Verslag van de Raad Buitenlandse Zaken van 15 juli 2025
Brontekst
Versie 9a88efef7a0e5635 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202521 501-02Raad Algemene Zaken en Raad BuitenlandseZakenNr. 3216 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 22 juli 2025Hierbij bied ik u het verslag aan van de Raad Buitenlandse Zaken van15 juli 2025.De Minister van Buitenlandse Zaken,C.C.J. Veldkamp kst-21501-02-3216ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 32161 VERSLAG RAAD BUITENLANDSE ZAKEN VAN 15 juli 2025 Op dinsdag 15 juli jl. vond de Raad Buitenlandse Zaken (RBZ) plaats inBrussel. De Minister van Buitenlandse Zaken heeft deelgenomen. Op deagenda stond de Russische agressie tegen Oekraïne, Georgië, de situatiein het Midden-Oosten en het nieuwe pact voor de Middellandse Zee.Onder lopende zaken werd gesproken over EU-CELAC (Community ofLatin American and Carribean States) en Somalië. Voorafgaand aan deRaad vond een ontbijt plaats met de Moldavische Minister van Buiten-landse Zaken.Verder wordt uw Kamer middels dit verslag geïnformeerd over deministeriële bijeenkomst met het Zuidelijk Nabuurschap welke plaatsvondop maandag 14 juli jl. Tevens wordt uw Kamer geïnformeerd over eentoezegging m.b.t. het wetgevingsoverleg ontmoedigingsbeleid, over deEU-Japan Top, de EU-China top, een toezegging m.b.t. de Organisatievoor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) en Chinese scanners, eentoezegging m.b.t. het aansluiten bij de zaak bij het InternationaalGerechtshof (IGH) van Zuid-Afrika tegen Israël, een toezegging m.b.t. hetWereldkampioenschap (WK) in Rwanda, over de aanname van de RichtlijnTijdelijke Bescherming, en over een aantal moties (o.a. over Soedan,Democratische Republiek Congo en Zuid-Afrika).Russische agressie tegen OekraïneDe Raad sprak over de voortdurende Russische agressieoorlog tegenOekraïne. De Hoge Vertegenwoordiger (HV) benadrukte de vele Russischeaanvallen van de afgelopen tijd en verwees naar de aankondiging dat deVS, in samenwerking met Europese landen, bereid is militaire leveringente hervatten.De Oekraïense Minister van Buitenlandse Zaken Sybiha sloot online aanvoor een deel van de sessie. Hij onderstreepte het belang vanvoorspelbare steun de komende tijd en riep op om te investeren in deOekraïense defensie-industrie. Hij gaf daarbij aan dat de maand juni demeest dodelijke maand was voor Oekraïense burgers tot nu toe enverwees naar de meermaals ongekende intensivering van drone-aanvallen vanuit Rusland op Oekraïense steden en dorpen. Tot slotinformeerde Minister Sybiha de Raad dat Oekraïne deze week het statuutvoor de oprichting van het Agressietribunaal zal ratificeren.Door vrijwel alle lidstaten werd de noodzaak van aanvullende militairesteun aan Oekraïne onderstreept. Een aantal lidstaten verwees naar debereidheid van de VS tot levering van aanvullende militaire steun, waarbijEuropese landen financieel bijdragen. Nederland benadrukte datvoorkomen moet worden dat een steeds kleinere groep de steun aanOekraïne draagt en riep daarom de lidstaten op breed bij te dragen aan ditinitiatief. In dit kader kwam ook het gebruik van chemische wapens doorRusland aan bod. Nederland benadrukte dat dit niet onbeantwoord magblijven en riep de HV en lidstaten op hier actie op te nemen.De Raad sprak over het verder opvoeren van de druk met aanvullendesancties, maar bereikte ondanks de door een brede groep lidstatenuitgesproken urgentie nog geen akkoord over het achttiende sanctie-pakket. Op 18 juli jl. werd wel een akkoord bereikt, waardoor het pakket opde Raad Algemene Zaken van 18 juli kon worden aangenomen. Conformde motie Van Campen c.s.1 spande het kabinet zich gedurende deonderhandelingen voor dit pakket onder meer in voor het verlagen van1Motie 21 501-02, nr. 3197, 3 juli 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 32162 het olieprijsplafond en het afsluiten van Russische banken van hetinternationale betalingsverkeer. Ook de motie Van der Burg c.s.2 krijgt inde ontwikkeling van nieuwe sancties steeds een vervolg, zoals ook telezen valt in de jaarverslagen van de MIVD en de AIVD.3 Ten slotte isuitvoering gegeven aan de motie Van Campen c.s.4, ten aanzien vanversterkte samenwerking op EU-niveau op het gebied van sanctiena-leving, specifiek aan de hand van de ideeën in het door Nederlandvoorgestelde non-paper hierover.5 Wat betreft versterking van maritiemesanctienaleving, neemt Nederland actief deel aan internationale gremiazoals de Shadow Fleet Taskforce Group van landen aan de Oostzee enNoordzee (NB8++).6 Nederland blijft zich hier voortdurend voor inzetten inde Raad.De HV benadrukte het belang van mondiale outreach in aanloop naar deAlgemene Vergadering van de Verenigde Naties (AVVN). Een groeplidstaten onderstreepte dit belang en vroeg aandacht voor de noodzaakvoor het intensiveren hiervan. De HV benadrukte het belang van aandachtvoor de humanitaire aspecten van de oorlog, zoals de ontvoering vanOekraïense kinderen door Rusland. Nederland zet zich in lijn met motiePiri7 in voor het ondersteunen van internationale en maatschappelijkeorganisaties die ontvoerde Oekraïense kinderen proberen op te sporen, terepatriëren en te re-integreren.Een brede groep lidstaten benadrukte opnieuw het belang van voortgangin de EU-toetredingsonderhandelingen met Oekraïne, met name hetopenen van het eerste cluster in het toetredingsproces. Zowel deCommissie als meerdere lidstaten gaven aan dat Oekraïne aan degestelde voorwaarden heeft voldaan. Desondanks liggen de onderhande-lingen nog steeds stil, doordat één lidstaat verdere stappen blijftblokkeren.Er was onder vrijwel alle lidstaten brede waardering voor de organisatievan de succesvolle Ukraine Recovery Conference die plaatsvond op 10 en11 juli jl. in Rome, waarover een separate verslagbrief uw Kamer istoegekomen. Een grote groep lidstaten benadrukte de noodzaak voorduurzame, voorspelbare financiële steun voor Oekraïne voor de komendejaren.In lijn met motie Dobbe8 heeft Nederland zich binnen de Europese Uniemeermaals uitgesproken tegen de voorgenomen uittredingen uit de«Anti-Personnel Mine Ban Convention» (Anti-personeelsmijnenverdrag ofOttawa-verdrag). In bilaterale gesprekken en in multilaterale fora heeftNederland verdragspartijen opgeroepen hun verdragsverplichtingen teblijven nakomen, partij te blijven bij het verdrag en zodoende ookuittredende staten verzocht hun beslissing te heroverwegen. Conformmotie Dobbe heeft Nederland deze punten ook in bilaterale contacten metOekraïne overgebracht. Hierbij werd consistent benadrukt dat Nederlandook oog heeft voor de veranderende veiligheidssituatie in Europa.Nederland blijft onverminderd gecommitteerd aan het verdrag, watbetekent dat Nederland zich aan de verdragsverplichtingen blijft houdenen het gebruik van anti-personeelsmijnen ontmoedigt.2Motie 36 410 V, nr. 94, 19 november 20243Openbaar+jaarverslag+van+de+Militaire+Inlichtingen-+en+Veiligheidsdienst+(MIVD)+over+het+jaar+2024.pdf; AIVD+Jaarverslag+2024+.pdf4Motie 21 501-20, nr. 2153, 17 december 20245NL non-paper Strengthening European cooperation to reinforce national efforts on theimplementation6The Shadow Fleet Expert Group Joint Statement | Diplomatic statement | Government.nl7Motie 32 735 nr. 393, 17 juni 20248Kamerstuk 21 501-02, nr. 3195Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 32163 Midden-OostenGazastrook en de Westelijke JordaanoeverEen belangrijk agendapunt tijdens de Raad was de opvolging van deevaluatie van Israëls naleving van artikel 2 van het Associatieakkoord, metname ten aanzien van de catastrofale situatie in de Gazastrook en deverslechterende situatie op de Westelijke Jordaanoever. Nadruk van dediscussie lag op de recent gesloten overeenkomst tussen HV Kallasnamens de EU en Israël over de toename van humanitaire hulp aan deGazastrook.De HV onderstreepte dat de uitkomsten van de evaluatie van artikel 2moeten worden gebruikt om de situatie op de grond te verbeteren. Hetakkoord tussen de EU en Israël over de toegang van humanitaire hulp totde Gazastrook is een resultaat van een combinatie van dialoog en druk diede EU heeft opgevoerd door middel van de artikel 2 procedure. Hetakkoord werd verwelkomd in de Raad, waarbij werd onderstreept dat hetvan cruciaal belang is dat de afspraken van het akkoord zo spoedigmogelijk worden geïmplementeerd en dat deze worden gemonitord. DeHV wees op de eerste zichtbare tekenen van verbetering naar aanleidingvan het akkoord: er wordt gewerkt aan de reparatie van een elektrici-teitslijn, er zijn meer grensovergangen open en het aantal vrachtwagensdat de grens mag oversteken is omhoog gegaan. Dit is een verbetering,maar het is niet genoeg en zowel de HV als Commissie gaven aan datIsraël meer moet doen: de hulp moet, éénmaal binnen, veilig kunnenworden gedistribueerd in de Gazastrook zodat de goederen daadwerkelijkbij de hulpbehoevenden terechtkomen. Nederland heeft op deze puntentijdens de Raad aangedrongen.Net als andere lidstaten heeft Nederland, mede indachtig de motiePiri/Paternotte9, benadrukt dat nu moet worden ingezet op implementatievan het akkoord en dat zo snel mogelijk grote hoeveelheden hulp demensen in de Gazastrook moet bereiken. Nederland kondigde aan bereidte zijn om bij te dragen aan de implementatie van het akkoord, via eenextra humanitaire contributie. Daarbij benadrukte Nederland dat depotentiële maatregelen op tafel blijven indien de situatie op de grond nietverbetert, waarover brede steun kon worden bereikt in de Raad. Vooraf-gaand aan de Raad had de HV een inventarisatie van potentiële maatre-gelen richting Israël gepresenteerd; Nederland heeft er tijdens de Raadvoor gepleit dat de Commissie een aantal maatregelen daarvan reedsuitwerkt, om zo snel de druk te kunnen opvoeren indien de situatiedaartoe aanleiding geeft. Nederland onderstreepte het belang vanmonitoring en dat lidstaten op de hoogte worden gehouden van deimplementatie en resultaten van het akkoord. Zoals de HV ook in haarpersverklaring heeft gecommuniceerd, zal de Commissie tweewekelijksaan de ambassadeurs van de lidstaten bij het Politiek en Veiligheidscomitérapporteren over de implementatie van het akkoord en de situatie op degrond. Indien de situatie niet verbetert kunnen de lidstaten op basis vande inventarisatie van potentiële maatregelen verdere stappen overwegen.Graag informeer ik uw Kamer ook over het recente contact met deEgyptische Minister van Buitenlandse Zaken waarin in lijn met de motieCeder10 is gesproken over het belang van het openen van de Rafah-grensovergang en het toelaten van humanitaire hulp. Tijdens dit gesprekwerd door de Egyptische Minister benadrukt dat het openen vanalternatieve kanalen van hulp, zoals de Rafah grensovergang, zonder9Motie 21 501-02-319810Motie 32 623, nr. 357Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 32164 instemming van Israël onrealistisch is. Dit onderstreept temeer denoodzaak dat de overeenkomst tussen de EU en Israël, die ook toeziet ophet openen van grensovergangen tussen Israël en de Gazastrook, snelwordt geïmplementeerd.Tevens hecht ik eraan uw Kamer te informeren dat Nederland, in lijn metde moties van Baarle11 en Piri/Paternotte12, consequent in gesprekken metIsraël de humanitaire blokkade en de militarisering van humanitaire hulpveroordeelt en oproept tot onmiddellijke, ongehinderde, onvoorwaarde-lijke hulpverlening door de VN, de Rode Kruis- en Halve Maanbewegingen andere professionele hulporganisaties te faciliteren en toe te laten.Meerdere lidstaten, waaronder Nederland, benadrukten het belang vansancties tegen gewelddadige kolonisten en kolonistenorganisaties.Desondanks kon wederom geen akkoord worden bereikt over het derdesanctiepakket dat voorligt in de Raad en dat is opgesteld door Nederlanden Frankrijk. Nederland blijft zich samen met Frankrijk onverminderdinzetten voor aanname van dit pakket. Zoals reeds bekend in uw Kamerheeft Nederland het Zweedse initiatief gesteund met betrekking tot hetsanctioneren van extremistische Israëlische Ministers in lijn met degewijzigde motie Klaver.13 Nederland benadrukte tevens de aankondigingvan Minister Smotrich om de banking waiver in te trekken niet magworden geformaliseerd en dat Israël de clearance revenues aan dePalestijnse Autoriteit moet overmaken.Gezien de verslechterende situatie op de Westelijke Jordaanoever en inlijn met de toezegging aan uw Kamer14 tijdens het wetgevingsoverleg van30 juni jl. informeer ik uw Kamer graag over het actiever uitdragen van hetontmoedigingsbeleid. Vanaf heden wordt het ontmoedigingsbeleiduitgedragen op de websites van de RVO en de ambassade in Tel Aviv. Ookdragen de ambassade Tel Aviv en de Rijksdienst voor OndernemendNederland (RVO) het ontmoedigingsbeleid actief uit richting het Neder-lands bedrijfsleven zoals tijdens voorlichtingsbijeenkomsten. Daarnaastwordt verkend of de toepassing van het ontmoedigingsbeleid kan wordenuitgebreid, bijvoorbeeld naar Nederlandse pensioenfondsen.IranHV Kallas informeerde de Raad over de verschillende gesprekken die zijde afgelopen tijd gevoerd heeft met betrekking tot de situatie in Iran.Tevens werd stilgestaan bij de repressie van verschillende etnischegemeenschappen in Iran, waaronder Afghanen, die sinds de escalatie metIsraël disproportioneel worden geraakt door de binnenlandse reactie. DeRaad nam ook sancties aan tegen acht personen en een entiteit vanwegetransnationale repressie en zware mensenrechtenschendingen.SyriëDe Raad stond kort stil bij de recente ontwikkelingen in Suweida en kwamovereen dat de ontwikkelingen in Syrië blijvend moeten wordengemonitord. Verder informeer ik uw Kamer hierbij dat, ter uitvoering vanmotie Dobbe15 over extra inspanning voor het versterken van maatschap-pelijk middenveld in Syrië, binnen het partnerschap Strengthening CivilCourage met PAX een bedrag van EUR 18.000 beschikbaar is gesteld voor11Motie 36 180, nr. 15612Motie 21 501-02, nr. 319813Kamerstuk 36 715, nr. 3014Toezegging 202507-03315Kamerstuk 32 623, nr. 345Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 32165 de versterking van maatschappelijk middenveld in Syrië, voor activiteitenvan de door vrouwen geleide non-gouvernementele organisatie WomenNow for Development en Justice for Life.Uw Kamer wordt hierbij tevens geïnformeerd over de uitvoering van demotie Boswijk c.s.16 over onderzoek naar het confisqueren van bezittingenvan het voormalig Assad regime. Nederland heeft deze kwestie aanhangiggemaakt in de EU. Het is onder sanctieregelgeving alleen mogelijktegoeden te confisqueren bij rechtszaken tegen de personen/entiteiten opde sanctielijst of overtreding van sancties door Nederlandse entiteitenwaarbij confiscatie van tegoeden een passende straf wordt geacht dooreen rechter. Aangezien in Nederland momenteel geen dergelijke aan Syriëgerelateerde rechtszaken spelen, is hier op EU niveau uitvraag naargedaan.GeorgiëDe Raad besprak de Europese handelingsopties in reactie op de politiekeontwikkelingen in Georgië. De HV schetste een overzicht van de onder-nomen acties tot dusver en stond stil bij de resterende opties, zoals hetinstellen van Europese sancties en opschorting van het visumvrij reizenvoor alle Georgiërs. Hier was onvoldoende steun voor onder de lidstaten.Nederland drong aan op een duidelijke EU steunbetuiging aan deGeorgische bevolking en op sancties tegen verantwoordelijken voorgeweld tegen demonstranten, journalisten en politici. Tot slot benadrukteNederland het belang van oproepen tot vrijlating van alle politiekegevangenen.MedPact 2025De Raad stond stil bij het Pact voor de Middellandse Zee (New Pact for theMediterranean, ofwel: MedPact). Dit is het nieuwe beleidskader van de EUvoor de regio. De Commissie en de HV zijn voornemens een gezamenlijkemededeling te publiceren dit najaar, tijdens de ministeriële bijeenkomstter gelegenheid van het 30-jarig jubileum van het Barcelona-akkoord. HetPact is gebaseerd op een brede consultatieronde en kent drie pijlers:human development (bijvoorbeeld werkgelegenheid), economischekansen (bijvoorbeeld hernieuwbare energie en blauwe economie) enveiligheid, inclusief migratiesamenwerking. Lidstaten spraken steun uitvoor dit partnerschap. Gesteund door meerdere lidstaten gaf CommissarisSˇuica voor het Middellandse Zeegebied aan dat zal worden voortgebouwdop bestaande initiatieven, bijvoorbeeld op het gebied van handel enmigratie. Ook zal worden ingezet op een Youth Parliamentary Assemblyom kansen aan jongeren te bieden. De Nederlandse inzet blijft gericht ophet steunen van een geïntegreerde EU-aanpak richting het ZuidelijkNabuurschap, waarin migratie, handel, investeringen en ontwikkelingssa-menwerking als één samenhangend pakket worden benaderd. Nederlandis voorstander van EU-coördinatie bij de uitvoering van het MedPact enbenadrukt het belang van mensenrechten, goed bestuur en rechtsstaat.Current AffairsRelaties EU-CELAC (Community of Latin American and Caribbean States)De HV keek kort vooruit naar de EU-CELAC top die op 9 en 10 novembera.s. plaatsvindt in Colombia. Ook benoemde de HV de eerste EU-CentraalAmerika Associatieraad van 14 juli jl. De Commissie benadrukte hetbelang van de EU als derde handelspartner van de CELAC en vanversterkte samenwerking op onderwerpen als energie, duurzaamheid en16Kamerstuk 32 623, nr. 340Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 32166 de aanpak van grensoverschrijdende criminaliteit. De Nederlandse inzetvoor de EU-CELAC top is gericht op (1) bescherming multilateralisme eninternationale rechtsorde, (2) bevorderen van duurzame handel eninvesteringen en (3) tegengaan van grensoverschrijdende georganiseerdecriminaliteit waaronder drugscriminaliteit.SomaliëDe Raad stond kort stil bij de situatie in Somalië. De HV wees daarbij opde toenemende instabiliteit in Somalië en de mogelijke gevolgen voorEuropa op het gebied van migratie en internationaal terrorisme. Zij steldedaarnaast vast dat de EU moet zoeken naar partners om het land blijvendte ondersteunen, omdat de EU dit niet alleen kan. Enkele lidstaten sprakenzorgen uit en onderstreepten het strategische belang van de regio voor deEU.EvenementenMinisteriële bijeenkomst Zuidelijk NabuurschapOp de vooravond van de RBZ vond er een EU-Zuidelijk Nabuurschap(ZNB) ministeriële bijeenkomst plaats, de eerste in 15 jaar, waarbijMarokko, Algerije, Libië, Tunesië, Egypte, Israël, de Palestijnse Gebieden,Jordanië, Libanon, en Syrië vertegenwoordigd waren. De plenaire sessieconcentreerde zich op het aankomend Pact voor de Middellandse Zee,waar werd benadrukt dat het nieuwe Pact ook nieuw momentum brengtvoor samenwerking op het gebied van migratie, economie en handel enpeople-to-people. Sprekers gingen ook in op de geopolitieke situatie in deregio. Israël werd opgeroepen mee te werken aan een staakt-het-vuren inopmaat naar een tweestatenoplossing. Nederland onderstreepte hetbelang van samenwerking op het gebied van migratie en handel. In ditkader werd gerefereerd aan de samenwerking met Marokko op gebiedvan duurzame energie. In aanwezigheid van de Minister van BuitenlandseZaken van de Syrische overgangsregering heeft Nederland grote zorgengeuit over de ontwikkelingen in Syrië en onderstreepte Nederland hetbelang van een vreedzame transitie met een rol voor en de beschermingvan alle gemeenschappen, waaronder Druzen, christenen, Koerden,Alawieten, Jezidi’s en anderen. Nederland heeft afgelopen week in de EUnogmaals urgente aandacht gevraagd voor de situatie omtrent Druzen enandere gemeenschappen in Syrië.Ontbijt met de Minister van Buitenlandse Zaken van MoldaviëVoorafgaand aan de RBZ vond een ontbijt plaats met de Minister vanBuitenlandse Zaken van Moldavië. Tijdens het ontbijt werd er stilgestaanbij de Russische hybride dreigingen tegen Moldavië in aanloop naar deparlementaire verkiezingen. Nederland kondigde twee additionelesteunpakketten aan van in totaal EUR 3 miljoen voor het tegengaan vandeze hybride dreigingen.Overige zakenEU-Japan TopOp 23 juli a.s. vindt de EU-Japan Top plaats. Doel van de Top is hetversterken van de relatie tussen de EU en Japan, een belangrijkestrategische partner in Oost-Azië. Het beschermen van de rechtsorde,veiligheid in Europa en Azië, economische veiligheid en handel enhandelspolitiek staan centraal. Zo bespreken de EU en Japan verdereinvulling van het EU-Japan Security and Defense Partnership (getekendTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 32167 november 2024) en een nog overeen te komen EU-Japan CompetitivenessAlliance om de gedeelde economische belangen te waarborgen. Ook is deverwachting dat tijdens de Top nieuwe EU-Japan dialogen aangekondigdzullen worden over Foreign Information Manipulations and Interference(FIMI), sancties en de defensie-industrie.EU-China TopEind juli vindt de EU-China Top plaats. Voor het kabinet is het belangrijkdat de EU in gesprek blijft met China en daarbij samenwerking zoekt op deterreinen waar dat in wederzijds belang is. Zoals aangegeven in degeannoteerde agenda Raad Buitenlandse Zaken Handel van 14 juli jl., ziethet kabinet de EU-China Top als een belangrijke gelegenheid om dezorgen in de handelsrelatie te benoemen, zoals oneerlijke subsidies,overcapaciteit en de exportcontrolemaatrelgelen die China neemt opkritieke grondstoffen. Voor het kabinet is het zaak dat China de Europeseveiligheidszorgen serieus neemt. Zo vormt de Chinese steun aan Ruslandeen bedreiging voor onze veiligheid. Ook hebben we zorgen over Chinesehybride activiteiten op het gebied van cyber en FIMI.Toezegging OPCW en Chinese scannersTijdens het Commissiedebat RBZ van 2 juli jl. heb ik toegezegd17 bij deOrganisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) navraag tedoen naar de aanschaf door de OPCW van bagagescanners van Chinesemakelij en om zorgen over te brengen over mogelijke kwetsbaarheid voor(cyber)spionage van deze apparatuur. Deze kwetsbaarheid zou blijken uitonderzoek door de Douane, aldus vraagsteller Boswijk.De OPCW heeft via de Permanente Vertegenwoordiging van Nederland bijde OPCW bevestigd de betreffende scanners te hebben aangeschaft,overigens na zorgvuldig intern onderzoek naar onder meer mogelijkekwetsbaarheden/risico’s op spionage. De resultaten van dat onderzoekgaven geen aanleiding om af te zien van aanschaf van de apparatuur. DeOPCW heeft in reactie aan het Ministerie verzocht om de redenen van deNederlandse zorgen te delen. Het ministerie heeft contact opgenomenmet de Douane om te bezien of deze redenen, eventueel vertrouwelijk,gedeeld kunnen worden.Onmogelijkheid aansluiten bij IGH-zaak van Zuid-Afrika tegen IsraëlZoals verzocht tijdens het Commissiedebat EU-actieplannen Israël enPalestijnse Gebieden op 26 juni 2025 komt uw Kamer hierbij een naderetoelichting toe over de mogelijkheid voor Nederland om aan te sluiten bijzaken voor het Internationaal Gerechtshof (IGH).18Op grond van het Statuut van het Internationaal Gerechtshof zijn er tweemogelijkheden voor staten om deel te nemen aan een contentieuzeprocedure tussen andere staten. Ten eerste is er de mogelijkheid tot hetindienen van een interventie door een staat die meent een rechtsbelang tehebben bij de uitkomst van het geschil. Een staat die op deze wijze wilinterveniëren moet aantonen dat de beslissing van het InternationaalGerechtshof in het geschil tussen de twee partijen bij het geschil zulkeconsequenties heeft dat een interventie nodig is om zijn belangen zeker testellen. De voorwaarden voor een dergelijke interventie zijn strikt en uit dejurisprudentie van het Internationaal Gerechtshof blijkt dat de drempelvoor ontvankelijkheid van een dergelijke interventie hoog is. Tot nu toe17Toezegging 202507-04318Toezegging 202506-095Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 32168 heeft het Hof de overgrote meerderheid van de verzoeken om interventieonder deze bepaling afgewezen.Ten tweede kunnen staten die partij zijn bij het verdrag op grond waarvanhet geschil gevoerd wordt een interventie indienen waarbij zij hun visie opde constructie (interpretatie) van dit verdrag geven. Een dergelijkeinterventie is alleen ontvankelijk indien zij zich beperkt tot de constructievan het verdrag. Zij mag niet ingaan op de feiten van de zaak of het rechttoepassen op deze feiten. Dit type interventie wordt over het algemeentoegelaten, maar het Hof past ook hier de beperking strikt toe en zal die(onderdelen van) interventies die verder gaan dan de strikte constructievan het verdrag niet ontvankelijk verklaren.In beide gevallen is sprake van een interventie en wordt de intervenië-rende staat geen partij bij het geschil. Dat laatste kan alleen als beidepartijen daarmee instemmen. Dit is in de geschiedenis van het IGH nogniet voorgekomen en instemming van beide partijen het voorliggendegeschil tussen Zuid-Afrika en Israël is onwaarschijnlijk. Uit de tekst vaneen interventie kan allicht blijken dat de interveniërende staat eenstandpunt van een van de partijen bij het geschil deelt, of zelfs steunt,maar ook dat maakt een interveniërende partij geen mede-eiser. Dedeelname van de interveniërende staat aan de procedure is beperkt tot deinterventie; deze staat mag zich niet uitlaten over andere onderwerpen; enheeft ook geen recht om gehoord te worden op andere onderwerpen dandie die het onderwerp zijn van de interventie. De verbindendheid van deuitspraak van het Internationaal Gerechtshof is dan ook beperkt tot dieonderdelen waarover de interventie zich uitgelaten heeft.Op basis hiervan is «aansluiten» bij een partij bij het geschil niet mogelijk.Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB)De RBZ ging akkoord met het voorstel om de werking van de richtlijnTijdelijke Bescherming van Oekraïense ontheemden te verlengen tot enmet 4 maart 2027. Dit voorstel lag als hamerpunt voor. Uw Kamer is hierin de geannoteerde agenda19 en het verslag20 van de JBZ-Raad van 12 en13 juni jl. reeds over geïnformeerd.Toezegging WK Wielrennen RwandaTijdens het Commissiedebat Oorlogen in Democratische Republiek Congoen Soedan van 25 maart jl. werd toegezegd21 door de Minister vanBuitenlandse Zaken om te spreken met de Belgische Minister vanBuitenlandse zaken over het WK Wielrennen in Rwanda. Dit gesprek heeftplaatsgevonden op 23 mei jl. Uit het gesprek volgde dat er vooralsnoggeen reden is tot het heroverwegen van deelname.Moties Soedan en Democratische Republiek Congo (DRC)Conform de motie van Baarle22, motie Dobbe en Boswijk23 en motieCeder/Boswijk24 zet Nederland zich zowel diplomatiek als via de humani-taire organisaties die Nederland steunt, in voor het verbeteren vanhumanitaire toegang en het (tijdelijk) staken van vijandelijkheden in19Kamerstuk 32 317, nr.94820Kamerstuk 32 317, nr.96421Toezegging 202503-10622Motie 29 237, nr. 22423Motie 21 501-02, nr. 3210 (ter vervangen van nr. 3194)24Motie 29 237, nr. 218Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 32169 Soedan. Zo bespreekt Nederland de zorgen over de situatie met betrokkenactoren en regionale partners en benadrukt de noodzaak tot een einde aanhet geweld en het beschermen van burgers. Dit wordt gedaan viaverschillende kanalen, zowel bilateraal als multilateraal. Vanuit de VN isrecentelijk diplomatieke druk uitgeoefend op de strijdende partijen om debevolking in en rond het belegerde El Fasher te voorzien van voedsel enandere humanitaire hulp. Dit heeft helaas nog niet tot een humanitairepauze geleid. Eerdere diplomatieke druk heeft er wel toe geleid dat hetopenstellen van de grensovergang bij Adre met drie maanden is verlengd.Ook is Nederland, conform de motie Dobbe c.s.25 continu in gesprek methumanitaire actoren om te kijken naar mogelijkheden om humanitairetoegang te verbeteren en naleving van het humanitair oorlogsrecht inSoedan, DRC en andere crisisgebieden te bewerkstelligen.Nederland blijft in 2025 humanitaire hulp bieden via de Dutch ReliefAlliance en via het Sudan Humanitarian Fund (EUR 16 miljoen, degrootste Nederlandse bijdrage aan een humanitair fonds in 2025).Daarnaast draagt Nederland via flexibele financiering bij aanVN-organisaties en het Rode Kruis. Ook de EU heeft haar bijdrage aanSoedan in 2025 flink verhoogd en maakte tijdens een bijeenkomst inLondon in april jl. bekend EUR 282 miljoen voor Soedan vrij te maken.Helaas blijft er wel een groot verschil tussen humanitaire noden enbeschikbare middelen, net als in andere crises.Met betrekking tot de motie Bamenga/Ceder26 over het investeren inslachtofferbescherming en juridische ondersteuning voor vervolging vandaders in Congo: met steun van Nederland is tijdens een speciale sessieover de DRC van de VN Mensenrechtenraad in februari 2025, eeninternationale Fact Finding Missie (FFM) in het leven geroepen. Deze zal inseptember aan de mensenrechtenraad rapporteren over de mensenrech-tensituatie in de DRC. Dit onderzoek is inmiddels operationeel, maar deuitvoering loopt vertraging op vanwege de benarde financiële situatie vanOHCHR, als gevolg van de VN liquiditeitscrisis. Wegens de onafhanke-lijkheid van de FMM is het niet mogelijk direct hieraan bij te dragen. Weldraagt Nederland jaarlijks financieel bij aan het Kantoor van HogeCommissaris voor de Mensenrechten die ondersteuning biedt aan deFFM.Conform motie Hirsch/Bamenga27 zet Nederland zich reeds in om hetInternationaal Strafhof de nodige assistentie te bieden voor het onder-zoeken en vervolgen van de daders van seksueel geweld in Soedan enCongo, en spant Nederland zich maximaal in voor internationalewaarheidsvinding. Daarnaast heeft Nederland afgelopen jaren vrijwilligebijdragen van in totaal EUR 6 miljoen gedaan aan het InternationaalStrafhof ten behoeve van de versterking van de algehele onderzoekscapa-citeit van het Hof. Op het laatste deel van de motie omtrent het sanctio-neren van Europese daders wordt later teruggekomen.Motie Zuid-AfrikaMet betrekking tot de motie Eppink28 over de veiligheidssituatie vancommerciële boeren in Zuid-Afrika en mogelijke gevolgen voor de lokalevoedselvoorziening, heeft Nederland de afgelopen jaren in bilateralecontacten met Zuid-Afrika op ministerieel en (hoog)ambtelijk niveau25Motie 29 237, nr. 214 (gewijzigd, Kamerstuk 29 237, nr. 231)26Motie 36 725-XVII, nr. 4727Motie 29 237, nr. 21928Motie 29 237, nr. 191Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 321610 aandacht gevraagd voor de gevolgen van de hoge criminaliteitscijfersvoor het lokale investeringsklimaat. Het overbrengen van de Nederlandsezorgen m.b.t. de veiligheidssituatie van commerciële boeren vormt hieronderdeel van; afhankelijk van de gesprekspartner wordt dit onderwerpbreder getrokken en wordt ook het verband met lokale voedselzekerheidgelegd. Onderhavige thematiek zal onderdeel blijven uitmaken van destructurele dialoog met de Zuid-Afrikaanse autoriteiten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-02, nr. 321611
Gerelateerde bronnen
- De minister van BUZA geeft een schriftelijke terugkoppeling aan de Kamer over het gesprek dat hij zal hebben met België over het WK Wielrennen in Rwanda.
De minister van BUZA geeft een schriftelijke terugkoppeling aan de Kamer over het gesprek dat hij zal hebben met België over het WK Wielrennen in Rwanda.
- De minister zal in het verslag van de volgende Raad Buitenlandse Zaken nader ingaan op de mogelijkheid voor Nederland om al dan niet aan te sluiten bij de genoc
De minister zal in het verslag van de volgende Raad Buitenlandse Zaken nader ingaan op de mogelijkheid voor Nederland om al dan niet aan te sluiten bij de genocidezaak van Zuid-Afrika tegen Israël bij het Internationaal Gerechtshof.
- In het verslag van de Raad Buitenlandse Zaken Handel van 14 juli 2025 komt de staatssecretaris terug op het actiever formuleren van het ontmoedigingsbeleid.
In het verslag van de Raad Buitenlandse Zaken Handel van 14 juli 2025 komt de staatssecretaris terug op het actiever formuleren van het ontmoedigingsbeleid.
- De minister zegt toe dat de permanent vertegenwoordiger bij de OPCW de zorgen ten aanzien van Chinese scan-apparatuur over zal brengen aan de OPCW, en koppelt d
De minister zegt toe dat de permanent vertegenwoordiger bij de OPCW de zorgen ten aanzien van Chinese scan-apparatuur over zal brengen aan de OPCW, en koppelt daarover terug in het verslag van de Raad Buitenlandse Zaken van 15 juli 2025.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.