Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de Geannoteerde agenda informele bijeenkomst van EU-transportministers van 3-4 april 2024 te Brussel (Kamerstuk 21501-33-1059)
Brontekst
Versie 7ca4c27c2ec8a30a · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202421 501-33Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en EnergieNr. 1063 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 2 april 2024 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft een aantalvragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Infrastructuur enWaterstaat over de reactie op het rapport «Herziening EU Slotveror-dening» (Kamerstuk 31 936, nr. 1130), de brief inzake de Nederlandse inzetvoertuigdata (Kamerstuk 31 305, nr. 435), het fiche: Mededeling bestrijdingdrone dreigingen (Kamerstuk 22 112, nr. 3849), het fiche: Verordeningcapaciteit spoorweginfrastructuur (Kamerstuk 22 112, nr. 3822) en degeannoteerde agenda informele bijeenkomst van EU-transportministersvan 3-4 april 2024 te Brussel (Kamerstuk 21 501-33, nr. 1059).De vragen en opmerkingen zijn op 22 maart 2024 aan de Minister vanInfrastructuur en Waterstaat voorgelegd. Bij brief van 2 april 2024 zijn devragen beantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,PostmaAdjunct-griffier van de commissie,Meedendorp kst-21501-33-1063ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10631 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersoon Nederlandse inzet VoertuigdataPVV-fractie1.De leden van de PVV-fractie constateren dat de Minister hetstandpunt inneemt dat de consument zeggenschap over zijn ofhaar eigen voertuigdata moet kunnen hebben. Deze leden vragenderhalve of die zeggenschap óók de optie om data helemaal niette laten vastleggen, al dan niet te delen met een online databasebedoeld voor beschikbare niet-noodzakelijke diensten (onderhouden reparatie uitgesloten), behelst.Sommige voertuigsystemen zijn verplicht, en kunnen niet functionerenzonder het verzamelen van data. Huidige wettelijke kaders daarbij zijn o.a.de Algemene Verordening Gegevensbescherming1 (AVG) en de Dataveror-dening.2 Dat betekent dat voertuigfabrikanten zich moeten houden aanprincipes zoals dataminimalisatie en doelbinding.Het ministerie is in afwachting van Europese regelgeving wat betreftvoertuigdata. De huidige Europese wetgeving stelt kaders voor het delenvan gegevens, maar toegang tot en delen van voertuigdata kent uitda-gingen die niet voldoende worden gedekt, zoals duidelijkheid over rollenen verantwoordelijkheden binnen de voertuigsector. Daarom benadrukthet ministerie het belang van deze regelgeving en het belang van tijdigepublicatie daarvan. Het ministerie zet in op zeggenschap van de data bijde consument. Wij houden u op de hoogte van de voortgang.2.De leden van de PVV-fractie stellen vast dat de Minister hetstandpunt inneemt dat de consument te allen tijde toestemmingdient te verlenen over de bestemming van zijn of haarvoertuigdata. Deze leden vragen zodoende hoe deze toestemmingin de praktijk gegeven dient te worden, en hoe zich dit verhoudttot occasions, waarbij mogelijk al door een voorgaande eigenaartoestemming is gegeven.Momenteel zijn er geen specifieke eisen aan hoe het vragen vantoestemming eruit zou moeten zien. Fabrikanten moeten voldoen aanEuropese privacywetgeving. Het ministerie beziet of er een aanvullendstandpunt nodig is over hoe toestemming gevraagd dient te worden, enhoe zich dit bijvoorbeeld tot occasions verhoudt.3.De leden van de PVV-fractie constateren dat de Minister hetspionagerisico bij voertuigen, gefabriceerd in landen met eenoffensieve cyberstrategie erkent. Deze leden vragen nadrukkelijkaan de Minister wat de concreet te nemen maatregelen zijn omNederlandse automobilisten en hun data te beschermen en opwelke wijze dit gehandhaafd zal worden.Wanneer een voertuig op de Europese markt wordt geïntroduceerd, moetaan Europese typegoedkeuringseisen worden voldaan. Ongeacht uit welkland het voertuig komt. De EU stelt hierbij ook eisen aan de cybervei-1Verordening (EU) 2016/679.2Verordening (EU) 2023/2854.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10632 ligheid3 van een voertuig. Volgens deze regelgeving moeten fabrikantenmaatregelen beschrijven en nemen om de cyberveiligheid van hetvoertuig(systeem) te garanderen. Dit wordt vervolgens gecontroleerddoor een typegoedkeuringsautoriteit, zoals de RDW, voordat het voertuigde markt op gaat. Het risico van misbruik van voertuigdata is eenonderwerp waar binnen de EU steeds meer over wordt gesproken, enwaar Nederland actief aandacht voor vraagt.4.De leden van de PVV-fractie zijn van mening dat de Ministerzichzelf in een spagaat heeft gebracht. Enerzijds wordt gepleitvoor zeggenschap van de voertuigbestuurder, terwijl anderzijdshet gevaar van spionage door derde landen met een offensievecyberstrategie wordt erkend. Deze leden willen om die redenweten hoe enerzijds het zelfbeschikkingsrecht (zeggenschap) inverhouding staat tot anderzijds het ingrijpen van de overheid,indien er sprake zou zijn van een onaanvaardbaar hoog risico op,óf feitelijke spionage, door landen met een offensieve cyberstra-tegie.Zeggenschap over data gaat erom dat de consument zelf beslist wie ertoegang heeft en/of krijgt tot haar data. In het geval van voertuigen is hetnodig dat bepaalde data wordt verzameld om het voertuig veilig tekunnen gebruiken. De consument kan dus toegang geven tot haar dataaan fabrikanten in landen met een offensieve cyberstrategie. U schetsteen terecht dilemma. Wanneer de EU een wetgevend voorstel publiceertover data uit voertuigen, zal het ministerie actief aandacht vragen voor debalans tussen zeggenschap over data tegenover cyberveiligheid.VVD-fractie5.De leden van de VVD-fractie zijn positief over de inzet vanNederland om de Europese Commissie te overtuigen om sector-specifieke wetgeving voor voertuigdata zo snel mogelijk tepubliceren. Is de Minister bereid om de noodzaak van een zo snelmogelijke publicatie van wetgeving voor voertuigdata bij deTransportraad te adresseren, mede met het oog op het werkpro-gramma van de Europese Commissie?Het ministerie heeft afgelopen januari een joint call naar de EuropeseCommissie (hierna: Commissie) gestuurd4, waarin zij aandacht vraagtvoor het belang van sectorspecifieke wetgeving voor voertuigdata, als ooktijdige publicatie daarvan. De joint call is gesteund door Denemarken,Finland, Ierland en Oostenrijk. Aangezien het op 3-4 april a.s. eeninformele bijeenkomst betreft waarbij de agenda geen logische aankno-pingspunten biedt voor het adresseren van dit specifieke agendapunt,wordt de mogelijkheid onderzocht om dit onderwerp als diversenpunt opte nemen tijdens de aankomende formele transportraad op 18 juni a.s.6.De leden van de VVD-fractie onderschrijven de eerdere uitspraakvan de Minister dat autorijders zelf zeggenschap hebben over hundata. Deze leden zijn van mening dat de bestuurder van eenvoertuig zelf beslist met wie of wat hij zijn data deelt. In hoeverrewordt dit uitgangspunt gedeeld door andere lidstaten? Deze3Verordening (EU) 2019/2144.4Joint call access to vehicle data – PR EU, Brussels | The Netherlands and PR EU, Brussels(netherlandsandyou.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10633 leden vragen, mede gelet op de vorige vraag, hoe de totalestemverhouding is op dit punt, mochten zich wijzingen voordoenten aanzien van vervoersdata.Omdat er nog geen voorstel voor sectorspecifieke wetgeving voorvoertuigdata ligt, hebben de lidstaten nog geen formele positiesingenomen. De stemverhouding is daarmee nog niet te bepalen. Welprobeert Nederland bij verschillende lidstaten te peilen welke richting hunformele positie mogelijk opgaat. De lidstaten die de joint call hebbengesteund (Denemarken, Finland, Ierland en Oostenrijk) delen in iedergeval het belang van sectorspecifieke regelgeving, als ook het belang vantijdige publicatie.Herziening EU SlotverordeningD66-fractie7.De leden van de D66-fractie hebben de brief over deEU-slotverordening met interesse gelezen. Zij delen de opvattingvan de Minister dat er op basis van de huidige Slotverordeningslecht gestuurd kan worden op componenten zoals netwerkkwa-liteit en duurzaamheid. Deze leden hebben de Minister eerdergevraagd om in de Raad te verzoeken om een betere manier vansturing door de lidstaat zelf, waarbij uitdagingen – zoals geluids-overlast – kunnen worden meegenomen in de afwegingen. Dezeleden lezen het specifieke onderscheid dat de Minister maakttussen gebruiksrechten en eigendomsrechten. Daarbij wordtaangegeven dat het «feit dat een luchtvaartmaatschappij volgensde regels een historische aanspraak kan maken op een slotreeksniet betekent dat een luchtvaartmaatschappij het recht heeft ophet verkrijgen van deze slots. Immers, hiervoor is wel vereist datde capaciteit hiervoor beschikbaar is.» Kan de Minister uitweidenhoe dit zich verhoudt tot de eerder opgeschorte beëindiging vanhet anticiperend handhaven?De basis om te komen tot het toewijzen van slots betreft de capaciteitsde-claratie die tweemaal per jaar wordt vastgesteld door de luchthavenex-ploitant, één voor het zomer- en één voor het winterseizoen. Voorvaststelling van de capaciteitsdeclaratie dient de luchthavenexploitantrekening te houden met de technische, operationele en milieubeperkingendie op dat moment (zullen) gelden. In de capaciteitsdeclaratie staathoeveel slots er in een seizoen toegewezen kunnen worden door deonafhankelijke slotcoördinator op de betreffende luchthaven. Op14 november jl. is – wegens de lopende cassatieprocedure en destellingname van de Europese Commissie – de Kamer geïnformeerd overhet opschorten van het besluit om per 31 maart 2024 het anticiperendhandhaven te beëindigen en de experimenteerregeling niet in werking telaten treden.5 Voor de vaststelling van de capaciteitsdeclaratie houdt deluchthavenexploitant vooralsnog rekening met huidige praktijk. Zodra zichwijzigingen voordoen, zullen die door de luchthavenexploitant moetenworden meegenomen bij de vaststelling van komende capaciteitsdecla-raties.8.Hierbij schaarde het Amerikaanse Ministerie van Transport zichachter JetBlue die mogelijk start- en landingsslots op Schipholzou verliezen door het beëindigen van het anticiperend5Kamerstukken II 2023/24, 29 665, nr. 488.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10634 handhaven. Kan de Minister aangeven hoe deze kwestie zichverhoudt tot het feit dat een luchtvaartmaatschappij geen rechtheeft op het verkrijgen van slots?Luchtvaartmaatschappijen kunnen na afloop van een (winter of zomer)seizoen aanspraak maken op dezelfde slotreeksen in het eerstvolgendevergelijkbare seizoen. Dit kan alleen als de slotreeks volgens de slotcoör-dinator naar behoren is geopereerd (de zogenaamde historischeaanspraak) en hier in het eerstvolgende vergelijkbare seizoen capaciteitvoor beschikbaar is. Als aan één van deze twee voorwaarden niet kanworden voldaan, heeft de luchtvaartmaatschappij geen aanspraak op hetverkrijgen van dezelfde slotreeksen voor het eerstvolgende vergelijkbareseizoen. De Nederlandse slotcoördinator (ACNL) heeft een procedure eneen methodiek vastgesteld (in de beleidsregel «Policy Rule Slot allocationin case of exceedance of historic right») die door hen zal wordentoegepast op het moment dat er minder slotreeksen beschikbaar zijn danwaar historische aanspraak op kan worden gemaakt. De Kamer is op27 februari 2023 geïnformeerd over de beleidsregel slotreductie vanACNL.6 Deze beleidsregel voldoet aan de basisbeginselen van slotallo-catie, waaronder non-discriminatie, en is daarmee van toepassing op alleluchtvaartmaatschappijen die opereren van en naar Schiphol.9.Deze leden hebben met veel interesse de uitspraak van de rechterin de civiele procedure die de stichting Recht op Beschermingtegen Vliegtuighinder (RBV) tegen de Staat heeft aangespannengevolgd. Zij lezen dat de Staat binnen een jaar het Luchthavenver-keersbesluit (LVB 2008) moet handhaven. Hoe verhoudt dezerechterlijke uitspraak zich tot de eerder gedane uitspraak overhet opschorten van anticiperend handhaven? De Minister heeftdeze eerdere uitspraak naast zich neergelegd in verband met drukvan de Verenigde Staten en de Europese Commissie en het gevolgdat direct krimpen naar 460.000 vliegtuigbewegingen tegenmondiale verdragen in zou gaan.De rechtbank Den Haag heeft op 20 maart 2024 vonnis gewezen in deciviele procedure tussen RBV en de Staat. In dit vonnis wordt ookingegaan op de eerdere kortgeding procedure tussen KLM c.s./IATA e.a.en de Staat, inzake het beëindigen van het anticiperend handhaven en hetvaststellen van de experimenteerregeling. In deze procedure heeft hetgerechtshof Amsterdam in hoger beroep geoordeeld dat er geen grondenzijn om de Staat te verbieden de voorgenomen maatregelen vast testellen. Tegen het arrest van het hof is cassatie ingesteld. Eerder is aan deKamer gemeld dat het kabinet heeft besloten tot het opschorten van hetspoor 1 van het Hoofdlijnenbesluit Schiphol (beëindigen van anticiperendhandhaven), in ieder geval totdat de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan inde cassatieprocedure.7 De uitspraak van de Hoge Raad wordt in hettweede kwartaal van 2024 verwacht. Hierna kan het kabinet een nieuweafweging maken.In het vonnis van 20 maart 2024, in de civiele procedure tussen RBV en deStaat, komt de rechtbank Den Haag tot het oordeel dat de Staat onrecht-matig handelt door niet de juiste, door het Europees Verdrag voor deRechten van de Mens, vereiste belangenafweging te maken. Hierbij draagtde rechtbank de Staat op om binnen twaalf maanden de geldende wet- enregelgeving te handhaven. Zoals aangegeven in de brief van 20 maart6Kamerstukken II 2022/23, 29 665, nr. 458.7Kamerstukken II 2023/24, 29 665, nr. 488.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10635 20248, wordt het vonnis op dit moment bestudeerd en zal het ministeriezich beraden op de betekenis hiervan. De Kamer wordt hier zo spoedigmogelijk nader over geïnformeerd.10.Hoe verhoudt de uitspraak van woensdag 20 maart 2024 zich totEuropese en internationale afspraken? Kan de Minister na dezeuitspraak wél eigen keuzes maken in het handhaven van het LVB2008 en de capaciteit aanpassen? Voor deze leden staat vooropdat de omwonenden zo snel mogelijk hun rechtspositie hersteldzien.Het oordeel van de rechtbank is helder: er is meer aandacht nodig vooromwonenden, als onderdeel van een onderbouwde belangenafweging.Met het Hoofdlijnenbesluit Schiphol van 24 juni 2022 wordt er gewerktaan een bijbehorende nieuwe balans tussen de luchthaven Schiphol enhaar leefomgeving9. Zoals in het antwoord op vraag 9 aangegeven, wordthet vonnis op dit moment bestudeerd. De Kamer wordt zo spoedigmogelijk nader geïnformeerd hierover.D66-fractie11.De leden van de D66-fractie lezen dat de Europese Commissiebesloten heeft het wijzigingsvoorstel Slotverordening over hetmandaat van de huidige Commissie heen te tillen, maar dat ditniet formeel gecommuniceerd is. Is er inmiddels officieelbesloten tot uitstel van het herzien van de Slotverordening? Derapporteur gaf eerder aan dat er geen urgentie wordt gevoeld omde Slotverordening te herzien. Geldt dit ook voor de Nederlandseinzet? Zo ja, hoe verhoudt dit zich tot de ambitie om zelf beter tekunnen sturen op de uit te geven slots in het kader van geluids-overlast, duurzaamheid en netwerkkwaliteit?Vanwege aflopende termijn van de huidige Commissie wordt op kortetermijn geen wijzigingsvoorstel verwacht. Zoals in de Kamerbrief van7 november 2023 aangegeven, blijft de Nederlandse inzet ten aanzien vande geplande herziening slotverordening ongewijzigd, zo ook op de inzetom te kunnen sturen op duurzaamheid (waaronder geluidsoverlast) ennetwerkkwaliteit.10BBB-fractie12.De leden van de BBB-fractie lezen in de brief Reactie op hetrapport «Herziening EU Slotverordening» dat waterstof alsduurzaam alternatief voor brandstof wordt benoemd. Deze ledenvragen waarom SAF niet wordt meegenomen in deze brief alsduurzaam alternatief voor brandstof. SAF is niet in grote hoeveel-heden beschikbaar, maar kan wel toegevoegd worden aan deenergiemix in de luchtvaart om alsnog de CO2-uitstoot teverminderen.De rapporteur van de Kamer op de Slotverordening ging in zijn rapportspecifiek in op de rol van waterstof. De energiemix is geen onderdeel vande Slotverordening. In de reactie op het rapport is daarom alleen8Kamerstukken II 2023/24, 29 665, nr. 495.9Kamerstukken II 2021/22, 29 665, nr. 432.10Kamerstukken II 2023/24, 31 936, nr. 1130.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10636 ingegaan op de specifiek gestelde vragen. Het kabinet erkent het belangvan duurzame luchtvaartbrandstoffen, ofwel SAF (Sustainable AviationFuel). Het opschalen van SAF is een van de speerpunten van het beleidom de luchtvaart te verduurzamen.RijbewijsrichtlijnNSC-fractie13.De leden van de NSC-fractie denken dat behoud van de al jarengeldende vrijstelling voor het C-rijbewijs voor elektrischebestelwagens kan bijdragen aan een betrouwbare overheid en devergroening van transport. Kan de Minister bij bespreking van ditonderwerp aandacht vragen voor de ontstane situatie inNederland, en begrip vragen voor een verlenging van de gedoog-constructie met de vrijstelling voor het C-rijbewijs na 1 juli 2024?Dit tegen de achtergrond dat de vrijstelling bij invoering van devierde Rijbewijsrichtlijn permanent in de wet kan wordenvastgelegd.De rijbewijsrichtlijn is niet geagendeerd voor de aankomende informeletransportraad. Ik zet me sinds het uitkomen van het voorstel11 in maart2023 in Brussel in voor een zo duurzame en handhaafbaar mogelijkeoplossing voor het besturen van alternatief aangedreven voertuigen tot4.250 kg met rijbewijs B in de vierde Rijbewijsrichtlijn. De inzet van hetkabinet vindt u terug in het BNC-fiche12 en in de eerdere inbreng in deTransportraad.13 De Raad en het Europees Parlement hebben inmiddelshun positie ten aanzien van het Commissievoorstel voor de vierdeRijbewijslijn vastgesteld. De triloog-onderhandelingen zullenwaarschijnlijk pas na de Europese Parlementsverkiezingen plaats gaanvinden. Daarnaast vindt er momenteel op hoog ambtelijk niveau overlegplaats tussen mijn ministerie en de Europese Commissie om te onder-zoeken of, en op welke wijze we binnen het bestaande Europese kadervoortgang kunnen vinden met betrekking tot de besproken vrijstelling.Vergroening TransportGroenLinks-PvdA-fractie14.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zien op maritiem gebiedgraag een uitbreiding van het Emission Trade System (ETS) naaralle schepen: grote, kleine en werkschepen. Er is geen redelijketechnische reden om dit niet te doen. De Nederlandse offshore-sector laat zien dat het kan. In tegenstelling tot de uitrol vanbijvoorbeeld laadinfrastructuur voor het wegverkeer zijn dezeleden van mening dat de uitrol van infrastructuur voor alterna-tieve brandstoffen voor de luchtvaartsector geheel door de sectorzelf moet worden gedragen en dat voor de aanleg ook bindendeafspraken gemaakt moeten worden. Dat dit leidt tot kostenver-hoging en daarmee een daling van de vraag is heel redelijk en eenwelkom neveneffect.Het ministerie deelt de visie van de fractie van GroenLinks-PvdA op hetgebied van uitbreiding ETS naar grote, kleine en werkschepen en zal zich11COM(2023) 127.12Kamerstukken II 2023/24, 22 112 nr. 3648.13Kamerstukken II 2023/24, 21 501–33, nr. 1046.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10637 hiervoor in EU-verband blijven inzetten. Over de uitrol van infrastructuurvoor alternatieve brandstoffen voor de luchtvaartsector zijn al (bindende)afspraken gemaakt. De Europese ReFuelEU-verordening bevat eenverplichting voor luchthavens om de toegang tot SAF en waterstof tefaciliteren. De Europese AFIR-verordening vereist daarnaast dat vlieg-tuigen uiterlijk 2030 op de grond voorzien worden van elektriciteit voor devoorzieningen aan boord. Voor de grondgebonden activiteiten van deburgerluchtvaart, zoals het vervoer van bagage, passagiers en vracht, is inde Luchtvaartnota 2020–2050 het doel opgenomen dat die activiteiten in2030 geen CO2 meer mogen uitstoten. De luchtvaartsector betaalt in hogemate voor de huidige infrastructuur. Voor nieuwe infrastructuur voorwaterstof en elektriciteit wordt gebruik gemaakt van Europese fondsen.Het Ministerie van IenW heeft zich gecommitteerd aan het doel om deluchtvaart te verduurzamen en kijkt ook, in lijn met het bestaande beleid,naar opties om de verduurzaming te subsidiëren.NSC-fractie15.De leden van de NSC-fractie ondersteunen de aansporing van deEuropese Commissie aan de Minister om acties te ondernemen,om de transitie naar duurzame luchtvaart te ondersteunen.Belangrijk zijn ook het Europese emissiehandelssysteem (EU-ETS)en ReFuelEU Aviation met daarin de bijmengverplichting. Is deMinister bereid zich in de Transportraad uit te spreken voor eenhogere Europese ambitie met betrekking tot bijmenging vanduurzame vliegtuigbrandstof (SAF) in 2030? En kan de Ministerook een eventuele btw op vliegtickets, accijns op kerosine en eenafstandsafhankelijke vliegbelasting voor intercontinentalevluchten aan de orde stellen?Het kabinet heeft de afgelopen jaren herhaaldelijk ingezet op een hogereEuropese bijmengverplichting. Dankzij die inzet is een bijmenging van 6%in 2030 afgesproken, waar de Commissie eerder 5% had voorgesteld. DeReFuelEU-verordening is eind 2023 vastgesteld en wordt dit jaar nationaalgeïmplementeerd. In 2027 vindt de eerste periodieke evaluatie vanReFuelEU plaats, waarbij Nederland de Commissie kan verzoeken om tebestuderen of ambitieuzere doelstellingen haalbaar zijn.Het kabinet is geen voorstander van btw op vliegtickets in verband metzeer complexe uitvoering. Wel zet het kabinet in op de accijns op kerosine.De kerosine-accijns ligt, met name vanwege de vereiste unanimiteit in deRaad, al bijna drie jaar op tafel in het kader van de herziening van deRichtlijn energiebelastingen (ETD) in het Fit for 55-pakket. In die onderhan-delingen spreekt Nederland zich positief uit over de kerosine accijns.Een (Europese) afstandsafhankelijke vliegbelasting is nu niet aan de orde.Eerder zijn varianten van onder meer een afstandsafhankelijke vliegbe-lasting genoemd in het kader van het bouwstenentraject voor een beteren eenvoudiger belastingstelsel waarover de Kamer op 25 maart jl. isgeïnformeerd.14 Een keuze voor beleidsmatig onderzoek naar eventuelevervolgopties is aan een nieuw kabinet.14Kamerstukken II 2023/24, 21 501-33, nr. 1046.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10638 Actieve mobiliteitNSC-fractie16.De leden van de NSC-fractie hebben met belangstelling kennisge-nomen van de positieve Nederlandse inzet op het thema actievemobiliteit en fietsen, waaronder de Fietsverklaring en de inzet opverbetering van de fietsinfrastructuur en de verbondenheid vanhet fietsnetwerk. Deze leden onderstrepen het belang van actievemobiliteit voor de gezondheid, bereikbaarheid en leefbaarheid.Kunnen de Minister en Staatssecretaris bij bespreking van ditonderwerp ook aandacht vragen voor de modaliteit lopen, endaarbij de positieve effecten van de City Deal Ruimte voor lopenbetrekken?Ja, de Minister zal bij de bespreking van dit onderwerp tijdens deaankomend informele bijeenkomst van transportministers ook aandachtvragen voor de modaliteit lopen, en daarbij de positieve effecten van deCity Deal Ruimte voor Lopen betrekken.D66-fractie17.De leden van de D66-fractie zijn zeer te spreken over hetonderwerp «cycling, from declarations to actions» dat op devoorlopige agenda staat. Deze leden moedigen de oproep omfietsen beter te faciliteren, integreren en stimuleren in deklimaatopgave aan. Zij lezen dat de inzet vergelijkbaar is met dehuidige Nederlandse inzet op actieve mobiliteit. Op welke manierkan Nederland met zijn leidende mondiale positie van de fiets-sector andere lidstaten stimuleren? Hoe vertalen de opgavenwaar Nederland nog voor staat, zoals het realiseren van een fietsvoor iedereen en het stimuleren van de fiets alswoon-werkverkeer, zich naar de Europese opgave? Op welkemanier zetten de Minister en Staatssecretaris zich in om dezedoelen in Nederland én in Europa te realiseren? De Commissieheeft eerder aangegeven de fietsverklaring te laten ondertekenendoor de Raad. Wanneer staat het verlenen van steun door de Raadgepland? Verwachten de Minister en Staatssecretaris hierbij nogbezwaren van andere lidstaten? Op welke manier worden deactiepunten die de Commissie hierbij heeft gemarkeerd in hetvizier gehouden? Moet Nederland nog aangeven op welke manierhet toewerkt naar het realiseren van de zeventien actiepunten?Met de Europese Fietsverklaring wordt fietsen binnen de EU op de kaartgezet als een volwaardige modaliteit. De Fietsverklaring is een inspan-ningsverplichting en de Commissie ontwikkelt nog een monitoringssyste-matiek. Naar verwachting kan het in deze vorm op breed draagvlakrekenen bij de EU-lidstaten. Het voornemen vanuit de Commissie is om deEuropese Fietsverklaring op woensdag 3 april a.s. tijdens de informeleTransportraad te laten ondertekenen.De verklaring bevat acht verschillende speerpunten. De Nederlandsefietsambities zoals o.a. verwoord in de IenW Fietsambitie ’22–’2515 zijngoed te vertalen naar deze speerpunten. Zo kunnen de Nederlandseprogramma’s «CityDeal Fietsen voor Iedereen» en het programma«Doortrappen» als voorbeeld gezien worden van het «bevorderen van15Kamerstukken II 2021/22, 31 305, nr. 362.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10639 inclusieve, betaalbare en gezonde mobiliteit» in de Europese fietsver-klaring. Daarnaast kan het programma «Fietsambassadeurs» alsvoorbeeld gezien worden van het «ontwikkelen en versterken vanfietsbeleid» door in te zetten op het gebruik van de fiets bijwoon-werkverkeer.Nederland zet zich op verschillende manieren in om deze doelen inNederland en in de EU te realiseren, bijvoorbeeld door actieve kennis-deling om de fietsomstandigheden in andere landen te verbeteren.Nederland is covoorzitter van de pan-Europese werkgroep over fiets16 enneemt actief deel aan de fietsexpertgroepsessies van de Commissie.17Bovendien ontvangt Nederland, via de Dutch Cycling Embassy, jaarlijksvele inkomende delegaties.SpoorweginfrastructuurPVV-fractie18.De leden van de PVV-fractie constateren dat de Staatssecretariseen kritische houding aanneemt ten aanzien van het gebruik vangeharmoniseerde sociaaleconomische prioriteitscriteria voor decapaciteitsverdeling op het spoor. Deze leden zijn verheugd metdat standpunt en vragen de Staatssecretaris dan ook om tijdensde onderhandelingen te eisen dat het Nederlandse spoor ondergeen enkel beding onderdeel wordt van de (Europese) markt-werking.Het recente voorstel van de Europese Commissie voor een verordeninginzake het gebruik van spoorweginfrastructuur capaciteit in de gemeen-schappelijke Europese spoorwegruimte beoogt een betere benutting vande beschikbare capaciteit op het Europese spoorwegnetwerk. DeNederlandse regering zet zich tijdens de onderhandelingen in conform deNederlandse positie uitgewerkt in het BNC-fiche, dat op 27 oktober 2023aan de Tweede Kamer is gestuurd18. De inzet van het kabinet is dat eenlidstaat voldoende instrumenten moet hebben om de beleidsmatiggewenste optimale benutting van de capaciteit op het netwerk tebevorderen. In het geval van schaarste, zoals in Nederland het geval is,dient er voldoende ruimte te zijn voor het uitvoeren van openbaredienstcontracten / vervoerconcessies. Overigens is sinds 2016 sprake vaneen Europees juridisch kader over marktordening via het vierdespoorpakket.GroenLinks-PvdA-fractie19.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het verbeterenen versterken van het internationaal spoorvervoer van grootbelang en net als de Staatssecretaris zien zij dit als een groteprioriteit voor de werkagenda van de nieuwe EuropeseCommissie. Deze leden vinden het echter te gemakkelijk om hetnu door te schuiven naar de volgende Europese Commissie. Dezeleden vragen de Staatssecretaris om ook voor de korte termijn16Pan-Europese werkgroep is genaamd Transport Health and Environment Pan-EuropeanProgram, kortweg THE PEP.17Fietsexpertgroep (Expert Group on Urban Mobility), kortweg EGUM. Onder EGUM vallenmeerdere subgroepen, waarvan subgroep 5 zich inzet voor actieve mobiliteit.18Kamerstukken II 2023–2024, 22 112, nr. 3822.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 106310 het verbeteren van het internationaal spoorverkeer actief tebevorderen.De Europese Commissie heeft internationaal spoorvervoer hoog op deagenda staan. Dat blijkt uit onder meer de ambities en uitwerking van deGreen Deal en de verschillende voorstellen om de interoperabiliteit teverbeteren, zoals onder meer voor passagiersrechten. Gelet op deuitdagingen bij het stimuleren van internationaal spoorvervoer tenaanzien van verschillende belangen per stakeholder en per lidstaat, zie ikhier ook een belangrijke regierol voor de Europese Commissieweggelegd. Ondertussen werk ik met het werkprogramma InternationaalSpoor19 aan verschillende verbeteringen om Nederland per spoor beter teverbinden met buurlanden en de rest van Europa. De versnelling van deIC Berlijn en de start van de Drielandentrein zijn hier voorbeelden van.Tevens werk ik aan verdere intensivering van beleid voor internationaalspoorvervoer, waarbij ik definitieve keuzes wel aan het nieuwe kabinetlaat.20.Treinreizigers die de grens over willen, lopen nog steeds aantegen grote belemmeringen bij het vinden van goede verbin-dingen en bij het eenvoudig boeken van tickets. Al jaren wordthet wegnemen van deze belemmeringen zowel door de Neder-landse regering als door de Europese Commissie als belangrijkestap gezien in het kader van het verduurzamen van het Europeesreizigersverkeer. Delen de Staatssecretaris de zorgen dat het voorreizigers nog steeds niet eenvoudig is om een internationaalticket te boeken? Wie bijvoorbeeld van Nederland naar Rome metde trein wil reizen, kan niet op een eenvoudige manier op eenwebsite een ticket boeken, terwijl die reiziger wel binnen eenpaar minuten online een vliegticket heeft kunnen aanschaffen. Isde Staatssecretaris het met deze leden eens dat er zeer spoedigeen gelijker speelveld moet komen tussen trein- en vliegverkeer,zodat reizigers niet omwille van het feit dat er simpelweg geenticket te vinden is dan maar voor het vliegtuig kiezen?Ik deel de analyse dat het verre van eenvoudig is om een internationaalticket te kopen voor de trein en onderken dat het een hele belangrijkeverbetering voor de reiziger zou zijn als tickets eenvoudiger te verkrijgenzijn. Om dit te verbeteren, is het belangrijk dat er op EU-niveauvoorwaarden voor integrale tickets en technische standaarden wordenvastgesteld en dat alle vervoerders, zowel bestaande als nieuwevervoerders, bereid zijn deze te omarmen. Gelet op de aard van ditvraagstuk zie ik een belangrijke regierol voor de Europese Commissiehierop en betreur dan ook dat voorstellen voor MultiModal DigitalMobility Services (MDMS) hiervoor voorlopig vertraagd blijken, mededoor verschillende percepties over hoe dit te bereiken. Ondertussen is deinzet van Nederland wel om dit onderwerp te blijven agenderen op deEuropese agenda, onder meer via het International Rail PassengerTransport Platform. Tevens zet ik, binnen de wettelijke nationale enEuropese kaders, in op spoedige implementatie van de Ticketing RoadMap van de Community of European Railway and InfrastructureCompanies (CER) waar NS zich ook aan gecommitteerd heeft en wordtgewerkt aan initiatieven als de MaaS-pilot in Limburg. In het kader van hetAirRail verkennen de betrokken partijen de mogelijkheden voor multi-modale tickets.19Kamerstukken II 2022–2023, 29 984 nr. 994.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 106311 21.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen wat nu preciesde redenen zijn waarom er tot op heden nog steeds geenEuropees ticketsysteem is. Wat is er de afgelopen vijf jarenconcreet door lidstaten gedaan om een dergelijk systeem teintroduceren? Wat zijn op de korte termijn de concrete stappendie gezet moeten worden om dit te bewerkstelligen? Is deStaatssecretaris bereid om zich tijdens de komende Trans-portraad actief in te zetten voor het afspreken van een concretedatum wanneer een dergelijk ticketsysteem operationeel dient tezijn? Zo nee, waarom niet?Net als u had ik graag meer voortgang gezien bij het realiseren vanintegrale ticketing. Het vraagstuk van integrale ticketing is een combinatievan het afspreken van technische standaarden, die iedereen gebruikt, enhet vaststellen van voorwaarden waaronder informatie ten behoevehiervan gedeeld kan worden. Op beide punten zijn belangrijke stappengezet afgelopen jaren, onder meer met Europese initiatieven om te komentot standaardisatie. Vanwege de uiteenlopende belangen op dit dossier,ook juist in internationaal verband, zie ik een belangrijke regierol bij deEuropese Commissie waar het gaat om die standaarden en deafdwingbaarheid.Over de EU standaarden (uitvoeringsverordening Technische SpecificatiesInteroperabiliteit Telematica) verwacht ik besluitvorming door deEuropese Commissie in tweede helft van dit jaar.Op dit moment is er geen indicatie wanneer de Europese Commissie hetvoorstel voor MDMS zal uitbrengen. Ik zal in de Transportraad aandringenop afronding van het EU regelgevend kader voor internationale railticketing en op maatregelen (zoals innovatie) die spoedige implementatiedoor de sector ondersteunen.22.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat uit deimpactscan van de Verordening spoorcapaciteit blijkt dat deNederlandse partijen overwegend positief staan tegenover hetvoorstel en erkennen dat de uitkomst sterk afhankelijk is van deverdere uitwerking. Wat zijn, zo vragen deze leden, nu deconcrete stappen hoe hiermee verder wordt omgegaan? En wat isde inzet van de Staatssecretaris om ervoor te zorgen dat deverordening bijdraagt aan het verbeteren en aanjagen van hetinternationaal spoorvervoer en tegelijkertijd waarborgt dat deNederlandse binnenlandse vervoersconcessie op een adequatewijze kan worden uitgevoerd op het druk bereden spoornetwerk?Kan de Staatssecretaris verder ingaan op de te verwachtenverdere planning ten aanzien van de onderhandelingen enimplementatie?Het kabinet zet zich tijdens de onderhandelingen over het recente voorstelvan de Europese Commissie voor een verordening inzake het gebruik vanspoorweginfrastructuur capaciteit in de gemeenschappelijke Europesespoorwegruimte in conform de Nederlandse positie uitgewerkt in hetBNC-fiche, dat op 27 oktober 2023 aan de Tweede Kamer is gestuurd.20 Deinzet van het kabinet is dat een lidstaat voldoende instrumenten moethebben om de beleidsmatig gewenste optimale benutting van decapaciteit op het netwerk te bevorderen zodat er voldoende ruimte is voorhet uitvoeren van openbare dienstcontracten/vervoerconcessies. Dit kan20Kamerstukken II 2023–2024, 22 112 nr. 3822Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 106312 o.a. door verheldering van het door de Commissie voorgesteldeinstrument van strategische richtsnoeren van de lidstaten. Om hetinternationaal spoorvervoer te faciliteren is internationale afstemmingover het instrument van strategische richtsnoeren van belang. Hier zetNederland op in. Dit wordt momenteel besproken in de Raad, zie hiervoorook het antwoord op vraag 25 van de NSC-fractie.Het Belgisch voorzitterschap streeft naar een Algemene Oriëntatie in deTransportraad van juni 2024. Het Europees Parlement heeft op 12 maart2024 een akkoord in eerste lezing bereikt. Na de Europese verkiezingen zalhet Europees Parlement hierover verder onderhandelen. Het moment vaninwerkingtreding hangt af van de uitkomst van de onderhandelingentussen de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Raad. DeEuropese Commissie stelt 1 januari 2026 als datum van inwerkingtredingvan de verordening voor, met getrapte inwerkingtreding van een aantalartikelen en volledige implementatie per dienstregeling 2030.23.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen tot slotaandacht voor de problemen die momenteel spelen bij de reedsbestaande internationale treinverbindingen. Regelmatig valleninternationale ICE- en Nightjet-treinen tussen Nederland,Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk (gedeeltelijk) uit, omdat ermateriële beperkingen zijn. Hierdoor vallen treinen uit ofontbreken treinstellen. Is de Staatssecretaris het met deze ledeneens dat dit niet goed is voor het vertrouwen van de reizigers inhet internationale treinverkeer? Klopt het, zo vragen deze leden,dat één van de problemen in dit kader is dat er op zichzelf welvervangend materieel is, maar dat deze treinstellen vaak nietgeschikt zijn om op het Nederlandse spoor te kunnen en/ofmogen rijden? Wat doet de Staatssecretaris – samen met devervoerders en infrabeheerders – om deze problemen zo spoedigmogelijk te verhelpen?NS heeft afgelopen jaren met name in de zomerperiode maatregelengenomen om de drukte te beheersen, die mede was ontstaan doorproblemen met het materieel. Zowel voor de ICE als voor de IC Berlijnwordt de inzet van nieuw materieel voorzien in de komende jaren,waarmee naar verwachting van de vervoerders voldoende geschiktmaterieel voorhanden zal zijn. Voor de nachttreinen wordt gebruikgemaakt van multicourante locomotieven, die inzetbaar zijn in meerderelanden. Zo kan een meer robuuste dienstregeling gereden worden. Eenaandachtspunt bij de inzet van nieuw of vervangend materieel is detoelating. Ieder land heeft daarbij eigen beveiligingssystemen enspecifieke eisen, wat dit complex maakt.Ik sta in nauw overleg met de vervoerders over de internationaleverbindingen, onder meer ook over de instroom van nieuw materieel.Daarnaast zijn de vervoerders gehouden aan Europees vastgestelderechten van de reiziger21 in geval van vertragingen en annuleringen.VVD-fractie24.De leden van de VVD-fractie delen de kritische kanttekening diede Staatssecretaris maakt met betrekking tot de mogelijknegatieve impact van het huidige voorstel op de contracten vooropenbare diensten en vervoerconcessies. Deze leden vragen de21Verordening (EU) 2021/782.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 106313 Staatssecretaris om nadere informatie hoe deze negatieve impacteruit zou kunnen zien. Ook stellen zij de vraag met welkeargumenten de Staatssecretaris haar inzet, om de capaciteit voorhet binnenlands vervoer zeker te stellen, onderbouwt.Naar aanleiding van het voorstel van de Commissie heeft Ecorys eenimpactstudie uitgevoerd. Deze bevat een kwalitatieve impactanalyse,waarvan de uitkomsten tevens met de Kamer zijn gedeeld22. Uit deanalyse blijkt dat een negatieve impact op de vervoerconcessies, in hetgeval van schaarse capaciteit zoals in Nederland, kan bestaan uitmogelijke verdringing door vervoerders die vergelijkbare treindiensten inopen toegang aanbieden. De voorgestelde strategische richtsnoeren vande lidstaten zijn een instrument om de capaciteit voor het binnenlandsespoorvervoer zeker te stellen. De inhoud en het effect hiervan zijnafhankelijk van de uitkomst van de onderhandelingen.NSC-fractie25.De leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van devoortgang van de onderhandelingen over de spoorwegcapaciteiten de resultaten van de impactstudie. Kan nader worden geduidwelke zaken met mogelijk grote impact in het voorstel nogonvoldoende zijn uitgewerkt? In welke mate interfereert ditvoorstel met de nieuwe concessie aan de NS 2025–2033?Momenteel wordt in Europa onderhandeld over het recente voorstel vande Europese Commissie voor een verordening inzake het gebruik vanspoorweginfrastructuur capaciteit in de gemeenschappelijke Europesespoorwegruimte. De uiteindelijke duur en uitkomst van deze onderhande-lingen is nu nog ongewis. Het is nog niet duidelijk hoe de nationalebevoegdheden in de strategische richtsnoeren door de lidstaten wordenuitgewerkt. Evenmin is duidelijk hoe de Europese uitvoeringsregelgevingwordt opgesteld noch hoe de gezamenlijke Europese kaders van dekoepel van infrastructuurbeheerders (ENIM) voor capaciteitsmanagement,verkeersmanagement en prestatiemonitoring worden uitgewerkt.Om te voorkomen dat Europese regelgeving de Nederlandse spoordienst-verlening in de weg staat, is de inzet van het kabinet dat een lidstaatvoldoende instrumenten moet hebben om de beleidsmatig gewensteoptimale benutting van de capaciteit op het netwerk te bevorderen. In hetgeval van schaarste, zoals in Nederland het geval is, dient er voldoenderuimte te zijn voor het uitvoeren van openbare dienstcontracten/vervoerconcessies. Afhankelijk van de duur en de uitkomst van deonderhandelingen en de datum van inwerkingtreding kan dit voorstelimpact hebben op de uitvoering van de nieuwe concessie in het geval vanschaarse capaciteit en de mogelijke aanwezigheid van open toegangvervoerders die vergelijkbare diensten aanbieden.22Kamerstukken II 2023–2024, 21 501–33, nr. 1059Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 106314
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.