KamerkringInloggen
Kamerbrief

Kabinetsappreciatie Nalevingsverslag GRECO vijfde evaluatieronde (herdruk)

4 jul 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 2d800de2f3daa780 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600VIIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2025Nr. 145 HERDRUK1 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN ENKONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 4 juli 2025In deze brief wordt uw Kamer geïnformeerd over een evaluatie door deGroep van Staten tegen Corruptie van de Raad van Europa (GRECO). Dezeevaluatie betreft de beleidsterreinen van het Ministerie van Defensie, hetMinisterie van Justitie en Veiligheid en het Ministerie van BinnenlandseZaken en Koninkrijksrelaties.In de plenaire vergadering van GRECO van 17 tot en met 19 maart 2025 isgesproken over de implementatie van de aanbevelingen van GRECO aanNederland in de vijfde evaluatieronde ter preventie van corruptie en hetbevorderen van integriteit bij de hoogste bestuurlijke functies in decentrale overheid (bewindspersonen) en bij rechtshandhavingsinstanties(Nationale Politie en Koninklijke Marechaussee). GRECO heeft in totaalzestien aanbevelingen gedaan aan Nederland: acht aanbevelingen overhet integriteitsbeleid voor bewindspersonen en acht aanbevelingen voorhet integriteitsbeleid voor de Nationale Politie en de KoninklijkeMarechaussee. Tijdens de GRECO-vergadering in maart 2025 is op basisvan de voortgangsinformatie het eerste addendum bij het tweedenalevingsverslag van Nederland vastgesteld.Hierbij treft u de originele versie en de vertaling hiervan.Door middel van deze brief informeer ik u, mede namens de Minister vanJustitie en Veiligheid en de Minister van Defensie, over de stand vanzaken ten aanzien van de uitvoering van de aanbevelingen en bevindingenvan GRECO.1i.v.m. correctie in het opschrift kst-36600-VII-145ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 1451 Implementatie aanbevelingen integriteit bewindspersonenDe aanbevelingen ter versterking van het integriteitsbeleid voor bewinds-personen hebben betrekking op:i.De ontwikkeling van een gecoördineerde strategie met betrekking totde integriteit van bewindspersonen gebaseerd op een risicoanalyse;ii.(i) De ontwikkeling van een integrale gedragscode voor bewindsper-sonen en (ii) een toezicht- en sanctiemechanisme;iii.(i) Vertrouwelijke begeleiding voor bewindspersonen omtrentintegriteitskwesties en (ii) vergroting van bewustwording vanintegriteitskwesties bij bewindspersonen;iv.(i) Het invoeren van regels en richtlijnen over de wijze waaropbewindspersonen in contact treden met lobbyisten en derden en (ii)het vergroten van de transparantie over de contacten en de onder-werpen;v.De invoering van een verplichting om ad hoc melding te doen vaneen ontstane situatie waarin sprake is van belangenverstrengeling;vi.Het stellen van algemene regels over beperkingen bij de aanvaardingvan vervolgfuncties door bewindspersonen;vii.(i) Een verplichting om periodiek in het openbaar opgave te doen vanfinanciële belangen, (ii) overwegen om ook financiële gegevens vanechtgenoten en afhankelijke familieleden in die opgave op te nemenen (iii) het instellen van een passend toetsingsmechanisme voor deopgaven;viii.Actualisering van de wetgeving omtrent onderzoek en vervolging vanambtsmisbruik.GRECO constateert thans dat met betrekking tot het integriteitsbeleid voorbewindspersonen één aanbeveling volledig is geïmplementeerd. Zesaanbevelingen zijn deels geïmplementeerd en één aanbeveling is nietgeïmplementeerd. Er worden verscheidene vervolgacties ondernomen omverdere uitvoering te geven aan de aanbevelingen.Uit het nalevingsverslag blijkt dat aanbevelingen i-iv, vi en viii deels zijngeïmplementeerd, aldus GRECO. De eerste aanbeveling betreft deontwikkeling van een gecoördineerde strategie met betrekking tot deintegriteit van bewindspersonen. GRECO neemt kennis van deverscheidene bestaande beleidsmaatregelen die zien op de integriteit vanbewindspersonen. De self-assessment risicoanalyse integriteit kandidaat-bewindspersonen vindt plaats als onderdeel van de kabinetsformatie. Hetis een hulpmiddel voor kandidaat-bewindspersonen dat zich richt opbewustwording en inventarisatie van risico’s. Ook geldt gedurende degehele ambtsperiode van bewindspersonen de gedragscode voorbewindspersonen. Daarnaast worden met het wetsvoorstel regelsvervolgfuncties bewindspersonen regels met betrekking tot het loopbaan-vervolg van bewindspersonen ingevoerd. In het voorgaande nalevings-rapport nam GRECO eveneens kennis van de nota integriteit openbaarbestuur, met daarin een aantal beleidsvoornemens en planning terverbetering van de integriteit van het openbare bestuur in brede zin.GRECO neemt kennis van de bestaande beleidsmaatregelen en oordeeltdat dit positieve stappen zijn. GRECO stelt echter dat een algemenestrategie voor de integriteit van bewindspersonen nog ontbreekt.Derhalve concludeert GRECO dat aanbeveling i gedeeltelijk geïmplemen-teerd is.De tweede aanbeveling gaat over de ontwikkeling van een integralegedragscode voor bewindspersonen en een daaraan gekoppeld toezicht-en handhavingsmechanisme. De gedragscode voor bewindspersonen,samen met de Gedragscode Integriteit Rijk, voldoet aan het eerste deelvan deze aanbeveling. GRECO stelt echter dat een systeem van toezicht enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 1452 handhaving met betrekking tot de gedragscode ontbreekt, waardoor hettweede deel van de aanbeveling niet is uitgevoerd. Aanbeveling twee isdaarom gedeeltelijk geïmplementeerd. In november 2022 heeft de Raadvan State op verzoek van de Minister van BZK voorlichting uitgebrachtover de vraag of het toevoegen van een intern of extern mechanisme vantoezicht en handhaving past binnen de constitutionele grenzen, mits deministeriële verantwoordelijkheid en daarmee de verantwoordingsrelatietussen regering en parlement overeind blijft2. De Raad van State steldedat vanuit constitutioneel oogpunt geen bezwaar bestaat tegen hetinstellen van een college dat belast is met intern toezicht en handhaving.Hierbij geeft het ook aan dat indien dit college ook klachten van derdenkan behandelen, er geen sprake is van uitsluitend intern toezicht. In datgeval zouden dezelfde constitutionele vragen aan de orde kunnen komenals bij de instelling van een externe autoriteit.De Raad van State stelt in de voorlichting dat het instellen van een externeautoriteit belast met toezicht en handhaving van de gedragscode voorbewindspersonen een ingrijpende wijziging zou zijn van het staatsbestel.Het zou de positie van bewindspersonen, de Minister-President en hetparlement en hun onderlinge verhoudingen vergaand beïnvloeden. UwKamer is in december 2022 geïnformeerd dat het kabinet de voorlichtingvan de Raad van State opvolgt en geen extern sanctioneringsmechanismeinstelt3. Het kabinet onderschrijft de voorlichting van de Raad van Statewaarin het pleit voor een brede benadering die recht doet aan de moreledimensie van integriteit, waarin ook aandacht is voor training, risico-analyse, vertrouwenspersonen en ethisch leiderschap. Zo zijn er tweevertrouwensfunctionarissen beschikbaar gekomen voor bewindspersonenen zijn eerder benoemde maatregelen zoals de self-assessment risico-analyse integriteit en de gedragscode geïntroduceerd om bij te dragenaan een cultuur van integriteit waarin dilemma’s besproken kunnenworden. GRECO ziet dit als positieve ontwikkelingen, maar stelt dat geziener nog geen intern of extern toezicht- en handhavingsmechanismeontwikkeld is voor de gedragscode voor bewindspersonen, het tweededeel van de aanbeveling nog niet uitgevoerd is. Gezien de voorlichtingvan de Raad van State zal het kabinet niet overgaan tot een vorm vanextern toezicht en handhaving op de gedragscode. Ook een vorm vanintern toezicht en handhaving acht het kabinet lastig verenigbaar met onsstaatsbestel. Zo is de Minister-President in Nederland, anders dan in eenaantal andere landen, primus inter pares. Een toezichthoudende enhandhavende rol jegens andere bewindspersonen is daarmee niet goed teverenigen. Ook bij de positie van beide vertrouwensfunctionarissen voorleden van het kabinet (hierna toegelicht) zou een toezichthoudende enhandhavende rol niet passend zijn, gezien de taak waarvoor hun beschik-baarheid is bedoeld. Overigens is een motie-van Baarle c.s. inzake interntoezicht en handhaving op de gedragscode eerder verworpen4. Gezien heteerste deel van de aanbeveling geïmplementeerd is, is aanbeveling IIgedeeltelijk geïmplementeerd.De derde aanbeveling ziet op vertrouwelijke begeleiding voor bewinds-personen omtrent integriteitskwesties en de vergroting van bewust-wording van integriteitskwesties bij bewindspersonen. In maart 2024 zijnmevrouw mr. Winnie Sorgdrager en de heer prof. mr. Jaap de HoopScheffer beschikbaar gekomen als vertrouwensfunctionarissen voorbewindspersonen. Bewindspersonen kunnen met de vertrouwensfunctio-narissen van gedachten wisselen over integriteitsvragen waar zij in hunambt tegenaan lopen. Met de aanstelling van de twee vertrouwensfunctio-2Kamerstukken II 2021/22, 35 925 III, nr. 13.3Kamerstukken II 2022/23, 28 844, nr. 251.4Kamerstukken II 2022/23, 28 844, nr. 260.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 1453 narissen oordeelt GRECO dat het eerste deel van aanbeveling iii uitge-voerd is. Voor het tweede deel van de aanbeveling dient de integriteits-sessie gedurende de ministerraad plaatsgevonden te hebben. Toen hetnalevingsrapport werd vastgesteld was de datum van deze sessie nog nietdefinitief en oordeelde GRECO dat aanbeveling iii gedeeltelijk geïmple-menteerd is. Tijdens de vergadering van de ministerraad op 4 juli 2025 zaleen nadere kennismaking en gesprek met de vertrouwensfunctionarissenplaatsvinden met als doel verdere bewustwording op het gebied vanmogelijke integriteitsvragen. Het kabinet hoopt hiermee de derdeaanbeveling volledig te hebben geïmplementeerd.De vierde aanbeveling betreft het invoeren van regels en richtlijnen overde wijze waarop bewindspersonen in contact treden met lobbyisten enderden, en de vergroting van de transparantie van lobbyen. Wat betrefthet eerste deel van de aanbeveling heeft GRECO kennisgenomen van debestaande regels en richtlijnen voor de omgang van bewindspersonenmet lobbyisten en derden voortkomend uit artikel 3.6 van de Gedragscodevoor Bewindspersonen. GRECO heeft eveneens kennisgenomen van hetonderzoek naar de mate waarin de openbare agenda’s en advies- enconsultatieparagrafen van memories van toelichting (lobbyparagrafen)inzicht bieden in de betrokkenheid van externen bij publieke besluit-vorming5. GRECO erkent de inzet om de transparantie en verantwoor-dingsplicht van lobbyisten en bewindspersonen te vergroten, en erkent deinzet om de openbare agenda’s van bewindspersonen te verbeteren.Echter oordeelt GRECO dat het werk hieraan nog niet is afgerond en dataanbeveling IV gedeeltelijk geïmplementeerd is. Het kabinet heeft in zijnreactie op het voornoemde onderzoeksrapport maatregelen aangekondigdter verbetering van de openbare agenda’s van bewindspersonen enlobbyparagrafen. Ook wordt bezien in hoeverre de openbare beslisnota’sbij Kamerbrieven en het Beleidskompas kunnen bijdragen aan meertransparantie. Voorts vindt voor de zomer 2025 onder onafhankelijkebegeleiding een stakeholdertraject plaats, waarin met belanghebbendenwordt besproken aan welke eisen een eventueel lobby- of transparantiere-gister in Nederland zou moeten voldoen. De Minister van BZK zal uwKamer meteen na a.s. zomer rapporteren over de verbetermaatregelen opde bestaande instrumenten alsmede over de uitkomsten van hetstakeholdertraject. Daarbij betrek ik tevens de motie van de leden Dassenen Van Waveren die de regering verzoekt een verplicht lobbyregister voorbewindspersonen en de ambtelijke top in te voeren, met daaraangekoppeld een effectief en onafhankelijk toezicht- en handhavingsmecha-nisme, naar voorbeeld van het Ierse lobbyregister (Kamerstuk 35 896, nr.18).GRECO concludeert dat de vijfde aanbeveling naar tevredenheid isgeïmplementeerd. De aanbeveling gaat over de invoering van eenverplichting om ad hoc melding te doen als er een situatie ontstaat waarinsprake is van een conflict tussen persoonlijke belangen en officiëlefuncties. In het voorgaande nalevingsrapport concludeerde GRECO dat degedragscode voor bewindspersonen een verplichting bevat om situatiesvan belangenverstrengeling direct te melden als deze zich voordoen.De zesde aanbeveling betreft het invoeren van algemene regels overbeperkingen bij de aanvaarding van vervolgfuncties door bewindsper-sonen. In mei 2024 is het wetsvoorstel regels vervolgfuncties bewindsper-sonen ter behandeling ingediend bij uw Kamer. Dit wetsvoorstel bevatvoor een periode van twee jaar na ontslag van bewindspersonen eenlobbyverbod, een draaideurverbod en een verplichting tot het vragen vanonafhankelijk advies over vervolgfuncties. GRECO neemt kennis ervan dat5Prof. dr. C. Braun en dr. B. Fraussen, Mozaïek van BelangenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 1454 het wetsvoorstel regels vervolgfuncties bewindspersonen ter behandelingbij de Tweede Kamer ligt, en ziet dit als een positieve stap. Hierbij steltGRECO dat het belangrijk is dat het ook regels bevat over handhaving entoezicht. GRECO oordeelt dat, in afwachting van de behandeling van hetwetsvoorstel in uw Kamer, deze aanbeveling gedeeltelijk is geïmplemen-teerd. Het kabinet heeft onlangs afgesproken om zich alvast te zullenhouden aan de regels van het wetsvoorstel, ook al heeft het voorstel nunog geen kracht van wet. Het vorige kabinet houdt zich aan een zelfdeafspraak. De plenaire behandeling van het wetsvoorstel door de TweedeKamer heeft inmiddels plaatsgevonden en het wetsvoorstel is aange-nomen. Het wetsvoorstel is ingediend bij de Eerste Kamer.GRECO concludeert dat aanbeveling vii niet geïmplementeerd is. In hetvoorgaande nalevingsrapport constateerde GRECO dat het een positieveontwikkeling is dat in de gedragscode voor bewindspersonen eenverplichting is opgenomen om nieuwe financiële belangen die mogelijkleiden tot belangenverstrengeling tijdens de ambtstermijn te melden aande Tweede Kamer, maar merkte op dat hiermee niet voldaan werd aan deinvoering van wettelijke verplichtingen. GRECO is op de hoogte van hetgesprek dat plaatsvindt tussen de formateur en kandidaat-bewindspersoon waarin bezien wordt of zij relevante zakelijke enfinanciële belangen bezitten. Waar dat het geval is dient de kandidaat-bewindspersoon ofwel volledig afstand te doen van deze belangen, ofweleen regeling te treffen, waarover uw Kamer wordt geïnformeerd. Dezeprocedure is ook tijdens de formatie in 2024 doorlopen. De eerdergenoemde self-assessment risicoanalyse integriteit bevat ook vragen overde financiële en zakelijke belangen van bewindspersonen. In december2024 heeft de Minister-President een brief aan uw Kamer verstuurd inzakede omgang met de financiële en zakelijke belangen van (aantredende)bewindspersonen6. Deze brief licht het besluit toe om het bestaande kadertegen het licht te houden en waar nodig voorafgaand aan een volgendeformatie te herzien. GRECO neemt kennis ervan dat de Minister-Presidentin een Kamerbrief heeft aangegeven het bestaande kader met betrekkingtot de verklaring van financiële belangen tegen het licht te willen houden,ten behoeve van een volgende formatie. Echter ziet GRECO geen concretevooruitgang t.a.v. deze aanbeveling en oordeelt derhalve dat de aanbe-veling niet geïmplementeerd is.De achtste aanbeveling is gedeeltelijk geïmplementeerd. Deze aanbe-veling heeft betrekking op de procedure voor ambtsdelicten zoals vervatin artikel 119 van de Grondwet en de Wet ministeriële verantwoorde-lijkheid en ambtsdelicten Staten-Generaal, Ministers en staatssecreta-rissen. GRECO heeft aanbevolen aan om maatregelen te nemen omervoor te zorgen dat de procedures die voorzien in het onderzoek naar ende strafrechtelijke vervolging van ambtsmisbruik geen belemmeringvormen voor de strafrechtspleging ten aanzien van bewindspersonen dieverdacht worden van corruptie. Het advies van de Commissie herzieningwetgeving ambtsdelicten Kamerleden en bewindspersonen (commissieFokkens) concludeert dat de wetgeving voor de opsporing, vervolging enberechting van overtredingen begaan door Kamerleden, Ministers enstaatssecretarissen gedurende hun ambtstermijn verouderd is engemoderniseerd dient te worden. In opvolging van dit advies wordt dewettelijke regeling langs twee sporen herzien. Spoor I betreft de aanpas-singen in de «gewone» wetgeving binnen de bestaande kaders die deGrondwet geeft. Spoor II voorziet in een aanpassing van de Grondwet.Beide wetsvoorstellen zijn voor advies aanhangig gemaakt bij de Afdelingadvisering van de Raad van State. GRECO stelt dat het bovenstaande een6Kamerstukken II 28 844, nr. 278.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 1455 positieve ontwikkeling is. Gezien het traject nog niet afgerond is, isaanbeveling VIII op dit moment nog gedeeltelijk geïmplementeerd.Implementatie aanbevelingen integriteit Nationale Politie enKoninklijke MarechausseeDe aanbevelingen ter versterking van het integriteitsbeleid voor rechts-handhavingsinstanties hebben betrekking op:ix.Uitwerking van de themabladen van de Nationale Politie en ontwikke-ling van een vergelijkbaar instrument voor de Koninklijke Marechaus-see, inclusief toezicht op en handhaving van deze instrumenten;x.Bijscholing over ethiek en integriteit voor personeel;xi.Maatregelen voor screening van personeel van de Nationale Politie;xii.Invoeren van een procedure voor omgang met geschenken envoordelen, inclusief melding en registratie van dergelijke geschenken/voordelen en toezicht op de naleving van deze procedure;xiii.Verbetering van controlemaatregelen ten aanzien van de toegang toten het gebruik van vertrouwelijke informatie;xiv.Onderzoek naar het risico van belangenverstrengeling na uitdiensttre-ding bij de Nationale Politie;xv.Verbetering van het huidige meldingsregime door middel van hetinvoeren van een periodieke meldplicht voor financiële belangen vanhet topmanagement van de Nationale Politie en de KoninklijkeMarechaussee, het aanwijzen van functies waarbij een risico vanbelangenverstrengeling aanwezig is en het voorzien in passendtoezicht;xvi.Introduceren van een verplichting om corruptie-gerelateerdemisdragingen te melden en de bescherming van klokkenluiders in ditverband aan te passen.Aanbevelingen ix-xi, xiii, xiv en xvi zijn reeds naar tevredenheid geïmple-menteerd. Uit het addendum op het tweede nalevingsverslag volgt dat deNationale Politie zeven van de acht aan haar gerichte aanbevelingen naartevredenheid heeft geïmplementeerd. Eén aanbeveling is deels geïmple-menteerd. De Koninklijke Marechaussee heeft vijf van de zeven aan haargerichte aanbevelingen naar tevredenheid geïmplementeerd. De tweeresterende aanbevelingen heeft de Koninklijke Marechaussee deelsgeïmplementeerd.Het kabinet onderschrijft dat weerbare medewerkers van onschatbarewaarde zijn bij het voorkomen, bestrijden en aanpakken van corruptie.Daarom wordt door de Nationale Politie en de Koninklijke Marechausseeveel aandacht besteed aan het vergroten van de weerbaarheid en demeldingsbereidheid van haar medewerkers. De door GRECO waarge-nomen voortgang op de aanbevelingen vormt voor beide organisaties eenadditionele stimulans om hun inspanningen voort te zetten en teverbeteren.Nationale PolitieVoor de Nationale Politie geldt dat aanbevelingen ix-xi en xiii-xvi naartevredenheid zijn geïmplementeerd. De politie neemt veel maatregelenom integriteit binnen haar organisatie te bevorderen en de aanpak van(politiële) corruptie te bewerkstelligen.1 Deze ontwikkeling vindt plaats optwee gelijktijdige sporen. Het eerste spoor bestaat uit integriteit bevorde-rende maatregelen zoals een landelijk team voor complexe interneonderzoeken, een nieuw informatiesysteem voor een verbeterderegistratie en monitoring en de mogelijkheid van thematische analyses,1Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 29 628, nr. 1174Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 1456 het versterken van het lerend vermogen van de organisatie en specifiekeaandacht voor opleiding en bijscholing van medewerkers.Het tweede spoor richt zich op de aanpak van politiële corruptie. Dezeaanpak heeft als voornaamste doel om medewerkers bewust te makenvan corruptiesignalen en situaties waarin corruptie plaatsvindt, evenals deverschillende verschijningsvormen. De aanpak bestaat uit zes praktischeontwikkellijnen die in 2025 verder worden uitgewerkt. Zo wordt er door depolitie ingezet op een verbeterde registratie en analyse van signalen vanspecifieke risico’s en fenomenen uit de beschikbare operationele data. Opbasis van deze strategische analyses is in 2024 het Nationaal BeeldPolitiële Corruptie worden opgesteld. Deze wordt in 2025 verderontwikkeld en vertaald naar de organisatie. Daarnaast is de politie lid vanhet Internal Criminal Investigations Network (ICIN) met als voornaamstedoel het delen van methoden en technieken voor het onderzoeken vancorruptie binnen politieorganisaties. Ook wettenschappelijk onderzoekwordt intensiever benut naar de aard en omvang van deze specifiekevorm van corruptie en in samenspraak met de Politieacademie wordtthans verkend op welke wijze de politie hieraan een bijdrage kan leveren.Tenslotte volgen medewerkers weerbaarheidstrainingen gericht op hetsignaleren van corruptie aan de hand van voorbeelden uit de praktijk. Deeenheid Den-Haag en het Politiedienstencentrum (PDC) zijn vorig jaargestart met een pilot. Deze pilot bestaat uit een aantal workshops waarinmedewerkers aan de hand van casuïstiek uit de praktijk meegenomenworden in de vraag wat corruptie is, hoe zij dit fenomeen herkennen, watde gevolgen kunnen zijn en wat medewerkers hieraan zelf kunnen doen.Ook is er een zogenaamde «Serious Game» ontwikkeld waarbij demedewerkers op een praktische en operationele wijze aan de slag gaanmet het thema corruptie.Aanbeveling xii: Invoeren van een procedure voor omgang metgeschenken en voordelen, inclusief melding en registratie van dergelijkegeschenken/voordelen en toezicht op naleving van deze procedure.GRECO concludeert dat aanbeveling xii nog steeds deels is geïmplemen-teerd. De politie heeft in 2023 haar beroepscode geactualiseerd metdaarbij specifieke aandacht voor het themablad over het aannemen vangeschenken. Dit themablad bevat een procedure, uitleg van regels enrichtlijnen en de bespreking van praktische dilemma’s bij casuïstiek.Daarnaast zal de huidige Richtlijn Omgaan met Geschenken wordenaangevuld met bruikbare elementen uit de Gedragscode Integriteit Rijk(2020)1. Ook de huidige richtlijn bevat al procedures omtrent demeldplicht (inclusief de waardebepaling) voor de medewerker, eenformeel toetsingskader voor de leidinggevende en wijze van retournering.Het bestaande beleid wordt ondersteund door middel van aanvullendevoorlichting en training waarin speciale aandacht wordt besteed aan hetvergroten van de meldingsbereidheid van medewerkers.Tenslotte zal de politie vanaf 2026 een nieuw HR-informatiesysteem ingebruik nemen. Hierdoor zal het eenvoudiger worden om verschillendesoorten meldingen, zoals bijvoorbeeld nevenwerkzaamheden als ook hetaannemen van geschenken, te registeren en hierop toe te zien doorleidinggevenden. Bij de implementatie van het nieuwe informatiesysteemneemt de politie het registeren van geschenken (met een waarde < € 50)in overweging. Hiervoor zal het informatiesysteem moeten wordenaangepast.1Gedragscode Integriteit Rijk 2020Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 1457 Koninklijke MarechausseeIntegriteit is bij de Koninklijke Marechaussee (Marechaussee) eenbelangrijk thema dat doorlopend aandacht verdient en krijgt. Hiervoorwerkt de Marechaussee met een managementmodel integriteit dat bestaatuit de pijlers beschermen, (stimu)leren en handhaven. Onder de pijlerbeschermen vallen de preventieve maatregelen en instrumenten omintegriteit te bevorderen, zoals de doorlopende leerlijn morele professio-naliteit die in de opleidingen van de Marechaussee is verwerkt. In dezeleerlijn staan de thema’s integriteit en ethiek centraal en worden ondermeer de gedragscode en morele dilemma’s besproken. Daarnaast volgtiedere medewerker één keer per twee jaar een training over integriteit. Depijler (stimu)leren heeft betrekking op het leren van incidenten en hetanalyseren van trends met het doel om tijdig en passend actie teondernemen. Dat gebeurt onder meer doordat integriteit bij werkover-leggen op ieder niveau binnen de Marechaussee is geagendeerd. Bij eenvermoeden van een integriteitsschending doet het cluster Integriteit vande Marechaussee intern onderzoek, dit valt onder de derde pijlerhandhaven.Daarnaast beschikt de Marechaussee ook over een programmateamgeorganiseerde ondermijnende criminaliteit dat zich onder andere richt opde aanpak van corruptie en de bewustwording van Marechausseemedewerkers. Hiervoor is een e-learning ontwikkeld en een meldroutegepubliceerd. De e-learning laat de Marechaussee collega’s op eenlaagdrempelige manier kennismaken met het onderwerp ondermijning endiverse verschijningsvormen en invalshoeken. Wanneer een medewerkeriets verdachts of vreemds ziet op en/of rond de werkplek, helpt demeldroute om op verschillende manieren (anoniem) melding te maken.Voor de Marechaussee geldt dat aanbevelingen ix, x, xiii, xiv en xvi naartevredenheid zijn geïmplementeerd.Aanbeveling xii over het melden en registreren van geschenken is deelsgeïmplementeerd. In onze brief van 17 oktober 2023 liet ik u weten datDefensie zou onderzoeken welke effecten een register en toezicht sorterenbovenop de bestaande gedragsregels en andere instrumenten9. Hieraan isinvulling gegeven door binnen de Koninklijke Marechaussee (KMar) eenapplicatie te ontwikkelen om geschenken centraal en digitaal te melden ente registreren. De integriteitsadviseur KMar monitort het register enadviseert betrokken medewerkers en leidinggevenden wanneer hetaannemen van het geschenk in strijd is met de Gedragsregels Defensie ofintegriteitsrisico’s met zich mee brengt. De applicatie wordt dit kwartaal ingebruik genomen en na een jaar geëvalueerd.Ten aanzien van aanbeveling xv over financiële belangen en het toezichtdaarop, werkt Defensie aan een defensiebrede regeling die verdereinvulling geeft aan de meld- en registratieplicht die reeds in de rechtsposi-tieregelingen van Defensie is vastgelegd. Deze regeling is aanvullend opde regels binnen Defensie met betrekking tot het uitvoeren vannevenwerkzaamheden.AfsluitingGRECO concludeert in het eerste addendum bij het tweede nalevings-verslag dat Nederland zeven van de zestien aanbevelingen uit het vijfderonde evaluatieverslag naar tevredenheid heeft geïmplementeerd. Achtaanbevelingen zijn gedeeltelijk geïmplementeerd en één aanbeveling niet.Dit betekent dat Nederland de aanbevelingen uit de vijfde evaluatieronde9Kamerstuk 36 410 VII, nr. 16Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 1458 onvoldoende heeft geïmplementeerd volgens GRECO. Gelet op hetvoorgaande en overeenkomstig artikel 32, paragraaf 2 (ii.c) van hetGRECO Reglement van Orde, nodigt GRECO de Secretaris-Generaal vande Raad van Europa uit een brief te sturen aan de Minister van Buiten-landse Zaken van Nederland om het belang om vooruitgang te boeken tebenadrukken. De brief van de Secretaris-Generaal onderstreept het belangvan blijvende inzet voor het integriteitsbeleid van bewindspersonen, wathet kabinet onderschrijft. Nederland dient op 31 maart 2026 weer aanGRECO te rapporteren over de voortgang van de implementatie van deopenstaande aanbevelingen. Op basis van deze voortgangsinformatie zalhet Tweede Addendum bij het tweede nalevingsverslag wordenopgesteld. Conform het GRECO Reglement van Orde10 zal met devaststelling van het tweede addendum bij het tweede nalevingsverslag devijfde evaluatieronde voor Nederland worden beëindigd. Nadat GRECO devoortgangsinformatie heeft beoordeeld, zal ik uw Kamer hieroverinformeren, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid en deMinister van Defensie.De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,J.J.M. Uitermark10GRECO Rules of Procedure, Rule 31 revised, para 9.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VII, nr. 1459

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 50a662756fbab324

14 okt 2026 · 81ca0dd31ae609c0

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.