KamerkringInloggen
Kamerbrief

Toezegging overgangstermijn versoberen youngtimerregeling

16 dec 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 9d30a2342df11902 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 812Wijziging van enkele belastingwetten en enigeandere wetten (Belastingplan 2026)Nr. 116 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 16 december 2025Met deze brief informeer ik uw Kamer over het voornemen van hetkabinet om via een besluit vooruitlopend op wetgeving goed te keuren datde youngtimerregeling van toepassing mag blijven als in 2025 terbeschikking gestelde of ter beschikking staande auto’s 16 jaar oud wordenin het jaar 2026. Belastingplichtigen zijn niet verplicht deze goedkeuringtoe te passen. Dit besluit volgt uit de versobering van de youngtimerre-geling naar aanleiding van het amendement Grinwis/Oosterhuis1 bij hetBelastingplan 2026. Hiermee geef ik ook gehoor aan een oproep van ledenvan verschillende fracties in de Eerste Kamer die vragen om eenovergangsregeling.Uitwerking amendementPer 1 januari 2026 regelt het amendement het volgende. In het geval dateen aan een werknemer (waaronder een DGA) ter beschikking gestelde ofvanuit de IB-onderneming ter beschikking staande auto jonger is dan 16jaar, wordt het privévoordeel in 2026 belast via een belastingheffing overeen bijtelling van 22% of 25%2 van de cataloguswaarde van deze auto.Vanaf het moment dat een auto 16 jaar is, geldt op basis van hetamendement in 2026 een bijtelling van 35% van de waarde in heteconomische verkeer. Het amendement regelt verder dat per 1 januari2027 de leeftijdsgrens nogmaals wordt verhoogd naar 25 jaar.De leden van verschillende fracties in de Eerste Kamer hebben hun zorgengeuit over het ontbreken van een overgangsregeling en dat het daardoorlastig, dan wel niet mogelijk is om desgewenst te anticiperen op deversobering van de youngtimerregeling. Zij vragen of ik ruimte zie om een1Kamerstuk 36 812, nr. 1022Vlg. artikel 36c Wet LB 1964 en 10a.4 Wet IB 2001. Voor een auto met een datum van eerstetoelating van uiterlijk 31 december 2016, geldt een bijtellingspercentage van 25. kst-36812-116ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 1161 toezegging te doen op dit terrein waarbij recht wordt gedaan aan de geestvan het aangenomen amendement.Deze zorgen zijn deels terecht. Een bepaalde groep autogebruikers heeftnamelijk weinig tot geen tijd om te anticiperen op de verhoging van deleeftijdsgrens. Het gaat dan om auto’s die dit jaar 15 jaar oud zijngeworden of nog worden. Zodra zij 15 jaar oud worden, dus in de loopvan 2025, is op deze auto’s de youngtimerregeling van toepassing. Opbasis van het amendement geldt vanaf 1 januari 2026 tot het moment datde auto 16 jaar oud wordt, een bijtelling van 25% over de catalogus-waarde. Zodra de auto 16 jaar oud is, is de youngtimerregeling weer vantoepassing tot 1 januari 2027.Het kabinet denkt dat voorgaande niet een bedoeld effect is geweest vande indieners van het amendement, omdat expliciet is benoemd dat degefaseerde leeftijdsverhoging bedoeld is om gebruikers een jaar de tijd tegeven op de versobering van de youngtimerregeling te anticiperen. Demogelijkheid om in deze fase nog een overgangsregeling toe te zeggendie ingaat per 1 januari 2026, beperkt zich tot het publiceren van eengoedkeurend besluit vooruitlopend op wetgeving. Met een dergelijkbesluit wordt echter een beslissing genomen zonder dat het voor hetparlement mogelijk is hier vooraf formeel toestemming voor te geven.Een van mijn voorgangers heeft dan ook, mede naar aanleiding van eenadvies van de Afdeling advisering van de Raad van State, toegezegd omterughoudend om te zullen gaan met de totstandkoming of opstelling vangoedkeurende beleidsbesluiten die geen wettelijke grondslag kennen.3Tegelijkertijd is er nu een groep autogebruikers die op basis van hetamendement per 1 januari 2026 te maken krijgt met een hogere bijtellingen weinig tot geen handelingsperspectief heeft om hierop te anticiperen.In combinatie met de oproep vanuit de Eerste Kamer om alsnog eenovergangsregeling toe te zeggen, de toelichting op het amendementwaaruit blijkt dat de indieners een anticipatiejaar wilden introduceren endat deze overgangstermijn geen budgettaire gevolgen heeft, kiest hetkabinet voor een overgangstermijn via een goedkeurend beleidsbesluit.Vormgeving overgangstermijnHet amendement heeft in een aantal situaties als gevolg dat er slechts tot1 januari aanstaande tijd is om te anticiperen op de verhoogde leeftijds-grens. Vanwege het zeer beperkte handelingsperspectief ontstaanzwaarwegende maatschappelijk onaanvaardbare gevolgen voor auto’s diein de loop van 2025 15 jaar zijn geworden of nog worden. Om hetgewenste handelingsperspectief voor deze bestaande situaties te biedenis een overgangstermijn van een jaar wenselijk. De overgangstermijn inhet hierbij aangekondigde beleidsbesluit zal alleen van toepassing zijnvoor auto’s die in de loop van 2025 15 jaar zijn geworden of nog wordenen in de loop van 2025 al ter beschikking zijn gesteld aan dezelfdewerknemer of ter beschikking staan aan de IB-ondernemer. In (vermoe-delijk voornamelijk theoretische) situaties zou het kunnen voorkomen dathet voordeliger is voor een belastingplichtige om de bijtelling teberekenen op basis van de cataloguswaarde. Daarom zal het besluitworden vormgegeven als een keuzeregeling. Per 1 januari 2027 wordt deleeftijdsgrens verhoogd naar 25 jaar en stopt de overgangstermijn.3Beleidsbesluit dat zonder wettelijke basis afwijkt van wetgeving, vooruitlopend op de inwer-kingtreding van een wetsvoorstel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 1162 Kader beleidsbesluit vooruitlopend op wetgevingHet op korte termijn invoeren van een overgangstermijn is van belang omhet gewenste handelingsperspectief te realiseren. Een novelle om de wetaan te passen binnen korte termijn is tijd technisch niet haalbaar. Hierdoorresteert een goedkeurend beleidsbesluit vooruitlopend op wetgeving alsenige optie om op korte termijn het gewenste handelingsperspectief tebieden. Ik realiseer me dat dit besluit technisch gezien afwijkt van het doorde Tweede Kamer aangenomen Belastingplan 2026. Maar tegelijkertijddoet dit meer recht aan het signaal vanuit de Eerste Kamer dat eenovergangsregeling gewenst is en lijkt dit aan te sluiten bij de geest vanhet amendement, blijkende uit de toelichting van de indieners, die eenanticipatiejaar beoogden voor alle bestaande situaties. Hierdoor oordeelthet kabinet dat er voldoende maatschappelijk en politiek draagvlak is omde gekozen route te verantwoorden. Ook staat het te nemen besluit inverhouding tot het belang dat hiermee is gediend. Het wachten op eenwetswijziging knelt zodanig dat onverkorte wetstoepassing niet past bijeen overheid die recht wil doen aan de menselijke maat en algemenerechtsbeginselen. Daarnaast heeft deze overgangstermijn geen budget-taire gevolgen. Het beleidsbesluit vooruitlopend op wetgeving paktuitsluitend in het voordeel uit van belastingplichtigen door de keuzemoge-lijkheid om de bijtelling te berekenen op basis van de cataloguswaarde alsdit leidt tot een lagere bijtelling voor belastingplichtigen.Ik ben me ervan bewust dat het op korte termijn opstellen van eenbeleidsbesluit vooruitlopend op wetgeving extra werklast met zichmeebrengt voor de Belastingdienst in haar handhaving en uitvoering. Ditgeldt niet alleen voor de Belastingdienst, maar ook voor softwareontwik-kelaars die deze aanpassing niet meer tijdig kunnen verwerken. Ook komtde Belastingdienst hierdoor haar afspraken met de softwareontwikkelaarsniet na. Ook de communicatie uitingen van de Belastingdienst dienenaangepast te worden en hiervoor is aanvullende communicatie gewenst.Het risico bestaat dat werkgevers aan het begin van het jaar een verkeerdebijtelling toepassen. Dit kan nog worden gecorrigeerd via de loonaangifte,dan wel de aangifte inkomstenbelasting.Desondanks is een beleidsbesluit vooruitlopend op wetgeving naar hetoordeel van het kabinet wenselijk om een groep autogebruikers hetbenodigde handelingsperspectief te geven, om daarmee tegemoet tekomen aan de wens vanuit de Eerst Kamer om aanvullend een overgangs-regeling aan te laten sluiten bij de geest van het amendement, zoals lijktte volgen uit de toelichting van het amendement.Daarom ben ik voornemens op zo kort mogelijke termijn het beleidsbe-sluit vooruitlopend op wetgeving te publiceren. Het beleidsbesluit zal dedag na publicatie in de Staatscourant in werking treden met terugwer-kende kracht tot en met 1 januari 2026.Uiterlijk op 1 januari 2027 zal de goedkeuring zoals opgenomen in hethiervoor genoemde beleidsbesluit worden omgezet in wetgeving.De Staatssecretaris van Financiën,E.H.J. HeijnenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 1163

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 4cc7a50e311328ee

14 okt 2026 · 0813460f1b65d7b0

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.