KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk over Eurogroep en Ecofinraad van 9 en 10 oktober 2025 (Kamerstuk 21501-07-2136)

22 okt 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie c7adccd60d5fd7d8 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-07Raad voor Economische en Financiële ZakenNr. 2139 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 22 oktober 2025 De vaste commissie voor Financiën heeft een aantal vragen en opmer-kingen voorgelegd aan de Minister van Financiën over de brief van30 september 2025 over Eurogroep en Ecofinraad van 9 en 10 oktober2025 (Kamerstuk 21 501-07, nr. 2136).De vragen en opmerkingen zijn op 6 oktober 20258 aan de Minister vanFinanciën voorgelegd. Bij brief van 9 oktober 2025 zijn de vragenbeantwoord.De voorzitter van de commissie,Nijhof-LeeuwDe griffier van de commissie,Weeber kst-21501-07-2139ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21391 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersoonVragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie enreactie van de bewindspersoonDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de beant-woording van de Minister op de vragen inzake de geannoteerde agendavoor de vergaderingen van de informele Eurogroep en de Ecofinraad van19 en 20 september. Deze leden constateren dat op sommige vragen noggeen duidelijk antwoord is gegeven door de Minister.Daarnaast hebben de leden van de PVV-fractie kennis genomen van degeannoteerde agenda voor de vergaderingen van de informele Eurogroepen Ecofinraad van 9 en 10 oktober. Hierover hebben deze leden enkelevragen.Deze leden verzoeken de Minister toe te lichten welke langetermijn-spillover-effecten er kunnen zijn op de Nederlandse economie indienFrankrijk doorgaat met het roekeloos omgaan met zijn begroting. Ookvragen deze leden de Minister om een inhoudelijke toelichting te gevenwaarom de Minister niet specificeert welke maatregelen hij neemt om eenherhaling van een Griekenlandscenario door Frans financieel wanbeleid tevoorkomen. Indien de Minister van oordeel is dat de reeds doorgevoerdehervormingen afdoende zijn, verzoeken deze leden de Minister om ditnader te onderbouwen.Indien een land zijn tekort en schuld onvoldoende beheerst, kunnen erzorgen ontstaan over de houdbaarheid van de schuld en kan de rente opde schuld oplopen. Dit kan zich tevens vertalen in hogere rentes voorlanden die daar financieel-economisch mee verweven zijn. Mede om dit tevoorkomen hebben lidstaten in de Europese Unie (EU) afspraken gemaaktover de coördinatie van hun economisch en begrotingsbeleid, zoalsvastgelegd in o.a. het Stabiliteits- en groeipact (SGP). Daarnaast zijn sindsde financiële- en eurocrisis verschillende hervormingen doorgevoerd omhet risico van schokken en negatieve grensoverschrijdende effectenbinnen de eurozone te verkleinen. Zo is er voortgang geboekt op gebiedvan de bankenunie en de kapitaalmarktunie en is het Europees Stabili-teitsmechanisme opgericht, waar lidstaten terecht kunnen die toegang totde kapitaalmarkt dreigen te verliezen. Ook heeft de ECB diverse nieuwebeleidsinstrumenten geïntroduceerd.T.a.v. van Frankrijk is het aan Frankrijk zelf om met een gedegen begrotingte komen waarin het begrotingstekort wordt teruggebracht. De EuropeseCommissie (hierna: Commissie) zal dit najaar beoordelen of Frankrijkeffectieve actie heeft ondernomen om het buitensporig tekort dat eerder isvastgesteld te corrigeren. Eventuele Raadsaanbevelingen hierover liggennaar verwachting voor in de Ecofinraad van december 2025. Voor deaankomende Eurogroep en Ecofinraad staat Frankrijk niet als onderwerpgeagendeerd. Indien opportuun zal Nederland in gerelateerde discussieshet belang van het doorvoeren van structurele hervormingen en houdbareoverheidsfinanciën benadrukken.Daarnaast hebben de leden van de PVV-fractie een vraag over debeantwoording met betrekking tot de proportionele verdeling van kostenrond de invoering van de digitale euro. Deze leden vragen de Minister omtoe te lichten wat de Minister beschouwt als een eerlijke verdeling vankosten tussen de betrokken partijen. Ook verzoeken deze leden deMinister om een inschatting te geven van de kosten van de invoering vaneen digitale euro bij verschillende ontwerpvarianten, aangezien deMinister aangeeft dat de kosten hiervan afhankelijk zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21392 Kortheidshalve verwijs ik de leden van de PVV-fractie naar mijn beant-woording van de vragen uit het schriftelijk overleg van de Eurogroep ende informele Ecofinraad van september jl.1 waarin ik mijn visie op deverdeling van de kosten tussen betaaldienstverleners, winkeliers enconsumenten toelicht.Het is op dit moment niet mogelijk om de kosten van de verschillendeontwerpvarianten te specificeren, omdat hiervoor te weinig gegevensbeschikbaar zijn. Wel kan ik de leden van de PVV-fractie een overzichtgeven van de informatie die wel bekend is.In 2023 voerde de Europese Commissie een impactassessment uit naar dekosten van de digitale euro.2 De Commissie schat dat de implementatie-kosten voor banken en betaaldienstverleners tussen EUR 2,8 en EUR 5,4miljard zullen liggen.In mijn beantwoording van de vragen van het schriftelijk overleg van deEurogroep en de informele Ecofinraad van september jl.3 verwees ik deleden van de PVV-fractie naar de kostenstudie die is uitgevoerd door eenkoepel van Europese bankenverenigingen4. Deze studie gaat eveneens inop de potentiële lasten voor banken en betaaldienstverleners, met namegericht op de benodigde middelen (zoals personeel en investeringskosten)die deze instellingen nodig hebben voor de implementatie van de digitaleeuro. Volgens dit onderzoek zouden de totale kosten kunnen oplopen totEUR 18 miljard. Deze schatting is echter gebaseerd op het extrapolerenvan de kosten van een aantal deelnemende banken naar de geheleeurozone. Door synergie-effecten zullen de daadwerkelijke totale kostenwaarschijnlijk lager uitvallen.Deze studies zijn slechts schattingen van wat de totale kosten kunnen zijn,omdat het ontwerp van de digitale euro nog steeds onderwerp vangesprek is. Zodra er meer informatie beschikbaar is over de kosten, zal ikde Kamer hierover informeren.Tot slot vragen deze leden met betrekking tot de beantwoording van deMinister om duidelijk te maken hoe de Minister zich ervoor inzet datiedereen toegang blijft houden tot contant geld. In zijn beantwoordingverwijst de Minister enkel naar adviezen van instellingen. De leden van dePVV-fractie vragen of de Minister deze adviezen overneemt en zo ja, opwelke wijze.Op 21 maart 2025 is de Wet chartaal betalingsverkeer ingediend bij deTweede Kamer. Het is van groot belang dat contant geld bereikbaar,beschikbaar en betaalbaar blijft voor burgers en bedrijven, vanwege debelangrijke maatschappelijke functies die contant geld vervult. Hiervoordient er een goede toegang te zijn tot de chartale dienstverlening en dientdeze dienstverlening betaalbaar te zijn. Dit wetsvoorstel bevat onderandere de verplichting voor grootbanken om een landelijk dekkendnetwerk van geldautomaten te verzorgen, zowel voor het opnemen alsvoor het storten van contant geld. Ook worden grote en middelgrotebanken verplicht om hun betaalrekeninghouders toegang te bieden totstort- en opnamediensten van contant geld, waarbij de tarieven voorzakelijke klanten worden gemaximeerd en particulieren deze dienstver-1Kamerstuk 21 501-07, nr. 21372European Commission (2023) Impact Assessment Report, EUR-Lex - 52023SC0233 - EN -EUR-Lex3Kamerstuk 21 501-07, nr. 21374European Banking Federation (2025). Digital Euro Cost Study.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21393 lening tegen een nultarief moeten ontvangen. Met dit wetsvoorstel wordtde toegang tot het chartale betalingsverkeer geborgd.De leden van de PVV-fractie constateren dat het gezamenlijke tekort vanalle Belgische overheden in 2029 meer dan zes procent van het BBP zalbedragen. Terwijl België al onder een buitensporigtekortprocedure valt,worden er toch belastingverlagingen aangekondigd. Net als in het gevalvan Frankrijk maken deze leden zich zorgen over de mogelijke gevolgenhiervan voor de Nederlandse economie. Deze leden vragen de Ministerhoe de Minister zich in de Eurogroep en de Ecofinraad inzet om ditprobleem aan te kaarten en welke voorstellen de Minister daarbij namensNederland inbrengt.In de Ecofinraad van juli 2024 is voor o.a. België een buitensporig tekortdoor de Raad vastgesteld. Dit is op grond van overschrijding van de3%-tekortnorm en op basis van onderzoek van de Commissie. De Raadheeft tijdens de Ecofinraad op 21 januari 2025 aanbevelingen gedaan aanBelgië voor de correctie van zijn buitensporig tekort. In november zal deCommissie opnieuw onderzoeken of België effectieve actie heeftondernomen om zijn buitensporige tekorten te corrigeren. EventueleRaadsaanbevelingen hierover liggen naar verwachting voor in deEcofinraad van december 2025. In het voorjaar 2026 zal de Commissiebeoordelen of België zich houdt aan het aanbevolen uitgavenpad. Onderde herziene begrotingsregels is dit de maatstaf waarmee wordt beoor-deeld of de schuld voldoende daalt. Nederland blijft ten algemene inzettenop gedegen implementatie van het SGP. In dat kader hecht Nederlandbelang aan een effectieve handhaving van de begrotingsregels.De leden van de PVV-fractie lezen dat de Minister in een interview met hetFD aangeeft dat gemeenschappelijke schulden, oftewel Eurobonds, eenlijn is waar de Minister niet overheen gaat. Eerder hebben deze ledengezien dat de Minister niet per definitie alle gezamenlijke leningen wiluitsluiten. Voordat Nederlanders straks meebetalen aan de pensioenenvan de Fransen vragen deze leden de Minister om te verduidelijken waarde Minister deze lijn daadwerkelijk legt, wat de Minister doet om tevoorkomen dat er gemeenschappelijke Europese leningen komen en hoede Minister zich in de Eurogroep en de Ecofinraad inzet om dit probleemaan te kaarten.Het kabinet heeft zijn positie ten aanzien van eurobonds en gemeenschap-pelijke schulduitgifte weergegeven in de beschrijving van voor- ennadelen van gemeenschappelijke schulduitgifte voor extra defensie-uitgaven in het verslag van de Ecofinraad van 10 en 11 maart 2025, en inde brief van 14 maart jl. in reactie op de motie-Eerdmans5. Zoalsaangegeven in laatstgenoemde brief ziet het kabinet eurobonds als het opstructurele basis gemeenschappelijk financieren van elkaars begrotingste-korten en overheidsschulden. Waar tekorten en schulden eerst individueelwerden gefinancierd zouden ze dan gemeenschappelijk worden gefinan-cierd. Het kabinet is hiervan geen voorstander. Zoals aangegeven in debrief van 14 maart jl. zal het kabinet niet instemmen met of onthouden bijvoorstellen voor bijvoorbeeld eurobonds, of voorstellen waarbij sprake isvan subsidies aan begrotingen van andere lidstaten, zoals rentelasten dieten laste komen van de Nederlandse begroting, of waarbij leningenworden ingezet voor andere doeleinden dan defensie, of worden omgezetin giften of met extra garantstellingen.In de Kamerbrief van 12 september jl. met de kabinetsappreciatie van hetCommissievoorstel voor het volgend MFK en eigenmiddelenbesluit (EMB)5https://open.overheid.nl/documenten/55b2a32b-8daa-4bf7-9039-3c3d3ed0eccf/fileTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21394 heeft het kabinet herhaald in algemene zin geen voorstander te zijn vanhet aangaan van gemeenschappelijke schuld voor nieuwe Europeseinstrumenten, conform het Regeerprogramma.6 Het kabinet heeft in dezebrief aangegeven specifiek tegen het voorgestelde generieke instrumentmet gemeenschappelijke leningen voor crisissituaties (hierna: «hetcrisisinstrument») en een leenfaciliteit voor het ophogen van de NRPPs(«Catalyst Europe») te zijn, die gefinancierd worden door middel vanschulduitgifte door de Unie. Het voorgestelde crisisinstrument is volgenshet kabinet niet nodig, gelet op de reeds bestaande rechtsbases in deEU-verdragen om in geval van moeilijkheden of ernstige dreiging vangrote moeilijkheden in een lidstaat, financiële bijstand te verlenen aan dedesbetreffende lidstaten. Bij de voorgestelde leenfaciliteit voor de NRPPsis geen sprake van een crisissituatie en is financiering door gemeenschap-pelijke schuld volgens het kabinet niet gepast.De leden van de PVV-fractie lezen in de geannoteerde agenda van deinformele Eurogroep- en Ecofinraad van 9 en 10 oktober 2025 dat hetbesluit van de Raad inzake het stelsel van eigen middelen van deEuropese Unie en de intrekking van Besluit (EU, Euratom) 2020/2053, alsagendapunt zal worden behandeld. In het schriftelijk overleg over dekabinetsappreciatie van het MFK 2028–2034 hebben deze leden hunzorgen over dit voorstel al geuit en het kabinet vragen gesteld. Aanvullendop de vragen die in dit overleg zijn gesteld, willen de leden graag eenappreciatie, met onderbouwing, van de Minister ontvangen over de vijfvoorgestelde nieuwe eigen middelen.De meest recente appreciatie en onderbouwing van de vijf voorgesteldenieuwe eigen middelen is opgenomen in de Kamerbrief met de kabinet-sappreciatie van de MFK- en EMB-voorstellen, welke op 12 september jl.met uw Kamer is gedeeld.De leden van de PVV-fractie constateren dat het kabinet de nieuwe eigenmiddelen niet op voorhand omarmt en heeft aangegeven deze voorstellenop hun eigen merites te zullen beoordelen. De leden vragen de Ministerechter om concreet aan te geven waar het kabinet de grens trekt en welkevoorstellen het zal doen om te voorkomen dat dit besluit inzake de eigenmiddelen doorgang vindt.Het kabinet zal zich in ieder geval inzetten voor het behoud van eencorrectiemechanisme voor de bni-afdracht en het behoud van deinningsvergoeding van 25%. Ook zal het kabinet uitdragen dat Nederlandzeer kritisch is over het voorgestelde nieuwe eigen middel CORE, zoalstoegelicht in de Kamerbrief van 12 september jl. met de kabinetsappre-ciatie van het Commissievoorstellen voor het volgende MFK en het EMB.Bij de beoordeling van individuele voorstellen voor nieuwe eigenmiddelen neemt het kabinet verschillende factoren in overweging. Hetkabinet kijkt hierbij naar het (netto-)effect op de Nederlandse afdrachtenaan de EU, met als ijkpunt de mate waarin het voorgestelde eigen middelresulteert in een hogere of lagere afdracht ten opzichte van debni-verdeelsleutel. De vergelijking met deze bni-verdeelsleutel is relevant,omdat de bni-afdracht fungeert als sluitpost van de financiering van deEU-begroting.7 Het Nederlandse bni-aandeel binnen de EU bedraagt opdit moment 6,4%. Nieuwe eigen middelen kunnen voor Nederland dusook financieel gunstig zijn. Naast het effect op de Nederlandse afdrachten6Kamerstuk 21 501-20, nr. 22687Dit betekent dat middelen die worden opgehaald met een ander type afdracht dan debni-afdracht de totale hoeveelheid benodigde bni-afdracht laten afnemen. Als de verdeelsleutelvan een eventueel nieuw eigen middel voor Nederland lager is dan de Nederlandse bni-sleutel,is dit in beginsel financieel gunstig voor Nederland.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21395 aan de EU weegt het kabinet in de beoordeling ook de stabiliteit envoorspelbaarheid van de grondslagen mee, evenals de uitvoerbaarheidvan het voorgestelde eigen middel. Ook wordt gekeken in hoeverre hetnieuwe eigen middel aansluit bij Europese en nationale beleidsdoelstel-lingen. Al met al geldt voor het kabinet het uitgangspunt van eenrechtvaardig, transparant en eenvoudig stelsel van eigen middelen. Het isdaarom ook van belang om het geheel van voorstellen in samenhang tewegen, inclusief de MFK-verordening.De leden van de PVV-fractie constateren dat op de maandag waarop dezevragen zijn ingediend, in de EP-Begrotingscommissie wordt gestemd overamendementen op de EU-begroting 2026. Verwacht wordt dat dezecompromisamendementen zonder veel moeite zullen worden aange-nomen. Afgezien van een amendement op heading 4 (versterking van debuitengrenzen van de EU) zien deze leden helaas een duidelijke rodedraad in het Europees Parlement: meer, meer, meer. Bijzonder opmerke-lijke amendementen betreffen in de ogen van deze leden heading 6. Daarwil de EVP-fractie extra geld naar UNRWA sluizen en meer geld voorEastern Neighbourhood, omdat de subsidiering vanuit USAID is wegge-vallen. Met andere woorden: Nederland moet, als een soort filantropischeinstelling, belastinggeld van zijn eigen burgers weggeven om kosten tedekken die de Verenigde Staten niet langer wensen te betalen. De ledenvan de PVV-fractie vragen de Minister wat zijn standpunt hierover is, metonderbouwing. Ook verzoeken deze leden hem om tijdens de vergade-ringen van de Eurogroep en de Ecofinraad zich uit te spreken tegen dezevoorstellen.De jaarlijkse EU-begrotingen worden vastgesteld binnen de plafonds diedaarvoor zijn vastgesteld in het MFK. Verschuivingen als gevolg vanveranderende omstandigheden zijn mogelijk, maar de uitgavenplafondskunnen niet worden overschreden. Een amendement om meer geld vrij temaken voor UNWRA zal binnen die plafonds moeten worden opgelost,waardoor er geen effect is op de raming van de Nederlandse afdrachtenaan de EU.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie enreactie van de bewindspersoonDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerdeagenda voor de informele Eurogroep en Ecofinraad van 9 en 10 oktober2025. Deze leden hebben hierover nog een aantal vragen en opmerkingen.De leden van de VVD-fractie lezen dat er ter voorbereiding van interna-tionale bijeenkomsten zal worden stilgestaan bij oplopende publiekeschulden. Kan er een overzicht worden gegeven van deze oplopendepublieke schulden?De tabel hieronder geeft een overzicht van de mondiale publiekeschuldniveaus (% bbp) van de grootste economieën, op basis van datavan het IMF van april 2025.Land201520202025Argentinië52,6103,873,1Brazilië71,796,092,0Canada18,516,312,5China40,869,096,3Duitsland51,745,349,6Frankrijk88,6101,6108,2India69,088,480,4Indonesië27,039,741,0Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21396 Land201520202025Italië121,8140,9127,3Japan144,4162,0134,2Mexico51,058,560,7Nederland63,853,343,3Rusland15,319,221,4Spanje102,4119,2100,6Turkije27,239,426,7Verenigd Koninkrijk79,393,195,1Verenigde Staten79,595,698,0Zuid-Afrika45,268,979,6 De leden van de VVD-fractie lezen dat het krachtenveld op deelonder-werpen met betrekking tot de verdere integratie van de kapitaalmarkten inEuropa, divers is. Er zou significante toenadering van lidstaten nodig zijnom voortgang te boeken. Welke belangrijke twistpunten tussen lidstatenzijn er momenteel?De lidstaten van de EU hebben met gezamenlijke verklaringen binnen deEurogroep en binnen de Europese Raad steun uitgesproken voor dedoelstellingen van de Europese kapitaalmarktunie. Tegelijkertijd zie ik datbij veel lidstaten de wens om taken nationaal te behouden en de eigenkapitaalmarkt afgeschermd te houden een beperkende factor voor deverbetering van de Europese kapitaalmarkt vormen. Belangrijke discussie-punten zijn bijvoorbeeld toezichtcentralisatie en de harmonisering vanwet- en regelgeving. Het kabinet is kritisch op het afschermen van deeigen kapitaalmarkt. Het beschermen van een nationale kleinere eninefficiëntere kapitaalmarkt, maakt de EU collectief armer dan het geval isbij een gezamenlijke Europese kapitaalmarkt. Het kabinet heeft daaromeen positieve grondhouding ten aanzien van het versterken van deEuropese kapitaalmarktunie zoals uiteengezet in de kabinetsinzet8.Daarnaast neemt Nederland samen met een zestal andere landen (o.a.Frankrijk en Duitsland) deel aan een kopgroep via de European Competiti-veness Labs. Hiervan is het beleggingslabel «Finance Europe» een eersteuitkomst.De leden van de VVD-fractie lezen dat er gesproken zal worden over hetvoorstel van de Europese Commissie voor het Meerjarig Financieel Kadervoor de periode 2028–2034 en het nieuwe eigenmiddelenbesluit. Dezeleden zijn tegenstander van een omzetbijdrage voor grote ondernemingenen willen dat Nederland zich hier in de Europese Unie tegen verzet.Gelukkig doet dit kabinet dat ook, zo constateren deze leden. Ze vindenhet zorgwekkend dat de korting op de bni-afdracht voor Nederlandmogelijk verdwijnt. De leden van de VVD-fractie zijn tijdens de schriftelijkeinbreng uitgebreider ingegaan op haar positie en wachten de beant-woording van de gestelde vragen af. Toch hebben deze leden na het lezenvan de geannoteerde agenda voor deze Eurogroep en Ecofinraad nogenkele aanvullende vragen. Namelijk, hoe verhoudt het herzienings-voorstel voor de tabaksrichtlijn van de Europese Commissie zich met dewens van de Europese Commissie om de Tobacco Excise Duty DownResource op te nemen als eigenmiddelenbesluit?De Commissie stelt voor om een eigen middel te introduceren op basisvan op de markt gebrachte tabaksfabrikanten en tabak-gerelateerdeproducten (hierna: tabak). Zoals in de kabinetsappreciatie van12 september jl. is toegelicht wordt de grondslag van deze afdrachtberekend door de hoeveelheid op de markt gebrachte tabak en tabak-gerelateerde producten te vermenigvuldigen met het van toepassing8Kamerstuk 21 507-07 nr. 2099.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21397 zijnde minimum accijnstarief per lidstaat. Volgens het voorstel wordt deafdracht vervolgens berekend door middel van een uniform afdrachten-percentage van 15% toe te passen over deze grondslag per lidstaat. Hetvoorstel is gekoppeld aan de herziening van de richtlijn tabaksaccijns, diegelijktijdig met het voorstel voor een nieuw EMB door de Commissie isgepresenteerd. Indien geen overeenstemming wordt bereikt over dezeherziening, zal de grondslag van het voorgestelde eigen middel wordengebaseerd op de bestaande richtlijn.9 De herziening van de richtlijntabaksaccijns verbreedt de grondslag door uitbreiding van het toepas-singsbereik naar nieuwe tabaks- en tabaks-gerelateerde producten (zoalsvapes en heated tobacco products). Daarnaast wordt in de herzieningvoorgesteld om de minimumtarieven te verhogen ten opzichte van debestaande richtlijn.Zoals aangegeven in de Kamerbrief over het MFK en EMB van12 september jl. is het kabinet geen voorstander van de verlaging van deinningvergoeding (perceptiekostenvergoeding). Het werk van de Douanewordt juist meer, diverser en ingewikkelder. Het kabinet zet in op behoudvan de perceptiekostenvergoeding op 25 procent. Daarbij is het vanbelang om op te merken dat in de Nederlandse begroting een scheiding istussen inkomsten en uitgaven. De Douane is dus voor de bekostiging nietafhankelijk van de inningsvergoeding (perceptiekostenvergoeding); dit zijntwee gescheiden geldstromen. Een eventuele verlaging van de inningsver-goeding leidt wel tot minder directe inkomsten voor het Rijk, maar heeftniet direct gevolgen voor de financiering van de Douane.Hoe verhoudt de voorgenomen verlaging van de perceptiekostenver-goeding (vergoeding van de inningskosten van de douanerechten voor delidstaten), zich tot het beleidsvoornemen om twee euro per pakketje vanbuiten de Europese Unie als heffing te vragen bij bestellingen onder de150 euro? Graag ontvangen deze leden hierop een toelichting. Devoorgenomen verlaging van de perceptiekostenvergoeding (van 25procent naar tien procent) kan in de ogen van deze leden tot groteproblemen leiden in de uitvoering, die in Nederland als doorvoerland alonder druk staat. Hoe zorgt het kabinet ervoor dat Nederland eenvergoeding ontvangt die zo goed als kostendekkend is?De Commissie heeft voorgesteld om de de minimis-vrijstelling10 voorinvoerrechten af te schaffen. Als deze hervorming wordt doorgevoerd,vervalt de huidige douanevrijstelling voor ingevoerde goederen met eenwaarde tot EUR 150. Dit betekent dat ook deze zendingen voortaan aandouanerechten zullen worden onderworpen. Dit leidt naar verwachting tothogere opbrengsten uit de douanerechten en naar verwachting tot lagerebenodigde bni-afdrachten. Daarnaast stelt de Commissie voor om deperceptiekostenvergoeding te verlagen van 25 procent naar 10 procent.Deze lagere vergoeding zal eveneens gelden voor de douanerechten dieworden geïnd als gevolg van het afschaffen van de de minimis-vrijstelling.Hoe de handling fee op E-commerce zich verhoudt tot een mogelijkeverlaging van de perceptiekostenvergoeding is nog onduidelijk. Dit omdatde verdeling van de middelen van de handling fee nog in onderhandelingzijn en het nog niet duidelijk is hoe dit geld tussen de lidstaten en deCommissie verdeeld wordt.9Richtlijn 2011/64/EU betreffende de structuur en de tarieven van de accijns op tabaksfabri-kanten10Een de minimus is een drempelwaarde waaronder geen douanerechten geheven worden. Degedachte hierachter is dat dit vanwege de administratieve lasten niet de moeite waard is.Echter, door de opkomst van e-commerce en de enorme aantallen is dit veranderd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21398 Een handling fee op E-commerce zal een bijdrage leveren aan het ondercontrole krijgen van de grote stroom aan E-commerce zendingen.Nederland is dan ook voorstander van de invoering van een handling fee.Een aantal lidstaten vindt dat de Europese handling fee te lang op zich laatwachten, terwijl de problematiek omtrent deze stroom zeer acuut is. Dezegroep lidstaten, waaronder Nederland, onderzoekt momenteel of hetmogelijk is een tijdelijke nationale voorlopende variant van een handlingfee in te voeren11.De leden van de VVD-fractie lezen daarnaast dat er gesproken zal wordenover de bevroren Russische banktegoeden. Op het moment van schrijvenvan de geannoteerde agenda lag er nog geen voorstel op tafel. Inmiddelsblijkt uit media-uitingen dat de Europese Unie het plan heeft dezebevroren Russische tegoeden aan Oekraïne uit te lenen, waarbij Oekraïnedit geld zou moeten terugbetalen als Rusland de Oekraïense schade aande oorlog vergoedt. De leden van de VVD-fractie vinden deze oplossings-richting passend. Deze leden ontvangen graag een appreciatie van hetkabinet op dit punt, in zoverre deze al kan worden gegeven, evenals eentoelichting op de status van het voorstel van de Europese Commissie.In de State of the Union speech op 10 september jl. heeft Commissievoor-zitter Von der Leyen aangekondigd te werken aan een voorstel voor hetgebruik van de in de EU bevroren Russische centralebanktegoeden voorfinanciële steun aan Oekraïne. De Commissie heeft hiervoor nog geenofficieel voorstel gepresenteerd. Het idee op hoofdlijnen zal besprokenworden en marge van de Ecofinraad op 10 oktober en naar verwachting inde Europese Raad van 23–24 oktober. Mogelijk volgt daarna een officieelvoorstel van de Commissie.Het kabinet staat open voor het initiatief van de Commissie. Nederlandzoekt ook naar aanvullende maatregelen op basis van de Russischecentralebanktegoeden.12 Nederland acht het van belang dat het voorsteljuridisch, technisch en financieel houdbaar is, dat de G7-partnersbetrokken worden en de risico’s en lasten door alle lidstaten van de EUgedragen worden. Daarnaast is Nederland van mening dat de steunzoveel mogelijk moet aansluiten op de noden van Oekraïne, waarbij erruimte blijft voor Oekraïne om de bestedingsdoeleinden te bepalen.Zodra er een officieel voorstel van de Commissie is verschenen, zal uwKamer een nadere appreciatie van het kabinet ontvangen. Ook houdt hetkabinet uw Kamer op de hoogte via de geannoteerde agenda’s enverslagen van diverse vergaderingen.De leden van de VVD-fractie lezen daarnaast dat het Duitse budgettair-structureel plan aan bod zal komen. Duitsland is voornemens diversegrote investeringen en hervormingen door te voeren. Hoe zorgt hetkabinet ervoor dat het Nederlandse bedrijfsleven maximaal kan profiterenvan de economische kansen die deze investeringen en hervormingenkunnen bieden?Hoewel de voorgenomen investeringen en hervormingen in Duitsland nogniet zijn gerealiseerd, kunnen deze op termijn wel een gunstige invloedhebben op de Nederlandse economie door de nauwe economische11Zie de beantwoording op de vragen van het SO omtrent de hervorming van de Douane-unievan 9 september.12Motie Piri (Kamerstuk 21 501-20, nr. 1829),Motie Boswijk c.s. (Kamerstuk 21 501-20, nr. 2962)Motie Piri en Veldkamp (Kamerstuk 21 501-20, nr. 1993)Motie Krul c.s. (Kamerstuk 21 501-20, nr. 1959)Motie Dobbe c.s. (Kamerstuk 36 410 V, nr. 65)Motie Van Campen en Boswijk (Kamerstuk 21 501-20, nr. 2279)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21399 verbondenheid met Duitsland. In algemene zin is het aan het bedrijfslevenzelf om stappen te ondernemen indien ze mogelijkheden ziet om kansente benutten die investeringen in andere landen bieden.De leden van de VVD-fractie lezen daarnaast dat Griekenland voor ruimvijf miljard euro aan leningen die zijn verstrekt tijdens de kredietcrisis,eerder dan gepland wil aflossen. Dit is al het vierde jaar op rij datGriekenland een verzoek tot vervroegde aflossing doet. De leden van deVVD-fractie vinden dit goed nieuws en steunen de lijn van het kabinet indezen.De leden van de VVD-fractie lezen daarnaast dat er tijdens de afgelopenEurogroep en Ecofinraad een overzicht is verschaft door Denemarken metdaarin de geschatte kosten voor bedrijven en overheden van wetgevendevoorstellen in onderhandeling of reeds aangenomen wetgeving, maar nogniet geïmplementeerd. Kan dit overzicht aan de Kamer worden verstrekt?Dit overzicht heeft uw Kamer met de nazending van de Presidency IssuesNotes op 17 september jl. reeds ontvangen.13Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie enreactie van de bewindspersoonDe leden van de NSC-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de geannoteerde agenda. Deze leden wensen hierover nog enkelevragen te stellen en opmerkingen te maken.Het valt de leden van de NSC-fractie op dat de besluitvorming rondom debevroren Russische tegoeden zeer traag verloopt. Wat zijn de redenen datdit zo is? Welke bijdrage heeft de Minister tot nu toe geleverd om dit trageproces te versnellen?In de State of the Union speech op 10 september jl. heeft Commissievoor-zitter Von der Leyen aangekondigd te werken aan een voorstel voor hetgebruik van de in de EU bevroren Russische centralebanktegoeden voorfinanciële steun aan Oekraïne. Het idee op hoofdlijnen zal naderbesproken worden en marge van de Ecofinraad op 10 oktober en naarverwachting in de Europese Raad van 23–24 oktober. De verwachting isdat daarna een officieel voorstel van de Commissie volgt. Sinds vorig jaarworden buitengewone inkomsten op de bevroren tegoeden al ingezetvoor steun aan Oekraïne, onder Extraordinary Revenue Acceleration-leningen en directe militaire steun onder de Europese Vredesfaciliteit.Het idee is om de cashtegoeden die voortvloeien uit de bevroren activa tegebruiken voor leningen aan Oekraïne, zonder dat sprake is van daadwer-kelijke confiscatie. Voor de leningen wordt gebruik gemaakt van activa opde balans van Euroclear waarvan de looptijd is bereikt. De Commissieverwacht op deze manier ongeveer EUR 185 miljard te mobiliserenwaarvan, na terugbetaling van de Extraordinary Revenue Acceleration(ERA)-leningen door Oekraïne, ongeveer EUR 140 mld. over blijft om in tezetten voor financiële steun aan Oekraïne.Ik span mij in internationaal overleg, als onderdeel van de kabinetsinzet, algeruime tijd in om samen met EU- en G7-partners naar aanvullendemogelijkheden te kijken voor het gebruik van de bevroren tegoeden omOekraïne te steunen. Daarbij heb ik benadrukt dat het belangrijk is om oogte houden voor de financiële en juridische risico’s die samenhangen metverdergaande stappen in het gebruik van de bevroren activa. Ik kijkdaarom met interesse naar de eerste contouren van het idee voor13Working Lunch - Appendix A | Publicatie | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 213910 financiële steun aan Oekraïne op basis van de bevroren Russischecentralebanktegoeden. Voor zover ik nu kan beoordelen, sluit het idee ophoofdlijnen van de Commissie aan bij de kabinetsinzet en diverseKamermoties14 voor het onderzoeken van aanvullend gebruik van debevroren tegoeden. Er zou volgens het idee van de Commissie geensprake zijn van confiscatie, er is namelijk op dit moment internationaalgeen consensus over de rechtmatigheid en risico’s van confiscatie. Eenaantal lidstaten ziet ernstige juridische en financieel-economische risico’sen is daarom terughoudender.Wat is de laatste stand van zaken met betrekking tot de Ukraine Repara-tions Loan? Gaat het nu om 140 of 170 miljard euro? Klopt het dat oplange termijn Oekraïne een vordering op Rusland houdt en daartegenovereen schuld aan de Europese Unie? Klopt het dat het achterliggende ideehierbij is dat Rusland nooit tot herstelbetalingen zal overgaan? Echter, watgebeurt er als Rusland in de toekomst een democratische rechtsstaat zouworden en toch tot herstelbetalingen zou overgaan? En daarbij eenbedrag met Oekraïne overeen zou komen dat veel lager is dan 140 of 170miljard euro? Klopt het dat Oekraïne dan achter zou blijven met eengigantische restschuld? Welk effect zou dit hebben op de levensvat-baarheid van de Oekraïense economie?Er is nog geen officieel voorstel verschenen en het idee op hoofdlijnen zalbesproken worden en marge van de Ecofinraad op 10 oktober en naarverwachting in de Europese Raad van 23–24 oktober. Hier zullen soortge-lijke vragen waarschijnlijk ook aan de orde komen. Zodra er een officieelvoorstel van de Commissie is verschenen, zal uw Kamer een nadereappreciatie van het kabinet ontvangen. Ook houdt het kabinet uw Kamerop de hoogte via de geannoteerde agenda’s en verslagen van diversevergaderingen.Waarom doet Oekraïne niet zelf een poging om de schade vergoed tekrijgen via het internationale hof van arbitrage in Den Haag? Klopt het datOekraïne op deze manier sneller een claim zou kunnen leggen op de 300miljard euro aan bevroren tegoeden? Is de Minister bereid om samen metOekraïne deze juridische route te verkennen?.Oekraïne onderzoekt verschillende juridische wegen om Ruslandaansprakelijk te stellen en heeft inmiddels ook al verscheidene procedurestegen Rusland aangespannen. Vooralsnog heeft Oekraïne daar nog nietmee bereikt dat Rusland is veroordeeld tot het betalen van schadecom-pensatie. Het is belangrijk op te merken dat internationale arbitrage zakentijdrovend zijn en gemiddeld meerdere jaren in beslag nemen. Het is dusniet zo dat Oekraïne door middel van internationale arbitrage een snelleclaim kan leggen op de 300 miljard euro aan bevroren Russische centralebanktegoeden.Welke stappen moeten er gezet worden om bij de halfjaarlijkse verlengingvan de sancties unanimiteit te vervangen door een gekwalificeerdemeerderheid?De halfjaarlijkse verlenging van de sancties vergt een unanimiteitsbesluitvan de Raad van de Europese Unie. Conform Artikel 31(2) van het VWEUkan de Raad ook een besluit nemen met gekwalificeerde meerderheid vanstemmen indien het besluit wordt genomen op voorstel van de HogeVertegenwoordiger en naar aanleiding van een specifiek verzoek dat de14Motie Dobbe c.s. (Kamerstuk 36 410 V, nr. 65)Motie Boswijk c.s. (Kamerstuk, 21 501-02, nr. 2962)Motie Van Campen en Boswijk (Kamerstuk 21 501-20, nr. 2279)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 213911 Europese Raad op eigen initiatief of op initiatief van de Hoge Vertegen-woordiger, tot de Raad heeft gericht.Klopt het dat landen zoals Hongarije en Slowakije en nu mogelijk ookTsjechië binnen de Europese Unie besluitvorming over Oekraïnebemoeilijken? Welke stappen kunnen er gezet worden om, als ultimumremedium, landen zoals Hongarije het EU-lidmaatschap te ontnemen?Vooropgesteld: de EU blijft de grootste en meest stabiele partner voorOekraïne, met ca. EUR 177,5 miljard aan steun sinds de start van degrootschalige invasie. Militaire en niet-militaire steun blijft voor Oekraïnevan existentieel belang. Het kabinet blijft het belang van EU-eenheid in desteun aan Oekraïne onderstrepen en blijft zich inzetten om die eenheidelke keer weer te bewerkstelligen en welke mogelijkheden er zijn vooreffectieve besluitvorming. Dit doet het kabinet niet alleen, maar samenmet vele andere lidstaten en de Europese Commissie. De huidigeverdragen voorzien niet in een mogelijkheid om EU-lidstaten hetlidmaatschap te ontnemen.Klopt het dat het binnenhalen van landen als Servië en de RepublikaSrbska als onderdeel van Bosnië-Hercegovina een vergelijkbaar effect zalhebben op de besluitvorming binnen de Europese Unie? Geldt dit ookvoor Moldavië met een grote pro-Russische minderheid, die ook deprovincie Transnistrië onder controle heeft?Kandidaat-lidstaten, waaronder ook Servië, Bosnië-Herzegovina enMoldavië, dienen zelf een aanvraag in om lid te worden van de EU.Voorafgaand aan daadwerkelijke toetreding moeten kandidaat-lidstatenvoldoen aan de Kopenhagencriteria. Nederland houdt streng vast aandeze eisen voor EU-lidmaatschap. Tevens is sinds de Russische agressie-oorlog tegen Oekraïne het belang van aansluiting bij het EU Gemeen-schappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB) toegenomen. Hetkabinet wil niet vooruitlopen op het stemgedrag van deze landen naeventuele toetreding. Het kabinet zet zich ervoor in om parallel aan deuitbreidingsonderhandelingen scherp in beeld te krijgen hoe de EU ook nauitbreiding slagvaardig kan zijn en blijven.Daarnaast hebben deze leden nog de volgende vragen. Hoe realistischacht het kabinet de aanname van hogere groei door het naar voren halenvan investeringen? Hoe realistisch is daarmee de voorspelde fiscaleconsolidatie richting het einde van aanpassingsperiode, die immersuitgaat van behaalde positieve impact van investeringen op groei? Hoeschat het kabinet de positieve spillover-effecten van het expansieve Duitsebegrotingsbeleid in voor Nederland? Heeft het expansieve Duitsebegrotingsbeleid negatieve gevolgen voor de kredietwaardigheid van deEuropese Unie als geheel, bijvoorbeeld bij uitgifte van EU-obligaties?Leidt de grote toename in uitgifte van Duitse staatsobligaties ook totopwaartse druk op de rente Nederlandse staatsobligaties en eennavenante verslechtering van de schuldhoudbaarheid?De Commissie oordeelt dat de hervormingen en investeringen dieopgenomen zijn in het Duitse plan een positief effect hebben op deschuldhoudbaarheid en economische groei van Duitsland. Een van demaatregelen ter bevordering van de economische groei is het verhogenvan overheidsinvesteringen, onder andere via de operationalisering vaneen fonds voor Infrastructuur en Klimaat. Het kabinet ziet geen aanleidingom af te wijken van het oordeel van de Commissie. Duitsland geeft in hetplan aan dat, na een periode van economische stimulering door extrauitgaven in de komende jaren, een aanzienlijke begrotingsconsolidatie zalTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 213912 volgen in de periode 2027–2029. Het is uiteindelijk aan Duitsland om ditplan te realiseren.Hoewel de voorgenomen investeringen van Duitsland nog niet zijnuitgevoerd en daarom momenteel geen meetbare positieve spillover-effecten op de Nederlandse economie hebben, zouden deze investeringenop termijn wel degelijk een economisch effect kunnen sorteren. Deprecieze omvang van dit effect is op dit moment echter nog onbekend.De rente op Duitse staatsobligaties vormt de veilige rente die eenbenchmark is voor veel financiële activa in de eurozone zoals staatsobli-gaties van andere landen. Een hogere rente op Duitse staatsobligaties kanzich daarom ook vertalen in een hogere rente voor andere eurolanden. Zosteeg de Duitse rente na de aankondiging van het hervormen van deschuldenrem op 3 maart jl. met 28 basispunten en steeg de Nederlandserente die dag met 26 basispunten. Het effect op schuldhoudbaarheid is opvoorhand lastig te bepalen. Dit zal afhankelijk zijn van de mate waarin dehogere Duitse investeringen invloed heeft op de economische groei inDuitsland en andere landen.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie enreactie van de bewindspersoonDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerdeagenda voor de Eurogroep/Ecofinraad van 9 en 10 oktober. Het kabinetschrijft dat het kabinet urgentie ziet om voortgang te boeken met dekapitaalmarktunie en heeft hiertoe een ambitieuze inzet opgesteld.Daarvoor moeten acties op zowel Europees niveau als nationale maatre-gelen genomen worden. Kan het kabinet nog eens toelichten voor welkprobleem de Capital markets union (CMU) een oplossing is?Nederland en de EU staan voor grote en fundamentele uitdagingen. HetEuropese concurrentievermogen staat onder druk en er is sprake van eenachterblijvende productiviteitsgroei. Die productiviteitsgroei heeft Europa,en ook Nederland, nodig om onze welvaart in de toekomst te behouden.Voor die productiviteitsgroei is geld nodig van de Europese kapitaal-markten. Probleem is dat de kapitaalmarkten in de EU-lidstaten gefrag-menteerd en niet voldoende ontwikkeld zijn. Een sterke Europesekapitaalmarkt zorgt ervoor dat bedrijven makkelijker toegang krijgen totmeer financieringsmogelijkheden. Dit zorgt voor investeringen in deeconomie van de toekomst.De leden van de BBB-fractie zijn van mening dat mkb-financiering eenlandelijke uitdaging betreft die nationaal moet worden geadresseerd envragen of het kabinet het daar mee eens is.Het kabinet erkent dat er knelpunten zijn bij MKB-financiering, met namebij de doorgroei van startups naar scale-ups en de toegang tot kleinekredietverlening. Het kabinet heeft daarom in zijm reactie op het IBObedrijfsfinanciering verschillende maatregelen aangekondigd om dezeknelpunten aan te pakken15. Zo heeft het kabinet de slagkracht vanInvest-NL vergroot met EUR 900 miljoen en wordt ingezet op beteretoegang tot financiering voor ondernemers. Dat laatste doet het kabinetvia de FinancieringsGids en een verkenning van een verruiming van degarantstelling op financiering via de BMKB; met name voor de financie-ringsmarkt tot EUR 1 miljoen.15https://open.overheid.nl/documenten/8b5a7681-cd67-40f9-a615-7accde9d7ed6/fileTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 213913 Daarnaast blijft versteviging van de Europese kapitaalmarktunie ookbelangrijk. Voor een effectieve private financieringsmarkt is het belangrijkdat bedrijven toegang hebben tot allerlei vormen van kapitaal, vanbancaire kredietverlening tot durfkapitaal. In de praktijk zien we echter datbedrijven in de gehele EU, en dus ook in Nederland, te afhankelijk zijn vanbancaire financiering. Dit type financiering is niet voor alle type investe-ringen geschikt. Met name voor de financiering van innovatie of strate-gische technologieën is durfkapitaal nodig. Hier zijn ookMKB-ondernemingen bij betrokken. Verdere integratie van nationalekapitaalmarkten is daarvoor de oplossing zoals aangegeven in dekabinetsinzet over de kapitaalmarktunie. Het oplossen van knelpunten inde financieringsmarkt voor het MKB is daarmee zowel een landelijke alsEuropese uitdaging.Voorts hebben de leden van de BBB-fractie met zorg kennis genomen vanhet herzieningsvoorstel voor de richtlijn tabaksaccijns. Het kabinet schrijftdat het kabinet het zeer positief acht dat dit richtlijnvoorstel is gepubli-ceerd en kijkt uit naar de start van constructieve onderhandelingen. Hetkabinet zal dit uitdragen in de aankomende Ecofinraad en inzetten op eenambitieuze herziening. Kan de Minister toelichten hoe ver de bevoegd-heden van de Commissie reiken, kan de commissie op enigerlei wijze eenhogere stijging doorvoeren dan de harmonised index of consumer prices(HICP)? Klopt het dat er geen bovengrens is opgenomen bij automatischeinflatie-indexatie van accijnzen, terwijl andere EU-richtlijnen (bijvoorbeeldde Energierichtlijn) wél limieten hanteren om disproportionele verho-gingen te voorkomen en zich beperken tot de kerninflatie?Het richtlijnvoorstel geeft de Commissie de bevoegdheid om gedele-geerde handelingen aan te nemen om de minimumtarieven voor tabak entabaksgerelateerde producten elke drie jaar te indexeren aan de hand vande Harmonised Index of Consumer Prices (HICP). Deze bevoegdheidsdele-gatie is naar oordeel van het kabinet goed afgebakend en beperkt zich tothet vaststellen van de nieuwe geïndexeerde minimumtarieven. De Raadkan deze bevoegdheid te allen tijde intrekken. De Commissie is verplichtvoorafgaand aan het vaststellen van een gedelegeerde handeling expertsvan de lidstaten te consulteren. Daarna volgt een periode van tweemaanden waarbinnen de Raad bezwaar kan maken. De stijging die deCommissie kan vaststellen is begrensd in de zin dat de Commissie nietbevoegd is hogere of lagere stijgingen door te voeren dan vastgesteld inde HICP. Het doel van indexeren is om ervoor te zorgen dat de minimum-tarieven in reële termen gelijk blijven. Een limiet hanteren vindt hetkabinet daarom niet noodzakelijk.In het «Fiche 2: Richtlijn tabaksaccijns» lezen de leden van de BBB-fractiehet volgende op pagina 5: «Tot slot is het richtlijnvoorstel gelijktijdiggepubliceerd met het voorstel voor een nieuw eigenmiddelenbesluit,waarin de inkomsten voor de begroting van de EU georganiseerd worden.Daarin wordt een afdracht voorgesteld op basis van op de marktgebrachte tabaksfabrikaten en tabaksgerelateerde producten. Om degrondslag van deze afdracht te berekenen, wordt gebruikt gemaakt van deminimumtarieven die volgen uit het onderhavige richtlijnvoorstel.» Kanhet kabinet toelichten waarom het in Nederlands belang zou zijn dat eendeel van de accijnsopbrengsten naar de Europese begroting vloeien?Waarom staat het kabinet niet voor nationale fiscale soevereiniteit? Is deMinister van mening dat er een risico is op een perverse prikkel, namelijkdat de Europese Commissie eenzijdig tarieven kan verhogen ten gunstevan EU-eigen middelen?Het is niet zo dat een deel van de accijnsopbrengsten naar de Europesebegroting vloeien. Wat verandert, is dat in het voorgestelde EMB eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 213914 nieuwe afdracht wordt berekend aan de hand van de uit de richtlijnvoortvloeiende minimumaccijnstarieven voor tabaks- en tabaksgerela-teerde producten en de hoeveelheid op de markt gebrachte tabaks- entabaksgerelateerde producten. Deze afdracht staat los van de daadwerke-lijke hoogte van de accijnstarieven. Daarnaast is voorgestelde nieuweafdracht niet direct gekoppeld aan nationale accijnsopbrengsten. Zoals inde Kamerbrief van 12 september jl. met kabinetsappreciatie MFK- en EMBvoorstellen is toegelicht, kunnen nieuwe afdrachten financieel gunstigerzijn voor Nederland.Er is geen risico op een perverse prikkel. De Europese Commissie isbuiten de in een eerder antwoord beschreven bevoegdheid tot indexatievan de minimumtarieven om, namelijk niet bevoegd om de minimumta-rieven voor tabaks- en tabaksgerelateerde producten eenzijdig teverhogen. Een verhoging van de minimumtarieven anders dan indexatievergt een voorstel van de Commissie tot wijziging van de Richtlijntabaksaccijns. Over een dergelijk voorstel dient met unanimiteit in deRaad besloten te worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 213915

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 4b163f4aad8b9fe4

14 okt 2026 · dec4447ea071f1a9

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.