Verslag van een schriftelijk overleg over de voortgang ICT Belastingdienst (Kamerstuk 31066-1412)
Brontekst
Versie ddaea87fa7ac1781 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 066Belastingdienst26 643Informatie- en communicatietechnologie (ICT)Nr. 1430 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 14 oktober 2024 De vaste commissie voor Financiën heeft een aantal vragen en opmer-kingen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Financiën over de brief van18 juni 2024 over de voortgang ICT Belastingdienst (Kamerstuk 31 066,nr. 1412).De vragen en opmerkingen zijn op 6 september 2024 aan de Staatssecre-taris van Financiën voorgelegd. Bij brief van 14 oktober 2024 zijn devragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,Nijhof-LeeuwAdjunct-griffier van de commissie,Lips kst-31066-1430ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 14301 I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van de brief over de Voortgang ICT Belastingdienst. Een goedfunctionerende Belastingdienst staat bij deze leden hoog in het vaandel:immers het is de Belastingdienst die de middelen ophaalt om onzepublieke voorzieningen te betalen. Daarnaast heeft fiscale wetgevingalleen maar waarde als die goed met elkaar kan worden uitgevoerd. Dezeleden vinden het daarom een goede ontwikkeling dat er al enige tijd wordtgewerkt aan het moderniseren van de ICT van de Belastingdienst, zodatdeze ook in de toekomst haar maatschappelijke taak kan vervullen, nieuwbeleid kan doorvoeren en haar dienstverlening kan verbeteren. Dat dezemodernisering eigenlijk te laat komt, blijkt uit het gegeven dat er tot enmet 2026 weinig ruimte is voor nieuwe beleidswensen die structuurwijzi-gingen vergen. Kan de Staatssecretaris onderschrijven dat 2026 nogsteeds het streefjaar is? Kan de Staatssecretaris daarnaast een overzichtgeven van de verdeling van IV-dagen per categorie voor de afgelopenperiode en wat de inschatting is tot aan 2026?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Staatssecretaris welkegevolgen de herstelwerkzaamheden hebben gehad voor de uitfaseringvan Cool:Gen en de modernisering van de IT en wat eventuele extravertraging en uitstel van een structurele oplossing betekent voor demoderniseringsagenda en uitfasering.De toenmalige Staatssecretaris heeft aangegeven dat de beschikbaarheidvan ICT-expertise afhankelijk is van het aantrekken en behouden vandeskundige medewerkers en van externe inhuur. Het uitgangspunt van deBelastingdienst is dat structurele taken zoveel mogelijk door eigenmedewerkers worden uitgevoerd. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zien dat dit uitgangpunt nu bij lange na niet wordt gehaald. DeBelastingdienst is – voornamelijk binnen de ICT – sterk afhankelijk vanextern personeel. In de brief brengt de toenmalige Staatssecretaris dit alseen voldongen feit. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie willen zichhier niet bij neerleggen, onder andere omdat de kennis over de ICT navoltooiing weer weglekt én omdat het vele malen duurder is danpersoneel in dienst nemen. Kan de Staatssecretaris aangeven welkestrategieën nu worden gebruikt om afhankelijkheid van de inhuur tebeperken? Kan er ook meer inzicht worden gegeven in het strategischeafwegingskader over hoe wordt bepaald wat wel en niet via externeinhuur wordt gedaan?Het valt de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie op dat veel dezelfdepartijen actor zijn bij de inhuur. Kan de Staatssecretaris aangeven viawelke raamovereenkomst(en) de externe inhuur bij de Belastingdienstverloopt? Kan de Staatssecretaris voor de afgelopen vijf jaar aangevenhoeveel budget via deze raamovereenkomst(en) loopt en op welkebegrotingsartikelen dit kan worden teruggevonden? Kan de Staatssecre-taris aangegeven wat het geraamde bedrag was en de realisatie van deafgelopen vijf jaar?Deze leden lezen met ongenoegen de ontwikkelingen rondom hetProgramma Vernieuwing Gegevens. Dit programma heeft de taak ommeer grip te krijgen op gegevensverwerking, maar is in januari 2024gepauzeerd om toekomstige budgetoverschrijding te voorkomen. Devoornaamste oorzaak voor de vertraging en gebrekkige rapportage wasinadequate sturing. Deze leden lezen dat het onderzoeksteam heeftTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 14302 geconcludeerd dat de organisatiecultuur in de hand heeft gewerkt datkritische opvattingen geen gehoor hebben gevonden en dat inhoudelijkedilemma’s niet expliciet zijn gemaakt. Tussen de maatregelen die zijngenomen wordt er niets gedaan om de organisatiecultuur te verbeteren,iets wat naar de mening va deze leden toch essentieel is in het voorkomenvan herhaling van zetten. Kan de Staatssecretaris aangeven wat voormaatregelen er worden genomen om de organisatiecultuur te verbeteren?Tot slot vragen de leden van de GL-PvdA-fractie hoe er in de modernise-ringsopgave wordt om gegaan met strategische vraagstukken zoalsonafhankelijkheid? In hoeverre wordt er bij de aankoop van softwarerekening gehouden met de mogelijkheid zelf dingen aan te kunnen passenen afhankelijkheid van externe bedrijven te verkleinen? Kan de Staatsse-cretaris het afwegingskader en aankoop strategie daarin schetsen?Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van debrief «Informatie- en communicatietechnologie (ICT)». Deze leden vindenhet positief dat verschillende ICT-projecten zijn afgerond in 2024, maarmaken zich nog wel zorgen over de voortgang bij andere projecten. Dezeleden hebben nog enkele vragen. De leden van de VVD-fractie maken vande gelegenheid gebruik om ook vragen te stellen over het BIT-adviesModernisering omzetbelasting.De leden van de VVD-fractie lezen ten aanzien van de uitfasering vanCool-Gen dat het doel is om de uitfasering van Cool-Gen voor het eindevan 2026 te realiseren. Wat is de stand van zaken? Hoe wordt voorkomendat in de toekomst de Belastingdienst tegen eenzelfde situatie aanloopt,waar kennis van systemen en programmeertalen minder of beperktbeschikbaar wordt doordat een systeem of taal in onbruik raakt?De leden van de VVD-fractie lezen dat de voortgang van de uitfaseringCool-Gen wordt «bedreigd» door de herstelwerkzaamheden voor box 3.Hoe serieus is deze «dreiging»? Is het doel – met de huidige kennis vanzaken – van uitfasering voor het einde van 2026 nog in beeld?De leden van de VVD-fractie lezen ten aanzien van externe inhuur dat deBelastingdienst noodgedwongen gebruik maakt van 1200 fte aan externeinhuur, met name voor de modernisering van systemen. Deze ledenbegrijpen de noodzaak hiervan, maar willen wel vragen welke stappenworden ondernomen om meer vaste medewerkers in dienst te nemen.Wat is ervoor nodig om een aantrekkelijke werkgever te zijn voorICT-specialisten? Wat is nu het tarief dat gemiddelde per uur betaaldwordt voor externe inhuur? Wat betekent het opheffen van het handha-vingsmoratorium op de Wet Deregulering beoordeling arbeidsrelatie(Dba) voor externe inhuur van ICT-specialisten? Komt de planning ingevaar?De leden van de VVD-fractie lezen ten aanzien van EU-btw e-commercedat op basis van testresultaten is besloten om niet over te stappen op hethoofdspoor per juni 2024. Welke bevindingen waren doorslaggevend? Bijwelke lidstaten zijn ook complicaties opgetreden? Hoever zijn anderelidstaten in het komen tot een structurele voorziening ter uitvoering vande richtlijn? Wat kan van deze lidstaten worden geleerd?De leden van de VVD-fractie lezen ten aanzien van het programmaVernieuwing Gegevens dat dit programma niet volgens plan verloopt.Trekken deze leden terecht de conclusie dat de eerste fase, die reeds juni2022 afgerond zou moeten zijn, nog altijd niet is afgerond? Zo ja, vanafTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 14303 welk moment zijn bijsturingsmaatregelen genomen? Is dit pas gebeurd nade constatering in december 2023 dat de realisatie niet volgens planverloopt? Indien dit zo is, hoe kan het dat niet eerder is ingegrepen? Dezeleden vragen daarnaast of budgetoverschrijdingen waarschijnlijk zijn, nual 60 procent van het budget is besteed.De leden van de VVD-fractie lezen ten aanzien van het BIT-adviesModernisering omzetbelasting dat het Adviescollege aangeeft dat devoorbereiding voor de verwerving en inzet van pakketsoftware voor deomzetbelasting nog onvoldoende is. Volgens het Adviescollege bestaatdaarom de kans dat dit verandertraject faalt met als gevolg dat decontinuïteit van OB-processen in gevaar kan komen en dat nieuwe wet- enregelgeving nog langere tijd beperkt kan worden uitgevoerd. Wat is destand van zaken met betrekking tot de opvolging van de aanbevelingen?Lopen er voor andere belastingmiddelen ook (aanbestedings-)processenvoor de verwerving en inzet van pakketsoftware? Is de voorbereidinghiervan wel voldoende?Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieMet belangstelling hebben de leden van de NSC-fractie de voortgangs-brief van de Staatssecretaris van Financiën gelezen over de moderniseringvan de ICT-systemen bij de Belastingdienst. Het belang van een goedfunctionerende Belastingdienst voor de Nederlandse samenleving staatbuiten kijf. De stappen die worden gezet om de verouderde systemen temoderniseren en de continuïteit van de belastinginning te waarborgen,zijn daarom in de visie van deze leden cruciaal. De voortgangsbrief vanhet kabinet laat zien dat er stappen worden gezet, maar er zijn zorgpuntendie aandacht verdienen. De leden van de NSC-fractie zijn van mening datwe het ons niet kunnen veroorloven dat de modernisering van dezecruciale systemen vertraging oploopt, met alle gevolgen van dien voor debelastingbetaler en het vertrouwen in de Belastingdienst.De leden van de NSC-fractie constateren ten aanzien van de verouderdeCool-software dat de Cool-software tot 2026 in gebruik blijft, ondanks debekende risico’s en de schaarste aan expertise. De afhankelijkheid vanverouderde technologie vergroot het risico op fouten en inefficiënties,maar dit roept bij de leden van de NSC-fractie de volgende vragen op: Watis de exacte reden dat de uitfasering van Cool pas in 2026 is gepland?Welke stappen worden ondernomen om de afhankelijkheid van dezeverouderde software tot die tijd te minimaliseren? Wordt er overwogenom de modernisering een hogere prioriteit te geven, zodat deze minderkwetsbaar is voor beleidswijzigingen?De leden van de NSC-fractie constateren ten aanzien van het behoud vanexpertise en inhuur dat de afhankelijkheid van externe inhuur groot blijft,mede door de krapte op de arbeidsmarkt. Dit brengt risico’s met zich mee,vooral als het gaat om het behouden van de continuïteit en kennis binnende organisatie. Deze leden hebben op dit punt de volgende vragen: Welkeconcrete plannen heeft het kabinet om de afhankelijkheid van externeinhuur te verminderen en tegelijkertijd de benodigde expertise binnen deBelastingdienst te behouden? Hoe wordt ervoor gezorgd dat de opgedanekennis niet verdwijnt zodra de inhuurcontracten aflopen? Wat is het langetermijnplan van de Belastingdienst voor de ICT-infrastructuur na 2026 enhoe wil de dienst ervoor zorgen dat er voldoende mensen met de juistekennis beschikbaar blijven om de systemen te onderhouden en tebeheren?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 14304 Ten aanzien van de continuiteitsrisico’s constateren deze leden dat demodernisering van de ICT-systemen een langdurig en complex proces is,waarbij continuïteit van cruciaal belang is voor de Belastingdienst en haardienstverlening. Gezien de afhankelijkheid van verouderde systemen ende geplande uitfasering daarvan, rijzen er zorgen over de continuïteittijdens de transitie. Het gaat om de volgende vragen: Welke maatregelenworden genomen om de continuïteit van de dienstverlening tewaarborgen tijdens de transitieperiode naar de nieuwe ICT-systemen? Hoeworden mogelijke continuïteitsrisico’s gemitigeerd, vooral in de periodedat de Belastingdienst zowel verouderde als nieuwe systemen parallel ingebruik heeft?Ten aanzien van de programmabeheersing en verantwoording consta-teren de leden van de NSC-fractie dat het Programma VernieuwingGegevens is vertraagd door inadequate sturing en een gebrek aaneffectieve programmamanagement. Dit is voor deze leden onaan-vaardbaar, zeker gezien het belang van dit programma voor de gegevens-verwerking binnen de Belastingdienst. Deze leden hebben dan ook devolgende vragen op dit punt: Welke maatregelen zijn inmiddels genomenom dergelijke fouten in de toekomst te voorkomen? Hoe wordt gegaran-deerd dat lopende en toekomstige projecten wel binnen budget en tijdworden afgerond?De Belastingdienst moet en kan beter in de ogen van deze leden. Hetvertrouwen van burgers en bedrijven staat op het spel en dat betekent datniet kan worden geaccepteerd dat deze modernisering wordt afgeraffeldof onnodig wordt vertraagd. De leden van de NSC-fractie roepen hetkabinet op om met hernieuwde urgentie en daadkracht te zorgen voor eenBelastingdienst die klaar is voor de uitdagingen van de toekomst.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie lezen in de brief dat het noodzakelijk is dat deBelastingdienst de ruimte en meerjarige middelen krijgt en behoudt omde moderniseringsplanning tot 2027 te blijven volgen. Deze leden vragenof de Staatssecretaris kan bevestigen dat hiervoor voldoende middelenbeschikbaar blijven. Ook vragen deze leden hoeveel middelen er extranodig zijn in verband met onvoorziene zaken, zoals onvoorzien werk voorhersteloperaties, nu de box 3 uitspraken van de Hoge Raad van juni. Is erinmiddels al meer zich op de gevolgen hiervan voor de herprioritering enwat betekent dit voor de planning inzake het nieuwe box 3 stelsel op basisvan werkelijk rendement? Deze leden vragen de Staatssecretarisdaarnaast om te bevestigen dat de kabinetsdoelstelling om te snijden inexterne inhuur, de essentiële moderniseringsopgave niet zal doorkruisen.Op dit moment lukt het de Belastingdienst immers onvoldoende om vastICT-personeel te werven. Deze leden vragen tevens of de handhaving opschijnzelfstandigheid gevolgen zal hebben voor de inhuur vanICT-personeel, en zo ja, wat de Staatssecretaris hier voor oplossingsrich-tingen ziet om de moderniseringsopgave gaande te houden.De leden van de CDA-fractie vragen of er in het hoofdlijnenakkoordaanvullende en nieuwe beleidswensen zitten die druk leggen op deICT-modernisering, en zo ja, welke en hoeveel. Ook vragen deze leden watdeze eventuele herprioritering betekent voor de moderniseringsplanning.De leden van de CDA-fractie lezen dat er veel onzekerheid is ten aanzienvan EU-regelgeving, die mogelijk druk kan leggen op de ICT-capaciteit vande Belastingdienst. Interessant is dat we daarin dus nu al inzicht hebben.Deze leden vragen of dat de Staatssecretaris ruimte geeft om in deonderhandelingen over deze voorstellen te zeggen dat Nederland ze nietTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 14305 kan invoeren, tenzij dat per een bepaalde datum mag. Als goede illustratievan de problemen die daardoor kunnen ontstaan, verwijzen de leden vande CDA-fractie naar de stand van zaken van de implementatie van derichtlijn btw e-commerce, zoals ook beschreven in de brief. Vanaf de startwas glashelder dat de implementatiedatum onmogelijk gehaald konworden, waardoor een noodspoor moest worden opgetuigd. Deze ledenhebben meerdere keren vragen gesteld over de wenselijkheid hiervan enhun zorgen geuit. Deze noodgreep leidt tot extra werkzaamheden,vertragingen en dus meer benodigde capaciteit, omdat in het noodspoorook nog zaken handmatig verlopen, wat volgens deze leden erg onwen-selijk is gezien de al krappe capaciteit. Deze leden vragen de Staatssecre-taris dit soort kostbare en inefficiënte situaties richting de toekomst tevoorkomen.Hoewel de leden van de CDA-fractie het goed vinden dat wordt gewerktaan een nieuw gegevensplatform binnen de belastingdienst, herleidbaarnaar wet- en regelgeving, zijn deze leden verbaasd om te lezen over degrote vertragingen, de tientallen miljoenen die al voor dit project gebruiktzijn en het stopzetten hiervan. Deze leden snappen dat er onzekerheden ineen innovatief project kunnen zitten, maar deze leden vragen de Staatsse-cretaris wel om toe te lichten hoe dit enkele jaren heeft kunnen doorgaan.Deze leden vragen of er van tevoren geen duidelijk plan en een planningis opgesteld en vooral waarom er onvoldoende aansturing is geweest omeen dergelijk enorm project in goede banen te leiden. Wat deze ledenvooral zorgelijk vinden is dat het kennelijk de cultuur in de organisatie isgeweest waardoor voor kritische opvattingen geen luisterend oor was enwaarin dilemma’s niet zijn behandeld. Deze leden vragen hoe deStaatssecretaris ervoor wil zorgen dat een dergelijke cultuur doorbrokenwordt, zodat er goed kan worden samengewerkt richting resultaat, engemeenschapsgeld verantwoordelijk kan worden besteed.II Reactie van de Staatssecretaris van Financiën Reactie StaatssecretarisMet interesse heb ik kennisgenomen van de vragen die door de verschil-lende fracties zijn gesteld naar aanleiding van de Kamerbrief van 18 juni jl.van mijn ambtsvoorganger over de voortgang van de ICT bij de Belasting-dienst.1 Onderstaand wordt bij de beantwoording de volgorde van hetverslag aangehouden.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van de brief over de Voortgang ICT Belastingdienst en hebbendaarbij enkele vragen.Vraag 1Kan de Staatssecretaris onderschrijven dat 2026 nog steeds het streefjaaris voor het afronden van de modernisering? Kan de Staatssecretarisdaarnaast een overzicht geven van de verdeling van IV-dagen percategorie voor de afgelopen periode en wat de inschatting is tot aan 2026?Antwoord 1Uw Kamer is in de brief van 18 juni jl. van mijn ambtsvoorgangergeïnformeerd over het streven om de modernisering in 2026 af te1Kamerstukken II, 2023/24, 31 066, nr. 1412Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 14306 ronden.2 Binnen enkele ketens zal de modernisering echter ook na 2026doorlopen. Hierbij verwijs ik uw Kamer graag naar het overzicht uitvoer-baarheid dat is meegestuurd met het Belastingplan 2025.3 In dit overzichtis per keten inzicht gegeven in onder andere de moderniseringsopgave.De keten Innings- en Betalingsverkeer kampt bijvoorbeeld met eenverouderd landschap dat stap voorstap wordt vervangen. Deze moderni-sering loopt ook nog na 2026 door. Ook de keten Omzetbelasting maakt,zoals aangegeven in de brief van 7 mei jl., gebruik van een oudIV-landschap.4 Daarvoor loopt momenteel een omvangrijk aanbestedings-traject om een pakketoplossing te selecteren ter vervanging. Zodra degunning heeft plaatsgevonden is inzicht in de planning en einddatum vande modernisering te geven.Onderdeel van de modernisering is het uitfaseren van de verouderdesoftware Cool:Gen. De uitfasering van de Cool:Gen bestaat uit 9 projecten.Daarvan lopen er 7 volgens planning en is de verwachting dat deze in2026 zijn afgerond. Bij 1 project binnen de keten IH is sprake vanvertraging als gevolg van de herstelwerkzaamheden box 3. Zoals nadertoegelicht in de aanbiedingsbrief bij dit schriftelijk overleg leidt de keuzeom de herstelwerkzaamheden prioriteit te geven ertoe dat de moderni-sering in de keten IH een vertraging oploopt van 9 tot 12 maanden.Cool:Gen wordt ook gebruikt binnen de keten Loonheffingen (LH). Hoeweler nog geen exacte conclusies zijn, is er mogelijk sprake van vertraging bij1 project in de keten Loonheffingen (LH). Momenteel wordt uitgezocht ofen hoe dit de planning in de keten LH gaat beïnvloeden. Ik zal uw Kamerdaarover informeren via de volgende stand-van-zakenbriefIn de brief van 18 juni jl. is uw Kamer geïnformeerd over de factoren diehet tijdpad voor de modernisering kunnen beïnvloeden. Het tijdpad voorde modernisering blijft namelijk afhankelijk van factoren zoals voldoendebeschikbaarheid en kwaliteit van ICT-personeel en onvoorziene gebeurte-nissen zoals het gevolg geven aan rechterlijke uitspraken, crisismaatre-gelen en het verloop van aanbestedingen. In het antwoord op vraag 2 zalik ingaan op de gevolgen van de herstelwerkzaamheden box 3 voor demodernisering.Verdeling IV-dagen:De 658.000 IV-dagen voor 2024 zijn onderverdeeld in de volgendecategorieën:•Projecten (Meerjarenportfolio): 48%, vervolgens onderverdeeld in:wetgeving (21%), modernisering (58%) en vernieuwing (21%).5•Onderhoud (Regulier onderhoud is het uitvoeren van activiteiten metals doel het in stand houden van bestaande ICT-applicaties, zonder datde onderliggende technologie, architectuur of functionaliteit veran-dert): 15%•Jaaraanpassingen (Jaaraanpassingen bevatten de minimaal beno-digde activiteiten die elk jaar worden uitgevoerd om aangiften in hetvolgend kalenderjaar te kunnen ontvangen en verwerken, inclusiefperiodieke parameter aanpassingen op grond van bestaande wetge-ving): 6%•Productie (Bij productie gaat het over uitvoeringsactiviteiten in hetdatacenter en de printstraat): 31%2Kamerstukken II, 2023/24, 31 066, nr. 14123Kamerstukken II, 2024/25, 36 602, nr. 54Kamerstukken II, 2023/24, 31 066, nr. 13815De categorie Vernieuwing omvat onderdelen uit het Meerjarenportfolio zoals Dienstverlening,Bedrijfsvoering, Gegevens, Toezicht, Integrale beveiliging.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 14307 Vraag 2De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Staatssecretaris welkegevolgen de herstelwerkzaamheden hebben gehad voor de uitfaseringvan Cool:Gen en de modernisering van de IT en wat eventuele extravertraging en uitstel van een structurele oplossing betekent voor demoderniseringsagenda en uitfasering.Antwoord 2Als gevolg van het invoegen en uitvoeren van de herstelwerkzaamhedenbox 3 naar aanleiding van de arresten van de Hoge Raad en de daaropvolgende aangepaste planning van de modernisering schuiven ookandere werkzaamheden in de keten IH met ongeveer een jaar op. Inonderstaande tabel is dit schematisch weergegeven.6Na de jaarlijkse aanpassingen, herstelwerkzaamheden en moderniseringkomt er in 2028 dus weer ruimte vrij voor andere prioriteiten. Voor éénmaatregel maak ik echter bewust een andere keuze. Dit betreft deinvoering van de fiscale oplossing voor de alleenverdienersproblematiek,die in de keten IH geïmplementeerd moet worden. Deze maatregel isopgenomen in het Pakket Belastingplan 2025 en invoering is voorge-nomen per 2028, waarbij aangegeven is dat dit afhangt van de ruimte inhet IV-portfolio. Evenals bij de herstelwerkzaamheden box 3 ligt er ook bijdit dossier een uitspraak van een hoogste bestuursrechter (de CentraleRaad van Beroep) aan ten grondslag. Conform de eerdere toezegginghoud ik vast aan de beoogde invoering in 2028. Hiervoor is het nodig omdit al voor 2028 (en dus gelijktijdig met de modernisering) in de keten IHte implementeren. Afhankelijk van de keuzes die gemaakt worden voorhet nieuwe stelsel box 3, kan dit leiden tot een (beperkte) verderevertraging van de uitfasering Cool:Gen. Omdat het bij de alleenverdiener-sproblematiek om de uitvoering van een uitspraak van de Centrale Raadvan Beroep gaat en het mensen betreft die onder het sociaal minimumzitten, vind ik dat in deze specifieke situatie de juiste keuze. Over het risicoop verdere vertraging ontstaat komende periode, in de verdere uitwerkingvan alternatieve invoeringsopties nieuw stelsel box 3, meer helderheid.Daar zal ik uw Kamer voor het einde van dit jaar over informeren.Na de herstelwerkzaamheden box 3, de invoering van de fiscale oplossingvoor de alleenverdienersproblematiek en de afronding van de moderni-sering ontstaat er in de keten IH weer ruimte. Deze ruimte zal vervolgensnodig zijn voor de implementatie van het nieuwe stelsel box 3. In mijnKamerbrief van 20 september jl. over de stand van zaken toekomstigstelsel box 3 heb ik aangegeven dat het niet mogelijk is om het toekom-stige stelsel in de huidige vorm volledig te implementeren per 1 januari2027.7 Over de alternatieve invoeringsopties zal ik uw Kamer voor heteind van het jaar informeren.Onderstaande planningstabel laat zien overige dat beleidswensen van uwKamer of het kabinet die structuurwijzigingen in de ICT vergen- naafronding van de herstelwerkzaamheden box 3, de fiscale oplossing voorde alleenverdienersproblematiek, de uitfasering van Cool:Gen en hetnieuwe stelsel box 3 – op zijn vroegst in 2029 uitgevoerd kunnen wordenin de keten IH. Parameteraanpassingen blijven gedurende deze heleperiode wel mogelijk.6De tabel is een planning op hoofdlijnen van de keten IH.7Kamerstukken II, 2023/24, 32 140, nr. 206Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 14308 Tabel planning keten IHTrajectPlanning vóórarresten Hoge RaadPlanning ná arresten HogeRaadImplementatie herstel box 3 n.a.v.arresten HR in de keten IHNiet van toepassingTot de zomer van 2026Uitfasering Cool:Gen / Afrondingmodernisering keten IHUiterlijk eind 2026Uiterlijk eind 2027Invoering nieuw stelsel box 3Per 2027Afhankelijk van uitwerkingalternatieve optiesBeoogde invoering alleen-verdienersproblematiekPer 2028Per 2028Ruimte voor nieuwe beleidswensenin keten IH (anders dan paramete-raanpassingen)Vanaf belastingjaar2028Uiterlijk vanaf belastingjaar2029 (afhankelijk vanuitwerking alternatieve opties) Vraag 3Kan de Staatssecretaris aangeven welke strategieën nu worden gebruiktom afhankelijkheid van de inhuur te beperken? Kan er ook meer inzichtworden gegeven in het strategische afwegingskader over hoe wordtbepaald wat wel en niet via externe inhuur wordt gedaan?Antwoord 3Zoals uw Kamer is geïnformeerd in de Kamerbrief van 18 juni jl. is hetuitgangspunt van de Belastingdienst dat strategische en structurele takenzoveel mogelijk door eigen medewerkers worden uitgevoerd.8 Indien ditniet mogelijk is, wordt inhuur ingezet om het werk te kunnen uitvoeren.Om het werk zoveel mogelijk door eigen personeel te laten doen zet deBelastingdienst in op werving boven de vervangingsvraag, opleiden vanstarters, verder opleiden om doorstroom te bevorderen en kennisover-dracht van inhuur naar eigen medewerkers. Bij de beantwoording vanvraag 6 ga ik verder in op de wijze hoe de Belastingdienst omgaat met hetsourcen van leveranciers.Het afwegingskader is dat we zoveel mogelijk door eigen personeel willenlaten doen en alleen daarna pas inhuur inzetten als dat kwantitatief ofkwalitatief nodig is.Vraag 4Kan de Staatssecretaris aangeven via welke raamovereenkomst(en) deexterne inhuur bij de Belastingdienst verloopt? Kan de Staatssecretarisvoor de afgelopen vijf jaar aangeven hoeveel budget via deze raamover-eenkomst(en) loopt en op welke begrotingsartikelen dit kan wordenteruggevonden? Kan de Staatssecretaris aangegeven wat het geraamdebedrag was en de realisatie van de afgelopen vijf jaar?Antwoord 4De inhuur van externe ICT-medewerkers binnen de Belastingdienst looptvia raamovereenkomsten (mantels) waarin verschillende leveranciers zijngegund. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de mantels in deafgelopen 5 jaar waaronder externe ICT-medewerkers zijn ingehuurd bijde Belastingdienst. Het betreft 4 verschillende mantels, waarvan er 3 in deafgelopen 5 jaar opnieuw moesten worden aanbesteed. In die gevallenzijn de oude en nieuwe raamovereenkomst beide weergegeven, elk opeen eigen regel. Met de kruisjes is aangegeven in welk jaar die mantelactief door de Belastingdienst is gebruikt voor het inhuren vanICT-externen. Directe inhuur omvat inhuur die direct bijdraagt aan het8Kamerstukken II, 2023/2024, 31 066, nr. 1412Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 14309 IV-portfolio. Indirecte inhuur omvat inhuur die hier indirect aan bijdraagt,bijvoorbeeld via ondersteuning of het leveren van bedrijfsvoeringswerk-zaamheden.Begrotingsartikel20192020202120222023BelastingdienstIX – IIX – IIX – IIX – IIX – IBouwstenen20192020202120222023Bouwsteen Ontwerp en ICT bedragen X € 1.000JaarbudgetJaarbudgetJaarbudgetJaarbudgetJaarbudgetApparaatPersonele uitgaven – Inhuur externen (directe inhuur)138.816147.959166.838185.659205.774ICT Expertise mantel looptijd 01/2018 – 01/2022XXXICT Expertise mantel looptijd 01/2022 – 01/2026XXPersonele uitgaven – Inhuur externen (indirecte inhuur)7507.87712.4488.069IMOA-mantel looptijd 02/2016 – 02/2020Overbruggingsovereenkomsten IMOA-mantel 02/2020 – 03/2024XXXXPersonele uitgaven – Inhuur externen (uitzendkrachten)2.1391.7192.6682.6682.668Uitzend-mantel looptijd 07/2018 – 07/2022XXXXUitzend-mantel looptijd 07/2022 – 07/2025XXPersonele uitgaven – Inhuur externen (detavast trainee)2.087Detavast-mantel looptijd 05/2021 – 05/2025XTotaal inhuur140.955150.428177.383200.775218.598Realisatie142.211144.209167.331186.230218.005 Vraag 5De leden van GroenLinks-PvdA hebben naar aanleiding van de ontwikke-lingen rondom het Programma Vernieuwing Gegevens een vraag gesteldover de volgende vraag gesteld over de organisatiecultuur. Kan deStaatssecretaris aangeven wat voor maatregelen er worden genomen omde organisatiecultuur te verbeteren?Antwoord 5In de brief van 18 juni jl. is uw Kamer geïnformeerd over de voortgangvan het Programma Vernieuwing Gegevens.9 De Belastingdienst heeft injanuari 2024 een onderzoeksteam ingesteld dat een adviesrapport heeftopgesteld. In het adviesrapport Vernieuwing Gegevens dat op 13 mei jl. isopgeleverd is geconcludeerd dat, zoals u heeft vernomen in de brief van18 juni jl., de organisatiecultuur er in sommige gevallen voor zou hebbengezorgd dat kritische opvattingen geen gehoor hebben gevonden. Dat ditbij het programma Vernieuwing Gegevens speelde wordt door deBelastingdienst herkend en heeft geleid tot het verder investeren inonderling vertrouwen, samenwerking en draagvlak. Hieronder wordt inalgemene zin ingegaan op maatregelen die bijdragen aan het verbeterenvan de organisatiecultuur van de Belastingdienst. In het antwoord opvraag 19 zal ik de specifieke maatregelen voor het ProgrammaVernieuwing Gegevens nader toelichten.Het verbeteren van de organisatiecultuur van de Belastingdienst is eenlangdurig proces waarvoor een aantal meerjarige programma’s eninitiatieven in gang zijn gezet. Zo is de Belastingdienst sinds 2020 bezigmet het versterken van de organisatiecultuur via het programma«Leiderschap en cultuur». Eén van de aandachtsgebieden van ditprogramma is het creëren van een open en veilig werkklimaat, waarintransparantie de norm is, medewerkers zich veilig voelen om dilemma’s te9Kamerstukken II, 2023/2024, 31 066, nr. 1412Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 143010 bespreken en men onderbouwde kritiek kan geven wanneer dit nodig is.Leidinggevenden hebben hierbij een voorbeeldfunctie en worden dan ookondersteund met verschillende tools (gesprekstechnieken, opleidingen,geleide sessies) om samen met het team een open en veilig werkklimaatte creëren.Een andere manier om de organisatiecultuur verder te verbeteren is deimplementatie van SABel, een eenduidige werkwijze om binnen deBelastingdienst agile te werken. Doel van SABel is om deIV-voortbrenging bij de Belastingdienst klantgerichter, wendbaarder envoorspelbaarder te maken. Bij deze werkwijze ligt de nadruk op zelforgani-serende teams, samenwerking en onderling vertrouwen. Medewerkersworden actief gestimuleerd om mee te denken over oplossingen enverbeteringen en krijgen hier ook de ruimte voor. Meerdere ketens makenal langer gebruik van SABel. Per 1 januari 2024 is er gestart met deimplementatie van SABel in alle ketens.Vraag 6Tot slot vragen de leden van de GL-PvdA-fractie hoe er in de modernise-ringsopgave wordt omgegaan met strategische vraagstukken zoalsonafhankelijkheid? In hoeverre wordt er bij de aankoop van softwarerekening gehouden met de mogelijkheid zelf dingen aan te kunnen passenen afhankelijkheid van externe bedrijven te verkleinen? Kan de Staatsse-cretaris het afwegingskader en aankoop strategie daarin schetsen?Antwoord 6De Belastingdienst heeft hiervoor de ICT-sourcingstrategie opgesteld.Deze strategie is erop gericht om een onderbouwde keuze te maken bij deaanschaf van software. De voorkeur is om standaardoplossingen uit demarkt te gebruiken, zodat de Belastingdienst marktconform kan werken.Daarnaast wordt waar mogelijk gekozen voor de realisatie van ICT doorderde partijen. De Belastingdienst voert twee categorieën activiteiten welzelf uit:•Activiteiten waarvoor geldt dat uitvoering door de Belastingdienstvereist is door wet- en regelgeving en/of dit noodzakelijk is om decontinuïteit van processen van de Belastingdienst en/of de informatie-veiligheid te kunnen borgen;•Activiteiten die van belang zijn om de eindverantwoordelijkheid waarte kunnen maken en de kennis te borgen. Bijv. het omzetten vanwetgeving in fiscale processen.De uitvoering van de ICT-sourcingstrategie vereist dat de Belastingdienstcruciale kennis en functies in huis heeft en houdt. Enerzijds voor deICT-werkzaamheden die de Belastingdienst zelf blijft uitvoeren. Anderzijdsmoet de Belastingdienst ook kunnen borgen dat leveranciers datgeneleveren wat de Belastingdienst nodig heeft en gecontracteerd heeft. Alsniet onderhandelbare uitgangspunten geldt bij de verwerving vansoftware dat:•De continuïteit van de processen, compliance aan geldende wet- enregelgeving en informatieveiligheid de eerste prioriteit hebben;•De Belastingdienst maakt altijd eigen sourcingkeuzes en is altijdeindverantwoordelijk voor de gehele IV-dienstverlening;•De Belastingdienst doet geen zaken doet met leveranciers uit risicolan-den, als zodanig geclassificeerd o.b.v. Rijksbreed Beleid.•Conformiteit met de Concern- en Enterprise-architectuur van deBelastingdienst en het technologiebeleid van de Belastingdienst en deRijksoverheid leidend is.De afweging bij het aanschaffen van software is de hoeveelheid werk enmiddelen die benodigd zijn om alles intern op te lossen met de afhanke-lijkheid van interne kennis ten opzichte van de afhankelijkheid van eenleverancier waarbij beheer en onderhoud bij die leverancier is afgedekt.Bij gebruik van software is er altijd sprake van een zekere mate vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 143011 afhankelijkheid van de leverancier. Daarom is het van belang om stabielerelaties met leveranciers te behouden zodat het maximale resultaat uit desamenwerking met leveranciers te kunnen halen. Daarbij wordt de balans,tussen niet alles zelf doen en niet alles door één externe partij laten doen,bewaakt.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van debrief «Informatie- en communicatietechnologie (ICT)». Deze leden vindenhet positief dat verschillende ICT-projecten zijn afgerond in 2024, maarmaken zich nog wel zorgen over de voortgang bij andere projecten. Dezeleden hebben nog enkele vragen. De leden van de VVD-fractie maken vande gelegenheid gebruik om ook vragen te stellen over het BIT-adviesModernisering omzetbelasting.Vraag 7De leden van de VVD-fractie lezen ten aanzien van de uitfasering vanCool-Gen dat het doel is om de uitfasering van Cool-Gen voor het eindevan 2026 te realiseren. Wat is de stand van zaken? Hoe wordt voorkomendat in de toekomst de Belastingdienst tegen eenzelfde situatie aanloopt,waar kennis van systemen en programmeertalen minder of beperktbeschikbaar wordt doordat een systeem of taal in onbruik raakt?Antwoord 7Voor de stand van zaken met betrekking tot het uitfaseren van Cool:Genen de modernisering verwijs ik u naar de antwoorden 1 en 2.In het verleden hebben achtereenvolgende wijzigingen in de prioriteringertoe geleid dat de modernisering van ICT-systemen van de Belasting-dienst in de tijd is verschoven, waardoor het verouderende ICT-landschapkon ontstaan. Om te voorkomen dat dit in de toekomst ook kan ontstaan ishet in eerste instantie belangrijk dat de modernisering wordt afgemaakt.Zoals u in mijn Fiscale strategische agenda voor 2024–2028 van26 september jl. heeft kunnen lezen is het klaarmaken van de Belasting-dienst voor toekomst één van mijn drie topprioriteiten.10 Een modernICT-landschap is daarvoor een randvoorwaarde.Een kanttekening bij de modernisering is dat technologie continuverbetert en verandert. Hierdoor ontstaan nieuwe mogelijkheden, maarhet betekent ook dat ICT die vandaag nog op orde is in de toekomstonderhoud of modernisering nodig kan hebben. Applicaties hebben eenlevensduur. Door middel van het LifeCycle Management (LCM) wordt ditbewaakt. Dit is een continu en cyclisch proces waarbij het IV-landschapinzichtelijk wordt gemaakt zodat er tijdig plannen (vernieuwing, beheer enonderhoud) kunnen worden gemaakt zodat de IV-componenten opera-tioneel en functioneel blijven. Daarmee wordt geborgd dat de benodigdevernieuwingen tijdig plaatsvinden om te voorkomen dat er in de toekomstopnieuw een verouderd landschap kan ontstaan.Vraag 8De leden van de VVD-fractie lezen dat de voortgang van de uitfaseringCool-Gen wordt «bedreigd» door de herstelwerkzaamheden voor box 3.Hoe serieus is deze «dreiging»? Is het doel – met de huidige kennis vanzaken – van uitfasering voor het einde van 2026 nog in beeld?Antwoord 8Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik de leden van de VVD-fractiedoor naar het antwoord op vraag 2.10Kamerstukken II, 2024/25, 32 140, nr. 207Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 143012 Vraag 9De leden van de VVD lezen dat de Belastingdienst noodgedwongengebruikt maakt van externe inhuur en begrijpen de noodzaak hiervan,maar willen wel vragen welke stappen worden ondernomen om meervaste medewerkers in dienst te nemen. Wat is ervoor nodig om eenaantrekkelijke werkgever te zijn voor ICT-specialisten? Wat is nu het tariefdat gemiddelde per uur betaald wordt voor externe inhuur?Antwoord 9Het binden en boeien van medewerkers, waarmee externen in dienstkomen en nieuwe medewerkers langer in dienst blijven, is een belangrijkepijler voor de Belastingdienst in het algemeen en voor de IV-organisatie inhet bijzonder. Hiertoe voeren we regelmatig het gesprek met inhuur-krachten en leggen we zoveel mogelijk de nadruk op resultaatverantwoor-delijk werk. Met de implementatie van SABel (zie antwoord 5) zet deBelastingdienst in op zelforganiserende teams. Zo geven we medewerkersvertrouwen en ervaren externen geen verlies van zelfstandigheid in hetuitvoeren van hun werkzaamheden wanneer zij ervoor kiezen om in dienstte gaan.Om de Belastingdienst voor ICT-specialisten een aantrekkelijkerewerkgever te maken zijn er diverse acties genomen. Zo wordt er onderandere door middel van duale opleidingen, bootcamps entech-developmentships gewerkt aan de werving, doorstroming en hetopleiden van intern personeel.In onderstaande tabel is het tarief dat gemiddeld wordt betaald voorexterne inhuur weergegeven. Detavast staat voor een vorm vandetachering waarbij er sprake is van een combinatie met werving enselectie.Vraag 10Komt de planning in gevaar?Antwoord 10Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik u door naar het antwoord opvraag 1 en 2.Vraag 11Wat betekent het opheffen van het handhavingsmoratorium op de WetDeregulering beoordeling arbeidsrelatie (Dba) voor externe inhuur vanICT-specialisten?Antwoord 11Zoals door mijn ambtsvoorganger in de Kamerbrief van 18 juni jl. isaangegeven, moet de Belastingdienst ook in de komende jaren rekeninghouden met de noodzaak van externe inhuur van ICT-specialisten alsgevolg van de krapte op de arbeidsmarkt in combinatie met de benodigdespecifieke expertise.11Het op 16 december 2022 aangekondigde voornemen om het handha-vingsmoratorium Wet DBA op te heffen heeft er vanaf 2022 reeds toegeleid, dat de Belastingdienst en de IV-organisatie beheersingsmaatre-11Kamerstukken II, 2023/24, 31 066, nr. 1412Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 143013 gelen hebben getroffen ter voorkoming van de instroom van externen, dieop grond van de Wet DBA kunnen worden gekwalificeerd als schijnzelf-standigen. Ook zijn er maatregelen getroffen om te komen tot afbouw vande al bestaande inzet van potentieel schijnzelfstandigen per eind 2024.Hierbij kan gedacht worden aan extra inspanning om eigen personeel tewerven, het verambtelijken van de externe inhuur, het bewerkstelligenvan andere inhuur zónder risico van schijnzelfstandigheid (bijv. resultaat-verplichting) en het beëindigen van inhuuropdrachten.Van de circa 1.200 fte externe inhuur in de IV-organisatie is medio 2024 bijongeveer 15 procent nog sprake van potentiële schijnzelfstandigheid.Door de inzet van de eerdergenoemde maatregelen wordt verwacht datvolledige afbouw van schijnzelfstandigheid per 1 januari 2025 is gereali-seerd. Vanaf 2025 zal strikt worden toegezien op de juiste toepassing vanwet- en regelgeving opdat voorkomen wordt dat externe inhuur vanICT-specialisten geschiedt in potentiële schijnzelfstandigheid.Vraag 12De leden van de VVD-fractie lezen ten aanzien van EU-btw e-Commercedat op basis van testresultaten is besloten om niet over te stappen op hethoofdspoor per juni 2024. Welke bevindingen waren doorslaggevend? Bijwelke lidstaten zijn ook complicaties opgetreden? Hoever zijn anderelidstaten in het komen tot een structurele voorziening ter uitvoering vande richtlijn? Wat kan van deze lidstaten worden geleerd?Antwoord 12Ten behoeve van een beheerste livegang naar het Hoofdspoor zijn ertesten uitgevoerd om te valideren of het systeem voldoet aan de EU-eisenom aan te sluiten op het Europese digitale btw-stelsel (dit betreftzogenoemde call to action of CTA-testen). Op basis van bevindingen uitdeze testen is besloten niet over te stappen op het Hoofdspoor per juni2024. Doorslaggevend voor dit besluit waren de omvang en hoeveelheidvan de bevindingen, het moment waarop deze bevindingen zich hebbenvoorgedaan (net voor de beoogde livegang in juni 2024) en de noodzaaktot het oplossen van deze testbevindingen. Zoals in de brief van 18 juni jl.is toegelicht werkt de Belastingdienst aan een zorgvuldige en grondigeprobleem- en impactanalyse over hoe en wanneer de overgang naar hetHoofdspoor alsnog kan plaatsvinden.12 In de tussentijd wordt decontinuïteit van de dienstverlening EU btw e-Commerce aan ondernemersen lidstaten via het Noodspoor geborgd, zodat burgers en bedrijven geenhinder ondervinden van de vertraging livegang van het Hoofdspoor. Ik zalu over het vervolg informeren in de eerstvolgende stand-van-zakenbrief.In zijn algemeenheid geldt dat er goed en veelvuldig contact (4 à 6 keerper jaar) met de andere lidstaten is op zowel het niveau van wetgeving,beleid en implementatie. Op het niveau van de implementatie van deregeling wordt via werkgroepen op een waardevolle manier met elkaaropgetrokken en van elkaar geleerd. Hierbij het gaat het met name om dedatakwaliteit en in het bijzonder de registratiegegevens. Ook is beslotenom een project te starten waarin alle lidstaten zijn vertegenwoordigd omde complicaties in gezamenlijkheid op te lossen. Wel geldt hierbij datsprake is van verschillen in nationale wetgeving per lidstaat en er grotetechnische verschillen bestaan tussen de systemen van de verschillendelidstaten.Lidstaten zijn open over het optreden van complicaties, maar terug-houdend over het inzichtelijk maken van de aard van de complicaties diezij ondervinden.12Kamerstukken II, 2023/24, 31 066, nr. 1412Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 143014 Vraag 13De leden van de VVD-fractie lezen ten aanzien van het programmaVernieuwing Gegevens dat dit programma niet volgens plan verloopt.Trekken deze leden terecht de conclusie dat de eerste fase, die reeds juni2022 afgerond zou moeten zijn, nog altijd niet is afgerond? Zo ja, vanafwelk moment zijn bijsturingsmaatregelen genomen? Is dit pas gebeurd nade constatering in december 2023 dat de realisatie niet volgens planverloopt? Indien dit zo is, hoe kan het dat niet eerder is ingegrepen? Dezeleden vragen daarnaast of budgetoverschrijdingen waarschijnlijk zijn, nual 60 procent van het budget is besteed.Antwoord 13In april 2022 is geconstateerd dat de voortgang niet liep zoals gepland. Dedestijds beoogde resultaten zijn nog niet gerealiseerd, in die zin is deeerste fase nog niet afgerond. Door tussentijdse bijsturing – waar ikhieronder nader op in zal gaan – is het oorspronkelijke plan bijgesteld.Daardoor kan er geen goede vergelijking gemaakt met het originele plan.Als bijsturingsmaatregel is er in 2022 voor gekozen om de projecten op tesplitsen in meerdere deelprojecten. Vervolgens is er in april 2023 nog eenherijking van de business case doorgevoerd. Omdat in januari 2024onvoldoende duidelijk was wat de voortgang en kwaliteit van deopgeleverde deelprojecten was. Uiteindelijk is in januari 2024 hetprogramma gepauzeerd om toekomstige budgetoverschrijding tevoorkomen. In de brief van 18 juni jl. is uw Kamer geïnformeerd over hetprogramma, de vertraging en de maatregelen die de Belastingdienst heeftgenomen. Daarbij is ook aangekondigd dat de Belastingdienst heeftbesloten tot een fundamentele herijking. Door deze fundamenteleherijking van het programma is het huidige programma gestopt en zijn dedaadwerkelijke budgetbestedingen uitgekomen op € 28,3 mln op deoorspronkelijke begroting van € 44,9 mln.De doorontwikkeling wordt op een andere manier aangepakt en gefinan-cierd en is daardoor niet meer te vergelijken met het oorspronkelijkebudget. Het benodigde budget wordt per nieuw te starten project opnieuwvastgesteld. De benodigde realisatie van nieuwe ICT-systemen wordt aande hand van een kort-cyclische methode uitgevoerd en gefinancierd, zodatin een eerder stadium dan voorheen bijgestuurd kan worden. Daarmee isde oorspronkelijke fasering niet meer van toepassing.Vraag 14De leden van de VVD-fractie lezen ten aanzien van het BIT-adviesModernisering omzetbelasting dat het Adviescollege aangeeft dat devoorbereiding voor de verwerving en inzet van pakketsoftware voor deomzetbelasting nog onvoldoende is. Wat is de stand van zaken metbetrekking tot de opvolging van de aanbevelingen?Antwoord 14Op 7 mei jl. is uw Kamer door mijn ambtsvoortganger geïnformeerd overhet advies van het Adviescollege ICT-toetsing over het programmaModernisering OB. Hieronder zal ik ingaan op de wijze waarop deBelastingdienst invulling heeft gegeven aan de aanbevelingen uit hetadviesrapport.In lijn met het advies om de behoeftestelling verder te specificeren zijn eraanvullende gesprekken gevoerd met de betrokken leveranciers. Debehoeftestelling is verder uitgewerkt en op 24 juni jl. is de dialoogfasesuccesvol afgerond door middel van het publiceren van de gunningslei-draad. Het advies om een fasegewijze implementatiestrategie vorm tegeven is opgevolgd door het voorschrijven van migratiescenario’s in deaanbestedingsdocumenten. De planning is om in november 2024, alsafronding van de gunningsfase, een leverancier te selecteren. Samen metTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 143015 de geselecteerde leverancier wordt de aanpak voor de implementatie(laatste fase) verder aangescherpt.Op grond van het advies van het Adviescollege om de besturing teversterken, is er op directeurenniveau een stuurgroep ingesteld. Naast hetadvies om de besturing te versterken ziet deze stuurgroep erop toe goedevoorbereiding van de besluitvorming te borgen. Tevens is onderaansturing van de stuurgroep een multidisciplinair kernteam ingerichtvoor de dagelijkse besturing van het programma, bestaande uit eenprogrammadirecteur en programmamanagers. De beoogde regieorgani-satie wordt conform het advies in het programma opgebouwd.Daarnaast is in overeenstemming met het advies om de besluitvorminggoed voor te bereiden is een extra dialoogronde ingepast in de planning.Deze extra dialoogronde geeft invulling aan deze adviezen van hetAdviescollege door de uitgangspositie voor de start van de gunningsfasete verbeteren (behoeftestelling specifiek maken, heldere kwaliteitseisenvast te stellen en de kaderstelling voor de implementatie nader aan tescherpen (besluitvorming goed voorbereiden en borgen). Ook zijnafwegingskaders opnieuw getoetst, onder andere door de externvormgegeven Quality Assurance. Het terugvalscenario waarin deBelastingdienst de nieuwe technische ondersteuning zelf bouwt is in lijnmet het advies om een plan B als alternatief aan te houden.Vraag 15Lopen er voor andere belastingmiddelen ook (aanbestedings-)processenvoor de verwerving en inzet van pakketsoftware? Is de voorbereidinghiervan wel voldoende?Antwoord 15Nee, er lopen geen aanbestedingsprocessen voor andere belastingmid-delen.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieMet belangstelling hebben de leden van de NSC-fractie de voortgangs-brief van de Staatssecretaris van Financiën gelezen over de moderniseringvan de ICT-systemen bij de Belastingdienst. Het belang van een goedfunctionerende Belastingdienst voor de Nederlandse samenleving staatbuiten kijf. De stappen die worden gezet om de verouderde systemen temoderniseren en de continuïteit van de belastinginning te waarborgen,zijn daarom in de visie van deze leden cruciaal. De voortgangsbrief vanhet kabinet laat zien dat er stappen worden gezet, maar er zijn zorgpuntendie aandacht verdienen. De leden van de NSC-fractie zijn van mening datwe het ons niet kunnen veroorloven dat de modernisering van dezecruciale systemen vertraging oploopt, met alle gevolgen van dien voor debelastingbetaler en het vertrouwen in de Belastingdienst.Vraag 16Wat is de exacte reden dat de uitfasering van Cool:Gen pas in 2026 isgepland? Welke stappen worden ondernomen om de afhankelijkheid vandeze verouderde software tot die tijd te minimaliseren? Wordt eroverwogen om de modernisering een hogere prioriteit te geven, zodatdeze minder kwetsbaar is voor beleidswijzigingen?Antwoord 16Zoals aangegeven in eerdere brieven over de ICT bij de Belastingdienstwordt er al sinds lange tijd gewerkt aan de modernisering van deICT-systemen via het Meerjarenportfolio. De modernisering heeft al enkelejaren de hoogste prioriteit. In mijn Kamerbrief van 26 september jl. heb ikhet belang van het voltooien van de moderniseringsopgave nogmaalsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 143016 benadrukt.13 De uitfasering van Cool:Gen is een traject dat onderdeeluitmaakt van de modernisering en dat veel capaciteit vergt. Dezevernieuwing is noodzakelijk omdat de expertise van Cool:Gen binnen enbuiten de Belastingdienst steeds schaarser wordt. Kennis van Cool:Gen isbeperkt beschikbaar waardoor opschalen van capaciteit geen oplossing isom te versnellen. Bovendien is het complex om wetswijzigingen teverwerken in verouderde systemen. Bij de antwoorden 1 en 2 ben ik reedsingegaan op de complexiteit van de modernisering in de keten IH.Vraag 17Welke concrete plannen heeft het kabinet om de afhankelijkheid vanexterne inhuur te verminderen en tegelijkertijd de benodigde expertisebinnen de Belastingdienst te behouden? Hoe wordt ervoor gezorgd dat deopgedane kennis niet verdwijnt zodra de inhuurcontracten aflopen? Wat ishet lange termijnplan van de Belastingdienst voor de ICT-infrastructuur na2026 en hoe wil de dienst ervoor zorgen dat er voldoende mensen met dejuiste kennis beschikbaar blijven om de systemen te onderhouden en tebeheren?Antwoord 17De Belastingdienst wil op basis van zijn ICT-sourcingstrategie op eenandere manier omgaan met de inhuur van externe ICT-medewerkers. Zowordt er onder andere meer ingezet op integraal sourcen, waarbij in éénomgeving met één partij gewerkt kan worden. Dit betekent dat er éénpartij verantwoordelijk is per omgeving zodat er per omgeving eenduidigeen efficiënte resultaatafspraken worden gemaakt. Dit voorkomt onduide-lijkheden waarbij verschillende partijen binnen één omgeving moetensamenwerken. De Belastingdienst raakt niet afhankelijk van één partij,aangezien het ICT-landschap bestaat uit meerdere omgevingen.Daarnaast wordt er door middel van o.a. duale opleidingen, bootcamps entech developmentships gewerkt aan de werving, doorstroming en hetopleiden van intern personeel.Vraag 18Welke maatregelen worden genomen om de continuïteit van de dienstver-lening te waarborgen tijdens de transitieperiode naar de nieuweICT-systemen? Hoe worden mogelijke continuïteitsrisico’s gemitigeerd,vooral in de periode dat de Belastingdienst zowel verouderde als nieuwesystemen parallel in gebruik heeft?Antwoord 18De continuïteitsrisico’s zitten niet op de systemen zelf, maar met name opde kennis binnen en buiten de Belastingdienst en ondersteuning vanuit deleverancier. De systemen zijn wel oud, maar robuust en stabiel. Het vergtalleen veel capaciteit om bij deze systemen wijzigingen door te voeren.Grote aanpassingen zoals structuurwijzigingen zijn niet mogelijk. Insommige gevallen zitten er in één applicatie meerdere belastingmiddelen,waardoor er veel afhankelijkheid is.Vraag 19Ten aanzien van de programmabeheersing en verantwoording consta-teren de leden van de NSC-fractie dat het Programma VernieuwingGegevens is vertraagd door inadequate sturing en een gebrek aaneffectieve programmamanagement. Welke maatregelen zijn inmiddelsgenomen om dergelijke fouten in de toekomst te voorkomen? Hoe wordtgegarandeerd dat lopende en toekomstige projecten wel binnen budgeten tijd worden afgerond?13Kamerstukken II, 2024/25, 32 140, nr. 207Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 143017 Antwoord 19Om dergelijke fouten in de toekomst te voorkomen, heeft de Belasting-dienst in het Programma Vernieuwing Gegevens een aantal maatregelengenomen. De Belastingdienst heeft een nieuwe programmamanageraangesteld, de sturing op het Programma veranderd, besloten om degekozen oplossingsrichting voor het ontwerp te herijken en in te zetten ophet verbeteren van de interne samenwerking.De nieuw aangestelde programmamanager heeft de sturing van hetprogramma geanalyseerd en opnieuw vormgegeven. Daarbij zijnbest-practices van projectmatig- en programmatisch werken toegepast.De nieuwe werkwijze wordt momenteel geïmplementeerd. In deaanscherping van de sturing heeft de projectmanager aandacht voor nogtoe te wijzen budgetten, de opgestelde planning en de scope van deprojecten. Hierbij wordt gestuurd op kleine projecten met concreteresultaten die in een beperkte tijdsperiode behaald kunnen worden.Hierdoor is het de verwachting dat grote bijstellingen en bijbehorenderisico’s zich minder vaak voor zullen gaan doen. Ieder project krijgt eenprojectstuurgroep die de projectmanager ondersteunt. Voor de start vanprojecten wordt een heldere planning en afbakening afgesproken.Projecten die niet voldoen aan de startvoorwaarden mogen niet starten.De rapportage van projecten wordt verbeterd.Uit de herijking is gebleken dat één project binnen het programma hetbeste in een separate sturingslijn kan worden gebracht, omdat dit projectweinig raakvlak heeft met het vraagstuk van Vernieuwing Gegevens. Doorde aparte sturing krijgt dit project meer focus en aandacht. Daarnaast zijnenkele projecten als gevolg van het uitgevoerde onderzoek gestopt. Deingeslagen route heeft niet tot het gewenste resultaat geleid. Weer eenander deel van de activiteiten is naar de staande organisatie onderge-bracht omdat programmatisch werken niet paste bij deze activiteiten.Verder wordt het programma ook op inhoud opnieuw ingezet. De nieuweweg naar voren is verkend en wordt verder uitgewerkt, waarbij ruimte isvoor kritisch mee- en tegendenken. Hierbij worden actief zowel mensenvan binnen als buiten de organisatie betrokken. De inhoudelijke herijkingvan de oplossingsrichting wordt door een extern bureau getoetst. UwKamer wordt via de stand-van-zakenbrieven geïnformeerd over hetvervolg.Daarnaast wordt gewerkt aan het versterken van de samenwerking, vanwerkvloer tot management. Zodat leidinggevenden zich verantwoordelijkvoelen om ruimte te bieden aan kritische geluiden. Dat vraagt vanmedewerkers dat zij tijdig opschalen en van leidinggevenden omzorgvuldigheid in het ontvangen van deze signalen en het geven vanheldere richting. Het werken aan de organisatiecultuur vraagt doorlooptijdom te veranderen.De wijzigingen die zijn aangebracht in het Programma VernieuwingGegevens worden ook breder binnen de Belastingdienst ingezet inprojecten. Daarbij worden projecten opgeknipt in kleinere deelprojecten.Kleinere werkpakketten zorgen namelijk voor beter overzicht en maken hetmakkelijker om snel bij te sturen indien nodig. De kort-cyclische methodebrengt efficiëntie en focus op organisatiedoelen en leidt tot flexibiliteit.Doordat deelresultaten sneller bereikt worden, biedt het ook eerder demogelijkheid om snel bij te sturen als deelresultaten meer inspanningvragen dan ingeschat. Ook wordt voor de start van projecten een heldereplanning en afbakening afgesproken en wordt er beter gerapporteerd.Projecten die niet voldoen aan de startvoorwaarden mogen niet starten.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie lezen in de brief dat het noodzakelijk is dat deBelastingdienst de ruimte en meerjarige middelen krijgt en behoudt omde moderniseringsplanning tot 2027 te blijven volgen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 143018 Vraag 20Deze leden vragen of de Staatssecretaris kan bevestigen dat hiervoorvoldoende middelen beschikbaar blijven. Ook vragen deze leden hoeveelmiddelen er extra nodig zijn in verband met onvoorziene zaken, zoalsonvoorzien werk voor hersteloperaties, nu de box 3 uitspraken van deHoge Raad van juni. Is er inmiddels al meer zicht op de gevolgen hiervanvoor de herprioritering en wat betekent dit voor de planning inzake hetnieuwe box 3 stelsel op basis van werkelijk rendement? Deze ledenvragen de Staatssecretaris daarnaast om te bevestigen dat de kabinets-doelstelling om te snijden in externe inhuur, de essentiële modernise-ringsopgave niet zal doorkruisen.Antwoord 20De Belastingdienst heeft met name behoefte aan rust en stabiliteit bij hetvoldoen van de moderniseringsopgave. Met betrekking tot de vraag overde gevolgen van de uitspraken over box 3 van de Hoge Raad verwijs ik unaar het antwoord op vraag 2. Over de planning inzake het nieuwe box 3stelsel wordt u later dit jaar geïnformeerd.De Belastingdienst draagt er zorg voor dat er voldoende capaciteitbehouden blijft bij de Belastingdienst om de moderniseringsopgave optijd te voltooien. Voor de acties die worden ondernomen om externpersoneel in dienst te nemen verwijs ik u naar het antwoord op vragen 9en 21.Vraag 21Deze leden vragen tevens of de handhaving op schijnzelfstandigheidgevolgen zal hebben voor de inhuur van ICT-personeel, en zo ja, wat deStaatssecretaris hier voor oplossingsrichtingen ziet om de modernise-ringsopgave gaande te houden.Antwoord 21De handhaving op schijnzelfstandigheid betekent, dat de Belastingdiensten de IV-organisatie, in lijn met de al enkele jaren gehanteerde beheer-singsmaatregelen, bij het ontstaan van een inhuuropdracht c.q. de inhuurvan ICT-personeel vooraf bepalen of de bedoelde werkzaamheden binnenof buiten dienstbetrekking kunnen worden uitgevoerd. De beoordelingvan deze vraag geeft duidelijkheid welke categorie externe medewerkerskan worden ingezet, opdat voorkomen wordt dat er situaties vanpotentiële schijnzelfstandigheid ontstaan.Om door te gaan met de moderniseringsopgave is de inzet van externeexpertise nodig. Daarbij is het belangrijk om aan de voorkant zeer kritischna te gaan hoe inhuuropdrachten, onder andere met concrete resultaat-verplichtingen in de markt kunnen worden geplaatst. Daarnaast blijvenook wervingscampagnes en opleidingen voor eigen personeel en hetverambtelijken van externe inhuur belangrijke speerpunten om structureelte kunnen blijven werken aan de modernisering van de ICT-systemen viahet Meerjarenportfolio (MJP).Vraag 22De leden van de CDA-fractie vragen of er in het hoofdlijnenakkoordaanvullende en nieuwe beleidswensen zitten die druk leggen op deICT-modernisering, en zo ja, welke en hoeveel. Ook vragen deze leden watdeze eventuele herprioritering betekent voor de moderniseringsplanning.Antwoord 22In het hoofdlijnenakkoord zijn diverse maatregelen aangekondigd dieimpact hebben op de Belastingdienst. Dit betreffen zowel fiscale maatre-gelen, maatregelen van andere opdrachtgevende ministeries en generiekewetgeving (die voor alle uitvoerende organisaties geldt). Een groot deelvan de fiscale maatregelen loopt mee in het pakket Belastingplan 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 143019 In het recente Overzicht Uitvoerbaarheid, dat met het pakket Belastingplan2025 met u is gedeeld, is aangegeven dat het pakket Belastingplan 2025inpasbaar en uitvoerbaar is. Voor deze maatregelen geldt dat ditvooralsnog niet tot vertraging in de modernisering leidt. Wel moet hetmoment van inwerkingtreding soms nog vastgesteld, om deze goed aante laten sluiten op de moderniseringsopgave. In de voorbereiding van hetnieuwe beleid hebben beleid en uitvoering intensief met elkaar samenge-werkt, zodat uitvoeringsaspecten expliciet zijn meegenomen en meege-wogen.In het Overzicht Uitvoerbaarheid bent u ook over de samenloop van beleiden de moderniseringsopgave geïnformeerd. Hierbij is aangegeven dat bijde keten Inkomensheffingen de beleidsruimte beperkt is en wordt vooralle ketens inzicht gegeven in de beleidsruimte voor IV-aanpassingen inhet licht van de modernisering. Een voorbeeld van een maatregel metimpact is de uitvoering van de CO2-heffing voor de glastuinbouw door deBelastingdienst. Dit doet ook een groot beroep op de Belastingdienst enbeperkt de toekomstige beleidsruimte in de keten Overige middelen.Komende tijd wordt het hoofdlijnenakkoord verder uitgewerkt, inclusief deinvoeringsdata, en in samenhang bezien. Het is van groot belang dat deBelastingdienst vroegtijdig betrokken wordt bij de uitwerking vanmaatregelen zodat de uitvoeringsconsequenties goed gewogen kunnenworden en/of er alternatieve uitvoerders kunnen worden gevonden. Zoalsook aangegeven in het Overzicht Uitvoerbaarheid is het risico voor demiddellange termijn (richting het eind van deze kabinetsperiode) datopeenstapeling van maatregelen (te) veel druk zet op de personelecapaciteit of op de planning van de modernisering van de ICT-systemen.Uiteindelijk wordt u in de uitvoeringstoets, wanneer wetgeving afgerondis, bij de betreffende maatregelen geïnformeerd over de impact in hetalgemeen en specifiek op de modernisering.Vraag 23Deze leden vragen of dat de Staatssecretaris ruimte geeft om in deonderhandelingen over deze voorstellen te zeggen dat Nederland ze nietkan invoeren, tenzij dat per een bepaalde datum mag.Antwoord 23Voor wat betreft de door de Europese Commissie ingediende fiscalerichtlijnvoorstellen, geldt dat er in beginsel een Beoordeling NieuweCommissievoorstellen (hierna «BNC-fiche») aan de Tweede Kamer wordtgestuurd. Dit BNC-fiche gaat gepaard met een Quick-scan vanuit deBelastingdienst, waarbij een eerste inschatting wordt gegeven van deuitvoeringsaspecten, waaronder de ICT. Gedurende de onderhandelingenis de Belastingdienst continu betrokken om eventuele uitvoeringsaspectente beoordelen. Eventueel door de Belastingdienst geconstateerdeuitvoeringsaspecten kunnen daarmee onderdeel worden van de Neder-landse inbreng gedurende de onderhandelingen. Op deze manier borgtNederland dat het uitvoeringsperspectief, zoals een realistische imple-mentatiedatum, onderdeel is van de onderhandelingen in de Brussel. Eenrecent voorbeeld hiervan betreft de onderhandelingen over de wijzigingvan de Richtlijn betreffende de administratieve samenwerking op hetgebied van belastingen (DAC8). Destijds is naar aanleiding van eenNederlands voorstel de uiterste implementatiedatum van een aantalonderdelen uit het richtlijnvoorstel uitgesteld tot 2030.14Vraag 24De leden van de CDA-fractie lezen dat er veel onzekerheid is ten aanzienvan EU-regelgeving, die mogelijk druk kan leggen op de ICT-capaciteit vande Belastingdienst. Interessant is dat we daarin dus nu al inzicht hebben.14Kamerstukken II 2022/23, 21501–07, nr. 1951.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 143020 Deze leden vragen of dat de Staatssecretaris ruimte geeft om in deonderhandelingen over deze voorstellen te zeggen dat Nederland ze nietkan invoeren, tenzij dat per een bepaalde datum mag. Als goede illustratievan de problemen die daardoor kunnen ontstaan, verwijzen de leden vande CDA-fractie naar de stand van zaken van de implementatie van derichtlijn btw e-commerce, zoals ook beschreven in de brief. Deze ledenvragen de Staatssecretaris dit soort kostbare en inefficiënte situatiesrichting de toekomst te voorkomen.Antwoord 24Ik onderschrijf dat dit soort situaties in de toekomst voorkomen moetenworden. Het Meerjarenportfolio helpt de Belastingdienst daarbij. HetMeerjarenportfolio geeft de volgorde, de indicatieve planning en detoewijzing van IV-dagen weer aan geprioriteerde initiatieven/projecten.Door beleidsvoornemens in een vroeg stadium inzichtelijk te maken kanrekening gehouden worden met de (on)mogelijkheden in het huidigeICT-landschap van de Belastingdienst en eventuele werkzaamheden dienodig zijn om nieuwe wetgeving uit te kunnen voeren, zoals noodzakelijkemodernisering van de systemen. Het is hierbij wel nodig om te benoemendat we ook te maken hebben met zogenaamde horizontale (of niet-fiscale)wetgeving, zowel op nationaal als Europees niveau, denk hierbij aan deArchiefwet, BIO, Wet Open Overheid etc., waar we beperkt invloed opkunnen uitoefenen, maar die wel een plek moeten krijgen in het Meerja-renportfolio. In incidentele gevallen kan worden besloten een tijdelijkeoplossing zoals het noodspoor te realiseren wat weliswaar op termijn totextra werk leidt maar waardoor wel tijdig aan wetgeving wordt voldaan.Dit is altijd een politiek/bestuurlijke afweging.Vraag 25Hoewel de leden van de CDA-fractie het goed vinden dat wordt gewerktaan een nieuw gegevensplatform – het Programma VernieuwingGegevens – binnen de Belastingdienst, herleidbaar naar wet- en regel-geving, zijn deze leden verbaasd om te lezen over de grote vertragingen,de tientallen miljoenen die al voor dit project gebruikt zijn en hetstopzetten hiervan. Deze leden snappen dat er onzekerheden in eeninnovatief project kunnen zitten, maar deze leden vragen de Staatssecre-taris wel om toe te lichten hoe dit enkele jaren heeft kunnen doorgaan.Deze leden vragen of er van tevoren geen duidelijk plan en een planningis opgesteld en vooral waarom er onvoldoende aansturing is geweest omeen dergelijk enorm project in goede banen te leiden.Antwoord 25Bij aanvang van het programma Vernieuwing Gegevens is een plan vanaanpak opgesteld met een grove indicatieve planning. In april 2022 isgeconstateerd dat de voortgang niet liep zoals gepland. Toen is bijge-stuurd door het programma verder op te knippen in meerdere deelpro-jecten en door de planning aan te passen. Het programma is dus tijdigbijgestuurd, maar dit heeft niet voldoende geholpen. Daarom zijnopnieuw maatregelen getroffen door de Belastingdienst zoals u heeftkunnen lezen in de brief van 18 juni jl.15De voornaamste oorzaak die door het ingestelde onderzoeksteam isaangewezen is dat bij dit project sprake was van onvoldoende sturing. Datblijkt uit het feit dat de business case niet scherp genoeg was om houvastvoor de ontwikkeling te bieden en daarmee projectmatig te kunnensturen. Ook was bijvoorbeeld sprake van diverse wisselingen vanpersoneel en van openstaande vacatures op cruciale rollen. Dit had nietmogen gebeuren en daarom heeft de Belastingdienst diverse maatregelengenomen zoals u heeft kunnen lezen bij het antwoord op vraag 19.15Kamerstukken II, 2023/24, 31 066, nr. 1412.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 143021 Vraag 26Deze leden vragen hoe de Staatssecretaris ervoor wil zorgen dat eendergelijke cultuur doorbroken wordt, zodat er goed kan worden samenge-werkt richting resultaat, en gemeenschapsgeld verantwoordelijk kanworden besteed.Antwoord 26Ik verwijs u graag naar het antwoord op vraag 5.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 143022
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.