Uitkomsten KiM-onderzoek luchtvracht en vervolgacties
Brontekst
Versie d0b490fe6ef95694 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 936LuchtvaartbeleidNr. 1175 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 23 september 2024In opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW)heeft het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) het onderzoek Debetekenis van luchtvrachtvervoer voor Nederland uitgevoerd en op3 september jl. gepubliceerd.Met deze brief wordt de Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van hetKiM-onderzoek en de voorgenomen vervolgacties. Het KiM-onderzoek ende bijbehorende samenvatting zijn als bijlage meegestuurd. Met dezebrief wordt ook invulling gegeven aan de motie Koerhuis c.s.1 over devrachtpool.Belangrijkste uitkomsten van het KiM-onderzoek•De overslag van luchtvracht op de Nederlandse luchthavens (93% opSchiphol en 7% op Maastricht) is in totale waarde vergelijkbaar met dievan alle goederen die via de binnenvaart worden vervoerd.•Hoewel de overslag van luchtvracht op de Nederlandse luchthavenssinds 2009 is toegenomen, is deze groei kleiner dan die in de EU alsgeheel. In 2022 lag de overslag van luchtvracht op Nederlandseluchthavens met 1,55 miljoen ton onder het niveau van 2008 met1,62 miljoen ton. De overslag van luchtvracht in de gehele EU lag in2022 27% boven het niveau van 2008.•64% van alle luchtvracht wordt via Schiphol vervoerd met vrachtvluch-ten (vliegtuigen volledig bestemd voor vrachtvervoer, ook wel «fullfreighters» genoemd) en 36% met passagiersvluchten («belly-freight»).•In totaal droeg het luchtvrachtvervoer vanaf Schiphol in 2022 21–24%bij aan de totale broeikasgasemissies van alle uit Nederland vertrek-kende vluchten (passagiers en vracht gezamenlijk). Luchtvrachtvervoervan en naar Schiphol is in de landing- en take-off-fase (LTO: tot een1Kamerstuk 31 936, nr. 1008 MOTIE VAN HET LID KOERHUIS C.S. voorgesteld 21 december 2022 kst-31936-1175ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 936, nr. 11751 hoogte van 3.000 voet) goed voor 12,5% van wat de totale luchtvaartvan en naar Nederland in de LTO-fase uitstoot aan CO2, NOx en SO2.•Luchtvrachtvervoer groeit de komende 20 jaar wereldwijd. OpSchiphol zou het aandeel luchtvracht met vrachtvluchten kunnenafnemen als bij economische groei vliegmaatschappijen de voorkeuraan passagiersvluchten geven boven vrachtvluchten. In dat geval zalhet aandeel van belly-freight toe kunnen nemen van 36% tot 50%.Wereldwijd gemeten is het aandeel al 50%.•De rol van de luchthaven als luchtvrachthub komt de komende tijdmogelijk onder druk te staan als het aantal passagiersvluchten blijftstijgen en het aantal slots op Schiphol gelijk blijft of wordt verminderd.•Als niet alle vraag naar vrachtvluchten op Schiphol gefaciliteerd kanworden, dan zal een deel naar Maastricht kunnen worden verplaatst.•Met Schiphol is Maastricht de enige Nederlandse luchthaven waarvrachtvervoer plaatsvindt. In 2022 werd 0,11 miljoen ton vracht opMaastricht overgeslagen (en 1,44 miljoen ton op Schiphol) en deluchthaven voorziet een groei van het luchtvrachtvervoer tot 0,21 mil-joen ton in 2040.•De verwachting is dat een groot deel, met name transferstromen, naarandere buitenlandse luchthavens zal verschuiven in de nabijheid vanSchiphol met een straal van 400–900 km. Voor luchtvaartmaatschap-pijen die Schiphol bedienen met vracht- én passagiersvliegtuigen,betekent een verplaatsing naar Maastricht dat de luchtvrachtoperatielos komt te staan van het passagiersnetwerk (op Schiphol). Dit gaat tenkoste van de efficiency.•De vraag naar luchtvracht met een herkomst en bestemming buitenNederland (transfer) is sterk afhankelijk van het luchtvrachtaanbod opSchiphol. Deze vraag neemt af als het aanbod afneemt. In het gevalvan een afname, nemen ook de economische (schaal-, scope- ennetwerk) voordelen af. De hubfunctie van Schiphol op het gebied vanvracht kan kleiner worden als een afname van de economischevoordelen leidt tot minder vraag naar luchtvrachtvervoer van en naarSchiphol.•Voor de import en export als gevolg van de handel, logistiek enproductie in Nederland is luchtvracht van economische betekenis. Devraag is of deze activiteiten verdwijnen wanneer het luchtvrachtaan-bod naar elders verschuift. Dat is pas aan de orde als bijvoorbeeld ookde fiscale omstandigheden veranderen, markten verschuiven, offaciliteiten verouderd raken.IenW kan zich vinden in de uitkomsten met betrekking tot het belang vanhet luchtvrachtvervoer op Schiphol voor Nederland. Het onderzoek biedteen handvat voor verder dialoog met de luchtvrachtsector.VrachtpoolIn december 2022 heeft de Kamer een motie2 aangenomen om in gesprekmet de vrachtsector te onderzoeken hoe een «vrachtpool» opgezet kanworden.Hierover zijn diverse constructieve gesprekken met de sector gevoerd.Op vrijdag 19 juli jl. heeft IenW een voorstel ontvangen van Schiphol overhet reserveren van de slots op Schiphol voor vrachtvluchten (dezogenaamde vrachtpool). Ook heeft Schiphol het ministerie gevraagd omeen juridische beoordeling. Aanleiding voor dit voorstel is een daling vanhet aantal slots waar de vrachtsector historische aanspraak op kan maken.2Kamerstuk 31 936, nr. 1008 MOTIE VAN HET LID KOERHUIS C.S. voorgesteld 21 december 2022Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 936, nr. 11752 Schiphol wil met dit voorstel een minimum volume voor vrachtoperatiesbepalen om vrachtvluchten op Schiphol te beschermen.Uit de juridische beoordeling volgt dat het afschermen van toegang totinfrastructuur voor een bepaald type verkeer, zoals Schiphol voorstelt, nietin lijn is met de EU-slotverordening. Dat komt omdat de slotverordeningals doel heeft om schaarse luchthaveninfrastructuur op een objectieve,neutrale en transparante manier te verdelen door een slotcoördinator. Deschaarste op Schiphol wordt mede ingegeven door de afgesproken grens(ofwel een maximum) voor het aantal vliegtuigbewegingen handels-verkeer. Het op de voorgestelde wijze afschermen van die toegang vooreen bepaald type handelsverkeer (door het vaststellen van een minimaleomvang) is daardoor niet in lijn met de doelstellingen van de slotveror-dening en werkt discriminerend.Nederland blijft zich bij de geplande herziening van de EU-slotverordeninginzetten om dit wel mogelijk te maken, omdat we het belang van behoudvan vrachtoperaties op Schiphol delen. In de tussentijd staat IenW openvoor andere manieren om vrachtoperaties op Schiphol te behouden.Met deze bovengenoemde toelichting op het ontvangen voorstel van eenvrachtpool wordt de motie Koerhuis over de vrachtpool3 afgedaan.VervolgactiesDe uitkomsten van het KiM-onderzoek worden gebruikt om in samen-spraak met de luchtvrachtsector te bezien hoe de positie van luchtvracht-operaties in Nederland verder kan worden versterkt.IenW zoekt in overleg met de Europese Commissie naar oplossingen voorbehoud van vrachtoperaties op gecoördineerde luchthavens. Daarnaastblijft het ministerie zich bij de geplande herziening van de slotverordeninginzetten op meer nationale beleidsruimte. Dit onder meer met het oog opbehoud van vrachtoperaties op gecoördineerde luchthavens.De luchtvaartsector verkent in de tussentijd alternatieve oplossingen voorbehoud van de luchtvrachtsector op Schiphol. Daarbij kan gedachtworden aan maatregelen zoals het verbeteren van de voorlichting richtingvrachtsector (zodat zij hun historische slots niet verliezen) en hetopnemen van cargo als aanvullend criterium in de secundaire allocatiecri-teria van de slotcoördinator (ACNL). IenW zal hen hierin steunen en waarnodig een bijdrage leveren.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,B. Madlener3Kamerstuk 31 936, nr. 1008 MOTIE VAN HET LID KOERHUIS C.S. voorgesteld 21 december 2022Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 936, nr. 11753
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.