KamerkringInloggen
Kamerstuk

Lijst van vragen en antwoorden over het Jaarverslag Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2024 (Kamerstuk 36740-XVI-1)

13 jun 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 4042ad6f1f88fc7d · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 740 XVIJaarverslag en slotwet Ministerie vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport 2024Nr. 8 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDENVastgesteld 13 juni 2025 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft eenaantal vragen voorgelegd aan de Minister en Staatssecretaris vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport over de brief van 21 mei 2025 inzakehet Jaarverslag Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2024(Kamerstuk 36 740 XVI, nr. 1).De Minister en Staatssecretaris hebben deze vragen beantwoord bij briefvan 13 juni 2025. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.De voorzitter van de commissie,MohandisAdjunct-griffier van de commissie,Krijger kst-36740-XVI-8ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 81 Vraag 1In hoeveel gemeenten is er nu minstens één speeltuin toegankelijk voorkinderen met een beperking?Antwoord:Het Samenspeelfonds geeft aan dat 186 gemeenten een inclusievespeeltuin hebben (dit is in 55% van alle gemeenten). Voor de tweede helftvan 2025 is de verwachting dat dit met 30 extra gemeenten tot 63% zalstijgen.Vraag 2Wat gebeurt er met vrijgevallen middelen?Antwoord:Een deel van de begrote middelen wordt niet gerealiseerd (onderuit-putting). Deze meevallers worden gebruikt om tegenvallers op te vangen.Indien er meer meevallers zijn dan tegenvallers, dan vloeien de middelenterug naar de Staatskas.Voor meevallers in de Zorgverzekeringswet (Zvw) geldt een afwijkendeafspraak. In het voormalige hoofdlijnenakkoord is door het kabinetafgesproken dat een eventuele per saldo meevaller binnen de Zvw wordtingezet om tegenvallers elders in de zorg en op de VWS-begroting tedekken. Een eventueel meevallend saldo wat vervolgens resteert wordtingezet voor lastenverlichting via verlaging van de premies (de«Zvw-meevallerregel»).Vraag 3Als de onderbesteding in de wijkverpleging volledig zou worden ingezetvoor salarisverhoging voor zorgverleners in de wijkverpleging, hoeveelzouden zij er dan procentueel en in euro’s gemiddeld op vooruit gaan?Antwoord: De onderbesteding in de wijkverpleging bedroeg in 2024 circa€ 1.015 miljoen. Een loonsverhoging kost structureel geld en zal dusstructureel moeten worden gedekt. Wanneer ervan uitgegaan wordt datde onderbesteding volledig en structureel ingezet zou kunnen wordenvoor een salarisverhoging in de wijkverpleging, dan zou daarmee hetsalaris in de wijkverpleging verhoogd kunnen worden met circa 35%.Hierbij is uitgegaan dat circa 85% van de uitgaven aan wijkverpleging (in2024 circa 3,4 miljard euro) betrekking heeft op loonkosten. De totalebeloning voor bijvoorbeeld verpleegkundigen in de wijkverpleging zoudaarmee op jaarbasis met circa 19 duizend euro stijgen, gebaseerd op hetgemiddelde jaarinkomen van verpleegkundigen in de thuiszorg.Daarbij wil de Minister van VWS opmerken dat er geen aparte cao voor dewijkverpleging geldt, maar zij onderdeel uitmaken van de cao voor deVerpleging, Verzorging en Thuiszorg (VVT). Sociale partners in de VVTzouden een aparte cao voor de wijkverpleging of aparte loonschalen voorde wijk moeten afspreken om alleen de salarissen in de wijkverpleging tekunnen verhogen.Tot slot is het goed om te beseffen dat het overgrote deel van deonderuitputting (€ 875 miljoen) reeds structureel is verwerkt in deVWS-begroting 2025 en de eerste suppletoire op de VWS-begroting 2025.Hiermee konden diverse knelpunten worden gedekt, zoals de tegenvallerin de Wlz en de alternatieve invulling van de maatregel b(- en nascholingmedisch-specialisten als gevolg van het amendement op deOCW-begroting. Deze middelen kunnen dus niet meer worden ingezetvoor andere doeleinden, zoals het verhogen van de salarissen in deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 82 wijkverpleging. De bovenstaande berekening heeft daarom een puurhypothetische insteek.Vraag 4Welke effecten op de regionale zorginfrastructuur zijn zichtbaar nainvoering van het Integraal Zorgakkoord? Ziet u voldoende effecten bijandere akkoorden?Antwoord:Om de zorg en ondersteuning nu én in de toekomst toegankelijk tehouden, is met het Integraal Zorgakkoord (IZA) onder andere meer ingezetop de beweging naar samenwerking in de regio. Hier zijn de afgelopenjaren door zorgverzekeraars, gemeenten, zorgaanbieders, zorgprofessi-onals, patiënten en inwoners aanzienlijke stappen in gezet. Partijenhebben gezamenlijke regiobeelden en regioplannen opgeleverd. Departijen doen dit vanuit samenwerkingsverbanden in de verschillendeIZA-regio’s.Het RIVM brengt in kaart hoe deze samenwerkingsverbanden en anderedomeinoverstijgende samenwerkingsverbanden (DSV’s) werken aan detransformatie van zorg naar gezondheid. Deze samenwerking binnen deregionale zorginfrastructuur heeft zich de afgelopen periode vooral gerichtop visie, strategie en governance. De uitvoering van de regionaleafspraken is gaande en moet leiden tot de daadwerkelijke inhoudelijkeffecten zoals die voor de IZA-regio’s zijn verwoord in de regioplannen.Vraag 5Is sinds het aantreden van dit kabinet tot nu toe volgens u consistentbeleid gevoerd over het onderwerp pandemische paraatheid?Antwoord:Hoewel de middelen voor de maatregelen pandemische paraatheid dekomende jaren worden afgebouwd, is het afgelopen jaar doorgewerkt aande verdere uitwerking en implementatie van de maatregelen. Als er meerduidelijk is over een mogelijke alternatieve dekking zal uw kamer hierovergeïnformeerd worden.Vraag 6Hoeveel vrouwen met klachten die (kunnen) wijzen op endometriose zijnin 2024 door de huisarts doorverwezen naar een specialist? Hoeveelwaren dat er in de vijf jaar daarvoor, uitgesplitst per jaar?Antwoord:Zolang de diagnose endometriose nog niet gesteld is door de specialist isvaak niet exact bekend hoeveel vrouwen er doorverwezen worden.Endometriose en adenomyose zijn niet uit elkaar te halen met de huidigedata. Endometriose kan een groot palet aan klachten geven: chronischepijn, hevige en pijnlijke menstruaties, darmklachten, mictieproblemen,ontstekingen, vruchtbaarheidsproblemen, miskramen etc. Het is dusmoeilijk om een totaalbeeld te krijgen van de verwijzingen die gerelateerdzijn aan endometriose omdat dit niet altijd gelijk herkend wordt envrouwen vaak naar andere specialismen worden gestuurd (gemiddeldwordt een vrouw door 5 tot 6 zorgverleners gezien) voordat de diagnoseendometriose wordt gesteld.In onderstaande tabel staan cijfers over endometriose die op CBS-Statlinezijn te vinden, gebaseerd op de ICD-10 en over de jaren heen. Dit zijn dusalleen de ziekenhuisopnames (uitgesplitst naar soort opnamen). Omdatsommige vrouwen in één jaar ook twee of meer keer kunnen wordenopgenomen vanwege endometriose, is daarnaast ook het aantal uniekeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 83 patiënten gegeven. Deze tabel geeft geen inzicht in de diagnostische delayvan gemiddeld 7–12 jaar.TotaalopnamenKlinischeopnamenDag-opnamenObservaties2015Aantal opnamen2.8601.8251.01520Aantal unieke patiënten2.7101.7551.000202016Aantal opnamen2.8601.9159.2520Aantal unieke patiënten2.7201.8409.10202017Aantal opnamen2.6951.7659.1520Aantal unieke patiënten2.5751.7059.05152018Aantal opnamen2.9451.8401.08515Aantal unieke patiënten2.8051.7651.070152019Aantal opnamen2.9201.8651.04010Aantal unieke patiënten2.8001.8101.025102020Aantal opnamen2.5751.5401.01520Aantal unieke patiënten2.4651.4951.010202021Aantal opnamen2.5301.55096020Aantal unieke patiënten2.4351.520950202022Aantal opnamen3.0551.7901.23530Aantal unieke patiënten2.9451.7501.215302023*Aantal opnamen3.1151.7801.30530Aantal unieke patiënten2.9901.7301.28030Bron: https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/84069NED/table?dl=C1921 Vraag 7Kunt u een overzicht geven van alle mogelijkheden tot modulair opleidenin het zorgdomein?Antwoord:Onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van Volksgezondheid,Welzijn en Sport is de beschikbaarheidsbijdrage vanaf januari 2025aangesloten bij het modulair en flexibel opleiden van de ziekenhuisoplei-dingen. Het betreft de verpleegkundige vervolgopleidingen en oplei-dingen voor medisch ondersteunend personeel, waarvoor het veld in 2023is begonnen met modulair opleiden. Dit maakt het mogelijk om naastvolledige opleidingen, ook delen van opleidingen te volgen die relevantzijn voor de werksituatie, en om eenvoudiger over te stappen naar(aanverwante) specialisaties. Dit moet bijdragen aan beter behoud ensnellere inzetbaarheid van personeel die met de veranderingen in de zorgmee kunnen bewegen.Onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur enWetenschap zijn voor mbo-opleidingen Helpende Zorg en Welzijn,Verzorgende-IG en MBO-verpleegkundige diverse beroepsgerichtemodules vastgesteld die afgerond kunnen worden met een wettelijkerkend mbo-certificaat. Bijvoorbeeld «Ondersteunen bij wonen envoeding», «Zorgplan ontwikkelen» en «Verpleegtechnisch handelen». Voorwerkgevers biedt dit de mogelijkheid om een zij-instromer gericht tescholen. Steeds meer mbo-scholen bieden, in samenwerking metzorginstellingen, deze certificaattrajecten aan.Ook zetten de Minister en Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur enWetenschap in op diverse maatregelen voor flexibilisering van het mbo-,hbo- en wo-onderwijs waarvan de zorgsector kan profiteren. Zo wordenvoor het mbo mogelijkheden verkend voor een toegankelijker vrijstellin-genbeleid voor de generieke onderdelen van mbo-opleidingen zoalsNederlands, rekenen en burgerschap (voor de diplomaroute) en wordtonderzocht wat nodig is om het gebruik van mbo-certificaten op teschalen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 84 Vraag 8Hoe is de onderbesteding van 61,1 miljoen euro op het GroningerZorgakkoord te verklaren en waar bestaat deze uit?Antwoord:De onderbesteding van € 61,1 miljoen is grotendeels te verklaren doorvertraging bij nieuwbouwprojecten. Daardoor worden subsidieaanvragenvoor deze projecten later ingediend dan waar eerder in de begrotingrekening mee is gehouden. Er was reeds rekening gehouden metvertraging, wat heeft geleid tot een kasschuif € 47,9 miljoen naar 2025 en2026.Vraag 9Welk percentage specialisten werkt in loondienst? Neemt dit toe of af?Antwoord:Eind 2023 werkte 51% van de medisch specialisten in loondienst,daarnaast werkte nog 11% zowel in loondienst als zelfstandige (bron:CBS). Die percentages zijn sinds 2016 nagenoeg stabiel.Vraag 10Hoeveel bedraagt de onderuitputting op de begrotingen van Volksge-zondheid, Welzijn en Sport in de afgelopen tien jaar?Antwoord:De VWS-begroting bestaat zowel uit begrotingsgefinancierde alspremiegefinancierde uitgaven. In de onderstaande tabellen is deonderuitputting op de VWS-begroting in de afgelopen tien jaaropgenomen.Tabel onderuitputting begrotingsgefinancierde uitgavenOverzicht onderschrijdingen/onderuitputting begrotingsgefinancierde uitgaven (in miljardeneuro’s)2015201620172018201920202021202220232024– 0,1– 0,1– 0,1– 0,1– 0,2– 0,30– 0,1– 0,4– 0,2 Tabel onderuitputting premiegefinancierde uitgavenOverzicht onderschrijdingen/onderuitputting premiegefinancierde zorguitgaven (in miljardeneuro’s)2015201620172018201920202021202220232024– 0,6– 1,8– 2,6– 1,9– 1,4– 1,1– 0,3– 0,9– 1,9– 2,8Bron: VWS-jaarverslagen 2015 t/m 2024 Vraag 11Tot hoeveel vertraging in de toegang tot nieuwe geneesmiddelen hebbenprijsonderhandelingen geleid?Antwoord:De doorlooptijden van de prijsonderhandelingen worden elk jaargepresenteerd in de voortgangsbrief financiële arrangementen genees-middelen, de meest recente voortgangsbrief heeft de Minister van VWSop 19 mei aan uw Kamer gestuurd.11Zie Kamerstukken 29 477, nr. 935Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 85 In 2022, 2023 en 2024, was de gemiddelde doorlooptijd van een prijson-derhandeling voor intramurale geneesmiddelen respectievelijk 308, 253en 169 dagen. De gemiddelde tijd voor de prijsonderhandeling is in 2023en 2024 ten opzichte van het voorgaande jaar licht afgenomen.Voor de extramurale geneesmiddelen zijn alle jaren vanaf 2015 tot en met2024 bij elkaar genomen voor het berekenen van de gemiddeldedoorlooptijden van de prijsonderhandeling. Dit komt door het jaarlijkslage aantal extramurale geneesmiddelen waarvoor een prijsonderhan-deling is geadviseerd door het Zorginstituut. De doorlooptijd van deprijsonderhandeling voor extramurale geneesmiddelen was gemiddeld165 dagen.De doorlooptijden van de prijsonderhandelingen zijn een gedeeldeverantwoordelijkheid van het Ministerie van VWS en de leveranciers vande geneesmiddelen. Ik heb verschillende acties ondernomen om toegangtot nieuwe geneesmiddelen te versnellen en de doorlooptijden af te latennemen. Zo blijf ik onder andere kritisch bekijken waar winst te behalenvalt in het proces van prijsonderhandelingen met leveranciers.Doordat de prijzen van de geneesmiddelen op het moment van indieningvan het vergoedingsdossier dusdanig hoog zijn, zou onmiddellijkepakketopname gepaard gaan met grote financiële risico’s. Er worden doorhet Zorginstituut vaak hoge kortingen geadviseerd aan de Minister,voordat een geneesmiddel vergoed kan worden uit het basispakket. Dezehoge prijzen en de daarom hoge geadviseerde kortingen zorgen insommige gevallen voor moeizame en daardoor lange onderhandelingen.Vraag 12Kunt u een overzicht geven welke kasschuiven er zijn toegepast in 2024?Antwoord:De VWS-begroting bestaat zowel uit begrotingsgefinancierde alspremiegefinancierde uitgaven. In de onderstaande tabellen zijn dekasschuiven in het VWS-jaarverslag 2024 opgenomen. Een min betekenteen kasschuif uit het jaar 2024 naar een ander jaar. In veruit de meestegevallen wordt budget doorgeschoven naar een later jaar.Tabel kasschuiven begrotingsgefinancierde uitgavenOverzicht kasschuiven begrotingsgefinancierde zorguitgavenVWS-jaarverslag 2024 (in miljoenen euro’s)Omschrijving2024Kasschuif voorraad kritieke geneesmiddelen2Caribische hub (DuCaPHEN)– 1Beveiligingsmaatregelen gebouw EMA– 1Implementatie nieuw DMS (vervanging marjolein)– 1Kasschuif amendement drost– 4Kasschuif BOSA23Kasschuif Groninger zorgakkoord 2024–2026– 47Kasschuif medicatieoverdracht– 1Kasschuif medicatieoverdracht in de keten– 5Kasschuif middelen passende zorg– 7Kasschuif post covid– 12Kasschuif SIT-regeling– 5Kasschuif stimuleringsregeling wonen en zorg– 7Kasschuif stimuleringsregeling zorggeschikte woningen– 40Kasschuif topzorg en citrien– 3Kasschuif uitvoeringskosten inkomensafhankelijke eigen bijdrage– 1Kasschuif versterking basiszorg– 9Kasschuif VIPP farmacie– 2Kasschuif zorgbonus– 11Medicatieoverdracht– 1Organisatiegraad farmaceutische zorg– 2Kasschuif standaardisatie gegevensuitwisseling– 41Stimulering zorggeschikte woningen 24–26– 15Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 86 Overzicht kasschuiven begrotingsgefinancierde zorguitgavenVWS-jaarverslag 2024 (in miljoenen euro’s)Omschrijving2024Verlenging subsidie gezondheidscentra Vlissingen– 1Vertraging juridische processen dienst testen– 33Eindtotaal– 226 Tabel kasschuiven premiegefinancierde uitgavenOverzicht kasschuiven premiegefinancierde zorguitgaven VWS-jaarverslag 2024 (in miljoeneneuro’s)Omschrijving2024Kasschuif transformatiemiddelen (H41 premie)– 400Kasschuif standaardisatie gegevensuitwisseling (AP-middelen)– 232Eindtotaal– 632Bron: VWS-jaarverslag 2024 Vraag 13Kunt aangeven hoe vaak een kasschuif is toegepast in 2024? Is er door dejaren heen een trend waarneembaar op het aantal kasschuiven en zo ja,welke? Het woord kasschuif komt 52 keer voor in het jaarverslag, kunt uoverzichtelijk in een tabel weergeven waar het om gaat?Antwoord:In totaal zijn in 2024 27 kasschuiven toegepast, waarvan 25 op hetbegrotingsgefinancierde deel van de VWS-begroting en 2 binnen depremiegefinancierde zorguitgaven van VWS. De afgelopen jaren zijn dit ergemiddeld rond de 25 geweest. Er kan dus niet worden gesproken vaneen duidelijke trend in het aantal kasschuiven door de jaren heen. Eenoverzicht van kasschuiven is weergegeven in het antwoord op vraag 12.Vraag 14Wat zijn voor u de consequenties geweest dat fracties in 2024 bij debegroting handjeklap hebben gedaan met grote verschuivingen van geldtussen de ministeries, waardoor er bezuinigingen bij u waren?Antwoord:De onderhandelingen van de fracties in 2024 hebben betrekking gehad opde ontwerpbegroting voor het jaar 2025 en voor de jaren daarna. Dit heeftgeen invloed gehad op de realisatie van de begroting van 2024 waaroverin het voorliggende Jaarverslag verantwoording wordt afgelegd.Met het amendement Bontenbal c.s. is onder andere een taakstelling ophet apparaat van de VWS-begroting ingeboekt. Deze taakstelling bedraagt€ 15,1 miljoen structureel. Er is door VWS gekozen, conform demogelijkheid in het amendement, deze taakstelling in te vullen via eenkorting op de loon- en prijsbijstelling in plaats van invulling via hetapparaatsbudget. Daarnaast is op de premiegefinancierde uitgaven eentaakstelling van € 165 miljoen (bij- en nascholing msz) en € 150 miljoeneuro (aanpakken beloningen medisch specialisten) structureel ingeboekt.De € 165 miljoen is alternatief ingevuld met een deel van de meevaller opde wijkverpleging (zoals eerder gecommuniceerd) en de structurele € 150miljoen is ingeboekt op de post Nominaal en onverdeeld Zvw binnen depremiegefinancierde uitgaven.Vraag 15Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 87 Waarom zijn de ontvangsten van het ministerie (1.129 miljoen euro) zobeperkt in verhouding tot de totale uitgaven (38.231 miljoen euro)?Worden hier structureel inkomsten gemist?Antwoord:De ontvangsten van het Ministerie van VWS zijn er niet op gericht om devolledige uitgaven van het ministerie te financieren. De ontvangsten vanhet ministerie betreffen enkel zogenaamde «niet-belastingontvangsten».Deze zijn onderdeel van het uitgavenplafond en zijn specifiek van aard,zoals bijvoorbeeld de afrekening van eerder verstrekte subsidievoor-schotten, ontvangsten in het kader van de aanpak van wanbetalers enonverzekerden of bestuurlijke boetes. De grootste ontvangstpost op deVWS-begroting is het totaal aan nabetalingen van verstrekte voorschottenvan zorgtoeslag. In 2024 was dit € 667 miljoen.Vraag 16Wat is de verklaring voor de relatief lage realisatie van het artikel «Sporten Bewegen» (479 miljoen euro), ondanks de ambitie om de sport-deelname te verhogen?Antwoord:Het demissionaire kabinet Rutte IV heeft in de Ontwerpbegroting 2024 eenbedrag van € 437 miljoen opgenomen voor het uitvoeren van hetsportbeleid. Gedurende 2024 zijn door het demissionaire kabinet Rutte IVen het nieuw aangetreden kabinet Schoof I budgettaire beslissingengenomen die hebben geleid tot een aangepaste begroting en uiteindelijkerealisatie van circa € 479 miljoen op de sportbegroting. De realisatie isdaarmee fors hoger geweest dan de oorspronkelijke raming.Vraag 17U verwacht dat verlaging van het eigen risico vanaf 2027 tot beteredoorverwijzingen leidt; hoe wordt dit gemonitord?Antwoord:Het doel van het verlagen van het verplicht eigen risico naar € 165 is datminder mensen om financiële redenen medische zorg uitstellen of hiervanafzien. Naar verwachting neemt hierdoor het zorggebruik toe. Het is niethet doel van de verlaging van het verplicht eigen risico om beteredoorverwijzingen te realiseren. Door de verwachte hogere zorgvraag ishet wel belangrijk om de inzet op triage van zorg te verbeteren.Vraag 18Hoe wordt geborgd dat bij het (opnieuw) vaststellen van volumenormen,het patiëntbelang en de kwaliteit van zorg vooropstaan?Antwoord:In het Integraal Zorgakkoord (IZA) zijn afspraken gemaakt om samen-werking in netwerken te bevorderen door spreiding van laagcomplexezorg en concentratie van hoogcomplexe zorg voor oncologische envaatchirurgische interventies. Die afspraken zijn gemaakt om de bestmogelijke zorg voor patiënten mogelijk te maken, maar ook om de zorg inde benen te houden – ook op de langere termijn. Deze beweging wordtdoor veldpartijen (FMS, NVZ, NFU, ZN, V&VN en de betreffende patiën-tenorganisaties) zelf getrokken en kent een breed draagvlak, onder anderebij de betrokken patiëntenorganisaties.Het Zorginstituut heeft voor de uitwerking van deze beweging RondeTafels (met de FMS, NVZ, NFU, ZN, V&VN, Harteraad, NFK, ACM, NZa enVWS) ingericht en heeft daarmee een uitgebreid en zorgvuldig procesdoorlopen. Onderdeel van dit proces waren regionale en landelijkeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 88 impactanalyses waarin aandachtpunten van patiënten, zorgaanbieders,zorgpersoneel en netwerken uit de regio naar boven zijn gekomen. Op25 maart heeft besluitvorming plaatsgevonden en zijn de (volume)normenvastgesteld door de partijen aan de Ronde tafels, waaronder de betref-fende patiëntenorganisaties. De komende maanden zullen de regio’s opbasis van de impactanalyses en de vastgestelde normen afspraken makenover samenwerking in netwerken en de herverdeling van zorg, waarbijzowel aandacht moet zijn voor spreiding als voor concentratie van zorg.Afgesproken is dat elke regio vóór de zomer een definitief herverdelings-scenario vaststelt. Hierbij is het belangrijk dat patiënten, zorgaanbieders,medisch specialisten, verpleegkundigen en de zorgverzekeraars betrokkenzijn bij de besluitvorming in de regio en de afspraken steunen. Om tewaarborgen dat dit zorgvuldig gebeurt zal de NZa, zodra de regio’sherverdelingskeuzes hebben gemaakt, de publieke belangen monitoren.Vraag 19Welke concrete maatregelen worden genomen om de samenwerking teversterken tussen woningbouw, zorginstellingen en lokale overheden?Antwoord:In het kader van de regionale woondeals worden afspraken gemaakttussen gemeenten, woningcorporaties, zorginstellingen en zorgkantoren.In het kader van deze afspraken zijn er vele regionale bijeenkomsten. Ookhet Aanjaagteam Wonen, Welzijn en Zorg voor Ouderen zorgt ervoor datde samenwerking wordt versterkt door onder meer bijeenkomsten enwebinars. Platform31 heeft handreiking gemaakt over onder meer hetbouwen van geclusterde (zorggeschikte) woningen of het bieden vanwonen met een plus in de bestaande bouw, waarin wordt ingegaan opdeze samenwerking. Ook bij het Congres Thuis in de Wijk wordt uitge-breid stilgestaan bij het komen tot een goede samenwerking.Vraag 20Hoeveel zorggeschikte woningen van de beoogde 290.000 in 2030 zijn ertot nu toe gerealiseerd?Antwoord:Onderdeel van de opgave van 290.000 woningen tot en met 2030, zijn40.000 zorggeschikte woningen. Van deze 40.000 zijn er 20.000 in hetsociale segment. De Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening is druk bezig om de monitoring op te zetten om de planning enrealisatie goed te kunnen volgen. Hierdoor kunnen we op dit moment nogniet zeggen hoeveel woningen er zijn gerealiseerd.Wel is er beter zicht op de geplande bouw van zorggeschikte woningen.Hiervoor wordt gebruik gemaakt van verschillende bronnen:–Voor de stimuleringsregeling Zorggeschikte woningen (SZGW) zijn in2024 127 aanvragen gedaan voor in totaal 6.482 woningen.–Corporaties hebben begin 2025 aangegeven plannen te hebben voorongeveer 21.000 geclusterde- en zorggeschikte woningen tot en met2029, waarvan 19.500 in het sociale segment.–Uit de gegevens die door gemeenten zijn aangeleverd, komen plannennaar voren voor in totaal 186.000 woningen geschikt voor ouderen,voor de periode van 2024 tot en met 2034. Hiervan zijn er ongeveer164.000 nultredenwoningen, ongeveer 11.000 geclusterde woningenen ongeveer 10.500 zorggeschikte woningen.Belangrijk om hierbij te vermelden is dat de overzichten nog niet volledigzijn en zodoende niet volledig betrouwbaar. Momenteel wordt gewerktaan de verbetering van de data bij een volgende uitvraag. In het najaarzullen de Ministers van VRO en VWS een verdere update geven van deontwikkeling in de monitoring van deze gegevens.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 89 Vraag 21Hoe rijmt de herintroductie van verzorgingstehuizen met de resultaten vanhet onderzoek van de ANBO-PCOB waaruit is gebleken dat slechts eenheel klein deel van de ouderen naar een verzorgingshuis zou willenverhuizen?Antwoord:De flitspeiling van ANBO-PCOB laat zien dat 7,5% van de ouderen eenverhuizing naar een verzorgingshuis zou overwegen als ze geconfronteerdzouden worden met een sterk toegenomen zorgvraag. Hoewel dit eenaanzienlijk lager percentage is dan voor andere woonvormen, kan dit omeen aanzienlijk aantal gaan vanwege de grote aantallen ouderen. Debehoefte naar de terugkeer van moderne verzorgingshuizen wordt op ditmoment uitgevoerd door zowel de Raad van Ouderen en PWC. Het is aaneen nieuw kabinet om in te gaan op de uitkomsten van dit onderzoek.Vraag 22Wanneer kunnen de resultaten van het onderzoek naar de herintroductievan verzorgingsgtehuizen verwacht worden?Antwoord:Op dit moment wordt het onderzoek naar de terugkeer van moderneverzorgingshuizen uitgevoerd door PWC. Dit onderzoek gaat onder meerover de vraag naar de verzorgingshuizen en de budgettaire gevolgen. Hetis aan een nieuw kabinet om in te gaan op de uitkomsten van ditonderzoek.Vraag 23Wanneer verwacht u meer duidelijkheid te hebben over de impact van devolumenormen op de regio’s?Antwoord:Het Zorginstituut heeft voor de uitwerking van de beweging naarspreiding en concentratie Ronde Tafels ingericht met de FMS, NVZ, NFU,ZN, V&VN, Harteraad, NFK, ACM, NZa en VWS. Om tot het vaststellen van(volume)normen te komen voor de geselecteerde oncologische envaatchirurgische interventies is door de Ronde Tafels een uitgebreid enzorgvuldig proces doorlopen. Onderdeel van dit proces waren regionaleen landelijke impactanalyses waarin aandachtpunten uit de regio naarboven zijn gekomen. De impactanalyses dienden ter ondersteuning vaneen zorgvuldige besluitvorming over de hogere normen én vormden destart van het gesprek over herverdeling van zorg in elke regio. Met dezeanalyses is systematisch in kaart gebracht in welke mate en op welkemanier de volumenormen de patiënt en de betrokken zorgprofessionals,zorgaanbieders en zorgnetwerken raakt en is beoordeeld of deze impactmaatschappelijk gezien acceptabel is.De Ronde tafels hebben op basis van de impactanalyses afgewogen of erknelpunten zijn die mogelijk niet acceptabel en niet mitigeerbaar zijn. Op25 maart heeft besluitvorming plaatsgevonden en zijn de (volume)normenvastgesteld door de partijen aan de Ronde tafels. Op de website van hetZorginstituut is een document geplaatst waarin de partijen aan de RondeTafels een beschrijving geven van het proces dat doorlopen is vanaf deopgave in het IZA tot aan het vaststellen van de (volume)normen voorspecifieke oncologische en vaatchirurgische interventies, inclusiefonderbouwing, de impactanalyse en de gemaakte afwegingen.22https://www.zorginstituutnederland.nl/publicaties/publicatie/2025/03/26/naar-passende-oncologische-en-vaatchirurgische-zorgTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 810 Vraag 24Welke van de 445 IZA-acties zijn in 2024 nog niet afgerond of in ganggezet? Waarom zijn deze acties nog niet in gang gezet?Antwoord:Zoals aangegeven in de brief van 14 april jl. aan uw Kamer over devoortgangsrapportage (Kst. 31 7655, nr. 913) zijn in het laatste kwartaalvan vorig jaar 23 acties uit het IZA afgerond. Sinds de ondertekening vanhet IZA zijn er in totaal 161 acties afgerond van de 445 acties totaal, enloopt het merendeel wat nog niet is afgerond op schema. De «voortgangs-rapportage» in de bijlage van deze brief benoemt per thema de status vanacties. Slechts 28 acties lopen achter ten opzichte van de voorgenomentijdlijnen, dit aantal hebben we eind vorig jaar in positieve zin met tienacties weten te verminderen. Een beperkt aantal van 23 acties is nog nietgestart. Er zijn verschillende redenen waarom deze acties nog niet zijngestart, bijvoorbeeld omdat uitvoering pas later in de tijd is afgesproken,of uitvoering afhankelijk is van andere overeengekomen afspraken, ookzijn er andere volgordelijkheden die maken dat deze acties (nog) niet vanstart zijn.Vraag 25In hoeverre zijn de 30 goedgekeurde transformatieplannen binnen hetIntegraal Zorgakkoord daadwerkelijk begonnen met de uitvoering? Wat ishet bereik en de effectiviteit tot nu toe? Kunt u een opsomming geven peronderwerp?Antwoord:Voor alle plannen die zijn goedgekeurd zijn partijen gestart met deuitvoering van de plannen. Het is aan de zorgverzekeraars om temonitoren in hoeverre de gemaakte afspraken in de uitvoering wordengerealiseerd. Gedurende de gehele looptijd van het transformatieplanwordt gemonitord op onder meer het behalen van key performanceindicatoren (KPI’s) of de prestatie-indicatoren. De deelnemende (zorg)par-tijen geven aan wanneer zij een KPI hebben behaald en onderbouwen.Op peildatum 1 mei 2025 zijn 59 plannen goedgekeurd. Voor 33 plannenzijn er KPI’s behaald. Op dit moment kan ik nog geen nadere uitsprakendoen over de resultaten en de effectiviteit van de goedgekeurde plannen.Een opsomming per onderwerp kan ik hier dan ook nog niet op geven.Vraag 26Hoe worden de effecten van zorgcoördinatie op de wachttijden in de acutezorg gemeten per regio, en welke verschillen zijn zichtbaar?Antwoord:Op dit moment worden de effecten van zorgcoördinatie op wachttijden inde acute zorg nog niet systematisch per regio gemeten. Om hierinverbetering te brengen, is VWS voornemens een subsidie te verstrekkenaan het Nivel voor het opzetten van een landelijk lerend zorgsysteem. Ditsysteem omvat onder meer een monitor met indicatoren voor zorgcoördi-natie. Het Nivel heeft hiervoor eerder al een set indicatoren ontwikkeld.Voorbeeld hiervan is de uitstroomtijd na triage, oftewel de tijd tussen hetafronden van de triage en het moment waarop het daadwerkelijkezorgcontact start.Met deze monitor kunnen straks ook regionale verschillen in beeldworden gebracht. De eerste resultaten worden begin 2026 verwacht. UwKamer wordt hierover te zijner tijd geïnformeerd.Vraag 27Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 811 Hoe verliep de invoering van de laatste tranche van het «meer tijd voor depatiënt» in de huisartsenzorg?Antwoord:De landelijke opschaling van «meer tijd voor de patiënt» (MTVP) isafgerond. Vanaf het eerste kwartaal van 2024 kunnen alle huisartsenprak-tijken die voldoen aan de in de landelijke leidraad MTVP afgesprokenvoorwaarden gebruik maken van MTVP. Tot en met 2024 kochtenzorgverzekeraars MTVP in via «segment 3» van de huisartsenbekostiging.Dit segment is bedoeld voor resultaatbeloning en zorgvernieuwing. Per1 januari 2025 heeft de NZa de bekostiging van de huisartsenzorgaangepast waardoor MTVP gefinancierd wordt via «segment 1» van debekostiging, dat de basisvoorziening voor de huisartsenzorg omvat.Daarmee is MTVP landelijk geïmplementeerd en structureel bekostigd. Ditis ook te zien aan de gerealiseerde uitgaven aan huisartsenzorg in 2024,waarbij zelfs een overschrijding van het budgettair kader te zien was.Vraag 28Hoeveel middelen zijn specifiek besteed aan de uitfasering van de fax enimplementatie van digitale alternatieven? Wat zijn de meetbare voordelentot nu toe?Antwoord:De fax is uitgefaseerd in het programma Faexit wat een samenwerkingwas van Zorgverzekeraars Nederland (ZN), De Vereniging van Zorgaan-bieders voor Zorgcommunicatie (VZVZ) en Regionale Samenwerkingsor-ganisatie Nederland (RSO Nederland), met ZN als financier.Digitale alternatieven worden uitgewerkt met de uitrol van de geheleNationale Visie en Strategie op het Gezondheidsinformatiestelsel waar deMinister – mede op verzoek van de Kamer – steeds meer regie op voert.Hiervoor wordt onder andere gewerkt aan verplichte digitale en gestan-daardiseerde uitwisseling van gegevens voor gegevenssets vallend onderde Wet elektronische gegevensuitwisseling in de zorg (Wegiz), maar ookhet Landelijk Dekkend Netwerk en Generieke Functies om die gegevensook met juiste plek met juiste mandaat te kunnen krijgen.Dit alles draagt bij aan databeschikbaarheid, betere zorg en het verlagenvan de administratie(last) van gegevens eerder gecommuniceerd doorzorgverleners via fax. Het is daardoor meer dan een (aantal) specifiekeoplossing(en) waar we middelen aan kunnen koppelen.Het voordeel van de fax uitgefaseerd hebben is dat daarmee de uitwis-seling van gegevens veiliger is geworden. Zowel op het vlak vancybersecurity als doordat overtypen niet meer hoeft, waardoor foutenkonden ontstaan. Uit onderzoek van ZN bleek dat vóór de uitfasering nogzo’n 10 miljoen keer per jaar gebruik werd gemaakt van gegevensuit-wisseling via de fax.Vraag 29Wanneer kan de Meerjarenagenda Wmo 2015 verwacht worden?Antwoord:De Meerjarenagenda beoogt gelijkgerichte acties ten aanzien van deverbetering van de uitvoering van de Wmo, die zich verhoudt tot dezorgakkoorden en het houdbaarheidsonderzoek Wmo 2015.De eerste fase van de Meerjarenagenda is conform planning afgerond.Tijdens deze fase zijn thema’s geïdentificeerd die vanuit verschillendeperspectieven (inwoner, aanbieder, gemeenten en Rijk) belangrijk zijn omde Wmo uitvoerbaar en financierbaar te houden. Wmo-aanbieders,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 812 cliëntenorganisaties en gemeenten werken aan een concrete vertaling vandeze thema’s naar acties.Ondertussen zijn de afgelopen periode ook een HoofdlijnenakkoordOuderen en Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord ontwikkeld. Daarbij ishet Houdbaarheidsonderzoek Wmo 2015 verder gevorderd. Dit heeftgeleid tot doublures op inhoud en proces met de Meerjarenagenda. In eenbestuurlijk overleg tussen VWS en de partijen die deelnemen aan deMeerjarenagenda is daarom besloten om het huidige proces rondom deMeerjarenagenda te herzien. De waardevolle input die reeds is opgehaald,wordt betrokken bij de uitwerking van beleidsopties naar aanleiding vanhet Houdbaarheidsonderzoek Wmo 2015. De bij de Meerjarenagendabetrokken partijen zullen in dat kader ook geconsulteerd worden waar datinhoudelijk bijdraagt. Op basis van de uitwerking van concrete acties doorWmo-aanbieders, cliëntenorganisaties en gemeenten, met als doel dehuidige Wmo-uitvoeringspraktijk te verbeteren, bekijkt het Rijk of en welkeinzet het daaraan aansluitend biedt, in opmaat naar eventuele structureleveranderingen in de Wmo die op basis van het Houdbaarheidsonderzoekmogelijk worden voorgesteld.Vraag 30Hoe wordt de beoogde bouw van 290.000 seniorenwoningen tot 2030geborgd, en wat is het aandeel dat daadwerkelijk in 2024 is gerealiseerd?Antwoord:De borging van de 290.000 woningen voor ouderen tot en met 2030 looptvia de regionale woondeals. Hierin zijn afspraken gemaakt tussengemeenten, woningcorporaties en zorgaanbieders over de bouw van dezewoningen.De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening is druk bezigom de monitoring op te zetten om de planning en realisatie goed tekunnen volgen. De woningtypen voor ouderen zijn relatief nieuwewoontypen met specifieke kenmerken zoals ontmoetingsruimten of extraruimte in de badkamer. Tot voor kort werden deze woningtypen niet apartuitgevraagd in de monitoring van de woningbouw. Sinds 2024 zijn dewoningtypen voor ouderen toegevoegd aan verschillende monitoringsin-strumenten en beginnen we zicht te krijgen op planvorming en realisaties.–Uit de gegevens die door gemeenten zijn aangeleverd, komen plannennaar voren voor in totaal 186.000 woningen geschikt voor ouderen,voor de periode van 2024 tot en met 2034. Hiervan zijn er ongeveer164.000 nultredenwoningen, ongeveer 11.000 geclusterde woningenen ongeveer 10.500 zorggeschikte woningen.–Corporaties hebben begin 2025 aangegeven plannen te hebben voorongeveer 21.000 geclusterde- en zorggeschikte woningen tot en met2029, waarvan 19.500 in het sociale segment.–Voor de stimuleringsregeling Zorggeschikte woningen (SZGW) zijn in2024 127 aanvragen gedaan voor in totaal 6.482 woningen.Belangrijk om hierbij te vermelden is dat de overzichten nog niet volledigzijn en zodoende niet volledig betrouwbaar. Momenteel wordt gewerktaan de verbetering van de data bij een volgende uitvraag. In het najaarzullen de Minister van VRO en VWS verdere update geven van deontwikkeling in de monitoring van deze gegevens.Vraag 31Hoeveel kost het onderzoek naar herintroductie van verzorgingshuizen, enwat is de verwachte beleidsimpact ervan?Antwoord:De totale kosten van het onderzoek zijn 95.000 euro exclusief btw. Deverwachte beleidsimpact is groot omdat het onderzoek een belangrijkeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 813 «bouwsteen» vormt in de verdere beleidsontwikkeling rondom deherintroductie van verzorgingstehuizen. Het onderzoek bepaalt mede of erbehoefte is aan deze woonvorm en zo nodig hoeveel verzorgingshuizen ergebouwd moeten worden. Daarnaast worden de budgettaire gevolgenvan de bouw in kaart gebracht, waarbij er bijvoorbeeld aandacht is voorde gevolgen voor de vraag naar ziekenhuiszorg. Ook wordt gekeken naarde arbeidsmarkteffecten van het moderne verzorgingshuis.Vraag 32Op welke wijze wordt de effectiviteit van de publiekscampagne «Leven tothet laatst» gemeten in termen van bewustwording of gedragsveran-dering?Antwoord:In 2024 zijn op basis van een tweetal rapporten (interviews met mensenuit het veld en een Motivaction-onderzoek onder de doelgroep) doelstel-lingen voor de campagne «Leven tot het laatst» geformuleerd. Dezedoelstellingen zijn vooral gericht op kennis óver palliatieve zorg en hetnormaliseren ván palliatieve zorg (houding). Het gaat dus om hetbijstellen en vergroten van de kennis over palliatieve zorg in Nederland.Door te informeren over wat palliatieve zorg is en te inspireren met watpalliatieve zorg voor iemand kan betekenen. Via een campagne die aanzettot nadenken. En door de focus te verleggen van dood en leed, naar water wél nog allemaal kan. Want palliatieve zorg gaat niet over de dood,maar over het leven. Over zolang mogelijk de dingen blijven doen diebelangrijk voor je zijn. Palliatieve zorg zou vanzelfsprekend moeten zijn inde samenleving. De campagne is gericht op het inspireren tot een nieuwekijk op zorg in de laatste levensfase: van medisch (levensverlenging) naarmenselijk (kwaliteit van leven).Op basis van de doelstellingen is een nul-meting en een één-metingopgesteld. Met als insteek het vergroten van kennis. Uit de resultaten vande nul-meting en de één-meting kwamen mooie resultaten op kennis, enook voorzichtige eerste resultaten op de vragen over houding. Daar wordtdit jaar op verder gebouwd.Voor 2025 wordt na de eerste zogenoemde «flight» van de campagne in2025 (eind juni) opnieuw een meting gedaan, een twee-meting. Na detweede «flight» in 2025 (in oktober) wordt een derde meting gedaan. Dezemetingen zijn dus standaard ingepland (ook voor 2026) en vinden plaatsna de «flights» zodat trends kunnen worden gevolgd over de «flights»heen. Op basis van de uitkomsten wordt de strategie en de content van decampagne aangescherpt.Vraag 33Hoe worden de op het vergroten van het werkplezier gerichte activiteitengeëvalueerd? Welke activiteiten waren het meest effectief en welke hetminst?Antwoord:Momenteel werkt een extern onderzoeksbureau aan de periodiekerapportage arbeidsmarkt en opleidingen zorg en welzijn, waarin beleidsin-strumenten in de periode 2016 tot en met het kabinet Rutte IV wordengeëvalueerd op doelmatigheid en doeltreffendheid. Het betreft ookactiviteiten gericht op behoud en werkplezier, zoals Sterk in je werk, hetPotentieel Pakken en verschillende activiteiten in de regio. Uw Kamer zalin het najaar geïnformeerd worden over de uitkomsten.In het jaarverslag worden specifiek de volgende activiteiten genoemd: hetPreventieplan, het vergroten van de meldings- en aangiftebereidheid inzorg en welz(n in het geval van agressie en de aanpak van de Koninkl(keTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 814 Nederlandsche Maatschapp( tot bevordering der Geneeskunst (KNMG)om in 2025 te komen tot een handelingskader wanneer zorgprofessionalste maken kr(gen met agressie.Onderdeel van het Preventieplan is het opzetten van een monitor om deresultaten in beeld te brengen en te meten in hoeverre het verloop danwel verzuim in de pilot-organisaties daadwerkelijk is beïnvloed. Er wordtop dit moment nog gewerkt aan het opzetten van deze monitor. Voor hetvergroten van de meldings- en aangiftebereidheid zijn tien regionalebijeenkomsten gehouden om werkgevers in zorg en welzijn te informerenover het doen van aangifte en hen te inspireren met goede voorbeelden.De laatste bijeenkomst was in april van dit jaar. In het vierde kwartaal van2024 is in de werknemersenquête (WNE) van het OnderzoeksprogrammaArbeidsmarkt in Zorg en Welzijn (AZW) een vraag opgenomen over hetdoen van een melding of aangifte bij agressie. Deze vraag zal in dekomende jaren herhaald worden. In de werkgeversenquête (WGE) vanAZW zit al langer een vraag over het doen van aangifte. Op die manierwordt in beeld gebracht of er vaker een melding (WNE) of aangifte (WNEen WGE) wordt gedaan. De aanpak van de KNMG voorziet niet in eenevaluatie. Wel bevat de WGE vragen waarmee kan worden gemonitordwelke activiteiten werkgevers ondernemen in de aanpak van agressie.Voor een deel van de activiteiten zijn dus nog geen data of geen datareeksbeschikbaar. Los daarvan werken de activiteiten op zeer verschillendemanieren door op het werkplezier van zorgmedewerkers en is het daaromniet mogelijk om een vergelijking te maken tussen de activiteiten.Vraag 34Hoeveel meldingen van agressie in de zorg waren er in het de afgelopenvijf jaar, uitgesplitst per jaar? Kunt u hetzelfde overzicht geven voor hetaantal aangiftes?Antwoord:Er zijn de Minister van VWS geen cijfers bekend over het aantalmeldingen of aangiftes van agressie in de zorg. Wel zijn er cijfers over hetaandeel zorgmedewerkers dat in de periode van een jaar te maken krijgtmet agressie. Dit is weergegeven in onderstaande tabel.Q4 2020Q4 2021Q4 2022Q4 2023Q4 2024Wel te maken gehad metagressie65%64%65%62%59%Niet te maken gehad metagressie35%36%35%34%37%Onbekend0%0%0%4%4%Totaal100%100%100%100%100%Bron: Werknemersenquête Onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt in Zorg en Welzijn Vraag 35Hoe haalbaar acht u het dat de doelstelling om de administratietijd pereind 2025 te verminderen met twee uur per zorgmedewerker per weekgehaald wordt? Welke maatregelen zijn tot nu toe genomen om diedoelstelling te halen?Antwoord:De doelstelling is een gezamenlijke afspraak uit het IZA en wordt breedgedragen door alle betrokken partijen. De Minister van VWS acht daarmeedeze doelstelling haalbaar. De presentaties van zorgprofessionals op deZorgtop van 2 juni maakt duidelijk dat er veel kansen en mogelijkhedenzijn, en dat de vermindering van administratietijd bijdraagt aanwerkplezier en vakmanschap.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 815 Er zijn verschillende maatregelen ingezet die grofweg te verdelen zijn ineen praktijk- en beleidsaanpak. In de praktijkaanpak speelt de RegiegroepAanpak Regeldruk een centrale rol met een brede werkagenda metconcrete acties om de administratietijd in alle zorgsectoren substantieel teverminderen en het vertrouwen als uitgangspunt te nemen. Om hethardnekkige vraagstuk van de administratieve lasten in de zorg tedoorbreken werken zorgaanbieders, zorginkopers, beroepsorganisaties,toezichthouders en het Ministerie van VWS samen aan deze opgave. Eenvoorbeeld is de veldbevraging die nu wordt uitgevoerd met zorgteams uitde wijkverpleging, huisartsenzorg en GGZ. Deze stelt het vertrouwen inzorgverleners centraal door hen te vragen welke informatie zij minimaalwillen vastleggen over de geleverde zorg voor de patiënt en de kwaliteitdaarvan, die past binnen maximaal 20 procent administratietijd. Uwkamer ontvangt de uitkomsten van de veldbevraging deze zomer. Eenandere maatregel is de start van het systeemoverleg om weerbarstigevraagstukken die voor veel administratie zorgen en niet binnen een sectorzelf opgelost kunnen worden aan te pakken. Andere maatregelen uit depraktijkaanpak zijn de opschaling van goede voorbeelden en eencommunicatieplatform (ORDZ.nl).Onder de beleidsaanpak vallen maatregelen op het voorkomen vannieuwe regeldruk, het dereguleren en vereenvoudigen van bestaande wet-en regelgeving en het voeren van gericht beleid, bijvoorbeeld voor deverdere digitalisering en de inzet van AI.Vraag 36Verwacht u geen enkel probleem door de opheffing van het handhavings-moratorium op de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (WetDBA)? Zo nee, waarom niet?Antwoord:Tijdens het Commissiedebat van 19 december 2024 (Kamerstuk 29 282, nr.602), en in de brief van 17 december jl.3, heeft de Minister van VWS reedsaangegeven dat het voldoen aan de wet- en regelgeving en de opheffingvan het handhavingsmoratorium inspanning vergt en een spannendmoment kan zijn voor werkgevenden en werkenden. Voor de zorg is eenbelangrijk verwacht voordeel dat er een betere balans komt tussenmedewerkers in loondienst en flexwerkers. Daarbij heeft de Minister vanVWS, samen met de Minister van SZW, erkend dat het kan gebeuren dater op bepaalde plekken (tijdelijk) gaten vallen doordat schijnzelfstandigenniet meer ingezet worden. Oftewel, er kan een tijdelijke spanning bestaantussen zorgcontinuïteit en de bemensing op basis van de juiste arbeidsre-laties. Daarbij geldt voor 2025 een zachte landing. De Belastingdienst legtover 2025 geen boetes op en zal in principe eerst in gesprek gaan. Opdeze wijze krijgen ondernemers de ruimte om het goed te doen en zich tehouden aan de wet- en regelgeving. Werkgevers kunnen hun flexibeleschil op andere wijze vormgeven, bijvoorbeeld door detachering en/of inde tussentijd meer medewerkers in loondienst proberen te nemen.Vraag 37Hoe is in 2024 gewerkt aan het realiseren van een betere balans tussenvast en flexibel personeel in de zorg? Heeft dit de zorgsector wat u betreftvoldoende voorbereid op het opheffen van het handhavingsmoratoriumop de kwalificatie van arbeidsrelaties voor de loonheffingen per 1 januari2025?Antwoord:3Zie hiervoor ook de brief van 17 december 2024, Kamerstukken 29 282, nr. 587.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 816 Zorgorganisaties pleiten al langer voor het doorbreken van de toenamevan het aantal zzp’ers in de zorg. Met het opheffen van het handhavings-moratorium per 1 januari 2025 is een belangrijke stap gezet in hettegengaan van de schijnzelfstandigheid4. Op 14 november organiseerdenhet ministerie SZW en de Belastingdienst het Webinar «Voorkomen vanSchijnzelfstandigheid». Alle relevante informatie is gebundeld op dewebsite van de rijksoverheid.Ook is in 2024 ingezet op bewustwording rond het zzp-schap. Binnenkortwordt uw Kamer nader geïnformeerd over de eerste resultaten van hetbewustwordingstraject. Verder is binnen de werkgroep «Herstel balansvast-flex» (bestaande uit diverse brancheorganisaties, koepels (van zzp’ersen bemiddelingsbureaus) en Zorgverzekeraars Nederland) gewerkt aaneen gedragscode voor bemiddelaars. Koepels van bemiddelaars zijnvoornemens hun conceptgedragscode – na een test onder hun leden – toete voegen als vereiste voor het lidmaatschap.Vraag 38Welke concrete maatregelen zijn genomen in 2024 om administratievelasten voor zorgmedewerkers te verlagen, en wat is het daadwerkelijkeeffect op hun tijdsbesteding?Antwoord:Voor de effectmeting is het uitgangspunt om gebruik te maken vanbestaande monitors en peilingen en geen nieuwe regeldruk te veroor-zaken. Daarom wordt er voor de monitoring van de effecten van hetprogramma data gebruikt van het Centraal Bureau voor de Statistiek(CBS). CBS-cijfers over 2024 laten een lichte daling van 0,2 procentpuntzien met een gemiddelde administratietijd over alle zorgsectoren van30,8% (bron: CBS). Aanvullend uit deze CBS-monitoring blijkt dat meerwerkgevers acties ondernemen om regeldruk te verminderen (+1,1procentpunt naar 28,2), en regeldruk wordt ook minder vaak als redenvoor toegenomen werkdruk genoemd (–4,2 procentpunt naar 68,4). Ookzijn er effectmetingen binnen specifieke projecten van zorgorganisaties.Daar zitten indrukwekkende resultaten bij met dalingen van de administra-tietijd tot 30 minuten per dienst. Die effecten en voorbeelden wordengedeeld via het communicatieplatform (ORDZ.nl).Er zijn verschillende maatregelen ingezet die grofweg te verdelen zijn ineen praktijk- en beleidsaanpak. In de praktijkaanpak speelt de RegiegroepAanpak Regeldruk een centrale rol met een brede werkagenda en metconcrete acties om de administratietijd in alle zorgsectoren substantieel teverminderen en het vertrouwen als uitgangspunt te nemen. Om hethardnekkige vraagstuk van de administratieve lasten in de zorg tedoorbreken werken zorgaanbieders, zorginkopers, beroepsorganisaties,toezichthouders en het Ministerie van VWS samen aan deze opgave. Eenvoorbeeld van deze acties is de veldbevraging die wordt uitgevoerd metzorgteams uit de wijkverpleging, huisartsenzorg en GGZ. Deze stelt hetvertrouwen in zorgverleners centraal door hen te vragen welke informatiezij minimaal willen vastleggen over de geleverde zorg voor de patiënt ende kwaliteit daarvan, die past binnen maximaal 20 procent administra-tietijd. Uw kamer ontvangt de uitkomsten van de veldbevraging dezezomer. Andere maatregelen uit de praktijkaanpak zijn de opschaling vangoede voorbeelden en een communicatieplatform (ORDZ.nl). Onder debeleidsaanpak vallen maatregelen op het voorkomen van nieuweregeldruk, het dereguleren en vereenvoudigen van bestaande wet- enregelgeving en het voeren van gericht beleid, bijvoorbeeld voor deverdere digitalisering en de inzet van AI.4Zie hiervoor ook de brief van 17 december 2024, Kamerstukken 29 282, nr. 587.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 817 Vraag 39Met het Preventieplan wordt gestreefd naar het vergroten van demeldings- en aangiftebereidheid in zorg en welz(n in het geval vanagressie; hoe staat het hiermee? Zijn er al concrete resultaten behaald?Antwoord:Het Preventieplan streeft naar het verlagen van verzuim en ongewenstverloop in de sector. Om de meldings- en aangiftebereidheid te vergrotenzijn er tien regionale bijeenkomsten gehouden voor werkgevers. Tijdensdeze bijeenkomsten hebben zij informatie gekregen over het doen vanaangifte. De laatste bijeenkomst is in april van dit jaar gehouden. Het isnog te vroeg om te kunnen zeggen of er concrete resultaten zijn behaald.Vraag 40Hoe verhouden de maatregelen gericht op het ontmoedigen van hetgebruik van vapes onder jongeren zich tot de cijfers waaruit blijkt datjongeren meer zijn gaan vapen? Wat zegt dit over de effectiviteit van dezemaatregelen?Antwoord:Het is nog te vroeg om iets te zeggen over de effectiviteit van de maatre-gelen. Het actieplan tegen vapen is pas een paar maanden oud, en veelvan de maatregelen moeten hun effect nog laten zien. Om het effect vanhet Actieplan tegen vapen te monitoren gebruik ik de cijfers van hetPeilstationsonderzoek en het HBSC-onderzoek, uitgevoerd door hetTrimbos-instituut en de Universiteit Utrecht.Uit deze onderzoeken bleek dat in 2023 14,3 procent van de scholieren (12t/m 16 jaar) in de laatste maand een vape hadden gebruikt. In 2025 moetdit gedaald zijn naar 12 procent en in 2027, moet dit zijn teruggebrachtnaar maximaal 10 procent. Wel zijn de eerste signalen van het effect vanhet smaakjesverbod positief. Het lijkt erop dat het smaakjesverbod ope-sigaretten (vapes) effect heeft op het gebruik ervan.5 Dat blijkt uit eenevaluatie door het RIVM. Zo geeft 40 procent van de deelnemers aan hetgebruik van e-sigaretten vanwege het verbod in 2024 te hebbenverminderd. Daarnaast zegt 22 procent door het smaakjesverboddaadwerkelijk met vapen te zijn gestopt.Vraag 41Wat zijn uw verwachtingen van het anti-vapeplan op de cijfers vanvapende jongeren?Antwoord:Met de maatregelen uit het Actieplan tegen vapen heb ik heldere doelengesteld. In 2025 moet het aandeel jongeren tussen de 12 en 16 die in delaatste maand heeft vape heeft gebruikt gedaald zijn naar 12 procent en in2027, moet dit zijn teruggebracht naar maximaal 10 procent. Ik monitor ditmet de cijfers van het Peilstationsonderzoek en het HBSC-onderzoek,uitgevoerd door het Trimbos-instituut en de Universiteit Utrecht.Vraag 42Zijn er meetbare effecten van genoemde campagnes om alcoholgebruik tenormeren? Zo ja, kunt u aangeven welke?Antwoord:Met het Nationaal Preventie Akkoord (NPA) heeft VWS verschillendecampagnes van gezondheidsorganisaties ondersteund om het bewustzijn5https://www.rivm.nl/nieuws/twee-op-vijf-vermindert-gebruik-e-sigaretten-na-invoering-smaakjesverbod. Geraadpleegd op 2 juni 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 818 van de schadelijke effecten van alcohol en het eigen drinkgedrag tevergroten. Deze campagnes, die ook in 2024 zijn uitgevoerd, hebbenbijgedragen aan het kennisniveau over de schadelijkheid van alcoholge-bruik en het veranderen van de sociale norm rond alcoholgebruik.•De campagne «Proost op je Gezondheid?» heeft ertoe geleid datmensen meer weten over het effect van alcohol op kanker en dat ditmeespeelt in de keuze om wel of niet te drinken.6 De Kennismonitorlaat zien dat het aantal Nederlanders dat weet dat alcohol de kans opkanker vergroot tussen 2022 en 2024 is gestegen van 32% naar 41%.7•De campagne Dry Januari/Ik Pas stimuleert mensen om hun drinkge-drag op pauze te zetten om te ervaren wat dit met hun lichaam doet.De campagne-evaluatie laat zien dat mensen die meedoen en hundrinkgedrag op pauze zetten, na afloop ook minder drinken danervoor.8•Zien Drinken Doet Drinken heeft als doel om ervoor te zorgen datouders meer bewustzijn van hun voorbeeldgedrag.9 Ouders die decampagne gezien hebben, scoren na afloop positief op kennis,houding, intentie en gedrag10.Voor wat betreft het drinkgedrag zien we dat er de afgelopen jaren sprakeis van een lichte daling van het overmatig en zwaar drinken.11 Het is nietonderzocht of en in welke mate voornoemde campagnes hier direct aanhebben bijgedragen. Het Trimbos-instituut is gevraagd deze cijfers overhet dalende alcoholgebruik te duiden.Daarnaast heeft de Staatssecretaris ingezet op de meerjarige NIX18-campagne die loopt sinds 2014 en gericht is op het versterken van desociale norm dat jongeren onder de 18 jaar geen alcohol drinken. De focusvan de vorige campagne lag op de rol van ouders in het voorkomen dathun kinderen onder de 18 jaar alcohol drinken. Deze campagne heeftverschillende effecten gehad. Zo vonden bijvoorbeeld meer ouders datjongeren onder de 18 geen alcohol horen te drinken, hadden ouders vakerhet vertrouwen dat het hen lukt hierover afspraken te maken met hunkinderen en vonden ouders het ook belangrijker om afspraken te maken.12Daarnaast zien we over de afgelopen jaren (2021 – 2023) dat ook hetaantal scholieren van 12 t/m 16 jaar dat ooit en in de laatste maandalcohol heeft gedronken is gedaald.13 Besloten is om in 2024 de NIX18campagne opnieuw teherijken zodat ook komende periode effect verwacht mag worden vandeze campagne en om de norm te versterken dat jongeren onder de 18jaar geen alcohol drinken.Vraag 43Per 1 januari 2024 is voor e-sigaretten een verbod op smaken anders dantabak van kracht; kunt u cijfermatig aangeven of de illegale handel in dezeproducten sinds die tijd is gestegen of gedaald?6Gezonde Generatie (2024, 1 oktober). Vervolg kenniscampagne «Op je gezondheid?» DeGezonde Generatie. https://www.gezondegeneratie.nl/nieuws/vervolg-kenniscampagne-op-je-gezondheid/.7Oostenbach, K., Tuithof, M., & Voogt, C. (2024). Kennismonitor Alcohol 2024: Kennis over degevolgen van alcoholgebruik onder volwassenen in Nederland (3e editie). Trimbos-instituut.8Bovens, R.H.L.M., Mathijssen, J.J.P. & van de Mheen, H. (2022). Tranzo, WetenschappelijkCentrum Zorg en Welzijn van Tilburg University9Alliantie Alcoholbeleid Nederland (2025, juni 2). Campagne – Zien Drinken, Doet Drinken.https://ziendrinkendoetdrinken.nl/campagne/10Hendriks, H. (2024). Evaluatie campagne ZDDD. Radboud Universiteit.11Expertisecentrum Alcohol van het Trimbos-instituut (2025).12Campagne-effectonderzoek NIX18 (voorjaar 2023)13Expertisecentrum Alcohol van het Trimbos-instituut (2024).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 819 Antwoord:Op dit moment zijn er geen wetenschappelijk betrouwbare cijfers van deomvang van de illegale handel in vapes. Ik wil hier zicht op krijgen meteen onderzoek over illegale handel van vapes, uitgevoerd door BureauBeke. Het onderzoek moet eind dit jaar afgerond zijn. Wanneer hetonderzoek voltooid is, zal ik de uitkomsten delen met uw Kamer.Vraag 44Hoe wordt toezicht gehouden op het nieuwe verkoopverbod vanrookwaren in supermarkten en avondwinkels, en welke eerste nalevings-cijfers zijn bekend?Antwoord:De NVWA houdt toezicht op de naleving van het verkoopverbod voortabaks- en aanverwante producten. De NVWA bezoekt supermarkten enhoreca onder andere op basis van ontvangen meldingen. Van juli tot enmet december 2024 zijn 363 supermarkten en horecagelegenhedengeïnspecteerd. Bij 21% van deze inspecties werd een overtredinggeconstateerd, waarbij is opgetreden met een officiële waarschuwing.Veertig van deze bedrijven zijn onderworpen aan een herinspectie. Bijdeze herinspecties bleek dat bij 73% van de bedrijven geen sprake meerwas van de overtreding. Bij de resterende zaken is een boete opgelegd. Denaleving was het laagst bij avondwinkels en kleine supermarkten en hethoogst in grote supermarkten en de horeca. De uitgebreide factsheet metde inspectieresultaten verkoopverboden 2024 zal nog voor het zomerrecesnaar de Tweede Kamer gestuurd worden.Vraag 45Hoe wordt de effectiviteit van campagnes zoals «Dry January/IkPas» en«Zien drinken doet drinken» beoordeeld, en hoe worden gedragsverande-ringen gemeten?Antwoord:De voornoemde campagnes worden positief beoordeeld en hebbenverschillende effecten gehad, met name op kennis- en attitudeniveau, zieook het antwoord op vraag 42.Vraag 46Welke indicatoren hanteert u om te bepalen of het «verkleinen vangezondheidsachterstanden» met het programma Kansrijke Start daadwer-kelijk lukt?Antwoord:Het RIVM monitort sinds 2019 de invoering van het actieprogrammaKansrijke Start en de hierbij behorende activiteiten aan de hand van eenindicatorenset. Deze indicatorenset is in 2024 herzien en bestaat inmiddelsuit 18 indicatoren, vastgesteld met een panel van experts uit praktijk,wetenschap en beleid. Onderdeel van deze set zijn onder andereindicatoren die betrekking hebben op geboorte uitkomsten, zoals een laaggeboortegewicht en vroeggeboorte.Deze kunnen van invloed zijn op de ontwikkeling, groei en gezondheid vankinderen op latere leeftijd. Met de indicatorenset wordt inzicht verkregenin hoeverre de doelstellingen van het programma ook daadwerkelijkgerealiseerd worden.Tegelijkertijd is het zeer waarschijnlijk dat ook andere beleidsmaatregelen,bijvoorbeeld in de geboortezorg of rondom bestaanszekerheid, effecthebben op deze indicatoren. Het is niet mogelijk om de eventuele effectenvan de maatregelen uit Kansrijke Start en de effecten die voortkomen uitandere beleidsmaatregelen te onderscheiden. Een causale relatie tussenhet actieprogramma en eventuele verbeteringen op indicatoren isTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 820 daarmee niet vast te stellen. Het RIVM rapporteert elk jaar de voortgangvan het landelijk actieprogramma Kansrijke Start. De volgende rapportagewordt begin juli 2025 verwacht.We weten vanuit verschillende onderzoeken dat de gezondheid van eenkind bij de geboorte bepalend is voor de kansen, welzijn en gezondheidvan dat kind later in het leven. Zo heeft Nobelprijswinnaar JamesHeckman in de Verenigde Staten laten zien dat interventies in het jongeleven de grootste winst opleveren op economisch vlak («return oninvestment»): met relatief weinig investering kunnen grote lange-termijnverbeteringen in gezondheid en gelijkheid worden behaald en kostenworden bespaard.14In aanvulling op de monitor Kansrijke Start ben ik voornemens om hetRIVM opdracht te geven voor een aanvullend onderzoek naar de relatietussen zorggebruik en zorguitgaven van zwangeren en hun kinderen ineen kwetsbare situatie. Ook ben ik in gesprek met het Strategisch PubliekPrivaat Partnership Kansrijke Start over het ontwikkelen van een Neder-lands Heckman model. Met behulp van dit model worden de effecten vanvroege interventies op de lange termijn geanalyseerd en uitgedrukt ineconomische en gezondheidswaarde. Hiermee kunnen we wellicht optermijn ook iets zeggen over het effect van het investeren in vroegeinterventies op het verkleinen van gezondheidsachterstanden inNederland.Vraag 47Wat kunt u zeggen over het effect van de Nutri-Score campagne van april2024?Antwoord:2024 was het invoeringsjaar van Nutri-Score en heeft de publiekscam-pagne «Kijk, vergelijk en kies», gelopen. Uit het campagne-effectonderzoek blijkt dat de campagne effectief is geweest in hetbekendmaken van Nutri-Score, uitleggen hoe het logo werkt en hetstimuleren van gebruik bij aankopen. Meer consumenten weten waarNutri-Score voor staat en hoe ze het logo moeten gebruiken (score voorcampagne: 72%, na de campagne 80%), meer consumenten vinden hetNutri-Score logo een nuttig label (52% vs. 59%) en dat helpt om beterekeuzes te maken tussen dezelfde soort producten bij het doen vanboodschappen (44% vs. 52%)15.Vraag 48Waarom wordt de ketenaanpak nog niet overal goed uitgevoerd? Er wordtaangegeven dat dit te maken heeft met samenwerkingsafspraken tussenmedisch en sociaal domein en het uitvoeren van de beoordeling door dehuisarts bij hoogrisicogroepen, kunt u dit nader toelichten?Antwoord:Veel gemeenten zijn bezig om de valpreventieketen volledig in te richtenen te implementeren. Omdat hier verschillende partijen uit verschillendedomeinen (medisch en sociaal en sport) bij betrokken zijn, kost dit veeltijd. Er worden diverse belemmeringen ervaren, waaronder de uitvoeringvan de valrisicobeoordeling door de huisarts bij hoogrisicogroepen. In hetantwoord op vraag 51 geef ik nog andere belemmeringen weer. HetZorginstituut heeft geduid dat het uitvoeren van een valrisicobeoordeling«geneeskundige zorg is zoals huisartsen en medisch specialisten die14The Heckman Equation. (2023, 11 april). The Heckman equation – the Heckman equation.https://heckmanequation.org/the-heckman-equation/Heckman15Campagne-effectonderzoek Nutri-Score | Rapport | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 821 plegen te bieden». De LHV ziet de valrisicobeoordeling voor huisartsen alsextra aanbod en vindt dat paramedici prima in staat zijn om dezebeoordeling te doen. Volgens de duiding mogen paramedici dit echter nieteigenstandig doen. Veel huisartsen volgen hierin het standpunt van deLHV, wat betekent dat er in een deel van het land geen bereidheid is tothet doen van valrisicobeoordelingen, en deze route in de keten hier spaakloopt. Ik probeer om samen met de GALA-partijen, o.a. door middel vanhet delen van goede voorbeelden, huisartsen ertoe te bewegen om dezebeoordelingen toch te gaan uitvoeren, zodat de gehele keten kandoorstromen.Vraag 49Hoe vaak is www.testjevalrisico.nl bezocht sinds de lancering? Is dit hetaantal wat was verwacht? Zo nee, wat gaat u doen om het bereik tevergroten?Antwoord:Sinds de lancering is deze website 71.221 keer bezocht, door 19.436unieke gebruikers. In totaal zijn 16.290 tests voltooid. Ik ben tevreden metdeze cijfers. Vrijwel alle gemeenten zijn onlangs pas begonnen met hetimplementeren van de keten en de verwachting is dat steeds meerouderen deze website gaan bezoeken. Er worden gedurende het jaardiverse bijeenkomsten georganiseerd, door o.a. ouderenbonden,gemeenten en sportorganisaties om aandacht te vragen voor het invullenvan de valrisicotest via deze website. Eind september start de valpreven-tieweek, waarvoor een groot aantal activiteiten is opgetuigd – onderandere een landelijke campagne – om aandacht te genereren voorvalpreventie. Hierbij is de zogenaamde «oproep tot actie» om naar dezewebsite te gaan. Daarnaast heb ik een communicatietoolkit gemaakt en ditjaar geüpdate met marketingmateriaal voor gemeenten. Dit materiaalkunnen zij zelf gebruiken voor hun websites en andere communicatie-uitingen om ouderen aan te zetten om de test te doen. Er wordt tevensingezet op het bereiken van multiculturele doelgroepen, door bijvoorbeeldeen samenwerking met Stichting Ocan en SOM.nl.Vraag 50Wat zijn de eerste uitkomsten van het onderzoek naar een belasting opsuikerhoudende dranken, en wat is de verwachte impact op consumptie-gedrag?Antwoord:In opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sportheeft het RIVM in 202316 berekend wat het verwachte effect is van eengedifferentieerde verbruiksbelasting op de verkoop van (suiker via)alcoholvrije dranken in 2025. Het RIVM heeft berekend dat een gedifferen-tieerde verbruiksbelasting in Nederland in 2025 zou hebben geleid tot eenafname van 11 tot 14 procent (244 tot 323 miljoen liter) in de verkoop vanalcoholvrije dranken. Door een gedifferentieerde verbruiksbelasting kopenmensen 15 tot 18 procent (18 tot 21 miljoen kilogram) minder suiker viaalcoholvrije dranken.Vraag 51Hoeveel gemeenten hebben daadwerkelijk een volledige ketenaanpakvalpreventie geïmplementeerd, en welke belemmeringen worden hetmeest genoemd?Antwoord:16Kamerstukken II 2022/23, 31 532, nr. 283.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 822 Op dit moment heb ik geen actuele cijfers over gemeenten die deketenaanpak wel of niet volledig hebben geïmplementeerd.Het RIVM brengt elk jaar het proces, de voortgang en de resultaten van deketenaanpak Valpreventie in kaart. De laatste monitorcijfers van het RIVMgaan over 2023 en het eerste deel van 2024. 271 gemeenten gaven toenaan een begin te hebben gemaakt met de implementatie van de keten-aanpak.Voor de zomer komt het RIVM met een nieuwe monitor GALA, waarin eenpaar recentere cijfers over afspraken in gemeenten over valpreventieworden weergegeven. Eind oktober dit jaar volgt weer de specifiekevalpreventiemonitor met uitgebreidere informatie.Het implementeren van een volledige ketenaanpak gaat gepaard met denodige uitdagingen. Een van de belemmeringen is het bereiken van dekwetsbare oudere, die niet makkelijk vindbaar is en bijvoorbeeld niet naarvitaliteitsdagen komt. Een andere belemmering is het maken vanafspraken met huisartsen voor het uitvoeren van een valrisicobeoordelingbij ouderen met een hoog risico. Tot slot blijkt het ook lastig om ouderen,na een beweeginterventie, aan structureel aanbod van sportactiviteitenmee te laten doen. Samen met het veld, waaronder gemeenten enzorgverzekeraars, werken we aan het oplossen van deze belemmeringen.Vraag 52Welke gemeenten hebben nog geen volledige valpreventie-keten opgezet,en welke ondersteuning wordt geboden om dit alsnog te realiseren?Antwoord:Op dit moment heb ik geen actuele cijfers, maar ik weet dat veelgemeenten bezig zijn om deze keten volledig in te richten en te implemen-teren. Omdat hier verschillende partijen uit verschillende domeinen(medisch en sociaal en sport) bij betrokken zijn, kost dit veel tijd.Er wordt op vele manieren ondersteuning geboden aan gemeenten om deketen goed te implementeren. Ik noem hierbij een aantal voorbeelden.Veiligheid.nl heeft een uitgebreide websites met alle up-to-date informatieen voorbeelden over valpreventie en de mogelijkheid tot het volgen vanwebinars. Daarnaast is door het RIVM en GGD GHOR een expertpoolvalpreventie ingericht voor advies op maat en is er een leernetwerkvalpreventie van GGD’en. Het RIVM ondersteunt ook, o.a. met het LoketGezond Leven. De preferente zorgverzekeraars werken in de regio veelalals trekker van de hoogrisicoroute. Met het Sportakkoord II werk ik aanmeer beweging voor ouderen en inzet van buurtsportcoaches. Tot slotnoem ik nog de communicatietoolkit die vanuit het Ministerie van VWSwordt verspreid, waarmee gemeenten gratis gebruik kunnen maken vanmarketingmateriaal voor hun eigen valpreventie-uitingen.Vraag 53Hoeveel mensen maken daadwerkelijk gebruik van de valrisico test viatestjevalrisico.nl, en hoe worden deze data ingezet in beleid?Antwoord:Sinds de lancering is deze website 71.221 keer bezocht, door 19.436unieke gebruikers. In totaal zijn 16.290 tests voltooid. Ik ben tevreden metdeze cijfers. Vrijwel alle gemeenten zijn onlangs pas begonnen met hetimplementeren van de keten en de verwachting is dat steeds meerouderen deze website gaan bezoeken. Op 26 mei jl. is de vernieuwdeversie van de online Valrisicotest gelanceerd, op basis van feedback uiteen doelgroeponderzoek onder senioren. De pagina met testuitslag is numeer op maat ingericht, en er zijn lay-out veranderingen gedaan om detest aantrekkelijker en duidelijker te maken.Samen met de VNG en Veiligheid.nl werk ik daarnaast aan het koppelenvan de test en het lokaal aanbod aan interventies en sportactiviteiten voorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 823 ouderen, zodat ouderen op basis van hun testuitslag direct weten waar zeterecht kunnen voor de volgende stap in de keten.Vraag 54In hoeverre heeft de introductie van Nutri-Score op verpakkingen geleidtot verandering in koopgedrag of gezondere keuzes bij consumenten?Antwoord:Momenteel is dat nog niet bekend. In de brief17 van 25 april 2023 over deinvoering van Nutri-Score is toegezegd om het gebruik van Nutri-Score tegaan monitoren. Het RIVM gaat deze monitoring doen. Het uitbrengen vande eerste monitor stond gepland voor 2025 over de producten van 2024.Het RIVM maakt hiervoor gebruik van databases. Voldoende datakwaliteitis belangrijk voor het opleveren van valide en betrouwbare monitoringsre-sultaten. De verwachting is dat begin 2026 de database een actueleweergave geeft van Nutri-Score op de verpakking. Daarom zal de eerstemonitor halverwege 2026 uitgebracht worden.Vraag 55Wanneer kunnen de resultaten van het onderzoek naar oorzaken voor hetdalend condoomgebruik verwacht worden?Antwoord:Het RIVM en Soa Aids Nederland doen onderzoek naar effectieveinterventies voor het stimuleren van condoomgebruik. De resultaten vanhet onderzoek verwacht ik in oktober 2025.Vraag 56Hoe vaak komt het woord pandemische paraatheid voor in hetjaarverslag?Antwoord:De term pandemische paraatheid komt 28 keer voor in het jaarverslag.Vraag 57Is er volgens u in 2024 consistent beleid gevoerd op pandemischeparaatheid?Antwoord:Hoewel de middelen voor de maatregelen pandemische paraatheid dekomende jaren op grond van het Hoofdlijnenakkoord worden afgebouwd,is het afgelopen jaar doorgewerkt aan de verdere uitwerking en imple-mentatie van de maatregelen. Als er meer duidelijk is over een mogelijkealternatieve dekking zal uw Kamer hierover geïnformeerd worden.Vraag 58Zijn de doelen in Nederland en in het Nederlands buitenlandbeleidbehaald betreffende pandemische paraatheid?Antwoord:Op 6 juni 2024 heeft uw Kamer het tussentijdse evaluatierapport Pande-mische paraatheid ontvangen. Hierin wordt gesteld dat het beleidspro-gramma voortvarend van start is gegaan en dat de voortgang wisselend isper (sub)beleidsopgave.Het afgelopen jaar is tevens verder gewerkt aan de borging van een goedeaansluiting tussen de nationale pandemische paraatheid en de structurenen mechanismen op EU en internationaal niveau die gericht zijn op17Kamerstukken II 2022/23, 31 532, nr. 691.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 824 gezondheidsbedreigingen in den brede, waaronder pandemischeparaatheid. Verder hebben de WHO en Europese Commissie recentelijkeen uitgebreide evaluatie van onze nationale preventie, paraatheid enrespons uitgevoerd, die aanvullende inzichten zal geven in de matewaarin Nederland pandemisch paraat is. Het rapport wordt op dit momentafgerond en zal ik uw Kamer doen toekomen zodra deze gereed is.Vraag 59Hoe rijmen de bezuinigingen op pandemische paraatheid zich met deinzet op de versterking van de publieke gezondheid in 2024? Kunnen deplannen en initiatieven die in 2024 zijn gestart, zoals het voorstel om eengrondslag in de Wet publieke gezondheid (Wpg) op te nemen om tekomen tot een meer uniforme werkwijze bij de GGD’en om sneller op teschalen bij een epidemie, worden doorgezet?Antwoord:Het is belangrijk dat wij voorbereid zijn op een pandemie, maar ook opandere mogelijke gezondheidscrises, zoals hybride conflicten of eennatuurramp. Deze verschillende soorten dreigingen vragen omversterking van de weerbaarheid van onze zorg. Als er meer duidelijk isover een mogelijke alternatieve dekking zal uw kamer hierover geïnfor-meerd worden.Concreet ten aanzien van de Wet publieke gezondheid (Wpg) heeft deMinister van VWS uw Kamer in de brief van 9 december 2024 verzocht debehandeling van het wetsvoorstel Tweede tranche wijziging Wet publiekegezondheid aan te houden, totdat duidelijkheid bestaat over de grondslagvan de specifieke uitkering in dit wetsvoorstel. Hierbij is toegezegd uwKamer in het voorjaar van 2025 nader te informeren over de besluit-vorming en eventuele impact op dit wetsvoorstel. De besluitvorming overde grondslag in het wetsvoorstel is op dit moment nog niet afgerond. DeMinister van VWS kan u nu reeds melden dat uw Kamer hierover in hetnajaar van 2025 wordt geïnformeerd.Vraag 60Waarom is er nog steeds geen volledig uniforme werkwijze bij GGD »en,ondanks het feit dat dit al jaren als knelpunt wordt genoemd in devoorbereiding op pandemieën?Antwoord:De verantwoordelijkheid voor de infectieziektebestrijding is belegd bij deburgemeester en wethouders. Iedere veiligheidsregio is, in samenspraakmet de GGD, verantwoordelijk voor de eigen voorbereiding op deinfectieziektebestrijding. Alhoewel er landelijke richtlijnen bestaan hebbende GGD’en bij de uitvoering van veel taken geen uniforme werkwijze.GGD’en hebben namelijk een regionaal karakter en een afzonderlijke,individuele verantwoordelijkheid.Dit is een uitvloeisel van onze gedecentraliseerde eenheidsstaat en daarzijn goede redenen voor. Iedere regio is verschillend met een verschil-lende bevolkingsopbouw en een verschillende infrastructuur. Door hetregionale karakter van de GGD’en kunnen zij zo goed mogelijk aansluitenbij de behoeften van die regio. In de reguliere situatie werkt dit dan ookgoed.Echter, tijdens de COVID-19 pandemie zijn we tegen de beperkingen vandit systeem aangelopen. Daarom heb ik een wetsvoorstel voor eenwijziging van de Wet publieke gezondheid bij uw Kamer aanhangiggemaakt, dat de centrale sturing van de Minister van VWS op dedirecteuren publieke gezondheid bij de bestrijding van een epidemie vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 825 een infectieziekte behorend tot groep A1 of A2, of een directe dreigingdaarvan beoogt.Vraag 61Op basis van welke concrete scenario’s of dreigingen is de uitbreiding vande ministeriële sturingsbevoegdheid in het wetsvoorstel inzake de Wpggerechtvaardigd?Antwoord:De ervaringen tijdens de COVID-19-pandemie wijzen uit dat er in dehuidige infrastructuur voor bestrijding van infectieziekten verbeteringennoodzakelijk zijn. Deze conclusie komt ook terug in diverse, reedsverschenen rapporten over de ervaringen tijdens de pandemie, zoals vanhet Verweij-Jonker instituut en van de Onderzoeksraad voor Veiligheid.Onder andere is geconcludeerd dat – hoewel er rekening werd gehoudenmet de mogelijkheid van nieuwe epidemieën – de ervaringen metCOVID-19 duidelijk hebben gemaakt dat de fijnmazige infrastructuur niet(snel genoeg) kon voldoen aan wat er nodig is voor de bestrijding van eengrootschalige en langdurige epidemie. Geconstateerd is dat er welbehoefte én noodzaak bestond om centraal te kunnen sturen op eenuniforme aanpak en een mate van robuustheid van uitvoering enrandvoorwaarden (zoals ICT). Dat heeft geleid tot het wetsvoorstel inzakede Wpg met daarin de uitbereiding van de ministeriële sturingsbe-voegdheid.Vraag 62Hoe wordt voorkomen dat er wéér bureaucratische lagen ontstaan bij deinvoering van het Landelijk Platform Zorgcoördinatie (LPZ)?Antwoord:In het Landelijk Platform Zorgcoördinatie (LPZ) wordt de beschikbarezorgcapaciteit voor én door de Nederlandse zorgsector inzichtelijkgemaakt. Het LPZ is door VWS als generieke functie voor de zorg terbeschikking gesteld aan Stichting LPZ. Deze stichting bestaat vooralsnoguit de leden van het Landelijk Netwerk Acute Zorg (LNAZ). In de bestuur-lijke afspraken «Inzicht in Zorgcapaciteit»18 uit april 2025 is de intentieopgenomen dat brancheorganisaties ActiZ, AZN, InEen, LNAZ, deNederlandse ggz, NFU en NVZ toetreden tot het bestuur van StichtingLPZ. Ik vind dat een goede ontwikkeling, want inzicht in zorgcapaciteit iseen gedeelde verantwoordelijkheid van alle partijen in de (acute) keten. Ikvind het daarbij belangrijk om in de uitvoering geen onnodige bureaucra-tische hindernissen op te werpen. LNAZ is én blijft als uitvoerende partijvan het LPZ aan de lat staan voor het onderhoud, het beheer, de (beleids-matige) doorontwikkeling en de support van de applicatie.Vraag 63Hoe vaak was er in 2024 sprake van acute tekorten van medischeproducten en geneesmiddelen?Antwoord:Zoals eerder toegelicht zijn er op dit moment geen eenduidige cijfers overgeneesmiddelentekorten, omdat er niet één definitie van een tekort geldt.Zie voor enkele kengetallen over (verschillende aspecten van) geneesmid-delen het antwoord op vraag 21.Voor medische hulpmiddelen heeft het Zorginkoop Netwerk Nederland(ZINN) in 2024 circa 1.000 meldingen van tekorten gepubliceerd. Dit zijngeverifieerde meldingen waarbij een medisch hulpmiddel langer dan 1418Kamerstukken II 2024/25, 29 247, nr. 458.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 826 dagen niet beschikbaar was en waarvoor de fabrikant zelf geen alternatiefin het assortiment had. Deze leveringsonderbrekingen hebben gelukkigniet geleid tot problemen voor de zorgcontinuïteit en/of patiëntveiligheid.Vraag 64Wat zijn de totale kosten (geraamd of gerealiseerd) van het verbeterpro-gramma voor pandemische paraatheid in Caribisch Nederland, en hoewordt de effectiviteit beoordeeld?Antwoord:Centraal in de het verbeterprogramma voor pandemische paraatheid staathet Dutch Caribbean Public Health Expertise Network (DuCaPHEN) dat in2023 is opgericht. In de periode 2023 t/m 2025 is voor DuCaPHEN eenbudget van in totaal € 4,75 miljoen gerealiseerd. Daarnaast is voor deperiode 2026 t/m 2028 een incidenteel budget van in totaal € 5,2 miljoengeraamd.De effectiviteit wordt beoordeeld door jaarlijkse verslagen van DuCaPHENover de gerealiseerde doelen en regulier overleg met de diensten PG/GGDvan de openbare lichamen BES. De voortgang van DuCaPHEN wordtjaarlijks ook besproken in het vierlandenoverleg gezondheid.Daarnaast is het verbeterprogramma gericht op het versterken van deGGD’en op de BES-eilanden. Voor de periode 2025 t/m 2028 is voor deversterking van de GGD’en een incidenteel budget van in totaal € 2,2miljoen geraamd. De beoordeling van de effectiviteit vindt plaats tijdensde reguliere overlegmomenten met de diensten PG/GGD van de openbarelichamen BES.Vraag 65Welke concrete resultaten zijn behaald door het ZonMw-programmagericht op digitale ondersteuning van zorgcontinuïteit tijdens crisissen?Antwoord:Het programma «Doorgang Reguliere Zorg Pandemische Paraatheid»richt zich op de uitdagingen en oplossingen die nodig zijn om devoortgang van reguliere zorg in crisistijden te garanderen. Dit kangerealiseerd worden door geoptimaliseerde (regionale) coördinatie en deinzet van digitale hulpmiddelen die de organisatie en toegankelijkheid vanzorg verbeteren.Het programma is pas recent van start gegaan en er zijn daarom nog geenconcrete resultaten behaald. Op 26 maart 2025 is de eerste subsidieo-proep «Data-oplossingen voor medisch specialistische zorg in crisissitu-aties» uitgegaan. Deze is op 13 mei gesloten. De ontvangen voorstellenworden momenteel beoordeeld door ZonMw.Vraag 66Waarom is pas in 2024 gestart met het opstellen van de Nederlandse lijstvan kritieke geneesmiddelen, terwijl leveringszekerheid al jaren eenbekend probleem is?Antwoord:Het opstellen van deze lijst startte parallel met het opstellen van deEuropese lijst kritieke geneesmiddelen. Nederland is samen met enkeleandere lidstaten (België, Frankrijk, Portugal) één van de eerste landen meteen nationale lijst kritieke geneesmiddelen. Ik ben blij dat we deze lijst nuhebben, omdat het mij helpt om meer gerichte, aanvullende, maatregelente kunnen nemen voor de verbetering van de beschikbaarheid van dezegeneesmiddelen voor patiënten in Nederland.Vraag 67Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 827 Hoe garandeert u dat de aanvullende voorraden antibiotica en salbutamolook daadwerkelijk beschikbaar zijn voor crisissituaties, en hoe wordt ditgecontroleerd?Antwoord:De extra voorraden van essentiële antibiotica en salbutamol aerosolenvan vier weken zijn bedoeld om tijdelijke leveringsonderbrekingen vandeze geneesmiddelen op te kunnen vangen. Daarmee hebben we eenbuffer om tekorten op te vangen en waar nodig naar alternatieven tezoeken. Ik merk voor de volledigheid op dat een voorraad alleen kanworden opgebouwd als er voldoende aanbod is in Nederland van hetgeregistreerde geneesmiddel. Op dit moment is er bijvoorbeeld een tekortvan salbutamol aerosol, en mogen de groothandels hier geen extravoorraad van opbouwen. Er is wel genoeg salbutamol aerosolbeschikbaar voor patiënten via import uit het buitenland.Specifiek voor crisissituaties werk ik samen met mijn collega’s van andereministeries aan de versterking van de maatschappelijke weerbaarheid. Indeze context onderzoek ik ook hoe voorraden voor medische productenvoor crisissituaties het beste vormgegeven kunnen worden. Hierbij kijk ikook in Europees verband hoe de lidstaten elkaars inspanningen opvoorraadvorming kunnen versterken. Hiervoor zal de EuropeseCommissie in de zomer een voorraadvormingsstrategie publiceren.Vraag 68Wat zijn de risico’s van de afhankelijkheid van Europese initiatieven zoalsde verordening kritieke geneesmiddelen (Critical Medicines Act) voor onzenationale leveringszekerheid?Antwoord:Het doel van het kabinet is dat Europa maximaal onafhankelijk is vanlanden buiten Europa voor kritieke geneesmiddelen. Als land is het nietmogelijk alles zelf te produceren. Daarom werk ik samen met anderelanden binnen Europa op dit gebied en ben ik blij met Europese initia-tieven zoals de Critical Medicines Act. Tegelijkertijd vind ik belangrijk datNederland geneesmiddelenproducenten behoudt die kunnen bijdragenaan de leveringszekerheid van kritieke geneesmiddelen voor Nederland.Daarvoor is een gezonde Nederlandse geneesmiddelenmarkt nodig waarook Nederlandse geneesmiddelenproducenten hun brood kunnenverdienen. Ik zet mij daarvoor in, parallel aan de lopende Europeseinitiatieven. Daarvoor verken ik aanvullende opties om registraties vankritieke geneesmiddelen in Nederland te behouden en om aanvragen voornieuwe registraties te stimuleren. Ten slotte investeer ik in goede relatiesmet producerende landen buiten de EU, zoals India, om de toeleverings-keten voor geneesmiddelen te diversifiëren.Vraag 69Hoe wordt het risico op overheidsverliezen beheerst bij de verstrektegaranties aan zorginstellingen, zoals ziekenhuizen en instellingen voorgehandicaptenzorg?Antwoord:Het risico op overheidsverliezen wordt op meerdere manieren beheerst.Allereerst is sprake van een solide borgingsstelsel. Daarbij is geen sprakevan een directe Rijksgarantie. De overheid fungeert als achterborg waaropeen beroep mogelijk is indien het eigen risicovermogen van het WfZ en deobligo vanuit deelnemende zorginstellingen niet volstaat.Deelnemende instellingen betalen een eenmalige premie aan het WfZ,waarmee uitvoeringkosten worden gedekt en het risicovermogen van hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 828 WfZ wordt opgebouwd. Het risicovermogen wordt als eerste aange-sproken als een beroep wordt gedaan op de borging van het WfZ. Indienhet risicovermogen van het WfZ niet volstaat om aan de verplichtingen tekunnen voldoen, dan volgt een beroep op het obligo. Aangeslotenzorginstellingen dienen het WfZ in dat geval een renteloze lening teverstekken die 3% van de uitstaande garanties omvat. Mocht ook dit nietvoldoende zijn om aan de borgingsverplichtingen te kunnen voldoen, dandient het WfZ een beroep te doen op de achterborg. Deze «achterborg»van het Rijk is ongelimiteerd wat betreft omvang en tijdsduur. VWS houdtjaarlijks een begrotingsreserve aan die fungeert als extra vangnet om hetrisico voor de Rijksbegroting nog verder te beperken.Het risicomanagement van het WfZ is erop gericht om de kans op eenberoep op de obligo en achterborg zeer gering te houden.–Allereest is sprake van selectieve toelating. Enkel zorginstellingen dievoldoen een de eisen die het WfZ stelt aan de kredietwaardigheidkomen in aanmerking voor borging. Naast de financiële situatie, wordtdaarbij ook gekeken naar zaken als de juridische structuur en anderezaken die van invloed zijn op het risicoprofiel.–Daarnaast moeten zorginstellingen een solide businesscase aanleve-ren. Het WfZ toetst daarbij ook de nut en noodzaak van de investerin-gen bij de inkopende partijen.–Het WfZ kijkt ook naar de risico’s die het op portefeuilleniveau kandragen. Dit resulteert onder andere in een «borgingsplafond» perindividuele deelnemer.–Voor zorginstellingen die deelnemer zijn bij het WfZ wordt dekredietwaardigheid minimaal 2 kaar per jaar opnieuw beoordeeld. Opdeze manier komen eventuele financiële problemen tijdig in beeld.–Zorginstellingen die deelnemer zijn bij het WfZ zijn bovendiengebonden aan een Reglement van Deelneming, waarin een aantalrisicobeperkende aspecten zijn vastgelegd.Sinds de oprichting van het WfZ in 1999 is er 2 keer sprake geweest vaneen faillissement van een WfZ deelnemer. In beide gevallen volstond hetrisicovermogen van het WfZ ruimschoots om aan zijn verplichtingen tevoldoen zonder een beroep te doen op het obligo en de achterborg.Vraag 70Welke terugkerende oorzaken liggen ten grondslag aan de onderuit-putting? Wat valt onder de overige meevallers?Antwoord:De redenen voor structurele onderschrijding verschillen per beleidson-derwerp. Bij de begrotingsgefinancierde uitgaven wordt onderschrijdingvaak veroorzaakt door vertraagde uitvoering of onbenutte subsidies. Bijde premiegefinancierde zorguitgaven is de afgelopen jaren met namesprake geweest van structurele onderuitputting in de w(kverpleging. Naarde onderschrijding in de wijkverpleging zijn de afgelopen jaren verschil-lende onderzoeken gedaan. Dit onderzoek heeft aangetoond dat deoorzaak een combinatie is van factoren, waaronder de toegenomendoelmatigheid: het gemiddelde aantal zorguren per cliënt is de afgelopenjaren flink afgenomen. Ook personeelstekorten worden genoemd alsoorzaak van de onderschrijding. Een andere verklaring voor de toene-mende onderschrijding is dat in het Integraal Zorgakkoord (IZA) voor dewijkverpleging een ruim kader is afgesproken om de sector groeiruimte tebieden. Uit onderzoek blijkt dat de wijkverpleging, ondanks de onder-schrijding, goed toegankelijk is en dat mensen over het algemeen snelzorg kunnen krijgen wanneer dat nodig is. Overige meevallers zijn eenoptelsom van diverse kleine posten bij elkaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 829 Vraag 71Gaat u het geld voor de zorg behouden voor de lijst in tabel 7 metonderuitputting? Kan de Kamer met voorstellen komen om deze middelennuttig in te zetten binnen het zorgdomein, zoals extra financieringzorgzame buurten?Antwoord:Geld op de VWS-begroting dat in 2024 niet is uitgegeven, is in 2025 nietmeer beschikbaar om aan de zorg te besteden. Deze meevallers wordengebruikt om tegenvallers op te vangen. Indien er meer meevallers zijn dantegenvallers, dan vloeien de middelen terug naar de Staatskas.Vraag 72Waarom is de subsidieregeling Post-Covid (2,5 miljoen euro) onbenutgebleven?Antwoord:Naar aanleiding van het gew(zigde amendement van het lid Bushoff c.s.is het kasbudget b( nota van w(ziging op de ontwerpbegroting verhoogdmet € 21 miljoen om extra middelen beschikbaar te kunnen stellen voorde regeling zorgmedewerkers met langdurige post-COVID klachten.De middelen van dit amendement z(n ingezet ten behoeve van definanciële ondersteuning voor zorgmedewerkers met post-COVID. Met ditamendement (t.w.v. € 21 miljoen) is het bedrag per zorgmedewerkerverhoogd van € 15.000 naar € 24.010. Ook geldt de regeling voor meermensen: zorgmedewerkers die ziek z(n gemeld in de periode van maart2020 tot en met december 2020 konden met de w(ziging van de regelingook een aanvraag indienen. In totaal is voor meer dan € 21 miljoenuitgekeerd in 2024. B( Slotwet is € 2,5 miljoen overgebleven omdat voorde aanvragen vanuit 2023 ook gebruik kon worden gemaakt van deeindejaarmarge 2023–2024.Vraag 73Hoeveel meer mensen hadden in 2024 een betalingsachterstand in depremiebetaling van de zorgverzekering dan in het jaar daarvoor? Hoeverklaart u dat het aantal mensen met een betalingsachterstand hogeruitviel dan verwacht?Antwoord:Verzekeringnemers met een betalingsachterstand ter hoogte van zesmaanden zorgpremie worden door de zorgverzekeraar aangemeld bij hetCAK voor de regeling betalingsachterstand zorgpremie. Het CAK legt aanhen een bestuursrechtelijke premie op.Eind 2023 werd bij circa 179.000 verzekeringnemers bestuursrechtelijkepremie opgelegd. Eind 2024 waren dit er circa 186.000. Dit aantalfluctueert de laatste jaren tussen de 170.000 en 200.000, maar blijft forslager dan het hoogste aantal (325.000) begin 2015.Er zijn verschillende variabelen die van invloed zijn op het aantalverzekeringnemers met een betalingsachterstand zorgpremie. Bijvoor-beeld de stand van de economie. Ook valt op dat in de jaren waarin we opgrote schaal te maken hadden met de ziekte Covid-19 en veel mensen inverband hiermee overheidssteun kregen, relatief minder mensen eenbetalingsachterstand zorgpremie hadden.Vraag 74Kunt u specifieker aangeven waar de 17 miljoen euro aan vrijgevallenmiddelen voor de subsidieregeling Veelbelovende zorg aan besteed hadTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 830 moeten worden? Zijn er taken of processen die hierdoor geen doorgangkonden vinden?Antwoord:In 2024 was er voor de Subsidieregeling veelbelovende zorg een budgetvan € 47,3 miljoen beschikbaar. Dit budget was bedoeld voor hetsubsidiëren van onderzoek naar de effectiviteit en kosteneffectiviteit van(nieuwe) zorg ten opzichte van de huidige behandeling. Een deel van debeschikbare middelen voor 2024 is niet uitgegeven en daardoor vrijge-vallen. Dit komt doordat er minder subsidies zijn verstrekt dan- in hetbeschikbare budget paste. Er zijn namelijk te weinig onderzoeksaanvrageningediend die voldeden aan de subsidievoorwaarden. Alle ingediendeonderzoeksaanvragen die voldeden aan de subsidievoorwaarden hebbeneen subsidie kunnen ontvangen.Vraag 75Waarom vallen de uitgaven voor 2024 7,8 miljoen euro lager uit dangeraamd voor middelen CAK noodzakelijke medische zorg vreemde-lingen, terwijl straatdokters en dergelijke aangeven niet genoeg geld tekrijgen voor structureel goede zorg aan onverzekerden? Zijn de criteria testreng?Antwoord:De lagere uitgaven hebben betrekking op de Regeling onverzekerbarevreemdelingen (OVV) en niet op de Subsidieregeling medisch noodzake-lijke zorg aan onverzekerden (SOV). De kosten van zorg die ten laste zijngebracht van de OVV zijn de afgelopen jaren flink gestegen. In tabel 18 oppagina 49 van het Jaarverslag is te zien dat de uitgaven zijn toegenomenvan € 47,1 miljoen in 2021 naar € 63,7 miljoen in 2024. Dat er in de 2eSuppletoire begroting 2024 een meevaller van € 7,8 miljoen is gemeld, ishet gevolg van een eerdere forse verhoging van het budget 2024 dieuiteindelijk niet volledig nodig bleek.Vraag 76Is er sprake van een kasschuif naar 2025 bij de vrijval van de SETmiddelen?Antwoord:In 2024 zijn niet alle SET middelen besteed. Dit kwam onder anderedoordat sommige projecten tijdelijk zijn opgeschort. In enkele gevallenzijn deze projecten niet hervat, waardoor middelen onbenut zijn gebleven.Hierdoor is er minder subsidie uitgekeerd dan oorspronkelijk was begroot,en is er budget vrijgevallen. Een kasschuif was niet nodig, omdat er in hetbestedingsplan voor 2025 al voldoende SET middelen waren opgenomen.Vraag 77Kunt u specifieker aangeven waar de terugontvangsten van subsidies(SVB) in eerste instantie voor gereserveerd waren? Zijn er programma’sdie hierdoor geen doorgang konden vinden?Antwoord:De terugontvangsten van de SVB betreffen uitvoeringskosten voor hettrekkingsrecht pgb over 2021 en 2022 van totaal ongeveer € 3,5 miljoen.De jaarlijkse uitvoeringskosten bleken minder dan 5% lager dan geraamd.Dit zijn dus feitelijk geen subsidies. De budgetten voor uitvoeringskostenSVB zijn specifiek daarvoor gealloceerd en verdringen daarom geenandere programma’s. Overige terugontvangsten hebben geen betrekkingop de SVB.Vraag 78Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 831 Waarom is 14,8 miljoen euro voor instellingssubsidies vanPG-organisaties onbenut gebleven?Antwoord:Met het nieuwe beleidskader voor patiënten- en gehandicaptenorgani-saties is jaarlijks € 50 miljoen beschikbaar gesteld voor het versterken vande positie van patiënten en cliënten. Omdat het opzetten en uitvoeren vanenkele programma’s meer tijd in beslag nam dan verwacht is in 2024incidenteel € 7,9 miljoen onbenut gebleven, zoals toegelicht in hetbeleidsverslag van het jaarverslag. In de onderuitputtingsanalyse is echterper abuis een verkeerd bedrag genoemd van € 14,8 miljoen.Vraag 79Kunt u specifieker aangeven waar de 28 miljoen euro aan vrijgevallenmiddelen voor de apparaatskosten aan besteed waren als er geenarbeidsmarktkrapte was? Zijn er taken of processen die hierdoor geendoorgang konden vinden?Antwoord:In de onderuitputtingsanalyse is een onderuitputting opgenomen van€ 28 miljoen op de apparaatskosten. Dit is een optelsom van alle mee- entegenvallers die zich hebben voorgedaan bij de 2e suppletoire begrotingen de Slotwet. Dit betreft zowel uitgaven op personele budgetten alsmateriële budgetten, bij zowel het kerndepartement als de IGJ en deraden. Het is niet goed aan te geven of er taken en processen zijn diehierdoor geen doorgang konden ondervinden, onder andere omdat hetsoms kleine bedragen betreft.Vraag 80Hoe wordt bij nieuwe beleidsinitiatieven concreet rekening gehouden metkrapte op de arbeidsmarkt in de zorg, en hoe wordt dit meegewogen bijbegrotingsvoorstellen?Antwoord:Voor bestaand en nieuw beleid is een extra kopje «arbeidsmarkteffectenzorg- en welzijnsveld» in de beslisnota toegevoegd die i.h.k.v. de WOOook meegaat naar de Kamer. Daar moet worden aangegeven of, en zo jahoe, het beleid b(draagt aan het afwenden van het onbeheersbarearbeidsmarktekort binnen zorg en welzijn. Daarnaast wordt bekeken hoeverwachte arbeidsmarkteffecten van nieuw beleid mee kunnen wordengenomen in het beleidskompas, specifiek voor VWS.Vraag 81Waarom wordt tot op heden bij het opstellen van individuele beleids-plannen niet op structurele wijze rekening gehouden met de schaarste opde arbeidsmarkt?Antwoord:Sinds begin 2025 wordt bij het opstellen van beleidsplannen wel opstructurele wijze rekening gehouden met schaarste op de arbeidsmarkt.Voor bestaand en nieuw beleid is namelijk een extra kopje «arbeidsmarkt-effecten zorg- en welzijnsveld» in de beslisnota toegevoegd die i.h.k.v. deWOO ook meegaat naar de TK. Daar moet worden aangegeven of, en zo jahoe, het beleid b(draagt aan het afwenden van het onbeheersbarearbeidsmarktekort binnen zorg en welzijn. Daarnaast wordt bekeken hoeverwachte arbeidsmarkteffecten van nieuw beleid mee kunnen wordengenomen in het beleidskompas, specifiek voor VWS.Vraag 82Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 832 Hoe gaat u de doelen om gezondheidsverschillen te verkleinen kabinets-breed verstevigen met gezondheid in alle beleidsterreinen? Komt hier eenaparte agenda voor met financiering? Hoeveel fte is hier extra voorvrijgemaakt binnen de verschillende ministeries? Welke bewindspersoonheeft de hoofdverantwoordelijkheid? Welke concrete doelen zijn ofworden er gesteld?Antwoord:De beleidsagenda «gezondheid in alle beleidsdomeinen» is tevens eenreactie op SER briefadvies sociaaleconomische gezondheidsverschillen«gezond opgroeien, wonen en werken»19 en is daarmee ook de agendavoor het terugdringen van gezondheidsachterstanden. De vier impactvollebeleidsthema’s van deze beleidsagenda te weten: Bestaanszekerheid enwerk, Gezonde generatie, Gezonde fysieke leefomgeving en Van zorg naargezondheid en welzijn bevatten diverse maatregelen die gericht zijn ophet verminderen van gezondheidsachterstanden.De financiering van deze maatregelen worden bekostigd uit bestaandemiddelen. Zo wordt bijvoorbeeld met het Nationaal ProgrammaLeefbaarheid en Veiligheid (NPLV) door het Rijk samen met gemeenten enandere lokale partijen langjarig ingezet om de leefbaarheid en veiligheidin 20 focusgebieden in 19 steden te verbeteren. In het kader van het NPLVvoert het Ministerie van VWS bijvoorbeeld nu een verkenning uit naar hetterugdringen van gezondheidsachterstanden. Daarnaast wordt Pharos(expertisecentrum gezondheidsverschillen) door het Ministerie van VWSgefinancierd. Pharos ondersteunt beleidsmakers, zorgverleners en andereprofessionals bij de aanpak van gezondheidsachterstanden. Verderontvangen gemeenten, via de Brede SPUK, middelen om uitvoering tegeven aan de afspraken uit het GALA en Sportakkoord II, waaronderstructurele middelen voor het terugdringen van gezondheidsachter-standen.De personele inzet van departementen komt uit de bestaande personeels-formatie.Het Ministerie van VWS is de coördinerend bewindspersoon voor debeleidsagenda. Betrokken departementen zijn zelf verantwoordelijk voorde bijdrage die zij leveren aan de beleidsagenda.De beleidsagenda «Gezondheid in alle beleidsdomeinen» is een eersteversie en wordt nog verder doorontwikkeld. In de komende tijd wordt –onder meer samen met gemeenten en maatschappelijke partners –gewerkt aan meer focus en concretere langere termijn-doelen. Voor heteinde van het jaar wordt u hierover in de eerste voortgangsrapportagegeïnformeerd.Vraag 83Waar maakt u in het jaarverslag een koppeling met de Monitor BredeWelvaart? Waarom verwijst u alleen naar de VTV 2024, gaat u bij debegroting wel de koppeling maken met de Monitor Brede Welvaart? Gaatu concrete doelen voor de komende jaren formuleren, gebaseerd opgenoemde monitor?Antwoord:Voor de analyse in het jaarverslag zijn de cijfers gebruikt die het besteinzicht geven in de resultaten van het kabinetsbeleid. De VTV biedt hiereen goede basis voor omdat deze voor een aantal onderwerpen eenspecifiekere analyse geeft van de maatschappelijke opgaven en daarbijaangrijpingspunten biedt voor beleid. Daarnaast biedt de VTV ook inzicht19SER (2023), Gezond opgroeien, wonen en werkenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 833 in de lange termijn ontwikkeling, zodat veranderingen als gevolg vanbeleid beter geanalyseerd kunnen worden.De Monitor Brede Welvaart geeft met cijfers inzicht in de stand van zakenop thema’s zoals welzijn en gezondheid, en toont hoe welvaart is verdeeldover verschillende bevolkingsgroepen. Daarbij geeft de Monitor BredeWelvaart momentopnamen en trends, maar laat het niet zien waarombepaalde ontwikkelingen plaatsvinden of hoe indicatoren elkaarbeïnvloeden.In de Kabinetsreactie op de Monitor Brede Welvaart d.d. 21 mei20 wordtuiteen gezet hoe het beleid bijdraagt aan de Brede Welvaart en hoe dedoelstellingen van dit kabinet op het gebied van brede welvaart leidendzijn bij het maken van beleid en het stellen van prioriteiten.Vraag 84Wat heeft de hogere realisatie op het budget van de Nederlandse Voedsel-en Warenautoriteit (NVWA) veroorzaakt?Antwoord:Naar aanleiding van een mondelinge vraag in de Tweede Kamer uit 2018heeft de NVWA inspecties uitgevoerd bij tabaksspeciaalzaken, super-markten en tankstations naar samenwerkingsovereenkomsten mettabaksfabrikanten in het kader van de verkoopbonussen en overigevergoedingen voor promotie van tabaksproducten en aanverwanteproducten (Handelingen II 2017/18, nr. 98, item 5). Het College van Beroepvoor het bedrijfsleven (CBb) heeft op 20 februari 2024 de reikwijdte vanhet reclameverbod nader geduid en heeft geconcludeerd dat de boetesten onrechte zijn opgelegd. Dit heeft geleid tot een extra terugbetaling van11,2 mln. euro van boetezaken in het kader van verkoopbonussen Tabak.Daarnaast zijn de uitgaven van de NVWA in 2024 met € 0,9 miljoengestegen door het besluit van het CBb op 26 september 2023 dat deNVWA de kostenposten in de tarieven voor de uitvoering van keuringen inde toekomst zelf moet betalen.Tot slot is er een loon- en pr(sbijstelling uitgekeerd van € 10,4 miljoen tercompensatie van de hogere kostprijs als gevolg van o.a. de nieuwe CAORijk.Vraag 85Is het feit dat het aantal aanvragen voor meerzorg voor cliënten met eenVG7-indicatie is toegenomen niet een teken dat het reguliere tarief in veelgevallen onvoldoende is?Antwoord:Dit is mogelijk het geval voor een klein deel van de VG7 doelgroep.Meerzorg is een tijdelijke maatwerk regeling die het mogelijk maakt ompassende zorg en ondersteuning te organiseren voor de meest intensieveen complexe zorgvragen, wanneer mensen meer dan 25% meer zorg enondersteuning nodig hebben dan het zorgprofiel biedt. Het zorgkantoortoetst of aan de voorwaarden wordt voldaan om voor Meerzorg inaanmerking te komen.Momenteel loopt het kostenonderzoek van de NZa wat inzicht zal geven ingemiddeld genomen kostendekkende tarieven voor o.a. VG7. Sindsjanuari 2025 zijn reeds de tarieven voor VG7 met 6,2% verhoogd. Welkmogelijk effect dit heeft op de Meerzorg aanvragen is nog niet bekend.Een deel van de zorgaanbieders geeft aan zich voornamelijk te richten opde meest intensieve en complexe zorg- en ondersteuningsvragen.20Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 298, nummer 41.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 834 Hierdoor is één gemiddeld tarief voor zorgprofiel VG7 op basis van eengewogen gemiddelde kostprijs van de hele VG7-populatie minderpassend. Daarom hebben de VGN, ZN en de NZa met steun van VWS hetafgelopen jaar onderzocht of het mogelijk en wenselijk is te differentiërenin de bekostiging voor de groep «VG7-plus» binnen het zorgprofiel VG7.Voorzien wordt dat het gebruik van Meerzorg af zal nemen wanneer deprestatie VG7-plus in werking treedt. Begin juli 2025 beslist de NZa of dedifferentiatie in werking kan treden, wat dan in zou gaan per januari 2026.Vraag 86Hoe gaat u het traject van aanvragen versimpelen bij het stimuleren vande Domein overst(gende (DOS)-experimenten? Hoe gaat u deze nietbestede middelen (10,1 miljoen euro) in 2025 extra beschikbaar stellen?Hoe gaat u alle formulieren en Key Performance Indicators (KPI’s)reduceren bij het Domein overstijgend samenwerken? Bent u het ermeeeens dat alleen informatie en communicatie niet voldoende zijn?Antwoord:Vanaf het jaar 2026 zullen de aanvragen voor domein overstijgendesamenwerking verlopen via de zorgkantoren en niet meer via eenspecifieke uitkering op de VWS-begroting. Dit maakt het proces voor deaanvragers eenvoudiger.Voor het jaar 2025 is een nieuw budget beschikbaar voor de kosten van deexperimenten (€ 27 miljoen). Momenteel worden de aanvragen in de 2eronde nog beoordeeld, maar de verwachting is dat het beschikbarebudget voldoende is om alle aanvragen te kunnen honoreren. Het isdaarom niet nodig om de resterende middelen van 2024 toe te voegenaan het budget 2025.Het is van belang dat de experimenten kunnen worden gevolgd doormiddel van een landelijke monitor die wordt uitgevoerd door de VUAmsterdam. Het eerste tussenrapport van deze monitoring ontvangt uwKamer in het najaar van 2025.Aan de hand van resultaten van de monitor kan ook worden bezien of hetuitvoeringsproces (inclusief de nu gebruikte formulieren en indicatoren)kan worden verbeterd.Vraag 87Wat is het effect van het Digital United Training Concepts for Healthcare(DUTCH) op de opleidingsduur?Antwoord:Het Digital United Training Concepts for Healthcare (DUTCH) projectbeoogt primair een transformatie van scholing, bij- en omscholing vanzorgprofessionals door middel van schaalbare digitale leermiddelen enfysieke en virtuele simulatie. Zo zal er aanzienlijk minder fysieke capaciteit(operatiekamers e.d.) en begeleidingscapaciteit nodig zijn. Per saldokunnen er meer mensen worden opgeleid en zijn zij naar verwachtingsneller inzetbaar in de praktijk. Het inkorten van de opleidingsduur is opzichzelf niet een beoogd doel.Vraag 88Wanneer in 2025 kan de Kamer de brief verwachten over de vraag hoewordt omgegaan met het wetsvoorstel Opvraagbaarheid gegevens bijspoedeisende zorg (Wogs)?Antwoord:Het doel en de reikwijdte van het wetsvoorstel Opvraagbaarheid gegevensbij spoedeisende zorg, ook wel het wetsvoorstel Opvraagbaarheidgegevens bij acute zorg (hierna: Wogaz) heeft grote overlap met deEHDS-verordening. Vanwege de brede scope van de EHDS is het nietTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 835 zinvol een apart wetsvoorstel naar de Kamer te brengen als hetzelfde metde implementatie van de EHDS kan worden bereikt. Het verbeteren vandatabeschikbaarheid in de spoedeisende zorg en daarmee betere zorg indie situaties kunnen realiseren, is vanzelfsprekend nog steeds evenbelangrijk en kan met de EHDS implementatie worden geborgd.Alles dat voor de Wogaz geregeld moet worden wordt meegenomen in deEHDS implementatie, zodat de Wogaz overbodig is geworden. Dit isbevestigd in de laatste stand-van-zaken-Kamerbrief. Om die reden zal overhet niet verder in procedure brengen van de Wogaz geen nieuwe brief aande Kamer worden toegestuurd. Wel stuurt de Minister van VWS na dezomer een Kamerbrief aan het parlement toe waarin de gevolgen van deEHDS-verordening voor de Nederlandse wetgeving uiteen worden gezet.In diezelfde brief zal ook worden beschreven op welke wijze de EHDS zalworden geïmplementeerd. (PM Onderin)Vraag 89Waarom duurde het proces van afstemmen van plannen met de betrokkenMSZ-koepels in het kader van het programma Uitkomstgerichte Zorglanger dan verwacht?Antwoord:Het programma Uitkomstgerichte Zorg is een gezamenlijk programmavan VWS, ZIN en de MSZ-koepels. Zorgvuldige afstemming aan devoorkant met alle partijen is belangrijk omdat dit voor betrokkenheid enherkenning zorgt, wat uiteindelijk leidt tot minder vertraging verderop inhet proces. Het afstemmen van de plannen duurde aanvankelijk langerdan verwacht omdat de plannen betrekking hebben op het implementerenvan uitkomstgericht werken in de praktijk. Afstemming met de achter-bannen van de MSZ-koepels is hiervoor noodzakelijk, om er voor tezorgen dat hun specifieke wensen en zorgen werdenmeegenomen in het proces. Deze voortdurende afstemming zorgde voorextra tijdsinvestering, omdat er ruimte moest zijn voor overleg, feedbacken aanpassingen voordat er consensus was.Vraag 90Met hoeveel uitval hebben de opleidingen advanced nurse practitioner(ANP) en physician assistant (PA) te maken? In welke fase van de studievallen studenten uit en met waarom?Antwoord:Het rendement van de opleiding tot ANP vanaf 2001 tot 2024 is 85% envoor de opleiding tot PA is dat 88%. De uitval is niet gebonden aan eenspecifieke fase van de opleiding maar de opleidingsinstituten gevendesgevraagd aan dat deze te verklaren is door de volgende drie factoren(in volgorde van belangrijkheid):1.Persoonlijke omstandigheden zoals scheiding of langdurige ziekte.2.Geen goede keuze en/of de verantwoordelijkheid niet aan kunnen vanANP of PA.3.Niet kunnen kwalificeren naar het niveau van ANP of PA.Vraag 91Hoeveel artsen maatschappij en gezondheid heeft Nederland momenteel?Hoeveel studeren er naar verwachting af in het studiejaar 2025/2026?Antwoord:Volgens het BIG-register telt Nederland op 1 mei 2025 nu 698 artsenmaatschappij en gezondheid. Naar verwachting studeren er in het jaar2025 in totaal 186 artsen maatschappij en gezondheid af (117 in fase 1 en69 in fase 2). In het jaar 2026 zijn dit er naar verwachting 147 (93 in fase 1en 54 in fase 2).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 836 Vraag 92Waarom konden middelen niet tijdig worden ingezet bij de zorginstel-lingen op de BES-eilanden?Antwoord:VWS is verantwoordelijk voor de zorg op de BES-eilanden en zet ondermeer in op digitalisering. Voor digitalisering op de BES-eilanden kon in2024 per saldo € 3,7 miljoen niet meer worden ingezet bij de zorginstel-lingen, doordat de plannen voor inzet van deze middelen niet op tijdgereed waren. De plannen voor digitalisering op de BES-eilanden wordendoor de zorginstellingen nader uitgewerkt. Van de middelen die niet meerin 2024 konden worden ingezet is via een kasschuif in totaal € 1,7 miljoenovergeheveld naar 2025 en 2026.Vraag 93Wat zijn de ervaringen tot nu toe met betrekking tot het versterken vanlokale teams? Loopt dit volgens verwachting of ziet u mogelijkheden voorverbetering?Antwoord:Er wordt stevig ingezet op het versterken van lokale teams. Dit is eenbelangrijke doelstelling binnen de Hervormingagenda Jeugd. Er zijnwerkpakketten stevige lokale teams opgeleverd. Deze bevatten kennis uitonderzoek en praktijk om als gemeenten de basis van een stevig lokaalteam neer te zetten. Gemeenten kunnen hier zelf mee aan de slag (bijv. viawebinars van de VNG). Verder kunnen ze gebruik maken van de hulp diewordt geboden door het ondersteuningsteam stevige lokale teams van deVNG (via het ondersteuningsteam zorg voor de jeugd)Het ondersteuningsteam heeft inmiddels 108 gemeenten ondersteund (ofheeft de afspraak gemaakt om korte termijn te starten). Een deel van degemeenten kan met advies en voorlichting zelf aan de slag. Diversegemeenten zijn met coaching trajecten gestart en inmiddels is ook eenaantal van deze trajecten afgerond. Ook wordt breder ingezet op hetversterken van lokale teams voor alle inwoners (niet alleen kinderen,jongeren en gezinnen). Er is een richtinggevend kader voor toegang,lokale teams en integrale teams (0–100)[1] vastgesteld waarbij hetVerkenningsinstrument Toegang (VIT)[2] gemeenten helpt om te kunnenzien waar ze staan ten opzichte van dit kader.Vraag 94Hoeveel professionals hebben gebruikgemaakt van de bij het traject«Wijzer met de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling»gesprekshandleiding ten opzichte van de situatie voor 2024? Wat zijn deervaringen van de professionals met deze gesprekshandleiding?Antwoord:De gesprekshandreiking is ontwikkeld als onderdeel van het traject »Wijzer met de meldcode» dat halverwege 2023 is gelanceerd. De websitewaarop informatie en ondersteunende tool over de meldcode beschikbaarzijn meer dan 80.000 keer bezocht. De gesprekshandreiking is hiervan eenbelangrijk onderdeel, met als doel professionals te ondersteunen bij hetonderling bespreken van dilemma’s waar zij in de praktijk tegenaan lopen.Tijdens de testfase is intensief met professionals gesproken. De algemeneconclusie uit deze fase is dat de handreiking helpt de drempel te verlagenom zorgen en twijfels bespreekbaar te maken. Sinds de lancering is degesprekshandreiking meer dan 15.000 keer geraadpleegd. Hoewel we nietexact kunnen vaststellen hoeveel professionals hiermee hebben gewerkt –de tool is namelijk vrij beschikbaar en wordt door teams zelfstandig en opTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 837 verschillende manieren toegepast – wijst het gebruik cijfer op bredeinteresse en inzet in de praktijk.Vraag 95Welke activiteiten worden bedoeld die ervoor moeten zorgen datbelangrijke vormen van jeugdzorg blijven bestaan?Antwoord:Jeugdhulpaanbieders die activiteiten verrichten in het kader van crucialejeugdhulp, zoals bijvoorbeeld gesloten jeugdhulp en pleegzorg, kunnen inaanmerking komen voor de subsidieregeling continuïteit crucialejeugdzorg. Het gaat dan om aanbieders die in acute liquiditeitsproblemenverkeren en waardoor zonder de subsidieregeling de continuïteit vancruciale jeugdhulp direct in gevaar zou komen.Vraag 96Weet u waarom het percentage van de bevolking dat (veel) belang hechtaan 4 en 5 mei licht lijkt te dalen?Antwoord:Uit het Nationaal Vrijheidsonderzoek 2025, een jaarlijks terugkerendonderzoek over herdenken en vieren in Nederland, blijkt een lichte afnamevan het aantal mensen dat 4 en 5 mei heel belangrijk vindt. Tegelijkertijdblijkt uit dit onderzoek dat er nog steeds een breed draagvlak is in deNederlandse samenleving voor 4 en 5 mei: 80% van de deelnemers aanhet onderzoek vindt de Nationale Herdenking belangrijk of heel belangrijk,voor Bevrijdingsdag is dit 73%. Verder blijkt uit het onderzoek dat er eenlichte toename is van de mate waarin men heeft stilgestaan bij deNationale Herdenking en Bevrijdingsdag. Het Vrijheidsonderzoek wordtuitgevoerd in opdracht van het Nationaal Comité 4 en 5 mei.Vraag 97Wanneer worden de resultaten van het onderzoek om beter zicht te krijgenop de ontwikkeling van het niet-gebruik van zorgtoeslag verwacht?Antwoord:Het streven is om voor de zomer de Kamer te informeren over de monitorniet-gebruik.Vraag 98Hoe komt het dat er meer dan 50% meer is uitgegeven aan externe inhuurdan was begroot?Antwoord:Een deel van de uitgaven voor externe inhuur kan niet worden begrootomdat van tevoren moeilijk is in te schatten of bepaalde vacatures kunnenworden gevuld. Wanneer reguliere werving van vacatures in de huidige(krappe) arbeidsmarkt niet direct succesvol verloopt, moet hiervoor teroverbrugging externe inhuur worden ingeschakeld, omdat het lopendeactiviteiten betreft. De hoger uitgevallen externe inhuur in 2024 heeft zichvoornamelijk voorgedaan op de advisering voor automatisering, watvoornamel(k ICT-gerelateerde projecten zijn. Dit kent een aantal oorzaken.Enerz(ds z(n projecten van een zodanig specifieke aard dat het vast indienst nemen van personeel niet doelmatig is. Anderz(ds bl(kt hetmoeil(k om mensen uit de ICT-sector vast in dienst te nemen voor hetdepartement en uitvoeringsorganisaties waarb( dit vanuit een beleids-oogpunt wel wensel(k is. Ook is er een aantal uitvoeringsorganisaties dierelatief laat in het jaar middelen voor apparaatskosten krijgen overge-heveld. Omdat deze organisaties relatief veel externe inhuur hebben,wordt ook meer aan externe inhuur uitgegeven dan vooraf begroot.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 838 Vraag 99Wat gebeurt er als het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sportvoorbij het streefgetal van 55% vrouwen in schaal 15+ gaat?Antwoord:De Rijksbrede richtlijn genderdiversiteit in de top (vanaf schaal 15) isvastgesteld in 2020 en is opgenomen in het Kaderboek Organisatie enBedrijfsvoering Rijksdienst. Het doel van VWS is om een evenwichtigeafspiegeling van de samenleving te hebben. VWS zal blijven sturen opeen evenwichtige samenstelling van het personeelsbestand door middelvan in- en doorstroommaatregelen.Vraag 100Waarom kiest u voor streefcijfers op basis van culturele herkomst(niet-westerse migratieachtergrond)?Antwoord:Het percentage ambtenaren met een herkomst buiten Europa valt onderde richtlijn culturele diversiteit. Rijksbrede richtlijnen over culturelediversiteit en gender (vastgesteld in 2018 en 2020) zijn opgenomen in het«Kaderboek Organisatie en Bedrijfsvoering Rijksdienst». Deze richtlijnenzijn onderdeel van het Strategisch Personeelsbeleid Rijk en jaarlijks vindtpublicatie plaats in de Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk. Het rijk streeftnaar een personeelsbestand dat representatief is voor de Nederlandsearbeidsmarkt. VWS volgt dit rijksbrede beleid.Vraag 101Wordt bij de CBS-barometer daadwerkelijk gemeten op afkomst? Hoeverhoudt dit zich tot het gelijkheidsbeginsel?Antwoord:Op advies van de Sociaal-Economische Raad (SER) heeft het Ministerievan Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) het Centraal Bureau voorde Statistiek (CBS) verzocht om de Barometer Culturele Diversiteitbeschikbaar te stellen. De Barometer Culturele Diversiteit van het CBSmeet op basis van de bestaande gegevens over het geboorteland en hetherkomstland van ouders. Individuen zijn niet herleidbaar in de cijfers(conform de privacywetgeving en met waarborgen voor gegevensbe-scherming).De Barometer is in lijn met het gelijkheidsbeginsel, omdat het geenonderscheid maakt tussen individuen, maar organisaties ondersteunt bijhet objectief in kaart brengen van diversiteit.Vraag 102Hoeveel middelen zijn in 2024 besteed aan programma’s rond inclusiefleiderschap en diversiteitstrainingen?Antwoord:In 2024 is door VWS-kern ca. € 240.000 uitgegeven aan programma’s rondinclusief leiderschap en diversiteitstrainingen.Vraag 103Kunt u aangeven of werving of selectie bij functies vanaf schaal 15 medeplaatsvindt op basis van afkomst of geslacht?Antwoord:Dit gebeurt niet. Rijksbreed wordt gewerkt met het uitgangspunt vanbrede werving en objectieve selectie. Elke kandidaat wordt objectiefbeoordeeld en wordt geselecteerd op basis van kwaliteit, competentiesTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 839 vanuit het Functiegebouw Rijk en geschiktheid voor de functie. Het beleidis erop gericht om dat zo objectief mogelijk te doen, zonder bevoordelingof bevordering. Reguliere functies vanaf schaal 15 worden geworven viade Algemene Bestuursdienst (ABD).Vraag 104Hoe borgt u dat sociale veiligheid ook geldt voor medewerkers metandere (politieke of culturele) opvattingen?Antwoord:Een sociaal veilige werkomgeving bij VWS gaat over een open en veiligegesprekscultuur waarin medewerkers zich durven uitspreken, zonderangst voor repercussies. Dit betekent dat iedereen zich gehoord engerespecteerd voelt, ongeacht politieke of culturele opvattingen. Socialeveiligheid is er immers voor iedereen, ongeacht achtergrond ofovertuiging. Samen werken we aan een prettige werkcultuur waariedereen zich welkom voelt en kan functioneren. Collega’s die socialeonveiligheid ervaren kunnen terecht bij verschillende loketten, zoalsvertrouwenspersonen, bedrijfsmaatschappelijk werkers, personeelsraad-gevers en integriteitcoördinatoren.Vraag 105Hoe wordt de doelmatigheid van de verschillende agentschappen onderVWS (zoals RIVM, CIBG en aCBG) geëvalueerd en verantwoord?Antwoord:In de Regeling Agentschappen is opgenomen dat agentschappen elke 5jaar worden geëvalueerd. De doelmatigheid is hier onderdeel van.Daarnaast rapporteren de agentschappen over de doelmatigheid via dedoelmatigheidsindicatoren die onderdeel zijn van het jaarplan.Vraag 106Hoeveel zorginstellingen zijn het afgelopen jaar onder verscherptebewaking van het Waarborgfonds voor de Zorgsector gezet?Antwoord:Het Waarborgfonds voor de Zorgsector (Wfz) verhoogt de intensiteit enfrequentie van de risicobewaking wanneer bij een deelnemende zorgin-stelling sprake is van een risicovolle ontwikkeling. In dat geval kan ooksprake zijn van een verhoogde informatieplicht. Hierbij kan op kwartaal- ofzelfs op maandbasis informatie over de exploitatie- en liquiditeitsontwik-keling opvragen. Ook een omvangrijke fusie, een overname of een grootinvesteringsproject kunnen reden zijn om een deelnemende instellinggedurende een bepaalde periode intensiever te volgen.Eind 2024 stonden 28 deelnemers onder verhoogde bewaking van hetWfZ. Dat is 9,5% van het totale aantal deelnemers (2023: 9,3%).Deelnemers onder verhoogde bewaking worden in drie categorieënonderscheiden, naar oplopende ernst van de situatie aangeduid met dekleuren geel, oranje en rood.•Categorie «rood» omvat de meest risicovol geachte deelnemers.Hierbij is sprake van ernstige liquiditeitsproblemen, meerjarignegatieve exploitatieresultaten en/of een uiterst zwak of negatief eigenvermogen. Ultimo 2024 valt 1 deelnemer in deze categorie (2023: 1deelnemer).•In categorie «oranje» vallen deelnemers waar sprake is van zorgelijkesituaties, maar met een minder urgent karakter. Te denken is aanzorgaanbieders met een zeer zwak vermogen van 5 à 10%, een zwakkeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 840 liquiditeitspositie en/of meerjarige exploitatietekorten. In dezecategorie vallen ultimo 2024 9 deelnemers (2023: 15 deelnemers).•Bij categorie «geel» zijn de problemen minder urgent, maar is ervoldoende reden om goed «de vinger aan de pols te houden». In 2024gaat het hierbij om 18 deelnemers (2023: 11 deelnemers).Vraag 107Welk bedrag is er in 2024 aan zorgverleners verstrekt door middel van hetWaarborgfonds voor de Zorgsector?Antwoord:Het Waarborgfonds voor de Zorgsector verstrekt zelf geen leningen aanzorginstellingen, maar borgt leningen die tussen banken (of anderegeldgevers zoals pensioenfondsen en verzekeraars) en zorginstellingenworden afgesloten. Dit betekent dat het WfZ de betaling van de rente enaflossing van een geborgde lening volledig overneemt wanneer dezorginstelling daar niet meer toe in staat is.In 2024 is borging verstrekt voor € 297,1 miljoen aan nieuwe langlopendeleningen. Het totaalbedrag aan uitstaande borgingen op lang- enkortlopende leningen bedroeg eind 2024 € 5.767,5 miljoen.Vraag 108Is het aantal ziekenhuisbestuurders dat in 2024 een vrijstelling heeftgekregen van de Wet normering topinkomens (WNT)-norm toegenomenten opzichte van 2023? Zo ja, met hoeveel?Antwoord:Nee, dat is niet het geval. In 2023 zijn er twee uitzonderingsverzoeken opgrond van artikel 2.4 van de WNT ingediend, waarvan 1 na 15 oktober2023. 15 oktober is de peildatum. Dit betekent dat het tweede verzoek isgerapporteerd in 2024, zoals eerder met uw Kamer gecommuniceerd.Beide verzoeken hebben een afwijzend besluit ontvangen. Tegen dezebesluiten lopen momenteel bezwaarprocedures. In 2024 heeft VWS verdergeen uitzonderingsverzoeken ontvangen.Vraag 109Kunt u de onderschrijding van meer dan een miljard euro (1.075,2miljoen) op de wijkverpleging nader uitsplitsen in een tabel?Antwoord:Een nadere uitsplitsing van de € 1.075,2 miljoen kan niet gegevenworden, omdat dit bedrag tot stand komt door de totale verwachteuitgaven af te zetten tegen het totale beschikbare kader. Wel kan wordengetoond hoe het bedrag is berekend. Zie hiervoor de onderstaande tabel.Graag merk ik nog op dat naast de reguliere uitgaven een bedrag van € 60miljoen was gereserveerd voor het opleidingsfonds wijkverpleging. Ditfonds is volgens Zorgverzekeraars Nederland volledig uitgenut. Echter, deuitgaven via dit fonds lopen niet mee in de realisatiecijfers van hetZorginstituut, waardoor deze extra uitgave niet terug te zien is in deuitgavenstand. De feitelijke onderschrijding komt daarmee, na correctievan deze € 60 miljoen, op € 1.015,2 miljoen (zie regels 4 en 5 van detabel).Bedragen x € 1 miljoen1) Uitgaven stand februari 20253.3402) IZA kader 20244.4153) Verschil (– is onderschrijding)– 1.0754) Opleidingsfonds wijkverpleging60Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 841 5) Resterend verschil– 1.0156) Balanspost9% Toelichting tabel1)Betreft de verwachte uitgaven voor het jaar 2024.2)Betreft het geldende IZA kader voor het jaar 2024.3)Betreft het verschil tussen regels 1 en 2 en geeft weer wat deverwachte onderschrijding van het IZA kader 2024 is.4)Betreft de uitgaven aan opleidingsfonds wijkverpleging in 2024.5)Betreft de onderschrijding na correctie voor de uitgaven via het fondswijkverpleging.6)Betreft de balanspost; deze geeft weer welk deel van de rapporteerdeuitgaven in regel 1 is gebaseerd op inschattingen van zorgverzeke-raars. Hoe hoger dit percentage is, hoe onzekerder de uitgavencijferszijn.Vraag 110Waarom staat bij de meeste moties enkel «De Kamer zal hierover wordengeïnformeerd.»? Kunt u enige informatie geven over de vraag op welketermijn dit is of waar dit vanaf hangt?Antwoord:Bij het opstellen van het Jaarverslag is niet altijd duidelijk op welketermijn de Kamer over de openstaande moties geïnformeerd kan worden.Het Ministerie van VWS streeft er naar om de Kamer zo spoedig mogelijkte informeren over de stand van zaken van desbetreffende moties.Vraag 111Zijn er onderzoeken of data bekend die inzicht bieden in de vraag inhoeverre impulsaankopen bij de kassa, stapelkortingen en anderemarketingtechnieken van supermarkten bijdragen aan overgewicht?Antwoord:Het Centraal Planbureau (CPB) geeft in hun publicatie van 2 april 2025,«Economisch perspectief op gezondheid en preventie», inzichten uit degedragseconomie. Deze laten zien dat keuzes rond gezondheid vaakbeïnvloed worden door cognitieve biases. Mensen hebben bijvoorbeeldeen voorkeur voor onmiddellijke beloningen boven toekomstigevoordelen. Bijvoorbeeld ongezond voedsel dat nu goedkoper of lekkerderis, ondanks de bekende nadelige gevolgen van dat voedsel op degezondheid op de langere termijn. Daarnaast treedt er beslissings-moeheid op na het nemen van veel beslissingen, wat mogelijk leidt totslechtere keuzes door mentale uitputting. Adverteerders spelen hierbijvoorbeeld op in door impulsartikelen, zoals snoep, bij de kassa teplaatsen. Overgewicht is een uitkomstmaat met meerdere mogelijkeoorzaken. Effectief preventiebeleid op overgewicht is daarom complex envereist een systeem brede aanpak. Marketingtechnieken van super-markten zijn één van de mogelijke oorzaken van overgewicht. Hetontstaan van overgewicht is echter niet toe te wijzen aan één enkelefactor.Vraag 112Wat waren de resultaten van de Nationale Voedseltop in 2017 die door detoenmalige Staatssecretaris van Economische Zaken (Van Dam) e.a. isgeorganiseerd?Antwoord:De resultaten van de Voedseltop van 2017 zijn in het document «Resul-taten Voedseltop» beschreven, wat als bijlage is toegevoegd aan deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 842 Slotverklaring Nationale Voedseltop op 26 januari 2017[1] 21. In het korthebben de toenmalige ministeries van VWS en EZ samen met 150partners een serie projecten en samenwerkingsverbanden opgezet omvoedsel duurzamer en gezonder te maken. Het betekende inzet opverschillende voedselomgevingen, eiwittransitie, voedselverspilling,transparantie voor de keten en de consument en minder suiker indranken.Vraag 113Zijn er nog lopende projecten of samenwerkingsverbanden die uit deNationale Voedseltop van 2017 gekomen zijn?Antwoord:Het Ministerie van LVVN werkt op dit moment nog samen met GreenProtein Alliance, Dutch Cuisine, Jong leren Eten en de stichting SamenTegen Voedselverspilling. Deze stichting is voortgekomen uit de in deresultaten genoemde Taskforce Circular Economy of Food.Vraag 114Welke ambities uit het in 2018 gesloten Nationaal Preventieakkoord zijnniet gehaald en wat is daar de oorzaak van?Antwoord:In het Nationaal Preventieakkoord staan de ambities op roken, problema-tisch alcoholgebruik en overgewicht geformuleerd voor 2040. Daarnaastzijn doelstellingen geformuleerd en zijn acties en afspraken opgesteld omdeze doelstellingen te behalen. Er kan nog niet worden aangegeven welkeambities in 2040 al dan niet worden gehaald. Wel is begin 2024 door hetRIVM een doorrekening van de acties tot en met 2022 gemaakt om in teschatten of de ambities voor 2040 worden behaald. Deze doorrekening isdestijds met uw Kamer gedeeld (Kamerstukken II 2023/24, 32 793, nr. 711).De doorrekening van het NPA door het RIVM liet zien dat de afsprakenbijdragen aan minder mensen die roken en overgewicht hebben. Opproblematisch alcoholgebruik was de impact echter minimaal. Het RIVMconcludeerde dat met de maatregelen uit het NPA die de afgelopen jarenzijn ingevoerd de ambities niet worden bereikt en dat meer inspanningennodig zijn om de ambities te bereiken.Het Ministerie van VWS presenteert mogelijk later de samenhangendepreventiestrategie. Daarin is de ambitie een gezonde generatie in 2040.Daarmee sluiten we aan bij de ambities van het Nationaal Preventieak-koord. In de preventiestrategie wordt weergegeven op welke manier hierinvulling aan wordt gegeven.Vraag 115Welke beleidsmaatregelen gaan bijdragen aan het voorkomen van degezondheidscrisis waar het RIVM voor heeft gewaarschuwd?Antwoord:De inzet op preventie en een gezonde leefstijl wordt mogelijk later naderuitgewerkt in de samenhangende effectieve preventiestrategie. HetMinisterie van VWS heeft op 8 april jl. de eerste contouren van dezepreventiestrategie aan uw Kamer gestuurd (Kamerstukken II, 2024/2025,32 793, nr. 820). Een aantal maatregelen die daarin staan benoemd zijno.a. heldere richtlijnen en adviezen voor ouders/opvoeders omtrent(mentaal) gezond en verantwoord scherm- en sociale mediagebruik,21Kamerstuk 31 532, nr. 180Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 843 beperken van ongewenste marketing van ongezonde voedingsmiddelengericht opkinderen en zorgen dat gemeenten maatregelen kunnen nemen tegen eenongezond voedselaanbod. De verdere uitwerking van deze preventiestra-tegie wordt binnenkort met uw Kamer gedeeld.Vraag 116Zijn er onderzoeken die inzicht geven in de effecten van een verbod opreclame op dierlijke producten?Antwoord:Er zijn voor zover bekend geen onderzoeken die inzicht geven in deeffecten van een verbod van reclame op dierlijke producten. Wel heeft hetMinisterie van LVVN onderzoek gedaan naar beleidsopties voor gedrags-interventies om de eiwittransitie te versnellen, behorende bij de «Versnel-lingsagenda eiwittransitie». De resultaten van dit onderzoek zijn nog nietgepubliceerd.Vraag 117Is bekend wat de effecten op de gezondheid, de zorgkosten en deeconomie zijn bij een voedselconsumptie waarbij de rato dierlijk/plantaardig 60/40 is?Antwoord:Volgens het RIVM is de huidige gemiddelde consumptieverhoudingdierlijke en plantaardige eiwitten in Nederland 59%/41%22. In de jaren2013–2016 was de eiwitratio 61%/39%. De effecten van een voedselcon-sumptie met de rato dierlijk/plantaardig 60%/40% zijn naar verwachtingvergelijkbaar met de huidige situatie van 59%/41%.In 2023 bracht de Gezondheidsraad een advies uit over de gevolgen voorde gezondheid van de eiwittransitie, en in het bijzonder de verschuivingnaar een voedingspatroon met 60% plantaardige en 40% dierlijkeeiwitten23. In het advies wordt geconcludeerd dat de verschuiving naareen voedingspatroon met 60% plantaardige en 40% dierlijke eiwitten goedis voor de gezondheid van de meeste Nederlanders. Dit voedingspatroonvoldoet beter aan de Richtlijnen goede voeding dan ons huidige voedings-patroon. Een belangrijk voordeel van een meer plantaardige voeding, isdat het risico op chronische ziekten omlaag gaat: de consumptie vangezonde (meer) plantaardige voedingspatronen met volkoren granen,fruit, groente, noten en peulvruchten verlaagt het risico op hart- envaatziekten, diabetes type 2 en kanker. Ook het eten van minder roodvlees en bewerkt vlees hangt samen met een lager ziekterisico. Verderdaalt door de eiwittransitie de inname van verzadigd vet en mogelijk zout,en stijgt de inname van voedingsvezel. Voor spier- en botgezondheidlevert de eiwittransitie naar verwachting geen problemen op voor dealgemene bevolking.Gezien de verlaging van het risico op chronische ziekten, ligt het in derede dat de zorgkosten verlagen bij een voedselconsumptie met 60%plantaardige en 40% dierlijke eiwitten. Het rapport «Maatschappelijkeimpact eiwittransitie» van Wageningen University and Research conclu-deert dat de eiwittransitie een positieve impact heeft op natuurlijk enhumaan kapitaal24.22«De milieubelasting, eiwitinname en -ratio van de voedselconsumptie in Nederland (2019–2021)», RIVM, https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2024-0101.pdf (2024).23«Advies Gezonde eiwittransitie», Gezondheidsraad, https://www.gezondheidsraad.nl/onderwerpen/voeding/documenten/adviezen/2023/12/13/advies-gezonde-eiwittransitie (2023).24«Maatschappelijke impact van eiwittransitie», Willy Baltussen et al.,https://edepot.wur.nl/638736 (2023).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 844 Vraag 118Wat zijn de resultaten geweest van de Nationale Eiwitstrategie van 2020?Antwoord:De Nationale Eiwitstrategie (NES) heeft als doel de zelfvoorzieningsgraadvan NL en de EU van nieuwe en plantaardige eiwitten te vergroten op eentoekomstbestendige manier. Nederland wil zo veel mogelijk zelf kunnenvoorzien in de eiwitten die nodig zijn voor veevoer en menselijkeconsumptie, zodat de import van eiwitten van buiten Europa kan wordenbeperkt waarmee de voedselzekerheid wordt versterkt. Binnen de NESkomen verschillende beleidsterreinen samen en wordt ingezet op hetstimuleren van de productie en consumptie van plantaardige en innova-tieve eiwitten en het vergroten van de benutting van reststromen eninsecten voor veevoer.De resultaten van de eerste uitvoeringsperiode van de NES zijn terug telezen in de volgende Kamerbrief (Kamerbrief verdere uitwerking NationaleEiwitstrategie | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl).Op dit moment vindt er op ieder van de vijf sporen van de NES flexibelinzet plaats, waarbij het geen afgebakend programmaonderdeel is binnenhet Ministerie van LVVN. Met de diervoedersector (Nevedi) is gewerkt aanhet project Duurzaam Diervoeder 2030 dat is gericht op het stellen vandoelen op het gebied van verduurzaming van veevoer en het monitorenvan de vorderingen via een dashboard. Samen met de verschillendedierlijke ketens zijn er in 2024 doelen gesteld voor o.a. het verlagen van decarbon footprint van veevoer, het verhogen van het aandeel reststromenen het aandeel Europese diervoedergrondstoffen in veevoer. Daarnaast iser een kennishub gerealiseerd door de WUR en stichting Samen TegenVoedselverspilling om reststromengebruik in veevoer te stimuleren.Verder wordt er op Europees niveau ingezet om wetgeving voor hetgebruik van alternatieve reststromen te verruimen. In 2021 is mede doorNederlandse inzet al een eerste versoepeling doorgevoerd waardoor hetmogelijk is om verwerkte dierlijke eiwitten van varkens te voeren aankippen en andersom. En kunnen insecteneiwitten ook toegepast wordenin diervoeder voor varkens en kippen. Meer informatie over diervoeder isterug te lezen in de volgende Kamerbrief (Kamerbrief over veerkrachtigeduurzame diervoederproductie | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl).Als onderdeel van de NES is in 2022 een Green Deal Vlinderbloemigen (deBean Deal) opgezet. Doel van de Bean Deal is opschaling van de Neder-landse teelt en verwerking van eiwitrijke gewassen, primair bestemd voorhumane consumptie, met een focus op stikstofbindende vlinderbloe-migen. De Bean Deal eindigt juli 2025. Daarnaast is de teelt van stikstof-bindende gewassen opgenomen als eco-activiteit in de eco-regeling. In2023 heeft Wageningen Economic Research de Eiwitmonitor ontwikkeld,die inzicht geeft in de verhouding plantaardige en dierl(ke eiwitten invraag en aanbod. Er worden daarnaast diverse onderzoeken uitgevoerd,waaronder een versnellingsagenda eiwittransitie en verschillende NWOcalls. Meer over de eiwittransitie leest u in de kamerbrief Kamerbrief overhuidige situatie eiwittransitie in Nederland | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl.Vraag 119Welke projecten, samenwerkingsverbanden en beleidsmaatregelen diezijn voortgekomen uit de Nationale Eiwitstrategie van 2020 lopen nu nogdoor?Antwoord:Alle op diervoeder genoemde projecten / samenwerkingsverbanden /doelen lopen momenteel nog, zoals het project Duurzaam Diervoeder2030 en de Kennishub reststromen in circulaire dierlijke eiwitketens. Erzijn daarnaast verschillende samenwerkingsverbanden gekoppeld aan deNES, waaronder bijvoorbeeld de samenwerking binnen de Bean Deal.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 845 Wageningen Social Economic Research (WSER) voert ook voor 2025 weereen eiwitmonitor uit en er zijn verschillende projecten vanuit onderandere het Voedingscentrum, die ervoor zorgen dat de consumentonafhankelijk wordt geïnformeerd over het belang van een goede balansin de eiwitconsumptie. Er is bijvoorbeeld een samenwerkingsverband«Green Plate» van het Voedingscentrum, WSER, cateraars en DienstJustitiële Inrichting met als doel een bijdrage leveren aan de eiwittransitiein publieke settings door bestaande kennis over effectieve gedragsinter-venties te vertalen naar concreet maatwerk.Vraag 120Welke gezondheidseffecten verwacht u wanneer dierlijke producten zoalsvlees en zuivel, duurder worden in verhouding tot plantaardig voedsel?Antwoord:We hebben geen zicht op de gezondheidseffecten van een prijsverhogingvan dierlijke producten zoals vlees en zuivel. Wel weten we dat deGezondheidsraad een verband legt tussen de consumptie van rood enbewerkt vlees en bepaalde voeding gerelateerde ziektes, te weten:beroerte, diabetes, darmkanker en longkanker.25 Daarentegen adviseert deGezondheidsraad in haar Richtlijnen goede voeding om enkele portieszuivel per dag te consumeren. Dit komt doordat zuivelproducten essen-tiële voedingsstoffen bevatten zoals vitamine B2, B12, calcium en eiwitten.Ook hangt het consumeren van zuivel samen met een verlaagd risico opdarmkanker.Vraag 121Wat is de stand van zaken betreffende het voedselaanbod in de catering,kantines en restaurants van de uitvoerende diensten en agentschappen(ACM, CPB, NVWA, RDI, RVO, SOdM)?Antwoord:Het overall beeld in 2024 is dat er 206 locaties zijn die binnen het Rijk doorcateraars worden voorzien van voeding. Hierbij is het uitgangspunt hetOverheidsniveau Gezonde Catering, volgens de Richtlijn Eetomgevingenvan het Voedingscentrum. Het aanbestedingscriterium gezond enduurzaam eten is en wordt in 100% van de aanbestedingen toegepast.In 2024 waren er 180 locaties met een bedrijfsrestaurant waarvan er zo’n90% bij een eerste audit voldoen aan de richtlijnen. De overige 26 locatiesbetreffen de levering van voeding aan justitiabelen. Het is lastig om overhet organisaties te hebben, omdat ze soms in verzamelgebouwen (CPB) ofin PPS gebouwen zitten.Vraag 122Hoe is de VNG betrokken bij het stimuleren van een gezond en duurzaamvoedingspatroon?Antwoord:Gemeenten informeren, stimuleren en ondersteunen ouders via deGemeentelijke Gezondheidsdiensten (GGD) om kinderen gezond te latenopgroeien. Centra voor Jeugd en Gezin (CJG) spelen hier een belangrijkerol in omdat de CJG’s op gezette tijden contact hebben met (jonge) oudersover de ontwikkeling van hun kind. Het Voedingscentrum biedt informatieover een gezond en duurzaam voedingspatroon in samenwerking met hetCJG.Ook de organisatie JOGG ondersteunt twee derde van de gemeenten inNederland om kinderen te laten opgroeien in een gezonde leefomgevingmet aandacht voor onder andere gezonde voeding.25Gezondheidsraad: Richtlijnen Goede Voeding 2015.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 846 Vraag 123Hoeveel en welke Regio Deals besteden aandacht aan gezond enduurzaam voedsel?Antwoord:Regio Deals zetten in op het verbeteren van het leven, wonen, werkenvoor inwoners en ondernemers in heel Nederland. Op dit moment wordende Regio Deals voor de zesde en tevens laatste tranche uitgewerkt. Het isaan de partijen in de regio’s welke keuzes er worden gemaakt op het vlakvan brede welvaart, en dus ook voor de aandacht aan gezondheid enduurzaam voedsel.Het verbeteren van de gezondheid van inwoners is een belangrijk themabinnen Regio Deals, zoals ook is aangegeven in het Rebel Onderzoek26naar Rode draden van Regio Deals. In een aantal deals gaat het dan ookover de productie van gezond en duurzaam voedsel, zoals in de RegioDeal Foodvalley, Rivierenland en West-Brabant. In andere Regio Deals isveel aandacht besteed aan gezonde voeding op scholen, zoals onderandere in de Regio Deals Noordoost Fryslan, Zuid-Oost-Drenthe, Parkstad,Oost-Groningen.Vraag 124Wat is er gebudgetteerd voor de Nationale Eiwitstrategie voor 2020–2025?Antwoord:In de periode 2020–2025 zijn diverse subsidies en opdrachten verstrekt diebijdragen aan de doelen uit de Nationale Eiwitstrategie. Hier zijn geencentrale budgetten voor gereserveerd.Vraag 125Wat is uitgeven aan de Nationale Eiwitstrategie vanaf de start van deoprichting en waaraan?Antwoord:Voor de uitvoering van de Nationale Eiwitstrategie is circa € 100.000uitgegeven. Dit zit met name in het promoten van de nationale eiwitstra-tegie, onderzoek en het laten opstellen van de Eiwittransitiekaart.Vraag 126Waar is het budget voor de Nationale Eiwitstrategie gealloceerd?Antwoord:Voor de uitvoering van de Nationale Eiwitstrategie is circa € 100.000uitgegeven. Dit zit met name in het promoten van de nationale eiwitstra-tegie, onderzoek en het laten opstellen van de Eiwittransitiekaart.Vraag 127Wat is er gebudgetteerd voor de Bean Deal voor 2020–2025?Antwoord:Voor de jaren 2023–2025 is er circa € 200.000 gebudgetteerd voor de BeanDeal. In de jaren 2020–2022 was hier geen budget voor beschikbaar, mededoordat de Bean Deal toen nog niet van start was.Vraag 128Wat is uitgeven aan de Bean Deal vanaf de start van oprichting enwaaraan?Antwoord:26Rode Draden in Regio Deals | Convenant | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 847 Er is circa € 200.000 uitgegeven aan de Bean Deal. Deze uitgaven zijn metname voor de ketenregisseur. Daarnaast is er budget uitgegeven aan hetsecretariaat van de Bean Deal.Vraag 129Waar is het budget voor de Bean Deal gealloceerd?Antwoord:De uitgaven voor de uitvoering van de Bean Deal vonden plaats op artikel21 van de LVVN-begroting, onder het kopje Integraal Voedselbeleid.Vraag 130Hoeveel wordt bezuinigd op preventie van voedingsgerelateerde ziekten?Antwoord:In de Kamerbrief van 21 oktober 2024 Uitgaven aan preventie eninvesteringsmodel preventie (Kamerstukken II 2024/25, 32 793, nr. 783) iseen overzicht gegeven van de uitgaven aan preventie op de VWSbegroting. Er is geen overzicht van uitgaven aan preventie in relatie tot devoeding gerelateerde ziekten, zoals obesitas, hart en vaatziekten ensommige vormen van kanker.Vraag 131In welke mate zorgt de bezuiniging op preventie van voedingsgerela-teerde ziekten voor oplopende zorgkosten?Antwoord:Er is geen inzicht in de impact op de zorgkosten als gevolg van zowel deaflopende tijdelijke middelen als de aanvullende bezuiniging op preventie.In het Regeerprogramma is de ambitie opgenomen om een investerings-model voor preventie te ontwikkelen (Kamerstukken II 2024/25, 32 793, nr.819). Op het moment dat het investeringsmodel geïmplementeerdwordtkrijgen we meer inzicht in de effecten van preventie en over dekostenbesparingen die hiermee zijn gemoeid.Vraag 132Hoeveel van de gecontracteerde externe inhuur vervangt vaste functies?Wat is het aandeel ICT-inhuur?Antwoord:De administratieve systemen van VWS zijn – conform de rijksbredevoorschriften – niet zodanig ingericht dat antwoord gegeven kan wordenop de vraag hoeveel van de gecontracteerde externe inhuur is tervervanging van vaste functies. Hierdoor kan ook geen antwoord gegevenworden op de vraag hoeveel van de (vaste) ICT functies door externeinhuur zijn ingevuld. Wel zijn op grond van rubricering in de financiëleadministraties de totale uitgaven aan ICT-inhuur ten opzichte van de totaleuitgaven aan Eigen personeel voor geheel VWS (inclusief agentschappen)aan te geven, namelijk 15,3%. Zie hiervoor regel 6. Advisering opdracht-gevers automatisering en de Totale uitgaven Eigen personeel in tabel 110in bijlage 4: Inhuur externen in het Jaarverslag VWS 2024».Vraag 133Hoe reflecteert u op de 11% overschrijding van de zogenaamdeRoemer-norm?Antwoord:VWS stelt alles in zijn werk om de overschrijding van de Roemer-norm teverlagen. Het inhuurpercentage van VWS komt voornamelijk voort uit veeltijdelijk werk, de krappe arbeidsmarkt en een moeilijke vacaturevervullingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 848 vanwege de benodigde specialistische kennis. Het terugbrengen van deexterne inhuur gebeurt waar mogelijk door verambtelijking van externingehuurde medewerkers, de aanpak van schijnzelfstandigheid, hetinrichten van flexpools (waaronder ICT) en het maken van beleidsmatigeafwegingen of inhuur echt noodzakelijk is.Vraag 134Wat gaat u de komende jaren doen om minder gebruik te maken vanexterne inhuur?Antwoord:VWS volgt de lijn van de kamerbrief «Terugdringen externe inhuur» van18 april jl. (2025D18024) van de Minister van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties.Het terugbrengen van de externe inhuur gebeurt door verambtelijking vanextern ingehuurde medewerkers, de aanpak van schijnzelfstandigheid, hetinrichten van flexpools (waaronder ICT) en het maken van beleidsmatigeafwegingen of inhuur echt noodzakelijk is.Vraag 135Waarom kiest u niet voor uw eigen ambtenaren bij tijdelijke opdrachten?Antwoord:VWS streeft ernaar eigen ambtenaren in te zetten bij tijdelijke opdrachten.Vanwege de urgentie (directe inzetbaarheid), benodigde en beschikbareexpertise, krapte op de arbeidsmarkt en piekbelasting is het niet altijdmogelijk om tijdelijke opdrachten met eigen ambtenaren in te vullen.Vraag 136Welke verklaring heeft u voor het feit dat uw ministerie kennis rondom deontwikkeling van diverse bedr(fsvoeringsactiviteiten niet in huis heeft?Zijn er plannen om dit te verbeteren?Antwoord:De krapte op de arbeidsmarkt en de tijdelijkheid van bepaalde werkzaam-heden spelen hierbij een rol. Het komt dan ook voor dat meerderedepartementen behoefte hebben aan dezelfde specialisten. Er zijn zowelplannen die momenteel worden uitgewerkt als lopende projecten om ditte verbeteren.Vraag 137Waarom wordt gekozen voor externe inhuur wanneer reguliere wervingvan vacatures niet direct succesvol verloopt? Waarom kunnen bestaandeambtenaren deze lopende activiteiten niet tijdelijk waarnemen?Antwoord:Dit heeft doorgaans te maken met de urgentie van de uitvoering van dewerkzaamheden en de beschikbaarheid van ambtenaren met de juisteexpertise.Vraag 138Bent u zich ervan bewust van het feit dat met deze externe inhuur nietwordt voldaan aan de taakstelling van een meerderheid in de Kamer zoalsterug te lezen in het hoofdlijnenakkoord?Antwoord:In het hoofdlijnenakkoord is de ambitie uitgesproken om de externeinhuur te verlagen naar de Roemernorm. Dit is een van de onderdelen vande aanpak om de apparaatsuitgaven te verlagen. Het hoofdlijnenakkoordTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 849 is in 2024 gesloten, en de eerste opbrengst moet in 2025 wordengerealiseerd. Daarmee was er nog geen effect beoogd in 2024, en was hetdus mogelijk dat de uitgaven in 2024 boven de Roemernorm lagen.Vraag 139Waarom blijft u externe inhuur op grote schaal toepassen, en hoe wordtgewaarborgd dat deze inhuur effectief en kostenefficiënt is?Antwoord:VWS staat voor grote en vaak complexe opgaven, waarbij het belangrijk isdat VWS tijdig kan beschikken over de juiste expertise en capaciteit.Hoewel er een blijvende aandacht is voor een goede balans tussen interneen externe inzet, is externe inhuur in sommige gevallen noodzakelijk.VWS neemt deel aan de rijksbrede raamovereenkomsten voor inhuur vanprofessionals. Dit maakt de beschikbaarheid van de juiste profielen vooreen effectieve inzet van externen mogelijk. Daarnaast zijn in de raamover-eenkomsten maximale tarieven vastgelegd die door marktwerking totstand zijn gekomen. Dit komt de kostenefficiëntie ten goede.Vraag 140Hoe zorgt u voor minder overschrijdingen van het maximumuurtarief?Bent u bereid om expertise te gebruiken van andere ministeries?Antwoord:VWS hanteert een signalerings- en afwijkingsprocedure voor hetoverschrijden van het maximale uurtarief (€ 225 excl. BTW), als er geenandere mogelijkheden meer beschikbaar zijn. Vanzelfsprekend is dezeinhuur voor een zo kort mogelijke termijn bestemd. Wanneer specifiekekennis en capaciteit en expertise bij andere departementen beschikbaar is,wil VWS daar beslist gebruik van maken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 850

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · d407e120ab824784

14 okt 2026 · d063bb1f48c34bc8

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.