Reactie op de BOOS-uitzending over Hawija op 14 april 2026
Brontekst
Versie bb5002e22ec620f0 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202627 925Bestrijding internationaal terrorismeNr. 1021 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 mei 2026Op 14 april publiceerde BNN-VARA programma BOOS een onlineaflevering, in samenwerking met onderzoek platform Investico, over degevolgen van de Nederlandse wapeninzet in Hawija op 2-3 juni 2015. Deaflevering stelt dat er concrete informatie beschikbaar is om individueleslachtoffers van het Nederlandse bombardement in 2015 te identificeren,en stelt dat deze mogelijkheden onvoldoende zijn benut. Uw Kamer heeftverzocht om een reactie op deze aflevering. Met deze brief geeft hetkabinet invulling aan dit verzoek.Nederlandse deelname Operation Inherent ResolveIn januari 2014 rukte de gewelddadige terreurgroep Islamitische Staat(ISIS) op in Irak en Syrië. De Iraakse regering verzocht na de snelleopmars van ISIS en de dreigende situatie in Bagdad om steun van deinternationale gemeenschap voor de oorlog tegen ISIS. Hierop werd eencoalition of the willing gevormd, die onder de naam Operation InherentResolve (OIR) handelde onder operationele leiding van de VS. In de artikel100-brief van 24 september 2014 kondigde het kabinet aan dat Nederlandper oktober 2014 zou gaan deelnemen aan OIR.1 Nederland droeguiteindelijk gedurende twee inzetperiodes bij aan de luchtcampagne vanOIR, van oktober 2014 tot en met juni 2016 en gedurende heel 2018. Intotaal voerden de Nederlandse F16’s in deze twee periodes circa 3000missies uit, en zette daarbij meer dan 2100 keer wapens in.De luchtaanval in Hawija maakte onderdeel uit van de Nederlandse inzetin Irak. Hoewel het kabinet van oordeel is dat de aanval rechtmatig was, ishet vreselijk dat daarbij desondanks onbedoeld burgerslachtoffers zijngevallen en veel schade is ontstaan. Het kabinet betreurt dit en heefthiervoor excuses aangeboden.1Kamerstuk 27 925, nr. 506, 24 september 2014 kst-27925-1021ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 925, nr. 10211 Overwegingen vrijwillige tegemoetkomingen inzake luchtaanvalHawijaDe afgelopen jaren zijn verschillende Ministers van Defensie met deKamer in gesprek gegaan over de luchtaanval in Hawija. De vraag watDefensie voor de slachtoffers en nabestaanden kon doen is daarin eenterugkerend en belangrijk onderdeel van het gesprek geweest.Zoals eerder aan uw Kamer gemeld, heeft het kabinet de opties in kaartgebracht voor een vrijwillige vergoeding aan (de nabestaanden van de)slachtoffers en/of gemeenschap.2 Defensie heeft in 2020 gekozen omvrijwillig de getroffen gemeenschap tegemoet te komen in de vorm vanprojecten in Hawija.3 Twee projecten ter waarde van bijna 4,5 miljoen eurozijn in respectievelijk 2022 en 2023 afgerond.4 In de kabinetsreactie op hetrapport van de commissie Sorgdrager is in 2025 aangekondigd datDefensie de mogelijkheden onderzoekt aanvullende middelen beschikbaarte stellen voor de gemeenschap.5 In het debat over het rapport van decommissie Sorgdrager op 15 mei 2025 heeft Defensie toegezegd circa 10miljoen euro beschikbaar te maken voor aanvullende projecten. Deinvulling hiervan wordt op dit moment vormgegeven. Voormalig Ministervan Defensie Brekelmans heeft in januari van dit jaar een bezoek gebrachtaan Hawija. Tijdens dit bezoek heeft hij met verschillende belangheb-benden gesproken over de noden en wensen van de gemeenschap. Dezebehoeften zullen in de besteding worden meegenomen.Het kabinet heeft destijds besloten niet over te gaan tot het uitkerenvrijwillige vergoedingen op individueel niveau. Uw Kamer is de afgelopenjaren meermaals geïnformeerd over de overwegingen hieromtrent. In deaflevering van BOOS ligt de nadruk op de praktische aspecten van dehaalbaarheid en uitvoerbaarheid van een vergoedingentraject opindividueel niveau. Het kabinet benadrukt echter dat het besluit om nietover te gaan tot individuele tegemoetkoming is genomen op basis vanverschillende overwegingen.Allereerst is een algemeen geldend principe dat in het geval van eenlegitieme krijgshandeling onder het humanitair oorlogsrecht tijdens eengewapend conflict Nederland wel verantwoordelijk, maar niet aanspra-kelijk is voor de gevolgen van een wapeninzet. Het kabinet stelt dat deaanval op de ISIS-autobommenfabriek in de nacht van 2 op 3 juni 2015rechtmatig was, omdat deze in overeenstemming met het humanitairoorlogsrecht werd uitgevoerd. Ook is meegenomen in het besluit dat hetvrijwillig aanbieden van vergoedingen op individueel niveau deverwachting zou wekken dat er ook bij toekomstige, legitieme wapeninzet– die correct en binnen de kaders van het humanitair oorlogsrecht wordtuitgevoerd – een vrijwillige vergoeding op individueel niveau zou volgen.Dit terwijl er in dit geval geen sprake is van aansprakelijkheid en erdaarom geen reden is om van het uitgangspunt af te wijken, om zo geenonterechte verwachtingen voor de toekomst te scheppen. Daarnaastgelden in deze casus verschillende praktische bezwaren, waardoor hetkabinet het nog altijd zeer moeilijk acht om op een verantwoorde wijzeindividuele tegemoetkoming te realiseren. Zo is het 10 jaar na de aanvalhaast onmogelijk om te achterhalen wie in Hawija welke schade heeftondervonden door de secundaire explosie en om, conform de motieFritsma6, (voormalige) ISIS-sympathisanten hiervan uit te sluiten.72Kamerstuk 27 925, nr. 753, 2 oktober 20203Kamerstuk 27 925, nr. 753, 2 oktober 20204Kamerstuk 27 925, nr. 937, 17 mei 20235Kamerstuk 27 925, nr. 985, 14 maart 20256Kamerstuk 29 521, nr. 453, 22 december 2022Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 925, nr. 10212 Gelet op bovenstaande overwegingen en het besluit om over te gaan totvrijwillige compensatie van de gemeenschap, zijn er dan ook geenstappen ondernomen om tot concrete vormgeving of uitvoering van eenindividueel tegemoetkomingstraject te komen. Defensie heeft dan ookgeen onderzoek gedaan naar persoonsdossiers van individuele slacht-offers, waar in de BOOS-aflevering naar wordt verwezen.Algemeen beleid vrijwillige tegemoetkomingenHet uitgangspunt van het optreden van Defensie is altijd om materiëlenevenschade en/of burgerslachtoffers te voorkomen. Als er toch schadeoptreedt, dan bekijkt Defensie per geval wat Defensie kan betekenen voorslachtoffers en/of nabestaanden. Defensie is echter niet verplicht totcompensatie voor burgerslachtoffers. Dat kan anders zijn in geval vanonrechtmatig geweldgebruik of een rechterlijke uitspraak.Het beleid van Defensie ten aanzien van vrijwillige financiële compensatie(zogenoemde ex-gratia betalingen) is het leveren van maatwerk.8Vrijwillige compensatie kan verschillende vormen aannemen en zaltelkens nauwkeurig moeten worden afgestemd op de aard van dewapeninzet en geleden schade, binnen de context van het desbetreffendeconflict. Deze variabelen zijn in elke situatie anders. Indien de coalitie,waarin door Defensie wordt opgetreden, compensatiebeleid heeft, wordtdit gevolgd. Bij het ontbreken daarvan wordt maatwerk toegepast. Het istevens voorgekomen dat na een rechterlijke uitspraak Nederland alsnogindividuele schadevergoedingen heeft toegekend, zoals eerder doorDefensie is gedaan naar aanleiding van rechtszaken die zijn aange-spannen door slachtoffers en/of nabestaanden uit Srebrenica (Bosnië) enChora (Afghanistan).Tenslotte wijs ik u op de lopende rechtszaak die slachtoffers ennabestaanden van de wapeninzet in Hawija hebben aangespannen tegende Nederlandse Staat. In deze zaak buigt de rechtbank zich over de vraagof de gevolgen van de wapeninzet in Hawija te wijten zijn aan onrecht-matig handelen door de Staat. Defensie wacht de uitspraak van derechtbank af.De Minister van Defensie,D. Yes¸ilgöz-Zegerius7Kamerstuk 27 925, nr. 985, 14 maart 20258Kamerstuk 36 200 X, nr. 11.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 925, nr. 10213
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.