KamerkringInloggen
Kamerstuk

Ontwikkelingen rondom verspreiding coronavirus

5 mrt 2020 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie f6510d30b1661e57 · officiële bron

7Ontwikkelingen rondom verspreidingcoronavirusAan de orde is de voortzetting van het debat over de ont-wikkelingen rondom de verspreiding van het coronavirus.De voorzitter:Wij gaan verder met het debat over de ontwikkelingenrondom de verspreiding van het coronavirus. Wij zijn toe-gekomen aan de antwoorden van de minister voor Medi-sche Zorg. Het zou misschien helpen als de minister aan-geeft hoe hij zijn betoog opbouwt, in verband met deinterrupties, maar ook in verband met de planning. Hetwoord is aan de minister.De beraadslaging wordt hervat.Minister Bruins:Voorzitter. Ik wil de volgende volgorde aanhouden. Ik maakgraag een inleidende opmerking. Daarna zal ik bij een aantalonderwerpen komen waarover veel vragen van de zijdevan de Kamer zijn gesteld. Dat zal ik doen in zes blokjes.Een. De publieke informatie. Twee. De fase waarin wij nuzitten en de ontwikkelingen daarna. Drie. Het vraagstuk vande zorgcapaciteit. Vier. De persoonlijke beschermingsmid-delen. Vijf. Het mapje internationaal. Zes. Het mapje varia.De voorzitter:Oké.Minister Bruins:Eerst maak ik graag een paar opmerkingen vooraf. Wijspreken vandaag over de ontwikkelingen rondom hetcoronavirus. De mensen die daar ziek van geworden zijn,die nu thuis zitten en naar dit debat kijken, wens ik beter-schap. Ik wil graag proberen om vanmiddag aan u, maarook aan heel Nederland, nadere informatie te geven dieons weer een stap verder brengt in de kennis over deinformatie, de voorbereidingen en de werkzaamheden diesamenhangen met de uitbraak van het coronavirus.Wij hebben te maken met een nieuw virus. Daarmee staanwij voor een unieke situatie. Veel artsen, laboratoria, GGD,RIVM en andere experts zijn ongelofelijk hard bezig om datcoronavirus in te dammen. Ik heb heel veel respect voorhet werk dat zij verzetten. Dus naast de aandacht en debeterschapswens voor de mensen die thuis zitten, wil ikook mijn dank uitspreken in de richting van al die zorgver-leners, al die professionals die zich helemaal een rotjewerken op dit moment.Vorige week donderdag is de eerste besmetting met hetcoronavirus in Nederland bevestigd. Inmiddels zijn er 38besmettingen in Nederland. Het lijkt mij van belang om bijde stappen die wij zetten ons steeds te baseren op de des-kundigheid van partijen. Het RIVM is vandaag veelgenoemd, maar voorafgaand aan het RIVM heeft het Out-break Management Team — sorry, ik heb nog geen betereNederlandse benaming — waar heel veel verschillendemedische deskundigen deel van uitmaken en waar ik straksiets uitgebreider over zal zijn, het RIVM gevoed met infor-matie.Als wij spreken over het coronavirus, is natuurlijk gauw devraag of wij de goede maat en schaal aanhouden voor onzemaatregelen. Er zijn symptomen van het coronavirus. Veelmensen krijgen dan griepachtige klachten, vaak alleen mildeklachten, maar het coronavirus kan ernstiger klachten ver-oorzaken dan griep. Een belangrijk verschil is dat mensenin de samenleving nog geen weerstand tegen het virushebben opgebouwd. Dat maakt iedereen vatbaar voorbesmetting en dat heeft ook gevolgen voor de zorgcapaci-teit. Dat is het ongewisse. Daarbij past ook dat wij steedsop basis van voortschrijdend inzicht onze informatie moetenaanpassen.Mijn eerste inleidende opmerking gaat over publieksinfor-matie. Ik wil heel graag het publiek heel goed informeren.Dat is niet eenvoudig, want de ontwikkelingen volgen elkaarsnel op. Ik denk toch dat wij moeten inzetten op het voorzienin de informatiebehoefte. Dat doen wij middels een paarwebsites. Twee belangrijke websites zijn: rivm.nl en rijks-overheid.nl. Op beide sites staat ook een telefoonnummer.Wij zullen dat telefoonnummer morgen ook via krantenpubliceren. Heel veel mensen kunnen informatie lezen. Voormensen die willen bellen, is er het telefoonnummer 0800-1351. Ik vind dit van belang. We hebben in de afgelopendagen ook de capaciteit opgeschaald, waardoor de wacht-tijden die er aan het begin van deze week waren, zijnteruggebracht. Dat is heel belangrijk. Voor beide websitesgeldt dat de informatie steeds wordt aangepast; somsgebeurt dit meerdere malen per dag. Dat maakt het somsook moeilijk om antwoord te geven op vragen als: ja, maartoen stond er dat op de site en nu staat er dit op de site. Ditgebeurt op basis van voortschrijdend inzicht. Het is wel vanbelang om dit te melden. Eén van die opmerkingen is bij-voorbeeld afgelopen zondagmiddag gemaakt. We zeideneerst: meldt u zich telefonisch bij de huisarts als u eencombinatie heeft van koortsklachten, kuchklachten ofluchtwegaandoeningsklachten en afkomstig bent uit eenrisicogebied, dus Noord-Italië, China, Zuid-Korea, Singaporeof Iran. Op zondagmiddag hebben wij in de persconferentiegemeld dat mensen moeten thuisblijven als ze uit het risi-cogebied komen en last hebben van milde luchtwegklach-ten, en zich pas bij de huisarts hoeven te melden als daarlater koorts bij komt. Een van de redenen hiervan was omde druk bij de huisartsen weg te halen; dat is vanmiddagook een belangrijk onderwerp. Daar komen we straks nognader op terug. Ook dit informatienummer helpt natuurlijkom een aantal vragen weg te halen, opdat men niet met dehuisarts belt.De voorzitter:Ik zie u staan, mevrouw Sazias, maar ik wil toch kijken ofde minister klaar is met zijn inleidende woorden.Minister Bruins:Nee, dat is nog niet zo. Voorzitter, als u het mij toestaat, wilik een tweede opmerking maken.De voorzitter:Ja.60-7-15 maart 2020TK 60Ontwikkelingen rondom verspreidingcoronavirusTweede Kamer Minister Bruins:Die gaat over de fasen die wij nu onderscheiden bij hetcoronavirus. Sorry dat dit zo beleidsmatig klinkt, maar ikdenk dat er behoefte is om te proberen een paar fasen teonderscheiden. De eerste fase was dat Nederland nog geencoronabesmette patiënten kende. We konden in dat stadiumvoorbereidingen treffen, zoals het aankondigen van hygië-nemaatregelen, het klaarmaken van informatievoorzienin-gen en zorgen dat de verschillende betrokken partijen opelkaar ingespeeld raken. Maar sinds vorige week donderdaghebben we inmiddels ook coronapatiënten. Toen was hetde eerste, maar inmiddels zijn het er 38. De verwachting isook dat dit aantal groeit. Zeker in deze eerste fase van deuitbraak, denk ik, denkt het RIVM — ik zeg het RIVM na —dat door de groeiende awareness en het steeds meer krijgenvan inzicht, het aantal patiënten in de komende periodetoeneemt. Van de zijde van de Kamer hebben verschillendevertegenwoordigers laten weten dat we nu in fase één zit-ten. In goed Engels heet dit "containment"; in gewoonNederlands heet dit wat mij betreft "indammen". Het gaatom het treffen van maatregelen om het virus in te dammen.Daar horen maatregelen bij als isolatie, testen, het informe-ren over risicogebieden en dat soort zaken. Voor ons is hetvan groot belang om zo lang mogelijk in deze fase vanindammen te blijven zitten. Het is mogelijk dat wij in eenvolgende situatie geraken; dat noem ik dan maar even fasetwee. Dan gaat het niet meer over indammen, maar dangaat het over het zo beperkt mogelijk houden. Daar zie ikeen kantelpunt. Ik heb daar met het RIVM over gesproken.Dat kantelpunt is afhankelijk van twee ontwikkelingen. Eén:als de GGD niet meer in staat is om uitgebreid contacton-derzoek te doen als die groep te groot wordt. Dit draagt bijaan een kantelmoment. Dat betreft dus de capaciteit vande GGD, maar het hangt ook af van het aantal contactendat moet worden onderzocht. Het andere aspect dat mee-speelt, is als de lijst met risicogebieden, die ik zojuistnoemde, veel langer wordt. De fase van indammen is dante beperkt. We komen dan in een volgende fase. Een nogverder weg gelegen fase is wat "de fase van adaptatie"wordt genoemd. Dan circuleert het virus in Nederland opbrede schaal. We moeten dan maatregelen treffen om zogoed mogelijk om te gaan met de aanwezigheid van hetvirus. Dan worden veel meer mensen ziek en ook ernstigziek. Dan kunnen zorgcapaciteitsvraagstukken nog specifie-ker gaan spelen. Dan moet er ook extra aandacht zijn voorde vraag: hoe organiseren we de zorg voor met name dekwetsbaren in onze samenleving? We hebben geen kalen-dertje dat we kunnen aflopen. Het is niet zo dat ik kan zeg-gen: dit is fase nul en die is dan afgelopen, fase één is danafgelopen en fase twee is dan afgelopen. Ik geef u eenbeetje het kader aan waarbinnen wordt verwacht dat deontwikkelingen plaatsvinden.Dan wilde ik nog een paar inleidende opmerkingen maken.Die gaan over de brief die ik afgelopen maandag overregiocoördinatie heb gezonden, en ik wil een opmerkingover "internationaal" maken. Ik zie mevrouw Sazias staan,maar u gaat over de orde van de vergadering, voorzitter.De voorzitter:Ja, ik zie ook mevrouw Sazias staan. Ik wil het eigenlijk zodoen dat de minister eerst de algemene inleiding afrondt.Dan krijgt u de gelegenheid om vragen te stellen. Maar ubent niet van plan om naar uw stoel terug te gaan?Mevrouw Sazias (50PLUS):Nee. De minister had het over de informatiekanalen. Wijkijken daar ook elke dag op, bijvoorbeeld op de site van hetRIVM.De voorzitter:Daar komt de minister op terug.Mevrouw Sazias (50PLUS):Iedere dag staat daarop zo rond een uur of één de standvan zaken. Nu heb ik net een tweet gezien dat de dagelijkseupdate van vandaag wordt uitgesteld tot later op de dag,omdat er wordt gewacht op een aantal testen. Maar ja, wewachten voortdurend op de uitkomst van testen. Ik ben dusbenieuwd of dat uitstel van de bekendmaking met het debatvan dit moment te maken heeft.Minister Bruins:Daar kan ik geen sluitend antwoord op geven. Wat mijbetreft, wordt de RIVM-informatie dagelijks geüpdatet. Datheb ik met het RIVM afgesproken. Dat doen we dus ookvandaag.De voorzitter:Maar komt u daarop terug? Want het is wel een belangrijkevraag die veel mensen bezighoudt.Minister Bruins:Ja, dat lijkt me prima.De voorzitter:Dan komt de minister daarop terug.Minister Bruins:Ik heb u gezegd dat wij onze werkwijze steeds baseren ophet oordeel van experts en dat ik u continu op de hoogtewil houden. Soms kan dat met Kamerbrieven, soms ookmet technische briefings. Die zijn ook nodig, omdat hetnoodzakelijk is om de medische expertise in bestuurlijkemaatregelen te vertalen. Ik heb de Kamer in de afgelopenweken een stuk of vijftien brieven gestuurd over de ontwik-kelingen rond het coronavirus. Afgelopen maandag zat ereen brief bij die wat uitgebreider was. Daarin ging het metname over de zorgcapaciteit en persoonlijke beschermings-middelen. Ik kom daar later op terug, maar ik heb er eeninleidende opmerking over.Ik zei al dat bij de voorbereiding van de brief rekening isgehouden met adviezen van het OMT, het Outbreak Mana-gement Team. Dat zijn de experts. Daar zitten bijvoorbeeldarts-microbiologen, de Vereniging voor Infectieziekten,natuurlijk het RIVM, bedrijfsartsen en ook andere partijenin. Zij maken een advies dat wordt voorgelegd aan anderepartijen, zoals bestuurders en koepels. Daar zitten bijvoor-beeld de Huisartsen Verenging en de ziekenhuizen in en deveiligheidsregio en thuiszorg zijn daarin vertegenwoordigd.Zij adviseren mij. Ik vertel u dat om te laten zien dat er eenketen is opgebouwd om de verschillende partijen in de zorgte betrekken bij de voorbereiding en het maken van advie-60-7-25 maart 2020TK 60Ontwikkelingen rondom verspreidingcoronavirusTweede Kamer zen als het bijvoorbeeld gaat over zorgcapaciteit en persoon-lijke beschermingsmaatregelen.Over die persoonlijke beschermingsmaatregelen zijn veelvragen gesteld en zo ook over de zorgcapaciteit. Ze kwamenallebei kort in de brief aan de orde. Eén opmerking over dezorgcapaciteit. Op dit moment zit een flink deel van depatiënten in thuisisolatie. Dat betekent dat ze in een omge-ving zitten met heel weinig contacten, misschien soms eenenkele huisgenoot. Ze zitten op een veilige manier in isola-tie. In een aantal situaties is het nodig, omdat mensen meerhebben dan milde klachten, om mensen in het ziekenhuisin isolatie te plaatsen. In de brief van afgelopen maandagheb ik ook geschreven dat ik het advies heb gekregen vanhet OMT om voorbereidende maatregelen te treffen voorwat er meer moet gebeuren als de opvang in ziekenhuizenonvoldoende is. Ik heb aangegeven dat er ordegrootte 250plaatsen op ic's in isolatie beschikbaar zijn. Er zijn natuurlijkveel meer plaatsen in ziekenhuizen beschikbaar, maar hetgaat erom dat niet alleen coronapatiënten de aandachtkrijgen. Er zijn ook andere medisch noodzakelijke ingrependie niet kunnen wachten. Dus de vraag is wat je verder zoukunnen doen als de capaciteit van het ziekenhuis niet toe-reikend is.Het is dus niet een situatie waar we vandaag in zitten. Hetis het doordenken van verder weg liggende maatregelen.In dat kader heb ik genoemd dat ook verpleeghuizengebruikt kunnen worden om capaciteit uit te breiden. Ik wilgraag benadrukken dat het dan gaat om mensen die thansverblijven in een verpleeghuis en dan de zorg nodig hebbendie past bij het coronavirus, bijvoorbeeld door het extratoedienen van zuurstof. Er moet worden gekeken of het insommige plaatsen, in sommige verpleegtehuizen, ookmogelijk is om daar dan de zorg bij de mensen te brengen.Het gaat hier dus niet om het verplaatsen van patiënten.Het gaat er juist om de zorg in het verpleegtehuis bij zo'n,vaak kwetsbare, oudere te brengen. Dat gaat over zorgca-paciteit.Dan een opmerking over de persoonlijke beschermingsmid-delen.De voorzitter:Even op het vorige punt de heer Hijink.De heer Hijink (SP):Er is een hoop onduidelijkheid geweest over het al dan nietin verpleeghuizen plaatsen van mensen die ziek wordendoor het coronavirus. Wat ik niet begrijp is waarom het opzo'n onduidelijke manier in de brief van de minister heeftgestaan. Juist op dit onderwerp moeten we heel duidelijkcommuniceren. Je moet niet willen dat in brieven van deminister of in de berichtgeving het idee wordt gewekt datwe zieke mensen, die het virus hebben, in verpleeghuizengaan stoppen. Dat is natuurlijk wel de indruk die is gewekt.Het heeft ook een hoop onrust veroorzaakt. Ik zou deminister willen vragen om dat niet meer zo te doen en ookom, als hij in de gaten krijgt dat dingen verkeerd wordenopgevat, dat meteen recht te zetten. Ik vraag me af waaromdat niet is gebeurd.Minister Bruins:De informatie over het onderwerp gaat zeer snel. Ik probeersteeds informatie op basis van de laatste inzichten te geven,op allerlei manieren. Ik heb gezorgd dat in ieder geval deKamer de beschikking krijgt over het advies van het OMT,zodat die duidelijkheid wordt gegeven. Daar waar mogelijk— dat is héél breed op dit moment — probeer ik die duide-lijkheid en die precisie wel aan te brengen in de informatie.De heer Hijink (SP):Dat is bijna een antwoord op de vraag. Ik vroeg ook omdingen recht te zetten als blijkt, in de media, bij mensenthuis, dat ze verkeerd zijn aangekomen. Wees niet bang omtoe te geven: dit hebben we op een slechte manier naarbuiten gebracht, we corrigeren dat. Kan de minister dattoezeggen? We komen straks nog over de beschermings-middelen te spreken. Ook daar was het gewoon slordig. Inhet advies van het Outbreak Management Team stond heelnadrukkelijk dat er nu al tekorten zijn aan beschermendemiddelen zoals mondkapjes. In de brief die de ministerstuurde nuanceert hij dat enorm. Dan denk ik: dat is nietslim; je moet open kaart spelen. Heel belangrijk is het omgeen paniek te zaaien, maar je moet wel gewoon altijd bijde feiten blijven en eerlijk informeren. Ik vraag de ministerom dat ook te blijven doen.Minister Bruins:Daar ben ik het zeer mee eens. Het is toch echt de opvolgingvan de snelheid van maatregelen waardoor het moeilijk isom die precies op elkaar af te stemmen. Maar ik ben hethelemaal eens met de heer Hijink dat dat eenduidig en nietvatbaar voor misverstanden moet zijn en blijven. Daar benik het zeer mee eens.De heer Jansen (PVV):Voorzitter, een vraag aan u. Laten we de minister nou zijnbetoog qua inleiding eerst afmaken, of gaan we vragenstellen?De voorzitter:Een heel goede vraag, meneer Jansen.Minister Bruins:Ik ben bijna aan het eind van mijn inleiding.De voorzitter:Dan krijgt u de gelegenheid om te interrumperen. Maar alsiedereen daar gaat staan en de minister stopt met praten,is het voor mij ook lastig. Gaat u verder.Minister Bruins:Die uitnodiging tot praten neem ik dan graag van u aan,voorzitter.Als het gaat om de persoonlijke beschermingsmiddelen,heb ik gisteren overleg gevoerd met GGD en een afvaardi-ging van fabrikanten en leveranciers, met als doel om tekomen tot een gezamenlijke aanpak voor de aanschaf, ver-deling en distributie van persoonlijke beschermingsmidde-60-7-35 maart 2020TK 60Ontwikkelingen rondom verspreidingcoronavirusTweede Kamer len, zeg maar de mondkapjes, met als doel om tot eengezamenlijke aanpak te komen. Daar willen partijen aanmeewerken, maar dat betekent wel dat zorgaanbieders enfabrikanten bereid moeten zijn om hun bestaande reguliereafspraken met leveranciers te doorbreken. Ze moeten dusover hun eigen schaduw heen stappen. Maar we willen hetdus op deze manier doen, waarbij op ROAZ-niveau — erzijn elf Regionale Organen Acute Zorg — in kaart wordtgebracht wat de behoefte is aan mondkapjes en enkeleandere beschermingsmiddelen, specifiek voor de bescher-ming van de zorgprofessionals tegen het coronavirus. Defabrikanten willen daar hun medewerking aan verlenen.Dat betekent dus dat wij als overheid een interventie plegenom te zorgen dat die persoonlijke beschermingsmiddelener zijn, er komen en er blijven en dat we daar de aanpakgoed op orde hebben. Deze aanpak richt zich specifiek opde zorgverleners die verantwoordelijk zijn voor de acutezorg in het kader van de infectieziektebestrijding. Dat gaatdus over de vanmorgen vaak genoemde huisartsen, deGGD's, de ziekenhuizen en de ambulances. Incidenteelkunnen daar andere zorgaanbieders aan worden toege-voegd, zoals de eerder genoemde verpleegtehuizen.De voorzitter:De heer Hijink wil interrumperen, maar ik kijk even naar deminister.Minister Bruins:Ik wil nog een opmerking maken over de internationalesituatie.De heer Hijink (SP):Ik wil graag een punt van orde maken.De voorzitter:Een punt van orde? Vertel.De heer Hijink (SP):Het is nu volstrekt onduidelijk of we nog aan het inleidenzijn, of niet. De minister noemt nu heel veel beschermings-maatregelen die hij gaat nemen, en hij heeft net gezegd datdat allemaal nog terugkomt, maar hij gaat daar in zijninleiding nu al uitgebreid op in. Als de minister gaat inlei-den, beperk het dan tot een inleiding en ga niet alle puntenaf waarover wij juist heel veel vragen hebben.Minister Bruins:Het was mijn oogmerk om een aantal belangrijke puntendie veel aan bod kwamen, te noemen in mijn inleiding.De voorzitter:En straks komt u daar uitgebreider op terug.De heer Hijink (SP):Dan kunnen we daar straks vragen over stellen. Is dat hetplan, voorzitter?De voorzitter:Zeker.Minister Bruins:Mijn laatste inleidende opmerking gaat over de internatio-nale situatie. Wij zullen morgen in Brussel met de collega'sverder spreken over ontwikkelingen rond het coronavirus.Aan de ene kant vind ik het afstemmen van publieksinfor-matie op Europees niveau heel erg belangrijk. Aan deandere kant zijn er elke keer nationale maatregelen diemoeten worden getroffen. Eentje die zeker nog aan bod zalkomen, is het feit dat Nederland een van de eerste landenin Europa was die het reisadvies voor Noord-Italië heeftaangescherpt. Dat betekent dat ook Nederland soms verder-gaande maatregelen wil nemen of eerder maatregelen wilnemen dan sommige andere landen. Morgen zal ookFrankrijk aan bod komen, waar Macron mondkapjes vordert.Ik vind dat een heel slechte werkwijze. Dat spoor moetenwij niet opgaan. Solidariteit is hier van groot belang. Daarga ik straks ook op in.Voordat ik toekom aan het beantwoorden van de vragen,wil ik nog herhalen dat technische briefingen in de komendeperiode noodzakelijk zijn om u vanuit de expertrol, vanuitdie informatiepositie, op de hoogte te brengen. We zulleninformatie blijven aanreiken via het RIVM en rijksover-heid.nl. Het blijft de komende periode echt nog zoeken naarde juiste passende maatregelen.Voorzitter. Daarbij hoort wat mij betreft niet dat er hogeprijzen voor handgel worden gerekend. Ik vind dat dat nietkan, dus ik roep op tot matiging van dat soort prijzen. Erwordt weleens de vraag gesteld: is het nuttig om te gaanhamsteren? Nee, we moeten allemaal gewoon de weekend-boodschappen gaan doen. Het is niet de bedoeling dat wijonrust veroorzaken. Het is belangrijk om in heel Nederlandgoed te informeren en dat wij zelf onze maatregelen, zoalshanden wassen, in acht nemen. We weten dat heel veelmensen gelukkig weer beter worden van het virus. Wemoeten niet de zorg belasten, dus we proberen de drukdaar een beetje vanaf te halen. Het blijft de komende dagen,de komende periode, aankomen op heel precies informeren.Voorzitter, dit was mijn inleiding. Ik heb een aantal mapjesmet vragen verzameld. Het eerste onderwerp gaat overpublieksinformatie. Mevrouw Dik-Faber deed de oproepom informatie begrijpelijk en toegankelijk te maken. Daarben ik het van harte mee eens. Dat is een inspanning, omdater veel betrokken partijen zijn, maar het is belangrijk datrijksoverheid.nl en rivm.nl allebei goed en actueel informe-ren. U hoort daarnaast vele deskundigen op de radio en detv. Ook dan komt het erop aan om de informatie in makke-lijke taal zo goed mogelijk te geven. Ik heb aangegeven datwe morgen met een advertentie komen, zodat het nummerbekend wordt in Nederland.Vanuit verschillende kanten in de Kamer is gevraagd of weniet een dagelijkse corona-update kunnen geven vanuit deoverheid. Wat mij betreft is dat de informatie die elke dagwordt ververst op rivm.nl. Daarnaast is er soms een meerdan dagelijkse update op rijksoverheid.nl.Moet er een speciale lijn worden geopend om Nederlandsebedrijven in het buitenland te helpen? Dat was een vraagvan mevrouw Van den Berg. Of moet er een aparte lijn60-7-45 maart 2020TK 60Ontwikkelingen rondom verspreidingcoronavirusTweede Kamer worden geopend voor het mkb? Ik zou willen verwijzen naarde beide websites. Natuurlijk kunnen bedrijven in het bui-tenland via het contactcenter van Buitenlandse Zaken con-tact houden, dus een apart nummer is niet nodig. Maarhoud wel de reisadviezen in de gaten.Tot slot in dit blokje vroeg mevrouw Ploumen naar devoorlichting aan het publiek. Wordt er gecheckt of dieinformatie vindbaar en begrijpelijk is? Ja. Dat is niet alleeneen verantwoordelijkheid vanuit VWS, maar ook vanuit deandere departementen. Zij wijzen er soms ook op datsommige teksten begrijpelijker kunnen of dat er aanvullingnoodzakelijk is. Dan verbeteren we dat en passen we dataan.Tot zover het blokje publieksinformatie, voorzitter.De voorzitter:Ik zag eerst mevrouw Van den Berg. Ik heb haar een beetjeweggekeken, maar ze komt terug. Ik geef haar het woorden dan krijgt u het woord, meneer Jansen. Mevrouw Vanden Berg.Mevrouw Van den Berg (CDA):De minister zei dat er iedere dag een update is op de web-site, maar dan moet de burger daarnaar zoeken. Ten eersteis niet iedereen even digitaal vaardig om dat te kunnendoen. Er zijn in dit land nog steeds 2,5 miljoen mensen dielaaggeletterd zijn. Vandaar dat we er als CDA voor hebbengepleit dat de minister via het journaal of op een anderewijze iedere dag op een standaardmoment een korte updategeeft. Wat is de stand? Wat was nepnieuws? Waar kunnenmensen met vragen terecht? Er kan dan ook nog even kortworden samengevat wat mensen het beste zelf kunnendoen.Minister Bruins:Die aanpak voor laaggeletterden is een goed en aangelegenpunt. Wij zijn inmiddels met de stichting Pharos in overlegom te kijken of we nadere maatregelen kunnen nemen tenaanzien van de begrijpelijkheid van de informatie. Eendagelijks moment vanuit mij lijkt mij geen noodzaak. Ikverwacht veel van de informatie die vanuit het RIVM wordtaangereikt. Ik heb allereerst toch die informatie nodig.Daaraan zullen wij op alle momenten dat dat nodig is onzeeigen communicatie toevoegen. Dat kan ook meermalenper dag zijn. Dat doen we dan niet in een journaal van ons,maar via radio en televisie. Daar blijven we mee doorgaan.Mevrouw Van den Berg (CDA):Het is prima als het gewoon een standaardmoment is viaradio en televisie, en niet via een eigen tv-zender van hetministerie. Maar heel veel mensen hebben niet eens eencomputer. Daarom vinden wij het wel belangrijk dat dieinformatie er is via radio en tv, en dat dat dus ook in Cari-bisch gebied van toepassing is.Minister Bruins:Maar ik ben geen voorstander van een coronanieuws vanuithet ministerie. Ik ben er wel voor om in de komende periodesteeds waar nodig iedereen in Nederland te informeren.Dat doe ik via de site van het RIVM en via de site van derijksoverheid. Ik wil ook extra aandacht besteden aan debekendheid van dat 0800-1351-nummer.Mevrouw Van den Berg (CDA):Ik ben niet tevreden; laat ik dat vooropstellen. Want ditbetekent toch dat mensen zelf naar die RIVM-site moetengaan of dat nummer moeten bellen. De minister wil ookvoorkomen dat dat nummer overbelast raakt. Daarom wilik dat er wel standaard even een update wordt gegeven,zoals we dat vroeger hadden voor de waterstanden. Of datnou via de NOS is of via NPO Radio, dat doet er niet toe.Minister Bruins:Maar die standaardinformatie zal echt meer dan dagelijksworden uitgebracht als de situatie daartoe aanleiding geeft.Voor radio en televisie geldt natuurlijk ook dat je ze welmoet aanzetten om die informatie te krijgen. Ik wil datNederland goed geïnformeerd is. Daarvoor kan ik het bestede site van het RIVM en rijksoverheid.nl gebruiken, endaarnaast dus het 0800-nummer.Mevrouw Van den Berg (CDA):We gaan het hier niet over eens worden; dat is mijn conclu-sie al. Maar ik wacht nog wel even op antwoord ten aanzienvan de Koninkrijkslanden en de BES-eilanden.Minister Bruins:Daar kom ik straks graag op terug bij het blokje internatio-naal.Mevrouw Van den Berg (CDA):Oké.De heer Jansen (PVV):De minister zei dat dit de afronding was van zijn blokjepublieksvoorlichting. Ik heb toch heel duidelijk gevraagdom scenario's, maatregelen en uitwerking. Bij hoeveelbesmettingen en hoeveel slachtoffers gaan we uiteindelijkwelke stappen zetten? Valt dat bij u niet onder ditzelfdekopje? Het was namelijk wel mijn bedoeling dat we demensen actief aan de voorkant voorlichten over van allesen nog wat. Dan heb ik nog een tweede vraag. Als wemorgen dan toch die advertentie gaan plaatsen met dattelefoonnummer, waarom maken we dan niet gewoon eenheel simpel lijstje met zes stappen, zoals ze in Engelanddoen? Daarin staat onder elkaar welke stappen je moetnemen op het moment dat je denkt dat je misschien dragerbent en besmet bent met het virus. Dat is heel simpel. Zetdat dan in die advertentie. Dan hoeven de mensen ook nietnaar die website te surfen; dan kunnen ze het gewoon zien.Graag een antwoord.Minister Bruins:Bij de publieksinformatie heb ik net gesproken over deverschillende kanalen van informatievoorziening, de wijzewaarop wij mensen willen informeren en de bekendheidvan het nummer. Ik probeer op rijksoverheid.nl alle infor-matie te geven, ook over de ontwikkeling van het virus. De60-7-55 maart 2020TK 60Ontwikkelingen rondom verspreidingcoronavirusTweede Kamer heer Jansen gebruikt daar het woord "scenario's" voor. Ikprobeer verdergaande informatie voor de komende periodeook via rijksoverheid.nl en rivm.nl te geven. Dat is de enevraag. De andere vraag is: waarom doe je het niet zoals inandere landen? Ik denk dat onze informatie uitgebreider enook preciezer is en dat we daarvoor die site op de goedemanier gebruiken.De heer Jansen (PVV):Dan concludeer ik dus dat de minister alleen digitaal of viatelevisie en radio te werk gaat, maar niet op papier. HetCDA zei net ook al dat er mensen zijn die geen computerhebben en die ook graag geïnformeerd willen worden. Eenpapieren publicatie in een advertentie in een krant lijkt mijdus heel wenselijk. Ik kijk ook naar het effect van dit soortvoorlichting naar aanleiding van de vraag die wij gesteldhebben over de 900 studenten van Vindicat. Het nieuws isnet bekend geworden dat zij morgen vervroegd terugko-men. Zij keren preventief eerder terug, omdat ze zich tochzorgen maken. Daarin zie je dus ook het effect. Als je hieractief aandacht aan besteedt en hen hiervan op de hoogtebrengt, komen ze terug. De vraag aan de minister is dus:bent u ook van plan om hier actiever mee om te gaan? Wantdeze mensen zijn nu toch uitgereisd. Ik heb ook gevraagdof u bereid bent om veel sterker stelling te nemen tegenhet uitreizen naar dit soort gebieden.Minister Bruins:Op dat uitreizen kom ik later terug. Die actieve informatie-plicht is precies waar het om gaat. Als ik daarvoor eenpapieren medium moet kiezen, denk ik dat er soms vertra-ging kan optreden in de berichtgeving. Dat is juist preciesde reden waarom ik rijksoverheid.nl zo uitgebreid wilgebruiken, omdat we dan bij machte zijn om snel informatiebij heel Nederland te krijgen. Inderdaad gebruikt nietiedereen een computer. Het gaat wel heel goed met hetgebruik van computers in Nederland, maar het is daaromvan groot belang dat mensen ook kunnen bellen, zodat zeiemand aan de lijn kunnen krijgen en zodat de informatieop rijksoverheid.nl niet alleen schriftelijk maar ook woorde-lijk bekend is. Daarvoor is dat bellen naar dat nummer vanbelang. Daarom gaan we dat nummer ook nog meer aan-dacht geven en de capaciteit daar vergroten, zodat mensenook snel die informatie krijgen en niet een kwartier in dewachtstand hoeven te staan.De heer Jansen (PVV):Afrondend. Ik zie dat de minister met een telefoonnummerwerkt en dat hij digitaal werkt, maar de meest simpele stap,op papier, wil hij gewoon niet zetten. Dat vind ik onbegrij-pelijk, gezien het aantal mensen die wel degelijk gebruikma-ken van die informatiebron. U mist daar een groot deel vande mensen in, zeker ouderen die misschien inderdaad lieverniet digitaal actief zijn, die misschien één keer per dag naarhet journaal kijken en misschien naar andere programma'sdie ze leuk vinden. Maar die mensen lezen ook de krant.Minister Bruins:Zo is het dus ook niet helemaal. Ik heb al gezegd dat dieadvertentie morgen in de krant staat. Als er aanleiding is,kunnen we ook nadere informatie via de krant verspreidenin de zin van advertenties, niet alleen via de redactionelekolommen. Maar ik denk dat de snelheid van de informatieerbij gebaat is om de nadruk te leggen op rijksoverheid.nlen rivm.nl.De heer Van der Staaij (SGP):Ik heb nog een vraag over die websites. Zowel rijksover-heid.nl als rivm.nl wordt genoemd. Heb ik het goed begre-pen dat je in principe alle informatie hebt als je naar de sitevan de rijksoverheid gaat, die ook doorklikmogelijkhedennaar het RIVM heeft? Of zijn er nog aanvullende dingenwaarvoor je alleen op rivm.nl terechtkan?Minister Bruins:Nee, je kunt inderdaad doorklikken van rijksoverheid.nl naarhet RIVM. Dan kom je dus op dezelfde informatie uit. Hetis hier van belang om de informatie zo goed mogelijk bijelkaar te brengen. U weet dat we in de afgelopen wekenveel nadruk hebben gegeven aan rivm.nl. Waarom? Omdathet vooral informatie over de volksgezondheid was. Delaatste week zijn daar natuurlijk veel vragen bij gekomenover mensen die terugkwamen van vakantie en weer aanhet werk gingen. Daarbij gaat het dus om informatie voorwerkgevers en werknemers en ook om informatie voormensen die weer naar school moesten, dus onderwijsinfor-matie. Dat betekent ook dat rijksoverheid.nl een steedsbredere betrokkenheid krijgt van andere departementen.De heer Van der Staaij (SGP):Het lijkt me inderdaad heel nuttig dat je gewoon één sitehebt waar men eigenlijk voor alle vragen terechtkan. Hetging net ook even over de papieren verspreiding. Volgensmij zag ik daar een beweging bij de minister. In eersteinstantie zei hij dat alleen dat nummer zou worden gemeld,maar in het gesprek met de Kamer gaf hij aan de anderekant ook aan dat hij, als er nog andere informatie is dieeigenlijk niet heel erg tijdsgevoelig is, die wat langer geldten die dus aanvullend ook via kranten kan worden gegeven,daar ook voor openstaat. Heb ik dat goed begrepen?Minister Bruins:Dat heeft u inderdaad goed begrepen. De nadruk moet lig-gen op goed en op een eenduidige manier informeren. Daarheeft de heer Hijink net op gewezen en daar heeft hij gelijkin. Soms is het goed om de informatie snel bij Nederlandte brengen. Dan is een site in deze tijd het handigst. Daaromdacht ik dat het prettig is dat mensen daarnaast kunnenbellen, zodat ze die informatie ook kunnen horen. Daarnaastis er aandacht voor mensen die niet lees- of schrijfvaardigzijn. Maar meer algemene informatie, bijvoorbeeld hetherhalen van tips rondom handen wassen, kan inderdaadook schriftelijk gebeuren. Dat zullen we ook doen. Misschienhad ik er te veel de nadruk op gelegd, maar dat zit niet opde actualiteit van de informatie. Dat moet eerst via dewebsite.Mevrouw Diertens (D66):Dank u wel voor dat antwoord. Ik wil toch nog één dingtoevoegen. We willen niet dat het erger wordt. Volgens mijzijn we nu heel goed bezig. Maar het zou best mogelijk zijndat er een update via de televisie moet komen omdat desituatie dat eist. Ik wil heel graag de toezegging hebben dat60-7-65 maart 2020TK 60Ontwikkelingen rondom verspreidingcoronavirusTweede Kamer er dan met een gebarentolk gewerkt gaat worden. Dan hebje een goed bereik voor heel veel mensen. Het kan de paniekwat terugbrengen als er regelmatig op die manier door hetRIVM of door uzelf informatie gegeven wordt.Minister Bruins:Ik vind dat een waardevolle suggestie. Die neem ik graagmee. Onrust willen we bij iedereen voorkomen. Een goedeinformatievoorziening is dus van belang. Ik neem dit graagmee. Ik ben sowieso van plan om u na dit debat op eenaantal vragen die nog niet van een sluitend antwoord kun-nen worden voorzien, per brief te antwoorden. Dan zal ikook deze vraag meenemen.Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):De vraag over de gebarentolk was ook exact mijn vraag. Ikwil de minister meegeven dat ik het goed vind om te horendat hij contact heeft met Pharos over mensen die mindermakkelijk teksten tot zich kunnen nemen. Wellicht kan erook contact worden opgenomen met organisaties voormensen die slechthorend of doof zijn. Tot slot — ik sla detweede helft van mijn interruptie over — is het misschiengeruststellend dat het niet allemaal van de minister afhangt.Mijn ouders, die sinds kort digitaal vaardig zijn, lieten mijweten dat Stichting Welzijn Ouderen in hun woonplaatsgewoon even contact heeft opgenomen met alle ouderenen hen op de hoogte heeft gesteld van waar ze informatiekunnen vinden. Ik zie dat er ook op lokaal niveau heel veelmooie dingen gebeuren en dat organisaties in het welzijns-werk ... Ik vond het een mooi voorbeeld om hier in het debatte noemen. Ik hoop dat ook in andere plaatsen welzijnsor-ganisaties hun verantwoordelijkheid hierin nemen.Minister Bruins:Dat is een mooi voorbeeld. Ik hoop dat er daar veel van zijn.Het voorlezen van websites is ook zo'n mogelijkheid. Wekijken naar meer. Zowel het eenduidig zijn in communicatie,als het actueel zijn van informatie, als daarmee iedereenbereiken zal van groot belang zijn.Mevrouw Sazias (50PLUS):We hebben het nu over informatievoorziening. Ik wil abso-luut niet wantrouwend overkomen, maar ik ben nu tochwel heel erg benieuwd hoe het komt dat de cijfers van hetRIVM juist vandaag, terwijl we dit debat voeren, laterkomen. Wat is hier aan de hand? Er wordt gezegd: wewachten op testen. Maar we wachten voortdurend op testen.Ik ben bang dat als er aan het eind van de middag bijvoor-beeld een significante stijging zou zijn, wij ons hier nietgoed voelen. Dan voelen wij ons hier niet goed geïnfor-meerd. Waarom zijn die cijfers juist vandaag, tijdens ditdebat, verlaat? "We wachten op testen." We wachten dehele dag op testen.Minister Bruins:Eerst op het punt van het aantal testen. De teller stond gis-teren op 38. Ik heb gezegd: we verwachten er echt meer indit stadium van de uitbraak van het coronavirus. U heeftde vraag herhaald. Ik zal zorgen dat ik voor het eind vanhet debat een antwoord kan geven op uw vraag. Ik dachtte weten dat wij elke dag om 16.00 uur de site van het RIVMupdaten. Maar dat ga ik dan even na.Mevrouw Sazias (50PLUS):Tot nu toe was het elke dag zo rond 13.00 uur, 13.30 uur.Vandaar dus mijn ongerustheid.Minister Bruins:Goed, dan ga ik dat eventjes na.De heer Hijink (SP):Niet dat ik er meteen zo bezorgd over ben, maar het isnatuurlijk wel prettig om de actuele informatie te hebbenals we hier het debat voeren. Ik zou er dus ook wel voorstan-der van zijn om daar niet mee te wachten tot het einde vanhet debat, maar om over een kwartiertje even vijf minutente schorsen en daarna dan de meest actuele cijfers te heb-ben. Ik ben het namelijk wel met mevrouw Sazias eens dathet wel heel ongemakkelijk is als er wel een significantestijging is. Of straks komt de minister weer met een briefje,net als bij de NOS, en dat soort fratsen moeten we hier niethebben.Minister Bruins:Kijk, toen we een of twee patiënten hadden, konden we datper patiënt communiceren. Dat hebben we ook tien patiën-ten lang volgehouden. De afgelopen dagen zien we eengroei van het aantal patiënten. Daarom vind ik het handigom één keer per dag een moment te kiezen. Dat lijkt mijheel goed. Ik zal gaan kijken hoe snel ik het feitelijke aantalpatiënten van nu aan u kan melden, en dat doe ik gedurendedit debat.Mevrouw Ploumen (PvdA):Ik aarzel of ik mijn vraag bij het juiste blokje stel, maar ikprobeer het gewoon. We krijgen natuurlijk ook steedsactuele informatie van mensen die vanuit wetenschappelijkoogpunt bekijken hoe de communicatie rondom de uitbraakverloopt. Ik nam net kennis van een onderzoek van eenLeidse politicoloog; geen medicus dus, maar een politico-loog. Hij — het is een hij — suggereert dat er in de commu-nicatie en maatregelen veel meer onderscheid gemaaktmoet worden tussen verschillende groepen mensen diemeer of minder kwetsbaar zijn. Deze wetenschapper sugge-reert dat je misschien geen voetbalwedstrijden moet afge-lasten, maar bridgewedstrijden. Sorry voor alle ouderemensen die niet kunnen bridgen; ik kan het ook niet. Maarhet idee is natuurlijk dat je preciezer moet bekijken welkemaatregel bij welke mate van kwetsbaarheid past. Mijnvraag aan de minister is: wordt er ook langs deze lijnengedacht?Minister Bruins:Wij zijn begonnen met de website van het RIVM. Daaropstond eigenlijk algemene informatie over de volksgezond-heid. We zijn vorige week donderdag of vrijdag gestart oprijksoverheid.nl om precies deze reden. Ik vind het namelijkbelangrijk dat we groepen in de samenleving — scholieren,werknemers, werkgevers — preciezer kunnen adresseren.Mensen die op reis gaan, zijn ook een categorie trouwens.60-7-75 maart 2020TK 60Ontwikkelingen rondom verspreidingcoronavirusTweede Kamer Zo zullen we dat verder moeten verfijnen. Als de corona-uitbraak aanhoudt, denk ik dat we inderdaad steeds meerbehoefte krijgen aan specifieke informatie. Dan denk ik dathet goed is om onze informatie daarop te tunen. Dat wordtoverigens wel een hele uitdaging, want we moeten ookbekijken of die informatie samenhangend is en of de eneinformatie niet door de andere wordt ingehaald. Maar ikdenk dat we de inspanning moeten plegen om het specifiekop maat te snijden, niet alleen voor kwetsbare groepen,maar ook voor andere groepen in de samenleving. Daarwerken we dus aan.Mevrouw Ploumen (PvdA):Dat is goed om te horen. Als ik nu dezelfde vraag stelrondom maatregelen, is daar dan ook iets over te zeggen?Ik realiseer me dat je bij maatregelen op het terrein vanmedische experts terechtkomt, maar wellicht kan deminister iets zeggen over hoe daarnaar gekeken wordt.Minister Bruins:Soms zou je bij een technische briefing op een bepaaldegroep mensen kunnen inzoomen. Dat klinkt nog een beetjealgemeen, maar denk aan wat ik in mijn inleiding betoogde.Als wij spreken over kwetsbare groepen en als deze uitbraaklang duurt of groot wordt, dan denk ik dat we daar inder-daad specifieke aandacht aan moeten besteden. Dat geldtook voor zorgprofessionals. Of meer precies: soms zullenwe specifiek onze maatregelen of onze communicatiemoeten richten op huisartsen of ziekenhuizen. Het klinkt nuvrij overzichtelijk zoals ik het zeg, maar er zijn heel veelcategorieën in de Nederlandse samenleving die behoeftehebben aan informatie en die moet wel op een congruentemanier bij heel Nederland en bij u en mij worden gebracht.De heer Jansen (PVV):Toch nog heel kort over het aantal actuele besmettingen.Vanmorgen vroeg kwamen er twee verpleegkundigen bij.Twee uur geleden kwam er een bericht dat er in Almereeen besmetting is. Het is toch niet zo moeilijk om nu eenbriefje te krijgen met daarop de mededeling dat de tellerop dit moment op 41 of misschien hoger staat? Zo ingewik-keld is dat toch niet? We kunnen wel wachten tot later inhet debat, maar blijkbaar zijn er besmettingen bij gekomen.Ik snap niet dat wij hier over 38 gevallen praten, terwijl heter op grond van deze informatie blijkbaar al ten minste 41zijn.Minister Bruins:Ik zei net al dat de RIVM-teller gisteren de informatie gaf:38. Ik zei ook al dat er in dit stadium van de uitbraak meerbesmettingen worden verwacht. Ik vind het heel goed omdat niet per persoon per casus te melden. Ik vind het heelgoed om daar een dagelijks moment voor te benoemenplus de informatie op de RIVM-site dat men kan zien waarzich die besmetting heeft voorgedaan. Naar aanleiding vande vraag van mevrouw Sazias wil ik kijken wat nu het inzichtis in het aantal besmettingen. Ik vraag om dat tijdens ditdebat te laten aanreiken. Dan zal ik u daarover informeren.De heer Jansen (PVV):Dat is natuurlijk prima, maar toch is het raar dat we gewoontweeënhalf uur later zijn dan normaal. Dat is wat ik bij eenaantal collega's proef. We zijn een debat aan het voeren entoch zijn de cijfers niet op orde. Dat vind ik gewoon eenrare gang van zaken. Dat geeft mij een heel vervelendgevoel.De voorzitter:Ja, dat heeft u duidelijk gemaakt.Minister Bruins:Daar maak ik bezwaar tegen. We hebben gisteren informatiegegeven en we hebben per Kamerbrief aangegeven dat hetniet mogelijk is om per patiënt — sorry dat ik daarnet zei"per stuk" — een RIVM-bericht of een Kamerbrief uit te rei-ken. Dus we moeten naar een andere manier van commu-niceren toe: een dagelijkse update door het RIVM op hunsite. Die van vandaag moet ook geplaatst worden. Nog-maals, ik dacht dat dat om vier uur zou zijn. Dat zal dus nogtijdens dit debat zijn. Als uw Kamer vraagt of die informatieook nu kan komen, is dat prima. Maar in de kern gaat hetdaar niet om. Die maatregelen worden er nu niet andersvan. Dus als het gaat om onze werkwijze, om wat ons tedoen staat in Nederland als het gaat over isolatie, overpublieksinformatie, over de internationale kant van de zaak,dan is dat niet anders bij 38 of bij twee keer 38.De voorzitter:Ik stel voor dat u verdergaat. Ik neem aan dat er RIVM-ambtenaren meeluisteren. Misschien dat er straks meerinformatie komt over het aantal besmette patiënten.Minister Bruins:Voorzitter. Ik kom bij een tweede blokje en dat gaat overfasering. Ik heb u net gezegd dat wij eerst de fase haddenvan nog geen patiënten en nu van een klein aantal patiën-ten. De volgende fase is de situatie van mitigatie: kleinhouden, beperken. En dan is er nog de laatste fase, dieadaptatie zou kunnen worden genoemd.De heer Jansen vroeg of ik daar een harde grens voor kanaangeven. Ik heb betoogd dat ik dat niet kan. Het is afhan-kelijk van de GGD-capaciteit, van het aantal contactonder-zoeken, maar het is ook in sterke mate afhankelijk van degebieden die je kunt aanwijzen als risicogebied. We hebbennu een aantal gebieden die je kunt aanwijzen als risicoge-bied. Dat is een beperkt aantal landen. Als dat een volledigandere situatie wordt, komen we in een andere fase. Dangaat het met name over de capaciteit bij de GGD's, over deherleidbaarheid van het coronavirus en de maatregelen diedaarbij horen. De beste informatie die ik daarover kan gevenis de informatie die ik u deze week heb gestuurd over hetverslag van het Outbreak Management Team. Ook dat teamzal in de komende periode — ik dacht zelfs morgen — weerbij elkaar komen. Eigenlijk stelde de heer Renkema eenvraag van die strekking: als de strategie van containen nietmeer werkt, ga je naar een volgende fase en wat voorinformatie moet je dan aanhouden? Ik denk dat ik met debeantwoording van de vraag van de heer Jansen, de heerRenkema ook op dat punt heb beantwoord.60-7-85 maart 2020TK 60Ontwikkelingen rondom verspreidingcoronavirusTweede Kamer De voorzitter:Ik kijk of de minister hiermee klaar is.Minister Bruins:Ik heb voor het blokje fasen nog wel meer vragen liggen.De voorzitter:Dan stel ik voor dat u dat eerst doet. Meneer Jansen, u haddat net zelf voorgesteld, weet u nog? Dan stel ik voor datu verdergaat.Minister Bruins:In de richting van mevrouw Dik-Faber ga ik in op het voor-bereiden op de volgende stappen. Als je nu in fase één zit,ben je dan voorbereid op fase twee? Ik geloof dat voor hetcoronavirus geldt dat we nooit voorbereid zijn, dat we altijdvoorbereidingsmaatregelen treffen. Als voorbeeld verwijsik naar de brief die ik maandag heb gestuurd van het Out-break Management Team over mogelijke maatregelen. Ikwil dat benadrukken, om u aan de ene kant te informerenen aan de andere kant ook niet onrust te veroorzaken. Maarik kan me goed voorstellen dat mensen willen weten watze nu kunnen doen en wat verder weg gelegen stappen zijn.De voorbereiding is dus nooit af. Ik ga u informeren overde passende maatregelen, ook in de komende periode.De heer Veldman vroeg: hebben we, lerend van eerdereuitbraken, niet te snel verregaande maatregelen genomen?Nee, dat is niet mijn indruk. Wij volgen de situatie op devoet. We bepalen op basis van de expertise van RIVM enanderen welke vervolgstappen we moeten nemen. Webetrekken daar ook het bestuurlijk afstemmingsoverleg bij.In dit geval, voor het coronavirus, is er een extra rol die bijdeze minister rust, omdat de ziekte is aangewezen als eenA-ziekte. De maatregelen zijn dus voor een deel terug tevoeren op die werkwijze.Mevrouw Diertens vroeg: "Sommige bedrijven gaan verderdan adviezen van RIVM en GGD. Kan de minister nog eensaandacht geven aan dat punt?" Werkgevers kunnennatuurlijk verdergaande maatregelen nemen. We hebbendeze week op televisie voorbeelden gezien van bedrijvendie zeggen dat ze een dag dichtgaan of niet meer op buiten-landse reizen gaan. Dat is natuurlijk een eigen verantwoor-delijkheid van de werkgever. In sommige gevallen is dateen verdergaande maatregel dan GGD of RIVM adviseert,maar eerlijk gezegd vind ik dat prima. Er zit niet alleen eenoverheidsverantwoordelijkheid. Er zit ook een verantwoor-delijkheid voor bijvoorbeeld werkgevers.De voorzitter:Nee, mevrouw Diertens, u krijgt niet het woord. We hebbennet afgesproken dat de minister eerst de vragen beant-woordt. U krijgt nog de gelegenheid om vragen te stellen,en de heer Renkema ook.Minister Bruins:Er zijn nog drie vragen. Meneer Jansen heeft gevraagd omverschillende maatregelen in diverse fasen te benoemen.Hij noemde een aantal punten. Het actief informeren vanNederland. Ik zou zeggen: tick in the box. Daar zijn we meebezig.Dan de vraag over een negatief reisadvies. Het reisadvieswordt stelselmatig aangepast aan de inzichten zoals we diehebben. Zoals ik heb aangegeven, zijn wij een van de eer-sten in Europa die het reisadvies naar Noord-Italië hebbenaangepast.Dan de meldplicht. De meldplicht hoort bij de aanwijzingals A-ziekte. Een arts moet aan de GGD doorgeven dat ereen vermoeden is van een patiënt die drager is van hetcoronavirus. Dat is al feitelijk de situatie.Dan het altijd testen op luchtwegklachten. Ik heb in deinleiding gezegd dat niet altijd getest kan worden. Als ermilde klachten zijn aan de luchtwegen, in combinatie metterugkeer uit een risicogebied, is het advies: blijf thuis enkijk een paar dagen aan of de klachten ernstiger worden.Als het ernstiger wordt, meld je dan bij de huisarts en doedat telefonisch. Dan kan in overleg met de GGD wordengekeken of er een noodzaak is tot testen. Dat zorgt er in elkgeval voor dat mensen zelf doen wat ze zelf kunnen doen.Het zorgt er ook voor dat de huisarts niet overbelast raakt.Tot slot leidt het er ook toe dat testcapaciteit op de bestemanier wordt benut.Dan het open en goed communiceren over scenario's enmaatregelen: dat is exact waar we mee bezig zijn en waarwe mee bezig blijven.Er was een vraag bij dit onderwerp over hoe het staat methet samenstellen of het aanpassen van draaiboeken. Datwas een vraag van mevrouw Van den Berg. Elke veiligheids-regio heeft zijn eigen crisisplan. Dat zijn openbare plannen.Daarnaast hebben regio's ook grieppandemieplannen, waarwe in deze situatie veel van kunnen gebruiken.Mevrouw Sazias vroeg of wij genoeg capaciteit hebbenvoor het contactonderzoek, want het contactonderzoek iszeer arbeidsintensief. Op dit moment kan de GGD dat nogallemaal aan, maar er is geen oneindige capaciteit. Een vande kantelpunten bij ontwikkelingen rond het coronavirus isnou juist de beschikbaarheid van capaciteit bij de GGD voorcontactonderzoeken.Mevrouw Ploumen vroeg wat de definitie is van de groteuitbraak. Dat is de laatste fase, zou je kunnen zeggen. Ikhoop inzicht te hebben geboden in de verschillende stadia.Je zou kunnen zeggen dat de grote uitbraak de situatie vanadaptatie is in Nederland, dus dat we ermee moeten lerenomgaan. Dat zie ik echt als twee stappen verder dan desituatie waarin wij nu zijn. We zijn nu in de fase vanindammen.Voorzitter, dit waren de vragen over de fasering van deontwikkeling van de uitbraak, voor zover daarover iets hel-ders te zeggen valt.De voorzitter:Eerst de heer Renkema.De heer Renkema (GroenLinks):Eerst de heer Jansen, volgens mij.60-7-95 maart 2020TK 60Ontwikkelingen rondom verspreidingcoronavirusTweede Kamer De voorzitter:Meneer Jansen, daar bent u weer. Mevrouw Diertens hadook een vraag. De heer Jansen.De heer Jansen (PVV):Dank u wel, voorzitter, en dank aan de heer Renkema. Hetvoordeel van opsparen is dat je dan drie vragen in één keerkan stellen. Dat scheelt ook in tijd.De eerste vraag gaat over het RIVM. U zegt: zolang zij hetcontactonderzoek aankunnen. Kunt u een indicatie gevenwaar we dan ongeveer aan moeten denken? Hoeveelbesmettingsgevallen zouden er moeten zijn voordat hetRIVM tegen een plafond aan gaat lopen? Hebt u daar eeninschatting van? Het hoeft niet nauwkeurig tot op de kommaof de punt, maar een indicatie.De tweede vraag gaat over de meldplicht. Wij bedoeldeneen meldplicht van mensen die terugkomen uit zo'nbrandhaard, een groot risicogebied zoals Noord-Italië. Wijbedoelden niet dat mensen zich melden op het momentdat zij bij de huisarts komen, maar dat zij zelf actief in actiekomen.Dan de derde vraag. De reden dat wij die luchtwegklachtenaankaarten is dat bij verschillende patiënten is geconsta-teerd dat zij besmet zijn met het virus, maar dat was nietgebeurd als zij niet zelf onderzocht waren in het ziekenhuis,buiten die richtlijn om. U zegt dat het advies is om dan thuiste blijven, maar dat advies aan de ziekenhuizen zou tochmoeten zijn: controleer mensen die met deze klachtenkomen, want mogelijk is er sprake van een besmetting? Ofzie ik dat verkeerd?Minister Bruins:Drie vragen, drie antwoorden. Ik heb eerder gezegd dat decapaciteit van de GGD niet oneindig is. Ik kan niet zeggenwanneer het eind van die capaciteit is bereikt. Dat hangt erheel erg van af; als zich snel veel gevallen aandienen, danis die capaciteit sneller aan de grens, maar als het over eenaantal weken of misschien langer het geval is, kan de GGDhet ook langer volhouden. Bij die testcapaciteit voor diecontactonderzoeken zit er wel een einde aan. De GGD wilnatuurlijk met alles wat men in zich heeft proberen om datzo lang mogelijk en zo goed mogelijk uit te voeren. Dat isantwoord één.Twee: de meldplicht van iedereen die van buiten komt enweer in Nederland is. Bij wie moeten zij zich melden? Watzou dan de actie moeten zijn? De belangrijkste actie, als jeuit het buitenland komt, met name uit zo'n risicogebied, enals je milde luchtwegklachten hebt, is dat je dan een aantaldagen thuisblijft, om te kijken of de klachten verergeren.Het melden bij de dokter is echt weer een stap verder. Ikheb de redenen daarvoor aangegeven, bijvoorbeeld dat erook geen oneindige capaciteit aan huisartsenzorg is.Dan die milde klachten buiten de richtlijnen om. Ik denk dathet eerder in het debat goed is gezegd op uw vraag. Erwordt natuurlijk altijd goede zorg verleend door de zieken-huizen. Als er Inf@ct-berichten komen van het RIVM, danhouden de ziekenhuizen daar rekening mee, maar u kuntzich voorstellen dat er heel veel op de ziekenhuizen afkomt,dus ik vraag er enig begrip voor dat zij ook die informatietot zich moeten nemen. Het algemeen testen van iedereenmet luchtwegklachten is niet haalbaar, dus we moetenzoeken naar maatregelen die passend zijn bij de situatie.Dat probeer ik vanmiddag te betogen.De heer Jansen (PVV):Het eerste antwoord snap ik. Ik ben het niet eens met hetderde antwoord, maar ik moet het ermee doen. Dan hetverhaal over die meldplicht. Laten we wel wezen, ik hebhet over een meldplicht voor mensen die terugkomen uitzo'n brandhaard, uit een hoogrisicogebied zoals Noord-Italië of Hubei. Dat zijn de brandhaarden die ik noemde. Hetis toch mogelijk dat deze mensen zich melden als ze daarvanterugkomen, ook als de klachten nog heel beperkt zijn? Danzijn ze in elk geval alvast in beeld. Als ze dan misschien ineen later stadium, als het erger wordt, alsnog contact zoe-ken, weten we in ieder geval wat de achtergrond is. Danheb je al een stukje voorwerk gedaan. Het moet tochmogelijk zijn om dat op een of andere manier ergens onderte brengen?Minister Bruins:De druk op de zorgprofessionals is nu al enorm. Daarom iszondagmiddag bij die persconferentie aangegeven dat jethuis moet blijven als er sprake is van de combinatie vanterugkomst uit zo'n risicogebied en lichte luchtwegklachten.Neem jezelf in acht. Kijk hoe de klachten zich ontwikkelen.Komt daar koorts bij, neem dan contact op met de huisarts.Dat is het moment van melden. Wij moeten niet doen alsofwe over een eindeloze capaciteit in de zorg beschikken. Wezijn hier bezig om stap voor stap de beste maatregelen tenemen bij de situatie. Daar hoort ook een prudent gebruikbij van huisartsenzorg en ziekenhuiszorg, en overigens ookvan de capaciteit van GGD en RIVM.De heer Jansen (PVV):Kort, afsluitend, voorzitter?De voorzitter:Ja.De heer Jansen (PVV):Ik snap uw capaciteitsprobleem, maar dat betekent wel datdeze mensen als ze besmet zijn thuis dus eventueel hundierbaren kunnen aansteken, omdat wij hen op dat momentnog niet in beeld hebben en wij hun adviseren om thuis teblijven. Dat is dus de consequentie?Minister Bruins:De consequentie is dat mensen die op reis zijn geweestnaar zo'n risicogebied en milde klachten hebben, er goedaan doen om hun situatie te beoordelen, te bekijken of heternstiger wordt en daarover te spreken met de mensen inhun thuissituatie.De heer Renkema (GroenLinks):Ik vond het verhaal over de fasen waarin we moeten wer-ken, eigenlijk heel helder. We zitten nu in de fase vanindammen. Laten we hopen dat we die fase zo lang mogelijk60-7-105 maart 2020TK 60Ontwikkelingen rondom verspreidingcoronavirusTweede Kamer kunnen volhouden. De minister zei dat we daarna mogelijk,hypothetisch, fase twee krijgen. Die noemen we dan:beperking. Dan proberen we andere maatregelen te nemen.Hij gebruikte daarbij het woord "kantelpunt". Het woord"kantelpunt" suggereert toch wel iets plotselings. Ik snapdat alle aandacht nu uitgaat naar indammen, maar wordter op dit moment ook, beleidsmatig maar ook in de voorbe-reiding van uitvoering, gewerkt aan scenario's die in diefase nodig zijn?Minister Bruins:Ik heb de indicatie voor dat kantelpunt genoemd. Daarbijgaat het om de capaciteit voor het contactonderzoek en hetaantal risicogebieden. Als dat een heel ander beeld geeft,komen we in een volgende fase. Dat betekent dat we danopnieuw moeten kijken naar de beschikbaarheid van zorg-capaciteit, ook in ziekenhuizen. Zo'n maatregel als ik eerdernoemde voor de verpleeghuizen, dus dat kwetsbare ouderenzorg geboden krijgen in het verpleegtehuis, is voor diesituatie dan de best mogelijke oplossing. Dat betekent bij-voorbeeld dat je zuurstoftanks naar het verpleeghuis moetbrengen. Dus, bereid je je daarop voor? Ja, we bereidenons daarop voor. Ook GGD's hebben daarvoor die pande-mieplannen. Die horen ook bij die situatie. De veiligheids-regio's hebben crisisplannen, dus ook zij bereiden zich voor.De heer Renkema (GroenLinks):Afsluitend. Worden de relevante maatschappelijke partijenvoor die scenario's daar nu al bij betrokken? Ik kan mevoorstellen dat dit geldt voor verzorgingshuizen en eventu-eel scholen of andere instellingen.Minister Bruins:Niet allemaal tegelijk, zou ik willen zeggen. Met name dekoepel van de verpleeg- en verzorgingstehuizen betrek jenatuurlijk bij zo'n scenario. Die krijgen ook kennis van hetwerk van het Outbreak Management Team. Dus zo veelmogelijk partijen erbij betrekken is inderdaad aan de orde.Mevrouw Van den Berg (CDA):De minister noemde eerder dat we de ervaring kunnengebruiken van de GGD-regio's die ook al griepplannenhebben. Maar zijn er dan verschillende plannen per regio?In hoeverre wordt dit opgeschaald en worden die gedeeldmet elkaar? Ik heb het altijd over een lerende cultuur, maarik wil graag weten of dat hier ook zo is.Minister Bruins:Dat is inmiddels goed geregeld. De verschillende GGD's inNederland hebben goed contact met elkaar en wisselen deinformatie goed met elkaar uit. Aan de ene kant heb je 25GGD's, en aan de andere kant heb je elf ROAZ-regio's. Eenderde partner die ik wil noemen, zijn de veiligheidsregio's.De voorzitters daarvan zijn allemaal burgemeesters vanwat grotere plaatsen en van hele grote plaatsen. Die infor-matievoorziening aan elkaar wordt steeds beter afgestemd.Men leert dus van elkaar. Men stelt elkaar op de hoogte.Dat is overigens niets nieuws. Zowel die crisisplannen alsdie grieppandemie-informatie zijn allemaal al langer voor-bereid. Daar wordt ook mee geoefend.Mevrouw Van Esch (PvdD):Ik wil inderdaad toch nog even ingaan op de fase vanindammen. Ik wil heel even een stapje terug, naar vorigeweek. Als ik het goed begrijp, was het vorige week nogsteeds zo: als je uit Noord-Italië kwam en je was ziek, danwerd er niet geadviseerd thuis te blijven. Als ik het goedbegrijp, is het advies nu wel degelijk om thuis te blijven alsje uit Noord-Italië komt, je ziek voelt en klachten hebt. Ikvind het toch zorgelijk dat dat advies vorige week nog nietwerd gegeven. Ik ben benieuwd of de minister toch nogeven kan ingaan op het volgende. Hoe kan het nou dat datadvies vorige week nog niet werd gegeven, terwijl we —gelukkig, zeg ik daarbij — dat deze week wel doen? En hoekomt het dat we naar mijn gevoel toch achter de feitenaanlopen, omdat we dat vorige week misschien ook alhadden moeten doen?Minister Bruins:Ik geloof niet dat wij achter de feiten aanlopen. We hebbenzondagmiddag gezegd: er zijn nu veel mensen op deterugweg vanuit Noord-Italië, dus neem jezelf in acht bijlichte klachten en terugkomst van zo'n skireis, oftewel bijlichte luchtwegklachten en terugkomst uit zo'n risicogebied.Er is dus een aanpassing geweest in de informatie. Datzullen we nog veel vaker meemaken als deze uitbraak zichvoortzet.Mevrouw Van Esch (PvdD):Dat klopt, maar mijn specifieke vraag is: waarom is dat paszondag gebeurd? We weten namelijk dat er vorige weekook al mensen terugkwamen uit Noord-Italië die ook alklachten hadden en zich ook al hadden gemeld. Maar diezijn niet geadviseerd om thuis te blijven. Dan hebben wedus vorige week helaas al een risico gelopen. Dat is hetzorgelijke punt. Dat hadden we kunnen voorkomen doordeze mensen toen al te adviseren om thuis te blijven.Waarom hebben we dat protocol dus pas zondag aangepast,als we dat eerder hadden kunnen doen en dus besmettingenhadden kunnen voorkomen?Minister Bruins:Mevrouw Van Esch raakt hier aan het punt waarom jemaatregelen niet eerder neemt. Tja, de verstgaande maat-regel is dat je nu tegen Nederland zegt: we doen alles opslot en we stoppen overal mee. Maar dan stopt ook onzesamenleving. Met alles wat in mij is, zou ik willen zeggen:kies voor de best passende maatregelen. Die ontwikkelenzich in de loop der tijd.Mevrouw Van Esch (PvdD):Nog een korte afsluitende opmerking. Ik heb niet gezegd:het land op slot doen. Ik zei: het ging vorige week ommensen die in Noord-Italië waren geweest, die thuiskwamenmet klachten die mogelijk betrekking hadden op het coro-navirus, en die zijn niet geadviseerd om thuis te blijven. Ikvind het op dat specifieke punt echt zorgelijk dat we pasafgelopen zondag dat protocol hebben aangepast. Daardoorhebben we mogelijk meer besmettingen veroorzaakt danhad gehoeven. Dat vind ik niet passen bij de fase vanindammen. Dat wilde ik nog even gezegd hebben.60-7-115 maart 2020TK 60Ontwikkelingen rondom verspreidingcoronavirusTweede Kamer Minister Bruins:Helder. Ik heb mijn antwoord daarop gegeven.De heer Hijink (SP):Ik zou graag wat meer duidelijkheid willen hebben over hoeer omgegaan wordt met zorgverleners. Ik doel dan op zowelartsen als verpleegkundigen die besmet raken met hetcoronavirus. Ik krijg ook vanuit de sector zelf geluiden datdaar heel wisselend mee wordt omgegaan. Enerzijds zit ereen huisarts thuis in quarantaine na contact met eenbesmette patiënt. Dat heeft natuurlijk een enorme impactop de praktijk waar diegene werkt. Tegelijkertijd wordt erin ziekenhuizen waar medewerkers mogelijk besmet zijngeraakt met het virus, doorgewerkt tot men klachten ont-wikkelt. Ik zou graag het volgende van de minister willenhoren. Wat is nu precies het beleid? Wanneer moet je nouals zorgverlener jezelf afzonderen? Wanneer wordt eringegrepen? Wanneer wordt er getest? Wat is nou precieshet beleid? En waarom verschilt dat zo tussen huisartsenen ziekenhuizen?Minister Bruins:Dat zijn twee onderwerpen die allebei in mijn beantwoor-ding terugkomen. Het ene gaat over de zorgcapaciteit enhet andere gaat over persoonlijke beschermingsmiddelen.Mag ik zo meteen die vragen daarbij benoemen?De voorzitter:Dan krijgt u de gelegenheid om daarop te ... Ja, maar datwas de afspraak. Daar waren jullie het mee eens.De heer Hijink (SP):Ja, maar dit gaat niet over capaciteit en ook niet overbescherming.De voorzitter:De minister had het ook over persoonlijke beschermings-middelen.Minister Bruins:Jazeker. Daar kom ik op terug.De heer Hijink (SP):Maar daar gaat deze vraag toch niet over? Dit gaat over devraag waarom een huisarts, die in contact is geweest meteen besmette patiënt, zelf in quarantaine gaat, op adviesvan de GGD, en waarom in ziekenhuizen zorgverlenersdoorwerken tot ze klachten krijgen, nadat ze mogelijk incontact zijn geweest met een besmette patiënt. Dat isonduidelijk. Het heeft voor zo'n huisartsenpraktijk enormeimpact als een arts twee weken thuis moet zitten. Doorwer-ken is ook gevaarlijk, want dan kan hij nieuwe mensenbesmetten. Dat is een dilemma. Ik wil graag weten wat hetbeleid is. Dat heeft volgens mij niet zo veel te maken methet volgende blokje.Minister Bruins:Ik hoop dat ik daar wel op terugkom, anders ga ik deze vraagschriftelijk beantwoorden. Ik denk dat het heel belangrijk isom de rol van de GGD en de maatregelen van een zieken-huis uit elkaar te halen. Als ik deze vraag zo meteen nietnaar genoegen heb beantwoord, zal ik hem schriftelijkbeantwoorden.Voorzitter. Ik moet mezelf corrigeren op het punt van hettijdstip van de RIVM-teller. Ik heb begrepen dat het RIVMdagelijks om 14.00 uur bekendmaakt hoeveel mensenpositief zijn getest. Ik heb nu de informatie dat het aantalgevallen 82 is. Er zijn dus 82 positieve gevallen in Neder-land. Het RIVM laat weten dat een dergelijke stevige stijgingin het beeld past. Deels is dit een inhaaleffect. Mensenmelden zich alsnog en er vindt alsnog een contactonderzoekplaats. We zullen dus dagelijks om 14.00 uur een updategeven. Zijn dan alle testen altijd gereed voor 14.00 uur?Nee, dat is niet het geval, maar dit is het prikken van eenmoment op de dag om informatie te geven op dagdagelijksebasis.De voorzitter:Ik weet niet waar mevrouw Sazias is. Zij komt zeker eventerug. Deze vraag is door haar, samen met andere Kamer-leden, gesteld.Mevrouw Ploumen (PvdA):Ik heb de volgende vraag aan de minister. Hij zegt dat hetin het beeld past. Maar in welk beeld past het? In het beelddat we in de fase van het indammen zitten of in het beelddat we van de ene fase naar de andere fase gaan? Ik denkdat het goed is om dit toch even te preciseren.Minister Bruins:Ik lees hier: deels is dit een inhaaleffect; mensen meldenzich alsnog. Dat leest als: mensen worden zich steedsbewuster en melden zich bij de huisarts. Dus dat zal wordenbedoeld met "het inhaaleffect". Dit past bij deze fase. Datdurf ik zo wel te kwalificeren.De heer Hijink (SP):Het aantal besmettingen is dan in heel korte tijd verdubbeld.Dat is zorgwekkend, zou ik willen zeggen. De minister geefteigenlijk niet aan wat nu de gevolgen zijn en of het RIVMook adviseert om andere maatregelen te nemen. Hij noemtnu alleen het getal. Ik zou graag iets meer duiding willenhebben over de gevolgen. Heeft het RIVM iets gezegd overhet nemen van extra maatregelen of is het inderdaad zovan: we hadden dit verwacht en we kijken het nog evenaan? Ik denk wel dat veel mensen schrikken van dit aantal.Minister Bruins:Ik lees voor uit het werk van het RIVM: "Een dergelijke ste-vige stijging past in het beeld. Deels is het een inhaaleffect."Dat is de duiding die ik heb gekregen van het RIVM. Dit iseigenlijk ook exemplarisch voor wat bij ontwikkelingen rondde uitbraak van het virus plaatsvindt. Wij moeten proberenom ... Nee, wij moeten niet proberen, wij moeten zorgenvoor informatie en maatregelen die passen bij de situatie.Ik denk dat wij nog steeds de goede maatregelen nemen,60-7-125 maart 2020TK 60Ontwikkelingen rondom verspreidingcoronavirusTweede Kamer die passen bij deze situatie. Het betreft maatregelen alsisolatie, contactonderzoek en goede publieksinformatie.Dus die maatregelen zullen niet veranderen. Als er eengeheel andere situatie is, dan zal ik dat ook weer meldenaan uw Kamer en ook aan de rest van Nederland. Daar kuntu van op aan.De heer Hijink (SP):Dat lijkt me goed, maar ik denk dat we op korte termijnmeer informatie nodig hebben. We hebben van de week,toen de heer Van Dissel zijn briefing verzorgde, ook de vraaggesteld of we nu van iedereen in kaart hebben waar hij isgeweest. Het overgrote deel komt inderdaad vanuit Noord-Italië deze kant op. Er is dus een duidelijke reden, een dui-delijke oorzaak waarom deze mensen ziek zijn geworden.Ik hoor ook graag of dit nog steeds geldt voor deze nieuwegevallen, want aan mij werd in de briefing ook verteld datwe dit nog steeds niet weten van een aantal mensen. Alser in de nieuwe groep mensen zitten van wie we niet kunnenachterhalen waarom ze besmet zijn geraakt, dan moet ermogelijk een volgende stap genomen worden. Het isbelangrijk dat we daarover vanmiddag meer van de ministerhoren.Minister Bruins:Als ik tussentijds nog andere informatie aangereikt krijg,zal ik u dat vertellen, maar ik verwacht niet daarover meerte horen. In de technische briefing is het gegaan over dekantelmomenten. Een van de redenen voor een kantelmo-ment is dat het aantal risicogebieden enorm uitbreidt. Alsdat zo is, dan vind ik dat inderdaad aanleiding om uw Kamerdaarover te informeren. Datzelfde geldt als op enig momentde capaciteit van de GGD voor het contactonderzoek tekortgaat schieten. Nogmaals, ik hoop het niet. Ik wil echt, metde GGD, proberen om dat goed voor elkaar te blijven hou-den. Daar is de inzet op gericht. Die meer grootschaligeontwikkelingen maak ik even los van het aantal van 82,maar als er grootschalige ontwikkelingen zijn, moeten wedie natuurlijk melden. Informatievoorziening is cruciaalvoor dit onderwerp.De heer Van der Staaij (SGP):Dit interruptiedebatje laat tegelijkertijd zien hoe ingewikkeldpublieksvoorlichting is. Nu weten we het aantal, maar heelbelangrijk is de duiding en die is eigenlijk nog onbekend.Ik ben nog niet eens zozeer geïnteresseerd in het exacteaantal, maar meer in de vraag of de stijging in direct ver-band staat met de al bekende besmette gevallen of metmensen die uit gebieden komen waarvan we weten dat jedaar besmetting kunt oplopen. Mijn vraag is dus of er zoveel mogelijk duiding verbonden kan worden aan dedagelijkse update, omdat het anders weer heel veel nieuwevragen oproept. Nogmaals, met alle begrip voor de inge-wikkeldheid van de voorlichting in dezen.De voorzitter:Is het een idee om daar in de tweede termijn uitgebreid opterug te komen? Het RIVM zit daar.Minister Bruins:Als er nadere informatie over te geven is, doe ik dat graag.De heer Van der Staaij vraagt om dat te betrekken bij dedagelijkse informatie die op de RIVM-site staat. Als dat kan,als dat inzicht in een duidelijke herleiding er is, dan wil ikkijken of dat inzicht ook geboden kan worden. Nu zijn demeeste patiënten te herleiden tot Noord-Italië. Van een kleinaantal patiënten weten we het niet. We zullen nagaan watvoor die 82 geldt, maar de vraag is of dat meer specifiekleidt tot andersoortige maatregelen. De dagelijkse updateop de RIVM-site bevat een beperkt aantal gegevens. Als ermeer grootschalige ontwikkelingen zijn, dan krijgt u dieafzonderlijk te horen. Dan moet daar een Kamerbrief of eentechnische briefing over komen, of beide.De heer Jansen (PVV):Ik sta perplex en dat meen ik oprecht: een stijging van 38naar 82 besmettingen, waarover gewoon wordt gezegd dathet past in de ontwikkeling van het virus. Dat kan toch nietwaar zijn? Het kan toch niet waar zijn dat dit past in deontwikkeling? En dan zitten we nog in fase één. Of gaan weinmiddels richting fase twee? Inderdaad moet er rond dezemensen contactonderzoek gaan plaatsvinden. Maar in éénkeer zo veel mensen erbij gaat een enorme belasting bete-kenen voor het onderzoek en voor de GGD. Kunnen we dataan? Over wat voor termijn praten we dan? Ik weet niethoelang zo'n contactonderzoek duurt, maar is dat een dag,zijn dat een paar dagen of duurt dat langer dan een week?Als je zo veel besmettingen hebt, dan heb je ongelofelijkveel mensen nodig om dat onderzoek te doen. Graag watmeer duidelijkheid daarover, zeker nog in dit debat.Minister Bruins:In mijn inleiding heb ik gezegd: wij zitten in fase één. Wezitten nog steeds in fase één. Ik heb ook gezegd wanneerwe naar een volgende fase gaan. Een van de redenendaarvoor is dat het aantal risicogebieden enorm uitbreidt.Een andere reden is dat de capaciteit voor het contactonder-zoek door de GGD niet meer toereikend is. Ik heb ookgezegd dat de GGD zijn uiterste best doet om die contact-onderzoeken wel allemaal te doen. Ongetwijfeld gaan zedaarmee aan de slag. Als ik daarover grootschalige nieuweontwikkelingen te melden heb, zal ik dat zeker doen. Maarzo stapelt het ene feit zich op het andere. Zo gaat het al dehele week door. Ik wil heel graag proberen om uw Kameren heel Nederland goed te informeren, maar er zijn nu noggeen ontwikkelingen die ik kan aankondigen. Ik begrijp devragen heel goed, maar ik wil u ook graag steeds preciesen feitelijk informeren over passende maatregelen om tevoorkomen dat er incongruentie in de informatie ontstaat.De heer Jansen (PVV):Eén slotvraag, voorzitter. Kan de minister dan misschienaangeven wanneer wij een risicogebied worden? Wat moeter gebeuren voordat wij een risicogebied zijn? Want in dittempo schieten we enorm snel omhoog.Minister Bruins:Er is een aantal risicogebieden aangewezen door het RIVMin samenspraak met de Europese collega's van het RIVM,verzameld in het ECDC. Als daar ontwikkelingen in zijn,meld ik die u ook natuurlijk. Maar laat ik zeggen dat op hoge60-7-135 maart 2020TK 60Ontwikkelingen rondom verspreidingcoronavirusTweede Kamer toon vragen natuurlijk niet erg helpt om aan de ene kantde rust te bewaren en u daarnaast de feitelijke informatiete geven. Dat is waar we mee bezig zijn, met feitelijkeinformatie geven, daar de passende maatregelen bij aan tegeven en ook daarover de berichtgeving te doen. Daar ziteen puist werk aan voor de GGD's en voor andere partijen.Op voorhand ga ik ervan uit dat iedereen zijn werk kan doen.Als dat echt niet meer kan, informeer ik u daar natuurlijkover.Mevrouw Van Esch (PvdD):Toch nog even terug naar de casus die ik in mijn bijdragenoemde. Zij zit thuis met het coronavirus, zit in quarantaine.Dat contactenonderzoek is al geweest, maar de mensen uitdat contactenonderzoek worden niet geadviseerd om thuiste blijven. Dus al die mensen gaan nu gewoon naar hunwerk, gaan boodschappen doen en gaan dus nu gewoonde straat op. Dat zijn mensen die in contact zijn geweestmet iemand met het coronavirus. Die gaan dus nu de straatop en worden ook niet getest. Daarin zit wel een zorg. Ikdenk dan: help, hoe snel gaan we toch van 38 naar 82? Gaanwe niet sneller omhoog als we vast blijven houden aan hetbeleid dat deze mensen niet thuis hoeven te blijven zittenen ook niet worden getest? Ik denk dan: wanneer gaan wedat beleid nou specifiek eens aanpassen?Minister Bruins:Als die aanpassing aan de orde is, laat ik u dat weten. Ikbaseer me daarbij op de inzichten van de experts.De voorzitter:Gaat u verder.Minister Bruins:Dit was het blokje fase. Dan kom ik nu op het punt van dezorgcapaciteit en daarna op de persoonlijke beschermings-middelen.Voorzitter. Eerst het punt van de SP: kunnen we de sluitingvan ziekenhuizen voor zijn en hoe kunnen we zorgen vooropvang in de regio? Ik heb in mijn inleidende woordengezegd dat onder coördinatie van de GGD en dan meerspecifiek de Directeur Publieke Gezondheid van de GGDvoorbereidingen worden getroffen om de capaciteit vanzorg op korte termijn uit te kunnen breiden en optimaal tekunnen benutten. Nogmaals, er zijn 25 GGD's. Zij doen datin ROAZ-verband. In die ROAZ-verbanden moeten dusconcrete afspraken worden gemaakt over hoe je de capaci-teit kunt uitbreiden of andere maatregelen kunt nemen. Ikzal daar ook zelf over spreken met alle ROAZ-voorzitters.Dat doe ik begin volgende week, maandag of dinsdag denkik.De heer Hiddema heeft gevraagd of de ziekenhuizen voor-bereid zijn op grote aantallen patiënten. Ja, ziekenhuizenzijn voorbereid op grote groepen patiënten. Zij hebben ookallemaal — niet alleen voor het coronavirus, maar in brederezin — de beschikking over continuïteitsplannen. Daarinkunnen ook uitspraken worden gedaan over welke zorg welkan worden geboden en welke zorg later kan wordengeboden. Daarnaast liggen per veiligheidsregio die griep-pandemiedraaiboeken gereed. Nogmaals gezegd, ook inde richting van de heer Hiddema: gelukkig hoeven niet allepatiënten naar het ziekenhuis, zeker niet als er sprake is vanmilde klachten. Dat betekent dat thuisisolatie voor ons ookeen belangrijk instrument is. Deze vraag is overigens nietalleen gesteld door de heer Hiddema, maar ook door ver-schillende andere partijen. Onder andere door de heer Hij-ink.Hebben de ziekenhuizen zich voorbereid? Ja, met die conti-nuïteitsplannen, zoals ik al heb aangegeven. MevrouwPloumen vroeg wat het betekent als afdelingen tijdelijkworden gesloten. Dan worden in de regio in dat ROAZ-verband nadere afspraken gemaakt over of een operatiekan worden verplaatst van het ene ziekenhuis naar hetandere. Liever wil je dat soort dingen natuurlijk niet, maarals het nodig is, dan moet dat in de regio worden bekeken.Nogmaals gezegd: volgende week zal ik ook zelf met deROAZ-voorzitters spreken.De heer Renkema vroeg: is de minister van plan om extramaatregelen te nemen voor intensivecare-afdelingen?Mevrouw Van den Berg heeft daar ook over gesproken. Deheer Hijink heeft daarover gesproken. Ik heb in een eerderebrief laten weten dat alle ziekenhuizen in Nederland patiën-ten kunnen verplegen in strikte isolatie. Er zijn ten minste250 bedden beschikbaar voor isolatie op de intensive care.Maar niet alle patiënten hoeven geïsoleerd op de ic teworden behandeld. Je ziet ook dat veel patiënten in thuis-isolatie kunnen verblijven. Als het nodig is, kan ook wordengedacht aan een maatregel als cohortverpleging. Dat bete-kent dat er een grotere groep patiënten bij elkaar wordtgelegd en dat dus niet meer iedere kamer apart voor eenpatiënt is bestemd. Op deze manier kun je extra maatrege-len nemen in een vervolgstadium.Mevrouw Van den Berg vroeg of het mogelijk is om op teschalen naar het noodhospitaal. Ik zei al eerder dat demeeste patiënten niet naar het ziekenhuis hoeven. Je hebthet liefste dat patiënten in thuisisolatie zitten. Daarnaast isde ziekenhuiscapaciteit vooralsnog toereikend. Het zou fijnzijn als het zo blijft. De vraag is of het openzetten van hetnoodhospitaal een effectieve oplossing is. De medewerkersdie het noodhospitaal moeten gaan bemannen, bevrouwenkomen natuurlijk weer uit een ander ziekenhuis, dus devraag is of dat veel soelaas biedt. Ook de heer Hijink haddeze vraag gesteld.Kunnen patiënten worden opgevangen in verpleegtehuizen,heeft de heer Hijink gevraagd. Ik heb daar misschien hetantwoord al op gegeven. Voor de zieke bewoner is hetnatuurlijk prettiger om de zorg te ontvangen in de eigenomgeving dan om te verplaatsen naar een ziekenhuis. Persituatie zal moeten worden bekeken welk verpleegtehuisdaarvoor beschikbaar kan komen. Dat is echt weer eennieuwe maatregel, een extra maatregel voor de situatie alsdie zich voordoet. Mevrouw Sazias had dezelfde vraaggesteld over de verpleegtehuizen.De heer Hijink heeft nog naar de financiële steun gevraagdvoor zorginstellingen die in de financiële problemen komen.Ik moet nu eerst de maatregelen treffen, maar ik zal ook debalans opmaken over de extra benodigde financiën. Dusdat is een punt om later op terug te komen.Dan heeft mevrouw Sazias nog gevraagd naar de beschik-bare capaciteit van de acute ziekenhuiszorg aan de hand60-7-145 maart 2020TK 60Ontwikkelingen rondom verspreidingcoronavirusTweede Kamer van een motie die daarover door 50PLUS is ingediend.Inmiddels hebben zeven van de elf ROAZ-regio's al eensysteem zoals Acuut Zorgportaal of 2TWNTY4 in gebruik.De andere vier zijn zich aan het oriënteren op hun keuze.Daar worden dus ook vorderingen gemaakt.Hoe staat het met de beschikbaarheid van zorgverleners,vroeg mevrouw Van den Berg. We horen dat met name dehuisartsen overbelast raken, zegt zij. Dat hoor ik ook. Ik hebgister ook een gesprek gevoerd met de LHV, de LandelijkeHuisartsen Vereniging. Een van de maatregelen die kunnenworden getroffen is zorgen voor een goede beschikbaarheidvan het 0800-nummer, zodat alleen de vragen die voor dehuisarts bestemd zijn ook daadwerkelijk daar terechtkomenen niet ergens anders. Dat is ook een vraag geweest diemevrouw Ploumen heeft gesteld.Mevrouw Dik-Faber vroeg of huisartsen kunnen wordenondersteund met hun extra taken. Als de nood aan de mankomt, zullen we een beroep doen op bijvoorbeeld coassis-tenten, dus bijna afgestudeerde artsen, of basisartsen. Inieder geval is dat een maatregel die eerder is genoemd inhet OMT-advies. Die zal worden besproken in het RegionaleOverleg Acute Zorgketen. Dit was het blokje ...De voorzitter:Zorgcapaciteit. Dan ga ik naar mevrouw Ploumen. Zij waseerder, maar ze moest van mij weer gaan zitten.Mevrouw Ploumen (PvdA):Ik wil met de minister graag nog even terugkomen op devraag wie de beslissingen neemt op het moment dat er echtproblemen in de zorg ontstaan doordat de capaciteit tebeperkt is. Al die afkortingen zijn ingewikkeld, maar deminister zegt: de Regionale Overleggen Acute Zorgketenoverleggen met de Directeur Publieke Gezondheid en danbekijken ze dat samen. Ik heb er alle vertrouwen in dat zeer prima uitkomen in tijden waarin alles gewoon gaat. Maarals we in die derde fase komen, dan gaat het natuurlijkschuren. Gaat een operatie door of gaan we drie mensenopnemen die getroffen zijn door het coronavirus? Mijnvraag is: wie houdt daar nou toezicht op en wie neemt dandat besluit?Minister Bruins:Ik ben er een groot voorstander van dat die besluiten in deregio worden genomen en dat de DPG, de DirecteurPublieke Gezondheid van de GGD, een goed beeld heeftvan de regionale situaties. Dat is een belangrijke figuur. Erzijn heel veel belangrijke figuren, maar dit is een belangrijkefiguur. De gesprekken van de afgelopen dagen laat ook ziendat iedereen zich wil voegen naar die afspraken. Er isafstemming in de regio, waarbij de GGD een belangrijkerol speelt. Daarnaast is ook de medewerking van de zieken-huizen nodig. Als dit niet mogelijk is, kan er ultimo ook eenbesluit worden genomen door degene die een aanwijzingkan geven, en dat ben ik.Mevrouw Ploumen (PvdA):Laten we hopen dat het niet zover komt; dat is ook niet deintentie achter mijn vraag. Ik luister goed naar de minister.Dus als men er op regionaal niveau niet goed uitkomt, danheeft de Directeur Publieke Gezondheid doorzettingsmachtom te zeggen: mensen, we gaan het nu zo doen?Minister Bruins:Nee, het woord "doorzettingsmacht" is niet goed. Er wordennu op basis van vrijwillige en goede samenwerkingafspraken gemaakt. Het inzicht per regio ligt bij de DirecteurPublieke Gezondheid. Ik zie dat iedereen de samenwerkingwil treffen, maar als dat anders wordt, dan heb ik daarovercontact met de voorzitters van de ROAZ'en.De voorzitter:Tot slot.Mevrouw Ploumen (PvdA):Tot slot. Stelt u zich eens voor dat zich toch een probleemvoordoet in de regio en dat men er niet uitkomt. Weet deminister zeker dat hij dan gealerteerd wordt door de voor-zitter van het Regionaal Overleg Acute Zorgketen, zodat hetniet blijft slepen?Minister Bruins:Ja, het blijft zeker niet slepen. Er is afstemming tussen deverschillende regio's, dus dat komt heel snel boven tafel.De heer Hijink (SP):Ik heb eigenlijk twee vragen. Mijn eerste is als volgt. Speci-alisten zeggen tegen ons: liever tien coronapatiënten in éénziekenhuis bij elkaar dan dat ze verspreid worden oververschillende ziekenhuizen, omdat je dan overal mensenmoet isoleren en overal beschermende maatregelen moetnemen. Dat lijkt een beetje haaks te staan op hoe het nugaat en ook op de lijn die het RIVM voorstelt. Kan deminister — dat hoeft niet per se nu — in een brief uiteenzet-ten wat nu precies het beleid is als we straks meer patiëntenzouden moeten opnemen in isolatie in het ziekenhuis? Watwordt dan de lijn? Gaan we dan per regio één ziekenhuisaanwijzen waar deze mensen heen gaan? Wordt het calami-teitenhospitaal in Utrecht dan ingezet? Of blijft het zo datwe in alle ziekenhuizen in ons land kleine groepjes patiëntenin isolatie gaan verplegen?Minister Bruins:Ik heb net gezegd dat de nadruk ligt op thuisisolatie. Daar-naast is aanvullend ziekenhuiscapaciteit beschikbaar. Dieis wijd over Nederland beschikbaar. We willen ookgebruikmaken van die capaciteit, dus in meerdere zieken-huizen. Als de vervolgfase zich aandient, dan laat ik mijweer adviseren door de experts over welke vervolgstap wemoeten nemen.De heer Hijink (SP):Ik zou toch graag per brief iets meer informatie willen heb-ben over hoe dat er precies uit gaat zien en wat de eventuelerisico's zijn als we doorgaan zoals we nu doen, want wezien bijna iedere dag dat er ergens in een ziekenhuis eenafdeling dicht moet omdat er een besmettingsrisico is.Volgens mij moeten we dat zien te voorkomen, dus ik zoudaar graag meer informatie over willen.60-7-155 maart 2020TK 60Ontwikkelingen rondom verspreidingcoronavirusTweede Kamer Dan mijn tweede vraag. Die gaat over de financiële steundie ziekenhuizen misschien nodig hebben als zij door hetvirus in de problemen dreigen te komen. Ik hoorde vanmid-dag dat de Europese Centrale Bank geld beschikbaar gaatstellen voor kleine en middelgrote bedrijven. De coalitieheeft maatregelen voorgesteld om de luchtvaart te onder-steunen, als dat nodig zou zijn. Ik mag dan toch aannemendat wij ook de zorgaanbieders en de ziekenhuizen niet latenvallen en dat, als zij in financiële problemen komen omdatzij nu veel meer kosten moeten maken, bijvoorbeeld omdatmiddelen veel duurder zijn geworden en omdat ze veelmeer extra zorg moeten verlenen, de minister ervoor gaatzorgen dat zij te allen tijde de financiering krijgen die zenodig hebben.Minister Bruins:Daarvan heb ik gezegd dat ik de balans zal opmaken. Opdit moment ligt de nadruk op het treffen van de maatrege-len. Ik begrijp heel goed dat daar extra's worden gevraagd.We zullen op dat punt dus de balans opmaken.De voorzitter:De minister komt daar dus op terug.De heer Hijink (SP):Ja, maar "de balans opmaken" vind ik toch echt wat andersdan de garanties die de coalitie wel eist voor de luchtvaart.Dat vind ik ook echt wat anders dan de mededeling van deECB dat die een paar miljard gaat vrijspelen zodat hetmidden- en kleinbedrijf niet uit elkaar dondert. En dan komtde minister nu met zo'n zuinige opmerking: "Dan ga ik debalans opmaken". Ik wil gewoon van hem horen dat zieken-huizen in ons land niet door dit virus in financiële proble-men gaan komen. Ik vind echt dat hij die garantie vandaagmoet geven, ook om te voorkomen dat ziekenhuizen straksomwille van de financiën dingen niet gaan doen die ze welzouden moeten doen.Minister Bruins:Ik maak geen zuinige opmerking. Het gaat mij om firstthings first. In goed Nederlands: eerst nu doen wat nu nodigis. Dat is het treffen van maatregelen om de uitbraak vanhet coronavirus in Nederland in te dammen. Ik zie heel goeddat daar ook een financiële component aan zit, maar datvraagstuk parkeer ik eventjes in afwachting van de maatre-gelen die nu moeten worden getroffen in Nederland.De heer Renkema (GroenLinks):Ik kauw nog even op het antwoord dat ik kreeg op mijnvraag over de ic's, want het antwoord dat ik kreeg, gaatover de ic-capaciteit voor coronapatiënten, die voldoendezou zijn. Maar dat was eigenlijk niet wat ik bedoelde metmijn vraag. Het ging mij erom dat we naast de mensen diein contact zijn geweest met een risicogebied, de afgelopenanderhalve week hebben meegemaakt dat mensen die alop een ic lagen, besmet bleken te zijn. Dat zijn de meestkwetsbare patiënten. Daar komen mensen die net zijn geo-pereerd of wat dan ook. Er zijn daar ook gespecialiseerdedeskundigen. We moeten onze ic's dus überhauptbeschermen, lijkt mij. Dat was eigenlijk de kern van mijnvraag: zijn daar überhaupt aanvullende maatregelen nodig,nog even los van de capaciteit voor coronapatiënten?Minister Bruins:Zeker. Natuurlijk, die zorgprofessionals moeten wij in debenen houden. Dat zeg ik misschien iets te huiselijk, maardaar treft elk ziekenhuis zijn maatregelen voor. Ja.De heer Renkema (GroenLinks):Kan bijvoorbeeld het standaard testen van mensen die naarde ic komen, nog los van hun precieze achtergrond of con-ditie, een onderdeel zijn van die maatregelen?Minister Bruins:Hier komen we op maatregelenpakketten van ziekenhuizen.Dat moet ik echt bij ziekenhuizen laten. Ik wil best eens gaaninformeren en daar schriftelijk op terugkomen. Maar neemtu van me aan dat al die ziekenhuisdirecteuren op ditmoment aan de hand van de informatie die zij lezen in dekrant en in de Inf@ctberichten en ook op basis van huneigen expertise en de gesprekken die zij in huis voeren,zorgen dat ze de goede maatregelen nemen om al hetzorgpersoneel in hun ziekenhuis te beschermen.De voorzitter:Ik stel voor dat u een beetje tempo maakt, want er is heelveel geïnterrumpeerd en er zijn tussendoor ook heel veelvragen gesteld. Gaat u weg? Nee, toch?Minister Bruins:Ik wil nog graag even blijven.De voorzitter:Dat lijkt me prima.Minister Bruins:Ik wil het hebben over het blokje persoonlijke beschermings-middelen en dan het blokje internationaal. Dan zijn we erzo'n beetje.De voorzitter:Ja, prima.Minister Bruins:Dus eerst het punt van de mondkapjes. Ik denk dat ik daarmet mijn eerdere opmerking op ben ingegaan. In het debatis gevraagd om als overheid inzicht te bieden in debeschikbaarheid van mondkapjes. Dat gaat over mondkap-jes die nodig zijn voor zorgpersoneel. Die inventarisatie zaldus per regio gebeuren, uiteindelijk per ROAZ-regio. Wijzijn bezig met de particuliere ondernemers, de fabrikanten— echt grote partijen — om te zorgen dat die distributie entoelevering ervoor zorgen dat er op meerdere momentenmondkapjes en andere persoonlijke beschermingsmiddelenbeschikbaar zijn voor de partijen die die het hardst nodighebben. Ik heb u die partijen genoemd. Die maatregel werktop basis van vrijwilligheid, maar die afspraken zijn goed te60-7-165 maart 2020TK 60Ontwikkelingen rondom verspreidingcoronavirusTweede Kamer maken met de partijen. Ik heb u laten weten dat ookmarktpartijen bereid zijn om over hun schaduw heen tespringen.Er is gevraagd: is het mogelijk om mondkapjes te vorderen,zoals in de Franse situatie? Ja, die mogelijkheid bestaat, zijhet in theorie. Want andere landen hebben producentenvan mondkapjes. Naar ik heb begrepen heeft Nederlanddie niet. Een vorderingsmaatregel op basis van de Vorde-ringswet biedt dus weinig soelaas in Nederland. Ik hebaangegeven hoe ik dat in Nederland wil organiseren.Daarnaast kunnen we wel zeggen dat er bij verschillendecontacten op het ministerie nu berichten binnenkomen vanmensen die zeggen: ik kan u nog helpen aan persoonlijkebeschermingsmiddelen. Die sporen trekken we natuurlijkallemaal na voor ons land. Verder komt morgen in Brusselzeker het punt van de gezamenlijke aanbesteding aan bod.Maar dat is iets voor de wat langere termijn; dat is morgenniet georganiseerd. Ik wil er nog op wijzen dat het heel goedis dat we zorgen dat die mondkapjes echt beschikbaarkomen voor de zorgverleners, die ze hard nodig hebben.De voorzitter:Heeft u hiermee alle vragen beantwoord die hier betrekkingop hebben?Minister Bruins:Nee, ik heb nog een paar vragen daarover. Ga ik de Fransestap volgen als het gaat over het vorderen van mondkapjes?Nee, dat ga ik niet doen. Ga je Frankrijk daar morgen opaanspreken in Brussel? Ja, dat ga ik wel doen.Helpen mondkapjes van de GAMMA? Nee, die werken nietvoor coronavirusdoeleinden. Dat heeft het RIVM al eerderlaten weten. Ik heb aangegeven dat wij een structuuropzetten zodat de persoonlijke beschermingsmiddelen inde regio voorhanden zijn, met name voor de partijen diedat het hardst nodig hebben, waaronder de ziekenhuizen,de ambulances en de huisartsen.Ik heb nog twee vragen in dit blokje. Eén: wat gaat deminister doen om de tekorten aan grondstoffen voormedicijnen aan te pakken? Ik ben aan het inventariseren ofer concrete aanwijzingen zijn voor geneesmiddelentekortenals gevolg van de aanwezigheid van het coronavirus. Opdit moment is dat nog niet het geval. Als dat anders wordt,meld ik u dat. Ik heb gezegd dat ik voor de langere termijnin Nederland graag toe wil naar een soort van ijzerenvoorraad. Dat moeten we allemaal nog verder organiseren.Die afhankelijkheid van China steekt meerderen van u inde Kamer, en ook mij, als een graatje in de keel. Die afhan-kelijkheid proberen we dus te reduceren. Dat doen we inEuropees verband.Mevrouw Van den Berg vroeg: is het rekenen van woeker-prijzen voor producten als handgel te bestempelen als eeneconomisch delict? Dat ga ik uitzoeken. Daar moet ik Justitieen EZK naar vragen. Dan kom ik daarop terug.Voorzitter, dat over het mapje persoonlijke beschermings-middelen.De voorzitter:Ik wil u voorstellen, nee, opdragen — het is geen voorstel— om korte vragen te stellen.Mevrouw Van den Berg (CDA):Heel kort. Ik snap dat de minister zegt: als we hier geenfabrieken, geen producenten hebben van mondkapjes, kanik in die zin niet vorderen. Maar het ging ons om een alge-mene maatregel, namelijk dat andere middelen bij bedrijvenwel gevorderd kunnen worden, maar ook dat de ministergewoon kan afdwingen dat de ene regio het overdraagtaan de andere regio. Dus als men er onderling uitkomt,prima. Maar als dat niet zo is, heeft de minister dan vol-doende juridische middelen om maatregelen te nemen?De voorzitter:Het antwoord kan ook kort zijn.Minister Bruins:Dat is een goed punt. Dat heb ik nog gemist. Bij het regio-naal in beeld brengen van waar de voorraden op ditmoment liggen en waar ze het hardst nodig zijn, wordtinderdaad ook gekeken naar die regionale uitwisseling enhet verdelen van die beschikbare middelen. Naar het zichlaat aanzien is op dit moment de bereidheid groot om metelkaar in de regio dat probleem te delen. Daarvan word ikook op de hoogte gehouden, om te kijken of er vanuit dezekant verdergaande maatregelen nodig zijn. Maar alles watmet goede afspraken in de regio zelf tot stand komt, draagthet beste. Dat vind ik het stevigste. Daar wordt nu aangewerkt.Mevrouw Van den Berg (CDA):Daar ben ik het mee eens. Maar het gaat om het volgende.In plaats van 82 hebben we er morgen 164, om maar watte noemen. De spanning kan dus ook stijgen. Heeft deminister op dit moment voldoende juridische middelen?Anders zou het CDA graag zorgen dat de minister die gaatkrijgen en dat hij er niet om hoeft te vragen als de noodeenmaal aan de man is.Minister Bruins:Op grond van de aanwijzing als A-ziekte denk ik dat ik vol-doende maatregelen beschikbaar heb.De voorzitter:De heer Veldman, ook een korte vraag.De heer Veldman (VVD):Mijn vraag is aanvullend daarop. Ik zou dan wel willenweten welke maatregelen. Het is heel goed als er inNederland op basis van vrijwilligheid afspraken kunnenworden gemaakt tussen de mensen die het nodig hebbenen de industrie. Het is ook heel goed als tussen regio'sonderling uitruil plaatsvindt. Maar de situatie kan zichvoordoen dat de voorraden echt op zijn. Ik snap dat deminister zegt: die Franse maatregel kan niet, want we heb-ben hier geen eigen producenten. Maar tegelijkertijd zag ikgisteren in Duitsland berichten dat ze een exportverbod60-7-175 maart 2020TK 60Ontwikkelingen rondom verspreidingcoronavirusTweede Kamer hebben afgekondigd op onder andere mondkapjes. Hetwordt wel wat penibel als we in Europa op deze manierwerken. Welke concrete maatregelen ziet de minister danvoor zich anders dan zeggen: die heb ik? Dan wil ik ook welweten welke.Minister Bruins:Ik heb juist gisteren een eerste gesprek gevoerd met defabrikanten. Die zien allemaal veel in het voortzetten vanhun contractuele afspraken. Ook internationale partijenvoelen zich verplicht om de afspraken na te komen. Meteen ROAZ-tussenkomst breek je daarop in. Dan moetenpartijen over hun eigen schaduw heen springen. Ik zal opeen rijtje zetten welke juridische maatregelen ik aanvullendheb, naast de Vorderingswet, en daar kom ik dan preciezerbij u op terug. Dat zal ik schriftelijk doen.De voorzitter:De heer Hijink, ook een korte vraag.De heer Hijink (SP):Het is fijn dat die voorstellen op een rijtje worden gezet. Ikzou dan graag ook willen weten of daar een maatregel bijzit die voorkomt dat slimme tussenhandelaren — we kunnendie ook "boeven" noemen — die producten opkopen envoor veel geld doorverkopen. Gaan we die lijnen ookdoorknippen? De tweede vraag is of we de tandartsen nietvergeten. Die hebben die producten niet nodig vanwegede verspreiding van het coronavirus, maar gewoon om hunwerk te doen. Zij krijgen nu al geen mondkapjes meergeleverd. Worden zij ook meegenomen? Dat lijkt me eenhele belangrijke. En ik had nog een vraag, voorzitter, maardie komt zo dadelijk.De voorzitter:Die bent u vergeten?De heer Hijink (SP):Nee.De voorzitter:Jawel.Minister Bruins:Eerst over de tussenhandel. Dat punt is gisteren aan bodgekomen bij de leveranciers. Dat punt wordt door alle par-tijen gezien. Het aantal partijen dat in deze business werk-zaam is, is niet zo groot en men kent elkaar goed. Iedereenis zeer alert op tussenhandelaren en op woekerprijzen. Hetantwoord op die vraag luidt dus bevestigend.Het ene mondkapje is het andere mondkapje niet. Daaromwil ik voor dit debat benadrukken dat het gaat over mond-kapjes die nodig zijn voor zorgprofessionals die omgaanmet patiënten die het coronavirus dragen. Daarnaast zijner ook andersoortige mondkapjes. Daarbij is gisteren onderandere de beroepsgroep van de tandartsen benoemd.De heer Hijink (SP):Dan mag ik er dus van uitgaan dat ook zij geholpen zullenworden bij het verkrijgen van voldoende beschermendemaatregelen. Ik ga ervan uit dat de minister dat nu toezegt.Als dat niet zo is, dan hoor ik dat graag.Mijn derde vraag — die was ik echt niet vergeten, voorzitter— is de volgende. Als we vaststellen dat er gebrek aanmateriaal is en we mogelijk een exportverbod krijgen inDuitsland en andere landen, is de minister dan bereid omte kijken in hoeverre in Nederland zelf de productie kanworden opgestart bij bedrijven die nu nog soortgelijkeproducten maken? Wil hij bekijken of die op korte termijnkunnen leveren, mocht dat nodig zijn?Minister Bruins:Ik ben nu eerst in het stadium dat ik afspraken maak voorhet hier en nu. U bent alweer een aantal stappen vooruit.Het denken stopt niet, maar ik ben nu bezig om praktischemaatregelen te nemen voor de zorgverleners die in contactstaan met coronapatiënten. Daarna kijk ik ook naar deberoepsgroep van de tandartsen en naar maatregelen ver-der weg. Maar er ligt zo veel werk dat ik me echt moetbeperken tot eerst dit, namelijk het maken van goede regi-onale afspraken, waarbij aan de ene kant de zorgverlenersgoed aan bod komen en aan de andere kant de beschikbaremondkapjes bij de juiste partijen terechtkomen.Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):De minister heeft veel verteld over de mondkapjes enandere beschermende middelen. Waar ligt precies decoördinatie als het gaat om de beschikbaarheid en de ver-deling daarvan? Ligt die bij de ROAZ'en? Deelt hij de visievan met name de Landelijke Huisartsen Vereniging dat ertoch ook wel een zekere landelijke coördinatie voor aange-wezen is?Minister Bruins:Je kunt zeggen dat de ROAZ'en dat per regio inventariseren.Wie doen dat? Dat doen de DPG's. Ik houd daar het zichtop omdat de regio's onderling en ook met mij goed contacthebben. Ik kan dus in beeld krijgen wat de vorderingen opdit punt zijn.Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):Ik neem aan dat de minister ook regelmatig spreekt met deLandelijke Huisartsen Vereniging. Ik hoor van hen het plei-dooi voor landelijke coördinatie. Ik weet niet precies waardat vandaan komt. Ik vraag de minister met hen daaroverhet gesprek te voeren, omdat ik vanuit de huisartsenpraktij-ken hoor dat juist daar wel knelpunten zijn.Minister Bruins:Ik heb gisteren gesproken met de Landelijke HuisartsenVereniging. Toen hebben zij dat punt van een landelijkecoördinatie in hun regime niet benoemd. Mocht de vraagnog een keer opdoemen, dan zal ik zeggen dat zij in dieROAZ-ring worden opgenomen. Het gaat daar niet alleenover de ziekenhuizen. Het gaat daar met nadruk ook overde huisartsen, naast ook andere zorgpartijen.60-7-185 maart 2020TK 60Ontwikkelingen rondom verspreidingcoronavirusTweede Kamer De heer Jansen (PVV):Ik zal het heel kort houden, voorzitter. Weet de minister opdit moment honderd procent zeker dat er totaal geen sprakeis van tekorten bij huisartsen, huisartsenposten of in zieken-huizen? Weet u dat honderd procent zeker? Wij krijgen dieberichten namelijk wel. Ik ben heel benieuwd of dat achter-haald is of dat u het antwoord daarop kunt geven.Minister Bruins:Die inventarisatie wordt gedaan in de ROAZ-regio. Daarbijis het van belang dat de verschillende partijen allemaalgoed aangehaakt worden. Dat is op dit moment gaande.We zullen zien hoe groot de voorraad per regio is en waarhet herverdelingsvraagstuk aan de orde is.De heer Jansen (PVV):Ik ben blij om dat te horen.De voorzitter:Volgens mij moeten we naar een afronding toe. Klopt dat?Minister Bruins:Voor dit blokje wel, voorzitter, maar we hebben natuurlijknog twee blokjes. We hebben nog het mapje internationaal,al is dat niet groot. Daarnaast zal ik iets meer tempo makenbij de resterende vragen.De voorzitter:Dat is altijd goed.Minister Bruins:Ik ga niet weg hoor; ik pak even een ander stapeltje.De voorzitter:Ik hou u in de gaten.Minister Bruins:Mevrouw Van den Berg vroeg waarom er geen gezamenlijkeaanpak is voor mensen die reizen in Europa. Ja, uiteindelijkworden reisadviezen toch van land tot land gegeven, omdatpublieke gezondheidszorg ook een verantwoordelijkheid isvan land tot land. Aan de ene kant ben ik er een grootvoorstander van dat we in Europa gezamenlijk definitiesbepalen en dat we zorgen voor goede informatie-uitwisse-ling; dat hebben we eerder gewisseld. Met name het puntvan goede informatie-uitwisseling zal ook morgen weeraan bod komen in de EPSCO. Maar er moet ook de vrijheidbestaan om als land zelfstandig maatregelen te nemen. Eenvan de voorbeelden heb ik u gegeven. Dat gaat over hetaanscherpen van het reisadvies voor Noord-Italië.Dan de vraag of ik bereid ben het aantal reizigersstromenaf te laten nemen en over het uitreizen naar risicogebieden.Dat is precies wat de informatie, het reisadvies, van Buiten-landse Zaken behelst. Daar zijn verschillende partijen bijaangehaakt. Ook ons RIVM is daarbij aangehaakt.De heer Jansen sprak erover dat andere landen stevigermaatregelen namen en wij niet. Ik waag dat te betwijfelen.Anders gezegd: ik ben het er niet mee eens. Ik heb hetvoorbeeld van Noord-Italië met het aangescherpte reisad-vies genoemd. Daarmee waren wij een van de eersten.Dan een vraag van een andere orde, naar het verschil tussende maatregel in Nederland en die net over de grens. Datwas een vraag van mevrouw Ploumen. Er is een verschilin het stadium tussen de situatie in Nederland, in dit gevalZuid-Limburg, en de situatie net over de grens in Duitsland.In het gebied in Duitsland is men overgegaan van de fasevan indammen naar de volgende fase. Zo ver zijn wij dusnadrukkelijk in Nederland niet, maar wij willen ons uiterstebest doen om het virus in te dammen. Dat zie je terug ineen verschil in afspraken.Dan de informatie-uitwisseling. Wanneer vindt de volgendeEPSCO-vergadering plaats? Dat is morgen. Wat staat daarop de agenda? Dat zijn dus in ieder geval informatie-uitwis-seling en het punt van de beschikbaarheid van debeschermingsmiddelen. Dan zal Bruins nog één keer tegenMacron zeggen dat hij het niet met hem eens is.Mevrouw Diertens heeft nog gevraagd naar het coronaresponse team. Dat is een onderdeel van een internationaalorgaan van politiekecrisisrespons. Dat is een van de veleoverlegorganen. Ik wil niemand tekortdoen, maar ik denkdat wij ons moeten concentreren op RIVM en de Europesetegenvoeter van RIVM, het ECDC.Meneer Veldman heeft gevraagd welke informatie ik kandelen uit gesprekken met de EU-Commissaris over hetterughalen naar Europa van delen van de productie vanmedicijnen, om de afhankelijkheid van China te verminde-ren. Ik heb in mijn gesprekken met mevrouw Kyriakidesbesproken dat de Commissie, los van de crisis, informatiegaat verzamelen over geneesmiddelentekorten. Op basisdaarvan zal worden bekeken in welke mate en voor welkegrondstoffen of voor welke medicijnen het wenselijk is omde productiecapaciteit binnen de EU te vergroten. U kuntervan op aan dat Nederland dan een actieve partij zal zijnom dat te volgen en maatregelen te bepalen.Zijn we te afhankelijk van geneesmiddelen, vroeg meneerHiddema. Ik vind inderdaad dat we te afhankelijk zijn vangeneesmiddelen die uit ver weg gelegen productielandenkomen. Daar heb ik u op geantwoord.Hoe is het overleg met andere landen over behandelingen,vroeg mevrouw Sazias. Op wereldniveau heeft de Wereld-gezondheidsorganisatie daarvoor een expertgroep aan hetwerk gezet. Dat kan ook voor ons maatregelen op basis vandie internationale inzichten opleveren. Mevrouw Saziasheeft het voorbeeld van chloroquine genoemd.Hoe zit het met de communicatie met de BES en desamenwerking met de Koninkrijkslanden in het Caribischgebied? De afgelopen weken heeft het RIVM als coördina-tiepunt via het zogenaamde I&HR-netwerk, waar de vierKoninkrijkslanden en de drie eilanden van CaribischNederland aan deelnemen, dagelijks contact gehad met dediensten publieke gezondheid, om de nodige voorberei-dende maatregelen te treffen. Dat I&HR-netwerk is eenstructuur waarlangs aanbevelingen en maatregelengecommuniceerd worden. Momenteel zijn er op de BES-60-7-195 maart 2020TK 60Ontwikkelingen rondom verspreidingcoronavirusTweede Kamer eilanden geen besmettingen, maar er is wel een besmettingop het Franse deel van Sint-Maarten.De diensten publieke gezondheid op de eilanden zijn zelfverantwoordelijk voor de uitvoering. Ten overvloede: deeilanden van Caribisch Nederland, Bonaire, Sint-Eustatiusen Saba, vallen binnen de Nederlandse regelgeving en deNederlandse coronavirusaanpak. De landen van hetKoninkrijk, Curaçao, Aruba en Sint-Maarten, zijn zelf verant-woordelijk voor de aanpak, maar kunnen indien gewensteen bijstandsverzoek aan Nederland doen. Op dit momentligt er zo'n verzoek van Sint-Maarten. Daarnaast wordt erbinnenkort een overleg met de ziekenhuizen op Curaçao,Aruba, Bonaire en Sint-Maarten georganiseerd, om tebespreken hoe we elkaar kunnen helpen als er capaciteits-problemen zijn bij besmettingen op grote schaal.Dan de allerlaatste vraag, van mevrouw Ploumen: kan deminister uitleggen op welke gronden de reisadviezen totstand komen? U weet dat Buitenlandse Zaken verantwoor-delijk is voor de reisadviezen. Ik weet dat zij diverse puntenhebben waarop getoetst wordt voordat een reisadvies wordtaangepast. Dat wordt gedaan op basis van objectieveinformatie van bijvoorbeeld inlichtingendiensten, lokaleautoriteiten, andere landen van de EU en andere ministeriesen ook het RIVM.Voorzitter, dat is het een-na-laatste blokje, dat gaat overinternationaal.De voorzitter:Een korte vraag van mevrouw Van den Berg.Mevrouw Van den Berg (CDA):Twee vragen. Helemaal terug naar het begin van het betoogvan de minister. Toen ging hij in op de vraag die wij haddengesteld over één Europees beleid. Het ging ons niet om éénEuropees beleid binnen de landen van de Europese Unie,maar om één Europees beleid ten aanzien van de landenbuiten de Europese Unie. Daar heb ik nog geen duidelijkantwoord op gekregen van de minister.Mijn tweede vraag betreft die reisadviezen. Die wordendoor Buitenlandse Zaken vastgesteld en daarbij is RIVMeen van de vele adviseurs. Is dat wel de juiste constructie,omdat RIVM uiteindelijk verantwoordelijk is voor hetindammen van het virus? Waarom mag dat daarin niet lei-dend zijn? We horen ook op Schiphol — dat kwam ookvoorbij — dat er veel minder informatie wordt gegeven danandere landen doen.Minister Bruins:Dit is eigenlijk een vraag aan Buitenlandse Zaken. Ik vindhet belangrijk dat ook gezondheidsinformatie bij zo'n reis-advies wordt betrokken. Daarom ben ik blij dat RIVM daareen aandeel in heeft. Dat is wat ik erover kan zeggen. Derest moet ik echt aan Buitenlandse Zaken overlaten.Dan over het Europees beleid. Daarvoor wordt afstemminggezocht tussen RIVM en zijn collega's in Europees verband.Op basis van dat verband kan daar nader inzicht in wordengeboden. Dat is wat ik daarover kan zeggen.De voorzitter:Dan ga ik naar de heer Jansen.De heer Jansen (PVV):Op het vliegen vanuit landen waar grote brandhaarden vanhet virus zijn, kom ik in tweede termijn terug. Ik ben welbenieuwd naar het volgende. De minister zegt dat wij nietuit de tred lopen met betrekking tot andere landen inEuropa, maar in Engeland staat het sluiten van scholen opnummer 2 in het actieplan. In Frankrijk zijn 120 scholengesloten. In Noord-Italië zijn alle scholen en universiteitentot half maart gesloten. In Zwitserland zijn maatregelengenomen. Evenementen worden stilgelegd; voetbalcompe-tities zonder publiek en dat soort zaken. Ik ben het met ueens dat het openbare leven moet doorgaan, maar wanneerkomen dit soort zaken bij ons in beeld?Minister Bruins:Ik heb aan het begin van mijn betoog gezegd dat wij onzeacties bepalen op basis van de inzichten van experts vanhet RIVM en de aanpalende organisaties, verenigd in OMTen WHO. Dat betekent dat we onze beleidsmaatregelendaarop richten. Op alle vragen waarom de landen A, B ofC dit doen en wij D, is het antwoord steeds: omdat wij onsbaseren op onze informatie, van onze experts. Dat is één.Twee, wij nemen steeds passende maatregelen die passenbij de situatie in Nederland. En drie, ik heb niet gezegd datwij niet uit de tred lopen van Europa willen lopen. Ik hebhet voorbeeld gegeven van Noord-Italië, over het aange-scherpte reisadvies, waarmee wij wel zeker uit de tred vanEuropa lopen. Dat kan ik morgen heel goed verdedigen inEuropa.De heer Jansen (PVV):Ik constateer dat wij het er niet over eens zijn. Ik kom er ookin tweede termijn op terug.Mevrouw Diertens (D66):Het virus houdt zich helaas niet aan landsgrenzen, vandaarmijn vraag over het Europese responsteam. Ik kan me heelgoed voorstellen dat uw focus op dit moment heel erggericht is op Nederland, om daar het goede te doen. Daar-voor ook heel veel respect. Maar ik vraag me dan wel afwat u morgen zelf meebrengt in die Gezondheidsraadbij-eenkomst, op basis van de ervaringen die u nu heeft.Minister Bruins:Morgen zal het met name gaan over informatie uitwisselen.Ik zal vertellen aan de collega's, en zij aan mij, welke ontwik-kelingen zich de afgelopen periode hebben voorgedaan.Dan gaat het over de beschikbaarheid van die beschermings-middelen. Ik denk dat er in Europa met name wordt inge-gaan op de gezamenlijke voorbereiding van zo'n aanbeste-ding. Ik zal er een punt van maken dat ik het geen goedbesluit vind van bijvoorbeeld Frankrijk om mondkapjes tevorderen.Mevrouw Diertens (D66):Dit zijn heel veel reacties op wat we in dit debat hebbenbesproken. Maar heeft u zelf ook nog dingen die u daar op60-7-205 maart 2020TK 60Ontwikkelingen rondom verspreidingcoronavirusTweede Kamer tafel wilt leggen, aan de hand van de ervaringen die u nuheeft opgedaan in het managen van dit proces, die mis-schien ook belangrijk zijn voor de Europese aanpak?Minister Bruins:De punten die ik u noemde, zijn de punten die ik in mijnhoofd heb, omdat ik die sowieso op de agenda verwachtvan morgen. Ik moet u eerlijk zeggen dat ik na ommekomstvan dit debat zal kijken wat er verder nog op de agendastaat en of ik nog aanvullende inbreng heb.Mevrouw Van Esch (PvdD):Een ander land dat we al een paar keer genoemd hebben,is Duitsland. Daar is het letterlijk verplicht om thuis te blijvenals je in aanraking bent gekomen met een coronapatiënt.Ik kom daar herhaaldelijk op terug, want ik blijf erbij dat ikhet bijzonder vind dat het RIVM en de GGD hier in Neder-land niet eens adviseren om thuis te blijven en mensen dusgewoon naar het werk laten gaan. U zegt dat u zich laatadviseren door de experts hierin. Maar dan ben ik welbenieuwd waarom de experts in Duitsland een ander adviesgeven dan de experts in Nederland. Misschien kunt u datmorgen meenemen. Hoe kunnen we dat dan stroomlijnen?Minister Bruins:Wij baseren ons op onze experts. Wij hebben in de grens-streek geen patiënten. Toen we 38 patiënten hadden, konje op het kaartje zien dat er in Limburg geen patiëntenwaren. In Duitsland had men wel patiënten. Dat betekentdat Duitsland andere maatregelen neemt. Ik heb u net uit-gelegd dat het in een ander stadium zit van de groei vande uitbraak van het coronavirus dan Nederland. Dat verschilin de aanpak tussen Duitsland en Nederland is gebaseerdop het aantal patiënten en de informatie van het DuitseRIVM en het Nederlandse RIVM.Mevrouw Van Esch (PvdD):Die informatie snapte ik, maar het lijkt ons zo jammer dater niet nu al preventiemaatregelen worden genomen,ondanks dat we in een andere fase zijn. De preventiemaat-regel is dan om mensen die in aanraking zijn gekomen meteen patiënt met het coronavirus in ieder geval te adviserenom thuis te blijven. Het gaat puur om die preventiemaatre-gel. Ik snap niet waarom die preventiemaatregel niet indeze fase in Nederland zou kunnen plaatsvinden als wedaarmee dus voorkomen dat er mensen bij komen.Minister Bruins:We hebben verdergaande maatregelen als er sprake is vanrisicogebieden. Dat is dus niet aan de orde in Duitsland.Preventiemaatregelen die sowieso kunnen worden geno-men, zijn: handen wassen, niet in de ogen wrijven, niezenin de elleboog, enzovoorts.Mevrouw Ploumen (PvdA):Een korte vraag over de grensregio. Ik begrijp dat Duitslandin een andere fase van de uitbraak is, een fase waarin wijniet hopen te komen. Maar voor de mensen in de grens-streek is het gewoon hun buurman, zal ik maar zeggen,letterlijk soms gewoon aan de overkant van de straat. Is erdan wel intensiever contact tussen bijvoorbeeld degezondheidsautoriteiten van de Duitse en de Nederlandsegrensstreek? Dat lijkt me dan toch wel belangrijk.Minister Bruins:Jazeker, er is zeer intensief contact tussen beide regio's.Dat heeft er ook toe geleid dat een aantal kleinere activitei-ten, als ik het zo mag uitdrukken, in Nederland zijngeschrapt. Dat is dus aan de Nederlandse kant van de grens.De reden daarvoor is juist dat contact met de Duitse col-lega's.De voorzitter:Dan stel ik voor dat u de laatste, korte vragen van Kamerle-den beantwoordt. Kan dat?Minister Bruins:Ja, graag!De voorzitter:En de vragen die per interruptie zijn beantwoord, hoevenniet te worden herhaald.Minister Bruins:Nee, daar ga ik mijn uiterste best voor doen.Ik denk dat het goed is als ik nog wel inga op de leden vanVindicat. Er is goed overleg tussen de GGD in het noordenvan het land en de studentenvereniging Vindicat. Er is uit-gelegd wat de risico's voor de leden op dit moment zijn.Het gaat dan dus om de leden die daar aan het skiën zijnin Noord-Italië. Het is goed om het volgende te weten. Destudenten zijn hoog in de bergen geweest, in aparte hotels.Ze worden in aparte bussen gevoerd, en als er zieken zijn,dan worden dezen apart vervoerd. Bij thuiskomst ligt er bijalle studenten een brief met instructies van de GGD overhet voorkomen van verspreiding, hoe studenten hungezondheid in de gaten moeten houden en hoe ze moetenacteren als ze verschijnselen of geringe verschijnselenontwikkelen. Dat betekent: thuisblijven bij kuchen en dehuisarts bellen als daar koorts bij komt. De studenten kun-nen terugkomen, net als alle andere Nederlanders die inNoord-Italië zijn. Er zijn geen restricties voor de terugkeervanuit Noord-Italië. Dit zijn dezelfde maatregelen als degenedie we al eerder hebben besproken voor alle personen dieterugkomen uit Noord-Italië.Dat op dat punt, voorzitter. Dan blader ik nog even doormijn stapeltje vragen heen.Mevrouw Sazias heeft nog gevraagd hoe intensief het testenis. Misschien kan ik even vertellen hoe dat gaat in de prak-tijk. De behandelend arts waarschuwt de GGD. Als mensenthuis zijn, komt de GGD een monster afnemen. Als mensenin het ziekenhuis liggen, organiseert de arts-microbioloogdat. Het afnemen van een monster gaat met een neus- enkeelswab. Dat is een watje aan een stokje. Afnamesets zijnbij de GGD op voorraad. Die kunnen ook bij het RIVM wor-den besteld. Zodra de uitslagen van laboratoria bekend zijn,wordt dat teruggerapporteerd. Dat proces duurt ongeveer24 uur. Er wordt gekeken of dat veel korter kan worden60-7-215 maart 2020TK 60Ontwikkelingen rondom verspreidingcoronavirusTweede Kamer gemaakt, tot circa 6 uur. Er zijn dus veel mensen bij zo'ntest betrokken. Het komt er dus op aan om de werklast goedte verdelen en te zorgen dat er voldoende personele capa-citeit blijft.Mevrouw Dik-Faber vroeg nog: kunnen kinderen wel ofgeen besmetting oplopen met het coronavirus? Er wordtnaar gekeken of er echt een verschil is tussen kinderen envolwassenen. Er wordt ook gekeken wat daarvan de oorzaakis. Het is moeilijk om daar aan het begin van een uitbraakeen opvatting over te formuleren, maar daar zal zeker naderonderzoek naar plaatsvinden.Dan heb ik de belangrijkste vragen gehad, denk ik.De voorzitter:Oké, dan ga ik naar de heer Jansen voor een korte vraag.De heer Jansen (PVV):Ja, over de 900 studenten van Vindicat. De minister geeftaan: aparte hotels en aparte bussen, en als er sprake is vaneen eventuele besmetting, wordt men apart vervoerd. Kande minister aangeven of er op dit moment een verdenkingis? Of is het alleen een voorzorgsmaatregel? Want ze gaanop dit moment allemaal in een aantal bussen zitten.Minister Bruins:Dit is de informatie waarover ik beschik. Ik ga niet specule-ren over het verdere.De heer Jansen (PVV):Dan ga ik ervan uit dat het een voorzorgsmaatregel is. Endan hoop ik maar dat dat inderdaad goedkomt, want alsdeze mensen met z'n allen in de bus vertrekken en onder-weg gebeurt er iets, dan hebben we toch een probleem,denk ik.De heer Van der Staaij (SGP):Ik had nog een vraag gesteld over het afwegingskader bijevenementen.Minister Bruins:Ja, sorry. Ik kijk daar samen met de minister van Justitienaar. Hoe kunnen we voorzitters van veiligheidsregio'sondersteunen bij besluiten die ze op dat punt moetennemen? Dat is onderhanden werk. We proberen dat zospoedig mogelijk gereed te hebben.De heer Van der Staaij (SGP):Kan wat er aan informatie te delen is, meegenomen wordenin de brief die de minister heeft aangekondigd, waarin hijop een aantal punten nog zou terugkomen? Dat kan vooranderen ook behulpzaam zijn.Minister Bruins:Zeker. Ik zal in ieder geval dat onderwerp benoemen. Ofhet dan al helemaal af is, weet ik niet, maar dat zal zekeraan bod komen.De heer Van der Staaij (SGP):Ook op de website zou dat een nuttige aanvulling zijn. Erstaat heel veel waardevols op, maar als het gaat om evene-menten vragen organisaties zich vanuit hun eigen verant-woordelijkheid af waar zij wijs aan doen.Minister Bruins:Ja, daar ben ik het mee eens.Mevrouw Van den Berg (CDA):Er zijn reeds nu verschillende bedrijven die een enormeimpact ervaren van het coronavirus, gewoon omdat zeminder klanten krijgen. Daarom hebben wij om deeltijd-WW of werktijdverkorting of hoe je het ook wilt noemengevraagd. Ik dacht dat ik de minister daar nog niet over hadgehoord.Minister Bruins:Nee, daar heeft u gelijk in. Maar ik dacht: ik ben nu al zolang aan het woord geweest ...De voorzitter:Dat is ook zo.Minister Bruins:... maar inderdaad, het antwoord op de vraag om deeltijd-WW te honoreren, moet bij de collega van Sociale Zakenvandaan komen. Ik zal zorgen dat er een antwoord op dievraag komt. Ik heb dat niet paraat.De voorzitter:Dan komt de minister daar schriftelijk op terug, als ik hetzo mag uitleggen.De heer Renkema (GroenLinks):Ik kan het gemist hebben, maar ik had nog een vraaggesteld over de infrastructuur: de GGD's en de mogelijkebezuinigingen van de afgelopen jaren daarop.Minister Bruins:Dat onderwerp ken ik in een meer beleidsmatige context.Op dit moment ervaar ik een heel andere houding van deGGD's. Zij zijn allemaal — ik zeg het iets te plastisch —ontzettend hard aan het werk. Op dat punt moet ik laterterugkomen. Dat past ook een beetje bij het punt "de balansopmaken in financiële zin". Ik kan daar nu geen inhoudelijkeuitspraken over doen.Mevrouw Van Esch (PvdD):Ik mis volgens mij nog het antwoord op twee vragen. Eenvraag ging over het advies van de GGD om, op het momentdat je het coronavirus hebt, dat juist tegen niemand te ver-tellen, en zelfs de verplichting op te leggen om dat tegenniemand te vertellen. Dat is een van de verhalen die ik hoor.Ik ben benieuwd naar de reactie van de minister daarop.Een tweede vraag is hoe het op dit moment gaat met degesprekken met de collega van LNV wat betreft de oorzaak60-7-225 maart 2020TK 60Ontwikkelingen rondom verspreidingcoronavirusTweede Kamer van het coronavirus. Dat is voor ons belangrijk om daarmeeverder te kunnen.Minister Bruins:De laatste vraag eerst: dat gesprek moet ik nog voeren. Wehebben het daar vorige maand in het andere AO overgehad. Dat gesprek zal dus worden gevoerd, maar ik con-centreer me nu op maatregelen die horen bij de uitbraakvan het coronavirus in Nederland. Tot slot, het punt van deGGD: tegen niemand vertellen. Ik begrijp niet waar datvandaan komt, maar het maakt zeker geen deel uit van deInf@ctberichten die ik heb gezien vanuit het RIVM. Het lijktme juist heel goed en logisch dat je dat, uit vrije wil en metinachtneming van hoe je daar zelf over denkt, aan jeomgeving laat weten.Voorzitter. Het heeft even geduurd, maar ik hoop dat ikhiermee de vragen toch naar genoegen heb beantwoord.De voorzitter:Dat hoop ik ook. En anders had ik het wel van de Kamerle-den gehoord. Dank u wel voor de beantwoording van devragen in de eerste termijn. Voordat we tot de tweede ter-mijn overgaan, schors ik de vergadering enkele ogenblikken.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.Voorzitter: Van der LeeDe voorzitter:Aan de orde is de voortzetting van het debat over de ver-spreiding van het coronavirus. We zijn toe aan de tweedetermijn van de zijde van Kamer. Als eerste spreker is hetwoord aan de heer Hijink namens de Socialistische Partij.De minister is onderweg, dus de heer Hijink mag naar hetkatheder lopen. Ga uw gang.De heer Hijink (SP):Dank, voorzitter. Ik dank ook de minister voor de uitgebreideuitleg. Niet op alle onderwerpen was ik helemaal tevreden.Ik heb helaas maar twee minuten en ik heb drie moties omin te dienen, dus ik wil maar meteen de moties indienen.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,van mening dat beschermende middelen allereerst en teallen tijde beschikbaar moeten zijn voor de zorgsector;overwegende dat deze beschermende maatregelen nietalleen van belang zijn in de bestrijding van het coronavirusmaar ook in de reguliere zorg, zoals de mondzorg en deverpleeghuiszorg;verzoekt de regering in de coördinatie en distributie vanbeschermende middelen de levering te garanderen voorzorgverleners die betrokken zijn bij de bescherming tegenhet coronavirus maar ook zorg te dragen voor voldoendemiddelen zodat de reguliere zorg bij bijvoorbeeld tandartsenen in verpleeghuizen gecontinueerd kan worden,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Hijink. Naar mij blijkt,wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 105 (25295).MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat India als grootste producent van gene-rieke medicijnen de export van belangrijke bestanddelenvan medicijnen aan banden heeft gelegd als gevolg vanhet coronavirus;constaterende dat dit komt doordat de levering van Chinesegrondstoffen is gestokt;constaterende dat als deze situatie voortduurt dit een groteimpact kan hebben op de medicijnvoorraden;verzoekt het kabinet een noodscenario uit te werken voorals er medicijntekorten ontstaan,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Hijink. Naar mij blijkt,wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 106 (25295).MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat het coronavirus leidt tot veel extra kostenvoor ziekenhuizen;overwegende dat ziekenhuizen door de coronaproblematiekniet in financiële problemen mogen komen, dan wel faillietmogen gaan;spreekt uit dat het kabinet in overleg met de zorgverzeke-raars passende maatregelen moet nemen om te voorkomendat ziekenhuizen in liquiditeitsproblemen of erger terecht-komen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Hijink. Naar mij blijkt,wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 107 (25295).60-7-235 maart 2020TK 60Ontwikkelingen rondom verspreidingcoronavirusTweede Kamer De heer Hijink (SP):Dank, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Jansennamens de Partij voor de Vrijheid.De heer Jansen (PVV):Voorzitter. De vraag is wie hier beslist, de experts of deminister. Voorlopig denken wij de experts.Ik heb drie moties.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat meerdere landen een vliegverbod hebbenafgekondigd voor personenvluchten afkomstig uit gebiedenwaar het coronavirus is uitgebroken;van mening dat ook in Nederland meer proactief opgetredenmoet worden tegen het coronavirus om uitbreiding vanbesmettingen te voorkomen;verzoekt de regering personenvluchten afkomstig uit groterisicogebieden te verbieden en afreizen naar deze risicoge-bieden ten zeerste te ontraden,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Jansen en Wilders.Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoendeondersteund.Zij krijgt nr. 108 (25295).MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat mensen die terugkeren uit regio's waarhet coronavirus is uitgebroken niet standaard getest wordenof in quarantaine gezet worden;van mening dat besmettingen met het coronavirus zichhierdoor mogelijk kunnen uitbreiden;verzoekt de regering een meldplicht in te stellen vooriedereen die terugkeert uit een groot risicogebied waar hetcoronavirus is uitgebroken en ze veertien dagen in quaran-taine te houden in regionale opvanglocaties,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Jansen. Naar mijblijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 109 (25295).MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,van oordeel dat burgers gebaat zijn bij duidelijke informatieen communicatie over het coronavirus, inclusief worstcase-scenario's;verzoekt de regering met spoed meerdere scenario's uit tewerken met bijbehorend stappenplan en inwerkingtredingen deze openbaar te maken,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Jansen. Naar mijblijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 110 (25295).De heer Jansen (PVV):Voorzitter. Zoals ik al in het begin stelde: wie bepaalt hierhet beleid? Het lijkt wel alsof de minister zich voornamelijklaat leiden door de experts, maar ook eigenlijk zelf geenenkel initiatief neemt om daar verandering in te brengen.Wij vroegen: neem die regierol op je. De vraag is nu zelfs:is de minister überhaupt wel in controle? Ik twijfel daarenorm over. Ik vind dat heel jammer. Ik gun deze ministerabsoluut de kans, maar hij maakt het mij heel moeilijk omvertrouwen te houden in zijn juiste aanpak.De voorzitter:Er is een interruptie van de heer Veldman.De heer Veldman (VVD):Ik erger mijn opnieuw aan de stellingname van de heerJansen. Hij stelt dat hij ziet dat de minister zich vooral laatleiden door de experts. Door wie zou de minister zich andersmoeten laten leiden dan door experts? Moet hij zich latenleiden door de onwetenden? Moet hij zich laten leiden doormensen die ook maar wat roepen, zoals de heer Jansen,als ik de moties goed hoor? Door wie zou de minister zichmoeten laten leiden anders dan door deskundigen?De heer Jansen (PVV):De heer Jansen roept niet zomaar wat. De heer Jansenvertegenwoordigt de mening van de PVV en die is geba-seerd op de feiten die ons voorliggen. Wat wij zien, is datde minister iedere keer zegt: wij laten ons leiden door deexperts, de experts adviseren ons de volgende stappen tenemen. Het is een politicus die uiteindelijk de beslissingneemt om een aantal stappen te nemen die goed zijn vooronze bevolking, die goed zijn voor onze mensen, ook als60-7-245 maart 2020TK 60Ontwikkelingen rondom verspreidingcoronavirusTweede Kamer dat betekent, zoals ik in mijn eerste termijn al zei, dat jeimpopulaire maatregelen moet nemen. Soms is het beter— dat zie je aan landen om ons heen en dat zie je ook aanTrump in Amerika — om stappen te zetten waarvan deexperts misschien zeggen: wij denken niet dat die op ditmoment al nodig zijn. Dan kan de minister zeggen: ik alsminister vind dat misschien wel nodig, want ik wil namelijkzorgen dat alle mensen in Nederland de maximalebescherming hebben.De voorzitter:De heer Veldman, afrondend.De heer Veldman (VVD):Het is een prachtig riedeltje, maar volgens mij gaat dat rie-deltje meestal andersom: dat bestuurders soms evennadenken over een verregaand advies van een expert, eendeskundige, omdat ze bang zijn voor reacties. Wat de heerJansen nu doet, is dat omdraaien. Ik zou de heer Jansenwillen oproepen om verstandig te blijven, de rust te bewa-ren en te luisteren naar de experts en deskundigen die wein Nederland hebben, en om daar niet een eigen, dwarsekoers in te varen met weet ik veel wat voor doel, want hetdoel zie ik niet. Ik betreur dit echt.De heer Jansen (PVV):Ik denk dat de enige verstandige koers die hier vandaaggevaren wordt, die van de PVV is. De VVD is volledigonzichtbaar, beschermt de eigen minister en heeft eigenlijkgeen eigen mening.Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):Voorzitter. Ik wil toch ook gezegd hebben dat ik me hierbijzonder aan erger. Eigenlijk is mijn vraag aan de heerJansen: wie zou er meer verstand hebben van het corona-virus, meneer Jansen of de Wereldgezondheidsorganisatie?De heer Jansen (PVV):De PVV heeft haar mening over het onderwerp coronavirus.Wij kijken naar de ontwikkelingen. We kijken naar de ont-wikkelingen in Nederland en we kijken naar de ontwikkelin-gen in het buitenland. We kijken naar de maatregelen enwij zien dat wij als Nederland niet voorop lopen. Ondankswat de minister zegt, lopen wij achteraan. We lopen achter-aan en reageren enkel op alleen op iedere gebeurtenis,zonder zelf actief te denken. Laten vooruitlopen. Laten weaan de mensen communiceren welke stappen we gaannemen en waarom. Het gebeurt gewoon niet.De voorzitter:Afrondend, mevrouw Dik-Faber.Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):Dan weet ik niet waar meneer Jansen vandaag aanwezigis geweest, want volgens mij hebben we een debat gehaden hebben we met de minister uitvoerig van gedachtengewisseld over de adviezen van de experts en over destappen die mogelijk gezet moeten worden. We hebbenallemaal brieven ontvangen. Daar zit een bijlage bij van hetOutbreak Management Team. Ik stel nogmaals mijn vraag,want die is niet beantwoord. Wie is hier nou de slimste?Wie heeft er nou de meeste kennis van een virus als hetcoronavirus, meneer Jansen of de Wereldgezondheidsor-ganisatie? Ik denk — laat ik de vraag maar beantwoorden— dat de Wereldgezondheidsorganisatie iets meer verstandvan zaken heeft. Laten we dan vooral hun expertise volgenen niet die van de PVV-fractie.De heer Jansen (PVV):Het gaat helemaal niet om wie er meer kennis heeft. Hetgaat erom wie uiteindelijk hier beslist. De politiek beslist,en wij denken als PVV dat het goed is om met deze driemoties de minister nog eens een keer op weg te helpen.De Kamer zou er goed aan doen om deze moties gewoonte steunen, want dan laten we ook zien aan onze bevolking:wij komen op voor jullie, wij komen op voor jullie gezond-heid.De voorzitter:De heer Veldman wil volgens mij een persoonlijk feit maken.Dat moet wel echt een persoonlijk feit zijn, want vaak wordthet gebruikt om toch weer een inhoudelijke discussie tevoeren.De heer Veldman (VVD):Voorzitter. Ik zal niet de inhoudelijke discussie beginnen,want ik denk dat dat niet zo goed mogelijk is met meneerJansen. Er wordt mij wel, qua persoonlijk feit, verweten datik hier vandaag niks vind en volgens mij is dat niet waar.Volgens mij heb ik heel duidelijk aangegeven dat ik het eensben met de lijn die de minister volgt op basis van adviezenvan de deskundigen en dat we nu in een fase zitten waarinhet gaat om het indammen. We zitten dus niet in een fasevan het grootschalig afzeggen van evenementen, het sluitenvan scholen, het sluiten van stations en het sluiten van weetik veel wat allemaal nog meer. Is het uitgesloten dat we datdoen? Nee, dat is niet uitgesloten. Ook dat heb ik vandaaggezegd. Als de fase komt dat dat nodig is, dat er draconischemaatregelen nodig zijn, dan zal dat moeten gebeuren.Alleen is dat nu niet het geval. Het zou mooi zijn als de heerJansen zich ook aansluit bij de experts die zeggen dat datnu niet nodig is.De voorzitter:Tot slot, in de richting van de heer Veldman, de heer Jan-sen.De heer Jansen (PVV):Het zou mooi zijn als de VVD onze motie steunt, want danlaat ze zien dat ze het ook echt meent.Mevrouw Van den Berg (CDA):Ik heb vanmorgen al aangegeven dat ik de wijze waaropde PVV spreekt over onze experts en deskundigen schoffe-rend vind. De Nederlandse virologen zijn toonaangevendin de wereld. Is de PVV het met het CDA eens dat de taakvan de Kamer niet is om op de stoel van artsen en deskun-digen en het RIVM te gaan zitten, maar om te zorgen datde minister voldoende middelen en doorzettingsmacht60-7-255 maart 2020TK 60Ontwikkelingen rondom verspreidingcoronavirusTweede Kamer heeft om maatregelen te treffen die hem worden geadvi-seerd? Als wij vinden dat dingen niet duidelijk zijn of wemeer toelichting willen hebben, bevragen we de ministerdaarop.De heer Jansen (PVV):Wij zitten hier als PVV-Kamerleden om het volk te vertegen-woordigen. Dat doen wij. Wij helpen de minister als datnoodzakelijk is om een stap in de juiste richting te zetten.Dat is wat wij doen.De voorzitter:Mevrouw Van den Berg, afrondend.Mevrouw Van den Berg (CDA):Ik hoor geen reactie. De heer Jansen vindt blijkbaar dat hijmeer kennis van zaken heeft dan RIVM, virologen, artsenet cetera. Maar ik denk dat we niet uit die discussie gaankomen.De heer Jansen (PVV):Ik ben daar vanmorgen bij interrupties op mijn eerste ter-mijn al op ingegaan. Ik heb heel duidelijk aangegeven datwij enorm de kennis en de inzet van de experts waarderen,maar dat het uiteindelijk de politiek is die gaat over wat wijdoen. Wij zijn de politiek. Wij beslissen.Mevrouw Diertens (D66):Ik vind deze discussie een hele vreemde kant op gaan. Ikzou geen enkele twijfel willen zaaien over met hoeveelpositieve inzet en hoeveel kracht wetenschappers, expertsen zorgaanbieders bezig zijn om op een heel verantwoordemanier dit virus in te dammen voor alle Nederlanders diezich op dit moment zorgen maken. Ik vind het niet terechtdat u de manier waarop die processen gaat, diskwalificeert.Wij zijn goed geïnformeerd. Er zijn echt dingen die verbeterdkunnen worden, maar in zo'n crisissituatie zullen er altijddingen overblijven waarvan het achteraf heel makkelijk isom te zeggen dat we het anders hadden kunnen doenenzovoort. Ik wil me hier echt van distantiëren.De heer Jansen (PVV):De PVV heeft het vanmorgen in haar eerste termijn heelduidelijk verwoord. Ik kan het bijna citeren. Wij hadden hetover de helden die op dit moment in de zorg werken, diede afgelopen periode keihard hebben gewerkt en die datiedere seconde, iedere dag nog steeds doen. Daarmee latenwe volgens mij zien hoe wij als PVV ertegen aankijken.Dank u wel.De voorzitter:U ook bedankt voor uw tweede termijn. Dan is nu het woordaan mevrouw Van den Berg namens het CDA.Mevrouw Van den Berg (CDA):Dank u wel, voorzitter. Ik dank de minister voor alle antwoor-den en voor de toezegging dat hij nog terug gaat komenop het aanpakken van woekerprijzen en de mensen die hiereen slaatje uit willen slaan, en op de vraag of hij zelf vol-doende middelen heeft om te vorderen of een aanwijzingte geven ten aanzien van materialen en hulpmiddelen, alsdat nodig is.Ik heb net al aangegeven dat wij het belangrijk vinden dater wat meer toelichting is als er wat onduidelijkheid is. Wehebben gezegd dat veel bedrijven toch al de impact vanhet coronavirus merken. Vandaar de twee volgende moties.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat veruit het grootste deel van de besmet-tingen komt door mensen die zeer recentelijk in brandhaar-den van besmettingen geweest zijn;overwegende dat door afname van het aantal reizigersstro-men en door risicogedrag van terugkerende reizigers teverminderen, de kans op verdere besmettingen kan vermin-deren;overwegende dat nu niet duidelijk is waarom Nederlandbepaalde reismaatregelen, zoals het aanpassen van visabe-leid, reisverbod naar risicogebieden en het screenen vanvliegtuigreizigers, niet neemt;verzoekt de regering om nader toe te lichten waarom aan-vullende reismaatregelen wel of niet worden genomen;verzoekt de regering tevens de Kamer hierover binnen eenweek te informeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg. Naarmij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 111 (25295).MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat bedrijven die worden getroffen door een"buitengewone gebeurtenis" als het coronavirus werktijd-verkorting kunnen aanvragen om geen personeel te hoevenontslaan;overwegende dat wanneer de impact van de virusuitbraakverder toeneemt aanvullende, meer conjuncturele maatre-gelen nodig zijn om op langere termijn economische60-7-265 maart 2020TK 60Ontwikkelingen rondom verspreidingcoronavirusTweede Kamer schokken te kunnen opvangen en bedrijven in staat te stel-len zich te herpakken;overwegende dat er bedrijven zijn die vanwege het corona-virus nu al behoefte hebben aan instrumenten zoals eenuitbreiding van de werktijdverkorting of deeltijd-WW;verzoekt de regering in dat kader om in samenspraak metsociale partners geschikte instrumenten, zoals deeltijd-WWof uitbreiding van de werktijdverkorting, zo snel mogelijkinzetbaar te maken, inclusief heldere voorwaarden, zodatdeze ieder moment kunnen worden geactiveerd,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg enPalland. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoendeondersteund.Zij krijgt nr. 112 (25295).Dank voor uw inbreng in de tweede termijn. Dan is nu hetwoord aan mevrouw Van Esch namens de Partij voor deDieren.Mevrouw Van Esch (PvdD):Dank u, voorzitter. In de preventie van de verspreiding vanhet coronavirus moeten gezondheidsinstanties het even-wicht bewaken tussen onrust voorkomen enerzijds en hetvirus effectief indammen anderzijds. Ook wij willen hieronze dank uitspreken aan iedereen die daar op dit momentenorm aan bijdraagt. Maar toch blijft bij de Partij voor deDieren het idee bestaan dat we nu echt nog te weinig doenaan die preventie en dat we te veel vasthouden aanbepaalde protocollen en fases waarin we zouden zitten.Daarnaast zijn en blijven wij uiteraard een voorstander vanhet feit dat medische gegevens privé zijn. Het is belangrijkdat mensen zelf de baas blijven over wat ze aan wie vertel-len. Maar de GGD heeft wel een belangrijke rol in hetbeschermen van de omgeving van coronapatiënten. In datkader is het advies dat zij hebben gegeven, wat ons betreftecht vreemd, namelijk: "Houd het nog even stil. Je hoeft demensen met wie je contact hebt gehad, niet in te lichten.Dat mag wel, maar dat hoeft niet." Wat zou u doen als udat hoort? Het advies van een expert neem je namelijkserieus. De adviezen van de GGD moeten wat ons betreftwel gericht zijn op preventie. Daar hoort een advies om deboel stil te houden absoluut niet bij wat ons betreft. Ik hoopdan ook oprecht dat dit soort adviezen vanaf nu niet meergegeven worden. Daarom dien ik de volgende motie in.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat Nederlandse coronapatiënten verteldwordt dat zij hun contacten niet hoeven te informeren;overwegende dat deze contacten ook niet worden geadvi-seerd om thuis te blijven en niet worden getest;verzoekt de regering in overleg met RIVM en GGD zo snelmogelijk te onderzoeken of deze adviezen in het kader vande preventie van de verspreiding van het virus aangescherptmoeten worden,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van Esch. Naar mijblijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 113 (25295).Mevrouw Van Esch (PvdD):Dank u wel.De voorzitter:Dank voor uw inbreng. Dan is nu het woord aan de heerRenkema namens GroenLinks.De heer Renkema (GroenLinks):Voorzitter, dank u wel. Ik ben mijn inbreng in de eerste ter-mijn geëindigd met de uitspraak dat we het hoofd koelmoeten houden, maar het hart warm. Ik moet zeggen dathet schrikken is nu we vandaag hebben gehoord dat hetaantal mensen dat besmet is met het coronavirus, is opge-lopen naar 82. Ik wens vanaf deze plek iedereen die besmetis, van harte beterschap en een volledig herstel. Verder wilik alle onderzoekers, wetenschappers, laboranten en zorg-verleners van het RIVM, de GGD en alle ziekenhuizen heelveel succes wensen bij hun belangrijke werk. Zij doenmomenteel hun uiterste best en daarvoor verdienen zij danken waardering.Wel ben ik er niet helemaal gerust op dat die 25 GGD-regio'shet allemaal aankunnen. Verschillende regio's hebben inde afgelopen jaren met bezuinigingen te maken gehad ofmet een capaciteitsbeperking, waardoor op sommigeplekken nog slechts enkele infectieartsen en verpleegkundi-gen infectieziekten werkzaam zijn. Daar heb ik een motieover en die kijkt ook vooruit naar de toekomst. Het virus zalongetwijfeld de komende zomer minder actief zijn, maarer volgen straks ook weer een herfst en een winter, en inde toekomst volgt mogelijk ook weer een nieuw virus. Onzebasisinfrastructuur moet dan ook goed zijn. Ik denk dat weop dat punt de balans moeten opmaken in de komendemaanden. Vandaar de volgende motie.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat verschillende gemeenten het afgelopendecennium hebben bezuinigd op de GemeentelijkeGezondheidsdienst (GGD);60-7-275 maart 2020TK 60Ontwikkelingen rondom verspreidingcoronavirusTweede Kamer overwegende dat daardoor de capaciteit beperkt is voorbron- en contactonderzoek en het afnemen van testen bijinfectieziekten zoals het coronavirus;verzoekt de regering onafhankelijk extern onderzoek te latendoen of de Gemeentelijke Gezondheidsdiensten in alle 25GGD-regio's voldoende geëquipeerd zijn voor hun wettelijkewerkzaamheden;verzoekt tevens de uitkomsten van dit onderzoek voor 1september van dit jaar met de Kamer te delen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Renkema. Naar mijblijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 114 (25295).Dank voor uw inbreng. Dan is nu het woord aan mevrouwDik-Faber namens de ChristenUnie.Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Ik wil de minister danken voor deuitvoerige beantwoording van alle vragen die gesteld zijn.Het debat is ook wat uitgelopen. Dat is niet verbazingwek-kend bij dit belangrijke onderwerp. Dit betekent echter weldat ik de vergadering helaas zo meteen zal moeten verlaten,maar uiteraard zal ik in het verslag teruglezen hoe deberaadslagingen verder zijn verlopen.Ik wil een motie indienen.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat er vanuit verschillende bronnen veelinformatie wordt gegeven over het coronavirus;overwegende dat eenduidige informatievoorziening overhet coronavirus, de maatregelen die worden genomen ofmoeten worden genomen en de onderbouwing daarvanvanuit de overheid daarom van groot belang is;overwegende dat de informatievoorziening vanuit deoverheid, zoals persconferenties en informatie die door hetRIVM en de GGD's wordt verstrekt, voor iedere burgerbegrijpelijk en toegankelijk moet zijn;verzoekt de regering de informatievoorziening vanuit deoverheid, het RIVM en de GGD's over het coronavirus ende maatregelen die worden genomen, eenduidig, begrijpe-lijk en toegankelijk te maken voor alle inwoners vanNederland,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Dik-Faber enDiertens. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan vol-doende ondersteund.Zij krijgt nr. 115 (25295).Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):Voorzitter. We hebben in het debat ook gewisseld dat deminister veel overleg heeft. We hebben een interruptiede-batje gehad over het gesprek dat hij voert met de LandelijkeHuisartsen Vereniging. Ik weet dat de minister ook met deROAZ'en spreekt. Morgen heeft hij weer een conferentiemet zijn Europese collega's. Mijn vraag aan de minister isof hij de Kamer met regelmaat op de hoogte wil houdenvan alle overleggen die hij voert, zodat we vragen vanbetrokken burgers kunnen beantwoorden en onze rol alsvolksvertegenwoordiger goed kunnen invullen.Dank u wel.Dank voor uw inbreng. Dan is nu het woord aan de heerVan der Staaij namens de Staatkundig GereformeerdePartij.De heer Van der Staaij (SGP):Dank u wel, voorzitter. Ik wil graag de minister danken voorzijn heldere beantwoording. Ik stip drie punten nog kortaan. In de eerste plaats is dat dat ik afzie van het indienenvan een motie, omdat ik een heldere toezegging hebgekregen op het punt van het beleidskader bij evenementen.Daar worden we nog verder over geïnformeerd. Dat wachtik graag af. Gelet op de toename van het aantal besmettin-gen hoop ik dat dat ook snel meer helderheid kan bieden.In de tweede plaats heb ik een nog openstaande vraag overde evaluatie. Ik veronderstel zonder meer dat er te zijnertijd ook nog wordt terugblikt op de aanpak, zowel op debestuurlijke aanpak als op de medisch-inhoudelijke aanpak.Maar dat hoor ik toch nog graag van de minister. Ik vinddat we nu vooral moeten kijken naar en ons moeten richtenop de vraag welke maatregelen nodig zijn voor het verderindammen van het virus en eventuele fasen die daarna —hopelijk niet — volgen.Tot slot was er nog even een discussie over de rol vanexperts. Ook ik vind het debat daarover interessant. Eerlijkgezegd voelde ik dat ik bij de uitersten die er op dat puntzijn, ergens in het midden zit: neem experts serieus, zekerals het gaat om strikt medisch-inhoudelijke informatie, maarop het punt van te nemen maatregelen is het ook weldegelijk een politiek-bestuurlijke weging, waar we ons ooksteeds rekenschap van moeten geven. Daar kan je voorzich-tiger, wat minder vergaand of wat verdergaand in zijn.Natuurlijk wegen de adviseringen van experts daar welzwaar in, maar het blijft een eigenstandige politiek-bestuurlijke afweging. Zo zullen wij dit verder ook beoorde-len, maar ik wil de minister ook vooral veel wijsheid toewen-sen in het verder vervullen van die belangrijke verantwoor-delijkheid.Dank u wel.60-7-285 maart 2020TK 60Ontwikkelingen rondom verspreidingcoronavirusTweede Kamer De voorzitter:Dank voor uw inbreng. Het woord is aan de heer Veldmannamens de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie.De heer Veldman (VVD):Dank u wel, voorzitter. Dank aan de minister voor zijn hel-dere beantwoording van alle vragen die ook door alle col-lega's gesteld zijn. Ik heb geen motie op het punt van dezorg die ik uitgesproken heb over de beschikbaarheid vanhulpmiddelen, onder andere mondkapjes. Maar ik zie welgraag snel het overzicht van de aanvullende maatregelendie de minister kan nemen op het moment dat een acuuttekort toch groter is dan nu door sommigen voorzien wordt.Voorzitter. Er zijn nu 82 besmette mensen in Nederland.Dat is bijna een verdubbeling. Ik zie zojuist dat in Belgiëhetzelfde het geval is: die zijn van 23 naar 50 gegaan. Datis zorgelijk, zoals de 38 ook al zorgelijk waren, maar ik blijfzeggen: laten we de rust bewaren en laten we koersen opdatgene wat experts en deskundigen zeggen. Het isnatuurlijk niet nieuw wat de GGD doet. We zijn niet nu netpas begonnen met het bestrijden van een infectieziekte.Neem iets als tuberculose. Dat kennen we al heel lang. Datkennen we gelukkig in Nederland bijna niet meer, omdater nauwelijks nog mensen zijn die besmet worden met tb,terwijl er soms nog steeds mensen met tb van buitenNederland binnenkomen. Dan gaan GGD's daar adequaaten goed mee om. Ik heb er vertrouwen in dat dat ook opdit moment gebeurt. Ik heb er vertrouwen in dat de adviezendie de minister krijgt, adequaat en deugdelijk zijn. En ik heber ook vertrouwen in dat de minister zijn eigen afwegingenmaakt en dat als hij vindt dat hij verdergaande maatregelenmoet nemen, hij die ook neemt. Volgens mij is het daarbijvan belang dat de minister helder en duidelijk communi-ceert, de Kamer tijdig informeert, maar vooral ook deinformatie op een goede manier naar buiten toe verspreidt,zodat Nederlanders weten waar ze aan toe zijn en we nietin paniek raken.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:U ook bedankt. Dan is nu het woord aan mevrouw Diertensnamens de Democraten 66.Mevrouw Diertens (D66):Dank voor de uitgebreide beantwoording, de inzet die deminister toont en de besluiten die hij neemt. Het is geensinecuur waar we voor staan. Communicatie in deze situatieis enorm belangrijk, ook voor mensen met een beperking.Vandaar de volgende motie.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat de informatie over het coronavirus zolaagdrempelig mogelijk voor zo veel mogelijk mensen toe-gankelijk moet zijn;verzoekt de regering te voorzien in de behoefte om vanuitde overheid eenduidige informatie te ontvangen op eenvast moment en via meerdere kanalen, waaronder in iedergeval tv en radio,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Diertens, Van denBerg, Sazias, Dik-Faber en Van Esch.Zij krijgt nr. 116 (25295).Mevrouw Diertens (D66):Ten slotte. Het virus houdt zich nu eenmaal niet aan gren-zen. D66 vindt een Europese samenwerking in dezen danook erg belangrijk. Ik hoop dat de minister ons snel zalinformeren over de vergadering van de Raad voor deVolksgezondheid van morgen.Nogmaals wens ik iedereen die hier en in deze fasebetrokken is bij deze uitbraak, heel veel kracht en wijsheidtoe.De voorzitter:Dank. Het woord is nu aan mevrouw Ploumen namens dePartij van de Arbeid.Mevrouw Ploumen (PvdA):Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie en een opmerking.Eerst de motie.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,van mening dat bij een mogelijke grote uitbraak van eenvirus duidelijk moet zijn wie de regie heeft en bindend kansturen binnen een regio;overwegende dat een virusuitbraak niet onder artikel 39Wet veiligheidsregio's valt en ziekenhuizen dus niet onderbevel van de voorzitter van een veiligheidsregio staan, maardeze bij in gebreke blijven eerst in overleg gaat, vervolgenseen schriftelijke aanwijzing kan geven en dan pas deminister kan verzoeken maatregelen te treffen;overwegende dat volstrekt duidelijk moet zijn dat hetpublieke belang ook in een stelsel van marktwerking voor-opstaat;verzoekt de regering de Kamer per omgaande uitgebreidte informeren over de verantwoordelijkheidsverdeling enbeslissingsbevoegdheid in dezen, en daarbij het tijdpadvoor afstemming en besluitvorming aan te geven,60-7-295 maart 2020TK 60Ontwikkelingen rondom verspreidingcoronavirusTweede Kamer en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Ploumen. Naar mijblijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 117 (25295).Mevrouw Ploumen (PvdA):Voorzitter. In vervolg op het debat wilde ik toch heel graagscherp krijgen wie beslissingsbevoegdheid heeft op hetmoment dat er tegenstrijdige belangen gaan spelen, wantdan moet er wel een knoop worden doorgehakt. En wijmoeten dan wel kunnen weten wie dat is.Voorzitter. In navolging van de heer Van der Staaij zou ikook graag een opmerking willen maken over hoe de Partijvan de Arbeid kijkt naar de verantwoordelijkheidsverdelingtussen experts en de minister in dit geval. Ik zeg het heelsimpel. Wij kunnen ons goed vinden in de benadering vande minister dat hij zijn handelwijze en besluiten baseert opinformatie en expertise van in dit geval het RIVM en deGGD. Maar het is duidelijk dat wij hier debatteren met deminister, niet met het RIVM. Dus te allen tijde is de ministerverantwoordelijk voor de politieke besluiten die hij neemt.Wij vinden het goed dat hij die baseert op experts. Wijhebben ook vertrouwen in die experts. Maar het kan nietzo zijn dat de ministeriële verantwoordelijkheid ineens komtte vervallen. De minister suggereert dat ook niet; laat datduidelijk zijn. Hij is aanspreekbaar en met en door hem hethele kabinet.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank. Tot slot van de zijde van de Kamer is het woord aanmevrouw Sazias namens 50PLUS.Mevrouw Sazias (50PLUS):Dank u wel, voorzitter. Ik ben er eigenlijk wel van overtuigddat de minister na adviezen van alle deskundigen de juistemaatregelen neemt om deze corona-infectie in te dammen.Hoe het verder zal gaan, weet niemand. We moeten ernatuurlijk allemaal bovenop blijven zitten.Toch is er één ding waarover wij ons wel echt zorgenmaken, namelijk het plan om ouderen eventueel in de ver-pleeghuizen te verzorgen. We vragen ons echt af of eenverpleeghuis daar goed op toegerust is. Bovendien gaathet ook om de bescherming van de andere verpleeghuisbe-woners. Daarom heb ik de volgende motie.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat er plannen zijn om verpleeghuisbewonersdie zijn besmet met het coronavirus in het verpleeghuis teverzorgen;overwegende dat het coronavirus juist fataal kan aflopenbij kwetsbare ouderen;overwegende dat het niet duidelijk is of verpleeghuizenvoldoende zijn toegerust om kwetsbare patiënten op tevangen en de andere bewoners te beschermen;verzoekt de regering om verpleeghuisbewoners in gevalvan besmetting met het coronavirus niet te behandelen inhet verpleeghuis,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Sazias. Naar mijblijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 118 (25295).Mevrouw Sazias (50PLUS):Tot slot wil in namens 50PLUS alle mensen en verzorgendendie zich bezighouden met dit virus en de patiënten, en diehun benen uit hun lijf lopen, mijn dankbaarheid betonen.Alle patiënten die met het coronavirus thuis zitten, wil ikvan harte beterschap wensen.De voorzitter:Hartelijk dank. Daarmee zijn we aan het einde gekomen vande tweede termijn van de zijde van de Kamer. Ik schors devergadering tot half vijf. Daarna krijgen we een oordeelover de veertien ingediende moties.De vergadering wordt van 16.22 uur tot 16.30 uur geschorst.De voorzitter:Aan de orde is de voortzetting van het debat over de ont-wikkelingen rondom de verspreiding van het coronavirus.Het woord is aan de minister voor Medische Zorg, dietevens een oordeel zal uitspreken over de veertien inge-diende moties. Gaat uw gang.Minister Bruins:Voorzitter, dank u wel. Dank ook voor het debat. Er isongelofelijk veel te vertellen over het coronavirus. Ik weetook dat heel veel mensen meeluisteren en meekijken. Zewillen actueel op de hoogte worden gehouden van hoe hetcoronavirus zich ontwikkelt in Nederland. Het is heel goeddat wij proberen om die helderheid van dag tot dag te ver-schaffen. Ik begrijp heel goed dat ook u, in uw rol alsvolksvertegenwoordiger, daarin een belangrijke taak heeft.Ik zal mij beperken tot een oordeel over de veertien motiesen dan een slotopmerking maken.Voorzitter. De motie op stuk nr. 105 verzoekt de regering inde coördinatie en distributie van beschermende middelende levering te garanderen. Ik ontraad deze motie. Natuurlijkzullen wij ons vreselijk inspannen en kijken naar al hetmogelijke dat kan worden gedaan. Maar er zijn natuurlijkheel moeilijk garanties te geven op levering, omdat dieafhankelijk is van de keten van productie en levering. Wekunnen de fabrikanten erop aanspreken, maar het woord60-7-305 maart 2020TK 60Ontwikkelingen rondom verspreidingcoronavirusTweede Kamer "garanderen" kan niet. Daarom ontraad ik de motie op stuknr. 105.De voorzitter:De motie op stuk nr. 105 is ontraden.Minister Bruins:De motie op stuk nr. 106 gaat over het uitwerken van eennoodscenario voor medicijntekorten. Ik vind het heelbelangrijk dat wij altijd kijken naar de situatie en naar water nodig is. Als China niet kan leveren, is het natuurlijkbelangrijk dat we kijken hoe de grondstoffen dan bijvoor-beeld uit India kunnen komen. Naar het uitwerken van eendergelijk noodscenario kan ik heel goed kijken. De motieop stuk nr. 106 krijgt dus oordeel Kamer.De voorzitter:De motie op stuk nr. 106 heeft oordeel Kamer.Minister Bruins:Voorzitter. De motie op stuk nr. 107 ontraad ik. Ik hebgezegd dat ik de vinger aan pols houd als het gaat over definanciën en ziekenhuizen, maar ik ga nu geen garantiesgeven. Ik ben nu ook met andere dingen bezig, dus ik ont-raad de motie op stuk nr. 107.De voorzitter:De motie op stuk nr. 107 is ontraden. Dat leidt tot eeninterruptie van de heer Hijink.De heer Hijink (SP):Ja, omdat dit zowel de derde motie raakt, over het garande-ren van de financiën, in ieder geval voor de continuïteit vanzorg in ziekenhuizen, maar ook de eerste motie, om ervoorte zorgen dat er voldoende middelen zijn, niet alleen voorde bestrijding van corona, maar ook voor de reguliere zorg.Ik vind toch dat de minister het dan wel heel nauw interpre-teert, want je zou kunnen zeggen dat juist de maatregelendie hij zelf wil, namelijk afspraken maken en de coördinatienaar zich toe trekken, bedoeld zijn om ervoor te zorgen datzorgaanbieders gegarandeerd zijn van de levering van hunspullen. Ik snap niet zo goed waarom hij zo'n motie danzou ontraden, terwijl het volgens mij aansluit op wat hij wil.Minister Bruins:In de motie op stuk nr. 105 staat het woord "garanderen".Als daar stond "tot op de kraag toe inspannen", dan had iker heel graag oordeel Kamer aan gegeven. Maar dat staater niet; er staat "garanderen". Ik heb aangeduid bij de motieop stuk nr. 105 dat er geen garanties gegeven kunnenworden op levering, omdat daarvoor de keten van productieen levering zo van belang is.Bij de motie op stuk nr. 107 heb ik gezegd dat ik nu eerstmaatregelen wil treffen om het coronavirus in Nederlandte beteugelen. Ik ben niet doof voor alle consequenties dieer zijn als het gaat om financiën, maar de eerste dingeneerst. Daarom zeg ik dat ik deze motie ontraad, maar ik hounatuurlijk wel de vinger aan de pols.De heer Hijink (SP):Ik heb toch bezwaar — dat is vandaag niet voor het eerst— tegen de aanpak die de minister kiest voor de virusbe-strijding. Hij hopt heel erg van probleem naar probleem."Ik heb nu een probleem en dat ga ik nu oplossen. Wat ermorgen en overmorgen gebeurt, zien we dan wel weer." Ikvind dat niet de juiste aanpak. Volgens mij zou de ministerverder vooruit moeten kijken, ook om te voorkomen dat ernu keuzes worden gemaakt, bijvoorbeeld omdat de finan-ciën bij een ziekenhuis ontbreken, waar we achteraf spijtvan hebben. Gezien het enorme aantal mensen dat op hetministerie werkt, zie ik niet in waarom er niet nu al metzorgverzekeraars gesproken kan worden. Hoe gaan wij erniet alleen voor zorgen dat de zorg op orde is, maar dat ookde financiering op orde is?De voorzitter:U heeft uw punt gemaakt. De minister.De heer Hijink (SP):Volgens mij hoor je die twee dingen tegelijk te doen.Regeren is vooruitzien en niet leven bij de dag.Minister Bruins:Dat vooruitkijken, dat doe ik zeker, met alles wat in mij is.Daarbij zet ik centraal de aanpak van het coronavirus inNederland. Daar richt ik de energie op. Ik ontraad dezemotie, maar ik houd de vinger aan de pols, want ik begrijpbest veel van dit onderwerp.De voorzitter:De minister vervolgt zijn betoog met de vierde motie.Minister Bruins:De motie-Jansen/Wilders op stuk nr. 108 verzoekt de rege-ring personenvluchten afkomstig uit risicogebieden te ver-bieden enzovoorts. Ik ontraad deze motie. Ik wil steedspassende maatregelen nemen, maar ik ga geen overtrokkenreacties uitlokken, dus ik ontraad deze motie.De voorzitter:De motie op stuk nr. 108 is ontraden.Minister Bruins:De motie-Jansen op stuk nr. 109 gaat over het instellen vaneen meldplicht. Ik heb het al eerder gezegd: ik ontraad diemeldplicht, dus ik ontraad die motie. Mensen die terugkerenuit een gebied en geen symptomen hebben, vormenonvoldoende risico voor deze maatregelen, die bovendienheel veel capaciteit kunnen kosten, dus ik ontraad de motieop stuk nr. 109.De voorzitter:De motie op stuk nr. 109 is ontraden. Er is een interruptievan de heer Jansen.60-7-315 maart 2020TK 60Ontwikkelingen rondom verspreidingcoronavirusTweede Kamer Minister Bruins:Ja, maar eerst de motie-Jansen op stuk nr. 110, want danheb ik ze alle drie maar gehad. Deze verzoekt de regeringmet spoed meerdere scenario's uit te werken. Ik ontraaddeze motie. Ik heb vandaag verhelderd welke fasen ikonderscheid in de uitbraak van het coronavirus en welkeacties wij ondernemen. Dat lijkt mij de goede aanpak. Ikheb sterk benadrukt dat ik meeweeg wat experts mij aanrei-ken en dat zie ik niet terug in de motie, dus ik ontraad ookde motie op stuk nr. 110.De voorzitter:Deze motie is ook ontraden. De heer Jansen.De heer Jansen (PVV):Ik kom even terug op de motie op stuk nr. 109. Japan neemtdrastische maatregelen om de nieuwe verspreiding van hetcoronavirus te voorkomen. Alle reizigers die arriverenvanuit Zuid-Korea en China moeten in quarantaine. Dat lij-ken mij vrij normale maatregelen op het moment dat jepraat over een grote brandhaard, in een regio waar heelveel besmettingen zijn. Het gaat om China en Zuid-Korea.Dat is wat wij in onze motie ook zeggen: op het momentdat er een grote brandhaard is, met veel besmettingen,waarom ga je dan niet in quarantaine met die mensen, omte voorkomen dat ze steeds meer mensen in Nederlandaansteken? Graag een reactie waarom Japan dit wel doeten wij dit niet doen.Minister Bruins:Dan herhaal ik het graag nog een keer. De motie op stuknr. 109 gaat over het instellen van een meldplicht. Ik bendaar niet voor. Als er sprake is van terugkomst uit een risi-cogebied en van milde klachten, maar nog niet van koorts,hebben we aangegeven: "Zorg ervoor dat je jezelf in achtneemt, blijf een tijdje thuiszitten, kijk of de klachten verer-geren. Als dat het geval is, neem dan contact op met jehuisarts en niet op een ander moment." Dan kun je ookvoorkomen dat we de zorgcapaciteit, die natuurlijk nietoneindig is, overbelasten. Ik blijf bij mijn oordeel over demotie op stuk nr. 109: ontraden.De voorzitter:Afrondend, de heer Jansen.De heer Jansen (PVV):Ik begrijp dat de capaciteit leidend is en dat veiligheidblijkbaar op de tweede plek komt. Dat vinden wij bijzonderjammer. Wij zullen de moties gewoon indienen, maar wijvinden het bijzonder jammer dat deze afweging zo gemaaktwordt.De voorzitter:De moties zijn al ingediend, maar zij komen in stemming.Minister Bruins:Het gezondheidsbelang staat steeds voorop. Als het eromgaat waar je je capaciteit het beste op richt, dan denk ik datdat moet gelden voor de mensen die wij testen, als zij alkoortsklachten hebben, bijvoorbeeld. Het doen van eenmeldplicht is dan een administratieve handeling die onsniet helpt.De voorzitter:De minister vervolgt zijn betoog met de zevende motie.Minister Bruins:De motie-Van den Berg op stuk nr. 111 gaat over nadertoelichten waarom aanvullende reismaatregelen wel of nietworden genomen. Ik laat het oordeel over deze motie aande Kamer.De voorzitter:De motie op stuk nr. 111 krijgt oordeel Kamer.Minister Bruins:De motie-Van den Berg/Palland op stuk nr. 112 gaat overwerktijdverkorting. Ik verzoek de Kamer deze motie aan tehouden, omdat ik daarvoor de collega van Sociale Zakennodig heb.Mevrouw Van den Berg (CDA):Dat is prima. Mijn collega Hilde Palland heeft ook al contactgezocht, dus ik denk dat dat vrij snel geregeld kan worden.De voorzitter:Op verzoek van mevrouw Van den Berg stel ik voor haarmotie (25295, nr. 112) aan te houden.Daartoe wordt besloten.Minister Bruins:De motie-Van Esch op stuk nr. 113 ontraad ik, omdat erinstaat dat coronapatiënten verteld wordt dat zij hun contactenniet hoeven te informeren. Zo staat het beslist niet in deprotocollen. Er is dus ook geen noodzaak om iets aan tescherpen. Ik ben graag bereid om u het desbetreffendeprotocol nog toe te sturen, maar ik ontraad de motie opstuk nr. 113.De voorzitter:De motie op stuk nr. 113 is ontraden.Minister Bruins:In de motie op stuk nr. 114 wordt verzocht om onafhankelijkextern te laten onderzoeken of de GGD's zijn toegerust voorhun wettelijke werkzaamheden. Een paar jaar geleden isbij GGD's al eens een dergelijk onderzoek gedaan. Als ikde motie zo mag lezen dat ik dit nogmaals aan de IGJ magvragen, maar dan in de vorm van een soort update — dusniet ik, maar de IGJ — dan ben ik bereid om deze motieoordeel Kamer te geven. Uiteindelijk maken de GGD'snatuurlijk onderdeel uit van de gemeentelijke overheid. Zijwerken vaak samen via gemeenschappelijke regelingen.De betaling verloopt via het Gemeentefonds. Om aansluitingte zoeken bij de vraag die is gesteld door de GroenLinksfrac-60-7-325 maart 2020TK 60Ontwikkelingen rondom verspreidingcoronavirusTweede Kamer tie: ik dacht dat dit misschien een middenweg was. Nou,dan oordeel Kamer.De heer Renkema (GroenLinks):Het klopt natuurlijk dat het een gemeentelijke dienst is.Tegelijkertijd heeft deze dienst nu een landelijke taak. Metde uitleg van de minister — er komt een update waaruitblijkt wat nu de capaciteit is van de GGD — kan ik meegaan.Het lijkt mij heel goed om dat evalueren, ook voor de toe-komst.De voorzitter:Daarmee krijgt deze motie oordeel Kamer.Minister Bruins:Ja, voorzitter. En ik zeg toe dat ik daar de GGD's en deVereniging Nederlandse Gemeenten bij betrek.Dan de motie op stuk nr. 115 van mevrouw Dik-Faber overhet begrijpelijk en toegankelijk maken van de informatie-voorziening vanuit de rijksoverheid. Ik geef die motie oor-deel Kamer, want het is heel belangrijk dat wij de goedeinformatie geven.De voorzitter:De motie op stuk nr. 115 krijgt oordeel Kamer.Minister Bruins:De motie op stuk nr. 116 verzoekt de regering te voorzienin de behoefte om vanuit de overheid eenduidige informatiete ontvangen op een vast moment en via meerdere kanalen,maar in ieder geval via tv en radio. Ik deel de behoefte aaneenduidige informatie. De informatie op de site van de RIVMis een deel van de informatie. Ik zou willen nagaan of enhoe we op korte termijn op een vast moment iets kunnendoen op radio en televisie. Ik heb dus iets meer tijd nodig,maar het is of en hoe bij elkaar. Als ik haar zo mag lezen,dan geef ik deze motie graag oordeel Kamer. Ik zeg toe datik daar dan snel op terugkom.De voorzitter:Ik zie dat non-verbaal instemming wordt gegeven. Daarmeekrijgt de motie op stuk nr. 116 oordeel Kamer.Minister Bruins:De motie op stuk nr. 117 verzoekt de regering om de Kamerper omgaande uitgebreid te informeren over de verantwoor-delijkheidsverdeling en de bevoegdheidsverdeling, conformdatgene wat daarover in de motie is geschreven, en omdaarbij een tijdpad aan te geven. Ik geef deze motie oordeelKamer. Dat moet ik even goed op papier zetten. Ik vraageven de tijd om dat op een heldere manier te verwoorden.Dat is misschien weer net iets anders dan "per omgaande",maar als er een beetje begrip is en wij dat effetjes zorgvul-dig mogen doen, dan doe ik dat graag.Mevrouw Ploumen (PvdA):Een lang verwacht moment is gekomen: de minister geefteen motie van mijn hand oordeel Kamer. Dus ik beweegzeker mee als het gaat over zoiets kleins als: het komt vol-gende week of de week daarna.De voorzitter:Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 117 — zij heeft nu nognr. 13 — oordeel Kamer.Minister Bruins:Het was wel motie nr. 13!Voorzitter, tot slot. De motie op stuk nr. 118 verzoekt deregering om verpleeghuisbewoners in geval van besmettingmet het coronavirus niet te laten behandelen in het verpleeg-huis. Ik denk dat het belangrijk is dat wij goede zorg alsuitgangspunt kiezen. Ook al zijn de klachten van een ouderein een verpleeghuis niet ernstig, dan kan ik mij toch voor-stellen dat het heel prettig is om die zorg wél in het verpleeg-huis te krijgen. Ik ontraad dus de motie op stuk nr. 118.De voorzitter:De motie op stuk nr. 118 is ontraden.Minister Bruins:Voorzitter, dan helemaal tot slot. Wij hebben vanmiddageen debat gevoerd waarbij de nadruk is gelegd op het goedinformeren over passende maatregelen. Dat blijf ik doenen ik houd de Kamer daarvan goed op de hoogte.De heer Van der Staaij heeft nog gevraagd of ik ook zalzorgdragen voor een goede evaluatie. Dat zullen we beslistdoen. Zoals wij leerden van eerdere uitbraken zullen wijook van deze leren.Ik ga u ook informeren over nieuwe ontwikkelingen betref-fende de aanvullende maatregelen waarover de heer Veld-man gesproken heeft.Ik ga u ook informeren over de EPSCO, als daar iets bijzon-ders uit komt. Dat verwacht ik.Wij baseren ons werk op experts. Dat heb ik vanmiddagomstandig betoogd. Maar uiteindelijk is het inderdaad zodat de maatregelen van overheidszijde worden bepaald.Daarover leg ik hier verantwoording af. Ik neem die verant-woording, en ook het uitvoeren van de taken, zeer breeden ook zeer zorgvuldig, als ik dat zo mag zeggen. Er zit heelveel werk aan, maar uiteindelijk gaat het erom dat weNederland goed informeren en de uitbraak in de klauwenhouden. Dat is wat wij willen.Hoofd koel, hart warm. Het was mij een eer en genoegenom dit debat hier vanmiddag te voeren, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Er is tot slot toch nog een vraag van de heerHijink.60-7-335 maart 2020TK 60Ontwikkelingen rondom verspreidingcoronavirusTweede Kamer De heer Hijink (SP):Ja, over die motie van 50PLUS over het verzorgen en hetverplegen van mensen in het verpleeghuis die het corona-virus hebben opgelopen. De SP maakt zich daar net zoveelzorgen over als 50PLUS. Maar ik begrijp de minister ookwel als hij zegt: als het nou zo is dat een bewoner van eenverpleeghuis die op een plek ligt, en die dus ook niet meerrondloopt in het verpleeghuis, op die plek ook in isolatiekan, op een veilige manier, dan is het denkbaar om in eenverpleeghuis mensen te behandelen. Daar kan ik me ietsbij voorstellen. Sterker nog, dat kan wijs zijn, want dan hoefje iemand niet te verslepen door het verpleeghuis, in eenambulance, of op een andere manier, naar het ziekenhuistoe. Dan kan ik het tenminste volgen. Dit is voor heel veelmensen een heikel punt, dus ik denk dat het heel belangrijkis dat de minister nu heel duidelijk maakt wat nu precieswél de bedoeling is en wat níét de bedoeling is. Ik zounamelijk heel graag voor de motie van 50PLUS stemmen,maar ik begrijp de uitleg van de minister ook wel: als hetin het belang van de patiënt zelf is en als het juist in hetbelang is van het tegengaan van verdere verspreiding, danzouden we dit wel op kleine schaal moeten doen.De voorzitter:Uw punt is helder.De heer Hijink (SP):Kan de minister dat dus nog een keer heel precies uitleg-gen? En dan hoop ik dat 50PLUS de motie misschien kanaanpassen.Minister Bruins:Dit punt grijpt terug op de informatie die ik u heb aangereiktin de brief van maandag. Kijk, er is meer capaciteit nodigom mensen niet alleen thuis in thuisisolatie te nemen, maarook in de ziekenhuizen. Daar is ook geen oneindige capaci-teit. Dan is een verder weg liggende maatregel die je moetvoorbereiden: kijken naar alternatieve locaties waar mensenverzorgd kunnen worden als drager van het coronavirus.Dan kán zich de situatie aandienen dat er in een verpleegte-huis ook een ruimte wordt gecreëerd om, als de goedeomstandigheden worden gecreëerd, mensen met lichteklachten daar de verzorging te bieden die hoort bij de pati-ënten. Het is dus geen hinkstapsprong. Ik ben blij dat deheer Hijink daarop wijst. Het is wel iets wat je niet moetuitsluiten. Het is geen stap die we binnenkort verwachtente moeten nemen, maar ik wil laten zien dat het denken nietstopt bij de thuisisolatie en het verzorgen van patiënten inisolatie in een ziekenhuis.De voorzitter:Afrondend, de heer Hijink.De heer Hijink (SP):Nu legt de minister het volgens mij toch weer net andersuit dan wat de heer Van Dissel van het RIVM afgelopendinsdag tijdens de briefing heeft gezegd. De minister zegtnu namelijk wel degelijk dat het een back-up is voor hetgeval er geen plek meer zou zijn in de ziekenhuizen. Dankan er overwogen worden om het in verpleeghuizen tedoen. Maar gaat het dan om patiënten die niet in het ver-pleeghuis wonen? Of gaat het juist wel om patiënten,mensen, ouderen die al in het verpleeghuis wonen? Dat isbelangrijk om te weten. En is het zo dat als er wel een iso-latieplek is in het ziekenhuis, die ouderen uit het verpleeg-huis als ze besmet zijn, dan wel naar het ziekenhuis toegaan? Of is de minister er voorstander van dat zij ook inhet verpleeghuis behandeld worden, ondanks dat er plekis in een ziekenhuis? Ik vind het heel belangrijk om te wetenof het nu een back-upoptie is, of dat de minister het sowiesoeen goed idee vindt om ouderen te verzorgen en te verple-gen in het verpleeghuis als zij besmet zijn met het corona-virus.Minister Bruins:Ik zie dit als een aanvullende mogelijkheid. Men gaat duseerst naar de ziekenhuizen. Het zal ook niet kunnen in alleverpleeghuizen. Aanvullend moet je dus nadenken overalternatieve locaties waar patiënten kunnen worden ver-zorgd. Dan is het mogelijk om ook te denken aan een ver-pleeghuis, maar dat kan niet allemaal zomaar. Dan moethet bijvoorbeeld ook gaan om patiënten die de bijbehorendeklachten hebben. Het is dus aanvullend.De heer Hijink (SP):Gaat het dan om ouderen die er al wonen? Of gaat het danom een nieuwe groep patiënten die daarheen wordtgebracht?Minister Bruins:Nee, dan gaat het over mensen die nu al in dat verpleeghuiswonen.De voorzitter:Tot slot mevrouw Sazias, over dezelfde motie nog, denk ik.Mevrouw Sazias (50PLUS):Ik hou de motie aan en zal haar aanpassen.De voorzitter:Op verzoek van mevrouw Sazias stel ik voor haar motie(25295, nr. 118) aan te houden.Daartoe wordt besloten.De voorzitter:Daarmee zijn we aan het einde van dit debat gekomen.De beraadslaging wordt gesloten.De voorzitter:We hebben nog twaalf moties die aanstaande dinsdag, 10maart, in stemming worden gebracht. Ik dank de ministeren zijn medewerkers, maar ook alle experts, zorgverleners,artsen, iedereen die zich ervoor inspant om het coronavirusin te dammen. Uiteraard beterschap en heel veel sterktevoor alle patiënten en ook voor hun naasten. Dank aan deKamer en de staf voor de inbreng.60-7-345 maart 2020TK 60Ontwikkelingen rondom verspreidingcoronavirusTweede Kamer De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.60-7-355 maart 2020TK 60Ontwikkelingen rondom verspreidingcoronavirusTweede Kamer

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.