KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 29 januari 2026, over Digitaliserende overheid

2 mrt 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 7a2f8415066372b0 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202626 643Informatie- en communicatietechnologie (ICT)Nr. 1493 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 2 maart 2026 De vaste commissie voor Digitale Zaken heeft op 29 januari 2026 overleggevoerd met de heer Van Marum, Staatssecretaris van BinnenlandseZaken en Koninkrijksrelaties, over:–de brief van de Staatssecretaris Koninkrijksrelaties enDigitalisering d.d. 18 april 2025 inzake datalek in gepubli-ceerde documenten van de rijksoverheid (Kamerstuk 32 761,nr. 319);–de brief van de Staatssecretaris Koninkrijksrelaties enDigitalisering d.d. 22 april 2025 inzake overheidsbreedstandpunt generatieve AI (Kamerstuk 26 643, nr. 1331);–de brief van de Staatssecretaris Koninkrijksrelaties enDigitalisering d.d. 1 mei 2025 inzake AcICT-advies overprogramma Herbouw Digipoort (Kamerstuk 26 643, nr. 1334);–de brief van de Staatssecretaris Koninkrijksrelaties enDigitalisering d.d. 16 mei 2025 inzake digitaal vertegenwoordi-gen (Kamerstuk 36 600-VII, nr. 137);–de brief van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties d.d. 27 juni 2025 inzake jaarrapportage2024 van het Adviescollege ICT-toetsing (Kamerstuk 26 643,nr. 1355);–de brief van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties d.d. 15 september 2025 inzake advies overhet programma EDI-stelsel NL en het bureau Large Scale Pilots(Kamerstuk 26 643, nr. 1397);–de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 27 januari 2026 inzake reactie op verzoek commissieover (mogelijk) voorgenomen migratie naar Microsoft Azure bijde Sociale Verzekeringsbank (SVB) (Kamerstuk 26 643,nr. 1456). kst-26643-1493ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 14931 Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De fungerend voorzitter van de commissie,KathmannDe griffier van de commissie,BoeveTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 14932 Voorzitter: KathmannGriffier: BoeveAanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Van den Berg, El Boujdaini,Erkens, Kathmann, Vermeer en Zwinkels,en de heer Van Marum, Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties.Aanvang 9.46 uur.De voorzitter:Mensen, het is tijd. We gaan beginnen met het commissiedebat Digitalise-rende overheid. Voor dit debat staat drie uur en daarom kijk ik mijncollega’s even streng aan. Ik denk dat ik vier interrupties toe ga staan endaar mag dan best ook wel een vervolgje op volgen, maar bepaaldemensen moeten zich dit wel meer aantrekken dan anderen! Het moetnamelijk wel echt een vervolg zijn op de interruptie. Ik denk dat we het zobinnen de tijd kunnen doen, maar gaat dat nou niet lukken, dan perken wehet een beetje in. De spreektijd is vier minuten. Ik geef zo meteen alseerste het woord aan mevrouw El Boujdaini van D66, maar eerst heet ikde Staatssecretaris van harte welkom, want we weten zomaar niethoeveel debatten we nog met elkaar gaan doen.Staatssecretaris Van Marum:Dank u wel, voorzitter. We zitten nu bij een nieuwe commissie, maar wegaan toch nog even kijken wat we met elkaar kunnen doen in de tijd dieons rest. Daarna is het aan het nieuwe kabinet.De voorzitter:Dat is mooi om te horen. Ik geef het woord aan mevrouw El Boujdaini vanD66.Mevrouw El Boujdaini (D66):Dank u wel, voorzitter. Van belastingaangiftes tot vergunningverlening,van werkplekken van ambtenaren tot het openen van sluizen: onze digitaleinfrastructuur riskeert een speelbal te worden van een geopolitieke storm.Ik ontvang veel e-mails van mensen die zich hier terecht zorgen overmaken. Zij vragen zich af hoe kwetsbaar wij zijn geworden door eenonvoorspelbare Amerikaanse overheid. Tegelijkertijd heb ik het idee datwe constant achter de feiten aanlopen. De nieuwsberichten vliegen onsom de oren. Is het niet DigiD, dan is het wel de Belastingdienst diemigreert naar Microsoft. En iedere keer constateren we achteraf: hierhadden we beter over na moeten denken.Voorzitter. Ik wil vooral vragen stellen en informatie op tafel krijgen. Mijneerste vragen gaan over definities, omdat die nu vaak ontbreken. Welkedigitale systemen, diensten en infrastructuren beschouwt het kabinet alskritiek of vitaal voor het functioneren van de overheid? En wie bepaaltwelke systemen, infrastructuren en diensten vitaal zijn? Zijn dat dedepartementen zelf of is dat ergens anders belegd?Techexpert Bert Hubert heeft al een eerste overzicht gemaakt van welkeoverheidsorganisaties afhankelijk zijn van de Amerikaanse cloud. Dat iseen goed begin, maar er ontbreekt nog veel overzicht. Kan de Staatssecre-taris het volgende toelichten? Heeft de Staatssecretaris een integraaloverzicht van waar onze meest kwetsbare afhankelijkheden zitten? Zo nee,wanneer kan de Kamer dat overzicht dan verwachten? Kan de Staatssecre-taris een overzicht aanleveren van welke grote contracten er de komendetwee jaar aflopen?Voorzitter. De Kamer zoekt al langer naar handvatten om te sturen opdigitale soevereiniteit. De casus Solvinity is tekenend hiervoor. De enigeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 14933 noodrem die resteert, is het onafhankelijke advies van het BureauToetsing Investeringen. Kan de Staatssecretaris uiteenzetten welkinstrumentarium de Nederlandse overheid heeft om te sturen op digitalesoevereiniteit en welke er volgens hem nog ontbreken? En wat is er nodigom soevereiniteit als criterium mee te nemen in aanbestedingen?De brief van de SVB. Daarin staat dat er een aanbesteding loopt voor hetbeheer van infrastructuur- en applicatieplatformen. Wordt er in dezeaanbesteding gekeken naar Europese leveranciers? De SVB geeft ook aanverschillende ICT-diensten te vernieuwen in Microsoft Azure als een vanhaar bestaande leveranciers. Ik vraag me dan af of de krantenartikelen vande afgelopen tijd geen wake-upcall waren. Hoe beoordeelt de Staatssecre-taris dit, want er zijn wel degelijk Europese alternatieven?Voorzitter. AI biedt kansen. De inzet ervan is ook nauw verbonden metdigitale soevereiniteit. Daarom is het goed dat er een overheidsbreedstandpunt over AI is en er een handreiking AI is ontwikkeld. Ik heb daarnog wel een aantal vragen over. Hoe wordt in het AI-beleid explicietrekening gehouden met digitale weerbaarheid en soevereiniteit? Wordt erbij de inkoop en inzet van AI-toepassingen standaard gekeken naar waardata verwerkt worden en naar wie daar zeggenschap over heeft?Voorzitter. Het is goed dat we zo veel digitaal kunnen doen en regelen,bijvoorbeeld met Digipoort. Dat is een essentiële schakel voor veilige enbetrouwbare digitale gegevensuitwisseling tussen ondernemers enoverheidsorganisaties. Maar ook Digipoort wordt gehost door deAmerikaanse multinational Equinix. Hoe borgt de Staatssecretaris deveiligheid van Digipoort in het kader van digitale soevereiniteit? Hoebeoordeelt de Staatssecretaris dat de kosten initieel waren geraamd op 23miljoen euro en Logius nu verwacht dat het 81 miljoen euro zal gaankosten? En hoe staat het met het onderzoek naar alternatieven en debepaling voor de richting voor het vervolg hiervan?Tot slot, voorzitter. Afgelopen maandag werd gelukkig duidelijk dat we inNederland wel degelijk beschikken over sterke en innovatieve bedrijvendie onze digitale dienstverlening betrouwbaar en veilig kunnen verzorgen.Het kan wel, klonk het. Het is tijd om afscheid te nemen van naïviteit enecht werk te maken van digitale soevereiniteit.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel voor uw bijdrage. Ik zie geen interrupties. Dan is het woordaan mevrouw Zwinkels van D66. O, excuses. Mevrouw Zwinkels van hetCDA!Mevrouw Zwinkels (CDA):Dank u wel, voorzitter. U bent vandaag de tweede die die fout bij mijmaakt en de dag is nog jong! Ik hoop niet dat dit me nog vaker gaatoverkomen. U bent al de tweede, maar dat is geen enkel probleem, wantdat kan gebeuren. Maar ik ben toch echt van het CDA.Voorzitter. De digitalisering van de overheid raakt inmiddels vrijwel iederaspect van het dagelijks leven van mensen, van het aanvragen vantoeslagen en zorgen tot het doen van aangifte, contact met uitvoeringsor-ganisaties en het ondersteunen van een familielid dat het zelf niet meerkan. Digitalisering biedt kansen, maar voor het CDA geldt een duidelijkemaatstaf. Werkt het betrouwbaar, uitlegbaar en in het belang van burgersen bedrijven?Voorzitter, ik wil me vandaag beperken tot drie onderwerpen. Ten eerstede sturing en de opvolging van ICT-adviezen. Het AdviescollegeICT-toetsing laat in zijn jaarrapportage opnieuw zien dat de problemenhardnekkig zijn. We hebben verouderde systemen, complexe projecten enkeuzes die onder tijdsdruk worden gemaakt, zonder dat alternatievenserieus worden onderzocht. Wat opvalt is dat deze signalen vaak wordenherkend, maar dat de opvolging te vrijblijvend is. Er wordt verbeterd enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 14934 herijkt, maar zelden echt bijgestuurd. Mijn vraag aan de Staatssecretaris isdaarom: wanneer wordt opvolging van de adviezen van het AdviescollegeICT-toetsing meer dan een bestuurlijk inspanning en daadwerkelijk eenharde randvoorwaarde? Ik denk dan aan die adviezen als een explicietijkpunt voordat een volgende fase of een verplichting in een project wordtaangegaan. Is hij bereid om bij grote ICT-projecten expliciet inzichtelijk temaken welke adviezen zijn overgenomen, welke niet en welke risico’sdaarmee bewust worden geaccepteerd?Ten tweede de betrouwbaarheid van de digitale basis van de overheid.Voorzieningen als Digipoort en het EDI-stelsel zijn geen abstracteinfrastructuur, maar essentiële schakels voor ondernemers, burgers enuitvoeringsorganisaties. Juist daarom baart het mij zorgen dat we bij dezegrote trajecten telkens hetzelfde patroon zien: de techniek komt op gang,maar governance, kostenbeheersing en realistische planning blijvenachter. Bij Digipoort is ervoor gekozen om door te gaan, ondanks stevigekritiek.Over het EDI-stelsel concludeert het Adviescollege ICT-toetsing dat hetstelsel nog onvoldoende is ingericht en dat de maatschappelijke batenvoor burgers en bedrijven onvoldoende centraal staan. Hoe zorgt deStaatssecretaris ervoor dat deze cruciale voorzieningen niet alleentechnisch functioneren, maar ook bestuurlijk robuust en toekomstvast zijn,met oog voor afhankelijkheden, kennisborging, toezicht en publieke regie?En hoe wordt voorkomen dat Europese verplichtingen en bijbehorendetermijnen leiden tot haastige keuzes, bijvoorbeeld in het ontwerp of deaanbesteding? Ik vraag dat, omdat de gevolgen uiteindelijk wel bij burgersen bedrijven terechtkomen.Ten derde het perspectief van de burger. Digitalisering mag nooitbetekenen dat mensen vastlopen in systemen. Toch zien we bij digitaalvertegenwoordigen en identificeren dat mantelzorgers, bewindvoerdersen ouders in de praktijk vaak geen werkbaar alternatief hebben. Mensenhandelen daarom soms buiten de regels, niet uit onwil of door gebrek aanvaardigheden, maar omdat de systemen, de digitale systemen, onvol-doende aansluiten bij de werkelijkheid van mantelzorg, vertegenwoor-diging en het dagelijks leven.Voorzitter. Voor mijn fractie is het essentieel dat digitalisering keuze-vrijheid, nabijheid en rechtsbescherming versterkt. Daarom vraag ik deStaatssecretaris hoe er bij nieuwe digitale stelsels structureel getoetstwordt of zij begrijpelijk en werkbaar zijn voor mensen die niet digitaalzelfredzaam zijn. Kan hij toezeggen dat niemand door digitaliseringrechten verliest of afhankelijk wordt van informele noodoplossingen? Enhoe wordt geborgd dat signalen hierover tijdig in beeld komen, zodat erook kan worden bijgestuurd voordat de problemen zich opstapelen?Voorzitter, tot slot. Digitalisering is geen doel op zich. Het is een middelom een overheid te zijn die betrouwbaar, rechtvaardig en dienstbaar is.Dat vraagt om innovatie, maar ook om verantwoordelijkheid en zorgvul-digheid. Ik zie uit naar de beantwoording van de Staatssecretaris.De voorzitter:Dank voor uw bijdrage. Dan is nu het woord aan de heer Vermeer vanBBB.De heer Vermeer (BBB):Dank u wel, voorzitter. De overheid digitaliseert in een razend tempo. Datis een ontwikkeling die BBB aanmoedigt, omdat digitalisering kanbijdragen aan betere dienstverlening en een efficiëntere manier vanwerken. Die vooruitgang kent echter ook een grens, want we moetenoppassen voor een overheid die alleen nog maar spreekt in de taal vanalgoritmes. Achter elk dossier zit immers een mens met een eigenverhaal, dat niet altijd past binnen de logica van een computersysteem.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 14935 Juist daarom moeten we scherp zijn op wie deze systemen bouwt, wie zebeheert en wie uiteindelijk de zeggenschap heeft.Precies op dat punt raakt de overname van Solvinity door Kyndryl de kernvan onze nationale veiligheid. Dit gaat niet om de verkoop van eenwillekeurig Nederlands bedrijf aan een buitenlandse partij; die partij isoverigens al sinds jaren voor 60% in Britse handen. Solvinity beheert onzedigitale voordeur, DigiD. Dat is het systeem waarmee Nederlanders hunbelastingzaken regelen, maar waarmee Onze Minister van Financiën dusook belastinggeld binnen kan halen. Met dat systeem zien Nederlandersook hun zorggegevens in, halen ze informatie op over hun pensioen enhebben ze veilig contact met de overheid. Bij een overtreding kan je viadat systeem zelfs inloggen bij het OM om te kijken hoe je in je auto zit enwat je daar gedaan had. Betrouwbaar en veilig bij overheidsorganisatieskunnen inloggen raakt rechtstreeks aan het vertrouwen van burgers enaan de kern van onze nationale veiligheid.BBB is niet tegen de vrije markt en heeft geen afkeer van grote interna-tionale bedrijven en we laten ons ook geen geopolitiek angstcomplexaanpraten dat ons tegenover bijvoorbeeld de Verenigde Staten plaatst,maar gezond verstand zegt wel dat deze overname grote risico’s met zichmeebrengt en dat je de regie over de meest vitale digitale infrastructuurvan ons land, de gegevens van alle Nederlanders, niet in handen legt vaneen partij die zich moet schikken naar buitenlandse wetgeving. Daaromvraag ik de Staatssecretaris welke harde waarborgen er zijn dat devertrouwelijkheid, veiligheid en beschikbaarheid rond DigiD onver-minderd gegarandeerd zijn. Ook vraag ik wat toezeggingen nog waard zijnals wetgeving in het buitenland daar uiteindelijk doorheen kan snijden.Hoe voorkomen we dat dit soort diensten afgesloten worden als er eensanctiemiddel ingezet gaat worden? Hierbij is een sanctie tegen eenbedrijf namelijk ook meteen een sanctie tegen de complete overheid.Voorzitter. Laten we helder zijn: we mogen de sleutel van de kluis vanonze verzorgingsstaat niet laten verhuizen naar de andere kant van deoceaan. Dat is niet uit wantrouwen maar uit verantwoordelijkheid. Digitalesoevereiniteit is geen luxe, maar een randvoorwaarde voor een goedfunctionerende rechtsstaat. Wie vandaag zegt dat het vast goed gaat,moet morgen ook kunnen uitleggen waarom we het laten gebeuren alshet misgaat. Die verantwoordelijkheid stopt niet bij eigendom enzeggenschap, want die verantwoordelijkheid begint juist bij de manierwaarop digitale systemen in de praktijk uitpakken voor mensen. HetAdviescollege ICT-toetsing legt terecht de vinger op de zere plek:geautomatiseerde systemen laten ambtenaren vaak te weinig ruimte omaf te wijken wanneer een uitkomst onrechtvaardig is.Voorzitter. Laat digitalisering nooit, maar dan ook nooit een muur zijnwaar de burger tegenaan loopt. Daarom hebben we ook gestreden voorde Informatiepunten Digitale Overheid en zijn we blij dat daar ook weergeld voor beschikbaar gesteld is. Laat digitalisering een hulpmiddel zijndat de publieke dienstverlening versterkt. Technologie, en ook AI, mag alsondersteuning worden gebruikt, maar de verantwoordelijkheid voorbeslissingen die burgers raken, moet altijd bij een mens blijven. Alleen zoblijft de overheid menselijk, rechtvaardig en betrouwbaar.Dank u wel.De voorzitter:Dank voor uw bijdrage. Dan is het woord aan de heer Erkens van de VVD.De heer Erkens (VVD):Dank u, voorzitter. Burgers moeten de overheid online kunnen vindenwanneer het nodig is. Dienstverlening moet werken, gegevens moetenkloppen en data moeten veilig zijn. Dat is de basis voor vertrouwen: eenoverheid die betrouwbaar met informatie omgaat en verantwoordelijkheidneemt voor bescherming van gegevens. De werkelijkheid is echter vaakTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 14936 anders. De overheid loopt in het digitale domein steeds vaker vast:ICT-projecten lopen uit, AI wordt vaak als een bedreiging in plaats van alseen kans gezien en we geven kritieke systemen en data uit handen aanonder andere de Verenigde Staten. De recente berichtgeving over deovername van Solvinity door een Amerikaans bedrijf baart ons als partijook grote zorgen. Daarbij schoffeert Solvinity de Kamer wat mij betreftook nog eens door te weigeren naar de Kamer te komen om hierover metons in gesprek te gaan.DigiD mag niet overgaan naar Amerikaans eigenaarschap. Dat is ons welduidelijk geworden bij verschillende briefings hier in de Kamer, waarbijwe zagen dat er heel veel pleisters moesten worden geplakt doorministeries en overheidsdiensten om alle risico’s te mitigeren. Dat is eensignaal dat we toch best een risico aan het nemen zijn met elkaar. Dataover onze burgers gaan we niet toegankelijk maken voor de Amerikaanseautoriteiten. Deze activiteiten van Solvinity moeten in Nederlandse, of inieder geval Europese, handen blijven. Daarom vraag ik de Staatssecretarishoe hij deze situatie duidt. Kan hij de Kamer, voorafgaand aan het plenairedebat over dit onderwerp, een brief doen toekomen met de verschillendeopties die er nog zijn om in te grijpen, van meest verstrekkend tot minstingrijpend?De voorzitter:Meneer Erkens, u heeft een interruptie van de heer Van den Berg vanJA21. Meneer Vermeer, uw microfoon staat nog aan.De heer Van den Berg (JA21):Ik heb een vraag aan de heer Erkens over de overname van Solvinity. Bentu niet bang dat we in dezelfde situatie terechtkomen als bij Nexperia, enachteraf heel zwaar gaan handelen, terwijl we eigenlijk met elkaar de lesmoeten trekken dat we aan de voorkant hadden moeten handelen en eenkader hadden moeten vaststellen om dit te voorkomen?De heer Erkens (VVD):Deze twee waarheden kunnen naast elkaar bestaan. Volgens mij is de lesinderdaad dat we dit aan de voorkant veel beter moeten regelen metelkaar. Bij de briefing van de overheidsorganisaties zagen we ook dat hetgeopolitieke tijdsgewricht dusdanig snel veranderd is dat veel van dezeprocessen en oudere aanbestedingen hier nog niet op waren ingericht.Die moeten we aanpassen. Ik ga zo in op hoe we met die aanbestedings-processen omgaan, zodat we het aan de voorkant kunnen borgen. Ik denkdat we nu wel een acuut probleem hebben met Solvinity. In alleeerlijkheid worstel ik nog met de vraag hoe we dit moeten oplossen. Erkomt nog een plenair debat, waarschijnlijk voor het voorjaarsreces. Hetzou mijn fractie, en ik denk ook een aantal collega’s hier, in ieder gevalhelpen als we van de Staatssecretaris een overzicht krijgen met deverschillende opties en maatregelen die we nog kunnen nemen om in tegrijpen, van meest verstrekkend tot minst verstrekkend. Dan kunnen weeen geïnformeerd debat voeren over welke keuze het kabinet en de Kamergezamenlijk kunnen nemen.De voorzitter:De heer Van den Berg heeft nog een interruptie.De heer Van den Berg (JA21):Dank voor het antwoord. Wat ik me dan nog wel afvraag, is het volgende.U bent, net zoals wij, voor een goed investerings- en vestigingsklimaat. Ikben heel erg bang dat, als wij als politiek te elfder ure dit soort beslis-singen gaan nemen die de markt niet had kunnen voorzien, wij daarmeede doodsteek geven aan ons investeringsklimaat, omdat bedrijven hetsignaal krijgen dat als je succesvol bent, je je bedrijf in eigendom hebt enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 14937 het op enig moment wilt verkopen en winst wilt maken, de politiek ineenszou kunnen ingrijpen. De politiek – dat zijn wij – is namelijk verantwoor-delijk voor het feit dat zo’n kader aan de voorkant niet is gerealiseerd.Kortom, hoe komt dat over op de markt?De heer Erkens (VVD):Voor een aantal marktpartijen zal het inderdaad overkomen als een extraonzekerheid voor een investering. Dat zal zeker het geval zijn. Ik denk nietdat dat het geval gaat zijn bij Europese partijen. Die willen we juist in onzecloud en digitale infrastructuur krijgen. Ik denk dat we hierbij eenafweging moeten maken tussen het risico dat DigiD in buitenlandsehanden verdwijnt en een deukje in het investeringsklimaat voor Ameri-kaanse digitale partijen.De voorzitter:Meneer Erkens, u kunt uw betoog vervolgen.De heer Erkens (VVD):Voorzitter. We hebben van experts gehoord dat er voldoende alternatieveaanbieders zijn, zowel in Nederland, Duitsland als in andere Europeselanden. Is er al gesproken met deze aanbieders, die mogelijk ook een deelvan de oplossing kunnen zijn in deze situatie?Voorzitter. Voor kritieke processen is het van belang dat de cloud meerNederlands of Europees wordt. Hierbij moeten we wel gericht kijken,omdat we niet meteen onze hele digitale infrastructuur Europees kunnenonderbrengen. We moeten ook kritisch kijken naar de aanbestedingspro-cessen. Hoe kijkt de Staatssecretaris hiernaar, en wat is hij van plan metspoed te veranderen, zodat we dit in aanbestedingen die in de komendemaanden en jaren plaatsvinden, aan de voorkant, zoals net in hetinterruptiedebat besproken, meteen goed kunnen borgen, zodat weachteraf niet naar zware middelen hoeven te grijpen om dingen recht tetrekken?Kan de Staatssecretaris inzichtelijk maken welke opties er al zijn in deAanbestedingswet voor de verschillende overheidsorganisaties dieallemaal tegen hetzelfde probleem aanlopen? We willen voorkomen datiedereen het wiel opnieuw moet uitvinden en er fouten worden gemaakt,terwijl de Staatssecretaris met zijn mensen hier misschien al een heelgoed overzicht van heeft.Voorzitter. Naast het streven naar digitale autonomie moeten overheids-zaken voor burgers ook digitaal en eenvoudig te regelen zijn, zoals inEstland het geval is. Welke concrete keuzes maakt het kabinet omdienstverlening volledig digitaal te krijgen? Welke lessen kunnen we lerenvan Estland? Heeft en neemt de Staatssecretaris regie op al gestarteICT-projecten die blijven uitlopen in tijd en kosten? Moeten projecten nietvaker worden stopgezet als blijkt dat ze fors over het budget gaan, forsevertraging oplopen en daardoor niet meer kunnen voldoen aan deopdracht die we aan de voorkant hebben gegeven?Voorzitter. Tot slot nog een kort woord over AI. De overheid zag het in haarvorige standpunt eigenlijk vooral als een bedreiging. Ik ben blij dat deStaatssecretaris met zijn strategie een beweging heeft ingezet om hetmeer als kans te gaan zien. Dat kan bijdragen aan kortere wachttijden, eenverlichting van werkdruk van ambtenaren en ga zo door. Dus: hoe is deStaatssecretaris van plan het gebruik van AI binnen de overheid testimuleren? Hoe wordt voorkomen dat we toch nog onnodige regeldrukervaren die de implementatie ervan belemmert? Welke kaders is deStaatssecretaris bereid om aan te passen om het schaalbaar te kunneninzetten? Wat is wat de Staatssecretaris betreft de volgende stap op datvlak?Dank u wel, voorzitter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 14938 De voorzitter:Dank u voor uw bijdrage. Het woord is aan de heer Van den Berg vanJA21.De heer Van den Berg (JA21):Dank, voorzitter. Goed om eens een keer het debat met de Staatssecretariste voeren in plaats van alleen maar met elkaar en experts. Dat is eenmooie ommekeer.Voorzitter. Nederland heeft geen tekort aan digitalisering. We hebben eentekort aan digitale volwassenheid. De laatste tijd heeft ons dat pijnlijkduidelijk gemaakt. We noemen het wel «een digitale overheid», maarburgers en ondernemers zien vaak toch digitale versnippering. Dat zie jeaan een hele hoop zaken. Als je bijvoorbeeld verhuist van gemeente Anaar gemeente B, voelt het soms alsof je een heel systeem moetmigreren. Dat geldt bijvoorbeeld voor belastingen en voor de WOZ, maarhet geldt ook weleens voor andere vlakken zoals parkeren of anderezaken.Ik snap die decentralisatie. Lokale keuzes zijn goed voor de burger en heeldichtbij. Maar de laatste tijd heeft ook laten zien dat regie pakken juist ookheel erg belangrijk is. Mijn vraag is daarom waarom we een visie van deoverheid niet naar onze hele samenleving vertalen. Dan heb ik het dusniet alleen over het Rijk, maar ook over de provincies en de gemeenten,en misschien ook wel over de waterschappen of de veiligheidsregio’s. Zokomt er één, consistent beleid.Ik had het net al even over parkeren. In bijvoorbeeld de gemeenteRotterdam is er een parkeerapp voor als je bezoekers krijgt. In Den Haag iser weer een andere app. Wat zit daarachter? Elk traject wordt op dezemanier apart aanbesteed. Elke aanbesteding kost meer tijd van ambte-naren en bedrijven en zorgt voor aparte structuren waarmee we moetenwerken. Dat maakt het voor de inwoner onoverzichtelijk en voor deoverheid complex en duur.Zo gaat het niet alleen bij de parkeerbelastingen en de parkeerapps, maarbijvoorbeeld ook bij de provincies, op het gebied van verkeersmanage-mentsystemen, vergunningen, openbareruimteportalen en noem maarop. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is dan ook als volgt. Kunnen weeen manier vinden waarop we dit centraler regelen? Uitgangspunt is dandat we meer regie kunnen voeren. Dan sturen we bijvoorbeeld opNederlandse of Europese bedrijven met dezelfde veiligheidsstandaarden.Daardoor wordt het aantrekkelijker voor bedrijven om hierop in teschrijven.Ik heb daar nog een vraag bij. Kunnen we het dan ook zo organiseren datwe kijken naar samenwerkingsverbanden tussen bedrijven, net zoals bijinfrastructuur? Op die manier borgen we de autonomie voor als éénbedrijf wordt overgekocht, zoals bij DigiD, of als een bedrijf failliet gaat,met wat voor gevolgen dan ook. Op die manier kunnen we ook onzedigitale veiligheid borgen.Voorzitter. Dat heeft drie gevolgen. Ten eerste is het goed voor onzeeconomie. Het scheelt zowel gemeenten en het Rijk als bedrijvensimpelweg een heleboel geld. Ten tweede zorgt het ervoor dat we eenlock-in voorkomen, dus het aanbesteden aan een enkel bedrijf. Zo lopenwe niet tegen de gevolgen aan wanneer dat wordt overgekocht. Ten derdeheeft het te maken met de veiligheid.De heer Vermeer (BBB):Ik kan het relaas van de heer Van den Berg redelijk volgen, tot op hetvolgende punt. Eerst zegt hij dat alles op dezelfde manier en via dezelfdeapps en zo moet worden ingericht. Vervolgens zegt hij dat niet alles in éénhand moet komen, omdat dat kwetsbaar is. Het is óf het een óf het ander.Kan de heer Van den Berg zeggen wat hij nou eigenlijk bedoelt?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 14939 De heer Van den Berg (JA21):Dank u wel voor deze vraag, meneer Vermeer. Het gaat erom dat deoverheid, dus het Rijk of de provincies en de gemeenten, de regie inhanden neemt. Het gaat erom dat we één aanbesteding uitschrijven endat je één manier van werken hebt. Maar het innen van gemeentelijkebelastingen is met 342 gemeenten in Nederland misschien wel heel erggroot. Dan kan je er bijvoorbeeld voor kiezen dat je meerdere bedrijven deopdracht laat uitvoeren. Dan heb je meerdere bedrijven, maar binnen eenen dezelfde opdracht. Dat zorgt voor redundantie. Dat zorgt ervoor dat wekunnen terugvallen op het ene of het andere bedrijf of dat we wellichtkunnen uitbreiden via een van die bedrijven.De heer Vermeer (BBB):Hoe voorkomt de heer Van den Berg dan dat er wel naar pluriformiteitwordt gezocht, maar dat het één bedrijf met een excellerend producteigenlijk niet gegund zou moeten worden, volgens deze redenatie, omdatdat bedrijf anders te veel klanten krijgt?De heer Van den Berg (JA21):Nou, als er iemand is die staat te juichen voor de markt, dan is het JA21wel. Ik denk dat bedrijven heel veel goede oplossingen aanbieden. Alleenmoeten er nu heel veel oplossingen aangeboden worden bij al diegemeenten en provincies. Ik denk dat het beter is als daar één kader voorkomt. Uiteindelijk is de beste oplossing natuurlijk ook voor de samen-leving de beste, maar dat wordt ook al aan de voorkant ingekaderd doorhet kader dat wij meegeven. Is het een Nederlands of Europees bedrijf?Aan welke veiligheidsstandaarden voldoet het? Heeft het een Nederlandsevennootschap, zoals de discussie bij Kyndryl was? Ga zo maar door. Alswe hier goed over willen nadenken, dan denk ik dat het beter is dat we datin één keer doen, in plaats van dat we hier nu iets leren van bijvoorbeeldde kwestie met DigiD, maar vervolgens in de gemeenten en provinciestoch elke keer dezelfde fouten blijven maken omdat het zo versnipperd is.De voorzitter:Meneer Van den Berg, u kunt uw betoog vervolgen.De heer Van den Berg (JA21):Ik wil het met u hebben over de classificaties. Ik heb het de laatste tijd veelmet commissieleden besproken. In een ver verleden was ik zelf militair. Inhet leger werken we met vertrouwensclassificaties voor informatie die wegebruiken. Die classificaties zijn bijvoorbeeld voor een afspraak met dekoffiejuffrouw, dan met een leidinggevende, dan met het hogermanagement en uiteindelijk kom je uit het in het staatsgeheim. Ik denk dathet goed zou zijn als de overheid bij alle ministeries dezelfde classificatiesgaat aanhouden voor het behandelen van die informatie. Op dit momentis dat niet zo. Dat maakt het voor ons moeilijker om de regie te voeren opde manier waarop we data willen beveiligen. Dat moet anders. Ik vraag deStaatssecretaris of daar een weg in gevonden kan worden of dat ikwellicht zaken over het hoofd zie en het al beter geregeld is dan ik stel.De voorzitter:U heeft niet veel tijd meer. Eigenlijk heeft u geen tijd meer, maar u magnog uw laatste punt maken.De heer Van den Berg (JA21):Voorzitter. Dan rond ik af met DigiD. Mijn oproep aan deze commissie, enaan de samenleving en de overheid, is vooral: laten we hier vooral vanleren dat we hier aan de voorkant naar moeten kijken. Laten we een visiemaken voor de toekomst en niet meer achteraf paniekvoetbal gaanspelen. Die tijd is wel voorbij.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 149310 De heer Erkens (VVD):Ik denk dat de hele Kamer deelt dat we hiervan moeten leren, maar vindtJA21 dan dat we nog moeten ingrijpen in deze situatie?De heer Van den Berg (JA21):Daar zijn we ons op dit moment nog op aan het beraden als fractie. Het iswel een hele complexe situatie. De laatste tijd hebben we heel veelinformatie tot ons kunnen nemen, bijvoorbeeld over de risico’s vanTrump, die op een zogeheten «killswitch» zou kunnen drukken. Eigenlijkwijst alle informatie er op dit moment op dat dat niet het geval is en datdie wetgeving mogelijkheden biedt, net zoals Europese wetgeving, omspecifieke personen of organisaties aan te pakken die bijvoorbeeldstrafbare feiten plegen. Dat maakt de situatie wel wat complex. Ik wil inieder geval wel stellen dat het een slecht signaal afgeeft aan de markt alswij ingrijpen. Ik zei net al tegen de heer Erkens dat we op deze maniereigenlijk juist innovatieve Nederlandse of Europese bedrijven het signaalgeven: supergoed als jullie het goed doen, maar als jullie je winst willenincasseren en verkocht worden, dan kunnen wij jullie te elfder ure tochtegenhouden. Ik denk dat dat in ieder geval een verkeerde afslag is die weniet moeten nemen.De voorzitter:U heeft nog een interruptie van de heer Erkens, dan een van de heerVermeer en dan een van mevrouw Zwinkels.De heer Erkens (VVD):Ik wil er toch nog op doorvragen, want ik denk dat het effect op hetinvesteringsklimaat ook weer niet zo draconisch zal zijn. Het gaat in ditgeval om een specifiek onderdeel van de digitale infrastructuur van deoverheid waarvan wij met elkaar zeggen dat dat niet in Amerikaansehanden kan komen. Kan ik dan concluderen dat JA21 op dit moment neigtnaar niet ingrijpen omdat JA21 de effecten van de investeringen vanKyndryl belangrijker weegt dan de data van Nederlandse burgers?De heer Van den Berg (JA21):Ik denk dat dat een valse tegenstelling is. Ik zei het net al: wij zijn ons hierals fractie op aan het beraden. Ik denk ook niet dat het zwart-wit is.Kyndryl dan wel een ander groot bedrijf, Amerikaans of niet, zou zomaareens beter met onze data kunnen omgaan qua veiligheid dan wij alsNederlandse overheid zouden kunnen. Tussen Logius en bijvoorbeeldKyndryl, en in het verleden natuurlijk ook Solvinity, worden hele duidelijkeafspraken gemaakt over wat wel en niet kan. Dat is ook heel vaaktoegelicht. Ik denk dat dat in ieder geval belangrijk is. Ik denk dat dat heteerste traject is dat we in ieder geval met elkaar moeten uitlopen om tezien of we voldoende waarborgen kunnen realiseren, zodat zo’n nucleaireoptie niet nodig blijkt te zijn. Daar zijn we ons dus op aan het beraden.De heer Vermeer (BBB):De heer Van den Berg is ook bij de verschillende technische briefings enrondetafelgesprekken geweest. Toch zegt hij nu dat er geen sprake is vaneen soort killswitch en dat de dienst niet uitgezet kan worden, omdat dewetgeving van Amerika zich bijvoorbeeld specifiek richt op personen enbedrijven. Maar is de heer Van den Berg zich er ook van bewust { Tussende regels door hebben al die mensen namelijk wel gezegd dat het niet uitte sluiten is dat ze de dienst ontoegankelijk maken. Daar zit namelijk eenspecifiek gevaar in. Ik moet toch een iets langere inleiding houden; zet uer maar twee interrupties bij, voorzitter.De voorzitter:Het is u vergeven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 149311 De heer Vermeer (BBB):De Verenigde Staten kunnen bijvoorbeeld geen sancties instellen tegeneen individueel land binnen de EU, omdat we een douane-unie hebben,maar ze kunnen wél als ze Nederland heel erg vervelend vinden deoverheid en haar burgers indirect treffen door via de dienst van eenbedrijf, in dit geval, de toegang te ontzeggen. Je kunt het allemaaljuridisch borgen, maar ik heb het er gisteren in een rondetafelgesprekmee vergeleken dat als ik de sloten van mijn buurmans huis gavervangen, hij dan juridisch wel heel sterk staat dat ik dat niet mag doen,maar hij dan toch zijn huis niet in kan. Dat is een groot gevaar voor destabiliteit in een land en kan zelfs de hele belastinginning op deze manierfrustreren. Is de heer Van den Berg zich hiervan bewust? Moet hij zijnwoorden dat een killswitch niet aan de orde is, toch niet wat nuanceren?De heer Van den Berg (JA21):Kijk, ten eerste heb ik al deze briefings en sessies zo onderhand weluitgespeeld. Ik ben dus overal bij geweest en heb alles aangehoord.Daarnaast heb ik buiten de briefings om veel gesproken met experts en demarkt om mij verder te informeren. Bovendien heb ik zelf een hoopervaring in de technische sector, dus ik denk dat ik wel weet waar ik hetover heb. U zegt bijvoorbeeld dat er geen sancties opgelegd kunnenworden aan individuele landen binnen de douane-unie. Dat is pertinentonjuist. Laatst zagen we dat Trump in één keer importheffingen oplegdeaan Nederland; het kan wel degelijk via de Sanctions Act. Die opmerkingvolg ik dus niet helemaal. Die klopt ook gewoon niet. Daarnaast zegt u datwe het niet kunnen uitsluiten dat Amerika niet bij die data kan. Ja, dat zouzomaar kunnen, want ik denk dat we niks in het leven, ook technisch niet,kunnen uitsluiten. We kunnen ook niet uitsluiten dat wanneer Solvinitybijvoorbeeld in Nederlandse handen zou blijven, het op enig moment eenkeer gehackt wordt door een statelijke actor zoals Rusland of China. Deafgelopen vijftien jaar heeft DigiD veelvuldig te maken gehad metddos-aanvallen en met servers die overbelast raken. Soms is het gevaarook intern. 50 gemeenten zijn afgesloten op enig moment omdat ze deveiligheid niet op orde hadden. Op die manier stond de veiligheid en deprivacy van inwoners ook op het spel. Kortom, wij zouden in ieder gevalwillen pleiten voor een risicogebaseerde aanpak. Daarbij kan horen dateen groot bedrijf soms beter geëquipeerd is om voor de veiligheid tezorgen, onafhankelijk van het land. Ja, dat kan soms ook betekenen dathet strategisch is om het in Nederland te houden. Maar als je alleen maarkijkt naar de juridische risico’s van Amerika, dan ga je dwars over alleandere cyberrisico’s heen. Dan staat de privacy van onze inwoners alsnogop het spel.Mevrouw Zwinkels (CDA):Ik had ook nog wel één vraag aan de heer Van den Berg. Die sluit eigenlijkwel aan op de vorige vraag. Ik hoor hem namelijk heel duidelijk zeggen:we willen kaders aan de voorkant, ook geharmoniseerd voor gemeenten.Daar zijn wij het van harte mee eens. Daarna vind ik het lastiger worden,want daarna is er eigenlijk niet echt een handelingsperspectief vanuitJA21. Er wordt namelijk alleen gesproken over een visie en dan houdt hetop. De rode knop is wel degelijk een reëel risico, wat ons betreft. Kijk ooknaar het Internationaal Strafhof en naar wat daar gebeurd is met de mail.Mijn vraag aan de heer Van den Berg is dan de volgende. Hij begon zelfover een classificatie van type infrastructuur en type data. Dat is heelterecht, maar wat wil hij dan doen ten aanzien van die tweede laag? Nastaatsgeheim krijg je cruciale en kritieke infrastructuur. Daar mag je tochjuist wat inleveren op de marktwerking om ervoor te zorgen dat we ook deNederlandse bedrijven de kans geven om met hen bijvoorbeeld publiek-private samenwerking aan te gaan? Realiseert de heer Van den Berg zichdat hij dat op deze manier misschien wel in de weg staat?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 149312 De heer Van den Berg (JA21):Allereerst is het fijn dat het CDA het met ons eens is over de aanpak diewe ook voorstellen op het gebied van die classificaties. Ik weet dat ik geenwederinterruptie mag doen, maar u mag mij aantonen in hoeverre datover het Gerechtshof toepasbaar is op de gehele Nederlandse samen-leving, en met welke wetgeving uit de Verenigde Staten. Ik zal vastzeggen: die is er niet. De Verenigde Staten hebben geen banden met hetGerechtshof. Zij hebben dat nooit erkend. Dat is voor hen een individuelesanctie geweest. Die vind ik heel kwalijk – laat ik dat vooropstellen – maardat is tot nu toe niet te vergelijken met het in één klap uitzetten van dehele DigiD-infrastructuur. Dat realisme wil ik hier wel inbrengen, want ikdenk dat we anders met elkaar verzanden in paniekvoetbal en ondoor-dachte keuzes maken.U had het net over die classificaties van de data. Dat is een terecht punt. Ikben het eigenlijk in grote lijnen met u eens. Op dit moment worden destaatsgeheimen en de zeer gevoelige data al in Nederland opgeslagen.Die liggen in onze overheidsdatacenters. Soms is dat bij Soesterberg,zoals voor Defensie, en soms op andere locaties. Daar gaan we al heelzorgvuldig mee om. Maar het gaat erom dat er een visie ontstaat op: watis binnen onze overheid nou zo gevoelig dat we er zo zorgvuldig mee ommoeten gaan? Misschien ligt er bij andere partijen nu al veel meer datadie beter af zouden kunnen zijn in de overheidsdatacenters. Tegelijkertijdzijn er andere typen veel minder gevoelige data, zoals de afspraak met dekoffiejuffrouw. Daarvan is het niet zo belangrijk via welke server of partijdat gaat. Die nuance moeten we, denk ik, aanbrengen. Dan zijn weeffectiever en vooral veiliger bezig.Mevrouw Zwinkels (CDA):Dan blijft toch nog mijn vraag onbeantwoord. Ik hoor namelijk alleen: wezullen maar met een visie moeten komen. Ik ben op zoek naar concretestappen die we kunnen zetten. We zien namelijk gewoon welke uitda-gingen er voor ons liggen, ook met de snel veranderende geopolitiek. Dandus toch mijn vraag ten aanzien van die tweede laag, over die kritieke encruciale infrastructuur: hoe wil JA21 daarmee omgaan? Want ik hoor hemeigenlijk zeggen: maak het maar op het niveau van staatsgeheimen enbreng het onder bij de systemen van de overheid zelf. Dat betekent duseigenlijk dat je nog veel minder marktwerking gaat toestaan, omdat je danals overheid alles naar je toe trekt. Is dat dan wat JA21 voorstelt?De heer Van den Berg (JA21):Ik zou toch wel willen teruggeven dat als er concrete stappen wordengemaakt op het gebied van digitalisering vanuit de nieuwe coalitie, ik diemorgen hoop te zien. Ik hoop dat jullie hier een sterke visie op hebben.Anders zullen wij die zeker inbrengen. Met die visie ga ik komen. Ik zei datik mij de laatste tijd zeer heb verdiept in het onderwerp, in wat nouwijsheid is en hoe we hier verder mee om moeten gaan. Dat wil ik dus ookniet even van de ene op de andere dag hier over de tafel heen gooien; datzou er geen recht aan doen. Maar die visie moet wel bestaan uit de vraaghoe we als overheid nou gaan zorgen voor synchroon beleid. Welkeaanbieders werken wel mee en welke niet? Welke landen zijn een risicovoor ons en welke niet?U zei als laatste iets over de marktwerking. Nou, als iemand daarvoor is,dan is het JA21 – dat zei ik net al – maar ik wil niet alles onder eenoverheidsdatacenter brengen, integendeel. Maar dat wil ik wel voor degevoelige data die daarbij past. Bij de andere data kan je bijvoorbeeldNederlandse aanbieders zoeken die een meer open structuur en daardooreen goedkopere structuur hebben. Volgens mij is dat heel duidelijk.Mevrouw El Boujdaini (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 149313 Ik wil nog heel graag even terugpakken op de marktwerking. Ik hoor deheer Van den Berg steeds zeggen: marktwerking is belangrijk. We hebbenvolgens mij ook gewoon bij dezelfde rondetafelgesprekken gezeten, ookafgelopen maandag, toen alle cloudbedrijven hier in de Kamer met ons ingesprek wilden gaan. Die hebben volgens mij allemaal aangegeven dat zijde diensten ook kunnen verlenen aan ons, maar dat dat betekent dat wede Nederlandse en Europese markt juist meer stimuleren en kansengeven, in plaats van dat we dat allemaal uitbesteden. Ik zou dus zeggen:dat is twee keer winst. Eén: we kunnen de markt hier laten groeien enstimuleren, en innovatie bevorderen. En twee: het is ook nog eens betervoor onze digitale soevereiniteit. Hoe kijkt de heer Van den Berg naar dezemanier van marktwerking?De heer Van den Berg (JA21):Ik krijg het gevoel dat er naar een ander debat is geluisterd, want dat isniet wat ik heb gezegd. Ik ben ook bij die sessie aanwezig geweest. Latenwe even eerlijk zijn over waarom dit de afgelopen decennia naar partijenzoals Microsoft en Google is gegaan: zij hebben gewoon een veel beteredienstverlening kunnen leveren dan Nederlandse of Europese partijen. Ikzal er geen vervelende woorden bij gebruiken, maar wat Nederland enEuropa hebben kunnen leveren is in ieder geval onder de maat geweest.Dat is onze eigen fout geweest. Dezelfde reflex zien we nu bij AI: heelEuropa is er wel mee bezig, maar tegelijkertijd zijn we de eersten die gaanpiepen over het energieverbruik. Op die manier kan je dat nooit stimu-leren en is het terecht dat Amerika ons op dat vlak overneemt. Kortom, dievooruitstrevendheid moet er ook inkomen bij Nederland en Europa; datben ik helemaal met mevrouw El Boujdaini.Voor innovatie geldt precies het voorstel dat ik net deed over bijvoorbeelddie parkeerapps. Het kan ook gaan via de gemeente. Dat kan via Neder-landse of Europese partijen. Dat kan je ook doen met joint ventures, wantdan zit een wat minder ervaren partij bij een meer ervaren partij; dieminder ervaren partij kunnen we zo, zeg maar, op niveau brengen. Ikbenoemde daarbij ook dat die exitstrategie, zoals we ook maandaghebben besproken, daarin ook wordt meegenomen en dat er ookbijvoorbeeld weer een Nederlands of Europees bedrijf klaarstaat om wegte migreren wanneer dat nodig is. Kortom, ik denk dat het punt dat ikmaak, hetzelfde is als dat van mevrouw El Boujdaini: het is in het belangvan de Nederlandse soevereiniteit en veiligheid, maar ook in het belangvan de innovatie. Het is dus goed voor de marktwerking en het houdt hetgeld hier in Nederland in plaats van dat we het weer storten naar anderelanden.De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw El Boujdaini.Mevrouw El Boujdaini (D66):We zijn het er in ieder geval over eens dat we de afgelopen jaren zekerkansen hebben laten liggen voor onze Nederlandse en Europesebedrijven. Ik zou dus inderdaad graag de oproep willen doen om ons daarde komende tijd vooral op te richten in het kader van de digitale soeverei-niteit. Dan heb ik nog één laatste vraag voor de heer Van den Berg. Ik weetniet meer of ik u precies dat heb horen zeggen, maar bent u het ermeeeens dat we digitale soevereiniteit eigenlijk ook als punt zouden moetenopnemen in onze aanbestedingscriteria? Dat vraag ik omdat ik u hoorzeggen dat de kaders die we moeten scheppen, op landelijk, provinciaalmaar ook op lokaal niveau in lijn met elkaar zijn. Hoe kijkt u ernaar dat wedie digitale soevereiniteit ook opnemen in de aanbestedingskaders?De heer Van den Berg (JA21):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 149314 Dank. Ik merk dat we al dichter tot elkaar komen. Ik hoop dat ik goedbegrijp wat u bedoelt met het opnemen van de digitale soevereiniteit inde aanbestedingskaders. Ik interpreteer het als volgt. Wanneer wij dit opNederlands dan wel Europees niveau kunnen, moeten we dat zekeraanjagen. Zoals ik zei, is dat ten eerste goed voor veiligheid en innovatie,maar het is bovenal heel goed voor onze economie. Als we zien hoeveelmiljarden er op dit moment simpelweg voor het kopen van licenties naarde Verenigde Staten vloeien, denk ik dat we die innovatie met dieaanbestedingsregels kunnen aanjagen. Bovendien, zoals Wennink al zei,kan dat geld binnen Nederland en Europa blijven en dat zou goed zijnvoor ons allemaal.De voorzitter:Dan nog een interruptie van de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Ik sla toch wel even aan op wat de heer Van den Berg van JA21 «piepenover stroomverbruik» noemde. Dan bedoelt hij het hyperscalecentrum inAmsterdam. Dat vreet veel stroom, terwijl er in die regio de komende tienjaar capaciteitstekort is, 30.000 huizen en 50 scholen en crèches nietgebouwd kunnen worden en zwembaden niet verbouwd kunnen worden.Het is toch richting de totale samenleving niet echt empathisch van JA21om dit «piepen over stroomverbruik» te noemen. Hoe reflecteert de heerVan den Berg daarop?De heer Van den Berg (JA21):Dit vind ik wel een mooie. Ik heb de Minister van Ruimtelijke Ordening,mevrouw Keijzer, er dinsdag op aangesproken dat dit anders en zelfsbeter geregeld had kunnen worden. Het college in Noord-Holland – uwpartij zit daar ook in en ik was in die provincie lid van de provinciale staten– heeft een strategie opgesteld om de bouw van dit centrum tegen tehouden. Dat college heeft dat zo onzorgvuldig gedaan dat de bouw tussende mazen van de wet is door geglipt. Ik voel me daar dus niet gelijkverantwoordelijk voor. Ik wil wel zeggen dat als we in zo’n discussie ofgesprek over woningbouw versus hyperscales of scholen tegenoverdigitale infrastructuur belanden, we de plank volgens mij misslaan. Dezebedrijven leveren ontzettend veel geld op voor Nederland. Ik zou het,beter nog, zelfs zo kunnen draaien dat juist die inkomsten zouden kunnenworden gebruikt om dat netwerk te betalen, dat we moeten uitbreiden endat we zo hard nodig hebben. Ik denk dat we het eerder naast elkaar dantegenover elkaar moeten gaan zien. Feit is gewoon wel dat als we hier zostar in blijven staan, die digitale infrastructuur in Nederland nooit van degrond zal komen en we net zo goed kunnen stoppen met al deze prachtigeideeën die we hier in de commissie hebben; die hebben dan geen serverom in te worden gehost.De voorzitter:Dan vraag ik mevrouw El Boujdaini om heel even het voorzitterschap overte nemen, zodat het lid Barbara Kathmann van GroenLinks-Partij van deArbeid een vraag kan stellen.Voorzitter: El BoujdainiDe voorzitter:Mevrouw Kathmann, aan u het woord.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Er moet me toch wel wat van het hart. De lichtzinnigheid van JA21verbaast me eigenlijk een beetje, omdat we in best wel heel spannendgeopolitiek vaarwater zitten. We weten gewoon dat digitale dienstver-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 149315 lening een geopolitiek drukmiddel is geworden. Er worden al veel langerdrukmiddelen ingezet; dat is ook niet nieuw. Toen Bush Irak wildebinnenvallen, zei hij gewoon tegen Europese landen: als jullie niet met memeedoen en me niet steunen, dan doen we geen zaken meer. Tegen-woordig zijn die zaken ook digitale dienstverlening.Laat ik het even wat scherper zetten. Als twee derde van ons land aan eenAmerikaans bigtechinfuus hangt, betekent dat gewoon: Trump has us bythe balls. Als het aan GroenLinks-PvdA ligt, heeft geen enkel land ons bythe balls. Ik hoop dus wel dat de heer Van den Berg, met alle partijen hier,alles op alles wil zetten om dat in ieder geval te voorkomen en ervoor tezorgen dat wij geen geopolitieke speelbal zijn, maar zelf onafhankelijkekeuzes kunnen maken. Ik geef een voorbeeld van vandaag. Ik ben vandaagook uw voorzitter, dus niet alleen het lid Barbara Kathmann vanGroenLinks-PvdA. Ik ga over uw microfoon. Ik kan uw microfoon aan- enuitzetten, en in deze context vinden wij dat heel normaal. Maar als u dat inandere delen van uw leven mee zou maken, hoop ik dat u alles op alles zetom daar iets aan te doen.De heer Van den Berg (JA21):Ik hoor dat mevrouw Kathmann geraakt is over de – ik hoorde het volgensmij goed – «lichtzinnigheid» die wij hanteren. Ik herken me daar absoluutniet in. Beter zelfs, ik zou willen teruggeven dat juist keuzes van deafgelopen jaren – die zij niet van mijn partij – ervoor hebben gezorgd datwij als Europa en Nederland zeer afhankelijk zijn geworden van hetbuitenland. Ik vind het echt een gotspe dat ons nu wordt verweten dat wijdaarvoor zouden willen pleiten.Neem Rusland. Eerst waren we afhankelijk van Russisch gas. In een stukjepaniekvoetbal zijn we overgeschakeld naar Amerikaans aardgas. Nu, vijfjaar later, zijn we daar helemaal afhankelijk van. De mensen die ervoorwaarschuwden dat niet te doen, waren van JA21. De mensen van JA21waarschuwden: sluit het Groningengasveld nou niet, zodat je geenspeelbal wordt van andere landen. De partijen die vervolgens pleiten datwe hernieuwbare energie moeten implementeren, maar daardoor welhelemaal afhankelijk worden van China met al zijn zeldzame aardmetalen{ China heeft 99% van de keten in handen! Die discussies worden hier nietgevoerd. Die zorgen voor de echte afhankelijkheid die ons in de toekomstzeer grote problemen gaat opleveren. Kortom, ik ben helemaal voorstrategische autonomie, maar daar zijn wij al jaren mee bezig.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Nu wordt eigenlijk de hele wereld erbij gehaald en dat snap ik ook wel.Die discussies worden heus wel gevoerd in de Tweede Kamer. De heerVan den Berg van JA21 heeft gelijk: dat gebeurt niet hier in deze zaal.Vandaag hebben heel veel mensen het gehad over een hele concretecasus, namelijk DigiD, een hele cruciale dienstverlening van de overheid.Daar hebben we het nu over. Het gaat over dit hele cruciale onderwerp.Een overname biedt momentum om daar iets aan te doen. Daar kun je alsTweede Kamer iets aan doen. De vraag is dus eigenlijk – de heer Van denBerg noemt alle geopolitieke spanningen en afhankelijkheden opwaardoor deze vraag nog urgenter wordt – of wij JA21 aan onze zijdevinden om ook hiervoor te strijden, zodat we die digitale onafhanke-lijkheid niet nog groter maken. Dat kunnen we namelijk vandaag metelkaar regelen.De heer Van den Berg (JA21):Ik zie het niet als een wij-zijspel, integendeel. Mijn punt is juist dat we descope vergeten als we nu veel te dicht op DigiD zitten en er alleen maareen hyperfocus op houden. Nogmaals, dat hebben we in het verleden alvaak genoeg gedaan. Door de reflex bij aardgas zijn we nu afhankelijk vande Verenigde Staten. Waarom is daar dan niet goed over nagedacht? DatTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 149316 risico ligt ook bij DigiD. Als we nu alleen maar aan de noodrem trekkenvoor DigiD, dan vergeten we dat we de volgende keer weer in dezelfdesituatie zitten. Stel nou dat iDEAL wordt overgenomen door een Ameri-kaanse partij. Dan zullen we dat allemaal herkennen – iedereen gebruiktiDEAL – en hebben we er allemaal bezwaar tegen. Dat zijn we dushelemaal met elkaar eens. Daarom pleit ik dus: er moet nu een kaderkomen, zodat we dit voor eens en voor altijd kunnen overwinnen en nietelke keer verrast worden door de actualiteit.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Voorzitter, ik heb geen vraag, maar ik wil wel het feit neerleggen dateigenlijk niemand hier alleen maar kortzichtig heeft gepleit voor DigiD enervoor zorgen dat die overname niet doorgaat. Iedereen heeft hier gepleitvoor kaders, ingrijpen en nu preventief aan de bak gaan. Ik heb echtniemand gehoord die dit nu alleen maar eventjes wil fiksen.De voorzitter:Een korte, laatste reactie en dan geef ik het voorzitterschap weer over aanmevrouw Kathmann.De heer Van den Berg (JA21):Dan sluit ik af met een glimlach naar mevrouw Kathmann, want dat heb ikallerminst proberen te zeggen. Ik zeg: het risico is dat we dat met elkaar,als samenleving en als politiek, kunnen doen. Nogmaals, ik zei dat we hiermet de commissieleden de afgelopen tijd heel druk mee bezig zijngeweest. Ik denk dat we met elkaar heel goed snappen wat nodig is, duslaten we daaraan gaan werken.De voorzitter:Ik houd het voorzitterschap nog even bij me, zodat mevrouw Kathmannook haar betoog kan doen.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Op dinsdag was Karin hier, in de Tweede Kamer,zodat wij haar petitie in ontvangst konden nemen. Zij maakte zich namelijkzorgen over DigiD. Toen is ze een petitie gestart. Dat vond ze heelspannend. Ondertussen is die ondertekend door 140.000 Nederlanders.Dat toont wel hoe groot de zorgen in het land zijn. Ik ben ook echt bezorgdover de staat van onze digitale overheid en of we straks nog wel de baaszijn over onze ICT. Het gaat eigenlijk om de datasnelwegen waar ons landop draait.Het debat over DigiD gaan we nog verder voeren, maar voor GroenLinks-Partij van de Arbeid is het al duidelijk: de overname door een Amerikaansbedrijf trekken we niet. Daarom heb ik een vraag aan de Staatssecretaris.Volgens mij is hij al gesteld, dus ik hou het kort. Wat zijn de verschillendeopties om de overname tegen te houden? Kan hij de Kamer deze opties ineen brief doen toekomen voordat het plenaire debat hierover wordtgevoerd? Is het een mogelijkheid dat de overheid zelf nog iets doet quakopen of met een gouden aandeel of wat dan ook? Of kan ze Solvinityhelemaal overnemen? Hoe kijkt de Staatssecretaris naar die optie? Hoekijkt de Staatssecretaris naar het feit dat een Nederlands bedrijf op slechtseen paar miljoen misgreep bij de overname?Deze casus staat natuurlijk niet op zichzelf, maar is slechts een symptoom.De totale afhankelijkheid van de Verenigde Staten was altijd al problema-tisch. Autonoom zijn betekent zoveel meer dan alleen onze dataafschermen van kwaadwillenden. Het betekent ook dat wij een sterkeeigen techindustrie hebben en dat we zelf iets kunnen repareren als decomputers van de overheid een keer kapotgaan. Het lijkt soms alsof deTweede Kamer en het kabinet langs elkaar heen praten. Daarom vraag ikde Staatssecretaris hoe het kabinet digitale autonomie nou eigenlijkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 149317 definieert. Hoe zou een digitaal autonoom Nederland er in een idealewereld uitzien?De Kamer heeft al op de rem getrapt en aan de bel getrokken. We willenactie. Begin 2025 heeft de Kamer van links tot rechts opgeroepen om hetcloudbeleid te herzien. Het herziene cloudbeleid zou er vorig jaar alkomen, maar blijft uit. Kan de Staatssecretaris vertellen wanneer we heteindelijk kunnen verwachten? Wat kan hij doen om autonomie tot die tijdal beter te borgen in lopende aanbestedingen en inkoopprocedures? Watis er bovendien gebeurd met de motie van de Kamer om SIDN, debeheerder van alle.nl-internetdomeinen, in Nederland te houden?Hoe staat het met de motie over de rijkscloud? Daarvoor zou eenaanbesteding worden uitgeschreven. Maandag kwamen er namelijkIT-bedrijven langs met een duidelijke boodschap: we kunnen morgen albeginnen. Elke stap naar meer autonomie maakt ons veiliger. In Frankrijkwerd van de week bekendgemaakt dat in 2027 alle communicatie intern,in eigen beheer, gaat. Als Frankrijk het kan, dan kan Nederland het tochook, zeg ik met een vraagteken richting de Staatssecretaris. Ik vraag deStaatssecretaris of Nederland het voorbeeld van Frankrijk kan volgen. Watstaat er in de weg om op korte termijn de gevoeligste delen van onze ICT,namelijk communicatie en opslag, bij Nederlandse en Europese bedrijvente beleggen?Dan de IDO’s. De heer Vermeer had het er al even over. De Informatie-punten Digitale Overheid zijn dé plek om al je vragen over de digitaleoverheid te stellen. Door mijn voorstel is de bezuiniging teruggedraaid.Gelukkig heeft de heer Vermeer meegestreden en blijven de bibliothekende baas over deze essentiële plekken. Het is gewoon een heel grootcompliment waard dat het deze Staatssecretaris is gelukt om de IDO’s teredden. Wel vraag ik me af wat het vervolg is. Wordt de bezuiniging alleenteruggedraaid of komt er ook meer budget voor de IDO’s? Wat zijn deideeën van de Staatssecretaris om de IDO’s een plek in de wet te geven?Onderzoekt hij bijvoorbeeld of ze in de bibliotheekwet kunnen?Tot slot wil ik me nog even persoonlijk tot de Staatssecretaris wenden.Heel misschien is dit het laatste debat dat wij met elkaar voeren. In eenhele korte tijd heeft u zich al deze digitale onderwerpen eigen moetenmaken. Dat is niet niks. Dat heeft u wel maar mooi gedaan. Straks zit erhier een nieuwe bewindspersoon. We hopen eigenlijk op die felbegeerdeMinister van Digitale Zaken. Ik zou eigenlijk gewoon willen vragen wat ude afgelopen periode heeft geleerd van digitalisering, de Kamer en hetkabinet. Welke adviezen heeft deze Staatssecretaris aan zijn opvolger? Ikwil hem er heel erg voor bedanken dat hij zich de afgelopen tijd zo hardheeft ingezet.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Kathmann. Dan geef ik u nu het woord als voorzitterweer terug.Voorzitter: KathmannDe voorzitter:Dank u wel. Er zijn best veel vragen gesteld en ook vragen die watuitzoekwerk vergen. Dan is het ook nog zo dat dat uitzoeken niet naast dedeur gebeurt. Ik denk dus dat we toch 40 minuten moeten schorsen. Zokunnen alle vragen zorgvuldig beantwoord worden. We gaan dus verderom 11.20 uur.De vergadering wordt van 10.41 uur tot 11.29 uur geschorst.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 149318 We gaan van start met de beantwoording door de Staatssecretaris. Uheeft vier interrupties, maar deze keer zonder vervolg; dan weet u dat. Hetwoord is aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Van Marum:Dank u wel, voorzitter. Ik wil allereerst de Kamerleden bedanken voor aluw vragen in de eerste termijn. Voordat ik overga tot de beantwoordingvan die vragen, wil ik graag even bij een aantal zaken stilstaan. Dit is heteerste formele commissiedebat sinds de verkiezingen. Ik wil alle leden indeze commissie dan ook succes wensen bij hun taak als commissielid ophet terrein van digitalisering. Ik richt ook nog even een woord van dankaan de oude leden, die hier nu niet meer zitten, althans een deel ervan,want we hebben heel constructief samengewerkt in de vorige commissie.Ik wens mijn opvolger een even zo constructieve en kundige commissietoe. Dat vertrouw ik u zeer toe.Voorzitter. De huidige ontwikkelingen op het digitale vlak vragen veelaandacht, ook van uw Kamer. Vandaag spreken we concreet over eendigitaliserende overheid, dé digitaliserende overheid. Dat is een breedonderwerp, zoals ook blijkt uit de convocatie. Het is van groot belang datonze digitale overheid betrouwbaar blijft voor burgers en ondernemers,dat onze overheid digitaal weerbaar is en dat we weten welke partijeninvloed kunnen hebben op onze processen, zodat we eventuele risico’skunnen beperken. De digitale systemen van onze overheid zijn ontwikkeldin een ander geopolitiek tijdsgewricht en staan momenteel onder druk. Ditis bijvoorbeeld terug te zien in de cyberaanvallen die de overheid teverduren heeft en in de discussie over digitale autonomie.Ik wil expliciet stilstaan bij Solvinity en DigiD. Zoals ik eerder hebaangegeven, deel ik de zorgen in de samenleving en in uw Kamer. Voor nukan ik aangeven dat er een brede, integrale en interdepartementalerisicoafweging plaatsvindt, waarbij we ook in afwachting zijn van detoetsing door twee onafhankelijke toezichthouders. De continuïteit vankritische overheidsprocessen is van cruciaal belang. Wij houden alleopties open om de continuïteit van deze dienstverlening te borgen. Wespreken op korte termijn verder over Solvinity in een plenair debat.Meerdere leden van uw commissie hebben aangegeven dat het belangrijkis om naar het volledige landschap en de afhankelijkheden binnen dedigitale overheid te kijken. Ik onderschrijf het belang van die helikop-terblik, omdat die ons dwingt om naar de onderliggende problemen enoplossingen te kijken. De Visie Digitale autonomie en soevereiniteit van deoverheid, die in het kabinet in december vorig jaar heeft vastgesteld, ishierbij een belangrijke eerste stap. Ik kan uw Kamer toezeggen omvoorafgaand aan het plenaire debat te komen met een brief, waarin hetkabinet de verschillende mogelijkheden uiteen zal zetten. Daarin zal ik ookde andere vragen beantwoorden die u gesteld heeft over Solvinity.Voorzitter. Ik sluit het stuk over Solvinity af en wil kort nog wat breder ietszeggen over digitale autonomie en de NDS.De voorzitter:U heeft een vraag van mevrouw Zwinkels van het CDA.Mevrouw Zwinkels (CDA):Dank aan de Staatssecretaris. Mijn inbreng vandaag ging juist niet overSolvinity, maar over alle andere punten waar u nu over komt te spreken,zeg ik via de voorzitter. Omdat er kort bij werd stilgestaan, heb ik tocheven een vraag ten aanzien van de twee toezichthouders die werdenvermeld. Zij buigen zich op dit moment over de casus. Ik ben heel ergbenieuwd of de Staatssecretaris ons al kan meegeven wanneer deuitkomst verwacht wordt. Zij doen natuurlijk hun eigen werk, maar wegaan erover debatteren en mijn vraag is op wat voor termijn dat gaat zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 149319 Staatssecretaris Van Marum:Ik denk dat ook de toezichthouders de urgentie snappen, maar ik kan daargeen toezegging over doen, omdat ik niet precies weet wanneer dat gaatkomen. Maar zodra de antwoorden er zijn, komen die richting uw Kamer.Mevrouw Zwinkels (CDA):Dat is dan zo en daar heb ik ook wel begrip voor, maar kan de Staatssecre-taris wellicht wel bij de twee toezichthouders nagaan of ze al een indicatiekunnen afgeven wanneer dat gaat zijn? Ik vind het namelijk belangrijk omte weten of dat bijvoorbeeld over een week is of over zes maanden.Staatssecretaris Van Marum:De toezegging om die vraag daar neer te leggen, kan ik doen.De heer Van den Berg (JA21):Ik wil de vraag aan de Staatssecretaris stellen of het nu gemeengoed isdat er met bedrijven als Solvinity, die vergaand samenwerken met deoverheid, de afspraak bestaat dat er te allen tijde contact wordtopgenomen met de overheid om die te informeren voordat zo’n bedrijfverkocht wordt. Is dat nu een algemeen geldende regel of wordt dat perspecifiek geval bekeken?Staatssecretaris Van Marum:In algehele zin zijn er natuurlijk heel veel contracten en afhankelijk van dezwaarte van de onderwerpen zitten daar bepaalde richtlijnen in, waarbijbedrijven soms wel en soms niet hoeven te melden dat ze met eendergelijke overname bezig zijn.De voorzitter:U kunt verder met uw beantwoording.Staatssecretaris Van Marum:Voorzitter. Ik sluit hiermee het stukje Solvinity af.Ik wil graag nog wat breder iets zeggen over digitale autonomie en deNDS. Digitale weerbaarheid en autonomie is een belangrijke prioriteit inde Nederlandse Digitaliseringsstrategie. Dat kan niet lager voor iedereoverheidsorganisatie apart. Alleen als één overheid waar alle overheids-lagen en alle uitvoeringsorganisaties het samen doen, kunnen we voldoenaan de eisen van deze tijd. Gemeenten, provincies, waterschappen,publieke dienstverleners en Rijk werken dan ook samen aan die digitalise-ringsopgave.De zojuist genoemde Visie Digitale autonomie is een concreet voorbeeldvan deze samenwerking. Daarbij verkennen we tevens de soevereineoverheidscloud, waarvoor ook aanvullende middelen in de investeringsa-genda van de NDS nodig zullen zijn. Daarnaast moeten we ervoor zorgendat clouds en artificiële intelligentie op een verantwoorde manier wordenbenut, en dat de data die wij als overheid hebben, veilig zijn opgeslagenop de juiste plek en ook beschikbaar zijn om mensen te helpen. Dieopgave vereist investeringen die later renderen. U ziet het in de tussen-stand van de investeringsagenda, maar ik zeg het hier ook nogmaals metklem: om digitaal voorbereid te zijn op de toekomst en de doelen van deNDS te halen, zijn grote investeringen nodig. Eerder heb ik een bedragvan minstens 1 miljard euro per jaar genoemd.Ter afsluiting wil ik vast reageren op de laatste vraag van mevrouwKathmann. Toen ik de portefeuille Digitalisering in de zomer overnam vanmijn voorganger Szabó, had ik mij niet kunnen voorstellen dat ik aan zo’ndynamisch en belangrijk dossier kwam. Ik heb de gesprekken met uwcommissie en met de stakeholders als heel waardevol ervaren en we zijnmet z’n allen – sommigen in uw commissie weten inmiddels meer dan ik –in afwachting van de nieuwe plannen van het aankomend kabinet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 149320 Ik hoop voor deze portefeuille – en daarmee geef ik ook de reflectie waarmevrouw Kathmann naar zocht – op fors meer middelen en een verant-woordelijke bewindspersoon met mandaat en doorzettingsmacht. Inalgehele zin heb ik de samenwerking met uw commissie als ontzettendplezierig ervaren. Mijn eigen rol in deze coördinerende functie heb ikweleens omschreven als die van een kapitein die zijn schip, waar hier endaar een lek in zit, met patchwork bij elkaar moet zien te houden.De breedte waarin de verantwoordelijkheid hiervoor nu is belegd bijdiverse departementen, maakt slagvaardig handelen weleens lastig.Daarom denk ik dat we met de NDS een echte kans hebben: voor het eerstzien we dat alle overheidslagen en alle uitvoeringsorganisaties het metelkaar erover eens zijn dat er wat moet gebeuren. Ik zou een volgendkabinet dan ook met klem willen aanraden om dat momentum te pakkenen daar wat mee te doen.Dat gezegd hebbende wil ik graag overgaan tot de vragen. Die heb ikingedeeld in de volgende blokjes: digitale autonomie en soevereiniteit, AIen cloud, digitale infrastructuur en ICT-projecten, en tot slot overig.Ik heb de vraag gekregen van D66 welke digitale systemen, diensten eninfrastructuren het kabinet beschouwt als kritiek of vitaal voor hetfunctioneren van de overheid. Wie bepaalt welke systemen, diensten ofinfrastructuren vitaal zijn? Dank voor deze relevante vraag. De beoor-deling of een dienst of proces vitaal is, wordt onder de huidige wetgevinggemaakt door het verantwoordelijke ministerie. Hierbij wordt geanaly-seerd of een verstoring, uitval of manipulatie van een proces of dienst denationale veiligheid kan schaden. Voor de sector overheid zijn dat in iedergeval de Basisregistratie Personen, het Handelsregister en DigiD. Overigevitale overheidsdiensten zijn om veiligheidsredenen niet als zodanigopenbaar.Hoe definieert het kabinet digitale autonomie? Dat was een vraag vanmevrouw Kathmann. Hoe zou digital autonoom Nederland er in een idealewereld uitzien? Het kabinet hanteert de definitie van autonomie zoalsbeschreven in de Kamerbrief omtrent de open strategische autonomie,osa, namelijk het vermogen van de EU om als mondiale speler insamenwerking met internationale partners op basis van eigen inzichten enkeuzes publieke belangen te borgen en weerbaar te zijn in een onderlingverbonden wereld.De digitale autonomie van de overheid is gericht op het vermogen van deoverheid om autonoom te handelen en beslissingen te nemen over haardigitale technologie. Hierin staan drie concepten centraal. De eerste is detechnologische keuzevrijheid. De overheid moet in staat zijn om techno-logie te kiezen, te wijzigen of te vervangen zonder onredelijke belemme-ringen door lock-ineffecten of incompatibiliteit met bestaande systemen.Het tweede kernelement is kennisautonomie. De overheid beschikt overvoldoende interne expertise om technologie te begrijpen, beheren enontwikkelen. Het derde aspect betreft de strategische afhankelijkheden,waarbij de overheid gericht bewuste technologische afhankelijkhedenmitigeert om de risico’s te beheersen. Door risico’s te verkleinen enkansen te benutten kan Nederland haar eigen koers varen en onze eigenpublieke belangen borgen.Dan had ik de vraag van D66: heeft de Staatssecretaris een integraaloverzicht van waar onze meest kwetsbare afhankelijkheden zitten? We zijncentraal inzicht aan het organiseren in waar kritieke systemen zitten. Ditgebeurt als onderdeel van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie. Geziende gevoelige aard hiervan zal dit overzicht niet gepubliceerd worden. Eendergelijk overzicht, zeker als het openbaar gemaakt wordt, biedt ookkwaadwillenden de mogelijkheid om daarop gericht aan te vallen. Datneemt niet weg dat de organisaties zelf hun vitale processen en afhanke-lijkheden wel in beeld moeten hebben. Ze dienen deze afhankelijkheden temitigeren om de continuïteit van hun dienstverlening te kunnen blijvenwaarborgen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 149321 De voorzitter:U heeft een vraag van mevrouw El Boujdaini van D66.Mevrouw El Boujdaini (D66):Ik dank de Staatssecretaris voor de beantwoording. Ik heb nog wel eenvervolgvraag, want ik begrijp dat niet gepubliceerd kan worden waar dekwetsbare afhankelijkheden zitten. Maar is er dan, als die lijst er eenmaalis, wel de mogelijkheid om te sturen op waar het het meest schrijnend isals we er niet digitaal soeverein in zijn? Kan daarop gestuurd worden? Enhoe zou dat dan werken?Staatssecretaris Van Marum:Ik hoor net van mijn ondersteuning dat die lijst wel opgesteld wordt endat we dan intern ook kunnen sturen op zaken. Maar het is geen lijst diewe openbaar kunnen maken.De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw El Boujdaini.Mevrouw El Boujdaini (D66):Ja, misschien ook nog eventjes in relatie tot de vitale en kritieke infra-structuren en diensten die we hebben, want daar raakt dit ook aan. Is hetdan zo dat ook de departementen zelf door het jaar heen nog kunnenbepalen of er nog extra diensten bij zijn gekomen die ook vitaal zijn? Hoewerkt het dan precies als die initiële lijst er eenmaal ligt?Staatssecretaris Van Marum:De departementen kunnen dat gewoon zelf aangeven en het wordt ookjaarlijks geëvalueerd. Daar zit dus wel een controlemechanisme op.Mevrouw El Boujdaini (D66):Oké, dank u wel.De voorzitter:U kunt verder met uw betoog.Staatssecretaris Van Marum:Dan een vraag van mevrouw El Boujdaini van D66: kan de Staatssecretarisuiteenzetten welk instrumentarium de Nederlandse overheid heeft om testuren op digitale soevereiniteit en welke instrumenten ontbreken volgensde Staatssecretaris? Nederland hanteert een stelsel van investerings-toetsen, gericht op het mitigeren van de risico’s voor de nationaleveiligheid. De nieuwe rijksbrede IT-sourcingstrategie, onderdeel van deNederlandse Digitaliseringsstrategie, stelt de organisaties in staat om eensterkere regie op digitale autonomie, soevereiniteit en de veiligheid teorganiseren. Als onderdeel van de NDS wordt ook gewerkt aan een kaderrondom autonomie als nadere uitwerking van de in de ministerraadvastgestelde Visie Digitale autonomie, die ik al eerder noemde. Ook wordteen praktischere handreiking ontwikkeld om de afnemers te helpen metmogelijkheden voor risicomitigatie voor een meer autonome positie.Sinds 1 januari zijn de Algemene Beveiligingseisen rijksoverheidOpdrachten van kracht, die nu ook door de departementen wordengeïmplementeerd. Afgezien daarvan is er op Europees niveau nu ook veelte doen over de eventuele uitzonderingen op hightechaanbestedingen ofeen Europees voorkeursprincipe. Deze ontwikkelingen volgen wij op devoet in nauwe samenwerking met de collega van EZ.Dan een vraag van de heer Erkens van de VVD: kan de Staatssecretarisook in de Aanbestedingswet inzichtelijk maken welke opties er al zijn voorde verschillende overheidsorganisaties op het gebied van soevereiniteit?Ik ben op dit moment in overleg met verschillende inkoopexpertisecentraTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 149322 om de verschillende opties rondom veiliger inkopen breder uit te dragen,zowel binnen het Rijk als breder voor andere overheden. De uitdagingbetreft niet zozeer de inkooptechniek, maar vooral welke consequenties erzijn voor het primaire proces als een aanbesteding wordt ingetrokken ofals een contract wordt opgezegd. Er zijn gewoon niet altijd alternatievenvoorhanden. Ook de Algemene Beveiligingseisen rijksoverheidOpdrachten, de ABRO, bieden handvatten als de nationale veiligheidwordt geraakt.Dan een vraag van mevrouw Kathmann van GroenLinks-PvdA.De voorzitter:Voordat u die gaat beantwoorden, heeft u een vraag van de heer Erkensvan de VVD.De heer Erkens (VVD):Ik ga de vraag vrij gedetailleerd maken; het is dus prima als de Staatsse-cretaris daar in de tweede termijn uitvoerig op ingaat. Gaat de Staatsse-cretaris in dat gesprek ook in op artikel 2.23 van de Aanbestedingswet,dus op de uitzonderingsgrond dat je in het kader van de nationaleveiligheid in de aanbesteding veel meer dan normaliter afbakent welkepartijen kunnen meedoen? We weten bijvoorbeeld dat in een land alsFrankrijk daar al veel meer gebruik van wordt gemaakt dan in Nederlandop dit moment. Er lijkt dus ruimte zitten als we die met elkaar zoudenvinden.Staatssecretaris Van Marum:Dit is dus een van de opties waar we meer gebruik van kunnen maken.De voorzitter:Er is ook een vraag van de heer Vermeer van de BBB.De heer Vermeer (BBB):Misschien ook voor de tweede termijn: in het rondetafelgesprek bleek datbijvoorbeeld de gemeente Winterswijk hier al wel strakke eisen aangesteld had. Ik ben benieuwd welke instrumenten die gemeente benutheeft om dat al te kunnen doen, waardoor haar dienstverlening volledig inNederlandse handen gebleven is. Misschien is dit iets voor de tweedetermijn en kan dan worden aangegeven hoe dat daar gebeurd is.Staatssecretaris Van Marum:Daar zullen we in de tweede termijn even op terugkomen; dat moeten weeven navragen.De voorzitter:U kunt verder met de beantwoording.Staatssecretaris Van Marum:Dan een vraag van mevrouw Kathmann van GroenLinks-PvdA: wat kan deStaatssecretaris doen om de autonomie tot die tijd al beter te borgen in delopende aanbestedingen en in inkoopprocedures? Bij nieuwe aanbeste-dingen roep ik overheidsorganisaties op om in hun risicoanalyses degeopolitieke situatie mee te nemen in hun afwegingen. Indien er sprake isvan processen in relatie tot nationale veiligheid kunnen sinds 1 januari deAlgemene Beveiligingseisen rijksoverheid Opdrachten worden ingezet.Het is niet zomaar mogelijk om in de lopende procedures eisen tussentijdste wijzigen, tenzij die aanbestedingen worden ingetrokken, maar ook datheeft weer een grote impact op de continuïteit en leidt mogelijk ook totfinanciële onrechtmatigheden. We hanteren daarom een risicogebaseerdeaanpak.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 149323 Dan een vraag van mevrouw El Boujdaini van D66. Digipoort wordtgehost door de Amerikaanse multinational Equinix. Hoe borgt deStaatssecretaris de veiligheid van Digipoort in het kader van de digitalesoevereiniteit? Alleen het oude Digipoort draait bij Equinix. Aan het eindvan dit jaar moet de ontmanteling van het oude Digipoort afgehandeldzijn.Dan een vraag van mevrouw Kathmann van GroenLinks-PvdA: alsFrankrijk in 2027 alle interne communicatie in eigen beheer kan doen,waarom kan Nederland dat dan niet? Net als Frankrijk doet de Neder-landse overheid onderzoek naar autonome communicatiemiddelen voorbijvoorbeeld chats en videovergaderen. Momenteel worden pilots opgezetmet de tools die ook in Frankrijk worden gebruikt om te onderzoeken en tewaarborgen dat implementaties voldoen aan de Nederlandse wetgevingen richtlijnen op het gebied van onder meer cybersecurity en de Wet openoverheid. Voor videovergaderen worden pilots opgezet met de Fransevergadertool Visio en met de videovergaderfunctie Nextcloud. Voor dechat wordt ook gekeken naar opensourceoplossingen. Daarnaast wordtook getoetst of de videovergadertool bijvoorbeeld kan aansluiten op deverschillende fysieke vergaderruimten van de rijksoverheid over het heleland.Dan vroeg mevrouw Kathmann of Nederland het voorbeeld van Frankrijkkan volgen en wat er in de weg staat om de gevoeligste ICT-delen bijbinnenlandse bedrijven te vestigen. We zijn hierover in nauw contact metFrankrijk. We werken ook met Frankrijk samen in het EDIC op het gebiedvan digitale gemeenschapsgoederen, waarbij mijn collega net een helemooie functie gekregen heeft. We zijn in nauw contact. De uitdagingbetreft niet zozeer de inkooptechniek, maar vooral welke consequenties erzijn voor het primaire proces als een aanbesteding wordt ingetrokken ofals een contract wordt opgezegd. Er zijn gewoon niet altijd alternatievenvoorhanden.Dan kom ik bij het volgende blokje, AI en cloud. De vraag van D66 washoe in het AI-beleid expliciet rekening wordt gehouden met digitaleweerbaarheid en soevereiniteit. Vanuit de Nederlandse Digitaliseringsstra-tegie zetten we in op een beweging waarin de weerbaarheid en soeve-reine AI een belangrijke rol spelen. We werken dan ook toe naar eensamenhangende blauwdruk. De keuzes werken door in alle fases van deAI-ontwikkeling, van de benodigde infrastructuur tot en met de gebruiktemodellen. Concreet gaat het daarbij bijvoorbeeld om investeringen inoverheidsbrede cloudvoorzieningen, de nationale AI-fabriek en hetstimuleren van de Nederlandse of Europese taalmodellen.Dan de vraag van D66 of bij de inkoop en inzet van AI-toepassingenstandaard wordt gekeken naar waar de data verwerkt worden en wie daarzeggenschap over heeft. In het overheidsbrede standpunt over genera-tieve AI is vorig jaar opgenomen dat bij de inkoop van AI afspraken metleveranciers worden gemaakt over datadeling en dataretentie. Omversnippering te voorkomen werken we vanuit de NDS aan eenAI-inkoopaanpak waarin al deze afwegingen expliciet worden meege-nomen, zodat we als één overheid AI verantwoord inkopen. Denk daarbijbijvoorbeeld aan het gezamenlijk inkopen van AI voor meerdere bestuurs-lagen, waarmee we ook beter kunnen afdwingen dat aan onzevoorwaarden wordt voldaan.De voorzitter:U heeft een vraag van mevrouw El Boujdaini van D66.Mevrouw El Boujdaini (D66):Eigenlijk is het heel goed om te horen dat er wordt gewerkt aan eenAI-inkoopaanpak. Hoe ver zijn de ontwikkelingen daarin? Wanneer kunnenwe verwachten daar iets van te zien?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 149324 Staatssecretaris Van Marum:Dit jaar komt dat beschikbaar.Dan een vraag van de VVD, van de heer Erkens. De cloud moet meerNederlands of Europees worden en er moet kritisch worden gekeken naaraanbestedingsprocessen. Hoe kijkt de Staatssecretaris daarnaar en hoe ishij van plan om met spoed hiernaar te handelen bij de aanbestedingen dieeraan zitten te komen, zodat er goed wordt gehandeld en niet achterafnaar dit soort middelen hoeft te worden gegrepen? Het cloudbeleid wordtmomenteel aangepast. Het resultaat daarvan kan ik binnenkort aanbieden.De IT-sourcingstrategie is geactualiseerd, mede als onderdeel van deNederlandse Digitaliseringsstrategie. Vanuit de EU sturen meerderetrajecten naar landelijke en Europese maatregelen. Hierin trekken we ookheel nauw samen met de collega’s van EZ op.Dan een vraag van de heer Erkens van de VVD: hoe is de Staatssecretarisvan plan het gebruik van AI binnen de overheid verder te stimuleren? Ikben het met u eens dat AI voor de overheid veel kansen biedt en dat weook de volgende stappen moeten nemen. De AI-activiteiten die zijnopgenomen in de NDS, zijn erop gericht om hierin te versnellen. Zostimuleren we bijvoorbeeld het hergebruik van AI en schalen weveelbelovende initiatieven overheidsbreed actief op. Ook wordt deoverheidsbrede handreiking generatieve AI bijgewerkt om overhedenverdere handvaten te bieden voor een verantwoorde en effectieve inzetvan AI en investeren we in het versterken van de AI-kennis en-vaardigheden bij de ambtenaren.Dan de vraag van de heer Erkens van de VVD: hoe wordt voorkomen dater onnodige regeldruk is, zodat AI geïmplementeerd kan worden, welkekaders moeten worden aangepast om dit te regelen en schaalbaar in tezetten, en wat is de volgende stap op dat vlak? Ik begrijp uw zorgen.Daarom heb ik ook in de NDS opgenomen dat er wordt gewerkt aan eenzogenaamd auditeerbaar kader voor AI, dat overheden gaat helpen bij eeneffectieve naleving en bij het wegnemen van juridische belemmeringenvoor succesvolle AI-implementatie. De beroepsorganisatie van IT-auditors,NOREA, gaat ons hierbij helpen. Zij werken hier momenteel een plan vooruit. In Europees verband dragen we via het Omnibuspakket bij aan devereenvoudiging van AI-regelgeving om adoptie en opschaling tebevorderen en onnodige regeldruk tegen te gaan.Dan de vraag van mevrouw Kathmann van GroenLinks-PvdA: kan deStaatssecretaris vertellen wanneer het nieuwe cloudbeleid er komt? Hetherziene rijksbrede cloudbeleid is bijna gereed. We verwachten dit in deeerste helft van het jaar aan de Kamer te kunnen sturen. Vanwege derecente geopolitieke ontwikkelingen is het intern aangehouden om hetnog wat scherper aan te zetten met betrekking tot de risicoanalyses en decoördinerende en de kaderstellende rol van de CIO Rijk in aanvulling ophet Besluit CIO-stelsel Rijksdienst 2026.Dan vroeg mevrouw Kathmann van GroenLinks-PvdA nog: hoe staat hetmet de aanbesteding van de rijkscloud? Wanneer wordt die uitge-schreven? Een verkenning naar de realisatie van een soevereineoverheidscloud loopt. Hierbij worden interne dienstverleners, medeover-heden en de markt actief betrokken. Vandaag wordt bijvoorbeeld voor dederde keer in samenwerking met NLdigital een open dialoog met de marktgeorganiseerd. Hiervoor is een diverse groep marktpartijen, van start-uptot wereldwijde speler, uitgenodigd om mee te denken over het realiserenvan een soevereine overheidscloud en een marktplaats voor cloud-diensten. Tijdens het notaoverleg over de Nederlandse Digitaliseringsstra-tegie op 29 september 2025 heb ik uw Kamer laten weten dat de keuzevoor een aanbesteding, ontwikkeling in eigen beheer, een combinatie vanbeide of een andere opzet onderdeel is van de verkenning. Bij dat overlegheb ik uw Kamer ook toegezegd dat u de resultaten van de verkenning inde eerste helft van 2026 mag verwachten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 149325 Daarmee heb ik het blokje AI en cloud afgesloten en kom ik bij het blokjedigitale infrastructuur en ICT-projecten.Ik kreeg van mevrouw El Boujdaini van D66 de vraag: kan de Staatssecre-taris een overzicht leveren van de grote contracten in de afgelopen en inde komende twee jaar? Rijksbrede contracten worden bijgehouden in eenrijkscontractenregister. Hier kan een overzicht van worden aangeleverd.Dat kan, indien gewenst, voor het voorjaarsreces. Departementspecifiekecontracten worden niet actief door mijn ministerie bijgehouden. Dit is deverantwoordelijkheid van de betreffende departementen.De heer Erkens van de VVD, vroeg nog: heeft en neemt de Staatssecretarisregie over projecten die uitlopen in kosten en moeten de projecten diefors over hun budget en tijd gaan niet stoppen? De uitvoering vanICT-activiteiten ligt bij de ministeries. De betreffende Ministers hebbendan ook de plicht om ICT-activiteiten te stoppen als het niet goed gaat. Wijhebben daar afspraken over gemaakt. In de verzamelbrief digitaliseringheb ik ook aangegeven dat ik strenger wil gaan toezien op het naleven vandie afspraken, bijvoorbeeld door de ministeries aan te spreken als ze geenduidelijke go of no-go geven bij een CIO-oordeel of als adviezen van hetAcICT niet voldoende worden opgevolgd.Dan de vraag van mevrouw El Boujdaini van D66: hoever is het onderzoeknaar alternatieven voor de dienstverlening die Digipoort verleent? In 2019is onderzocht welke vorm de nieuwe Digipoort zou moeten krijgen en hoedat uitgevoerd zou moeten worden. Daar is de huidige herbouw ook opgebaseerd. In haar publicatie van het AcICT-advies heeft mijn voorgangeraangegeven het programma Herbouw Digipoort gecontroleerd en metextra maatregelen te continueren. I-Interim Rijk heeft het afgelopen jaareen toekomstverkenning uitgevoerd. Daar zijn vijf scenario’s uit gekomen.Deze scenario’s zijn besproken met de gebruikers van Digipoort. Na detoetsing van onze architectuurprincipes maak ik samen met afnemers dekeuze voor het beste scenario. Ik verwacht na het zomerreces een keuze temaken.Dan kom ik bij een vraag van mevrouw El Boujdaini van D66: hoebeoordeelt de Staatssecretaris dat de herbouw van Digipoort initieel wasgeraamd op 23 miljoen en dat Logius nu verwacht dat het 81 miljoen eurozal kosten? Die 81 miljoen is op drie manieren te verklaren: vertragingenbij het platform waarop de nieuwe Digipoort moet gaan landen hebbentot meer kosten geleid, het oude en het nieuwe Digipoort moeten beidedraaien en de kosten van het oude Digipoort zijn sterk gestegen.Mevrouw Zwinkels van het CDA vroeg: hoe wordt bij nieuwe stelselsstructureel getoetst of die begrijpelijk en werkbaar zijn voor de mensendie niet digitaal zelfredzaam zijn? Zij vroeg ook of ik kon toezeggen datniemand door digitalisering rechten verliest of afhankelijk wordt vaninformele noodoplossingen. Ik vind het gewoon ontzettend belangrijk datwe digitale dienstverlening leveren die bruikbaar is voor mensen. Een vanmijn belangrijkste punten door al mijn dossiers heen is: wat betekent hetvoor de burger en voor de ondernemer? Ik werk ook samen met publiekedienstverleners aan een overheidsbrede aanpak voor het gestructureerdverzamelen, verwerken en analyseren van signalen, zodat de dienstver-lening binnen de organisaties overheidsbreed verbeterd kan worden enpatronen tijdig kunnen worden herkend. Bij nieuwe ontwikkelingen zoalsEDI-wallet zetten we nu ook in op vrijwilligheid. Burgers en ondernemerskunnen ook op andere digitale en niet-digitale wijze dienstverlening vande overheid krijgen.De voorzitter:Voordat u verdergaat: u heeft een vraag van mevrouw Zwinkels van hetCDA.Mevrouw Zwinkels (CDA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 149326 Ik dacht «ik stel de vraag maar meteen», want dan kan de Staatssecretarisdoor naar de volgende onderwerpen. Ik ben heel erg benieuwd hoe hetdan staat met die aanpak. Mooi dat die er is, maar in hoeverre leidt dieaanpak er ook echt toe dat er kan worden bijgestuurd op het moment datde signalen binnenkomen? Het gaat dus niet alleen om het analyseren vande signalen, maar ook om daadwerkelijk bijsturen. Ik snap dat datinhoudelijk een vrij grote vraag is. Kan de Staatssecretaris eventueeltoezeggen om een brief daarover naar de Kamer te sturen?Staatssecretaris Van Marum:Bij het ontwikkelen van nieuwe systemen of de doorontwikkeling vanbestaande systemen worden gebruikers ook actief betrokken. Dat gaat omverschillende gebruikers, bijvoorbeeld mensen met een beperking enouderen. Natuurlijk kunnen wij door het te inventariseren ook bijsturen,alleen moet je wel kijken hoe dat in de systemen past en of dat ook op eengoede manier te doen is. Daarom is het ook belangrijk dat we niet alleenmaar alles volledig digitaal hebben maar soms ook nog met maatwerkzaken kunnen oplossen.Mevrouw Zwinkels (CDA):Die laatste toevoeging is natuurlijk heel belangrijk. De Staatssecretaris zei:kijken hoe dat in de systemen past. Het punt van mijn pleidooi was juistdat mensen soms ook buiten het systeem opereren of het systeem op eenandere manier gebruiken dan zou moeten. Dat doen ze dan niet uit onwilmaar gewoon omdat ze technisch niet weten hoe ze met dat systeemmoeten omgaan. Kunnen we het systeem dus op de tweede plek zetten ende dienstbaarheid richting onze burgers en bedrijven daarvóór plaatsen?Kunnen we daar dan ook echt op acteren wanneer dat zich voordoet?Staatssecretaris Van Marum:Dit is een dun lijntje. We hebben het met name over mensen die eenzorgtaak hebben en die willen optreden om iets namens of voor anderente doen. Daar zijn beperkte mogelijkheden in. Ga je daar erg aan lopensleutelen, dan kom je ook wel bij fraudegevoeligheid. Daarom moet hiergewoon wel heel zorgvuldig naar gekeken worden en worden deafwegingen gemaakt of ze in een systeem passen en of dat veilig kan ofsoms niet veilig kan. Dan moet ik nadenken over andere opties die er zijn,maar er zit ook een risicocomponent aan het voor iedereen maar volledigopenzetten om dit soort dingen te doen. Daar moet dus wel zorgvuldignaar gekeken worden.Mevrouw Zwinkels (CDA):Laatste op dit punt. Ik begrijp dat dat om een balans en om zorgvuldigheidvraagt, maar kan de Staatssecretaris mij dan toezeggen dat hij de Kamerinformeert met een aantal voorbeelden van hoe het systeem echt isaangepast naar aanleiding van deze signalen en op welke manier diebalans dan ook in de praktijk wordt geborgd? Het mag niet zo zijn dat wealleen maar signalen verzamelen en daar vervolgens uiteindelijk niet zoheel veel mee doen. Ik wil dus juist ook het bewijs ervan graag zien. Datgeeft mij dan ook vertrouwen.De voorzitter:Mevrouw Zwinkels, ik wil u sowieso meegeven dat uw interrupties op zijn.Dat u het weet. U kunt verder, Staatssecretaris.Staatssecretaris Van Marum:Ik kan u de toezegging doen dat daar in de volgende verzamelbrief naderover gecommuniceerd wordt.Mevrouw Zwinkels vroeg ook nog: hoe zorgt de Staatssecretaris ervoordat cruciale voorzieningen zoals het EDI-stelsel en Digipoort niet alleenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 149327 technisch functioneren maar ook bestuurlijk robuust en toekomstvast zijnmet oog voor afhankelijkheden en kennisborging en met toezicht oppublieke regie? Cruciale voorzieningen van de digitale overheid zoals hetEDI-stelsel en Digipoort moeten betrouwbaar en gebruiksvriendelijk zijn,zodat burgers en ondernemers daar in de praktijk vertrouwen in hebbenen gemak aan ontlenen. De afgelopen jaren is gewerkt aan een moderne,flexibele Digipoort. Deze nieuwe Digipoort is in opdracht van Logiusgebouwd. De nieuwe Digipoort is ook eigendom van de Staat. Dat islogisch. BZK werkt nu aan het opzetten van een Nederlands EDI-stelselvoor digitale identiteitswallets en ontwikkelt stapsgewijs ook de opensource publieke EDI-wallet. Om de publieke regie te borgen wordt dewallet door BZK zelf ontwikkeld en komt het stelsel onder de ministeriëleverantwoordelijkheid van de Minister van BZK te vallen.Mevrouw Zwinkels vroeg nog: hoe voorkomen we dat de Europeseverplichtingen en bijbehorende termijnen leiden tot haastige keuzes,bijvoorbeeld in ontwerpen of aanbestedingen, terwijl de gevolgenuiteindelijk bij burgers en bedrijven terechtkomen? Ik vind het belangrijkdat als we een EDI-wallet opnemen, deze een hoog niveau van veiligheid,gebruiksvriendelijkheid en betrouwbaarheid heeft en dat die daadwer-kelijk voor burgers en door burgers gebruikt zal worden. Daar werken weaan – daar werken we hard aan – maar veiligheid gaat mij betreft bovensnelheid. Daarom heb ik in de zomer van 2025 aan uw Kamer gemeld datde verwachting is dat de implementatie van de EDI-wallet wat langer gaatduren dan de verordening voorschrijft. In EU-verband wordt nogonderhandeld over een aantal technische specificaties. Die specificatieszijn nodig om de EDI-wallet in de functionaliteiten voor het stelsel, zoalsbijvoorbeeld certificeringsregelingen, te ontwikkelen en veilig enbetrouwbaar te krijgen.De heer Erkens van de VVD vroeg mij welke keuzes de overheid maakt omdigitale dienstverlening volledig digitaal te laten zijn en welke lessenhierover te leren zijn uit Estland. Ik wil dat overheidsbrede dienstverleningwordt aangeboden op plekken die voor mensen logisch zijn en dichtbijvoelen. Ik handel daarin wel vanuit het «altijd de juiste deur»-principe. Hetmoet voor een burger of ondernemer niet uitmaken waar iemand op zoekgaat naar hulp; de overheid werkt collectief aan een oplossing. Wij werkenmet alle overheidsdienstverleners samen aan de overheidsbrede portalenoverheid.nl en MijnOverheid voor burgers en Ondernemersplein enMijnOverheid Zakelijk voor ondernemers. Dienstverlening vanuit deoverheid wordt niet uitsluitend digitaal aangeboden. Er moet altijd eenfysiek alternatief zijn voor burgers en ondernemers om gebruik van tekunnen maken.Dan had ik nog een vraag van de heer Van den Berg van JA21.De voorzitter:Voordat u die gaat beantwoorden, heeft u een vraag van de heer Erkensvan de VVD.De heer Erkens (VVD):Dank voor de beantwoording. Het is logisch dat er ook altijd eenniet-digitale route moet zijn voor burgers die minder digitaal vaardig zijn,maar is de Staatssecretaris het met mij eens dat alle dienstverleninguiteindelijk digitaal beschikbaar moet zijn? Want ik vind het best welvreemd dat je in de meeste gemeentes nog steeds twee keer ergens fysieklangs moet gaan om een nieuw paspoort te regelen.Staatssecretaris Van Marum:Daar zit wel enige beperking in daar waar het gaat over identiteitscontrole.In principe ben ik het in grote lijnen met u eens, maar er zitten wel enigeuitzonderingen in en die hebben gewoon met veiligheid te maken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 149328 De heer Van den Berg had een vraag over classificaties. «Het zou goed zijnals de overheid altijd dezelfde classificaties zou aanhouden voor hetbehandelen van vertrouwelijke informatie. Nu is het moeilijk om de regiete voeren als we aanbestedingen schrijven over hoe data te beveiligen. Isdaar al een weg in gevonden?» De classificaties en de regelgeving voorhet behandelen van vertrouwelijke informatie is geregeld in hetvoorschrift informatiebeveiliging rijksdienst bijzondere informatie, oftewelhet VIRBI. Dit voorschrift is medio «25 nog herzien en vastgesteld in demr. In het VIRBI wordt bepaald op welke wijze informatie wordt gerubri-ceerd, zoals staatsgeheime informatie, en welke minimale beveiligings-eisen getroffen dienen te worden. Deze maatregelen zijn ook onverkortvan kracht geworden indien dergelijke informatie bij aanbestedingenbetrokken is.Mevrouw Zwinkels van het CDA vroeg nog wanneer de opvolging vanAcICT-adviezen meer dan een bestuurlijke inspanning wordt en daadwer-kelijk een harde randvoorwaarde, bijvoorbeeld als expliciet ijkpuntvoordat een volgende fase of verplichting in een project wordtaangegaan. Ik wil ook dat de opvolging van die adviezen verbetert. Dedepartementale CIO monitort de adviezen in de opvolging en kan daar ineen CIO-oordeel op terugkomen. De kwaliteitstoetsen zijn ook belangrijkom grote ICT-activiteiten beter te maken, maar dan moeten ze wel wordenopgevolgd. Het signaal dat u afgeeft herken ik dan ook. In de verzamel-brief digitalisering van december 2025 heb ik hier namelijk uitgebreid bijstilgestaan met een aantal verbetervoorstellen: bestaande afsprakenmoeten beter worden nageleefd en kennis en kunde kunnen beter wordeningezet. De departementale CIO wordt bewust bij deze verbeteringbetrokken.Ik wil ook even een persoonlijke noot geven van mijn kant wat betreftadvisering. Adviesorganen adviseren bewindspersonen. Er zijn bepaaldeprocessen waarbij je dat, omdat die processen zeer technisch zijn, zeerserieus moet nemen en daar goed mee om moet gaan, maar uiteindelijk ishet natuurlijk wel aan de bewindspersoon om daar ook zijn eigenafwegingen over te maken. Ik vind het soms ook risicovol om alles dicht tezetten op een adviesorganisatie, hoewel ik in deze wel vind dat hieroverhele serieuze adviezen gegeven worden, die ook opvolging dienen tekrijgen.De heer Van den Berg (JA21):Dank aan de Staatssecretaris voor het beantwoorden van de vraag overde classificaties van de data. Dat voorschrift was mij eerlijk gezegd nogniet bekend. Betekent dat dan dat er over alle ministeries wel te allen tijdedezelfde classificaties voor data worden aangehouden? Klopt dat? Is datdan ook helemaal helder voor alle aanbestedingen die gaan overgradaties?Staatssecretaris Van Marum:Ja.De voorzitter:U kunt verder met de beantwoording.Staatssecretaris Van Marum:Ik kom bij het kopje overig. Is in de aanbesteding van de SVB gekekennaar Europese leveranciers? Een aanbestedingsprocedure is een openprocedure waar in beginsel iedere leverancier zich op in kan schrijven.Ook Europese leveranciers hebben zich inderdaad ingeschreven via deopen inschrijving. Op dit moment bevindt de aanbestedingsprocedurezich nog in de gunningsfase, maar er zal eerst een open dialoog met deovergebleven partijen plaatsvinden. Over de overgebleven kandidatenkunnen we vanwege de vertrouwelijkheid van de aanbestedingsregels nuTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 149329 nog niets zeggen. De SVB volgt het rijkscloudbeleid en de Europeseaanbestedingsregels in de aanbesteding. Voor eventuele verdere vragenhierover verwijs ik u graag door naar de Minister van SZW, die hier meerover kan zeggen.Ik weet niet van wie ik deze volgende vraag gekregen heb, maar hij staathier wel in. «De SVB geeft aan IT-systemen te vernieuwen in Azure. Warenkrantenartikelen van de afgelopen tijd geen wake-upcall? Hoe beschouwtde Staatssecretaris dit? Er waren wel degelijk Europese alternatieven.» DeSVB is bezig met een vernieuwing van zijn systemen en processen om dewendbaarheid en weerbaarheid te vergroten. Bij deze vernieuwingworden delen van de IT-systemen flexibeler en makkelijker overgeplaatstnaar andere leveranciers indien dat nodig is. De SVB maakt gebruik vanmeerdere leveranciers, waarmee ook wordt ingezet op risicospreiding enborging van de leveringszekerheid. Dit is om te voorkomen dat de SVB teafhankelijk wordt van één leverancier of één technologie. Primaireprocessen van de SVB, de betaling van de AKW en de AOW, wordtuitgevoerd door een andere leverancier. Ook hierbij verwijs ik voorverdere vragen door naar de Minister van SZW.Mevrouw Kathmann van GroenLinks-PvdA vroeg mij nog wat er gebeurdis met een motie van de Kamer om SIDN, de beheerder van de.nl-internetdomeinen, in Nederland te houden. De opvolging van de motieomtrent het.nl-domein ligt bij het Ministerie van Economische Zaken. Hieris uw Kamer op 12 augustus ook over geïnformeerd. Voor verdere vragenomtrent SIDN moet ik u doorverwijzen naar mijn collega, de Minister vanEconomische Zaken, waarmee u op 12 februari in debat gaat over digitaleinfrastructuur en economie.Dan een vraag van mevrouw Kathmann van GroenLinks-PvdA: wordt debezuiniging alleen teruggedraaid of komt er meer budget voor de IDO’s?Ik ben op dit moment bezig om de doorgevoerde bezuiniging te compen-seren. Ik doe hiervoor voorstellen in de eerste suppletoire begroting van2026 bij de behandeling van de Voorjaarsnota. Het toekennen vanadditionele middelen is aan een volgend kabinet.Dan de vraag van mevrouw Kathmann wat de ideeën van de Staatssecre-taris zijn om IDO’s een plek in de wet te geven. Ze vraagt of de Staatsse-cretaris onderzoekt of ze bijvoorbeeld in de bibliotheekwet kunnen komen.Het is altijd mijn inzet geweest dat de burger laagdrempelige enempathische ondersteuning bij regelzaken met de overheid moet kunnenblijven ontvangen. Daarom onderzoek ik samen met mijn collega, deMinister van OCW, of het mogelijk en wenselijk is om deIDO-dienstverlening wettelijk te verankeren. Daarbij onderzoeken we allewettelijke en niet-wettelijke mogelijkheden.Dan had ik nog de vraag van de heer Van den Berg: waarom vertalen wede visie op digitalisering van het Rijk niet naar de hele samenleving,provincies, gemeenten, waterschappen en de veiligheidsregio’s, zodat éénbeleid wordt toegepast? Hier kan ik alleen maar van zeggen dat ik dit deel.We moeten als één overheid werken om versnippering te voorkomen enom grote projecten, zoals één overheidscloud, te realiseren. Precies omdie reden heeft het kabinet vorig jaar samen met de medeoverheden ende dienstverlening de Nederlandse Digitaliseringsstrategie gelanceerd. DeNDS gaat bewust niet alleen over IT van bijvoorbeeld alle gemeenten. Wehebben zes prioriteiten gekozen waarop we versneld samen gaan werken,zoals cloud, AI en data. Ook bevat de NDS interventies om het betermogelijk te maken om overheidsbreed diensten te leveren en gezamenlijkte gaan inkopen en te ontwikkelen.Daarmee ben ik aan het einde gekomen van de beantwoording van devragen die aan mij zijn gesteld.De voorzitter:Dan kijk ik even naar links of alle vragen zijn beantwoord. Mevrouw ElBoujdaini van D66 heeft in ieder geval nog een vraag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 149330 Mevrouw El Boujdaini (D66):Ik zou graag een vraag willen stellen over het rijkscloudbeleid, datopnieuw wordt herschreven op dit moment. Wordt er in het rijkscloud-beleid nu ook rekening gehouden met de zbo’s en de agentschappen? Dievallen op dit moment namelijk niet onder het rijkscloudbeleid. Kunt umisschien iets zeggen over wat de relatie daar straks wel mee is en of zedaar wel onder gaan vallen?Staatssecretaris Van Marum:Agentschappen vallen daar al onder en zbo’s nog niet, maar dat willen wewel graag.De voorzitter:Dan wil ik graag even het voorzitterschap overdragen aan het lid ElBoujdaini om het lid Barbara Kathmann van GroenLinks-Partij van deArbeid de mogelijkheid te geven om nog twee vragen te stellen. Zij heeftnamelijk zojuist haar interrupties niet gebruikt.Voorzitter: El BoujdainiDe voorzitter:Ik geef graag het woord aan mevrouw Kathmann van GroenLinks-PvdA.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Twee vragen aan de Staatssecretaris, ten eerste over de tijdlijn van deherziening van het cloudbeleid. In de beantwoording werd aangegevendat er door de huidige geopolitieke situatie meer urgentie is, maar in detijdlijn staat dat dit in het eerste halfjaar van dit jaar naar ons toe komt.Dat kan dus ook 1 juni zijn. Dat lijkt mij juist gezien de urgentie echt heellaat. Is er een mogelijkheid om die tijdlijn met minimaal de helft in tekorten? Dat zou heel prettig zijn.Voordat ik mijn tweede vraag stel, wil ik eerst even gezegd hebben datNLdigital echt een fantastische club is. Daar zitten fantastische bedrijvenin. Maar het is wel een belangenclub, die ook de belangen te dienen heeftvan Microsoft, Amazon en noem maar op. Mijn klomp brak net een beetjetoen ik hoorde dat zij de leiding hebben in de gesprekken over derijkscloud. Er wordt nu nee geschud, maar de Staatssecretaris zei netletterlijk: «Die gesprekken worden gevoerd onder leiding van NLdigital.» Ikkan het nazoeken, want zo werd het geschetst. Nogmaals, het is eenfantastische club, maar het is een belangenclub. Zij verdienen een helegoede plek aan tafel, maar zij verdienen niet een plek aan het hoofd vande tafel. Iedereen heeft zijn eigen rol te vervullen. Volgens mij hebben wijook echt hele strakke afspraken in dit huis dat dit niet eens kan. Dus ik zoudaar graag wel een stevige verklaring over willen horen.Staatssecretaris Van Marum:Ik kan op uw eerste vraag antwoorden dat we proberen dat zo snelmogelijk te doen, dus dat we dat naar voren proberen te halen. Maar hetblijft toch even de vraag hoe snel dat kan, want we willen daar welgewoon serieus antwoord op gaan geven. Wat betreft de tweede vraag:dat is een niet-juiste constatering. Ze zitten wel aan tafel, maar het is nietzo dat ze daar de leiding hebben.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Ik neem dit echt zwaar op, want nogmaals: het is een fantastische club,maar het is een belangenclub, die ook de belangen van Microsoft,Amazon en noem maar op, ook hun andere leden, te dienen heeft. DeStaatssecretaris zei letterlijk: de gesprekken over de rijkscloud worden opdit moment gevoerd onder leiding van NLdigital. We kunnen hetnazoeken. Anders was ik daar niet zo op aangeslagen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 149331 Staatssecretaris Van Marum:Ik kan u hierbij de geruststelling geven dat ze dus niet de leiding hebben.Ze zitten wel aan de tafel en spreken daar wel mee, maar ze hebben nietde leiding. We spreken rechtstreeks met Nederlandse en andere Europesebedrijven. Dus het is niet zo dat de regie bij deze partij ligt.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Bij wie ligt de regie van de gesprekken over de rijkscloud?Staatssecretaris Van Marum:Bij het aanjaagteam Cloud. Dat ligt dus gewoon bij de uitvoering van deNDS op BZK.De voorzitter:Dan geef ik het voorzitterschap weer terug aan mevrouw Kathmann.Voorzitter: KathmannDe voorzitter:Dank u wel. Dan is het denk ik tijd voor de tweede termijn. Daar heeft u 1minuut 50 voor. Het woord is aan mevrouw El Boujdaini van D66.Mevrouw El Boujdaini (D66):Dank u wel, voorzitter. Ik dank de Staatssecretaris voor alle beant-woording. Ik wil bij dezen de Staatssecretaris ook bedanken voor hetcommissiedebat en de samenwerking in de afgelopen tijd. Ik ga heel evensnel spieken of ik nog onbeantwoorde vragen heb. Ja, ik heb nog wel eenvraag over het programma Herbouw Digipoort. Er zijn twee onderzoekengedaan. Eén onderzoek is gedaan door AcICT, maar u heeft zelf ook nogtwee andere onderzoeken laten doen door KPMG en SIG. De conclusiesvan de onderzoeken van SIG en AcICT verschillen wel heel erg op het puntvan de complexiteitsstructuur van Digipoort. SIG geeft aan dat destructuur helemaal niet complex is en AcICT geeft aan dat die juist ergcomplex is. Hoe verklaart u deze verschillen in conclusie, vraag ik via devoorzitter. Dat is voor nu mijn vraag.De voorzitter:Dan is het woord aan mevrouw Zwinkels van het CDA.Mevrouw Zwinkels (CDA):Dank, voorzitter. Dank aan de Staatssecretaris voor alle antwoorden. Ikben blij met het antwoord ten aanzien van de haastige keuzes in relatiestot Europese verplichtingen. Daar heeft de Staatssecretaris mij ingerustgesteld.Ook dank voor de toezegging ten aanzien van de overheidsbrede aanpakvan de menselijke maat versus het systeemdenken, als ik het zo magsamenvatten, en de ruimte die er is voor onder anderen mantelzorgers.We krijgen in de eerstvolgende verzamelbrief inzicht in hoe die balanswordt gevonden in de praktijk.Dan heb ik nog een laatste punt, waar ik toch nog een beetje mee in mijnhoofd zit. Mocht er een debat komen, dan zou ik daar wellicht een vervolgaan willen geven. Dit gaat over de opvolging van de adviezen van hetAdviescollege ICT-toetsing. Ik denk dat we dat toch serieuzer moetennemen. Ik heb de brief van de Staatssecretaris hierover gelezen en zie ookecht verbetervoorstellen, maar de vrijblijvendheid mag er wat mij betreftecht van af. Ik snap de eigen afwegingsruimte die er moet zijn voor eenbewindspersoon, maar ik denk dat we hier toch iets strikter op kunnenzitten. Ik zit daar nog even over na te denken.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 149332 Dan is het woord aan de heer Vermeer van BBB.De heer Vermeer (BBB):Voorzitter. Ook ik wil de Staatssecretaris en zijn team bedanken voor debeantwoording. Ik denk dat we een aantal zaken in toekomstige debattenverder op gaan pakken. Volgens mij hebben we ook nog een debat overinfrastructuur en zo staan, dat een gedeeltelijk raakvlak heeft met deonderwerpen die hier benoemd zijn, en natuurlijk nog het verwachtedebat voor het voorjaarsreces over Solvinity en de mogelijke overname.Voor nu wil ik het hierbij laten.De voorzitter:Dan is het woord aan de heer Erkens van de VVD.De heer Erkens (VVD):Dank u, voorzitter. Ook dank namens mijn fractie voor de beantwoordingin dit debat. Dank aan de mensen hier in de zaal en de mensen achter deschermen. Ik heb geen additionele vragen. Ik zie uit naar de brief dievoorafgaand aan het plenaire debat komt. Ik denk dat die belangrijk is,zodat we hier als Kamer een geïnformeerd debat met elkaar kunnenvoeren. U merkt uiteraard, zeg ik via de voorzitter, dat een heel groot deelvan de Kamer de behoefte voelt om in te grijpen in de situatie. Ik denk dathet heel goed is als we ook gewoon handvatten hebben om het debatgeïnformeerd te voeren over wat voor stappen mogelijk zijn.Dank.De voorzitter:Dan is het woord aan de heer Van den Berg van JA21.De heer Van den Berg (JA21):Dank, voorzitter. Ook dank aan de Staatssecretaris voor de beant-woording. Dit is wellicht het eerste én het laatste debat met u. Ik wil u inieder geval ook via deze weg bedanken voor uw inzet. Heel netjes hoe udat aan het begin van het debat deed. Laat ik afsluiten met eenhandreiking naar elkaar. Ik denk dat de Digitaliseringsstrategie voor onsland heel erg belangrijk is. Ik hoop van harte dat we de komende tijd daarflink mee aan de bak gaan om Nederland echt soeverein, sterker enveiliger te maken.Daarmee sluit ik af.De voorzitter:Dan vraag ik aan mevrouw El Boujdaini om het voorzitterschap even overte nemen.Voorzitter: El BoujdainiDe voorzitter:Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Kathmann van GroenLinks-PvdA.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Ik zou graag een tweeminutendebat willen aanvragen. Ik benongelofelijk blij met de toezegging van de Staatssecretaris dat er ook eenoverzicht komt van mogelijkheden die er nog zijn rondom de overnamevan Solvinity door een Amerikaans bedrijf. Ik wil daar al wel over zeggendat ik geneigd ben om het kabinet de opdracht te geven dat we, mocht dieovername toch niet te stoppen zijn, ons er hard voor maken dat we zodrade contracten aflopen, wat bij DigiD volgens mij over twee jaar is, gelijkonze opdracht daar weghalen en parkeren bij een Europees-Nederlandsbedrijf.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 149333 De tweede vraag is een hele andere. Vorig jaar heeft de commissiegevraagd om te onderzoeken of er data lekken uit de nieuwe digitalewerkplek van ambtenaren, de DWR 2.0. Dat onderzoek is volgens mijallang klaar. Mijn vraag is eigenlijk: wat staat daarin, welke conclusiesworden getrokken en wanneer wordt dat met de Kamer gedeeld?De voorzitter:Dan geef ik graag het woord aan de heer Van den Berg, want hij heeft eeninterruptie.De heer Van den Berg (JA21):Een interruptie voor mevrouw Kathmann. Kijk, ik snap de zorgen overDigiD. Daar hebben we het net ook uitgebreid over gehad. Ik vraag meechter af of het recht doet aan de situatie om hier in dit debat eigenlijk tevragen of het kabinet vooruitlopend op allerlei keuzes of mogelijkhedendaar nu al een inzet voor gaat bepalen. Ik denk dat die inzet aan de Kameris. Bent u dat met me eens?Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):GroenLinks-Partij van de Arbeid wil er gewoon alles aan doen dat deovername van het platform DigiD niet doorgaat. Vaak horen wij dat weeigenlijk niks hebben en dat we op onze handen moeten zitten totdat deonafhankelijke toezichthouder een oordeel velt, maar we weten niet watdaaruit gaat komen. Alles uit de kast halen betekent alles uit de kast halen.Dat betekent dus ook dat we erop moeten voorsorteren dat als we dit nietkunnen stoppen, we er in ieder geval voor gaan zorgen dat het zo snelmogelijk wél in Nederlands-Europese handen is. Ik vind het heel relevantom het kabinet dat te vragen.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik het voorzitterschap terug aan mevrouwKathmann.Voorzitter: KathmannDe voorzitter:Dan kijk ik de Staatssecretaris even aan hoeveel tijd hij nodig heeft. Vijfminuten. Dan gaan we over vijf minuten verder.De vergadering wordt van 12.29 uur tot 12.34 uur geschorst.De voorzitter:We gaan door met de beantwoording van de Staatssecretaris.Staatssecretaris Van Marum:Dank u wel, voorzitter. Ten eerste met betrekking tot Digipoort. Hetgegeven dat Digipoort een generieke voorziening is die meerdereafnemers bedient, maakt dat deze altijd complexer zal zijn dan enkel-voudige voorzieningen. SIG keek naar de kwaliteit en de beheersbaarheidvan de software. Dat is dus net vanuit een ander perspectief. SIG en AcICTwaren het er overigens over eens dat de software en de architectuur vande nieuwe Digipoort goed in orde zijn. Dat is het antwoord met betrekkingtot de vraag van mevrouw El Boujdaini van D66.Mevrouw Zwinkels vroeg naar de opvolging van AcICT en de vrijblij-vendheid. Ik heb heel nadrukkelijk aangegeven dat ik in het geval vanAcICT die mindere vrijblijvendheid relevant vind. Ik heb wel gezegd dat jein de volle breedte van bewindspersoon zijn te maken hebt met heel veeladviescommissies. Als wij in Nederland beleid willen veranderen of alswe zaken moeten doen, hebben we ook enige mogelijkheid om af tewijken van het advies als we dat motiveren. In het geval van AcICT vind ikTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 149334 het wel van belang dat het advies opgevolgd wordt. Ik zal ook proberendit voor te leggen aan de ministerraad om te kijken of we dit ietsdwingender kunnen krijgen.Mevrouw Zwinkels (CDA):Dank aan de Staatssecretaris voor deze tegemoetkoming. Ik ben benieuwdwanneer ik daar eventuele uitkomsten van kan verwachten. Dan weet iknamelijk ook of ik er in een tweeminutendebat eventueel iets mee zouwillen doen.Staatssecretaris Van Marum:Dat is eigenlijk een toezegging die ik voor mijn opvolger klaarleg, maar ikneem aan dat u over de uitkomsten geïnformeerd wordt zodra die er zijn.Dan heb ik nog een toevoeging over AI. In het kader van de veiligheid krijgik dat natuurlijk toegestuurd op een fotootje, dat in mijn ogen wat klein is.Ik doe nog alles zonder bril, maar dit is wel heel klein. Ter aanvulling deelik uw Kamer graag mee dat mijn ministerie afgelopen vrijdag eenEuropese call is toegekend met de titel European reusable publicadministrations AI, dus Europe AI, binnen de Apply AI Strategy. In dezecall werken de rijksoverheid, de provincies en de gemeenten samen metDenemarken, België en Luxemburg aan een onafhankelijke enbetrouwbare AI-infrastructuur en een gezamenlijke marktplaats voorherbruikbare AI-toepassingen, wat het opschalen van AI binnen deoverheid versnelt.De heer Erkens en de heer Vermeer vroegen hoe het geregeld is in degemeente Winterswijk, die strenge eisen stelt bij de aanbesteding. Deaanbesteding van Winterswijk lijkt mij in de basis relevant. Mijn depar-tement heeft hierover vanmorgen contact gezocht. Ik laat de betreffendeaanbesteding analyseren om te bezien welke eisen zijn gehanteerd en ofdeze wellicht breder toepasbaar zijn.Dan heb ik nog de vraag van mevrouw Kathmann over het datalek en hetonderzoek. Daar moet ik schriftelijk op terugkomen. Dat zal ik zo snelmogelijk doen. O, die vraag was van het CDA. Nee, die over het datalekwas volgens mij wel van Mevrouw Kathmann. Daar is een onderzoek naargedaan en daar moet ik schriftelijk op terugkomen.De voorzitter:Dat onderzoek zou gedaan worden. Ik heb begrepen dat het al klaar is, dusde vraag is of wij de resultaten daarvan kunnen krijgen. Het zou mooi zijnals dat voor het plenaire debat kan. De vraag is ook of u nu al iets weetover de eerste bevindingen. Er is ons ook toegezegd dat we er eentechnische briefing over zouden kunnen krijgen.Staatssecretaris Van Marum:Ik krijg het antwoord te horen dat er in elk geval twee dingen door mekaarlopen. Laten we schriftelijk helder maken hoe dat zit.Voorzitter: El BoujdainiDe voorzitter:Ik zal even de rol van tijdelijk voorzitter oppakken. Mevrouw Kathmannvan GroenLinks-PvdA.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Ik wil dat toch even strak zetten. Ik heb niet twee dingen door elkaar latenlopen. Ik vraag naar het weglekken vanuit de werkplekken, DWR 2.0. Er isonderzoek gedaan en dat is klaar. Ik weet het niet, maar het ligt misschienin een la. Kan dat onderzoek naar de Kamer en kan dat voor het plenairedebat? Als de Staatssecretaris al iets weet over de bevindingen, kan hijdaar vandaag dan iets over kwijt?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 149335 Staatssecretaris Van Marum:Ik moet helaas bij het antwoord blijven dat ik er even schriftelijk opterugkom.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Kan dat voor het geplande plenaire debat over digitale soevereiniteit? Datvindt waarschijnlijk in de laatste week voor het voorjaarsreces plaats.Staatssecretaris Van Marum:Kijk, dan kan ik u wel weer blij maken met een ja.De voorzitter:Dan geef ik het voorzitterschap weer terug aan mevrouw Kathmann.Voorzitter: KathmannDe voorzitter:Dank. Dan kijk ik nog even naar links. Volgens mij is alles zo beantwoord.Grote dank aan de Staatssecretaris voor de beantwoording van allevragen. Dan ga ik naar de toezeggingen.–De Kamer ontvangt voor het voorjaarsreces een overzicht van grotecontracten vanuit het rijkscontractenregister die binnen twee jaaraflopen. Dit is naar aanleiding van de vraag van mevrouw El Boujdaini.–De Kamer ontvangt een brief voor het plenaire debat over de over-name van Solvinity en gevolgen voor DigiD met een overzicht van deopties die er zijn om in te grijpen. Hierin wordt ook ingegaan opandere openstaande vragen, onder andere over de indicatie wanneerde uitkomst van het onderzoek van de toezichthouders te verwachtenis. Dit is naar aanleiding van vragen van de heer Erkens, mevrouwKathmann en mevrouw Zwinkels.–De aanpak AI-inkoop komt dit jaar naar de Kamer. Dit is naar aanlei-ding van vragen van mevrouw El Boujdaini.–Het herziene rijksbrede cloudbeleid wordt zo spoedig mogelijk in deeerste helft van dit jaar aan de Kamer gestuurd. Dit naar aanleidingvan vragen van mevrouw Kathmann.–In de volgende verzamelbrief informeert de Staatssecretaris de Kamerover voorbeelden van opvolging van signalen van burgers enbedrijven in de overheidsbrede aanpak digitale dienstverlening. Ditnaar aanleiding van vragen van mevrouw Zwinkels.–De Staatssecretaris komt schriftelijk terug op de vraag naar informatieover datalek Digitale Werkplek 2.0, naar aanleiding van de vragen vanmevrouw Kathmann. Dat gebeurt voor het plenaire debat Digitalesoevereiniteit.Dan een vraag van de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Voorzitter. Volgens mij was er ook nog een toezegging over de casusWinterswijk. Wij zijn natuurlijk benieuwd wat er in Winterswijk beter gaatdan in Amsterdam.De voorzitter:Daar zijn we allemaal benieuwd naar. Dus heel goed, meneer Vermeer, datu deze nog even meldt. Volgens mij wordt hier ook schriftelijk opteruggekomen. Ja. Dan nog een vraag van mevrouw El Boujdaini.Mevrouw El Boujdaini (D66):Sorry, even ter verduidelijking, voorzitter. Er is een toezegging gedaanover contracten die aflopen binnen twee jaar. Maar is het wel duidelijk datwe dan de contracten bedoelen die zeg maar gemaakt zijn met de groteIT-leveranciers, zoals Microsoft?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 149336 Staatssecretaris Van Marum:Ja. We kunnen alleen inzicht geven in de rijksbrede contracten.De voorzitter:Dan kijk ik naar links. Daar is iedereen nu echt tevreden. Dan kijk ik nogeen keer naar rechts om de Staatssecretaris te bedanken voor debeantwoording. Ik sluit het commissiedebat Digitaliserende overheid. Nogéén opmerking: er is een tweeminutendebat aangevraagd. De eerstespreker daar is mevrouw Kathmann van GroenLinks-Partij van de Arbeid.Sluiting 12.43 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 149337

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · ae7a2ea80c731f62

14 okt 2026 · e7ac3f9424004599

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingDigitaliserende overheid
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 29 januari 2026, over Digitaliserende overheid

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.