Verslag van een commissiedebat, gehouden op 24 april 2025, over Juridische beroepen
Brontekst
Versie 1facfb353fad820e · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 279Rechtsstaat en RechtsordeNr. 973 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 3 juni 2025 De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft op 24 april 2025overleg gevoerd met de heer Struycken, Staatssecretaris Rechtsbe-scherming, over:−de brief van de Minister voor Rechtsbescherming d.d. 22 mei2024 inzake reactie op verzoek commissie over het berichtMeer malafide letselspecialisten, branche wil er beschermdberoep van maken (Kamerstuk 36 410 VI, nr. 98);−de brief van de Minister voor Rechtsbescherming d.d. 18 juni2024 inzake kabinetsreactie WODC-onderzoek naar «oneigen-lijk gebruik» van proceskostenvergoedingen (Kamerstuk29 279, nr. 864);−de brief van de Minister voor Rechtsbescherming d.d. 20 juni2024 inzake beleidsreactie zbo-evaluatie Bureau FinancieelToezicht (Kamerstuk 25 268, nr. 227);−de brief van de Staatssecretaris Rechtsbescherming d.d.9 september 2024 inzake toezicht advocatuur (Kamerstuk31 753, nr. 289);−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 9 sep-tember 2024 inzake uitspraak Raad van Discipline over delandsadvocaat (Kamerstuk 36 410 VI, nr. 105);−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 22 okto-ber 2024 inzake kosten landsadvocaat over 2023 en opvolgingaanbevelingen commissie-Silvis (Kamerstuk 36 600 VI, nr. 11);−de brief van de Staatssecretaris Rechtsbescherming d.d.14 november 2024 inzake WODC-onderzoek naar de staat vanhet notariaat (Kamerstuk 29 279, nr. 914);−de brief van de Staatssecretaris Rechtsbescherming d.d.25 oktober 2024 inzake reactie op het verzoek van het lidSmitskam, gedaan tijdens de regeling van werkzaamheden van19 september 2024, over incidenten met strafadvocaten(Kamerstuk 31 753, nr. 291);−de brief van de Staatssecretaris Rechtsbescherming d.d.30 januari 2025 inzake WODC-onderzoek De beloning vancuratoren bij lege boedels (Kamerstuk 33 695, nr. 23); kst-29279-973ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9731 −de brief van de Staatssecretaris Rechtsbescherming d.d.5 februari 2025 inzake monitoring tolkdienstverlening(Kamerstuk 29 936, nr. 76);−de brief van de Staatssecretaris Rechtsbescherming d.d.17 februari 2025 inzake voortgang toezicht advocatuur(Kamerstuk 29 279, nr. 926);−de brief van de Staatssecretaris Rechtsbescherming d.d.28 maart 2025 inzake invoeringstoets Wet kwaliteit incasso-dienstverlening (Kamerstuk 35 733, nr. 18);−de brief van de Staatssecretaris Rechtsbescherming d.d.18 april 2025 inzake WODC-onderzoek Evaluatie Wet doorbere-kening kosten toezicht en tuchtrecht juridische beroepen(Kamerstuk 34 145, nr. 23);−de brief van de Staatssecretaris Rechtsbescherming d.d.18 april 2025 inzake beleidsreactie op het onderzoeksrapportEen sociaal notariaat? Toegankelijkheid notariële dienstverle-ning voor burgers en kleine bedrijven (Kamerstuk 29 279,nr. 953);−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 18 april2025 inzake reactie op de motie van de leden Palmen en VanNispen over een brief over de stand van zaken rond deaanbevelingen van de commissie-Silvis (Kamerstuk 36 600 VI,nr. 87) (Kamerstuk 36 600 VI, nr. 137).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,PoolDe griffier van de commissie,BroodTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9732 Voorzitter: PoolGriffier: PaauweAanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Van Eijk, Koops, Mutluer,Van Nispen, Pool, Smitskam en Wijen-Nass,en de heer Struycken, Staatssecretaris Rechtsbescherming.Aanvang 14.30 uur.De voorzitter:Een hele goede middag, dames en heren. Het is 14.30 uur op 24 april2025. Dat betekent dat ik dit commissiedebat Juridische beroepen bijdezen open. Welkom aan onze Staatssecretaris Rechtsbescherming.Hartstikke fijn dat u er bent. Welkom aan de leden. We hebben in de eerstetermijn een spreektijd van vier minuten en drie interrupties per persoon.Bij dezen zou ik graag de heer Koops als eerste het woord willen geven.De heer Koops (NSC):Dank u, meneer de voorzitter. Bij Voorjaarsnota is 30 miljoen eurouitgetrokken voor het verbeteren van de mate waarin sociale rechtshulpwordt gefinancierd. Na mijn oorspronkelijke blijdschap daarover bleek datdie 30 miljoen pas vanaf 2027 beschikbaar is. Dat houdt in dat we watbetreft de financiering van rechtshulp een gat hebben tussen nu en1 januari 2026. Wat is nu de aanleiding om daar in dit debat opnieuw overte beginnen? Dat is omdat het beroep van advocaat bij uitstek eenjuridisch beroep is. Daarmee plaats ik hier dan meteen mijn allereerstezorg over de sociale advocatuur. We moeten hier twee dingen uit elkaarhalen. Die 30 miljoen is in principe bedoeld om het systeem van vergoe-dingen in een concrete zaak up-to-date te houden, bij te werken naar denormen van de tijd en het mogelijk te maken om voldoende geld teverdienen op het moment dat je alleen maar dat soort zaken doet. Dat isde kern van die 30 miljoen. Een tweede probleem is aan de orde geweestbij de financiering van de rechtshulp, maar valt daar strikt genomen nietonder. Dat is simpelweg het uitsterven van de sociale advocatuur alszodanig, het in hoog tempo afnemen van het aantal mensen die daar hunwerk van maken. Ik weet heel zeker dat iedereen hier aan deze tafel overéén ding hetzelfde denkt: dat moet niet gebeuren. Er moet een aanbodvan sociale advocatuur zijn in de regio’s en in de steden. We wetenallemaal waar we het nu over hebben, want dit gezelschap heeft ook devorige debatten gedaan.Mijn vraag aan de Staatssecretaris betreft het in stand houden, hetvoorkomen van het uitsterven van de sociale advocatuur. Dat is dus watanders dan de vergoeding per punt, om het zo uit te drukken, of devergoeding van een handeling. Het staat voor Nieuw Sociaal Contractvolkomen vast dat wij niet kunnen wachten tot 1 januari 2027 met hetmaken van een plan en het in werking laten treden van een plan om datvoornoemde uitsterven te voorkomen. Dat moet gewoon sneller. Mijneerste vraag aan de Staatssecretaris is dan ook om te reflecteren opspecifiek die opmerking over haast. We moeten iets doen per 1 januari2026. In het vervolg op het antwoord dat de Staatssecretaris gaat geven,waarbij ik hoop hem in een hoekje te duwen omdat hij het er bezwaarlijkmee oneens kan zijn, gaat het om: hoe moeten we daar nou mee omgaanper 1 januari 2026? Daarbij denk ik vooral aan het rapport dat is opgestelden de adviezen die zijn gegeven door de Vereniging Sociale AdvocatuurNederland, de VSAN. Die hebben een specifiek op het aannemen vanadvocaat-stagiairs gericht advies geschreven. Daar hoort ook een bepaaldkostenplaatje bij. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is in hoeverre hijachter dat advies staat. Ik vraag hem om daarbij ook te reflecteren op hetfeit dat de VSAN tot op zekere hoogte een «lobbyvereniging» kan wordenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9733 genoemd, want zij melden zich hier voor de belangen van de sociaaladvocaten. Dat bijt zich als het ware in de staart, want het is natuurlijkhelemaal geen lobbyvereniging. Zij lobbyen eigenlijk voor de honderddui-zenden mensen die jaarlijks door de sociaal advocaten worden bijgestaan.Dát is waar zij voor lobbyen. Aan de ene kant kan je dus zeggen dat zevoor eigen parochie preken door te zeggen dat er meer stagiairs bijmoeten komen. Daar staat tegenover dat die honderdduizenden mensenin de kou komen te staan als wij hun adviezen niet opvolgen. De vraag isdus of de Staatssecretaris wil ingaan op de kwaliteit van het advies van deVSAN en of hij wil toezeggen het geld vrij te maken, bij wijze vanincidentele investering, per 1 januari 2026 om een start te maken met hetopleiden van die stagiairs, en daarmee het uitsterven te voorkomen.Dat is mijn eerste onderwerp, meneer de voorzitter.De voorzitter:U bent al wel bijna door uw tijd heen. U heeft in elk geval een interruptievan de heer Van Nispen. Laten we daarmee beginnen.De heer Van Nispen (SP):Ik heb de heer Koops heel hoog zitten, maar ik vind het echt heel ergmoeilijk om te luisteren naar dit pleidooi van NSC voor de socialeadvocatuur. Want waar haal je het lef vandaan? Echt, waar haal je het lefvandaan als je afgelopen dinsdag de kans had om moties te steunen dieprecies dit doen wat NSC hier nou zit te bepleiten? Nog geen twee dagennadat je tegen dertien moties hebt gestemd die allemaal precies dit doenwat de heer Koops nu wil, namelijk voorkomen dat de sociale advocatuuruitsterft, iets doen met het rapport van de wetenschappelijkecommissie-Van der Meer, iets doen met de aanbevelingen van deVereniging Sociale Advocatuur Nederland? Dat is natuurlijk geenlobbyorganisatie, maar een organisatie die opkomt voor een grondrecht,de toegang tot het recht voor iedereen. Ik vind het dus echt heel moeilijkom hiernaar te luisteren. Ik vind het ook heel ingewikkeld dat de heerKoops zegt dat pas na de onderhandelingen over de Voorjaarsnota bleekdat het in 2027 was. Wat hebben jullie daar dan zitten doen als onderhan-delende partijen?Maar goed, laat ik proberen – ik doe mijn best – het toch positief teformuleren in een vraag. Nu gaan we het namelijk weer netjes aan deStaatssecretaris vragen. Dan komt er weer een tweeminutendebat, dan gaik weer moties indienen en dan stemt NSC toch weer tegen al die moties.Wat gaat de heer Koops, wat gaat NSC vandaag als eis op tafel leggen?Leg het niet meer neer als vriendelijke vraag aan de Staatssecretaris, wantwe weten al wat het antwoord is. Wat voor motie gaat de heer Koops nadit debat concreet indienen om die sociale advocatuur te helpen? Ik wildat nu echt heel concreet hebben, want anders, als je toch alles wegstemt,is het weer loos geleuter in de ruimte.De heer Koops (NSC):Het is niet mijn gewoonte – het is hier überhaupt niet de gewoonte, denkik – om mijn spreektijd te gebruiken om complimenten uit te delen. Ikmeen dat ik dat in een halfjaar één keer heb gedaan, namelijk aan deStaatssecretaris. Dit wordt dus de tweede keer, nu aan de heer VanNispen. Dat doe ik omdat meneer Van Nispen al zeker tien jaar langopkomt voor de belangen van de sociale advocatuur en voor de mensendie niet zonder die sociale advocatuur kunnen. Ik heb in het verleden ophem gestemd, dames en heren, voordat Nieuw Sociaal Contract bestond.Dat is gewoon een gegeven. Dat wou ik hier even gezegd hebben.Dat gezegd hebbende wist ik dat de heer Van Nispen een dergelijkcommentaar zou gaan formuleren. Dat is geen geheim of iets dergelijks,want ik weet heel goed waar meneer Van Nispen voor staat. Ik weet ookheel goed wat er in die moties stond. Ik heb me ook beraden over waaromTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9734 ik nou inderdaad tegen de voornaamste motie heb gestemd. Hier komthet antwoord: ik vind, Nieuw Sociaal Contract vindt, dat de Staatssecre-taris en het kabinet de gelegenheid moeten krijgen om waar te maken watde Staatssecretaris heeft aangekondigd. Dit is geen geleuter. De vorigekeer dat we «leuterden», leverde dat structureel 30 miljoen euro per jaarop vanaf 1 januari 2027. Dat gaat dus niet de ruimte in, als het ware. Datheeft tot een uiterst concreet en aanwijsbaar resultaat geleid.Verder heb ik zojuist mijn vraag zo geformuleerd dat ik vraag om eentoezegging: «Kan de Staatssecretaris toezeggen dat dat geld beschikbaarwordt gemaakt om stagiairs op te leiden in het traject dat leidt tot het zijnvan een volwaardig sociaal advocaat?» Op dat punt vraag ik om eentoezegging. Bij het uitblijven van een dergelijke toezegging zal er, explicietdaarop ziend, een motie komen en een tweeminutendebat wordenaangevraagd. Hoe dat dan ook precies vorm krijgt, mijn streefdatum, destreefdatum van Nieuw Sociaal Contract is 1 januari 2026. Ik beschouwhet absoluut als een lacune in de uitkomst van de onderhandelingen overde Voorjaarsnota dat daar op dit moment niet in is voorzien. Dat is eenlacune die op de een of andere manier moet worden opgevuld enhersteld. Als er na 25 uur achter elkaar onderhandelen over werkelijk alleswat voor Nederland van belang is bepaalde uitkomsten van komen, kijk ik,kijkt Nieuw Sociaal Contract in de eerste plaats naar of het geheel van dieuitkomsten aanvaardbaar is. En ja, dat is het.Dat neemt niets van mijn persoonlijke frustratie weg over het feit dat weniets in handen hebben per 1 januari 2026. Ik schaar mij simpelweg aande zijde van de heer Van Nispen, als hij zijn frustratie daarover op een ietsandere manier onder woorden brengt. Dat is mijn antwoord. Ik wilgewoon dat dat geld er per 1 januari komt voor de nieuwe stagiairs. Dit ishet commissiedebat Juridische beroepen. Hier hebben we het over hetuitsterven van een onmisbaar vak en inderdaad over de invulling die aaneen grondrecht moet worden gegeven. Ik moet er niet aan denken dat deVSAN ertoe wordt gebracht om naar de rechter te stappen om daar af tedwingen wat hier gewoon hoort te gebeuren bij wijze van goed beleid engoed bestuur. Dat is mijn antwoord.De voorzitter:De heer Van Nispen heeft een tweede vraag.De heer Van Nispen (SP):Goed, dus dan eisen we vandaag van de Staatssecretaris dat hetnoodplan van de Vereniging Sociale Advocatuur Nederland, dat goed inelkaar zat, in ieder geval per 1 januari 2026 wordt ingevoerd. Dat is nietgratis, zeg ik tegen de heer Koops. Ik reken daarvoor in ieder geval opNSC. Als NSC daar niet zelf een motie voor indient, zullen wij datnatuurlijk wederom doen.Het tweede, dat volgens mij dan ook in één moeite door kan, is die30 miljoen. Het had 40 miljoen moeten zijn volgens het rapport van decommissie-Van der Meer, maar het is 30 miljoen geworden in deVoorjaarsnota; het is maar waar je trots op bent. Niemand moet natuurlijk25 uur achter elkaar onderhandelen, want daar krijg je ongelukken van.Dat blijkt ook hier weer. Die 30 miljoen is afgesproken, maar na deonderhandelingen blijkt dat je het verkeerde jaartal hebt opgeschreven.Hoe kun je nou zeggen dat je dat per 2027 doet? Dat had natuurlijk per2026 moeten zijn. De Minister van Financiën heeft allerlei posten met geldnaar voren heeft gehaald. Ik ga in ieder geval eisen – ik hoop dan ook NSCmet hun mooie woorden aan mijn zijde te vinden – dat we dat geld van2027 een jaar naar voren halen, naar 2026. Dat doet financieel nagenoeggeen pijn. Dat kan. Dat kun je regelen. Dat zal ook mijn voorstel zijn. Ikhoop dat de heer Koops zich daar ook achter schaart. Dan mag hij diemotie indienen. Ik zal dan niet flauw doen en ’m gewoon steunen. Graageen antwoord daarop.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9735 De heer Koops (NSC):Over de inhoud van die moties kom ik gegarandeerd nog te spreken, maarik ga wel nu meteen, bij wijze van reactie, vragen aan de Staatssecretarisof het mogelijk is om 30 miljoen van 2027 een jaar naar voren te schuiven.Zo niet, waarom niet? Zo wel, waarom wel? De vraag is hier of ik dit kaneisen. Daarbij acht ik mij, tragisch genoeg, gebonden aan de afspraken dieop dit moment gelden tussen de coalitiepartijen. Dat is iets wat funda-menteel tussen de heer Van Nispen en mij in zit. Die afspraken geldenvoor de coalitiepartijen. Ik heb me daaraan te houden op dit moment. Datis waarom ik zo aarzelend antwoord geef en ruim baan geef aan hetkabinet om het enige echt goede te doen.Meneer de voorzitter, ik weet niet meer hoeveel tijd ik nou nog overheb.De voorzitter:Eerst even kijken of dit antwoord voldoende was voor de heer Van Nispenop dit punt. Dat is het geval. U was door uw tijd heen, maar ik geef u nogeen halve minuut de tijd om af te ronden.De heer Koops (NSC):Ik leg op tafel dat de landsadvocaat heeft opgetreden voor de rechtbank inDen Haag in een geschil over de onafhankelijkheid en onpartijdigheid vandie rechtbank als direct gevolg van de daar in het verleden actieve«liegende rechter». Dat geschil sleept al 30 jaar. Ook die liegenderechter – ik zal zijn naam voor het gemak hier niet noemen, maar iedereenweet wie ik bedoel – kreeg de bijstand van dezelfde landsadvocaat. Mijnvraag aan de Staatssecretaris is om te reflecteren op het simpele feit datde landsadvocaat dus twee partijen heeft bijgestaan die een reusachtigconflict met elkaar hadden. Hoe is dat nou mogelijk? Wil de Staatssecre-taris daarbij ook ingaan op de redenen om de landsadvocaat in detoekomst in te schakelen?Heb ik nog tien seconden over, meneer de voorzitter?De voorzitter:Ja.De heer Koops (NSC):Dat is mooi.Ik wijs op het kennisinstituut dat gekoppeld is aan de Raad voor Rechtsbij-stand, dat als taak en doel heeft voor te lichten op het gebied van tolken.Het is mij ter ore gekomen dat een aantal leden van dat kennisinstituuteen dubbele pet ophebben. Aan de ene kant adviseren zij de Raad voorRechtsbijstand en aan de andere kant verdienen zij geld aan het bemid-delen voor tolken, als die worden ingeschakeld voor rechtszaken. Zijpreken dus daadwerkelijk voor eigen parochie. De vraag is of die dubbelepet wenselijk wordt geacht.De voorzitter:Goed. Hartelijk dank. U heeft een derde interruptie van de heer VanNispen.De heer Van Nispen (SP):Ik zou de heer Koops nog willen vragen om op twee punten in te gaan.Het eerste punt is de volgens mij op dit moment nog steeds zeeronredelijke vergoeding voor tolken en vertalers, die te maken hebben metde ingevoerde marktwerking, met allerlei perverse effecten, waardoor veelgerechtstolken nu niet of nauwelijks meer voor de overheid willen werken.Ik wil hem uitnodigen om daarop in te gaan. Het tweede punt is weer eenheel ander punt. Is de heer Koops ook principieel van opvatting dat ereigenlijk in Nederland een sociaal notariaat zou moeten komen? Zou hijons pleidooi daarvoor willen steunen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9736 De heer Koops (NSC):Als het gaat om de vergoedingen voor de tolken, is het een feit dat demarktwerking heeft geleid tot erbarmelijke omstandigheden voor eengroot aantal tolken en tot een ontoelaatbare achteruitgang van dekwaliteit van de tolken. Dat zeg ik zonder aanzien des persoons. Het is eenverschrikking dat op dit moment op een gekunstelde manier extra reistijdwordt gecreëerd om de tolken hier überhaupt de kans te geven teoverleven. Kortom, de marktwerking die destijds is gezocht, heeftbuitengewoon slecht uitgepakt voor het tarief waarvoor tolken op ditmoment worden ingeschakeld en voor de idiote manier waarop ze hungeld moeten verdienen, namelijk door urenlang in de trein te gaan zittenvoor een kort verhoor. Dat is een onbestaanbare situatie, waarvan ik bijnazeker weet dat er zo meteen opnieuw op wordt ingegaan. Tolken zijnessentieel in een in toenemende mate internationaliserende Nederlandserechtspleging. Dat is het antwoord op vraag één.Dan over het sociaal notariaat. Zonder in detail te treden: in algemene zinsta ik daar hartstikke achter. Daar sta ik hartstikke achter. Ik heb vroegernog meegekregen dat iedere notaris een eigen standplaats had. Dat leiddetot een vorm van kartelvorming en tot te hoge tarieven voor producten diewerkelijk iedereen, arm of rijk, nou eenmaal moest hebben. Het initiatief-voorstel van de heer Van Nispen voor een sociaal notariaat is daar eenperfect antwoord op. Je loopt natuurlijk meteen weer aan tegen degrenzen van geld en dat soort dingen. Dat zal allemaal wel. Maar hetbeginsel, het uitgangspunt, is uitstekend.De voorzitter:Oké. Hartelijk dank. Dan gaan we door naar de volgende spreker. Dat is deheer Smitskam.De heer Smitskam (PVV):Dank u wel, voorzitter. Momenteel zijn slachtoffers van letselschadeonvoldoende beschermd tegen de wisselende kwaliteit van de dienstver-lening. De door de Kamer aangenomen motie-Vondeling waarin wordtverzocht om van letselschadespecialist een beschermd beroep te maken,is niet uitgevoerd door de vorige Minister. Maar er moet echt ietsveranderen, zodat slachtoffers beter beschermd worden tegen malafideletselschadebemiddelaars. Daarom vraag ik de Staatssecretaris demogelijkheid te onderzoeken om aansluiting bij het Nationaal KeurmerkLetselschade wettelijk verplicht te maken voor iedere letselschadespeci-alist, uiteraard met behoud van de reeds wettelijk verankerdeGedragscode Behandeling Letselschade. Is hij daartoe bereid? Dit zorgtniet alleen voor uniforme kwaliteitsnormen en betere bescherming vanslachtoffers, maar versterkt ook het vertrouwen in de sector en maakttoezicht en handhaving effectiever. De PVV ziet dat als een belangrijkestap naar een betere, transparantere en rechtvaardigere letselschade-praktijk.Voorzitter. In het verlengde daarvan het volgende. Juridische procedureszijn voor veel burgers ingewikkeld, duur en onoverzichtelijk. Vaakontbreekt het aan heldere informatie om vooraf goed te kunneninschatten welke advocaat, notaris of andere juridisch adviseurbetrouwbaar is, goed presteert en het vertrouwen verdient. Is deStaatssecretaris bereid te onderzoeken wat er nodig is om de kwaliteittransparanter te maken?Voorzitter. Verder wil ik het hebben over het toezicht op de advocatuur.Het functioneren van sommige advocaten, zoals degenen die betrokkenwaren bij de zaak rondom Taghi, werpt een ernstige schaduw op hetgehele juridische systeem. Ze onderhouden nauwe banden met criminelenetwerken en participeren zelfs actief in praktijken die de rechtsstaatondermijnen. Ik vraag de Staatssecretaris hoe het kan dat leden van dezejuridische beroepsgroep verstrikt raken in zulke netwerken. Welke factorenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9737 liggen daaraan ten grondslag? Gaat het om pure geldbelangen, dedreiging van geweld of afpersing of een combinatie van financiële prikkelsen intimidatie? Welke systemen binnen de advocatuur en het justitiëleapparaat hebben gefaald, waardoor deze verstrengeling onopgemerkt kandoorgroeien? Ik vraag de Staatssecretaris wat er nodig is om herhaling inde toekomst te voorkomen.De voorzitter:Hartelijk dank. U heeft een interruptie van de heer Koops.De heer Koops (NSC):De heer Smitskam stelt drie onderwerpen aan de orde, die wat mij betreftalle drie even relevant zijn. Mijn interruptie krijgt dus een overeenkomstiglange duur, ben ik bang. Eerst gaan we het hebben over de bemiddelaarsbij letselschade en over het verkapte voorstel dat de PVV in feite doet,vermomd als vraag aan de Staatssecretaris. Is hierbij het idee van de PVVdat de kosten gelijk blijven voor de persoon die een dergelijke bemid-delaar nodig heeft?Het tweede onderwerp zag op ... Wat was het nou? Wat was uw tweedeonderwerp? Sorry.De heer Smitskam (PVV):Ik vraag of het mogelijk is om te onderzoeken of we aansluiting bij hetNationaal Keurmerk Letselschade wettelijk verplicht kunnen maken. Ik hadhet over uniforme kwaliteitsnormen, een betere bescherming voor deslachtoffers en in het verlengde daarvan over de juridische procedures ...De heer Koops (NSC):Juist.De heer Smitskam (PVV):... die onduidelijk zijn voor heel veel burgers.De voorzitter:Ja. Meneer Koops, houdt u het gewoon even bij één interruptie, éénvraag. We gaan niet de hele spreektekst beoordelen via een interruptie,zeg maar. Dus u stelt gewoon even de vraag en dan ...De heer Koops (NSC):I stand corrected. Het ging om het inzichtelijk maken van de kosten diegemoeid zijn met het voeren van een juridische procedure. Betrekt de PVVdaarbij ook de noodzaak om een dergelijke procedure te voeren? Kortom,gaat het ook om een advies over of het echt nodig is om een dergelijkeprocedure te beginnen?Het derde punt ging over de schokkende arrestaties van advocaten inverband met de zaak-Taghi. Die hebben kennelijk iets niet goed gedaan. Isde heer Smitskam het met mij eens dat de Staatssecretaris hier nietgevraagd wordt om te reflecteren op de inhoud van die vervolgingen, deredenen van de arrestaties, maar dat de vraag er met name op is gerichtte weten te komen wat wij als Kamer kunnen doen om ervoor te zorgendat advocaten niet in een corrupt netwerk verstrikt raken, onder druk gezetworden of gechanteerd worden? Kortom, wat kunnen wij doen inafwachting van de afloop van de strafzaken, die misschien nog wel jarenduren?De heer Smitskam (PVV):Op uw tweede vraag kan ik bevestigend antwoorden. De eerste vraagbetreft de kosten. Zover ben ik nog niet. Mijn primaire vraag aan deStaatssecretaris is of hij wil kijken naar de mogelijkheid om letselschade-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9738 specialisten verplicht tot een keurmerk te laten toetreden, zodat zij betergecontroleerd worden.De voorzitter:Was dat voldoende, meneer Koops? Wilt u nog een tweede vraag stellen?De heer Koops (NSC):Alleen nog eventjes over de advocaten in de Taghi-zaak die nu gearres-teerd zijn. Klopt het dat meneer Smitskam aan de Staatssecretaris vraagtwat wij nu al kunnen doen?De heer Smitskam (PVV):Ja, dat is correct.De voorzitter:Hartstikke mooi. Continueert u uw betoog.De heer Smitskam (PVV):Ik ga verder. Hoe denkt de Staatssecretaris over een wettelijk voorschriftvoor een verplichte integriteitsscreening bij elke advocaat die eenstrafzaak van grote maatschappelijke impact voert, zoals de zaak-Taghi?Tot slot, voorzitter. De tuchtrechtspraak verloopt vaak traag. Het komt voordat advocaten pas jaren na klachten worden gesanctioneerd. Hoe gaat deStaatssecretaris versnelling en effectiviteit van de tuchtrechtprocedureafdwingen? Een toekomstige onafhankelijke toezichthouder beperkt zichmogelijk tot een extra laag monitoring, terwijl misstanden vaak pas na defeiten zichtbaar worden. Is de Staatssecretaris bereid ook de mogelijkheidvan preventieve audits bij advocatenkantoren te onderzoeken?Dank u, voorzitter.De voorzitter:U hartelijk dank voor uw inbreng. Dan is het woord aan de heer VanNispen.De heer Van Nispen (SP):Gerechtstolken en vertalers zijn door de politiek overgeleverd aan degrillen van de markt. Ze zijn daarmee een speelbal van de bemiddelaarsgeworden. Ze krijgen geen redelijke vergoeding meer en willen nu steedsvaker niet meer voor de overheid werken. Dat is een heel groot probleemen daaruit blijkt hoe cruciaal tolken en vertalers zijn voor onze rechtsstaat;dat wisten we natuurlijk al. De Staatssecretaris zet met zijn brief minis-tapjes, zoals onderzoek naar het vergoeden van voorbereidingstijd vantolken en onderzoek naar de vergoeding van de normregel voor vertalers.Kan dit met spoed? Het duurt namelijk al zo ontzettend lang. We moetenecht toe naar redelijke tarieven. Kijk voor het tarief voor de vertalersbijvoorbeeld naar Duitsland. Zorg voor vaste en reële tarieven voor tolken.Betaal de bemiddelaars alleen voor het bemiddelen. Dan zijn we ook vandie malle en oneerlijke onderhandelingen af tussen de tolk en debemiddelaars. Dat willen de bemiddelaars eigenlijk zelf ook; zie hunbrieven daarover. Graag een reactie.In onze aangenomen motie staat dat we de cijfers willen over de inzet vantolken bij OM-opdrachten, gespecificeerd per taal. Waarom krijgen we dieniet, vraag ik de Staatssecretaris. Ook vragen de tolken en vertalers,terecht, vind ik, om een onafhankelijk klachtenloket over de bemiddelaars.Dat was toegezegd, toen toch weer niet, want je kunt toch klagen bij debemiddelaars zelf? Maar dat is onvoldoende. Het moet daar los van staan.Graag een toezegging hierop van de Staatssecretaris.Voorzitter. Het onderzoek naar het sociaal notariaat leest als één lang engoed pleidooi voor de invoering van het sociaal notariaat. Het is bijnaeen-op-een de initiatiefnota die ik hierover eerder al publiceerde. WeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 9739 hebben namelijk sociale advocatuur. Waarom hebben we dan geensociaal notariaat in Nederland? Rechtszekerheid en rechtvaardigheid isvoor iedereen belangrijk, ook als je niet voldoende geld hebt om het tariefte betalen of als je niet weet wat je eigenlijk zou moeten regelen. Denkdaarbij aan sommige ouderen, mensen met een beperking en laaggelet-terden. Voor sommige mensen is een testament gewoon hartstikkebelangrijk in hun levenssituatie. Die leemte in de toegang tot het rechtblijkt heel duidelijk uit het onderzoek. Kortom, er moet een sociaalnotariaat komen. Dat is de enige conclusie die je dan kunt trekken. Ook deKoninklijke Notariële Beroepsorganisatie is uitgesproken voorstander. Ikdenk dat de Staatssecretaris dat volgens mij zelf ook wel ziet, als hij eerlijkis. Maar als puntje bij paaltje komt, komt het er niet en kiest de Staatsse-cretaris voor het sleutelen aan een kansloos wetsartikel. Dat gaat ’mgewoon niet worden. Een ander scenario, aansluiten bij het stelsel vangefinancierde rechtsbijstand, is veel beter. Dat weten we eigenlijk. Het zitweer vast op de vraag hoe we dat zouden moeten gaan betalen. Dat ishartstikke zonde. Als het niet in één keer kan, kunnen we dan in iedergeval met een proef beginnen om te kijken of dit kan slagen, bijvoorbeeldin een voorziening in de buurt, zoals het Huis van het Recht in Heerlen ofin Breda? Graag een reactie, zodat we in ieder geval het recht en derechtvaardigheid dichter bij mensen gaan brengen.De voorzitter:U heeft een interruptie van de heer Koops.De heer Koops (NSC):Ter verheldering, bedoelt u een soort van lokale steekproef? Het lid VanNispen gaf zojuist zo’n Huis van het Recht als voorbeeld. Bedoelt u eenproef die beperkt is tot een bepaald werkgebied? Is dat het idee?De heer Van Nispen (SP):Dank voor de vraag. Mijn voorstel vandaag is een proef in een bepaalderegio. We zien namelijk grofweg twee problemen. Er zijn er wel meer,maar laat ik het tot twee beperken. Sommige mensen lopen tegen een tehoog tarief aan, kunnen dat niet betalen en doen daardoor geen beroepop een notaris, met later allerlei juridische problemen van dien, waardoorje soms duurder uit bent. Die mensen moeten nu al op grond vanartikel 56 van de Wet op het notarisambt eigen bijdrages betalen waar je utegen zegt. Die zijn veel te hoog en daarom moet er een sociaal notariaatkomen.Maar een ander probleem, en dat lossen we ook op met mijn voorstelvoor een proef, is dat mensen de notaris niet weten te vinden. Mensen dieeen juridisch probleem of een sociaal-juridisch probleem hebben, kunnendan binnenlopen in een Huis van het Recht en hun probleem op tafelleggen. Daar heb je dan deskundige medewerkers, die zeggen: «Hé,meneer of mevrouw, maar u heeft eigenlijk een notaris nodig. Weet u, dieis overmorgen aanwezig op deze vestiging. Die kan u helpen.» Dat kandan tegen het verlaagd tarief dat we in die ene regio hebben georgani-seerd.Voorzitter. Ik zeg daar nog wel één ding bij, want ik heb mijzelf de vraaggesteld: als je dit, wat volgens mij in het hele land zou moeten gebeuren,tot één regio zou gaan beperken, leidt dat dan niet tot rechtsongelijkheid?Heb je dan in de regio Zuid-Limburg, in het Huis van het Recht in Heerlen,een betere situatie? Ik vind dat we die vraag moeten stellen, maar ik vindook dat we de angst daarvoor niet leidend moeten laten zijn in het tocheens proefondervindelijk kijken of dat een oplossing zou kunnen zijn voorhet niet kunnen betalen en het niet kunnen vinden van een notaris. Ik hebmezelf die kritische vraag gesteld en ik denk dat mijn antwoord is dat wedit toch moeten gaan uitproberen. Dat zal, denk ik, toch ook niet helemaalgratis zijn. Maar er zijn notarissen – voorzitter, daarmee rond ik af, ditTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 97310 antwoord in ieder geval – die dit ook al doen, voorheen in de regio DenBosch, inmiddels in Sittard. Laten we dus in gesprek gaan met de KNB,met de notarissen die dit nu al pro Deo aan het doen zijn, en kijken of wedit kunnen gaan uitproberen in een regio. Ik zou vinden dat er budget voormoet zijn, maar als dat het struikelblok is, laten we dan toch kijken of wehet binnen de marges wél kunnen gaan organiseren. Volgens mij is het tebelangrijk om er nu niks mee te doen.De voorzitter:Hartelijk dank. Is dat voldoende, meneer Koops? Dat is zo. Dan mag deheer Van Nispen verder met zijn betoog.De heer Van Nispen (SP):Ik was aangekomen bij faillissementsfraude, weer een heel anderonderwerp. Dat is een groot probleem, al jaren. De SP heeft in hetverleden tal van voorstellen gedaan. Nu ligt er een onderzoek waaruitblijkt hoe schadelijk fraude bij faillissementen is. De schade is 1 miljard,naast het geschonden vertrouwen. De pakkans is heel laag, omdat deboedel leeg is en alle onderzoeken niet gefinancierd worden. Ook ditonderzoek legt feilloos alle problemen bloot, en de oplossingen, want alsje ervoor kiest dat curatoren ook bij lege boedels fraude en onrechtmatig-heden onderzoeken, dan moet je er ook voor betalen. Anders moet je ereen opsporingstaak van maken bij politie, Openbaar Ministerie en FIOD.Maar daar kiest de Staatssecretaris niet voor. Ook hier dreigt eenprobleem, faillissementsfraude, niet opgelost te worden omdat ereigenlijk geen geld voor is, wat ik een best wel slechte zaak vind. Maarook zijn hier twee andere creatieve oplossingen. Eén is een drempel bijfaillissementen, dus dat er nog geld in de boedel moet zitten. Dat lijkt meniet onredelijk. Twee is een afdrachtsplicht voor separatisten zoalsbanken. Ook dat is volstrekt gerechtvaardigd als je ziet hoeveel er nafaillissementen naar banken gaat en hoe weinig naar andere schuldeisers.Kortom, laat de banken meebetalen voor het opsporen van de fraude bijfaillissementen. Worden deze oplossingen ook nadrukkelijk meegewogen,vraag ik aan de Staatssecretaris. Hoe wordt recht gedaan aan de motie-Ellian/Van Nispen, die zegt dat er altijd onderzoek moet worden gedaannaar faillissementsfraude, omdat misdaad niet mag lonen? Graag eenreactie.Tot slot, voorzitter. De landsadvocaat en vooral de handelwijze van hetkantoor zijn de SP al lang een doorn in het oog. Eigenlijk moet de Staatgewoon stoppen met dit kantoor. Zolang dat niet gebeurt, moet jenormale tarieven gaan betalen, want de inzet van de landsadvocaat,waarbij de Staat procedeert tegen mensen, kost de belastingbetaler40 miljoen euro per jaar. De SP stelt voor: verlaag het tarief van delandsadvocaat tot het tarief van de sociaal advocaat. Want dat was toch zoredelijk, vraag ik aan de Staatssecretaris. Graag een reactie op ditvoorstel.Als allerlaatste de aangenomen motie van NSC en SP, de motie-Palmen/Van Nispen, die oproept tot minder inzet van Pels Rijcken en toteen jaarlijks overzicht. Dat wordt allemaal maar een beetje moeizaam enhalfhalf uitgevoerd. Ik vind dat we dat niet moeten accepteren als Kamer,dus ik doe een dringend beroep op de Staatssecretaris voor ruiterlijke envolledige uitvoering van die aangenomen motie.Ik dank u wel.De voorzitter:U bedankt. Mevrouw Mutluer, aan u het woord.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Uiteraard zal ik ook even ingaan op de sociale advocatuur enhet sociaal notariaat, maar laat ik beginnen met het beroep van letselscha-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 97311 despecialist, een onbeschermd beroep dat in feite iedereen mag uitoe-fenen en waarvoor weinig is geregeld. Er is een keurmerk waar cliëntenrekening mee kunnen houden, maar dat is geen verplicht keurmerk. Jeziet ontzettend veel cowboys in deze branche die zich niet aan degedragscode houden. Heel veel kwetsbare mensen worden hierdoorgeraakt. Denk aan misleidende reclame en praktijken die neigen naarfraude en verduistering. Er is een WODC-onderzoek geweest. Ik wil van deStaatssecretaris weten wat er is gedaan met dat rapport en wat hij samenmet zijn collega van Financiën gaat doen om deze branche in goedebanen te leiden.Dan de sociale advocatuur. Daar is het een en ander over opgemerkt. Iksteun in die lijn alles wat collega Van Nispen daaromtrent heeft gezegd.Ook ik heb mijn zorgen ten aanzien van de uitholling van deze zeerbelangrijke beroepsgroep. Ik zou heel erg graag zien dat we naast desociale advocatuur straks ook een heel goed sociaal notariaat hebben. Netzomin als dat de dikte van de portemonnee bepalend mag zijn voor hetverkrijgen van rechtsbijstand, mogen notariële diensten, waar iedereNederlander mee te maken kan krijgen, in mijn beleving niet onbereikbaarzijn omdat je ze niet kan betalen.Ook daar is een WODC-onderzoek over geschreven. Er worden vijfscenario’s geschetst om de toegang tot notariële dienstverlening voorfinancieel minder daadkrachtigen te verbeteren. Eigenlijk zegt deStaatssecretaris in zijn reactie dat hij gaat kijken of er maatwerk mogelijkis voor de eigen bijdrage die op basis van artikel 56 uit de Wet op hetnotarisambt wordt gevraagd en of daar een levenstestament aan kanworden toegevoegd. Om eerlijk te zijn vind ik dat echt veel te beperkt.Mijn suggestie is om aan te sluiten bij het stelsel van gesubsidieerderechtsbijstand. Maar ik vind het ook interessant – ik denk dat de heer VanNispen er misschien ook oren naar heeft – om te kijken of dat in combi-natie gedaan kan worden met het scenario dat notarissen per gepas-seerde akte een bedrag storten in een fonds. Dat kan dan gebruikt wordenom de kosten voor het sociaal notariaat te dekken. Dat is een beetje eenen-en. Daarmee haal je misschien de financiële ingewikkeldheid weg. Ikhad een interruptie verwacht, maar ik krijg er geen. Dan ga ik verder. Wewachten gewoon de reactie van de Staatssecretaris af.Dan iets over de advocatuur. Ook wij zien de laatste tijd dat de advocatuuronder een vergrootglas komt te liggen vanwege het feit dat er zelfs enkeleadvocaten gearresteerd zijn. In ieder geval ligt er over mevrouw Weskieen toch wel schokkend rapport van de inspectie. Ik ga nu niet op dieconcrete gevallen in, want dat is allemaal onder de rechter. Maar hetbrengt me wel op het punt van de weerbaarheid van advocaten tenopzichte van hun cliënten. Ik weet dat er maatregelen zijn getroffen tenaanzien van voortgezet crimineel handelen vanuit de cel, dat er weerbaar-heidstrainingen voor advocaten komen en dat men een vertrouwensad-vocaat kan inschakelen voor tips. Mijn vraag is dan gelijk als volgt. Hoevaak gebeurt dat? Welke vervolgstappen zijn er mogelijk? Wat gebeurt erals een advocaat wil passen als hij gevraagd wordt voor de verdedigingvan een cliënt die meent dat hij zijn advocaat kan gebruiken om zijncriminele activiteiten vanuit de cel voort te zetten? Dat kan gevaarlijk zijn.Een cliënt die al meerdere advocaten om die reden heeft zien verdwijnen,zal natuurlijk recht hebben op een nieuwe advocaat.Een NRC-columnist, Folkert Jensma, wees er een paar dagen geleden nogop dat een rechtzoekende die geen advocaat bereid kan vinden om deverdediging op zich te nemen, op grond van de Advocatenwet aan dedeken kan vragen om een advocaat aan te wijzen. De deken kan eendergelijk verzoek afwijzen. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is hoe vaakde deken een dergelijk verzoek krijgt. Wat zijn gegronde redenen om dataf te wijzen? En wat gebeurt er dan? Is er een situatie denkbaar waariniemand die recht op een advocaat heeft, die niet kan krijgen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 97312 Ik rond af, voorzitter. We hebben er eerder op aangedrongen dat hettoezicht op de advocatuur onafhankelijk moest worden. Ik weet dat deNOvA nu zelf een onderzoek wil gaan doen. Ik wil deze Staatssecretariseigenlijk steunen in zijn oproep richting de NOvA om voor de zomer meteen eensluidend advies te komen. Ik wil van hem weten hoe de NOvAhierop heeft gereageerd. Krijgen we daadwerkelijk richting de zomer eenadvies? De tucht moet namelijk onafhankelijk en zo snel mogelijk komen.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Hartelijk dank. Ik ben soepel met de spreektijd, maar dan moet ik welstreng zijn op het aantal interrupties. Mevrouw Van Eijk, aan u het woord.Mevrouw Van Eijk (VVD):Dank u wel. Ik ga ’m wel inkorten, hoor. Er is ook wat overlap met deinbreng van de collega’s voor mij, dus wellicht sla ik wat stukjes over. Ikwil vandaag graag vier onderwerpen in het debat naar voren brengen.Ten eerste het toezicht op de advocatuur. De VVD pleit voor eenversterking en centralisering. De aangenomen motie-Ellian verzoekt omzowel het toezicht als de klachtbehandeling en het tuchtrechtelijk toezichtonder te brengen bij de OTA, een nieuw landelijk orgaan binnen de NOvA.Aan de NOvA is gevraagd om een visie te vormen op het toezicht op deadvocatuur. Dat rapport wordt voor de zomer verwacht. Informatie overde voortgang van het wetsvoorstel volgt in het najaar. De VVD kijkt uitnaar de uitwerking en gaat ervan uit dat we het wetsvoorstel voor heteinde van het jaar in behandeling kunnen nemen. Graag een reactie vande Staatssecretaris.In de tussentijd zitten criminelen niet stil. De advocatuur staat onder drukdoor de dreiging van ondermijnende criminaliteit. Het is van groot belangdat advocaten hun werk ongestoord en onafhankelijk kunnen uitvoeren.Tegelijkertijd zijn er aanvullende maatregelen nodig om misbruik van hetsysteem te voorkomen. De deken speelt een sleutelrol als toezichthouderop advocaten. Advocaten die mogelijk betrokken zijn bij crimineleactiviteiten, moeten zo snel mogelijk worden geïdentificeerd. Intensieveresamenwerking tussen de deken, het OM en de politie is daarbij belangrijk.Kan de Staatssecretaris aangeven hoe dit nu loopt? Wat kan er wellichtbeter?Advocaten die verdachten die in verband worden gebracht met zwarecriminaliteit, bijstaan, moeten beter beschermd worden tegen dreigingen.De NOvA heeft na eerdere aanhoudingen van advocaten al een aantalmaatregelen genomen. Denk aan de Taskforce Bescherming tegenondermijning, het vertrouwelijk melden van bedreigingen en weerbaar-heidstrainingen. Wat zijn hiervan de resultaten, vraag ik de Staatssecre-taris. Is de praktijk inmiddels zo dat advocaten, conform het advies van deNOvA, een cliënt in de ebi of AIT altijd met zijn tweeën bezoeken?Voorzitter. Mijn tweede punt betreft het notariaat. Het notariaat speelt eensleutelrol in het tegengaan van fraude en ondermijning. Het huidigesysteem biedt niet altijd voldoende waarborgen om misbruik tegen tegaan. De VVD is voor versterking van gegevensdeling. Zo kunnennotarissen beter samenwerken met andere professionals en overheidsin-stanties. Is er inmiddels een wet in werking getreden of in voorbereidingdie dit regelt? Kunnen mogelijkheden die digitale platforms biedenmaximaal worden benut? Zo nee, wat is daarvoor nodig? Graag eenreactie van de Staatssecretaris.Notarissen moeten verdachte transacties direct melden bij de autoriteiten.Dat kan helpen om witwaspraktijken en andere vormen van financiëlefraude sneller te identificeren. Hoe is het op dit moment met de meldings-bereidheid, vraag ik de Staatssecretaris.Ten derde de legeboedelproblematiek. Het is een hardnekkig probleem.Veel burgers krijgen er mee te maken. Het kan niet zo zijn dat mensenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 97313 achterblijven met onterecht oninbare schulden en dat de Staat vervolgensopdraait voor de kosten van de afwikkeling van deze boedels. Er zijn in hetverleden tal van voorstellen gedaan om deze problematiek aan te pakken.Denk aan een versoepeling van de administratieve verplichtingen voorcuratoren wanneer het duidelijk is dat er geen bezittingen in de boedel zijnen snellere juridische procedures voor het vaststellen van de legeboedel-status, waardoor curatoren niet onterecht tijd en middelen hoeven teinvesteren in zaken die geen kans op succes hebben. Hoe kijkt deStaatssecretaris hiertegen aan? Is of wordt er opvolging gegeven aan dezevoorstellen?Voorzitter. Ten slotte de malafide letselschadespecialisten. Daar hebbenmijn collega’s van PVV en GroenLinks-PvdA volgens mij de juiste vragenover gesteld. Daar sluit ik volledigheidshalve bij aan.Dank u wel.De voorzitter:U bedankt. Het woord is aan mevrouw Wijen-Nass.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Dank u wel, meneer de voorzitter. Ik ga het hebben over iets anders dande sprekers voor mij. Ik ga het hebben over de sterke toename van hetaantal procedures, over de waardering van onroerende zaken, de WOZ,over de belasting op personenauto’s en motorrijwielen, bpm, en oververkeersboetes.Vaak worden mensen in deze zaken namelijk geholpen door bedrijven diejuridische ondersteuning bieden zonder dat daarvoor betaald hoeft teworden. Dat heet «no cure, no pay», oftewel «geen resultaten, geenbetaling». Deze bedrijven brengen dus op voorhand geen kosten voor hundiensten in rekening. In plaats daarvan wordt er afgesproken dateventuele proceskostenvergoedingen aan het bedrijf worden toegekend.De burger heeft hierdoor gratis en eenvoudig toegang tot ondersteuning.Dat type bezwaar- en beroepszaken heeft onder andere tot gevolg dat deketen overbelast raakt. Naar aanleiding van deze problematiek is er eenWODC-onderzoek geweest. Dat biedt twee mogelijke maatregelen. Deeerste is een regeling waarmee meer duidelijkheid wordt verschaft aan derechtspraak wanneer aanleiding kan bestaan voor een lagere proceskos-tenvergoeding vanwege bijzondere omstandigheden. De tweede isregulering van en toezicht op ncnp-markten.Bij de eerste maatregel zegt de Staatssecretaris dat de proceskosten alaanzienlijk zijn verlaagd. Kan hij wel toezeggen dat hij de vinger aan depols houdt en dat hij de Kamer erover informeert of de recente verlagingwerkt?Bij de tweede maatregel zegt de Staatssecretaris eerst te willen monitorenen de invoeringstoets van de Wet herwaardering af te willen wachten.Naar aanleiding daarvan zal worden bezien of de wetswijziging en de ingang gezette overige maatregelen het beoogde effect hebben en ofaanvullende maatregelen nog nodig zijn. Mijn fractie staat hier wel watkritischer in. Ik ben heel benieuwd of de Staatssecretaris in beeld heefthoeveel geld er jaarlijks uitgekeerd wordt aan de proceskostenvergoe-dingen in de specifieke zaken waar ik het net over had. Kan hij datuitsplitsen in bezwaar, beroep en hoger beroep? Is hij, als hij dat niet inbeeld heeft, bereid om dat uit te zoeken? Dat kan eventueel op een latermoment gedeeld worden. Deze zaken kosten namelijk niet alleen direct,maar ook indirect heel veel geld. Vanuit ambtenaren, rechters en deCVOM worden er per jaar enorm veel uren aan het werk besteed. Dat istijd die wij als BBB liever aan andere zaken besteed zien worden.Ik denk ook dat wij nog eens kritisch moeten kijken naar de grenswaarbinnen je in bezwaar en hoger beroep kan gaan. Dan bedoel ik vooralhet hoger beroep. Je kan namelijk altijd in bezwaar en ook altijd in beroep,maar volgens de wet-Mulder kan je in hoger beroep vanaf een boete-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 97314 bedrag van € 110. Ik ben eigenlijk wel benieuwd of de Staatssecretaris inbeeld heeft om hoeveel hogerberoepzaken we het hebben als het gaat omde wet-Mulder, officieel de Wahv, de Wet administratiefrechtelijkehandhaving verkeersvoorschriften. Ik ben benieuwd naar het aantal zakenwaarover we het hebben. Stel dat we het bedrag om in hoger beroep tegaan zouden verhogen met € 50. Hoeveel zaken zou dat dan misschienkunnen schelen?De BBB is van mening dat misschien ook moet worden bekeken of er eenbezwaar- of beroepsmogelijkheid minder kan. Je kan nu én in bezwaar énin beroep en dan nog een keer in hoger beroep, en dat allemaal voor eenboete van € 110. Mocht iemand zo lang doorprocederen, dan is derechtspraak drie keer belast met zoiets kleins. Is de Staatssecretaris bereidom de mogelijkheid tot drie keer doorprocederen terug te schroeven tottwee keer bij dit soort kleine zaken? Daar zou ik graag een reactie opkrijgen.Dank u wel, meneer de voorzitter.De voorzitter:Hartelijk dank. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerstetermijn van de zijde van de Kamer. Ik kijk naar de Staatssecretaris.Hoelang heeft hij nodig voor het voorbereiden van de beantwoording? Ikschors tot 15.45 uur. Ik zie u dan.De vergadering wordt van 15.11 uur tot 15.45 uur geschorst.De voorzitter:Goed, dames en heren, het is 15.45 uur. Bij dezen heropen ik het commis-siedebat Juridische beroepen van de vaste Kamercommissie voor Justitieen Veiligheid. We zijn gebleven bij de eerste termijn van de zijde van hetkabinet. De Staatssecretaris zal allereerst ongetwijfeld een korte intro-ductie houden, waarna hij overgaat tot de beantwoording van de vragenvan de leden. De leden hebben drie keer de mogelijkheid om te interrum-peren. Daarna gaan we door naar de tweede termijn. Allereerst is hetwoord aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Struycken:Voorzitter, dank u wel. Ik prijs me gelukkig om hier met uw Kamer bijeente komen. Het gaat vandaag namelijk om de juridische beroepen. Die zijnmij dierbaar. Advocaten, notarissen en deurwaarders zijn dienaren vanonze rechtsstaat. Het zijn drie klassieke juridische beroepsgroepen, dieieder vanuit hun eigen verantwoordelijkheid en hun eigen wettelijke roleen cruciale rol spelen in de rechtsstaat. Ze zorgen ervoor dat derechtsstaat dagelijks kan functioneren. Daar mogen we trots op zijn. Naastde klassieke juridische beroepen zijn er ook nog andere beroepen dieevenzeer van groot belang zijn, maar op andere vlakken. Daarbij denk ikaan de incassodienstverlening, die onze aandacht heeft, maar ook aan decuratele, het bewind en het mentorschap. Dat is vandaag niet genoemd,maar ik wil het wel graag genoemd hebben. Het blijft essentieel om tewerken aan goede samenwerking binnen het stelsel. Daarbij denk ikvooral aan de tolken en vertalers, met wie ik de afgelopen tijd intensiefcontact heb gehad. Het is namelijk een gezamenlijk belang om het stelselbeter te maken.Voorzitter. De blokjes zijn vandaag erg voor de hand liggend: we lopengewoon de beroepsgroepen af. Ik vermeld toch even dat ik begin met deadvocatuur, inclusief het toezicht, en de sociale advocatuur. Dan zal ik hethebben over het notariaat, dan over letselschade, dan over tolken envertalers. Dan zijn er nog een aantal andere vragen, waaronder over delandsadvocaat en wat ik maar even de «legeboedelproblematiek» noem,voor zover die raakt aan de juridische beroepsgroepen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 97315 Over de advocatuur. Evident geldt dat de advocatuur een bijzonderepositie inneemt in onze rechtsorde. Ze is een van de hoekstenen van derechtsstaat. Ze biedt toegang tot het recht, zowel voor de minder als voorde meer gefortuneerden, met inbegrip van het bedrijfsleven, zowel voorNederlanders als voor niet-Nederlanders, zowel voor mensen en bedrijvenin Nederland als voor bedrijven die daarbuiten gevestigd zijn. Onzerechtsstaat is er voor hen allen. Het is van belang dat die goed functio-neert en dat we oog hebben voor ieder van die verschillende justitiabelen.De advocatuur is zo van belang dat ik uitzie naar de dag van 13 mei,waarop ik naar Luxemburg reis, om daar voor Nederland als een van deeerste landen het verdrag van de Raad van Europa ter bescherming vanhet advocatenberoep te tekenen. Dat verdrag verandert voor ons niet zoheel veel, maar het is wel een heel belangrijk signaal voor alle lidstatenvan de Raad van Europa die besluiten te tekenen, maar ook voor landendaarbuiten. Dat verdrag is namelijk een signaal in Nederland, maar ook inde rest van de wereld. Uiteindelijk staat dat allemaal in het teken van debescherming van de advocatuur als hoeksteen van onze rechtsstaat.De wettelijke kernwaarden voor de advocatuur zeggen het ook: cliëntenvan advocaten moeten erop kunnen vertrouwen dat de advocaatonafhankelijk, partijdig – de advocaat is er immers voor de cliënt; degerechtvaardigde belangen van de cliënt zijn prioriteit voor de advocaat – deskundig en integer is, en optreedt als vertrouwenspersoon. Deadvocaat moet dus in vrijheid kunnen optreden, zo nodig ook tegen deoverheid. Deze rol veronderstelt dat de advocaat bij de beroepsuitoe-fening niet onderworpen is aan het afleggen van verantwoording aan deRijksoverheid. Bovendien veronderstelt die rol dat diezelfde overheidvoldoende afstand bewaart ten opzichte van de advocatuur.In mijn brief van 17 februari heb ik u geïnformeerd over het onderzoek datik de NOvA laat uitvoeren naar de kaders en inrichtingsmodaliteiten voorhet klacht- en tuchtrecht en voor het toezicht op de advocatuur. Ik ben blijdat de NOvA op dit punt haar verantwoordelijkheid neemt en op basis vanonderzoek zelf op één lijn tracht te komen voor de inrichting van hettoezichtsmodel. Ik vind het van belang dat het veld zelf eerst op één lijnkomt. Ik heb bij de NOvA het belang van voortvarendheid benadrukt. Ikverwacht dat de NOvA medio september een advies aan mij zal kunnenuitbrengen, zodat ik me in de maanden daarna kan beraden op de stappendie we moeten zetten.Ik ben me heel bewust van de motie-Ellian over de inrichting van hettoezicht. Ik heb de NOvA meegegeven dat de motie-Ellian leidend zoumoeten zijn bij het advies dat die mij zal geven over de inrichting van hettoezichtsmodel, maar ik heb de NOvA ook de vrijheid gegeven om tekomen met de kaders waarbinnen zij dat toezicht zelf ziet. We weten dat erbinnen de NOvA een mate van verdeeldheid bestaat, dat de landelijkeraad en de lokale dekens onlangs niet op één lijn zijn gaan zitten. Ik heb dehoop uitgesproken dat dat anders zal worden in de komende zomer, zodatwe op die basis voortvarend met wetgeving te werk kunnen gaan. Iksignaleer daarbij wel dat de huidige conceptwetgeving op een bepaaldmodel is gebaseerd. Als we langs die lijst verdergaan, kan datwetsvoorstel vrij snel worden ingediend. Als we daar echter groteveranderingen in moeten aanbrengen, mogelijk omdat de motie-Elliandaartoe noopt, dan zullen we wat meer tijd nodig hebben om met hetwetsontwerp voor het toezicht naar uw Kamer te komen. Daar zal het duseen beetje van afhangen.De voorzitter:U krijgt een vraag van mevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Dit voelt een beetje als uitstelgedrag, zeg ik eerbiedig richting dezeStaatssecretaris. Ik denk dat er vanuit de Kamer een duidelijke lijn is en erTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 97316 een duidelijke uitspraak is gedaan. Je zou eigenlijk willen dat datwetsvoorstel ook in die lijn zou worden aangepast. Ik ben er bangvoor – ik wil dat de Staatssecretaris daar toch even iets meer overzegt – dat «de komende zomer» september, oktober, november wordt endat we weer jaren verder zijn. Ik wil gewoon dat deze Staatssecretaris zelfop enig moment de knoop doorhakt en zegt: dit is wat we gaan doen.Daarbij moet inderdaad de motie-Ellian, die wij overigens ook hebbengesteund, als leidend worden beschouwd. Graag daar een reflectie op.Staatssecretaris Struycken:Uiteraard is de motie-Ellian leidend in die zin dat die het uitgangspuntwordt. Dat is een duidelijke opdracht van de Kamer aan het kabinetgeweest; daar doe ik niets aan af. Tegelijkertijd denk ik dat we ook moetenkomen tot een toezichtsmodel dat draagvlak vindt in de betreffendeberoepsgroep. Daar schort het nu aan; de beroepsgroep zit niet op éénlijn. Ik denk echt dat het verstandig is om eerst de beroepsgroep demogelijkheid en de ruimte te geven daar wel voor te zorgen. Dat heb ik deberoepsgroep kenbaar gemaakt. Op die basis heeft die aanvaard dat datnodig is en heeft de Nederlandse Orde van Advocaten het onderzoekuitgezet bij Pro Facto. Die heeft mij beloofd dat dat onderzoek voor dezomer gereed zal zijn, zodat daarover binnen de orde discussie enbesluitvorming kan plaatsvinden. Mij is toegezegd dat dat op15 september aan mij gerapporteerd wordt, zodat ik in het najaarvoortvarend de volgende stap kan zetten, namelijk het wetsvoorstel of decontouren van enige aanpassing. Dat betekent dat er iets meer tijd wordtgenomen dan eerder is toegezegd. Maar het feit dat het veld, dat de NOvAnu zelf aan de slag gaat om op één lijn te komen, vind ik wel zodanig vanbelang dat ik dat nadere tijdsbestek acceptabel vind.De voorzitter:Hartelijk dank voor uw antwoord. Is dat voldoende, mevrouw Mutluer?Mevrouw Wijen-Nass, u stak ook uw hand op.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Klopt. Ik denk dat het goed is dat zeker de NOvA zelf nog goed naar hettoezicht op de advocatuur kijkt en dat zij daar inspraak in heeft. Ik ben ookwel heel benieuwd hoe de Staatssecretaris kijkt naar de onafhankelijkheidvan de advocatuur. Is de Staatssecretaris het met de BBB eens dat dieonafhankelijkheid van de advocatuur door enige aanpassing niet onderdruk moet komen te staan?Staatssecretaris Struycken:In algemene zin onderschrijf ik dat standpunt volledig. De onafhanke-lijkheid is een kernvoorwaarde voor het goed kunnen functioneren van deadvocatuur. Dat betekent niet dat we niks te zeggen hebben over toezicht.Ik kan me heel goed voorstellen dat er een onafhankelijk toezichtsorgaankomt zoals er nu is met de OTA en het college van toezicht advocatuur,waarin ook niet-advocaten zitten. De onafhankelijkheid is dus niet per sein het geding met een goed ingericht toezichtsmodel.De voorzitter:Was dat voldoende? Ja. Dan continueert de Staatssecretaris.Staatssecretaris Struycken:Wat de advocatuur betreft vroeg mevrouw Mutluer naar een aspect vantoezicht, namelijk het inschakelen van een vertrouwensadvocaat en hetinschakelen van de deken. Er zijn twee onderwerpen aan de orde gestelddoor mevrouw Mutluer: de vertrouwensadvocaat en de toewijzing vaneen advocaat door de deken op grond van artikel 13 van de Advoca-tenwet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 97317 Wat de vertrouwensadvocaten betreft heeft de NOvA vijf advocatenaangesteld als vertrouwensadvocaat. Die zijn geselecteerd na eensollicitatieprocedure. Het gaat om een onbezoldigde nevenfunctie. Dezevertrouwensadvocaten zijn volledig onafhankelijk van de NOvA en delokale dekens. De NOvA krijgt geen terugkoppeling van het aantal kerendat de vertrouwensadvocaat wordt gebeld en ook geen terugkoppelingvan de inhoud van de gesprekken die worden gevoerd. Ik kan daar dusniet meer informatie over geven, omdat de zelfstandigheid en onafhanke-lijkheid betekenen dat die informatie juist niet kenbaar wordt gemaakt,niet wordt verzameld.Dan de aanwijzing van een advocaat door de deken. In 2024 zijn 557verzoeken ingediend bij lokale dekens op basis van artikel 13. Dat heeft er142 keer toe geleid dat er een advocaat is aangewezen. In de overigegevallen is het verzoek ingetrokken of afgewezen. De procedure rondartikel 13 van de Advocatenwet is als volgt. Mocht een rechtszoekendeniet zelfstandig een advocaat kunnen vinden, dan kan die bij de deken eenverzoek tot aanwijzing doen. Dat geldt voor zaken waarin vertegenwoor-diging door een advocaat is voorgeschreven of bijstand uitsluitend dooreen advocaat kan geschieden. Dan is het aan de deken om een dergelijkverzoek tot aanwijzing te beoordelen en een beslissing te nemen. Dedekens betrekken daarbij de vraag of de rechtszoekende zelf serieuzepogingen heeft gedaan om zelfstandig een advocaat te vinden. Hetverzoek kan overigens ook om gegronde redenen worden afgewezen. Debeslissing van de deken is een beschikking. Tegen die beschikking kan derechtszoekende dan weer binnen zes weken in beklag gaan bij het hof vandiscipline voor de advocatuur. Het recht op rechtsbijstand van eenadvocaat is niet absoluut. Daar is enige jurisprudentie over. Er is eenuitspraak van de Hoge Raad van 4 juni 2024. Die betrof faillissements-fraude in de vastgoedmarkt. In de bijzondere omstandigheden van diecasus, waarbij de verdachte ernstig vertraagde, vele malen van raadsmanwisselde en frauduleuze stukken inbracht en waarbij er voortdurendsprake was van vertrouwensbreuken, heeft de rechter besloten dat deprocedure voortgezet moest worden hoewel de verdachte geen rechtsbij-stand had.Dat is dus in een notendop de aanwijzing van de advocaat door de deken.Daar zitten dus voorwaarden aan en checks-and-balances in. Het leidt erniet altijd toe dat er een advocaat is, maar het ontbreken van een advocaathoeft in uitzonderlijke omstandigheden voor de rechter geen belem-mering zijn om de procedure toch door te zetten.Dan kom ik op de vraag inzake tuchtrechtspraak en de traagheid daarvan.Klachten over advocaten komen in de eerste plaats terecht bij de lokaledeken. Die heeft zoals het nu gaat een filterfunctie in dezen. De lokaledeken onderzoekt de klacht alvorens die aan de tuchtrechter voor teleggen. Dat is natuurlijk ook om de tuchtrechter niet overmatig tebelasten. Als de klacht daartoe noopt, kan de deken tijdens het vooron-derzoek van de klacht in het kader van het toezicht ook onderzoek doen bijde advocaat op kantoor. Lokale dekens leggen in Nederland regulierkantoorbezoeken af in het kader van het toezicht. Als er signalen zijn overeen advocaat, dan komt het ook wel voor dat een deken extra onderzoekgelast en extra bezoeken aflegt. Deze reguliere kantoorbezoeken fungerenfeitelijk als een preventieve audit, zoals ook ter sprake is gebracht doormeneer Smitskam.Dan kom ik op een aantal vragen die situaties betreffen die door deactualiteit zijn ingegeven. Dat zijn situaties waarbij er sprake is vanvoortgezet crimineel handelen vanuit detentie. Het gaat hierbij om derisico’s die daarin besloten liggen voor de advocatuur. In iedere beroeps-groep komen misstanden voor. Dat geldt dus ook voor de advocatuur. Derecente ontwikkelingen zijn uiteraard zorgelijk in algemene zin enverdienen aandacht. Gekeken moet worden hoe wij kunnen voorkomendat dit soort misstanden zich voordoen. Dan gaat het in belangrijke mate,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 97318 maar niet alleen, over het versterken van de weerbaarheid van deadvocaat. De NOvA is op dat vlak erg actief. De NOvA heeft in 2021 deTaskforce Bescherming tegen ondermijning opgericht. In dat kader is hetvergroten van de weerbaarheid een heel belangrijk onderdeel. Dezetaskforce wordt ook mogelijk gemaakt door een subsidie van hetMinisterie van Justitie en Veiligheid. Uit een enquête die de NOvA eind2024 heeft uitgezet blijkt dat de bekendheid van de taskforce goedtoeneemt. Inmiddels hebben ruim 2.300 deelnemers – dat is 12,5% van hettotaalaantal advocaten – in de afgelopen drie jaar deelgenomen aan deweerbaarheidstraining. In juni vindt er weer een weerbaarheidstrainingplaats, specifiek voor advocaten die cliënten bijstaan in verzwaardedetentieregimes, zoals de ebi en dergelijke. Er zijn ook vertrouwensadvo-caten, die kunnen worden gebeld om vertrouwelijk mee te sparren. Er isook sprake van een noodtelefoon. Een aantal advocaten in Nederlandheeft een noodknop, waarmee onmiddellijk verbinding kan wordengelegd met de alarmcentrale. Een advocaat kan ook een veiligheidsscanlaten uitvoeren om de digitale en fysieke veiligheid van zijn of haarkantoor te beoordelen. Het heeft dus voortdurend de aandacht, op deeerste plaats van de NOvA zelf. Waar mogelijk ondersteun en faciliteer ikdat.Meer specifiek ...De voorzitter:U heeft een vraag van de heer Smitskam.De heer Smitskam (PVV):Dank aan de Staatssecretaris voor zijn beantwoording tot zover. DeStaatssecretaris geeft aan dat er in iedere beroepsgroep fouten wordengemaakt. Daar ben ik het volledig mee eens. Maar als we kijken naar hetgeval van de heer Taghi, dan zien we dat er nu drie keer achter elkaar eenadvocaat door het ijs is gezakt. Het begint bijna structureel te worden. Devraag is of de middelen die men heeft om dit tegen te gaan, welvoldoende zijn.Staatssecretaris Struycken:In het algemeen geldt dat gedetineerden in dergelijke regimes eenverhoogd risico vormen. Op basis van wat algemeen bekend is, kunnenwe zien dat de druk zeer hoog is. Die is zo hoog dat ook ervarenadvocaten kennelijk lijken te bezwijken onder de druk. Dat is een punt vangrote zorg. Het heeft de voortdurende aandacht van de deken als adviseur.Ik kom daarmee ook op de vraag die mevrouw Van Eijk stelde metbetrekking tot het advies dat de NOvA geeft om altijd met twee advocatentezamen een cliënt in een dergelijk streng regime te bezoeken. De lokaledeken kan een advocaat dringend adviseren om de cliënt niet alleen tebezoeken. Dit advies is meestal het gevolg van een concrete indicatie dieleidt tot vrees dat de onafhankelijkheid in het gedrang komt. Zoals het nugaat, is het dus geen standaardbeleid dat er altijd twee advocatentezamen gaan. Dit gebeurt op basis van een dringend advies naaraanleiding van concrete indicaties bij een individueel geval. Overigens kanhet zo zijn dat het advies van de deken in de wind wordt geslagen. Het kanook zijn dat de gedetineerde, die uiteindelijk toch een mate van autonomieheeft, weigert om beide advocaten toe te laten. Daarbij raak je heelfundamenteel aan het recht op vrije advocaatkeuze.Ik verwijs in dit kader ook naar het debat dat wij met uw Kamer hebbengevoerd in het kader van de Penitentiaire beginselenwet. De aanpas-singen die daarin worden voorzien, hebben hier natuurlijk heel veel meete maken. We hebben veel gesproken over auditief en visueel toezicht,maar ook over het vierogenprincipe. In de aanloop naar de Penitentiairebeginselenwet is ervoor gekozen om het uitgangspunt van twee geprivile-gieerde advocaten niet in de wet te verankeren, mede op verzoek van deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 97319 NOvA. Je kunt ook wel zeggen dat het twee-advocatenprincipe of hetfour-eyes principle regelt dat er nooit meer maar ook nooit minder dantwee advocaten zijn die feitelijk in contact staan met de gedetineerde. Datuitgangspunt heeft de NOvA destijds niet omarmd, maar ik kan mijvoorstellen dat daar opnieuw over nagedacht wordt. Ik breng in herin-nering dat ik een onderzoek laat doen op basis van de andere motie in ditkader, de motie van de heer Ellian. Die ziet op net een ander aspect,namelijk dat een advocaat maximaal twee gedetineerden in een strengregime tegelijkertijd mag bijstaan. Dat alles heeft te maken met hetbeschermen van de rechtsstaat, maar meer specifiek met het beschermenvan de advocaat.Het heeft dus de aandacht. Ik denk dat het in het kader van de Peniten-tiaire beginselenwet aanzet tot nieuw nadenken. Ik heb uw Kamer in iedergeval toegezegd om te rapporteren over de onderzoeken die wordengedaan. Ik heb hier voortdurend contact over met de landelijke deken,maar ook met de deken die specifiek gaat over ondermijningskwesties, dedeken in Utrecht, die ik binnenkort zal ontmoeten om hierover door tespreken.De voorzitter:Hartelijk dank. Voldoende zo? Ja. Gaat u vooral verder.Staatssecretaris Struycken:Ik kom op het onderwerp waar we het debat vandaag, en overigens ookdeze week, mee begonnen: de sociale advocatuur. Dat is het onderwerpwaarover we uitvoerig hebben gesproken in het commissiedebat overgesubsidieerde rechtsbijstand, enige tijd geleden, en waarover ik uwKamer nog voor de zomer een brief ga schrijven. Ik verkeer nog een beetjein de blijdschap van Pasen. Die omvat mede de Voorjaarsnota. Het is inbelangrijke mate te danken aan de krachtige stem uit uw Kamer. Ik noemin dit kader de heren Van Nispen en Koops, maar ik doe anderen tekort.Het is mede dankzij uw Kamer dat zo luid de stem heeft geklonken dat erextra geld beschikbaar moet komen. Ik ben vooral blij dat structureel30 miljoen extra gelukt is. Met dank aan de coalitiepartijen is er politiekeovereenstemming over dat er structureel geld bij komt.Nu wordt de vraag hoe we dat gaan besteden, hoe we dat het beste gaanbesteden. Ik heb in mijn brief van februari al indicaties gegeven over hoeik denk dat de prioriteit moet uitgaan naar een «eerlijke en rechtvaardigevergoeding»; daarmee citeer ik de heer Koops uit het vorige debat. Maartegelijkertijd moeten we breder kijken naar maatregelen in de advocatuur,om de sociale advocatuur duurzaam te maken. Dat kent inderdaad eenmate van urgentie. We moeten daarin allerlei stappen gaan zetten. Nietalle stappen zijn afhankelijk van budget en niet alle stappen zijn afhan-kelijk van wetgeving. Dat is allemaal juist onderdeel van het visietrajectover hoe wij op een betere manier de toekomst van de sociale advocatuurkunnen borgen. Dat project loopt. De eerste bijeenkomst in het kader vanhet visietraject heeft plaatsgevonden. Er volgen de komende weken nogmeer bijeenkomsten. Dat moet leiden tot een aanbeveling in eenbeleidsreactie, die ik naar uw Kamer zal sturen.De frustratie die besloten lag in de interventie van de heer Van Nispen metbetrekking tot de appreciatie van de moties, die ik afgelopen dinsdag aanuw Kamer heb gestuurd, is voor mij kenbaar. Ik heb getracht bij hettweeminutendebat duidelijk te maken dat wij allemaal overtuigd zijn vande wenselijkheid om de sociale advocatuur te versterken, niet alleen dooreen redelijke, rechtvaardige beloning voor het werk dat wordt verricht tewaarborgen, maar ook door andere maatregelen te nemen. Misschien zijndat ook onconventionele maatregelen om op de lange termijn en de heelkorte termijn de bijstand van de sociale advocatuur te borgen. Desalniet-temin heb ik me gecommitteerd aan zorgvuldige besluitvorming en volgik de spelregels binnen het kabinet. Op die basis moet er nu eerst eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 97320 integrale beleidsafweging plaatsvinden over hoe we de 30 miljoen voor2027 gaan besteden en wat er voordien mogelijk is.De heer Koops (NSC):Mijn vraag aan de Staatssecretaris betreft heel specifiek 1 januari 2026 alsstartpunt voor een versterking, met of zonder geld. Hoe dan ook heb ik hetover een versterking van de sociale advocatuur. Die datum heb ik namelijkniet gehoord in het zorgvuldig afgewogen antwoord dat zojuist werdgegeven. De crux is juist om er vandaag opnieuw over te beginnen. Wemoeten per 1 januari aan de slag; dat is het standpunt van Nieuw SociaalContract. De vraag is of de besluitvorming dat niet simpelweg in de wegstaat als die té zorgvuldig is en het daarom te lang duurt.Staatssecretaris Struycken:Waar mogelijk moeten we niet wachten tot 1 januari 2026. Zojuist trachtteik een onderscheid te maken tussen de zeer urgente maatregelen en demaatregelen die ook van belang zijn maar voor de lange termijn. Er is inhet vorige debat duidelijk gemaakt, onder meer door mevrouw Wijen-Nass, maar eigenlijk door u allen, dat we op heel korte termijn al te makenhebben met regionale tekorten. Ik denk dus ook na over maatregelen dieal veel eerder effectief kunnen worden als het gaat om het in kaartbrengen van regionale tekorten en het vinden van acute urgente oplos-singen voor de specifieke behoeftes op specifieke rechtsgebieden inspecifieke regio’s. Daar hoeven we uiteraard niet mee te wachten tot1 januari 2026. Dat is een deel van mijn antwoord. Wat we wel per1 januari 2026 kunnen gaan doen, voor zover dat financiële middelenvergt, ben ik in kaart aan het brengen. Dat zal onderdeel zijn van de briefdie ik voor de zomer aan uw Kamer stuur.Ik heb de heer Koops goed gehoord over de voorstellen van de VerenigingSociale Advocatuur Nederland. Ik zie dat de voorzitter daarvan aanwezigis, wat zijn belang in het onderwerp en zijn inzet in dit kader onderstreept.Over de voorstellen heb ik al eerder gezegd dat die sympathiek zijn. Diezijn vooral gericht op het vergroten van de mogelijkheden om nieuwemensen, jonge aanwas, op te leiden. Ik heb ook gezegd dat we op datpunt al stappen zetten. Ik noem toch maar weer iets uit het verleden – hetvorige kabinet heeft dat gecreëerd – waarvan ik denk dat het echt ietsgoeds is, namelijk de jongeaanwasregeling, de subsidieregeling waarbijde kosten van de beroepsopleiding voor advocaat-stagiairs integraalworden vergoed. Dat is een belangrijke stap om het voor studentenaantrekkelijker te maken om de sociale advocatuur in te gaan. Ook is hetvoor sociaal advocaten daarmee aantrekkelijker om een stagiaire tecontracteren, omdat de kosten van de beroepsopleiding gedekt wordenvanuit de overheid. Dat is een deelaspect.Veel van de andere onderdelen van het advies van de VSAN komen terugin het visietraject, omdat ze eigenlijk onderdeel uitmaken van een brederpakket aan maatregelen, die ertoe moet leiden dat het binnen de socialeadvocatuur aantrekkelijker en beter mogelijk wordt om, al dan niet inkantoorverband, jonge mensen aan te nemen en te behouden. Het advieszie ik dus ook als onderdeel van een bredere discussie over welkemaatregelen nodig zijn, zowel financieel als anderszins, om de advocatuureen langetermijntoekomst te geven. Ik kan geen toezegging doen, ookvanwege een gebrek aan middelen, dat we dat advies integraalovernemen per 1 januari 2026. Ik ga wel bekijken wat er mogelijk is, voorzover het een financiële component heeft. En voor het overige zal ikbekijken of we binnen de bestaande kaders al langs die lijn stappenkunnen zetten.De voorzitter:Hartelijk dank. Voldoende zo? Dat is het geval. Er is een vraag van de heerVan Nispen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 97321 De heer Van Nispen (SP):Volgens mij zijn de duidelijke toezeggingen waar NSC om vroeg nietgekomen. Ik zie de voorstellen van de heer Koops in het tweeminuten-debat dus met veel belangstelling tegemoet. Dan gaan we die indienen,desnoods samen of hij alleen; dat maakt mij niet uit. Maar volgens mij ishet volstrekt helder dat de Staatssecretaris niet alleen niet tegemoet wilkomen aan het verzoek van de heer Koops, maar ook niet aan een helebrede Kamer, die eigenlijk zegt dat wat de Staatssecretaris op de mat legtten aanzien van het redden van de sociale advocatuur, gewoon volstrektonvoldoende is. Niet alleen zegt het wetenschappelijk rapport-Van derMeer dat het 40 miljoen moet zijn, terwijl er 30 miljoen is, maar het is ooknog eens pas in 2027. Denk aan het budget voor de goede voorstellen vande Vereniging Sociale Advocatuur Nederland voor extra stagiairs. Dat zijnwel warme woorden van beide heren, maar ik zie nog geen pegels op tafelom het ook echt concreet te maken. In het kort is mijn vraag: watweerhoudt de Staatssecretaris ervan om te bekijken wat je per 2026 kuntdoen met de voorstellen van de Vereniging Sociale AdvocatuurNederland? Kan hij daar vandaag een toezegging over doen? Twee. Wat iser nou op tegen om dat budget, dat wel voor 2027 is gelukt, naar 2026 tehalen, zoals met heel veel beleidsthema’s ook is gebeurd? Daar is volgensmij helemaal niks op tegen. Sterker nog, de nood is nu zo hoog dat hetecht heel raar, heel dom en heel onverstandig zou zijn om dat niet te doenen het op zijn beloop te laten. Kortom, kan de Staatssecretaris deze tweetoezeggingen doen?Staatssecretaris Struycken:Ik kan toezeggen dat we dat rapport en het advies van de VSANmeenemen in onze besluitvorming. Sterker nog, dat is een kernelementvan het hele visitetraject. Ik hoop en vertrouw erop dat de VSAN eenbelangrijke partner zal zijn en blijven in dit visietraject. Die voorstellenspelen dus een heel grote rol. Ik kan niet toezeggen dat we het omarmen.Ik kan ook niet toezeggen dat we die 30 miljoen die beschikbaar is vanuit2027, zomaar naar voren kunnen trekken, omdat dat geld er niet is enomdat het geld niet op tafel is gekomen. Dat is heel simpel. 2026 is watdat betreft ongedekt. Daarom kan ik niet zonder meer toezeggen voor2026 wat ik hopelijk wel kan toezeggen voor 2027, want het geld is er niet.Althans, het is er niet op basis van de structurele toevoeging vanuit deVoorjaarsnota. Dat is dus wat het is. Ik ben blij dat het er vanaf 2027 is.Wat ik in 2026 kan doen, ben ik aan het inventariseren. Daar kom ik voorde zomer op terug.De voorzitter:Oké, hartelijk dank. Zijn er op dit punt nog verdere vragen? MevrouwMutluer, u knikt, maar heeft u geen vraag?Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Ik heb nog twee interrupties. Ik denk dat ik hier in de tweede termijn nogwel op inga.De voorzitter:Uitstekend. Gaat u verder, Staatssecretaris.Staatssecretaris Struycken:Ik kom nu op het notariaat, in het bijzonder op het sociaal notariaat, eenonderwerp waar uw commissie al regelmatig aandacht voor heeftgevraagd, in het bijzonder de heer Van Nispen met zijn initiatiefnotainzake het sociaal notariaat. Ik heb die zelfs bij me. Het versterken van detoegang tot het notariaat is een goed voorstelbare wens. In essentieondersteun ik dat we daarnaar moeten kijken, daar waar notariële bijstandnodig is. In mijn brief van 18 april heb ik willen aangeven dat ik wil kijkenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 97322 naar wat er nodig is binnen het huidig wettelijk kader van artikel 56 van deWet op het notarisambt, daar waar het gaat om financieel minderdraagkrachtigen. Ik zeg dat met nadruk, want in de interventies van uwKamer zitten vandaag twee verschillende elementen: financieel minderdraagkrachtigen die notariële bijstand nodig hebben en, anderzijds,minder geletterden die behoefte hebben aan advies. Dat zijn tweeverschillende onderwerpen. Die vallen niet noodzakelijkerwijs samen.Financiële draagkracht is wel van een andere orde dan ontoegankelijkheidvan complexe advisering. Dat zijn dus twee verschillende elementen.Ik wil wat artikel 56 betreft bekijken wat we kunnen doen om daarbinneneen verruiming van de diensten mogelijk te maken. Het gaat er wat mijbetreft echt om dat we in kaart brengen welke dienstverlening eennotariële interventiebehoefte heeft. Dan gaat het in feite om situatieswaarin het notariële vormvereiste een hoofdrol speelt of – dat ismisschien iets ruimer – waarin de interventie van de notaris erop gerichtis om bijzondere belangen extra te beschermen. Heel veel voorbeeldendie worden genoemd in de documenten daarover, betreffen situatieswaarin er behoefte is aan advies, maar niet per se in een notariële akte, ofdat nou een testament is of iets dergelijks. Ik vind het van belang om goedin kaart te brengen wat nou precies de behoefte is en waar we het preciesover hebben. Ik weet dat u ter voorbereiding op dit debat een bericht heeftgekregen van het Juridisch Loket. Daar staan een aantal voorbeelden in.Een deel van die voorbeelden betreffen situaties waarin duidelijk behoefteis aan advies, maar niet per se aan notariële bijstand. Het is natuurlijk zodat bij het notariaat heel veel kennis zit over erfrecht versus vermogens-recht, maar die kennis is niet exclusief bij het notariaat beschikbaar. Datbiedt ruimte voor een meer gedifferentieerde oplossing, die misschienook vanuit kostenperspectief beter is te incorporeren.Tegelijkertijd is het niet zo dat het notariaat niets doet. De KNB is ookovertuigd van nut en noodzaak van actief worden met een vorm vansociaal notariaat. De KNB heeft sinds januari 2024 een samenwerking methet Juridisch Loket, dat al dan niet als kern van een Huis van het Recht inhet beleid van dit kabinet, maar ook van het vorige, een sleutelrol speeltals het gaat om juridische kennis ontsluiten voor degenen die mindermakkelijk toegang tot het recht weten te vinden. Die samenwerking tussende KNB en het Juridisch Loket houdt in dat een jurist van het Loketcontact kan opnemen met een notaris om meer specifieke informatie tekrijgen op een bepaald punt. Die informatie komt dan via het JuridischLoket bij de persoon in kwestie.Daarnaast heeft de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie eennotaristelefoon die kan worden gebeld. Dat is niet kosteloos, maar biedtwel de eerste basistoegang tot meer specifieke kennis die beschikbaar isbinnen het notariaat.Daarnaast zetten wij er ook op in om meer informatie beschikbaar testellen via de website van de Rijksoverheid. Het Juridisch Loket heeft daarook een grote rol in. Toegankelijkheid van het recht via deugdelijke,toegankelijke informatie op websites is een kernelement van hetprogramma dat de toegang tot het recht moet verbeteren. Een deel van debehoefte die blijkt uit de casus die ik terugzie in de initiatiefnota van deheer Van Nispen, maar ook uit de e-mail van het Juridisch Loket, laat zichvervullen door betere, meer toegankelijke informatie op de website van deRijksoverheid en misschien ook andere websites. Mijn zorg is niet eenszozeer om de informatie op die websites te krijgen, maar vooral ook omdie informatie up-to-date te houden en ervoor te zorgen dat verschillendeorganisaties die informatie op het net plaatsen. Het gaat erom dat ervoldoende samenwerking tussen de organisaties is.Maar goed, dat is een afgeleide. Het gaat mij erom dat die typische kennisinzake familierecht, erfrecht en vermogensrecht ook langs die wegbeschikbaar wordt gesteld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 97323 Een belangrijk element is het zogenaamde levenstestament. Dat is eenvoorbeeld van iets waarvan je je kunt voorstellen dat ook de minderdraagkrachten er een duidelijke behoefte aan hebben. Dat levenstes-tament is nu niet in de wet geregeld, maar veel maatschappelijkeinstellingen, met name ook banken, vergen dat een levenstestament innotariële vorm is opgemaakt, zonder dat de wet dit vereist. We zouden erdus ook naar kunnen kijken of we op een of andere manier kunnenbewerkstelligen dat dit levenstestament op een goedkope maniertoegankelijk wordt, maar wel met een mate van waarborgen die ervoorzorgt dat het levenstestament ook kan doen wat het moet doen, engeaccepteerd wordt door bijvoorbeeld banken.Eigenlijk is dat ook een aspect van het versimpelen van het recht. Ik vinddat het ook een opdracht is aan mij, aan de KNB en aan ons allen om na tedenken over de vraag of er delen zijn van het recht, bijvoorbeeld heterfrecht of het huwelijksvermogensrecht, waar de complexiteit van hetrecht zoals het in de wet is neergelegd, een behoefte creëert waarin moetworden voorzien. Als we het recht simpeler maken, vermindert ook debehoefte aan complex advies van specialisten zoals notarissen.Dat zijn allemaal deelelementen die maken dat het antwoord veelzijdig enpluriform is. Zoals ik in mijn brief van 18 april heb aangegeven, ben ikhierover in gesprek met de KNB. Ik kom hierover nader bij u op terug in devorm van een beleidsreactie.Ik reageer ook nog op de interventie van de heer Van Nispen en mevrouwMutluer over nadenken over een fonds. Een fonds is inderdaad ook eenoplossingsroute, mogelijk als alternatief voor het aanhaken van de socialeadvocatuur aan het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand. Ik heb daargeen principiële bezwaren tegen, maar ben eigenlijk nog niet in de fasewaarin wij hier een keuze over kunnen maken, simpelweg omdat mij nogniet duidelijk is, ook niet op basis van het WODC-rapport, hoe groot debehoefte nou eigenlijk is waar we het precies over hebben. Want op hetmoment dat we niet weten hoeveel aktes we nodig hebben, kunnen weook moeilijk vaststellen hoeveel gelden benodigd zijn en daarmee ook niethoeveel er in dat fonds moet en hoe dat fonds dan gevuld moet worden ofhoeveel middelen we moeten toevoegen aan de gesubsidieerde rechtsbij-stand in Nederland in aanvulling op de 600 miljoen die al naar de Raadvoor Rechtsbijstand gaat. Dus hoe onbevredigend het ook mag klinken,we zijn er nader naar aan het kijken en het is mijn vaste voornemen om inde loop van het najaar uw Kamer te informeren over de voortgang op elkvan deze punten, in overleg met de KNB.De voorzitter:Hartelijk dank. Dat leidt tot verschillende vragen. De heer Van Nispen is alseerste.De heer Van Nispen (SP):Er moet wel een fonds komen, maar volgens mij moet je dat niet doendoor alle aktes voor alle mensen duurder te maken. Dat is in ieder gevalniet waar ik voorstander van zou zijn. Waarom de oplossingsrichting vande Staatssecretaris, het aanpassen van artikel 56 Wna, volgens mij ookniet dé route is, is ten eerste omdat die aanvraagprocedure voor veelmensen te ingewikkeld is. Ten tweede zou je dan een situatie hebbenwaarin de Kamer voor het notariaat een notaris aanwijst, iets wat tochhaaks staat op de vrije keuze. Ten derde zouden dan de financiële lastennog steeds volledig bij die notaris terechtkomen. Er zijn er nu wel eenpaar die het volledig vrijwillig doen, maar het is toch een collectief iets. DeStaatssecretaris sprak veel warme woorden, en ik ben het er op grotelijnen ook echt mee eens. Maar wat ik nog mis in zijn verhaal, isdaadkracht. We willen juist weten of het vooral om advies gaat. Deels isdat het geval, maar ik ken ook andere voorbeelden. Zo heb ik gisteren nogeen notaris gesproken die zei dat in bepaalde gezinssituaties en levens-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 97324 fases van mensen een testament gewoon heel hard nodig is. Gebrouil-leerde families, een verslaafd gezinslid, noem het maar op, zoudenallemaal reden kunnen zijn dat iemand zegt een testament nodig tehebben. Dat kan blijken. En wie betaalt dat dan? Op dit moment is daarniks voor geregeld. Dat is triest en in strijd met de rechtszekerheid, en hetleidt tot rechtsongelijkheid. Daarom toch het volgende voorstel, juistomdat je wil weten waar we het nou precies over hebben, over hoeveeladviezen het gaat en over hoeveel aktes het zou gaan. Kan de Staatssecre-taris zich er toch niet vol achter scharen om samen met de KNB te kijkenof je in meerdere regio’s of in ieder geval één plek, bijvoorbeeld het Huisvan het Recht in Heerlen of Breda, echt concreet aan de slag gaat?Staatssecretaris Struycken:Nee. Onderdeel van het proces waar we in zitten, is zeker ook om teexperimenteren. Ik zie niet echt een bezwaar om dat regionaal te doen.Het Juridisch Loket kwam al op allerlei manieren terug. Ik reageer ookeven op een elementje uit de interventie van de heer Van Nispen zojuist,namelijk dat die artikel 56-procedure te complex is. Op het moment dat ik«complex» hoor, denk ik in een reflex tegenwoordig direct aan hetJuridisch Loket. Als iets complex is, moeten mensen geholpen wordenwaar nodig. Daar kan het Huis van het Recht ook een rol bij spelen, nietspecifiek alleen voor artikel 56 maar in het algemeen. Ik denk dus dat wedat allemaal moeten onderzoeken. Ik wil hierbij ook een belangrijke rolgeven aan de KNB. Die ziet het belang en het nut hier ook van in enaanvaardt maatschappelijke verantwoordelijkheid, zeg ik op basis vanmijn ontmoeting met de nieuwe voorzitter van de KNB. Ik wil de KNB ookde ruimte geven om er creatief in te zijn.Ik maak toch nog één opmerking in vervolg op mijn eerste opmerkingenop dit punt. Ik lees ook wel over zo’n complexe familiesituatie die noopttot een testament. Maar een testament veronderstelt deels dat erbijvoorbeeld een executeur moet worden aangewezen opdat er beslis-singen kunnen worden genomen, maar deels ook dat er vermogen is. Enals er vermogen is, vind ik het iets minder makkelijk te verantwoorden datwe er de schaarse middelen van de Raad voor Rechtsbijstand voormoeten inzetten. Een van de voorbeelden die ik tegenkwam – ik weet nietmeer of het in de initiatiefnota was of ergens anders – betrof een situatiewaarin er een hypotheek op een hypothecaire lening was en een eigenhuis. Tja, we moeten natuurlijk wel de gelden bewaren voor de financieelminder draagkrachtigen. Daar zit een beetje de paradox. Als het financieelniet-draagkrachtige personen betreft, is een testament minder aan deorde. Ik aanvaard dat een testament ook van belang is voor het aanwijzenvan een executeur, maar even kort door de bocht veronderstelt eentestament dat er wat te verdelen is. En als er wat te verdelen is, kun je ookeen adviseur inhuren en hoeft dat niet uit de collectieve middelen tekomen. De twijfel die ik nu verwoord, is onderdeel van de bredere vraagdie ik nog steeds heb, de voorvraag: waar zit nou echt de behoefte, eenbehoefte die ondersteunt moet worden vanuit de collectieve middelen?Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Dit lijkt een beetje een kip-en-eiverhaal, want ik denk dat sommigemensen niet eens weten dat ze die behoefte hebben, maar dat ze weldegelijk snel naar een sociaal notariaat zouden stappen als ze iets meerkennis hadden. Daarom voel ik heel veel voor een pilot zoals collega VanNispen die zojuist omschreef. Ik denk dat je anders niet achter diebehoefte kan komen. Mensen weten het namelijk gewoon niet; dedrempel voor de toegang tot het notariaat is gewoon te hoog. Mensenweten niet wat handig is en wanneer het handig is om die stap te zetten.Ik wil mijn vraag voor de Staatssecretaris voornamelijk richten op mijnscenario om notarissen aan het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstandtoe te voegen. We zien al hoeveel moeite het heeft gekost om überhauptTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 97325 de sociale advocatuur op de been te houden, laat staan dat je daar ooknog eens het notariaat aan toevoegt. Daarom was mijn suggestie, ookrichting Van Nispen, om eventueel te kijken naar een fonds. Ik heb eerderal ten aanzien van de sociale advocatuur bepleit om de grote kantorenvanuit solidariteit ook een rol te laten oppakken. Ik verwacht dat vanuit hetcollectieve aspect. Ik wil de Staatssecretaris met klem verzoeken omserieus te kijken naar dit idee. Daarmee zeg ik niet dat het notariaat in zijngeheel volledig afhankelijk is voor het sociale deel, want ik vind dat hetkabinet dat moet zijn. Maar ik zie ook dat dat gewoon niet goed wordtopgepakt. Dus denk even na over dat fonds en hoe je dat op een redelijkeen eerlijke wijze kunt oprichten en hoe je er vanuit de solidariteitsge-dachte ook een bijdrage voor kan vragen van het notariaat.Staatssecretaris Struycken:Een element in het betoog van mevrouw Mutluer is de rol van decommerciële beroepsbeoefenaars. Ik heb een grote stap gezet in het debatover de sociale advocatuur door heel principieel een lans te breken vooreen grotere gedeelde verantwoordelijkheid binnen de advocatuur in haartotaliteit. Daarmee heb ik eigenlijk gezegd dat de commerciële advocatuurevenzeer verantwoordelijk is voor de inrichting van de gesubsidieerderechtsbijstand daar waar het de advocatuur betreft. Voor het notariaat isdat uiteraard niet anders. Ook daarvoor geldt dat er van het notariaat, ookhet commerciële notariaat, een bijdrage mag worden verwacht gezien debijzondere positie van het notariaat in onze rechtsstaat. Dat handen envoeten geven kan in de vorm van een fonds, maar daarvoor is het welnuttig om te weten hoeveel we nodig hebben. Ik zeg dus nogmaals dat ikde gedachte van een fonds niet principieel afwijs, helemaal niet, maar datwe nog niet zover zijn, ook niet wat betreft de vraag hoe we dat fondszouden moeten vullen. Ik weet wel dat er bereidheid bestaat vanuit inieder geval de KNB om na te denken over alternatieve wijzen om zo’nfonds te vullen, op basis van de gedachte dat die invulling niet per sevanuit de publieke middelen zou moeten hoeven komen. Dat is een goeduitgangspunt.De voorzitter:Hartelijk dank. Er zijn geen verdere vragen op dit punt, dus gaat u vooralverder.Staatssecretaris Struycken:Wat het notariaat betreft waren er nog twee heel andere vragen. Die gaanover fraude en ondermijning en de sleutelrol die het notariaat daarinspeelt. Daar mag ook waardering voor worden uitgesproken, want voorveel notarissen is dat een heel grote taak die veel tijd kost en een groteverantwoordelijkheid is. Notarissen spelen in de maatschappij zoals wedie nu kennen, nou eenmaal een sleutelrol tegen ondermijning enwitwassen. Dat is een grote last voor het notariaat en een grote verant-woordelijkheid. Het past dus wel om daar waardering voor uit te spreken.Mevrouw Van Eijk vroeg in dit kader naar de gegevensdeling. Hier speelthet Bureau Financieel Toezicht een grote rol. Ik spreek met het BFT en metde KNB of er vooruitlopend op nieuwe EU-regelgeving ruimte is voornotarissen om binnen de huidige wettelijke kaders onderling informatieuit te wisselen over geweigerde cliënten en dubieuze cliënten. De Ministervan Justitie en ik zullen u over de uitkomsten van deze verkenninginformeren in een halfjaarbrief over de aanpak van de georganiseerdeondermijnende criminaliteit. Deze brief zullen we voor de zomer nog aanuw Kamer versturen. Hiermee wordt gevolg gegeven aan de motiehierover van de leden Van Nispen en Bikker uit het tweeminutendebatover ondermijnende criminaliteit van 19 februari.De nieuwe Europese antiwitwasregels treden op 10 juli 2027 in werking.Zij zullen voorzien in grondslagen voor informatie-uitwisseling doorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 97326 zogenaamde poortwachters, zoals notarissen. De wens van de notarissenwordt ook meegenomen in de uitvoerings- en implementatiewetgevingdie binnenkort door de Minister van Financiën in consultatie wordtgebracht. Op dit moment is er nog onvoldoende grondslag voorgegevensuitwisseling. Er zijn dus ook geen digitale platforms daarvoor ingebruik.Mevrouw Van Eijk vroeg ook naar de meldingsbereidheid. Nu al is het zodat het melden van ongebruikelijke transacties een wettelijke plicht is voorde poortwachters, waaronder ook notarissen. Die melding moet wordengedaan bij de ... Hoe heet ie ook alweer? Het staat hier in het Engels, maarik heb erop aangedrongen om de Nederlandse term te gebruiken. DeFinancial Intelligence Unit, de FIU, oftewel de Financiële inlichtingeneenheid. Deze verplichting bestaat op grond van artikel 16 van de Wet tervoorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, de Wwft. Hetopzettelijk of per ongeluk niet voldoen aan de meldingsplicht door denotaris is een economisch delict van de notaris. De notaris is bovendientuchtrechtelijk aansprakelijk verwijtbaar als hij niet voldoet aan demeldingsplicht.Uit het jaaroverzicht van de FIU over 2023 blijkt dat notarissen in 2023ruim 1.000, namelijk 1.051, meldingen van ongebruikelijke transactieshebben gedaan. Dat is min of meer hetzelfde aantal als het aantalmeldingen in de jaren daaraan voorafgaand. Het kan beter of in iedergeval makkelijker. Er wordt gewerkt aan aanpassingen in het meldfor-mulier zodat het voor notarissen makkelijker en minder belastend wordtom die meldingen te doen. De meldingsbereidheid is natuurlijk medeafhankelijk van hoe makkelijk melden is, maar daar wordt dus aangewerkt, mede ook doordat de FIU inzicht geeft in de kennis en deinzichten die ermee gegenereerd kunnen worden. De meldingsbereidheidis immers altijd sterk afhankelijk van de mate waarin het inzichtelijk is water met meldingen gebeurt, dat zien we ook breder. Dat het frustrerend is,zien we overigens ook bij fraudeonderzoek bijvoorbeeld door faillisse-mentscuratoren. Als het gevoelen bestaat dat het allemaal voor niks is endat er toch niks mee wordt gedaan, drukt dat natuurlijk de meldingsbe-reidheid. Daarom is de FIU nu meer moeite aan het doen om inzichtelijk temaken wat er met die meldingen wordt gedaan, in het algemeen ofspecifiek.Tot zover het notariaat. Ik kom op het volgende onderwerp en dat betreftde letselschade en de problematiek van de malafide bemiddelaars bij deafhandeling van letselschade. Daar ligt een WODC-rapport en dat kent eenaantal bevindingen. Op sommige punten vergt het nadere afwegingen endie zal ik neerleggen in een beleidsreactie, die ik verwacht in het derdekwartaal met u te kunnen delen. Dit is eigenlijk een procesantwoord. Ikzou niet al te zeer vooruit willen lopen op de beleidsreactie die ik op datWODC-rapport ga geven en die een overzicht zal geven van alle maatre-gelen die we op dat punt willen gaan nemen.Een belangrijk element – dat geef ik al wel aan – is informatievoorziening.Een probleem is dat slachtoffers met letselschade onvoldoende de wegweten te vinden naar de bonafide partijen of naar gewone advocaten endergelijke en door onwetendheid of onkunde worden verleid in zee tegaan met bemiddelaars. Betere informatievoorziening is al één stap om tevoorkomen dat de slachtoffers in zee gaan met de verkeerde partijen. Watook een belangrijke rol speelt – dat is weer een ander element van deoplossing – is de rol van bijvoorbeeld Slachtofferhulp Nederland. Zij doendoorverwijzingen en spelen dus eigenlijk een belangrijke rol bij hetslachtoffers op de weg zetten naar de bonafide partijen of in ieder gevalweg van de malafide partijen. Voor het overige heb ik de suggestiegehoord van de heer Smitskam om dat Nationaal Keurmerk Letselschadeverplicht te stellen. Dat is onderdeel van onze analyses. Ik kom daar graagop terug in de beleidsreactie in het derde kwartaal.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 97327 Tot zover letselschade. Dan kom ik bij de tolken en vertalers. Ik gaf al evenaan in mijn eerste woorden dat het voor mij heel duidelijk is dat tolken envertalers een wat minder zichtbare, maar wel belangrijke rol spelen in detoegang tot het recht en daarmee de rechtsbescherming van mensen. Uweet, hoop ik, dat rechtsbescherming voor mij meer is dan alleen eenonderdeel van mijn functieaanduiding. Als mensen, met nameverdachten, zich niet kunnen uiten in hun moedertaal – dat kan ook hetFries zijn – dan belemmert dat de toegang tot het recht. Het is dus gewoononderdeel van het fundamentele recht op toegang. Ik heb in de afgelopenweken intensief gesproken met de verschillende partijen, met deverschillende beroepsorganisaties van tolken en vertalers – er zijn ermeerdere – en ook met de bemiddelingsbureaus. Het is duidelijk dat erallerlei knelpunten zijn die verband houden met het nieuwe stelsel. Ik benblij te zeggen dat die vergadering, die ontmoeting heeft geleid tot hetvoornemen om toch regelmatiger met elkaar om de tafel te gaan zitten ineen zogenaamd driehoeksoverleg, waar alle partijen aan tafel zitten om deknelpunten te identificeren en deels ook weg te nemen, want niet op al diepunten is een wetswijziging nodig.In het stelsel dat we nu kennen – dat is het stelsel dat door het vorigekabinet is gecreëerd in samenspraak met uw Kamer – is marktwerking debasis. Dat is het stelsel zoals we dat nu kennen. Dat betekent dat vantolken en vertalers wordt verwacht dat zij in een proces van onderhan-deling komen tot tarieven die zij een billijke vergoeding achten voor hundiensten. Daar zit dus een aspect van onderhandelen in en een kwestievan vraag en aanbod. Uiteraard moet dat wel per saldo resulteren in eenredelijke vergoeding en dat is nu een onderdeel van dit proces: inzichtelijkkrijgen wat er wordt betaald en wat er kan worden gevraagd, om dat ookvoor de tolken zelf inzichtelijk te maken. Dat heeft ook, op een technischniveau, te maken met allerlei deelelementen. Mede op basis van deenquête die aan mij is overhandigd door de heer Van Nispen bij het debatover de parlementaire enquête Fraudebeleid en Dienstverlening hebbenwe het gesprek met hen gevoerd. Mijn overtuiging is dat een aantal vandie knelpunten kunnen worden weggenomen door het op een anderemanier in te richten. We nemen die signalen serieus. Deels is het eenkwestie van marktwerking, maar daar willen wij ook sturend in zijn, ook inhet gesprek met de bemiddelingsbureaus, om knelpunten weg te nemenen te komen tot een wat meer volwassen stelsel van marktwerking. Datmoet er dan ook toe leiden dat de tolken en vertalers daar de vruchten vanplukken.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Dan stel ik voor dat de Staatssecretaris dat concretiseert. Hoe ziet u datvoor zich? Want u wilt de effecten van de verandering op de rechtsgangen de positie van de gerechtstolken blijkbaar evalueren. Dat doet u in degesprekken die u voert. Hoe krijgen we dat terug? Wanneer gaan degerechtstolken die veranderingen merken? Misschien ligt het deels aan deinrichting of wellicht aan iets anders. Ik wil dus iets concreters van deStaatssecretaris horen ten aanzien van de verbeteringen, waar deStaatssecretaris blijkbaar wel voor openstaat. Wat zullen de tolkendaarvan terugzien?Staatssecretaris Struycken:Ik gaf aan dat er binnenkort weer een zogenaamd driehoeksgesprekplaatsvindt, waarin al die verschillende partijen vertegenwoordigd zijn. Ikben blij dat ze ook weer tezamen om de tafel gaan. Concreet leidt dat eronder andere toe dat er meer informatie komt over klachtenprocedures,bijvoorbeeld. Onderdeel van de onvrede is dat bepaalde elementen nietgoed gaan, ook in de opdrachtverlening, en dat niet helder was hoedaarover geklaagd kan worden. Eind 2024 – dat is dus betrekkelijkrecent – is op de website een beter overzicht gepubliceerd met meerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 97328 informatie over de bestaande meldpunten waar tolken, maar ookafnemers, in eerste instantie met klachten terechtkunnen. We willen evenkijken hoe de verbeterde kennis en daarmee de toegankelijkheid van deklachtenmeldpunten evolueert, en of die inderdaad de frustraties in demarkt wegneemt. Vervolgens kunnen we inventariseren of het dan nognodig is om een stap verder te zetten en ook een onafhankelijk klachten-loket te openen, zoals de heer Van Nispen ter sprake bracht. Stap één isdus de weg naar de klachtenloketten verduidelijken. Als onderdeel van hetdriehoeksoverleg, dat een min of meer permanente status moet krijgen,gaan we die klachten dan ook adresseren. Ik heb nu geen aanleiding omte denken dat die klachten niet gehoord worden, ook al leidt dat niet altijdtot de gewenste veranderingen. Dat is dus één concrete maatregel.Ik ben voornemens om in het eerstvolgende... Er komen geregeldKamerbrieven over de monitoring van de dienstverlening. In de brief vanfebruari heb ik veel meer inzicht gegeven in de beschikbare gegevens.Volgend jaar februari komt er een nieuwe Kamerbrief, maar ik kan mijvoorstellen dat we al voordien, als het driehoeksoverleg daartoeaanleiding geeft, nadere informatie verschaffen over de stand van zaken.Wij vinden dat overleg van groot belang. Ik zei al: het concept vanmarktwerking betekent ook dat er een aanbesteding plaatsvindt. Datbetekent dat er vanuit de Rijksoverheid, vanuit het OM, vanuit derechtspraak, een aanbestedingsproces plaatsvindt waarmee bemiddelaarsworden gecontracteerd. Het is dan aan de bemiddelingsbureaus om detolken en vertalers te regelen. De lessen die we nu leren over deuitwerking van de marktwerking nemen we ook mee in de nieuweaanbesteding, die voor 2026 staat. Dat is dus de wat langere termijn, maarhet uitgangspunt van het overleg is zeker ook dat we in die aanbestedingook tegemoet willen komen aan de fricties die nu in het stelsel beslotenliggen.Tot zover.De voorzitter:Hartelijk dank daarvoor. Er is nog een vraag van de heer Van Nispen.De heer Van Nispen (SP):Alle knelpunten die de Staatssecretaris nu noemt, waren al voorzien. Wehadden nooit dit malle stelsel van marktwerking moeten invoeren. Er isdoor iedereen, in ieder geval door de tolken, voor gewaarschuwd. Ik zie deprotesten voor de Tweede Kamer nog voor me, maar er werd niet naargeluisterd. Nu zijn de tolken en vertalers dus overgeleverd aan de grillenvan de markt, en dan krijg je dus dit soort gekkigheid. Nou erkent deStaatssecretaris de knelpunten in het nieuwe stelsel en hij is er ook welmee de gang, en dat overleg is goed, maar die mensen kunnen nietwachten tot – wat is het? – 2026, tot die nieuwe aanbesteding met dieredelijke vergoeding. Want die gerechtstolken en -vertalers willen nu,terecht, al minder voor de overheid werken. Er waren ook stakingen in hetverleden, op bepaalde dagen, omdat men niet meer kon of wilde werkenvoor het Openbaar Ministerie, bijvoorbeeld. Er is dus echt haast geboden,meer haast dan de Staatssecretaris nu laat zien. Het probleem van demarktwerking is nu onder andere gelegen in het proces van onderhan-delen tussen tolken en bemiddelaars. Ik denk dat de Staatssecretaris welweet dat van onderhandelen helemaal geen sprake is. Ik zie dagelijks devoorbeelden in mijn mailbox. Bemiddelaars zeggen gewoon: dit is hettarief en daar moet u het mee doen; u kunt ja of nee zeggen. Dat is het.Het is een ontzettend ongelijke strijd. Ik denk dat de Staatssecretaris datinmiddels ook weet.De heer Koops sneed ook terecht het probleem van de vergoedingen aan:als je nog een beetje een boterham wilt verdienen of je gezin wiltonderhouden, kies je voor diensten veraf. Dat soort perverse prikkelsmaken het stelsel ook duurder; het komt op de verkeerde plekken terecht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 97329 Waarom zegt de Staatssecretaris hier nu niet: ik ga zo snel mogelijkzorgen voor een redelijke vergoeding voor de vertalers, à la het Duitsevoorbeeld, en voor de tolken? Waarom haalt hij die onderhandeling er nietuit? Want die is er niet. Waarom zorgt hij niet voor een redelijk vast tarief?Bemiddelaars worden dan puur voor het bemiddelen betaald. Dat zeggende bemiddelaars zelf ook. Als de bemiddelaars ervoor zijn, als de tolken eral heel lang om vragen en als wij vanuit de Kamer die vraag stellen, watweerhoudt de Staatssecretaris er dan van om daarin mee te gaan? Wantdan zou je de signalen pas echt serieus nemen.Staatssecretaris Struycken:Ik heb het stelsel geërfd zoals dat in het leven is geroepen met de nieuwewet. Dat is het stelsel van de marktwerking. Dat zijn de kaders waarbinnenik heb te opereren, in ieder geval voor de duur van de aanbesteding. Watik kan doen, en dat doe ik, tezamen met alle betrokkenen, is dieknelpunten, voor zover die binnen het stelsel te adresseren zijn,wegnemen of anderszins adresseren. Dat zal zich dan vertalen in nieuweaanbestedingsvoorwaarden. Sommige van die knelpunten zijn meertechnisch dan principieel.Onderdeel daarvan is ook – dat moedig ik ook aan – dat tolken en vertalersals onderdeel van het spel van vraag en aanbod hun diensten goedverkopen. Dat is iets waar niet alle betrokkenen gelukkig mee zijn, maardat zijn de kaders waarbinnen zij moeten opereren. Ik moedig hen aan omdaar het beste van te maken. Dat betekent dus ook dat zij op een gegevenmoment wél nee zeggen en dat er dan een frictie ontstaat. Ja, dat is hetspel van vraag en aanbod, van de marktwerking. Dat is het wettelijk kaderwaarbinnen wij opereren.De voorzitter:Dank voor de reactie. Gaat u verder met de beantwoording.Staatssecretaris Struycken:Voorzitter. Dan nog een vraag van de heer Koops. Die ziet ook op tolken,maar dat is een heel ander soort vraag. De heer Koops noemde eenpotentiële samenloop van belangen bij het kennisinstituut dat verbondenis aan de Raad voor Rechtsbijstand. Het is evident dat dat potentieel eenpunt van zorg is. Integriteit is een belangrijk onderwerp, zowel bij detolken en vertalers als bij het kennisinstituut. Ik heb deze casus nietkunnen uitzoeken in dit tijdsbestek, maar ik zal wel navraag doen. Ik zalook, voor zover nodig, op deze casus ingaan in de Kamerbrief die ik hebtoegezegd in verband met de lopende onderzoeken. Ik maakte dat net nietexpliciet, maar er lopen onderzoeken naar de wachttijdvergoeding voorgerechtstolken en de vergoeding per normregel. Ik zei het net nietexpliciet, maar ik ben voornemens in het derde kwartaal over dezeonderwerpen een brief aan uw Kamer te sturen. Dat is dus ook een van deconcrete stappen waar we mee bezig zijn. Dat zijn punten waarover groteonvrede bestaat. Voor zover nodig zal ik dan ook ingaan op het probleemdat de heer Koops ter tafel bracht.De voorzitter:Hartelijk dank. Dat leidt tot een vraag van de heer Koops.De heer Koops (NSC):Inderdaad. De vraag betreft het instellingsbesluit voor het Kwaliteitsin-stituut. Dat is de term die ik eigenlijk had moeten gebruiken, niet«kennisinstituut». Ik wijs erop dat in de regeling over het Kwaliteitsin-stituut staat dat mensen kunnen worden ontslagen op het moment dat ersprake is van belangenverstrengeling. Dat wordt met zoveel woordengenoemd in het besluit dat de positie van deze personen regelt. Mijnvraag aan de Staatssecretaris is dan ook of hij de toezegging van zojuist inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 97330 die sleutel wil zetten. Is er voldoende zicht op belangenverstrengeling?Wordt er voldoende controle op gedaan? Zo ja, hoe vindt die dan plaatsen hoe wordt daarover dan gerapporteerd? Kan dat betrokken worden bijhet zojuist toegezegde onderzoek?Staatssecretaris Struycken:Ik dank de heer Koops voor de verduidelijking. Ik zal dit meenemen alsonderdeel van de analyse.Ik kom op de categorie varia. De heer Smitskam heeft een algemene vraaggesteld, eigenlijk over de transparantie van de kwaliteit van juridischedienstverleners. De kwaliteit van juridische dienstverleners is natuurlijkcruciaal voor elk van deze beroepsgroepen. Eigenlijk is dat een terug-kerend thema. De kwaliteit ligt aan de basis van het toezicht, van degestelde kwaliteitseisen, de permanente opleiding binnen de beroeps-groep en de intervisie. Die hebben alles te maken met de verhoging vande kwaliteit van de juridische dienstverleners, niet alleen de klassiekejuridische beroepsgroepen maar bijvoorbeeld ook de gerechtsdeur-waarders, waarmee we een grote stap hebben gezet, en incassodienstver-leners, waarvoor nu een wettelijk kader geldt. Dat heeft allemaal te makenmet de verhoging van de kwaliteit, eigenlijk meer in preventieve zin, dooropleiding, toetsing en het stellen van voorwaarden.Daarmee is echter nog niet transparant wat er gebeurt als een van diejuridische beroepsbeoefenaars toch niet voldoet aan de kwaliteitsver-eisten. Zoals we het nu hebben ingericht kan het zijn dat de betreffendeberoepsbeoefenaar bij structureel tekortschieten wordt geschorst of zelfsuit de beroepsgroep wordt gezet. Dat hangt een beetje af van de beroeps-groep waar het om gaat. In die situaties is het kenbaar dat een beroepsbe-oefenaar niet langer actief mag zijn. Meestal geschiedt dat toezicht op ende correctie van slecht functioneren door beroepsbeoefenaars via dereguliere toezichtsmechanismen bij de advocatuur, bijvoorbeeld via dedeken. Dat geldt op vergelijkbare wijze voor het notariaat. Wij hebben nuniet een stelsel waarin op een andere manier de kwaliteit van juridischedienstverleners enerzijds wordt gemeten en anderzijds transparant wordtgemaakt. We vertrouwen dus op het permanente toezicht en op deopleidingsvereisten. Ik heb geen indicaties dat dat structureel totproblemen leidt.Dan kom ik op vragen over de landsadvocaat. Eerst heb ik een vraag vande heer Koops. Hij vraagt aandacht voor een – wat zal ik zeggen? – ergonfortuinlijke kwestie die de rechtspraak in Nederland de afgelopendecennia ook deels in de beklaagdenbank heeft gezet. In die situatie is erkennelijk voor gekozen om de landsadvocaat enerzijds in te huren alsadvocaat voor de Rijksoverheid, in het bijzonder de rechtbank, duseigenlijk de rechtspraak, en anderzijds de rechter hierin een hoofdrol heeftgespeeld. De keuze om de landsadvocaat in te huren lag in dezen bij deRaad voor de rechtspraak. Het ministerie heeft daar geen bemoeienis meegehad. De Raad voor de rechtspraak kan, op basis van het contract met delandsadvocaat, eigenstandig een opdracht verlenen en heeft er kennelijkvoor gekozen om voor beide partijen, dus voor zowel de rechtbank alsookvoor de betreffende rechter, een beroep te doen op de landsadvocaat.De heer Koops is als geen ander bekend met de gedragsregels vooradvocaten, waarbij geldt dat een tegenstrijdig belang prohibitief is vooreen advocaat om zijn diensten te verlenen. Dat is primair een verantwoor-delijkheid die bij die advocaat zelf rust. Ik herinner me het debat over dePenitentiaire beginselenwet. Daarin vroeg de heer Ellian juist aandachtvoor het belang dat wij in Nederland voortdurend aandacht vragen voorde afweging die een advocaat zelf moet maken inzake tegenstrijdig belangen, meer algemeen, voor de keuze die een advocaat heeft om wel of nietbijstand te verlenen. Dat was meer in het kader van strafrechtelijkebijstand aan gedetineerden die onderdeel uitmaken van een crimineleorganisatie, maar in het algemeen geldt natuurlijk dat het bij de beroeps-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 97331 verplichtingen van een advocaat hoort om zelf een afweging te maken tenaanzien van conflicterend belang. Ik kan alleen maar constateren dat delandsadvocaat in dezen kennelijk zelf niet tot het oordeel is gekomen dater sprake was van een conflicterend belang. Ik kan alleen maar consta-teren dat de Raad voor de rechtspraak geen reden heeft gezien om dieopdracht aan de landsadvocaat in te trekken of anders in te regelen.De voorzitter:Een vraag van de heer Koops. Het is zijn derde interruptie.De heer Koops (NSC):De advocaten van de huidige landsadvocaat doen hun werk op eenuitstekende wijze. Dat betekent dus dat zij een procedure werkelijkuitzonderlijk goed kunnen voeren en daar dus zomaar tien jaar overkunnen doen, ook als je ze tegen je hebt. Dat was eigenlijk de reden omover deze kwestie te beginnen. Dat is ongeacht de bevoegdheid van eenministerie ter zake, want dat is hier natuurlijk de rechtspraak. Dat is wel zo,maar mijn vraag was echt daarop gericht: moet de wet niet aan decentrale overheid een soort van richtlijn meegeven waaruit blijkt in welkegevallen de landsadvocaat wordt ingeschakeld om een particulier belangvan een hoge ambtenaar – dat was die ene meneer – te stoppen? Ik ziegewoon dat de inzet van de landsadvocaat een van de belangrijksteoorzaken is voor het zo hoog oplopen en het zo lang duren van hetconflict. Dat komt juist doordat ze zo goed zijn. Dat is wat mij daaraandwarszit. Bij een rechtsbijstandsverzekering, een letselschadeverzekeringof een autoverzekering kijken de verzekeraars ook altijd welke mate vaneigen schuld de persoon heeft die aanspraak maakt op die verzekering.Daar kijken ze eerst naar. Pas daarna gaan ze bedenken of ze gaanuitkeren of hulp ter beschikking gaan stellen. Ik begrijp van de wereld niethoe dat nou in deze casus is misgegaan. Ik vraag niet van de Staatssecre-taris om daar zijn persoonlijke reflecties op te geven. In algemene zindringt zich de vraag op of wij in dezen een richtlijn moeten meegeveninzake de inschakeling van de landsadvocaat, ongeacht door wie.Staatssecretaris Struycken:Ik heb het gevoel dat we ons hiermee een beetje op glad ijs begeven. Deheer Koops verwoordt beeldend de kwaliteit van de landsadvocaat. Datgeldt overigens ook voor de zes andere kantoren die een contract hebbenmet de Rijksoverheid. Dat zijn allemaal uitstekende kantoren. De heerKoops suggereert dat juist daardoor deze rechter zo lang procedures heeftkunnen traineren. Ergens vind ik het wel goed dat we rechters inNederland, ambtenaren, de beste advocaten geven. Er ligt natuurlijk ookeen soort bescherming in besloten dat de overheid als werkgever bereidis om alle ambtenaren, elke ambtenaar, de best mogelijke bijstand tegeven. Daarom zeg ik: we begeven ons een beetje op glad ijs. Voor hetoverige is het heel moeilijk om weg te blijven bij een analyse van dezecasus. Ik wil daarom volstaan met te zeggen dat ik verwacht dat dit in hetreguliere contact tussen de landsadvocaat en de Minister van Justitie eenonderwerp van gesprek zal zijn, dus meer in het algemeen: de richtlijnendie landsadvocaat zelf hanteert als het gaat om het verlenen van bijstandaan ambtenaren in dergelijke situaties.De voorzitter:Gaat u verder. Dan kunnen we zo richting de tweede termijn bewegen.Staatssecretaris Struycken:Ja. De heer Van Nispen vroeg naar de uitvoering van de motie-Palmen/Van Nispen die er, kort gezegd, toe strekt om niet steeds hetkantoor van de landsadvocaat in te schakelen. Afgelopen vrijdag, 18 april,heeft de Minister van Justitie gereageerd met een brief en toegelicht opTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 97332 welke wijze uitvoering wordt gegeven aan deze motie. Sinds 1 januari zijner zes nieuwe contracten met andere advocatenkantoren. Ik noemde hetnet al. Daarbij geldt dat alle onderdelen van de Staat ook gebruik kunnenmaken van die andere kantoren. Daar is een onderhandelingstraject aanvoorafgegaan. De noodzakelijke bepaling op het vlak van bijvoorbeeldcompliance en databeveiliging is daarin ook geborgd. De Minister vanFinanciën, het Ministerie van Financiën, is opdrachtgever onder deze zesnieuwe contracten. Dat is al een belangrijke stap in de uitvoering van demotie. In de brief is ook verwoord dat er in het kader van de versterkingvan het opdrachtgeverschap stappen worden gezet om de mate waarinadvocaten worden ingezet vanuit de Rijksoverheid, beter in beeld tekrijgen. Ik zou het hier verder bij willen laten. Voorzitter, ik verkeerde... Devraag die is gesteld door de heer Van Nispen is op welke wijze uitvoeringwordt gegeven aan de motie-Palmen/Van Nispen. De wijze waarop datgebeurt, is uiteengezet in de brief van 18 april. Ik hoop dat ik daarmeeantwoord heb gegeven op de vraag. Dat was mijn intentie in ieder geval.Dan stelde de heer Van Nispen een hele uitdagende vraag, namelijk omhet tarief van de landsadvocaat op het tarief van een sociaal advocaat testellen. Ik weet niet goed wat ik daarover moet zeggen anders dan dat dathet domein van de Minister is; die gaat over het contract. En bij detarieven is het ook een kwestie van marktwerking. Tarieven, ook in deadvocatuur, kennen een vrije markt, dus het is ook een kwestie van vraagen aanbod. Ik denk dat je wel kunt zeggen dat de dienstverlening heelanders van aard is, en dat de zaken waarin we de landsadvocaat inzettenper definitie zeer complexe zaken zijn met zeer grote belangen, en dat datrechtvaardigt dat daarvoor een ander tarief wordt gerekend en betaalddan gebruikelijk in de sociale advocatuur. Het zijn gewoon onvergelijkbaresituaties.Mevrouw Wijen-Nass vroeg terecht aandacht voor een heel andermaatschappelijk probleem. Laten we dat maar even samenvatten onderde no-cure-no-payproblematiek. Dat is een probleem dat al enige tijdbestaat. Het is een typische situatie waarin er partijen zijn – ook hier; wehadden het al even over letselschadebemiddelaars – die gebruik hebbengemaakt – al mogen we best wel zeggen: misbruik – van de proceduresdie we kennen, om daar geld aan te verdienen. Maar daarin zijn stappengezet. Ik denk dan met name aan het verlagen van de proceskostenver-goeding onder de wet die mevrouw Wijen-Nass ook noemde, de Wahv. Erwordt op dit moment een invoeringstoets uitgevoerd om de effecten vandie verlaging te meten. De vraag zal natuurlijk vooral zijn of die verlagingvan de proceskostenvergoeding het businessmodel van deze partijeneigenlijk wel de nek heeft omgedraaid; want dat is wat we, denk ik, hopen.De resultaten van die invoeringstoets worden voor de zomer nogverwacht, dus ik verwacht dat we kort na de zomer daarop terugkomen.Vergelijkbare maatregelen worden ook getroffen voor de WOZ en de bpm.Daarbij is ook sprake van voortdurende monitoring door regelmatigcontact met de partijen in het veld.Mevrouw Wijen-Nass stelde de heel principiële vraag of we niet moetenoverwegen om de grens voor hoger beroep aan te passen, of zelfs om eeninstantie af te schaffen. In het kader van de evaluatie van de Wahv zijn datbeide belangrijke vragen. Dan moet er natuurlijk ook aandacht wordenbesteed aan de rechtsbescherming, want het afschaffen van een instantieis natuurlijk ook in essentie een inbreuk op de rechtsbescherming. Maar ikkan mij voorstellen dat die, gezien de geringe omvang van het belang, kanworden gebillijkt. Dus ook die evaluatie wordt in de zomer opgeleverd enik verwacht dus in de loop van dit jaar nadere informatie te kunnen geven.Dan kom ik bij het laatste onderwerp. Ik wil niet zeggen «mijn favorieteonderwerp».De voorzitter:Maar voordat we zover zijn, een vraag van mevrouw Wijen-Nass.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 97333 Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Ik heb even het volledige antwoord van de Staatssecretaris afgewacht.Maar ik had ook nog de vraag gesteld of de Staatssecretaris in beeld heefthoeveel geld er nou jaarlijks wordt uitgekeerd aan proceskostenvergoe-dingen in deze specifieke zaken, en of dat, als dat niet het geval is – ik kanhet begrijpen dat hij die cijfers nu niet paraat heeft – later dan meege-nomen kan worden. Ik ben namelijk benieuwd naar hoeveel geld daarvoorwegvloeit. Ik denk namelijk dat dat echt om heel veel geld gaat.Staatssecretaris Struycken:Ik herinner me het onderscheid in drie fasen dat u maakte, namelijkbezwaar, beroep en hoger beroep. De cijfers heb ik nu niet in beeld, maarwij gaan zeker zo veel mogelijk feitelijke onderbouwing proberen tevinden. Dat zal het namelijk makkelijker maken om maatregelen te nemenen die te rechtvaardigen.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Binnen welke termijn verwacht de Staatssecretaris deze uitkomsten tekunnen delen?Staatssecretaris Struycken:De evaluaties worden deze zomer verwacht. Ik vraag me nu zelf af of datin de vorm van een WODC-rapport of iets dergelijks is. Dan zou datrapport namelijk ook direct aan uw Kamer worden verschaft. Ik weet dusniet in welke vorm die informatie komt. Ik kom daar misschien in detweede termijn op terug, maar in ieder geval is ons voornemen om ergensin de loop van het derde kwartaal te reflecteren op de evaluaties. Hopelijkzal dan die nadere informatie beschikbaar komen.Dan kom ik dus als laatste op het onderwerp legeboedelproblematiek.Daarvan gaf ik aan dat het mijn interesse heeft en dat ik het, binnen denou eenmaal bestaande capaciteitsbeperkingen, ook binnen het Ministerievan Justitie en Veiligheid, een mate van prioriteit wil geven. Die legeboe-delproblematiek is een oorzaak – dat is mijn sterke overtuiging, ook opbasis van mijn eerdere beroepsmatige ervaringen – van allerlei verschil-lende negatieve effecten die de samenleving, en meer in het algemeen defaillissementspraktijk, raken. Daarbij denk ik inderdaad aan de fraudebe-strijding, maar ook aan allerlei andere negatieve en perverse prikkels alsgevolg van het feit dat faillissementscuratoren, die natuurlijk commerciëleberoepsbeoefenaars zijn, in heel veel situaties geen redelijke vergoedingkrijgen voor basiswerkzaamheden.Er is een grote stap gezet met het WODC-rapport, met name daar waar hetWODC-rapport in kaart brengt waar we het eigenlijk over hebben.Daarmee hebben we een cijfermatige onderbouwing van wat er nodig isom te denken aan oplossingen. Dat is echt een grote stap voorwaarts. Debelangrijkste bevinding uit het WODC-rapport is dat de standaardwerk-zaamheden, die in elk faillissement moeten worden verricht, neerkomenop twintig uur werk, waar dan een bepaald bedrag tegenover staat.Daarmee hebben we een indicatie voor hoeveel geld we nodig hebben omin ieder geval een vergoeding op tafel te krijgen voor de standaardwerk-zaamheden van curatoren in elk faillissement. Ik laat even in het middenwaar die vergoeding vandaan moet komen. Dat is onderdeel van denadere beleidsreactie die ik in kaart aan het brengen ben. Ook hiervoorgeldt namelijk dat het denkbaar is dat het veld op de een of andere maniermeebetaalt aan het fonds waaruit die vergoeding moet worden betaald. Ikgebruik even een ander woord. Ik heb het over een fonds, maar in feitegaat het om de Garantstellingsregeling curatoren, die wij al kennen.De Garantenstellingsregeling curatoren biedt onder betrekkelijk striktevoorwaarden een garantstelling voor een vergoeding voor curatoren bijfraudeonderzoek, waar ook bestuurdersaansprakelijkheid een onderdeelvan is. Dan hoeft het niet per se om fraude te gaan; het kan ook omTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 97334 wanbeleid gaan. Het komt er in feite op neer dat ik de Garantstellingsre-geling curatoren wil verruimen, enerzijds door daarin een garantstellingvoor de basiswerkzaamheden op te nemen, anderzijds door als onderdeeldaarvan ook een verruimde garantstelling te hebben voor onderzoek naarfraude en misstanden, dus ruimer dan nu mogelijk is binnen de bestaandevoorwaarden. Concreet is nu een van de voorwaarden dat de verwachtingis dat het fraudeonderzoek leidt tot vermogensbestanddelen die tenminstede kosten van het onderzoek rechtvaardigen. Dat is een belemmering enzet een rem op het doen van onderzoek. Daarmee blijft fraude deelsonbehandeld. Dat is dus allemaal onderdeel van een evaluatie van deGarantstellingsregeling curatoren in het perspectief van het vinden vaneen oplossing voor de legeboedelproblematiek. Ik ben daarover ingesprek met partijen. Het is mijn vaste voornemen om later dit jaar meteen nadere uitwerking te komen van mijn voorstellen om nu eindelijk natien, twintig jaar een oplossing voor dit probleem te vinden. Want het ismijn overtuiging dat daarmee ook allerlei andere problemen in defaillissements- en financieringspraktijk misschien niet als sneeuw voor dezon verdwijnen, maar in ieder geval wel een bevredigende maatschappe-lijke oplossing krijgen.Ik denk dat ik hiermee alles gezegd heb.De voorzitter:Ik dank u hartelijk. Ik inventariseer even de onbeantwoorde vragen. Dangraag de vraag even herhalen zonder een heel betoog af te steken.Meneer Koops, heeft u nog onbeantwoorde vragen uit uw eerste termijn?Meneer Smitskam? Ja, de heer Smitskam.De heer Smitskam (PVV):Dat doe ik namens collega Koops.De voorzitter:Het gaat om de onbeantwoorde vragen, hè, dus als er nog onbeant-woorde vragen zijn uit uw eigen betoog. We moeten echt naar de tweedetermijn, anders hebben we gewoon geen tijd.De heer Smitskam (PVV):Het gaat niet om een vraag die ik zelf gesteld heb.De voorzitter:Oké, dan gaan we even door. De heer Van Nispen.De heer Van Nispen (SP):Ik heb in ieder geval nog geen antwoord gekregen op de vraag over deuitvoering van de aangenomen motie, namelijk dat we de cijfers willenover de inzet van tolken bij OM-opdrachten, gespecificeerd per taal. Ik hebhier het dictum van de motie: «verzoekt de regering bij de aanstaandemonitor tolk- en vertaaldienstverlening» – het ging dus eigenlijk om devorige, maar daar zat het niet in – «inzage te verstrekken in de gegevensvan de bemiddelaars gespecificeerd naar taal, tijdsduur, dienstverleningvoor het (CV)OM op locatie of telefonisch, onderscheiden naar de inzetvan C1-registertolken, B2-tolken en andere personen, en bij hoeveelzittingen geen tolken zijn ingezet». De motie is aangenomen, maar diecijfers waren er niet. Ik wil dus niet weten óf we de cijfers krijgen, want hetis een aangenomen motie, maar wanneer we ze krijgen. Als het niet voorhet einde van het meireces kan, wanneer krijgen we ze dan wel?De voorzitter:Helder, hartelijk dank. Mevrouw Van Eijk heeft nog een onbeantwoordevraag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 97335 Mevrouw Van Eijk (VVD):Ja, over de legeboedelproblematiek, de versoepeling van administratieveverplichtingen en snellere juridische procedures. Daar heb ik volgens mijook geen reactie op gehad.De voorzitter:Dank u hartelijk. Mevrouw Wijen-Nass. Niet? De Staatssecretaris. Zou udeze nog willen beantwoorden?Staatssecretaris Struycken:Ja, voorzitter. Ik pauzeerde net toen ik het had over de legeboedelproble-matiek. Dat was omdat ik wist dat ik nog iets onbeantwoord had gelatenop dat vlak. Mevrouw Van Eijk heeft twee suggesties gedaan voor tweeoplossingsroutes, zal ik maar zeggen. Ik aarzel een klein beetje, eigenlijkflink, over de benadering om, wanneer de verwachting is dat er sprake isvan een lege boedel, te zeggen dat er geen faillissement komt, of dat wehet faillissement beëindigen, of dat we de afwikkeling soberder maken. Dereden dat ik daarover aarzel, is eigenlijk omdat de curatoren een belang-rijke rol vervullen in het algemene belang. Ook een lege boedel vergtnamelijk enige aandacht. Daar moet vaak wat opgeruimd worden. Daarmoeten stappen worden gezet. Dat moet ordelijk afgewikkeld worden. Datis een algemeen publiek belang. Ik zie niet in hoe we dat verder kunnenbeperken. Daarom wil ik echt aansluiting zoeken bij die twintig uurstandaardwerkzaamheden, waar de beroepsgroep zelf over heeft gezegd:dit is eigenlijk de basis die je bij ieder faillissement moet willen en kunnendoen. Ik denk dat we langs die weg eigenlijk al de problemen hebbengeadresseerd. Dan is het niet nodig om een extra beoordelingsmoment inte bouwen dat er een lege boedel is, zodat het verder geen vervolg krijgt.Ik denk namelijk dat die basisvergoeding voor twintig uur standaardwerk-zaamheden ook een soort natuurlijk moment creëert. Na ommekomst vandie standaardwerkzaamheden zullen er geen vervolgwerkzaamhedenmeer worden verricht, want de boedel is leeg. Maar die twintig uur wil iker wel in hebben, omdat dat gewoon de reguliere saneringswerkzaamheidis. Dat is de ene suggestie.De andere suggestie ging over de vereenvoudigde formaliteiten, over eenverkorte, vereenvoudigde afwikkeling. Daar wordt al in voorzien in allerleireglementen en best practices. Ik neem het mee als onderdeel van debredere analyse van het faillissementsrecht, om te kijken wat er beter kanom te komen tot snellere procedures en een snellere afwikkeling. Ik denkdat een onderdeel daarvan ook kan zijn dat ik in gesprek ga met Recofaover toch wat strakkere richtlijnen bij het afwikkelen van boedels, omdater in het huidige systeem onvoldoende prikkels zijn voor een advocaat omna de initiële fase ook de dossierkast op te ruimen, om het zo maar tezeggen.Dan stelde de heer Van Nispen een vraag die ik inderdaad verzuimd heb tebeantwoorden. Die betreft een onderwerp waarover we al eerder metelkaar gesproken hebben. Er wordt detailinformatie vanuit de marktgevraagd. Het is heel specifiek. Het komt, denk ik, voort uit de behoefteom beter te kunnen inschatten wat de eigen positie is. Wij hebben onsingespannen om veel meer informatie ter beschikking te krijgen. Dieinformatie is ook neergelegd in de Kamerbrief van februari, geloof ik.Daarin staat niet alle informatie waar de heer Van Nispen om heeftverzocht. We hebben in die brief toegelicht dat we ervoor gekozen hebbenom deze specifieke informatie geaggregeerd weer te geven. Het betreft bijeen aantal talen zulke kleine getallen dat het raakt aan de specifiekeafspraken die als onderdeel van de aanbesteding gemaakt zijn metbemiddelaars. Het gaat dus om marktgevoelige informatie, zal ik maarzeggen. Daarom hebben we het ook op geaggregeerd niveau aange-leverd. Zeker voor bepaalde talen willen we dat niet heel specifiek maken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 97336 De voorzitter:Hartelijk dank voor de beantwoording. We gaan door naar de tweedetermijn van de zijde van de Kamer. We hebben nog erg weinig tijd. Despreektijd is 1 minuut en 20 seconden. U heeft één interruptie. De heerKoops mag als eerste.De heer Koops (NSC):Ik vraag een tweeminutendebat aan, meneer de voorzitter. Ik heb tot slotéén hele korte, concrete vraag. Wordt het voorstel waar de heer VanNispen al naar verwees, ook bij de najaarsbrief over de legeboedelproble-matiek betrokken? Dat was namelijk dat banken, maar misschien ook deBelastingdienst, kunnen voorzien in een potje waar een curator zijn werkvan kan doen op het moment dat er geen geld in de boedel zit. De vraag isdus om dat te betrekken bij die najaarsbrief.De voorzitter:Hartelijk dank. Een interruptie van de heer Van Nispen.De heer Van Nispen (SP):Mijn ene interruptie gaat met veel plezier naar de heer Koops. Wat voormoties gaat hij nou indienen voor de sociale advocatuur, naar aanleidingvan dit debat en de beloftes die hij onder andere in de stemverklaring vanafgelopen dinsdag heeft gedaan?De heer Koops (NSC):Ik beraad me op de formuleringen. Het is me namelijk donders helder hoeprecies ik daarin moet zijn. Bij dat antwoord moet ik het op dit momentlaten. Buiten de orde van deze vergadering kom ik er zeker op terug bij deheer Van Nispen.De voorzitter:Uitstekend. De heer Smitskam, aan u het woord.De heer Smitskam (PVV):Ik ga u helpen, voorzitter. Dank aan de Staatssecretaris voor zijn beant-woording van de vragen. Daar laat ik het bij.De voorzitter:Hartelijk dank. De heer Van Nispen.De heer Van Nispen (SP):Voorzitter. Ik probeer mijn zegeningen te tellen, maar dat valt niet mee.Wat betreft de sociale advocatuur blijf ik het onbegrijpelijk vinden dat jegewoon niks regelt voor 2026. Je hebt er wel allemaal mooie woordenvoor over, maar fikst het gewoon niet. Dat terwijl je al sinds februari eenwetenschappelijk rapport op je bureau hebt. Het lukt NSC kennelijk nietom daar met spoed mee aan de slag te gaan. Dat terwijl het gaat om detoegang tot het recht, een grondrecht. Het is onbegrijpelijk.We zien allemaal dat het sociaal notariaat er moet komen, maar er is noggeen budget voor. Ik begrijp wel dat je nader onderzoek moet doen naarwaar precies de behoefte ligt. Laten we het dan gewoon uitproberen inregio’s. Wel mis ik de bereidheid en de inzet van de Staatssecretaris omhet niet enkel af te laten hangen van de liefdadigheid van de enkelenotarissen die het al doen, maar er ook de financiering voor te bieden.Volgens mij is dat een steuntje in de rug dat de KNB en, eigenlijk nog veelbelangrijker, de rechtszoekenden goed kunnen gebruiken. Ik zal me dusook op moties beraden op dat punt.Over de landsadvocaat kan ik een hele boom opzetten, maar laat ik me totslot richten op de tolken en vertalers. Ik vind dat de Staatssecretaris ookop dat punt nog heel weinig te bieden heeft. We zijn hier al zo ongelofelijkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 97337 lang mee bezig. Het schiet maar niet op. De Staatssecretaris durft hiergewoon te zeggen dat tolken maar beter moeten onderhandelen met debemiddelaar. «Als het niet bevalt, moeten ze maar nee zeggen.» Danmisken je echt de totaal ongelijke positie van die bemiddelaars. Zeworden helemaal tegen elkaar uitgespeeld door de kapitaalkrachtigemultinationals. Het zijn reuzen, die bemiddelaars. Daar is natuurlijk niettegen te onderhandelen. Dat is dus volstrekt oneerlijk.De aangenomen motie vraagt gewoon om cijfers waaruit wellicht zoukunnen blijken wat het probleem is. Ik accepteer niet dat we die nietkrijgen van de Staatssecretaris. Ik doe dus nogmaals een dringend beroepop de Staatssecretaris om in ieder geval – dan hebben we nog iets – dieaangenomen motie gewoon fatsoenlijk uit te voeren.Ik denk dat ik op al deze punten een stuk of vier à vijf moties zal moetenindienen om er nog iets van te maken.De voorzitter:Hartelijk dank. Mevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):In het kader van positief beginnen, laten we eerlijk zijn: die 30 miljoenvanaf 2027 voor de sociale advocatuur is fijn, maar gewoon niet genoegom ook de problematiek vanaf 2026 op te pakken. Ook bij mij was devraag om dat geld desnoods uit te smeren, ook al realiseer ik me dat je jetekort daarmee laat oplopen in 2026. Aan de andere kant, als je een beetjelef toont, kan dat best een keer. Maar goed, ik denk dat ik ongeveer weethoe deze Staatssecretaris daarin zit.Wat betreft het sociaal notariaat ben ik blij dat de Staatssecretaris ookmeent dat de verantwoordelijkheid enerzijds natuurlijk bij de overheid ligt,maar dat je vanuit solidariteit ook iets van de commerciële kantoren magvragen. In mijn beleving moet je dan wel zo snel mogelijk enig onderzoeknaar die behoefte doen. Het pilotidee van de heer Van Nispen onder-steunen we.Dan het beroep van letselschadespecialist. Ik ging er eigenlijk van uit datde Staatssecretaris al met kerst 2024 een beleidsreactie zou geven op datrapport. Dat verschuift weer. Daar ben ik niet blij mee. Ik wil eigenlijk nu aleen ja op de regulering. Ik denk dat ik de heer Smitskam met me mee hebals wij straks een motie indienen met het verzoek om het verplichtekeurmerk alsnog door te voeren.Tot slot de tolken. Ik zou zeggen: er is ook wat laaghangend fruit.Gesprekken zijn prima, maar ga alsjeblieft gewoon concreet aan de slagmet hele concrete voorstellen. Dat is wat mij betreft meer dan alleen maareen onafhankelijk klachtenloket. Je kan wel klagen, maar als daar niksmee wordt gedaan, dan heb je er niks aan.De voorzitter:Hartelijk dank. Mevrouw Van Eijk ziet af van haar inbreng. MevrouwWijen-Nass, aan u het woord.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Dank u wel, meneer de voorzitter. Hartelijk dank aan de Staatssecretarisvoor de beantwoording. Ik zie graag de nadere evaluatie van de Wahv ende cijfers tegemoet. Dat volg ik nauwlettend.Dank u wel.De voorzitter:Hartelijk dank. We komen aan bij de tweede termijn van de Staatssecre-taris. Ik geef hem daarvoor graag het woord.Staatssecretaris Struycken:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 97338 Voorzitter. De sociale advocatuur in 2026 is nu de grote uitdaging. Ik heb uin alle toonaarden gezegd dat ik aan het kijken ben wat ik kan doen. Ik zalvoor de zomer berichten hoe ik invulling ga geven aan de besteding vande middelen vanaf 2027 en wat er mogelijk is in 2026. Ik heb uw aankon-diging van de moties gehoord. Die zullen dan vooruitlopen op mijnbeleidsreactie. Ik streef ernaar om voor de zomer wat de socialeadvocatuur betreft een completer beeld te geven.De tolken zijn zowel door mevrouw Mutluer als de heer Van Nispengenoemd. Ik heb er echt vertrouwen in dat het driehoeksoverleg dat nuweer op gang komt, op een aantal punten echt zal voorzien in debehoefte. Dat zal niet op alle punten zijn, want we kunnen het stelsel vanmarktwerking dat aan de wet ten grondslag ligt, niet wegnemen. Maar opeen aantal concrete punten zal het voorzien in de behoefte.Wat de informatie betreft voeg ik aan mijn eerdere antwoord aan de heerVan Nispen nog het volgende toe, mede in verband met de ingediendemotie. De intentie is om meer gedetailleerde informatie te delen binnenhet driehoeksoverleg, alsook als onderdeel van het doorontwikkelen vande monitor. Die speelt een grote rol in de aangekondigde Kamerbrief. Debereidheid om informatie te delen is er dus, ook omdat dat misverstandenwegneemt. Maar de wijze en het moment waarop is onderdeel van watdan «de doorontwikkeling van het stelsel met inbegrip van demonitoring» heet.Ik kan niet anders dan mevrouw Mutluer gelijk geven als zij zegt dat hetwat teleurstellend is dat we nog niet zover zijn met de kabinetsreactieinzake de letselschadepraktijk. Maar het is niet anders: we zijn nog nietzover. We komen erop terug. Regulering is de grote vraag. HetWODC-rapport zegt er wat over. We zijn daarop aan het kauwen. Maardaar komen we op terug in de aangekondigde kabinetsreactie. Ik geloofdat ik daarmee de vraag heb beantwoord.Dan de vraag van de heer Koops. In de nadere analyse van de legeboedel-problematiek zullen we zeker de suggesties die al zijn gedaan, meenemen.Dat zal zijn met inbegrip van een bijdrage vanuit de bancaire sector – ikzou dat willen verruimen naar de kredietverlenende sector – op eenmanier die efficiënt is. Was er naast de bancaire sector nog iemand diemoet bloeden? Ah, de Belastingdienst. Er is natuurlijk een verband methet bodemvoorrecht van de fiscus. Daarover heeft een afzonderlijkeconsultatie plaatsgevonden. Ik zal dus ook in overleg treden met hetMinisterie van Financiën om te kijken... Dat is dus een voorbeeld van eenonderdeel van het faillissementsrecht dat onlosmakelijk verbonden is metde legeboedelproblematiek. Ik hoop dus dat ik die onderwerpen tezamenvlot kan gaan trekken in de loop van dit jaar.De voorzitter:Hartelijk dank. Zijn er nog interrupties? Ja, van de heer Van Nispen.De heer Van Nispen (SP):Ja, over de sociale advocatuur. De Staatssecretaris Rechtsbescherminglijkt het zelf gewoon niet te willen. Hij heeft hier gewoon een Kamer metmedestanders, met mensen die zeggen: we zijn bereid om moties in tedienen om te kijken of we geld naar voren kunnen halen, hoe we wellichtonderuitputting kunnen ramen. Er zijn allerlei creatieve ideeën. Maar deStaatssecretaris zegt hier gewoon: dat loopt vooruit op mijn kabinetsre-actie, dus dat gaan we niet doen. Ik heb niet meer informatie nodig. Ik gade kabinetsreactie lezen. Ik ben benieuwd. Ik lees alles. De Staatssecretarisdeed net of ik die brief over de uitvoering van de motie-Palmen/VanNispen niet had gelezen. Natuurlijk had ik die wel gelezen. We hebben eenrapport van de commissie-Van der Meer. We hebben de voorstellen vande VSAN. We hebben zelf de afgelopen jaren tientallen suggestiesgedaan. Wij zijn dus heel goed in staat om zelf moties te formuleren en inte dienen. Daar hebben wij die kabinetsreactie niet voor nodig. In plaatsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 97339 van dat de Staatssecretaris al die moties straks gaat ontraden – ik voel ’mnamelijk al een beetje hangen – kan hij beter zeggen: «Hartstikke fijn. Dankvoor de steun. Ik voel me gesteund in de strijd die ik in het kabinet aan hetvoeren ben.» Want ik geloof er helemaal niks van dat de StaatssecretarisRechtsbescherming dat aan het doen is. Dan was zijn reactie namelijk welanders geweest. Aanvaard dus nou dit aanbod vanuit de Kamer. Voel ditals een steun in de rug om dat geld naar voren te halen. Dan kunnen weeerder aan de gang. Als deze Staatssecretaris zijn titel, StaatssecretarisRechtsbescherming, werkelijk eer aan wil doen, dan zegt hij hier «ja» open gaat hij vechten als een leeuw voor de belangen van de socialeadvocatuur en alle mensen die hun recht moeten kunnen halen.Staatssecretaris Struycken:Ik wil niet in herhaling vervallen. Ik zie het tweeminutendebat tegemoet. Ikga mij zetten aan de kabinetsreactie.De voorzitter:Hartelijk dank. De andere leden hebben geen interrupties. Dan concludeerik dat we aan het einde zijn gekomen van dit debat. De heer Koops heefteen tweeminutendebat aangevraagd. We zullen dat doorgeleiden naar deplenaire agenda. Gezien de tijd zal ik u vertellen dat we de toezeggingennetjes registreren in het toezeggingenregister. Ik dank de Staatssecretarisvoor zijn komst. Ik dank de Kamerleden voor hun bevlogen inbreng. Ikdank het publiek voor het kijken naar dit debat. Daarmee sluit ik devergadering.Sluiting 17.30 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 279, nr. 97340
Gerelateerde bronnen
- Juridische beroepen
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 24 april 2025, over Juridische beroepen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.