Lijst van vragen en antwoorden over publicatie documenten n.a.v. Woo-verzoek nota 'Visie Inspectie Wetsvoorstel toezicht op informeel onderwijs' (Kamerstuk 29614-179)
Brontekst
Versie 8ed81b4f51ceb566 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 614Grondrechten in een pluriforme samenlevingNr. 184 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDENVastgesteld 27 mei 2025 De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft eenaantal vragen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuuren Wetenschap over de brief van 26 november 2024 inzake publicatiedocumenten n.a.v. Woo-verzoek nota «Visie Inspectie Wetsvoorsteltoezicht op informeel onderwijs» (Kamerstuk 29 614, nr. 179).De Staatssecretaris heeft deze vragen beantwoord bij brief van 27 mei2025. Vragen en antwoorden (, voorzien van een inleiding,) zijn hiernaafgedrukt.De voorzitter van de commissie,BrometAdjunct-griffier van de commissie,Huls kst-29614-184ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 614, nr. 1841 Vragen en antwoorden 1Kunt u aangeven hoeveel fte er naar schatting nodig is bij de Inspectie vanhet Onderwijs (hierna: de inspectie) voor het uitvoeren van dezetoezichtstaak?De inspectie heeft in haar uitvoeringstoets een globale raming van deuitvoeringskosten gemaakt. De uitvoeringstoets zal naar uw Kamerworden gestuurd bij behandeling van het wetsvoorstel.2Wat zijn nu de feitelijke uitvoeringsmogelijkheden die de inspectie zietnaar aanleiding van het wetsvoorstel?Die uitvoeringsmogelijkheden heeft de inspectie uiteen gezet in haaruitvoeringstoets die met uw Kamer zal worden gedeeld bij behandelingvan het wetsvoorstel.3Welke bezwaren die de inspectie aangeeft zijn feitelijke uitvoeringsbe-zwaren?4Welke bezwaren die de inspectie aangeeft zijn bezwaren op basis vanovertuiging?Antwoord vragen 3 en 4Beide zijn te lezen in de uitvoeringstoets die ik bij behandeling van de wetaan uw Kamer zal doen toekomen.5Klopt het dat het wetsvoorstel risicogericht is en kunt u nader duiden watdit inhoudt?Dat klopt. Het wetsvoorstel introduceert signaalgestuurd toezicht. Dezevorm van toezicht is risicogericht in de zin dat de inspectie alleen overgaattot het inzetten van toezichtsbevoegdheden als op basis van ontvangensignalen een redelijk vermoeden bestaat dat in een informele onderwijs-setting aangezet wordt tot haat, discriminatie of geweld. Het overgrotedeel van organisaties die informeel onderwijs verzorgen zullen dus nietmet het toezicht te maken krijgen.6Is uw verwachting dat door de risicogerichtheid die van het wetsvoorsteluitgaat, het overgrote deel van de informele onderwijsorganisaties nietmet het toezicht van dit wetsvoorstel te maken krijgen?Het is inderdaad mijn verwachting dat het overgrote deel van informeleonderwijsorganisaties niet met toezicht van de inspectie te maken krijgt.1Dit komt doordat het toezicht signaalgestuurd is en het wetsvoorstel eensmalle verbodsnorm kent die zich richt op excessen waarvan mijverwachting is dat deze zich slecht in enkele gevallen voordoen (zie mijnantwoord op vraag 18).1Dat wil zeggen te maken krijgen met onderzoek door de inspectie. Daarnaast is de weging vanbinnengekomen meldingen ook onderdeel van het toezicht door de inspectie, maar zolang dezeweging niet leidt tot onderzoek ervaren aanbieders dit onderdeel van toezicht niet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 614, nr. 1842 7Op welke manier voert u de motie van het lid Van Toorenburg oversignalen van kindermishandeling in het informele onderwijs oppakken,uit?De motie van het lid van Toorenburg (CDA) (Kamerstuk 35 228, nr. 28)roept op om te onderzoeken hoe signalen van informeel onderwijs datkinderen vervreemdt van de samenleving kunnen worden opgepakt enhoe vervolgens kan worden ingegrepen. Het conceptwetsvoorstel toezichtinformeel onderwijs regelt dat signalen van het aanzetten tot haat, geweldof discriminatie binnen het informeel onderwijs gevolg kunnen krijgen.Zoals toegelicht in een eerdere brief aan uw Kamer, wordt met dezeverbodsnorm de juiste balans gevonden tussen de bescherming van derechten van het kind en de grondrechten van andere betrokkenen.2Alhoewel deze verbodsnorm smaller is dan «vervreemding van desamenleving», geeft het wetsvoorstel daarmee zo goed als mogelijkuitvoering aan de motie van het lid Van Toorenburg.8Op welke manier voert u de motie van de leden Kuiken en Becker overrisicogericht toezicht op informeel onderwijs wettelijk mogelijk maken,uit? (Kamerstuk 29 754, nr. 572)In een brief van 18 november 2022 is uw Kamer geïnformeerd dat met debeleidsagenda informeel onderwijs invulling zou worden gegeven aan deoproep om risicogericht toezicht op informele scholing te introduceren.3Het wetsvoorstel toezicht informeel onderwijs vormt onderdeel van dezebeleidsagenda4 en regelt signaalgestuurd toezicht op het informeelonderwijs. Daarmee wordt uitvoering gegeven aan de motie van de ledenKuiken en Becker.9Op welke manier past toezichthouden op aan het strafrecht ontleendenormen bij de taken van de inspectie?In het reguliere onderwijs houdt de inspectie onder andere toezicht op dewettelijke burgerschapsopdracht. Onderdeel daarvan is dat scholen zorgdragen voor bevordering van basiswaarden, strijdigheid met basis-waarden tegen gaan en een schoolcultuur die in overeenstemming is metde basiswaarden van de democratische rechtstaat. Het aanzetten tot haat,geweld of discriminatie is evident in strijd met deze opdracht en isdaarmee (indirect) ook onderdeel van het toezicht van de inspectie op dewettelijke burgerschapsopdracht. Het houden van toezicht op de in hetconceptwetsvoorstel geformuleerde, aan het strafrecht ontleende norm inhet verlengde van het huidige takenpakket van de inspectie.10Hoe voorkomt u dat de beoogde nieuwe taak voor de inspectie door debrede normstelling afbreuk zal doen aan de menskracht, deskundigheiden autoriteit die van belang zijn voor het huidig inspectietoezicht?Het gaat hier niet om een keuze tussen goed toezicht op het regulieronderwijs of het informeel onderwijs. Voor allebei heeft de overheid eenverantwoordelijkheid. Daarnaast is mijn verwachting dat het regulieretoezicht op onderwijsinstellingen niet zal lijden onder het feit dat de2Kamerstukken II, 2022–2023, 29 614, nr. 1693Kamerstukken II, 2022–2023, 31 293, nr. 6534Uw Kamer is voor het laatst geïnformeerd over de voortgang van die beleidsagenda op 24 mei2023 (Kamerstukken II, 2022–2023, 29 614, nr. 169).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 614, nr. 1843 inspectie er een extra taak bij krijgt. Voor het toezicht op informeelonderwijs zal de inspectie toegerust worden met voldoende menskrachten deskundigheid, zodat deze taak geen afbreuk doet aan het huidigeinspectietoezicht, zowel in termen van capaciteit als autoriteit. Dat doe ikdoor de inspectie middelen toe te kennen om de nodige menskracht endeskundigheid in huis te halen, maar ook door een onafhankelijkeadviescommissie in te richten die de inspectie ondersteunt in haar taak.11Hoe voorkomt u dat de beoogde nieuwe taak voor de inspectie, doordatiedereen signalen kan melden, afbreuk zal doen aan de menskracht,deskundigheid en autoriteit die van belang zijn voor het huidiginspectietoezicht?Zie mijn antwoord op vraag 10.12Wat is de reden dat inzet van schaarse inspecteurs in het toezicht opinformeel onderwijs gerechtvaardigd is, in het licht van de analyse van deinspectie?Dit kabinet vindt het van essentieel belang dat kan worden ingegrependaar waar kinderen binnen het informeel onderwijs worden aangezet tothaat, geweld of discriminatie, met name omdat kinderen in een dergelijkesituatie recht hebben op bescherming. Daar zal extra personeel voorworden geworven.13Wat is uw reactie op het feit dat de inspectie erop wijst dat dit toezicht kanleiden tot «goedkeuring» van gevaarlijke praktijken doordat de toezicht-houder onvoldoende bewijs vindt voor radicalisering?Het conceptwetsvoorstel voorziet in een openbaar rapport van deinspectie met haar bevindingen. Het gegeven dat het voor kan komen dater voor een overtreding niet voldoende bewijs wordt gevonden, is voormij geen reden om af te zien van de ambitie om dergelijke misstandentegen te gaan. Immers, bij elke vorm van toezicht (ook in het reguliereonderwijs) is dat een inherent risico. Om die reden zal ik bij de inwerking-treding van het toezicht breed en duidelijk toelichten dat «geen voldoendebewijs» iets anders is dan «goedkeuring».14Wat is uw reactie op het feit dat de inspectie erop wijst dat vergaandeopsporingsbevoegdheden op zijn minst nodig zouden zijn en dat deambtenaren bij de inspectie daarop niet zijn toegerust?Bij behandeling van de wet in uw Kamer zal ik, mede op basis van deuitvoeringstoets van de inspectie, hier nader op ingaan.15Wat betekent dat ambtenaren werkzaam bij de inspectie belast zijn methet toezicht en wat is de reden dat niet de organisatie als zodanig belast ismet het toezicht?Toezichtsbevoegdheden kunnen in de praktijk, ook bijvoorbeeld in hetreguliere onderwijs, alleen door natuurlijke personen worden ingezet(inspecteurs). Een organisatie als zodanig kan immers geen gesprekkenvoeren of stukken inzien. De Algemene wet bestuursrecht kent om diereden toezichtsbevoegdheden alleen toe aan een «toezichthouder», diedeze wet (in artikel 5:11) omschrijft als: «een persoon, bij of krachtensTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 614, nr. 1844 wettelijk voorschrift belast met het houden van toezicht op de nalevingvan het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift». Hierbij is inhet conceptwetsvoorstel aangesloten.16Is ook overwogen om de Raad voor de Kinderbescherming in plaats vande inspectie onderzoek te laten doen als het welzijn van kinderen ingevaar zou zijn of komen en wat is de reden dat daar niet voor is gekozen?Daar waar binnen het informeel onderwijs wordt aangezet tot haat,geweld of discriminatie, moet dit bij de bron worden aangepakt. Dat is hetdoel van dit wetsvoorstel. Met de Raad van de Kinderbescherming alstoezichthouder zou de focus niet liggen op de bron, maar de ontvangervan het onderwijs (het kind). Daarom is de Raad voor de Kinderbe-scherming niet de geëigende toezichthouder.517Kunt u een kwantitatief beeld schetsen van de verschillende activiteitendie wekelijks in ons land plaatsvinden die als vorming kunnen gelden?Het scala aan activiteiten dat valt onder informeel onderwijs, zoalsgedefinieerd in het conceptwetsvoorstel, is breed. Voor die bredereikwijdte is bewust gekozen, om te waarborgen dat elke aanbieder vaninformeel onderwijs gelijk wordt behandeld voor de wet en te voorkomendat een kwaadwillende zich eenvoudig aan het toezicht kan onttrekkendoor uit te wijken naar een van de wet uitgesloten vorm van informeelonderwijs. Het scala aan «activiteiten die als vorming kunnen gelden» isnog breder. Gelet op die breedheid en het gegeven dat ook lang niet aldeze activiteiten worden verricht door bij OCW bekende personen oforganisaties, kan ik het aantal activiteiten niet kwantificeren.18Kunt u aangeven hoeveel signalen u bereiken over vermeende vormings-activiteiten die aanzetten tot haat en geweld?Openbare signalen over informeel onderwijs dat aanzet tot haat, geweldof discriminatie zijn bij uw Kamer bekend.6 Daarnaast zijn er bij hetMeldpunt Veilig Leren buiten school sinds 2022 vier serieuze meldingenbinnengekomen over het informeel onderwijs. Uit een verkenning inopdracht van SZW in 2020 kwam naar voren dat onder 15.000 respon-denten zes meldingen binnenkwamen over mogelijk antidemocratisch,anti-rechtstatelijk en anti-integratief informeel onderwijs.7 Tezamen geeftdit het beeld dat het aantal informele onderwijsorganisaties waar(mogelijk) wordt aangezet tot haat, geweld of discriminatie beperkt is.Deze signalen uit het verleden zijn dermate ernstig dat ik aan vergelijkbaresignalen in de toekomst gevolg wil kunnen geven. Daarnaast is elkesignaal er één teveel omdat we elk kind willen behoeden voor informeelonderwijs dat aanzet tot haat, geweld of discriminatie.5Dat gezegd hebbende, heeft de Raad voor de Kinderbescherming reeds de mogelijkheid om teinterveniëren wanneer de ontwikkeling van een kind in gevaar is.6Het gaat om voorbeelden uit de onderzoeken van Nieuwsuur en NRC (Grote zorgen TweedeKamer na onderzoek salafistische moskeescholen (nos.nl)), het Verwey-Jonker Instituut (Hamdi,A., Pels, T., Klooster, E., Day, M. & Achahchah, J. (2019). De invloed van alFitrah op deelnemersen de omgeving: het buitenperspectief. Utrecht, Verwey-Jonkerinstituut in opdracht vangemeente Utrecht.), de Parlementaire ondervragingscommissie naar ongewenste beïnvloedingvan maatschappelijke en religieuze organisaties in Nederland (POCOB, Kamerstuk 35 228, nr. 4)en om voorbeelden uit het openbaar jaarverslag 2022 van de AIVD.7Breed, M., Galesloot, J., den Otter, M., Peeters, M., Cergel, F., & Ramadan, O. (2020).Verkenning informele scholing. Radar Advies.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 614, nr. 1845 19Op welke manieren bereiken signalen van vermeende haatzaaiende en totgeweld aansporende vormingsactiviteiten u?Dergelijke signalen kunnen mij op verschillende manieren toekomen. Inde memorie van toelichting bij het wetsvoorstel worden signalen uit hetverleden genoemd die afkomstig waren uit de journalistiek en van deveiligheidsdiensten. Daarnaast weten we op basis van overleggen metgemeenten dat zorgelijke signalen over informeel onderwijs soms ookdaar terechtkomen.20Op welk deel van de meldingen van haatzaaiende en tot geweld aanspo-rende (vormings)activiteiten kan nu al worden ingegrepen, bijvoorbeeldop grond van het strafrecht?De verbodsnorm in het wetsvoorstel is gebaseerd op artikel 137d van hetWetboek van Strafrecht. Vanuit het strafrecht is het aanzetten tot haat,geweld of discriminatie reeds strafbaar daar waar de uiting in hetopenbaar plaatsvindt. Voor zover het betreffende informeel onderwijs zichdus in de openbaarheid afspeelt, kan op basis van genoemdeverbodsnorm worden ingegrepen via het strafrecht. Ook zou op grond vanhet burgerlijk recht (artikel 2:20 BW) het openbaar ministerie eenverbodenverklaring van een rechtspersoon kunnen verzoeken indien dezeeen doel nastreeft of werkzaamheden verricht in strijd met de openbareorde. Onder openbare orde wordt in dat onder andere verstaan; handelendat leidt tot een (klaarblijkelijke) bedreiging van de internationalerechtsorde, nationale veiligheid of ontwrichting van de democratischerechtsstaat. Van dergelijke ontwrichting kan sprake zijn indien eenrechtspersoon aanzet tot geweld, haat of discriminatie. De verbodenver-klaring zal echter slechts worden toegepast indien deze kan wordengezien als een noodzakelijke maatregel om gedragingen te voorkomen dieeen daadwerkelijke en ernstige aantasting vormen van als wezenlijkervaren beginselen van ons rechtsstelsel en die onze samenlevingontwrichten of kunnen ontwrichten. Er is dan ook sprake van een hogedrempel voor toepassing van dit instrument.21Op welk deel van de meldingen van haatzaaiende en tot geweld aanspo-rende (vormings)activiteiten kan op dit moment niet worden ingegrepenen waarom niet?Tegen (bijvoorbeeld) haatzaaiend informeel onderwijs dat in beslotenheidplaatsvindt kan op dit moment niet worden opgetreden, aangezien ditdoorgaans niet als openbaar in de zin van artikel 137d van het Wetboekvan Strafrecht kan worden beschouwd.22Hoeveel tijd is de inspectie gemiddeld kwijt aan het onderzoeken of eensignaal dat bij hen binnenkomt al dan niet terecht is?Dat is niet te zeggen omdat de inspectie nu niet de bevoegdheden heeftom over te gaan tot onderzoek. Daar is deze wet voor nodig.23Hoe effectief zal de Wet toezicht informeel onderwijs naar verwachting zijngezien een groot deel van de activiteiten waarop zij toeziet zichdoelbewust in het geheim zullen voltrekken en is de inspectie voldoendetoegerust om tegen dergelijke heimelijke activiteiten op te treden?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 614, nr. 1846 Het doel van het wetsvoorstel is om gevolg te kunnen geven aan signalenover informeel onderwijs dat aanzet tot haat, geweld of discriminatie. Deinformeel onderwijsinstellingen waarover in het verleden signalen naarbuiten zijn gekomen, ontplooien hun activiteiten vaak niet in volstrekteheimelijkheid. Ze zijn bijvoorbeeld lid van een koepelorganisatie en isvoor de buitenwereld kenbaar waar ze zijn gevestigd. Het wetsvoorstelricht zich vooral op het bestrijden van uitwassen die in dat soort instel-lingen plaatsvinden. Afhankelijk van de situatie kan in die situaties hettoezichtinstrumentarium van de inspectie (zie mijn antwoord op vraag 33)handvatten bieden om een verbodsovertreding in de praktijk vast testellen.Tegelijk erken ik dat dergelijke activiteiten achter de voordeur ofanderszins heimelijk kunnen plaatsvinden. Toch kies ik er bewust voor omhet wetsvoorstel niet van toepassing te laten zijn op situaties in dewoning. Daarmee is een balans gevonden tussen de verantwoordelijkheiddie ik voel om de belangen van het kind te beschermen en de grond-rechten van betrokkenen. Wanneer het gaat om personen of organisatiesdie doelbewust en heimelijk trachten onze democratische rechtsstaat teondermijnen, zijn andere overheidsactoren beter toegerust om daaroverinformatie te verzamelen.24Is de inspectie op dit moment voldoende toegerust om het aantal signalendat verwacht wordt als gevolg van uiteenlopende opvattingen over watdiscriminatie behelst te verwerken?Om de inspectie voldoende toe te rusten voor deze taak zal de personeleen technische capaciteit nog moeten worden opgebouwd. Zoals gebrui-kelijk bij een nieuwe taak, zijn we met de inspectie in gesprek over denodige personele en technische capaciteit.25Betekenen de beoogde vormingsactiviteiten die met het wetsvoorstel Wettoezicht informeel onderwijs onder het bereik van de inspectie wordengebracht tevens dat scholings- en vormingsactiviteiten van politiekejongerenorganisaties onder het inspectietoezicht gaan vallen?Ja. Maar zoals eerder gezegd is het toezicht signaalgestuurd en dus krijgthet overgrote deel van de instellingen daarmee niet te maken.26Hoe definieert u de begrippen «haat» en «discriminatie», nu de inspectieveel onterechte signalen verwacht in verband met de vaak niet eenduidigeinterpretatie van deze begrippen, de waardengevoeligheid ervan en hetgebruik in overdrachtelijke betekenis?In paragraaf 2.3.4 van de memorie van toelichting worden de begrippen«haat» en «discriminatie» als volgt gedefinieerd:8Haat wordt gedefinieerd als een extreme emotie van diepe afkeer envijandigheid. Voor het aanzetten tot haat moet in beginsel ook sprake zijnvan een krachtversterkend element, waarbij anderen worden opgehitst ofopgeroepen om iets te doen,9 bijvoorbeeld om leed te berokkenen aanbepaalde bevolkingsgroepen. In zoverre kan de term haat overlapvertonen met de begrippen discriminatie en geweld. De conclusie datonderwijs aanzet tot haat kan dus ook blijken uit het feit dat in het8Overheid.nl | Consultatie Wet toezicht informeel onderwijs9Rb. Den Haag, 9 december 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:15014.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 614, nr. 1847 onderwijs stelselmatig wordt gediscrimineerd en fysiek geweld jegensbepaalde bevolkingsgroepen wordt gepropageerd.Van het aanzetten tot discriminatie is sprake indien wordt opgeroepen tothet teniet doen of beperken van het gelijke genot of gebruik van derechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Op basis van dezenorm kan bijvoorbeeld worden opgetreden tegen informeel onderwijs datextreemrechts gedachtengoed propageert doordat het structureel mensenmet een migratieachtergrond wegzet als verachtelijk en daarbij propa-geert dat omgang daarmee moet worden vermeden. Een dergelijk gevalkenmerkt zich door een element van ontmenselijking, door de verachte-lijkheid (en daarmee inherente minderwaardigheid) van een groeppersonen te bepleiten op basis van een persoonskenmerk.10Tegelijkertijd kan er wel onenigheid bestaan over de inhoud van eengeuite mening of de strekking van het ware geloof, of de geloofsconse-quentie van een bepaalde levenswandel, zolang maar nooit ten principalehet recht van de ander op gelijke aanspraak van grondrechten wordtontzegd. Dit houdt in dat het bijvoorbeeld toegestaan blijft om in hetinformeel onderwijs te bepleiten dat de overtuiging van anderen «fout» isen dat contact met de daaruit voortvloeiende levenswijze moet wordenvermeden.27Wat is de beoogde werkwijze van de inspectie bij gebruik van signalenvan derden over aanzetten tot discriminatie, die volgens de inspectiekwetsbaar zijn voor gebruik voor andere doelen?Nadat de inspectie een signaal heeft ontvangen zal zij op basis van hetsignaal, of de signalen, de vraag moeten beantwoorden of deze signaleneen redelijk vermoeden opleveren van overtreding van de verbodsnormuit het conceptwetsvoorstel. De betrouwbaarheid van de signalen speelteen belangrijke rol bij de beantwoording van de vraag of sprake is vaneen redelijk vermoeden van overtreding van de wettelijke verbodsbe-paling. Die betrouwbaarheid wordt door verschillende aspecten bepaald,bijvoorbeeld de herkomst van het signaal, de hoeveelheid aan informatieen de mate van detaillering van het signaal.Als de inspectie meent dat er sprake is van een redelijk vermoeden, wordteen onafhankelijk adviescommissie gevraagd om te beoordelen of designalen leiden tot een redelijk vermoeden van overtreding. De advies-commissie dient als een extra waarborg voor een zorgvuldige weging vansignalen.28Welke instrumenten staan de inspectie straks ter beschikking als de in hetwetsvoorstel bedoelde, niet toegestane, problematische situaties achterde voordeur of naar vormen van thuisonderwijs verdwijnen, in heime-lijkheid plaatsvinden of dat men doelen en inhouden verhult, zonder dater sprake is van een geëxpliciteerd curriculum?De keuze is bewust gemaakt om dit wetsvoorstel niet van toepassing teverklaren op onderwijs binnen de eigen woning, omdat dit een tevergaande inbreuk zou zijn op de privésfeer. De inspectie krijgt met ditwetsvoorstel dus geen bevoegdheid om toezicht te houden op informeelonderwijs dat wordt gegeven binnen de eigen woning. In situaties die welvallen onder haar toezicht, beschikt de inspectie over de instrumenten10Nog los van het gegeven dat uitingen geïnspireerd door een extreemrechtse ideologie nietdoor de vrijheid van godsdienst worden beschermd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 614, nr. 1848 zoals opgenoemd in mijn antwoord op vraag 33. Als er een geëxpliceerdcurriculum aanwezig is, vormt dit een informatiebron voor de inspectie.Zoals eerder aangegeven zijn er ook heimelijke situaties denkbaar waarinmet dit instrumentarium niet alle informatie boven tafel zal komen (ziemijn antwoord op vraag 23).29Wat zijn uw verwachtingen bij de meldingsbereidheid van direct betrok-kenen bij problematische situaties, die juist direct betrokkenen in de regelzien als gewenst?Het is aannemelijk dat de meldingsbereidheid van betrokkenen zalverschillen van persoon tot persoon, ook omdat er een drempel kanbestaan om melding te maken van activiteiten die als ongewenst wordengezien. Dat er ook betrokkenen kunnen zijn die wel melding maken vanmisstanden, blijkt onder meer uit het eindverslag van POCOB.11 Met ditwetsvoorstel wordt er in ieder geval een duidelijk en laagdrempelig puntgecreëerd waar betrokkenen zich kunnen melden, ook anoniem, indien zijzich zorgen maken over misstanden binnen het informeel onderwijs. Deinspectie is als toezichthouder tegelijk niet volledig afhankelijk van demeldingsbereidheid van betrokkenen, aangezien meldingen ook vanbepaalde, in de wet omschreven overheidsinstanties kunnen komen.30Op welke wijze voorkomt u bij het wetsvoorstel Wet toezicht op informeelonderwijs dat de inspectie veel toezicht moet richten op activiteitenwaarover geen maatschappelijke zorg bestaat (of waarvoor een goed,proportioneel alternatief bestaat: strafrecht, het OM en toetsing door derechter)?Doordat het toezicht signaalgestuurd is zal de inspectie enkel onderzoekrichten op informeel onderwijs waarover wel zorg bestaat omdat eenredelijk vermoeden bestaat dat kinderen worden aangezet tot haat,geweld of discriminatie. Wel zal de inspectie alle signalen die ze ontvangtwegen.31In hoeverre zal toepassing van de Wet toezicht op informeel onderwijsmogelijk juist vooroordelen en discriminatie in de hand werken, zoals deinspectie vreest?Er is bewust gekozen voor de brede reikwijdte van het wetsvoorstel, zodater geen onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende vormen vaninformeel onderwijs. Het doel is om in te kunnen grijpen als kinderenworden aangezet tot haat, geweld of discriminatie – dat staat los van devorm van informeel onderwijs waar het om gaat. Het is de taak van deinspectie en onafhankelijke adviescommissie om ook in de praktijk nietdiscriminatoir te werk te gaan en signalen zorgvuldig te wegen (zie ookvraag 27).32Wat betekent het beoogde toezicht van de inspectie op informeelonderwijs voor de intensiteit waarmee het reguliere toezicht op bekostigdonderwijs straks gestalte zal krijgen, nu de inspectie oordeelt dat hetbeoogde toezicht «niet uitvoerbaar is» en het haar «taak in het regulieronderwijs onder druk zet»11https://www.tweedekamer.nl/nieuws/kamernieuws/eindverslag-parlementaire-ondervragingscommissie-overhandigdTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 614, nr. 1849 Zie mijn antwoord op vraag 10.33Kunt u puntsgewijs uiteenzetten hoe de verdergaande opsporingsmid-delen, die bij het toezicht op informeel onderwijs nodig zijn in verbandmet verheimelijking van activiteiten waarmee rekening moet wordengehouden, afwijken van de regulier toezichtmethoden van de inspectie(observatie, gesprek en documentanalyse)?Bij het onderzoek beschikt de inspectie over de bevoegdheden die titel 5.2van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) aan toezichthouderstoekent. Dat betekent onder andere dat degenen die het informeelonderwijs verzorgen verplicht zijn aan een onderzoek van de inspectiemee te werken. Daarnaast is de inspectie bevoegd om plaatsen tebetreden, inlichtingen te vragen en spullen in beslag te nemen.Medewerking kan daarbij worden afgedwongen door middel van een lastonder bestuursdwang of dwangsom. Het betreden van plaatsen kan zonodig plaatsvinden met behulp van de politie. Bij het onderzoek kunnenook derden worden betrokkenen. Verdergaande opsporingsmiddelen zijnhiervan geen onderdeel.34In hoeverre komt straks ook de kwaliteit van het lesgeven bij het toezichtop informeel onderwijs in beeld, naast het toezicht op mogelijk intenti-oneel en herhaaldelijk aanzetten tot geweld, haat en discriminatie?Als de inspectie haar toezichtsbevoegdheden inzet, is dit enkel om tebeoordelen of het gegeven onderwijs aanzet tot haat, geweld of discrimi-natie. De kwaliteit van het lesgeven valt niet onder dit toezicht.35Welke andere instanties zouden in aanmerking komen om het toezicht opinformeel onderwijs bij te beleggen, nu de inspectie zichzelf niet vanzelfde geëigende toezichthouder noemt die effectief kan optreden?Uit de gesprekken met de inspectie, OM, politie, AIVD, GGD’en en anderedepartementen is geen andere geschikte toezichthouder naar vorengekomen. Naar mijns inziens is de inspectie de geëigende toezichthouder.Dat heeft te maken met haar ervaring met het vaststellen van feiten inonderwijssettingen, het voeren van gesprekken met ouders en kinderen,en met vraagstukken die verband houden met de waarden van dedemocratische rechtstaat. Zie ook mijn antwoord op vraag 9.36Welke mogelijkheden ziet u om in het toezicht op het reguliere onderwijsde wet- en regelgeving rondom het tegengaan van ondemocratischgedachtegoed aan te scherpen, waarvoor een wettelijke basis nodig zouzijn?Vanuit de wettelijke burgerschapsopdracht zijn scholen verplicht om tezorgen voor een schoolcultuur die in overeenstemming is met debasiswaarden van de democratische rechtstaat en de inspectie houdt hiertoezicht op. Ik zie op dit moment geen aanleiding om de wet- en regel-geving rondom het tegengaan van ondemocratisch gedachtegoed binnenhet reguliere onderwijs aan te scherpen.37Zullen straks in principe ook de programma’s van ProDemos onderdeeluitmaken van de vormingsactiviteiten waarop de inspectie toezicht houdt?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 614, nr. 18410 Ja. Maar het toezicht zal signaalgestuurd zijn dus alleen wanneer ersprake van substantiële signalen.38Welke andere diensten dan de inspectie zijn zoal in beeld geweest bij deuitvoering van de motie van het lid Kuiken c.s. over risicogericht toezichtop informeel onderwijs?In de uitwerking van het conceptwetsvoorstel zijn verschillende alterna-tieven overwogen binnen het bestuursrechtelijke toezicht. Allereest isoverwogen om een nieuwe toezichthouder in te stellen voor het toege-nomen toezicht, waardoor het onderscheid tussen het toezicht op regulieronderwijs en informeel onderwijs duidelijker is. Van deze variant isafgezien, omdat een nieuwe toezichthouder tegen dezelfde uitdagingen inde uitvoering zou aanlopen als de inspectie. Gelet op de kostbaarheid vanhet instellen van een nieuwe toezichthouder, maakt dat deze variant nietdoelmatig. Daarnaast is de mogelijkheid onderzocht om de Raad voor deKinderbescherming een grotere rol toe te kennen in het voorgenomentoezicht. Van deze variant is afgezien, omdat de Raad voor de Kinderbe-scherming zich richt op de ontvanger van het onderwijs (het individuelekind). Met dit wetsvoorstel richt het kabinet zich bewust op de aanbiedervan informeel onderwijs, zodat het probleem bij de bron wordt aangepakt.Tot slot is een vorm van horizontaal toezicht onderzocht, waarin koepel-organisaties op vrijwillige basis een rol spelen in het zelfregulerendevermogen van het informeel onderwijs. Horizontaal toezicht leent zichechter beter voor het toezien op de naleving van positieve kwaliteits-normen en minder voor het bewaken van een verbodsnorm. Aangezien deoverheid een verantwoordelijkheid heeft voor de bescherming van derechten van het kind en borgen van een veilige samenleving, moet zij ookkunnen optreden bij een verbodsovertreding en niet afhankelijk zijn vande zelfregulering van instellingen voor informeel onderwijs.39Kunt u toelichten hoe de inspectie toezicht moet houden op aanzetten totgeweld, haat en discriminatie, terwijl zij aangeeft dat het haar kerntaak isom de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen?Op de punten van de inspectie zal ik nader ingaan als ik wetsvoorstelaanbied aan uw Kamer.40Heeft u een reactie op de conclusie van de inspectie dat toezicht op hetinformeel onderwijs een rol betreft die wezensvreemd is voor deinspectie?Zoals aangegeven in mijn antwoord op vragen 3 en 4 is deze anders dande huidige taken van de inspectie. Met de inspectie wordt daarom nogonderzocht welke toerusting zij nodig heeft om hier uitvoer aan te geven.Voor de vraag hoe deze taak zich verhoudt tot de huidige taken van deinspectie, verwijs ik u naar mijn antwoord op vraag 9.41Waarop baseert de inspectie de gedane aannames over de begrippen«discriminatie» en «haat» en de interpretatie hiervan?Voor een definitie van de begrippen «discriminatie» en «haat» verwijs ik umijn antwoord op vraag 26. Deze definities zijn gebaseerd op hetstrafrechtelijk normenkader en jurisprudentie daarover.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 614, nr. 18411 42Hoe kijkt u naar het feit dat de inspectie de trefkans van wel-relevantesignalen klein inschat?Er zijn signalen uit het verleden bekend van informeel onderwijs waar(mogelijk) werd aangezet tot haat, geweld of discriminatie (zie mijnantwoord op vraag 18). Ongeacht de trefkans van wel-relevant signalen, ishet doel van het wetsvoorstel dat daar waar relevante signalen zichvoordoen, kan worden ingegrepen. Deze signalen kunnen komen uitverschillende bronnen: openbare bronnen, meldingen van burgers ofgegevens die worden aangeleverd door een burgemeester, college vanburgemeester en wethouders, politie, OM en AIVD. Daarnaast is elk kinddat hiermee te maken krijgt er één teveel.43In hoeverre bent u het eens met de inspectie dat zij niet kunnen optredentegen het eenvoudig onttrekken van inspectietoezicht door middel vanbijvoorbeeld thuisonderwijs?De inspectie constateert terecht dat dit conceptwetsvoorstel niet toeziet oponderwijs in de eigen woning en dat de inspectie op basis van deze wetdus niet kan optreden als in dit onderwijs wordt aangezet tot haat, geweldof discriminatie. Hoewel dat nadelig voor de slagvaardigheid van hetwetsvoorstel, ben ik van mening dat het houden van toezicht in de woningeen te vergaande inbreuk is op de persoonlijke levenssfeer. Om die redenis de woning uitgezonderd van het toepassingsbereik van hetwetsvoorstel. Hetzelfde geldt voor het onderwijs dat door ouders aanalleen hun kinderen wordt gegeven.44Wat bent u van plan om te doen met het gegeven van de inspectie dattoezicht door de inspectie een averechts effect zal hebben en daarmeeproblematische situaties zal kunnen goedkeuren?Met de inspectie wordt momenteel nog onderzocht welke randvoor-waarden of aanpassingen in het conceptwetsvoorstel nodig zijn omsituaties waarin de inspectie een overtreding niet kan bewijzen zo goedals mogelijk te beperken. Dat gezegd hebbende blijft het altijd eenmogelijkheid dat de inspectie na een onderzoek concludeert dat op basisvan de verkregen informatie geen verbodsovertreding kan wordenvastgesteld, terwijl hiervan in feite wel sprake was. Dit is een mogelijkheiddie zich voordoet bij elke vorm van toezicht op een verbodsnorm. Zoalseerder aangegeven zal ik om die reden bij de inwerkintreding van hettoezicht breed en duidelijk toelichten dat «geen voldoende bewijs» ietsanders is dan «goedkeuring».45In hoeverre verwacht u dat de inspectie met hun reguliere toezichtme-thoden heterdaad kan vaststellen?Met het toezichtinstrumentarium van de inspectie (zie ook mijn antwoordop vraag 33) is het onaannemelijk dat de inspectie heterdaad kanvaststellen, in de zin van een docent of vrijwilliger die onder bijzijn van deinspectie aanzet tot haat, geweld of discriminatie. Dat is ook niet deinsteek van deze vorm van toezicht. Wel kan er op basis van de informatiedie aanleiding gaf tot het redelijk vermoeden, in combinatie met andereinformatie, verkregen uit bijvoorbeeld het inzien van lesmaterialen of hetvoeren van gesprekken met de organisatie, aan het licht komen dat deverbodsnorm wordt overtreden. Zie ook het antwoord op vraag 14. Vooreffectief toezicht is heterdaad mijns inziens niet nodig.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 614, nr. 18412 46Wat vindt u ervan dat de inspectie zichzelf niet de geëigende toezicht-houder vindt die effectief kan optreden met de Wet toezicht informeelonderwijs?Hier zal ik nader op ingaan als ik het wetsvoorstel aanbied aan uw Kamer.47Wat vindt u van de constatering dat de toepassing van de Wet toezichtinformeel onderwijs mogelijk vooroordelen en discriminatie in de handwerken, zoals door de inspectie wordt genoemd?Zie mijn antwoord op vraag 31.48Waarop baseert de inspectie haar zorg dat meer bevoegdheden hetmaatschappelijk vertrouwen dat zij geniet onder druk zet?Hier zal ik nader op ingaan als ik het wetsvoorstel aanbied aan uw Kamer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 614, nr. 18413
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.