KamerkringInloggen
Kamerbrief

Aandachtspunten bij de ontwerpbegroting 2026 begrotingshoofdstuk XIII van het ministerie van Economische Zaken

23 sep 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie cd42c2f5c7572209 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 XIIIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Economische Zaken (XIII) voorhet jaar 2026Nr. 5 BRIEF VAN DE ALGEMENE REKENKAMER Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 23 september 2025Het budgetrecht is één van de belangrijkste parlementaire rechten. Hetbegint met het vooraf goedkeuren van begrotingswetsvoorstellen doorhet parlement. Ieder jaar stuurt de Algemene Rekenkamer de TweedeKamer daarom aandachtspunten bij de ontwerpbegrotingen van deministeries ten behoeve van de begrotingsbehandeling.Deze brief gaat in op de ontwerpbegroting 2026, begrotingshoofdstuk XIIIvan het Ministerie van Economische Zaken.De onderwerpen in deze begrotingsbrief zijn:1.Geld2.Sturen op resultaten3.Risico’s en beheerWij verwachten dat de Minister de Kamer op inzichtelijke wijze informeertover deze onderwerpen.1. Geld De ontwerpbegrotingen moeten de Kamer inzicht bieden in de beleids-voornemens van het kabinet en de daarmee gemoeide uitgaven enontvangsten.De begrote uitgaven voor 2026 zijn € 3,32 miljard. In de ontwerpbegroting2025 was de stand € 2,93 miljard. Het verschil bedraagt dus+ € 0,39 miljard. Hieronder lichten we enkele grote mutaties uit en gevenwe aan welke toelichting de Minister daarbij geeft in zijn begroting. kst-36800-XIII-5ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XIII, nr. 51 Tabel 1: Grote mutaties 2026, ontwerpbegroting 2026 ten opzichte van begroting 2025ArtikelMaatregelMutatie(x mln euro)% mutatiet.o.v beleids-artikelToelichting op mutatie door Minister3European Tech ChampionsInitiative (ETCI) 2.0200,0+ 53,8%Bijdrage (eenmalig) aan Europees Investeringsfonds voorinnovatieve scale-ups, met als doel vergroten slagkrachtEuropese risicokapitaalfondsen en verminderen afhankelijk-heid van niet-Europees risicokapitaal.2Toekenning aan 2 NGF projectenop de EZ begroting:Photon-Delta: Oncode-Pact:91,4122,0+ 6,8%Voor PhotonDelta (versnelling Nederlandse fotonicaecosysteem) is nu cumulatief over de jaren € 421,2 mlndefinitief toegekend, en voor Oncode-Pact (medicijn-ontwikkeling) is € 284,0 mln definitief toegekend.1 Het gaat om € 10,9 mln bij de voorjaarsnota en € 80,6 mln bij de ontwerpbegroting 2026. Daarnaast wijzen we nog op twee relatief grote aanpassingen op delopende begroting van 2025 (onderdeel van de september suppletoirebegroting), en een wijziging vanaf 2027.–Er wordt nog € 99,4 mln in 2025 gereserveerd voor de zogenoemdeAI-fabriek in Groningen, met een supercomputer en AI-kennis-centrum voor onderzoekers en bedrijfsleven. De reservering is ondervoorbehoud van honorering van het voorstel voor Europese cofinan-cieringen en instemming met de financiering door de Staten-Generaal.In totaal wordt t/m 2030 € 127,9 mln gereserveerd voor de AI-fabriek.–Daarnaast is er in 2025 € 270 mln toegekend als bedrijfssteun, vooreen specifieke casus waarover de Kamer vertrouwelijk is geïnfor-meerd.–Een laatste grote wijziging die relevant is om te noemen, met effect opde begroting vanaf 2027, is een reservering van in totaal € 230 mlnvoor het IPCEI (International Project of Common European Interest)voor Advanced Semiconductor Technologies. Het kabinet stelt demiddelen voor dit project beschikbaar uit de algemene middelen. Hetbedrag wordt voor € 200 mln gedekt uit een NGF-project dat nietdoorging en voor € 30 mln uit het Toekomstfonds. De Kamer wordthier nader over geïnformeerd.Tot slot zien we ook aan de fiscale kant aanpassingen die mede betrekkinghebben op het EZ beleidsterrein. Zo is er een aanpassing in deCO2-heffing, om tegemoet te komen aan de lastige internationale positievan bedrijven met ETS1- en lachgasinstallaties. Dit leidt tot € 61 mlnminder belastinginkomsten in 2026.2. Sturen op Resultaten DoelenIn de Staat van de Rijksverantwoording 2024 deden wij de aanbevelingom een aantal specifieke en meetbare hoofddoelen van het kabinetsbeleidvoor de lange en korte termijn te kiezen (zoals stikstofreductie, woningen,vestigingsklimaat, migratie) en deze op te nemen in de beleidsagenda inde begroting. In het jaarverslag kunnen vervolgens de concrete resultatenvan het beleid in relatie tot het doel worden gemeld. Op deze wijzekunnen doelen en resultaten beter worden gevolgd.We stellen vast dat voor de in de beleidsagenda aangegeven beleidspriori-teiten beperkt concrete en meetbare doelen zijn geformuleerd. Positief isdat voor het beleidsartikel 2, bedrijvenbeleid, de voortgang wordtgemonitord via de website bedrijvenbeleidinbeeld.nl waarop ook eenaantal concrete indicatoren worden gevolgd. Wij zien bovendien in dezeontwerpbegroting 2026 een verwijzing naar de CBS monitor metindicatoren voor de doelstellingen van de brede welvaart en de voortgangop die doelstellingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XIII, nr. 52 We geven ter illustratie enkele voorbeelden van een formulering van eendoelstelling in deze ontwerpbegroting:Tabel 2: Goed en minder goed voorbeeld van doelformulering in de begroting van Ministerie van Economische ZakenDoelformuleringBeleidsartikelToelichting ARGoed voorbeeldIn 2030 3% van het bruto binnenlands productuitgeven aan publieke en private investeringen inonderzoek en ontwikkeling (R&D).2Deze doelstelling is specifiek, meetbaar en tijdge-bonden. Een jaarlijkse R&D monitor is aangekondigd.Minder goedvoorbeeldOnnodige regeldruk in nieuwe regelgevingvoorkomen en onnodige regeldruk in bestaanderegelgeving aanpakken.2Doel is niet specifiek en tijdsgebonden. Ontwikkelingwordt wel zichtbaar gemaakt in de Regeldrukmonitor.De Productiviteitsagenda1 scherpt het doel verderaan: Voor de zomer 2026 onnodige regeldrukverminderen bij 500 regels.1 EZ (2025) Kamerbrief «Productiviteitsagenda», 8 september 2025 (Kamerstuk 29 544, nr. 1287). Strategische evaluatieagenda (SEA)De Minister is verantwoordelijk voor het periodiek onderzoeken van dedoelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid dat aan zijn/haarbegroting ten grondslag ligt. De SEA laat zien welke evaluaties zijnuitgevoerd en gepland per beleidsthema. De Kamer kan de evaluatie-agenda in deze begroting beoordelen en kan de Minister aangeven welkeevaluaties met extra belangstelling worden gevolgd en welke evaluatiesontbreken in de agenda. Wij zijn nagegaan:a.of Minister de Kamer inzicht geeft of de evaluatieagenda financieeldekkend is;b.of, op basis van de kennis uit eerder onderzoek, de SEA (inhoudelijke)blinde vlekken kent;c.Daarnaast wijzen we de Kamer op evaluaties die ons inziens vanbijzonder belang zijn.a. Afdekking van de uitgaven door evaluatieonderzoekUit de SEA blijkt dat voor alle begrotingsartikelen evaluaties zijn uitge-voerd of gepland. Dat vinden wij positief. De Minister maakt in een apartetabel inzichtelijk in hoeverre de begrotingsartikelen met evaluaties zijnafgedekt en in bijlage 4 bij de ontwerpbegroting staat de onderliggendeevaluatieplanning. Ook is er in de opzet van de periodieke rapportagesvoor ondernemingsklimaat en innovatiebeleid aandacht voor degeldstromen die met de evaluatie zijn afgedekt. De Minister maakt echterniet volledig inzichtelijk in hoeverre de begrotingsmiddelen in evaluatiesworden meegenomen. De Tweede Kamer krijgt daardoor geen duidelijkbeeld van de mate van financiële afdekking van de evaluatieopgave.b. Blinde vlekken in de SEAWe zien geen evidente blinde vlekken in de SEA. Vorig jaar heeft deAlgemene Rekenkamer aangegeven dat het onderwerp vestigingsklimaatniet expliciet geagendeerd was voor evaluatieonderzoek en alleen viaandere (deel)evaluaties aan de orde kwam. In de ontwerpbegroting 2026geeft de Minister aan dat vestigingsklimaat onderdeel zal zijn van debrede periodieke rapportage over ondernemingsklimaat die eind 2025verwacht wordt.c. Geplande evaluaties in de SEA die wij van bijzonder belang achtenEind 2025 worden twee belangrijke overkoepelende evaluatierapportengepubliceerd, die een groot deel van het EZ-beleid en de EZ-budgettenbeslaan:–de periodieke rapportage ondernemingsklimaat enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XIII, nr. 53 –de periodieke rapportage innovatiebeleid.We wijzen de Kamer erop dat bespreking van deze rapporten eenbelangrijk ijkmoment kan zijn voor het beleidsinstrumentarium van hetministerie op het beleidsartikel bedrijvenbeleid. Het kan ook input leverenvoor de vervolgstappen uit het recent gepubliceerde 3%-R&D actieplan1en de Productiviteitsagenda.2 We adviseren vooral aandacht te hebbenvoor de samenhang tussen verschillende beleidsinstrumenten, hetvoorkomen van versnippering en fragmentatie in beleid en het beperkenvan de regeldruk.Andere belangrijke evaluatiestudies die we graag onder de aandachtwillen brengen zijn de volgende:–Evaluatie fiscale regeling «Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek»(KIA) (2026).Uit een eerdere evaluatie kwam naar voren dat niet aantoonbaar is datdeze regeling doeltreffend is, dat heeft nog niet tot wijzigingen geleiden vraagt daarom opnieuw uw aandacht.–Evaluatie van het Missiegedreven innovatiebeleid (2026). Dezeevaluatie is relevant als aanvulling op de brede periodieke rapportageinnovatiebeleid die hierboven is benoemd.–Evaluatie van de Gids Proportionaliteit (2026).In de Gids Proportionaliteit zijn richtlijnen opgenomen voor deaanbestedende diensten van alle overheden in Nederland. Eenvereenvoudiging van de «Gids Proportionaliteit» kan de regeldruk enadministratieve lasten voor aanbestedende diensten en voor bedrijvenmogelijk verlichten. Zoals in ons Verantwoordingsonderzoek 2024aangegeven, is het verbeteren en vereenvoudigen van het inkoopbe-heer van het Rijk een belangrijk aandachtspunt voor de komendeperiode.Wij adviseren u deze evaluaties voor uw agendering in overweging tenemen.3. Risico’s en beheer Wij verwachten dat in de begroting aandacht wordt besteed aan financiëlerisico’s en/of beleidsrisico’s en hoe de Minister daarmee wil omgaan. Intabel 3 lichten we drie risico’s uit, en geven we kort aan hoe de Ministerdeze aanpakt.Tabel 3: Adressering van risico’s in de begroting van Ministerie van Economische Zaken en het Nationaal GroeifondsRisico-omschrijvingBronAandacht inbegrotingja/neeWijze waarop risico door de Minister wordt aangepaktHet behalen van de 3% R&D in 2030 op basisvan huidige inzet niet haalbaar.Rathenau (2025)IMF (2025)EZ (2025)JaDe Minister verwijst naar het actieplan van het kabinet.Daaruit blijkt dat forse intensiveringen nodig zijn om ditdoel te behalen.Ondernemingsklimaat onder druk, NLniet meer in top-5 meest concurrerendeeconomieën (10e positie in 2025).Algemene Reken-kamer (2025)Bedrijvenbeleidinbeeld.nl;PCW (2025)JaMinister van EZ zet o.a. in op regeldruk, economischeveiligheid & kritieke grondstoffen, financierings-instrumenten voor start-ups en scale-ups en eenProductiviteitsagenda. Wij benadrukken dat dit themakabinetsbrede aandacht vraagt.1EZ (2025) Kamerbrief «Investeren in een weerbare en toekomstbestendige economie: het3%-R&D-actieplan», 11 juli 2025 (Kamerstuk 33 009, nr. 165).2EZ (2025) Kamerbrief «Productiviteitsagenda», 8 september 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XIII, nr. 54 Risico-omschrijvingBronAandacht inbegrotingja/neeWijze waarop risico door de Minister wordt aangepaktRealiseren van duurzame publiek-privatesamenwerking, ook na de pilotfase;Verkrijgen van structurele financiering zodat deprojecten na de NGF-impuls op eigen benenkunnen staan.De adviescommissie NGF adviseert om tijdigen blijvend te sturen op deze twee aandachts-puntenAdviescommissieNGF (2025),Jaarverslag over2024NeeDe Minister benoemt het risico niet. Onderstaande figuur laat zien dat het behalen van de 3% R&Ddoelstelling bij ongewijzigd beleid de komende jaren verder uit het zichtraakt.Het aandeel R&D uitgaven als percentage van het bruto nationaal product(de R&D-intensiteit) ligt al jaren rond de 2,2% en is in internationaalperspectief relatief laag. De Minister geeft in het 3%-R&D actieplan zelfook aan dat op basis van de huidige kabinetsaanpak de overheidsuitgavenaan R&D, geraamd door het Rathenau Instituut, zullen afnemen in plaatsvan toenemen.3 Onder meer als gevolg van de bezuinigingen op hetNationaal Groeifonds. Een raming van TNO4 laat zien dat ook de totaleR&D-intensiteit, inclusief investeringen van bedrijven, bij de huidigeaanpak verder zal afnemen, tot 2,0% van het bbp.Wij vragen uw aandacht voor de hierboven genoemde risico’s want dezekunnen uiteindelijk gevolgen hebben voor de raming (begroting) en hetbereiken van afgesproken resultaten.3Rathenau (2025) TWIN 2023–2029, Totale investeringen in wetenschap en innovatie.4TNO (2025) De Nederlandse R&D kloof groeit.Figuur 1: Gerealiseerde en geraamde uitgaven aan R&D als percentage van het bbp* Er zijn geen realisaties beschikbaar voor de totale R&D uitgaven in 2023 en 2024, de ramingenvan TNO starten in 2025.** TNO presenteert 2 scenario’s voor R&D intensiteit ontwikkeling. Hier zien we het hogebetrouwbaarheid scenario.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XIII, nr. 55 Wij vertrouwen erop dat deze brief behulpzaam is bij de begrotingsbehan-deling in uw Kamer.Algemene Rekenkamerdrs. P.J. (Pieter) Duisenberg,presidentdrs. C. (Cornelis) van der Werf,secretarisTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XIII, nr. 56

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 0666802968a8779e

14 okt 2026 · cda55cb78a4f69b9

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.