KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over de voortgangsrapportage Toekomstagenda ‘zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking’ (Kamerstuk 24170-354)

3 jul 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie df05c65a7bcb84aa · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202524 170GehandicaptenbeleidNr. 360 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 3 juli 2025 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Staatssecretaris vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport over de brief van 28 maart 2025 overde Voortgangsrapportage Toekomstagenda «zorg en ondersteuning voormensen met een beperking» (Kamerstuk 24 170, nr. 354).De vragen en opmerkingen zijn op 28 april 2025 aan de Staatssecretarisvan Volksgezondheid, Welzijn en Sport voorgelegd. Bij brief van 3 juli2025 zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,MohandisAdjunct-griffier van de commissie,Meijerink kst-24170-360ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 3601 InhoudsopgaveI.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie6Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie7Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie8Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie8II.Reactie van de Staatssecretaris8 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de brief van deStaatssecretaris, met onderliggende bronnen en hebben hierover nog eenaantal vragen.In de brief van de Staatssecretaris wordt gesproken over de Innovatie-Route. De leden van de PVV-fractie hebben met bewondering kennisge-nomen van deze online tool die organisaties zou kunnen helpen met hetdoorvoeren van technologische implementatieprocessen. De leden van dePVV-fractie vragen of er bekend is hoeveel bedrijven hiervan momenteelgebruik maken. Is er ook een overzicht beschikbaar van succesvolleimplementaties die zijn uitgevoerd met behulp van de InnovatieRoute?De leden van de PVV-fractie hebben ook kennisgenomen van de video-serie op de website van de Rijksoverheid over zorg voor mensen met eenbeperking. Tijdens de video was te zien dat de interviewer gebruik maaktvan een stuurknop, die hij mag gebruiken ter ondersteuning van zijnbeperking met de handen en armen. Zo worden in de VS, maar ook in demeeste landen van de EU, pedaalverhogers toegepast in auto’s. Een grootvoordeel hiervan is dat de aanpassingen niet permanent aan de auto«vast» zitten, maar eenvoudig zijn over te plaatsen. Voor mensen diebeperkt zijn in hun lengte of in de benen, zijn nog geen soortgelijkeoplossingen toegestaan in Nederland. Is de Staatssecretaris bereid om inoverleg met collega’s van I&W te kijken naar het toestaan van praktischeoplossingen in of aan voertuigen in het verkeer, om zo het eigen vervoertoegankelijker te maken voor mensen met een beperking? Is het mogelijkom een schematisch overzicht te krijgen van de verschillende oplossingenin het verkeer die nu al zijn toegestaan voor mensen met een beperkingen welke oplossingen eraan komen?In een andere video op de website van de Rijksoverheid hebben de ledenvan de PVV-fractie een mevrouw gezien die een passende baan heeftgevonden, die aansluit op haar beperking. De leden van de PVV-fractie zijnbenieuwd of dit ook mogelijk zou zijn voor mensen met een Wlz-indicatie.Mogen mensen met een Wlz-indicatie ook betaald werk verrichten(bijvoorbeeld in de retailsector zoals de mevrouw uit de video)? Zijn ergevolgen voor de Wlz-uitkering als deze mensen betaald werk verrichten?En zo ja, wat zijn deze gevolgen dan?In de jaarlijkse evaluatie van het Ontwikkelprogramma Complexe Zorg(OPCZ) 2024 lezen de leden van de PVV-fractie dat er wordt gewerkt aanhet doorvoeren van duurzame veranderingen in de werkwijze enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 3602 organisatiecontext. Hiermee wordt in de tekst gedoeld op het aantrekkenen behouden van (gekwalificeerd) personeel, zodat er minder afhanke-lijkheid is van de inzet van ZZP’ers. De leden van de PVV-fractie vragenhoe men van plan is om de werkwijze te «verduurzamen» zonder dewerklast van het huidige personeel te intensiveren, om zo ZZP’ers weg tebezuinigen. Hoe heeft men deze «verduurzaming» nu voor ogen? Leidt dittot extra werklast voor het eigen, huidige personeel? Moet het eigenpersoneel hierdoor meer diensten draaien? Hoe wordt uitgesloten dat hetniet een bezuiniging op personeelskosten wordt? Is er over nagedacht datZZP’ers misschien bij een buur-organisatie aan de slag gaan, en zo nee,wat is de visie hierop qua «verduurzaming»?In de Voortgangsrapportage 2024 (IIG-2, BALC-2 en RegioKracht) lezen deleden van de PVV-fractie dat de motivatie en inzet van de organisatiesvertraagd worden door personele wisselingen en complexiteit vantransities. Zijn deze personele wisselingen natuurlijk verloop? Is er meerbekend over de oorzaken die ertoe leiden dat mensen de organisatiewillen verlaten? Zo ja, wat zijn de drie meest voorkomende oorzaken?De leden van de PVV-fractie lezen in het document Uitvoering gespeciali-seerde cliëntondersteuning (GCO) dat er tot nu toe 1.391 unieke cliëntengeholpen zijn, met een groei in het aantal aanmeldingen en het doel omuiteindelijk tenminste 3.000 cliënten te ondersteunen. Is het mogelijk omeen overzicht te krijgen van de totaal gemaakte kosten om deze 1.391unieke cliënten te kunnen helpen, en wat de gemiddelde kosten per cliëntzijn? Ook zijn de leden van de PVV-fractie benieuwd naar de hoogste enlaagste uitschieters qua kosten (en indien mogelijk ook met de zorgvraagerbij). Wat zijn de verwachtingen van de verdeling van de kosten als decapaciteit van 3.000 unieke cliënten is behaald?Als laatste zijn de leden van de PVV-fractie ook benieuwd of er tijdens hetonderzoek en de uitvoering relevante bijvangsten zijn gedaan die hebbengeleid tot een hogere kwaliteit of efficiëntere manier van cliëntonder-steuning. Zijn er op dit vlak nieuwe bevindingen die mogelijk relevantkunnen zijn in de toekomst?Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van devoortgangsrapportage Toekomstagenda «zorg en ondersteuning voormensen met een beperking». Zij hebben hierbij nog enkele vragen enopmerkingen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken allereerst op dat het lidWesterveld in november 2022 de initiatiefnota «Ons land is beperkt» heeftgepresenteerd (Kamerstuk 36 282, nr. 2). De voorgenoemde leden zijnteleurgesteld dat er vooralsnog geen reactie vanuit het kabinet isverschenen op de nota. Wanneer kan de Kamer een reactie op deinitiatiefnota verwachten? Zou de Staatssecretaris tevens nader kunnentoelichten waardoor er nog geen reactie op de nota ligt? Herkent deStaatssecretaris dat het laten liggen van dergelijke zaken potentieel alleenmaar verder bijdraagt aan gevoelens van mensen met een beperking datzij onvoldoende gehoord en gezien worden door de politiek? Zo ja, welkeconcrete maatregelen neemt de Staatssecretaris, naast de werkagendavan de Nationale Strategie VN-Verdrag Handicap, om erop toe te zien datmensen met een beperking wél voldoende gehoord worden door hetkabinet en de politiek in bredere zin? Welke concrete maatregelen neemtde Staatssecretaris bijvoorbeeld om de deelname van mensen met eenbeperking aan de politiek te bevorderen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 3603 De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de Staatssecretaris opdit moment de werkagenda Nationale Strategie VN-Verdrag Handicap aanhet schrijven is, samen met mensen met een beperking. Wanneer kan deKamer deze werkagenda verwachten? Wordt bij deze werkagenda ookrekening gehouden met de implementatie van het verdrag in CaribischNederland? Zo nee, waarom niet en op welke andere wijze wordt deimplementatie in Caribisch Nederland dan wel bevorderd? Zo ja, op welkewijze worden mensen met een beperking uit Caribisch Nederlandbetrokken? Indien zij hierbij niet worden betrokken, hoezo niet? Zou deStaatssecretaris tevens nader kunnen toelichten op welke wijze mensenmet een beperking betrokken worden bij het schrijven van dewerkagenda, waarbij inzichtelijk wordt gemaakt in welk stadium of welkestadia van het proces zij worden betrokken en op welke wijze hun inputwordt meegenomen? Ontvangen ervaringsdeskundigen ook eenvergoeding op basis van hun hulp bij het meeschrijven aan dewerkagenda? Zo nee, waarom, niet? Zo ja, wat voor vergoeding?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de Staatssecretaris,waar nodig, investeert in de opvulling van kennishiaten. Kan zij nadertoelichten op welke concrete wijze zij hierin investeert? De voorgenoemdeleden lezen tevens dat er voor 25 gemeenten extra (SPUK) middelenbeschikbaar gesteld worden voor het doorontwikkelen van de functieonafhankelijke clientondersteuning. Hoe verhoudt zich dit tot de bezuini-gingen op de gemeenten? In hoeverre zijn deze middelen voldoendetoereikend voor gemeenten om deze werkwijze verder door te ontwik-kelen, naast hun reguliere taken? Kan de Staatssecretaris tevens nadertoelichten hoe de positieve punten die benoemd worden in de brief zichverhouden tot de aangekondigde bezuinigingen en hoe dergelijkepositieve ontwikkelingen in stand kunnen worden gehouden op hetmoment dat de bezuinigingen in werking zullen treden?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de Staatssecretariszich samen met de VNG zal blijven inzetten om te stimuleren datlangdurige indicaties worden toegepast in situaties waar dat nodig is. Devoorgenoemde leden ontvangen echter ook veel signalen dat dit nog veelte weinig gebeurt in de praktijk. Kan de Staatssecretaris nader toelichtenop welke concrete wijze zij zich zal inzetten om het toepassen vanlangdurige indicaties in situaties waar dat nodig is te stimuleren? Hoeveelgemeenten maken in de praktijk gebruik van de handreiking Verrassendpassend? Is de Staatssecretaris bekend met de zorgen dat door middelvan Verrassend passend alsnog het resultaatgericht en beschikkingsarmbeschikken mogelijk gemaakt wordt? Hoe rijmt dit met eerdere uitsprakenvan de Centrale Raad van Beroep waarin gesteld wordt dat resultaatge-richt beschikken niet mag zonder tijdsindicatie wegens een gebrek aanrechtszekerheid?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de Staatssecretaris hetkomende jaar in gesprek gaat met de partijen verbonden aan deToekomstagenda om te kijken hoe de inzichten uit het Tranzo onderzoek«Beter benutten ervaringsdeskundigheid» in de praktijk toegepast kunnenworden. Zullen er ook ervaringsdeskundigen aanwezig zijn bij degesprekken? Kan de Staatssecretaris een helder en concreet tijdsplanaanleveren voor het verwerken van de informatie uit deze gesprekken ende uitkomst?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van detoelichting van de Staatssecretaris op de uitvoering van de moties-Westerveld. Deze leden zien echter niet terug op welke wijze de Staatsse-cretaris uitvoering heeft gegeven aan de heldere opdrachten die gegevenworden in de moties, namelijk het regelmatig langs laten komen vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 3604 gespecialiseerde vertrouwenspersonen bij mensen met een beperking dieverblijven in zorginstellingen en zorgboerderijen en het vrijspelen vaninspecteurs voor de gehandicaptenzorg zodat toezicht gehouden kanworden op de intramurale gehandicaptenzorg en PGB-wooninitiatieven.De voorgenoemde leden zijn van mening dat de ingezette lijnen waar deStaatssecretaris naar verwijst, geen invulling geven aan de concreteoproepen uit de moties. Kan nader toegelicht worden waarom er geenuitvoering wordt gegeven aan de concrete oproepen uit de moties? Welkeconcrete maatregelen kan de Staatssecretaris wel nemen om uitvoering tegeven aan de heldere oproepen in de moties?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie missen een reflectie op deimpact van de aangekondigde bezuinigingen op de gehandicaptenzorg.Kan de Staatssecretaris reageren op de reactie van de VerenigingGehandicaptenzorg Nederland op de Voorjaarsnota, waarin wordt gestelddat de bezuinigingen volstrekt onverantwoord zijn, zeker als gekekenwordt naar het feit dat de sector het al zwaar heeft momenteel? Kan deStaatssecretaris reflecteren op het feit dat het financiële kader voor de Wetlangdurige zorg (Wlz) structureel neerwaarts wordt bijgesteld op basis vanramingen van de NZa, ondanks het feit dat de NZa zelf aangeeft dat dezeramingen met onzekerheid zijn omgeven?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de Toekomstagendaloopt tot en met 2026. Uit de financiële tabel (blz. 55 van de programma-tische uitwerking toekomstagenda) leiden zij af dat voor enkele onder-delen van de toekomstagenda slechts tot eind 2025 financiële middelenzijn begroot. Kan de Staatssecretaris nader toelichten welke plannen erliggen voor een vervolg als de looptijd en/of financiering van de toekomst-agenda is geëindigd?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren overigens dat er eenstilstand van beleid lijkt te zijn: hoewel er momenteel gewerkt wordt aaneen werkagenda en er al een Toekomstagenda ligt, lijkt er in de praktijknog weinig van terug te komen en is er onvoldoende verbetering voormensen met een beperking. Hoe reflecteert de Staatssecretaris hierop?Welke concrete maatregelen gaat de Staatssecretaris nemen om destilstand in beleid tegen te gaan en actie te ondernemen? Welke concreteacties is de Staatssecretaris bijvoorbeeld van plan in het komende jaar inte zetten en wat hoopt zij hiermee te bereiken?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zien nog steeds dat er veelurgente problemen zijn met het leveren van zorg aan mensen met eencomplexe zorgvraag. Zij lezen dat in totaal 65 zorgaanbieders interessehebben getoond in het Ontwikkelprogramma Complexe zorg, waarvan 56de intakefase hebben doorlopen. Hoeveel zorgaanbieders gaan nudaadwerkelijk aan de slag met dit Ontwikkelprogramma? De leden lezenoverigens dat er bestuurlijke afspraken zijn gemaakt tussen ieder(in),VGN, ZN en VWS, om ervoor te zorgen dat voorkomen wordt datzorgvragen (onnodig) groter worden en er beter inzicht verkregen kanworden in het aantal wachtenden en het verbeteren van de samen-werking. Welke afspraken zijn er gemaakt en hoe hebben deze afsprakentot nu toe de praktijk verbeterd?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben vernomen dat er eenextra onderzoek is gestart naar de vraag waarom jongeren van 12 tot27 jaar in zorgprofiel VG7 terechtkomen. Wanneer kan de Kamer deresultaten van dit onderzoek verwachten? Op welke wijze zal de Staatsse-cretaris de uitkomsten van dit onderzoek oppakken? De leden lezen ookdat de samenwerking bij complexe zorgvragen wordt versterkt. Welkeconcrete acties worden ondernomen om deze samenwerking teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 3605 versterken? Aan de hand waarvan wordt het «succes» van deze maatre-gelen gemeten?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat er gewerkt is aan meerbewustwording voor passende ondersteuning voor thuiswonden met eenlevenslange en levensbrede beperking. Kan de Staatssecretaris nadertoelichten welke acties hiervoor zijn ingezet? Wat hoopt de Staatssecre-taris te bereiken door middel van meer bewustwording? Zij lezen tevensdat de moeilijkheden en behoeften van mensen met een beperking, hunnaasten, Wmo-consulenten en cliëntondersteuners rond het keukentafel-gesprek inzichtelijk zijn gemaakt. Welke inzichten zijn verkregen? Welkvervolg krijgt dit?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat ervaringen metgezamenlijk indiceren worden opgehaald. Kan de Staatssecretarisinmiddels aangeven welke inzichten er zijn verkregen uit het ophalen vandeze ervaringen? Op welke wijze wil de Staatssecretaris lering trekken uitde ervaringen en de lessen hiervan in de praktijk toepassen? Is deStaatssecretaris van plan om gezamenlijk indiceren op een grotere schaaltoe passen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wanneer hoopt zij dit te kunnenrealiseren?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie maken zich tevens ernstigzorgen over mensen met een beperking, die om wat voor reden dan ook(bijvoorbeeld door een taalbarrière) onvoldoende de politiek en de juisteondersteuning weten te bereiken. Kan de Staatssecretaris reflecteren ophet bestaan van een blinde vlek wat betreft de behoeften en moeilijkhedenvan deze groep mensen? Welke concrete maatregelen neemt de Staatsse-cretaris om deze groep toch te proberen te bereiken en te helpen waarnodig?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken dat veel mensen meteen beperking zich zorgen maken over de gevolgen van het voornemenom het Wmo abonnementstarief af te schaffen. Kan de Staatssecretarisnader toelichten wat deze afschaffing in de praktijk zal betekenen, in hetbijzonder voor mensen met een levenslange en levensbrede beperking?Op welke wijze zal deze Staatssecretaris voorkomen dat deze mensen infinanciële nood belanden of te maken krijgen met een onredelijkestapeling van zorgkosten wegens het afschaffen van het abonnements-tarief?Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieHet kabinet schrijft in de brief over de relatie tussen deze Toekomstagendaen de werkagenda van de Nationale Strategie VN-Verdrag Handicap. Hetkabinet concludeert: «De werkagenda kan zo voor een versnelling enaanvulling zijn op de in gang gezette beweging van de toekomstagenda.»De leden van de VVD-fractie vragen of deze twee verschillende agenda’s,los van het aanvullende karakter, niet een zekere overlap kennen. Bestaater geen risico van «dubbel werk»?De leden van de VVD-fractie vragen verder, ten aanzien van het afgevenvan de beschikkingen met langere looptijd, waarom dit soort beschik-kingen nog zo beperkt worden toegepast. Welke rol kan de VNG ookspelen in het bevorderen van dergelijke beschikkingen? Is het kabinet hetmet de leden van de VVD-fractie eens dat onnodige herindicatie onnodigveel geld kost?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 3606 De routekaart «Aan de slag met Passende Beschikken in de Wmo» heeft,in samenwerking met de VNG, een «stimulerend» karakter. Zou dezeroutekaart niet dringender geadviseerd moeten worden?Het kabinet schrijft in haar brief: «Momenteel wordt wel onderzocht hoegewaarborgd kan worden dat er voor pgb-initiatieven specialistenouderengeneeskunde en artsen verstandelijke gehandicapten beschikbaarzijn. Op deze manier krijgen budgethouders bij wooninitiatieven adequatemedische zorg. Hierover worden nu gesprekken gevoerd met de IGJ enbranche- en beroepsorganisaties.» Is het kabinet het met de leden van deVVD-fractie eens dat bij (nieuwe) wooninitiatieven de beschikbaarheid vaneen specialist ouderengeneeskunde en/of arts verstandelijke gehandi-capten een vereiste moet zijn? Is het kabinet het met de leden van deVVD-fractie eens dat de basiszorg niet overgelaten kan worden aan dedichtstbijzijnde, zeer waarschijnlijk overbelaste huisarts? Mocht dezehuisarts überhaupt beschikbaar zijn en nieuw patiënten aannemen.Het kabinet schrijft in haar brief ook: «Door te zorgen voor een samen-leving zonder drempels, waarin mensen met een beperking hun plekkunnen innemen en hun talenten kunnen ontwikkelen.» Figuurlijke enletterlijke drempels, nemen de leden van de VVD-fractie aan. Woningenzonder drempels zijn heel schaars en het kabinet is voornemens om deregeldruk voor woningbouwaannemers te verminderen, door onderandere de regels voor toegankelijk bouwen deels te schrappen. Dit draagtwellicht bij aan het sneller realiseren van woningen, maar niet aan hetrealiseren van toegankelijke woningen die een gelijkwaardige enparticiperende positie bieden aan mensen met een handicap. Hoe kijkt hetkabinet hier tegenaan? Hoe gaat het kabinet óók voldoende toegankelijkewoningen realiseren? Heeft de Staatssecretaris van Langdurige enMaatschappelijke Zorg contact met de Minister van Volkshuisvesting enRuimtelijke Ordening over de kabinetsbrede uitwerking van de Toekomst-agenda en de werkagenda van de Nationale Strategie VN-Handicap?Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieMet interesse hebben de leden van de D66-fractie kennisgenomen van debrief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport overgehandicaptenbeleid en de voortgangsrapportage toekomstagenda «zorgen ondersteuning voor mensen met een beperking». Daartoe hebben dezeleden verdere vragen.In de brief benoemt de Staatssecretaris dat er in de Toekomstagendaaandacht besteed wordt aan de talenten van mensen met een beperking.De leden van de D66-fractie vinden dit erg belangrijk, omdat eensamenleving er beter van wordt wanneer iedereen hier op een goedemanier aan kan meedoen. Kan de Staatssecretaris meer duidelijkheidgeven over op welke wijze dit gebeurt, zo vragen de leden van deD66-fractie. Kan de Staatssecretaris meer informatie verschaffen overwelke concrete plannen met bijbehorend tijdspad er bestaan om mensenmet een beperking nog beter te helpen om hun talenten tot hun recht telaten komen?Daarnaast benoemt de Staatssecretaris in haar brief een aantal acties,zoals bijvoorbeeld het ontwikkelen van een transparantieregister voorpgb-gefinancierde wooninitiatieven. Echter ontbreken vrijwel overalduidelijke termijnen waarop de Staatssecretaris verwacht deze plannenuitgewerkt te hebben of verdere ontwikkelingen aan de Kamer te kunnenpresenteren. Daartoe vragen de leden van de D66-fractie of de Staatsse-cretaris meer duidelijkheid kan geven over wanneer en op welke wijze ditzal gebeuren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 3607 Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de Voortgangs-rapportage Toekomstagenda «zorg en ondersteuning voor mensen meteen beperking». Deze leden hebben geen vragen aan de Staatssecretaris.Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de Voortgangsrap-portage Toekomstagenda «zorg en ondersteuning voor mensen met eenbeperking». Zij hebben hier nog enkele vragen en opmerkingen over.De leden van de SP-fractie merken op dat de Staatssecretaris in haar briefniets schrijft over het tegengaan van de onuitlegbare verschillen tussengemeenten als het gaat om de zorg en ondersteuning van mensen meteen beperking. Is zij van plan om dit probleem aan te pakken? Beseft zijinmiddels dat de praktische ervaringen van mensen met een beperkingdaarbij belangrijker zijn dan politieke frames als wijzen op de beleids-vrijheid van gemeenten?De leden van de SP-fractie pleiten ervoor om goede zorg en onder-steuning, toegankelijkheid en gelijkwaardige kansen mensen met eenbeperking breed en integraal te bevorderen. Om dat te bereiken heeft deKamer onder andere de motie-Dobbe/Paulusma (Kamerstuk 24 170,nr. 342) aangenomen, waarmee de regering werd verzocht om «in lijn metde aanbeveling van het VN-comité, een uitvoeringstoets in te voerenwaarmee wordt getoetst of nieuwe wet- en regelgeving in lijn is met hetVN-verdrag Handicap». Hoe staat het inmiddels met de uitvoering vandeze motie?De leden van de SP-fractie vragen daarnaast hoe het inmiddels staat metde aangenomen motie-Dobbe c.s. (Kamerstuk 24 170, nr. 351) over ingesprek gaan met gemeenten, mensen met een beperking en organisatiesdie hen vertegenwoordigen over de vraag in hoeverre mensen met eenbeperking voldoende worden ondersteund om hun woon- enenergielasten te kunnen dragen.De leden van de SP-fractie waarschuwen daarnaast dat de geplandebezuinigingen op de langdurige zorg en de Wet MaatschappelijkeOndersteuning een gevaar vormen voor de positie van mensen met eenbeperking. Waarom kiest het kabinet er bijvoorbeeld niet voor om de ruim€ 600 miljoen aan bezuinigingen op het Wlz-kader ook voor 2026 teschrappen?II. Reactie van de Staatssecretaris De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de brief van deStaatssecretaris, met onderliggende bronnen en hebben hierover nog eenaantal vragen.In de brief van de Staatssecretaris wordt gesproken over de Innovatie-Route. De leden van de PVV-fractie hebben met bewondering kennisge-nomen van deze online tool die organisaties zou kunnen helpen met hetdoorvoeren van technologische implementatieprocessen. De leden van dePVV-fractie vragen of er bekend is hoeveel bedrijven hiervan momenteelgebruik maken.In 2024 zijn 33 zorgaanbieders ondersteund bij het implementeren vantechnologie en 7 zorgaanbieders bij het opschalen van technologie aan dehand van de (stappen van) de InnovatieRoute. Dit gebeurt onder de vlagTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 3608 van de Innovatie-impuls gehandicaptenzorg 2. Een overzicht van dezorgaanbieders die ondersteund zijn bij implementatie- of opschalingstra-jecten is te vinden in de meest recente voortgangsrapportage1. Nog nietalle trajecten zijn afgerond – implementatie en opschaling kosten tijd.Is er ook een overzicht beschikbaar van succesvolle implementaties diezijn uitgevoerd met behulp van de InnovatieRoute?De InnovatieRoute is sinds februari 2025 live. Zorgaanbieders zijn dedoelgroep van de InnovatieRoute. In mei 2025 was het aantal accounts374. Het daadwerkelijk aantal zorgaanbieders dat de route gebruikt ligtwaarschijnlijk hoger, omdat het ook mogelijk is de InnovatieRoute tegebruiken zonder account.De InnovatieRoute is nog niet lang genoeg live om te stellen dat zorgaan-bieders zelfstandig succesvolle implementaties hebben uitgevoerd. Ditwordt op dit moment ook niet actief gemonitord omdat de InnovatieRoutevoor eenieder vrij te gebruiken is.De leden van de PVV-fractie hebben ook kennisgenomen van de video-serie op de website van de Rijksoverheid over zorg voor mensen met eenbeperking. Tijdens de video was te zien dat de interviewer gebruik maaktvan een stuurknop, die hij mag gebruiken ter ondersteuning van zijnbeperking met de handen en armen. Zo worden in de VS, maar ook in demeeste landen van de EU, pedaalverhogers toegepast in auto’s. Een grootvoordeel hiervan is dat de aanpassingen niet permanent aan de auto«vast» zitten, maar eenvoudig zijn over te plaatsen. Voor mensen diebeperkt zijn in hun lengte of in de benen, zijn nog geen soortgelijkeoplossingen toegestaan in Nederland. Is de Staatssecretaris bereid om inoverleg met collega’s van I&W te kijken naar het toestaan van praktischeoplossingen in of aan voertuigen in het verkeer, om zo het eigen vervoertoegankelijker te maken voor mensen met een beperking?De leden van de PVV-fractie noemen een aantal voorbeelden vanaanpassingen die worden toegepast in auto’s. Deze, en andere aanpas-singen, zijn ook mogelijk in Nederland aan voertuigen om eigen vervoertoegankelijker te maken voor mensen met een beperking.Indien van toepassing kan een aanvrager bij het UWV of bij de eigengemeente voor een vergoeding voor een aanpassing in aanmerkingkomen. UWV vergoedt aanpassingen die nodig zijn voor werk ofopleiding. Eerst wordt bepaald welk type vervoersvoorziening het bestebij de situatie past. Mogelijkheden zijn een vergoeding voor de aanschafen het gebruik van een bijzonder type auto, een (rolstoel)taxikostenver-goeding of aanpassing van een vervoersmiddel (in bruikleen). Voor deaanpassing van een vervoersmiddel gelden wel enkele beperkingen, zoalsdat RDW de aanpassing moet goedkeuren en dat geen aanpassingenworden vergoed die als algemeen gebruikelijk worden beschouwd. Voormensen die onder de Participatiewet vallen geldt dat zij voor eenvervoersvoorziening voor werk terecht kunnen bij de gemeente.Gemeenten leggen in een verordening vast op welke wijze vervoersvoor-zieningen voor werk (in het kader van de Participatiewet) wordenverstrekt.Als de auto voor privégebruik is kan een vergoeding voor eenauto-aanpassing via de Wmo 2015 van toepassing zijn. De gemeente kijkdan eerst of een andere vervoersvoorziening mogelijk is, bijvoorbeeld1Voortgangsrapportage over Innovatie-impuls, Begeleiding à la carte en RegioKracht | Publicatie| Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 3609 collectief vraagafhankelijk vervoer of individuele (rolstoel)taxivergoeding.Meestal bieden deze vormen van vervoer een passende oplossing.Individuele auto-aanpassingen vanuit de Wmo komen, volgens de VNG,niet vaak voor.Om de veiligheid van het voertuig te waarborgen, moet bij aanpassingenhet voertuig opnieuw door de RDW gekeurd worden (Regeling voertuigen,artikel 6.1). Dit gaat bijvoorbeeld om aanpassingen die de bedienings-manier van het stuur-, of remsysteem wijzigen. Dergelijke aanpassingenzitten vast aan het voertuig en zijn niet demontabel. Bij nieuwe of extraaanpassingen, moet het voertuig opnieuw worden gekeurd.Ik heb geen signalen ontvangen dat dit op dit moment problemenoplevert in de praktijk. Mocht dit zich in de toekomst wel voordoen, danzal ik hierover in gesprek gaan met mijn collega’s van Infrastructuur enWaterstaat.Is het mogelijk om een schematisch overzicht te krijgen van de verschil-lende oplossingen in het verkeer die nu al zijn toegestaan voor mensenmet een beperking en welke oplossingen eraan komen?Aanpassingen aan vervoersmiddelen zijn altijd individueel maatwerk,toegesneden op de unieke behoefte van de persoon met een beperking.Door de diversiteit in beperkingen van de doelgroep en het daaropvol-gende maatwerk dat wordt toegepast in oplossingen voor het toeganke-lijker maken van het eigen vervoer, zijn de oplossingen niet te vatten ineen stroomschema. Voorbeelden van aanpassingen die gemeentenaangeven zijn een (bijrijders)stoel die kan draaien en naar buiten kanschuiven, een verhoogd dak of verlaagde vloer, handbediening voorremmen en gas geven of een kofferbaklift.Alhoewel vrijwel iedere aanpassing maatwerk betreft, zijn er welsystemen die vaker worden toegepast. Voorbeelden hiervan zijn de«joystick» besturing, dit maakt besturen van een auto met lichamelijkebeperking mogelijk. De «handbedrijfsrem» zorgt ervoor dat de auto methandbediening kan worden afgeremd. Ook is er een combinatie van«handgas en -bedrijfsrem», die remmen of gas geven van de auto met dehand mogelijk maakt.In een andere video op de website van de Rijksoverheid hebben de ledenvan de PVV-fractie een mevrouw gezien die een passende baan heeftgevonden, die aansluit op haar beperking. De leden van de PVV-fractie zijnbenieuwd of dit ook mogelijk zou zijn voor mensen met een Wlz-indicatie.Mogen mensen met een Wlz-indicatie ook betaald werk verrichten(bijvoorbeeld in de retailsector zoals de mevrouw uit de video)?Ja, het is mogelijk om betaald werk te verrichten met een Wlz-indicatie,afhankelijk van de mogelijkheden van de betreffende persoon.Zijn er gevolgen voor de Wlz-uitkering als deze mensen betaald werkverrichten? En zo ja, wat zijn deze gevolgen dan?De Wlz geeft geen recht op een uitkering, maar recht op zorg. Alspersonen met een Wlz-indicatie betaald werk verrichten, heeft dat geengevolgen voor de verzekerde zorg die zij vanuit de Wlz ontvangen. Er zijnwel gevolgen voor de eigen bijdrage voor Wlz-zorg, omdat de hoogte vande eigen bijdrage onder meer afhankelijk is van het inkomen van depersoon met een Wlz-indicatie. Met de rekenhulp van het CAK kaninzichtelijk worden gemaakt welke invloed inkomen heeft op de hoogtevan de eigen bijdrage. Ook kunnen er gevolgen zijn voor een Wajong-uitkering. De rekenhulpvan het UWV kan gebruikt worden om de hoogteTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 36010 van de Wajong-uitkering te berekenen als de betreffende persoon meer ofminder gaat werken.In de jaarlijkse evaluatie van het Ontwikkelprogramma Complexe Zorg(OPCZ) 2024 lezen de leden van de PVV-fractie dat er wordt gewerkt aanhet doorvoeren van duurzame veranderingen in de werkwijze enorganisatiecontext. Hiermee wordt in de tekst gedoeld op het aantrekkenen behouden van (gekwalificeerd) personeel, zodat er minder afhanke-lijkheid is van de inzet van ZZP’ers. De leden van de PVV-fractie vragenhoe men van plan is om de werkwijze te «verduurzamen» zonder dewerklast van het huidige personeel te intensiveren, om zo ZZP’ers weg tebezuinigen. Hoe heeft men deze «verduurzaming» nu voor ogen? Leidt dittot extra werklast voor het eigen, huidige personeel? Moet het eigenpersoneel hierdoor meer diensten draaien? Hoe wordt uitgesloten dat hetniet een bezuiniging op personeelskosten wordt?Het aantrekken en behouden van (gekwalificeerd personeel) kan eenonderdeel zijn van het ontwikkelplan. Echter het programma zet breed inom duurzame (blijvende) veranderingen door te voeren in de werkwijzeen organisatiecontext met als doel beter in te spelen op de behoeften vanmensen met een intensieve zorgvraag en onbegrepen gedrag.Zorgvragen worden complexer en dit vraagt om een andere manier vanorganiseren en werken van zorgaanbieders. Vanuit het Ontwikkelpro-gramma wordt elke deelnemende organisatie kosteloos aan een verander-coach en inhoudelijk expert gekoppeld. Zij gaan samen aan de slag metverschillende vertegenwoordigers vanuit de organisatie om in gezamen-lijkheid te bepalen welke veranderingen er nodig zijn en hoe dezeverandering ook daadwerkelijk te creëren en te borgen in de organisatie.Dit vraagt om lef en leiderschap, niet alleen van zorgpersoneel maar ookvan het management en bestuurders. Organisaties stappen hiermeebewust uit de waan van de dag om met elkaar een plan te maken hoe zede zorg voor deze doelgroep toekomstbestendig kunnen maken. Hetdraaien van extra diensten is hierbij niet aan de orde.Is er over nagedacht dat ZZP’ers misschien bij een buur-organisatie aande slag gaan, en zo nee, wat is de visie hierop qua «verduurzaming»?Met duurzame veranderingen wordt gestuurd op blijvende veranderingen.De borging van deze veranderingen is hiermee ook een belangrijkonderdeel van het programma. Er wordt aangesloten bij de ontwikkelbe-hoeften van de organisatie, vanuit het programma wordt niet gestuurd ophet doen vertrekken van ZZP-ers.In de Voortgangsrapportage 2024 (IIG-2, BALC-2 en RegioKracht) lezen deleden van de PVV-fractie dat de motivatie en inzet van de organisatiesvertraagd worden door personele wisselingen en complexiteit vantransities. Zijn deze personele wisselingen natuurlijk verloop?De personele wisselingen zijn deels natuurlijk verloop. Er is gedurende hetprogramma niet gemonitord wat de oorzaak is van de personele wisse-lingen.Is er meer bekend over de oorzaken die ertoe leiden dat mensen deorganisatie willen verlaten? Zo ja, wat zijn de drie meest voorkomendeoorzaken?RegioPlus onderzoekt jaarlijks de uitstroom in zorg en welzijn. Uit hetonderzoek 2024 komt voor de gehandicaptenzorg een top drie vanredenen voor professionals om te vertrekken bij hun organisatie. Ditwaren: werkinhoud, privésituatie (denk hierbij aan verhuizing, te langeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 36011 reisafstand, carrièreswitch, toenemend mantelzorg, of ziekte), enontwikkelmogelijkheden.In 2024 blijkt voor de hele doelgroep met name de privésituatie eenbelangrijke reden om de organisatie te verlaten. Voor de jongereprofessionals (tot 35 jaar) is gebrek aan ontwikkelmogelijkheden eenbelangrijke reden; voor de oudere professionals (55 jaar en ouder) is ditminder belangrijk, en wordt werkdruk vaker genoemd. De middengroep(35–55 jaar) van professionals hecht meer aan inhoud van het werk.De leden van de PVV-fractie lezen in het document Uitvoering gespeciali-seerde cliëntondersteuning (GCO) dat er tot nu toe 1.391 unieke cliëntengeholpen zijn, met een groei in het aantal aanmeldingen en het doel omuiteindelijk tenminste 3.000 cliënten te ondersteunen. Is het mogelijk omeen overzicht te krijgen van de totaal gemaakte kosten om deze 1.391unieke cliënten te kunnen helpen, en wat de gemiddelde kosten per cliëntzijn?Er is sprake van een opbouw in de gespecialiseerde cliëntondersteuning(GCO). De GCO-organisatie is nu ingericht en bereidt zich voor op eengroei van het aantal cliënten. De totale kosten voor de ondersteuning vande 1.391 cliënten in 2024 bedroegen € 9.444.890. Dat is per cliënt eengemiddelde van € 6.790,00 in 2024. De kosten bestaan uit directeondersteuningskosten, kosten van indirecte uren voor o.a. opleiding entraining van de gespecialiseerde cliëntondersteuners, de leer- enverbetercyclus en organisatiekosten.Aan deze cijfers kunnen geen conclusies verbonden worden van de totalekosten van ondersteuning van een cliënt van aanmelden tot afsluiten. Eengroot deel van deze cliënten is ook voor 1 januari 2024 ondersteundgedurende de pilots GCO. De kosten voor een cliënt kunnen per jaarverschillen.De uitvoerder van GCO monitort de kosten, waardoor op termijn meerinzicht zal ontstaan wat de kosten zijn per cliënt en hoe zich dat ontwikkeltin de periode van ondersteuning. In de volgende voortgangsrapportageover GCO in voorjaar 2026 zal de uitvoerder rapporteren over de kostenop basis van de dan beschikbare data. De Tweede Kamer ontvangt dezerapportage.Ook zijn de leden van de PVV-fractie benieuwd naar de hoogste en laagsteuitschieters qua kosten (en indien mogelijk ook met de zorgvraag erbij).De casus waar het grootst aantal uur in 2024 op zijn geschreven betreft dedoelgroep «naasten». Op deze casus zijn in 2024 407,5 directe urengeschreven. Met een tarief van € 90,00 betekent dit € 36.675,00 aankosten. Hoewel de GCO bedoeld is voor doorgaans ingewikkelde situaties,is dit een uitzonderlijke situatie. De GCO biedt hier ondersteuning aanmeerdere kinderen in het gezin en de ouders. De intensieve onder-steuning vloeit voor een groot deel voort uit een lopende rechtszaak tegeneen van de kinderen. GCO ondersteunt de cliënt, onder meer inafstemming met zijn advocaat.De casus waarop in 2024 het minst uren is geschreven heeft € 405,00gekost (4,5 directe uren op jaarbasis) in de doelgroep NAH.Andere casussen waarin weinig kosten worden gemaakt, betreffensituaties waarin consult gegeven wordt of waarin de gespecialiseerdecliëntondersteuning in de zogenaamde «waakvlamstand» staat. Ditbetekent dat de cliënt of het gezin op dit moment in een beheersbaresituatie bevindt, waar ze weer zelf regie kunnen voeren over de situatie.De ondersteuning beperkt zich dan bijvoorbeeld tot één keer in de maandTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 36012 een kort overlegmoment. Wanneer zich complicaties voordoen (denk aanplotselinge ziekenhuisopnames) of er een nieuwe levensfase aankomt(denk aan overgang 18–/18+) kan de gespecialiseerde cliëntondersteuningweer worden opgeschaald. Waakvlamstand kan zich bij alle doelgroepenen zorgvragen voor doen.Wat zijn de verwachtingen van de verdeling van de kosten als decapaciteit van 3.000 unieke cliënten is behaald?De uitvoerder monitort de inspanningen zodat aan het eind van hetprogramma medio 2028 helderheid kan worden gegeven over eenverdeling tussen doelgroepen en een verdeling tussen uitvoeringskosten,niet cliëntgebonden kosten en overhead. Op dit moment zijn nog teweinig data verzameld om betrouwbare uitspraken te doen over eenverdeling van kosten en hoe zich dat ontwikkelt als er meer cliëntenworden ondersteund. In de volgende voortgangsrapportage over GCO invoorjaar 2026 zal de uitvoerder rapporteren over de kosten op basis vande dan beschikbare data. De Tweede Kamer ontvangt deze rapportage.Als laatste zijn de leden van de PVV-fractie ook benieuwd of er tijdens hetonderzoek en de uitvoering relevante bijvangsten zijn gedaan die hebbengeleid tot een hogere kwaliteit of efficiëntere manier van cliëntonder-steuning. Zijn er op dit vlak nieuwe bevindingen die mogelijk relevantkunnen zijn in de toekomst?Het programma Metgezel voorziet in de inrichting van een kwaliteits-systeem en cliëntervaringsonderzoek om de dienstverlening te verbe-teren. Dit wordt in 2025 voorbereid en in 2026 worden hier de eersteresultaten van verwacht. Daarnaast is een proces voor het ophalen vansignalen en trends ingericht. Waar mogelijk worden signalen in de regioopgelost en regio overstijgende of structurele problemen wordenlandelijke geadresseerd. Momenteel wordt bijvoorbeeld – in samen-werking met het kenniscentrum ZEVMB – een notitie voorbereid over devraagstukken bij meerzorgaanvragen.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van devoortgangsrapportage Toekomstagenda «zorg en ondersteuning voormensen met een beperking». Zij hebben hierbij nog enkele vragen enopmerkingen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken allereerst op dat het lidWesterveld in november 2022 de initiatiefnota «Ons land is beperkt» heeftgepresenteerd. De voorgenoemde leden zijn teleurgesteld dat ervooralsnog geen reactie vanuit het kabinet is verschenen op de nota.Wanneer kan de Kamer een reactie op de initiatiefnota verwachten? Zoude Staatssecretaris tevens nader kunnen toelichten waardoor er nog geenreactie op de nota ligt?In het plenair debat VN-verdrag Handicap op 10 december jl. heb iktoegezegd de reactie op de initiatiefnota mee te sturen met dewerkagenda bij de Nationale Strategie VN-verdrag Handicap. Ik verwachtde werkagenda voor het zomerreces naar de Tweede Kamer te sturen.Ik kan me de teleurstelling van de leden van de GroenLinks-PvdA fractiegoed voorstellen. De reactie laat op zich wachten. Reden hiervoor is dat ikde inhoud van de initiatiefnota heel serieus neem. De initiatiefnota bevatconcrete voorstellen waar het kabinet mee aan de slag kan om toe teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 36013 werken naar een inclusieve en toegankelijke samenleving. Mijn inzet wasdaarom om de voorstellen mee te nemen in de afwegingen die gemaaktzijn in de ontwikkeling van de werkagenda. Vandaar dat ik de kabinets-brede reactie op de initiatiefnota heb uitgesteld tot het gezamenlijkversturen met de werkagenda.Herkent de Staatssecretaris dat het laten liggen van dergelijke zakenpotentieel alleen maar verder bijdraagt aan gevoelens van mensen meteen beperking dat zij onvoldoende gehoord en gezien worden door depolitiek?Ik neem de initiatiefnota, die het lid Westerveld heeft opgesteld metmensen over wie het gaat, zeer serieus. Daarom heb ik de inhoud ervanmeteen betrokken bij de ontwikkeling van de werkagenda.Zo ja, welke concrete maatregelen neemt de Staatssecretaris, naast dewerkagenda van de Nationale Strategie VN-Verdrag Handicap, om eroptoe te zien dat mensen met een beperking wél voldoende gehoord wordendoor het kabinet en de politiek in bredere zin?Eén van de dingen waar ik me bij de ontwikkeling van de werkagendavoor heb ingezet, is het betrekken van mensen met een beperking in allefasen van de ontwikkeling. Naast ervaringsdeskundigen zijn 50 vertegen-woordigende organisaties uitgenodigd. Dat betekent overigens niet dat inde ontwikkeling van de werkagenda ik geen situaties heb meegemaaktwaarin mensen met een beperking zich niet gehoord voelen. De lessen diegeleerd zijn in de ontwikkeling van de werkagenda benutten mijn collega’sin het kabinet en ik, in het voortzetten van deze samenwerking bij deuitvoering van de werkagenda.Welke concrete maatregelen neemt de Staatssecretaris bijvoorbeeld omde deelname van mensen met een beperking aan de politiek te bevor-deren?Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werkt aanhet bevorderen van deelname van mensen met een beperking aan depolitiek. Met het Actieplan politieke ambtsdragers met een beperking, datin december 2020 aan de Kamer is gezonden, wil het kabinet mensen meteen beperking in eenzelfde uitgangspositie brengen als mensen zonderbeperking en streeft het ernaar dat in ten minste een derde van degemeenten politieke ambtsdragers met een beperking actief zijn. Intussenis een groot deel van de voornemens uit het Actieplan tot stand gebracht.Zo is bijvoorbeeld bevorderd dat de cursus Actief in de politiek, vanProDemos toegankelijk is gemaakt voor mensen met diverse beperkingen,is er een informatiepunt ingesteld voor veel gestelde vragen van dedoelgroep op www.politiekeambtsdragers.nl, zijn er arbeidsvoorwaarde-lijke aanspraken specifiek op de doelgroep tot stand gebracht op hetgebied van (reis)voorzieningen en ondersteuning en is er twee jaar langeen aanjaagteam actief geweest bestaande uit mensen met een beperkingdie reeds politiek actief zijn. Hiernaast stimuleert het Ministerie vanBinnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de deelname van mensen meteen beperking in het decentraal bestuur ook op andere wijze. Eenvoorbeeld hiervan is het project «Politiek actief met een beperking» metZorgbelang en Participatiepartners, waarbij 20 kandidaten actief gestimu-leerd zijn politiek actief te worden in aanloop naar de gemeenteraadsver-kiezingen van 2026.Om te bevorderen dat mensen met een beperking zo zelfstandig mogelijkkunnen stemmen is in nauwe samenwerking met belangenorganisaties enervaringsdeskundigen een Actieplan toegankelijk stemmen opgesteld. ZijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 36014 worden ook betrokken bij de uitvoering van het actieplan. De opstellersvan dit actieplan zijn het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Konink-rijksrelaties, de Kiesraad, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten ende Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken. Het actieplan is op 6 meijongstleden aan de Tweede Kamer toegestuurd.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de Staatssecretaris opdit moment de werkagenda Nationale Strategie VN-Verdrag Handicap aanhet schrijven is, samen met mensen met een beperking. Wanneer kan deKamer deze werkagenda verwachten?Zoals toegezegd verwacht ik uw Kamer de werkagenda voor deze zomertoe te sturen.Wordt bij deze werkagenda ook rekening gehouden met de implementatievan het verdrag in Caribisch Nederland? Zo nee, waarom niet en op welkeandere wijze wordt de implementatie in Caribisch Nederland dan welbevorderd? Zo ja, op welke wijze worden mensen met een beperking uitCaribisch Nederland betrokken? Indien zij hierbij niet worden betrokken,hoezo niet?De Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport van VWS kijkt op ditmoment wat er nodig is om het verdrag voor Caribisch Nederland teratificeren en implementeren. Beleidsmatig wordt ingezet op een apartprogramma gericht op toegankelijkheid en participatie voor inwoners vanCaribisch Nederland. Hierin zullen acties worden vormgegeven ingezamenlijkheid met partners en ervaringsdeskundigen op de eilandenonder andere door middel van inputsessies.Zou de Staatssecretaris tevens nader kunnen toelichten op welke wijzemensen met een beperking betrokken worden bij het schrijven van dewerkagenda, waarbij inzichtelijk wordt gemaakt in welk stadium of welkestadia van het proces zij worden betrokken en op welke wijze hun inputwordt meegenomen?De ontwikkeling van de werkagenda kende verschillende fasen. Ik hebernaar gestreefd een brede vertegenwoordiging van mensen met eenbeperking mee te laten praten over de werkagenda. In totaal heb ik50 organisaties uitgenodigd om deel te nemen, waarvan tussen de 20 en30 organisaties in alle fasen hebben meegedaan. De verschillendeministeries hebben aanvullend daar op vertegenwoordigende organi-saties en ervaringsdeskundigen uitgenodigd die voor hun specifiekebeleidsterrein relevant waren.In het voorjaar van 2024 zijn we gestart met de eerste ronde bijeen-komsten per levensdomein. Bij die bijeenkomsten waren de betrokkenministeries, vertegenwoordigende organisaties, gemeenten, en relevanteveldpartijen aanwezig. De sessies leverden inzicht op in welke drempels erweggehaald moesten worden om de doelstellingen uiterlijk in 2040 tehebben bereikt. Het verslag van deze bijeenkomsten werd per levens-domein ter feedback voorgelegd aan alle betrokkenen. Vervolgens hebbende ministeries op basis van deze opbrengsten, gecombineerd met deinmiddels gepubliceerde aanbevelingen van het VN-comité en deinitiatiefnota van lid Westerveld, een voorstel met beleidsopties opgestelddie konden bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen. Dit voorstelis in het najaar van 2024 en het voorjaar van 2025 opnieuw besproken meteen bovengenoemde partijen per levensdomein. Op basis van dezebijeenkomsten heeft het kabinet de conceptwerkagenda samengesteld.Deze conceptwerkagenda is vervolgens in een bestuurlijk overlegbesproken met de Alliantie VN-verdrag Handicap (Ieder(in), MIND, LFB,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 36015 Per Saldo), stichting Het Gehandicapte Kind en JongPit. De opmerkingenuit dit overleg heb ik meegenomen in de 1 op 1 overleggen die ik hebgevoerd met mijn collega-bewindspersonen over de werkagenda. En zijn,waar mogelijk, verwerkt.Ontvangen ervaringsdeskundigen ook een vergoeding op basis van hunhulp bij het meeschrijven aan de werkagenda? Zo nee, waarom, niet? Zoja, wat voor vergoeding?De betrokken ervaringsdeskundigen ontvingen een VVV-bon ter waardevan 50 euro per dagdeel dat zij aanwezig waren bij een bijeenkomst eneen reis- en parkeerkostenvergoeding.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de Staatssecretaris,waar nodig, investeert in de opvulling van kennishiaten. Kan zij nadertoelichten op welke concrete wijze zij hierin investeert?De Toekomstagenda «zorg en ondersteuning voor mensen met eenbeperking» kenmerkt zich primair door het verspreiden van bestaandekennis en goed werkende aanpakken. Maar ik investeer ook zeker in deontwikkeling van nieuwe kennis als daar in de sector behoefte aan is. Eenvoorbeeld is het onderzoeksrapport «Beter benutten ervaringsdeskun-digheid» van de Academische Werkplaats Leven met een verstandelijkebeperking. Andere concrete voorbeelden zijn de vijf literatuurstudies naartechnologieën, uitgevoerd door de Innovatie-impuls Gehandicaptenzorg 2.Meer in het algemeen kan worden opgemerkt dat in de afgelopen jarenmet financiële steun van VWS is gebouwd aan een stevige kennisinfra-structuur voor de langdurige zorg met onder andere de academischewerkplaatsen verstandelijke beperkingen.De voorgenoemde leden lezen tevens dat er voor 25 gemeenten extra(SPUK) middelen beschikbaar gesteld worden voor het doorontwikkelenvan de functie onafhankelijke clientondersteuning. Hoe verhoudt zich dittot de bezuinigingen op de gemeenten? In hoeverre zijn deze middelenvoldoende toereikend voor gemeenten om deze werkwijze verder door teontwikkelen, naast hun reguliere taken?De SPUK versterking cliëntondersteuning geeft gemeenten demogelijkheid om hun cliëntondersteuning door te ontwikkelen mettijdelijke middelen. Deze SPUK is een vervolg op het eerder opgestarteKoploperproject van de VNG en Movisie waarin gemeenten kondenwerken aan de versterking van cliëntondersteuning in hun gemeentewaarvoor meerdere jaren SPUK middelen beschikbaar waren. Demiddelen van deze SPUK zijn alleen bedoeld om lokaal te werken aanverbetering van de bekendheid of kwaliteit van cliëntondersteuning, nietvoor het bieden van cliëntondersteuning zelf. Inmiddels zijn ongeveer220 gemeenten vanuit het Koploperproject en/of de daaropvolgendeSPUK aan de slag gegaan vanaf 2017.Kan de Staatssecretaris tevens nader toelichten hoe de positieve puntendie benoemd worden in de brief zich verhouden tot de aangekondigdebezuinigingen en hoe dergelijke positieve ontwikkelingen in stand kunnenworden gehouden op het moment dat de bezuinigingen in werking zullentreden?Gemeenten hebben vanuit de Wmo2015 de wettelijke taak om cliënton-dersteuning voor hun inwoners beschikbaar te stellen. Gemeentenbeslissen zelf hoe zij hier, binnen het wettelijk kader, invulling aan geven.Daarnaast hebben gemeenten beleidsvrijheid voor de middelen die zijontvangen vanuit het gemeentefonds. Gemeenten beslissen zelf over hoeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 36016 deze middelen uitgegeven worden. Om de positieve ontwikkelingen doorte zetten werk ik aan de verdere doorontwikkeling van de functie vancliëntondersteuner, zoals aangekondigd in de Kamerbrief over de ambitiesvan het kabinet voor de toekomst van de Wet maatschappelijke onder-steuning 20152. Hierbij betrek ik ook de VNG en gemeenten. Ten slottelopen de projecten in gemeenten vanuit de SPUK regeling nog door t/m2026, wat bijdraagt aan verdere versterking van de functie op lokaalniveau.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de Staatssecretariszich samen met de VNG zal blijven inzetten om te stimuleren datlangdurige indicaties worden toegepast in situaties waar dat nodig is. Devoorgenoemde leden ontvangen echter ook veel signalen dat dit nog veelte weinig gebeurt in de praktijk. Kan de Staatssecretaris nader toelichtenop welke concrete wijze zij zich zal inzetten om het toepassen vanlangdurige indicaties in situaties waar dat nodig is te stimuleren?De passende beschikkingsduur is een van de ambities uit de Toekomst-agenda zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking. Dit houdtin dat er een langdurige beschikkingsduur wordt gehanteerd, wanneer ditpassend is. Om deze reden heb ik in samenwerking met de VNG, het CAK,Ketenbureau I-Sociaal Domein en het Platform Sociaal Domein meerdereacties uitgezet voor de Wmo. We zien echter dat meer inzet nodig is en ditonderwerp komt dan ook terug in de werkagenda. Ik ben recentelijktijdens het bestuurlijk overleg Wmo van 22 juni met de VNG in gesprekgegaan over de noodzaak om een langdurige beschikkingsduur, waarpassend, te blijven stimuleren. De VNG heeft commitment uitgesprokenom ons gezamenlijk in te (blijven) zetten op een langere beschikkingsduurwanneer passend, door gemeenten blijvend te stimuleren om hiermee te(blijven) werken. Ik ga op korte termijn verder met de VNG in gesprek overhoe we concreet beschikken met een lange(re) looptijd kunnen (blijven)bevorderen. Daarnaast zijn er onlangs in het kader van het trajectVerrassend Passend een handreiking en een praatplaat ontwikkeld terondersteuning voor gemeenten en hun partners. Er wordt momenteel ookgewerkt aan een magazine, waar verschillende goede voorbeelden en deoverige ondersteunende producten een plek krijgen. En we vragenherhaaldelijk aandacht voor de een langdurige beschikkingsduur, wanneerdit passend is. Onder andere tijdens het webinar van de VNG (7 april2025) en het congres Toekomstagenda zorg en ondersteuning voormensen met een beperking (12 mei 2025) is hier uitgebreid aandacht aanbesteed.Hoeveel gemeenten maken in de praktijk gebruik van de handreikingVerrassend passend?De handreiking is proactief gedeeld via de daartoe gebruikelijke kanalenvan de Rijksoverheid en de VNG. Het document is openbaar toegankelijkvoor alle gemeenten en haar partners. Het gebruik ervan wordt nietgeregistreerd.Het is de inschatting dat de noodzaak tot ondersteuning verschillen pergemeente De gemeenten die betrokken waren bij het traject VerrassendPassend zijn in ieder geval bekend met de handreiking en gevraagd ominput te leveren voor de handreiking. De komende tijd blijven we dusverder inzetten op het breder verspreiden van deze kennis. Daarnaastwillen we graag meer inzicht krijgen in het aantal gemeenten dat actiefinzet op een langdurige passende beschikkingsduur, wanneer passend.2Kamerstuk 29 538, nr. 365.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 36017 Is de Staatssecretaris bekend met de zorgen dat door middel vanVerrassend passend alsnog het resultaatgericht en beschikkingsarmbeschikken mogelijk gemaakt wordt?Verrassend Passend ziet enkel op het bieden van ondersteuning aangemeenten om daar waar nodig en passend een beschikking met eenlange(re) tijdlooptijd af te geven op grond van de Wmo 2015 en deJeugdwet. Het staat dus los van resultaatgericht beschikken.Hoe rijmt dit met eerdere uitspraken van de Centrale Raad van Beroepwaarin gesteld wordt dat resultaatgericht beschikken niet mag zondertijdsindicatie wegens een gebrek aan rechtszekerheid?Verrassend Passend ziet enkel op het bieden van ondersteuning aangemeenten om daar waar passend een beschikking met een lange(re)tijdlooptijd af te geven op grond van de Wmo 2015 en de Jeugdwet. Hetstaat dus los van resultaatgericht beschikken.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de Staatssecretaris hetkomende jaar in gesprek gaat met de partijen verbonden aan deToekomstagenda om te kijken hoe de inzichten uit het Tranzo onderzoek«Beter benutten ervaringsdeskundigheid» in de praktijk toegepast kunnenworden. Zullen er ook ervaringsdeskundigen aanwezig zijn bij degesprekken? Kan de Staatssecretaris een helder en concreet tijdsplanaanleveren voor het verwerken van de informatie uit deze gesprekken ende uitkomst?Uiteraard worden ervaringsdeskundigen betrokken bij de verdereuitwerking. Ik ben daar ook al mee gestart. Zo zijn de resultaten uit hetrapport 20 mei jl. besproken met de klankbordgroep van de Toekomst-agenda om daar eerste reacties en ervaringen op te halen. De klankbord-groep bestaat uit ervaringsdeskundigen, naasten en zorgprofessionals.Deze inzichten nemen we mee in het vervolgtraject. Binnenkort spreek ikmet relevante veldpartijen (waaronder in ieder geval Ieder(in) en DitKoningskind) over de te nemen vervolgstappen in dit traject. Met hen komik ook tot een concrete planning en uitkomsten. Ik zal de vervolgstappenvoor het einde van 2025 aan uw Kamer toelichten.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van detoelichting van de Staatssecretaris op de uitvoering van de moties-Westerveld. Deze leden zien echter niet terug op welke wijze de Staatsse-cretaris uitvoering heeft gegeven aan de heldere opdrachten die gegevenworden in de moties, namelijk het regelmatig langs laten komen vangespecialiseerde vertrouwenspersonen bij mensen met een beperking dieverblijven in zorginstellingen en zorgboerderijen en het vrijspelen vaninspecteurs voor de gehandicaptenzorg zodat toezicht gehouden kanworden op de intramurale gehandicaptenzorg en PGB-wooninitiatieven.De voorgenoemde leden zijn van mening dat de ingezette lijnen waar deStaatssecretaris naar verwijst, geen invulling geven aan de concreteoproepen uit de moties. Kan nader toegelicht worden waarom er geenuitvoering wordt gegeven aan de concrete oproepen uit de moties?Uit de gesprekken die naar aanleiding van de gevraagde inzet vangespecialiseerde vertrouwenspersonen zijn gevoerd met zowelaanbieders van vertrouwenswerk als brancheverenigingen in de gehandi-captenzorg komt vooral naar voren dat de bewustwording over grensover-schrijdend en ongewenst gedrag en bereidheid om te signaleren vergrootmoeten worden om grensoverschrijdend en ongewenst gedrag tegen tegaan. Sluitstuk is, zoals ik eerder aan uw Kamer schreef, het inregelen vaneen proces op het moment dat er sprake is van grensoverschrijdend ofTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 36018 ongewenst gedrag. Het is geen kwestie van vooral meer vertrouwensper-sonen inzetten. Dat werd mij in gesprekken ook bevestigd door verschil-lende organisaties voor cliëntvertrouwenspersonen.Met de IGJ heb ik ook gesproken over de motie. En ik heb met deToekomstagenda tot en met 2026 reeds fors extra capaciteit, specifiekvoor de gehandicaptenzorg, kunnen toevoegen aan de IGJ. Dat is echterniet onbegrensd. De IGJ maakt keuzes en moet prioriteren. Dat gebeurtonafhankelijk en risicogestuurd. Desgevraagd heeft de IGJ mij laten wetendat het bij alle verblijfslocaties periodiek langsgaan, zoals de motie vraagt,veel extra capaciteit vergt, die nu niet beschikbaar is.Welke concrete maatregelen kan de Staatssecretaris wel nemen omuitvoering te geven aan de heldere oproepen in de moties?In de voortgangsrapportage heb ik uw Kamer geschreven dat ik, in hetkader van de werkagenda Nationale Strategie, werk maak van hetvergroten van de bewustwording over grensoverschrijdend gedrag,deskundigheidsbevordering en de bereidheid om te signaleren. Ik werk uithoe deskundigheidsbevordering van zorg- en veiligheidsprofessionalsover onder andere geweld en misbruik bij mensen met een beperkingstructureel kan worden versterkt. Ik bekijk of die aanpak ook in te zetten isvoor zorgprofessionals en mensen die zorginstellingen bezoeken.Daarnaast ontwikkel ik een transparantieregister voor pgb-gefinancierdewooninitiatieven. Dat moet ervoor zorgen dat de IGJ en de organisatiesvoor cliëntenvertrouwenspersonen beter inzicht hebben in hoeveel enwaar kleinschalige instellingen zijn en daar hun werk op kunnentoespitsen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie missen een reflectie op deimpact van de aangekondigde bezuinigingen op de gehandicaptenzorg.Kan de Staatssecretaris reageren op de reactie van de VerenigingGehandicaptenzorg Nederland op de Voorjaarsnota, waarin wordt gestelddat de bezuinigingen volstrekt onverantwoord zijn, zeker als gekekenwordt naar het feit dat de sector het al zwaar heeft momenteel?Voor 2026 staan twee taakstellingen op de begroting: € 52 miljoen in hetkader van meerjarig contracteren en € 88 miljoen voor de taakstellingWlz-behandeling. Deze taakstellingen zijn afkomstig uit de kabinetsperi-ode-Rutte IV en zijn ook opgenomen in het basispad van het hoofdlijnen-akkoord «hoop, lef en trots» van 16 mei 20243. Het kabinet heeft dezetariefmaatregelen overgenomen in het licht van houdbare overheidsfi-nanciën, waarbij ik verwijs naar de argumentatie die het vorige kabinet inde Kamerbrief van 15 april 2024 over deze tariefmaatregelen uiteen heeftgezet4.Kan de Staatssecretaris reflecteren op het feit dat het financiële kader voorde Wet langdurige zorg (Wlz) structureel neerwaarts wordt bijgesteld opbasis van ramingen van de NZa, ondanks het feit dat de NZa zelf aangeeftdat deze ramingen met onzekerheid zijn omgeven?Tweemaal per jaar adviseert de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) hetMinisterie van VWS over de toereikendheid van het Wlz-kader. In hetmeest recente advies, ook wel de februaribrief genoemd, heeft de NZageconcludeerd dat er naar verwachting sprake is van een substantiëleonderschrijding van het kader, namelijk gemiddeld € 359 miljoen in 2025.3Kamerstuk 36 471, nr. 37.4Kamerstuk 34 104, nr. 405.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 36019 In afstemming met de NZa en de zorgkantoren is besloten om dezogenoemde herverdelingsmiddelen in te zetten voor andere urgenteproblematiek binnen het Rijk. Deze herverdelingsmiddelen – een reservedie VWS aanhoudt om het Wlz-kader binnen het lopende jaar eventueelbij te kunnen stellen – bedraagt in totaal € 360 miljoen.Bij dit besluit is rekening gehouden met de onzekerheidsmarges die deNZa zelf aangeeft bij de ramingen in februari.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de Toekomstagendaloopt tot en met 2026. Uit de financiële tabel (blz. 55 van de programma-tische uitwerking toekomstagenda) leiden zij af dat voor enkele onder-delen van de toekomstagenda slechts tot eind 2025 financiële middelenzijn begroot. Kan de Staatssecretaris nader toelichten welke plannen erliggen voor een vervolg als de looptijd en/of financiering van de toekomst-agenda is geëindigd?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen om een toelichting op deplannen voor een vervolg van de Toekomstagenda. De vraag of er eenvervolg op de Toekomstagenda komt, met welke inhoud en in welke vorm,hangt af van een aantal factoren. Zo is bijvoorbeeld dit jaar een monitoropgezet, om de beweging naar toekomstbestendigheid in kaart tebrengen. Op basis van de monitor wordt de Toekomstagenda in 2027geëvalueerd. De uitkomst van die evaluatie zal van invloed zijn op eeneventueel vervolg. Daarnaast ben ik onlangs het gesprek gestart met desector over om te kijken of we afspraken kunnen maken over de opgavenvoor de gehandicaptenzorg voor de komende jaren. Daarbij wil iknadrukkelijk niet alleen kijken naar onderwerpen die in het hier en nuknelpunten veroorzaken, zoals de complexe zorg, maar ook naar deopgaven op langere termijn. Een mogelijk vervolg op de Toekomstagendakan hier niet aan voorbij gaan. Een factor die zeker ook meespeelt, is hetbeschikbare budget na 2026 om eventueel een programmatische aanpakmogelijk te maken.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren overigens dat er eenstilstand van beleid lijkt te zijn: hoewel er momenteel gewerkt wordt aaneen werkagenda en er al een Toekomstagenda ligt, lijkt er in de praktijknog weinig van terug te komen en is er onvoldoende verbetering voormensen met een beperking. Hoe reflecteert de Staatssecretaris hierop?Deze leden vragen om een reflectie op de stelling dat er onvoldoendeverbetering is voor mensen met een beperking. Als reactie daarop wil ikten eerste aangeven dat zolang mensen met een beperking nietvolwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving op een manier die bijhen past, omdat die samenleving onvoldoende is ingericht op hunmogelijkheden, er inderdaad nog onvoldoende is verbeterd. Dat wil nietzeggen dat er geen verbeteringen zichtbaar zijn. In de laatste tweevoortgangsrapportages over de Toekomstagenda heb ik in de bijbeho-rende filmpjes willen laten zien welk effect deze agenda heeft op het levenvan mensen met een beperking. Bijvoorbeeld door vol in te zetten op hetontwikkelen van talenten van mensen met een beperking, het gebruik vanzorgtechnologie die de eigen regie en zelfredzaamheid vergroot, de inzetvan cliëntondersteuning of het stimuleren van een passende beschik-kingsduur in de Wmo.Welke concrete maatregelen gaat de Staatssecretaris nemen om destilstand in beleid tegen te gaan en actie te ondernemen? Welke concreteacties is de Staatssecretaris bijvoorbeeld van plan in het komende jaar inte zetten en wat hoopt zij hiermee te bereiken?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 36020 Ik wil er graag op wijzen dat de Toekomstagenda een looptijd van vier jaarheeft. De acties die in de agenda zijn beschreven, zijn vaak langlopendeacties die zodoende ook de tijd hebben om impact te maken. Ze lopen danook door tot en met 2026. U kunt bijvoorbeeld denken aan het Ontwikkel-programma voor de complexe zorg, de subsidieregeling voor degespecialiseerde cliëntondersteuning of de Innovatie-impuls zorgtechno-logie. De informatiebladen of factsheets die horen bij de voortgangsrap-portage geven voor de actuele acties van komend jaar een doorkijk. Inaanvulling op de acties uit de Toekomstagenda ben ik voor de complexezorg, samen met het veld, tot de conclusie gekomen dat er intensiveringnodig is. Daarover hebben we met elkaar bestuurlijke afspraken gemaakt,waarover ik u deze maand informeer. Ook verwacht ik voor het zomer-reces de werkagenda behorende bij het VN-verdrag Handicap naar uwKamer te sturen, waarin de maatregelen staan beschreven die ik op hetleefdomein Gezondheid en Ondersteuning wil nemen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zien nog steeds dat er veelurgente problemen zijn met het leveren van zorg aan mensen met eencomplexe zorgvraag. Zij lezen dat in totaal 65 zorgaanbieders interessehebben getoond in het Ontwikkelprogramma Complexe zorg, waarvan 56de intakefase hebben doorlopen. Hoeveel zorgaanbieders gaan nudaadwerkelijk aan de slag met dit Ontwikkelprogramma?56 zorgorganisaties hebben een intakegesprek gehad waarin zij hunhulpvraag konden bespreken. Tijdens dit intakegesprek is besproken of dehulpvraag aansloot bij de doelen van het Ontwikkelprogramma enandersom, en of de aanbieders zich kunnen committeren aan hetprogramma om hun ontwikkeldoelen te bereiken. Momenteel doen44 zorgorganisaties mee aan het Ontwikkelprogramma.De leden lezen overigens dat er bestuurlijke afspraken zijn gemaakt tussenieder(in), VGN, ZN en VWS, om ervoor te zorgen dat voorkomen wordt datzorgvragen (onnodig) groter worden en er beter inzicht verkregen kanworden in het aantal wachtenden en het verbeteren van de samen-werking. Welke afspraken zijn er gemaakt en hoe hebben deze afsprakentot nu toe de praktijk verbeterd?Ik heb tijdens het commissiedebat Langdurige Zorg van 13 februari 2025toegezegd uw Kamer te informeren voor het commissiedebat gehandicap-tenbeleid van 12 juni via een Kamerbrief over de stand van zaken rondomde complexe zorg voor mensen met een beperking en de stappen die ikdaarin zet. Daarin zal ik ook toelichten welke afspraken er tot nu toe zijngemaakt.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben vernomen dat er eenextra onderzoek is gestart naar de vraag waarom jongeren van 12 tot27 jaar in zorgprofiel VG7 terechtkomen. Wanneer kan de Kamer deresultaten van dit onderzoek verwachten? Op welke wijze zal de Staatsse-cretaris de uitkomsten van dit onderzoek oppakken?Ik verwacht de kamer uiterlijk na de zomer van 2025 het rapport op testuren. Op basis van de uitkomsten stel ik samen met partijen, alsonderdeel van uitwerking bestuurlijke afspraken complexe zorg van deToekomstagenda, een plan van aanpak op. Dat is gereed in het najaar van2025.De leden lezen ook dat de samenwerking bij complexe zorgvragen wordtversterkt. Welke concrete acties worden ondernomen om deze samen-werking te versterken? Aan de hand waarvan wordt het «succes» van dezemaatregelen gemeten?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 36021 Er wordt aan de hand van vier deelprojecten ingezet op het verbeterenvan de samenwerking bij complexe zorgvragen. Dit wordt uitgevoerd inde vorm van een actie onderzoek met professionals uit de praktijk, waarbijelke stap tot nieuwe inzichten en dus aanpassingen kan leiden. Hieronderligt ik de vier deelprojecten toe:1.Rollen bij complexe casuïstiek: taken, bevoegdheden en verantwoor-delijkheden van cliëntondersteuners, zorgaanbieders en zorgkantorenworden geconcretiseerd voor de verschillende stappen in een casus;2.Gebruik en uitbreiding van de Kennisbank complexe casuïstiek opRegelhulp.nl: de kennis en tips die hier te vinden zijn wordenuitgebreid en breder onder de aandacht gebracht;3.Gedeeld eigenaarschap: met drie gezinnen en de betrokken zorgaan-bieders en zorgkantoren wordt gekeken hoe de samenwerkingverbeterd kan worden door middel van het opstellen van een«samenwerkingsplan» met afspraken over hoe samen te werken, ditplan wordt jaarlijks herzien en geactualiseerd;4.Stroomlijning van aanmelding bij complexe zorgvragen: toetsen vaneen persoonsgericht aanmeldformulier binnen een aantal zorgkan-toorregio’s om sneller te komen tot een passende plek.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat er gewerkt is aan meerbewustwording voor passende ondersteuning voor thuiswonenden meteen levenslange en levensbrede beperking. Kan de Staatssecretaris nadertoelichten welke acties hiervoor zijn ingezet? Wat hoopt de Staatssecre-taris te bereiken door middel van meer bewustwording?Een van de speerpunten uit de Toekomstagenda zorg en ondersteuningvoor mensen met een beperking richt zich op kennisontwikkeling en-ontsluiting. Juist om ondersteuning voor deze mensen passend temaken. Movisie voert samen met NJI en landelijk kenniscentrum LVB eenactieonderzoek uit, waarin met toegangsmedewerkers, professionals,cliënten en ouders wordt onderzocht hoe passende zorg en ondersteuningvanuit de Wmo2015 of Jeugdwet voor mensen met een levenslangelevensbrede beperking het best gerealiseerd kan worden. De opbrengstenvan het onderzoek worden in het vierde kwartaal van dit jaar verwacht. Inde daaropvolgende voortgangsrapportage van de Toekomstagenda zorgen ondersteuning voor mensen met een beperking zal ik dit meenemen.Verder vind ik het juist belangrijk dat op allerlei levensgebieden aandachtis voor mensen met een beperking en niet alleen vanuit programma’s diezich specifiek op deze doelgroep richten. Omdat het nodig is dat er in denbrede rekening gehouden wordt met de ondersteuningsbehoefte vanmensen met een levenslange en levensbrede beperking. Om dit concreette maken noem ik twee voorbeelden. Zo wordt onder andere aandachtaan deze groep besteed in het Richtinggevend kader voor toegang, lokaleteams en integrale dienstverlening in het sociaal domein.5 Dit zodatmensen die bij een lokaal team hulp vragen passend geholpen worden.Binnen de Mantelzorgagenda is gesproken met o.a. vertegenwoordigersvan mensen met een beperking en hun naasten om hen mee te nemen indit traject en te kijken naar wat juist naasten en mantelzorgers vanmensen met een levenslange en levensbrede beperking specifiek nodighebben. Deze input is meegenomen bij de verdere ontwikkeling van deMantelzorgagenda.Zij lezen tevens dat de moeilijkheden en behoeften van mensen met eenbeperking, hun naasten, Wmo-consulenten en cliëntondersteuners rondhet keukentafelgesprek inzichtelijk zijn gemaakt. Welke inzichten zijnverkregen? Welk vervolg krijgt dit?5VNG rapportTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 36022 Uit de gesprekken met mensen met een beperking en hun naasten kwamnaar voren dat mensen van tevoren onvoldoende weten wat ze tewachten staat bij zo’n keukentafelgesprek. Dat kan leiden tot onzekerheiden stress. Of onbegrip en teleurstelling over wat er geboden kan wordenqua zorg of ondersteuning. De geïnterviewde Wmo-consulenten ervareneen gebrek aan kennis over deze groep, met name op het gebied wat hetbetekent om te leven met een beperking. Daarnaast onderschrijven allegeïnterviewden het belang van een passende beschikkingsduur, dus eenlangere beschikking indien de ondersteuningsbehoefte stabiel is endaarom vraagt.Met verschillende partijen waaronder vertegenwoordigers van mensenmet een beperking en hun naasten voer ik momenteel gesprekken hoe wede uitvoering op dit vlak kunnen verbeteren en wie welke rol daarin heeft.In de volgende voortgangsrapportage van de Toekomstagenda zorg enondersteuning voor mensen met een beperking en de werkagendaVN-verdrag Handicap deel ik aan uw Kamer mee welke vervolgstappen ikzet en heb gezet.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat ervaringen metgezamenlijk indiceren worden opgehaald. Kan de Staatssecretarisinmiddels aangeven welke inzichten er zijn verkregen uit het ophalen vandeze ervaringen?Voor het ophalen van ervaringen is onder andere gesproken met eenaantal gemeenten uit de regio Twente en uit de regio Arnhem, met deorganisatie van Twentse Koers en met een hierbij betrokken zorgverze-keraar. Uit de gesprekken blijkt dat gemeenten of op basis van pilots ofeen al verder uitgewerkte werkwijze werken met domeinoverstijgendindiceren. De wijkverpleegkundige of casemanager dementie, die albekend is bij de inwoner, indiceert ook voor sommige ondersteuningvanuit de Wmo 2015, bijvoorbeeld voor hulpmiddelen. De voornaamstevoordelen zijn: de inwoner is sneller geholpen, personeel wordt efficiënteringezet, onder andere doordat onnodig dubbel werk wordt voorkomen, deinwoner hoeft minder vaak bij verschillende personen zijn of haar verhaalte doen en de ketensamenwerking tussen professionals is versterkt. Hetdomeinoverstijgend indiceren vraagt wel veel afstemming tussenprofessionals, met name aan de start.Op welke wijze wil de Staatssecretaris lering trekken uit de ervaringen ende lessen hiervan in de praktijk toepassen?De lessen en ervaringen worden, afhankelijk van aard en inhoud,meegenomen bij het uitwerken van de opgave uit het regeerprogrammaom arbitrage tussen zorgwetten in te voeren. Hierover willen weafspraken maken in het aanvullend zorg en welzijnsakkoord (AZWA). Deervaringen en lessen en de praktijk vormen een belangrijk onderdeel vandie afspraken.Is de Staatssecretaris van plan om gezamenlijk indiceren op een grotereschaal toe passen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wanneer hoopt zij dit tekunnen realiseren?We willen met gezamenlijk indiceren invulling geven aan de in hetregeerprogramma afgesproken arbitrage tussen de zorgwetten. Ik zougraag zien dat gezamenlijk indiceren op grotere schaal wordt toegepast.Daarbij is het belangrijk dat dit zorgvuldig gebeurt. We zijn hierover ingesprek met de veldpartijen die zijn betrokken bij het aanvullend zorg- enwelzijnsakkoord (AZWA).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 36023 De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie maken zich tevens ernstigzorgen over mensen met een beperking, die om wat voor reden dan ook(bijvoorbeeld door een taalbarrière) onvoldoende de politiek en de juisteondersteuning weten te bereiken. Kan de Staatssecretaris reflecteren ophet bestaan van een blinde vlek wat betreft de behoeften en moeilijkhedenvan deze groep mensen?Ik erken het belang dat we aandacht moeten hebben voor alle mensenmet een beperking. Hier maak ik mij hard voor, juist ook voor de mensendie het meest afhankelijk zijn van anderen. Dat doe ik o.a. door specifiekbeleid te maken en de uitvoering te verbeteren via de Toekomstagendazorg en ondersteuning voor mensen met een beperking, zoals de inzet van(gespecialiseerde) cliëntondersteuning. En door in te zetten op hetvergroten van kennis bij professionals in de zorg of het sociaal domeinover mensen met een LVB via webinars, bijvoorbeeld in het veiligheids-domein of rondom goede samenwerking binnen netwerken in de zorgzoals het expertisenetwerk LVB Twente en het LVB netwerk in Kenne-merland.Ook in de uitwerking van de werkagenda van de Nationale StrategieVN-verdrag Handicap zet ik mij in om de toegang tot zorg en onder-steuning voor deze groep mensen te verbeteren en vereenvoudigen. Ikverwacht de werkagenda voor het zomerreces naar de Tweede Kamer testuren.Welke concrete maatregelen neemt de Staatssecretaris om deze groeptoch te proberen te bereiken en te helpen waar nodig?Ik vind het belangrijk dat mensen weten waar ze terecht kunnen als ze eenhulp of ondersteuningsvraag hebben. Mijn ministerie geeft hieroveruitgebreide informatie op de website Regelhulp.nl, die al ruim anderhalfmiljoen keer per jaar wordt geraadpleegd. Om Regelhulp nog betervindbaar te maken voor mensen met een beperking loopt er een 5-jarigtraject met Ieder(in), waarin mensen met een beperking VWS adviserenover onderwerpen die zij missen op Regelhulp en over termen die deinformatie beter vindbaar maken. Mijn ministerie subsidieert ook deinformatielijn het Juiste Loket die mensen met een beperking op weg kanhelpen bij het organiseren van zorg. In het kader van het VN Verdrag starthet traject «Altijd de juiste deur» waarin onder meer informatievoor-ziening verder wordt verbeterd. Een aandachtspunt daarin is of AI kanzorgen voor antwoorden die goed aansluiten op individuele vragen vanmensen met een beperking.Verder kan elke inwoner gebruik maken van cliëntondersteuning vanuitgemeenten om hen bij te staan met een ondersteuningsvraag. Met deToekomstagenda zorg en ondersteuning voor mensen met een beperkingwerk ik aan de kwaliteit en bekendheid van cliëntondersteuning enontwikkel ik die de komende tijd ook door.Verder kan elke inwoner gebruik maken van cliëntondersteuning vanuitgemeenten om hen bij te staan met een ondersteuningsvraag. Omdatmensen niet altijd zelf de weg vinden naar client ondersteuning, zet ik inop bekendheid bij professionals, die met deze groep contact heeft. Er zijnbijeenkomsten georganiseerd om cliëntondersteuning bij (zorg)professi-onals bekender te maken. Met de Toekomstagenda zorg en ondersteuningvoor mensen met een beperking werk ik aan de kwaliteit en bekendheidvan cliëntondersteuning en ontwikkel ik die de komende tijd ook door. Erwordt een stappenplan ontwikkeld waarmee gemeenten de bekendheidbij (zorg)professionals kunnen vergroten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 36024 De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken dat veel mensen meteen beperking zich zorgen maken over de gevolgen van het voornemenom het Wmo abonnementstarief af te schaffen. Kan de Staatssecretarisnader toelichten wat deze afschaffing in de praktijk zal betekenen, in hetbijzonder voor mensen met een levenslange en levensbrede beperking?Ik kan me de onrust voorstellen van mensen over de vervanging van hetabonnementstarief door een inkomens- en vermogensafhankelijkebijdrage (ivb) in de Wmo 2015. Zeker voor mensen die door hunbeperking langdurig afhankelijk zijn van de Wmo 2015 voor maatschappe-lijke ondersteuning. Toch heb ik juist ook deze doelgroep voor ogen bij deinvoering van de ivb. Een belangrijke reden om de ivb in de Wmo 2015 inte voeren is om juist voor de meest kwetsbare groepen, waarondermensen met een langdurige beperking, ook in de toekomst maatschappe-lijke ondersteuning beschikbaar te houden.De financiële effecten voor cliënten van de vervanging van het abonne-mentstarief door een ivb, zijn afhankelijk van de specifieke omstandig-heden van de cliënt, zoals bijvoorbeeld het inkomen en vermogen van decliënt en zijn eventuele partner, en of de cliënt (of diens eventuelepartner). Niet voor iedereen heeft de invoering van de ivb echter impact.Indien iemand bijvoorbeeld al een eigen bijdrage verschuldigd is voorlangdurige zorg in het kader van de Wlz, is diegene geen ivb verschuldigd.En met de invoering van de ivb zullen ouders geen eigen bijdrage meerverschuldigd zijn voor een woningaanpassing voor hun minderjarige kind.Mensen met een inkomen tot 135% van het sociaal minimum zijn nietmeer dan de minimum-ivb verschuldigd. De minimum-ivb is gelijk aan hetabonnementstarief dat in 2019 werd ingevoerd, geïndexeerd naar hetactuele prijspeil.De financiële effecten voor cliënten zijn uitgewerkt en toegelicht in dememorie van toelichting6 bij het voorstel van wet vervanging abonne-mentstarief Wmo 2015 en in de nota van toelichting7 bij het ontwerpbe-sluit vervanging abonnementstarief Wmo 2015, die op 25 maart 2025,respectievelijk 25 april 2025 aan uw Kamer zijn aangeboden.Op welke wijze zal deze Staatssecretaris voorkomen dat deze mensen infinanciële nood belanden of te maken krijgen met een onredelijkestapeling van zorgkosten wegens het afschaffen van het abonnements-tarief?Hiervoor ben ik ingegaan in de memorie van toelichting8 bij het voorstelvan wet vervanging abonnementstarief Wmo 2015 en in de nota vantoelichting9 bij het ontwerpbesluit vervanging abonnementstarief Wmo2015, die op 25 maart 2025, respectievelijk 25 april 2025 aan uw Kamerzijn aangeboden.De ivb wordt afgestemd op de financiële draagkracht van de cliënt.Mensen met een inkomen tot 135% van het sociaal minimum zijn nietmeer dan de minimum-ivb verschuldigd. De minimum-ivb is gelijk aan hetabonnementstarief dat in 2019 werd ingevoerd, geïndexeerd naar hetactuele prijspeil.6Kamerstuk 36 713, nr. 37Kamerstuk 36 713, nr. 58Kamerstuk 36 713, nr. 3.9Kamerstuk 36 713, nr. 5.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 36025 Ook worden maatregelen genomen tegen stapeling van eigen bijdragen.Zo hoeft iemand die al een Wlz-bijdrage betaalt, geen ivb te betalen. Enals iemand in de loop van de tijd meer maatschappelijke ondersteuningnodig heeft, leidt dat niet tot een verhoging van de maandelijks te betalenivb.Daarnaast hebben gemeenten de mogelijkheid om cliënten vrij te stellenvan het betalen van de ivb, bijvoorbeeld bij een gebrek aan betalingscapa-citeit, of bijvoorbeeld in het kader van minimabeleid.Het ontwerp van de ivb houdt ook rekening met het feit dat mensen dieeenverdiener zijn in een meerpersoonshuishouden – bijvoorbeeld omdateen gehandicapte partner niet kan werken – financieel minder belastbaarzijn dan alleenstaanden met eenzelfde inkomen en vermogen. De ivb is zoontworpen dat meerpersoonshuishoudens minder ivb verschuldigd zijndan eenpersoonshuishouden met eenzelfde inkomen en vermogen,10 metdien verstande dat de minimum- en maximum-ivb voor alle huishoudens-typen hetzelfde is.De inzet is om in een zo’n vroeg mogelijk stadium een rekentool online terbeschikking te stellen, zodat mensen vooraf een beeld kunnen krijgen vanof en welke ivb zij ongeveer verschuldigd zullen zijn.Graag ga ik bij de behandeling van het wetsvoorstel vervanging abonne-mentstarief Wmo 2015 hier verder het gesprek met u over aan.Het kabinet schrijft in de brief over de relatie tussen deze Toekomstagendaen de werkagenda van de Nationale Strategie VN-Verdrag Handicap. Hetkabinet concludeert: «De werkagenda kan zo voor een versnelling enaanvulling zijn op de in gang gezette beweging van de toekomstagenda.»De leden van de VVD-fractie vragen of deze twee verschillende agenda’s,los van het aanvullende karakter, niet een zekere overlap kennen. Bestaater geen risico van «dubbel werk»?In principe hebben deze agenda’s allebei een ander karakter: de Toekomst-agenda wil bijdragen aan de toekomstbestendigheid van de gehandicap-tenzorg en kiest daarvoor 3 doelgroepen en 3 randvoorwaarden om focusop te leggen. Er is meestal geen sprake van maatregelen, maar van hetstimuleren van vernieuwing. Bijvoorbeeld door de Innovatie-impuls diezich richt op het gebruik van zorgtechnologie, of het Ontwikkelprogrammacomplexe zorg. De werkagenda VN-Verdrag is daarentegen een bredeagenda met maatregelen die zich richten op het verder implementerenvan het VN-verdrag Handicap. De werkagenda gaat over alle mensen meteen beperking en over alle relevante levensdomeinen. Ook de maatre-gelen in het domein Gezondheid en Ondersteuning richten zich op allemensen met een beperking. Bijvoorbeeld als het gaat om inkomensonder-steuning, of de manier waarop mensen beter gebruik kunnen maken vaneen overheidsbreed loket. Daar zullen mensen met bijvoorbeeld eencomplexe zorgvraag of een lichte verstandelijke beperking zeker profijtvan kunnen hebben, maar deze maatregelen richten zich niet op hunspecifieke problematiek of de vraag hoe we de zorg voor dezedoelgroepen ook in de toekomst houdbaar, passend en van goedekwaliteit kunnen laten zijn. Vanzelfsprekend is het niet de bedoeling omdubbel werk te verrichten. Ik verwacht dat beide agenda’s elkaar juistzullen aanvullen en versterken.10Dat komt omdat de inkomensgrens van waaraf de ivb begint op te lopen gelijk is aan 135%van het sociaal minimum, en het sociaal minimum voor meerpersoonshuishoudens hoger isdan voor eenpersoonshuishoudens.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 36026 De leden van de VVD-fractie vragen verder, ten aanzien van het afgevenvan de beschikkingen met langere looptijd, waarom dit soort beschik-kingen nog zo beperkt worden toegepast.Er is geen totaaloverzicht van het aantal gemeenten dat al dan nietbeschikkingen met een lange(re) looptijd afgeeft. Wel zijn in toenemendemate goede voorbeelden beschikbaar van gemeenten die hun lokalewerkwijze t.a.v. de Wmo 2015 hebben aangepast. Het beeld is dat steedsmeer gemeenten passend beschikt en een beschikking voor lange(re) tijdafgeven op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en deJeugdwet. Dit aantal neemt toe, alsook het aantal gemeenten datvoornemens is de werkwijze te verkennen. Er zijn verscheidene beweegre-denen voor gemeenten om nog niet of in mindere mate te werken metbeschikkingen van de langere looptijd. Het gaat dan met name ompraktische belemmeringen. Met de onlangs ontwikkelde handreiking enpraatplaat wordt antwoord gegeven op de verschillende vragen die nogspelen bij sommige gemeenten. Hiermee kunnen eventuele belemme-ringen en vragen worden weggenomen.Welke rol kan de VNG ook spelen in het bevorderen van dergelijkebeschikkingen?De VNG spant zich uitdrukkelijk in om eventuele belemmeringen bijgemeenten voor bij het afgeven van beschikkingen met een lange(re)looptijd zo veel mogelijk weg te nemen, als het gaat om bijvoorbeeldonduidelijkheden over of onbekendheid met de mogelijkheden voor hetwerken met de passende beschikkingsduur. Ik spreek op korte termijn metde VNG over de voortgang en de wijze waarop de VNG het beschikkenmet een lange(re) looptijd kan (blijven) bevorderen. De VNG maaktesamen met het Ketenbureau I-Sociaal Domein, Platform Sociaal Domein,het CAK en VWS onderdeel uit van het traject Verrassend Passend, waarverschillende ondersteunende producten zijn opgeleverd, werksessiesmet gemeenten zijn georganiseerd en gemeenten directe ondersteuninghebben ontvangen van de regioadviseurs van de VNG.De VNG spant zich uitdrukkelijk in om eventuele belemmeringen bijgemeenten voor bij het afgeven van beschikkingen met een lange(re)looptijd zo veel mogelijk weg te nemen, als het gaat om bijvoorbeeldonduidelijkheden over of onbekendheid met de mogelijkheden voor hetwerken met de passende beschikkingsduur. Tijdens het bestuurlijk overlegWmo van donderdag 22 juni jl. heb ik met de VNG gesproken over denoodzaak om een langdurige beschikkinsduur, waar passend, te blijvenstimuleren. De VNG heeft toen ook het commitment uitgesproken om hiergezamenlijk met VWS zich voor in te blijven zetten. Ik spreek op kortetermijn verder met de VNG over hoe we concreet beschikken met eenlange(re) looptijd kunnen (blijven) bevorderen. De VNG maakte samenmet het Ketenbureau I-Sociaal Domein, Platform Sociaal Domein, het CAKen VWS onderdeel uit van het traject Verrassend Passend, waar verschil-lende ondersteunende producten zijn opgeleverd, werksessies metgemeenten zijn georganiseerd en gemeenten directe ondersteuninghebben ontvangen van de regioadviseurs van de VNG.Is het kabinet het met de leden van de VVD-fractie eens dat onnodigeherindicatie onnodig veel geld kost?Het uitgangspunt is altijd dat gemeenten passende hulp en ondersteuningbieden. De ondersteuningsbehoefte of hulpvraag moet na zorgvuldigonderzoek zijn weerslag krijgen in een passende beschikkingsduur. Dit kaninderdaad mogelijk onnodige onrust en onzekerheid rond herindicatiesvoorkomen met bijbehorende administratieve lasten en ongemak bijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 36027 inwoners tot gevolg. En minder administratieve handelingen kunnenkostenbesparingen opleveren.De routekaart «Aan de slag met Passende Beschikken in de Wmo» heeft,in samenwerking met de VNG, een «stimulerend» karakter. Zou dezeroutekaart niet dringender geadviseerd moeten worden?De routekaart is bedoeld als ondersteund product voor gemeenten om hetjuiste gesprek te voeren binnen de gemeenten en met partners over depassende beschikkingsduur. De routekaart is geen blauwdruk, omdatgemeenten zich in verschillende fasen kunnen bevinden van de routekaarten de stap naar de passende beschikkingsduur iets anders kan vragen.Een verschillende aanvliegroute om hiermee aan de slag te gaan kandaarom ook passender zijn, voor verschillende gemeenten.Het kabinet schrijft in haar brief: «Momenteel wordt wel onderzocht hoegewaarborgd kan worden dat er voor pgb-initiatieven specialistenouderengeneeskunde en artsen verstandelijke gehandicapten beschikbaarzijn. Op deze manier krijgen budgethouders bij wooninitiatieven adequatemedische zorg. Hierover worden nu gesprekken gevoerd met de IGJ enbranche- en beroepsorganisaties.» Is het kabinet het met de leden van deVVD-fractie eens dat bij (nieuwe) wooninitiatieven de beschikbaarheid vaneen specialist ouderengeneeskunde en/of arts verstandelijke gehandi-capten een vereiste moet zijn?Nieuwe wooninitiatieven moeten voldoen aan de kwaliteitscriteria alsbedoeld in de wet kwaliteit klachten en geschillen zorg (Wkkgz). Ze zijnverplicht om goede zorg te leveren. Dat is zorg in overeenstemming metde professionele standaarden, waaronder de kwaliteitsstandaarden. Ookmoeten zij de zorg zodanig organiseren, ook wat betreft personeel, dat ditredelijkerwijs leidt tot het verlenen van goede zorg. Het beschikbaar zijnvan een specialist ouderengeneeskunde en/of arts verstandelijk gehandi-capten voor de cliënten die daar verblijven kan een vereiste zijn om goedezorg te verlenen. De adequate zorg kan ook door een huisarts wordenverleend. Dit is afhankelijk van de zorgvraag van de bewoners.Is het kabinet het met de leden van de VVD-fractie eens dat de basiszorgniet overgelaten kan worden aan de dichtstbijzijnde, zeer waarschijnlijkoverbelaste huisarts? Mocht deze huisarts überhaupt beschikbaar zijn ennieuw patiënten aannemen.Zoals blijkt uit het convenant medisch generalistische zorg, dat opgesteldis door veldpartijen, wordt door partijen onderling bepaald wie de meestgeschikte arts is. Een en ander hangt af van de zorgvraag. Het ligt nietvoor de hand dat de basiszorg in dergelijke wooninitiatieven altijd volledigaan de huisarts overgelaten wordt, ook niet als deze beschikbaar is voornieuwe patiënten. Het convenant is daarom van belang zodat gezamenlijkwordt gekeken wie de basiszorg kan verlenen.Het kabinet schrijft in haar brief ook: «Door te zorgen voor een samen-leving zonder drempels, waarin mensen met een beperking hun plekkunnen innemen en hun talenten kunnen ontwikkelen.» Figuurlijke enletterlijke drempels, nemen de leden van de VVD-fractie aan. Woningenzonder drempels zijn heel schaars en het kabinet is voornemens om deregeldruk voor woningbouwaannemers te verminderen, door onderandere de regels voor toegankelijk bouwen deels te schrappen. Dit draagtwellicht bij aan het sneller realiseren van woningen, maar niet aan hetrealiseren van toegankelijke woningen die een gelijkwaardige enparticiperende positie bieden aan mensen met een handicap. Hoe kijkt hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 36028 kabinet hier tegenaan? Hoe gaat het kabinet óók voldoende toegankelijkewoningen realiseren?Het conceptadviesrapport STOER onder leiding van dhr. Friso de Zeeuw isopgesteld na een consultatie van marktpartijen en meerdere bijeen-komsten met stakeholders uit de bouwsector. Het rapport is eind april aande Minister van VRO overhandigd. Dit adviesrapport gaat niet over alletoegankelijkheidseisen, het gaat om de drempels bij de balkons. De sectorvindt dat het realiseren van drempelloze balkons technisch uitdagend is,waardoor er extra bouwkosten zijn. In de komende weken zal de Ministervan VRO zorgvuldig de afweging maken tussen de extra bouwkosten dieontstaan en de baten. Voor de zomer zal zij uw Kamer hierover infor-meren.Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) zal worden gewijzigd oponderstaande onderdelen, waardoor woningen toegankelijker gebouwdgaan worden:–de invoering van lage drempels bij hoofdtoegang van een woning;–toegang naar de buitenberging van een woning;–nultreden woning wordt toegevoegd aan het Bbl: dit is een woning diezonder het gebruik van een trap kan worden betreden;–zorggeschikte woning wordt toegevoegd aan het Bbl: dit is een woningdie geschikt is voor personen met een functiebeperking. Deze woningis geschikt voor het verlenen van zorg.Via de Wet versterking regie op de volkshuisvesting, waarbij iksamenwerk met de Minister van VRO, worden gemeenten verplicht dewoonbehoefte van aandachtsgroepen, waaronder van mensen met eenbeperking, in kaart te brengen en de nodige maatregelen te nemen om tevoorzien in deze woonbehoefte. Daarnaast stimuleert de Minister van VROdat er tot 2030 290.000 woningen voor ouderen bij komen. Deze woningenzijn deels inzetbaar voor mensen met een beperking en andere(aandachts)groepen. Tot slot ontwikkelt het Netwerk Conceptueel Bouwen(NCB)11 voor VRO en VWS productmarktcombinaties (PMCs) voor driewoningtypes geschikt voor ouderen en mensen met een beperking. HetNCB organiseert een ontwerp uitdaging voor marktpartijen om nieuweconcepten met de PMCs te ontwikkelen. Onderdeel van de uitdaging is hetaanbieden van concrete bouwlocaties waarop de «winnende» woningcon-cepten gerealiseerd kunnen worden.Heeft de Staatssecretaris van Langdurige en Maatschappelijke Zorgcontact met de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeningover de kabinetsbrede uitwerking van de Toekomstagenda en dewerkagenda van de Nationale Strategie VN-Handicap?Ja. De Nationale Strategie VN-verdrag Handicap bevat doelstellingen overtoegankelijk wonen en toegankelijke openbare ruimte. De Minister vanVolkshuisvesting en Ruimtelijke ordening neemt maatregelen in dewerkagenda die moeten bijdragen aan het bereiken van die doelstel-lingen.Met interesse hebben de leden van de D66-fractie kennisgenomen van debrief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport overgehandicaptenbeleid en de voortgangsrapportage toekomstagenda «zorgen ondersteuning voor mensen met een beperking». Daartoe hebben dezeleden verdere vragen.11https://www.conceptueelbouwen.nl/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 36029 In de brief benoemt de Staatssecretaris dat er in de Toekomstagendaaandacht besteed wordt aan de talenten van mensen met een beperking.De leden van de D66-fractie vinden dit erg belangrijk, omdat eensamenleving er beter van wordt wanneer iedereen hier op een goedemanier aan kan meedoen. Kan de Staatssecretaris meer duidelijkheidgeven over op welke wijze dit gebeurt, zo vragen de leden van deD66-fractie.Vanuit de Toekomstagenda zorg en ondersteuning voor mensen met eenbeperking is het door de LFB ontwikkelde project «Naar de Top» gefinan-cierd. Vanuit dit tweejarig (2023–2024) trainingstraject voor mensen meteen (licht)verstandelijke beperking zijn in samenwerking met negenzorgorganisaties trainingen aangeboden om de deelnemers te helpen bijhet ontwikkelen van hun talent(en), waarbij de focus lag op persoonlijkegroei. Zowel bij het ontwikkelen als het geven van deze trainingen hebbenervaringsdeskundigen met een (licht)verstandelijke beperking eenbelangrijke rol gespeeld.Verder is de STERK2.0 opleiding in ontwikkeling. Dit project heeft eenlooptijd van 2024 t/m 2025. Het doel van het project is om deelnemers meteen (verstandelijke) beperking op te leiden tot ervaringsdeskundige,waarbij zij een NLQF-niveau 1 diploma ontvangen bij het succesvolafronden van de opleiding. Dit diploma is erkend door het Nederlandskwalificatieraamwerk (NLQF) en is vergelijkbaar met een MBO-niveau 1diploma.Samen met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ende partners van de Werkplaats Simpel Switchen werk ik via hetProgramma Simpel Switchen aan het vergemakkelijken voor mensen omte switchen tussen uitkering en (deeltijd) werk en tussenvormen vanparticipatie, zoals dagbesteding, beschut werk, de banenafspraak enregulier werk. Op 8 mei jongstleden is uw Kamer op de hoogte gebrachtvan de voortgang van Simpel Switchen.12Kan de Staatssecretaris meer informatie verschaffen over welke concreteplannen met bijbehorend tijdspad er bestaan om mensen met eenbeperking nog beter te helpen om hun talenten tot hun recht te latenkomen?Ik ben aan het verkennen om de STERK2.0 opleiding mogelijk uit tebreiden met specialisaties. Dit project is dan een vervolg op de (basis)op-leiding tot ervaringsdeskundige en zal naar verwachting een looptijdhebben van 2025 t/m 2027. Deelnemers met een (verstandelijke)beperking kunnen 1 of meerdere specialisaties volgen om zichzelf verderte ontwikkelen en nieuwe vaardigheden te ontwikkelen, die vantoepassing kunnen zijn op de arbeidsmarkt.Ik noem graag één concreet voorbeeld uit het programma SimpelSwitchen waar in 2025 en 2026 op in gezet wordt. In de regio’s Eindhoven,Veenendaal, Weert en Rotterdam worden door de coalitie van Movisie,VGN en Cedris lerende praktijken Simpel Switchen ondersteund. In dezeregio’s werken een zorgorganisatie, een sociaal ontwikkelbedrijf en eengemeente met elkaar samen om het switchen tussen vormen vanarbeidsmatige dagbesteding en betaald werk te vergemakkelijken. Dekomende periode blijven we inzetten op het ondersteunen van professi-onals in de uitvoeringspraktijken van zorg en werk. Voor verdere plannenverwijs ik graag naar de voortgangsbrief van Simpel Switchen die onlangsis verstuurd.1312Kamerstuk 34 352, nr. 339.13Kamerstuk 34 352, nr. 339.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 36030 Daarnaast benoemt de Staatssecretaris in haar brief een aantal acties,zoals bijvoorbeeld het ontwikkelen van een transparantieregister voorpgb-gefinancierde wooninitiatieven. Echter ontbreken vrijwel overalduidelijke termijnen waarop de Staatssecretaris verwacht deze plannenuitgewerkt te hebben of verdere ontwikkelingen aan de Kamer te kunnenpresenteren. Daartoe vragen de leden van de D66-fractie of de Staatsse-cretaris meer duidelijkheid kan geven over wanneer en op welke wijze ditzal gebeuren.In de voortgangsrapportage heb ik aangegeven dat momenteel wordtgewerkt aan het ontwikkelen van een transparantieregister voorpgb-gefinancierde wooninitiatieven. In de beantwoording van Kamer-vragen van lid Westerveld (GL-PvdA) d.d. 16 oktober 2024 en hetcommissiedebat pgb van 9 april jl. heb ik aangegeven dat beoogd is hettransparantieregister in de tweede helft van 2025 gereed te hebben.Gegeven dat we beogen om de locaties van alle pgb-wooninitiatieven inbeeld te brengen moet ook rekening worden gehouden met deAVG-regelgeving. Immers we kunnen niet zonder meer adresgegevensvan budgethouders vrijgeven. Ook wordt onderzocht hoe gewaarborgdkan worden dat er voor pgb-initiatieven specialisten ouderengeneeskundeen artsen verstandelijk gehandicapten beschikbaar zijn. Mijn inzet is éénen ander zo spoedig mogelijk te realiseren. Tegelijkertijd vind ik zorgvul-digheid van groot belang. Ik zal u in de eerstvolgende stand van zaken-brief over het pgb eind 2026 nader informeren.De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de Voortgangsrap-portage Toekomstagenda «zorg en ondersteuning voor mensen met eenbeperking». Zij hebben hier nog enkele vragen en opmerkingen over.De leden van de SP-fractie merken op dat de Staatssecretaris in haar briefniets schrijft over het tegengaan van de onuitlegbare verschillen tussengemeenten als het gaat om de zorg en ondersteuning van mensen meteen beperking. Is zij van plan om dit probleem aan te pakken? Beseft zijinmiddels dat de praktische ervaringen van mensen met een beperkingdaarbij belangrijker zijn dan politieke frames als wijzen op de beleids-vrijheid van gemeenten?Het betreft geen politiek frame. Het gaat om een zeer fundamenteelvraagstuk ten aanzien van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015,de Gemeentewet en het Huis van Thorbecke. Gemeenten zijn namelijk nietzomaar een «uitvoeringskantoor» van de Rijksoverheid. Met de decentrali-satie is een grote mate van beleidsruimte aan gemeenten meegegeven(een voorwaarde van decentralisatie), om passend bij de lokale situatiezorg- en ondersteuning te organiseren. Een logisch gevolg of conse-quentie hiervan is dan ook dat er lokale verschillen ontstaan. Tegelijkertijdzijn die lokale verschillen in sommige situaties moeilijk uitlegbaar in depraktijk en onwenselijk. Ik merk in de vele gesprekken die ik voer metgemeenten en met mensen met een beperking, dat ook zij dit soms eendilemma vinden.Omdat het om een echt fundamenteel vraagstuk gaat wil ik hier nietlichtzinnig mee omgaan. Daarom wil ik de brede analyse van hetHoudbaarheidsonderzoek Wmo 2015 afwachten; de eindrapportage wordtaan het einde van dit jaar verwacht. Op basis van deze analyse verwachtik – samen met gemeenten – een goede afweging te kunnen maken vanhoe de Wmo 2015 er in de nabije toekomst uit zou moeten zien. Ook ditfundamentele vraagstuk zal dan van een afgewogen antwoord moetenworden voorzien. Ondertussen wordt gewerkt aan verregaande harmoni-satie en standaardisatie (bij inkoop en aanbesteden) om de administra-tieve lasten te verminderen. Ook zijn er al goede voorbeelden vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 36031 samenwerkingsafspraken tussen gemeenten, die passen binnen dehuidige kaders, zoals het verhuisconvenant bij hulpmiddelen.Vanuit de Nationale Strategie VN-verdrag Handicap heeft dit vraagstukook mijn aandacht. En neem ik dit mee in de uitwerking van de daarbijbehorende werkagenda die ik verwacht voor het zomerreces naar deTweede Kamer te sturen.De leden van de SP-fractie pleiten ervoor om goede zorg en onder-steuning, toegankelijkheid en gelijkwaardige kansen mensen met eenbeperking breed en integraal te bevorderen. Om dat te bereiken heeft deKamer onder andere de motie-Dobbe/Paulusma (Kamerstuk 24 170,nr. 342) aangenomen, waarmee de regering werd verzocht om «in lijn metde aanbeveling van het VN-comité, een uitvoeringstoets in te voerenwaarmee wordt getoetst of nieuwe wet- en regelgeving in lijn is met hetVN-verdrag Handicap». Hoe staat het inmiddels met de uitvoering vandeze motie?Ik ben hierover in gesprek met mijn collega’s van Justitie en Veiligheid enBinnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties. Bij het versturen van dewerkagenda VN-verdrag Handicap informeer ik uw Kamer over deuitvoering van deze motie. Ik verwacht de werkagenda voor de zomernaar uw Kamer te verzenden.De leden van de SP-fractie vragen daarnaast hoe het inmiddels staat metde aangenomen motie-Dobbe c.s. (Kamerstuk 24 170, nr. 351) over ingesprek gaan met gemeenten, mensen met een beperking en organisatiesdie hen vertegenwoordigen over de vraag in hoeverre mensen met eenbeperking voldoende worden ondersteund om hun woon- enenergielasten te kunnen dragen.Het kabinet heeft in februari 2025 door middel van sprintsessies voor deWerkagenda VN-verdrag Handicap gesprekken gevoerd over onder anderede financiële positie van mensen met een beperking. Het kabinet voert dekomende maanden aanvullende gesprekken over de woon- enenergielasten waar mensen met een beperking mee te maken hebben. Ditnajaar informeer ik uw Kamer over de opbrengsten.De leden van de SP-fractie waarschuwen daarnaast dat de geplandebezuinigingen op de langdurige zorg en de Wet MaatschappelijkeOndersteuning een gevaar vormen voor de positie van mensen met eenbeperking. Waarom kiest het kabinet er bijvoorbeeld niet voor om de ruim€ 600 miljoen aan bezuinigingen op het Wlz-kader ook voor 2026 teschrappen?Voor 2026 staan een aantal taakstellingen op de begroting die hunoorsprong vinden in de kabinetsperiode-Rutte IV. Deze zijn ookopgenomen in het basispad van het hoofdlijnenakkoord «hoop, lef entrots» van 16 mei 202414. Het kabinet heeft de tariefmaatregelen overge-nomen in het licht van houdbare overheidsfinanciën, waarbij ik verwijsnaar de argumentatie die het vorige kabinet in de Kamerbrief van 15 april2024 over deze tariefmaatregelen uiteen heeft gezet15. Voor deouderenzorg is een deel van de tariefmaatregelen verzacht met hetonderhandelaarsakkoord van het Hooflijnenakkoord ouderzorg (HLO).14Kamerstuk 36 471, nr. 37.15Kamerstuk 34 104, nr. 405.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 36032

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 91d36d7645386b66

14 okt 2026 · ccb4e9d0c80ae43a

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.