Verslag van een schriftelijk overleg over de geannoteerde agenda Energieraad (informeel) 28-29 september 2026
Brontekst
Versie d5b3b68458aa9067 · officiële bronGeachte Voorzitter, Hierbij zend ik u de antwoorden op het Schriftelijk Overleg over de informele Energieraad van 28 en 29 september 2026. Gelet op de omvang van het aantal vragen en de zeer korte termijn die beschikbaar is voor de beantwoording, richt ik mij in deze beantwoording op de vragen die direct betrekking hebben op de onderwerpen die voor deze informele Energieraad zijn geagendeerd. Ik geef de Kamer graag in overweging om eventuele vragen over het EU ETS te stellen tijdens het commissiedebat over de Milieuraad op 7 oktober. De herziening van het ETS staat immers geagendeerd voor de Milieuraad, en niet voor de aankomende informele Energieraad. Ik nodig u graag uit om uw vragen over de nationale energierekening en de nationale maatregelen op dit punt te stellen tijdens het commissiedebat Energie voor Huishoudens op 24 september 2026. De gestelde vragen over de andere onderwerpen zal ik in het verslag van de Energieraad beantwoorden. Stientje van Veldhoven - Van der Meer Minister van Klimaat en Groene Groei Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie 1 De leden van de D66-fractie lezen dat het kabinet zich wil uitspreken voor de inzet van de Europese Commissie om energieprijzen structureel te verlagen. Kan de minister toelichten welke concrete Europese voorstellen volgens Nederland het meeste effect hebben op de energierekening van huishoudens en bedrijven, en hoe Nederland zich hiervoor tijdens de Raad inzet? Antwoord Investeren in ons eigen energiesysteem verkleint onze afhankelijkheid van de import van fossiele energie en daarmee onze kwetsbaarheid voor toekomstige prijsschokken veroorzaakt door geopolitieke spanningen. Dit draagt bij aan de betaalbaarheid van de energierekening van huishoudens en bedrijven. Het kabinet zet zich daarom in voor structurele maatregelen die helpen om de uitrol van eigen schone energie te versnellen, energie te besparen, elektrificatie en flexibiliteit te bevorderen, netwerken uit te rollen en diversificatie te verbeteren. Concreet zal het kabinet zich tijdens de Raad inzetten voor het toestaan van directe subsidiëring van netkosten van specifieke categorieën gebruikers, omdat de hoge nettarieven in Nederland een belangrijke drempel vormen voor elektrificatie en verduurzaming van de industrie en zorgen voor een ongelijk speelveld met andere EU-lidstaten en wereldwijd. Ook zal het kabinet zich inzetten voor Europese standaarden voor slimme apparaten, omdat slimme, aanstuurbare apparaten, zoals warmtepompen, bewoners helpen om in te spelen op fluctuerende energieprijzen en de energierekening betaalbaar te houden. 2 De leden van de D66-fractie lezen dat het kabinet belang hecht aan structurele maatregelen om de energie-onafhankelijkheid te vergroten. De Europese Commissie zet in het Citizens Energy Package expliciet in op energiegemeenschappen om huishoudens beter te beschermen tegen hoge en volatiele energieprijzen. Kan de minister toelichten wat de Nederlandse inzet is op energiegemeenschappen binnen het Citizens Energy Package en welke rol het kabinet voor energiegemeenschappen ziet bij het beschermen van huishoudens tegen toekomstige energiecrises? Antwoord De Commissie kondigt in het Citizens Energy Package verschillende niet-wetgevende maatregelen aan die zien op het bevorderen van energiegemeenschappen, zoals een actieplan voor energiegemeenschappen. Zoals aangegeven in het BNC-fiche met de kabinetsreactie op het Citizens Energy Package[voetnoot 1], ondersteunt het kabinet reeds afnemers die een energiegemeenschap willen oprichten en kijkt uit naar het aangekondigde actieplan. Energiegemeenschappen kunnen vanwege hun lokale karakter een geschikte partij zijn om in een gebied opwekkers en verbruikers bij elkaar te brengen, onderlinge afspraken te maken en vraag van afnemers te bundelen. Door lokaal opgewekte energie lokaal te gebruiken, worden huishoudens die onderdeel zijn van een energiegemeenschap minder afhankelijk van energieprijzen op de energiemarkt. Bovendien hebben energiegemeenschappen de potentie om een brede groep mensen te betrekken bij de energietransitie, bijvoorbeeld door hen actief te ondersteunen bij maatregelen zoals energiebesparing, woningisolatie, zonnepanelen en elektrische (deel)auto’s. Dit soort verduurzamingsmaatregelen dragen bij aan verlaging van de energierekening. 3 De leden van de D66-fractie lezen dat het kabinet zich wil inzetten voor Europese standaarden voor slimme, aanstuurbare apparaten, zoals warmtepompen. Kan de minister toelichten welke concrete standaarden Nederland hierbij voor ogen heeft en of deze standaarden voor slimme apparaten ook een positieve invloed hebben op bijvoorbeeld interoperabiliteit en het verminderen van netcongestie? Antwoord Het kabinet heeft het Nederlands Normalisatie-instituut (NEN) opdracht gegeven technische afspraken te ontwikkelen voor warmtepompen, laadpalen, thuisbatterijen en zonne-omvormers, en een norm voor home energy managementsystemen (HEMS), om vast te leggen aan welke eisen apparaten moeten voldoen om aanstuurbaar te zijn binnen ons energiesysteem. Door netcongestieproblematiek is het van belang in Nederland vooruit te lopen op Europese standaarden, zodat slimme apparaten tijdig bij kunnen dragen aan het verminderen van congestie bijvoorbeeld door het energieverbruik te verplaatsen naar een moment buiten de piekuren. Het kabinet wil wel dat Nederlandse afspraken goed aansluiten bij internationale ontwikkelingen. Daarom werkt het kabinet parallel aan de Nederlandse afspraken ook aan Europese standaarden samen met andere lidstaten en internationale marktpartijen, om uiteindelijk tot Europese afspraken te komen. Zo voorkomen we dat fabrikanten in verschillende lidstaten aan andere eisen moeten voldoen. Een concreet voorbeeld van een kenmerk waarop ingezet wordt is het kunnen omgaan met een communicatieprotocol als Matter, S2 en EEbus of equivalente standaarden. Een dergelijk protocol is een voorwaarde om te kunnen communiceren met een home energy managementsysteem of andere slimme apparaten en om extern signalen te kunnen ontvangen om het energiegebruik aan te passen aan de omstandigheden. Op dit moment wordt aansturing gerealiseerd via een breed scala aan communicatieprotocollen. Door de communicatieprotocollen te standaardiseren borgen we interoperabiliteit en de mogelijkheid om energieverbruik te verplaatsen als congestie optreedt. 4 De leden van de D66-fractie lezen dat het kabinet inzet op betaalbare energie en goede, heldere en begrijpelijke communicatie richting burgers en bedrijven over energiebeleid en de voordelen van de energietransitie belangrijk vindt. Hoe beoordeelt de minister de effectiviteit van publiekscampagnes, zoals ‘Zet ook de knop om’? Is de minister bereid om in Europees verband te pleiten voor meer kennisuitwisseling over begrijpelijke communicatie richting huishoudens? Antwoord Goede informatievoorziening en communicatie is een cruciale randvoorwaarde om burgers en bedrijven goed te informeren en betrokken te houden bij de transitie. Het kabinet zet in op een versteviging van onze inzet hierop, bijvoorbeeld met de nieuwe campagne Nieuwe Energie en de nieuwe informatiewebsite energietransitie.nl. Uit ervaring van de eerdere campagnes zoals “Zet Ook de Knop om” weten we dat deze campagnes helpen.[voetnoot 2] Zo is de kennis over netoverbelasting versterkt en meer mensen ervaren na afloop van de campagne de urgentie om hun stroomgebruik in de piekuren (16:00–21:00 uur) te beperken. Daarnaast is de intentie om dit gedrag op korte termijn toe te passen toegenomen. Met de nieuwe campagne zetten we sterker in op het stimuleren en realiseren van daadwerkelijke gedragsverandering. Het kabinet zet zich daarnaast in voor kennisuitwisseling in Europees verband over begrijpelijke communicatie richting huishoudens, waarbij we oog houden voor verschillen tussen landen en doelgroepen. Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie 5 De leden van de VVD-fractie hebben met veel interesse kennisgenomen van de recente ontwikkelingen rondom het Grids Package. Kan de minister toelichten in welke fase het Grids Package zich precies bevindt? Specifiek op het onderdeel van de stikstofvrijstelling voor het aanleggen van energie-infrastructuur hopen deze leden dat er vaart gemaakt wordt met de implementatie. Antwoord Het Grids Package zit nu in de fase van interinstitutionele onderhandelingen (triloog) met het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie. Zoals aangegeven in de brief aan de Tweede Kamer ‘Crisiswetgeving netcongestie’ van 11 september jl.[voetnoot 3] doet het kabinet er alles aan om de wetgeving die noodzakelijk is om deze stikstofvrijstelling te implementeren, zo snel mogelijk in werking te laten treden. Na een triloogakkoord is het onderhandelingsresultaat definitief en kan deze specifieke nieuwe vrijstelling naar verwachting begin 2027 in werking treden. 6 Eerder hebben de leden van de VVD-fractie de regering opgeroepen om alvast een Nederlandse implementatie van het EU Grids Package voor te bereiden zodat Europese regelgeving snel kan worden geïmplementeerd. Wat is de stand van zaken wat betreft de voorbereiding om de Europese regelgeving snel te kunnen implementeren? Heeft het kabinet daarnaast een breder beeld bij het vertragende effect van stikstofvergunningen voor verduurzamingsprojecten? Antwoord Het kabinet is inmiddels gestart met de voorbereiding van de implementatie van het Grids Package. Als eerste stap wordt een grondige analyse uitgevoerd van de wetgeving die hiervoor moet worden aangepast en van de onderdelen die al goed aansluiten op de bestaande wetgeving. Op basis daarvan kunnen alvast de benodigde bouwblokken voor de implementatie worden voorbereid. Zodra in Brussel een triloogakkoord over het Grids Package is bereikt, kan op basis hiervan de benodigde implementatiewetgeving worden opgesteld. Het verschilt per verduurzamingsproject hoe stikstof impact heeft op het project. Voor bouwprojecten geeft stikstof voornamelijk een vertragend effect door de benodigde onderzoeken en complexe vergunningstrajecten. Wanneer een project ook stikstof uitstoot in de gebruiksfase, is vooral van belang hoe het project een vergunning kan krijgen, vertraging is dan een minder groot probleem. Sinds de uitspraken van de Raad van State van 18 december 2024 is een nieuwe vergunning nodig voor het gehele project na wijziging. Het kabinet vindt het van belang dat juist verduurzamingsprojecten doorgang kunnen vinden, aangezien deze projecten voor stikstofreductie zorgen en zet zich er daarom ook op Europees niveau op in om de vergunningverlening van deze projecten te vergemakkelijken[voetnoot 4]. 7 Is de minister bereid zich in Brussel actief in te zetten om de stikstofuitzondering uit het Grids Package ook in de IAA op te nemen, voor de bouw van verduurzamingsprojecten in de chemie en staalindustrie? Antwoord Dit onderwerp staat niet geagendeerd op de informele Energieraad. Ik zal deze vraag beantwoorden met het verslag van deze informele Energieraad. 8 De leden van de VVD-fractie lezen dat de Europese Commissie binnen de Industrial Accelerator Act (IAA) inzet voor strategische producten van Europese herkomst (Made in EU). Deze leden lezen in deze plannen dat er voor nettonultechnologieën en energie-intensieve producten uitgegaan wordt van een EU-27-oorsprong. Op zich draagt dat bij aan strategische autonomie, tegelijkertijd is het voor deze leden ook van belang dat de samenwerking met betrouwbare partners wordt versterkt. Hoe kijkt de minister naar de mogelijke verbreding van de EU-27 oorsprong met betrouwbare partners als Japan, Zuid-Korea, Canada en het Verenigd Koninkrijk? Antwoord Dit onderwerp staat niet geagendeerd op de informele Energieraad. Ik zal deze vraag beantwoorden met het verslag van deze informele Energieraad. 9 De leden van de VVD-fractie zien immers dat de echte oneerlijke concurrentie op het gebied van duurzame en energie-intensieve producten komt vanuit China. Is de minister van plan zich bij de aankomende informele Energieraad in te zetten voor goede samenwerking met gelijkgestemde landen zoals Japan, Zuid-Korea, Canada en het Verenigd Koninkrijk? Zo ja, op welke manier gaat de minister zich hiervoor inspannen? Antwoord Het kabinet zet in op bilaterale en multilaterale samenwerking met betrouwbare derde landen op het terrein van energie voor het vergroten van de leveringszekerheid en voor het ontwikkelen van nieuwe waardeketens op schone energie, zoals voor waterstof. Nederland werkt met deze landen samen in multilaterale fora zoals het Internationaal Energieagentschap (IEA) om mondiale samenwerking op het gebied van de verduurzaming van het energiesysteem in stand te houden. Daarnaast zet Nederland doorlopend in op bilaterale samenwerking met deze gelijkgestemde landen om de samenwerking en kennisuitwisseling te versterken. Tijdens de Informele Energieraad zal ik het belang van nauwe samenwerking met deze landen benadrukken en ook de Europese Commissie oproepen om nauw met deze landen samen te blijven werken. 10 De leden van de VVD-fractie zijn benieuwd in welke fase de herziening van het emissiehandelssysteem (EU-ETS) zich bevindt. Kan de minister de Nederlandse inzet ten aanzien van de herziening nader toelichten? Wanneer verwacht de regering het BNC-fiche met de Kamer te kunnen delen? Welke planning wordt beoogd door het voorzitterschap? Antwoord Graag verwijs ik uw Kamer naar het BNC-fiche met de kabinetsreactie op het Commissievoorstel tot de herziening van het EU ETS.[voetnoot 5] Daarnaast verwacht ik deze week uw Kamer de GA Milieuraad te sturen met de verwachte inzet op de EU ETS herziening tijdens de Milieuraad. Ik nodig u graag uit om uw vragen over het EU ETS te stellen tijdens het commissiedebat over de Milieuraad op 7 oktober 2026. Dit is de Raadsformatie waarin het EU ETS op de agenda staat. 11 Ten slotte lezen de leden van de VVD-fractie dat de minister zich bij de komende energieraad gaat inzetten voor Europese standaarden voor slimme apparaten. Die inzet steunen deze leden en zij wijzen hierbij op het belang van slimme laadpalen en slimme warmtepompen, om zo het net te ontzien en energierekeningen te verlagen. Kan de minister deze inzet nader toelichten? Neemt de minister bij deze inzet ook cybersecurity mee? Zet de minister zich ook in om via Europese standaarden bidirectioneel laden mogelijk te maken? Antwoord Het kabinet heeft het Nederlands Normalisatie-instituut (NEN) opdracht gegeven technische afspraken te ontwikkelen voor warmtepompen, laadpalen, thuisbatterijen en zonne-omvormers, en een norm voor home energy managementsystemen (HEMS), om vast te leggen aan welke eisen apparaten moeten voldoen om aanstuurbaar te zijn binnen ons energiesysteem. Door netcongestieproblematiek is het van belang in Nederland vooruit te lopen op Europese standaarden, zodat slimme apparaten tijdig bij kunnen dragen aan het verminderen van congestie bijvoorbeeld door het energieverbruik te verplaatsen naar een moment buiten de piekuren. Het kabinet wil wel dat Nederlandse afspraken goed aansluiten bij internationale ontwikkelingen. Daarom werkt het kabinet parallel aan de Nederlandse afspraken ook aan Europese standaarden samen met andere lidstaten en internationale marktpartijen om uiteindelijk tot Europese afspraken te komen. Bijvoorbeeld om te voorkomen dat fabrikanten in verschillende lidstaten aan andere eisen moeten voldoen. Een concreet voorbeeld van een kenmerk waarop ingezet wordt is het kunnen omgaan met een communicatieprotocol als Matter, S2 en EEbus of equivalente standaarden. Een dergelijk protocol is een voorwaarde om te kunnen communiceren met een home energy managementsysteem of andere slimme apparaten en om extern signalen te kunnen ontvangen om het energiegebruik aan te passen aan de omstandigheden. Op dit moment wordt aansturing gerealiseerd via een breed scala aan communicatieprotocollen. Door de communicatieprotocollen te standaardiseren borgen we interoperabiliteit en de mogelijkheid om energieverbruik te verplaatsen als congestie optreedt. Binnen de EU zijn al regels die het minimale beveiligingsniveau van dit soort apparaten borgen. Daarnaast is een veilige norm die voldoet aan de Europese regels rondom cybersecurity en privacyregels een uitgangspunt in de standaardisatietrajecten voor slimme apparaten. Cybersecurity wordt dan ook nadrukkelijk meegenomen in deze inzet. Vanaf 2027 gelden aanvullende eisen vanuit de Alternative Fuel Infrastructure Regulation (AFIR) voor laadpunten die bidirectioneel laden technisch mogelijk moeten maken. Dit betekent dat de laadpunten technisch gezien klaar zijn om bidirictioneel te laden; in de praktijk zijn ook aanvullende afspraken en randvoorwaarden nodig om bidirectioneel laden toe te kunnen passen. Om dit te bewerkstelligen heeft de staatssecretaris van IenW in juni 2026 de Nationale Routekaart Bidirectioneel laden gepubliceerd. Onderdeel van de routekaart is de inzet van IenW om standaarden voor laadpunten en voertuigen in Europese wetgeving te borgen. IenW zet zich ervoor in dat in 2030 de belangrijkste standaarden en protocollen zijn geborgd op Europees niveau. Voor laadpunten is de insteek dit te regelen via de AFIR. Ook nemen IenW en EZK samen deel aan het traject van de Implementation Roadmap van de EU, met daarin ook specifieke aandacht voor bidirectioneel laden in bijvoorbeeld de vorm van de V2G regulatory sandbox. Voor voertuigen werkt IenW binnen de Verenigde Naties aan internationale eisen, technische specificaties en interoperabiliteit voor bidirectioneel laden. Nederland leidt de groep die deze eisen voorbereidt. Deze internationale afspraken kunnen vervolgens worden geborgd in de Europese voertuigtypegoedkeuring. Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie 12 De leden van de PRO-fractie merken op dat het Electrification Action Plan betaalbaarheid als belangrijke doelstelling noemt, maar bevat weinig concrete maatregelen voor energiearme of financieel kwetsbare huishoudens. Hoe zet de minister zich ervoor in dat met het plan juist ook deze groepen worden bereikt? Antwoord Het Elektrificatie Actieplan heeft als doel om elektrificatie te versnellen, door barrières weg te nemen en de juiste randvoorwaarden te creëren. Hiermee draagt het plan bij aan het verminderen van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en het betaalbaar houden van de energierekening. De maatregelen in dit actieplan zijn grotendeels niet specifiek gericht op energiearme of financieel kwetsbare huishoudens, maar kunnen ook voor deze groepen voordelen opleveren. In het actieplan verwijst de Europese Commissie onder andere naar het Sociaal Klimaatplan. Het kabinet werkt aan aanvullende structurele ondersteuning via het Sociaal Klimaatplan. Dit wordt momenteel door de Europese Commissie beoordeeld. Het plan richt zich onder meer op het beter bereiken en ondersteunen van kwetsbare huishoudens bij energiebesparing, bij het overstappen van een oude benzineauto’s naar een gebruikte elektrische auto (via de inruilregeling) en woningverduurzaming met energiehulp via het Energiehuis, en gerichte financiering vanuit het Nationaal Warmtefonds. Ook de uitfasering van huurwoningen met energielabel E, F en G maakt onderdeel uit van deze aanpak. In maart jl.[voetnoot 6] heeft de Europese Commissie de mededeling Citizens Energy Package gepubliceerd. Deze strategie is specifiek gericht op het verlagen van de energierekening voor huishoudens en bevat verschillende initiatieven om energiearmoede en -kwetsbaarheid aan te pakken. Het kabinet heeft dit initiatief van de Commissie positief verwelkomd en kijkt uit naar de concrete maatregelen onder deze strategie.[voetnoot 7] 13 De leden van de PRO-fractie vragen hoe de minister kijkt naar een verlaging van de belasting op elektriciteit als maatregel om de doelen uit het plan te bereiken. Steunt het kabinet dit voorstel en is de minister bereid dit punt in te brengen in de Energieraad? En hoe verhoudt dit zich tot de lopende evaluatie van de energiebelasting in Nederland? Antwoord Het kabinet onderschrijft het uitgangspunt dat de belastingheffing op energie het doel van elektrificatie niet onnodig zou moeten belemmeren. Door de belastingdruk op aardgas en elektriciteit meer in balans te brengen kan worden bijgedragen aan de vermindering van de afhankelijkheid van fossiele energie en versterking van het Europese concurrentievermogen. Het is echter op voorhand niet gezegd dat maatregelen in de energiebelasting doelmatiger en doeltreffender zijn dan andere vormen van overheidsingrijpen zoals een subsidie of norm. Het kabinet streeft ernaar het onderdeel van het voorstel over de energiebelasting separaat te behandelen op basis van de reguliere grondslag voor belastingheffing. Dit is de bijzondere besluitvormingsprocedure, met eenparigheid van stemmen en na raadpleging van het Europees Parlement. Aangezien het een fiscale maatregel betreft zou dat ook betekenen dat de inhoudelijke behandeling van de energiebelastingmaatregel in de Ecofinraad. De periodieke evaluatie van de energiebelasting wordt op dit moment voorbereid door Financiën. In het eindrapport zal door Financiën per regeling in de energiebelasting, waaronder de degressieve tariefstructuur, antwoord worden gegeven op de vragen uit het toetsingskader fiscale regelingen. 14 De leden van de PRO-fractie lezen dat de Commissie streeft ernaar dat in 2040 elektriciteit 46% van de finale energievraag dekt. Het indicatieve EU-elektrificatiedoel voor 2040 ligt op 46%, tegen circa 23% nu. Hoe verhoudt de nationale ambitie van het kabinet zich tot dit Europese doel, en welk instrumentarium acht de minister nodig om dit tempo te halen? 15 Kan de minister aangeven hoe hij de 50 miljard euro extra importkosten voor fossiele energie in 111 dagen (n.a.v. de crisis in het Midden-Oosten) weegt in de urgentie van het Electrification Action Plan, en of dit aanleiding geeft tot een versnelde Nederlandse inzet op elektrificatie in de gebouwde omgeving, mobiliteit en industrie? Antwoord 14 en 15 Elektrificatie is één van de belangrijke pijlers van het Nederlands klimaat- en energiebeleid. Voor veel sectoren is elektrificatie namelijk de meest kosteneffectieve, technisch haalbare en energie-efficiënte route naar decarbonisatie als alternatief voor fossiele brandstoffen, zoals ook uiteengezet in het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE). Elektrificatie en de afbouw van fossiele brandstoffen en grondstoffen dragen bij aan de weerbaarheid van de EU en Nederland, omdat in het geval van toekomstige fossiele energiecrises het de veerkracht vergroot en de leveringszekerheid verbetert. De huidige situatie versterkt deze noodzaak en benadrukt het belang om zelf schone elektriciteit op te wekken, bijvoorbeeld met wind op zee, en om elektriciteit te gebruiken in plaats van geïmporteerde olie en gas. Het Europese doel past in dit streven. Het kabinet zet op nationaal en op Europees niveau in op het stimuleren van elektrificatie, o.a. door het wegnemen van belemmeringen zoals netcongestie. Het kabinet doet er alles aan om netcongestie zo snel mogelijk op te lossen. Het op 11 september aangekondigde wetgevingspakket draagt hier bijvoorbeeld aan bij. In de gebouwde omgeving wil het kabinet dat de slimme (hybride) warmtepomp de standaard wordt in Nederlandse woningen waar een warmtenet niet de meest geschikte oplossing is, in plaats van de cv-ketel. Voor mobiliteit zet het kabinet in op aan een snellere uitrol van de elektriciteits- en laadinfrastructuur, aan een tweedehands markt voor volledig elektrische auto’s en aan elektrificatie van o.a. de binnenvaart. De Actieagenda Elektrificatie Industrie brengt het potentieel, knelpunten en handelingsperspectief in kaart ten aanzien van (de opschaling van) elektrificatie van de energie-intensieve industrie in Nederland. Omdat de hoge nettarieven in Nederland een belangrijke drempel vormen voor elektrificatie en verduurzaming van de industrie en zorgen voor een ongelijk speelveld met andere EU-lidstaten en wereldwijd, zet het kabinet in op het toestaan van directe subsidiëring van netkosten van specifieke categorieën gebruikers. Ook ziet het kabinet het uitfaseren van financiële voordelen voor fossiele brandstoffen als belangrijke sleutel voor de energietransitie en zet zich actief in om subsidies voor fossiele brandstoffen in Europees verband uit te faseren. 16 De leden van de PRO-fractie merken op dat een risico bij het doel van 46% is dat energiebesparing wordt ontmoedigd. Hoe beoordeelt de minister het risico dat deze doelstelling vooral wordt ingevuld door groei van nieuwe elektriciteitsvraag, in plaats van door elektrificatie van bestaande fossiele toepassingen? Welke Europese randvoorwaarden zijn volgens de minister nodig om daadwerkelijke elektrificatie én energiebesparing te borgen? Antwoord Energiebesparing en elektrificatie versterken elkaar. Door over te stappen van fossiele brandstoffen naar elektrificatie neemt het finale energieverbruik af, omdat elektrische technologieën veel efficiënter zijn dan het fossiele alternatief. Zo is bijvoorbeeld een elektromotor veel zuiniger dan een verbrandingsmotor. Omgekeerd draagt het verlagen van het finale energieverbruik bij aan het behalen van het door de Commissie voorgestelde doel voor elektrificatie, dat gemeten wordt als aandeel aan het finale energieverbruik. Hoe meer energiebesparing, hoe minder energie wordt verbruikt, hoe makkelijker het is om het elektrificatiedoel te behalen. Zowel energiebesparing als elektrificatie zijn van groot belang voor de energietransitie en om de afhankelijkheid van de import van fossiele brandstoffen te verminderen. In Europa zet het kabinet zich in voor een Europees doel voor energiebesparing en een Europees doel voor elektrificatie. Nationaal heeft het kabinet recent het voorstel tot aanscherping van de energiebesparingsplicht naar de Kamer gestuurd. 17 Dan hebben de leden nog enkele vragen over hernieuwbare energie als basis voor elektrificatie. In het plan worden hernieuwbare energie en kernenergie veelal gezamenlijk gepresenteerd als oplossingen voor de groeiende elektriciteitsvraag. Hoe voorkomt de minister dat kernenergie en hernieuwbare energie op gelijke wijze worden gestimuleerd? Antwoord Het kabinet zet vol in op het vergroten van het aandeel schone energie in de energiemix en de energieonafhankelijkheid van Nederland. Het kabinet zet zich daarom op Europees niveau in voor een Europees doel voor 2040 voor schone energie, dat zowel hernieuwbare energie als ook kernenergie omvat. Het is dan ook de inzet van het kabinet dat zowel hernieuwbare energie als kernenergie bij zullen dragen als oplossingen voor de groeiende elektriciteitsvraag als alternatief voor fossiele energie. 18 De leden van de PRO-fractie hebben nog enkele vragen over de afzwakking van ETS. Deelt de minister de analyse dat verzwakking van het ETS-tempo op gespannen voet staat met de ambities van het Electrification Action Plan, omdat een voorspelbare CO2-prijs juist de businesscase voor elektrificatie versterkt? Is de minister bereid zich in de Energieraad uit te spreken voor het vasthouden aan de oorspronkelijke jaarlijkse reductiefactor voor de emissierechten? Antwoord Graag verwijs ik uw Kamer naar het BNC-fiche met de kabinetsreactie op het Commissievoorstel tot de herziening van het EU ETS.[voetnoot 8] Daarnaast verwacht ik deze week uw Kamer de GA Milieuraad te sturen met de verwachte inzet op de EU ETS herziening tijdens de Milieuraad. Ik nodig u graag uit om uw vragen over het EU ETS te stellen tijdens het commissiedebat over de Milieuraad op 7 oktober 2026. Dit is de Raadsformatie waarin het EU ETS op de agenda staat. 19 Is de minister bereid zich in te zetten voor het gericht koppelen van ETS-opbrengsten aan investeringen in koploperbedrijven en op welke manier zet de minister zich in voor een gerichte inzet van ETS-opbrengsten via de aangekondigde Decarbonisation Bank? Antwoord Graag verwijs ik uw Kamer naar het BNC-fiche met de kabinetsreactie op het Commissievoorstel tot de herziening van het EU ETS.[voetnoot 9] Daarnaast verwacht ik deze week uw Kamer de GA Milieuraad te sturen met de verwachte inzet op de EU ETS herziening tijdens de Milieuraad. Ik nodig u graag uit om uw vragen over het EU ETS te stellen tijdens het commissiedebat over de Milieuraad op 7 oktober 2026. Dit is de Raadsformatie waarin het EU ETS op de agenda staat. 20 De leden van de PRO-fractie hebben enkele vragen over het BNC-fiche over de Strategische routekaart voor digitalisering en AI in de energiesector. Kan de minister een update geven over het Actieprogramma Duurzame Digitalisering? Lopen de acties volgens planning en zo niet, wat is er nodig om dit te versnellen? Antwoord Dit onderwerp staat niet geagendeerd op de informele Energieraad. Ik zal deze vraag beantwoorden met het verslag van deze informele Energieraad. 21 Welke rol ziet het kabinet voor zich in het ecosysteem van datacenters in Europa? Hoeveel rekenkracht is Nederland van plan te realiseren te komende tijd en welke acties neemt het kabinet om dit op een duurzame manier te bewerkstelligen? De leden de PRO-fractie vragen wat de minister vindt van het gegeven dat de Europese Commissie de ambities voor de energie-eisen voor datacenters heeft afgezwakt? Kan de minister verklaren waarom dit is gebeurd, en hoe heeft Nederland zich in deze discussie opgesteld? Welke verwachtingen heeft de minister van de consultatie die nog gaat volgen over het wel of niet stellen van normen aan het energieverbruik van datacenters? Welke sturingsmogelijkheden heeft de minister om eisen te stellen aan datacenters en hun energieverbruik? Welke specifieke acties onderneemt het kabinet om de Europese Commissie nog naar haar positie te bewegen? Antwoord Dit onderwerp staat niet geagendeerd op de informele Energieraad. Ik zal deze vraag beantwoorden met het verslag van deze informele Energieraad. 22 De leden van de PRO-fractie vragen wanneer de reactie van de minister komt over het advies van het Internationaal Gerechtshof inzake klimaatverandering, aangezien die reactie in het tweede kwartaal van 2026 zouden komen? Antwoord Dit onderwerp staat niet geagendeerd op de informele Energieraad. Ik zal deze vraag beantwoorden met het verslag van deze informele Energieraad. Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie 23 De leden van de CDA-fractie wijzen erop dat de geopolitieke ontwikkelingen en de afhankelijkheid van internationale gasstromen laten zien dat Nederland en de Europese Unie als geheel beter voorbereid moeten zijn op langdurige verstoringen van de gasvoorziening. Strategische gasvoorraden kunnen daarbij een belangrijk instrument zijn om de weerbaarheid te vergroten. Deze leden waarderen het dat de minister heeft aangegeven hier in Brussel voor te pleiten, maar merken op dat er vooralsnog onvoldoende steun van andere lidstaten lijkt te zijn voor strategische gasvoorraden op EU-niveau. Zij vragen de minister daarom om ook binnen het Pentalateraal Energieforum het gesprek te starten over gezamenlijke strategische gasreserves en daarbij ook de mogelijkheid van een strategische kussengasreserve te bespreken. Antwoord Het kabinet stuurt deze week de Kamerbrief strategisch gasbeleid aan uw Kamer. Hierin gaat het kabinet uitgebreid in op strategische gasopslag, de mogelijkheden daarvoor en het krachtenveld binnen de EU op dit thema. 24 De leden van de CDA-fractie zijn van mening dat het EU-ETS een sterke prikkel moet blijven geven tot verduurzaming van de industrie. Deze verduurzaming zal echter niet plaatsvinden als er onvoldoende investeringsruimte is en de concurrentiepositie van de Europese industrie te veel onder druk komt te staan. Zij vragen de minister hoe zij het draft report van de ETS-rapporteur in het Europees Parlement beoordeelt. In deze voorlopige rapportage wordt o.a. ingezet op het verhogen van het aandeel van de ETS-inkomsten dat wordt ingezet voor de verduurzaming van de industrie naar 75 procent, het minder snel laten dalen van het emissieplafond tussen 2031 en 2035 en het vervolgens sneller laten dalen vanaf 2036, het eerder opnemen van koolstofverwijdering in het ETS en een geleidelijkere uitfasering van gratis emissierechten voor CBAM-sectoren. 25 De leden van de CDA-fractie vragen of de minister de mening deelt dat ETS-opbrengsten zoveel mogelijk moeten worden benut om verduurzaming van de industrie mogelijk te maken, bijvoorbeeld via investeringen in elektrificatie, waterstof, CCS/CCU en andere emissiereducerende technologieën? 26 Voorts vragen deze leden hoe de minister aankijkt tegen een temporisering van het reductiepad in de eerste helft van de jaren dertig, gevolgd door een ambitieuzer reductiepad vanaf 2036. In hoeverre kan deze fasering bijdragen aan het voorkomen van weglek, zonder dat dit ten koste gaat van de Europese klimaatdoelstellingen? 27 Tot slot vragen de leden van de CDA-fractie hoe de minister ervoor wil zorgen dat de herziening van de EU-ETS daadwerkelijk leidt tot zowel verdere verduurzaming als het behoud van de concurrentiepositie van de Nederlandse en Europese industrie. Antwoord 24 tot en met 27 Graag verwijs ik uw Kamer naar het BNC-fiche met de kabinetsreactie op het Commissievoorstel tot de herziening van het EU ETS.[voetnoot 10] Daarnaast verwacht ik deze week uw Kamer de GA Milieuraad te sturen met de verwachte inzet op de EU ETS herziening tijdens de Milieuraad. Ik nodig u graag uit om uw vragen over het EU ETS te stellen tijdens het commissiedebat over de Milieuraad op 7 oktober 2026. Dit is de Raadsformatie waarin het EU ETS op de agenda staat. Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie 28 De leden van de JA21-fractie constateren dat het kabinet steun uitspreekt voor verschillende Europese initiatieven die energieprijzen structureel zouden moeten verlagen. Kan de minister per initiatief aangeven welk effect daarvan wordt verwacht op de jaarlijkse energierekening van een gemiddeld Nederlands huishouden en mkb-bedrijf? En op welke termijn wordt dit effect zichtbaar? En welk deel daarvan afhankelijk is van nationale besluitvorming? Antwoord De uitwisseling tijdens de informele Energieraad zal vooral gericht zijn op het geven van richting aan de Europese Commissie voor de uitwerking van nieuwe voorstellen en het uitwisselen van ervaringen en best practices op nationaal niveau. Het kabinet zet in op structurele maatregelen die helpen om de uitrol van eigen schone energie te versnellen, energie te besparen, elektrificatie en flexibiliteit te bevorderen, netwerken uit te rollen en diversificatie te verbeteren. De effecten van deze structurele maatregelen op de energierekening van huishoudens en mkb-bedrijven zijn afhankelijk van de concrete uitwerking van eventuele maatregelen en implementatie hiervan. 29 Welke nationale maatregelen neemt de minister om de energieprijzen structureel te verlagen? Antwoord Vragen over de nationale energierekening en de nationale maatregelen op dit punt, kunnen gesteld worden in het CD Energie voor Huishoudens op 24 september 2026. Om bedrijven in staat te stellen om te investeren in verduurzaming wil het kabinet een gelijk Europees speelveld creëren en een stabiel langetermijnbeleid voeren. Met het Coalitieakkoord zijn t/m 2035 middelen vrijgemaakt om de elektriciteitskosten voor de industrie te verlagen, en daarmee het speelveld te verbeteren. Enerzijds door het verhogen en uitbreiden van de indirecte kostencompensatie (IKC) en daarnaast voor een envelop elektriciteitsprijs. Het kabinet voorziet besluitvorming over besteding van de envelop per 2028 in het voorjaar van 2027.14 Dit najaar zal het kabinet een Kamerbrief sturen over de verschillende opties die tot nu toe in kaart zijn gebracht. 30 De leden van de JA21-fractie lezen dat de Europese Commissie onder meer wijst op lagere belastingen en heffingen op elektriciteit. Is de minister bereid tijdens de Raad actief te pleiten voor lagere lasten op energie? Kan de minister daarbij aangeven welke ruimte Nederland zelf heeft om de belasting- en heffingendruk op energie te verlagen en welke inzet het kabinet daar nationaal op pleegt? Antwoord Het basispad van de energiebelasting bevat een verlaging van de tarieven voor elektriciteit en een verhoging voor aardgas. Als de tarieven verder zouden worden verlaagd, vergt dat een significante budgettaire dekking. 31 De leden van de JA21-fractie merken op dat het kabinet een sterk EU ETS noemt als onderdeel van een structureel betaalbaar energiesysteem. Tegelijkertijd verhogen ETS en ETS2 de kosten van fossiel energiegebruik. Kan de minister concreet uiteenzetten via welk mechanisme een sterker ETS uiteindelijk tot lagere energiekosten moet leiden, op welke termijn dit effect volgens de minister optreedt en welke extra kosten huishoudens en bedrijven in de tussenliggende periode dragen? Kan zij daarbij onderscheid maken tussen huishoudens, het mkb en energie-intensieve bedrijven? Antwoord Graag verwijs ik uw Kamer naar het BNC-fiche met de kabinetsreactie op het Commissievoorstel tot de herziening van het EU ETS.[voetnoot 11] Daarnaast verwacht ik deze week uw Kamer de GA Milieuraad te sturen met de verwachte inzet op de EU ETS herziening tijdens de Milieuraad. Ik nodig u graag uit om uw vragen over het EU ETS te stellen tijdens het commissiedebat over de Milieuraad op 7 oktober 2026. Dit is de Raadsformatie waarin het EU ETS op de agenda staat. 32 De leden van de JA21-fractie lezen dat huishoudens hun energierekening kunnen dempen met isolatie of een hybride warmtepomp. Welke bescherming krijgen huurders, huishoudens met onvoldoende investeringsruimte en huishoudens die technisch of economisch voorlopig niet van aardgas af kunnen? Antwoord Ook huurders, huishoudens met onvoldoende investeringsruimte en huishoudens die technisch of economisch voorlopig niet van aardgas af kunnen worden beschermd en geholpen om hun energierekening te dempen. Het kabinet bereidt een Noodfonds Energie voor dat huishoudens met een relatief laag inkomen en hoge energierekening ondersteunt bij het betalen van hun energierekening. Het kabinet is van plan om het Noodfonds Energie nog deze winter te openen. Naar schatting kunnen ongeveer een half miljoen huishoudens hiermee worden geholpen. Zoals eerder toegezegd aan de Kamer, wordt de Kamer in september over de voortgang geïnformeerd. 33 Hoe voorkomt het kabinet dat juist deze huishoudens onevenredig worden geraakt door hogere belastingen, heffingen, nettarieven en de invoering van ETS2? Antwoord Ik begrijp dat mensen zich zorgen maken over de huidige gasprijzen en stijgende brandstofprijzen. Wat betreft gasprijzen, het merendeel van de huishoudens heeft een vast contract en zijn daarmee op korte termijn verzekerd tegen snelle prijsstijgingen. Het kabinet ondersteunt kwetsbare huishoudens die wel in de knel komen via het Noodfonds Energie en trekt in het algemeen extra middelen uit voor energiebesparing. Het gaat bijvoorbeeld om financiële steun voor mensen die een investering doen in energiebesparende maatregelen in hun eigen woning via de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) -regeling, of om een lening via het Warmtefonds tegen een gunstige rente. Door deze steun kunnen de nationale en gemeentelijke subsidies ook terechtkomen bij de mensen die ze het hardst nodig hebben. De kracht van de combinatie van maatregelen is immers dat het woningeigenaren bereikt die anders nagenoeg geen energiebesparende maatregelen zouden nemen. Alleen subsidies zijn voor hen niet voldoende, omdat die slechts een deel van de aanneemsom dekken. Voor huiseigenaren die het resterende investeringsbedrag niet hebben, is Nationaal Warmtefonds een uitkomst. Wat betreft stijgende brandstofprijzen helpt het kabinet (lage) middeninkomens bij de overstap naar elektrisch vervoer via de inruilregeling. De regeling behelst dat afhankelijk van het inkomen mensen een subsidie ontvangen voor de inruil van hun oude brandstofauto (tot en met emissieklasse 4) voor de koop of lease van een gebruikte elektrische auto. Zo helpt het kabinet huishoudens die anders niet de overstap zouden kunnen maken, en dit draagt ook bij aan het verminderen van de afhankelijkheid van geïmporteerde fossiele brandstoffen. Daarmee wordt Nederland bovendien weerbaarder voor toekomstige prijsschokken. 34 De leden van de JA21-fractie lezen dat de Europese Commissie naar verwachting later dit jaar een wetgevend voorstel presenteert ter versterking van het Europese kader voor gasleveringszekerheid en risicoparaatheid in de elektriciteitssector. Welke (Nederlandse) prioriteiten en rode lijnen hanteert de minister bij de voorbereiding daarvan? Welke wijzigingen van het bestaande Europese kader wil Nederland daadwerkelijk bereiken en bij welke lidstaten zoekt de minister hiervoor steun? Antwoord Dit onderwerp staat niet geagendeerd op de informele Energieraad. Ik zal deze vraag beantwoorden met het verslag van deze informele Energieraad. 35 Deze leden constateren dat het kabinet het Nederlandse Europese vuldoel heeft verlaagd naar 64%, overeenkomend met circa 93 TWh. Tegelijkertijd adviseert GTS voor een koud gasjaar een vulling van circa 115 TWh. GTS berekent tevens dat bij voldoende aanvullend flexibel LNG-aanbod circa 90 TWh zou kunnen volstaan. Kan de minister daarom precies uiteenzetten welke fysieke aannames ten grondslag liggen aan de keuze voor 93 TWh? Hoeveel LNG-aanvoer, pijpleidingimport, binnenlandse productie en vraagrespons veronderstelt de minister hierbij en hoe robuust zijn deze aannames bij een koude winter? Antwoord In de Kamerbrief van 11 september jl.[voetnoot 12] (Actueel beeld gasleveringszekerheid en vooruitblik op de winter van 2026-2027) heeft het kabinet toegelicht dat de leveringszekerheid van gas aankomende winter voldoende geborgd is, ook met de verlaging van het EU-vuldoel voor Nederland met de toegestane 10 procentpunt conform de oproep van de Europese Commissie, wat neerkomt op een EU-vuldoel van 93 TWh. 36 Kan de minister daarbij ook bevestigen dat zij recent refereerde naar het Bescherm en Herstelplan Gas, door te zeggen dat ‘huishoudens, ziekenhuizen en bejaardentehuizen' niet in de kou komen te zitten? Kan de minister bevestigen dat ze ook in Europa duidelijk maakt dat Nederland concreet rekening houdt met het afschakelen van industrie, en zo nee, waarom niet? Antwoord In de Kamerbrief van 11 september jl. is het kabinet ook ingegaan op het Bescherm- en Herstelplan Gas. Nederland houdt via de Europese Gas Coordination Group zowel andere lidstaten als Europese Commissie op de hoogte van de stappen die Nederland neemt en de consequenties daarvan voor Nederland. 37 Kan de minister daarnaast uiteenzetten wat de gevolgen zijn van een gecombineerd stressscenario waarin sprake is van langdurige koude én een verstoring van een belangrijke LNG- of pijpleidingaanvoerroute? Welke minimale hoeveelheid gas in opslag acht de minister in zo'n scenario noodzakelijk om Nederlandse afnemers en de grensoverschrijdende verplichtingen te kunnen blijven bedienen? Antwoord Dergelijke scenario’s zijn reeds onderdeel van risico-evaluaties die conform artikel 7 van de Verordening gasleveringszekerheid elke vier jaar worden geactualiseerd.[voetnoot 13] In oktober zal het kabinet uw Kamer nader informeren over de nieuwe actualisatie van de risico-evaluatie en het proces rondom deze risico-evaluaties en het verdere traject verder toelichten. 38 De leden van de JA21-fractie wijzen erop dat de Nederlandse gasopslagen niet uitsluitend voorzien in de Nederlandse seizoensvraag, maar ook een functie hebben voor omringende landen. In hoeverre houdt de analyse achter het verlaagde vuldoel rekening met extra onttrekking als ook Duitsland en andere buurlanden met relatief lagere opslagvolumes de winter ingaan? Welke afspraken bestaan over de verdeling van gas wanneer meerdere Noordwest-Europese landen gelijktijdig met schaarste worden geconfronteerd? Antwoord Het gas dat in de Nederlandse opslagen zit wordt zowel bilateraal als via de beurs verkocht. Waar het exact terechtkomt, kan niet worden herleid. Het gas kan gebruikt worden voor gebruikers in Nederland, maar ook in omringende landen. Andersom geldt dit ook: gasopslagen uit omringende landen kunnen ingezet worden voor Nederlandse gebruikers. Deze dynamiek blijft van kracht bij het verlaagde vuldoel. Binnen de Europese Unie bestaan afspraken over het verlenen van solidariteit als een lidstaat daar in een noodsituatie om verzoekt (artikel 194 VWEU). 39 De leden van de JA21-fractie vragen of de minister de verzekering van de Europese Commissie heeft gekregen dat Nederland later dit jaar niet alsnog wordt geconfronteerd met een aanbeveling om aanvullende maatregelen te nemen wanneer hogere Europese vuldoelen niet worden gehaald? Zo nee, welk financieel, juridisch en operationeel risico neemt het kabinet met de gekozen verlaging? Antwoord De verlaging van het EU-vuldoel voor Nederland met 10 procentpunt gelet op moeilijke marktomstandigheden is een toegestane afwijking waarin de Verordening gasleveringszekerheid voorziet. Er is dus geen sprake van dat Nederland alsnog een hoger Europees vuldoel zou moeten halen, omdat Nederland handelt conform de Verordening gasleveringszekerheid. 40 Deze leden onderschrijven dat Europese vulverplichtingen niet uitsluitend op een administratief opslagpercentage mogen zijn gebaseerd. Ook LNG-importcapaciteit, strategische reserves, fysieke langetermijnimportcontracten, pijpleidingcapaciteit en andere aantoonbare bronnen van leveringszekerheid kunnen relevant zijn. De Kamer heeft het kabinet eerder opgedragen om kussengasreserves en LNG-capaciteit in Europees verband als mogelijke alternatieven voor rigide vulverplichtingen te betrekken. Welke inzet heeft de minister sindsdien in Brussel gepleegd om deze benadering in het Europese kader vast te leggen? Wordt deze inzet expliciet onderdeel van de komende herziening van het Europese kader voor gasleveringszekerheid? 41 De leden van de JA21-fractie constateren dat de Kamer met de aangenomen motie-Van den Berg de regering tevens heeft verzocht in de EU-Raad een voorstel te doen om de financiering van kussengasreserves en andere leveringszekerheidsmaatregelen te koppelen aan de gasconsumptie of gasimport per lidstaat (Kamerstuk 29023, nr. 633). Welke stappen heeft de minister ter uitvoering hiervan gezet? Is hierover inmiddels een voorstel of discussiestuk met andere lidstaten gedeeld? Welke lidstaten steunen deze benadering en waar bestaat weerstand? Hoe wil de minister voorkomen dat Nederland een onevenredig groot deel van de kosten draagt voor opslag- of reservemaatregelen waarvan ook andere lidstaten profiteren? 42 De leden van de JA21-fractie merken op dat de Kamer de regering ook heeft opgedragen te onderzoeken waar de Nederlandse LNG-importcapaciteit kan worden vergroot en welke voordelen dit biedt. Wat zijn de resultaten tot dusver? Welke aanvullende capaciteit is technisch en economisch realiseerbaar, op welke termijn en tegen welke kosten? Welke infrastructurele knelpunten begrenzen momenteel een verdere verhoging van de daadwerkelijke LNG-aanvoer naar Nederland en het achterland? 43 De leden van de JA21-fractie wijzen voorts op de aangenomen motie-Van den Berg/Grinwis om in het strategisch gasbeleid expliciet mee te nemen hoe fysieke langetermijnimportcontracten kunnen bijdragen aan de Nederlandse leveringszekerheid.[voetnoot 14] Hoe wordt aan deze motie uitvoering gegeven op Europees niveau? 44 De leden van de JA21-fractie vragen of de minister tevens de actuele stand van zaken kan geven rond initiatieven voor een betere benutting van Nederlandse en Noordwest-Europese gasinfrastructuur en de toegang tot onder meer Noors pijpleidinggas, naar aanleiding van de hierover aangenomen motie-Van den Berg c.s. Welke initiatieven kan de minister concreet ondersteunen en wat is daarvan het verwachte effect op importdiversificatie en leveringszekerheid? 45 De leden van de JA21-fractie constateren dat de Kamer via de gewijzigde en aangenomen motie-Van den Berg/Boomsma heeft verzocht om bij het strategisch gasbeleid inzichtelijk te maken welke nationale en Europese acties ter uitvoering van aangenomen moties zijn ingezet en welke lidstaten of Europese instellingen steun geven of weerstand bieden (Kamerstuk 21501-33, nr. 1213) Kan de minister vooruitlopend daarop voor bovengenoemde onderwerpen reeds aangeven welke stappen zijn gezet, welke resultaten zijn bereikt en waar nog politieke blokkades bestaan? 46 De leden van de JA21-fractie vinden daarnaast dat het debat over leveringszekerheid niet uitsluitend mag gaan over de vraag of fysiek nog gas kan worden geleverd. Ook zeer hoge prijzen kunnen ertoe leiden dat Nederlandse industriële productie wordt stilgelegd of dat huishoudens en bedrijven met ernstige betaalbaarheidsproblemen worden geconfronteerd. Welke prijsscenario's betrekt het kabinet bij de analyse voor komende winter? Bij welke prijsniveaus verwacht de minister substantiële vraaguitval in de industrie en welke economische gevolgen kunnen daarvan het resultaat zijn? Hoe wordt dit risico meegewogen bij de keuze voor de omvang van de wintervoorraad? 47 De leden van de JA21-fractie vragen de minister voorts of Nederland zich bij de herziening van de Europese regels expliciet inzet voor de mogelijkheid om structurele strategische gasvoorraden in te richten, naast commerciële seizoensopslag. Welke definitie hanteert het kabinet voor een strategische gasvoorraad? Wie zou eigenaar zijn van het gas, wie draagt de kosten, wie beslist over inzet en onder welke crisiscriteria mag deze voorraad worden aangesproken? Indien voor een EU-brede strategische gasvoorraad onvoldoende draagvlak bestaat, is de minister dan bereid afspraken hierover te verkennen met de landen waarmee Nederland binnen het Pentalateraal Energieforum en andere Noordwest-Europese samenwerkingsverbanden nauw samenwerkt? Is de minister daarnaast bereid om aanvullende kortetermijnmaatregelen voor komende winter in de relevante Europese regionale risicogroepen voor gasleveringszekerheid aan de orde te stellen? Zo ja, welke maatregelen en welke stressscenario's wil Nederland daar laten onderzoeken? Antwoord vragen 40 t/m 47 Het kabinet stuurt deze week de Kamerbrief strategisch gasbeleid aan uw Kamer. Hierin gaat het kabinet uitgebreid in op de onderwerpen die worden genoemd in deze vragen, waaronder de inzet van het kabinet op deze onderwerpen, de uitvoering van de genoemde moties, de Nederlandse LNG-importcapaciteit, langetermijncontracten, het beleid dat gericht is op de gevolgen van hoge prijzen en het EU-krachtenveld. 48 Wat verstaat de minister concreet onder betrouwbare derde landen? Antwoord Het kabinet hanteert geen vaste lijst. Voor het bredere kader verwijs ik naar de Kamerbrief met de kabinetsvisie op open strategische autonomie.[voetnoot 15] 49 Kan de minister voor de belangrijkste strategische energiedragers en energietechnologieën aangeven waar de grootste afhankelijkheden van derde landen bestaan en hoe geconcentreerd deze afhankelijkheden zijn? Kan zij daarbij in ieder geval ingaan op aardgas en LNG, olie, nucleaire brandstof, kritieke grondstoffen, batterijen, zonnepanelen en essentiële netcomponenten? Hoe voorkomt de minister dat de afbouw van de ene strategische afhankelijkheid resulteert in een nieuwe afhankelijkheid elders in de energieketen? Antwoord Dit onderwerp staat niet geagendeerd op de informele Energieraad. Ik zal deze vraag beantwoorden met het verslag van deze informele Energieraad. 50 De leden van de JA21-fractie constateren dat kernenergie in de Europese discussie over energieonafhankelijkheid nog altijd onvoldoende prominent terugkomt. De Kamer heeft met de aangenomen motie-Van den Berg de regering opgedragen zich ervoor in te zetten dat kernenergie volwaardig wordt meegenomen in Europese doelen, financieringsinstrumenten en infrastructuurplanning voor schone energie (Kamerstuk 21501-33, nr. 1222). Welke stappen heeft Nederland sindsdien gezet om deze motie uit te voeren? Zal de minister dit tijdens de informele Energieraad opnieuw actief naar voren brengen? Antwoord Het kabinet zet vol in op het vergroten van het aandeel schone energie in de energiemix en de energieonafhankelijkheid van Nederland. Kernenergie heeft hier een belangrijk aandeel in, naast hernieuwbare energie zoals windenergie en zon-pv. Het kabinet zet zich daarom op Europees niveau in voor een Europees doel voor 2040 voor schone energie, dat zowel hernieuwbare energie als ook kernenergie omvat. De voorstellen van de Europese Commissie voor het post-2030 energiekader en mogelijke energiedoelen voor 2040 worden eind 2026 verwacht. Daarnaast werkt het kabinet binnen de Nucleaire Alliantie nauw samen met gelijkgezinde lidstaten aan een faciliterend Europees kader voor kernenergie, de versterking van een Europese nucleaire waardeketen en kennis en onderzoek. 51 Kan de minister daarbij aangeven welke inzet Nederland pleegt om de Europese nucleaire waardeketen te versterken, waaronder uraniumconversie, verrijking, brandstoffabricage en de ontwikkeling van nieuwe nucleaire technologie? Welke strategische afhankelijkheden bestaan binnen deze waardeketen nog van Rusland of andere derde landen en welke Europese capaciteit is nodig om deze afhankelijkheden verder terug te dringen? 52 De leden van de JA21-fractie vragen welke kwetsbaarheden zijn vastgesteld bij Nederlandse energie-infrastructuur op land en op de Noordzee ten aanzien van sabotage, cyberaanvallen en hybride dreigingen. Welke aanvullende maatregelen, verantwoordelijkheden en middelen zijn nodig om de weerbaarheid en herstelcapaciteit te vergroten? Kan de minister daarbij, zonder operationeel gevoelige informatie te verstrekken, ingaan op onderzeese kabels en pijpleidingen, LNG-terminals, gasopslagen, hoogspanningsinfrastructuur en digitale besturingssystemen? Antwoord 51 en 52 Dit onderwerp staat niet geagendeerd op de informele Energieraad. Ik zal deze vraag beantwoorden met het verslag van deze informele Energieraad. Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie 53 De leden van de BBB-fractie lezen dat het kabinet zich wil inzetten voor structurele verlaging van energieprijzen. Kan de minister concreet aangeven wat zij onder een "betaalbare" energierekening verstaat? Welke maximale energielasten ten opzichte van het besteedbaar inkomen acht de regering acceptabel voor huishoudens? 54 Kan de minister daarnaast aangeven hoe de totale energiekosten voor Nederlandse huishoudens, het mkb en de industrie zich momenteel verhouden tot die in België, Duitsland en Frankrijk? 55 De leden van de BBB-fractie constateren dat de investeringen in het elektriciteitsnet de komende jaren zeer fors zijn. Zij vragen wie deze investeringen uiteindelijk betaalt. Welk deel komt via de nettarieven bij huishoudens en bedrijven terecht? Hoe voorkomt de minister dat maatregelen die bedoeld zijn om energie goedkoper te maken via hogere nettarieven uiteindelijk juist tot een hogere totale energierekening leiden? 56 De regering schrijft dat huishoudens een stijging van hun energierekening kunnen dempen door hun woning te isoleren of over te stappen van een cv-ketel op een hybride of volledig elektrische warmtepomp. De leden van de BBB-fractie vinden dit een te eenvoudige voorstelling van zaken. Zij vragen hoeveel Nederlandse huishoudens daadwerkelijk beschikken over voldoende financiële ruimte om dergelijke investeringen zonder aanvullende lening te doen. Hoeveel huishoudens wonen in een woning waarvoor een dergelijke investering technisch of financieel niet rendabel is? Hoe helpt het advies om te investeren in isolatie of een warmtepomp een huishouden dat aan het einde van de maand nauwelijks geld overhoudt? Erkent de minister dat betaalbaar energiebeleid niet afhankelijk mag zijn van de mogelijkheid van burgers om eerst duizenden euro's te investeren? Hoe werkt deze redenering bovendien voor huurders, die voor verduurzaming grotendeels afhankelijk zijn van hun verhuurder? Antwoord 53 t/m 56 De betaalbaarheid van de energierekening wordt voor een huishouden mede bepaald door de verhouding tot het inkomen en de woning. Met ’energiearme huishoudens’ worden huishoudens bedoeld met een laag inkomen (onder 120% van de armoedegrens) en hoge energiekosten en/of een woning met een lage energetische kwaliteit. Risicohuishoudens hebben een laag/middeninkomen (120% tot 170% van de armoedegrens) en hoge energiekosten en/of een woning met een lage energetische (kosten)kwaliteit. Deze huishoudens zijn niet energiearm maar hebben naar verwachting bij hoge energieprijzen het risico op een betalingsprobleem. Voor huishoudens die in de knel komen omdat de energierekening te hoog ligt ten aanzien van het inkomen, wordt opnieuw via het Noodfonds Energie financiële steun geboden. Uit onderzoek van de Nederlandse Bank blijkt dat 95% van de huiseigenaren de investeringskosten van verduurzaming van de eigen woning financieel kan dragen. Ook subsidies en regelingen, zoals de ISDE en middelen van het Nationaal isolatieprogramma en het Warmtefonds, dragen bij aan deze mogelijkheid om verduurzaming te financieren. Dat neemt niet weg dat dit niet voor iedereen geldt. De recente monitor energiearmoede van TNO wijst onder andere op een groep met een lage energetische kwaliteit woning en weinig investeringsmogelijkheden om de woning zelf te verduurzamen. [voetnoot 16] Deze groep wordt in 2025 op 952.000 huishoudens geschat en bestaat grotendeels (888.000 huishoudens) uit huurders. Dat betekent niet dat deze hele groep niet mee kan doen aan de energietransitie. Juist voor de groep huurders die zelf niet veel kan verduurzamen, is het van belang dat woningen met energielabel E, F en G in 2028 zijn uitgefaseerd. Woningcorporaties zetten hier goede stappen. Ook heeft het kabinet aangekondigd dat in 2040 alle huurwoningen met energielabel C en D moeten zijn uitgefaseerd. Om die energielabels uit te faseren zullen verhuurders woningen moeten verduurzamen, bijvoorbeeld door middel van isolatie of een nieuwe efficiënte installatie zoals een warmtepomp of zonnepanelen. In dat geval heeft de huurder zelf weinig investeringsmogelijkheden, maar neemt de energetische kwaliteit van de woning toe en heeft dat naar verwachting een dempend effect op de energierekening. Ik nodig u graag uit om uw vervolgvragen over de nationale energierekening en de nationale maatregelen op dit punt te stellen tijdens het commissiedebat Energie voor Huishoudens op 24 september 2026. 57 De leden van de BBB-fractie missen in de geannoteerde agenda nadrukkelijke aandacht voor het mkb, agrarische ondernemers en de Nederlandse industrie. Zij vragen waarom de Nederlandse inzet ten aanzien van betaalbaarheid zich zo richt nadrukkelijk op huishoudens. Erkent de minister dat hoge energieprijzen inmiddels ook een vestigingsplaatsvraagstuk zijn? Welke inzet pleegt Nederland tijdens deze Energieraad om te voorkomen dat Nederlandse productie verdwijnt naar landen met structureel lagere energieprijzen? Antwoord Het kabinet streeft naar structureel lagere energieprijzen door een beter geïntegreerde en verbonden Europese energiemarkt, opschaling van eigen schone energieproductie, energiebesparing, flexibiliteit, het oplossen van netcongestie en een importstrategie met diversificatie van bronnen. De inzet tijdens de Energieraad is er dan ook nadrukkelijk op gericht om de energierekening te verlagen voor het bedrijfsleven en het gelijke speelveld te vergroten zodat het vestigingsklimaat wordt verbeterd. Zo zet het kabinet in op harmonisatie van de methodologie voor netwerktarieven, op de voorbereiding van de toepassing van tweezijdige Contracts for Difference (CfD’s) om de prijszekerheid te vergroten en op het verruimen van staatssteunkader om gerichte steun te kunnen geven aan het bedrijfsleven ter compensatie van hoge energiekosten, conform het BNC-fiche actieplan betaalbare energieprijzen.[voetnoot 17] 58 Tot slot constateren de leden van de BBB-fractie dat in de geannoteerde agenda veel wordt gesproken over Europese plannen, elektrificatie, energiebesparing, communicatie en internationale samenwerking. Veel minder duidelijk wordt wat Nederland tijdens deze Energieraad concreet op tafel legt om de energierekening van Nederlandse huishoudens en bedrijven structureel te verlagen. Welke drie concrete voorstellen zal de minister tijdens deze Energieraad zelf doen om de energieprijzen voor huishoudens en bedrijven structureel te verlagen? Antwoord De Energieraad is niet het gremium om nationale maatregelen te bespreken. Tijdens de informele Energieraad zal het kabinet pleiten voor een Europese aanpak om de mogelijkheden voor staatssteun aan de energie-intensieve industrie ter compensatie van hoge netwerkkosten te verruimen. Daarnaast zal het kabinet oproepen tot Europese standaarden voor slimme apparaten, zodat huishoudens worden ondersteund om hun energierekening betaalbaar te houden. Ook zal het kabinet benadrukken dat inzet op energiebesparing op Europees en nationaal niveau belangrijk blijft en bijdraagt aan het verlagen van de energiekosten en het verminderen van de energieafhankelijkheid. Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie 59 Deze leden stellen vast dat de Raad onder meer zal spreken over de betaalbaarheid van energie, netcongestie en energieveiligheid. Deze leden vragen waarom niet wordt ingegaan op de groei van energie- en waterintensieve kunstmatige intelligentie (AI) en grootschalige datacenters binnen de Europese Unie. Kan de minister toelichten waarom dit ontbreekt op de agenda? Antwoord Het wisselende voorzitterschap van de raad van de Europese Unie (dit halfjaar Ierland) bepaalt in samenspraak met de Europese Commissie de agenda van de Energieraden. 60 De leden van de PvdD-fractie constateren dat het kabinet zich wil inzetten voor het toepassen van slimme, aanstuurbare apparaten door huishoudens om de krapte op het elektriciteitsnet op te vangen. Deze leden kijken hiervan op en vragen hoe deze sturing op het energieverbruik van burgers zich verhoudt tot het vrijwel niet beperkte beslag dat commerciële AI-datacenters leggen op de capaciteit van ons stroomnet. Deelt de minister de mening van deze leden dat het onrechtvaardig is om burgers te vragen hun verduurzaming en energieverbruik aan te passen, terwijl grootverbruikers zoals de AI- en techsector vrij spel krijgen? Antwoord Dit onderwerp staat niet geagendeerd op de informele Energieraad. Ik zal deze vraag beantwoorden met het verslag van deze informele Energieraad. 61 De leden van de PvdD-fractie vragen wat de verwachte impact is van de enorme netinvesteringen op de nettarieven voor gewone huishoudens en het midden- en kleinbedrijf. Is de minister bereid om tijdens de besprekingen over de Verordening Netwerktarieven en AccelerateEU in Dublin te pleiten voor Europese kaders waarbij de maatschappelijke en financiële kosten van netuitbreidingen voor de techsector direct worden verhaald op de grote verbruikers, in plaats van te worden doorberekend op de samenleving? Antwoord De ACM heeft als regulerende instantie op basis van Europese regelgeving de exclusieve taak om onafhankelijk de tariefstructuren en de hoogte van de nettarieven vast te stellen. De Europese regelgeving geeft hiervoor een kader mee. Het leidende principe is dat de gebruiker betaalt voor de kosten die hij veroorzaakt (kostenveroorzakingsbeginsel). Dit betekent concreet dat alle gebruikers van het elektriciteitsnet meebetalen aan de kosten van het elektriciteitsnet: huishoudens, kleine bedrijven, grote bedrijven en maatschappelijke instellingen. Het is echter niet mogelijk om per individuele gebruiker te berekenen welke kosten van het net precies door eenieder worden veroorzaakt. Daarom zijn verdeelsleutels vastgesteld die met een bepaalde mate van abstractie een verband leggen tussen het netgebruik van een aangeslotene en de netkosten die aan de gebruiker zijn toe te rekenen. Bij deze verdeelsleutels kan bijvoorbeeld worden gekeken naar het verbruik, de piekbelasting of de capaciteit van de aansluiting. Een industriële grootverbruiker van elektriciteit betaalt daardoor significant meer aan nettarieven dan een huishouden. 62 De leden van de PvdD-fractie wijzen erop dat in de geannoteerde agenda aandacht wordt besteed aan de Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS). Deze leden zijn van mening dat schaars drinkwater en drinkwatervoorraden tot de meest vitale infrastructuur behoren. Deze leden zijn benieuwd over welke cijfers de minister beschikt ten aanzien van het huidige en verwachte koelwater- en drinkwaterverbruik door AI-datacenters in Nederland en de EU. 63 Ook vragen de leden van de Partij voor de Dieren zich af of de minister bereid is om in de Energieraad aan te dringen op een Europees verbod op het gebruik van hoogwaardig drinkwater voor proceskoeling door datacenters. Ook willen de leden volledige transparantie over het water- en energieverbruik van de techsector en vragen of de minister daar inzicht in kan geven. 64 Tot slot stellen de leden van de PvdD-fractie vast dat de groei van AI de energie dreigt in te nemen van de duurzame energieopwekking voor de vervanging van fossiele brandstoffen. Deze leden zijn benieuwd of de minister in Europees verband het principe wil en kan verdedigen dat de digitale transitie binnen planetaire en ecologische grenzen moet plaatsvinden. Antwoord 62 t/m 64 Ik nodig u graag uit om uw vragen over deze onderwerpen te stellen tijdens de daarvoor geëigende overleggen, zoals het debat over de Milieuraad of de debatten over AI en digitalisering. Pagina 2 van 24 Pagina 1 van 24 Kamerstuk 22 112, nr. 4313 Campagne-effectonderzoek Zet ook de knop om: Bewuster omgaan met energie (voorjaar 2025) | Rijksoverheid.nl. Kamerstukken II 2026/27, 29023 nr. 727. Kamerstukken II, 20252026 36800-XIV NR 87. Kamerstuk 2026D44668. COM (2026) 115. BNC-fiche- Mededeling Energiepakket voor burgers, Kamerstuk 22 112, nr. 4313. Kamerstuk 2026D44668. Kamerstuk 2026D44668. Kamerstuk 2026D44668. Kamerstuk 2026D44668. Kamerstukken II 2025/26, 29 023, nr. 726. Verordening (EU) 2017/1938 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2017 betreffende maatregelen tot veiligstelling van de gasleveringszekerheid en houdende intrekking van Verordening (EU) nr. 994/2010. Kamerstuk 29023, nr. 706. Kamerstuk 35 982, nr. 9. Kamerstuk 29023, nr. 724. Kamerstuk 22 112, nr. 4021. Directie Europese en Internationale Zaken Ons kenmerk DEIZ / documentId Directie Europese en Internationale Zaken Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag Postadres Postbus 20401 2500 EK Den Haag Overheidsidentificatienr 00000001003214369000 T 070 379 8911 (algemeen) F 070 378 6100 (algemeen) www.rijksoverheid.nl/ezk Behandeld door Ons kenmerk DEIZ / 108401277 Uw kenmerk Bijlage(n) > Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Prinses Irenestraat 6 2595 BD DEN HAAG Datum 24 september 2026 Betreft SO-beantwoording Energieraad 28 en 29 september 2026
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.