Kamerbrief · 23 mei 2025 · Tweede Kamer
Voorstel verbeterde verantwoordingsystematiek BHO-beleid
Brontekst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 865Verbetering verantwoording en begroting36 600 XVIIVaststelling van de begrotingsstaat vanBuitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp(XVII) voor het jaar 2025Nr. 282 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BUITENLANDSE HANDEL ENONTWIKKELINGSHULP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 23 mei 2025In het schriftelijk overleg over het jaarverslag 2023 met de CommissieBuitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (BHO) op 28 juni 2024 gavende rapporteurs Ram en Hirsch aan dat de huidige systematiek voor hetmeten van resultaten op het gebied van BHO verbetering behoeft.1 Ik benhen erkentelijk voor de aandacht die zij hiervoor vragen en voor hun rol inde constructieve uitwisseling die heeft plaatsgevonden.De rapporteurs constateerden dat de in het jaarverslag opgenomenindicatorentabel weliswaar een kwantitatief beeld geeft van de behaalderesultaten, maar onvoldoende inzicht biedt in de beleidsmatige voortgangop de diverse beleidsterreinen. Bovendien wordt er te weinig inzichtgeboden in de geplande en ongeplande effecten van beleidskeuzes,daarmee gepaard gaande risico’s en hoe daarop is ingespeeld. Tevensadviseerden zij te onderzoeken in hoeverre de verantwoording in hetjaarverslag beter kan worden afgestemd op andere verantwoordingsin-strumenten, zowel Rijksbreed als binnen mijn ministerie.Op verzoek van de commissie heb ik daarop een plan van aanpakopgesteld voor een verbeterde verantwoordingssystematiek. Dit plan metuitgangspunten en tijdsplanning is op 11 september 2024 aan uw Kamertoegezonden.2Als reactie hierop ontving ik van de rapporteurs namens de vastecommissie voor BHO op 10 oktober 2024 een brief met verbetervoor-stellen.3 In de Kamerbrief van 31 oktober 2024, heb ik u toegezegd om inmei 2025 een definitief voorstel voor een verbeterde verantwoordingssys-1Kamerstuk 36 560 XVII, nr. 92Kamerstuk 31 865, nr. 593Uw verzoek met kenmerk 2024Z15603 kst-31865-282ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 865, nr. 2821 tematiek met de Kamer delen.4 Op verzoek van de rapporteurs zijnhierover consultaties geweest met de Algemene Rekenkamer (AR) en dedirectie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluaties (IOB). Daarnaast isop zowel 19 februari als 17 april met de rapporteurs van uw commissieover de verantwoording gesproken. In deze brief presenteer ik hetdefinitieve voorstel.Bestaande situatie en gronden voor verbeterde verantwoordingDe huidige verantwoordingssystematiek vindt haar oorsprong in depraktijk van resultaatgericht werken die rond 2015 in zwang kwam.Effectiviteitsvragen werden scherper gesteld, en evaluaties werden meerdata-gedreven en kwantitatief onderbouwd. Tegelijk zorgden de interna-tionale afspraken over ontwikkelingsdoelen voor erkenning van deverwevenheid van thema’s en sectoren. Het belang van tijdige aanpassingvan inzet en aanpak werd groter en, mede daarom, werd de effectivi-teitsmeting complexer. Dit staat op gespannen voet met de traditionelepraktijk van controle op vooraf afgesproken indicatoren en targets.Gaandeweg is daarmee een gelaagdheid van verantwoordingmecha-nismen ontstaan die veel verlangt van het ministerie alsmede van deketenpartners.In het jaarverslag ligt de nadruk op de indicatorentabel die in 2016 werdgeïntroduceerd. De rapporteurs geven in de brief van 10 oktober 2024 aandat uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer (AR)5 en de IOB6 isgebleken dat de in de begroting en het jaarverslag gebruikte indicatoreneen fragmentarisch en onsamenhangend beeld geven. De tabel leidtvolgens hen tot onvoldoende inzicht in de behaalde resultaten en hetleerproces.Naast het jaarverslag zijn de meerjarige beleidsevaluaties conform deRegeling Periodiek Evaluatieonderzoek 2022 (RPE) een belangrijkinstrument. Waar het jaarverslag een foto van de voortgang vormt, biedenevaluaties het gehele beeld. Zij worden onafhankelijk uitgevoerd, opniveau van een individuele activiteit en vervolgens op het niveau van eengeheel beleidsthema, in een periodieke rapportage, uitgevoerd door deIOB voor alle thema’s van de begroting. Deze evaluaties geven inzicht inde effectiviteit van het gevoerde beleid.Verantwoordingsprocessen worden ondersteund met gegevens dieverzameld zijn door ngo’s, internationale organisaties, de rijksdienst voorondernemend Nederland (RVO) en andere uitvoerders van het beleid.Deze gegevens worden openbaar gemaakt via het online ontwikkelings-hulp-portaal. Hoewel hiermee een veelheid aan gegevens beschikbaar is,wordt hiervan door een breder publiek beperkt gebruik gemaakt, terwijl deverzameling en verwerking ervan tijdsintensief is. Uit verzoeken van uwKamer blijkt bovendien dat de publiceerde gegevens vragen oproepen.Interne reflectie binnen mijn ministerie, consultaties met de IOB en deAlgemene Rekenkamer, en de uitwisseling met uw Kamer hebbenduidelijk gemaakt dat verbetering mogelijk is. Ik stel met deze brief voorom terug te gaan naar de wettelijke kern van de verantwoordingssyste-matiek en deze doelmatiger in te richten, sterker opgehangen aan de4Kamerstuk 36 600 XVII, nr. 95Resultaten verantwoordingsonderzoek 2023 Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamen-werking, gepubliceerd op https://www.rekenkamer.nl/publicaties/rapporten/2024/05/15/resultaten-verantwoordingsonderzoek-2023-buitenlandse-handel-en-ontwikkelingssamenwerking6Kamerstuk 34 124, nr. 25Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 865, nr. 2822 beleidsdoelen en met gebruik van beleidsrelevante gegevens over destaat van de uitvoering.Verbeteren van de verantwoordingssystematiekDe verbeterde BHO-verantwoordingssystematiek is bedoeld om deTweede Kamer beter inzicht te geven in de effecten en risico’s van hethuidige beleid, van beleidswijzigingen en van beleid dat is beëindigd. Ditgaat gepaard met een sterkere focus op verantwoording over leren enaanpassen en een centralere rol voor de RPE en de mate waarin beleids-aanbevelingen ook hebben geleid tot aanpassing van beleid. Dit zal naarverwachting de flexibiliteit en het lerend vermogen van het ministerievergroten, zonder de werkdruk onnodig te verhogen. Daarnaast is het debedoeling meer samenhang en efficiëntie aan te brengen binnen debestaande processen. De verbeterde systematiek die ik voorstel bestaatuit drie onderling verbonden en op elkaar afgestemde onderdelen: demeerjarige verantwoording, de jaarlijkse verantwoording, en de verant-woording van coherentie tussen nationaal en internationaal beleid.1. De meerjarige verantwoording via Regeling Periodiek Evalua-tieonderzoek De meerjarige verantwoording van (sub-)artikelen uit de begrotingbestrijkt een periode van vier tot zeven jaar en zal de systematiek van deRPE 2022 onveranderd blijven volgen. Dit instrument levert het meestzorgvuldige antwoord op vragen over de doeltreffendheid en doelma-tigheid van het beleid. De meest recente aanpassing van het RPE is op7 december 2024 met uw Kamer gedeeld (kamerstuk 31 865, nr. 267)7, enis daarmee actueel.De planning van de Periodieke Rapportages en bijbehorende evaluatieswordt jaarlijks via de Strategische Evaluatieagenda (SEA) met de TweedeKamer gedeeld. De evaluatieprogrammering wordt aangepast aan debeleidscycli zodat opgedane lessen zoveel mogelijk leiden tot directeveranderingen in de uitvoering. Conform de RPE worden de hoofd- ensub-artikelen van de begroting, gekoppeld aan SEA-thema’s, één voor ééngeëvalueerd in de vorm van een Periodieke Rapportage. Deze PeriodiekeRapportages worden uitgevoerd door, of in opdracht van, de IOB enbouwen voort op (deel)evaluaties die in de evaluatieperiode al zijnuitgevoerd en integreren die. Elke Periodieke Rapportage wordt, voorzienvan een kabinetsreactie, gedeeld met uw Kamer.2. De jaarlijkse verantwoording in het Jaarverslag De jaarlijkse verantwoording blijft via het Jaarverslag verlopen, hetcentrale en jaarlijks terugkerende verantwoordingsinstrument richting uwKamer. Over (huidig en toekomstig) BHO-beleid zal per sub-artikel van debegroting verantwoording worden afgelegd, waardoor de Tweede Kamerinzicht krijgt in de ontwikkeling en uitvoering van het beleid in hetafgelopen jaar. Om consistentie te bevorderen zal de toelichting in hetjaarverslag per sub-artikel van de begroting voortaan worden opgesteldvolgens een vast format. Om te waarborgen dat deze toelichting aansluitbij bestaande vereisten – waaronder die van de begrotingscyclus – en omde samenhang tussen beleidsinstrumenten te verbeteren, baseer ik medaarvoor op de indeling van artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet(CW 3.1), zoals hieronder opgesomd. In de begroting gebeurt datvooruitblikkend, in het jaarverslag door terug te kijken. Op deze wijzekrijgt de Kamer beter inzicht in het gevoerde beleid, de doelen ervan en7Kamerstuk 31 865, nr. 267Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 865, nr. 2823 het instrumentarium dat ik daarbij inzet. Ook de doelmatigheid endoeltreffendheid komen daarbij aan de orde.A.Doelen. Welke doelen worden/zijn nagestreefd in termen vanbeoogde prestaties en effecten?B.Beleidsinstrumenten. Welke instrumenten worden/zijn ingezet omdeze doelen te realiseren?C.Financiële gevolgen. Welke financiële gevolgen heeft/had hetvoorstel voor de Rijksbegroting?D.Nagestreefde doeltreffendheid. Op welke wijze en in welke matewordt verwacht dat/heeft het beleidsinstrumentarium gaat bijdragen/bijgedragen aan de beoogde prestaties en effecten? Welke aanna-mes, risico’s en beleidstheorie liggen hieraan ten grondslag?E.Nagestreefde doelmatigheid. Waarom is/was het voorgesteldeinstrumentarium een efficiënte manier om de beoogde prestaties eneffecten te bereiken?F.Evaluatieparagraaf. Hoe wordt het voorstel gemonitord engeëvalueerd?Als nadere uitwerking van de BHO-beleidsbrief van 12 maart jl.8, heb ikaan de hand van de hierboven beschreven structuur (via zogenoemdeCW 3.1-formulieren), reeds een toelichting gegeven op de verschillendesub-artikelen van mijn beleid die worden geïntensiveerd. Dit wordtverwerkt en waar nodig geactualiseerd in de begroting en het jaarverslag.In de BHO-beleidsbrief is tevens toegelicht welke sub-artikelen in debegroting niet worden geïntensiveerd of afgebouwd. Ook over dezebeleidsonderdelen wordt verantwoording afgelegd in het jaarverslag endie zullen eveneens die indeling volgen. De inhoudelijke verantwoordingin het Jaarverslag zal een combinatie zijn van een kwalitatieve reflectie opde ontwikkelingen per sub-artikel van de begroting langs bovenstaandelijnen, aangevuld en onderbouwd met evaluaties, onderzoeken enkwantitatieve indicatoren.De huidige indicatorentabel komt te vervallen. Gebleken is dat dezezonder duiding onvoldoende bruikbare informatie oplevert en dat deindicatoren hiervoor onderling te verschillend zijn. Het gebruik vanindicatoren als instrument voor het meten van voortgang op resultatenwordt uiteraard wel gecontinueerd. Resultatendata zullen worden gebruiktter onderbouwing van de narratieve verantwoording en blijven daarmeeals zodanig onderdeel van de toelichting per sub-artikel. Er kan reden zijnom indicatoren in de toekomst aan te passen of nieuwe te gebruiken. Indat geval wordt de Tweede Kamer hierover geïnformeerd. In de bijlagetreft u de tabel waarbij per indicator is aangegeven of deze (naar huidiginzicht) in de nieuwe opzet nog zal worden toegepast. Doordat het nieuwebeleid nu wordt uitgewerkt en ingevoerd, is het nog niet volledig duidelijkwelke indicatoren verder in het jaarverslag zullen worden opgenomen.Het effect van het nieuwe beleid zal gaandeweg zichtbaar worden.Zoveel als mogelijk zullen de gevolgen van beleidswijzigingen of-beëindiging inzichtelijk worden gemaakt aan de hand van relevante data,onder meer afkomstig uit evaluaties en onderzoeken van de PeriodiekeRapportage. In het geval van aflopend beleid blijft het verzamelen vanresultatendata, en rapportage over de effecten daarvan, doorgaan totdatde activiteiten zijn voltooid.Deze aanpak draagt bij aan een duidelijkere, relevantere en kwalitatiefsterkere jaarlijkse verantwoording in het jaarverslag. Tegelijkertijd wordtde informatievraag aan uitvoeringsorganisaties hiermee gestroomlijnddoordat alleen beleidsrelevante data nog worden verzameld of gedeeld.8Kamerstuk 36 180, nr. 133Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 865, nr. 2824 Minder gebruikte communicatiekanalen en publicaties, zoals het resulta-tenoverzicht op het ontwikkelingshulp-portaal, zullen worden uitgefa-seerd, wat bijdraagt aan focus, ook voor onze uitvoeringspartners, endaarmee aan een efficiëntere inzet van capaciteit en middelen.3. De verantwoording van coherentie tussen nationaal eninternationaal beleid De samenhang tussen verschillende beleidsterreinen is niet in éénbegroting te vatten. Daarom komt de verantwoording van coherentietussen nationaal en internationaal beleid momenteel hoofdzakelijk tersprake in de jaarlijkse rapportage over het (Herziene) Actieplan Beleidsco-herentie voor Ontwikkeling en de jaarlijkse Nationale SDG Rapportage.Om de samenhang en zichtbaarheid van de bijdrage aan nationale eninternationale doelstellingen te versterken, worden deze rapportagesvanaf dit jaar samengevoegd.9 Aanvullend biedt de Monitor BredeWelvaart en de SDG’s van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)10inzicht in de bijdrage van het volledige Nederlandse beleid aan bredewelvaart en het bereiken van de SDG’s. De focus is op Nederland zelf,maar met aandacht voor de effecten van ons nationale beleid op landenelders ter wereld, in het bijzonder ontwikkelingslanden. Hierin is de rolvan het BHO-beleid slechts beperkt zichtbaar, vooral via de vermeldingvan de totale omvang van het BHO-budget als indicator van een positiefeffect van Nederland op ontwikkelingslanden.Het komend jaar zal samen met het CBS, het Planbureau voor deLeefomgeving en andere relevante actoren onderzocht worden hoe deindicatorensets die in verschillende rapportages worden gebruikt nogbeter op elkaar kunnen worden afgestemd. Daarmee wordt de transpa-rantie richting de uw Kamer groter en wordt er gewerkt aan de ambitievan het kabinet om coherenter en effectiever bij te dragen aan duurzameontwikkeling wereldwijd.Het is mijn voornemen om nog dit jaar te beginnen met deze verbeterdeverantwoordingssystematiek door hiervoor de aanknopingspunten op tenemen in de BHO-begroting 2026. Hierdoor beschikt de uw Kamer met hetJaarverslag over 2026 over een verbeterde verantwoording van hetBHO-beleid. Ook na invoering van deze verantwoordingsystematiek zal ikde systematiek blijven evalueren en waar nodig aanpassen.De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp,R.J. Klever9Kamerstuk 26 485, nr. 44910Monitor Brede Welvaart en SDG’s 2025 https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/monitor-brede-welvaart-en-de-sustainable-development-goals/elders/elders-samenvattingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 865, nr. 2825
Versie 1456041b94074b78e80c107534825bb9de8640187a9a85008f6584889fae3e00 · Officiële bron.
Gegevens
- Soort document
- Brief regering
- Datum
- 23 mei 2025
- Vergaderjaar
- 2024-2025
- Officiële bron
- Tweede Kamer ↗
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.