Verslag van een schriftelijk overleg over de Reactie op ingediende moties tijdens het tweeminutendebat Medisch Zorglandschap van 21 mei 2025 (Kamerstuk 31765-938)
Brontekst
Versie 7f881bcc1dc0b837 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 765Kwaliteit van zorgNr. 949 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 30 oktober 2025 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Volksge-zondheid, Welzijn en Sport over de brief van 3 juli 2025 inzake reactie opingediende moties tijdens het tweeminutendebat Medisch Zorglandschapvan 21 mei 2025 (Kamerstuk 31 765, nr. 938).De vragen en opmerkingen zijn op 18 september 2025 aan de Minister vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport voorgelegd. Bij brief van 30 oktober2025 zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,MohandisAdjunct-griffier van de commissie,Sjerp kst-31765-949ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9491 Inhoudsopgaveblz.I.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie5Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie7II.Reactie van de Minister7 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de brief inzake«Reactie op de ingediende moties tijdens het tweeminutendebat MedischZorglandschap van 21 mei 2025» en hebben hierover nog enkele vragenen opmerkingen.Genoemde leden willen graag de resultaten weten van de investeringendie het Zuyderland ziekenhuis heeft gedaan in hun arbeidsmarktagenda.Welke samenwerkingsverbanden zijn er en waar heeft dit tot op heden toegeleid? Wat zijn op dit moment de tekorten op personeelsgebied, perfunctiecategorie? In augustus 2024 vertrokken ineens 18 medewerkers vande operatiekamers (OK-assistenten en anesthesiemedewerkers) doordatzij niet verplicht wilden worden voor zowel het ziekenhuis in Heerlen alsdat in Geleen beschikbaar te zijn1. Wat heeft het ziekenhuis eraan gedaanom deze mensen alsnog binnen te houden? Zijn er van deze 18 perso-neelsleden nog mensen die alsnog gebleven zijn? Is er in deze casusgekeken naar goed werkgeverschap?Tijdens het mondelinge vragenuur van dinsdag 9 september jl. waaringevraagd werd naar de positieve bedrijfsomzet van het Zuyderlandziekenhuis werd aangegeven dat er op 6 punten geïnvesteerd wordt in hetbehoud en de werving van personeel. Kan per punt aangegeven wordenhoeveel personeel dit heeft opgeleverd? Tevens willen genoemde ledengraag weten hoeveel financiële middelen er per punt zijn ingezet om dezedoelen te bereiken? Viel dit binnen de bestaande middelen? Hoeveel is ervan de positieve bedrijfswinst benut voor deze 6 onderdelen?In het rapport «bestuursoverleg 2024» van het Zuyderland ziekenhuis2,lezen genoemde leden dat zorgvolumes zich bij de individuele zorgverze-keraars zich anders ontwikkelden dan verwacht ten tijde van decontactfase. Gaat dit over de acute zorg? Over de planbare zorg, of beide?Het Zuyderland ziekenhuis geeft aan in navolging hierop te hebbenonderzocht waardoor dit wordt veroorzaakt en is samen met zorgverze-keraar CZ gekomen tot herijkte afspraken over de zorgproductie. Watbetekenen deze herijkte afspraken precies? Waardoor werd dit verschil inde verwachtingen van de zorgvolumes veroorzaakt? Waar kunnengenoemde leden dit onderzoek van het Zuyderland ziekenhuis terug-1De Limburger, 9 augustus 2024, https://www.limburger.nl/regio/voerendaal/vertrek-van-grote-groep-medewerkers-operatiekamer-en-anesthesie-bij-zuyderland-ziekenhuis-spreekt-van-grote-zorg/22321237.html2https://zuyderland.nl/wp-content/uploads/2025/07/Jaarverslag-2024-Zuyderland-Medisch-Centrum-gestempeld-gecomprimeerd.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9492 vinden? Was er sprake van meer of minder productie dan het productie-plafond?Genoemde leden zijn nog benieuwd naar de invloed heeft hetverplaatsten van de acute zorg naar Sittard-Geleen voor de ambulance-dienst? Hoeveel personeel en materieel (ambulances, ambulance- en/ofvoorwaarde scheppende posten) komen er hierdoor bij? Wat zijn hier detotale financiële kosten van? En wat zijn de personele gevolgen hiervan?Hoeveel extra personeelsleden heeft, of moet de ambulancedienst inLimburg extra aannemen door de veranderingen bij Zuyderland?Zuid-Limburg heeft voor wat de zorg van het Mobiel Medisch Team(MMT) betreft een bekende witte vlek. Het Landelijk Netwerk Acute Zorg(LNAZ) en het Maastricht Universitair Medisch Centrum (MUMC) zijn algestart met de voorbereidingen in Beek om een MMT-grondgebondenteam te kunnen huisvesten in de nieuwe High-care spoedpost die daargerealiseerd wordt. Ook naar het opleiden en de verschuiving vanpersoneel die dit met zich meebrengt wordt al rekening gehouden. Omdeze witte vlek weg te kunnen nemen en Zuid-Limburg te voorzien vangespecialiseerd medische acute zorg is het enige wat ontbreekt destructurele financiële middelen van € 4,4 miljoen per jaar. Is de Ministerbereid om samen met de provincie Limburg, het MUMC en het LNAZ eenplan te maken om deze middelen zo spoedig mogelijk beschikbaar testellen? Bij groen licht voor de financiering kunnen de eerste diensten per1 juli 2026 namelijk al gedraaid worden. Zeker gezien het feit datZuid-Limburg nu nog veelal afhankelijk is van de Duitse heli (ADAC), zijvliegen niet ‘s nachts, hebben geen bloed en ook geen Hydroxocoba-lamine (antidotum bij cyanide vergiftigingen) en Natriumazide (antidotumvoor methyleenblauw vergiftigingen) aan boord. Genoemde leden zijn blijmet de initiatieven die de regio zelf al onderneemt om de MMT-zorg inZuid-Limburg uit te breiden en verwachten nu ook actie van de Ministerom de financiële middelen te realiseren.Kan de Minister deze vragen beantwoorden voor het commissiedebatAcute zorg op 25 september a.s.?Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van debrief van de Minister inzake «Reactie op ingediende moties tijdens hettweeminutendebat Medisch Zorglandschap van 21 mei 2025». Deze ledenbetreuren het ten zeerste dat de spoedeisende hulp (SEH) in Heerlen in2030 sluit en hun voorkeur gaat uit naar een volwaardig ziekenhuis inzowel Heerlen als in Sittard-Geleen. Juist in een regio die kampt metachterstelling, verdwijnende voorzieningen en gezondheidsachterstandenmoet alles op alles gezet worden om te voorkomen dat het aanbod nogverder verschraalt.De genoemde leden lezen dat «het werven en behouden van zorgper-soneel aan het ziekenhuis zelf is in afstemming met de partijen in deregio. Via landelijk beleid ondersteunt het Ministerie van VWS de aanpakom het personeelstekort terug te dringen.» Kan de Minister nadertoelichten hoe dit landelijke beleid bijdraagt aan het personeelstekort inde zorg in het algemeen en voor de regio Parkstad in het bijzonder? In debeantwoording van de Minister zinspeelt de Minister als of er vanuit deRijksoverheid geen oplossing kan worden geboden aan het personeels-tekort in Parkstad. Echter heeft het kabinet wel besloten om geld toe tekennen aan verscheidene regiodeals in Parkstad en Zuid-Limburg, zoals«Parkstad Limburg biedt ruimte!». Waarom is het oplossen van hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9493 personeelstekort in de zorg geen onderdeel van die regiodeals? Waaromkomt er geen regiodeal op het gebied van de tekorten op de arbeidsmarkt,deels gefinancierd vanuit de Rijksoverheid? Is de Minister bereid de optieshiervan te verkennen?In de verscheidene rapporten over het Zuyderland wordt beschreven datde zowel de reistijd als de reiskosten voor grote groepen mensen gaanstijgen. Hiervoor zou een werkgroep worden opgericht. Kan de Ministernader toelichten hoe het met deze werkgroep staat? Zijn er al passendeoplossingen gevonden zodat de reistijd en reiskosten voor grote groepenmensen beperkt blijft, zodat de toegankelijkheid voor juist mensen meteen kleine beurs gewaarborgd blijft?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen daarnaast dat de Ministerde wens van de Kamer zal overbrengen aan het ziekenhuis en dezorgverzekeraars voor een nationaal centrum voor geboortezorg eninnovatie in de stadsregio Parkstad Limburg. Juist in deze regio, waar veelbevallingen plaatsvinden bij moeders in een kwetsbare positie, vaak meteen drie keer lagere sociaaleconomische-status-score, is het van cruciaalbelang dat de geboortezorg op orde is en dat geboortecentra niet wordenafgeschaald of, erger, gesloten. De motie van het lid Dijk c.s. (Kamerstuk31 765, nr. 922) roept daarom niet alleen op tot een verkenning voor eennationaal centrum in deze regio, maar ook om dit centrum een voorbeeldte laten zijn bij de versterking van de geboortezorg elders in het land.Deelt de Minister de opvatting dat een nationaal centrum niet alleen veelkan betekenen voor de regio, maar dat het ook kan dienen als voorbeeldelders en kennis kan opleveren voor het hele land? En is de Ministerbereid meer regie te pakken dan zijn voorgangers op dit punt, die hier hunhanden vanaf trokken en niet bereid waren een verkenning uit te voeren,terwijl notabene de lokale overheid in Parkstad Limburg al heeft aange-geven financieel te willen bijdragen? Kan de Minister toezeggen dat hetnationaal centrum voor geboortezorg en innovatie er überhaupt komt,aangezien in de brief van de Minister wordt gesproken van een«eventueel» centrum, ondanks dat deze motie met een ruimemeerderheid is aangenomen door de Kamer?Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan deze brief. Genoemde hebben op dit moment geen aanvullendevragen of opmerkingen.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de brief over«Reactie op ingediende moties tijdens het tweeminutendebat MedischZorglandschap van 21 mei 2025» en hebben hierover geen verderevragen.Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de ingediendemoties tijdens het tweeminutendebat Medisch Zorglandschap en dereactie van de Minister. Genoemde leden volgen de ontwikkelingen rondhet Zuyderland ziekenhuis en de betrokkenheid van de Minister metinteresse.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9494 Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de «Reactie opingediende moties tijdens het tweeminutendebat Medisch Zorglandschapvan 21 mei 2025». Deze leden hebben de volgende vragen aan deMinister.Om te beginnen willen genoemde leden nog stilstaan bij de antwoordenvan de Minister op de vragen over de winst van het Zuyderlandziekenhuis. De Minister stelde eerder tijdens het vragenuur dat desolvabiliteit van Zuyderland «niet wezenlijk anders is dan die van andereziekenhuizen». Uit openbare jaarcijfers blijkt echter dat Zuyderland eensolvabiliteit heeft van 26,9%, ruim boven de norm van 20%. Dit roeptvragen op over de benutting van deze financiële ruimte. Is de Ministerbereid om te laten onderzoeken of Zuyderland met een solvabiliteit van26,9% en een winst van € 21,5 miljoen daadwerkelijk voldoende doet omacute zorg in Heerlen te behouden en personeel duurzaam te onder-steunen? En acht de Minister het wenselijk dat deze ruimte niet wordtingezet voor structurele versterking van regionale zorginfrastructuur?Daarnaast stelde de Minister dat winst binnen de organisatie blijft enwordt ingezet voor innovatie, gebouwen en personeel. Maar tegelijkertijdwordt essentiële zorg afgeschaald en blijft het personeelstekort bestaan. Isde Minister in ieder geval bereid om met Zuyderland en CZ afspraken temaken over het verplicht investeren van winsten in maatschappelijkedoelen, zoals het behoud van acute zorg, het opzetten van leerwerk-plaatsen of het realiseren van huisvesting voor zorgpersoneel?Verder zet het Zuyderland ziekenhuis, zo lezen de leden van de BBB-fractiein het bestuursverslag3, in op zij-instroom, buitenlandse verpleegkun-digen en gepensioneerden. Genoemde leden constateren dat behoud vanhuidig personeel en het creëren van opleidingsplekken onderbelichtblijven. Dit is opmerkelijk, aangezien Zuyderland een SamenwerkendeTopklinische Ziekenhuis (STZ-ziekenhuis) is met een breed opleidings-aanbod: jaarlijks zijn er plekken voor 580 coassistenten, 120 senior-coassistenten, 150 Artsen in opleiding tot specialist (AIOS) en 120 Artsenniet in opleiding tot specialist (ANIOS) verdeeld over tientallen specia-lismen4. Toch lijkt deze opleidingscapaciteit onvoldoende benut te wordenom het regionale personeelstekort structureel aan te pakken.Ter vergelijking: het Zaans Medisch Centrum (ZMC), een ziekenhuis vanvergelijkbare omvang5, telt ongeveer 50 AIOS en ANIOS en biedtopleidingsplekken in meerdere specialismen, waaronder anesthesiologie,gynaecologie, heelkunde, interne geneeskunde en psychiatrie. Daarnaastbiedt ZMC opleidingen voor GZ-psychologen, klinisch psychologen enpsychotherapeuten. Wat ZMC onderscheidt, is de actieve betrokkenheidvan arts-assistenten via de Vereniging Arts-assistenten ZMC (VAAZ), dieniet alleen inhoudelijke activiteiten organiseert zoals DisciplineOverstijgend Onderwijs (DOO) en wetenschapsavonden, maar ook socialebinding stimuleert via borrels, lunches en uitjes. Deze structuur draagtaantoonbaar bij aan het behoud van jonge professionals.63https://zuyderland.nl/wp-content/uploads/2025/06/Bestuursverslag-2024-Zuyderland-def.pdf,4https://zuyderland.nl/werken-en-leren/zuyderland-academie/opleiding/medische-opleidingen/5https://www.zaansmedischcentrum.nl/default/assets/File/ZMC_Jaarverslag_2023.pdf6https://www.werkenbijzmc.nl/opleidingen/opleiding-medisch-specialistTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9495 Is de Minister bereid om het Zuyderland ziekenhuis aan te moedigen tothet opzetten van een Vereniging Arts-assistenten, naar voorbeeld vanZMC, dan wel iets vergelijkbaars, om het opleidingsklimaat, de socialecohesie en het behoud van jonge artsen te versterken?Kan de Minister aangeven hoe de huidige opleidingsinspanningen vanZuyderland zich verhouden tot het daadwerkelijke behoud van personeelin de regio? Wordt er gemonitord of opgeleide professionals ookdaadwerkelijk in de regio blijven werken? Is de Minister bereid om, samenmet Zuyderland en Maastricht UMC+, een regionaal programma op tezetten waarin opleiding, huisvesting en loopbaanontwikkeling integraalworden aangepakt om de Limburgse zorgregio structureel te versterken?Ook bevestigde de Minister dat CZ en Zuyderland gezamenlijk hebbenbesloten tot verplaatsing van acute zorg naar Sittard-Geleen. Is deMinister bereid om transparant te maken welke rol CZ heeft gespeeld inde besluitvorming over de toekomst van de zorgvoorzieningen in Heerlen,en hoe wordt geborgd dat burgers en lokale overheden daadwerkelijkzeggenschap hebben over hun regionale zorgvoorzieningen?Tot slot horen de leden van de BBB-fractie dat in Sittard-Geleen groteonrust heerst nu de spoedeisende hulp (SEH) tijdens de verbouwinggesloten is en patiënten moeten uitwijken naar Heerlen. Tegelijkertijd zienwe dat vanaf 2030 de situatie wordt omgedraaid, maar dan definitief. Danis er voor de honderdduizenden inwoners in Parkstad en WestelijkeMijnstreek nog maar één volwaardige spoedeisende hulp in Sittard-Geleen. In hoeverre is de Minister van mening dat je een regio van dezeomvang en kwetsbaarheid kunt overlaten aan één SEH? Hoe zou deMinister handelen als een vergelijkbare situatie zich zou voordoen in eenomgeving als Amsterdam of Rotterdam, en wat is de Minister concreetbereid te doen om te zorgen dat ook in Heerlen een vorm van volwaardigespoedeisende hulp behouden blijft?Vervolgens enkele vragen over de brieven. In de brief en beslisnota wordtbij alle vier de moties gesteld dat de uitvoering primair bij het ziekenhuisligt, en dat de Minister slechts de wens van de Kamer zal overbrengen. Deleden van de BBB-fractie vinden dit een te passieve houding, zeker geziende urgentie van de situatie in Parkstad. Is de Minister bereid om, in plaatsvan enkel het overbrengen van wensen, actief regie te nemen in hetfaciliteren van een masterplan voor personeel, het opzetten van eennationaal centrum voor geboortezorg en het voorkomen van verdereafschaling van zorg in Heerlen?Daarnaast stelt de Minister dat een aanwijzing op basis van artikel 7 Wetmarktordening gezondheidszorg (WMG) niet mogelijk is voor eenindividuele zorgaanbieder. Genoemde leden vragen welke alternatieven erzijn. Is de Minister bereid om te verkennen welke andere juridische ofbeleidsmatige instrumenten beschikbaar zijn om de afschaling van acutezorg in Heerlen te voorkomen, bijvoorbeeld via het Integraal Zorgakkoord,regionale convenanten of aanvullende regelgeving? Is de Minister bereidom in het kader van het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) eenregionale differentiatie in te voeren, waarbij kwetsbare regio’s zoalsParkstad extra ondersteuning krijgen bij het behoud van acute zorg en hetoplossen van personeelstekorten?Tot slot willen de leden benadrukken dat de acute zorg in Oost-Nederlandmomenteel onvoldoende is gedekt. Zowel het Landelijk Netwerk AcuteZorg (LNAZ) als uzelf onderstrepen het belang van een Mobiel MedischTeam (MMT) met een traumahelikopter op Vliegveld Teuge. Maar door hetontbreken van een actueel luchtvaartbesluit duurt het stationeren van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9496 helikopter langer dan wenselijk is7, terwijl bij levensbedreigende situatiesiedere minuut telt. Kan de Minister toezeggen bij de provincie Gelderlandaan te dringen op een tijdelijke uitzondering voor de stationering van eentraumahelikopter op Teuge, zodat de acute zorg in Oost-Nederland directverbeterd wordt? De leden van de BBB-fractie verwijzen hierbij naar deunaniem aangenomen motie van het lid Rikkers-Oosterkamp (Kamerstuk31 765, nr. 924), waarin de regering wordt verzocht dit actief bij deprovincie onder de aandacht te brengen en mee te nemen in het nieuweluchthavenbesluit.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief van deMinister inzake «Reactie op de ingediende moties tijdens het tweeminu-tendebat Medisch Zorglandschap van 21 mei 2025» en hebben hierovernog enkele vragen. Deze leden constateren dat de Minister niet bereid iseen verkenning uit te voeren naar het waarborgen van goede geboor-tezorg in de regio Parkstad, ondanks meerdere aangenomen moties. Zijvragen waarom de Minister niet bereid is deze verkenning uit te voeren enwaarom hij geen rol voor zichzelf ziet. Genoemde leden vragen nogmaalsof de Minister bereid is een actieve bijdrage te leveren aan goedegeboortezorg in de regio.De leden van de CDA-fractie vragen of de Minister uitgebreid uiteen wilzetten wat de vervolgstappen zijn om te komen tot goede geboortezorg inde regio Parkstad. Welke concrete opties en beleidsmaatregelen liggendaarbij op tafel, welk tijdspad ziet de Minister voor zich, welke rol ziet deMinister voor zichzelf en voor de andere betrokkenen, en wanneer wordtde Kamer hierover geïnformeerd?II. Reactie van de Minister Op 18 september hebben de fracties van PVV, Groenlinks-PvdA, BBB enCDA schriftelijke vragen gesteld over de brief van 3 juli 2025 inzakeReactie op ingediende moties tijdens het tweeminutendebat MedischZorglandschap van 21 mei 2025 (Kamerstuk 31 765, nr. 938).Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieGenoemde leden willen graag de resultaten weten van de investeringendie het Zuyderland ziekenhuis heeft gedaan in hun arbeidsmarktagenda.Welke samenwerkingsverbanden zijn er en waar heeft dit tot op heden toegeleid? Wat zijn op dit moment de tekorten op personeelsgebied, perfunctiecategorie? In augustus 2024 vertrokken ineens 18 medewerkers vande operatiekamers (OK-assistenten en anesthesiemedewerkers) doordatzij niet verplicht wilden worden voor zowel het ziekenhuis in Heerlen alsdat in Geleen beschikbaar te zijn8. Wat heeft het ziekenhuis eraan gedaanom deze mensen alsnog binnen te houden? Zijn er van deze 18 perso-neelsleden nog mensen die alsnog gebleven zijn? Is er in deze casusgekeken naar goed werkgeverschap?7Omroep Gelderland, 14 september 2025, https://www.gld.nl/nieuws/8363773/wanneer-komt-die-traumaheli-echt-naar-teuge8De Limburger, 9 augustus 2024, https://www.limburger.nl/regio/voerendaal/vertrek-van-grote-groep-medewerkers-operatiekamer-en-anesthesie-bij-zuyderland-ziekenhuis-spreekt-van-grote-zorg/22321237.htmlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9497 Het Zuyderland ziekenhuis heeft in juni 2025 een Taskforce opgericht ompersoneel te werven en te behouden. Er is in 2025 € 1 miljoen extrageïnvesteerd bovenop bestaande middelen, in 2026 zal nog eens€ 3 miljoen extra worden geïnvesteerd.Vanuit deze investering is onder andere ingezet op:−Gerichte communicatie. Er is een extern recruitmentbureau aangetrok-ken. Met de gemeente Heerlen worden vanaf november 10 grotelandelijke campagnes voor specialistisch verpleegkundigen uitgezet(inclusief grensgebied België en Duitsland).−Verkenning naar de inzet van buitenlandse verpleegkundigen. Tot nutoe is Zuyderland er in geslaagd om 6 specialistisch verpleegkundigenuit Zuid-Europa te werven.−Onderzoek of woningen kunnen worden aangeboden en de inzet vangepensioneerden. In de eerder genoemde landelijke campagnes voorspecialistische verpleegkundigen kan naast een baan ook eenpassende huurwoning worden aangeboden.−Er wordt geïnvesteerd in extra toelages voor nachten en weekendenop de operatiekamers.−Loonsverhoging op de SEH (buiten de cao om).−Samenwerking met de ambulancedienst voor gezamenlijke loopbaan-paden.Het Zuyderland kijkt voortdurend naar goed werkgeverschap. Door heelgericht te werken aan een verbeter- en veranderplan voor de operatie-kamers gaan inmiddels twee van de eerder vertrokken medewerkersterugkeren naar dit team bij Zuyderland. In dit team (en dit geldt ook voorandere teams) is gewerkt aan diverse arbeidgerelateerde thema’s:leiderschap, sociale veiligheid, inzetplanning, arbeidsvoorwaarden,teamontwikkeling en persoonlijke ontwikkeling.Daarnaast zijn vanuit het eerder afgesloten Integraal Zorgakkoord (IZA)landelijk transformatiemiddelen beschikbaar gesteld voor de uitvoeringvan regionale plannen die de zorg anders organiseren, toegankelijkermaken en betaalbaar houden. Op 17 september 2025 is het transforma-tieplan «Werk maken van werken in Zorg en Welzijn» voor Zuid-Limburggoedgekeurd. Met dit plan komt 12,7 miljoen euro beschikbaar voor deregio. Het plan sluit aan bij de landelijke beleidslijnen uit het regeerpro-gramma en vertaalt deze concreet naar de Zuid-Limburgse context. Voorde regio Parkstad betekent dit dat instellingen samen met onderwijs engemeenten investeren in oplossingen die het personeelstekort structureelmoeten verlichten. Daarmee levert het landelijke beleid via de beschikbaargestelde transformatiemiddelen dus een directe bijdrage aan de regionaleaanpak van de arbeidsmarktkrapte.In het commissiedebat acute zorg van 25 september heb ik toegezegd omde tekorten op personeelsgebied per functiecategorie in Zuyderlandinzichtelijk te maken. In onderstaande tabel is dit opgenomen. Omverkeerde interpretaties van de tabel te voorkomen hecht ik eraan omduidelijk toe te lichten waar de cijfers betrekking op hebben. In hetoverzicht is uitgegaan van de formatie voor de situatie met een geboorte-centrum op één locatie (Heerlen), spoedzorg met een SEH in Heerlen eneen Acute Zorgafdeling (AZA) in Sittard-Geleen (die nu tijdelijk geslotenis) en een IC op beide locaties. Voor de goede orde, dit is dus niet desituatie met twee SEH’s die door sommige partijen gewenst is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9498 Aantal werkzaamTekorten oktober’25Beoogde formatieVakgroep ICMedisch specialist10,94 fte0,26 fte11,2 fteVS/PS2,06 fteGeen2,06 fteVerpleegkundigen103,04 fte6 fte109 fteVakgroep SEHSEH-artsen10,46 fte0,1 fte10,56 ftePA SEH1 fteGeen1 ftePA SEH in opleiding1 fteGeen1 fteVerpleegkundigen69,6 fte8,2 fte77,8 fteVakgroep GynaecologieMedisch specialist14,07 fteGeen14,07 fteVS/PA7,9 fteGeen7,9 fteKlinisch verloskundigen11 fteGeen11 fteVerpleegkundigen93,82 fte5 fte98,82 fte Tijdens het mondelinge vragenuur van dinsdag 9 september jl. waaringevraagd werd naar de positieve bedrijfsomzet van het Zuyderlandziekenhuis werd aangegeven dat er op 6 punten geïnvesteerd wordt in hetbehoud en de werving van personeel. Kan per punt aangegeven wordenhoeveel personeel dit heeft opgeleverd? Tevens willen genoemde ledengraag weten hoeveel financiële middelen er per punt zijn ingezet om dezedoelen te bereiken? Viel dit binnen de bestaande middelen? Hoeveel is ervan de positieve bedrijfswinst benut voor deze 6 onderdelen?Het Zuyderland ziekenhuis heeft aangegeven het positief resultaat in tezetten om te investeren in personeel, goede voorzieningen én omfinanciering te hebben voor de toekomst. Er is in 2025 1 miljoen euroextra geïnvesteerd bovenop bestaande middelen van waaruit wordtingezet op inzet en ontwikkeling van personeel. In 2026 zal er 3 miljoeneuro extra bovenop bestaande middelen worden geïnvesteerd in de inzeten ontwikkeling van personeel. Vanuit deze investering is onder andereingezet op:−Gerichte communicatie. Er is een extern recruitmentbureau aangetrok-ken. Met de gemeente Heerlen worden vanaf november 10 grotelandelijke campagnes voor specialistisch verpleegkundigen uitgezet(inclusief grensgebied België en Duitsland).−Verkenning naar de inzet van buitenlandse verpleegkundigen. Tot nutoe is Zuyderland er in geslaagd om 6 specialistisch verpleegkundigenuit Zuid-Europa te werven.−Onderzoek of woningen kunnen worden aangeboden en de inzet vangepensioneerden. In de eerder genoemde landelijke campagnes voorspecialistische verpleegkundigen kan naast een baan ook eenpassende huurwoning worden aangeboden.−Er wordt geïnvesteerd in extra toelages voor nachten en weekendenop de operatiekamers.−Loonsverhoging op de SEH (buiten de cao om).−Samenwerking met de ambulancedienst voor gezamenlijke loopbaan-paden.Het Zuyderland ziekenhuis geeft aan dat het niet mogelijk is om deinvestering per maatregel inzichtelijk te maken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9499 In het rapport «bestuursoverleg 2024» van het Zuyderland ziekenhuis9,lezen genoemde leden dat zorgvolumes zich bij de individuele zorgverze-keraars zich anders ontwikkelden dan verwacht ten tijde van decontractfase. Gaat dit over de acute zorg? Over de planbare zorg, ofbeide? Het Zuyderland ziekenhuis geeft aan in navolging hierop te hebbenonderzocht waardoor dit wordt veroorzaakt en is samen met zorgverze-keraar CZ gekomen tot herijkte afspraken over de zorgproductie. Watbetekenen deze herijkte afspraken precies? Waardoor werd dit verschil inde verwachtingen van de zorgvolumes veroorzaakt? Waar kunnengenoemde leden dit onderzoek van het Zuyderland ziekenhuis terug-vinden? Was er sprake van meer of minder productie dan het productie-plafond?Het Zuyderland ziekenhuis geeft aan dat de impact van passende zorgresulteert in onder andere minder opnames, kortere ligduur, slimmerediagnostiek en efficiëntere behandelingen. De effecten zijn zichtbaar in devolumes op alle vormen van zorg, dus zowel complex-, chronische-,acute- en electieve zorg. Bijkomend effect is ook dat de samenstelling vande patiëntenpopulatie die wél in het ziekenhuis wordt opgenomen anderswordt: het aandeel patiënten dat zeer intensieve zorg nodig heeft neemtnamelijk sterk toe. De lagere volumes leiden tot lagere opbrengsten, entegelijkertijd geeft het ziekenhuis aan onvoldoende te worden gecompen-seerd voor de toegenomen zorgzwaarte. Ook geeft Zuyderland aan datziekenhuizen niet direct in staat zijn om kosten af te bouwen als vrijge-komen capaciteiten niet voor andere zorg kan worden aangewend.Dit inzicht vormt de basis om het contract uit 2019 op onderdelen bij testellen om zodoende ongewenste volumeprikkels van de zorgaanbiederweg te nemen en de negatieve effecten te mitigeren. Zuyderland en CZzijn in gesprek over een contract met een verlengde looptijd tot 2035.Genoemde leden zijn nog benieuwd naar de invloed heeft hetverplaatsten van de acute zorg naar Sittard-Geleen voor de ambulance-dienst? Hoeveel personeel en materieel (ambulances, ambulance- en/ofvoorwaarde scheppende posten) komen er hierdoor bij? Wat zijn hier detotale financiële kosten van? En wat zijn de personele gevolgen hiervan?Hoeveel extra personeelsleden heeft, of moet de ambulancedienst inLimburg extra aannemen door de veranderingen bij Zuyderland?In het advies van de zogenaamde Regietafel onder leiding van mevrouwBouwmeester is aandacht besteed aan de extra belasting van ambulancesin de verschillende uitgewerkte scenario’s. Ambulancezorg Limburg wasook onderdeel van deze regietafel. In het besluit van de regietafel ismeegewogen dat met de verschuiving van de spoedstroom naarSittard-Geleen er geen grote verschuivingen in de spoedritten voorzienzijn.Voor de ambulancedienst is het tijdig bereiken van de patiënt de belang-rijkste tijdsgebonden logistieke indicator, of de patiënt daarna naarHeerlen of Geleen gebracht moet worden maakt voor de aanrijtijd en detransporttijd (tijdsblok tussen vertrek met patiënt en aankomstbestemming) niet veel uit. Het Zuyderland en de ambulancedienstverwachten geen grote verschuiving in de aanrijtijden. Het proces is eropgericht zo snel mogelijk bij de patiënt te komen, vervolgens ter plekke dejuiste zorg te bieden en daarna (indien nodig) de patiënt naar het juisteziekenhuis te brengen.9https://zuyderland.nl/wp-content/uploads/2025/07/Jaarverslag-2024-Zuyderland-Medisch-Centrum-gestempeld-gecomprimeerd.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 94910 Het Zuyderland en de ambulancedienst gaan samen met de huisartsen inde werkgroep integrale spoedzorg afspreken welke categorie patiënten erna 2030 in Heerlen opgevangen kunnen worden. Ook wordt gekeken hoede triage aan de voorkant zo ingericht kan worden dat er geen patiëntenmet een potentiële opname-indicatie naar Heerlen komen. Doelstelling ishet intra-klinische vervoer, en daarmee extra belasting voor de ambulan-cedienst, zoveel mogelijk te beperken.Zuid-Limburg heeft voor wat de zorg van het Mobiel Medisch Team(MMT) betreft een bekende witte vlek. Het Landelijk Netwerk Acute Zorg(LNAZ) en het Maastricht Universitair Medisch Centrum (MUMC) zijn algestart met de voorbereidingen in Beek om een MMT-grondgebondenteam te kunnen huisvesten in de nieuwe High-care spoedpost die daargerealiseerd wordt. Ook naar het opleiden en de verschuiving vanpersoneel die dit met zich meebrengt wordt al rekening gehouden. Omdeze witte vlek weg te kunnen nemen en Zuid-Limburg te voorzien vangespecialiseerd medische acute zorg is het enige wat ontbreekt destructurele financiële middelen van € 4,4 miljoen per jaar. Is de Ministerbereid om samen met de provincie Limburg, het MUMC en het LNAZ eenplan te maken om deze middelen zo spoedig mogelijk beschikbaar testellen? Bij groen licht voor de financiering kunnen de eerste diensten per1 juli 2026 namelijk al gedraaid worden. Zeker gezien het feit datZuid-Limburg nu nog veelal afhankelijk is van de Duitse heli (ADAC), zijvliegen niet ‘s nachts, hebben geen bloed en ook geen Hydroxocoba-lamine (antidotum bij cyanide vergiftigingen) en Natriumazide (antidotumvoor methyleenblauw vergiftigingen) aan boord. Genoemde leden zijn blijmet de initiatieven die de regio zelf al onderneemt om de MMT-zorg inZuid-Limburg uit te breiden en verwachten nu ook actie van de Ministerom de financiële middelen te realiseren.Ik sta positief tegenover een grondgebonden MMT in Limburg en ik hebhierover goed contact met het MUMC en het LNAZ. Vóórdat MMT-zorg inLimburg van start kan gaan, moeten nog wel twee belangrijke zakenworden geregeld. Ten eerste moet een passende bekostiging mogelijkworden gemaakt. Ik onderzoek hierbij de mogelijkheden tot het aanpassenvan het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG. Ten tweede moeten, zoalsu terecht opmerkt, de benodigde financiële middelen worden gevonden.In het commissiedebat acute zorg van 25 september jl. heb ik aangegevendat ik graag met uw Kamer meedenk over de mogelijkheden om totfinanciële dekking te komen. En dat ik hierover bij de begrotingsbehan-deling 2026, op verzoek van uw Kamer en uiteraard op basis van eenconcreet dekkingsvoorstel, graag het gesprek vervolg.Kan de Minister deze vragen beantwoorden voor het commissiedebatAcute zorg op 25 september a.s.?Nee, het is niet gelukt deze vragen binnen een week te beantwoorden.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe genoemde leden lezen dat «het werven en behouden van zorgper-soneel aan het ziekenhuis zelf is in afstemming met de partijen in deregio. Via landelijk beleid ondersteunt het Ministerie van VWS de aanpakom het personeelstekort terug te dringen.» Kan de Minister nadertoelichten hoe dit landelijke beleid bijdraagt aan het personeelstekort inde zorg in het algemeen en voor de regio Parkstad in het bijzonder?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 94911 De belangrijkste oorzaak voor het personeelstekort in de zorg is dat devraag naar zorg en ondersteuning blijft stijgen, terwijl het aanbod vanprofessionals niet in dezelfde mate meegroeit. Om de behoefte naarpersoneel (arbeidsvraag) de komende jaren minder hard te laten groeien,zet ik met het sluiten van het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord(AZWA) en het Hoofdlijnenakkoord ouderenzorg (HLO) samen metbetrokken partijen stevig in op de versterking van de beweging van zorgnaar gezondheid, preventie en zelf- en samenredzaamheid. Aan deaanbodzijde van de arbeidsmarkt is het landelijke beleid in het regeerpro-gramma uiteengezet langs drie lijnen: 1) halveren van de administratietijd,2) de juiste inzet van medewerkers met behulp van technologie eninnovatie en 3) het vergroten van vakmanschap en werkplezier. Dezelijnen zijn onder meer in het AZWA verder uitgewerkt in concreteremaatregelen die de werkdruk omlaag brengen door tijd vrij te spelen voorprofessionals. Ook wordt er geïnvesteerd in het meer, sneller en beteropleiden van professionals. De focus ligt daarbij op opleiden en scholingbuiten het ziekenhuis, omdat daar de grootste veranderingen en tekortenworden verwacht.Vanuit het IZA zijn landelijk transformatiemiddelen beschikbaar gesteldvoor de uitvoering van regionale plannen die de zorg anders organiseren,toegankelijker maken en betaalbaar houden. Op 17 september 2025 is hettransformatieplan «Werk maken van werken in Zorg en Welzijn» voorZuid-Limburg goedgekeurd. Met dit plan komt 12,7 miljoen eurobeschikbaar voor de regio. Het plan sluit aan bij de landelijke beleidslijnenuit het regeerprogramma en vertaalt deze concreet naar deZuid-Limburgse context. Voor de regio Parkstad betekent dit dat instel-lingen samen met onderwijs en gemeenten investeren in oplossingen diehet personeelstekort structureel moeten verlichten. Daarmee levert hetlandelijke beleid via de beschikbaar gestelde transformatiemiddelen duseen directe bijdrage aan de aanpak van de regionale arbeidsmarktkrapte.In de beantwoording van de Minister zinspeelt de Minister als of er vanuitde Rijksoverheid geen oplossing kan worden geboden aan het personeels-tekort in Parkstad. Echter heeft het kabinet wel besloten om geld toe tekennen aan verscheidene regiodeals in Parkstad en Zuid-Limburg, zoals«Parkstad Limburg biedt ruimte!». Waarom is het oplossen van hetpersoneelstekort in de zorg geen onderdeel van die regiodeals? Waaromkomt er geen regiodeal op het gebied van de tekorten op de arbeidsmarkt,deels gefinancierd vanuit de Rijksoverheid? Is de Minister bereid de optieshiervan te verkennen?In de Regio Deals staat het verbeteren van het leven, wonen en werkenvan inwoners en ondernemers centraal. Dit gebeurt vanuit een bredeintegrale blik, vanuit een brede gebiedsgerichte opgave. Regio’s komenzelf met samenhangende plannen en ideeën voor de invulling. Daarbijwordt gekeken naar thema’s als leefbaarheid, economische structuur enmaatschappelijke ontwikkeling. Naar ik heb begrepen, gaat Zuid-Limburgin het kader van Regio Deals 6e tranche aan de slag met een humancapital agenda om de structureel krappe arbeidsmarkt- o.a. in het veld vande zorg- te stutten. De Regio Deals uit de zesde tranche moeten overigensnog definitief worden vastgesteld.Arbeidsmarkt en zorg zijn overigens niet altijd expliciet opgenomen indeze deals, ook al omdat hiervoor al andere landelijke kaders en middelenbeschikbaar zijn, zoals de transformatiemiddelen vanuit het IZA. Vanuitdeze middelen is recent het IZA-transformatieplan «Arbeidsmarkt Zorg enWelzijn Zuid-Limburg» goedgekeurd. Met dit plan komt 12,7 miljoen eurobeschikbaar en wordt ingezet op regionale samenwerking (instellingen,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 94912 onderwijs en gemeenten) gericht op het structureel verlichten van hetpersoneelstekort in de regio.Dit is de laatste tranche van de Regio Deals. In het verlengde van dezedeals wordt inmiddels gewerkt aan langdurige investeringsagenda’s metde regio’s. Dit kabinet vindt het belangrijk om blijvend samen te werkenaan het versterken en verstevigen van de relatie tussen Rijk en regio’s.Welke aanvullende instrumenten en middelen hier eventueel beschikbaarvoor komen, is aan een nieuw kabinet.In de verscheidene rapporten over het Zuyderland wordt beschreven datde zowel de reistijd als de reiskosten voor grote groepen mensen gaanstijgen. Hiervoor zou een werkgroep worden opgericht. Kan de Ministernader toelichten hoe het met deze werkgroep staat? Zijn er al passendeoplossingen gevonden zodat de reistijd en reiskosten voor grote groepenmensen beperkt blijft, zodat de toegankelijkheid voor juist mensen meteen kleine beurs gewaarborgd blijft?De werkgroep, bestaande uit vervoerspartijen (Arriva en Omnibuzz),provincie, gemeente Sittard-Geleen, vertegenwoordiger regio Parkstad,seniorenraad, reizigersoverleg Rover, een burger en Zuyderland, is sindsapril 2025 aan de slag om de verbeterpunten die in de rapporten vanGupta en Grenspaal 12 staan om te zetten in oplossingen. De gevolgenvoor de reistijden en reiskosten worden meegenomen.Een van de oplossingen, het realiseren van een rechtstreekse busver-binding tussen Heerlen en Zuyderland Sittard-Geleen om zodoende dereistijd te verkorten wordt momenteel onderzocht. Verder zal eenverkenning starten voor een integrale vervoersoplossing, waarbijverschillende vervoersmiddelen binnen één flexibel systeem wordengeïntegreerd. Daarnaast wordt gecommuniceerd over de effecten op debereikbaarheid van ziekenhuiszorg als gevolg van de toekomstplannen enhet creëren van hogere bekendheid van de verschillende mogelijkevervoersopties.Deelt de Minister de opvatting dat een nationaal centrum niet alleen veelkan betekenen voor de regio, maar dat het ook kan dienen als voorbeeldelders en kennis kan opleveren voor het hele land? En is de Ministerbereid meer regie te pakken dan zijn voorgangers op dit punt, die hier hunhanden vanaf trokken en niet bereid waren een verkenning uit te voeren,terwijl notabene de lokale overheid in Parkstad Limburg al heeft aange-geven financieel te willen bijdragen? Kan de Minister toezeggen dat hetnationaal centrum voor geboortezorg en innovatie er überhaupt komt,aangezien in de brief van de Minister wordt gesproken van een«eventueel» centrum, ondanks dat deze motie met een ruimemeerderheid is aangenomen door de Kamer?Zoals mijn voorganger ook heeft aangegeven in haar brief van 3 juli jl.10 ishet aan de zorgaanbieder en de zorgverzekeraar(s) om keuzes te makenover het zorgaanbod. Dat geldt ook voor een (eventueel) centrum voorgeboortezorg en innovatie. Betrokkenheid van de Minister bij regionaleplannen past niet bij mijn rol en verantwoordelijkheid. Wel is de wens diede Kamer heeft opgenomen in de motie Dijk c.s. over een nationaalcentrum in de stadsregio Parkstad overgebracht aan het ziekenhuis zodatdit kon worden meegenomen in de uitwerking van de plannen voor degeboortezorg. Het voorstel is inmiddels besproken in de werkgroep metde regionale partners, daar is geconcludeerd dat er al een CollegePerinatale Zorg (CPZ) in Nederland is waar de rol van nationaal centrum10Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 765, nr. 938Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 94913 voor geboortezorg beter zou passen. De regionale partijen die participerenin de werkgroep geven aan niet de ambitie te hebben aan een dergelijknationaal centrum te gaan werken.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieN.v.t.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieN.v.t.Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieN.v.t.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieOm te beginnen willen genoemde leden nog stilstaan bij de antwoordenvan de Minister op de vragen over de winst van het Zuyderlandziekenhuis. De Minister stelde eerder tijdens het vragenuur dat desolvabiliteit van Zuyderland «niet wezenlijk anders is dan die van andereziekenhuizen». Uit openbare jaarcijfers blijkt echter dat Zuyderland eensolvabiliteit heeft van 26,9%, ruim boven de norm van 20%. Dit roeptvragen op over de benutting van deze financiële ruimte. Is de Ministerbereid om te laten onderzoeken of Zuyderland met een solvabiliteit van26,9% en een winst van € 21,5 miljoen daadwerkelijk voldoende doet omacute zorg in Heerlen te behouden en personeel duurzaam te onder-steunen? En acht de Minister het wenselijk dat deze ruimte niet wordtingezet voor structurele versterking van regionale zorginfrastructuur?Ik zie vanuit mijn verantwoordelijkheid geen aanleiding om de financiëlesituatie van het Zuyderland nader te laten onderzoeken. Het Zuyderlandziekenhuis geeft aan voldoende solvabiliteit nodig te hebben om teinvesteren in de zorginfrastructuur voor de komende 30 jaar (nieuwbouwin Heerlen en verbouwing in Sittard-Geleen).Overigens ligt de solvabiliteit van het Zuyderland met 26,9% onder degemiddeld solvabiliteit van de Nederlandse gezondheidszorg in 2024. Diebedraagt namelijk 40,6%. Welke solvabiliteit nodig is, verschilt perbranche en organisatie, maar meestal wordt 25% aangehouden alsondergrens voor een goede solvabiliteit. De NZa beschouwt 25% alsgrenswaarde.Daarnaast stelde de Minister dat winst binnen de organisatie blijft enwordt ingezet voor innovatie, gebouwen en personeel. Maar tegelijkertijdwordt essentiële zorg afgeschaald en blijft het personeelstekort bestaan. Isde Minister in ieder geval bereid om met Zuyderland en CZ afspraken temaken over het verplicht investeren van winsten in maatschappelijkedoelen, zoals het behoud van acute zorg, het opzetten van leerwerk-plaatsen of het realiseren van huisvesting voor zorgpersoneel?Het is niet aan mij als Minister om te mengen in de personele keuzes offinanciële bedrijfsvoering van individuele ziekenhuizen. Ik ben daarom ookniet bereid om met het Zuyderland en CZ afspraken te maken oververplichte herinvesteringen van positieve financiële resultaten. Welverwacht ik dat instellingen hun maatschappelijke verantwoordelijkheidnemen en beschikbare middelen doelmatig inzetten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 94914 Verder zet het Zuyderland ziekenhuis, zo lezen de leden van de BBB-fractiein het bestuursverslag11, in op zij-instroom, buitenlandse verpleegkun-digen en gepensioneerden. Genoemde leden constateren dat behoud vanhuidig personeel en het creëren van opleidingsplekken onderbelichtblijven. Dit is opmerkelijk, aangezien Zuyderland een SamenwerkendeTopklinische Ziekenhuis (STZ-ziekenhuis) is met een breed opleidings-aanbod: jaarlijks zijn er plekken voor 580 coassistenten, 120 senior-coassistenten, 150 Artsen in opleiding tot specialist (AIOS) en 120 Artsenniet in opleiding tot specialist (ANIOS) verdeeld over tientallen specia-lismen12. Toch lijkt deze opleidingscapaciteit onvoldoende benut teworden om het regionale personeelstekort structureel aan te pakken. Tervergelijking: het Zaans Medisch Centrum (ZMC), een ziekenhuis vanvergelijkbare omvang13, telt ongeveer 50 AIOS en ANIOS en biedtopleidingsplekken in meerdere specialismen, waaronder anesthesiologie,gynaecologie, heelkunde, interne geneeskunde en psychiatrie. Daarnaastbiedt ZMC opleidingen voor GZ-psychologen, klinisch psychologen enpsychotherapeuten. Wat ZMC onderscheidt, is de actieve betrokkenheidvan arts-assistenten via de Vereniging Arts-assistenten ZMC (VAAZ), dieniet alleen inhoudelijke activiteiten organiseert zoals DisciplineOverstijgend Onderwijs (DOO) en wetenschapsavonden, maar ook socialebinding stimuleert via borrels, lunches en uitjes. Deze structuur draagtaantoonbaar bij aan het behoud van jonge professionals.14 Is de Ministerbereid om het Zuyderland ziekenhuis aan te moedigen tot het opzettenvan een Vereniging Arts-assistenten, naar voorbeeld van ZMC, dan weliets vergelijkbaars, om het opleidingsklimaat, de sociale cohesie en hetbehoud van jonge artsen te versterken?Zoals aangegeven investeert het Zuyderland zowel in het werven als inhet behouden van personeel. Het Zuyderland zet daarbij in op innovatie,vitaliteit, een veilig opleidingsklimaat en aantrekkelijk werkgeverschap.Het Zuyderland ziekenhuis geeft aan «opleiden» als meer dan eenkerntaak te beschouwen. Met een erkenning voor 27 medische vervolgop-leidingen en 4 differentiaties medische psychologie begeleidt hetZuyderland jaarlijks ruim 600 medische studenten en meer dan 250arts-assistenten. Om dit te organiseren beschikt het ziekenhuis over eenafdeling Medische Opleidingen en een Centrale Opleidings Commissie(COC). Deze commissie vervult ook een toezichthoudende en bemidde-lende rol. Arts-assistenten en coassistenten zijn actief betrokken bij beleiden besluitvorming via hun verenigingen ZuydAss en CodeZuyd. Daarnaastwordt nadrukkelijk ingezet op een werkomgeving die aantrekkelijk is voorhuidige en toekomstige arts-assistenten, bijvoorbeeld via een breed paletonderwijsaanbod op thema’s als communicatie, duurzaamheid, zieken-huisfinanciering en persoonlijke veerkracht. Ook zijn er intervisie, mentor-en buddyprogramma’s ingericht zodat praktische vragen in een veiligesetting besproken kunnen worden.Al met al constateer ik dat er reeds veel soortgelijke initiatieven als in hetZaans Medisch Centrum lopen binnen het Zuyderland ziekenhuis.Kan de Minister aangeven hoe de huidige opleidingsinspanningen vanZuyderland zich verhouden tot het daadwerkelijke behoud van personeelin de regio? Wordt er gemonitord of opgeleide professionals ookdaadwerkelijk in de regio blijven werken? Is de Minister bereid om, samenmet Zuyderland en Maastricht UMC+, een regionaal programma op te11https://zuyderland.nl/wp-content/uploads/2025/06/Bestuursverslag-2024-Zuyderland-def.pdf,12https://zuyderland.nl/werken-en-leren/zuyderland-academie/opleiding/medische-opleidingen/13https://www.zaansmedischcentrum.nl/default/assets/File/ZMC_Jaarverslag_2023.pdf14https://www.werkenbijzmc.nl/opleidingen/opleiding-medisch-specialistTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 94915 zetten waarin opleiding, huisvesting en loopbaanontwikkeling integraalworden aangepakt om de Limburgse zorgregio structureel te versterken?Zuyderland levert samen met onderwijsinstellingen en andere zorgaan-bieders een bijdrage aan het opleiden van nieuwe zorgprofessionals.Binnen het landelijke AZW15-programma wordt voor de verschillendembo- en hbo-opleidingen data gepresenteerd over het sectorrendement:het aandeel gediplomeerden dat aan de slag gaat in zorg en welzijn.Daarbij is geen onderscheid gemaakt tussen mensen die binnen of buitende regio gaan werken. Het Zuyderland geeft zelf aan dat zij «voor deregio» opleidt, dat wil zeggen dat veel afgestudeerden elders binnen zorgen welzijn in de regio aan het werk gaan. Tegelijkertijd werkt hetziekenhuis aan meer behoud door het bieden van ontwikkelmogelijk-heden, flexibele inzet en door een veilige werkcultuur te versterken. Ookworden loopbaanpaden tussen organisaties, zoals tussen de spoedei-sende hulp en de ambulancedienst, ontwikkeld om de binding met deregio te vergroten.Naast opleiden en loopbaanontwikkeling zijn er ook kansen in dekoppeling met huisvesting. Zo heeft de gemeente Heerlen afgesprokenom zorgprofessionals die zich in de regio willen vestigen met voorrangeen woning toe te wijzen, en andere gemeenten willen hierbij aansluiten.Dit soort integrale initiatieven sluit aan bij het transformatieplan «Werkmaken van werken in Zorg en Welzijn» voor Zuid-Limburg, dat op17 september 2025 is goedgekeurd. Via dit plan en de inzet van transfor-matiemiddelen ondersteunt de Rijksoverheid de regio reeds bij hetversterken van instroom, behoud en duurzame loopbanen, in nauwesamenwerking met Zuyderland, Maastricht UMC+ en regionale partners.Gelet op de veelbelovende regionale plannen die er al zijn, zie ik geentoegevoegde waarde in het opzetten van een vergelijkbaar regionaalprogramma.In het commissiedebat acute zorg van 25 september heb ik toegezegd omde samenwerkingsverbanden die het Zuyderland ziekenhuis heeft op hetgebied van opleiden met uw Kamer te delen. Ik betrek deze toezeggingdaarom bij de beantwoording van deze vraag. In de bijlage is eenopsomming gemaakt van de samenwerkingen van Zuyderland op hetgebied van opleiden (exclusief medisch specialistische opleidingen). Ikbeschouw de toezegging hiermee als afgedaan.Ook bevestigde de Minister dat CZ en Zuyderland gezamenlijk hebbenbesloten tot verplaatsing van acute zorg naar Sittard-Geleen. Is deMinister bereid om transparant te maken welke rol CZ heeft gespeeld inde besluitvorming over de toekomst van de zorgvoorzieningen in Heerlen,en hoe wordt geborgd dat burgers en lokale overheden daadwerkelijkzeggenschap hebben over hun regionale zorgvoorzieningen?Vanuit het Zuyderland ziekenhuis is eind 2023 gekozen om een proces teorganiseren waarbij alle stakeholders konden meepraten en meedenkenover de toekomstige inrichting van het ziekenhuis. Onder voorzitterschapvan mevrouw Bouwmeester heeft de regietafel16 via een bredemaatschappelijke verkenning onderzocht hoe de zorg bij Zuyderland hetbeste vorm kan krijgen. Bij dit traject zijn burgers en stakeholders uit deregio en provincie intensief betrokken. De regietafel heeft vervolgens eenadvies gegeven dat door het Zuyderland ziekenhuis en zorgverzekeraar CZ15Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn – programma16De regietafel bestond uit Burgerkracht Limburg, huisartsen van de Oostelijke en WestelijkeMijnstreek, Ambulancezorg Limburg, zorgverzekeraar CZ en het Zuyderland ziekenhuis.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 94916 is overgenomen. Alle interne gremia, zoals de cliëntenraad, OR, Raad vanToezicht hebben vervolgens akkoord gegeven op de plannen.De zeggenschap van burgers en lokale overheden is geregeld in hetUitvoeringsbesluit Wkkgz en de Uitvoeringsregeling Wkkgz. De TweedeKamer heeft een amendement op de Wkkgz aangenomen dat degemeente de gelegenheid geeft een zwaarwegend advies uit te brengenals de sluiting van een SEH wordt overwogen. In aanvulling daarop heb ikeen handreiking uitgebracht om de dialoog in de regio te bevorderen. Enik heb een aanscherping van de regelgeving in internetconsultatiegebracht. Deze moet de vroegtijdige en daarmee betere betrokkenheidvan gemeenten en inwoners bewerkstelligen.Tot slot horen de leden van de BBB-fractie dat in Sittard-Geleen groteonrust heerst nu de spoedeisende hulp (SEH) tijdens de verbouwinggesloten is en patiënten moeten uitwijken naar Heerlen. Tegelijkertijd zienwe dat vanaf 2030 de situatie wordt omgedraaid, maar dan definitief. Danis er voor de honderdduizenden inwoners in Parkstad en WestelijkeMijnstreek nog maar één volwaardige spoedeisende hulp in Sittard-Geleen. In hoeverre is de Minister van mening dat je een regio van dezeomvang en kwetsbaarheid kunt overlaten aan één SEH? Hoe zou deMinister handelen als een vergelijkbare situatie zich zou voordoen in eenomgeving als Amsterdam of Rotterdam, en wat is de Minister concreetbereid te doen om te zorgen dat ook in Heerlen een vorm van volwaardigespoedeisende hulp behouden blijft?Ik vind het belangrijk dat iedereen, ongeacht zijn of haar woonplaats,toegang heeft tot kwalitatief goede zorg. Dat geldt ook voor de inwonersvan de Parkstadregio. Keuzes over de inrichting van het zorgaanbod in hetziekenhuis kunnen alleen door het ziekenhuis (in afstemming met deverzekeraar) worden gemaakt, na het doorlopen van een zorgvuldigproces met alle stakeholders. Bestuurders en zorgprofessionals van hetziekenhuis moeten immers altijd de verantwoordelijkheid kunnen dragenvoor het leveren van veilige zorg. Ik heb er begrip voor dat hetZuyderland-ziekenhuis als gevolg van personeelstekorten de SEH niet optwee locaties kan openhouden en zou in vergelijkbare situaties in andereregio’s hetzelfde standpunt innemen. De toezichthouders – IGJ en NZa –bewaken of de kwaliteit en de toegankelijkheid van zorg geborgd blijftconform de daarbij geldende wet- en regelgeving.Vervolgens enkele vragen over de brieven. In de brief en beslisnota wordtbij alle vier de moties gesteld dat de uitvoering primair bij het ziekenhuisligt, en dat de Minister slechts de wens van de Kamer zal overbrengen. Deleden van de BBB-fractie vinden dit een te passieve houding, zeker geziende urgentie van de situatie in Parkstad. Is de Minister bereid om, in plaatsvan enkel het overbrengen van wensen, actief regie te nemen in hetfaciliteren van een masterplan voor personeel, het opzetten van eennationaal centrum voor geboortezorg en het voorkomen van verdereafschaling van zorg in Heerlen?Zowel in de Kamerbrief van 3 juli jl.17 van mijn voorganger als in hetcommissiedebat acute zorg is een uitgebreide toelichting gegeven op demoties en de rol die ik als Minister daarbij heb. Ik zie geen aanleidinghierin een ander standpunt in te nemen.Daarnaast stelt de Minister dat een aanwijzing op basis van artikel 7 Wetmarktordening gezondheidszorg (WMG) niet mogelijk is voor eenindividuele zorgaanbieder. Genoemde leden vragen welke alternatieven er17Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 765, nr. 938Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 94917 zijn. Is de Minister bereid om te verkennen welke andere juridische ofbeleidsmatige instrumenten beschikbaar zijn om de afschaling van acutezorg in Heerlen te voorkomen, bijvoorbeeld via het Integraal Zorgakkoord,regionale convenanten of aanvullende regelgeving? Is de Minister bereidom in het kader van het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) eenregionale differentiatie in te voeren, waarbij kwetsbare regio’s zoalsParkstad extra ondersteuning krijgen bij het behoud van acute zorg en hetoplossen van personeelstekorten?Zoals aangegeven wordt vanuit het Zuyderland volop geïnvesteerd inpersoneel.Dit kabinet zet zich daarnaast in voor het terugdringen van de arbeidste-korten in de zorg. In het AZWA worden concrete maatregelen genomendie gericht zijn op het afwenden van een onbeheersbaar arbeidsmarkt-tekort en op een gelijkwaardigere toegang tot zorg en ondersteuning.Daarnaast zijn vanuit het eerder afgesloten IZA landelijk transformatiemid-delen beschikbaar gesteld voor de uitvoering van regionale plannen diede zorg anders organiseren, toegankelijker maken en betaalbaar houden.Op 17 september 2025 is het transformatieplan «Werk maken van werkenin Zorg en Welzijn» voor Zuid-Limburg goedgekeurd. Met dit plan komt12,7 miljoen euro beschikbaar voor de regio. Het plan sluit aan bij delandelijke beleidslijnen uit het regeerprogramma en vertaalt deze concreetnaar de Zuid-Limburgse context. Voor de regio Parkstad betekent dit datinstellingen samen met onderwijs en gemeenten investeren in oplos-singen die het personeelstekort structureel moeten verlichten. Daarmeelevert het landelijke beleid via de beschikbaar gestelde transformatiemid-delen dus een directe bijdrage aan de regionale aanpak van de arbeids-marktkrapte.Tot slot willen de leden benadrukken dat de acute zorg in Oost-Nederlandmomenteel onvoldoende is gedekt. Zowel het Landelijk Netwerk AcuteZorg (LNAZ) als uzelf onderstrepen het belang van een Mobiel MedischTeam (MMT) met een traumahelikopter op Vliegveld Teuge. Maar door hetontbreken van een actueel luchtvaartbesluit duurt het stationeren van dehelikopter langer dan wenselijk is18, terwijl bij levensbedreigende situatiesiedere minuut telt. Kan de Minister toezeggen bij de provincie Gelderlandaan te dringen op een tijdelijke uitzondering voor de stationering van eentraumahelikopter op Teuge, zodat de acute zorg in Oost-Nederland directverbeterd wordt? De leden van de BBB-fractie verwijzen hierbij naar deunaniem aangenomen motie van het lid Rikkers-Oosterkamp (Kamerstuk31 765, nr. 924 ), waarin de regering wordt verzocht dit actief bij deprovincie onder de aandacht te brengen en mee te nemen in het nieuweluchthavenbesluit.Naar aanleiding van de door u aangehaalde motie van het lid Rikkers-Oosterkamp ben ik in overleg getreden met de provincie Gelderland enheb ik aandacht gevraagd voor de stationering van een helikopter opTeuge. Ik heb ook verzocht dit mee te nemen in een nieuw luchthavenbe-sluit. Een nieuw luchthavenbesluit is noodzakelijk omdat er op dit momentis er geen geldig luchthavenbesluit is en er wordt teruggevallen op deomzettingsregeling luchthaven Teuge. De provincie geeft aan reedsgestart te zijn met voorbereidende werkzaamheden in aanloop naar eennieuw luchthavenbesluit. Ze geeft aan een positieve grondhouding tehebben ten aanzien van de stationering van een helikopter op Teuge. Welgeeft de provincie aan dat een tijdelijke oplossing niet aan de orde is18Omroep Gelderland, 14 september 2025, https://www.gld.nl/nieuws/8363773/wanneer-komt-die-traumaheli-echt-naar-teugeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 94918 omdat er een milieueffectrapport (mer) moet worden uitgevoerd enpassende geluidsruimte moet worden gevonden. Het is uiteindelijk aan deprovinciale staten van de provincie Gelderland om een besluit te nemenover een nieuw luchthavenbesluit, en daarmee over de mogelijkheid ommet een traumahelikoper te kunnen gaan vliegen vanaf Teuge.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief van deMinister inzake «Reactie op de ingediende moties tijdens het tweeminu-tendebat Medisch Zorglandschap van 21 mei 2025» en hebben hierovernog enkele vragen. Deze leden constateren dat de Minister niet bereid iseen verkenning uit te voeren naar het waarborgen van goede geboor-tezorg in de regio Parkstad, ondanks meerdere aangenomen moties. Zijvragen waarom de Minister niet bereid is deze verkenning uit te voeren enwaarom hij geen rol voor zichzelf ziet. Genoemde leden vragen nogmaalsof de Minister bereid is een actieve bijdrage te leveren aan goedegeboortezorg in de regio. De leden van de CDA-fractie vragen of deMinister uitgebreid uiteen wil zetten wat de vervolgstappen zijn om tekomen tot goede geboortezorg in de regio Parkstad. Welke concrete optiesen beleidsmaatregelen liggen daarbij op tafel, welk tijdspad ziet deMinister voor zich, welke rol ziet de Minister voor zichzelf en voor deandere betrokkenen, en wanneer wordt de Kamer hierover geïnformeerd?Zowel in de Kamerbrief van 3 juli jl.19 van mijn voorganger als in hetcommissiedebat acute zorg op 25 september jl. is een uitgebreidetoelichting gegeven op de moties en de rol die ik als Minister daarbij heb.Keuzes over de inrichting van het zorgaanbod worden gemaakt door hetziekenhuis en de verzekeraar in afstemming met de regionale stake-holders. Dat geldt ook voor de uitwerking van de geboortezorg voor dezeregio. In de Kamerbrief over stand van zaken moties en toezeggingen van10 juli jl. bent u geïnformeerd over de stand van zaken rond de geboor-tezorg.Goede en veilige geboortezorg na 2030 is één van de onderwerpenwaarvoor het Zuyderland samen met de regionale partners een planuitwerkt in een werkgroep.De werkgroep bestaat uit een vertegenwoordiging van gynaecologen uitZuyderland medisch centrum, verloskundigen uit de eerste lijn,kraamzorg, GGD/Trendbreuk, huisartsen en zorgverzekeraar CZ. Ookparticipeert een lector sociale zorg in de verloskunde. Daarnaast onder-houdt het ziekenhuis contact met een groep burgers en ervaringsdeskun-digen, verenigd in de netwerkorganisatie «Burgerkracht», zodat hunperspectief wordt meegenomen in het plan. De vastgestelde uitgangs-punten voor de uitwerking van de werkgroep zijn:−Zwangere vrouwen kunnen voor alle geboortezorg in Heerlen terecht.Alleen als er sprake is van een bevalling in het ziekenhuis zal debevalling plaatsvinden in Sittard-Geleen, de voor- en nazorg is inHeerlen.−Er wordt ingezet op kwalitatief goede begeleiding van en veiligegeboortezorg voor zwangere vrouwen bieden, in het bijzonder in deregio Parkstad. Hierbij wordt rekening gehouden met de specifiekesituatie in Parkstad, de toenemende druk op de arbeidsmarkt en deverplaatsing van de acute verloskunde en het geboortecentrum vanaf2030 naar Sittard-Geleen.−Ontwikkelingen op het gebied van AI en digitale zorg wordenmeegenomen.19Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 765, nr. 938Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 94919 −Er wordt onderzocht welke (nieuwe) samenwerkingen er nodig zijntussen alle betrokkenen bij de geboortezorg.−De inzet wordt om geboortezorg meer naar thuis en de wijk tebrengen.−Geboortezorg wordt gezien als de hele cyclus van preconceptie zorgtot bevalling en nazorg. Sociale verloskunde is nadrukkelijk onderdeelvan het plan. Het gaat niet alleen om de zwangerschapsbegeleidingmaar vooral ook ondersteunen in hoe voor te bereiden op hetmoederschap daar waar dat nodig is.−Samen met de werkgroep vervoer worden scenario’s uitgewerkt voorde categorie bevallingen waarbij mensen met eigen vervoer naar hetziekenhuis moeten.De planning is erop gericht om in de tweede helft van 2026 het uitge-werkte plan voor de geboortezorg na 2030 op te leveren. Ik zal uw Kamerhier over informeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 94920
Gerelateerde bronnen
- De beantwoording van het schriftelijk overleg over het Zuyderland (inbreng d.d. 17 september jl.) ontvangt de Kamer voor 1 november 2025. Daarin wordt de vraag
De beantwoording van het schriftelijk overleg over het Zuyderland (inbreng d.d. 17 september jl.) ontvangt de Kamer voor 1 november 2025. Daarin wordt de vraag van het lid Claassen over de samenwerking tussen de onderwijsinstellingen en het Zuyderlandziekenhuis meegenomen.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.