Onderzoeksrapport Nivel 'Onderzoek naar collectieve zorgverzekeringen'
Brontekst
Versie 99966829c1cfe907 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 689Herziening ZorgstelselNr. 1267 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 9 oktober 2024Met deze brief bied ik uw Kamer een onderzoek van het Nivel naarcollectiviteiten op de zorgverzekeringsmarkt aan. Daarnaast wil ik uwKamer graag informeren over mijn voornemen om de communicatierondom de premie van postale en digitale zorgpolissen gelijk te trekkendoor aanpassing van artikel 17, lid 7 van de Zorgverzekeringswet (Zvw).Verder is op 4 juni jl.1 aan uw Kamer een informatiekaart van de Neder-landse Zorgautoriteit (NZa) aangeboden, met daarin onder andereinformatie rondom collectiviteiten. De NZa heeft mij echter laten wetendat op basis van recente inzichten is gebleken dat de informatiekaart van4 juni jl. foutieve cijfers bevatte rondom collectiviteiten in 2024. Daarom isals bijlage een nieuwe versie van de «Informatiekaart zorgverzekeringen2024» opgenomen, met daarin de juiste cijfers.Onderzoek naar collectiviteitenVerzekerden kunnen voor hun zorgverzekering lid worden van eencollectiviteit. Bekende voorbeelden van collectiviteiten zijn werkgeverscol-lectiviteiten en gemeentepolissen. Het idee van een collectiviteit is datzorgverzekeraars voor een specifieke groep verzekerden gerichte(zorg)inhoudelijke afspraken kan maken. Tot 1 januari 2023 mochtenzorgverzekeraars een korting op de premie van de basisverzekeringaanbieden aan verzekerden die lid waren van een collectiviteit. Dezecollectiviteitskorting op de basisverzekering is afgeschaft, omdat dedoelstelling van deze korting niet werd waargemaakt. De doelstelling wasdat bespaard kon worden op de (zorg)kosten door de gemaakte afsprakenen dat die besparing aan verzekerden uit de collectiviteit kon wordenteruggegeven. In plaats daarvan werd de korting echter bekostigd dooreen opslag op de premie en vond er kruissubsidiëring tussen verzekerdenbinnen en buiten het collectief plaats. Dit betekent dat verzekerden buiten1Zie Kamerstuk 29 689, nr. 1252. kst-29689-1267ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 12671 het collectief meebetaalden aan de korting van verzekerden binnen hetcollectief.Aangezien de gemiddelde collectiviteitskorting van bijvoorbeeld eengemeentepolis vrij laag was, leidde dit ertoe dat sociale minima via depremieopslag meebetaalden aan de hogere collectiviteitskortingen voorstudenten en werknemers. Dat was ongewenst. Bovendien droeg hetgrote aantal collectiviteiten niet bij aan een overzichtelijk polisaanbodvoor verzekerden.Bij de afschaffing van de collectiviteitskorting heeft mijn ambtsvoorgangertoegezegd de ontwikkeling van het aantal collectiviteiten2 en het aantal(zorg)inhoudelijke afspraken te monitoren.3 Daarnaast verzocht de motievan het lid Paulusma c.s.4 om: (1) zorginhoudelijke afspraken te monitorenen hierbij ook te betrekken in hoeverre bewezen effectieve preventie- enleefstijlprogramma’s onderdeel uitmaken van collectieve verzekeringen en(2) in gesprek te gaan met gemeenten, werkgevers en zorgverzekeraars enin kaart te brengen welke alternatieve instrumenten er mogelijk zijn omzorginhoudelijke afspraken tussen verzekeraars en collectiviteiten tebevorderen ten bate van inclusief, maar niet beperkt tot, mensen met eensociaal minimuminkomen.Om uitvoering te geven aan de toezegging en de motie van het lidPaulusma c.s. heb ik onderzoeksbureau Nivel gevraagd onderzoek te doennaar collectiviteiten. In de bijlage vindt u de resultaten van dit onderzoek.Hiermee beschouw ik de toezegging en motie afgedaan.Onderzoeksvragen en resultaten van het Nivel-onderzoekHet onderzoek van het Nivel focust op de volgende onderzoeksvragen:1.Hoe ziet het aanbod collectiviteiten en de deelnamegraad er in 2024uit?2.Wat is de ontwikkeling in het aantal (zorg)inhoudelijke afspraken bijcollectiviteiten?3.In welke mate en op welke wijze hebben zorgverzekeraars, werkge-vers en gemeenten de afgelopen jaren (zorg)inhoudelijke afsprakengecontinueerd, al dan niet via collectiviteiten?Er zijn verschillende onderzoeksmethoden gebruikt om deze vragen tebeantwoorden. Zo heeft het Nivel data van de NZa rondom collectiviteitengeanalyseerd, is een vragenlijst uitgezet onder zorgverzekeraars encollectiviteiten5 en hebben er interviews plaatsgevonden met driezorgverzekeraars, drie gemeenten en een werkgever.Het aanbod van collectiviteiten en de deelnamegraadIn 2024 zijn er in totaal circa 39.600 collectiviteiten. Dit aantal is deafgelopen jaren gedaald, want in 2023 waren er nog circa 44.600collectiviteiten. Vanaf 2016 is het aantal collectiviteiten met bijna 40procent gedaald, want in dat jaar waren er nog circa 64.200 collectivi-teiten. In 2024 is ongeveer 55 procent van de Nederlandse bevolking lidvan een collectiviteit. Ook hier is een afname zichtbaar, want in 2023 wasongeveer 57 procent van de bevolking lid van een collectiviteit en in 20162Zie Kamerstuk 29 689, nr. 1199, voor cijfers rondom het aantal collectiviteiten en de deelname-graad in 2023.3Zie Kamerstuk 35 872, nr. 6.4Zie Kamerstuk 35 872, nr. 12.5In totaal is de vragenlijst door 15 zorgverzekeraars ingevuld. Daarnaast hebben 29 collectivi-teiten een vragenlijst ingevuld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 12672 ongeveer 67 procent. Werkgeverscollectiviteiten zijn nog steeds degrootste categorie collectiviteiten: bij circa 79 procent van de collectivi-teiten gaat het om een werkgeverscollectiviteit en circa 4,65 miljoenverzekerden zijn lid van een werkgeverscollectiviteit.Het gemiddeld aantal deelnemers aan een collectiviteit is gestegen van177 in 2016 tot 248 in 2024.Ontwikkeling van het aantal (zorg)inhoudelijke afsprakenHet onderzoek laat zien dat bij het overgrote deel van de collectiviteiten(circa 86 procent van de collectiviteiten uit de steekproef waarvoor debetreffende vraag uit de vragenlijst is ingevuld) (zorg)inhoudelijkeafspraken zijn gemaakt voor de basisverzekering. Bij vrijwel alle collectivi-teiten zijn afspraken gemaakt voor de aanvullende verzekering.6 Deafspraken verschillen tussen verschillende soorten collectiviteiten enrichten zich vaak op de doelgroep van de collectiviteit. Het gaat bijvoor-beeld om afspraken over een gezonde leefstijl, vitaliteit, de premie-inning,de service van een zorgverzekeraar en het voorkomen van wanbetaling.Volgens zorgverzekeraars maken preventie- en leefstijlprogramma’s deeluit van circa 60 procent van de collectiviteiten. Zorgverzekeraars gevenaan dat een groot deel van deze programma’s ook bewezen effectief is.Wanneer een zorgverzekeraar heeft aangegeven dat het gaat om eenbewezen effectief programma, is het Nivel op de website van LoketGezond Leven7 nagegaan of dit ook volgens deze website het geval is. Ditblijkt voor circa 40 procent van de programma’s zo te zijn. Dit betekentoverigens niet dat dit voor de andere 60 procent per definitie niet hetgeval was. Vaak ging het hier over een overkoepelende naam of themavan de interventie die door de zorgverzekeraar was opgegeven in devragenlijst, waardoor het niet mogelijk was om op de website van LoketGezond Leven na te gaan of sprake was van een bewezen effectiefprogramma.Zowel zorgverzekeraars als collectiviteiten geven aan dat (zorg)inhoude-lijke afspraken na de afschaffing van de collectiviteitskorting over hetalgemeen zijn gecontinueerd. Naast collectiviteiten hebben zorgverzeke-raars, gemeenten en werkgevers nog andere instrumenten ingezet om degezondheid en het welzijn van mensen te bevorderen. Deze instrumentenzijn voor de gehele doelgroep toegankelijk en niet alleen voor degenen dielid zijn van een collectiviteit. Gerichte interventies op basis van eenvragenlijst over vitaliteit onder werknemers, een app voor mindfulness enonline leefstijl coaching zijn voorbeelden die hierbij zoal genoemd zijn.ReactieDe collectiviteitskorting op de basisverzekering is per 1 januari 2023afgeschaft, omdat de doelstelling van deze korting niet werd waarge-maakt. In uw Kamer leefden echter wel zorgen over de gevolgen van dezeafschaffing voor de voorzetting van de (zorg)inhoudelijke afsprakentussen zorgverzekeraars en collectiviteiten. Het onderzoek van het Nivellaat zien dat deze afspraken ook in de afgelopen jaren over het algemeenzijn voortgezet. Aanvullend op collectiviteiten hebben zorgverzekeraars,gemeenten en werkgevers instrumenten ingezet op de gezondheid en6Zorgverzekeraars mogen nog wel een korting op de premie van de aanvullende verzekeringaanbieden.7De website www.loketgezondleven.nl is de website van het RIVM waar erkende leefstijfinter-venties worden verzameld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 12673 welzijn van de gehele doelgroep te bevorderen. Ik moedig partijen aan omdergelijke initiatieven voort te zetten.Gelijktrekken premiebekendmaking postale en digitale polissenUit artikel 17, zevende lid, van de Zorgverzekeringswet (Zvw) volgt datzorgverzekeraars premiewijzigingen die op 1 januari in moeten gaan,uiterlijk 12 november van het voorafgaande jaar aan iedere verzekerdemededelen. Met «mededelen» bedoelt de wet zowel «de premie op dewebsite bekend maken» als «een mededeling sturen aan elke verzekerde».Dat kan schriftelijk of digitaal. Voor digitale communicatie is instemmingvan de verzekerde nodig. De afgelopen jaren zijn er zorgverzekeraars metpolissen op de markt gekomen waarbij diensten vooral digitaal aange-boden worden en waarbij vrijwel alle verzekerden hebben ingestemd metdigitale communicatie. Postbezorging kost enige dagen, terwijl digitalecommunicatie nauwelijks tijd kost. Het gevolg van de huidige regel in deZvw is dat zorgverzekeraars met een aanzienlijk aantal verzekerden metwie schriftelijk moet worden gecommuniceerd, hun premie eerder moetenvaststellen dan verzekeraars die vooral digitaal kunnen communiceren.Verzekeraars met veel verzekerden die per post geïnformeerd willenworden (vaak een oudere en kwetsbaardere groep) hebben hierdoor eenconcurrentienadeel ten opzichte van verzekeraars die bijna uitsluitenddigitaal met hun verzekerden communiceren (vaak een jonge endigi-vaardige groep). Hierdoor ontstaat een ongelijk speelveld tussenzorgverzekeraars. Hier ondervinden de mensen die verzekerd zijn bij eenzorgverzekeraar die veel verzekerden via de post moet informeren nadeelvan.Met ZN en de NZa ben ik tot de conclusie gekomen dat het wenselijk isom dit probleem op te lossen. Daarom bereid ik een wetswijziging voor,die ertoe leidt dat zorgverzekeraars uiterlijk op 12 november de nieuwepremies bekend moeten maken op hun website. En dat zij vervolgensuiterlijk 19 november verzekerden informeren over de nieuwe premies. Opdeze manier wordt het gelijke speelveld hersteld: omdat de zorgverzeke-raars nog een week na 12 november hebben om schriftelijke medede-lingen op de deurmat van hun verzekerden te krijgen, hoeven zorgverze-keraars die veel brieven moeten versturen hun premie niet eerder vast testellen dan hun meer digitaal werkende concurrenten. Verzekerden dieschriftelijk geïnformeerd willen worden, ontvangen hun premiebrievenmaximaal een week later dan momenteel het geval is. Naar mijninschatting levert dit geen probleem of nadeel op voor verzekerden,omdat zij een keuze voor een zorgverzekering in de praktijk pas indecember maken. Het maakt dan niet uit of ze de mededeling van denieuwe premie uiterlijk op 12 november of 19 november ontvangen. Enwie de premie direct op 12 november wil weten, kan terecht op de websitevan de zorgverzekeraar of desgewenst telefonisch contact opnemen. Welontstaat er door het gelijke speelveld een voordeel voor de verzekerdendie op dit moment verzekerd zijn bij een zorgverzekeraar die veelverzekerden via de post moet informeren.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,M. AgemaTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 12674
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.