KamerkringInloggen
← Onderzoeken

document · 7 okt 2026 · Tweede Kamer

Tweeminutendebat Versterking decentraal bestuur (CD 9/9) (ongecorrigeerd)

Brontekst

Versterking decentraal bestuur Voorzitter: Van Campen Versterking decentraal bestuur Aan de orde is het tweeminutendebat Versterking decentraal bestuur (CD d.d. 09/09). De voorzitter: Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Versterking decentraal bestuur. Er zijn vier sprekers van de zijde van de Kamer. Allereerst geef ik het woord aan mevrouw Huizenga voor haar inbreng namens D66. Mevrouw Huizenga (D66): Dank u wel, voorzitter. Als we grote uitdagingen in Nederland willen aanpakken, dan moeten we dat samen met medeoverheden doen. De minister zet de puntjes op de i van een samenwerkingsagenda, een plan om niet één of twee, maar tien of twintig jaar vooruit te kijken. Dat zei de premier daarover op het VNG-congres. Dat maakte wel nieuwsgierig. Voorzitter. In het debat heb ik ook een ander thema aan de orde gesteld. Het decentraal bestuur staat namelijk steeds meer onder druk door intimidatie en agressie. Daarover dien ik de volgende motie in. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de regering de strafrechtelijke aanpak Veilige Publieke Taak beter wil monitoren en werkt met een lijst met beroepsgroepen in het aangiftemodel; overwegende dat afzonderlijke aandacht voor decentrale bestuurders en volksvertegenwoordigers de politie en het OM meer inzicht kan verschaffen in hoe de veiligheid en aanpak rond deze doelgroep zich ontwikkelt; verzoekt de regering decentrale politieke ambtsdragers afzonderlijk op te nemen in de beroepsgroepenlijst van politie en Openbaar Ministerie; verzoekt de regering te verkennen of, net als voor landelijke politici, jaarlijks gerapporteerd kan worden over meldingen, strafbare zaken en afdoening rond bedreiging van decentrale politieke ambtsdragers, zonder nieuwe administratielasten op te werpen, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Huizenga. Zij krijgt nr. 47 (33047). Mevrouw Huizenga (D66): Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan meneer Vermeer namens de BBB. De heer Vermeer (BBB): Voorzitter. Een dorp zonder ontmoetingsplek verliest zijn hart. Ouderen verliezen hun wekelijkse koffie, jongeren hun vereniging en vrijwilligers de plek waar ze hun gemeenschap bij elkaar houden. BBB wil dat je postcode niet bepaalt welke kansen en voorzieningen je hebt. Gelukkig heeft deze Kamer begin dit jaar onze motie gesteund met daarin het verzoek om de kosten van het Nationaal Programma Vitale Regio's in kaart te brengen en het benodigde geld beschikbaar te stellen, zodat inwoners merken dat hun regio meetelt. Een aangenomen motie is geen vrijblijvende suggestie, maar een opdracht aan de regering. Wat heeft de minister daarmee gedaan? Zijn de kosten bekend? Wanneer komt het geld beschikbaar en wanneer merken inwoners dat er iets verandert in hun dorp? Voorzitter. Op de voorgestelde begroting voor volgend jaar staat voor dit programma nul euro. Nul! Hoe rijmt de minister dat met de uitspraak van deze Kamer? Ondertussen kondigt de minister wel 200 miljoen euro aan voor een Gemeenschapsfonds tot en met 2031. Wordt dat geen sigaar uit eigen doos? Want hoe verhoudt die steun zich tot de extra jaarlijkse lasten voor verenigingen, kerken, scholen, dorps- en buurthuizen, als de teruggaaf van de energiebelasting verdwijnt? Kan de minister die bedragen naast elkaar zetten? Wat houden onze gemeenschappen onder de streep daadwerkelijk over? Met de ene hand geld geven en met de andere hand de energierekening verhogen: daar blijft geen dorpshuis van open en wij willen dat steun ook echt steun is. Voorzitter, nog één motie. De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat ook waterschapsbestuurders een goede opleiding en ondersteuning verdienen; verzoekt de regering de subsidieregeling voor beroeps- en belangenverenigingen van decentrale politieke ambtsdragers ook open te stellen voor representatieve verenigingen van waterschapsbestuurders, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer. Zij krijgt nr. 48 (33047). De heer Vermeer (BBB): Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Boelsma-Hoekstra namens het CDA. Gaat uw gang. Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA): Dank u wel, voorzitter. Geen motie van onze kant, wat u denk ik zal verheugen. In het commissiedebat hebben we gesproken over de Uitvoeringstoets Decentrale Overheden, de UDO. De eilandentoets hebben we bij de kop gehad en de door de heer Vermeer regelmatig genoemde plattelandstoets. De minister wil niet een onbeperkt aantal toetsen en de Kamer vindt dat zij niet genoeg zicht heeft op het resultaat van de UDO-toets. Voorzitter. Ik kan op zich uit de voeten met de toezegging van de minister om de UDO veel explicieter te benoemen in de memorie van toelichting, maar dan moet dat ook wel daadwerkelijk gaan gebeuren. Ik wil wel kunnen zien wie er betrokken waren, wat de uitkomsten zijn en wat daarmee gedaan is. Daar ga ik de minister aan houden, en zo niet, dan kom ik volgend jaar alsnog met een motie. Dus dat wachten we rustig af. De voorzitter: Laten we hopen van niet. Dank u wel. Een interruptie van meneer Vermeer. Gaat uw gang. De heer Vermeer (BBB): Wat vindt mevrouw Boelsma dan van die plattelandstoets? Moet die wel of niet gebeuren wat haar betreft? Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA): Ik heb zelf de eilandentoets genoemd en u noemt de plattelandstoets. Volgens mij heeft de minister aangegeven dat hij het lastig vindt om daar losse toetsen voor te ontwikkelen. Ik wil het in de opbouw doen. Ik wil starten met een betere Uitvoeringstoets Decentrale Overheden en kijken hoe bijvoorbeeld ook het platteland en de eilanden daar uit komen. Maar het kan zijn dat dat niet tot tevredenheid stemt en dat we dan toch nog eens met de minister in gesprek moeten of we beter kunnen borgen hoe beleid dat hier ontwikkeld wordt, gaat landen in wat ik maar even "de regio" noem, het platteland. Ik wil het dus in de opbouw doen, maar ik snap uw zorg omtrent de plattelandstoets. Ik heb die zorg ook omtrent de eilandentoets. Ik denk dat we stapsgewijs moeten kijken waar we uitkomen met de minister. De voorzitter: Tot slot. De heer Vermeer (BBB): Mevrouw Boelsma-Hoekstra moet toch erkennen dat een toets op decentrale overheden wat anders is dan een plattelandstoets? Op het platteland leven immers veel meer mensen en zijn er veel meer instituties dan alleen decentrale overheden. Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA): Ja, dat klopt, maar ik denk dat het van belang is dat er gekeken wordt naar de specifieke situatie. Ik kom zelf uit de regio en ik vind het van belang dat, als er vanuit hier beleid wordt ontwikkeld, er gekeken wordt wat voor gevolgen dat heeft voor het platteland. Dat is op dit moment onvoldoende geborgd. Ik hoop dat de minister dat beter gaat meenemen in die Uitvoeringstoets Decentrale Overheden. Als het onvoldoende is, wil ik graag met u in gesprek over hoe we dat beter kunnen borgen. Ik denk dat we het op dit punt meer dan eens zijn, de heer Vermeer. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan meneer Clemminck. Hij spreekt namens JA21, als laatste spreker van de zijde van de Kamer. De heer Clemminck (JA21): Dank u wel, voorzitter. Wij toetsen wat af, maar de ultieme toets is volgens mij gewoon een Kameruitspraak. Voorzitter. In het commissiedebat hebben we het gehad over het budgetrecht, een van de belangrijkste rechten van deze Kamer. De regering kan geen uitgaven doen zonder vooraf een mandaat te hebben opgehaald bij de volksvertegenwoordiging hier in dit huis. Datzelfde budgetrecht hebben gemeenteraden, onze collega's decentraal. Daar gaat wat mis op het moment dat de Wet gemeenschappelijke regelingen het mogelijk maakt dat een meerderheid van het algemeen bestuur van die gemeenschappelijke regeling een inwonersbijdrage vaststelt die ingaat tegen de wens van de gemeenteraad. Toch moet die gemeente gaan dokken. Dat is ondemocratisch en brengt mij tot de volgende motie. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling bij meerderheid van stemmen de begroting kan vaststellen ondanks een negatieve zienswijze van een deelnemende gemeenteraad; overwegende dat verhogingen van gemeentelijke bijdragen rechtstreeks gevolgen hebben voor de financiële ruimte en de beleidskeuzes van de gemeenten; overwegende dat dat een inbreuk en beperking is op het wettelijke budgetrecht van de raad en een beperking is van de lokale democratie; verzoekt de regering om bij het opstellen van de aangekondigde visie op regionale samenwerking te bezien hoe het budgetrecht van gemeenteraden bij gemeenschappelijke regelingen kan worden versterkt en welke aanpassingen van het huidige stelsel daarvoor nodig zijn, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Clemminck. Zij krijgt nr. 49 (33047). De heer Clemminck (JA21): Dank u wel. De voorzitter: Veel dank. Ik schors zeven minuten. Daarna gaan we naar de beantwoording van de minister. De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. De voorzitter: Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister. Minister Heerma: Voorzitter. Een drietal moties en nog een enkele vraag. Ik begin bij de motie op stuk nr. 47, van de D66-fractie, in het kader van de afzonderlijke kwalificatie van decentrale politieke ambtsdragers. Ik begrijp de achtergrond van deze motie. Het is belangrijk dat aangiftes van lokale bestuurders en volksvertegenwoordigers voortvarend worden opgepakt. Waar de motie toe oproept, een afzonderlijke beroepenlijst voor lokale bestuurders ten behoeve van politie en OM, valt echter onder de portefeuille van de minister van Justitie en Veiligheid. Ik zou het verzoek willen doen om deze motie aan te houden. Ik zal dan de minister van Justitie en Veiligheid vragen om hier schriftelijk op te reageren en om op de motie in te gaan. De voorzitter: Heeft u het dan over een appreciatie voor de stemmingen? Tot die tijd aanhouden? Minister Heerma: Het verzoek is om de motie aan te houden. De voorzitter: Tot aan de stemmingen, zodat er vanuit het kabinet, vanuit de minister, een appreciatie kan komen? Minister Heerma: Nee, tot aan het moment dat de brief van de minister van Justitie en Veiligheid. Ik kan nu niet zeggen of die er dan al is. De voorzitter: Ik sta één vervolgvraag toe. U heeft natuurlijk ook al een commissiedebat gevoerd. Mevrouw Huizenga (D66): Kunt u inschatten wanneer die brief ongeveer komt? Minister Heerma: Dat heb ik op dit moment, in die zeven minuten schorsing, niet kunnen doen, maar die valt onder de minister van Justitie en Veiligheid. Het verzoek is om 'm aan te houden, zodat hij er schriftelijk op in kan gaan. De voorzitter: Bent u bereid om de motie op stuk nr. 47 aan te houden? Mevrouw Huizenga (D66): Daar ben ik toe bereid. Dank u wel. De voorzitter: Op verzoek van mevrouw Huizenga stel ik voor haar motie (33047, nr. 47) aan te houden. Daartoe wordt besloten. De voorzitter: We gaan naar de motie op stuk nr. 48. Minister Heerma: De motie op stuk nr. 48, van de heer Vermeer, gaat over de waterschapbestuurders. Daar is in het commissiedebat ook over gesproken. Deze zou ik het oordeel "ontijdig" willen geven. Ik ben hierover in overleg met de minister IenW. Sommige verenigingen bieden al mogelijkheden aan waterschapsbestuurders om deel te nemen aan opleidingen. De minister van IenW is in gesprek met beroeps- en belangenverenigingen om dit mogelijk te maken. De voorzitter: Ook dat vereist dan eigenlijk de vraag of de Vermeer bereid is om de motie aan te houden. Dat is hij niet. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 48 het oordeel "ontijdig". Minister Heerma: Dan de motie op stuk nr. 49 van de heer Clemminck. Iets over de overweging, en dan over het dictum. Ik wil wel duidelijk aan verwachtingsmanagement doen. Wat mij betreft is het onwenselijk dat één deel van de deelnemers uit een gemeenschappelijke regeling eenzijdig een begroting zal kunnen blokkeren of aanpassen, omdat dat de continuïteit van dienstverlening en taakuitvoering in gevaar kan brengen. Tegelijkertijd vraagt de motie mij om hier aandacht aan te besteden in de gesprekken en in de brief die ik heb toegezegd rondom regionalisering. Met dit verwachtingsmanagement en nu ik heb aangegeven wat ik niet zou willen, zou ik de motie wel oordeel Kamer willen geven, met de volgende toelichting over de spanning die de motie legt tussen de gemeenschappelijke regeling en het budgetrecht van de raad. De WGR regelt de voorwaarden waaronder decentrale overheden samenwerken. Daarin wordt vanuit de WGR een balans gezocht tussen democratische controle en de realisatiekracht voor maatschappelijke opgaven. Ik zal het vraagstuk dat deze motie aansnijdt, betrekken bij de brief die ik voor het einde van het jaar heb toegezegd over de positie van de regio in het bestuurlijke stelsel. Dit element zal ook meegenomen worden in de evaluatie van de WGR, die ik medio volgend jaar verwacht. Indien deze motie wordt aangenomen, zal ik dit in beide meenemen. Maar ik vind ook — volgens mij hebben we het daar in het commissiedebat ook over gehad — dat er wel degelijk een vraagstuk is over waarom er regels zijn bij gemeentelijke en gemeenschappelijke regelingen. Ik ben niet voornemens om dat zomaar eenzijdig op te heffen. De voorzitter: Meneer Clemminck, één vervolgvraag. De heer Clemminck (JA21): Ik kan de uitleg van de minister prima volgen. Ik erken overigens de continuïteit van de gemeenschappelijke regelingen. Het gaat mij vooral over de verhoging, wat volgens mij tot een explicietere uitspraak van de gemeenteraad moet leiden, niet zozeer tot een verlaging of het uitstappen. Minister Heerma: Ik heb de caveat gemaakt die ik gemaakt heb. Tegelijkertijd wil ik het, als deze motie wordt aangenomen, wel meenemen in de brief die ik voor het einde van het jaar stuur en ook in de evaluatie van de WGR, die volgend jaar komt. Daarom geef ik 'm ook oordeel Kamer. De voorzitter: Met die interpretatie krijgt de motie op stuk nr. 49 oordeel Kamer. Volgens mij had u ook nog een beantwoording … Nee, mevrouw Boelsma-Hoekstra, we gaan niet op elkaars moties interrumperen. U heeft toch ook al een commissiedebat met elkaar gevoerd? Minister Heerma: Daarin is hier ook uitgebreid over gesproken. De voorzitter: Precies. U had volgens mij nog wel een vraag te beantwoorden, minister. Minister Heerma: De heer Vermeer vroeg nog iets over het NPVR. Ik heb toegezegd dat ik hierop in zal gaan in de eerstvolgende brief over het NPVR, die ik begin 2027 ga sturen. We zijn op dit moment met elf regio's werk aan het maken van uitvoeringsagenda's. Die zijn mede gebaseerd op de plannen voor de regio's waaraan wordt gewerkt. Ik zeg dus toe dat we hier verder op ingaan in de brief die ik begin 2027 zal sturen en dat ik daarmee ook invulling zal geven aan de min of meer gelijkluidende moties van de heer Vermeer en mevrouw Bikker. De voorzitter: Bent u daarmee aan het einde gekomen van uw beantwoording? O, de heer Vermeer heeft één vervolgvraag. De heer Vermeer (BBB): Neemt de minister in zijn antwoord dan ook mijn vraagstellingen mee over de voorgenomen maatregelen voor de energiebelastingkorting bij alle niet-huishoudens, dus bij scholen, dorpshuizen, kerken, sportverenigingen et cetera? Anders mis ik nu namelijk nog een antwoord. Minister Heerma: Ik zal even moeten kijken waar ik over ga en waar ik niet over ga, maar er zat ook een link met het gemeenschapsfonds. Over het gemeenschapsfonds heb ik net een brief gestuurd, waarin ik ook verwijs naar de NPVR-regio's. Ik zal er, via die kant van de vraag van de heer Vermeer, aandacht aan besteden. De voorzitter: Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter: De stemmingen zijn op 13 oktober. Ik schors heel kort voor het tweeminutendebat Gezond en veilig werken. De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Versie 9d4093098215e8072f6d300951cc435e043505faf47427bc2f3608f5d54df8f8 · Officiële bron.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 79fe62b47de0bbf2

12 okt 2026 · bad8d362efbcfca8

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.