Reactie op verzoek van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport inzake “Verzoek om uitleg over vermindering van de verzachtingen zoals bereikt in het meest recente zorgakkoord”
Brontekst
Versie 163a31d27e29be2e · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2013–2014 30 597Toekomst AWBZ Nr. 460 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 18 juli 2014 Op 17 april 2014 heb ik u geïnformeerd over de uitkomst van het begrotingsoverleg hervorming langdurige zorg (Kamerstuk 30 597 nr. 435). In deze brief is ingegaan op een aantal aanpassingen van mijn voornemens met betrekking tot de hervorming van de langdurige zorg. Deze aanpassingen gaan over de volgende onderwerpen: –Compensatie voor gemeenten in het overgangsjaar 2015 voor de Wmo2015 en de Jeugdwet; –Structureel extra middelen voor ondersteuning thuis; –Structureel extra middelen voor zorg in een instelling. Op uw verzoek zal ik het effect op de taakstelling voor gemeenten nader toelichten. Daarbij wil ik vooraf opmerken dat het een verzachting betreft met betrekking tot de hervorming van de langdurige zorg. In uw brief wordt ten onrechte gesproken over vermindering van de verzachtingen. In de tabel 1 worden bovengenoemde maatregelen in financiële zin samengevat. Tabel 1: budgettaire aspecten begrotingsakkoord april 2014 2015 2016 2017 2018 2019 Totaalpakket 360 300 200 200 200 Begeleiding – dagbesteding / Wmo 195 165 50 40 30 Jeugdwet 60 Extra middelen zorg in een instelling 105 135 150 160 170 – waarvan extra plaatsen 5 35 50 60 70 – wv begeleiding – dagbesteding 100 100 100 100 100Bedragen in mln. euro De genoemde verzachtingen leiden tot een vermindering van de taakstelling van gemeenten op begeleiding. De resterende taakstelling 2015 bedraagt na het begrotingsakkoord ruim € 200 mln. In de brief van kst-30597-460ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2014Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 30 597, nr. 4601 17 april jl. is aangegeven dat de taakstelling die in het regeerakkoord nog circa 25% bedroeg is verlaagd naar 6% in 2015. Het gaat hier om de taakstelling ten opzichte van de oorspronkelijke grondslag van het Regeerakkoord. In de gemeentelijke meicirculaire is het budget bekend gemaakt waarover de gemeente kunnen beschikken in het kader van de uitvoering van de Wmo 2015. Deze informatie is u ook per brief van 29 mei jl toegezonden (Kamerstuk 31 839, nr. 384). Naast het bovengenoemde percentage ten opzichte van het Regeerakkoord is ook het kortingspercentage benoemd ten opzichte van het budget dat in 2015 aan de gemeenten ter beschikking zou worden gesteld zonder korting. Ten opzichte van deze grondslag resulteert een korting in 2015 van 11%. Beide percentages kunnen niet met elkaar worden vergeleken. Het percentage van 6% betreft immers het kortingsbedrag dat aan gemeenten wordt toegerekend ten opzichte van de totale grondslag begeleiding die nog in het regeerakkoord werd voorzien. Het percentage van 11% is het kortingsbedrag dat aan gemeenten wordt toegerekend ten opzichte van het aandeel begeleiding dat uiteindelijk aan gemeenten is toebedeeld. Zowel in de brief van 17 april jl. als in de gemeentelijke meicirculaire van 29 mei jl is het kortingsbedrag op de begeleiding Wmo 2015 ruim € 200 mln. Dit betekent dat bij de toekenning van de budgetten de korting niet is aangepast ten opzichte van het begrotingsakkoord. De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van RijnTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 30 597, nr. 4602
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.