KamerkringInloggen
Kamerbrief

Reactie op verzoek commissie op een brief met vragen en opmerkingen van de gemeente Dordrecht ten behoeve van het commissiedebat Externe veiligheid d.d. 10 juni 2026

9 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 31b070814a600cfd · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202635 334Problematiek rondom stikstof en PFAS28 089Gezondheid en milieuNr. 446 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 9 juni 2026Op 3 juni jl. heeft u mij verzocht te reageren op een brief met vragen enopmerkingen van de gemeente Dordrecht ten behoeve van het commis-siedebat Externe veiligheid d.d. 10 juni 2026. Deze brief is gebaseerd opeen oproep van de VNG van 18 juni 2025. Hierbij treft u deze aan.PFAS-verbindingen vormen een groep van chemische stoffen die bijlangdurige blootstelling schadelijk kunnen zijn voor zowel de gezondheidals het milieu. Het Rijk hanteert een totaalaanpak van PFAS via vierhoofdlijnen: 1. Een zo breed mogelijk Europees PFAS-verbod. 2. Hetstimuleren van de transitie naar alternatieven voor PFAS. 3. Er moet zoweinig mogelijk PFAS in het milieu terechtkomen en 4. De blootstellingaan PFAS zo veel mogelijk voorkomen.1In een aantal Nederlandse regio’s, waaronder Dordrecht en de regiorondom de Westerschelde, zijn de gevolgen van PFAS-vervuiling in hetbijzonder merkbaar. Dit heeft impact op het dagelijks leven van inwoners.Vanuit het Rijk lopen daarom verschillende acties voor deze regio’s. Via deTijdelijke regeling uitkering Bodem 2024–2030 (SPUK Bodem) ondersteunthet Rijk decentrale overheden bij onder meer het opruimen vanPFAS-verontreiniging wanneer sprake is van onaanvaardbare risico’s voormens of milieu en deze kosten niet bij de vervuiler kunnen wordenneergelegd. De gemeente Dordrecht heeft, mede als penvoerder voor deomliggende gemeenten en in samenwerking met de provincieZuid-Holland, hiervoor in de afgelopen jaren aanvragen ingediend en hetRijk heeft daarop middelen verstrekt. Op dit moment is bij de RVO eenaanvraag in behandeling voor een bijdrage voor de komende jaren. Eind2024 is een Rijkscoördinator aangesteld als interdepartementaal1Schriftelijke antwoorden op vragen gesteld tijdens de eerste termijn van de begrotingsbehan-deling van Infrastructuur en Waterstaat op 20 januari 2026 | Tweede Kamer der Staten-GeneraalKenmerk: 2026D02567 kst-35334-446ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 334, nr. 4461 aanspreekpunt voor vragen over PFAS in de regio rondom Chemours.2Daarnaast worden er in het lopende onderzoek van het RIVM naar PFAS inNederlands bloed extra monsters opgenomen uit de regio’s rondomChemours en de Westerschelde om te onderzoeken of de concentraties indeze regio’s afwijken van het landelijk gemiddelde. Verder zijn er eind2025 gezondheidsonderzoeken gestart in deze regio’s, om duidelijk tekrijgen of er in deze regio’s sprake is van een afwijkende gezondheidssi-tuatie die kan samenhangen met verhoogde PFAS-concentraties.3 Overbeide onderzoeken zal ik dit najaar de voortgang delen.Hieronder ga ik nader in op de zorgen die gedeeld zijn door de gemeenteDordrecht.1. Voer een landelijk verbod in op de productie, gebruik en handelvoor PFAS zolang Europese restricties uitblijven, en werk verderaan het lozingsverbod zoals genoemd in het regeerakkoord. Op 21 juli 2025 hebben de toenmalige Minister en Staatssecretaris vanIenW de Kamer schriftelijk geïnformeerd4over de verkenning van eennationaal verbod om bepaalde producten op de markt te brengen en overde mogelijke opties voor een lozingsverbod.De belasting van PFAS aan mens en milieu is een internationaalvraagstuk. Deze problematiek houdt niet op bij de grens. Ten aanzien vaneen nationaal verbod, vooruitlopend op de Europese restrictie, is daaromin die brief gesteld dat de tijdwinst en daarmee de milieuwinst van eennationaal verbod heel beperkt zou zijn en dat daar wel praktische nadelentegenover staan. Dit is nog steeds het geval. Naar verwachting vindt in2027 besluitvorming plaats over de Europese PFAS-restrictie. Ik zal mijaanvullend op de bestaande inzet in samenwerking met de REACH-UPgroep blijven inzetten om de besluitvorming in EU verband te bespoe-digen. In deze REACH-UP groep zitten samenwerkende gelijkgestemdelidstaten, hiertoe behoren België; Denemarken (initiatiefnemer); Duitsland;Frankrijk, Oostenrijk, Zweden, Finland, Luxemburg, Spanje en Noorwegen(geassocieerd). Het vooruitlopend daarop gaan werken aan een nationaalverbod is daarom aanzienlijk minder effectief; ook een nationaal verbodinstellen vergt onderbouwing, inspraak, besluitvormingsprocedure endaarmee een zekere doorlooptijd. Bovendien zal een nationaal verbodgeen enkele prikkel zijn voor innovatie dit in tegenstelling tot eenEuropese restrictie.Ten aanzien van lozingen heeft het kabinet in het coalitieakkoordaangekondigd om te bezien of en hoe op korte termijn een lozingsverbodvoor PFAS mogelijk is. Afgelopen zomer is de Kamer geïnformeerd dateen volledig PFAS-lozingsverbod niet wenselijk is, aangezien dit belang-rijke sectoren in de maatschappij zou stil leggen. Dit zijn bijvoorbeeld dedrinkwaterwinning en het grondverzet. Als alternatief werd toegezegd tekijken naar een gedeeltelijk PFAS-lozingsverbod, gericht op specifiekesectoren of activiteiten met een hoge PFAS-uitstoot.5Momenteel loopt een onderzoek om te kijken hoe een dergelijk gedeel-telijk PFAS-lozingsverbod kan worden ingevuld. De Minister van IenWheeft uw Kamer onlangs geïnformeerd over de scope en stand van zakenvan dit onderzoek.6 Naar verwachting zullen de resultaten van ditonderzoek in het derde kwartaal van 2026 gereed zijn. Aan de hand van de2Kamerstuk 35 334, nr. 321.3Kamerstuk 35 334, nr. 407.4Kamerstukken 35 334 en 22 343, nr. 406.5Kamerstuk 35 334, nr. 406.6Kamerstuk 35 334, nr. 444.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 334, nr. 4462 uitkomsten zal het kabinet besluiten of en hoe op korte termijn eenlozingsverbod voor PFAS mogelijk is. De Kamer wordt daar in het najaarvan 2026 per brief over geïnformeerd.De in de beleidsbrief van 24 april 2026 aangekondigde beleidsver-scherping voor lozingen ziet op een strengere toepassing van hetbestaande vergunningen- en toezichtkader voor lozingen. Daarbij wordtbezien of bestaande vergunningen waar nodig kunnen worden herzien ofaangescherpt op basis van de meest actuele kennis, de ontwikkeling vanbest beschikbare technieken (BBT) en de geldende regelgeving voor ZeerZorgwekkende Stoffen (ZZS). Ook voor nieuwe lozingen geldt dat dezeworden beoordeeld aan de hand van deze kaders. Conform de toezeg-gingen TZ202602–010 en TZ202605–051 zal uw Kamer voorafgaand aanhet Commissiedebat Water van 25 juni 2026 nader worden geïnformeerdin de brief «Voortgang Kaderrichtlijn Water». In deze brief wordt ondermeer ingegaan op de rol van de bevoegde gezagen bij vergunningver-lening, toezicht en handhaving en de voortgang van het bezien en waarnodig herzien van vergunningen.2. Ondersteun bedrijven, consumenten en gemeenten bijonderzoek naar alternatieven voor PFAS en het opruimen vanbestaande vervuiling Gemeenten kunnen al zelf actie ondernemen, bijvoorbeeld door bijaankopen en aanbestedingen eisen te stellen aan de samenstelling vanproducten.Mijn voorganger heeft toegezegd te onderzoeken of vrijwillige labellingvan consumentenproducten behulpzaam kan zijn voor consumenten. Erwordt onderzocht of labelling inderdaad als behulpzaam wordt ervaren enals, dan voor welke producten. Op basis van de uitkomst zal ik in gesprekgaan met de betreffende sectoren. Ik verwacht u voor het eind van dit jaarover de uitkomsten te kunnen informeren.3. Maak het voorzorgbeginsel leidend bij vergunningverleningvoor PFAS en zorg voor goede handhaving Het voorzorgsbeginsel wordt toegepast bij onzekere risico’s. In het gevalvan PFAS is er geen sprake van een onzeker risico, de hele groep isaangewezen als Zeer Zorgwekkende Stof. Daarmee zijn alle bijbehorendeverplichtingen ook nu al van toepassing, zoals de plicht om emissies teminimaliseren en voor vergunningplichtige bedrijven aanvullend omhierover periodiek een Vermijdings- en Reductieprogramma op te stellenen de emissies van vrijkomende ZZS te registeren in een landelijkedatabase. Om bedrijven hierin te ondersteunen is begin dit jaar dewegwijzer PFAS als ZZS uitgebracht.7Handhaving is de verantwoordelijkheid van het bevoegde gezag. Voor demeeste van de betreffende bedrijven zijn dat de omgevingsdienst,Rijkswaterstaat of de waterschappen. Om te zorgen voor een uniformebeoordeling van de Vermijdings en reductieprogramma’s werk ik samenmet de stakeholders aan de Handreiking beoordeling VRP, die ik in hetnajaar verwacht op te leveren.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,A.W.H. Bertram7https://iplo.nl/thema/zeer-zorgwekkende-stoffen-zzs/pfas-zeer-zorgwekkende-stof-zzs/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 334, nr. 4463

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · af865f5f37c733b8

14 okt 2026 · 84e1222b67d32c5e

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.