KamerkringInloggen
Kamerbrief

Ontwikkelingen rondom het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) december 2025

16 dec 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 83de58d8a1a078bf · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202628 625Herziening van het GemeenschappelijkLandbouwbeleidNr. 379 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSEL-ZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 16 december 2025Met deze brief wil ik u informeren over recente ontwikkelingen rondomhet Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Dit betreft de volgendeonderwerpen: de GLB-betalingen van 2025, de niet-naleving van deeco-regeling, de voortgang van het Omnibus vereenvoudigingsvoorstelvan de Europese Commissie, de ingebrachte wijzigingen van hetNationaal Strategisch Plan (NSP), de voortgang van de vestigingssteunjonge landbouwers (SVJL) en, tot slot, de tussentijdse evaluatie van hetNSP.GLB-betalingen 2025Voor 2025 heb ik de voorlopige tarieven voor de betaling van inkomens-steun en de eco-regeling vastgesteld. Zoals aangekondigd in mijn brievenvan 26 februari (Kamerstuk 28 625, nr. 373) en 4 juli 2025 (Kamerstuk28 625, nr. 376) bedraagt het voorlopige tarief van de basisinkomenssteun€ 158, het minimumbedrag dat in het NSP is afgesproken. De tarievenvoor de eco-regeling heb ik voorlopig vastgesteld op € 180 per hectarevoor goud, € 90 per hectare voor zilver en € 54 per hectare voor brons.Dat is 10% lager dan wat vooraf is gecommuniceerd. Zoals ik uw Kamerop 26 februari heb laten weten is er helaas geen juridisch haalbaremogelijkheid om deze lagere tarieven te compenseren. Mogelijk valt hettarief bij de definitieve vaststelling nog hoger uit doordat het totaal vast testellen bedrag lager wordt.Met deze voorlopige tarieven kan de Rijksdienst voor OndernemendNederland (RVO) zoals elk jaar in december starten met het uitbetalen vande basispremie en de eco-regeling. RVO verwacht de basispremie aan95% van de aanvragers voor het einde van het jaar te hebben uitbetaald.Dat is in lijn met voorgaande jaren en zorgt voor stabiliteit in hetbedrijfsinkomen van boeren. Begin 2026 stel ik de definitieve tarieven vast kst-28625-379ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 625, nr. 3791 op basis van de door RVO beoordeelde gegevens. Deze tarieven zullenniet lager zijn dan de voorlopige tarieven. Voor aanvraagjaar 2026 is in deLVVN-begroting een aanvullend budget voor de eco-regeling opgenomenom te voorkomen dat deze situatie zich nog eens voordoet.Eco-regelingSamen met de sectorpartijen evalueer ik de uitvoeringsjaren 2023 en 2024van de eco-regeling. De deelnamebereidheid onder agrariërs is hoog,maar ik constateer dat een deel van de agrariërs nog moeite heeft omgedurende het jaar tijdig eco-activiteiten in de Gecombineerde Opgave inte trekken wanneer de uitvoering van een activiteit door (onvoorziene)omstandigheden niet conform de subsidievoorwaarden kan plaatsvinden.Dit komt onder meer doordat agrariërs dit vergeten, het proces alsingewikkeld ervaren, of op het moment van controle nog van plan warende intrekking door te voeren. Wanneer een eco-activiteit niet conformsubsidievoorwaarden is uitgevoerd, hoort de betreffende eco-activiteitniet mee te tellen in de subsidieaanvraag. Hierdoor ontvingen sommigeagrariërs mogelijk een hoger subsidiebedrag dan waar zij feitelijk recht ophadden. Daarnaast blijkt dat een deel van de agrariërs moeite heeft methet (tijdig) aanleveren van het vereiste bewijsmateriaal voor bepaaldeeco-activiteiten bij de RVO. Wanneer dit bewijsmateriaal niet wordtaangeleverd, telt deze niet mee in de subsidieaanvraag. Met de EuropeseCommissie vindt overleg plaats over de uitvoering van de eco-regeling ende wijze waarop Nederland de naleving van de subsidievoorwaardenborgt. Ik ben daarom momenteel in gesprek met de Vereniging AgrarischeBedrijfsadviseurs (VAB) en de betrokken sectorpartijen om te bezien hoedit proces gedurende de huidige GLB-periode beter kan wordengestroomlijnd.Omnibus GLBIn oktober jl. is zoals verwacht de triloogfase gestart over het Omnibusvereenvoudigingsvoorstel van de Europese Commissie. Op 10 novemberis er een voorlopig akkoord bereikt over de definitieve tekst van hetOmnibuspakket. Die tekst ligt op de belangrijkste punten dicht bij hetcompromis dat in de Raad is bereikt en waarover ik u op 2 oktober 2025(Kamerstuk 21 501-32, nr. 1729) heb geïnformeerd. Zo is de bepaling datbiologische bedrijven automatisch voldoen aan goede landbouw- enmilieucondities (GLMC’s) niet verder opgerekt en zijn lidstaten vrij omzaken als de nieuwe crisisinterventie en de ruimere norm voor blijvendgrasland wel of niet in hun nationale strategische GLB-plannen op tenemen.Het vaststellen van het Omnibuspakket vind ik een belangrijke stap in hetverbeteren van de uitvoering van het GLB en het verminderen vanregeldruk voor agrarische ondernemers. Het pakket dat er nu ligt, sluit watmij betreft voldoende aan bij de inzet van het kabinet: vereenvoudigingvan de goede landbouw- en milieucondities zonder afbreuk te doen aande natuur-, milieu- en klimaatdoelen, een grotere verantwoordelijkheidvoor lidstaten voor steunverlening in geval van natuurrampen en anderecalamiteiten zonder direct beroep op de landbouwreserve, aanpassingvan de schadeberekening voor de Brede Weersverzekering, en meerflexibiliteit voor lidstaten in het beheer van de nationale strategischeGLB-plannen inclusief het schrappen van de jaarlijkse prestatiegoed-keuring. Er zijn ook geen nieuwe verplichtingen voor lidstaten bijgekomendie voor additionele uitgaven kunnen zorgen.Op een aantal punten is Nederland kritisch. Om zo snel mogelijk totovereenstemming en implementatie te komen, vind ik het, allesTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 625, nr. 3792 afwegende, verstandig om met het voorlopige akkoord in te stemmen. Hetvoorlopige akkoord moet nu door de Raad en het Europees Parlementworden bevestigd voordat het in werking kan treden. Zodra de Omnibuslandbouw definitief is vastgesteld, zal ik uw Kamer nader informeren overde concrete toepassing in Nederland en wat er voor landbouwersdaadwerkelijk gaat veranderen.Stand van zaken Nationaal Strategisch Plan (NSP)Op 30 juli 2025 is versie 5.1 van het NSP door de Europese Commissiegoedgekeurd.1 In deze wijziging is onder andere een stijging voorzien vanhet budget voor de eco-regeling. Daarmee volg ik de motie-Flach(Kamerstuk 36 600 XIV, nr. 55) op waarin de regering wordt verzocht tezorgen voor consistentie in de hoogte van vergoedingen voor deeco-regeling en ook op langere termijn te zorgen voor voldoendemiddelen binnen beschikbare budgetten. Daarnaast bevat het NSP eenaanpassing van de tarieven voor stikstofbindende gewassen. Verderworden de mogelijkheden voor productieve en niet-productieve investe-ringen vergroot en worden aanvullende financiële middelen vrijgemaaktvoor jonge landbouwers.Op 26 november 2025 is versie 6.1 van het NSP door de EuropeseCommissie goedgekeurd. Deze wijziging heeft betrekking op onder anderehet doorvoeren van hogere tarieven voor het ANLb voor 2026 entechnische aanpassingen om de regeldruk te verminderen. De goedge-keurde wijzigingen worden in de toegevoegde bijlage toegelicht.Ik wijs er tot slot op dat het Omnibus vereenvoudigingspakket dat deEuropese Commissie op 14 mei 2025 heeft uitgebracht nog niet van krachtis. De nieuwe wijzigingen houden daarom nog geen rekening met ditvereenvoudigingspakket.Tussentijdse evaluatie GLB-NSPIn de periode oktober 2024 – juli 2025 heeft Bureau Berenschot detussentijdse evaluatie van het GLB-NSP2 uitgevoerd. De evaluatie richttezich op de effectiviteit en efficiëntie van de uitvoering, de samenhangtussen interventies en de mate waarin het programma nog aansluit op dehuidige landbouwopgaven.Berenschot concludeert dat, ondanks de complexiteit van het plan,duidelijke vooruitgang is geboekt.Het GLB-NSP vervult een waardevolle rol als integrerend landbouwinst-rument en biedt kansen om de koppeling tussen landbouw, klimaat,biodiversiteit en bodem verder te versterken. De relevantie van hetGLB-NSP in relatie tot ander beleid blijft onverminderd groot, al beperkenEuropese kaders de beleidsruimte. De transitie van een budgetgedrevennaar een meer resultaatgestuurde benadering biedt mogelijkheden ombeter inzicht te krijgen in de bijdrage van het NSP aan de GLB-doel-stellingen. Dit vraagt om verdere ontwikkeling van monitoring, evaluatieen impactmeting. Een pilot van het RIVM naar de invloed van GLB-maatregelen op waterkwaliteit levert hiervoor waardevolle aanknopings-punten.1Zie Programmadocumenten NSP-GLB | Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid | NetwerkPlatteland.2https://www.netwerkplatteland.nl/documenten/rapporten/2025/10/27/rapport-midterm-evaluatie-nsp-glbTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 625, nr. 3793 Ook heeft Wageningen Social en Economic Research een analyseuitgevoerd naar het aandeel GLB in het inkomen van de landbouwer3 in2023. De afgelopen jaren waren, gemiddeld genomen, de landbouwop-brengsten meer bepalend voor het landbouwinkomen dan de onder-steuning vanuit het GLB. Hoewel er grote verschillen bestaan tussensectoren en typen bedrijven, heeft de verschuiving van de ondersteuningvan basisinkomenssteun naar de eco-regeling beperkt invloed gehad ophet inkomen van boeren in 2023.De meeste interventies sluiten goed aan op de doelstellingen enversterken elkaar, maar de synergie tussen de eco-regeling en het ANLbkan beter worden benut. Ook de verbinding met ander beleid vraagtverdere uitwerking, zodat het GLB-NSP in een breder strategisch kaderwordt geplaatst.In een motie van 14 december 20214 is gevraagd om in de tussentijdseevaluatie ook nader te duiden of de maatregelen uit het GLB-NSP vaninvloed zijn op bestaande marktinitiatieven, zoals Planet Proof. Devoorliggende evaluatie was te beperkt om daarop in te gaan, maar uitnavraag bij deskundigen blijkt dat de maatregelen in de eco-regeling inalgemene zin redelijk goed aansluiten bij Planet Proof en daar over hetalgemeen hier niet mee in strijd zijn. Wel blijkt de aansluiting op puntennog te kunnen worden verbeterd. Het bredere effect zal nog nader wordenonderzocht, naar verwachting zal hierover in het eerste halfjaar van 2026verder over kunnen worden gerapporteerd.Voor de komende periode ligt de nadruk op drie punten:1.De doorontwikkeling naar resultaatgerichtheid en versterkingvan de monitoring en evaluatie van het GLB-NSP.2.Het verbeteren van de samenhang tussen interventies en anderbeleid.3.Het benutten van praktijkervaringen om de uitvoerbaarheid eneffectiviteit te vergroten.Met deze stappen kan het GLB-NSP verder worden doorontwikkeld tot eentoekomstgericht instrument dat bijdraagt aan de nationale en Europeselandbouw- en duurzaamheidsdoelstellingen.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,F.M. Wiersma3https://research.wur.nl/en/publications/analyse-inkomen-uit-agrarisch-bedrijf-in-relatie-tot-glb/4Kamerstuk 2021D49784 – Motie van de leden Van der Plas en Bisschop over onderzoeken of hetGLB-NSP invloed heeft op bestaande marktinitiatieven (14 december 2021) (Kamerstuk 28 625,nr. 321)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 625, nr. 3794

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · cc38d5fbc8f82a72

14 okt 2026 · 36ac8a12a2a18561

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.