Kabinetsreactie op het deelrapport ‘Aanpak coronacrisis Deel 3’ van de Onderzoeksraad voor Veiligheid
Brontekst
Versie 536bac53980285a9 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202425 295InfectieziektenbestrijdingNr. 2173 BRIEF VAN DE MINISTERS VOOR MEDISCHE ZORG, VAN JUSTITIEEN VEILIGHEID EN VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 5 april 2024Op 25 oktober 2023 heeft het kabinet het derde en laatste deelrapport«Aanpak coronacrisis Deel 3: januari 2020–september 2022» van deOnderzoeksraad voor Veiligheid (hierna: de Onderzoeksraad) aan uwKamer verzonden.1 Het deelrapport blikt terug op de volledige crisispe-riode en gaat over de manier waarop het kabinet de risico’s voor devolksgezondheid en veiligheid gedurende de pandemie beheerste. Hetkabinet dankt de Onderzoeksraad voor de grondige wijze waarop hij deonderzoeken heeft uitgevoerd. De onderzoeken en de daaruit volgendeaanbevelingen en conclusies dragen bij aan de evaluatie van de aanpakvan de pandemie. Deze lessen zijn uiterst waardevol voor het verbeterenvan de wijze waarop het kabinet toekomstige, langdurige crises metlandelijke impact het hoofd wil bieden. Met deze brief reageert het kabinetop het derde deelrapport van de Onderzoeksraad.De omvang van de coronacrisis was ongekend. Corona raakte iedereen.Voor veel mensen zijn de gevolgen nog steeds voelbaar. Zo is voor veeljongeren én ouderen de impact op de mentale gezondheid groot. En zijner mensen die hun dierbaren hebben verloren en moeten missen. Ook zijner mensen die te maken hebben met uitgestelde zorg, die een kwetsbaregezondheid hebben of die ernstig ziek zijn geworden van COVID-19, endaarom nog altijd angst voelen om het virus op te lopen. Angst die ookgevoeld wordt door de naasten van deze medisch kwetsbaren, zoalsmantelzorgers. Ook post-COVID heeft verstrekkende gevolgen. Alledaagsedingen, zoals boodschappen doen, werken of sporten, kost voor een deelvan de mensen met post-COVID veel moeite of lukt hen niet meer. Nogsteeds is veel onbekend over post-COVID. Het kabinet kan zich het gevoelvan machteloosheid en frustratie die dit met zich mee brengt goedvoorstellen. Daarnaast raakte gedurende de coronacrisis de zorgoverbelast. Van zorgmedewerkers is het uiterste gevraagd, waardoor zij1Kamerstukken II 2023/24, 25 295, nr. 2148. kst-25295-2173ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 21731 overuren draaiden en sommigen uiteindelijk zelfs voor langere tijduitvielen. Ten slotte heeft corona en de daarop volgende contactbeper-kende maatregelen veel sectoren geraakt, zoals het bedrijfsleven, hetonderwijs en de cultuur- en sportsector. Dit zijn maar enkele voorbeeldenvan de ongekende gevolgen die deze crisis heeft.Ten tijde van de coronacrisis hebben velen zich – zowel privé als professi-oneel – enorm ingespannen voor de bestrijding van het virus en om desamenleving onder deze moeilijke omstandigheden zo goed mogelijkdraaiende te houden.Het kabinet hecht er daarom aan allen te bedanken voor hun tomelozeinzet. Denk aan de zorgmedewerkers aan het bed van degenen die zorgnodig hadden, de politie, de sociale partners, het bedrijfsleven en al diesectoren die zich aan het einde van de crisis inspanden om tot solidesectorplannen met te nemen maatregelen bij een opleving van het virus tekomen. Het intensieve contact met sectorale partners om zicht te houdenop de gevolgen van de maatregelen voor de maatschappij en deuitvoering waren relevant voor de aanpak van de pandemie door hetkabinet. En uiteraard ook dank aan onze samenleving als geheel, die zichheeft ingezet om de pandemie het hoofd te bieden. Ondanks dat het vooriedereen een moeilijke periode was en nog steeds is.Achtergrond en tijdpad onderzoek Onderzoeksraad naar decoronacrisisDe coronacrisis was een ingrijpende maatschappelijke gebeurtenis. Lerenvan deze langdurige crisis en het borgen van de opgedane lessen voor detoekomst is van groot belang. Daarom heeft het kabinet de Onder-zoeksraad verzocht om de crisisaanpak van het kabinet gedurende depandemie te evalueren.2 Om het onderzoek naar de coronacrisisbeheersbaar te houden, heeft de Onderzoeksraad het onderzoekopgedeeld in drie deelonderzoeken. Ieder deelonderzoek heeft een eigenfocus en afbakening. De uitkomsten van de eerste twee deelonderzoekenen de reactie van het kabinet daarop zijn eerder aan uw Kamerverzonden.3Naast het derde en laatste deelrapport «Aanpak coronacrisis Deel 3:januari 2020–september 2022», heeft de Onderzoeksraad op 25 oktober2023 ook een brief aan u en de Minister-President verzonden.4 Hierin zijnvijf overkoepelende lessen beschreven voor de beheersing van eentoekomstige langdurige crisis met landelijke impact. Deze lessen heeft deOnderzoeksraad ontleend aan de conclusies in de diverse deelonder-zoeken. De Onderzoeksraad heeft verder op 4 december 2023 aan hetkabinet gevraagd integraal te reageren op de opvolging van de aanbeve-lingen uit alle deelonderzoeken. Dit verzoek is meegestuurd met dezebrief.2De Minister van Justitie en Veiligheid heeft, mede namens de Minister President, de Onder-zoeksraad in mei 2020 verzocht tot onderzoek. Op 5 mei 2020 besloot de Onderzoeksraad omonderzoek te doen naar de aanpak van de coronacrisis. Het besluit tot onderzoek en hetbepalen van de focus is overigens de eigenstandige verantwoordelijkheid van de Onder-zoeksraad zelf.3Het eerste deelrapport «Aanpak Coronacrisis, Deel 1: tot september 2020» is op 16 februari2022 aangeboden aan het kabinet en aan uw Kamer verzonden (Kamerstukken II, 25 295,nr. 1808). Op 1 april 2022 heeft uw Kamer de kabinetsreactie hierop ontvangen (Kamer-stukken II, 25 295, nr. 1827). De stand van zaken van de opvolging van de aanbevelingen uit heteerste deelrapport is op 17 mei 2023 aan uw Kamer verzonden. Het tweede deelrapport«Aanpak coronacrisis, Deel 2: september–juli 2021» is op 12 oktober 2022 aangeboden aan hetkabinet en aan uw Kamer verzonden (Kamerstukken II, 25 295, nr. 1956). Op 13 januari 2023heeft uw Kamer de kabinetsreactie hierop ontvangen (Kamerstukken II, 25 295, nr. 1999).4https://onderzoeksraad.nl/wp-content/uploads/2023/11/brief_overkoepelende_lessen_coronaonderzoek_aan_tweede_kamer_en_kabinet.pdf.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 21732 Met deze brief reageert het kabinet op het derde deelrapport, de brief metde overkoepelende lessen van de Onderzoeksraad en geeft het de bij debrief van 4 december 2023 gevraagde integrale reactie op de opvolgingvan de aanbevelingen uit de drie deelrapporten.5 Daarbij wordt inonderstaande reactie onderscheid gemaakt tussen crisisbeheersing (metlandelijke impact) in meer generieke zin en crisisbeheersing bij een(dreigende) pandemie.LeeswijzerHet kabinet gaat in op de conclusies, aanbevelingen en lessen van deOnderzoeksraad, geclusterd per thema. De volgende zes thema’s, die zijngebaseerd op de thema’s uit de brief van de Onderzoeksraad van4 december 2023, worden behandeld:61.Aanpassen crisisstructuur;2.Crisisaanpak: reflectie en verbreding;3.Verbeteren informatie en kennis- en adviesfunctie;4.Professionaliseren scenariodenken;5.Verrijken crisiscommunicatie;6.Evalueren en monitoren effecten van maatregelen.In bijlage 1 vindt u per thema een tabel met daarin de lessen uit de briefvan de Onderzoeksraad van 25 oktober 2023, de voor dat thema relevanteconclusies uit het derde deelrapport en de voor dat thema relevanteaanbevelingen uit de drie deelrapporten.1. Aanpassen crisisstructuurIn de brief van 4 december 2023 heeft de Onderzoeksraad «aanpassencrisisstructuur» als thema benoemd. Het thema verwijst naar de aanbeve-lingen die in de eerste twee deelonderzoeken zijn gedaan [aanbeveling 7en 8, OVV1; aanbeveling 2 en 5, OVV2]. De aanbevelingen hebbenbetrekking op aanpassingen van de nationale crisisstructuur, zodat dezebeter is toegerust op de aanpak van langdurige crises, en bevattenspecifieke aandachtspunten voor de crisisstructuur in het zorgveld.Voordat integraal reactie wordt gegeven op de aanbevelingen van deOnderzoeksraad, wordt onderstaand eerst ingegaan op de verantwoorde-lijkheden in de nationale crisisstructuur.Verantwoordelijkheden nationale crisisstructuurOp rijksniveau is iedere Minister zelf verantwoordelijk voor de crisisbe-heersingsmaatregelen op het eigen beleidsterrein en voor de financieringdaarvan. Ook is iedere Minister zelf verantwoordelijk om eventuelecrisisbeheersingsmaatregelen goed af te stemmen met de coördinerendMinister van Justitie en Veiligheid, de andere rijkspartijen en de betrokkenpublieke en private partners. De vakminister is eveneens verantwoordelijkvoor het stellen van de kaders voor de crisisbeheersingsmaatregelen doorde aanbieders van vitale processen, voor zover deze onder diensverantwoordelijkheid vallen.De Minister van Justitie en Veiligheid is zowel stelselverantwoordelijkevoor de crisisbeheersing als coördinerend bewindspersoon binnen hetstelsel van crisisbeheersing waarbij de Nationaal Coördinator Terrorisme-5Met deze reactie wordt ook voldaan aan de toezegging het deelrapport de komende tijd tebestuderen en op korte termijn met een reactie te komen.6In deze kabinetsreactie wordt met blokhaken verwezen naar de desbetreffende conclusies,aanbevelingen en lessen uit de deelrapporten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 21733 bestrijding en Veiligheid (NCTV) fungeert als nationale crisiscoördinator.De Minister is daarmee binnen het kabinet verantwoordelijk voor deinrichting, de werking, de samenhang en de integrale aanpak van hetcrisisbeheersingsbeleid en het bijbehorende stelsel. De hoofdlijnen vanhet crisisbeheersingsbeleid en van het stelsel met betrekking tot denationale crisisorganisatie zijn vastgelegd in het Nationaal HandboekCrisisbeheersing (hierna: het handboek).7Het handboek is een nadere uitwerking van het InstellingsbesluitMinisteriële Commissie Crisisbeheersing (hierna: MCCb) en legt rollen,taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden vast van de belangrijksteactoren binnen de nationale crisisstructuur. De nationale crisisstructuurzal wettelijk worden geborgd in het vernieuwde wettelijk kader voorcrisisbeheersing (eerste tranche). Het streven is eind 2024 de eerstetranche tot wijziging van de Wet Veiligheidsregio’s in consultatie te latengaan.8 Deze structuur kan worden geactiveerd in situaties met eenspoedeisend karakter, waarbij de nationale veiligheid in het geding is, ofwaarbij sprake is van een grote uitwerking op de maatschappij. Het gaatveelal om situaties waarbij reguliere structuren en procedures niet meertoereikend zijn.In dergelijke situaties kan het gewenst zijn dat de Rijksoverheid op hoogambtelijk en politiek-bestuurlijk niveau zorgdraagt voor coördinatie enbesluitvorming. Dit is inclusief de afstemming met het decentrale bestuur,over het geheel van maatregelen met een spoedeisend karakter, voorzie-ningen, voorschriften en handelingsperspectieven die in samenwerkingmet de betrokken publieke en private partners met het oog op eensamenhangende aanpak moeten worden getroffen. Departementaleresponsactiviteiten binnen de eigen sector worden – ook wanneer decrisisstructuur is geactiveerd – uitgevoerd en gecoördineerd door envanuit het verantwoordelijke Departementaal Crisiscoördinatiecentrum(DCC) of een ander daartoe aangewezen onderdeel binnen het verant-woordelijk ministerie.In reactie op de aanbeveling 7 over het aanpassen van de nationalecrisisstructuur uit het eerste deelrapport heeft het kabinet de verbindingmet het regionale en lokale bestuur tijdens een landelijke crisis explicietgeformaliseerd door in het in december 2022 herziene Besluit MCCb enhet Nationaal Handboek Crisisbeheersing vast te leggen dat op uitno-diging een voorzitter veiligheidsregio, burgemeester of een voorzitter vaneen ander openbaar lichaam met raadgevende stem aan vergaderingenvan de MCCb kunnen deelnemen.9 Verder is in het voorgenoemdeinstellingsbesluit en in het Nationaal Handboek expliciet als algemeenuitgangspunt vastgelegd dat het van belang is eventuele af te kondigenmaatregelen of voorschriften vooraf te toetsen aan uitvoerbaarheid,handhaafbaarheid en financiële haalbaarheid.In de verschillende crisisgremia is op operationeel, (hoog) ambtelijk enpolitiek-bestuurlijk niveau sprake van een voortdurende monitoring enterugkoppeling van het verloop van de uitvoering van de genomenbesluiten.Landelijke Functie Opschaling Infectieziektebestrijding (LFI)Eén van de overkoepelende lessen uit de brief van de Onderzoeksraad van25 oktober 2023 is om scherp onderscheid te maken tussen de beleids-7Staatscourant 2022, nr. 32675 en Kamerstukken II 2022/23, 29 517, nr. 225.8Kamerstukken II 2023/24, 29 517, nr. 251.9Staatscourant 2022, nr. 32675 en Kamerstukken II 2022/23, 29 517, nr. 225.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 21734 matige en operationele aansturing. Het kabinet onderschrijft het belangvan de discretionaire ruimte van uitvoeringsorganisaties binnengezamenlijk afgestemde kaders.Een voorbeeld van hoe het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn enSport dit bewerkstelligt, is de inrichting van de Landelijke FunctieOpschaling Infectieziektebestrijding (hierna: LFI). Op 2 oktober 2023 isdeze nieuwe crisisorganisatie gelanceerd als onderdeel van het RIVM,waarna de implementatiefase is begonnen.10 De LFI is namens de Ministervan Volksgezondheid, Welzijn en Sport verantwoordelijk voor de centraleregie op de operationele voorbereiding op een toekomstige pandemie vaneen A-infectieziekte met landelijke impact en de medisch-operationeleaansturing van GGD’en tijdens een dergelijke epidemie.11 In de kabinets-reactie op het tweede deelrapport van de Onderzoeksraad is ingegaan opde afbakening van taken en verantwoordelijkheden van de LFI in relatie totde verantwoordelijkheid van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn enSport en de overige uitvoerende en adviserende partijen, zoals de GGD’enen de Veiligheidsregio’s [aanbeveling 5, OVV2].12 Deze rolverdeling tussende verschillende partijen wordt verduidelijkt met een aanpassing van deWet publieke gezondheid, die de Minister van Volksgezondheid, Welzijn enSport eind vorig jaar heeft ingediend bij de Tweede Kamer (tweedetranche wijziging Wet publieke gezondheid). Met deze aanpassing wordtverankerd dat de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport debevoegdheid krijgt om rechtstreeks te sturen op de directeuren publiekegezondheid van de GGD’en met betrekking tot de (grootschalige)medisch-operationele processen tijdens een epidemie van eenA-infectieziekte met landelijke impact (de zogenaamde warme fase).Hiermee wordt deels invulling gegeven aan aanbeveling 8 uit het eerstedeelrapport van de Onderzoeksraad: Pas de crisisstructuur voor hetzorgveld aan, zodat de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport debevoegdheid heeft om sector-, regio- of instellings-overstijgendeproblemen effectief te kunnen aanpakken, waaronder in elk geval metrechtstreeks bindende aanwijzingen. De juridische verankering vancentrale sturing aan de voorkant schept duidelijkheid over de discretio-naire ruimte van uitvoeringsorganisaties ten tijde van de warme fase.Over de uitvoering hiervan is uw Kamer al geïnformeerd.13Daarnaast wordt met de aanpassing van de Wet publieke gezondheid demogelijkheid gecreëerd om tijdens de voorbereidende fase (dezogenaamde koude fase) uniformerende kaders te stellen aan de GGD’enom beter voorbereid te zijn voor opschaling in het geval van eenA-infectieziekte met landelijke impact.14 Deze kaders geven richting aan dewerkwijzen, rolverdeling en samenwerking tussen GGD’en en de LFI, enworden in samenwerking met onder andere GGD GHOR Nederland en hetRIVM opgesteld.15 Ook wordt via deze kaders gewerkt aan het creëren enafbakenen van de discretionaire ruimte van uitvoeringsorganisaties.Omdat de LFI alleen goed kan functioneren in samenwerking met eenstevige regionale basis, wordt ook geïnvesteerd in de benodigdecapaciteit van de GGD’en. Om ervoor te zorgen dat GGD’en betervoorbereid zijn op een mogelijke volgende pandemie. In 2023 en 2024 isincidentele financiering beschikbaar gesteld om de eerste kwetsbaar-heden weg te nemen. Hiermee is de personele capaciteit vergroot, zijn10Kamerstukken II 2023/24, 25 295, nr. 2147.11Een infectieziekte die een gevaar vormt voor de hele bevolking is een A-infectieziekte.Eventueel kan er sprake zijn van wettelijke maatregelen, zoals gedwongen thuisisolatie.www.rivm.nl/meldingsplicht-infectieziekten/welke-infectieziekten-zijn-meldingsplichtig.12Kamerstukken II 2023/24, 25 295, nr. 1999.13Kamerstukken II 2022/23, 25 295, nr. 2057.14Kamerstukken II 2022/23, 36 194, nr. 41.15Advies Landelijke Functionaliteit Infectieziektebestrijding 2022.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 21735 medewerkers (bij) geschoold en zijn er AIO-plekken beschikbaar gekomenbij de academische werkplaatsen infectieziektebestrijding. Vanaf 2025 is erstructurele financiering beschikbaar om te zorgen dat de GGD’en kunnenvoldoen aan de eisen en kaders om zo hun kwaliteit verder te versterken.Zie ook de brief over structurele versterkingen van pandemischeparaatheid van publieke gezondheid en infectieziektebestrijding die 29 junijl. naar uw Kamer is gestuurd.16Bij het ontwerpen van de taken en functies van de LFI is gezorgd voor eenoverdracht van kennis en ervaring uit de aanpak van de COVID-19-pandemie, waaronder kennis over de ontwikkelde testinfrastructuur. In detoekomst stuurt de LFI dan ook – naast andere medisch operationelefuncties – de diagnostiek (op medisch-operationeel vlak) tijdens eenuitbraak centraal aan. Om ervoor te zorgen dat de diagnostiek (inclusief debijbehorende beschikbaarheid van materialen, laboratoriumcapaciteit enlogistiek) snel opschaalbaar is, is de LFI, namens de Minister vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport, ook verantwoordelijk voor de centraleregie op de operationele voorbereiding op een uitbraak van eenA-infectieziekte met landelijke impact. Dit betekent onder meer dat de LFIwaakvlamcontracten afsluit en onderhoudt voor onder andere snelle engrootschalige beschikbaarheid van personeel en laboratoriumcapaciteit,wat leidt tot meer snelheid tijdens een crisis.Verder doet de Onderzoeksraad de aanbeveling bij de inrichting van de LFIde lessen uit de uitvoering van het vaccinatieprogramma tijdens decoronacrisis te borgen [aanbeveling 5, OVV2]. Dit krijgt invulling door hetontwerp van de LFI als organisatieonderdeel van het RIVM voort tebouwen op de geleerde lessen van het vaccinatieprogramma, metspecifieke aandacht voor tijdige en herhaalde uitwerking van meerderescenario’s, waarin de operationele implicaties en een landelijke registratievan vaccinaties worden betrokken. Hierbij wordt ook rekening gehoudenmet de noodzakelijke koppelingen tussen systemen van de verschillendeuitvoerende partijen. De LFI krijgt een scenariofunctie, om goed te kunnenvoorbereiden en doelmatig te kunnen oefenen met haar kernpartners,zowel gedurende de koude als warme fase.Tot slot wordt in de implementatiefase van de LFI aandacht besteed aande positionering van de LFI in de keten van infectieziektebestrijding. Ditgebeurt in nauwe samenwerking met de LFI, het Ministerie van Volksge-zondheid, Welzijn en Sport, het Centrum Infectieziektebestrijding (hierna:CIb) en andere onderdelen van het RIVM, de GGD’en en andere keten-partners. Daarbij is specifieke aandacht voor de operationele en debeleidsmatige aansturing van een crisis. Het doel daarbij is dat allepartijen hun eigen rol en bevoegdheden scherp hebben, waardoor ruimteontstaat om binnen deze afgestemde rollen naar eigen oordeel envermogen te handelen. Zo wordt in de opschaling van medisch-operationele processen, zoals grootschalige diagnostiek, behandelen,waaronder vaccineren, en bron- en contactonderzoek, onder andere eenberoep gedaan op de expertise van de Landelijke Coördinatie Infectieziek-tebestrijding (hierna: LCI), dat verantwoordelijk is voor de professionelerichtlijnen, de LFI en de GGD’en.Ook in andere onderdelen van het versterken van de crisisketen voorinfectieziektebestrijding is duidelijk aandacht voor het onderscheid tussende operationele en de beleidsmatige aansturing van een crisis, zoals hetLandelijk Crisisplan Infectieziekten, dat onder regie van het Ministerie vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport en het Ministerie van Justitie enVeiligheid wordt ontwikkeld, samen met ministeries, veiligheidsregio’s en16Kamerstukken II 2022/23, 25 295, nr. 2106.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 21736 andere betrokken partners en later dit jaar aan de Kamer wordt aange-boden. Onder thema 2 (crisisaanpak: verbreding en reflectie) is eenverdere uitwerking van de crisisaanpak in de zorgsector opgenomen[aanbeveling 8, OVV1].Voorbeelden versterken crisisstructuurNaast de versterkingen in het kader van de nationale crisisstructuur en deversterkingen van de crisisketen voor infectieziektebestrijding hebben deandere departementen versterkingen ten aanzien van de eigen crisis-structuur aangebracht. Voor een volgende crisis is bijvoorbeeld hetMinisterie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap beter voorbereid. Deinterne crisisorganisatie en processen zijn geëvalueerd. Doel was omconcrete handreikingen op te halen op tactisch en operationeel vlak,waarmee verbeterslagen toegepast kunnen worden op de interneprocessen en organisatie. Alle lagen binnen de organisatie zijn betrokkenin de evaluatie, de versteviging van het Departementaal Crisiscentrum enhet opstellen van een handreiking «welzijn in de crisisorganisatie».Een ander voorbeeld is het Ministerie van Buitenlandse Zaken, die haareigen crisisstructuren structureel heeft versterkt, onder andere door hetoprichten van een departementaal crisiscentrum en versterking van decrisiscapaciteit van diverse relevante beleidsdirecties. Tijdens depandemie speelden Nederlandse ambassades een belangrijke rol bij derepatriëring van Nederlanders, die vast kwamen te zitten in hetbuitenland. De versterkte crisisstructuur wordt ingezet om de crisisgereed-stelling van Nederlandse ambassades in het buitenland verder teversterken.Doorontwikkeling Europese samenwerkingDe Onderzoeksraad heeft in haar tweede deelrapport de aanbevelinggedaan dat het wenselijk is voort te bouwen op de Europese samen-werking rondom gezamenlijke aankoop, leveringszekerheid en tijdigebeschikbaarheid van medische tegenmaatregelen [aanbeveling 2, OVV2].In de kabinetsreactie op het tweede deelrapport is uiteen gezet wat sindsde coronacrisis op Europees en internationaal niveau aan structuren eninstrumenten is ontwikkeld. Dit is nog niet ten einde. Zo is in 2023 opEU-niveau door de EU Health Emergency and Response Authority (DGHERA) voor EUR 1,2 mld. geïnvesteerd in het opzetten van Europesenoodvoorraden onder het RescEU mechanisme, waarin kritieke medischeproducten zijn opgenomen voor een breed scala aan gezondheidsbedrei-gingen, waaronder infectieziekten. Deze noodvoorraden, waarvan ookNederland er sinds 2020 één beheert voor medische apparatuur, kunnenin crisistijd worden ingezet wanneer nationale voorraden tekort schieten.Daarnaast heeft DG HERA leveringscontracten afgesloten voorzogenaamde «ever warm» productiecapaciteit, waarmee tijdens eenpandemie tot circa 700 miljoen vaccins in korte tijd geproduceerd kunnenworden voor de gehele EU-bevolking. Onder de EU-verordening «ErnstigeGrensoverschrijdende Gezondheidsbedreigingen» (2371/2022/EU) is demogelijkheid tot gezamenlijke aanbestedingen van medische productendoor lidstaten uitgebreid. Van dit instrument wordt ook gebruik gemaakt,ook door Nederland. Zo is in de afgelopen jaren capaciteit «gereserveerd»voor snel opschaalbare productie van pandemische influenzavaccins. Enom tijdens een gezondheidscrisis snel te kunnen voorzien in persoonlijkebeschermingsmiddelen, zijn er met producenten in Nederland contractenafgesloten voor de levering van FFP2 mondneusmaskers, chirurgischemondneusmaskers alsook grondstoffen die tijdens een crisis in eensubstantieel deel van de behoefte moet kunnen voorzien en waarbij ookTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 21737 voorraden dienen te worden aangehouden, die tijdens de opstartfase vande productie kunnen worden ingezet.Nederland is proactief betrokken bij EU-samenwerking en zet zich in deverschillende Europese gremia in voor samenhang en synergie tusseninstrumenten en maatregelen rondom leveringszekerheid en beschik-baarheid op Europees niveau en nationaal, bijvoorbeeld als het gaat om(virtuele) noodvoorraden, maar ook scenario’s en simulaties. OpEU-niveau wordt daarnaast nadrukkelijker afgestemd en gecoördineerd.Zo is er onlangs een opinie gepubliceerd door hetEU-gezondheidsbeveiligingscomité over de vogelgriep en wordt ergewerkt aan een gezamenlijke aanbesteding van een aangepast humaanvaccin.17 In de loop van 2024 zal bovendien door de Europese Commissieop basis van de bovengenoemde verordening een rapport gepubliceerdworden over de staat van paraatheid in de 27 EU-Lidstaten alsook deparaatheid op EU-niveau. Dit rapport biedt lidstaten, waaronderNederland, inzicht in potentiële verbeterpunten. Op deze wijze wordtgaandeweg de Europese samenwerking versterkt.Resumerend: Reflectie op opvolging thema «Aanpassen crisisstructuur»De aanbevelingen op het thema aanpassen crisisstructuur zijn grotendeelsuitgevoerd. Het Nationaal Handboek Crisisbeheersing is op diversepunten aangepast en de LFI is opgericht. Daarnaast wordt nog gewerktaan de uitvoering van verschillende aanbevelingen. Het kabinet werkt toenaar de inrichting van één landelijk dekkend stelsel voor crisisbeheersingmet een bijbehorend vernieuwd wettelijk kader. Dat stelsel zal vantoepassing zijn op álle crises op álle niveaus, ongeacht tijdsverloop enduur. Ook wordt bijvoorbeeld in het kader van de LFI een aanpassing in deWet publieke gezondheid voorbereid, om de rolverdeling tussen deMinister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de verschillendeuitvoerende en adviserende partijen te verduidelijken.Ontwikkelingen crisisbeheersingHonderd procent garantie op veiligheid bestaat niet. Hedendaagse criseszijn complex, onvoorspelbaar en grensoverschrijdend, meer dan alleenplaatsgebonden en kunnen nooit helemaal worden voorkomen. Partijenwerken steeds vaker en langer in opgeschaalde modus aan crises. Met deVeiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der Nederlanden (hierna:Veiligheidsstrategie)18 heeft het kabinet de strategische basis gelegd vooreen toekomst waarin Nederland weerbaar is tegen en voorbereid is op dedreigingen van vandaag en morgen. In aansluiting op de publicatie van deVeiligheidsstrategie is de Denk Vooruit publiekscampagne, zowel onlineals via reguliere media, geïntensiveerd. De focus van deze campagne ligtop het vergroten van risicobewustzijn in de samenleving als geheel en hetdaardoor stimuleren van het maatschappelijke gesprek hierover.Om ook ons stelsel van crisisbeheersing goed opgewassen te houdentegen de ontwikkelingen in de hedendaagse crises zijn in de Contou-rennota versterking crisisbeheersing en brandweerzorg (hierna: Contou-rennota) eind 2022 noodzakelijke vernieuwingen en veranderingen in hetlandelijk dekkend stelsel van crisisbeheersing geschetst. Over devoortgang van deze versterking is uw Kamer bij brief van 14 december2023 nader geïnformeerd.1917Kamerstukken II 2023/24, 28 807, nr. 296.18www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/veiligheidsstrategie-voor-het-koninkrijk-der-nederlanden.19Kamerstukken II 2023/24, 29 517, nr. 251.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 21738 Zoals in de brief is beschreven wordt de versterking van de crisisbe-heersing een integraal onderdeel van de meerjarige landelijke agendacrisisbeheersing, langs drie inhoudelijke lijnen: (1) versterken voorbe-reiding en paraatheid; (2) versterken van een weerbare samenleving en (3)bevorderen van kwaliteit en professionaliteit. Deze agenda zet de koers uitvoor de komende jaren en wordt op dit moment door het Rijk en deveiligheidsregio’s in afstemming met crisispartners opgesteld en zalrichting geven aan de ambities en inspanningen van alle betrokkenpartijen. Ook in de landelijke agenda crisisbeheersing worden de acties ophet gebied van Denk Vooruit en risicocommunicatie meegenomen. Hetstreven is uw Kamer deze agenda in het voorjaar van 2024 te doentoekomen.2. Crisisaanpak: reflectie en verbredingDe ontwikkelingen in de hedendaagse (meer langdurige) crises kunnenvragen om een sterkere coördinatie en een verdere professionaliseringzowel in de voorbereiding op crises, als tijdens de beheersing van crises.Een integrale en samenhangende aanpak van een crisis is geborgd via hetstelsel van crisisbeheersing zoals onder thema 1 (aanpassen crisis-structuur) beschreven.Verantwoordelijkheden crisisstructuurDe Onderzoeksraad concludeert dat ondanks een verbreding van de crisisen een toename van het aantal betrokken partijen, de Minister vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport het eigenaarschap van de crisis behield[conclusie 5, OVV3]. De Onderzoeksraad beveelt aan ervoor zorg te dragendat, bij activering van de nationale crisisstructuur, het eigenaarschap vanen de verantwoordelijkheid voor de crisisaanpak daadwerkelijk kabinets-breed worden gedeeld, zodat het integrale karakter van het crisisbeleidonmiskenbaar is [aanbeveling 2a, OVV3].Het kabinet onderschrijft dit belang. Om die reden werd de nationalecrisisstructuur in maart 2020 geactiveerd20 en vond de besluitvormingover de crisisaanpak plaats in de MCCb en later, vanaf juni 2020, in deMinisteriële Commissie COVID-19 (hierna: MCC-19) in een specifiekecrisisstructuur onder voorzitterschap van de Minister-President.Het kabinet onderkent wel dat de Minister van Volksgezondheid, Welzijnen Sport in de praktijk, met name aan het begin van de coronacrisis, eencentrale rol had. Dat is, bezien vanuit het stelsel van crisisbeheersing inNederland, op zichzelf verklaarbaar. De Minister van Volksgezondheid,Welzijn en Sport heeft bij crises met regio-overstijgende of landelijkegevolgen voor de gezondheid of gezondheidszorg, zoals gedurende depandemie, een regisserende rol vanwege het belang dat de hele zorgketensamenwerkt en betrokken is, waarbij de verbinding met het generiekestelsel van crisisbeheersing is geborgd. Dit laat onverlet dat in de MCCben later in de MCC-19 een bredere besluitvorming plaatsvond.Integrale (brede) aanpakTegelijkertijd deelt het kabinet het uitgangspunt van de Onderzoeksraaddat het integrale karakter van het crisisbeleid onmiskenbaar moet zijn. Eenbelangrijke constatering van de Onderzoeksraad is dat het kabinet heeftvastgehouden aan de doelen die aan het begin van de crisis warenvastgesteld, terwijl de context waarin het kabinet de crisis moestbeheersen gedurende het verloop van de pandemie veranderde. Het20Kamerstukken II 2019/20, 30 821, nr. 107.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 21739 kabinet omarmt de aanbeveling van de Onderzoeksraad om tijdens eenlangdurige crisis regelmatig en expliciet op de gekozen doelstellingen tereflecteren en te beoordelen of deze nog passend zijn bij het verloop vande crisis [aanbeveling 1, OVV3]. Ook concludeerde de Onderzoeksraad datrisico’s die zich later in de coronacrisis manifesteerden, geen onderdeelwaren van de crisisaanpak [conclusie 4, OVV3].Gedurende de pandemie is het bij het nemen van maatregelen steedszoeken geweest naar de balans tussen enerzijds het effectief bestrijdenvan de pandemie en anderzijds het zoveel mogelijk beperken van(negatieve) sociaalmaatschappelijke en economische (neven)effecten. Hetkabinet heeft altijd geprobeerd een zorgvuldige afweging te maken.Tijdens de eerste coronagolf was het beleid met name gericht op eenacceptabele belastbaarheid van de zorg, bescherming van kwetsbaremensen in de samenleving en zicht op en inzicht in de verspreiding vanhet virus. Dit waren ook de pijlers van de Tijdelijke Wet MaatregelenCOVID-19, op basis waarvan vanaf 1 december 2020 maatregelengetroffen werden.Naarmate de pandemie langer duurde, werden de maatschappelijkegevolgen over de volle breedte sterker voelbaar: de samenleving eneconomie kwamen voor langere tijd tot stilstand of moesten zichaanpassen. In de totale afweging van maatregelen kwam steeds meeraandacht voor de sociaalmaatschappelijke en economische effecten. Hetkabinet heeft bovendien al vanaf het uitbreken van de pandemie onder-steunende maatregelen voor het economisch-maatschappelijk verkeergenomen. Naarmate de coronacrisis langer duurde, is de brede afwegingin de besluitvorming explicieter gemaakt. In het voorjaar van 2022 zijn dedoelen van de kabinetsaanpak bijgesteld naar twee nevengeschiktedoelen: het toegankelijk houden van de gehele zorgketen voor iedereen énde sociaalmaatschappelijke continuïteit en vitaliteit. Onder thema 3(verbeteren informatie en kennis-en adviesfunctie) wordt ingegaan op dewijze waarop hierover, bijvoorbeeld aan het Maatschappelijk Impact Team(hierna: MIT), advies werd gevraagd.Doorontwikkeling n.a.v. aanbevelingenIn het Nationaal Handboek is – na de eerdere aanbevelingen van deOnderzoeksraad – vastgelegd dat de MCCb verantwoordelijk is voor het(mogelijk) formuleren van de departement-overstijgende strategie en deInterdepartementale Commissie Crisisbeheersing (ICCb) en het Interdepar-tementaal Afstemmingsoverleg (IAO) voor de advisering daarover. DeNCTV heeft vanuit de – hierboven beschreven – coördinerende rol deverantwoordelijkheid dat het brede perspectief en een integrale afwegingeffectief bij de (voorbereiding van) besluitvorming in de MCCb, de ICCb enhet IAO betrokken worden. Besluitvorming over het formuleren van eendepartement-overstijgende strategie in de MCCb, ICCb en het IAO wordtbij crises met landelijke impact standaard onderdeel van de agenda.Daarbij wordt bezien hoe de aanpak met betrekking tot de totstandkomingvan (en de besluitvorming over) het bredere perspectief bij langdurigecrises met landelijke impact verder geborgd en doorontwikkeld kanworden.Afwegen belangen acute zorgDe Onderzoeksraad concludeert dat het kabinet moest manoeuvrerentussen het toegankelijk houden van de acute zorg en de druk vanuit depolitiek en de maatschappij om de samenleving te openen [conclusie 1,OVV3]. Ook concludeert de Onderzoeksraad dat de crisisaanpak onvol-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 217310 doende is aangepast op basis van signalen vanuit de overbelaste zorg[conclusie 6, OVV3].Het kabinet erkent de spanning die ontstaat door het continu moetenafwegen van verschillende en soms tegenstrijdige belangen. Dit speeldezowel bij de partijen binnen de acute zorgketen als tussen de zorg en drukom de samenleving te openen. Er werd alles op alles gezet om tevoorkomen dat patiënten zouden sterven doordat onvoldoende acute zorgbeschikbaar was. De focus lag daarom in de eerste fase hoofdzakelijk opde ziekenhuizen. Ook in de latere fases van de crisis bleef de capaciteit inde acute zorg randvoorwaardelijk voor de aanpak. Maar met de tijd kwamhet besef dat knelpunten zich in de gehele zorgketen manifesteerden.Dankzij grote inspanning van veel partijen in de zorg is in korte tijd eenmonitor ontwikkeld om ook deze signalen te kunnen agenderen.Doorontwikkeling binnen de zorgsector n.a.v. aanbevelingenMeer inzicht in, en grip op, verschillende patiëntenstromen leidt tot eenbetere afweging wanneer de maximaal acceptabele overbelasting van dezorg is bereikt en ingrijpendere maatregelen nodig zijn. Bijvoorbeeldmaatregelen voor de samenleving als geheel. Daarom ziet het kabinetnoodzaak nu te werken aan het verbeteren en bestendigen van desamenwerking in de zorg, het beter benutten van de beschikbarecapaciteit en een betere monitoring in de zorg. Hierover zijn afsprakengemaakt in het Integraal Zorgakkoord. Zo wordt momenteel volopgewerkt aan verbetering en verbreding van de ketenmonitoring en wordtzorgcoördinatie landelijk geïmplementeerd. De inzet is om bij eenvolgende gezondheidscrisis de crisisaanpak op basis van betrouwbaredata en gedegen monitoring in alle relevante sectoren in de zorg vorm tegeven. Daardoor kunnen ingrijpende maatregelen weloverwogen wordeningezet, of de inzet hiervan worden voorkomen, en kan de beschikbarecapaciteit zo efficiënt mogelijk worden benut [conclusie 6, OVV3].Ook wordt gewerkt aan instrumentarium om vanuit een centraal puntadequaat in situaties van een gezondheidscrisis en schaarste te kunnensturen. Zoals ook reeds per brief van 26 oktober 2023 aan uw Kamer isgemeld, blijkt dat het onwenselijk is om in tijden van crisis volledigafhankelijk te zijn van de slagkracht en initiatieven louter vanuit hetzorgveld.21 Om deze reden wordt door het Ministerie van Volksge-zondheid, Welzijn en Sport verkend wat de mogelijkheden zijn om(landelijke) regie en sturing te versterken. Hierbij wordt gekeken naar eenaanscherping van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Eenvoorbeeld van deze verkenning is de wettelijke formalisering van eerdergemaakte bestuurlijke afspraken, alsook de verdere invulling van de rol enbevoegdheden van toezichthouders, in uitzonderlijke situaties waarin dekwaliteit en toegankelijkheid van zorg onder druk staan.Zoals ook in de brief van 26 oktober 2023 is beschreven, wordt toegewerktnaar zorgbrede sluitende samenwerkingsketens, in zowel de publiekegezondheidszorg, curatieve zorg alsook langdurige zorg, die ook functio-neren als de noodzaak tot instellings- en sector-overstijgende sturingtoeneemt.22 Daarbij wordt ook gekeken naar de mogelijkheden om dezesturing van toepassing te laten zijn op het sociaal zorgdomein(maatschappelijke ondersteuning en jeugd), om daarmee in tijden vancrisis ook adequaat te kunnen sturen op overheidstaken rondom zorg,welzijn, en participatie [aanbeveling 8, OVV1]. Immers, zoals we in deafgelopen crisis hebben gezien, kan een crisis een brede impact hebben21Kamerstukken II 2023/24, 25 295, nr. 2147.22Kamerstukken II 2023/24, 25 295, nr. 2147.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 217311 op meerdere zorgdomeinen en kan daarmee een noodzaak ontstaan omsector-overstijgend sturing te geven aan, bijvoorbeeld, de inzet vanpersoneel, de spreiding van patiënten, en de verdeling van hulpmiddelendie vereist zijn voor het leveren van zorg, zoals medicatie en bescher-mingsmiddelen. Hierbij zijn landelijk dekkende implementatie vanzorgcoördinatie en informatie over (beschikbare) capaciteit noodzakelijkom de zorg voor alle patiënten, in alle zorgsectoren, zo effectief mogelijkte organiseren. In het verlengde hiervan wordt gekeken naar hoe dezelandelijke regie en doorzettingsmacht zich moeten verhouden totrelevante ontwikkelingen in het zorgveld zoals de landelijke implementatievan zorgcoördinatie en de versterking van de Regionaal Overleggen AcuteZorgketen (ROAZ’en). Zodra hier meer duidelijkheid over is, informeert deMinister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport uw Kamer.De Onderzoeksraad beveelt aan te zorgen dat op ministerieel niveauverantwoordelijkheid wordt genomen voor de inbreng van en besluit-vorming over interdepartementale thema’s als het lange termijnperspectief, maatschappelijke impact en de nafase van de crisis [aanbe-veling 2b, OVV3].Zoals ook in de brief van 14 december 2023 is aangegeven, zet het kabinetin op de versterking van voorbereiding en paraatheid, onder andere doorhet opstellen van landelijke crisisplannen.23 Het kabinet bevordert in elkgeval dat departementen bij het actualiseren en opstellen van dezeplannen deze thema’s, inclusief het maken van scenario’s en de advisering(zie thema’s 3 en 4), betrekken.Resumerend: Reflectie op opvolging thema «Crisisaanpak: reflectie enverbreding»Het kabinet onderschrijft het belang van kabinetsbrede verantwoorde-lijkheid en eigenaarschap in de crisisaanpak. Het kabinet onderkent dat deMinister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in de praktijk, met nameaan het begin van de coronacrisis, een centrale rol had. Dit laat onverletdat bij de besluitvorming een bredere afweging van perspectieven enbelangen plaatsvond. Naarmate de crisis vorderde, is de brede afwegingexplicieter gemaakt door middel van een sociaalmaatschappelijke eneconomische reflectie, een maatschappelijk beeld en een uitvoeringstoets.Ook werd het Maatschappelijk Impact Team (MIT) per 1 september 2022ingesteld om te adviseren over het sociaalmaatschappelijk en economischperspectief in het kader van deze pandemie en eventuele andereinfectieziekten met pandemisch potentieel. Ook is naar aanleiding van deeerdere aanbevelingen van de Onderzoeksraad het Nationaal Handboekaangepast met betrekking tot een departementoverstijgende strategie.Verder is specifiek voor toekomstige pandemieën een monitor ontwikkeldom signalen uit de zorg in korte tijd te kunnen agenderen. Dit was aan hetbegin van de crisis nog niet het geval.3. Verbeteren informatie en kennis- en adviesfunctieDe coronacrisis heeft laten zien dat een langdurige crisis zich niet alleenkenmerkt door de duur, maar ook door het onbekende. Met beperkteinformatie moesten ingrijpende keuzes gemaakt worden. Informatie (opbasis van data) en adequate adviezen van deskundigen zijn van hetgrootste belang, zoals de Onderzoeksraad terecht stelt. Het kabinet heeftal toegezegd een heldere scheiding van de eigenstandige rollen, positieen inbreng van adviserende partijen bij toekomstige (langdurige) crisesmet landelijke impact te borgen bij de verdere doorontwikkeling van hetstelsel crisisbeheersing [aanbeveling 4, OVV2]. Daarmee is het een23Kamerstukken II 2023/24, 29 517, nr. 251.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 217312 belangrijk en principieel vraagstuk voor álle partners binnen het stelsel,dat vraagt om zorgvuldige beleidsmatige en bestuurlijk-juridischeafwegingen. In lijn met de aanbeveling van de Onderzoeksraad zal hetkabinet – als onderdeel van de gezamenlijke landelijke agenda crisisbe-heersing – samen met de meest betrokken partners, waaronder in iedergeval de veiligheidsregio’s, verkennen hoe (ook) bij de aanpak op dediverse niveaus van een langdurige crisis een onafhankelijke kennis- enadviesfunctie belegd kan worden.InformatieGemeenschappelijke informatievoorziening is essentieel om flexibele eneffectieve netwerksamenwerking te realiseren. Ook is het een belangrijkebasis voor adequate besluitvorming ten tijde van daadwerkelijke crises.Ten aanzien van de beleidsontwikkeling op informatiemanagement zet hetkabinet met betrokken crisispartners in op het versterken en professionali-seren van de informatievoorziening op het gebied van crisisbeheersing,zoals ook staat beschreven in de contourennota Versterking Crisisbe-heersing en Brandweerzorg.Zoals toegelicht in de brief van 14 december 2023 wordt onder anderegewerkt aan het opzetten en inrichten van een landelijk knooppunt, datRijk, veiligheidsregio’s en andere crisispartners 24/7 en in alle fasen vande crisisbeheersing ondersteuning moet gaan bieden. Dit knooppunt richtzich op het optimaliseren van de informatiestromen tussen Rijk, veilig-heidsregio’s en crisispartners en tevens op de operationele ondersteuningvan deze partijen bij (de voorbereiding op) bovenregionale en landelijkecrises. De organisatie die dit moet gaan uitvoeren, wordt voorlopigKnooppunt Coördinatie Regio’s-Rijk (KCR2) genoemd. Het bestaandeLandelijk Operationeel Coördinatie Centrum (LOCC) vormt het organisato-rische fundament voor KCR2 en wordt daartoe ingericht. In de eersteontwikkelfase van deze in te richten nieuwe organisatie ligt de focus ophet bij een bovenregionale of landelijke crisis kunnen realiseren van een24/7- beschikbaar en eenduidig landelijk (operationeel) beeld. Dezebasisfunctionaliteit is per 1 januari 2024 van start gegaan.24Kennis en adviesIn het eind 2022 herziene Instellingsbesluit Ministeriële CommissieCrisisbeheersing en het Nationaal Handboek Crisisbeheersing is – medenaar aanleiding van de eerdere aanbevelingen van de Onderzoeksraad –vastgelegd dat op uitnodiging partners en deskundigen vanuit eenoperationele of inhoudelijke expertise als adviseur aan de vergaderingenvan deze commissie kunnen deelnemen. Expliciet is aangegeven dat hetdaarbij onder meer kan gaan om deskundigen van kennisinstituten ofkennisnetwerken. Dit geldt zowel voor korte «flitscrises» als voorlangduriger crises [aanbeveling 3, OVV2].Zoals aangegeven in het Nationaal Handboek, is een generiek modelontwikkeld om adequaat onafhankelijk deskundig advies te kunnenontsluiten. Dit model schetst een landelijk geharmoniseerde kennis- enadviesstructuur, die werkzaam is voor alle bestuurlijke niveaus enwaarmee een onafhankelijk Crisis Expert Team (CET) kan worden opgezet.De uitgangspunten voor dit model komen voort uit het in 2013 door hetkabinet Rutte II omarmde advies «Eenheid in verscheidenheid» datdestijds naar aanleiding van de brand bij Chemie-Pack Moerdijk isuitgebracht.25 Deze uitgangspunten zijn gericht op de harmonisering vande kennis-adviesstructuur binnen de crisisorganisatie, waaronder de24Kamerstukken II 2023/24, 29 517, nr. 251.25Bijlage bij Kamerstuk 2012–2013, 26 956, 148.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 217313 onafhankelijkheid. Dit betekent dat het advies niet wordt beïnvloed doorbeleidsafwegingen. Het kennisinhoudelijke advies wordt opgesteld innauwe afstemming met de adviesvrager, maar het expertteam isverantwoordelijk voor de kwaliteit en inhoud van de advisering. Hetrapport bevat een uniform model voor de kennisadviesstructuur dat doorhet Ministerie van Justitie en Veiligheid als coördinerend ministerie isuitgedragen naar de departementen die systeemverantwoordelijk zijnvoor specifieke kennis- en adviesstructuren.Naar aanleiding van het uitbrengen van het in 2013 verschenen modelwerd afgesproken dat de departementen zelf konden beslissen over hetovernemen en de implementatie van het model. Voorbeelden vandergelijke teams zijn het CET-milieu en drinkwater, het CET-straling ennucleair en ook het Outbreak Management Team (OMT) en het CETpsychosociale hulpverlening en gezondheidsonderzoek (PSH GOR) binnenhet Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.Vastgesteld kan worden dat het kennis- en advieslandschap gevarieerd is.Onder regie van het Ministerie van Justitie en Veiligheid wordt de kennis-en adviesfunctie geadresseerd als één van de prioritaire activiteiten in hetkader van de landelijke agenda crisisbeheersing in 2024. Daarbij wordende eerder geformuleerde uitgangspunten en het model ten aanzien vankennis en adviesstructuur en de specifieke uitwerking en toepassing ervanbinnen de crisisorganisatie, geactualiseerd, en waar nodig aangescherpt.De inzet daarbij is om het gebruik van het beschikbare model steviger teverankeren als werkwijze in de crisisstructuur. Daarbij wordt ook demogelijkheid betrokken om de advisering van experts tijdens eenlangdurige crisis met landelijke impact breder te toetsen binnen de sector,bijvoorbeeld door middel van het organiseren van tegenspraak.Benutten sociaalwetenschappelijke kennisDe Onderzoeksraad pleit voor het benutten van sociaal- en gedragsweten-schappelijke kennis [aanbeveling 6, OVV3]. Het kabinet onderschrijft hetbelang van draagvlak voor en naleving van maatregelen, het beperkenvan sociaalmaatschappelijke en economische effecten van die maatre-gelen en de rol van sociale wetenschappen om hierbij te ondersteunen.In het eerste deelrapport heeft de Onderzoeksraad gepleit voor hetgebruik van sociaalwetenschappelijke kennis en het betrekken vanadviseurs met deze kennis [aanbeveling 4 en 9, OVV1]. Tijdens depandemie is ook ingezet op het betrekken van kennis uit de sociale engedragswetenschap in een zo vroeg mogelijk stadium bij de besluit-vorming. Zo heeft het RIVM in februari 2020 een gedragsunit opgezet. Deinzichten en adviezen van de Gedragsunit van het RIVM zijn gebruikt bijbesluitvorming, advisering door het OMT en in de beleidsuitvoering. Hetaanbieden van «prikken zonder afspraak» in de vaccinatiecampagne isdaar een voorbeeld van. Voor een integrale afweging waren de drieplanbureaus SCP, CPB en PBL ook vertegenwoordigd in de MCC-19. Omde sociaalmaatschappelijke kennis en het sociaalwetenschappelijkeperspectief beter te borgen in de besluitvorming en de ambtelijkeadvisering over het coronabeleid is per 1 september 2022 het Maatschap-pelijk Impact Team (hierna: MIT) ingesteld. Het MIT doet dit door middelvan de uitvoering van haar werkprogramma door gevraagd enongevraagd te adviseren op de sociaalmaatschappelijke impact vancorona(gerelateerd) beleid, op basis van kennis uit de literatuur, vanexperts en uit de praktijk.2626www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2023/01/13/werkprogramma-maatschappelijk-impact-team-2022-2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 217314 De Onderzoeksraad geeft echter aan dat de deskundigheid van socialewetenschappen beperkt zijn benut [conclusie 7, OVV3]. Volgens deOnderzoeksraad dient ingezet te worden op het verder bestendigen vandeze kennis in de crisisstructuren en op de ontwikkeling van de kennispo-sitie om tot volwaardige advisering te kunnen komen vanuit de socialewetenschappen. Bij de evaluatie van het MIT wordt ook ingegaan op devraag hoe deze kennis het beste kan worden betrokken in de besluit-vorming tijdens een toekomstige pandemie. De evaluatie wordt in hetvoorjaar gedeeld met uw Kamer. Daarnaast zal het MIT medio 2024adviseren over het opbouwen van een structurele, toekomstbestendigekennisbasis over de maatschappelijke impact van pandemieën enpandemiemaatregelen en de daarvoor benodigde mensen en middelen.Vooruitlopend hierop is vanuit het beleidsprogramma pandemischeparaatheid de inzet reeds gericht op kennisontwikkeling over gedrag enmaatschappij.27 Aan de afdeling Gedrag en Gezondheid van het RIVM(voorheen de Gedragsunit), is opdracht gegeven om de kennisbasis overgedrag in relatie tot pandemieën en het netwerk dat deze kennisontwikkelt en gebruikt up-to-date te houden. Dit met oog voor individueleen collectieve gezondheid, welzijn en draagvlak. Daarnaast is eenkennisprogramma over maatschappij en gedrag gestart bij ZonMw.In de brief Stand van zaken aanbevelingen eerste deelrapport «AanpakCoronacrisis» van de Onderzoeksraad is ook kort ingegaan op hetintensieve contact met sociale partners tijdens de coronaperiode.28 Zoalsin deze brief toegezegd, heeft een gesprek plaatsgevonden tussen socialepartners en de betrokken departementen (het Ministerie van SocialeZaken en Werkgelegenheid, het Ministerie van Economische Zaken enKlimaat en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport). Hierin is– met name procesmatig – gereflecteerd op de coronaperiode enbesproken welke lessen hieruit kunnen worden getrokken voor eventueletoekomstige crises.De gesprekken met de sociale partners brachten een waardevol enconstructief perspectief tijdens een periode waarin veel op Nederlandafkwam. Sociale partners gaven aan tevreden te zijn over het snelleschakelen tijdens de coronaperiode. Met name in de beginperiode was desamenwerking goed. Gedurende de coronaperiode bleef het contactintensief, maar ervaarden sociale partners een meer informerend karakter.Alle betrokkenen geven aan de bestaande overlegstructuren waardevol tevinden, ook tijdens de coronacrisis. Wel is gebleken dat de bestaandeoverleggen alleen niet altijd voldoende zijn. Nauw contact met ook anderedepartementen dan het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheidkan ten tijde van crises van toegevoegde waarde zijn.Sociale partners blikten ook terug op een goed onderling contact in deStichting van de Arbeid.29 Het lastigst was – ook in de onderlingediscussie – de spanning tussen het nemen van noodmaatregelen engrondrechten van burgers en werknemers.De werknemersorganisaties wijzen met klem op het belang om ook in eencrisissituatie steeds voldoende oog te houden voor bestaande (arbo)wet-geving en grondrechten. Werkgeversorganisaties merkten op dat decoronaperiode heeft laten zien dat de overheid tijdens een crisis ook eenberoep kan doen op het bedrijfsleven. Zoals bijvoorbeeld met de XLteststraten. Sociale partners constateerden dat de coronacrisis ons27Kamerstukken II 2023/24, 25 295, nr. 2147.28Kamerstukken II 2023/24, 25 295, nr. 2057.29De Stichting van de Arbeid is het overlegorgaan voor de representatieve centrale organisatiesvan werkgevers en werknemers.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 217315 overviel, een les voor de toekomst is om beter voorbereid te zijn opverschillende crisissituaties.Data-infrastructuurHet kabinet deelt de conclusie van de Onderzoeksraad dat de risicobe-heersing werd ingeperkt door gebrekkige data-infrastructuur [aanbe-veling 5, OVV3]. Daarom onderneemt het kabinet acties om een pande-misch paraat IV-landschap te realiseren ten behoeve van het registrerenen het beschikbaar stellen van data. Tijdens de coronacrisis is duidelijkgeworden dat het IV-landschap voor infectieziektebestrijding nietvoldoende was ingericht om snel, accuraat en flexibel te kunnen inspelenop de behoeften van alle betrokken partijen. Dit geldt voor zowel het zichtop het virus, op vaccinatie en de actuele vaccineffectiviteit en voor demonitoring van de gevolgen van de ziektelast, alsook voor operationelewerkzaamheden. Een fundamentele verbetering van het IV-landschap enbetere beschikbaarheid van data zijn nodig om de paraatheid duurzaamop orde te brengen én te houden. In de brief aan uw Kamer van26 oktober 2023 heeft de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportaangegeven op welke wijze dit vorm krijgt.30Samen met het RIVM, de GGD’en en GGD GHOR Nederland wordt dekomende jaren verder gewerkt aan een pandemisch paraat IV- endatalandschap. Het realiseren hiervan op basis van deze samenwerkingbrengt het werkveld van de infectieziektebestrijding veel voordelen, maaris ook complex. Zo wordt beheerst toegewerkt naar opschaalbaresystemen die bij een uitbraak grote hoeveelheden data kunnen verwerkenen uitwisselen. Daarbij hecht het kabinet eraan dat de privacy encyberveiligheid van gegevens geborgd zijn en dat burgers toegang krijgentot hun gegevens met een Persoonlijke Gezondheidsomgeving (PGO).Daarnaast adviseert het MIT medio 2024 over de opbouw van eenstructurele, toekomstbestendige kennisbasis over de maatschappelijkeimpact van pandemieën en pandemiemaatregelen. Onderdeel hiervan isook het beschikken over actuele data.Knelpunten delen van dataTijdens de coronacrisis was het voor alle betrokken partijen een uitdagingom voldoende data te kunnen delen. De Onderzoeksraad constateert datgedurende de hele crisis hardnekkige problemen zijn blijven bestaan bijhet uitwisselen van data over bijvoorbeeld testen, vaccinatie en(over)sterfte. Zo kon het onderzoek naar oversterfte vertraagd van startgaan, doordat onderzoekers niet direct konden beschikken over debenodigde test- en vaccinatiedata.31 Het kabinet onderkent dat het delenvan data soms te lang heeft geduurd door verschillen van inzicht over hetwettelijk kader, zoals eerder aangegeven in onder andere de verzamelbriefover COVID-19 van 18 november 2022.32 Het kabinet zet een aantal actiesin gang om dit in de toekomst te voorkomen.Zo is het kabinet bezig met de voorbereiding van het wetsvoorstel om deWet publieke gezondheid aan te passen (Derde tranche wijziging Wetpublieke gezondheid). Hiermee wordt voorzien in nieuwe grondslagen enworden bestaande grondslagen voor het beschikbaar stellen vannoodzakelijke gegevens bij de infectieziektebestrijding en pandemiebe-strijding in het bijzonder verduidelijkt. Daarnaast wordt volgens de bredevisie op Secundair datagebruik gewerkt aan een bredere databeschik-30Kamerstukken II 2023/24, 25 295, nr. 2147.31Kamerstukken II 2022/23, 25 295, nr. 1944.32Kamerstukken II 2022/23, 25 295, nr. 1969.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 217316 baarheid voor onderzoek.33 Om de beschikbaarheid van data voorwetenschappelijk en statistisch onderzoek te verbeteren, wordt demogelijkheid verkend tot het aanpassen van de grondslag ten behoevevan de databeschikbaarheid voor medisch-wetenschappelijk onderzoek.Ook maakt het RIVM met alle betrokken partijen een nieuwe «juridischehandreiking gegevensuitwisseling in de infectieziektebestrijding».34 Het isbelangrijk dat er gedragen interpretaties komen van wat wel en niet istoegestaan rondom gegevensuitwisseling in het domein van infectieziek-tebestrijding. Enerzijds om handelingsverlegenheid onder betrokkenen teverlagen en anderzijds om de privacy van individuen en instanties tewaarborgen.ModelleringModellering draagt bij aan beter zicht hebben op wat er gebeurt in een(gezondheids-)crisis en wat de mogelijke effecten van ingrepen zijn.Modellering is en blijft een belangrijk instrument voor de bestrijding vanpotentiële (gezondheids-)crises. Het RIVM heeft als wettelijke taak demonitoring, surveillance en onderzoek te verrichten die onder andere isgericht op ondersteuning van de beleidsontwikkeling. Hiervoor modelleerthet RIVM onder andere het verloop en de gevolgen van infectieziekten.Zoals de Onderzoeksraad stelt, heeft het RIVM deze taak op professionelewijze en met veel deskundigheid uitgevoerd. Dit is ook onderstreept ineen wetenschappelijke audit van de modelleringsgroep bij het RIVM dooreen internationale auditcommissie.35Het kabinet herkent daarnaast ook de analyse van de Onderzoeksraadwaar het gaat om samenwerking met andere modelleringsgroepen binnenNederland en de uitdaging om dit in tijden van crisis tot stand te brengen[aanbeveling 5d, OVV3]. Het versterken van nationale samenwerkingsver-banden – ook naast de ruime bestaande jarenlange samenwerking metmodelleringsgroepen internationaal – is één van de aanbevelingen dievoort is gekomen uit de zelf-audit van het RIVM en de eerder genoemdeaudit. Het kabinet omarmt dan ook de aanbeveling van de Onder-zoeksraad om structurele samenwerkingsverbanden tussen modelleurs-(groepen) te stimuleren. Daarin heeft het RIVM vanuit haar wettelijke taakeen centrale rol. Daarom heeft de Minister van Volksgezondheid, Welzijnen Sport het RIVM gevraagd om een voorstel voor een structureelsamenwerkingsplatform voor infectieziektemodellering en data analytics.In dit open netwerk staat de samenwerking, ontwikkeling en versterkingvan het vakgebied centraal. Een eerste bijeenkomst met potentiëlepartners heeft inmiddels plaatsgevonden.Het kabinet herkent dat de gebruikte modellen van het RIVM zich vooralrichtten op de epidemiologische situatie op de korte termijn [conclusie 3,OVV3]. De besluiten over coronamaatregelen zijn daarentegen weldegelijk bewust genomen door het gehele kabinet, waarbij ook desociaaleconomische impact werd meegewogen. Dit is gedurende depandemie verder versterkt en uiteindelijk geïnstitutionaliseerd met hetMaatschappelijk Impact Team (MIT). In volgende langdurige gezondheids-crises (die zich op basis van data lenen voor modellering) streeft hetkabinet ernaar om bredere modellering mogelijk te maken, zoals ookaanbevolen door de Onderzoeksraad, met meer toegankelijke data, voormeer organisaties.33Kamerstukken II 2022/23, 27 529, nr. 294.34https://www.rivm.nl/juridische-handreiking-gegevensuitwisseling-in-infectieziektebestrijding.35Report Audit RIVM COVID-19 data analytics and modelling for scientific advice to policymakers (2023) | RIVM.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 217317 Vanwege de belangrijke rol van modellen heeft de Minister van Volksge-zondheid, Welzijn en Sport een aantal stappen ondernomen om deinfectieziektemodellering en samenwerking daarop in Nederland dekomende jaren te versterken.36 Daarbij is ook expliciet aandacht voor hetbetrekken van sociale wetenschappen. Er wordt gewerkt aan deversterking van modellering als onderdeel van het beleidsprogrammapandemische paraatheid. Daarom is in 2023 bij ZonMw een oproepgeopend voor onderzoekers, kennisinstituten en samenwerkingsver-banden voor innovaties en kennisontwikkeling die infectieziektemodel-lering van de toekomst kunnen verrijken. Ten slotte heeft TNO opdrachtgekregen om een onderzoeksprogramma uit te voeren, dat zich richt opmodellering ten behoeve van voorspellingen van ziekenhuis- enIC-opnames én een optimale diagnosestrategie.37Resumerend: Reflectie op opvolging thema «Verbeteren informatie enkennis- en adviesfunctie»Het kabinet onderschrijft het belang van een onafhankelijke informatie- enadviesfunctie. Zo is tijdens de crisis de Gedragsunit bij het RIVM opgezeten het MIT ingesteld. Ook is de rol van adviseurs verduidelijkt in hetNationaal Handboek Crisisbeheersing. Verder erkent het kabinet dat aanhet begin van de crisis sprake was van een gebrekkige data-infrastructuur.Er zijn daarom verschillende trajecten in gang gezet om dit te verbeteren,zoals de samenwerking met RIVM, de GGD’en en GGD GHOR NL om hetIV- en datalandschap pandemisch paraat te krijgen en de Derde tranchewijzing Wet publieke gezondheid.4. Professionaliseren scenariodenkenHet belang van scenario’s in het bestrijden van een crisis komt nadruk-kelijk naar voren in de rapporten van de Onderzoeksraad. Eén van deoverkoepelende lessen die de Onderzoeksraad op grond hiervan trekt, ishet belang van investeren in scenariodenken voor de bestrijding van eenvolgende langdurige crisis met landelijke impact en het doordenken enprofessionaliseren van scenario denken [aanbeveling 1 en 3, OVV1;aanbeveling 3, OVV3].Tijdens een crisis heeft de NCTV een faciliterende rol in het opstellen vaneen scenario op hoofdlijnen. Dit doet de NCTV samen met de partners inde nationale crisisstructuur. Deze werkwijze verschilt nu nog per crisis eninzet en is daarom nog in ontwikkeling. Het gebruik van scenario’s isnadrukkelijk een aanpak om gezamenlijk vooruit te kunnen kijken die,afhankelijk van de dynamiek en verwachte duur van de crisis, metverschillende tijdshorizonnen kan worden toegepast. Bijzondere aandachtvereist de koppeling met het identificeren van mogelijke vraagstukken enthema’s, sleutelbesluiten, mogelijke dilemma’s, te betrekken partners enwitte vlekken in de beeldvorming en het inbrengen hiervan in debesluitvormende gremia. Daarom is het van belang om het maken vanscenario’s tijdens een crisis niet te vermengen met besluitvorming opkorte termijn. Om deze ambities te realiseren zal de NCTV de bestaandewerkwijzen rond het gebruik van scenario’s verder doorontwikkelen engaan werken met een getraind (interdepartementaal) scenarioteam dattijdens een (langdurige) crisis kan worden geactiveerd om scenario’s vormte geven. In een volgende actualisering krijgt dit team een plek in hetNationaal Handboek Crisisbeheersing.36Kamerstukken II 2023/24, 25 295, nr. 2147.37Kamerstukken II 2023/24, 25 295, nr. 2152.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 217318 Doorontwikkeling binnen NCTVDe NCTV heeft vanuit de regierol bij crises de verantwoordelijkheid om tezorgen dat op een professionele wijze met scenario’s wordt omgegaan.Daarvoor zet de NCTV – naar aanleiding van de diverse rapporten van deOnderzoeksraad – de volgende instrumenten in.Professionalisering via opleiding, praktijkgerichte training en oefening:onder de vlag van de Nationale Academie voor Crisisbeheersing,onderdeel van de NCTV, worden toepassingsgerichte opleidingen in hetwerken met scenario’s tijdens crises georganiseerd. Deze wordenopgevolgd in de zogenaamde thematische leerprogramma’s waarin deverschillende onderdelen van de nationale crisisstructuur (waaronder hetInterdepartementaal Afstemmingsoverleg (IAO), de InterdepartementaleCommissie Crisisbeheersing (ICCb) en Nationaal Kernteam Crisiscommu-nicatie (NKC)) als team met een crisistype aan de slag gaan. Specifiek ishierin een training toegevoegd waarin in teamverband aan scenario’svoor de brede maatschappelijke ontwikkeling van een crisissituatie wordtgewerkt. De lessen uit deze trainingen en oefeningen worden betrokkenbij de toepassing van scenariodenken. In het najaar van 2023 was ditbijvoorbeeld aan de hand van een cyberoefening, ISIDOOR.38 Ook in deoefeningen komend jaar krijgt dit extra aandacht.De NCTV heeft TNO gevraagd om te adviseren over een breed toepasbaremethodiek voor het werken met scenario’s tijdens crises. Relevantevragen betreffen onder meer de meerwaarde van scenariodenken, de rolvan psychologische factoren (zoals het vermogen om kansen in teschatten en omgaan met onzekerheid) en valkuilen (zoals tunnelvisie) ende bouwstenen van een effectieve vorm van scenario-ontwikkeling. Deresultaten van deze verkenning worden verwerkt in de werkwijzen en hetopleidingsprogramma.Ook worden ervaringen met het maken van scenario’s bij anderedepartementen opgehaald. Deze activiteiten dragen bij aan het investerenin een gezamenlijke werkwijze en herkenbaarheid van de werkwijze bijandere departementen. Departementen zijn in de voorbereidende faseverantwoordelijk voor het maken van realistische scenario’s (ook worstcase) of delen van scenario’s die tijdens crises gebruikt kunnen worden inhet scenarioproces, zoals te verwachten ontwikkelingsrichtingen enketeneffecten. Een voorbeeld hiervan is de aanpak met transmissieroutesbij het beleidsprogramma pandemische paraatheid (zie hieronder).Daarnaast zijn departementen verantwoordelijk voor het in kaart brengenvan maatregelen die in deze scenario’s ingezet kunnen worden om deeffecten te mitigeren en het toetsen van deze voorgestelde maatregelenop haalbaarheid en uitvoerbaarheid.Scenario’s in het kader van pandemische paraatheidHet beleidsprogramma pandemische paraatheid geeft invulling aan debevindingen van de Onderzoeksraad door in te zetten op doorontwik-keling en professionalisering van het instrument scenario’s. In devoortgangsbrief Pandemische paraatheid van 26 oktober 2023 isomschreven langs welke lijnen dit wordt vormgegeven.39 In het licht vande bevindingen van de Onderzoeksraad worden hieronder onderdelen vande aanpak op scenario’s vanuit pandemische paraatheid toegelicht.38www.nctv.nl/actueel/nieuws/2023/12/08/cyberoefening-isidoor-2023-cybercrisis-leek-ver-van-mijn-bed.39Kamerstukken II 2023/24, 25 295, nr. 2147.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 217319 Er wordt toegewerkt naar vier medisch-inhoudelijke scenario’s voor hetbeleidsprogramma pandemische paraatheid. Het RIVM werkt dezescenario’s uit op basis van een reeds opgestelde matrix, waarin pertransmissieroute verschillende mogelijk relevante variabelen in beeld zijngebracht (zie voortgangsbrief 26 oktober 2023). De scenario’s wordenvervolgens vanuit de verschillende domeinen van het Ministerie vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport verder doordacht en doorleefd. De vierscenario’s zullen ook worden gebruikt om bepaalde besluitvormingspro-cessen of (onderdelen van) draaiboeken te oefenen en te toetsen.Ook de LFI zal met de scenario’s handelingsopties verkennen die nodigzijn voor het effectief voorbereiden van medisch-operationele processen,zoals vaccinaties, bij een uitbraak van een A-infectieziekte met landelijkeimpact. Dit zorgt voor een verhoogde paraatheid en geeft de LFI demogelijkheid om doelmatig te oefenen, voor te bereiden, te investeren enwaar nodig bij te stellen. Ten slotte is in 2025 een landelijke stresstestvoorzien om te toetsen of we pandemisch paraat zijn. Voor de COVID-19pandemie gebeurde dit eigenlijk niet of onvoldoende, zoals de Onder-zoeksraad constateert in aanbeveling 5b van het tweede deelrapport.Oefeningen betroffen tot dan toe overwegend (relatief) kleine uitbrakendie binnen één regio konden worden aangepakt.De scenario’s zullen ook een plek krijgen in het Landelijk CrisisplanInfectieziektebestrijding (LCP-I). Het LCP-I heeft als doel om (op hoofd-lijnen) vast te leggen hoe structuren (landelijk en regionaal) wordenbestendigd en om overzicht te bieden van het landschap van infectieziek-tebestrijding, inclusief de versterking hiervan zoals beoogd met hetbeleidsprogramma pandemische paraatheid. Het LCP-I beschrijft rollen,taken, verantwoordelijkheden, afspraken en waar relevant overigeprocessen en richt zich op infectieziekten met landelijke gevolgen diegezamenlijke voorbereiding vereisen van Rijk en veiligheidsregio’s inafstemming met overige betrokken (publieke en private) partners. Daarbijgaat het om de rollen en processen in de zorgsector, maar ook in sectorendie in het kader van of als gevolg van infectiebestrijding verantwoordelijkzijn om besluiten te nemen.Resumerend: Reflectie op opvolging thema «Professionaliserenscenariodenken»Het kabinet heeft de aanbevelingen om meer te investeren in scenario-denken ter harte genomen. Zo wordt bijvoorbeeld een scenarioteamopgezet en wordt het gebruiken van scenario’s verder ontwikkeld. Ookspecifiek voor een gezondheidscrisis zijn diverse ontwikkelingen. Zoworden door het RIVM medisch-inhoudelijke scenario’s uitgewerkt en erstaat in 2025 een landelijke stresstest op de planning om te toetsen of wepandemisch paraat zijn.5. Verrijken crisiscommunicatieHet Nationaal Kernteam Crisiscommunicatie (hierna: NKC) benut ook ditderde deelrapport en de aanbevelingen op het gebied van crisiscommuni-catie om haar werkwijze verder te verbeteren. Bijvoorbeeld door, metname bij langdurige crises, meer gebruik te maken van de methodedilemmalogica in het contact met betrokkenen, zoals inwoners, media enandere doelgroepen. Met als doel mensen mee te nemen in eventueleonzekerheden en de keuzes en afwegingen die worden gemaakt zodat zijzich herkennen in wat de overheid wel of niet doet en waarom. En ommensen in staat te stellen een eigen afgewogen keuze te maken. Dilem-malogica behoort, met name bij langdurige crises, steeds meer tot debasisaanpak voor crisiscommunicatie van het NKC [aanbeveling 4, OVV2;les 5, conclusie 7 en 8 en aanbeveling 2, OVV3].Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 217320 Ook zijn, naar aanleiding van de aanbevelingen uit de eerste tweeonderzoeken door de Onderzoeksraad over de aanpak van de coronacrisis,ten aanzien van crisiscommunicatie stappen gezet. Deze aanbevelingen,de opgedane ervaringen en inzichten die gedurende de crisis zelf al zijnvertaald in de doorontwikkeling van de communicatie-inzet, dragenallemaal bij aan een verdere verbetering van de werkwijze.Zo wordt bij een langdurige crisis in het NKC de inzet vanuit de gedrags-wetenschap structureel meegenomen. Onder andere door het toevoegenvan een gedragsexpert aan de basisbezetting van het NKC. Het NKC zetdaarnaast steeds meer in op het bereik van specifieke doelgroepen.Hiervoor is een handreiking risico- en crisiscommunicatie specifiekegroepen ontwikkeld, waarin de lessen uit de coronacrisis zijn verwerkt. Totslot wordt door het frequent uitvoeren van (publieks)onderzoek continuzicht gehouden op de gevoelens, zorgen en meningen uit demaatschappij. Daartoe wordt twee keer per jaar een risico- en crisisbaro-meter (RCB) opgesteld. Wanneer de actualiteit daar om vraagt, voert hetNKC daarnaast een flitspeiling uit naar specifieke (crisis)situaties, zodat decommunicatieaanpak afgestemd kan worden op de op dat momentaanwezige informatiebehoefte in de samenleving [aanbeveling 10, OVV1].De aanbevelingen op het gebied van crisiscommunicatie en de ingeslagendoorontwikkeling van het NKC, krijgen een plaats in het hoofdstukcrisiscommunicatie in het in ontwikkeling zijnde Landelijk CrisisplanInfectieziekten (LCP-I) en de bijbehorende Koepelnotitie Communicatie bijInfectieziekten. De Koepelnotitie is een verdieping van het hoofdstukcrisiscommunicatie en beschrijft de specifieke aandachtspunten,werkwijze en manier van samenwerken voor communicatieprofessionalsvan (rijks)overheid, veiligheidsregio’s en maatschappelijke organisatiesvoor specifiek dit type crisis. Tevens vormt het de basis voor het oefenen,trainen en opleiden van crisiscommunicatieprofessionals.De tendens waarbij ongewenste uitingen van maatschappelijke onrustlijken toe te nemen is reden voor zorg en vormt een uitdaging voorlandelijke en lokale bestuurders. Het Ministerie van Binnenlandse Zakenen Koninkrijksrelaties en andere departementen, de Nationale Politie enandere partners werken in het Ondersteuningsnetwerk maatschappelijkeonrust (Omo) samen om bestuurders te helpen met preventie, signaleringen reactie op maatschappelijke onrust: het Omo kan desgevraagddeskundige ondersteuning bieden. Daarnaast werkt het programma aanverschillende lange termijnopgaven zoals het in gesprek gaan metkritische groepen en het vergroten van de responsiviteit van de overheid.Zie hiervoor ook de brief van 17 mei 2023.40Resumerend: Reflectie op opvolging thema «Verrijken crisiscommuni-catie»Er zijn naar aanleiding van de deelrapporten van de Onderzoeksraad aldiverse veranderingen in de werkwijze van het Nationaal KernteamCrisiscommunicatie doorgevoerd. Zoals het toevoegen van een gedrags-expert aan de basisbezetting en het frequent uitvoeren van (publieks)on-derzoek om zicht te houden op de gevoelens, zorgen en meningen uit demaatschappij. Het kabinet heeft daarmee de aanbevelingen van deOnderzoeksraad in de drie deelrapporten op crisiscommunicatieopgevolgd dan wel geadresseerd via lopende activiteiten.40Kamerstukken II 2022/23, 25 295, nr. 2057.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 217321 6. Evalueren en monitoren effecten van maatregelenDe Onderzoeksraad heeft geadviseerd de maatregelen die genomen zijntijdens de coronacrisis zo spoedig mogelijk afzonderlijk te evalueren op debeoogde en niet-beoogde effecten [aanbeveling 1, OVV2]. Het kabinethecht eraan te benadrukken dat gedurende de hele pandemie de effectenvan de maatregelenpakketten gemonitord zijn. In een eerdere reactie ophet tweede deelrapport is hier uitgebreid op ingegaan.41 Tegelijkertijderkent het kabinet dat er gedurende de crisis geen informatie was over hetepidemiologische effect per individuele maatregel.Om maatregelen te monitoren, is gebruik gemaakt van modellering doorhet RIVM en evaluatie van eerdere maatregelen. Deze modellering isvoortdurend geëvalueerd en gevalideerd aan de hand van het daadwerke-lijke verloop van de pandemie. Inzichten hieruit zijn steeds meegenomenbij het opstellen van nieuwe maatregelen. Zo is continu het gemodel-leerde effect vooraf met de werkelijkheid achteraf vergeleken. Ook bijeventuele toekomstige maatregelen zal deze monitoring worden ingezet.Naar aanleiding van het tweede deelrapport [aanbeveling 1, OVV2], dekennisprioritering COVID-19 die is gedaan om kennislacunes op te sporenop het gebied van COVID-19 (beschreven in de brief aan de Kamer van19 december 202342) en de aangenomen moties van de KamerledenGündogan, Westerveld en Agema43, 44, 45 zijn additionele opdrachtenverstrekt aan verschillende kennisinstellingen om onderzoek te doen naareffecten van maatregelen, zo mogelijk individueel.Zo is een meerjarig onderzoeksprogramma bij ZonMW opgestart, waarinde effecten van maatregelen, waaronder de sociaalmaatschappelijkeeffecten, zover mogelijk individueel, maar tenminste in verschillendesamenstellingen worden geëvalueerd. Ook heeft het RIVM onderzoek naareffecten van maatregelen in een internationale context uitgevoerd. Deresultaten van dit onderzoek zijn gepubliceerd op 25 januari 2024.46 Hetonderzoek laat zien dat de genomen COVID-19 maatregelen in Nederlandeffectief in het reduceren van transmissie van het coronavirus zijngeweest. Vanwege de samenhang tussen maatregelen en de specifiekecontext, waarin deze plaatsvinden, is meer onderzoek naar de interactietussen maatregelen en naar individuele maatregelen voor specifiekegroepen nodig. Het RIVM voert tevens onderzoek uit naar gedrag in relatietot maatregelen. Daarnaast voert TNO een onderzoeksprogramma uitwaarin een internationale vergelijking van maatregelen en de effectendaarvan op werkenden wordt gemaakt. Al deze onderzoeken zijn uiterlijkin 2026 afgerond.Daarnaast zijn gedurende de pandemie nog meer onderzoeken gestartdoor of in opdracht van de Rijksoverheid, ook op onderwerpen die buitenhet onderzoek van de Onderzoeksraad vallen. Deze zijn gebundeld op dewebsite www.lerenvandecoronacrisis.nl. Bovendien is een internationaalvergelijkend onderzoek gestart, bestaande uit drie delen. Het eerste deelvan het onderzoek is afgerond met als resultaat een dataset met varia-belen van 10 Europese landen. In de dataset zijn verschillende openbaredatabestanden (zoals de Governance response index en de Stringencyindex) bij elkaar gebracht. Met de variabelen uit deze dataset kan41Kamerstukken II 2022/23, 25 295, nr. 1966.42Kamerstukken II 2023/24, 25 295, nr. 2152.43Kamerstukken II 2022/23, 25 295, nr. 2009.44Kamerstukken II 2022/23, 25 295, nr. 2087.45Kamerstukken II 2022/23, 25 295, nr. 2082.46Kamerstukken II 2023/24, 25 295, nr. 2155.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 217322 vergelijkend (kwantitatief) onderzoek gedaan worden. Het tweede enderde deel gaan over besluitvorming en communicatie. De resultatenhiervan worden in juni 2024 verwacht.Resumerend: reflectie op opvolging thema «Evalueren en monitoreneffecten van maatregelen»Het kabinet omarmt de aanbevelingen van de Onderzoeksraad ten aanzienvan het evalueren en monitoren van de effecten van maatregelen. Naastdat de effecten van de maatregelenpakketten gedurende de gehelecoronacrisis zijn gemonitord, wordt monitoring ook ingezet bij eventueletoekomstige maatregelen. Daarnaast onderzoeken verschillende kennisin-stellingen de effecten van maatregelen, voor zover mogelijk individueel, inopdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.AfsluitingDe coronacrisis was een ongekend ingrijpende periode, voor iedereen.Het is van groot belang om te leren van deze langdurige crisis metmaatschappelijke impact en de geleerde lessen te borgen. Het kabinet wilde Onderzoeksraad daarom nogmaals bedanken voor het uitgebreide enzorgvuldige onderzoek naar de crisisaanpak gedurende de pandemie. Aldeze conclusies en aanbevelingen zijn zeer waardevol voor het verbeterenvan de aanpak van eventuele volgende, pandemieën en/of langdurigecrises.De Minister voor Medische Zorg,P.A. DijkstraDe Minister van Justitie en Veiligheid,D. Yesilgöz-ZegeriusDe Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,C. HelderTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 217323 overzicht integrale samenhang tussen thema’s, conclusies enaanbevelingen van de OnderzoeksraadHet eerste deelrapport (hierna: OVV1) is op 16 februari 2022 aangebodenaan het kabinet en aan uw Kamer verzonden (Kamerstukken II, 25 295,nr. 1808). Het rapport «Aanpak coronacrisis deel I: tot september 2020»ging over de eerste fase van de coronacrisis. De kabinetsreactie heeft u1 april 2022 ontvangen (Kamerstukken II, 25 295, nr. 1827).Het tweede deelrapport (hierna: OVV2) is op 12 oktober 2022 aangebodenaan het kabinet en aan uw Kamer verzonden (Kamerstukken II, 25 295,nr. 1956). In het rapport «Aanpak coronacrisis, Deel 2: september–juli2021» ging de Onderzoeksraad in op de aanpak van het vaccinatiepro-gramma en drie maatregelen die in die periode ingevoerd zijn: demondkapjesplicht, de scholensluiting en de avondklok. Op 13 januari 2023is de kabinetsreactie verzonden (Kamerstukken II, 25 295, nr. 1999).Op 25 oktober 2023 heeft het kabinet het derde en laatste deelrapport(hierna: OVV3) «Aanpak coronacrisis Deel 3: januari 2020–september2022» aan uw Kamer gezonden. (Kamerstukken II, 25 295, nr. 2148). Hetdeelrapport blikt terug op de volledige crisisperiode en gaat over demanier waarop het kabinet de risico’s voor de volksgezondheid enveiligheid gedurende de crisis beheerste. De kabinetsreactie isopgenomen in deze brief.Naast de publicatie van het derde deelrapport heeft de Onderzoeksraad opdezelfde dag (25 oktober) een brief (hierna OVV-brief) aan de voorzittervan de Tweede Kamer en de Minister-President verzonden met daarin vijfbelangrijke overkoepelende lessen voor de beheersing van een toekom-stige langdurige crisis. Deze lessen heeft de Onderzoeksraad ontleend aande conclusies. De Onderzoeksraad heeft verder na publicatie van hetderde en laatste deelonderzoek aan de betreffende partijen verzocht terugte blikken op de aanbevelingen uit alle deelonderzoeken en integraal tereageren op de drie deelrapporten. Op 4 december 2023 heeft deOnderzoeksraad de toelichting op de gevraagde integrale reactieverzonden aan de Minister-President, de Minister van Volksgezondheid,Welzijn en Sport en de Minister van Justitie en Veiligheid. Die isopgenomen in Bijlage 1. Het kabinet benut de toelichting van de Onder-zoeksraad op de integrale reactie voor de structuur van deze kabinetsre-actie. In onderstaande tabel de samenhang tussen de integrale thema’s,de OVV-brief met de lessen, de conclusies uit het derde deelrapporten ende aanbevelingen uit de drie deelrapporten.Twee aanbevelingen uit het tweede deelrapport aan respectievelijk deGezondheidsraad en aan het RIVM komen niet terug bij de thema’s.Aanbeveling 6, «Borg een werkwijze die aansluit op de vereiste snelheiden flexibiliteit die bij advisering in een toekomstige pandemie nodig is.Benut hiervoor de lessen uit de coronacrisis», aan de Gezondheidsraad enaanbeveling 7, «Bescherm de positie, het gezag en de integriteit van eenOMT en zijn leden middels een openbaar reglement van orde. Hierin staanin ieder geval afspraken over de samenstelling, over de werkwijze,waaronder de verhouding tot het Ministerie van VWS, en over dewoordvoering.», aan het RIVM. Er is door de Gezondheidsraad en hetRIVM bij het tweede deelrapport afzonderlijk gereageerd richting deOnderzoeksraad. Een afschrift daarvan is eerder toegevoegd bij dekabinetsreactie op het tweede deelrapport (Kamerstukken II, 25 295,nr. 1999). In de tweede opvolgnotitie heeft de Onderzoeksraad geconclu-deerd dat de Gezondheidsraad de aanbeveling heeft opgevolgd en heefthet belang benadrukt dat het RIVM werk maakt van eenBijlage 1:Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 217324 openbaar reglement voor het OMT. Op 24 mei 2023 heeft het RIVM datreglement gepubliceerd.47 Daarmee beschouwt het kabinet die aanbeve-lingen als opgevolgd en afgerond.Integraal thema: Aanpassen crisisstructuurLes OVV-briefMaak scherp onderscheid tussen de beleidsmatige en operationeleaansturingNB. Voor aanbeveling 5 uit deelrapport 2.Conclusies OVV3–Aanbevelingen OVVOVV22. Bouw in voorbereiding op toekomstige gezondheidscrises voort op dekennis en ervaring die is opgedaan met Europese samenwerking tenbehoeve van gezamenlijke aankoop, leveringszekerheid en tijdigebeschikbaarheid van (schaarse) medische hulpmiddelen en geneesmidde-len. Neem het initiatief vooragendering op de Europese beleidsagenda.5. Maak helder wat de taken en verantwoordelijkheden van de LFI worden,ook in relatie tot de verantwoordelijkheid van de Minister van VWS en deoverige uitvoerende en adviserende partijen in de crisisaanpak. Borg bijde inrichting van de LFI de lessen uit de uitvoering van het vaccinatiepro-gramma tijdensde coronacrisis. Heb hierbij in ieder geval aandacht voor de volgendeonderwerpen:a. De centrale coördinatie van en tussen de GGD’en.b. De tijdige en herhaalde uitwerking van meerdere scenario’s, inclusief deoperationele implicaties.c. Een landelijke registratie van vaccinaties, inclusief de noodzakelijkekoppelingen tussen systemen van de verschillende uitvoerende partijen.OVV17. Pas de nationale crisisstructuur op de volgende punten aan, zodat dezebeter is toegerust op de aanpak van langdurige crises:a. Waarborg de eenheid van overheidsbeleid door tijdens een landelijkecrisis de verbinding met de veiligheidsregio’s te leggen en te behouden.b. Verbeter de uitvoerbaarheid van strategie en besluiten, door eenvoorafgaande operationele uitvoeringstoets en een voortdurendeterugkoppeling van het verloop van de uitvoering.c. Organiseer parallel en afzonderlijk van elkaar advisering aangaande deacute problematiek en de lange-termijnproblematiek. Borg dat beidetypenperspectieven expliciet worden meegewogen in de besluitvorming.8. Pas de crisisstructuur voor het zorgveld aan, zodat de Minister van VWSde bevoegdheid heeft om sector-, regio- of instellings-overstijgendeproblemen effectief te kunnen aanpakken, waaronder in elk geval metrechtstreeks bindende aanwijzingen. Integraal thema: Crisisaanpak: Reflectie en verbredingLes OVV-briefMaak de aanpak breed.Conclusies OVV31. Manoeuvreren tussen acute zorg en open samenleving.4. Risico’s die zich later manifesteerden geen onderdeel van de crisisaan-pak.5. Beleid voor de maatschappelijke crisis en lange termijn bemoeilijkt dooreigenaarschap VWS.6. Crisisaanpak niet aangepast op basis van signalen vanuit de overbe-laste zorg.47www.rivm.nl/sites/default/files/2023-05/20230523%20Reglement%20voor%20het%20Outbreak%20Management%20Team.pdf.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 217325 Aanbevelingen OVVOVV31. Toetsen en bijstellen van strategie en doelstellingen2. Zorgen voor breed eigenaarschap en integrale afwegingena. eigenaarschap kabinetsbreed gedeeld ivm integraal karakterb. ministerieel niveau verantwoordelijkheid genomen mbt interdeparte-mentale thema’s zoals lange termijn, maatschappelijke impact en nafaseOVV12. Ontwikkel de vaardigheid om te kunnen improviseren.5. Identificeer (nieuwe) kwetsbare groepen tijdens crises.6. Expliciteer de kabinetsbrede verantwoordelijkheid als een crisisovergaat van een departement naar de nationale crisisstructuur.7. Pas crisisstructuur aan zodat deze beter is toegerust op de aanpak vanlangdurige crises Integraal thema: Verbeteren informatie en kennis- en adviesfunctieLes OVV-briefKies (binnen de crisisorganisatie) voor een onafhankelijke informatie- enadviesfunctie en m.b.t. aanbeveling 4 uit het tweede deelrapport: maakscherp onderscheid tussen de beleidsmatige en operationele aansturingConclusies OVV32. Mogelijkheden voor risicobeheersing ingeperkt door gebrekkige data7. Deskundigheid sociale wetenschappen beperkt benutAanbevelingen OVVOVV 35. Verbeteren van de informatievoorzieninga. Crisisbestendige data-infrastructuurb. Randvoorwaarden snel oplossen knelpunten mbt privacyc. borg samen met uitvoeringspartijen ontwikkelde testinfrastructuurd. samenwerkingsverbanden i.v.m. verschillende modellen en inzichtenmodelleurs6. Benutten van sociaalwetenschappelijke kennisa. in modellering, advisering en besluitvormingb. snelle vertaling kennis naar handelingsperspectiefOVV23. Verhelder de rol, taak en positie van adviserende partijen bij toekom-stige langdurige crises met landelijke impact4. Borg dat afwegingen van waarden en belangen in een crisis gemaaktworden door de politiek verantwoordelijken die daarover democratischverantwoording afleggen. Communiceer duidelijk naar de samenlevingover de weging van deze waarden en belangen, alsmede over de wijzewaarop met onzekerheden is omgegaan in de besluitvorming. Vermijddaarbij het creëren van niet-realistische verwachtingen.7. Bescherm de positie, het gezag en de integriteit van een OMT en zijnleden middels een openbaar reglement van orde (deze is niet opgenomenin opvolgnotitie).OVV14. Borg dat zowel kwantitatieve data alsook kwalitatieve data wordenbetrokken9. Bewaak de rolvastheid en borg de eigenstandige positie van bestuur-ders als besluitvormers en deskundigen als adviseurs Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 217326 Integraal thema: Professionaliseren scenariodenkenLes OVV-briefInvesteer in scenariodenkenConclusie OVV33. Modellen als richtinggevend voor de korte termijn.Aanbevelingen OVVOVV33. Doordenken van scenario’s, professionaliseer scenario denkenOVV11. Versterk de voorbereiding op langdurige maatschappij-ontwrichtendecrises door scenario’s uit te werken.3. Blijf tijdens een crisis uiteenlopende scenario’s in kaart brengen, ookminder waarschijnlijke met veel impact, en anticipeer daarop. Integraal thema: Verrijken crisiscommunicatieLes OVV-briefNeem mensen mee in de moeilijke keuzes die worden gemaaktConclusies OVV37. Burgers werden beperkt in staat gesteld risico’s in te schatten en keuzeste maken8. Waardendilemma’s onvoldoende expliciet gemaaktAanbevelingen OVVOVV32. Expliciteren van afwegingen, risico’s en consequenties voor desamenleving. Maak keerzijde duidelijk aan samenlevingOVV24. Borg dat afwegingen van waarden en belangen in een crisis gemaaktworden door de politiek verantwoordelijken die daarover democratischverantwoording afleggen. Communiceer duidelijk naar de samenlevingover de weging van deze waarden en belangen, alsmede over de wijzewaarop met onzekerheden is omgegaan in de besluitvorming. Vermijddaarbij het creëren van niet-realistische verwachtingen.OVV110. Anticipeer in een langdurige landelijke crisis op een daling van hetmaatschappelijk draagvlak en richt de communicatiestrategie daarop in. Integraal thema: Evalueren en monitoren effecten van maatregelenLes OVV-brief–Conclusies OVV3–Aanbevelingen OVVOVV21. Zorg ervoor dat de maatregelen die genomen zijn tijdens de coronacri-sis zo spoedig mogelijk afzonderlijk worden geëvalueerd op de beoogdeen niet beoogde effecten ervan, zodat deze kennis beschikbaar is bijbesluitvorming over soortgelijke maatregelen in een volgende besmet-tingsgolf of pandemie. Zorg bij toekomstige maatregelen voor een goedemonitoring en evaluatie van effecten en uitvoeringsaspecten. Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 217327
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.