Verslag van een schriftelijk overleg over de geannoteerde Agenda Raad Algemene Zaken van 17 maart 2026 (Kamerstuk 21501-02-3356)
Brontekst
Versie 4e5f3967e095080c · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-02Raad Algemene Zaken en Raad BuitenlandseZakenNr. 3359 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 11 maart 2026 De vaste commissie voor Europese Zaken heeft een aantal vragen enopmerkingen voorgelegd aan de Minister van Buitenlandse Zaken over debrief van 5 maart 2026 over de geannoteerde Agenda Raad AlgemeneZaken van 17 maart 2026 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3356).De vragen en opmerkingen zijn op 9 maart 2026 aan de Minister vanBuitenlandse Zaken voorgelegd. Bij brief van 11 maart 2026 zijn de vragenbeantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,Van der WerfDe griffier van de commissie,Blom kst-21501-02-3359ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33591 InhoudsopgaveIVragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie vande bewindspersoon2Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie5 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersoon Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van degeannoteerde agenda (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3356) en het verslag vande vorige Raad Algemene Zaken (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3357). In hetverslag lezen deze leden dat Nederland het belang heeft benadrukt vaneen op merites gebaseerd toetredingsproces voor Oekraïne. Op welkemanier is opvolging gegeven aan het standpunt dat ook geopolitiekeoverwegingen een rol spelen en Nederland voorstander is van eenEuropese Unie (EU) van verschillende snelheden? Welke concreteopvolging heeft het kabinet tot dusver gegeven aan de motie-Klos c.s.over de (gefaseerde) toetreding van Oekraïne tot de EU als onderdeel vaneen vredesakkoord (Kamerstuk 36 800 V, nr. 49)?1. Antwoord van het kabinetVasthouden aan een toetredingsproces gebaseerd op merites enhet erkennen van de geopolitieke dimensie van uitbreidingsluiten elkaar niet uit. Aan de positie van de EU op het wereld-toneel liggen een sterke rechtsstaat en gedeelde Europesewaarden ten grondslag; voor een volwaardig lidmaatschap moetaan deze voorwaarden zijn voldaan. De kwaliteit en het tempovan hervormingen in kandidaat-lidstaten blijven voor het kabinetdan ook leidend voor de voortgang in het toetredingsproces. Datgeldt ook voor Oekraïne. Oekraïne bevindt zich op eenonomkeerbaar pad richting EU lidmaatschap. In lijn met de motieKlos c.s.1 staat het kabinet constructief tegenover het voeren vangesprekken over eventuele gefaseerde toetreding door Oekraïne,indien dit nodig blijkt. Het is van belang dat het proces reëel enwerkbaar is. Het heeft daarom de voorkeur om eerst te kijkennaar manieren om vaart te houden in het reguliere toetredings-proces, ook door druk op landen die bilaterale blokkadesopwerpen, zodat de verschillende onderhandelingsclustersformeel geopend kunnen worden. Daarnaast kan geïnvesteerdworden in verdere geleidelijke integratie, zonder daarbij afbreukte doen aan de voorwaarden voor EU toetreding. Zie ook hetantwoord op vraag 16. Deze boodschap geeft Nederland ook af inBrussel. Het kabinet kan niet vooruit lopen op een mogelijkvredesakkoord en de inhoud daarvan.Ook vragen deze leden welke opvolging er is gegeven aan de motie-Klosc.s. over draagvlak zoeken voor een Europese veiligheidsraad (Kamerstuk36 800 V, nr. 48).1Kamerstuk 36 800 V, nr. 49Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33592 2. Antwoord van het kabinetHet idee van een Europese veiligheidsraad komt regelmatig tersprake in gesprekken met andere EU-lidstaten, maar heeft op ditmoment weinig tractie in Brussel en bij andere lidstaten. Uit deeerste gesprekken blijkt dan ook dat het draagvlak hiervoorgering is. Het kabinet beziet momenteel hoe verder invulling kanworden gegeven aan motie Klos.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de agenda voor de Raad Algemene Zaken van 17 maart 2026. Dezeleden constateren dat deze Raad vooral in het teken zal staan van hetMeerjarig Financieel Kader (MFK), de European Electoral act en hetEuropees Semester. Naar aanleiding hiervan en naar aanleiding van eenaantal overige relevante onderwerpen uit de geannoteerde agendahebben deze leden nog een aantal vragen.MFKDe leden van de VVD-fractie constateren dat de discussie rond het MFKtijdens deze Raad zich vooral zal toespitsen op governance. Hierbijonderschrijven deze leden het uitgangspunt van het nieuwe MFK-voorsteldat lidstaten meer vrijheid moeten krijgen in het besteden van deEuropese Middelen. Tegelijkertijd merken deze leden op dat deze vrijheider ook toe kan leiden dat er meer fraude met Europese middelen kanworden gepleegd. In hoeverre meent de Minister dat het huidigeMFK-voorstel genoeg zekerheden heeft ingebouwd om fraude metEuropese middelen tegen te gaan?3. Antwoord van het kabinetHet huidig Financieel Reglement van de EU bevat een uitgebreidpakket van juridische, administratieve en operationelewaarborgen om misbruik van EU-gelden te voorkomen, op tesporen en te corrigeren. Het Financieel Reglement blijft onder hetvolgend MFK van toepassing.Bestaat er volgens de Minister een risico dat lidstaten Nationale enRegionale Partnerschapsplannen (NRPP’s) te vrij in gaan vullen waardoorEuropese middelen gebruikt zullen worden voor doelen die niet aansluitenbij gezamenlijke EU-prioriteiten? Hoe kijkt de Minister naar de recentebrief waarin twintig lidstaten oproepen om een groot deel van deNRPP-middelen te oormerken voor het Gemeenschappelijk Landbouw-beleid? Deelt de Minister de opvatting dat hierdoor de financiering vanandere onderdelen van de NRPP verordening, zoals Frontex en Europol, ingevaar dreigt te komen?4. Antwoord van het kabinetHet kabinet is positief over het feit dat een deel van de NRPPmiddelen niet geoormerkt is en vindt dat deze middelen gebruiktmoeten worden voor gezamenlijke EU-prioriteiten. In het gevaldat een groter deel van de NRPP-middelen geoormerkt zouworden, kan dit leiden tot minder financiering van andereonderdelen van het NRRP. Het kabinet is hier geen voorstandervan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33593 De leden van de VVD-fractie constateren voorts dat de EuropeseCommissie (EC) via een nieuw sturingsmechanisme het democratischtoezicht op de jaarlijkse begrotingsprocedure wil vergroten. Deze ledenonderschrijven het doel van dit mechanisme, maar maken zich wel zorgenover de eventuele complexiteit van dit mechanisme. Hoe kijkt de Ministeraan tegen deze zorg en hoe gaat de Minister voorkomen dat de voorge-stelde triloog ertoe leidt dat de besluitvorming rond de jaarlijkse begro-tingsprocedure onnodige vertraging oploopt?5. Antwoord van het kabinetHet kabinet is positief over de mogelijkheid die het nieuwesturingsmechanisme biedt aan de Raad en het EuropeesParlement om in een vroeg stadium richting te geven aan destrategische prioriteiten voor de nieuwe jaarbegroting. Omdat devoorgestelde triloog zal plaatsvinden voorafgaand aan hetformele voorstel van de Europese Commissie voor de jaarbe-groting, is de verwachting dat de besluitvorming rond dejaarlijkse begrotingsprocedure geen onnodige vertraging oploopt.European Electoral ActDe leden van de VVD-fractie onderschrijven het belang van een regelingvoor zwanger- of moederschapsverlof voor de leden van het EuropeesParlement en erkennen dat het stemmen per volmacht zo’n regeling zoukunnen zijn. Deze leden merken hierbij wel op dat een voorstel uit 2022om de European Electoral Ect dusdanig te wijzigen dat Europarlementa-riërs voor een (hernieuwbare) periode van 16 weken kunnen wordenvervangen beter aan zou sluiten bij het voor Nederland belangrijkebeginsel dat een volksvertegenwoordiger alleen kan stemmen indien ersprake is van fysieke aanwezigheid. In hoeverre verwacht de Minister datdit voorstel uit 2022 op termijn door de Raad kan worden behandeld endaardoor het plan om te stemmen per volmacht kan vervangen? Is deMinister bereid om zich samen met gelijkgestemde lidstaten voor ditvoorstel uit 2022 hard te blijven maken?6. Antwoord van het kabinetZoals eerder gecommuniceerd met uw Kamer,2 houdt het kabineteen voorkeur voor het voorstel uit 2022 voor een tijdelijkevervangingsregeling wegens zwangerschap en ziekte. Momenteelis er geen zicht op draagvlak binnen de Raad voor dit voorstel.Het is dan ook onduidelijk of en wanneer in de toekomst deregeling voor stemoverdracht kan worden vervangen door eentijdelijke vervangingsregeling. Het kabinet blijft hier echter welvoor pleiten. Daarom zal het kabinet in Raadsverband eenverklaring afleggen waarin wordt aangegeven dat het voorstelvoor stemoverdracht wat Nederland betreft gezien moet wordenals opmaat naar een tijdelijke vervangingsregeling en/of eenuitbreiding voor vaderschapsverlof en ziekteverlof.Europees SemesterDe leden van de VVD-fractie ondersteunen de lijn van het kabinet datschuldhoudbaarheid in de lidstaten van fundamenteel belang is voor eeneconomisch sterke Eurozone. Ook is het gezien de geopolitieke situatiebuiten Europa van belang dat de Europese én Nederlandse defensie-industrie dusdanig functioneren dat Europa in staat is om zichzelf te2Kamerstuk 36 104, nr. 10Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33594 verdedigen. Hoe kijkt de Minister aan tegen de aanbeveling omknelpunten in de defensie-industrie weg te werken? Geldt deze aanbe-veling ook voor Nederland, of zijn het vooral andere Europese lidstatendie te maken hebben met deze knelpunten?7. Antwoord van het kabinetHet kabinet ondersteunt de aanbeveling van de Commissie omknelpunten in de defensie-industrie aan te pakken, in overeen-stemming met de Defence Readiness Roadmap 2030, om ervoorte zorgen dat extra overheidsuitgaven worden omgezet in tijdigeen effectieve defensiecapaciteiten. Dit geldt ook voor Nederland.Daarom werkt het kabinet aan het versterken van de Nederlandsedefensie-industrie in lijn met de Defensie Strategie voor Industrieen Innovatie.EU-toetredingsproces Oekraïne en MoldaviëDe leden van de VVD-fractie constateren dat Hongarije helaas nog steedshet formeel laten beginnen van het toetredingsproces van Oekraïneblokkeert. Deze leden ondersteunen de lijn van de EC om in de tussentijdde onderhandelingen al wel op technisch niveau te laten plaatsvinden.Verwacht de Minister dat Hongarije op korte termijn bereid is om deblokkade voor het formeel laten beginnen van onderhandelingen op teheffen? Welke additionele stappen is de Minister bereid te zetten om dedruk op Hongarije maximaal op te voeren?8. Antwoord van het kabinetHongarije heeft het zetten van formele stappen in het toetre-dingsproces van Oekraïne tot nog toe geblokkeerd. Een derge-lijke oneigenlijke bilaterale blokkade is zeer onwenselijk voorOekraïne, raakt in dit geval ook Moldavië en tast bovendien degeloofwaardigheid van het uitbreidingsbeleid aan. In lijn met demotie Van Campen en Piri3 zet Nederland zich daarom in voor hetin Europees verband opvoeren van de druk op Hongarije. Samenmet gelijkgezinde EU lidstaten spreekt Nederland zich actief uittegen de voortdurende oneigenlijke blokkade, zoals middels dedoor Nederland geïnitieerde, gezamenlijke demarche inBoedapest in december jl. Het opvoeren van de druk op Hongarijeis alleen mogelijk in samenwerking met andere EU lidstaten enNederland zal hieraan een bijdrage blijven leveren. Over detoekomstige positie van Hongarije kan het kabinet niet specu-leren.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geanno-teerde agenda voor de Raad Algemene Zaken van 17 maart 2026, hetverslag van de Raad Algemene Zaken van 24 februari 2026 en deaanvullende stukken over de associatieakkoorden met Zwitserland,Andorra en San Marino. Deze leden hebben hierover nog enkele vragen.Meerjarig Financieel Kader 2028–2034De leden van de CDA-fractie steunen de lijn van het kabinet dat Europesemiddelen scherper moeten worden ingezet op de grote geopolitiekeopgaven van deze tijd. Tegelijkertijd vraagt een grotere rol voor lidstaten3Kamerstuk 21 501-20, nr. 2277Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33595 wel om duidelijke waarborgen voor democratische controle, rechtsstate-lijkheid en doelmatige besteding van middelen. Hierbij wordt onder meergewezen op nationale plannen en op het risico dat bundeling van fondsenten koste kan gaan van gemeenschappelijk beleid.De leden van de CDA-fractie vragen of het kabinet concreet kan makenwat bedoeld wordt met een grotere rol voor de Raad en de lidstaten in hetvolgende Meerjarig Financieel Kader (MFK). Waar wil Nederland preciesmeer politieke sturing organiseren en op welke punten juist niet? Metwelke lidstaten trekt Nederland hierin op en waar zitten de belangrijkstemeningsverschillen?9. Antwoord van het kabinetHet voorstel van de Commissie voor een nieuw MFK zorgt voormeer flexibilisering. Het kabinet is hier voorstander van, maardaarbij moet de rol van de Raad en de lidstaten goed geborgdzijn. Tegelijkertijd moeten administratieve processen nietonnodig zwaar worden en vraagt de inrichting van governanceom maatwerk. Het kabinet zet in op een beleidsbepalende rolvoor de Raad door sturing aan de voorkant, onder meer via hetzogenaamde sturingsmechanisme in het kader van de jaarbe-groting, als via jaarlijkse politieke dialogen in het kader vanGlobal Europe en het Europees Concurrentievermogenfonds(ECF). Het kabinet zet ook in op invloed van lidstaten aan deachterkant door middel van comitologie. De wens voor eenstevige rol voor de Raad en de lidstaten wordt breed gedeeldonder de lidstaten, met aandacht voor het belang van snelleprocessen en het beperken van administratieve lasten.De leden van de CDA-fractie vragen daarnaast hoe het kabinet voorkomtdat meer nationale zeggenschap leidt tot meer versnippering, mindertransparantie of een zwakkere koppeling met gezamenlijke Europesedoelen. Kan het kabinet aangeven hoe geborgd zou kunnen worden dateen gemoderniseerd MFK niet alleen eenvoudiger wordt, maar dat hetook strenger wordt op rechtsstaat, doelmatigheid en uitvoerbaarheid?10. Antwoord van het kabinetHet kabinet is van mening dat meer nationale zeggenschap nietautomatisch leidt tot meer versnippering, minder transparantie ofeen zwakkere koppeling met gezamenlijke Europese doelen. Zobevat het Commissievoorstel meerdere elementen die de adminis-tratieve lasten en regeldruk moeten verlichten, waaronder devoorgestelde vereenvoudiging van de fondsenstructuur, ondermeer via de Nationale en Regionale Partnerschap Plannen (NRPP).Deze vereenvoudiging kan leiden tot een betere borging van definanciële belangen van de Unie en helpt versnippering tevoorkomen, doordat beleidsdoelstellingen integraal en gecoördi-neerd worden opgepakt. Ook voorziet de moderniseringsslag vande Commissie in een versterking van de waarborgen op hetgebied van rechtsstaat en naleving van het EU Handvest. Tevensstelt de Europese Commissie voor om de huidige versnipperdesystemen (met duizenden indicatoren per programma) tevervangen door één gemeenschappelijk kader voor prestatie-meting voor alle uitgaven (prestatiekader). Doelstellingen enindicatoren worden vooraf vastgelegd, er is sprake doorlopendemonitoring en evaluaties achteraf bepalen of EU-uitgaven hundoel bereikt hebben.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33596 Voorbereiding agenda Europese Raad van 19 en 20 maart 2026De leden van de CDA-fractie lezen dat de Europese Raad onder meer zalspreken over Oekraïne, het Midden-Oosten, concurrentievermogen eninterne markt, het MFK, Europese veiligheid en defensie en migratie.De leden van de CDA-fractie vinden het van belang dat Nederland inBrussel koersvast optreedt: principieel waar het gaat om rechtsstaat eninternationale rechtsorde en tegelijk realistisch waar het gaat omveiligheid, weerbaarheid en economisch belang. Deze leden vinden datEuropa sterker, slagvaardiger en minder afhankelijk moet worden, juist ophet terrein van veiligheid, defensie en strategische autonomie.De leden van de CDA-fractie vragen daarom ten eerste op welke onder-delen het kabinet tijdens de Raad Algemene Zaken al actief wil sturen opde conceptconclusies van de Europese Raad. Hoe zet Nederland in opversterking van het Europees concurrentievermogen en de interne markt,juist ook in het licht van de noodzaak om afhankelijkheden af te bouwenen de Europese defensie-industrie op te schalen? Welke concreteNederlandse voorstellen liggen er om interne marktbelemmeringen enregeldruk verder terug te dringen?11. Antwoord van het kabinetDe nadruk van de kabinetsinzet tijdens de a.s. Europese Raad zal,zoals respectievelijk benoemd in de Geannoteerde Agenda,4liggen op 1) het aanpakken van structurele ongerechtvaardigdebelemmeringen op de interne markt en regeldruk; 2) het stimu-leren van Europees technologisch leiderschap; 3) verbinding vanEU concurrentievermogen, weerbaarheid, en decarbonisatie enenergieprijzen; en 4) versterking van het concurrentievermogendoor een coherent economisch buitenlandbeleid gestoeld opeconomische veiligheid, open handel en partnerschappen.Met betrekking tot het verder terugdringen van interne marktbelemmeringen en regeldruk doet het kabinet concretevoorstellen zoals het verbinden van concrete deadlines aanaanpak van «terrible ten», snelle afronding van hetkapitaalmarktintegratie- en toezichtscentralisatiepakket (KTPPakket) ter vervolmaking van de kapitaalmarktunie, regulieremonitoring van totale toe- en afname van regeldruk en mindernationale koppen (goldplating) door lidstaten.European Electoral ActDe leden van de CDA-fractie lezen dat de Raad een wijziging van deEuropese Kiesakte bespreekt waarmee stemoverdracht tijdens zwanger-schap en na geboorte mogelijk wordt voor Europarlementariërs. Hetkabinet ziet dit als een aanvaardbaar alternatief, maar wil daarbij eennationale verklaring afleggen dat dit voor Nederland een opmaat moetzijn naar een tijdelijke vervangingsregeling en/of uitbreiding naarvaderschaps- en ziekteverlof. Ook moet het beginsel van stemmen zonderlast worden gewaarborgd.De leden van de CDA-fractie vragen of het kabinet voornemens is met ditbesluit in te stemmen. Is de tekst waarover de Raad nu een akkoord wilbereiken inhoudelijk gewijzigd ten opzichte van het oorspronkelijkevoorstel waarover de Kamer eerder is geïnformeerd? Zo ja, op welke4Zie Kamerstuk 21 501-02, nr. 3356Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33597 punten? Hoe groot acht het kabinet de kans dat deze wijziging daadwer-kelijk een opstap kan zijn naar een structurelere vervangingsregeling?12. Antwoord van het kabinetHet kabinet onderstreept het belang van een regeling die ledenvan het Europees Parlement in staat stelt deel te nemen aanplenaire stemmingen tijdens de late zwangerschap en in de eerstemaanden na de bevalling. Binnen deze context verwelkomt hetkabinet het voorstel en is dan ook voornemens in te stemmen.Het kabinet ziet stemoverdracht als opmaat naar een tijdelijkevervangingsregeling en/of uitbreiding naar vaderschapsverlof enziekteverlof, en zal dit via een verklaring in de Raad kenbaarmaken, zoals ook vermeld in het kabinetsstandpunt en hiervoor istoegelicht.5Zoals eerder gecommuniceerd met uw Kamer,6 hebben veellidstaten tijdens de besprekingen in de Raad vragen gesteld overde praktische uitwerking van de stemoverdracht. Om die redenheeft het EU-voorzitterschap voorgesteld om de algemenevoorwaarden en modaliteiten aangaande stemoverdracht verderuit te werken in het Statuut voor leden van het EuropeesParlement en in het Reglement van het Europees Parlement. Dezetwee zaken zijn door het voorzitterschap toegevoegd aan hetinitiatiefvoorstel (via de nieuwe leden 3 en 4 van artikel 6 van deEuropese Kiesakte). Het kabinet kan deze aanpak volgen, maarhet leidt wel tot een aantal vragen, zoals hoe de nadereuitwerking in het Statuut er precies uit komt te zien. Het kabinetzal hier aandacht voor blijven vragen in Raadsverband.Europees Semester 2026De leden van de CDA-fractie lezen dat in de Euro Area Recommendationvoor 2026 en 2027 veel nadruk ligt op schuldhoudbaarheid, investeringenin defensie, concurrentievermogen, innovatie, interne markt, regeldruk,kapitaalmarktunie en vaardigheden. Deze leden herkennen veel van dezeprioriteiten.De leden van de CDA-fractie vragen welke kansen het kabinet ziet om hetEuropees Semester meer te gebruiken als instrument voor economischeweerbaarheid, vermindering van strategische afhankelijkheden enversterking van de interne markt.13. Antwoord van het kabinetHet Europees Semester is een belangrijk instrument om lidstatente wijzen op de mogelijkheden om hun financieel-economischebeleid te verbeteren en zo ook het functioneren en stabiliteit vande Economische en Monetaire Unie te versterken. Sinds depublicatie van het Draghi-rapport is in het Europees Semestermeer nadruk komen te liggen op concurrentievermogen. Hetkabinet verwelkomt deze toegenomen aandacht voor concurren-tievermogen, waar economische weerbaarheid, vermindering vanstrategische afhankelijkheden en versterking van de internemarkt een onderdeel van zijn. De verwachting is dat het lente-pakket van dit jaar, in het kader van het Europees Semester,nadere aanbevelingen bevat om het concurrentievermogen en de5Kamerstuk 36 104, nr. 10 Kabinetsstandpunt EP-initiatiefvoorstel wijziging EU-Kiesakte inzakestemoverdracht6Kamerstukken 36 104, nr. 11Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33598 interne markt te versterken met ook aandacht voor het vermin-deren van strategische afhankelijkheden.De leden van de CDA-fractie constateren dat het Europees Parlement pleitvoor nieuwe eigen middelen en sterkere EU-investeringsinstrumenten.Deze leden vragen hoe het kabinet deze wens beoordeelt, mede in relatietot de komende MFK-discussie.14. Antwoord van het kabinetIn de Kamerbrief van 12 september jl. is aangegeven dat hetkabinet voorstellen voor nieuwe eigen middelen op eigen meriteszal beoordelen. Hierin is tevens aangegeven dat het kabinet zeerkritisch staat tegenover het voorgestelde nieuwe eigen middel«CORE», dat gebaseerd is op een afdracht die lidstaten innen bijondernemingen met een omzet van meer dan EUR 100 miljoen inhet kader van het opereren op de interne markt. De Minister vanFinanciën heeft in het Commissiedebat van 4 maart jl. van deEurogroep/Ecofinraad (d.d. 9 en 10 maart 2026) toegezegd omvóór de zomer de nadere kabinetsappreciatie van de voorstellenrond het Eigenmiddelbesluit (EMB) naar de Kamer te sturen.Het kabinet steunt de verschuiving van middelen ten gunste vande pilaar in de begroting die betrekking heeft op het Europeesconcurrentievermogen, zodat er meer ruimte in de begrotingwordt gemaakt voor EU-investeringsinstrumenten. Het kabinetsteunt ook het voorstel om verschillende programma’s samen tevoegen onder het Europees Concurrentievermogenfonds (ECF) enom InvestEU als centraal investeringsinstrument te gebruiken omzo de slagkracht van de EU-begroting te vergroten.MontenegroDe leden van de CDA-fractie lezen dat Nederland het onder voorbehoudsluiten van hoofdstuk 21 met Montenegro kan steunen, mits aan debenchmarks is voldaan en blijvend wordt geïnvesteerd in administratieveen personele capaciteit. Ook vraagt Nederland om blijvende monitoringvan hervormingen.De leden van de CDA-fractie vragen of het kabinet nader kan toelichtenhoe het de bredere rechtsstaatsituatie in Montenegro nu weegt. Welkeconcrete hervormingen moeten volgens Nederland nog aantoonbaarworden bestendigd voordat verdere stappen verantwoord zijn? Hoe wordtvoorkomen dat het onder voorbehoud sluiten van een hoofdstuk politiekwordt uitgelegd als een automatisme richting afronding van onderhande-lingen?15. Antwoord van het kabinetEen hoofdstuk kan onder voorbehoud gesloten worden als ervoldoende voortgang is in de bredere rechtsstaatsituatie en dekandidaat-lidstaat voldoet aan de beleidsinhoudelijke closingbenchmarks. De vereiste beleidsinhoudelijke hervormingenverschillen per hoofdstuk. Uw Kamer ontvangt voor elk voorstelvan de Commissie tot het onder voorbehoud sluiten van eenhoofdstuk een kabinetsappreciatie waarin op de closing bench-marks wordt ingegaan. Het onder voorbehoud sluiten van eenhoofdstuk vereist nauwkeurige analyse en behandeling en iszeker geen automatisme.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33599 De Commissie apprecieert de algehele hervormingsvoortgang inMontenegro jaarlijks via het reguliere uitbreidingsrapport. Vanalle kandidaat-lidstaten heeft Montenegro de hoogste mate vanvoorbereiding op het EU-lidmaatschap. Hoewel de Commissie innovember signaleerde dat het hervormingstempo op rechtsstaats-gebied wat afnam, bleef Montenegro stappen zetten en was deCommissie positief. Zo was er enige voortgang op corruptiebe-strijding en het functioneren van de rechtspraak. Zoals aange-geven in de kabinetsappreciatie van het uitbreidingspakket,weegt het kabinet de bredere rechtsstaatsituatie in Montenegrodaardoor zodanig dat het een kritisch-constructieve grond-houding heeft ten aanzien van voorstellen tot het ondervoorbehoud sluiten van individuele hoofdstukken, mits Monte-negro blijvend investeert in versterking van administratieve enpersonele capaciteit, en aan de specifieke voorwaarden voordesbetreffende hoofdstukken is voldaan. Implementatie enbestendiging van hervormingen blijft van belang, zoals aange-geven in de kabinetsappreciatie.7 Het gaat dan bijvoorbeeld omverdere investeringen in het functioneren van de rechtspraak, enhet bestendigen van een track record in bestrijding van corruptieen de georganiseerde misdaad.Oekraïne en MoldaviëDe leden van de CDA-fractie lezen dat voorbereidend technisch werkdoorgaat voor het openen van onderhandelingsclusters met Oekraïne enMoldavië, ondanks de Hongaarse blokkade. Ook lezen deze leden dat deEuropese Commissie (EC) nu van oordeel is dat Oekraïne en Moldaviëvoldoen aan de vereisten om ook de overige clusters te openen. Tegelij-kertijd benadrukte Nederland tijdens de Raad van 24 februari 2026 dattoetreding op merites moet gebeuren. Deze leden delen de lijn dat landendie lid willen worden van de EU moeten voldoen aan voorwaarden vandemocratie, rechtsstaat en burgerschap.De leden van de CDA-fractie vragen of het kabinet per cluster kanaangeven welke Nederlandse aandachtspunten nog expliciet moetenworden verankerd voordat Nederland kan instemmen met verderestappen voor Oekraïne en Moldavië. Hoe beoordeelt het kabinet devoortgang op de kernpunten rechtsstaat, corruptiebestrijding, onafhanke-lijke rechtspraak en bestuurlijke uitvoeringskracht?16. Antwoord van het kabinetHet voorbereidende technische werk kende een informeelkarakter aangezien er wegens de Hongaarse blokkade tot opheden geen formele besluitvorming mogelijk is. De input dieNederland in de technische behandelingen van de clusters heeftingebracht is nochtans adequaat verwerkt en richtte zich metname op de hervormingen van de rechtstaat, corruptiebestrijdingen onafhankelijke rechtspraak. Hierdoor is het kabinetvoornemens in te stemmen met het openen van alle zes onder-handelingsclusters, te beginnen met Cluster 1, wanneer het totformele besluitvorming komt in de Raad. Deze boodschap zal hetkabinet indien opportuun ook afgeven tijdens de Raad AlgemeneZaken wanneer over de voortgang van de EU toetredingstrajectenvan Oekraïne en Moldavië wordt gesproken. Naar aanleiding vande door de Commissie gepresenteerde uitbreidingsrapportages is7Kamerstuk 23 987, nr. 398Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 335910 een uitgebreide appreciatie8 van de voortgang van de hervor-mingen in de kandidaat-lidstaten uw Kamer toegekomen.De leden van de CDA-fractie vragen welke gevolgen de aanhoudendeHongaarse blokkade heeft voor de planning en welke diplomatieke inzetNederland pleegt om voortgang mogelijk te maken zonder afbreuk tedoen aan het merites-beginsel.Er zou daarnaast ook discussie zijn over een zogenoemd omgekeerduitbreidingsvoorstel voor Oekraïne. Deze leden vragen hoe het kabinet ditidee beoordeelt.17. Antwoord van het kabinetVanwege de Hongaarse blokkade is het niet mogelijk om deonderhandelingsclusters te openen. Nederland heeft zichconstructief opgesteld bij het voorbereidende technische werk enzet daarbij consequent in op een op merites gebaseerd proces.Zie ook het antwoord op vraag 8.Het kabinet houdt vast aan de eisen voor EU-toetreding,waaronder de Kopenhagencriteria. Ook staat het kabinet, in lijnmet de motie Klos c.s.9, constructief tegenover het voeren vangesprekken over eventuele gefaseerde toetreding door Oekraïne,indien dit nodig blijkt. Zie ook het antwoord op vraag 1.Associatieakkoord EU-ZwitserlandDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de kabinetsbriefover het brede pakket akkoorden met Zwitserland. Het kabinet steuntmodernisering van de relatie, mits de integriteit van de interne markt eneen gelijk speelveld worden geborgd. Ook heeft Nederland zich ingezetvoor Zwitserse associatie bij Unieprogramma’s zoals Horizon Europe.De leden van de CDA-fractie vragen wat de actuele stand van zaken is vande besluitvorming over het Zwitserland-pakket, nu in de brief nog werduitgegaan van besluitvorming eind februari 2026. Welke concretewaarborgen zijn er uiteindelijk afgesproken op het punt van dynamischeovername van EU-acquis, staatssteun, handhaving en geschillenbe-slechting?18. Antwoord van het kabinetOp 24 februari jl. stemde de Raad in met de ondertekening vanhet brede pakket van akkoorden tussen de EU en Zwitserland.Vervolgens werd op 2 maart jl. het pakket ondertekend door deZwitserse bondspresident Guy Parmelin en de voorzitter van deEuropese Commissie Ursula von der Leyen. Het pakket zal naarverwachting deze zomer in het Europees Parlement voorliggenter goedkeuring. Daarna zal een besluit tot sluiting aan de Raadvoorgelegd worden. Ook aan Zwitserse zijde dient besluitvormingplaats te vinden. Pas na het doorlopen van deze stappen treedthet pakket van akkoorden in werking.Op het gebied van dynamische overname van EU-acquis, staats-steun, handhaving en geschillenbeslechting zijn de teksten nietgewijzigd ten opzichte van het onderhandelaarsakkoord en devoorgestelde Raadsbesluiten op basis waarvan de kabinetspositie8Kamerstuk 23 987, nr. 3989Kamerstuk 36 800 V, nr. 49Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 335911 werd vastgesteld.10 Bepalingen over deze onderwerpen zijnopgenomen in de genoemde bestaande overeenkomsten inzakede interne markt en in de nieuwe conceptovereenkomsten.Associatieakkoord EU-Andorra en EU-San MarinoDe leden van de CDA-fractie lezen dat de Raad op 17 maart 2026 naarverwachting besluit over ondertekening en voorlopige toepassing van hetassociatieakkoord met Andorra en San Marino. Het kabinet is positief,onder meer omdat dit akkoord de relatie met de microstaten verdiept, dehomogeniteit van de interne markt versterkt en waarborgen bevat voorintegriteit en een gelijk speelveld.De leden van de CDA-fractie vragen of het kabinet nader kan toelichtenwelke onderdelen van het akkoord voorlopig zullen worden toegepast enwaarom. Hoe wordt bij de voorlopige toepassing het gelijke speelveld opde interne markt bewaakt, in het bijzonder bij financiële diensten, waareen lange overgangstermijn geldt?19. Antwoord van het kabinetHet komt geregeld voor dat de onderdelen van een associatieak-koord waar de EU bevoegd is voorlopig worden toegepast. Ditstelt de EU en derde landen in staat om, vooruitlopend op deinwerkingtreding van het akkoord, reeds van deze onderdelengebruik te maken. De voorlopige toepassing van het akkoordtussen de EU en San Marino en Andorra geldt voor onderdelendie onder EU-bevoegdheid vallen, niet voor de onderdelen waarlidstaten hun bevoegdheden uitoefenen. Dit betreft vrijwel hetgehele akkoord, met uitzondering van enkele artikelen die zienop niet-directe investeringen.11 Voorlopige toepassing kan, naastdat het moet worden vastgesteld door de Raad, pas plaatsvindenals Andorra en/of San Marino ook aan de voorwaarden voorvoorlopige toepassing voldoen.Het gelijke speelveld op de interne markt ten aanzien vanfinanciële diensten wordt bewaakt, doordat de toegang hiertoepas wordt geboden wanneer de overname van EU acquis entoezicht hierop in de microstaten door de EU als robuust iserkend. In het protocol over financiële diensten zijn voorwaardenvastgelegd die de integriteit van de interne markt op dit terreinwaarborgen. Maximaal 15 jaar na inwerkingtreding van hetassociatieakkoord kan toegang tot de financiële dienstenmarktworden verkregen.Hoe beoordeelt het kabinet de gekozen uitzonderingen en kwantitatievelimieten rond vrij verkeer van personen in het licht van de integriteit vande interne markt?20. Antwoord van het kabinetHet associatieakkoord heeft als doel de integratie van Andorra enSan Marino in de interne markt. Dit associatieakkoord verzekertdat het EU beginsel van non-discriminatie op grond van nationa-liteit van werknemers uitgebreid wordt naar de microstaten.10Kamerbrief EU en Zwitserland, Kamerstuk 21 501-02, nr. 334411Op grond van het Raadsbesluit betreffende ondertekening en voorlopige toepassing wordendeel II hoofdstuk 5 van het raamwerkakkoord, artikelen 27 tot 32 en deel V van het raamwerk-akkoord artikel 63 niet voorlopig toegepast.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 335912 Wanneer het akkoord voorlopig wordt toegepast is vrij verkeervan personen, werknemers en zelfstandigen mogelijk. Hierop zijnuitzonderingen mogelijk ter bescherming van de publiekopenbare orde, openbare veiligheid en openbare gezondheid.Daarnaast bevat het akkoord afspraken over vrijheid vanvestiging, waarvoor een zelfde reeks uitzonderingsgronden geldt.Er zijn afspraken gemaakt over korte en lange termijn verblijfs-vergunningen voor EU burgers in de microstaten. Het totaleaantal nieuwe vergunningen voor een verblijf per jaar mag nietlager zijn dan een bepaald percentage van het gemiddelde aantalverblijfsvergunningen in de jaren daarvoor. Hiermee wordtrekening gehouden met de geografische en demografischespecificiteit van de micro-staten, naar voorbeeld van deafspraken met Liechtenstein als onderdeel van de EuropeseEconomische Ruimte. Gezien de populatiegrootte van dezelanden, in combinatie met hun geografische ligging, is dezeovereenkomst niet te vergelijken met afspraken met anderederde landen. Ervan uitgaande dat de overeenkomst geenprecedent schept, acht het kabinet dit acceptabel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 335913
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.