KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgang integrale aanpak sociale veiligheid hoger onderwijs en wetenschap

7 jun 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 9595318f7d7d12cc · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202429 240Veiligheid op school31 288Hoger Onderwijs-, Onderzoek- enWetenschapsbeleidNr. 140 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR ENWETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 7 juni 2024Tijdens de studie en op het werk zou iedereen zich thuis moeten voelen ende ruimte moeten ervaren om zichzelf te kunnen zijn. Helaas komt het nogaltijd voor dat medewerkers en studenten op universiteiten enhogescholen dagelijks met angst naar hun werk of studie gaan. Banggepest te worden om wie ze zijn. Bang om buitengesloten te worden.Bang voor collega’s of medestudenten die handtastelijk zijn. Dit zijn enkelevoorbeelden van sociale onveiligheid waar medewerkers en studentenmee kunnen worden geconfronteerd en die van grote invloed zijn op hunwelzijn en gevoel van veiligheid. Dit soort situaties is voor mijonacceptabel.Een gezonde hoger onderwijs- en wetenschapssector waarin iedereen zichveilig voelt en zich vrij kan ontplooien is voor mij daarom een belangrijkdoel. Om dit te bereiken is een sociaal veilig en inclusief studie- enwerkklimaat voor alle medewerkers en studenten een belangrijkerandvoorwaarde. Het gaat dan om sociale (on)veiligheid in de breedste zinvan het woord: van discriminatie tot seksueel grensoverschrijdend gedragen van pesten tot uitsluiten. Op dit moment staat de sociale veiligheidonder druk en dringt als gevolg van recente incidenten op universiteiten,hogescholen en studenten- en studieverenigingen het besef door dat eencultuurverandering noodzakelijk is. Recente onderzoeken zoals van deArbeidsinspectie, laten ook zien dat de problematiek rond socialeveiligheid een structureel karakter heeft.1 Daarom heb ik uw Kamer op8 juni 2023 per brief mijn «integrale aanpak sociale veiligheid in het hogeronderwijs en de wetenschap» gepresenteerd, die een uitwerking was vande afspraken die hierover in het bestuursakkoord «Hoger onderwijs en1Arbeidsinspectie (2024) Arbo in bedrijf special: Onderzoeksrapport Psychosociale arbeidsbe-lasting universiteiten, Onderzoek naar de stand van zaken rond werkdruk en ongewenst gedragen de aanpak hiervan op 14 Nederlandse publieke universiteiten. [https://www.nlarbeidsinspectie.nl/publicaties 14 mei 2024] kst-29240-140ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 240, nr. 1401 wetenschap» zijn gemaakt.2 In de brief van 8 juni en het debat van 3 april2024 heb ik toegezegd uw Kamer hierover voor de zomer van 2024 teinformeren.Verder heb ik de regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdendgedrag en seksueel geweld gevraagd om advies te geven op deaandachtspunten die zij ziet bij de (invulling van de) vijf actielijnen van deintegrale aanpak sociale veiligheid in het hoger onderwijs en weten-schap.3 Op 24 januari 2024 heb ik van regeringscommissaris Hamer hetadvies ontvangen.4 Ik wil de regeringscommissaris bedanken voor haaruitgebreide advies over mijn integrale aanpak. In bijlage 1 van deze briefgeef ik een uitgebreide beleidsreactie op het advies van de regeringscom-missaris.Stand van zaken integrale aanpak sociale veiligheid in hogeronderwijs en wetenschapHet uitgangspunt van de integrale aanpak sociale veiligheid is dat deze opeen lerende manier wordt vormgegeven. Dit gebeurt samen met het veldop basis van voortschrijdend inzicht. Om een extra impuls te geven aanhet bevorderen van sociale veiligheid heb ik in de brief van 8 juni 2023 vijfactielijnen aangekondigd. De actielijnen richten zich in brede zin op hetstimuleren van de samenwerking en kennisuitwisseling in het veld, hetwettelijk verankeren van verschillende plichten en het verstevigen van hettoezicht binnen het stelsel. De vijf actielijnen zijn:1.toevoeging van een zorgplicht voor de sociale veiligheid van studentenin de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek(WHW);2.uitbreiding van de meld-, overleg- en aangifteplicht zedenmisdrijven inde WHW;3.verbetering van de voorzieningen voor klachten en meldingen vanstudenten en medewerkers;4.versterking van het toezicht op sociale veiligheid;5.stimulering van universiteiten en hogescholen om samen te werken bijhet realiseren van een sociaal veilige leer- en werkomgeving voor hunstudenten en medewerkers.Hieronder informeer ik uw Kamer over de voortgang van deze actielijnen.Bij een aantal van deze actielijnen maak ik een koppeling met deuitkomsten van het onderzoek van de Arbeidsinspectie voor zover dezebetrekking hebben op de sociale veiligheid op de werkvloer van deinstellingen. Het rapport van de Arbeidsinspectie hebben de Minister vanSZW en ik eerder naar uw Kamer gestuurd.5Lijn 1: Toevoeging zorgplicht voor sociale veiligheid aan WHWHoewel de besturen van instellingen zelf verantwoordelijk zijn voor desociale veiligheid op de instelling, is het aan de overheid om hiervoorduidelijke en landelijk wettelijke kaders te stellen en hierop te handhaven.Op dit moment kan de Inspectie van het Onderwijs alleen in specifiekesituaties handhaven, zoals in het geval van wanbeheer. Ik werk aan eenzorgplicht voor instellingen om sociale veiligheid breder in de WHW teverankeren. Het opnemen van de zorgplicht is een belangrijke stap om de2Kamerstukken II, 29 240, nr. 1313Kamerstukken II, 34 843, nr. 884https://www.rcgog.nl/publicaties/brieven/2024/01/24/advies-aan-de-demissionair-minister-van-ocw-over-de-aanpak-van-seksueel-grensoverschrijdend-gedrag-en-seksueel-geweld-in-het-hoger-onderwijs-en-de-wetenschap5Kamerstukken II, 25 883, nr. 490.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 240, nr. 1402 sociale veiligheid te bevorderen en de inspectie handvatten te geven omhierop toe te zien.In dit kader verken ik hoe eventueel (principes uit) de Arbowetgeving ende wetgeving in het funderend onderwijs te vertalen zijn naar eenzorgplicht in de WHW. Verder spreek ik met betrokken partijen in desector, zoals de Onderwijs- en Arbeidsinspectie, en wordt er gewerkt aande voorbereiding van een wetsvoorstel. Een ander punt dat hieraan raakt,is het vraagstuk of sociale veiligheid een aandachtspunt moet worden bijde borging van de onderwijskwaliteit via het accreditatiestelsel. De NVAOheeft aangegeven dit op te pakken met een thematische analyse. De startvan deze analyse wordt voorzien in de laatste maanden van 2024.Om invulling te geven aan de motie Michon-Derkzen en Van der Woudeinzake Title IX heb ik onderzoek verricht naar de toepasbaarheid vanverscheidene onderdelen van Title IX in Nederland6. Title IX is Ameri-kaanse wet- en regelgeving die discriminatie op basis van geslacht in hetonderwijs (in brede zin) moet tegengaan en daarmee als doel heeft omgendergelijkheid te stimuleren. Ook bevat Title IX elementen voorbescherming tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueelgeweld. Het valt op dat een aantal elementen van Title IX al wordtgeborgd in Nederlandse wet- en regelgeving, al dan niet in een vorm vanzelfregulering. Denk hierbij aan het verbod op intimidatie en seksueleintimidatie voor onderwijsinstellingen dat is vastgelegd in de Algemenewet gelijke behandeling en de Wet gelijke behandeling mannen envrouwen of de verschillende branchecodes met daarin richtlijnen voor hethebben van vertrouwenspersonen, ombudsfunctie of gedragscodes.Daarnaast reguleert Title IX veel rond klacht- en meldvoorzieningen. Alshet gaat om toepassingsmogelijkheden op dit vlak wil ik het onderzoeknaar klacht- en meldvoorzieningen afwachten waarin ook de adviezen vanregeringscommissaris Hamer worden meegenomen bij het zoeken naarhandelingsperspectieven.Lijn 2: Uitbreiding van de meld- overleg- en aangifteplicht zedenmis-drijven in de WHW en verkenning naar mogelijk verbod op zwijgbedingenIn het Wetsvoorstel Vrij en veilig onderwijs wordt een uitbreiding van demeld- overleg- en aangifteplicht (MOA) zedenmisdrijven geregeld op tweepunten die ook van invloed zijn op hogescholen en universiteiten. Teneerste zal de MOA verbreed worden naar meerderjarige studenten en nietalleen betrekking hebben op seksueel misbruik maar ook op seksueleintimidatie. De internetconsultatie van het Wetsvoorstel Vrij en veiligonderwijs is eind september 2023 gesloten en de reacties worden op ditmoment verwerkt. De verwachting is dat het wetsvoorstel rond de zomervan dit jaar wordt ingediend bij de Raad van State. In haar adviesonderstreept regeringscommissaris Hamer het belang van dezeuitbreiding om het melden structureel te ondersteunen.7Verder voer ik een inventarisatie uit naar een mogelijk probleem metbetrekking tot zwijgbedingen in het onderwijs. Deze inventarisatie richtzich op de sectoren po, vo, mbo, hbo en wo. Ik verwacht de uitkomstenhiervan dit jaar met uw Kamer te kunnen delen.6Kamerstukken II, 36 234, nr. 57RCGOG (2024) advies aan de demissionair Minister van OCW over de aanpak van seksueelgrensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld in het hoger onderwijs en de wetenschap.[https://www.rcgog.nl/publicaties 24 januari 2024]Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 240, nr. 1403 Lijn 3: Verbetering van voorzieningen voor klachten en meldingenNog te vaak zie ik bij incidenten dat klacht- en meldvoorzieningen nietgoed hebben gefunctioneerd, niet worden gevonden of niet wordenvertrouwd. Het recente onderzoek over de psychosociale arbeidsbelastingbinnen universiteiten van de Arbeidsinspectie bevestigt dit beeld.8 In mijnbrief van 8 juni 2023 heb ik aangegeven een beter beeld te willen krijgenvan de kwaliteit van klachtenprocedures, de inlichting erover aanstudenten en medewerkers en de tevredenheid over de behandeling vanklachten bij universiteiten en hogescholen. Ik heb daarom opdrachtgegeven voor een onafhankelijk onderzoek naar de werking van de klacht-en meldvoorzieningen binnen hogescholen en universiteiten. Dit sluit aanbij het advies van de Arbeidsinspectie om hier meer onderzoek naar tedoen.In het onderzoek is onder andere aandacht voor de rol van de Vertrou-wensinspectie (als onderdeel van de Inspectie van het Onderwijs), hetanoniem melden van onveilige situaties en handelingsperspectieven voorde instellingen gericht op de verbetering van de kwaliteit van hun klacht-en meldvoorzieningen zoals doorverwijzing naar de strafrechtketen, onderandere naar aanleiding van het toegenomen antisemitisme9. Tevens zalhet onderzoek inzicht moeten bieden in hoeverre een onafhankelijkmeldpunt meerwaarde kan hebben ten opzichte van de bestaandevoorzieningen binnen de instellingen. Ik heb het onderzoeksbureaugevraagd de aandachtspunten van regeringscommissaris Hamer op hetgebied van de klacht- en meldvoorzieningen mee te nemen bij deuitwerking van de handelingsperspectieven die het onderzoek moetopleveren.10Het onderzoek naar de klacht- en meldvoorzieningen is naar verwachtingeind 2024 afgerond. Op basis van de handelingsperspectieven die wordengeschetst, zal ik bezien welke vervolgstappen dit onderzoek oplevert. Deuitkomsten van het onderzoek en de voorgenomen vervolgstappen zal ikvoor de zomer van 2025 met uw Kamer delen.Lijn 4: Versterking toezichtDe verantwoordelijkheid voor sociale veiligheid ligt primair bij deinstellingen zelf.Recente casuïstiek, zoals het inspectierapport over de TU Delft en hetrapport van de Arbeidsinspectie over psychosociale arbeidsbelastingbinnen universiteiten, laat echter zien hoe belangrijk toezicht is ommisstanden aan het licht te brengen wanneer instellingen er niet in slagende sociale veiligheid te borgen. Het introduceren van de zorgplicht in deWHW geeft de Inspectie van het Onderwijs meer handvatten om op tetreden wanneer de sociale veiligheid van studenten in het geding komt. Inaanvulling hierop is met de Inspectie van het Onderwijs en de Arbeidsin-spectie verkend hoe zij (in samenhang) het externe toezicht kunnenversterken. Dit gesprek heeft een continu karakter. Het is daarnaast goedom te benoemen dat de Inspectie van het Onderwijs deze zomer zalstarten met een onderzoek naar de raden van toezicht bij instellingen inhet hbo en wo. De Inspectie van het Onderwijs wil onderzoeken hoe raden8Arbeidsinspectie (2024) Arbo in bedrijf special: Onderzoeksrapport Psychosociale arbeidsbe-lasting universiteiten, Onderzoek naar de stand van zaken rond werkdruk en ongewenst gedragen de aanpak hiervan op 14 Nederlandse publieke universiteiten. [https://www.nlarbeidsinspectie.nl/publicaties 14 mei 2024]9Kamerstukken II, 30 950, nr. 36710Met dit onderzoek geef ik invulling aan verschillende moties: 3. Toezegging Westerveld (VSOfactsheet sociale veiligheid, onderzoek doen naar anoniem melden), Motie van Michon-Derkzen en Van der Woude (VVD),Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 240, nr. 1404 van toezicht hun wettelijke opdracht invullen en wat zij voor een goedetaakinvulling nodig hebben. Op basis van de uitkomsten van ditonderzoek zal ik samen met de Inspectie van het Onderwijs eventuelevervolgstappen verkennen.Met betrekking tot intern toezicht staat sociale veiligheid als een terug-kerend agendapunt op mijn periodiek overleg met de voorzitters van deraden van toezicht van universiteiten. Het onderwerp zal ook vanuit mijnministerie besproken worden met de Vereniging ToezichthoudersHogescholen (VTH).Eerder heb ik ook aangegeven uw Kamer voor de zomer te informerenover de stand van zaken ten aanzien van het rapport van de Inspectie vanhet Onderwijs over de sociale veiligheid op de TU Delft. Dat doe ik graagdoor een afschrift van een brief die ik recentelijk aan de Raad van Toezichtvan de TU Delft heb verzonden met uw Kamer te delen, zie hiervoorbijlage 2. Naar aanleiding van het inspectierapport heb ik meerderegesprekken gevoerd met de Raad van Toezicht van de TU Delft om mijervan te vergewissen dat de TU Delft de herstelopdracht die de inspectieheeft gegeven goed oppakt, en om een heldere en onderbouwdeinschatting van de Raad van Toezicht te ontvangen of zij en het huidigeCollege van Bestuur in staat zijn om de geconstateerde problematiek open aan te pakken. De brief is een schriftelijke bevestiging van de onder-werpen en de aandachtspunten die ik in deze gesprekken heb meege-geven aan de Raad van Roezicht. Op basis van de tot nu toe gevoerdegesprekken heb ik er vertrouwen in dat mijn boodschap goed is overge-komen bij de Raad van Toezicht. Ik blijf het komende jaar gedurende deuitvoering van het verbeterplan door de TU Delft op gezette tijden ingesprek met de Raad van Toezicht om mij er blijvend van te vergewissendat dit goed wordt opgepakt.Lijn 5: Stimulering van samenwerking tussen universiteiten enhogescholen in het vergroten van sociale veiligheidSociale veiligheid moet gestalte krijgen binnen de instellingen zelf. In hetveld is veel bereidheid om hierin stappen te zetten. Tegelijkertijd is dit eencomplex onderwerp dat vele dimensies en dilemma’s kent. Een lerendeaanpak is daarom cruciaal. In mijn brief van 8 juni 2023 heb ik, mede opadvies van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen(KNAW), aangegeven een vierjarig programma te starten om de samen-werking in de sector te stimuleren en te faciliteren. Dit sluit aan bij eenbelangrijke oproep in het advies van regeringscommissaris Hamer om hetleren binnen de sector structureel te borgen.11Het landelijk programma sociale veiligheid dat ik ben gestart, heeft alsdoel de sociale veiligheid binnen het hoger onderwijs en de wetenschapte bevorderen. Ik heb op 3 juni 2024 een regiegroep ingesteld om hieruitvoering aan te geven.12 De basis voor de regiegroep ligt besloten in hetConvenant Sociale Veiligheid in Hoger Onderwijs en Wetenschap2024–2027 dat ik samen met partners in het veld heb gesloten.13 Alspartners hebben zich, naast OCW, bij dit convenant aangesloten: hetInterstedelijk Studenten Overleg (ISO) en de Landelijke Studentenvakbond(LSVb) vertegenwoordigen het perspectief van de studenten; PromovendiNetwerk Nederland (PNN) vertegenwoordigt, mede namens PostdocNL,11https://www.rcgog.nl/publicaties/brieven/2024/01/24/advies-aan-de-demissionair-minister-van-ocw-over-de-aanpak-van-seksueel-grensoverschrijdend-gedrag-en-seksueel-geweld-in-het-hoger-onderwijs-en-de-wetenschap12Stcrt. 2024, nr. 1801513Stcrt. 2024, nr. 17791Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 240, nr. 1405 de postdocs en promovendi binnen de Nederlandse universiteiten;Universiteiten van Nederland (UNL) en Vereniging Hogescholen (VH)vertegenwoordigen de besturen van de hbo- en wo-instellingen; deAlgemene Onderwijsbond (AOb) en de Federatie Nederlandse Vakbe-weging (FNV) vertegenwoordigen de medewerkers. Met ondertekeningvan dit convenant onderstreept de volledige sector haar commitment aanhet verbeteren van de sociale veiligheid in het hbo, wo en de wetenschap.Ik ben er trots op dat deze partijen de handen ineengeslagen hebben omhier samen aan te gaan werken.In het convenant zijn afspraken vastgelegd met betrekking tot deregiegroep sociale veiligheid. De regiegroep bestaat uit zes vertegenwoor-digers van de hiervoor genoemde convenantpartners en vijf inhoudelijkeexperts14. De leden van de regiegroep zijn door mij benoemd en wordengeacht zonder last en ruggenspraak te opereren, zodat de regiegroepslagvaardig en onafhankelijk is. Drs. Febe Deug CMC heeft zich bereidgetoond om voorzitter te worden van de regiegroep. Zij heeft alsvoorzitter van MORES en voorzitter van de integriteitscommissie JenVruime ervaring met deze problematiek. Ik ben haar en de andere ledenzeer erkentelijk dat zij hun kennis en ervaring willen inzetten voor ditbelangrijke doel.De regiegroep heeft als doel om de sociale veiligheid in hbo, wo en dewetenschap te bevorderen. Dit doet de regiegroep door initiatieven teinitiëren, faciliteren en stimuleren, die zich richten op kennisdeling,kennisvergaring en het bevorderen van samenwerking binnen de sectorop het gebied van sociale veiligheid. Bij het inrichten van haar aanpak zalde regiegroep aandacht besteden aan de drie belangrijke aspecten uit hetvoorgenoemde KNAW-advies, namelijk: 1) de organisatiestructuur vaninstellingen, 2) de cultuur op de werkvloer en 3) het systeem vanklachtafhandeling en preventie. Het KNAW-advies geeft ook de besturenvan instellingen concrete aanknopingspunten om te werken aan hunsociale veiligheid. Dit geldt ook voor het rapport van de Arbeidsinspectie.Een aantal van deze aanknopingspunten gaat specifiek in op de manierwaarop het management en leiderschap binnen de organisatie wordtvormgegeven en de mate waarin centraal beleid en visie haar weg vindtnaar de werkvloer.De verschillende incidenten waarmee ik recent helaas weer ben gecon-fronteerd, bevestigen het beeld dat een goede visie en duidelijke sturingonontbeerlijk zijn in het realiseren van de gewenste cultuurveranderingdie nodig is voor een sociaal veilig studie- en werkklimaat. Ik zal ditmeegeven aan de regiegroep, maar ook zelf met de instellingenverkennen hoe zij hieraan invulling kunnen geven. Verder laten de recenteincidenten bij studenten- en studieverenigingen zien dat ook hier urgentekwesties spelen rond sociaal onveilig gedrag. Ik heb daarom besloten omhen binnen de reikwijdte van de opdracht van de regiegroep te latenvallen en deze niet alleen te beperken tot de instellingen.Daarnaast geef ik het veld de mogelijkheid om subsidie aan te vragenvoor initiatieven gericht op de bevordering van sociale veiligheid. Om deintegraliteit te bewaken, zal ik de regiegroep vragen mij over dieaanvragen te adviseren. Ik verwacht van de regiegroep dat zij de sectorhelpt om de werkzame elementen van verschillende activiteiten diehelpen de sociale veiligheid te verbeteren te identificeren. Ook kan deregiegroep de sector helpen bij het ontwikkelen van een passende aanpak14De experts brengen expertise in, niet alleen op gebied van sociale veiligheid, maar ookrelevante aanpalende kennisgebieden, zoals diversiteit en inclusie, integrale veiligheid,organisatieverandering en seksueel grensoverschrijdend gedrag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 240, nr. 1406 in het licht van maatschappelijke ontwikkelingen. De regiegroep zalbelangrijke lessen en ervaringen die voortkomen uit haar programmadelen met de sector en met mij om het beleid op het gebied van socialeveiligheid binnen de sector te verbeteren. De regiegroep wordt in haartaak ondersteund door een programmamanager en een programmasecre-taris en kan desgewenst verdere ondersteuning organiseren. Voor ditlandelijke programma heb ik in de periode 2024 tot en met 2027 jaarlijks€ 4 miljoen beschikbaar gesteld.15Samenwerken aan een sociaal veilig hoger onderwijs enwetenschapIn mijn brief van 8 juni 2023 heb ik uw Kamer het bredere perspectiefgeschetst rond de activiteiten die lopen en die direct en indirect bijdragenaan het bevorderen van de sociale veiligheid binnen hbo, wo en dewetenschap, zoals het programma «Erkennen en Waarderen», de«OCW-agenda tegen discriminatie en racisme», het Nationaal Actiepro-gramma Aanpak Seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueelgeweld (NAP) en de Emancipatienota. Ook mijn structurele investeringenvoor meer onderzoek en vaste aanstellingen, met als doel het creëren vanrust en ruimte, zetten in op het verminderen van enkele factoren, zoalseen competitiedruk, die ten grondslag liggen aan sociale onveiligheid.Daarnaast zijn er verschillende initiatieven die zich richten op hetbevorderen specifieke vormen van sociale veiligheid zoals de preventievan seksueel grensoverschrijdend gedrag en acceptatie van lhbtiq+medewerkers en studenten.Seksueel grensoverschrijdend gedrag bij studie- en studentenvereni-gingenMet het oog op seksueel grensoverschrijdend gedrag is het van grootbelang dat ook studie- en studentenverenigingen hun verantwoorde-lijkheid nemen om te zorgen voor een sociaal veilige omgeving. Hierworden mooie stappen genomen. Zo hebben veel verenigingen zichaangesloten bij het Studentenpact16 waarbinnen zij zich committeren aaneen aantal afspraken, zoals goed samenwerken en het delen van kennisom de sociale veiligheid te verbeteren. Ook de Ben je oke?-campagne vanRutgers heeft verenigingen hierbij geholpen. Verder hebben veel studie-en studentenverenigingen een workshop van GELIJKSPEL gevolgd waarinzij inzicht hebben gekregen over onderwerpen zoals seksueel plezier en«sexual consent», waarmee zij gezamenlijk de omgangsvormen omtrentseks herschrijven. Ik ondersteun dit soort initiatieven door hiervoormiddelen beschikbaar te stellen vanuit het uitgangspunt dat de studenten-verenigingen zelf verantwoordelijk zijn voor het verbeteren van de socialeveiligheid onder hun leden.Ik zie echter dat nog niet alle verenigingen hun verantwoordelijkheidnemen. Elk incident is in mijn ogen onacceptabel. In het kader van detoezegging aan lid Becker heb ik inmiddels een eerste keer met deinstellingen gesproken over de rol die zij hebben in hun relatie metstudenten- en studieverenigingen.17Ik heb benadrukt dat ik het logischvind om elementaire eisen over de veiligheid te stellen bij het verstrekkenvan subsidie aan een organisatie. Ten aanzien van de afhandeling vanincidenten gaven instellingen mij hierover een helder signaal terug: bij15Kamerstukken II, 29 240, nr. 13116Studentenpact | seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld17N.a.v. twee verschillende toezeggingen, aan lid Van der Laan en lid Becker over de verant-woordelijkheid van de instellingen rondom de sociale veiligheid op studenten- en studiever-enigingen in het commissiedebat Emancipatie van 3 april 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 240, nr. 1407 incidenten schuwen zij niet om subsidies aan de studenten- en studiever-enigingen stop te zetten. Ook heb ik met hen gesproken over hoevoorlichting over seksueel grensoverschrijdend gedrag structureelingebed kan worden op de instellingen.Ik zie dat de sector hiermee aan de slag is. Ik zal met de instellingen ingesprek gaan met betrekking tot de verschillende aspecten van seksueelgrensoverschrijdend gedrag. Ik wil wel aangeven dat we moetenoppassen dat we dit probleem alleen bij de instellingen neerleggen,aangezien er grenzen zijn aan wat zij vanuit hun maatschappelijke functiekunnen doen. We kunnen hen wel vragen om daar waar mogelijk deverenigingen te helpen om hierop actie te ondernemen, bijvoorbeeld doorsamen te kijken hoe een sociale omgeving gecreëerd kan worden maarook door te werken met subsidievoorwaarden die eisen stellen aan hetcreëren van een sociale omgeving.Verder wil ik uw Kamer informeren over de gesprekken die ik metkunstonderwijsinstellingen over hun acties en voortgang op de verbe-tering van de sociale veiligheid op de opleidingen, waarbij er ookaandacht is geweest voor de professionalisering van docenten op hetgebied van sociale veiligheid.18 Met hun Code Sociale Veiligheid zet desector hier zelf op in.SlotIk zie uit naar initiatieven van zowel de regiegroep, als van de instellingenen de studentenorganisaties. Verder hecht ik veel waarde aan hetonderzoek van de Inspectie van het Onderwijs naar hoe raden van toezichthun wettelijke opdracht invullen en wat zij voor een goede taakinvullingnodig hebben. Samen met de handelingsperspectieven uit het onderzoeknaar de meld- en klachtvoorzieningen en de gesprekken die ik met deinstellingen blijf voeren, zal het ons inzicht vergroten hoe de instellingende sociale veiligheid onder hun studenten, onderzoekers en anderemedewerkers kunnen verbeteren.De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,R.H. Dijkgraaf18N.a.v. een toezegging van SCM uit de beleidsreactie op het rapport «Over de grens» van deRaad voor Cultuur, 34 843, nr. 62.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 240, nr. 1408

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · b0f3c721549c05b5

14 okt 2026 · 70ba8732c8af27c0

13 okt 2026 · e219732d94d5a352

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.