketen. Uitgaven bij Justitieen Veiligheid voor het experiment bestaan uit opdrachten en bijdragen.Ter informatie: het Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sportverstrekt in het kader van het experiment een subsidie op het gebied vanpreventie van softdrugsgebruik aan het Trimbos-instituut. De hoogtehiervan varieert in de huidige fase van het experiment per jaar tussen de50.000 en 85.000 euro.Vraag (394):Zijn er mogelijkheden om het gebruik van private beveiligingsdiensten ofalternatieve detentieconcepten verder te verkennen om de publieke sectorte ontlasten?Antwoord:In de ontwikkelagenda politiefunctie37 is onder andere de verkenning naarmogelijkheden voor publiek-private samenwerking geagendeerd. Deverkenning naar samenwerkingsmogelijkheden met de private beveili-gingsbranche is daarvan een voorbeeld. Deze private sector wordt nu alsuccesvol ingezet bij evenementen. Verkend zal worden of de rol van deprivate beveiligingsbranche mogelijkheden biedt de publieke sector teontlasten.De DJI huurt al zo veel als mogelijk beveiligers bij particuliere beveili-gingsorganisaties in (via een mantelovereenkomst). De markt kan nietvoldoen aan het aantal beveiligers dat DJI vraagt om in te zetten. DeStaatssecretaris van Justitie en Veiligheid onderzoekt locaties vooralternatieve detentieconcepten met een sober regime voor kortgestraftenwaarvoor minder personeelsinzet nodig is. Op 27 september jl.38 heeft deStaatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan uw Kamer gemeld dat in dePI Veenhuizen vanaf het eerste kwartaal van 2025 gefaseerd 40 extraplaatsen met een sober regime voor kortgestrafte zelfmelders (straffen tottwee weken) beschikbaar komen. Via de voortgangsrapportages capaciteitwordt uw Kamer hiervan op de hoogte gehouden.37Kamerstukken II, 2023/2024, 29 628, nr. 119438Kamerstukken II, 2024/ 2025, 24 587, nr. 972Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29105 Vraag (395):Hoeveel subsidie wordt uitgegeven aan het experiment geslotencoffeeshopketen?Antwoord:Het Ministerie van Justitie en Veiligheid verstrekt geen subsidies in hetkader van het experiment gesloten coffeeshopketen. Uitgaven bij Justitieen Veiligheid voor het experiment bestaan uit opdrachten en bijdragen.Ter informatie: het Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sportverstrekt in het kader van het experiment een subsidie op het gebied vanpreventie van softdrugsgebruik aan het Trimbos-instituut. De hoogtehiervan varieert in de huidige fase van het experiment per jaar tussen de50.000 en 85.000 euro.Vraag (396):Hoeveel aanvragen voor de wapenstok voor buitengewoon opsporings-ambtenaren (boa’s) zijn ontvangen door het bureau Korpschef? Op welkecriteria toetst het bureau Korpschef voordat ze de aanvraag door zet aanJustis? Waarop toetst vervolgens dienst Justis?Antwoord:De korpschef heeft de afgelopen twee jaar 23 advies aanvragen voor dewapenstok domein I ontvangen. Het advies over de toekenning van dewapenstok is in sterke mate afhankelijk van de in redelijkheid teverwachten kans dat de BOA bij de vervulling van zijn functie met(bedreiging van) geweld wordt geconfronteerd en de ernst van datgeweld. Dit staat beschreven in bijlage A van de Beleidsregels boa39.Daarnaast wordt er gekeken naar de criteria zoals beschreven in paragraaf3.2. van de Beleidsregels boa. Indien bij de toetsing van de criteria nogonvoldoende duidelijkheid bestaat over de aanwezigheid van de noodzaaktot bewapening, kunnen aanvullende vragen naar de (on)mogelijkheid vanpolitieassistentie en de aandacht bij de scholing van boa’s voor hetonderwerp sociale vaardigheden nog een nadere indicatie geven.De aanvraag dient daarnaast te worden besproken in de lokale driehoek.De driehoek zal daarbij onder meer kijken of de veiligheid van boa’s nietop andere manieren kan worden gewaarborgd dan middels bewapeningen neemt daarbij het veiligheidsplan en het handhavingsarrangement vande gemeente mee in zijn overwegingen.Het is daarna aan de boa-werkgever om de aanvraag met alle bijbeho-rende documenten en de adviezen van politie en OM aan de dienst Justiste sturen voor beoordeling. Deze beoordeelt namens de Minister vanJustitie en Veiligheid de aanvraag voor de wapenstok aan de hand van deeerder genoemde criteria in de Beleidsregels boa.Vraag (397):Op welke wijze wordt de agenda van het SKC verbonden met de inzet/prioritering van landelijke en lokale partners?Antwoord:Het SKC heeft tot taak strategische dreigingsbeelden op te stellen dierichting geven aan de ondermijningsaanpak. Het komende jaar maakt hetSKC thematische studies over meerdere fenomenen, zoals de betrok-kenheid van jongeren bij georganiseerde criminaliteit, corruptie encriminele inmenging. Deze studies vergroten het inzicht in dezefenomenen en de manier waarop Nederland daarvoor kwetsbaar is, zodat39wetten.nl – Regeling – Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar – BWBR0039766Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29106 beter kan worden bepaald op welke kwetsbaarheden moet wordengeprioriteerd. Daarnaast dragen deze studies bij aan de totstandkomingvan het eerste integrale strategische dreigingsbeeld in 2026. Bij deuitvoering van de opdracht aan het SKC worden de landelijke en lokalepartners nauw betrokken. Verder wordt bij de opvolging van de thema-tische studies en het integrale strategische dreigingsbeeld de verbindingmet de inzet en prioritering van de partners op landelijk en lokaal niveaugemaakt.Vraag (398):Kunnen de doelstellingen van het SKC SMART worden geformuleerd, enzo nee waarom niet?Antwoord:Het SKC heeft tot taak strategische dreigingsbeelden op te stellen dierichting geven aan de ondermijningsaanpak. Bij de uitvoering van dezetaak worden actuele en toekomstige dreigingen op Nederland, die vangeorganiseerde ondermijnende criminaliteit uitgaan, in kaart gebracht envan betekenis voorzien.Met het opstellen van dreigingsbeelden op het gebied van ondermijnendecriminaliteit bestaat nog geen ervaring. Hoe het dreigingsbeeld preciesmoet worden opgebouwd om deze breed geformuleerde doelstelling terealiseren, wordt daarom momenteel nader uitgewerkt. Door middel vanonder meer thematische studies, zoals op het gebied van jeugd encorruptie, wordt de komende periode voorzien in een gedegen kennis-basis. Daarnaast dragen deze studies er aan bij dat scherper zicht ontstaatop de methodiek en de gegevens die nodig zijn om de dreiging vangeorganiseerde ondermijnende criminaliteit goed in beeld te brengen. Heteerste integrale dreigingsbeeld verschijnt in 2026.Vraag (399):Hoeveel uithalers zijn er in 2024 betrapt in de Nederlandse havens?Antwoord:Zie het antwoord op vraag nummer 64.Vraag (400):Kan concreter worden aangegeven wat met het bedrag van € 36,8 miljoenvoor de aanpak van drugssmokkel via grote logistieke knooppunten zalworden gedaan?Antwoord:De gelden voor de aanpak van drugssmokkel via grote logistiekeknooppunten worden uitgegeven aan programma’s op de vijf mainports(haven Rotterdam, havens Zeeland/West-Brabant, Noordzeekanaalgebied,Schiphol en Sierteelt/bloemenveilingen) en een aantal overkoepelendemaatregelen.De mainportsprogramma’s worden vormgegeven langs vier pijlers: 1)informatiebeeld, 2) opwerpen van barrières, 3) weerbaarheid en 4)toezicht, controle, opsporing en handhaving (TCOH). Concretevoorbeelden van maatregelen zijn het aanleggen van cameranetwerkenen hekken, het geven van weerbaarheidstrainingen, ontwikkelen vannieuwe technieken zoals onderwaterdetectie en het uitbreiden vancapaciteit bij politie en OM.Daarnaast is geld beschikbaar gesteld voor overkoepelende maatregelen.Hierbij kan gedacht worden aan de uitwerking van een strategischdreigingsbeeld, een onderzoek naar kleine logistieke knooppunten en hetbevorderen van kennisdeling.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29107 Voor een uitgebreide toelichting op het Plan van Aanpak Drugssmokkelvia Mainports wordt u verwezen naar de brief van 4 november 202240 envoortgangsrapportages zoals die bij de Halfjaarbrief aanpak georgani-seerde, ondermijnende criminaliteit van 25 juni 202441.Vraag (401):Hoe beoordeelt u de huidige kwaliteit van de informatievoorziening-omgeving bij de IND, NFI, DJI, OM en Justis, en welke stappen wordenondernomen om eventuele kwetsbaarheden in de informatievoorzieningaan te pakken, met name in het kader van de continuïteit en veiligheid vanvitale processen?Antwoord:De informatievoorziening bestaat uit diverse kwaliteitsaspecten die zichkenmerken door hun eigen karakteristieken met bijpassende waarderings-systematiek. Resultaten van de diverse waarderingen, zijn niet op te tellentot één oordeel over de kwaliteit van de informatievoorziening bij de IND,NFI, DJI, OM en Justis. Een voorbeeld van een waarderingssysteem is deperiodieke volwassenheidsmeting (4 punt schaal) op de informatiehuis-houding. JenV is (waaronder de genoemde organisaties met uitzonderingvan het OM) gegroeid van 1,82 gemiddeld in 2021 naar 2,28 gemiddeld in2023. Momenteel voert JenV de volwassenheidsmeting 2024 uit. Via deplanning en verantwoordingscyclus van JenV wordt inzicht verkregen inbenoemde kwaliteitsaspecten van de informatievoorziening. Naastinformatiehuishouding betreft dit o.a. informatiebeveiliging, privacy,informatiebeleid, en de continuïteit van de informatiesystemen. Risico’sdie daarbinnen aan de orde zijn worden behandeld in bestuurlijkegesprekken tussen de opdrachtgever, opdrachtnemer en de eigenaar. Daarwaar nodig worden mitigerende maatregelen besproken en geprioriteerdof wordt er geïntensiveerd via toekenning van extra middelen.Vraag (402):Waarom is subsidie van de Fraude Helpdesk incidenteel?Antwoord:De Fraudehelpdesk ontvangt een boekjaarsubsidie voor de exploitatie.Deze subsidie wordt per begrotingsjaar toegekend voor de structurelekosten van de organisatie. Omdat deze boekjaarsubsidie per periode(boekjaar) wordt toegekend, is deze incidenteel. Daarnaast kan deFraudehelpdesk voor specifieke projecten subsidie aanvragen. Eenprojectsubsidie wordt eenmalig toegekend voor de uitvoering vanactiviteiten in een vooraf bepaalde periode. Een projectsubsidie is daaromook incidenteel van aard.Vraag (403):Wat was de bijdrage voor Offlimits in de afgelopen twee jaar en wat wordtde bijdrage in 2025?Antwoord:De subsidie voor Offlimits is voor 2023 vastgesteld op een bedrag van2,39 miljoen euro. Voor 2024 is 2,68 miljoen euro begroot en is tot nu toeeen subsidie toegekend van 2,62 miljoen euro. De definitieve vaststellingvan deze subsidie geschiedt na afloop van het boekjaar 2024. In debegroting is aan Offlimits in 2025 2,58 miljoen euro toebedeeld.De dalende reeks bij de subsidies is te verklaren door de generieketaakstelling op subsidies die het kabinet heeft afgesproken. Deze40Kamerstukken II, 2022/2023, 24 077, nr. 50441Kamerstukken II, 2023/2024, 29 911, nr. 437Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29108 taakstelling is reeds ingeboekt op de subsidiebudgetten op deJenV-begroting. JenV is in het kader van een zorgvuldig proces,voornemens om te kijken of de consequenties voor de subsidiepartnersgemitigeerd kunnen worden indien dit leidt tot onoverkomenlijkheden inde maatschappelijke opdracht. Bij Voorjaarsnota 2025 wordt naderbekeken of een herschikking van de subsidietaakstelling binnen deJenV-begroting voor 2025 nodig is. Dit geeft tijd om, samen met departners, zorgvuldig te bezien wat de gevolgen van een korting van desubsidies zijn.Vraag (404):Van hoeveel gevallen van gijzeling was er dit jaar sprake omdat dezepersoon de verkeersboete niet heeft betaald?Antwoord:Er zijn dit jaar (2024) nog geen personen gegijzeld geweest vanwegeverkeersboetes Wahv (peildatum 28 oktober 2024).Vraag (405):Wat is het verschil tussen de afpakopbrengsten uit het criminele circuit enuit grote schikkingen? Betreffen schikkingen geen opbrengsten uit(vermoedelijk) strafrechtelijk handelen?Antwoord:De grote schikkingen betreffen met name eenmalige zaken (vooral metfinanciële instellingen) die voortvloeien uit het tekortschieten in denaleving van wet- en regelgeving, in het bijzonder de Wet ter voorkomingvan witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Deze instellingenvervulden hun taak als poortwachters tegen witwassen en financieringvan terrorisme onvoldoende.Vraag (406):Wat gaat er gebeuren om de opbrengsten van afpakken te verhogen?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 294.Vraag (407):Is er een wijziging van wet- of regelgeving nodig om de opbrengsten uithet afpakken te doen stijgen? Zo ja, waar wordt aan gedacht?Antwoord:Ja, er zijn enkele wijzigingen in wet- en regelgeving in voorbereiding die(onder andere) bijdragen aan het verbeteren van de afpakopbrengsten. Inmei 2024 is door de EU een nieuwe confiscatierichtlijn gepubliceerd. Denationale implementatie van de richtlijn is nu in voorbereiding. Dezerichtlijn verplicht lidstaten een regeling te ontwikkelen binnen hetstrafrecht die confiscatie mogelijk maakt van voorwerpen die in verbandstaan met crimineel handelen, zonder dat een veroordeling voor eenstrafbaar feit vereist is (Non-Conviction Based Confiscation). Daarnaastzorgt deze Europese richtlijn voor een wettelijk kader voor lidstaten ominformatie met elkaar uit te wisselen, als het gaat om het opsporen vancrimineel vermogen. Dat moet ervoor zorgen dat er geen veilige havensvoor crimineel vermogen bestaan binnen de grenzen van de EuropeseUnie.Op dit moment ligt tevens een wetsvoorstel in uw Kamer waarin dezogenoemde spoedbevriezingsbevoegdheid van witwastransacties isopgenomen. Met de spoedbevriezing kan de uitvoering van een financiëletransactie op verzoek van de FIU-Nederland tijdelijk door een bankworden aangehouden. Zo kan voorkomen worden dat het geld kanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29109 worden weggesluisd voordat de FIU-Nederland onderzoek heeft kunnendoen en de opsporing beslag heeft kunnen leggen.Vraag (408):Welke knelpunten zijn er waardoor het afgepakte crimineel vermogenstijgt en beter in verhouding komt te staan tot het verdiende crimineelvermogen? En hoe gaan die knelpunten weggenomen worden?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 294.Vraag (409):Kunt u uitleggen waarom de post «Schadefonds Geweldsmisdrijven» in2024 en 2025 (Respectievelijk 33.1 miljoen euro en 28 miljoen euro)drastisch is verminderd ten opzichte van 2023 (90.5 miljoen euro)?Antwoord:De stand van de post Schadefonds Geweldsmisdrijven in de ontwerpbe-groting 2023 bedroeg 29.456.000 euro. Deze stand wijkt niet substantieelaf van die in de begrotingen voor 2024 en 2025. In de uitvoering in 2023 isdoor de Ministeries van VWS en JenV gezamenlijk zo’n 70 miljoen eurobudget toegevoegd ter dekking van de uitkeringen in dat jaar die werdentoegekend in het kader van de Regeling voor Slachtoffers van Geweld inde Jeugdzorg (De Winter). De realisatie 2023 komt daarmee uit op degenoemde 90.5 miljoen euro. Het budgettair kader ontwerpbegroting vande post Schadefonds Geweldsmisdrijven is niet substantieel verminderd.Vraag (410):Kunt u uitleggen waarom de post «Commissie Schadefonds Geweldsmis-drijven» in tegenstelling tot het «Schadefonds Geweldsmisdrijven» dekomende jaren wél meer geld krijgt toebedeeld?Antwoord:Het aantal aanvragen dat wordt ingediend bij het Schadefonds Gewelds-misdrijven (SGM) is bepalend voor de hoogte van het uitkeringenbudgetSGM. Er is een aantal factoren van invloed waardoor er hierbij sprake isvan een bijstelling naar beneden en bij het budget van de Commissie vaneen bijstelling naar boven.Het toekenningspercentage is gedaald met 10%. Afwijzing van eeningediende aanvraag kost evenveel (zo niet meer) inzet van SGM. Bijgelijkblijvende bureaukosten daalt hierdoor de verhouding tussenbureaukosten en uitkeringenbudget.Er zijn meer middelen ontvangen vanwege verrekeningen doordatslachtoffers door tussenkomst van het CJIB schadevergoeding van dedader hebben ontvangen. Dit vermindert het bedrag aan uitkeringen-budget.Jaarlijks wordt het uitkeringenbudget geïndexeerd op basis van de loon-en prijsontwikkelingen (LPO), maar de hoogte van de uitkeringen neemtniet toe.Vraag (411):Is er een oplossing gevonden voor de financiering van Halt om de aanpaktegen sport en agressie structureel te waarborgen voor de toekomst?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29110 Antwoord:Zoals in de Kamerbrief van 9 oktober 2024 vermeld,42 is MJenV met allebetrokken partijen (VWS, KNVB en Halt) in gesprek om te verkennen of erandere mogelijkheden zijn om de gedragsinterventie «Sport en Gedrag»van Halt structureel te kunnen waarborgen. Deze gesprekken zijn noggaande. De Kamer zal over de uitkomsten van deze gesprekken geïnfor-meerd worden.Vraag (412):Hoeveel zou het jaarlijks kosten om al het personeel van de penitentiaireinrichtingen en de forensische zorg 200 euro per maand meer te betalen?Antwoord:De jaarlijkse kosten om al het personeel van de penitentiaire inrichtingenen het personeel van de tbs-klinieken en justitiële jeugdinstellingbehorende tot het rijk bruto 200 euro per maand meer te betalen liggen(inclusief werkgeverslasten) tussen de 45.000.000 euro en 50.000.000 europer jaar. Al het personeel van DJI valt onder de cao Rijk. Recentelijk is hiereen nieuwe cao afgesloten met daarin een salarisverhoging per 1 juli 2024van 8,5% en een aantal eenmalige uitkeringen van in totaal 2.350 eurobruto.Vraag (413):Hoeveel slachtoffers hebben in 2023 een financiële uitkering van hetSchadefonds Geweldsmisdrijven gekregen? Waar is de bezuiniging op hetSchadefonds Geweldsmisdrijven vanaf 2025 op gebaseerd? Hoeveelslachtoffers kunnen hier naar verwachting mee geholpen worden?Antwoord:Er is in 2023 op 11.819 aanvragen een beslissing genomen. Dit zijnaanvragen binnen het reguliere proces. Het totaal van de uitgekeerdebedragen in 2023 is 23.6 miljoen euro. Het budget dat voor het Schade-fonds Geweldsmisdrijven ter beschikking wordt gesteld is gebaseerd opramingen van de Prognosemodel Justitiële ketens (PMJ). Gelet hierop iser afdoende financiering voor de ingediende aanvragen. Er is geen sprakevan een bezuiniging.Vraag (414):Waarom loopt de bijdrage aan het CJIB in de jaren 2025 t/m 2029 af tenopzichte van 2024?Antwoord:De financiering van het CJIB bestaat uit twee delen: de productfinan-ciering op grond van de PMJ en de projectfinanciering. De PMJ-raming endaarmee de productfinanciering laat een stijgende trend zien. Dat detotale financiering daalt, komt doordat er voor 2024 (incidentele)projectfinanciering is toegekend.Vraag (415):Waarom loopt de bijdrage aan de Reclassering in de jaren 2025 t/m 2029af ten opzichte van 2024?Antwoord:De financiering van de reclassering bestaat uit twee delen, gebaseerd opde PMJ-ramingen en de projectfinanciering. De PMJ-raming en daarmeede productfinanciering laat een vrij stabiele trend zien. Dat de totalefinanciering daalt, komt doordat er voor 2024 (incidentele) projectfinan-ciering is toegekend.42Kamerstukken II, 2024–2025, 25 232, 79.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29111 Vraag (416):Kunt u aangeven welke verhoging van de kansspelbelasting er op tafelheeft gelegen en van welke organisaties u brieven heeft ontvangenwaardoor er slechts een minimale stijging van de kansspelbelasting in debegroting is opgenomen?Antwoord:Met het verhogen van de kansspelbelasting van 30,5% naar 37,8% konvolgens het Ministerie van Financiën structureel € 202 miljoen extraworden opgehaald. De verwachting was dat bij een verdere verhogingvan de kansspelbelastingtarieven de opbrengst per procentpunt stijgingzou af zou nemen. Een hogere opbrengst dan € 202 miljoen werd daaromals niet realistisch gezien. De Staatssecretaris van Fiscaliteit en Belasting-dienst is verantwoordelijk voor de kansspelbelasting. Ontvangen brieven,gericht aan het Ministerie van Justitie en Veiligheid, over de verhogingvan de kansspelbelasting zijn aan het Ministerie van Financiën doorgeleid,voor zover de brieven niet ook gericht ware aan het Ministerie vanFinanciën. Het gaat om brieven van Goede doelen loterijen, het GoedeDoelen Platform, een gezamenlijke brief van NLO, Holland Casino, VANkansspelen, VNLOK en Noga en een gezamenlijke brief van JanhsenHahnraths group en JVH gaming and entertainment group.Vraag (417):Met hoeveel procent is het aantal geregistreerde gokverslavingentoegenomen sinds de invoering van de wet Kansspelen op Afstand?Antwoord:Het precieze percentage is niet bekend. Uit de rapportage van LADIS(Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem) van 4 juli 2024 blijkt dater in de cijfers over 2023 voor het eerst weer een stijging zichtbaar is tenopzichte van 2022, zowel bij instellingen die al langer gegevens aanle-veren bij de Stichting IVZ, als bij instellingen die voor deze rapportagevoor het eerst gegevens aanleverden. Het gaat om een stijging van 15,3%in 2023 ten opzichte van 2022 bij instellingen die al eerder gegevensaanleverden.Bron: Stichting IVZ (2024). Kerncijfers verslavingszorg 2018–2023,pagina 10Vraag (418):Met hoeveel procent is het aantal geregistreerde gokverslavingen vanjongeren toegenomen sinds de invoering van de wet Kansspelen opafstand?Antwoord:Dit percentage is niet bekend. Uit de rapportage van LADIS (LandelijkAlcohol en Drugs Informatie Systeem) blijkt uit de cijfers over 2023 dat17% van het aantal personen dat primair in behandeling is voor eengokverslaving jonger is dan 25 jaar. Dit percentage wijkt niet duidelijk afvan voorgaande jaren en ligt sinds 2018 grofweg tussen 16 en 20%.Vraag (419):Klopt het dat Cruks na 6 maanden vrijwillig een mogelijkheid biedt om uithet Cruks te stappen?Antwoord:Ja. Bij vrijwillige uitsluiting van kansspelen is het mogelijk om zich in teschrijven in Cruks voor een periode van minimaal 6 maanden enmaximaal 99 jaar. Deze inschrijving kan na verloop van de minimaleperiode van 6 maanden beëindigd of aangepast worden. EventueelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29112 benodigde verbeteringen op dit punt worden meegenomen in eenvoorstel van de Staatssecretaris Rechtsbescherming voor wijziging van deWet op de kansspelen na de wetsevaluatie van de Wet kansspelen opafstand.Vraag (420):Hoeveel mensen schrijven zich jaarlijks in bij het Loket Kansspel?Antwoord:Inschrijving is niet mogelijk. Het Loket Kansspel is het centrale steunpuntbij gokproblemen. Het biedt hulp en begeleiding en verwijst door naarprofessionele hulp. Loket Kansspel is er voor mensen die problemenhebben met gokken en voor hun naasten. Het loket is 24/7 telefonischbereikbaar en iedere dag tussen 8 uur en 24 uur via chat en WhatsApp. Totoktober 2024 waren er 1584 hulpgesprekken.Vraag (421):Kunt u een overzicht verschaffen van de verhouding tussen de Politie, hetOM, de AIVD, en soortgelijke instanties met betrekking tot informatie-uitwisseling? Kunt u daarin ook de wettelijke grondslagen voor informa-tiedeling in uitwijzen?Antwoord:De politie en de KMar zijn als verwerkingsverantwoordelijke zelf verant-woordelijk voor de wijze waarop politiegegevens worden gedeeld metandere instanties en andere landen. Het nationaal wettelijk kader daarvooris primair de Wet Politiegegevens en het Besluit Politiegegevens.Daarnaast zijn de EU richtlijn inzake de bescherming van natuurlijkepersonen i.v.m. de verwerking van persoonsgegevens (EU 2016/680) en deverschillende verordeningen van de EU inzake veiligheid en grenzen vanbelang.Wanneer deling van informatie en persoonsgegevens plaatsvindt in hetkader van internationale rechtshulp dan wel samenhangt met signale-ringen die plaatsvinden in het kader van de aanhouding van personentegen wie een Europees arrestatiebevel is uitgevaardigd of in het kadervan de opsporing of voorkoming van strafbare feiten, vindt deze plaatsonder het gezag van de officier van justitie in zijn hoedanigheid van gezagover de politie voor de strafrechtelijke handhaving. De wettelijkegrondslagen voor informatie-uitwisseling voor het OM zijn onder meervastgelegd in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.Voor de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) zijn dewettelijke grondslagen vastgelegd in de Wet op de inlichtingen- enveiligheidsdiensten 2017.Vraag (422):Welke instanties spelen een rol in de gegevensverzameling en -delingm.b.t. de CTER-lijsten?Antwoord:Als er met CTER-lijsten (waarbij CTER staat voor Contraterrorisme,Extremisme en Radicalisering) de huidige werkwijze van de politie met deafstemmingslijst wordt bedoeld dan hebben de politie, de KMar en hetOM een rol. Deze organisaties kunnen relevante informatie ontvangen vanandere nationale en internationale instanties.Vraag (423):Zijn er organisaties die persoonsgegevens voor onbepaalde tijd bewaren(zoals de politie bijvoorbeeld)?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29113 Antwoord:De termijnen die gelden voor het gebruik of het bewaren van gegevenszijn per wettelijk kader verschillend en kunnen zeer uiteen lopen. Debewaartermijnen die gelden voor de door politie vergaarde gegevensstaan beschreven in de Wet politiegegevens. De Wet justitiële enstrafvorderlijke gegevens legt de bewaartermijnen vast van persoonsge-gevens die door (onder meer) het OM, JustID en de DJI worden verwerkt.De Minister van Justitie en Veiligheid kan geen uitspraken doen over debewaartermijnen van organisaties buiten het justitiedomein.Vraag (424):Worden gegevens die worden opgeslagen door de politie (waarondergegevens die langer dan de wettelijke termijn van 10 jaar zijn opgeslagen)gedeeld met andere instanties? Zo ja, met welke instanties en op grondvan welke wettelijke grondslag?Antwoord:De gegevens komen niet in aanmerking voor verstrekking aan andereorganisaties. In artikel 14 van de Wet politiegegevens (Wpg) is vastgelegdvoor welke doelen de verwijderde gegevens ter beschikking mogenworden gesteld. Dit betreft een beperkt aantal doelen, waaronder deafhandeling van klachten, de verantwoording van verrichtingen(waaronder het mogelijk maken van onderzoek naar PTSS) en hetoplossen van cold cases. Wanneer het informatie betreft die aangemerktkan worden als historisch belangrijk of als cultureel erfgoed, dan kan geletop artikel 14, lid 4 van de Wpg worden afgezien van vernietiging. Degegevens worden dan overgedragen naar een archiefbewaarplaats, zoalshet Nationaal Archief.Vraag (425):Bent u van plan om volledig onafhankelijke toezichthouders/poortwachters aan te stellen die controleren op de proportionaliteit van degegevensverzameling en -bewaring door de politie en andere instanties?Antwoord:In de huidige situatie heeft de korpschef een beperkt aantal poortwachtersgeautoriseerd voor de toegang tot verwijderde gegevens. De Minister vanJustitie en Veiligheid heeft dit in 2019 afdoende geacht en toen tevens aanuw Kamer aangegeven een nieuw evenwicht te willen vinden tussen hetfundamentele recht op bescherming van de privacy en het rechtstatelijkebelang van een effectieve opsporing. Dat evenwicht zou dan tot uitingmoeten komen in een andere bewaartermijn van (bepaalde) politiege-gevens. De Raad van State is gevraagd om een voorlichting te geven overde juridische mogelijkheden voor het aanpassen van deze termijn, geletop Europeesrechtelijke en Grondwettelijke eisen. In het eerstvolgendeHalfjaarbericht politie wordt uw Kamer hierover nader geïnformeerd.Vraag (426):Wie maakt de beslissing over een afwijzing van een informatieverzoekm.b.t. of iemand op een CTER-lijst staat of niet? Kan een afwijzing dooreen onafhankelijke partij worden gecontroleerd gezien dit verregaandeimplicaties voor burgers kan hebben? Zo nee, waarom niet?Antwoord:De wijze waarop iemand een inzageverzoek kan doen bij een organisatieverschilt. Bij de politie werkt het, ter illustratie, als volgt. Op grond vanartikel 25 van de Wpg kan iemand een schriftelijk verzoek voor inzageindienen bij de politie. Als voldaan wordt aan alle formaliteiten wordt hetverzoek in behandeling genomen. Als er naar aanleiding van eeninzageverzoek politiegegevens worden gevonden, hoeft dit niet teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29114 betekenen dat alle informatie gedeeld kan worden. Een inzageverzoek kan(gedeeltelijk) worden afgewezen op de grond van artikel 27 in de Wpg.Hierin staat bijvoorbeeld dat informatie niet gedeeld mag worden als hetonderdeel is van een lopend strafrechtelijk onderzoek. Ook persoonsge-gevens herleidbaar naar derden worden geweigerd. Als er sprake is vaneen weigering dan geeft de bevoegde functionaris dit door aan dePrivacydesk die uiteindelijk namens de korpschef een besluit op hetinzageverzoek neemt. De burger kan in beroep tegen het besluit van dekorpschef. Het is uiteindelijk de rechter die de rechtmatigheid van hetbesluit op de inzage toetst. Voordat de burger in beroep gaat zou hij zicheventueel nog kunnen wenden tot de AP met het verzoek te bemiddelenof te adviseren in zijn geschil met de korpschef.Vraag (427):Hoeveel informatieverzoeken heeft de politie ontvangen over of mensenop de CTER-lijsten staan of niet? Welk percentage hiervan is toegewezen?Antwoord:Dit is niet bekend. De politie heeft laten weten dat er geen categoriseringplaatsvindt op inzageverzoeken.Vraag (428):Hoeveel personen heeft u geteld die onterecht op een CTER-lijst zijngeplaatst? Doet u hier actief onderzoek naar?Antwoord:De Nationale ombudsman heeft in februari 2024 aangekondigd eenonderzoek te starten naar de wijze waarop de overheid omgaat metregistraties en signaleringen bij terrorisme, extremisme en radicalisering.Het onderzoeksrapport wordt medio november 2024 verwacht. DeMinister van Justitie en Veiligheid zal naar aanleiding van dit rapport eenbeleidsreactie opstellen, mede naar aanleiding van het verzoek van deVaste Kamercommissie van Justitie en Veiligheid. Bij deze reactie zal deMinister van Justitie en Veiligheid ook de toegezegde handreikingbetrekken.Deze handreiking gaat in op de manier waarop mensen, per (mogelijkebetrokken) instantie, inzage kunnen krijgen in de gegevens die eendesbetreffende instantie over hen heeft geregistreerd en hoe een verzoektot rectificatie en/of verwijdering kan worden ingediend.De politie heeft de Minister van Justitie en Veiligheid laten weten dat ergeen sprake is een onterechte plaatsing op de voormalige LOP-J lijst (watstaat voor Landelijk Overzicht Politie Jihadgang) of de huidige afstem-mingslijst van degenen die zich tot nu toe bij hen hebben gemeld.Vraag (429):Wat heeft u gedaan richting de personen die onterecht op een CTER-lijstzijn geplaatst? Hoe zijn zij gecompenseerd?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 428.Vraag (430):Heeft u in internationaal/EU-verband betracht om afspraken te maken overde CTER-lijsten, gezien meerdere gevallen bekend zijn over mensen diehierdoor onterecht internationaal in de problemen zijn geraakt?Antwoord:Conform de toezegging van de toenmalige Minister van Justitie enVeiligheid in het Commissiedebat Extremisme/terrorisme van 7 juni 2023Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29115 om na te gaan of dit vraagstuk ook bij andere EU-landen speelt en ofsamenwerking daarin mogelijk is, is het onderwerp meermaals doorNederland in een aantal EU-(raads)werkgroepen aan de orde gesteld endat het beeld is dat dit vraagstuk bij onze EU-partners niet of nauwelijksaan de orde lijkt. Er zijn daarom vooralsnog geen vervolgacties opEU-niveau voorzien. Dit bevestigt het beeld dat de omstandigheden ensituaties zeer uiteen kunnen lopen en daarom maatwerk vereist is.Vraag (431):Hoe verhoudt het feit dat gesteld wordt dat er geïnvesteerd wordt in hetJuridisch Loket zich tot het feit dat het budget voor het Juridisch Loket (ziepagina 55) juist daalt?Antwoord:Zie de antwoorden op de vragen 352 en 353.Vraag (432):Gaat u om de groeiende behoefte aan rechtshulp door het Juridisch Lokette financieren voor extra financiële middelen voor het Juridisch Loketzorgen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, met hoeveel?Antwoord:De inzet is enerzijds gericht op het op peil krijgen van de structurelefinanciering van het Juridisch Loket, en anderzijds op het ontwikkelen vaneen bekostigingsmodel dat beter toegerust is op fluctuaties in de vraag.De ontwikkeling van dat kostprijsmodel is recentelijk gestart.Vraag (433):Met hoeveel zal naar verwachting de behoefte aan rechtshulp door hetJuridisch Loket stijgen?Antwoord:De (beleidsneutrale) ramingen uit het Prognosemodel Justitiële Ketens(PMJ) gaan uit van een jaarlijkse gemiddelde toename van 2% bij hetJuridisch Loket.Bron: Capaciteitsbehoefte Justitiële Ketens t/m 2029Vraag (434):Hoeveel kost het om van de pilot kosteloze rechtsbijstand kinderbe-scherming een structurele regeling te maken? Hoeveel kost het om bij hetstructureel maken van de pilot de doelgroep te verruimen naar beideouders?Antwoord:In november stuurt de Staatssecretaris Rechtsbescherming de aan uwKamer toegezegde brief over de contouren van het wetsvoorstelVersterking rechtsbescherming in de jeugdbescherming. Daarin wordt unader geïnformeerd over de plannen voor de kosteloze rechtsbijstand enover de dekking voor de voorgenomen structurele wijzigingen.Vraag (435):Op welke manier worden kinderen op dit moment in de rechtszaalbijgestaan of wie behartigt de belangen van kinderen in kinderbescher-mingszaken? Er is nu een pilot rechtsbijstand voor ouders: welkeondersteuning krijgen kinderen (van een curator, advocaat, vertrouwens-persoon)?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29116 Antwoord:Het uitgangspunt van de wet is dat de minderjarige, en zijn of haarbelang, in procedures door zijn of haar ouders of een andere wettelijkvertegenwoordiger wordt vertegenwoordigd. Op dit uitgangspunt bestaanin kinderbeschermingszaken uitzonderingen. Bij een conflict van belangentussen de minderjarige en zijn of haar wettelijk vertegenwoordiger kan ervoor de minderjarige ook een bijzonder curator worden aangewezen diede belangen van de minderjarige moet verdedigen als procespartij. Innovember stuurt de Staatssecretaris Rechtsbescherming de aan uwKamer toegezegde brief over de contouren van het wetsvoorstelVersterking rechtsbescherming in de jeugdbescherming. In deze briefwordt u geïnformeerd over de plannen voor de kosteloze rechtsbijstanden voor de ondersteuning van kinderen.Vraag (436):Wat zijn de gevolgen van de korting op de Brede Doeluitkering Rampen-bestrijding voor de taakuitvoering van de veiligheidsregio’s?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 275.Vraag (437):Van hoeveel veroordeelde terroristen is tot nu toe het Nederlanderschapafgenomen?Antwoord:Op basis van artikel 14, tweede lid, Rijkswet op het Nederlanderschap(RWN) kan het Nederlanderschap worden ingetrokken van personen metmeervoudige nationaliteit, die onherroepelijk veroordeeld zijn voor eenterroristisch misdrijf. Op dit moment is in 34 zaken besloten om hetNederlanderschap in te trekken op grond van dit artikel. Hiervan zijn 13intrekkingen definitief.Vraag (438):Klopt het dat er 10 procent wordt bezuinigd op het onderdeel crisisbeheeren brandweer?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 275.Vraag (439):Wat is de bijdrage die JenV ontvangt uit de Homogene Groep Interna-tionale Samenwerking (HGIS)- middelen voor de voorbereidingen van deNAVO-top en welke exacte kosten worden hieruit betaald?Antwoord:Vanuit HGIS is in 2024 12 miljoen euro en 27,7 miljoen euro in 2025bestemd voor de NAVO-top. Deze middelen zijn bestemd voor hetgrootste deel voor de Politie en voor een klein deel voor de NCTV, voor demaatregelen die nodig zijn voor een veilig en ongestoord verloop van deNAVO-top 2025. De toegevoegde HGIS-middelen zijn bedoeld voor deadditionele kosten die niet zouden zijn ontstaan als Nederland deNAVO-top niet zou organiseren. De overige kosten worden gedekt uit deenveloppe Nationale Veiligheid en dit betreft 42 miljoen euro. Deze laatstemutatie is opgenomen in de nota van wijziging van de JenV-begroting2025 die voor de begrotingsbehandeling naar uw Kamer gestuurd wordt.Vraag (440):Kunt u verduidelijken waarom er vanaf 2025 fors meer geïnvesteerd wordtin het NCSC en een dalende trend te zien is bij het NIPV, waarom dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29117 keuze is gemaakt en of hier niet een betere balans in gevonden kanworden?Antwoord:De Cyberbeveiligingswet, waarmee de Europese NIS2-richtlijn wordtgeïmplementeerd, treedt naar verwachting in het najaar van 2025 inwerking. Het Nationaal Cybersecurity Centrum (NCSC) zal krachtens diewet de taak van CSIRT voor een groot deel van de entiteiten, die onder diewet vallen, gaan vervullen. De doelgroep van het NCSC zal hierdoor forsuitbreiden. Om hieraan invulling te geven is deze investering nodig.Vraag (441):Het budget voor inburgeringsvoorzieningen wordt verhoogd, maar er isook sprake van een structurele budgetkorting van 10% vanaf 2025; inhoeverre wordt hiermee de druk verhoogd op de uitvoering van inburge-ringstaken door de IND?Antwoord:Onder de Wet inburgering 2021 heeft niet de IND een regierol bij deuitvoering van de inburgeringstaak, maar gemeenten. De druk op de INDwordt dus niet verhoogd door de budgetkorting van 10%. De budget-korting van 10% is ingeboekt vanaf 2026 en heeft betrekking op dekabinetsmaatregel om alle specifieke uitkeringen per 2026 over te hevelennaar het Gemeentefonds inclusief een efficiëntiekorting van 10%. Inoverleg met de VNG worden verschillende beleidsopties verkend diekunnen leiden tot een lastenvermindering.Vraag (442):Waarop is de veronderstelling dat vanaf 2027 de asielstroom isafgenomen, concreet gebaseerd?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 74 bij de begroting van het Ministerie van Asielen Migratie.Vraag (443):Kunt u een overzicht geven van alle activiteiten die worden geraakt doorde bezuinigingen op Vroege Integratie & Participatie?Antwoord:Onder het programma Vroege Integratie & Participatie (VrIP) vallen devolgende activiteiten: Screening en matching voor de kansrijke koppeling,meedoenbalies, begeleidingsgesprek participatie en NT2 taalles voorkansrijke asielzoekers. De VrIP heeft tot doel om kansrijke asielzoekers enstatushouders in een vroeg stadium mee te laten doen via activiteiten,vrijwilligerswerk en het leren van de taal, ter voorbereiding op betaaldwerk. Op de begroting van VrIP zijn ook de reiskosten voor de vroege startdoor gemeenten opgenomen. In 2025 en 2026 zal de bezuiniging van opde reiskosten worden toegepast. Alle andere onderdelen van VrIP zullen inde komende twee jaar nog niet geraakt worden. In 2027, wanneer er geentegemoetkoming voor gemeenten voor reiskosten meer is, is voorzien omde bezuiniging van toe te passen op het onderdeel screening en matchingvoor de kansrijke koppeling. Door de opvangcrisis werkt de kansrijkekoppeling nu niet optimaal. Hiervoor zou het screeningsgesprek aan hetbegin van de asielfase gevoerd moeten worden, de zogenoemde «vroegescreening». Dit is nu niet altijd mogelijk doordat niet alle kansrijkeasielzoekers langs een procesopvanglocatie (POL) komen en doorcapaciteitsdruk bij het COA.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29118 Vraag (444):Hoe rijmt u de bezuiniging op Vroege Integratie & Participatie met hetvoornemen in het regeerakkoord om de arbeidsparticipatie van status-houders en asielzoekers te bevorderen?Antwoord:Door de aangekondigde taakstelling in het regeerprogramma wordtrijksbreed op alle subsidies bezuinigd, en daarom ook op de subsidie VrIP.De bezuiniging op de VrIP wordt toegepast op een manier die onder-steunend is aan het doel van meedoen in de samenleving en (arbeids-)participatie. Op de begroting van VrIP zijn de reiskosten voor de vroegestart door gemeenten opgenomen voor de jaren 2024 tot en met 2026. In2025 en 2026 zal de bezuiniging op de reiskosten worden toegepast. Alleandere onderdelen van VrIP zullen in de komende twee jaar daarom nogniet geraakt worden.De keuze voor de korting op de reiskosten komt voort uit mijnverwachting dat het totale bedrag aan reiskosten niet zal worden uitgeputin 2025 en 2026. En daarnaast dat de korting op het budget voorreiskosten geen groot effect zal hebben op de vroege start doorgemeenten. Er spelen ook andere factoren een rol, zoals een gebrek aanstudiefaciliteiten op het azc. Het resterende budget zorgt ervoor dat meerstatushouders vanuit het COA aan hun inburgering kunnen beginnen endaarmee sneller aan de samenleving kunnen deelnemen.Met het programma VrIP blijft het kabinet investeren in de participatie vanasielzoekers en statushouders via de meedoenbalies en NT2 onderwijsvoor kansrijke asielzoekers.Vraag (445):Kunt u aangeven wat de effecten zijn van de bezuinigingen op VroegeIntegratie & Participatie op de arbeidsparticipatie van asielzoekers en vanstatushouders?Antwoord:Zie antwoord op vraag 443 en vraag 444.Vraag (446):Hoeveel asielzoekers en statushouders minder kunnen worden begeleidnaar werk door de bezuinigingen op Vroege Integratie & Participatie?Antwoord:Zie antwoord op vraag 443 en vraag 444.Vraag (447):Wat is het effect van de bezuinigingen op Vroege Integratie & Participatieop het aantal meedoenbalies?Antwoord:Zie antwoord op vraag 443.Vraag (448):In tabel 38 staat dat de uitgaven aan de subsidie Vroege Integratie &Participatie activiteiten (VRIP) sterk afnemen. Wat zijn de gevolgenhiervan? Welke activiteiten moeten dan worden afgebouwd?Antwoord:Zie antwoord op vraag 443 en vraag 444.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29119 Vraag (449):Wat zijn de gevolgen van de korting op deze subsidie, met name ook opde kansen om mensen te helpen aan het werk te gaan?Antwoord:Zie antwoord op vragen 443 en 444.Vraag (450):Kunt u uitleggen hoe deze subsidieafname zich verhoudt tot het regeerak-koord waarin staat dat «het kabinet gezinsmigranten, statushouders en –in lijn met de herziene Opvangrichtlijn die wordt geïmplementeerd –asielzoekers van wie de kans groot is dat zij een asielvergunning krijgen,stimuleert om deel te nemen aan de arbeidsmarkt en belemmeringenwegnemen»? (Regeerprogramma Schoof, p.26)Antwoord:Zie antwoord op vraag 444.Vraag (451):Welke gevolgen heeft de korting op deze subsidie voor de Kansrijkekoppeling van Screening en Matching, de Participatie vanaf dag één, deMeedoenbalies en de taallessen?Antwoord:Zie vraag 443.Vraag (452):Zijn er evaluaties van deze programma’s en zo ja, wat zijn die?Antwoord:De onderdelen van het VrIP programma worden gemonitord, maar ze zijnnog niet geëvalueerd in hun huidige vorm.Vraag (453):Hoe wordt de verwachte taakstelling op externe inhuur in 2025, die meerdan gehalveerd wordt, behaald? Hoe verhoudt zich dit tot de bezuini-gingen op het interne personeel?Antwoord:De taakstelling op de externe inhuur wordt in samenhang bezien met detaakstelling op het interne personeel. De besluitvorming hierover vindtnog plaats. De inzet is om uiterlijk bij Voorjaarsnota de besluitvorminggereed te hebben.Vraag (454):Wat betekenen de bezuinigingen op het ambtenarenapparaat en externeinhuur voor de beleidsdoelstellingen van het ministerie?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 453.Vraag (455):Hoeveel heeft het Ministerie van JenV in totaal ontvangen sinds de startvan het programma Open op Orde en wat zijn de doelen en concreetbehaalde resultaten tot nu toe?Antwoord:Het Ministerie van Justitie en Veiligheid heeft sinds de start van hetprogramma in 2021, 49.8 miljoen euro ontvangen. Het programma Openop Orde is gericht op het bereiken van een volwassenheidsniveau 3Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29120 (van 4) voor ten minste eind 2026 in de informatie- en gegevenshuis-houding. JenV rapporteert hierover jaarlijks aan het Ministerie van BZK.BZK informeert jaarlijks in Q1 de Tweede Kamer. De afgelopen drie jaarheeft JenV resultaten behaald op diverse programmadoelen zoals hetonder beheer brengen van «nieuwe» digitale vormen van informatie, hetbeschikbaar hebben van voldoende professionals op het vlak vaninformatiehuishouding, het op orde brengen van de datakwaliteit, hetbeheren van informatie in lijn met de Archiefwet en deze openbaar endoorzoekbaar maken. De resultaten van JenV worden ook gepubliceerdvia Rijksfinancien.nl.Vraag (456):Waarom daalt het budget van de Autoriteit Persoonsgegevens vanaf2027?Antwoord:Het budget van de AP daalt vanaf 2028 omdat het toezichtarrangement bijde Belastingdienst dan eindigt. De AP krijgt vanaf 2024 tot en met 2028ieder jaar 2 miljoen euro van het Ministerie van Financiën voor hettoezichtarrangement bij de Belastingdienst. Uw Kamer is over ditarrangement geïnformeerd.43Vraag (457):Welk deel van de geparkeerde gelden op artikel 92 is gereserveerd voorloon- en prijsbijstellingen die nog niet zijn uitgekeerd?Antwoord:Er staan geen middelen op artikel 92 voor niet uitgekeerde loon- enprijsbijstelling. In de loop van een begrotingsjaar worden deze middelenop artikel 92 geboekt. Daarna worden ze direct toebedeeld aan de juistebudgetten op de andere artikelen.Vraag (458):Kan zo precies als mogelijk worden aangegeven welke middelen zijngereserveerd en waarvoor op artikel 92 «nog onverdeeld»?Antwoord:De middelen zijn voor het grootste deel nieuwe middelen die grotendeelsbij nota van wijziging en uiterlijk bij Voorjaarsnota 2025 naar het juistebeleidsartikel of (indien van toepassing) het juiste begrotingshoofdstukworden overgeheveld. Het betreft voor 2025 200 miljoen euro voornationale veiligheid, 15 miljoen euro voor de taaleis bij naturalisatie en25 miljoen euro voor versterking van de rechtsstaat. Voorts zijn ermiddelen gereserveerd die afgeboekt moeten worden ter compensatievoor een eerdere te lage indexatie van de boetes. Tot slot zijn er middelengereserveerd voor keteneffecten van de intensivering bij politie door eeneerder kabinet (de zogenaamde Hermansmiddelen).Vraag (459):Waarop is de grote toename van de inkomsten vanaf 2025 betreffende degeldboetes gebaseerd?Antwoord:De boeteontvangsten voor de periode 2025 en verder zijn gebaseerd opde uitkomsten van een intern ramingsmodel. Op basis van realisatiecijfersuit het verleden, wordt het meerjarig verloop van de boeteontvangstengeschat. Bij de raming wordt ook rekening gehouden met toekomstigeontwikkelingen in handhavingsmiddelen zoals geplande investeringen in43Kamerstukken II, 2023–24, 32 761, nr. 300.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29121 focusflitsers, vervanging van trajectcontrolesystemen of flitspalen engeplande wegwerkzaamheden op basis van input van een werkgroepdeskundigen vanuit het Ministerie van JenV.Bij vervanging van vaste flitspalen en trajectcontroles is er eerst een lichtedemping in de raming omdat de camera’s dan tijdelijk uitstaan. In 2025zullen veel in 2024 vervangen palen en trajectcontroles weer volledigoperationeel zijn. De uitbreiding van de geautomatiseerde handhavings-middelen (vaste flitspalen, flexflitsers en focusflitsers) leidt tot eentoename van de ontvangstenraming.Vraag (460):Welke risico’s ziet u in de toenemende afhankelijkheid van commerciëlepartijen voor forensische diensten, in termen van de borging van kwaliteit,vertrouwelijkheid van strafrechtelijke onderzoeken, en de onafhanke-lijkheid van het NFI?Antwoord:De kwaliteit van de forensische dienstverlening en de vertrouwelijkheidvan strafrechtelijke onderzoeken worden geborgd in het pakket van eisendat bij de aanbesteding aan en contractering van commerciële partijenwordt gesteld. Ten aanzien van een grotere afhankelijkheid van commer-ciële partijen bestaat er een continuïteitsrisico in die situaties waarin ereen afhankelijkheid zou ontstaan van één enkele (commerciële) partij vooréén of meerdere soorten onderzoek en er daarmee niet direct een uitwijk-of terugvaloptie voorhanden is. Deze situatie kan zich voordoen omdat devraag op veel forensische onderzoeksgebieden te gering is om aantrek-kelijk te zijn voor meerdere aanbieders. Alleen al om deze reden is het vanbelang dat de kennis van de door de strafrechtketen gewenste forensischegebieden, door een minimale aanbesteding van onderzoeken per gebied,bij het NFI geborgd blijven.Vraag (461):Op welke manier volgt u de conclusies en verbetervoorstellen van deStaatscommissie Rechtsstaat op? Kunt u per verbetervoorstel uiteenzettenhoe u daar opvolging aan gaat geven?Antwoord:Het kabinet werkt op dit moment aan een kabinetsreactie waarin uiteenwordt gezet hoe opvolging is en zal worden gegeven aan de verbetervoor-stellen uit het adviesrapport van de Staatscommissie rechtsstaat diegericht zijn aan het kabinet. De Minister van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties en de Staatssecretaris Rechtsbescherming coördinerende kabinetsreactie op dit rapport.Naast de tien verbetervoorstellen stelt de staatscommissie voor om opbasis van een rechtsstaatagenda een structurele dialoog tussen destaatsmachten in te richten, waarin de staatsmachten rechtsstatelijkrelevante informatie uitwisselen. Het doel van deze dialoog is dat ertussen de staatsmachten een wisselwerking ontstaat waarin zij signalenover de werking van de rechtsstaat uitwisselen en waar nodig opvolgen.Het kabinet ziet de meerwaarde van het instellen van deze dialoog tenbehoeve van de versterking van de rechtsstaat en zal zich hiervoorinspannen.In het regeerprogramma is aangekondigd dat dit najaar kenbaar wordtgemaakt hoe de dialoog tussen de staatsmachten structureel wordtgeborgd. In overleg met de andere staatsmachten zal invulling wordengegeven aan dit voorstel van de staatscommissie. Gemeld kan worden datde eerste rechtsstaatdialoog wordt voorbereid door de voorzitter van deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29122 Eerste Kamer en naar verwachting in het eerste kwartaal van 2025 plaatszal vinden. De verantwoordelijkheid voor de voorbereiding van derechtsstaatdialoog zal naar verwachting vervolgens rouleren. Naast deafvaardiging van de drie staatsmachten zal ook een afvaardiging van dedrie Hoge Colleges van Staat deelnemen aan de dialoog.Vraag (462):Aansluiten bij de behoeften van rechtzoekenden en het probleem achterhet juridische geschil is ook de dienstverlening van het Juridisch Loket:hoe zou u deze eerstelijns rechtshulp willen samenbrengen met deinnovatieve projecten van de rechtspraak?Antwoord:De Rechtspraak voert onder de vlag «maatschappelijk effectieve recht-spraak» verschillende innovatieve projecten uit. De Rechtspraak gaat zelfover de invulling daarvan. Naar aanleiding van het initiatief Huis van hetRecht in Heerlen wordt nu in Breda ook onderzocht of daar een Huis vanhet Recht ingericht kan worden. Dergelijke initiatieven moedigt hetkabinet aan en het kabinet faciliteert deze waar mogelijk. Ook wordt hetexperiment met de Regelrechter voorbereid, het eerste experiment onderde Tijdelijke Experimentenwet rechtspleging. Het ontwerpbesluit hiervoorligt inmiddels bij de Raad van State voor advies en het experiment startnaar verwachting begin 2025.Vraag (463):Hoe kijkt u in dat licht naar de pilot Huis van het Recht in Heerlen, eenpilot waarin de rechtbank, de gemeente en het Juridisch Loket succesvolsamenwerkten en onnodige juridische geschillen werden voorkomen?Antwoord:De pilot Huis van het Recht is een samenwerking tussen de gemeenteHeerlen, de rechtbank Limburg en het Juridisch Loket. Het samenbrengenvan eerstelijns rechtshulp en de beweging vanuit maatschappelijkeffectieve rechtspraak, was daarmee verweven in de opzet van de pilot.De pilot is een goed voorbeeld van concrete samenwerking die ervoorzorgt dat juridische problemen of geschillen meer aan de voorkantworden opgelost. De pilot is met inzet van de deelnemende partijenbestendigd als werkwijze.Vraag (464):Hoeveel zaken zijn er in 2024 ingestroomd bij de nu bestaandewijkrechtspraakprojecten?Antwoord:Bij de nu bestaande wijkrechtspraakprojecten zijn 1049 zaken ingestroomdin de periode van 1 januari 2024 tot 29 oktober 2024. Het gaat omWijkrechtspraak Oost-Brabant – rechtbank Oost Brabant, Wijkrechtspraakop Zuid – rechtbank Rotterdam, Buurtrechter Venserpolder – rechtbankAmsterdam, Wijkrechtspraak Tilburg – rechtbank Zeeland-West-Brabanten Wijkrechtspraak Den Haag Zuidwest – rechtbank Den Haag).Vraag (465):Wat is tot nu toe het effect geweest van het openstellen van het registervoor B2-tolken voor de C1-registerrolken?Antwoord:Het openstellen van het register voor B2-tolken heeft weinig tot geenimpact op C1-registertolken. Dit komt doordat organisaties die volgens deWet beëdigde tolken en vertalers (Wbtv) verplicht zijn om in straf- ofTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29123 vreemdelingenzaken registertolken in te zetten,44 onverminderd alleenC1-tolken blijven aanvragen. Voor deze afnameplichtige organisaties blijftde norm dat er een C1-tolk moet worden ingezet, wat betekent dat ermaximaal op C1-niveau wordt gewerkt.Als er geen C1-registertolken beschikbaar zijn of als zij niet willen ofkunnen werken voor een bepaald tolkbureau of overheidsorganisatie, ende overheidsorganisatie de tolkopdracht niet kan verplaatsen of op eenandere manier kan laten uitvoeren, moet de continuïteit van de bedrijfs-processen gewaarborgd blijven. In dat geval kan er onder bepaaldevoorwaarden gebruik worden gemaakt van een tolk die geen beëdigdetolk is. Dit is vastgelegd in de Wet beëdigde tolken en vertalers (artikel 28lid 3) en is als zodanig in de relevante contractvoorwaarden opgenomen.Ook kan volgens het Wetboek van Strafvordering (artikel 276.3) eenvoorzitter van een rechtbank de tolk beëdigen, waarbij de tolk belooft zijntaak naar eer en geweten te vervullen voordat hij of zij aan de werkzaam-heden begint.C1-registertolken kunnen echter meer concurrentie ondervinden vancollega-tolken die als C1-registertolken via een ander tolkbureau ook inaanmerking komen voor tolkopdrachten van de betreffende overheidsor-ganisaties. Daarnaast zijn er B2- of noodlijst-tolken die zich hebbendoorontwikkeld tot C1-registertolk en hiervoor in het Rbtv zijngeregistreerd.Vraag (466):Wat zijn de financiële consequenties geweest voor tolken en vertalersdoor de voorrijkosten af te schaffen? Hoeveel kost een herinvoering?Antwoord:De kosten voor herinvoering van voorrijkosten zijn niet te becijferen. Uitde monitor blijkt dat tolkbureaus een hogere uurvergoeding betalen aantolken die op locatie tolkopdrachten voor het OM en de Rechtspraakuitvoeren dan aan tolken die voor andere organisaties werken. Dit verschilis waarschijnlijk het gevolg van specifieke voorwaarden die in deaanbesteding voor het OM en de Rechtspraak zijn opgenomen. Voorheenwerden voorrijkosten alleen onder bepaalde voorwaarden vergoed aantolken die voor het OM en de Rechtspraak werkten. De totale kosten diedeze organisaties maakten, vormden de basis voor de hogere minimaleintegrale inschrijfprijs in hun tolkaanbesteding. In de Kamerbrief, dieuiterlijk vóór het kerstreces wordt verstuurd, zal hier dieper op wordeningegaan.Bovendien is het onduidelijk of het eventueel herinvoeren van voorrij-kosten, samen met het wegvallen van de in deze aanbestedingopgenomen voorwaarden, zal resulteren in een betere financiële positievoor tolken die op locatie bij het OM en de Rechtspraak tolkopdrachtenuitvoeren. Daarbij komt dat het herinvoeren van voorrijkosten in lopendecontracten zal leiden tot een wezenlijke wijziging van de beide contracten.Dit is juridisch niet toegestaan en zal daardoor financiële en organisato-rische gevolgen voor overheid en markt hebben.44In het kader van het strafrecht en het vreemdelingenrecht zijn als afnameplichtige organi-saties: Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, tot de rechterlijke machtbehorende gerechten, OM, IND, Politie (interceptie- en verhoortolken), KMar, BijzondereOpsporingsdiensten, VWN, DJI en de Raad voor Rechtsbijstand.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29124 Vraag (467):Wat zijn de financiële consequenties geweest voor tolken en vertalersdoor de wachttijdvergoeding af te schaffen? Hoeveel kost eenherinvoering?Antwoord:Tolken die voor het Openbaar Ministerie en de Rechtspraak tolkop-drachten uitvoeren, ontvangen hun vergoeding op basis van het Besluittarieven in Strafzaken (Btis). In dit besluit is nooit een formele vergoedingvoor wachttijd opgenomen, waardoor een dergelijke vergoeding ook nooitwettelijk is afgeschaft. Om die reden zijn de kosten voor een mogelijkeafschaffing en herinvoering van de wachttijdvergoeding niet te berekenen.In de praktijk is gebleken dat het OM en de Rechtspraak in het verledenmeerdere gesprekken binnen één tolkopdracht aan de tolk hebbenaangeboden. Momenteel wordt onderzocht hoe meerdere gesprekken inéén tolkopdracht aan de tolk kunnen worden aangeboden. Het doelhiervan is om wachttijd te minimaliseren en de planning voor de tolkaantrekkelijker te maken.Vraag (468):Wanneer komt de voortgangsbrief over de stelselverandering van detolken en vertalers?Antwoord:De toegezegde brief over de monitoring van het stelsel zal uiterlijk vóórhet kerstreces aan de Tweede Kamer worden aangeboden.Vraag (469):Waarom is deze wetswijziging om de opbrengsten van de programma’sbinnen het nieuwe stelsel Rechtsbijstand niet opgenomen in hetwetgevingsprogramma?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 71.Vraag (470):Komt er een wetsvoorstel dat onder andere gaat zorgen voor een apartepositionering van het Juridisch Loket? Zo ja, welk wetsvoorstel wordt daten waarom is deze wetswijziging niet opgenomen in het wetgevingspro-gramma?Antwoord:De aparte positionering van het Juridisch Loket maakt onderdeel uit vanhet wetsvoorstel tot vernieuwing van het stelsel van rechtsbijstand. Zieverder het antwoord op vraag 71.Vraag (471):Kan, na het aannemen van het amendement Ellian/Wilders (Kamerstuk36 410 VI, nr. 37), de Wet regulering sekswerk nog wel ingevoerd wordennu er middelen van deze wet wegvloeien naar de Extra BeveiligdeInrichting (EBI)?Antwoord:Voor implementatie van de Wet regulering sekswerk (hierna: Wrs) stondoorspronkelijk 10 miljoen euro structureel begroot. Met het aannemen vanhet amendement van Ellian en Wilders is dit herzien naar 8 miljoen eurostructureel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29125 Uitvoerende organisaties, te weten gemeenten, de rechterlijke macht enpolitie, hebben in de consultatiereacties op de nota van wijziging bij deWrs aangegeven dat er structureel meer geld nodig is dan oorspronkelijkgeraamd voor de implementatie van de wet. Op basis van deze informatieblijkt dat er 15 miljoen euro structureel nodig is. Dit betekent dat er in dehuidige raming structureel onvoldoende middelen beschikbaar zijn voorinvoering van de Wrs.In het regeerprogramma is opgenomen dat het kabinet streeft naar eenverhoging van de minimumleeftijd voor prostitutie naar 21 jaar. Om dit terealiseren, worden momenteel diverse scenario’s onderzocht quajuridische vormgeving rekening houdend met de uitvoerbaarheid,administratieve lasten, de kosten en de dekking hiervan. De Kamer wordtna het Kerstreces geïnformeerd over de uitkomsten hiervan. Op datmoment zal de Kamer ook nader worden geïnformeerd over de vervolg-stappen ten aanzien van de Wrs.Vraag (472):Kunt u in een overzicht weergeven hoe de 22%-taakstelling op hetambtelijk apparaat per onderdeel van het departement en voor deuitvoeringsorganisaties neerslaat?Antwoord:Zie het antwoord op vraag nummer 15.Vraag (473):Kunt u aangeven op basis van welke criteria bepaald wordt hoe de22%-taakstelling op het ambtelijk apparaat wordt ingevuld?Antwoord:Zie het antwoord op vraag nummer 15.Vraag (474):Kunt u concreet aangeven welke taken/werkzaamheden niet meeruitgevoerd gaan worden vanwege de taakstelling van 22% op hetambtelijk apparaat?Antwoord:Zie het antwoord op vraag nummer 15.Vraag (475):Op welke manier houdt het Ministerie van JenV een vinger aan de pols ophet moment dat blijkt dat de kostenbesparingen die gerelateerd wordenaan de verwachte lagere asielinstroom, gecoördineerd door het Ministerievan Asiel en Migratie niet worden gehaald?Antwoord:Het beheersen van de asielinstroom valt onder de beleidsverantwoorde-lijkheid van het Ministerie van Asiel en Migratie, niet onder de beleidsver-antwoordelijkheid van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Hierbij isde controle op de uitgaven op de JenV-begroting goed ingeregeld. Definanciële controlfunctie is stevig ingebed binnen het ministerie enmonitort de keteneffecten op het terrein van asiel door het Ministerie vanAsiel en Migratie.Vraag (476):Kan per begrotingsartikel worden aangegeven welke exacte subsidies opde begroting van Justitie en Veiligheid structureel worden verlaagd alsgevolg van de generieke taakstelling die voortvloeit uit het Hoofdlijnenak-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29126 koord en kan ook per begrotingsartikel worden aangegeven welkesubsidies ongemoeid zijn gelaten?Antwoord:Op artikel 31 zijn de volgende subsidies verlaagd:•Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Politie•Overige subsidies (incidentele subsidies die worden verstrekt op grondvan de Kaderwet overige JenV-subsidies)•Meld Misdaad AnoniemOp artikel 36 zijn de volgende subsidies verlaagd:•Nederlands Rode Kruis•Stichting Korpora•Nederlands Genootschap van Burgemeesters – crisisondersteuning•Nederlandse Brandwonden StichtingDe generieke subsidiekorting op de subsidie voor het Meldpunt «MeldMisdaad Anoniem» wordt gecompenseerd uit middelen voor versterkingvan de nationale veiligheid.Op de artikelen 32, 33 en 34 is de korting conform regeerprogrammatoegepast op de subsidiebudgetten binnen deze beleidsartikelen. BijVoorjaarsnota 2025 wordt bekeken of de kortingen blijven staan of dat eenherschikking van de subsidietaakstelling binnen de JenV-begroting nodigis.Vraag (477):Hoeveel onderuitputting was er de afgelopen vijf jaren bij artikel 32Rechtspleging en Rechtsbijstand en hoeveel daarvan was de afgelopenvijf jaren onderuitputting die werd veroorzaakt door lagere uitgaven aantoevoegingen rechtsbijstand en hoeveel daarvan werd veroorzaakt doorlagere uitgaven aan het programma stelselvernieuwing rechtsbijstand?Antwoord:Zie de tabel voor de beantwoording van de vraag.Onderuitputting en overschrijding artikel 32 Rechtspleging en Rechtsbijstand 2019 tot 2023, uitgesplitst in toevoegingen,stelselvernieuwing en overige (x € 1 miljoen)20192020202120222023Onderuitputting en overschrijding (-/+) toevoegingen–18–26–52–19–4Onderuitputting en overschrijding (-/+) stelselvernieuwing–3–3–10Onderuitputting en overschrijding (-/+) overige artikel 32233–18–9Onderuitputting en overschrijding (-/+) totaal artikel 321–19–26–49–47–131 Weergegeven is de mee- en tegenvaller per begrotingsjaar. De cijfers kunnen over de jaren heen niet zonder meer opgeteld worden, omdat onder-uitputting in het ene jaar soms is doorgeschoven naar het volgende jaar via de eindejaarsmarge. Vraag (478):Hoeveel onderuitputting wordt er in 2024 verwacht bij artikel 32 Rechts-pleging en Rechtsbijstand en hoeveel daarvan wordt naar verwachtingveroorzaakt door lagere uitgaven aan toevoegingen en hoeveel daarvanwordt naar verwachting veroorzaakt door lagere uitgaven aan hetprogramma stelselvernieuwing rechtsbijstand?Antwoord:Voor het actuele uitvoeringsbeeld wordt verwezen naar de Najaarsnota enbijbehorende Tweede suppletoire begroting 2024.Vraag (479):Hoe groot is de meevaller bij de post griffierechten?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29127 Antwoord:De meevaller bij de post griffierechten in de begroting 2025 is 25 miljoeneuro. Zie voor de toelichting het antwoord op vraag 370.Vraag (480):Kunt u aangeven waarom er een kasschuif plaatsvindt van 3 miljoen eurovan 2024 naar 2025 voor de Wet regulering sekswerk?Antwoord:Naar verwachting zullen de implementatiekosten na de inwerkingtredingvan de Wet regulering sekswerk (hierna: Wrs) in de eerste jaren hethoogst zijn. Toen duidelijk werd dat implementatie van de Wrs in 2024onwaarschijnlijk was, is het geld doorgeschoven naar 2025.Vraag (481):Kunt u aangeven waarom er een kasschuif plaatsvindt van 1 miljoen eurovoor het werkplan Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding(NCAB) van 2024 naar 2025? Kan in 2024 wel een begin gemaakt wordenmet uitvoering van het werkplan?Antwoord:Het Werkplan Antisemitismebestrijding van de Nationaal CoördinatorAntisemitismebestrijding (NCAB) is in oktober 2022 aan de Kamerverzonden. Sindsdien werkt de NCAB aan de uitvoering van het werkplan.De 1 miljoen euro uit het amendement Hammelburg cs. is met eenkasschuif van 2024 naar 2025 verplaatst, omdat de verwachting was datniet alle middelen in 2024 konden worden besteed. Met de kasschuifkunnen deze middelen zo effectief mogelijk ingezet worden voor deaanpak van antisemitisme.Vraag (482):Kunt u aangeven of en hoe de 3,8 miljoen euro voor uitvoering van hetwerkplan NCAB van het lid Flach cs. (36 550 VI, nr. 5) in deze begrotingingezet wordt?Antwoord:De gelden die vrijkwamen uit het amendement Flach cs. wordenbetrokken bij de uitvoering van de kabinetsstrategie Bestrijding Antisemi-tisme 2024–2030 die is opgesteld met de NCAB, om interdepartementaalzo effectief mogelijke maatregelen te nemen om antisemitisme tegen tegaan. Deze strategie wordt op korte termijn naar de Tweede Kamergezonden. Daarnaast zullen via de nota van wijziging op de begroting –die u tegelijk met deze antwoorden ontvangt – extra structurele middelenvoor de NCAB worden toegekend.Vraag (483):Kunt u uitleggen waarom de middelen ondermijning (24.9 miljoen euro)vorig jaar niet helemaal benut zijn?Antwoord:De middelen waren bestemd voor de politie en zijn onderdeel van eenbijzondere bijdrage voor investeringen in artificial intelligence, datas-cience en realtime intelligence. Het retourneren van de middelen betrefteen verrekening van bedragen die in 2022 en 2023 niet zijn besteed doorde politie in verband met arbeidsmarktkrapte.Vraag (484):Hoeveel middelen zijn er in 2025 en verder nog gereserveerd voor deimplementatie van de Wet regulering sekswerk?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29128 Antwoord:Zie het antwoord op vraag 471.Vraag (485):Welke gemeenten worden tijdelijk extra ondersteund in hun urgente,lokale preventieaanpak, hoeveel is dat per gemeente en welk beleidskaderis gebruikt om de effectiviteit van deze middelen te toetsen?Antwoord:De 20 gemeenten die incidenteel ondersteund worden vanuit Preventiemet Gezag zijn: Almelo, Bergen op Zoom, Brunssum, Den Helder, Diemen,Gouda, Haarlem, Hoorn, Kerkrade, Leiden, Middelburg, Nissewaard,Oosterhout, Rijswijk, Roermond, Venray, Vlissingen, Zoetermeer, Zutphenen Zwolle. De gemeenten ontvangen maximaal 500.000 euro per jaargedurende drie jaar. Zie hiervoor de tabel. Een gestelde voorwaarde is datde gemeenten deze aanpak tijdig verankeren in de structurele gemeente-lijke aanpak.De gemeenten kunnen deze middelen inzetten voor drie doeleinden: eenprobleemanalyse, de inzet van kansrijke of bewezen effectieve interventiesen programmacoördinatie en/of -ondersteuning. Het maken van eenprobleemanalyse versterkt de informatiepositie van de gemeentewaardoor de gemeente gericht de middelen kan inzetten op de specifiekedoelgroep en problematiek.De gemeenten zetten voor het voorkomen van jeugdcriminaliteit kansrijkeen/of bewezen effectieve interventies in. Kansrijke interventies zijngebaseerd op uit de wetenschap bekende risico- en beschermendefactoren en werkzame bestanddelen. Bij de beoordeling van de gedragsin-terventies in de plannen van de gemeenten is rekening gehouden met hetLandelijk Kwaliteitskader Effectieve Jeugdinterventies voor Preventie vanJeugdcriminaliteit, dat direct na het verschijnen onder de aandacht isgebracht van deze gemeenten. Ook zijn de plannen door een wetenschap-pelijk bureau beoordeeld. Naar aanleiding hiervan zijn de plannenaangepast.Toegekende incidentele middelen per gemeenteTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29129 Overzicht van incidenteel toegekende en gereserveerde bedragen voorgemeenten in miljoen euro. De bedragen vanaf 2025 zijn indicatief engaan uit van een maximumbedrag per gemeente. De definitieve bedragenzijn afhankelijk van de ingediende plannen.Vraag (486):Kan de 2 miljoen euro die in 2025 voor de inwerkingtreding vanartikel 273f Sr is begroot nader worden toegelicht?Antwoord:De 2 miljoen euro die in 2025 voor de inwerkingtreding van artikel 273f Srop artikel 33 is begroot, zal naar het Openbaar Ministerie gaan. Dit bedragis gereserveerd om de financiële consequenties van het wetsvoorstel,onder meer de introductie van het nieuwe delict «ernstige benadeling»,op te vangen. Overigens zijn in het kader van 273f ook middelentoegekend aan de Raad voor de Rechtspraak (1 miljoen euro) en aan deDienst Justitiële Inrichtingen (500.000 euro).Vraag (487):Kunt u zo nauwkeurig mogelijk uitleggen waarom het bedrag«Ontvangsten afpakken crimineel geld» 249.5 miljoen euro lager uitvaltdan verwacht?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 293.Vraag (488):Welke projecten voor de verbouwingen en renovaties bij DJI zijn exactvertraagd waardoor er een kasschuif van 30 mln moest worden toegepastnaar 2029? En komt hierdoor de geplande datum voor ingebruikname vanAIT’s in gevaar, en zo ja welke?Antwoord:Er is besloten tot een kasschuif, omdat de laatste jaren blijkt dat projectenin het algemeen later opgeleverd worden. De oorzaak van deze vertra-gingen is te vinden in de aanhoudende personeelsproblematiek bijbouwbedrijven die de opdrachtenuitvoeren. Het is daarom de verwachtingdat dit in 2025 en 2026 ook zal voorkomen. Om te anticiperen op ditgegeven en een gedeelte van de budgettaire problematiek op te lossen iseen kasschuif uitgevoerd zodat middelen voor DJI-huisvesting bewaardblijven.Los van de kasschuif naar 2029 is er helaas wel vertraging opgetreden inde realisatie van AIT Sittard. Dit hangt met name samen met de preciezerevaststelling van de scope van de benodigde verbouwing en een op basisdaarvan opgestelde detailplanning. Daaruit bleek dat, waar de afrondingvan de (ver)bouwwerkzaamheden aanvankelijk gepland stond voor eind2024, dit medio 2025 wordt. Over de zo voorspoedig mogelijke opleveringis intensief contact tussen de betrokken partijen.Vraag (489):In welke mate kunnen de middelen die voor de implementatie van deNIS2-richtlijn/Cbw apart zijn gezet gemeenten ten goede komen?Antwoord:De bedragen genoemd in de reeks van de begroting voor het Ministerievan JenV zijn bestemd voor de uitoefening van de CSIRT-taken door hetNCSC krachtens de Cyberbeveiligingswet, waarmee de EuropeseNIS2-richtlijn in Nederland wordt geïmplementeerd. Dit geld is dus nietbestemd voor gemeenten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29130 Vraag (490):Wanneer komt er meer informatie over de motie Van Nispen/Knopswaarin wordt verzocht aan de regering een landelijk fonds in het leven teroepen waarmee het mogelijk wordt dat rechters als bijzonderevoorwaarde kunnen opleggen dat veroordeelden een door de rechter tebepalen bedrag moeten storten in het fonds, ter vergoeding van schadeaan gedupeerden en gemeenten (Kamerstuk nr 36 200 VI, nr. 68)?Antwoord:De Kamer zal hierover schriftelijk worden geïnformeerd in het tweedekwartaal 2025 in de brief over de nieuwe Meerjarenagenda Slachtoffer-beleid 2025–2029. De uitwerking van deze motie heeft meer tijd gekostdan voorzien o.a. vanwege de samenhang met de initiatiefnota van deleden Michon-Derkzen en Haverkort over de aanpak van illegaal vuurwerk,waarin de regering ook wordt gevraagd een fonds in het leven te roepen.Daarnaast hebben het opstellen van het beleidskompas en de uitwerkingvan verschillende mogelijke opties alsook het feit dat er veel partijen bijbetrokken waren, meer tijd gekost dan voorzien.Vraag (491):Wat is de reden dat is gebleken dat er meer tijd nodig is om de motie-VanNispen/Knops (Kamerstuk 36 200 VI, nr. 68) uit te voeren? Hoeveel tijdheeft u hiervoor nodig?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 490.Vraag (492):Wat zijn de kosten voor het landelijk uitrollen van de slachtofferdevicevoor stalking?Antwoord:Op dit moment kan hierop geen antwoord worden gegeven. Begin 2025start het onderzoek dat de lopende pilots gaat evalueren. Uit de evaluatiemoet blijken wat er voor nodig is om gebruik van het slachtofferdevicebreder toepasbaar te maken. Hieruit moet ook blijken wat de benodigdefinanciering bij structurele inzet van het slachtofferdevice is. Na de zomervan 2025 is de evaluatie afgerond en informeert de SJenV uw Kamerhierover.Vraag (493):Wanneer komt er meer informatie over de motie-Van Nispen die deregering nader te onderzoeken welke objectiveerbare gegevens nodig zijnom een betere weging van de draagkracht bij boeteoplegging mogelijk temaken, welke consequenties dit zou hebben voor de uitvoering, wateventuele knelpunten daarbij zijn en hoe deze kunnen worden wegge-nomen (Kamerstuk 29 279, nr. 665)?Antwoord:Vóór het einde van het lopende jaar zal uw Kamer in een brief wordengeïnformeerd over de toepassing van het draagkrachtbeginsel bij deoplegging van geldboetes door de strafrechter. Daarbij zal ook wordeningegaan op de motie van het lid van Nispen.Vraag (494):Wat is de stand van de uitvoering van de motie-Temmink/Mutluer over hetuitvoeren van de aanbevelingen van het comité dat toezicht houdt op hetVerdrag van Istanbul (Kamerstuk 28 345, nr. 274)?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29131 Antwoord:De uitvoering van deze motie zit in de onderzoeksfase. Eerst wordt inbeeld gebracht op welke wijze er bij gezag- en omgangszaken er rekeningwordt gehouden met veiligheidsrisico’s. Vervolgens kan worden vastge-steld of en op welke wijze de aandacht hiervoor moet worden vergrootmet maatregelen. De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbe-scherming heeft in dat kader recent het advies «Kind-onveiligheid incomplexe (ex-) partnerrelaties» uitgebracht. Het Verweij Jonker instituut(VJI) voert aanvullend onderzoek uit. Zoals ook op 7 oktober 2024 aan uwKamer gemeld, zullen de uitkomsten van het onderzoek van VJI wordenafgewacht. SJenV zal in afstemming met SRb de kamer hierover voor dezomer van 2025 informeren in de voortgangsbrief over het plan vanaanpak Stop Femicide.Vraag (495):Wat is de stand van de uitvoering van de motie-Temmink/Mutluer overeen nader onderzoek naar het functioneren van het familie- en jeugdrecht(Kamerstuk 28 345, nr. 273)?Antwoord:De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming heeft in datkader recent het advies «Kind-onveiligheid in complexe (ex-) partnerre-laties» uitgebracht. Het Verwey-Jonker Instituut (VJI) voert aanvullendonderzoek uit. Zoals ook op 7 oktober 2024 aan uw Kamer gemeld, zullende uitkomsten van het onderzoek van VJI worden afgewacht. SJenV zal inafstemming met SRb de kamer voor de zomer van 2025 hieroverinformeren in de voortgangsbrief over het plan van aanpak StopFemicide45.Vraag (496):Wat zijn de resultaten betreffende de motie-Van Nispen c.s. die deregering verzoekt met spoed in overleg te treden met de Kansspelauto-riteit en te bezien wat ervoor nodig is, ook qua bevoegdheden enmiddelen, om effectiever en steviger op te treden tegen deze gokbedrijven(Kamerstuk 36 410 VI, nr. 63) waarvan een reactie in Q3 was verwacht?Antwoord:Een van de thema’s van de evaluatie van de Wet kansspelen op afstand isde effectiviteit van toezicht en handhaving. De uitkomsten van het overlegmet de Kansspelautoriteit en mogelijkheden voor effectiever toezicht enhandhaving worden meegenomen in de aangekondigde brief overkansspelen op afstand van de Staatssecretaris Rechtsbescherming dieeind december 2024 aan uw Kamer wordt gestuurd.Vraag (497):Zijn er momenteel plannen om de Huizen van het Recht uit te breiden tengevolge van het Huis van het Recht Heerlen en de evaluatie?Antwoord:Het beleid is niet gericht op specifieke uitbreiding van het Huis van hetRecht. Zoals aangegeven in antwoord op vraag 463, moedigt het kabinetlokale of regionale initiatieven waar die ontstaan aan en wordt bezien ofen op welke wijze die vanuit het Rijk gefaciliteerd kunnen worden.Vraag (498):Welke concrete vervolgstappen ten aanzien van uitvoering motie-Diederikvan Dijk c.s. (Kamerstuk 30 950, nr. 399) zijn voorzien?45Kamerstukken II, 2024–2025, 31 839, nr. 1026.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29132 Antwoord:Het mogelijk maken van het bezoek door inburgeraars aan een locatie,zoals het Nationaal Holocaustmuseum, is conform de motie van Dijkmeegenomen in het Nationaal Plan Versterking Holocausteducatie(NPVHE). Dit plan is in juni 2024 aan de Kamer aangeboden.46In afstemming met het Ministerie van OCW en het Ministerie van VWSwordt een verkenning uitgezet naar de financiële, inhoudelijke enorganisatorische gevolgen van een dergelijk bezoek bij de ontvangendeinstellingen. De verkenning wordt in het voorjaar van 2025 opgeleverd. Opbasis van de uitkomsten worden de vervolgstappen bepaald.Vraag (499):Op welke manier worden burgemeesters op dit moment geïnformeerdover de terugkeer van een veroordeelde in de gemeente, die een strafheeft uitgezeten voor terrorisme of stalking?Antwoord:Sinds 2009 is de Bestuurlijke informatievoorziening justitiabelen(BIJ-regeling) van kracht, op basis waarvan gemeenten worden geïnfor-meerd als een (ex-)gedetineerde die is veroordeeld voor een ernstiggeweld- of zedendelict terugkeert naar de gemeente. Dit gebeurt nietalleen bij einde detentie, maar ook bij vrijheden.In 2022 is naar aanleiding van de motie Knops (nr. 872) een onderzoekgestart door een werkgroep van VNG, DJI, Justid naar de mogelijkhedenvan uitbreiding van het bereik van de BIJ-regeling met de delictenbrandstichting, terrorisme en stalking. In de 6e voortgangsbriefRechtdoen, kansen bieden worden de uitkomsten van dit onderzoekgemeld. Op grond van dit onderzoek wordt geadviseerd het bereik van deBIJ-regeling alleen uit te breiden met het delict brandstichting (deartikelen 157, 158 en 159 Wetboek van Strafrecht). Het delen van gegevensmet gemeenten rondom de delicten terrorisme en stalking is al goedgeorganiseerd en het toevoegen van deze delicten heeft volgens dewerkgroep geen meerwaarde.De gegevensdeling richting de burgemeester (of diens gemandateerde)over terugkerende (ex-) gedetineerden die zijn veroordeeld voor terro-risme, loopt via het Multidisciplinair Afstemmingsoverleg Resocialisatie(MAR). Dit overleg tussen DJI, gemeenten en reclassering is opgezet methet doel om justitiabelen met een terroristische of extremistischeachtergrond veilig terug te laten keren in de maatschappij. De gedeeldegegevens hebben betrekking op risico’s, hulpvragen en responsiviteit. Degegevensuitwisseling gebeurt via een beveiligde postbus en rechtstreeksoverleg. Ook kunnen dergelijke casussen geagendeerd worden in eenZorg- en Veiligheidshuis, waar verschillende partners aanschuiven vooroverleg.De aanpak en bestrijding van stalking valt onder de bredere aanpak vanhuiselijk geweld. De gegevensdeling verloopt via een lijn van samenwer-kende partijen gemeenten, Politie, reclassering, OM en zorgpartijen. Dezepartijen richten zich met de gegevensdeling op de combinatie vanveiligheid, resocialisatie en re-integratie.Vraag (500):Wanneer bent u voornemens de Kamer nader te informeren over hetgesprek dat u op 26 februari had met de commissie Veiligheid en Bestuurvan de VNG over de neutraliteit van het BOA-uniform?46Kamerstukken II, 2023–2024, 36 272, nr. 17.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29133 Antwoord:De afgelopen periode is gewerkt aan de uitwerking van de verschillendemogelijkheden voor het vastleggen van de neutrale uitstraling vanbuitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s). De uitkomst daarvan zal zospoedig mogelijk per brief aan uw Kamer worden toegezonden, zoalseerder ook is aangegeven in onder andere het regeerprogramma, detoezegging aan het Kamerlid Michon-Derkzen tijdens het CommissiedebatPolitie van 21 december 2023 en de beantwoording van de Kamervragenvan de leden Eerdmans,47 Lahlah en Chakor48.Vraag (501):Hoeveel middelen zijn er nodig om een 24/7-chatfunctie te beleggen bijVeilig Thuis of een andere organisatie die gespecialiseerd is in huiselijkgeweld?Antwoord:Hierop kan op dit moment geen antwoord worden gegeven. Tijdens hetcommissiedebat Zeden en (on)veiligheid van vrouwen op 16 oktober jl.heeft de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid uw Kamer gemeld datVeilig Thuis in de portefeuille van de Staatssecretaris Langdurige enMaatschappelijke Zorg valt. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheidheeft tijdens het voornoemde debat ook toegezegd om nog voor debegrotingsbehandeling Justitie en Veiligheid een brief naar uw Kamer testuren, waarin onder meer een toelichting wordt gegeven op deverkenning naar de opzet van een centraal «meldpunt femicide». Dezebrief ontvangt de Kamer spoedig. Ook in het Tweeminutendebat Zeden en(on)veiligheid van vrouwen op 23 oktober jl. is een «24/7 hulplijn» waarrode vlaggen voor femicide worden opgepakt, aan de orde gekomen.Over de nadere verkenning naar een «24/7 hulplijn» bij Veilig Thuis of eenandere organisatie wordt uw Kamer in februari 2025 geïnformeerd.Vraag (502):Hoeveel geld is de afgelopen vijf jaar door de gehele Rijksoverheiduitgegeven aan de Landsadvocaat? En uitgesplitst per ministerie?Antwoord:In de tabel treft u het overzicht van de kosten van de landsadvocaat van2019 tot en met 2023 zoals de Minister van Justitie en Veiligheid recentper brief aan uw Kamer heeft medegedeeld.Ministerie en daaronder ressorterende organisaties20192020202120222023Ministerie van Algemene Zaken€ 100.000€ 0€ 83.230€ 200.000€ 89.000Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties€ 3.000.000€ 2.900.000€ 2.960.890€ 3.327.000€ 3.344.000Ministerie van Buitenlandse Zaken€ 200.000€ 400.000€ 431.130€ 501.000€ 455.000Ministerie van Defensie€ 4.200.000€ 4.000.000€ 3.652.669€ 3.769.000€ 4.767.000Ministerie van Economische Zaken en Klimaat€ 5.600.000€ 6.800.000€ 7.028.908€ 7.278.000€ 9.100.000Ministerie van Financiën€ 2.700.000€ 2.400.000€ 2.682.277€ 2.717.000€ 2.242.000Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat€ 4.400.000€ 3.700.000€ 3.719.579€ 2.910.000€ 3.428.000Ministerie van Justitie en Veiligheid€ 7.000.000€ 8.200.00€ 7.814.027€ 7.070.000€ 7.759.000Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit€ 500.000€ 900.000€ 784.100€ 1.633.000€ 1.541.000Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap€ 700.000€ 600.000€ 309.404€ 530.000€ 929.000Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid€ 200.000€ 300.000€ 289.634€ 695.000€ 910.000Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport€ 1.800.000€ 2.700.000€ 4.332.491€ 4.284.000€ 3.699.000Totaal€ 30.400.000€ 32.900.000€ 34.088.327€ 34.914.000€ 38.263.000 Voor de jaren 2019 en 2020 zijn de bedragen afgerond. Tweede Kamer,vergaderjaar 2021–2022, Aanhangsel nummer 1061; Eerste Kamer,vergaderjaar 2022–2023, 35 925 VI, AB; 36 200 VI, Tweede Kamer,47Kamerstukken II 2023/24, nr. 2024Z1223648Kamerstukken II 2023/24, nr. 1372Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29134 vergaderjaar 2023–2024, nummer 134; Tweede Kamer, vergaderjaar2024–2025, 6600-VI-11.Vraag (503):Wat was het uurtarief van de Landsadvocaat?Antwoord:Rijksbreed worden standaarduurtarieven gehanteerd voor de werkzaam-heden van de Landsadvocaat. In 2024 was het laagste tarief vooradvocaat-stagiairs (tarief II) 190 euro per uur en het hoogste uurtarief 443euro per uur (partners), exclusief btw. Conform het landscontract wordendeze tarieven verhoogd met 4,9% kantoorkosten en met verschotten.Vraag (504):Kunt u aangeven hoeveel subsidie er naar welke organisaties gaat tenbehoeve van subsidies integriteit en kansspelen?Antwoord:Onder de subsidies van Integriteit en kansspelen vallen ook de subsidiesvan filantropie. Op het terrein van filantropie worden subsidies verleendaan organisaties die een bijdrage leveren aan de borging en deversterking van filantropie. Hiertoe wordt met name subsidie verleend aanhet CBF – toezichthouder op goeddoen (0,5 miljoen euro), de Maatschap-pelijke Alliantie (0,2 miljoen euro) en aan de Vrije Universiteit Amsterdamin het kader van het onderzoek «Geven in Nederland» (0,2 miljoen euro).Daarnaast wordt op het terrein van kansspelbeleid ook subsidie verleendaan het Trimbos instituut in het kader van verslavingspreventie(0,1 miljoen euro).Vraag (505):De subsidie voor het CCV is opgedeeld in twee delen. Kunt u aangevenwaarom dit is en waarvoor iedere subsidie ie bedoeld?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 22.Vraag (506):Kunt u uitleggen en onderbouwen waarom het CCV op de eerstgenoemdesubsidie meer dan gemiddeld gekort wordt, namelijk voor 2025 tenopzichte van 2024 met 15,9%?Antwoord:De korting op de basissubsidie CCV bedraagt in 2025 4%. Deze korting isconform de percentages uit het hoofdlijnenakkoord. Voor een goedoordeel moeten beide reeksen bij elkaar worden opgeteld. In het lopendejaar wordt het bedrag van 33.3 namelijk overgeheveld naar 33.2. Beidereeksen vormen gezamenlijk de basissubsidie CCV waarmee activiteitenop het terrein van criminaliteitspreventie worden gefinancierd.De dalende reeksen zijn te verklaren door de generieke taakstelling opsubsidies die het kabinet heeft afgesproken. Deze taakstelling is reedsingeboekt op de subsidiebudgetten op de JenV-begroting. JenV is in hetkader van een zorgvuldig proces, voornemens om te kijken of deconsequenties voor de subsidiepartners gemitigeerd kunnen wordenindien dit leidt tot onoverkomenlijkheden in de maatschappelijkeopdracht. Bij Voorjaarsnota 2025 wordt nader bekeken of een herschikkingvan de subsidietaakstelling binnen de JenV-begroting voor 2025 nodig is.Dit geeft tijd om, samen met de partners, zorgvuldig te bezien wat degevolgen van een korting van de subsidies zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29135 Vraag (507):Kunt u uitleggen hoe de bezuinigingen op het CCV zich verhouden toteerder uitgesproken beleidsintenties en het hoofdlijnenakkoord overnationale veiligheid?Antwoord:Zie hiervoor de beantwoording van vraag 21.Vraag (508):Kunt u toelichten waarom het CCV twee keer wordt genoemd in tabel 117?Welk subsidiebedrag is juist?Antwoord:Zie hiervoor het antwoord op vraag 22.Vraag (509):Kunt u uitleggen waarom de subsidie van sommige organisaties meergekort wordt dan andere? Hoe zijn deze afwegingen gemaakt?Antwoord:De dalende reeksen bij de subsidies zijn te verklaren door de generieketaakstelling op subsidies die het kabinet heeft afgesproken. Dezetaakstelling is reeds ingeboekt op de subsidiebudgetten op deJenV-begroting. JenV is in het kader van een zorgvuldig proces,voornemens om te kijken of de consequenties voor de subsidiepartnersgemitigeerd kunnen worden indien dit leidt tot onoverkomenlijkheden inde maatschappelijke opdracht. Bij Voorjaarsnota 2025 wordt naderbekeken of een herschikking van de subsidietaakstelling binnen deJenV-begroting voor 2025 nodig is. Dit geeft tijd om, samen met departners, zorgvuldig te bezien wat de gevolgen van een korting van desubsidies zijn.Vraag (510):De subsidie voor het CCV is opgedeeld in twee delen. Kunt u aangevenwaarom dit is en waarvoor de verschillende subsidies zijn bedoeld?Antwoord:Zie hiervoor het antwoord op vraag 22.Vraag (511):Waarom wordt het CCV op hun subsidie meer dan gemiddeld gekort met15,9%?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 506.Vraag (512):Wat valt er onder de overige subsidieposten zoals opgenomen in tabel117 Subsidies?Antwoord:Wat betreft de overige subsidies op artikel 31, gaat het om incidentelesubsidies aan verschillende organisaties, zoals Stichting LaureusFoundation. Er wordt jaarlijks gekeken of de subsidie die wordt verstrektnog wel voldoet aan de eisen die hiervoor door de Minister zijn gesteld.De «overige subsidies toegang rechtsbestel/rechtspleging» op artikel 32betreffen verzamelbudgetten met als grondslag de begroting die opjaarbasis aan diverse projectsubsidies worden besteed. Subsidiesbetreffen voor een groot deel toezicht en handhaving in de buitenge-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29136 bieden (groene buitengewone opsporingsambtenaar) en de versterkingvan de weerbaarheid van degenen die actief zijn in de juridischeberoepen, inclusief het toezicht daarop.Het gaat bij de «overige subsidies opsporing en vervolging» op artikel 33om een verzamelbudget met als grondslag de begroting, dat op jaarbasisaan diverse projectsubsidies wordt besteed. Dit zijn onder anderesubsidies aan Stichting Defence for Children International Nederland, deaanpak online content, programma samen tegen mensenhandel VNG,antisemitisme etc.De «overige subsidies veiligheid en bestuur» op artikel 33 betreft eenverzamelbudget, met als grondslag de begroting, dat op jaarbasis aandiverse projectsubsidies wordt besteed zoals aan de Stichting Hulp enOpvang Prostitutie en Mensenhandel tegen uitbuiting van sekswerkers enbescherming van slachtoffers van mensenhandel, Stichting Centrum voorCriminaliteitspreventie en Veiligheid ter voorkoming van wapengebruikonder jongeren, en aan de KNVB voor bestrijding van racisme in hetvoetbal.Vraag (513):Kan onder de overige subsidieposten zoals opgenomen in tabel 117Subsidies ook vallen het tot stand brengen van een meldpunt?Antwoord:Er zijn in het verleden meldpunten tot stand gebracht met subsidie uit deoverige subsidiepost. Het tot stand brengen van een meldpunt kan dusook onder overige subsidieposten vallen.Vraag (514):Hoeveel extra geld wordt er in 2025 uitgetrokken voor de zijinstroomre-geling voor jeugdbeschermers? Hoeveel extra geld wordt daarvooruitgetrokken in de jaren 2026 tot en met 2029?Antwoord:In 2025 is 5 miljoen euro uitgetrokken voor de zij-instroomregeling voorjeugdbeschermers. Deze regeling stopt na 2025 en er zijn vanaf 2026 geenmiddelen voor dit specifieke doel meer beschikbaar.Vraag (515):Hoeveel extra zij instromers zijn er in de jeugdbescherming komenwerken in 2022, 2023 en 2024?Antwoord:Op peildatum 1 juli 2024 waren er, sinds de start van de regeling in 2023,162 zij-instromers gestart bij de gecertificeerde instellingen. In desubsidieperiode 2023 t/m 2025 kunnen in totaal 300 zij-instromers startenbij de gecertificeerde instellingen.Vraag (516):Hoeveel extra geld wordt er in 2025 uitgetrokken voor de workloadver-laging voor jeugdbeschermers? Hoeveel extra geld wordt daarvooruitgetrokken in de jaren 2026 tot en met 2029?Antwoord:Vanaf 2025 wordt door het Rijk structureel 30 miljoen euro uitgetrokkenvoor de workloadverlaging van de jeugdbeschermers. Deze middelen zijnbij 1e suppletoire begroting 2024 toegevoegd aan de algemene uitkeringvan het gemeentefonds. Conform de bestuurlijke afspraken van oktoberTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29137 2023 zetten gemeenten vanaf 2025 eveneens 30 miljoen euro extra in voorde workloadverlaging.Vraag (517):Wat is de gemiddelde caseload voor jeugdbeschermers? Kunt u uiteen-zetten hoe deze gemiddelde caseload zich de afgelopen vijf jaar heeftontwikkeld?Antwoord:De gemiddelde werklast is in de periode 1 december 2022 tot 1 april 2024afgenomen van gemiddeld 17,1 kinderen per jeugdbeschermer naargemiddeld 14,2 kinderen per jeugdbeschermer; een daling van -17%. Teruitvoering van de motie-Hijink wordt per 1 december 2022 de gemiddeldeworkload bij de gecertificeerde instellingen gemonitord. Zie de tabelhieronder voor de ontwikkeling van de gemiddelde werklast sinds1 december 2022.In de brief die de Staatssecretaris Rechtsbescherming uw Kamer tenbehoeve van het Commissiedebat jeugdbescherming van 5 december2024 zal toezenden, wordt u geïnformeerd over de actuele stand per1 oktober 2024. De verwachting is dat de workload – conform de bestuur-lijke afspraken die we met de VNG gemaakt hebben – verder zal zijngedaald.1 dec.20221 mei20231 okt.20231 april2024Gemiddelde workload per fte17,116,315,314,2 Vraag (518):Hoeveel is er in de jaren 2023 en 2024 uitgegeven aan het verlagen van deworkload/caseload van jeugdbeschermers? Hoeveel van dat geld isuitgegeven?Antwoord:Het Rijk heeft via een subsidie aan de Gecertificeerde Instellingen in 202210 miljoen euro, in 2023 10 miljoen euro en vanaf 2024 via een storting inhet gemeentefonds structureel 30 miljoen euro ingezet om de werklast teverminderen. Gemeenten hebben aanvullend in 2023 10 miljoen euro, in2024 25 miljoen euro ingezet en zetten vanaf 2025 30 miljoen euro in voorde verlaging van de workload. Daarmee komt vanaf 2025 in totaal60 miljoen euro beschikbaar voor de verlaging van de workload. Deze60 miljoen euro is nodig om de nieuwe hogere tarieven te kunnen dekkenen daarmee de gemiddelde workload te verlagen.Op dit moment heeft het Ministerie van JenV nog niet kunnen vaststellenof alle subsidieverleningen aan de Gecertificeerde Instellingen over 2022en 2023 volledig tot uitputting zijn gekomen. Aan drie GecertificeerdeInstellingen is verlenging van de subsidieperiode verleend omdat zij nogniet volledige in staat waren om de verleende subsidies daadwerkelijk uitte geven. De verwachting is deze middelen alsnog in 2024 tot bestedingleiden.Vraag (519):Hoe lang wacht een jeugdige gemiddeld op een jeugdbeschermer? Kunt udeze wachttijd voor de afgelopen vijf jaar in een overzicht uiteenzetten?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29138 Antwoord:De wachtlijst is gedaald van 2.072 kinderen op 1 december 2022 naar1.343 kinderen per 1 april 2024. De gemiddelde duur van de wachtlijst was41 dagen op 1 december 2022 en gemiddeld 34 dagen op 1 april 2024. Ziede tabel hieronder voor de ontwikkeling van het aantal kinderen op dewachtlijst in deze periode.In het kader van de motie-Hijink worden per 1 december 2022 dewachtlijst en de wachttijd gemonitord. Het aantal kinderen die langer dan5 dagen moeten wachten op een vaste jeugdbeschermer betreft zowel dekinderen die wachten bij de start van een maatregel op een vastejeugdbeschermer (wachtlijst bij de start) als kinderen die al begeleidworden door een jeugdbeschermer maar door ziekteverzuim en perso-neelsverloop nog geen nieuwe vaste jeugdbeschermer hebben gekregen(interne wachtlijst). Bij kinderen op de interne wachtlijst is in de regel debegeleiding al gestart en ontvangen ze veelal al een vorm van jeugdhulp.In de brief ten behoeve van het commissiedebat jeugdbescherming van5 december 2024 zal de Staatssecretaris Rechtsbescherming uw Kamerinformeren over de actuele stand van de wachtlijst per 1 oktober 2024.Wachtlijst1 dec.20221 mei20231 okt.20231 april2024Aantal kinderen2.0721.6171.4981.343Gemiddelde duur (dagen)41221934 Vraag (520):Bent u nog steeds voornemens om het «Empirisch vervolgonderzoek naarhoe diversiteit en inclusie binnen de politie in de praktijk wordt vormge-geven» te starten in 2025?Antwoord:Het WODC is een onderzoek gestart dat wordt uitgevoerd door deErasmus Universiteit Rotterdam naar effectieve interventies bij hetbevorderen van Diversiteit en Inclusie bij de politie: een vergelijkendonderzoek. Dit betreft zowel een literatuurstudie als een gedeelte in depraktijk. Het onderzoeksrapport wordt begin 2025 verwacht.Vraag (521):Hoeveel kosten verwacht u te maken met het «Empirisch vervolgon-derzoek naar hoe diversiteit en inclusie binnen de politie in de praktijkwordt vormgegeven»?Antwoord:De (geraamde) kosten van het genoemde WODC-onderzoek zijn begrootop 112.507,32 euro, inclusief btw.Vraag (522):Hoeveel geld is vrijgemaakt voor het aanpakken van kinderpornografischmateriaal bij de Autoriteiten online Terroristisch en KinderpornografischMateriaal (ATKM)?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 386.Vraag (523):Wanneer komt het onderzoek naar de monitoring van de effecten van dewetgeving Seksuele Misdrijven naar de Tweede Kamer?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29139 Antwoord:De Wet seksuele misdrijven wordt op verschillende momenten geëva-lueerd. In opdracht van het WODC is DSP-groep (een bureau voorbeleidsonderzoek) in het najaar van 2023 een onderzoek gestart om toteen plan van aanpak te komen voor de evaluatie van de Wet seksuelemisdrijven.Er is een nulmeting voorbereid ten behoeve van de evaluatie van de wetdie binnen vijf jaar na inwerkingtreding van de wet wordt gedaan. Hetrapport van de nulmeting wordt naar verwachting dit najaar opgeleverd.De Kamer zal daarna daarover worden geïnformeerd. De procesevaluatiewordt ongeveer twee à drie jaar na de inwerkingtreding van de wetverricht. Bij de procesevaluatie gaat het om vragen over de implementatieen uitvoering en de eerste ervaringen uit de praktijk. De Kamer zal, zodradat mogelijk is, over de uitkomsten van de procesevaluatie wordengeïnformeerd.Vraag (524):Weet u wanneer het onderzoek zal starten met als doel te komen tot eenplan van aanpak t.b.v. de monitoring van de effecten van deze wetgeving?Antwoord:In opdracht van het WODC is DSP-groep (een bureau voor beleidson-derzoek) in het najaar van 2023 een onderzoek gestart om tot een plan vanaanpak te komen voor de evaluatie van de Wet seksuele misdrijven.Vraag (525):Kunt u met betrekking tot het genoemde onderzoek een tijdpad delen metde Kamer?Antwoord:In opdracht van het WODC is DSP-groep (een bureau voor beleidson-derzoek) in het najaar van 2023 een onderzoek gestart om tot een plan vanaanpak te komen voor de evaluatie van de Wet seksuele misdrijven. Er iseen nulmeting voorbereid ten behoeve van de evaluatie van de wet diebinnen vijf jaar na inwerkingtreding van de wet wordt gedaan. Het rapportvan de nulmeting wordt naar verwachting dit najaar opgeleverd. DeKamer zal te zijner tijd worden geïnformeerd. De procesevaluatie wordtongeveer twee à drie jaar na de inwerkingtreding van de wet verricht. Bijde procesevaluatie gaat het om vragen over de implementatie enuitvoering en de eerste ervaringen uit de praktijk.Vraag (526):Weet u wie bovengenoemd onderzoek gaat uitvoeren?Antwoord:Het onderzoek met als doel te komen tot een plan van aanpak ten behoevevan de monitoring van de effecten van de Wet seksuele misdrijven wordtuitgevoerd door DSP-groep (een bureau voor beleidsonderzoek).Vraag (527):Worden in dit onderzoek ook ervaringen van kinderen meegenomen?Antwoord:DSP-groep (een bureau voor beleidsonderzoek) heeft ervoor gekozen voorhet onderzoek geen kinderen te interviewen. Omdat DSP-groep voor dedataverzameling ook gebruik maakt van data uit de Veiligheidsmonitor,Slachtoffermonitor en de Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld enSeksueel Grensoverschrijdend gedrag, worden de ervaringen vankinderen wel via die weg meegenomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29140 Vraag (528):De nulmeting van professionals die werken met slachtoffers van mensen-handel geeft een beeld van hun kennis over (signalen van) mensenhandelen de mogelijke follow-up van die signalen. Weet u wanneer dezenulmeting zal starten?Antwoord:De nulmeting zal in het laatste kwartaal van 2024 starten.Vraag (529):Kunt u een tijdpad delen met de Kamer over deze nulmeting?Antwoord:De verwachting is dat de resultaten uit de nulmeting in het voorjaar van2025 gereed zullen zijn.Vraag (530):Weet u wie deze nulmeting zal gaan uitvoeren?Antwoord:De opdracht om de nulmeting uit te voeren, is door het Coördinatie-centrum tegen Mensenhandel (CoMensha), actiehouder van de betref-fende actie uit het Actieplan programma Samen tegen mensenhandel,uitbesteed aan de Significant Groep.Vraag (531):Weet u of in deze nulmeting ook de ervaringen van kinderen meege-nomen worden?Antwoord:De nulmeting wordt verricht onder professionals die werken met eenaantal risicocategorieën slachtoffers van mensenhandel en die signalenvan mensenhandel kunnen opvangen en actie kunnen ondernemen.Daarbij gaat het onder meer om professionals die schoolmaatschappelijkwerk verrichten en ook professionals die in sociale wijkteams werken.Beide groepen werken met kinderen. Daarmee worden de ervaringen vankinderen via de professionals meegenomen. De nulmeting geeft een beeldvan de huidige staat van de kennis van professionals over (signalen van)mensenhandel en de mogelijke follow-up van die signalen.Vraag (532):Weet u wanneer het onderzoek zal starten met als doel te komen tot eenplan van aanpak t.b.v. de monitoring van de effecten van de wet SeksueleMisdrijven?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 524.Vraag (533):Kunt u het tijdspad met de Kamer delen met betrekking tot het onderzoeknaar een plan van aanpak t.b.v. de monitoring van de effecten van de wetSeksuele Misdrijven?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 525.Vraag (534):Weet u wie het onderzoek naar een plan van aanpak t.b.v. de monitoringvan de effecten van de wet Seksuele Misdrijven zal gaan uitvoeren?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29141 Antwoord:Zie het antwoord op vraag 526.Vraag (535):Worden in dit onderzoek naar een plan van aanpak t.b.v. de monitoringvan de effecten van de wet Seksuele Misdrijven ook ervaringen vankinderen meegenomen?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 527.Vraag (536):Kunt u een tijdspad delen met de Kamer van het evaluatieproces van definanciële regeling DUUP (Decentralisatie uitkering uitstapprogramma’sprostituees)?Antwoord:De evaluatie van de DUUP door het WODC middels het onderzoek «Zichtop (hulp bij) stoppen met sekswerk» gaat in december 2024 van start.Doel van de evaluatie is zicht te krijgen op het proces van stoppen metsekswerk en de geboden ondersteuning daarbij. Hierbij wordt gekekennaar zowel ondersteuning vanuit de DUUP als andere vormen vanondersteuning, bijvoorbeeld via reguliere kanalen zoals schuldhulpver-lening. In het onderzoek komt ook aan bod of de beschikbare financiëlemiddelen en de wijze van financiering bijdragen aan het stopproces enresultaat. Het onderzoek zal naar verwachting in de zomer van 2025worden afgerond.Vraag (537):Kunt u een tijdspad van het onderzoek «zicht op (hulp b?) stoppen metsekswerk» met de Kamer delen?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 536.Vraag (538):Kunt u aangeven (in cijfers) hoe het aantal zedenzaken zich verhoudt totde op 1 juli in werking getreden Wet seksuele misdrijven?Antwoord:Nee, dat is niet mogelijk. Er is op dit moment (nog) geen cijfermatigeinformatie beschikbaar om de eerste effecten van de Wet seksuelemisdrijven te beoordelen.Vraag (539):Wat bedoeld u met de ICT-component bij «behandeling en implementatiewet seksuele misdrijven (inclusief ICT-component)»?Antwoord:Hiermee worden de aanpassingen bedoeld die taakorganisaties die deWet seksuele misdrijven uitvoeren – zoals de politie, het OpenbaarMinisterie of Justid – in hun informatiesystemen hebben moeten doen omde Wet seksuele misdrijven goed te kunnen uitvoeren, bijvoorbeeld omnieuwe delicten goed in deze systemen te kunnen registreren. Dezeaanpassingen zijn binnen de verschillende taakorganisaties gedaan alsonderdeel van de implementatie van deze wet.Vraag (540):Kan een overzicht worden gegeven van de verdeling van de middelenvoor Preventie met gezag per gemeente en per andere organisatie dieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29142 geld heeft ontvangen vanuit het programma vanaf de start van hetprogramma en de komende jaren?Antwoord:Sinds 2022 zijn er structureel middelen gereserveerd voor het programmaPreventie met Gezag. Deze middelen zijn vanaf 2022 toegekend aangemeenten, justitiële partners en andere organisaties. In de tabel wordende structureel beschikbare middelen weergegeven.Voor Preventie met Gezag ontvangen 27 gemeenten structureel middelenvoor de lokale aanpak. De structurele middelen zijn in eerste instantievoor vier jaar toegekend. Vanaf 2026 worden deze op basis van demonitoring en evaluatie gecontinueerd. In de tabel zijn de betreffendegemeenten opgenomen, inclusief het toegekende bedrag per gemeente.In 2024 zijn er 20 gemeenten bij gekomen die incidentele ondersteuningontvangen voor de komende drie jaar. In tabel zijn de gemeentenopgenomen.Ook de justitiepartners, het OM, de Rvdr, de RvdK, de politie, de (jeugd)re-classering, de Zorg en Veiligheidshuizen en DJI ontvangen voor debijdragen aan de structurele aanpak middelen vanuit Preventie metGezag. In de tabel wordt het bedrag per partner weergegeven.De structurele middelen voor de jeugdreclassering en Zorg en Veiligheids-huizen worden toegekend aan gemeenten, omdat JenV hier geensubsidierelatie mee heeft.Tabel 1 – Overzicht van gereserveerde middelen voor het programmaPreventie met Gezag in miljoen euro.Tabel 1 Verdeling structurele en incidentele middelen PmGTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29143 Tabel 2 – Overzicht van toegekende bedragen voor gemeenten in miljoeneuro.Deze bedragen zijn exclusief loon- en prijsbijstelling 2024.Tabel 3 – Overzicht van incidenteel toegekende en gereserveerdebedragen voor gemeenten in miljoen euro. De bedragen vanaf 2025 zijnindicatief en gaan uit van een maximumbedrag per gemeente. Dedefinitieve bedragen zijn afhankelijk van de ingediende plannen.Tabel 2 Toegekende bedragen per gemeente met structurele middelenTabel 3 Toegekende incidentele middelen per gemeenteTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29144 Tabel 4 – Overzicht van toegekende en gereserveerde bedragen voorjustitiële partners in miljoen euro.Vraag (541):Hoeveel boetes en waarschuwingen heeft de Kansspelautoriteit tot nu toein 2024 opgelegd en hoeveel boetes en waarschuwingen verwacht dekansspelautoriteit in 2025 op te leggen, en hoeveel daarvan betrof (legaledan wel illegale) aanbieders van online kansspelen?Antwoord:De Kansspelautoriteit (Ksa) heeft in de periode januari tot en met oktober2024 22 boetes, lasten onder dwangsom of bindende aanwijzingenopgelegd, zoals weergegeven in het overzicht (zie bijlage). Het betrof 8aanbieders van vergunde online kansspelen en 13 illegale, niet-vergunde,aanbieders van online kansspelen. Waarschuwingen worden niet alszodanig geregistreerd en ook niet altijd gepubliceerd. Waarschuwingenworden vooral ingezet in het toezicht als eerste stap op de interventie-ladder om een aanbieder ertoe te bewegen de overtreding te stoppen.Het is niet mogelijk om een inschatting te geven hoeveel boetes, lastenonder dwangsom, bindende aanwijzingen en waarschuwingen deKansspelautoriteit in 2025 op zal leggen, omdat per overtreding wordtbezien welke interventiemaatregel passend is. Ook kan van het aantal teverwachten overtredingen geen inschatting worden gedaan.DATUMAANBIEDERAARDREDEN02.01.2024Hillside New Media Malta plcboetelegaal online (reclame)29.02.2024Gammix LtdLODillegaal online10.04.2024Schinveld BVboeteillegaal offline(automaten)11.04.2024Casbit Group NVLODillegaal online08.05.2024Sarah Eternal SrlLODillegaal online04.06.2024LCB CorpLODillegaal online(bevorderen)11.06.2024Blue High House SALODillegaal online11.06.2024L.C.S. Ltdboeteillegaal online08.07.2024Bingoal Nederland BVboetelegaal online (reclame)08.07.2024Fairload Ltdboeteillegaal online09.07.2024Dordtse QueensLODillegaal offline (bingo)09.07.2024Betent BVboetelegaal online (Wwft)09.07.2024Vriendenloterij NVLODillegaal online109.07.2024Nationale Postcodeloterij NVLODillegaal online109.07.2024Porbe investments Ltdboeteillegaal online11.07.2024Holland Casino NVbind. aanwijzinglegaal online (CDB)12.07.2024JOI Gaming LtdLODlegaal online (reclame)29.07.2024Holland Casino NVbind. aanwijzinglegaal offline (Wwft)23.09.2024LuxurybingodsLODillegaal offline (bingo)17.10.2024BlockDance BVLODillegaal online22.10.2024Winbet NVLODillegaal online24.10.2024NetX Bettingboeteillegaal online1 legale aanbieders die kansspelen aanboden die buiten hun vergunning vielenNB Dit is openbare informatie afkomstige van de website van de Ksa. Het is mogelijk dat (a)recente sancties nog niet zijn opgenomen in verband met lopende procedures, en (b) sommigeTabel 4 Structurele en incidentele middelen per justitiepartnerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29145 sancties nog veranderen als gevolg van nog lopende procedures. 179 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VI, nr. 29146
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.