KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de geannoteerde Agenda Transportraad d.d. 5 december 2024 te Brussel (Kamerstuk 21501-33-1097)

4 dec 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie be1c2e0305de7c44 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202521 501-33Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en EnergieNr. 1100 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 4 december 2024 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft een aantalvragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Infrastructuur enWaterstaat over de brief van 20 november 2024 over de GeannoteerdeAgenda Transportraad d.d. 5 december 2024 te Brussel (Kamerstuk 21501-33, nr. 1097), over de brief van 1 juli 2024 over het VerslagEU-Transportraad van 18 juni 2024 (Kamerstuk 21 501-33, nr. 1077) en overde brief van 17 oktober 2024 over het Verslag informele bijeenkomst vanEU-transportministers d.d. 19–20 september 2024 (Kamerstuk 21 501-33,nr. 1093).De vragen en opmerkingen zijn op 26 november 2024 aan de Minister vanInfrastructuur en Waterstaat voorgelegd. Bij brief van 4 december 2024zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,P. de GrootAdjunct-griffier van de commissie,Wiendels kst-21501-33-1100ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 11001 InleidingOp 26 november jl. heeft de vaste commissie voor Infrastructuur enWaterstaat schriftelijke vragen gesteld naar aanleiding van de geanno-teerde agenda van de Transportraad op 5 december 2024 in Brussel. Bijdeze doe ik u de beantwoording op deze schriftelijke vragen toekomen,mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretarisvan Infrastructuur en Waterstaat – Openbaar Vervoer en Milieu. Ook wordtde Kamer hierbij geïnformeerd over de meest recente wijzigingen in deagenda van de Transportraad ten opzichte van de verstuurde geanno-teerde agenda. Hieronder treft u de wijzigingen in de agenda enantwoorden op de vragen aan.I. Wijzigingen in de agenda van de Transportraad op 5 december Er zijn nieuwe diversenpunten bijgekomen op de agenda van de Trans-portraad. Er zijn geen wijzigingen in de besprekingen van de wetgevendevoorstellen.De volgende diversenpunten zijn toegevoegd:ËEstland, Letland en Litouwen zullen aandacht vragen voor eennon-paper over de Connecting Europe Facility (CEF) III. Hierinbenadrukken ze het belang van CEF en zetten ze in op een continueringvan een vergelijkbaar instrument in het nieuwe Meerjarig FinancieelKader (MFK).ËLitouwen heeft het volgende punt aangedragen: «invallen vanniet-geautoriseerde objecten op het grondgebied van de EU-lidstatenvanuit derde landen». Hiermee bedoelen ze een toename van zowelmeteorologische ballonnen als militaire drones die vanuit Wit-Ruslandhet luchtruim van Litouwen binnenkomen. Ook benoemen ze hun zorgover de «onderwater bedreigingen» van kritieke infrastructuur inandere EU-lidstaten.ËFrankrijk heeft het volgende punt geagendeerd: «het verzoek van deCommissie over het advies van het Hof van Justitie van de EU over deovereenkomst inzake luchtvervoer met het Sultanaat van Oman». Ditgaat over de bevoegdheidsverdeling bij luchtvaartovereenkomsten.Frankrijk wil dat de Europese Commissie (Hierna: Commissie) deadviesaanvraag bij het Hof intrekt. De EU lidstaten hebben op hoogambtelijk niveau unaniem hun zorgen geuit over dit adviesverzoek vande Commissie.ËSpanje vraagt aandacht voor «weerbaarheid van de EU transportinfrastructuur tegen extreme klimaat gerelateerde en geofysischegebeurtenissen». Hiervoor is nog geen achtergrondstuk gedeeld.ËDe Commissie heeft een diversenpunt over vervoersarmoedeaangedragen. Hierbij zal stilgestaan worden bij de Social Climate Funden de betaalbaarheid van vervoer voor huishoudens.ËDe Poolse delegatie zal haar werkprogramma voor het aankomendvoorzitterschap van de Raad van de Europese Unie presenteren.II. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties InhoudsopgaveInleiding3PVV-fractie3GroenLinks-PvdA-fractie4VVD-fractie5 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 11002 InleidingDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerdeagenda voor de Transportraad op 5 december 2024 (hierna: geannoteerdeagenda) en willen de bewindspersonen nog enkele vragen voorleggen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben naar aanleiding van degeannoteerde agenda een aantal punten die zij graag willen inbrengen enenkele vragen.De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de stukkenbehorend bij het schriftelijk overleg Transportraad van 5 december 2024,en hebben hierover nog de volgende vragen en opmerkingen.De leden van de BBB-fractie hebben de stukken gelezen en hierover geenvragen. Deze leden delen het beschreven standpunt van de bewindsper-sonen op de verschillende onderwerpen in de agenda van deze Trans-portraad.PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie stellen vast dat de Staatssecretaris bij deHerziening verordening handhaving passagiersrechten in de Unie nogenkele vragen ten aanzien van de regels rondom terugbetalingen heeft.Deze leden vragen wat deze vragen zijn en in hoeverre het antwoord opdie vragen van invloed zal zijn op de stellingname van de Staatssecretaristen aanzien van de algemene oriëntatie op dit punt.De leden van de PVV-fractie constateren dat de Transportraad met deVerordening inzake passagiersrechten multimodale reizen inzet op ondermeer bescherming van de reiziger tijdens multimodale reizen. Deze ledenstellen ook vast dat de Transportraad niet langer wil dat reizigers bijmultimodale reizen afhankelijk zijn van meerdere specifieke vervoersover-eenkomsten. Deze leden vragen of dit betekent dat aanbieders vanunimodale (binnenlandse) reizen dan nog wel eigen specifieke overeen-komsten kunnen gebruiken.De leden van de PVV-fractie constateren dat de Staatssecretaris zich bij deVerordening inzake passagiersrechten multimodale reizen inzet voor eenhoog niveau van consumentenbescherming. Deze leden vragen wanneereen reiziger onder de bescherming van de Verordening inzake passagiers-rechten multimodale reizen valt en wat de totale reikwijdte van deverordening is.De leden van de PVV-fractie constateren dat Nederland een positievehouding aanneemt ten aanzien van de Richtlijn wederzijdse erkenningrijontzegging. Deze leden vragen hoeveel mensen met een rijontzeggingvan een andere EU-lidstaat in Nederland rondrijden en hoeveel van hen inde afgelopen tien jaar bij een ongeval betrokken zijn geweest.De leden van de PVV-fractie constateren dat andere EU-lidstaten bijtoepassing van de Richtlijn wederzijdse erkenning rijontzeggingenmogelijk toegang krijgen tot persoonsgegevens van Nederlandsestaatsburgers. Deze leden vragen hoe het gewaarborgd zal worden datdeze gegevens niet worden misbruikt.De leden van de PVV-fractie constateren dat bij invoering van de Richtlijnwederzijdse erkenning rijontzeggingen grote IT-aanpassingen bij deuitvoeringsinstanties in Nederland nodig zijn. Deze leden vragen wat deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 11003 kosten zijn van deze aanpassingen en wat deze aanpassingen beogen opte lossen.GroenLinks-PvdA-fractieAllereerst merken de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie op dat breedin samenleving, in de Kamer en ook bij veel andere EU-lidstaten de wensleeft om het internationaal treinverkeer voor passagiers veel aantrekke-lijker te maken. Gelukkig staan hier ook positieve woorden over in hetregeerprogramma. Deze leden constateren echter dat het tot nu toe vooralbij mooie woorden blijft en dat internationale treinreizigers nog altijdtegen veel praktische belemmeringen aanlopen, waardoor veel reizigersuiteindelijk toch maar voor het vliegtuig kiezen. Deze leden spreken dewens uit dat op dit vlak er de komende tijd stevige concrete stappenworden gezet. Deelt de Staatssecretaris deze ambitie? En welke driespeerpunten heeft de Staatssecretaris de komende periode op het vlakvan het vereenvoudigen van het internationaal treinverkeer voorpassagiers?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie delen de inzet van de Staatsse-cretaris dat een hoog niveau van consumentenbescherming ook noodza-kelijk is voor passagiers. De Staatssecretaris schrijft dat de voorgestelderegels nu beter uitvoerbaar en handhaafbaar zijn. Kan de Staatssecretarisdit nader onderbouwen en hierbij concrete voorbeelden geven? En kan deStaatssecretaris daarbij ook aangeven wat volgens hem de definitie van«duidelijk», «uitvoerbaar» en «handhaafbaar» is? Specifiek vragen dezeleden aandacht voor het volgende: treinreizigers die bijvoorbeeld vanNederland naar Italië reizen, moeten vaak bij meerdere vervoerders eendeel van hun reis boeken, bijvoorbeeld bij de Nederlandse Spoorwegen(NS) of Deutsche Bahn (DB) het deel van Nederland naar Zwitserland, enbij de Zwitserse Spoorwegen (SBB) of TrenItalia het trajectdeelZwitserland-Italië. Mocht het eerste deel van de reis dan dusdanigevertraging oplopen dat de aansluiting in Zwitserland wordt gemist, danhebben zij doorgaans geen recht op restitutie of wijziging van hun tweedetrajectdeel. Deze leden vragen of de Staatssecretaris de zorgen op dit puntdeelt en of hij kan toelichten of in een dergelijke situatie de nieuwe regelsde consument in de toekomst beter beschermen. En zo nee, of deStaatssecretaris deze concrete vaak voorkomende situatie wil inbrengenbij de onderhandelingen over de herziene verordening. Zo nee, waaromniet? Overigens merken deze leden op dat dergelijke situaties tevoorkomen zijn wanneer er eindelijk een EU-breed reserveringsysteem isvoor treintickets. Hoe staat het met deze al jarenlang breed gekoesterdewens? En kan de Staatssecretaris nauwkeurig aangeven wat Nederlandhier de afgelopen maanden concreet voor inzet op heeft gepleegd? Kan hijhierbij concreet aangeven, zo vragen deze leden, hoe het staat met deuitvoering van de motie-De Hoop c.s. (Kamerstuk 29 984, nr. 1167)? Hoeheeft de Staatssecretaris deze voortrekkersrol tot nu toe concreetingevuld? En hoe staat het met de uitvoering van de motie-DeHoop/Vedder (Kamerstuk 23 645, nr.826)? Wat is de inzet van de nieuweEuropese Commissie (EC) op dit vlak?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat het nog vaakingewikkeld is om internationale tickets (tijdig) te kunnen reserveren. Zozijn er diverse EU-landen waar het niet mogelijk is om internationaletreintickets online te reserveren. Deelt de Staatssecretaris de mening vandeze leden dat dit anno 2024 niet meer van deze tijd is? Zo nee, waaromniet? En is de Staatssecretaris bereid om dit punt tijdens de Transportraadaan de orde te stellen? Zo nee, waarom niet? En voorts constateren dezeleden dat in sommige EU-lidstaten treintickets en dienstregelingen pasvlak voor aanvang van de nieuwe dienstregeling – doorgaans halfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 11004 december – beschikbaar komen. Klopt het dat dit in strijd is metEU-regelgeving, omdat dienstregelingen ruim op tijd beschikbaar dienente zijn? En wil de Staatssecretaris zich ook inspannen om EU-bredeafspraken te maken over hoe lang van tevoren tickets beschikbaar dienente zijn? Zo nee, waarom niet? En hoe ziet hij in dit verband het fenomeenvan treinen die in open acces rijden? Kan de Staatssecretaris aangeven ofen, zo ja, welke verschillen er zijn tussen zogenoemde concessie-treinenen «open acces»-treinen?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de Staatssecretariseenvoudigere en duidelijkere definities in de verordening over passagiers-rechten voor multimodale reizen wil. Kan de Staatssecretaris aangevenwat dit concreet betekent? En ook lezen deze leden dat de Staatssecretarisheeft ingezet op de reikwijdte van het voorstel. Kan dit nader wordengeconcretiseerd?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen in de geannoteerdeagenda dat Staatssecretaris inzake het hogesnelheidsvervoer voorsteldeom te focussen op het monitoren van de (grensoverschrijdende) markt enhet faciliteren van nieuwe internationale passagiersdiensten. Ook steldehij dat de tien pilotprojecten van de EC effectief zouden moeten wordenopgevolgd. Deze leden zouden hier graag een nadere duiding overontvangen. Op welke wijze moeten de tien pilotprojecten wat de Staatsse-cretaris betreft worden opgevolgd en wat gaat hij zelf concreet doen omdit te bevorderen? Deze leden zien dat er veel vraag is naar nieuweinternationale passagiersdiensten en dat er ook aanbieders zijn die dezediensten zouden willen aanbieden, maar dat zij tegen allerlei praktischebezwaren aanlopen. Zo is er bijvoorbeeld een plan voor een nachttreinvan Nederland naar Barcelona, waar de Staatssecretaris in de brief zelfnaar verwijst. Op welke wijze kan hij dit soort initiatieven concreetondersteunen? Is het bijvoorbeeld mogelijk om de vervoerders teondersteunen bij het organiseren van de rijpaden en het beschikbaarkrijgen van passend materieel? Is de Staatssecretaris, zo vragen dezeleden, bereid om het voortouw te nemen bij gesprekken met België,Frankrijk en Spanje en eventueel andere landen om dit soort nieuweinitiatieven concreet te kunnen ondersteunen? Zo nee, waarom niet?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zien graag een snelle weder-zijdse erkenning van rijbewijsontzeggingen. Drankrijders en andereverkeershufters, willen we niet op de weg zien. Ook als de overtredingendie tot een ontzegging hebben geleid, in een ander land zijn gepleegd. Debezwaren van Nederland over de uitzonderingsgronden en vergelijkingvan strafvorderingsrichtlijnen, zijn natuurlijk alleen een issue, omdatNederland zelf zelden rijontzeggingen oplegt en ook dan vaak alleen voorkorte periodes, met allerlei uitzonderingen. Deze leden zijn van meningdat wie door zijn verkeersgedrag niet geschikt geacht is om in een anderEuropees land te rijden ook niet geschikt is om in ons land te rijden. Eenberoep tegen die maatregel hoort thuis in het land dat de maatregel heeftopgelegd. Deze leden vragen de Minister dan ook om praktischeproblemen, zoals registratie en informatie-uitwisseling, praktisch op telossen en dit geen obstakel voor besluitvorming te laten zijn.VVD-fractieVerordening passagiersrechten luchtvaartDe leden van de VVD-fractie lezen dat de Minister zich bij een volledigeherziening van de Verordening passagiersrechten luchtvaart wil inzettenvoor regels in geval van vertragingen op het asfalt. Deze leden onder-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 11005 schrijven het belang van de uitbreiding van passagiersrechten bijvertragingen op het asfalt.Deze leden vragen of de Minister erkent dat de huidige Europesepassagiersrechten voor de luchtvaart (Verordening EU261) onduidelijkedefinities bevatten, bijvoorbeeld waar het buitengewone omstandighedenbetreft. Waarom wel, waarom niet?De leden van de VVD-fractie vragen of de Minister erkent dat dit kanleiden tot veel onduidelijkheid voor zowel passagiers als voor luchtvaart-maatschappijen, en tot veel rechtszaken, zoals deze leden in het verledenook hebben gezien. Waarom wel, waarom niet?De leden van de VVD-fractie vragen of de Minister kan toelichten inhoeverre hij het beeld deelt van zijn voorganger en vele andere belang-hebbenden dat de herziening van deze wetgeving volgens het voorstel uit2013 een gedeelte van deze onduidelijkheden wegneemt, problemen in dehandhaving en uitvoering aanpakt, en of hij deelt dat dit een positieveontwikkeling is.De leden van de VVD-fractie vragen de Minister of hij ervan op de hoogteis dat ook de kandidaat-Eurocommissaris voor Transport en Toerisme,Apostolos Tzitzikostas, het belang van deze herziening erkent en tijdenszijn hoorzitting op 4 november jl. heeft vermeld dat hij het voorstel uit2013 zou willen behandelen. Deze leden vragen of de Minister bereid isom tijdens de Transportraad van 5 december zich in te zetten om eindelijkvoortgang te maken op dit dossier. Waarom wel, waarom niet?Verordening inzake passagiersrechten multimodale reizenDe leden van de VVD-fractie vinden het van belang dat reizigers zonderbelemmeringen met verschillende modaliteiten kunnen reizen. Deze ledenzijn dan ook verheugd te lezen dat de Staatssecretaris zich inzet voor depassagiersrechten in de context van multimodale reizen. De vraag diedeze leden hebben, is hoe de Staatssecretaris zich ervoor inzet en welkestappen hij zet om passagiers online goede, duidelijke en toegankelijkeinformatie te bieden, zodat passagiers hun rechten kunnen doen geldenen bijvoorbeeld eenvoudig geld kunnen claimen bij vertragingen.De leden van de VVD-fractie vragen wel wat de gevolgen zijn voor deruimte die ondernemers ervaren in de uitoefening van hun bedrijf inzakehet voorstel van de EC dat ervoor moet zorgen dat passagiers diemultimodaal reizen niet meer afhankelijk zijn van de voorwaarden vanspecifieke vervoersovereenkomsten.Richtlijn wederzijdse erkenning rijontzeggingenDe leden van de VVD-fractie zijn blij dat met deze richtlijn een belangrijkestap wordt gezet voor meer verkeersveiligheid binnen de Europese Unie,waarmee ook de verkeersveiligheid op Nederlandse bodem wordtverbeterd.De leden van de VVD-fractie lezen dat de Minister het van belang acht dater voldoende mogelijkheden zijn om in bepaalde gevallen gebruik tekunnen maken van een uitzonderingsgrond om een rijontzegging nietover te nemen en om de duur van de rijontzegging aan te passen naar dein Nederland geldende strafvorderingsrichtlijnen of wettelijke maxima.Daarmee zou eventuele rechtsongelijkheid in Nederland zoveel mogelijkkunnen worden voorkomen. Kan de Minister een concreet voorbeeldnoemen waarbij dit niet ten goede zou komen aan de verkeersveiligheid?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 11006 Deze leden zijn het eens dat zorgvuldige procedures moeten wordengevolgd (zoals vaststellen van de daadwerkelijke bestuurder), maar is deMinister het met deze leden eens dat, als in een ander land de daargeldende normen strenger zijn, dit geen aanpassing zou behoeven als debetreffende bestuurder zich in Nederland bevindt?De leden van de VVD-fractie lezen dat de Minister aandacht vraagt voor deuitvoeringslast bij nationale uitvoeringsorganisaties. Kan de Ministertoelichten welke lasten dit zijn? Hebben andere lidstaten dit bezwaar ooken hoe verhoudt zich dit in de ogen van de Minister tot het doel van derichtlijn, namelijk het verbeteren van de verkeersveiligheid?Herziening richtlijn intermodaal vervoerDe leden van de VVD-fractie juichen toe dat wordt ingezet op een toenamevan het Europese intermodale goederenvervoer en dat ook goed wordtgekeken naar de werkbaarheid voor de marktpartijen. Vorig jaar is inNederland het vervoer over spoor met 12% afgenomen. Op welke wijzezet de Staatssecretaris zich ervoor in dat dit tij wordt gekeerd en dat hetgoederenvervoer weer meer concurrerend wordt? En hoe vertaalt hij dezeinzet naar de inzet van Nederland bij de bespreking over deze herziening?Herziening RijbewijsrichtlijnDe leden van de VVD-fractie maken zich met betrekking tot de HerzieningRijbewijsrichtlijn zorgen over een aantal onderwerpen dat de verdereingroei van elektrische voertuigen in het wagenpark in de weg zal zitten.Zo is nu het voorstel dat een ondernemer met een zware elektrischebestelauto straks niet meer met een aanhanger mag rijden, ongeacht hetgewicht, en dat hiervoor het vrachtwagenrijbewijs nodig zal zijn. Voor hetrijden in de dieselvariant met aanhanger is straks een rijbewijs B of BEvoldoende, naar gelang het gewicht van de aanhanger. Deze leden vragende Minister hoe hij tegen deze ontwikkeling aankijkt en hoe hij zich wilinzetten om te voorkomen dat dit het gebruik van elektrische voertuigendoor ondernemers in de weg zit. Wil de Minister een pleidooi doen voorhet mogelijk maken om in een zware elektrische bestelauto metaanhanger te rijden met rijbewijs B of BE? De komende jaren zullen steedsmeer mensen met een elektrische auto op vakantie gaan, ook met eencaravan. Daarvoor zullen de bestuurders, als het gewicht boven de 3.500kilo uitkomt, een rijbewijs BE moeten hebben. Deze leden vragen wathierover de opvatting is van de Minister, of hij vindt dat de bestaanderijbewijsmogelijkheden moeten worden behouden en hoe hij vindt dat ditzich verhoudt tot de verkeersveiligheid, omdat caravans stabieler op deweg liggen wanneer zij worden getrokken door een zwaarder voertuig.De leden van de VVD-fractie vragen tot slot graag aandacht voor code 78,oftewel de automaatcode. Momenteel is het zo dat je bij het afrijden ineen automaatvoertuig (dus elke elektrische auto) deze code op je rijbewijsontvangt. Je mag dan alleen in een auto met automatische versnel-lingsbak rijden, je hebt immers niet leren schakelen. Deze leden denkendat dit de inzet van elektrische auto’s als lesvoertuig remt. Hoe wil deMinister hiermee omgaan en is hij het met deze leden eens dat er eenaanpassing van de Europese richtlijn nodig is, bijvoorbeeld door eenaanpassing in de rijopleiding waarmee toch met een normaal rijbewijskan worden afgereden?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 11007 III. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersoon PVV-fractie1. De leden van de PVV-fractie stellen vast dat de Staatssecre-taris bij de Herziening verordening handhaving passagiersrechtenin de Unie nog enkele vragen ten aanzien van de regels rondomterugbetalingen heeft. Deze leden vragen wat deze vragen zijn enin hoeverre het antwoord op die vragen van invloed zal zijn op destellingname van de Staatssecretaris ten aanzien van dealgemene oriëntatie op dit punt.Voor wat betreft terugbetaling van tickets kwam tijdens de onderhande-lingen de vraag naar voren of passagiers niet zelf worden belast met hetaan de bel moeten trekken bij tussenpersonen of luchtvaartmaatschap-pijen als het gaat om terugbetaling. Een grote groep lidstaten, waaronderNederland, hebben ervoor gepleit dat de passagier hier niet mee belastmoet worden.2. De leden van de PVV-fractie constateren dat de Transportraadmet de Verordening inzake passagiersrechten multimodale reizeninzet op onder meer bescherming van de reiziger tijdens multi-modale reizen. Deze leden stellen ook vast dat de Transportraadniet langer wil dat reizigers bij multimodale reizen afhankelijkzijn van meerdere specifieke vervoersovereenkomsten. Dezeleden vragen of dit betekent dat aanbieders van unimodale(binnenlandse) reizen dan nog wel eigen specifieke overeen-komsten kunnen gebruiken.Ja, aanbieders van unimodale (binnenlandse) reizen kunnen onder ditvoorstel hun eigen specifieke vervoersovereenkomsten gebruiken. Weldienen deze in overeenstemming te zijn met de specifieke sectorale wet-en regelgeving zoals Europese verordening 2021/782 die gaat overrechten en plichten van passagiers en treinvervoerders.3. De leden van de PVV-fractie constateren dat de Staatssecre-taris zich bij de Verordening inzake passagiersrechten multi-modale reizen inzet voor een hoog niveau van consumentenbe-scherming. Deze leden vragen wanneer een reiziger onder debescherming van de Verordening inzake passagiersrechtenmultimodale reizen valt en wat de totale reikwijdte van deverordening is.De Verordening inzake passagiersrechten in de context van multimodalereizen is van toepassing wanneer een passagier twee of meer verschil-lende vervoersmodaliteiten (zoals de trein en het vliegtuig) combineert.Lokaal en regionaal vervoer en busreizen van minder dan 250 kilometerzijn expliciet uitgesloten van de reikwijdte.4. De leden van de PVV-fractie constateren dat Nederland eenpositieve houding aanneemt ten aanzien van de Richtlijn weder-zijdse erkenning rijontzegging. Deze leden vragen hoeveelmensen met een rijontzegging van een andere EU-lidstaat inNederland rondrijden en hoeveel van hen in de afgelopen tien jaarbij een ongeval betrokken zijn geweest.Op dit moment is er geen overzicht beschikbaar van het aantal mensendat in een andere lidstaat een rijontzegging opgelegd heeft gekregen enhoeveel daarvan in Nederland nog wel rijden. Ook is dus niet bekendTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 11008 hoeveel van deze personen in de afgelopen tien jaar bij een ongevalbetrokken zijn geweest. De reden hiervoor is dat rijontzeggingen die inandere EU-lidstaten zijn opgelegd tot nu toe niet automatisch wordengeregistreerd in de Nederlandse systemen omdat deze nog niet doorge-geven hoeven te worden door de lidstaten waar deze rijontzeggingen zijnopgelegd. Hier zal bij de andere lidstaten aandacht voor worden gevraagdin het kader van de implementatie van de richtlijn. Voor het opstellen vande uitvoeringstoetsen is het van belang dat lidstaten met elkaar delen aanhoeveel buitenlandse rijbewijshouders ze jaarlijks een rijontzegging vanminimaal 3 maanden opleggen.5. De leden van de PVV-fractie constateren dat andereEU-lidstaten bij toepassing van de Richtlijn wederzijdseerkenning rijontzeggingen mogelijk toegang krijgen tot persoons-gegevens van Nederlandse staatsburgers. Deze leden vragen hoehet gewaarborgd zal worden dat deze gegevens niet wordenmisbruikt.Deze richtlijn creëert de wettelijke basis voor de uitwisseling vanpersoonsgegevens met het doel om rijontzeggingen, opgelegd door eenlidstaat anders dan de lidstaat die het rijbewijs heeft afgegeven, effectiefte implementeren. Deze wettelijke basis is in overeenstemming met deAlgemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)1 evenals de RichtlijnGegevensbescherming voor opsporing en vervolging2.De persoonsgegevens die worden gedeeld met andere lidstaten zijn striktbeperkt tot wat noodzakelijk is om de verplichtingen uit de richtlijn tevervullen, zoals de naam en het kentekennummer van de betrokkenpersoon, de verkeersovertreding en de aard van de sanctie. Dezegegevens mogen ook alleen voor dit doel gebruikt worden. Hiermeewordt voldaan aan de principes van doelbinding en gegevensminimali-satie, zoals vastgelegd in de AVG en de Richtlijn Gegevensbeschermingvoor opsporing en vervolging. Dit waarborgt dat de persoonsgegevensslechts kunnen worden verwerkt voor het doel waarvoor ze zijn doorge-zonden en dat niet meer gegevens worden verwerkt dan noodzakelijk isom dat doel te bereiken. Bovendien wordt alle informatie uitgewisseld viabeveiligde digitale kanalen, namelijk het EU driving licence network(hierna: RESPER), waarin gebruik wordt gemaakt van codes en gestructu-reerde informatie. Met deze maatregelen, gecombineerd met toezichtdoor nationale en Europese toezichthouders, wordt het risico op misbruikvan persoonsgegevens tot een minimum beperkt en blijven de rechten enprivacy van Nederlandse burgers beschermd.6. De leden van de PVV-fractie constateren dat bij invoering vande Richtlijn wederzijdse erkenning rijontzeggingen groteIT-aanpassingen bij de uitvoeringsinstanties in Nederland nodigzijn. Deze leden vragen wat de kosten zijn van deze aanpassingenen wat deze aanpassingen beogen op te lossen.Voor uitvoering van de richtlijn zijn er onder andere IT-aanpassingen bijnationale instanties zoals de Dienst Wegverkeer (RDW), het OpenbaarMinisterie, het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) en de politienodig. Dit zijn aanpassingen waarmee de in andere EU-lidstaten aanNederlanders opgelegde rijontzeggingen kunnen worden geregistreerd,beoordeeld en verwerkt. De Commissie heeft de kosten hiervoor in totaal1Specifiek: artikel 6, lid 1, onder c, en, waar van toepassing, artikel 10 van Verordening (EU)2016/679 (de Algemene Verordening Gegevensbescherming, AVG).2Specifiek: artikel 8 van Richtlijn (EU) 2016/680 (de Richtlijn Gegevensbescherming vooropsporing en vervolging).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 11009 op 26,3 miljoen euro geschat voor alle lidstaten. De verwachting is dat dewerkelijke kosten hoger zullen liggen omdat ook nieuwe proceduresingericht moeten worden voor de beoordeling van genotificeerderijontzeggingen (waarbij vermoedelijk ook regelmatig aanvullendeinformatie uit andere lidstaten zal moeten worden opgevraagd) en voorde mogelijkheid om tegen de erkenning van een rijontzegging in beroepte kunnen gaan. Ook daarvoor zijn naar verwachting IT aanpassingennodig bij verschillende betrokken organisaties (bovendien is hier ook extrapersonele capaciteit voor nodig, waar ook kosten mee gemoeid zijn).Daarnaast zijn er aanpassingen nodig in RESPER. Binnen dit systeem kaninformatie over rijbewijzen tussen alle lidstaten worden gedeeld. Metbehulp van RESPER kunnen handhavende instanties in alle lidstaten op dehoogte zijn van een opgelegde en door de lidstaat van afgifte erkenderijontzegging. Hierdoor kan er op het rijden terwijl er een rijontzeggingvan kracht is gehandhaafd worden in alle lidstaten. Hiervoor is het nodigdat alle landen gebruik gaan maken van RESPER en de data hierin realtime bij gaan houden. De Commissie heeft de eenmalige kosten voor debenodigde aanpassingen van RESPER ingeschat op € 50.000 per lidstaat.Pas als de inhoud van de richtlijn definitief vaststaat, kunnen allefinanciële consequenties volledig worden berekend door middel vanuitvoeringstoetsen die zullen worden opgesteld door betrokken organi-saties. Eventuele budgettaire gevolgen worden ingepast binnen debegroting van het beleidsverantwoordelijke departement (JenV), conformde regels van de budgetdiscipline.GroenLinks-PvdA-fractie7. Allereerst merken de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie opdat breed in samenleving, in de Kamer en ook bij veel andereEU-lidstaten de wens leeft om het internationaal treinverkeervoor passagiers veel aantrekkelijker te maken. Gelukkig staanhier ook positieve woorden over in het regeerprogramma. Dezeleden constateren echter dat het tot nu toe vooral bij mooiewoorden blijft en dat internationale treinreizigers nog altijd tegenveel praktische belemmeringen aanlopen, waardoor veel reizigersuiteindelijk toch maar voor het vliegtuig kiezen. Deze ledenspreken de wens uit dat op dit vlak er de komende tijd stevigeconcrete stappen worden gezet. Deelt de Staatssecretaris dezeambitie? En welke drie speerpunten heeft de Staatssecretaris dekomende periode op het vlak van het vereenvoudigen van hetinternationaal treinverkeer voor passagiers?Het bevorderen van internationaal spoorvervoer maakt deel uit van hetHoofdlijnenakkoord. In het Hoofdlijnenakkoord is te lezen dat de regeringmet een voorstel zal komen voor de aanpak van grensoverschrijdendeverbindingen en de aansluiting van een vijftal treinstations op het netwerkvan Hogesnelheidslijnen (HSL) over de grens. Het kabinet verwacht ditvoorstel voor internationaal spoorvervoer begin 2025 aan de TweedeKamer te sturen, zoals ook aangekondigd in de kabinetsreactie op deinitiatiefnota «Alle seinen op groen».38. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie delen de inzet van deStaatssecretaris dat een hoog niveau van consumentenbe-scherming ook noodzakelijk is voor passagiers. De Staatssecre-taris schrijft dat de voorgestelde regels nu beter uitvoerbaar enhandhaafbaar zijn. Kan de Staatssecretaris dit nader onder-bouwen en hierbij concrete voorbeelden geven? En kan de3Kamerstuk 36 563, nr. 4Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 110010 Staatssecretaris daarbij ook aangeven wat volgens hem dedefinitie van «duidelijk», «uitvoerbaar» en «handhaafbaar» is?In eerdere voorstellen was onder meer het onderscheid tussen «singlemultimodal tickets» en «combined multimodal tickets» niet gemakkelijkvast te stellen. Dit onderscheid is wel van belang, aangezien de rechten enverplichtingen van en voor passagiers van de diverse ticketsoortenverschillen. In de finale tekst zijn de verschillen tussen de ticketsoorten ende bijkomende rechten en verplichtingen duidelijker gepresenteerd. Ook isde reikwijdte van het voorstel ingeperkt door de door Nederland voorge-stelde aanvullende drempel van 10.000 passagiers per dag toe te voegen.Hierdoor worden kleine terminals niet disproportioneel (administratief)belast.9. Specifiek vragen deze leden aandacht voor het volgende:treinreizigers die bijvoorbeeld van Nederland naar Italië reizen,moeten vaak bij meerdere vervoerders een deel van hun reisboeken, bijvoorbeeld bij de Nederlandse Spoorwegen (NS) ofDeutsche Bahn (DB) het deel van Nederland naar Zwitserland, enbij de Zwitserse Spoorwegen (SBB) of TrenItalia het trajectdeelZwitserland-Italië. Mocht het eerste deel van de reis dandusdanige vertraging oplopen dat de aansluiting in Zwitserlandwordt gemist, dan hebben zij doorgaans geen recht op restitutieof wijziging van hun tweede trajectdeel. Deze leden vragen of deStaatssecretaris de zorgen op dit punt deelt en of hij kantoelichten of in een dergelijke situatie de nieuwe regels deconsument in de toekomst beter beschermen. En zo nee, of deStaatssecretaris deze concrete vaak voorkomende situatie wilinbrengen bij de onderhandelingen over de herziene verordening.Zo nee, waarom niet?Voor wat betreft reizen waarbij één vervoersmodaliteit gecombineerdwordt, zoals in het voorbeeld hierboven, geldt de verordening passagiers-rechten in de context van multimodale reizen niet. De verordening is vantoepassing op multimodale reizen, waarbij een passagier twee of meerverschillende vervoersmodaliteiten (zoals de trein en het vliegtuig)combineert.Meer specifiek bevat de Europese verordening betreffende de rechten enverplichtingen van treinreizigers4 al een aantal belangrijke verplichtingenvoor spoorvervoerder ten gunste van de reizigers. Echter, de verordeninggarandeert nog niet de mogelijkheid om doorgaande tickets te boeken bijverschillende ondernemingen met de garantie voor het vervolgen van detreinreis met een andere vervoerder, bijvoorbeeld bij uitval. Voor dereiziger zou het een verbetering zijn als dit wel het geval zou zijn. NaastEuropese regelgeving zijn er initiatieven vanuit de sector zelf, zoals de«CER ticketing roadmap»5 waarvan de eerste verbeteringen voor dereizigers voor 2025 op de planning staan. Onderdeel hiervan betreft eenovereenkomst tussen een groot aantal spoorwegondernemingen omreizigers bij vertragingen en uitval verder te laten reizen. In Nederland isdeze «Agreement on Journey Continuation» al ingevoerd. Dit is een stapin de goede richting, maar er zijn nog verbeteringen mogelijk op hetgebied van passagiersrechten tussen verschillende vervoerders, zoals ookbeschreven in de vierde voortgangsrapportage van het IRP6.4Verordening (EU) 2021/7825https://www.cer.be/cer-eu-projects-initiatives/cer-ticketing-roadmap6IRP Fourth Progress Report - PR EU, Brussels | The Netherlands and PR EU, BrusselsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 110011 10. Overigens merken deze leden op dat dergelijke situaties tevoorkomen zijn wanneer er eindelijk een EU-breed reservering-systeem is voor treintickets. Hoe staat het met deze al jarenlangbreed gekoesterde wens? En kan de Staatssecretaris nauwkeurigaangeven wat Nederland hier de afgelopen maanden concreetvoor inzet op heeft gepleegd? Kan hij hierbij concreet aangeven,zo vragen deze leden, hoe het staat met de uitvoering van demotie-De Hoop c.s. (Kamerstuk 29 984, nr. 1167)? Hoe heeft deStaatssecretaris deze voortrekkersrol tot nu toe concreetingevuld? En hoe staat het met de uitvoering van de motie-DeHoop/Vedder (Kamerstuk 23 645, nr. 826)? Wat is de inzet van denieuwe Europese Commissie (EC) op dit vlak?Een goed werkend internationaal gestandaardiseerd ticketingsysteem isbelangrijk zodat het voor de reiziger zo eenvoudig mogelijk wordt ommultimodaal internationaal te kunnen reizen. Er worden een aantalstappen ondernomen om dit voor elkaar te krijgen. Deze stappen heb ikuiteengezet in mijn antwoord op uw vragen naar aanleiding van degeannoteerde agenda informele bijeenkomst van EU-transportministers inseptember jl. in Boedapest7. Ter invulling van de door u genoemde motiesblijft Nederland dit onderwerp actief agenderen op de Europese agenda,zoals op de Transportraad van 18 juni jl.8 en in gesprekken met deCommissie. Ook bespreekt het kabinet in het kader van het platformInternational Rail Passenger (IRP) met andere lidstaten welke verbete-ringen mogelijk en nodig zijn. Het IRP is een netwerk, waarin het kabinetbelangrijke onderwerpen kan agenderen richting de Commissie.Het is positief dat het voorstel voor EU rail ticketing deel uitmaakt van depolitieke richtsnoeren van de nieuwe Commissie. In gesprekken met deCommissie heeft Nederland deze aanpak ondersteund. Het kabinet vindthet belangrijk dat er op EU-niveau voorwaarden voor integrale tickets entechnische standaarden worden vastgesteld en dat alle vervoerders, zowelbestaande als nieuwe vervoerders, bereid zijn deze te omarmen. Eeneerste stap daartoe is het vaststellen van de standaarden op Europeesniveau voor data uitwisseling. Daartoe wordt een voorstel van deCommissie (Technische Specificaties Interoperabiliteit Telematica)besproken met de lidstaten. Besluitvorming hierover wordt verwachtmedio 2025. Het kabinet draagt hier actief aan bij.11. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat hetnog vaak ingewikkeld is om internationale tickets (tijdig) tekunnen reserveren. Zo zijn er diverse EU-landen waar het nietmogelijk is om internationale treintickets online te reserveren.Deelt de Staatssecretaris de mening van deze leden dat dit anno2024 niet meer van deze tijd is? Zo nee, waarom niet? En is deStaatssecretaris bereid om dit punt tijdens de Transportraad aande orde te stellen? Zo nee, waarom niet?Ticketing wordt voor de reiziger gezien als een absolute prioriteit. Het zoueen grote verbetering in de dienstverlening zijn wanneer vervoerders erbeter in slagen met elkaar afspraken te maken over distributiekanalen enmogelijkheden om integrale tickets te kopen en daarbij rechten vanreizigers te garanderen. Het kabinet heeft de intentie dit onderwerp aan deorde te stellen en marge van de Transportraad en kijkt in dit verband uitnaar de aangekondigde voorstellen van de nieuwe Europese Commissieinzake Multimodal Digital Mobility Services (MDMS) in 2025. Zie ook hetantwoord op vraag 10.7Kamerstuk 21 501–33, nr. 10848Kamerstuk 21501–33, nr. 1077Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 110012 12. En voorts constateren deze leden dat in sommige EU-lidstatentreintickets en dienstregelingen pas vlak voor aanvang van denieuwe dienstregeling – doorgaans half december – beschikbaarkomen. Klopt het dat dit in strijd is met EU-regelgeving, omdatdienstregelingen ruim op tijd beschikbaar dienen te zijn? En wilde Staatssecretaris zich ook inspannen om EU-brede afspraken temaken over hoe lang van tevoren tickets beschikbaar dienen tezijn? Zo nee, waarom niet?Het kabinet herkent dat er verschillende termijnen bestaan voor hetboeken van treintickets en ziet in dat het voor de reiziger lastig kan zijnwanneer zij een reis plannen waarbij er sprake is van verschillendevervoerders met een eigen boekingstermijn. Het probleem is dus bekenden de spoorsector werkt hier actief aan. De harmonisatie van de boekings-termijn voor tickets is onderdeel van de implementatie van de «CERticketing roadmap», waaraan onder andere NS zich heeft gecommitteerd.Het doel is om per 2025 het mogelijk te maken om tickets zes maandenvan tevoren te boeken, en idealiter twaalf maanden. Daarnaast is er voordit onderwerp door de internationale spoorwegunie (UIC) een interna-tionale werkgroep in het leven geroepen, waarin NS actief participeert.Het kabinet kijkt uit naar een voorstel voor EU regelgeving op het gebiedvan internationale ticketing (MDMS), zoals aangekondigd in de politiekerichtsnoeren van de nieuwe Europese Commissie. Zie ook de antwoordenop de vragen 10 en 11.13. En hoe ziet hij in dit verband het fenomeen van treinen die inopen acces rijden? Kan de Staatssecretaris aangeven of en, zo ja,welke verschillen er zijn tussen zogenoemde concessie-treinen en«open acces»-treinen?Een goed werkend internationaal gestandaardiseerd ticketingsysteem isbelangrijk zodat het voor de reiziger zo eenvoudig mogelijk wordt ommultimodaal internationaal te kunnen reizen met verschillende typenvervoerders. Het kabinet kijkt in dit verband uit naar de verwachtevoorstellen van de nieuwe Commissie inzake Multimodal Digital MobilityServices in 2025 en de bijbehorende Europese impact analyse op dit punt.Zie verder het antwoord op vraag 10, 11 en 12.14. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat deStaatssecretaris eenvoudigere en duidelijkere definities in deverordening over passagiersrechten voor multimodale reizen wil.Kan de Staatssecretaris aangeven wat dit concreet betekent? Enook lezen deze leden dat de Staatssecretaris heeft ingezet op dereikwijdte van het voorstel. Kan dit nader worden geconcreti-seerd?Met eenvoudigere en duidelijkere definities wordt gedoeld op definitiesdie voor zowel passagiers als vervoerders te begrijpen en uitvoerbaar zijn,niet multi-interpretabel zijn, en (derhalve) handhaafbaar zijn voor deInspectie Leefomgeving en Transport (ILT) als de nationale handhavingsin-stantie.Ten aanzien van de reikwijdte van het voorstel, heeft Nederland zichtijdens de onderhandelingen ingezet voor een aanvullende drempel voorde definitie van «multimodale passagiersknooppunten» (Artikel 2.1b),omdat de voormalige definitie van multimodale passagiersknooppunten,uitsluitend gebaseerd op de TEN-T-verordening, zou kunnen leiden totdisproportionele (administratieve) lasten voor kleine multimodalepassagiersknooppunten. In de tekst van het voorstel is de door Nederlandvoorgestelde aanvullende drempel van 10.000 passagiers per dagTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 110013 opgenomen. Ook wordt nu verwezen naar «terminals» in plaats van naar«multimodale passagiersknooppunten», waardoor de reikwijdte verderbeperkt is en de lidstaten meer vrijheid hebben in het aanwijzen vanterminals die onder dit voorstel vallen.15. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen in de geanno-teerde agenda dat Staatssecretaris inzake het hogesnelheids-vervoer voorstelde om te focussen op het monitoren van de(grensoverschrijdende) markt en het faciliteren van nieuweinternationale passagiersdiensten. Ook stelde hij dat de tienpilotprojecten van de EC effectief zouden moeten wordenopgevolgd. Deze leden zouden hier graag een nadere duiding overontvangen. Op welke wijze moeten de tien pilotprojecten wat deStaatssecretaris betreft worden opgevolgd en wat gaat hij zelfconcreet doen om dit te bevorderen?In Europees verband ondersteunt de Commissie pilotprojecten voornieuwe internationale treindiensten. Het kabinet volgt deze EU pilots actiefper project. De voortgang wordt ook in IRP besproken. Op EU niveau komter een voorstel voor een Masterplan high speed. Hierbij kan een vervolgop de EU pilots ook aan de orde komen. Ook in de nieuwe EuropeanTransport Corridors (TEN-T) kan het bevorderen van passagiersdienstenop de agenda worden gezet.16. Deze leden zien dat er veel vraag is naar nieuwe interna-tionale passagiersdiensten en dat er ook aanbieders zijn die dezediensten zouden willen aanbieden, maar dat zij tegen allerleipraktische bezwaren aanlopen. Zo is er bijvoorbeeld een planvoor een nachttrein van Nederland naar Barcelona, waar deStaatssecretaris in de brief zelf naar verwijst. Op welke wijze kanhij dit soort initiatieven concreet ondersteunen? Is het bijvoor-beeld mogelijk om de vervoerders te ondersteunen bij hetorganiseren van de rijpaden en het beschikbaar krijgen vanpassend materieel? Is de Staatssecretaris, zo vragen deze leden,bereid om het voortouw te nemen bij gesprekken met België,Frankrijk en Spanje en eventueel andere landen om dit soortnieuwe initiatieven concreet te kunnen ondersteunen? Zo nee,waarom niet?Het plan voor een nachttrein van Amsterdam naar Barcelona is eenpilotproject van de Commissie. Het kabinet ondersteunt dit initiatief alconcreet en is onderdeel van de coördinerende werkgroep met deinitiatiefnemers, infrastructuurbeheerders, andere overheden en deCommissie. Voor het kabinet is het van belang drempels voor nieuweverbindingen weg te nemen en te werken op een non-discriminatoirewijze.17. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zien graag eensnelle wederzijdse erkenning van rijbewijsontzeggingen.Drankrijders en andere verkeershufters, willen we niet op de wegzien. Ook als de overtredingen die tot een ontzegging hebbengeleid, in een ander land zijn gepleegd. De bezwaren vanNederland over de uitzonderingsgronden en vergelijking vanstrafvorderingsrichtlijnen, zijn natuurlijk alleen een issue, omdatNederland zelf zelden rijontzeggingen oplegt en ook dan vaakalleen voor korte periodes, met allerlei uitzonderingen. Dezeleden zijn van mening dat wie door zijn verkeersgedrag nietgeschikt geacht is om in een ander Europees land te rijden ookniet geschikt is om in ons land te rijden. Een beroep tegen diemaatregel hoort thuis in het land dat de maatregel heeftTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 110014 opgelegd. Deze leden vragen de Minister dan ook om praktischeproblemen, zoals registratie en informatie-uitwisseling, praktischop te lossen en dit geen obstakel voor besluitvorming te latenzijn.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie roepen het kabinet op om depraktische problemen geen obstakel voor besluitvorming te laten zijn.Zoals de leden in de geannoteerde agenda voor de Transportraad hebbenkunnen lezen, is dit ook de inzet van het Nederlandse kabinet. Het kabinetziet de oproep van de GroenLinks-PvdA-fractie daarom als steun aan zijnbeleid. Wel is het van belang de praktische en juridische complexiteitengoed in beeld te brengen en voor zover mogelijk in Europees verband opte lossen omdat deze de uitvoerbaarheid en daarmee ook de effectiviteitvan de richtlijn bepalen.VVD-fractieVerordening passagiersrechten luchtvaart18. De leden van de VVD-fractie lezen dat de Minister zich bij eenvolledige herziening van de Verordening passagiersrechtenluchtvaart wil inzetten voor regels in geval van vertragingen ophet asfalt. Deze leden onderschrijven het belang van deuitbreiding van passagiersrechten bij vertragingen op het asfalt.Deze leden vragen of de Minister erkent dat de huidige Europesepassagiersrechten voor de luchtvaart (Verordening EU261)onduidelijke definities bevatten, bijvoorbeeld waar het buiten-gewone omstandigheden betreft. Waarom wel, waarom niet? Deleden van de VVD-fractie vragen of de Minister erkent dat dit kanleiden tot veel onduidelijkheid voor zowel passagiers als voorluchtvaartmaatschappijen, en tot veel rechtszaken, zoals dezeleden in het verleden ook hebben gezien. Waarom wel, waaromniet?Ja, vanwege onduidelijkheden in de formulering van buitengewoneomstandigheden heeft de verordening geleid tot een aanzienlijk aantalklachten, rechtszaken en Hofzaken. Met name de onduidelijkheid van watbuitengewone omstandigheden precies zijn, heeft geleid tot veeljurisprudentie. Mede hierom is een volledige herziening wenselijk ennoodzakelijk.19. De leden van de VVD-fractie vragen of de Minister kantoelichten in hoeverre hij het beeld deelt van zijn voorganger envele andere belanghebbenden dat de herziening van dezewetgeving volgens het voorstel uit 2013 een gedeelte van dezeonduidelijkheden wegneemt, problemen in de handhaving enuitvoering aanpakt, en of hij deelt dat dit een positieve ontwik-keling is.Ja, het in 2013 door de Europese Commissie gepubliceerde voorstelinzake de herziening van EU Verordening 261/2004 had als doel om deverordening te verduidelijken door bijvoorbeeld de term «buitengewoneomstandigheden» in overeenstemming te brengen met het arrest van hetEuropees Hof van Justitie in zaak C-549/07 die ging over de rechten vanpassagiers bij de annulering van een vlucht. Daarnaast werd ervoorgepleit om een niet-uitputtende lijst van buitengewone omstandighedenop te nemen. Door deze verduidelijking wilde de Commissie zorgen voorminder klachten, rechtszaken en Hofzaken. Dit is positief en wordtonderschreven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 110015 20. De leden van de VVD-fractie vragen de Minister of hij ervanop de hoogte is dat ook de kandidaat-Eurocommissaris voorTransport en Toerisme, Apostolos Tzitzikostas, het belang vandeze herziening erkent en tijdens zijn hoorzitting op 4 novemberjl. heeft vermeld dat hij het voorstel uit 2013 zou willen behan-delen. Deze leden vragen of de Minister bereid is om tijdens deTransportraad van 5 december zich in te zetten om eindelijkvoortgang te maken op dit dossier. Waarom wel, waarom niet?De Minister is voornemens om tijdens het beleidsdebat op de Trans-portraad steun uit te spreken voor een volledige herziening van EUVerordening 261/2004. Ook steunt het kabinet de huidige tekst9 voor dealgemene oriëntatie op het voorstel die op 22 november jl. door hetvoorzitterschap is gepubliceerd.Verordening inzake passagiersrechten multimodale reizen21. De leden van de VVD-fractie vinden het van belang datreizigers zonder belemmeringen met verschillende modaliteitenkunnen reizen. Deze leden zijn dan ook verheugd te lezen dat deStaatssecretaris zich inzet voor de passagiersrechten in decontext van multimodale reizen. De vraag die deze leden hebben,is hoe de Staatssecretaris zich ervoor inzet en welke stappen hijzet om passagiers online goede, duidelijke en toegankelijkeinformatie te bieden, zodat passagiers hun rechten kunnen doengelden en bijvoorbeeld eenvoudig geld kunnen claimen bijvertragingen.Het voorstel verplicht vervoerders en tussenpersonen die multimodalereizen aanbieden om de passagier te informeren over de toepasselijkerechten en plichten, inclusief het terugbetalingsproces ingeval vaninstapweigeringen, annuleringen en vertragingen. Ook dienenvervoerders en tussenpersonen op grond van dit voorstel, indien mogelijken zonder vertraging, een formulier op te stellen voor terugbetalingsver-zoeken en te zorgen voor een link die directe toegang biedt tot datformulier. Bovendien hebben passagiers op grond van dit voorstel hetrecht om hun verzoek tot terugbetaling in te dienen met behulp van eendoor de Commissie op te stellen gemeenschappelijk formulier.22. De leden van de VVD-fractie vragen wel wat de gevolgen zijnvoor de ruimte die ondernemers ervaren in de uitoefening vanhun bedrijf inzake het voorstel van de EC dat ervoor moet zorgendat passagiers die multimodaal reizen niet meer afhankelijk zijnvan de voorwaarden van specifieke vervoersovereenkomsten.Overregulatie dient te worden voorkomen. Bovendien is zoveel mogelijkgeprobeerd om aan te sluiten op de bestaande specifieke sectorale wet-en regelgeving.Richtlijn wederzijdse erkenning rijontzeggingen23. De leden van de VVD-fractie zijn blij dat met deze richtlijneen belangrijke stap wordt gezet voor meer verkeersveiligheidbinnen de Europese Unie, waarmee ook de verkeersveiligheid opNederlandse bodem wordt verbeterd. De leden van de9Documentnummer: 2023/0437(COD); «Proposal for a Regulation of the European Parliamentand of the Council amending Regulations (EC) No 261/2004, (EC) No 1107/2006, (EU) No1177/2010, (EU) No 181/2011 and (EU) 2021/782 as regards enforcement of passenger rights inthe Union – General approach»Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 110016 VVD-fractie lezen dat de Minister het van belang acht dat ervoldoende mogelijkheden zijn om in bepaalde gevallen gebruik tekunnen maken van een uitzonderingsgrond om een rijontzeggingniet over te nemen en om de duur van de rijontzegging aan tepassen naar de in Nederland geldende strafvorderingsrichtlijnenof wettelijke maxima. Daarmee zou eventuele rechtsongelijkheidin Nederland zoveel mogelijk kunnen worden voorkomen. Kan deMinister een concreet voorbeeld noemen waarbij dit niet tengoede zou komen aan de verkeersveiligheid? Deze leden zijn heteens dat zorgvuldige procedures moeten worden gevolgd (zoalsvaststellen van de daadwerkelijke bestuurder), maar is deMinister het met deze leden eens dat, als in een ander land dedaar geldende normen strenger zijn, dit geen aanpassing zoubehoeven als de betreffende bestuurder zich in Nederlandbevindt?Op dit moment is er nog geen goed overzicht van de overtredingenwaarvoor de lidstaten een rijontzegging opleggen en van de duur diedaarbij gebruikelijk is. Mogelijk bestaan er hierin tussen de lidstaten groteverschillen. In theorie kan het dus bijvoorbeeld zo zijn dat iemand die meteen promillage van 0,5 wordt gepakt in een andere lidstaat daar een langerijontzegging voor opgelegd krijgt, terwijl een first offender daar inNederland een geldboete voor krijgt. Indien er geen uitzonderingsgrondenvoor erkenning of mogelijkheden tot inkorting van de maatregelopgenomen worden in de richtlijn, zou een dergelijke lange rijontzeggingdus ook in Nederland gaan gelden. Dit terwijl een bestuurder dieeenzelfde overtreding in Nederland begaat, daar geen rijontzegging voorzou krijgen. Dit zou tot rechtsongelijkheid leiden. Dat is onwenselijk. Hetrechtsgelijkheidsbeginsel, wat bepaalt dat gelijke gevallen, gelijkbehandeld dienen te worden, is immers een belangrijke waarde binnenonze rechtstaat. Het gaat hierbij dus niet zozeer om de vraag of dezeuitzonderingsgronden in het belang zijn van de verkeersveiligheid maarom het bewaken van de fundamentele beginselen van onze rechtstaat.Daarnaast wordt met deze mogelijkheden gewaarborgd dat de richtlijnniet verder gaat dan noodzakelijk om het doel van de verkeersveiligheiden het wederzijds erkennen van rijontzeggingen te bevorderen. Dit isvanuit het oogpunt van proportionaliteit van belang. Gewaarborgd wordtdat Nederland een rijontzegging enkel over hoeft te nemen voor zover hetpast binnen de nationale wetgeving.Overigens is het zo dat de lidstaat waar de rijontzegging is opgelegd, opgrond van de richtlijn kan bepalen dat de rijontzegging in die lidstaat voorde oorspronkelijke duur van kracht blijft.24. De leden van de VVD-fractie lezen dat de Minister aandachtvraagt voor de uitvoeringslast bij nationale uitvoeringsorgani-saties. Kan de Minister toelichten welke lasten dit zijn? Hebbenandere lidstaten dit bezwaar ook en hoe verhoudt zich dit in deogen van de Minister tot het doel van de richtlijn, namelijk hetverbeteren van de verkeersveiligheid?Het gaat hierbij onder andere om de aanpassing van ICT-systemen om devoor de uitvoering van de richtlijn benodigde informatie te kunnenversturen, ontvangen en verwerken. Daarnaast is er naar verwachting veelextra personele capaciteit nodig om de notificaties van opgelegderijontzeggingen in andere lidstaten aan Nederlandse rijbewijshouders tebeoordelen en te verwerken. Ook dienen er procedures ingericht teworden om tegen de erkenning van een buitenlandse rijontzegging inberoep te kunnen gaan. Enkele andere lidstaten hebben ook aandachtgevraagd voor de uitvoeringslasten en dat deze naar verwachting groterzijn dan door de Commissie is ingeschat.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 110017 Het doel van deze richtlijn wordt door het Nederlandse kabinet onder-steund en de verwachting is dat deze richtlijn bij zal gaan dragen aan hetverbeteren van de verkeersveiligheid. Dit rechtvaardigt een bepaaldeuitvoeringslast bij de betrokken organisaties. Er kunnen echter nog geenuitvoeringstoetsen worden opgesteld zolang de inhoud van de richtlijnnog niet vaststaat. Daarnaast is er nog veel onduidelijkheid over bijvoor-beeld het aantal gevallen per jaar, zowel qua aantal rijontzeggingen uitandere lidstaten die hier beoordeeld en erkend moeten worden als hetaantal rijontzeggingen dat aan andere lidstaten moet worden genotifi-ceerd, over hoe vaak hiertegen in beroep zal worden gegaan en over hoevaak er aanvullende informatie opgevraagd zal moeten worden in anderelidstaten om de erkenning van de rijontzeggingen te kunnen beoordelen.Daarom is nu nog geen goede inschatting te geven van de totaleuitvoeringslast. Omdat nog niet bekend is hoeveel rijontzeggingen straksdaadwerkelijk erkend zullen gaan worden als gevolg van deze richtlijn, kanook nog geen uitspraak worden gedaan over het precieze effect van dezerichtlijn op de verkeersveiligheid. Hoe de uitvoeringslast zich tot het doelvan de richtlijn, het verbeteren van de verkeersveiligheid, verhoudt, isdaarom ook nog niet te zeggen. Het is van belang deze verhouding tussende uitvoeringslast en opbrengsten van de richtlijn bij de verdere onder-handelingen en de eventuele implementatie straks, goed in de gaten teblijven houden. Vandaar dat hier aandacht voor wordt gevraagd.Herziening richtlijn intermodaal vervoer25. De leden van de VVD-fractie juichen toe dat wordt ingezet opeen toename van het Europese intermodale goederenvervoer endat ook goed wordt gekeken naar de werkbaarheid voor demarktpartijen. Vorig jaar is in Nederland het vervoer over spoormet 12% afgenomen. Op welke wijze zet de Staatssecretaris zichervoor in dat dit tij wordt gekeerd en dat het goederenvervoerweer meer concurrerend wordt? En hoe vertaalt hij deze inzetnaar de inzet van Nederland bij de bespreking over dezeherziening?In het regeerprogramma is aangekondigd dat het kabinet in 2025 eenbeleidsagenda voor het goederenvervoer over weg, spoor, water enbuisleiding zal presenteren gericht op het versterken van verbindingen,het borgen van leveringszekerheid en het tegengaan van verkeersfiles.Parallel aan en in samenhang met deze Beleidsagenda Goederenvervoerwordt het Toekomstbeeld Spoorgoederenvervoer ontwikkeld. Spoor-vervoer is een belangrijk onderdeel van ons goederenvervoerssysteem enmoet voor verladers voldoende aantrekkelijk zijn. Maatregelen gericht ophet kunnen faciliteren van treinen met een lengte tot 740 meter en hetwegwerken en in de toekomst voorkomen van achterstallig onderhoud ophet spoor in de Rotterdamse haven dragen hier bijvoorbeeld aan bij.De inzet van Nederland bij de bespreking over de herziening van derichtlijn intermodaal vervoer is gericht op de mogelijkheden waarop hetNederlandse logistieke bedrijfsleven, waaronder ook de spoorgoederen-vervoerders, gebruik kan maken van de voordelen die deze richtlijn biedt.Het is daarvoor voor het kabinet noodzakelijk dat de herziening van derichtlijn duidelijk, uitvoerbaar en handhaafbaar is. De huidige richtlijn10,oorspronkelijk uit 1992, is verouderd en op sommige punten onduidelijk.Daardoor is de richtlijn minder toegankelijk voor het logistieke bedrijfs-leven. Een van de doelen bij de herziening is het gebruik van de richtlijn,en daarmee de voordelen voor het logistieke bedrijfsleven, te vergemak-10Richtlijn houdende vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor bepaalde vormenvan gecombineerd vervoer van goederen tussen lidstaten; 92/106/EEG 7 december 1992Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 110018 kelijken en te vergroten. De mogelijkheden die deze duidelijke, uitvoerbareen handhaafbare richtlijn dan biedt om intermodaal vervoer te stimulerenzorgt voor een betere concurrentiepositie voor alle modaliteiten,waaronder ook voor het spoorgoederenvervoer.Herziening Rijbewijsrichtlijn26. De leden van de VVD-fractie maken zich met betrekking totde Herziening Rijbewijsrichtlijn zorgen over een aantal onder-werpen dat de verdere ingroei van elektrische voertuigen in hetwagenpark in de weg zal zitten. Zo is nu het voorstel dat eenondernemer met een zware elektrische bestelauto straks nietmeer met een aanhanger mag rijden, ongeacht het gewicht, endat hiervoor het vrachtwagenrijbewijs nodig zal zijn. Voor hetrijden in de dieselvariant met aanhanger is straks een rijbewijs Bof BE voldoende, naar gelang het gewicht van de aanhanger. Dezeleden vragen de Minister hoe hij tegen deze ontwikkelingaankijkt en hoe hij zich wil inzetten om te voorkomen dat dit hetgebruik van elektrische voertuigen door ondernemers in de wegzit. Wil de Minister een pleidooi doen voor het mogelijk makenom in een zware elektrische bestelauto met aanhanger te rijdenmet rijbewijs B of BE? De komende jaren zullen steeds meermensen met een elektrische auto op vakantie gaan, ook met eencaravan. Daarvoor zullen de bestuurders, als het gewicht bovende 3.500 kilo uitkomt, een rijbewijs BE moeten hebben. Dezeleden vragen wat hierover de opvatting is van de Minister, of hijvindt dat de bestaande rijbewijsmogelijkheden moeten wordenbehouden en hoe hij vindt dat dit zich verhoudt tot de verkeers-veiligheid, omdat caravans stabieler op de weg liggen wanneer zijworden getrokken door een zwaarder voertuig.Volgens de huidige regels mag een bestuurder met rijbewijs B of met BEeen voertuig besturen als de toegestane maximum massa (TMM) van hetvoertuig zelf niet meer bedraagt dan 3.500 kg. Daarbij mag een bestuurdermet rijbewijs B een voertuig met een TMM van 3.500 kg met eenaanhangwagen met een TMM van 750 kg besturen wat een samenstel meteen TMM van 4.250 kg oplevert. Een bestuurder met rijbewijs BE mag eensamenstel tot 7.000 kg besturen, waarbij de aanhanger niet meer dan3.500 kg mag wegen.In het voorstel voor de vierde rijbewijsrichtlijn wordt voorgesteld om deTMM voor alternatief (waaronder elektrisch) aangedreven voertuigen teverhogen van 3.500 naar 4.250 kg mits de bestuurder minimaal twee jaarin het bezit is van rijbewijs B of BE.Het Europees parlement stelt daarbij nu voor om voor aanhangwagens degrenzen voor de maximum toegestane massa mee te laten schuiven. Voorbestuurders met rijbewijs B wordt de maximale TMM van het samensteldaarmee 5.000 kg, voor bestuurders met rijbewijs BE wordt dit 7.750 kg.Deze verruiming kent vanwege het hogere voertuiggewicht grotereverkeersveiligheidsrisico’s, die niet adequaat met scholing wordenondervangen. Deze verruiming steunt het kabinet niet.27. De leden van de VVD-fractie vragen tot slot graag aandachtvoor code 78, oftewel de automaatcode. Momenteel is het zo datje bij het afrijden in een automaatvoertuig (dus elke elektrischeauto) deze code op je rijbewijs ontvangt. Je mag dan alleen in eenauto met automatische versnellingsbak rijden, je hebt immersniet leren schakelen. Deze leden denken dat dit de inzet vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 110019 elektrische auto’s als lesvoertuig remt. Hoe wil de Ministerhiermee omgaan en is hij het met deze leden eens dat er eenaanpassing van de Europese richtlijn nodig is, bijvoorbeeld dooreen aanpassing in de rijopleiding waarmee toch met een normaalrijbewijs kan worden afgereden?Het kabinet begrijpt bovengenoemde redenatie, en vindt ook dat de inzetvan duurzame lesauto’s niet moet worden geremd. Het aandeel handge-schakelde auto’s in het wagenpark al jaren daalt en inmiddels meer dande helft van de nieuw verkochte personenauto’s automatisch geschakeldis. Elektrisch lessen wordt de norm. Daarom moet – in lijn met deklimaatdoelen – het rijonderwijs verduurzamen. Tevens is het voorleerlingen goed om praktische ervaring op te doen met het besturen vaneen auto met een duurzame aandrijflijn.Het kabinet heeft als uitgangspunt dat je pas een handgeschakelde autokunt besturen op het moment dat je dat ook hebt geleerd bij de rijop-leiding en dat dat ook is getoetst om een geschakeld voertuig verkeers-veilig te kunnen besturen. Op het moment dat je examen doet in eenautomatisch geschakelde auto, wordt niet getoetst of je kunt schakelen.Daarom wordt dit op het rijbewijs gemeld met de automaatcode. Hetvoorstel om de automaatcode zonder aanpassing van het rijlesonderwijsaf te schaffen kan het kabinet dan ook niet steunen en de verwachting isdat dit ook niet gebeurt in de rijbewijsrichtlijn. Wel is het mogelijk dat derichtlijn bijvoorbeeld mogelijk maakt dat erkende rijscholen een speciaallesprogramma kunnen geven om de automaatcode te kunnen verwij-deren. Op het moment dat de rijbewijsrichtlijn definitief is zal wordenbezien of dit ook een mogelijkheid voor Nederland kan zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-33, nr. 110020

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · ae0ff2aa77ece4ca

14 okt 2026 · 3b5dcdaa015e12ff

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.