KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 3 juni 2026, over Iran

23 jul 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie aec1d61b704c18e4 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-02Raad Algemene Zaken en Raad BuitenlandseZakenNr. 3457 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 23 juli 2026 De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft op 3 juni 2026 overleggevoerd met de heer Berendsen, Minister van Buitenlandse Zaken, overIran.Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,KlaverDe griffier van de commissie,Westerhoff kst-21501-02-3457ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34571 Voorzitter: De RoonGriffier: DekkerAanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Dekker, Diederik van Dijk,Dobbe, Van Lanschot, Maes, Nanninga, Piri, De Roon en Van der Werf,en de heer Berendsen, Minister van Buitenlandse Zaken.Aanvang 10.02 uur.De voorzitter:Goedemorgen, dames en heren. Ik open het commissiedebat van deTweede Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken. Gespreksonderwerpis Iran. We hebben geen brief van het departement hierover gezien, dus jekunt alle kanten op, als het maar aan Iran raakt. In ieder geval heet ik deMinister van Buitenlandse Zaken met zijn staf van harte welkom enverwelkom ik uiteraard ook alle belangstellenden op de publieke tribune.Ik kijk uit naar een goed debat. Op dit moment zijn we met acht woord-voerders, inclusief mijzelf. Ik zou vier minuten spreektijd en tweeinterrupties in tweeën per fractie in deze termijn willen voorstellen. Tweeinterrupties in tweeën in deze termijn dus; daar kunnen we wel meewerken, hoop ik. Ik geef om te beginnen het woord aan mevrouw Van derWerf van de fractie van D66.Mevrouw Van der Werf (D66):Dank u wel, voorzitter. De crisis in Iran duurt voort en de bommen vliegenook vanochtend weer heen en weer. We zijn drie maanden later nog altijdgetuige van de zelfverkozen puinhoop die Trump over de rest van dewereld heeft afgeroepen, een blunder die zonder enige directe aanleidingde wereldorde verder heeft ontwricht, die tot grote inflatie leidt en die nuook de mondiale voedselproductie bedreigt. We zullen de gevolgen naarverwachting nog heel lang voelen, ook als er straks een diplomatiekeoplossing ligt. Het is echter nog maar de vraag hoe snel die oplossing erkomt. Terwijl Trump zich namelijk uit zijn eigen impasse probeert tebluffen, grijpt Netanyahu iedere kans aan om de oorlog op te poken. Zohouden ego’s en zelfzucht instabiliteit in het Midden-Oosten in stand.Het is goed dat er een coalitie klaarstaat om, mocht er een deal komen, dedoorvaart in de Straat van Hormuz op gang te brengen en dat Nederlandbereid is om daarin verantwoordelijkheid te nemen. Niet voor Trump,maar voor onszelf. Voor mijn partij is het daarbij belangrijk dat dit gebeurtin goede afstemming met alle bij dit conflict betrokken partijen, met eenhelder mandaat en in een zo breed mogelijke coalitie. Dit is namelijk eenwereldwijd probleem waarin Europa vanzelfsprekend een rol te spelenheeft. Laat ik daarbij ook opmerken dat het natuurlijk een beetje vreemdblijft dat onze vrienden in de Golf jarenlang hun oliemiljarden hebbengestoken in wolkenkrabbers, aquaria en indoorskiparadijzen, maar datniemand heeft bedacht om ook een paar mijnenvegers te kopen. Kan deMinister toelichten hoe de Hormuzcoalitie er nu uitziet en wat hij verwachtvan onze partners buiten Europa?Het internet in Iran lijkt deels hersteld en Nederlandse Iraniërs kunnenweer even horen hoe het met hun geliefden gaat. Een welkom enverwarmend teken van leven, maar wat ze verder horen, stemt natuurlijkweinig hoopvol. We zagen hoe het bloed letterlijk van de straten wordtgespoten en we horen over wie er nog altijd missen en wie er nogdagelijks hun einde vinden aan de strop van dit regime, dat er noggewoon zit. Want Trumps oorlog heeft de Iraniërs niets gebracht. Sterkernog, zijn aanvallen hebben de lucht uit de longen van de politiekeoppositie geblazen. De ayatollahs en de Revolutionaire Garde hebbensamen deze kans aangegrepen om het volk nog verder te verstikken.Amerika onderhandelt alleen nog maar over Hormuz. Nucleaire zakenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34572 volgen later, laat staan de bevolking van Iran. Laat Europa daarom hunstem zijn. Als wij een rol te spelen hebben, en dat moment zal op eengegeven moment ongetwijfeld komen, laat ons er dan voor de mensenstaan. Eis een einde aan de executies, herstel het internet en kom op voorde positie van vrouwen, mensenrechtenverdedigers en de democratischekrachten in Iran. Dat is het minste wat we voor ze kunnen doen. Welke rolziet de Minister hier weggelegd voor Europa?Voorzitter. Tot slot nog Libanon, waar van een staakt-het-vuren niets temerken is, terwijl alle diplomatieke en militaire experts eigenlijk hetzelfdezeggen: Hezbollah kan helemaal niet militair worden vernietigd. Tochhoudt Netanyahu vast aan zijn doctrine van verdrijving, verwoesting ennietsontziend geweld, met alle gevolgen van dien voor de Libanezen,maar ook voor Israël zelf. De laatste keer dat het land zo diep Libanonbinnentrok, werd Hezbollah nota bene opgericht. Deze regering voedt nuopnieuw de vijand die ze zegt te bestrijden. Is de Minister nog steeds vanmening dat Libanon ook onder het staakt-het-vuren zou moeten vallen? Ishij bereid om met zijn Europese collega’s gezamenlijk op te treden tegendeze expansiedrang?Wat ons betreft is iedere escalatie opnieuw een reden om in Brussel nogharder te pleiten voor het openbreken van het associatieakkoord.Dank, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Van der Werf. Dan gaan we nu luisteren naar deheer Van Lanschot. Sorry. Ik weet niet wie het eerste was. Ik geefmevrouw Dobbe dan maar de kans. Gaat uw gang.Mevrouw Dobbe (SP):Met dat laatste ben ik het natuurlijk sowieso helemaal hartgrondig eens,dus daar sluit ik me graag bij aan. Mevrouw Van der Werf begon haarbetoog met te zeggen dat deze oorlog een grote blunder was van Trump.Ook daar ben ik het mee eens. Die zou keihard veroordeeld moetenworden. We wachten ook nog steeds op die veroordeling door dezeregering. Maar vervolgens maakt mevrouw Van der Werf wel heelmakkelijk een stap. Je hebt de gevolgen in de regio en je ziet dat de Straatvan Hormuz helemaal wordt geblokkeerd. De hele wereld heeft daar lastvan. Vervolgens steunen wij wel een coalitie om dat op te lossen. Vindtmevrouw Van der Werf dan niet dat Trump eerst moet worden aange-sproken op zijn verantwoordelijkheid om de Straat van Hormuz weerveilig te maken en te openen, in plaats van dat wij nu instappen eneigenlijk doen wat hij al eerder van ons heeft geëist?Mevrouw Van der Werf (D66):Laat helder zijn: wij stappen nu niet in, omdat dat gewoon veel te onveiligis. Maar ik denk dat wij niet met z’n allen pijn moeten gaan lijden doordeze blamage, waardoor Jan aan de pomp steeds meer kan gaan betalen,omdat wij ons in een positie laten drukken waarin wij alleen maarafwachten wat er straks gebeurt. Ik denk dat er eerst een diplomatiekeoplossing moet komen voor je een militaire stap kan zetten. Daar staatTrump nu voor aan de lat. Dat is zijn eigen schuld. Maar ik vind niet dat weals Nederland dan moeten gaan zeggen: dat vinden we allemaal moeilijken ingewikkeld; wij zijn niet thuis.Mevrouw Dobbe (SP):Mijn vraag was natuurlijk: vindt mevrouw Van der Werf dat we Trumpmoeten aanspreken op de verantwoordelijkheid om daarin een rol tenemen, alvorens wij instappen? Ik vind namelijk ook dat mensen hier nietde rekening moeten betalen voor wat hij heeft gedaan en voor de ellendein het Midden-Oosten. «We stappen nu nog niet in.» Dat zegt mevrouwVan der Werf heel stellig. Dat doen we natuurlijk wel, want die mijnen-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34573 veger is al onderweg. Dat staat – daar zal ik zo meteen ook vragen overstellen – in een brief met de titel De voorbereidingen op een missie naarde Straat van Hormuz. We zijn dus in feite al bezig met die missie. Datschip maakt alleen een tussenstop. Dat heeft natuurlijk op zichzelf ookrisico’s voor ons, nog los van het feit dat Trump die verantwoordelijkheidzou moeten hebben en dat we hem daarop zouden moeten aanspreken.Dat schept namelijk onduidelijkheid over waar wij nu mee bezig zijn. Ismevrouw Van der Werf het daarmee eens?Mevrouw Van der Werf (D66):Ik ben het daar niet mee eens. Mevrouw Dobbe zegt eigenlijk: als je metelkaar de Straat van Hormuz weer open zou willen maken op het momentdat de veiligheidssituatie dat toelaat, dan stap je in in dit conflict. Daar benik het gewoon echt niet mee eens. Daarnaast denk ik dat alleen Trumpaanspreken hier niet zo veel zin heeft. De Verenigde Staten hebben op ditmoment helemaal geen mijnenvegers in huis om dit te kunnen doen. Datzullen andere landen dus moeten oplossen. Wij hebben die wel. Wijhebben eerder ook laten zien dat we dat kunnen. Ik vind dat wij daar onzeverantwoordelijkheid in moeten nemen, niet om Trump te pleasen, maaromdat ik vind dat we ook een verantwoordelijkheid hebben naar demensen in Nederland, die denken: wanneer is dit een keer afgelopen?De heer Diederik van Dijk (SGP):Een vraag aan mevrouw Van der Werf. Zij begon met hele stevigewoorden richting de VS en vervolgens ook richting Israël vanwege deontstane situatie daar. Het lijkt bijna alsof we eerder nog concessiesverwachten van de VS en Israël dan van Iran. Dat zal toch ook niet dewaarheid zijn? Kan mevrouw Van der Werf daarop reflecteren? Wij hebbentoch zogezegd ook wel een ding, een dispuut, met Iran?Mevrouw Van der Werf (D66):Dan gebruik ik deze gelegenheid graag om dat te beamen. Wij hebbennatuurlijk iets te stellen met Iran, maar ik zeg ook dat dit, zeker als je nukijkt naar de puinhoop die het is geworden, een buitengewoon dommeactie is geweest. Ik vraag de heer Van Dijk dan ook meteen maar even ofhij dat kan beamen, want als we nu naar de resultaten kijken, dan hebbende gewone Iraniërs daar buitengewoon weinig aan gehad.De voorzitter:Het is aan de heer Van Dijk of hij die vraag wil beantwoorden, maar inieder geval heeft hij nog een tweede termijn.De heer Diederik van Dijk (SGP):Ik zal daar in mijn eigen bijdrage op ingaan. Nogmaals, het was ook eenvraag om opheldering, maar ik mis nog het volgende. Het lijkt zomaarvan: de VS en Israël hebben een stevig probleem. Maar we hebben hetover nucleaire dreiging en we hebben het over een sponsor vanwereldwijd terrorisme. Dat heeft mevrouw Van der Werf zelf ook gezegd,maar we hebben het over een regime met heel veel bloed aan de handen.Het is dus ook ons probleem. Dat was mijn vraag aan mevrouw Van derWerf: erkent zij dat?Mevrouw Van der Werf (D66):Het is iedereens probleem, maar bovenal is het een probleem van deIraanse bevolking die onder dit bewind moet leven. Ik vind dat het onzeinsteek moet zijn om hun positie te verbeteren. Als je dan kijkt naarTrump, die Obama’s nucleaire deal opzijschoof omdat hij dat eigenlijk eente slechte deal vond en nu op het punt staat een nog veel slechtere deal tesluiten, vind ik dat heel slecht. Ik vind het ook slecht als je kijkt naar deStraat van Hormuz. Iran is nu in een positie om daar überhaupt over teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34574 onderhandelen en om daar geld aan te verdienen door daar tol te gaanheffen. Dat waren ze helemaal nooit. In die zin hebben wij dus stappenachteruitgezet. Dat is wat ik heb willen zeggen met mijn betoog.De voorzitter:Goed. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Van Lanschot van het CDA.De heer Van Lanschot (CDA):Dank u wel, voorzitter. De situatie in en rond Iran blijft zorgwekkend. DeStraat van Hormuz is nog steeds gesloten en dat is meer dan eenregionaal militair probleem. Het is een levensader voor energie, voedsel,kunstmest en handel. Als die route dichtgaat of onveilig wordt, voelenkwetsbare landen dat als eerste. Dat zijn juist landen die al kampen methoge voedselprijzen, schulden en conflict. Graag horen we van deMinister, voor zover hij daar inzicht in heeft, wat de stand van zaken is metbetrekking tot een mogelijk akkoord tussen Iran en de VS ten aanzien vande onderwerpen wapenstilstand, nucleaire ontwapening, sancties,humanitaire hulp en een eventuele internationale missie om de Straat vanHormuz te heropenen. Het CDA benadrukt hierbij nogmaals de drierandvoorwaarden die wij zien, namelijk geen actieve gevechten, eendefensieve operatie en multinationale samenwerking, bijvoorbeeld meteen VN-mandaat.Voorzitter. Is er op dit moment humanitaire hulp aan de bewoners vanIran? Zo ja, via wie loopt die? Is dat via de VN, de Rode Halve Maan, hetRode Kruis of andere organisaties? Krijgen hulporganisaties toegang totburgers die geraakt worden door de oorlog en door binnenlandserepressie? Welke mogelijkheden zijn er om meer te doen voor mensen innood, zonder daarmee het regime te steunen? In hoeverre wordt deIraanse diaspora hierbij betrokken?Voorzitter. Terecht wordt er gewezen op de gevolgen van het conflict voorontwikkelingslanden. Zij worden het hardst geraakt als het gaat omvoedselzekerheid en energieprijzen. Nederland zet in op samenwerkingmet de VN, de Wereldbank, IMF en regionale ontwikkelingsbanken. Dat isgoed, maar het moet concreet worden: waar zitten de grootste gaten enhoe verhoudt de Nederlandse inbreng zich daartoe?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, meneer Van Lanschot. Dan is het woord aan mevrouw Dobbevan de SP.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel, voorzitter. De mensen in Iran zitten klem. We zien schrikba-rende cijfers via Amnesty: bijna 2.300 burgerdoden en 32.000 burgersgewond geraakt bij de aanvallen door de VS en Israël, waaronder 383kinderen. We herinneren ons nog de aanval op de meisjesschool inMinab, waar 120 meisjes, kinderen, zijn gedood, en waarvoor? Bevrijdingvoor het Iraanse volk van het regime ... Het was natuurlijk geen bevrijding,maar een bevrijding van olie, geopolitieke belangen en militairearrogantie van de VS. Dat blijkt ook wel uit een aantal van de onlinebe-richten die we van Trump hebben gezien. De hele Iraanse beschaving zouworden uitgeroeid en later leek hij zelfs op een nucleaire aanval te doelen.Een bevolking willen uitroeien, is dreigen met genocide – dat is geenbevrijding.Ondertussen zien we in Iran, waar de repressie onder het regime alverschrikkelijk was, dat de repressie alleen maar verder is toegenomen. Erworden meer mensen geëxecuteerd. Duizenden mensen wordenwillekeurig gearresteerd. Mensen verdwijnen. We horen berichten overmarteling. 1,6 miljoen Iraniërs zijn op de vlucht geslagen. De rest van hetMidden-Oosten staat in brand en hier stijgen de energierekening en deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34575 prijzen van de boodschappen en komen dus ook mensen in deproblemen. We hebben er eerder in de Kamer over gesproken, maarsindsdien is de situatie voor de Iraniërs, voor het Midden-Oosten én voorde wereld eigenlijk alleen maar een stuk slechter geworden. Daarom hebik de volgende vragen. Wat kunnen we doen om de straffeloosheid vanhet Iraanse regime aan te pakken, voor de misdaden die zij begaanhebben en begaan tegen de bevolking? Wat kunnen we doen om tezorgen dat de daders van die misdaden worden vervolgd? Welkemogelijkheden zijn daarvoor en welke mogelijkheden streeft deze Ministerna? Is de Minister nu bereid om de aanvallen van de VS en Israël teveroordelen als schendingen van het internationaal recht? Wat doet deMinister om de gevolgen van de aanvallen van de VS en Israël en de groteaantallen burgers en kinderen die daarbij zijn gedood, onafhankelijk telaten onderzoeken?In Iran was de positie van vrouwen al ontzettend slecht. In oorlog en alsmensen op de vlucht zijn, worden vrouwen en meisjes vaak nog hardergeraakt. We hebben eerder gevraagd om steun aan vrouwenorganisaties,Iraanse vrouwenorganisaties, die vrouwen helpen, ondersteunen enbeschermen en die bewijs verzamelen van misdaden. Hoe staat hetdaarmee? Lukt dat nog? Kan Nederland nog wat betekenen, ook nu deambassade volgens mij niet meer in Iran aanwezig is?Dan ben ik bij de Straat van Hormuz. Trump vindt dat de NAVO moethelpen om zijn oorlog daar af te maken, maar Nederland moet echtvoorkomen dat we onderdeel worden van deze illegale oorlog van Trump.In plaats daarvan moeten we hem aanspreken, zodat hij zijn verantwoor-delijkheid ook neemt voor de gevolgen van zijn illegale oorlog. Is datgebeurd of is de Minister dat nog van plan? Wat is er toegezegd aanandere landen over de inzet van Nederland in de Straat van Hormuz? Ikvroeg daar gisteren al naar. Een Nederlands marineschip, een mijnen-jager, is onderweg naar de Middellandse Zee. Dat werd ons gemeld in eenkort briefje met de titel Update operationele voorbereidingen Straat vanHormuz. Dit Nederlandse marineschip lijkt dus eigenlijk al bezig te zijnmet die missie. Het lijkt dus eigenlijk al onderweg naar de Straat vanHormuz en lijkt te blijven wachten in de Middellandse Zee totdat hetsignaal komt van de Minister dat het door kan varen. Het parlement magstraks pas wat vinden als het marineschip al bijna in de Straat van Hormuzis. Klopt dit? Zo niet, wat klopt er dan niet aan, vraag ik de Minister. Zietde Minister ook het risico op het moment dat wij een marineschip naar deMiddellandse Zee sturen, nu dus, met als titel Onderdeel van de missienaar de Straat van Hormuz, dat andere landen dan ook zien dat wij bezigzijn met een missie naar de Straat van Hormuz? Welke risico’s brengt datmet zich mee, nu die oorlog nog bezig is? Iedereen zegt hier namelijk datwe pas moeten deelnemen aan die missie als er een akkoord is, maar datis er nu niet en iedereen ziet wel dat wij al bezig zijn met die missie. Welkerisicoanalyse is daar gemaakt? Kan de Minister die met ons delen?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Dobbe. Dan is het woord aan mevrouw Nanninga,die spreekt namens JA21.Mevrouw Nanninga (JA21):Dank u wel, voorzitter. De heer Hoogeveen, die hier normaal zit, zitvandaag in het plenaire Verantwoordingsdebat. Het is dus aan mij de eerom dit commissiedebat vandaag te mogen doen met u.Voorzitter. De situatie rondom Iran blijft uiterst gespannen. Dat heeftbelangrijke gevolgen voor de energieprijzen en de stabiliteit in hetMidden-Oosten. De Verenigde Staten en Iran zijn elkaar de afgelopendagen ook weer aan het bestoken, hard genoeg om de druk op elkaar teverhogen, maar subtiel genoeg om de lopende gesprekken niet te doenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34576 klappen. De Amerikanen azen daarbinnen op de heropening van de Straatvan Hormuz en mogelijk op een nieuw nucleair akkoord. Dat moet voor deIraanse bevolking een hard gelag zijn. Helaas blijkt dat het Iraanse regimezich na een halve eeuw terreur en tirannie nog altijd stevig in het zadelweet te houden.Voorzitter. U kent JA21 als een realistische partij. Daarom kijken wij altijdwat Nederland kan doen, in plaats van een beetje hoog over geopolitiek tevingerverven. Nederland geeft met het uitzenden van Zijner MajesteitsWillemstad een goed signaal af voor onze bereidwilligheid om mee tehelpen met de spoedige opening van de Straat van Hormuz. Kan deMinister toelichten of er nog nieuws is sinds de recente Kamerbrief overde voorbereidingen omtrent de missie? De teller staat volgens mij al op 50welwillende landen, die willen bijdragen.Hierover gesproken: de Europese Commissie verbergt slecht dat zij eengrote rol voor zichzelf ziet weggelegd hierbinnen. Voorzitter Von der Leyengaat pontificaal op de generaalsstoel zitten, zo lijkt het, en zegt zelfs datbestaande EU-missies in die regio moeten worden uitgebreid naar eenmaritieme coördinatiemissie. Hoe kijkt het kabinet hiernaar? ZietNederland hier ook brood in? Is het volgens de Minister behulpzaam datde Europese Commissie door het Frans-Britse initiatief heen lijkt te gaanfietsen? Volgens mijn fractie kan de Commissie zich beter focussen op hetaanhalen van handelsbanden met de Golfstaten. Nederland kan metverschillende aangenomen moties van JA21 en de VVD daar zelf ook meeaan de slag. In de regio worden de kaarten opnieuw geschud door deIranoorlog. De EU als handelsblok, en daarmee Nederland, kunnendaarvan profiteren. We zien dat ook aan het uittreden van de VerenigdeArabische Emiraten uit OPEC. Nog dit jaar zal er een top georganiseerdworden met de GCC-landen, voor meer samenwerking. Is al bekendwanneer deze top gehouden zal worden? Graag vraag ik nog wel eentoelichting van de Minister op hoe de inzet op defensiesamenwerkingeruit gaat zien. Ik neem aan dat dit over de aanschaf van defensiemate-rieel gaat. De EU als defensiespeler vindt mijn fractie, zoals bekend, nietzo’n heel goed idee.Voorzitter. Nederland kan de Iraanse ambassade in Nederland sluiten.JA21 is heel lang meegegaan in de lijn van het kabinet dat communicatie-lijnen en veiligheid van ons eigen ambassadepersoneel voorop moetenstaan, maar met het verplaatsen van onze ambassade in Teheran de grensover, naar Bakoe, en de zoveelste aanslag op een dissident in Nederland,in Schoonhoven, is de belangenafweging bij ons anders uitgevallen.Australië sloot ook de Iraanse vertegenwoordiging naar aanleiding vanaanslagen. Inmiddels roept ook het Europees Parlement, waar wijnormaal geen fan van zijn, op om Iraanse vertegenwoordigingen diebetrokken zijn bij transnationale repressie te sluiten. Ik vraag van deMinister een inkijkje in de belangenafweging van het kabinet. Waaromsluiten we die ambassade niet? Het is gewoon de lange arm uit Teheran.Voorzitter, afrondend. Het Europees Parlement riep ook op tot het instellenvan een tribunaal voor Iran. Wat ons betreft moet Den Haag dan in deactiestand schieten. Hoe kijkt het kabinet naar zo’n tribunaal? Ziet hetruimte om dat in deze stad van vrede en recht te huisvesten?Tot slot wil ik stilstaan bij de executies die doorgaan onder het Iraans volk,bij de vele doden, vermissingen, martelingen en gevangenzettingen diehet Iraanse volk moet verduren. Ten overvloede roep ik de Minister ertoeop – ik denk dat dat breed gedragen wordt – daar alle mogelijke diploma-tieke druk op te zetten. Ik wil het Iraanse volk hierbij ook blijvende steunen solidariteit toewensen.Dank u wel.De voorzitter:Dank, mevrouw Nanninga. Het woord is aan de heer Diederik van Dijk vande SGP.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34577 De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank u, voorzitter. Sinds de liquidatie van ayatollah Khamenei heeft deKamer verschillende keren gesproken over Iran. De lijn van de SGP isdaarbij duidelijk: als zich een kans voordoet om dit regime een gevoeligeslag toe te brengen, moet je die niet laten lopen. In het licht van deslachting van 30.000 onschuldige burgers in januari en de nucleairedreiging van deze sponsor van wereldwijd terrorisme vonden wij deoproep van deze regering tot de-escalatie niet gepast. Vanaf de zijlijn kunje twee dingen doen: of je verschuilt je achter een strikte lezing van hetinternationaal recht, of je spreekt je waardering uit voor de moed vanonze bondgenoten om op te treden tegen een regime dat het bloed vanzijn eigen mensen aan de handen heeft, verantwoordelijk is voor7 oktober en de technologie levert waarmee Oekraïense steden dagelijksbestookt worden. Terwijl de prijs van een liter benzine ons grootste puntvan zorg lijkt, zijn het de VS en Israël die de grootste risico’s van ditconflict dragen.Voorzitter. Laten we ook niet vergeten dat een significant deel van deIraanse oppositie altijd al voorstander was van een vorm van buitenlandseinterventie. Veel gewone Iraniërs vestigden hun hoop op Amerika, omdatjarenlang civiel verzet niet voldoende bleek om ook maar de minstehervorming af te dwingen. Dat je niet ongeschonden uit de confrontatiemet dit regime komt, kan iedere Iraniër wiens vader, broer of dochter isvermoord, je vertellen. Zij weten vaak niet eens waar hun geliefde ligtbegraven. Ik hoor graag van de Minister hoe zijn beleid wordt gevoeddoor inzichten uit de Iraanse diaspora.Mevrouw Van der Werf (D66):Ik zou dezelfde vraag die de heer Van Dijk aan mij stelde, eigenlijkgespiegeld aan hem willen stellen. Hij is namelijk erg enthousiast overwat er de afgelopen maanden allemaal heeft plaatsgevonden, maar watheeft dit de Iraniërs nou precies gebracht?De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank. Ik ga daar straks nader op in, maar dank voor deze vraag, die ikbegrijp. Ook ik heb natuurlijk mijn vragen, net als iedereen. We zien wat erwordt gezegd vanuit het Witte Huis. Wat is nou de achterliggendestrategie? Mijn grootste angst is in ieder geval dat het Iraanse regime erzo meteen inderdaad nog sterker uit komt. Daarom vind ik ook dat het temakkelijk zou zijn om nu een beetje meewarig te kijken naar de problemenvan de VS en Israël – daar beschuldig ik mevrouw Van der Werf ook nietvan – want het is ook ons probleem. Het Iraanse regime moeten wij ookkwijtraken. Nogmaals, ik wil concessies van Iran. Daar ga ik straks ook opdoor. Daar moeten wij de grootste druk op zetten en wij moeten onsmisschien niet al te veel bekommeren om de strategie die andereninderdaad hebben ingezet, maar waar wij nu wel mee te maken hebben.Mevrouw Van der Werf (D66):Mijn probleem is nu juist dat het ingewikkelder is geworden omconcessies van Iran af te dwingen. We zijn nu slechter in staat om tegendit regime te zeggen: jullie gaan nu a, b en c doen en jullie gaan op dezemanier met jullie nucleaire programma om, want wij willen dat jullieminder macht krijgen, niet alleen om de veiligheid in de wereld teversjteren, maar ook om jullie eigen bevolking te terroriseren. Van datpunt zijn we nu verder af geroeid. Hoe kan de heer Van Dijk daar nu opterugkijken met de blik: het was eigenlijk gewoon een hele goede actie;laten we dat steunen en daar niet te veel over mekkeren?De heer Diederik van Dijk (SGP):De lijn die mevrouw Van der Werf ons nu voorhoudt, is volgens mijeigenlijk: we hadden gewoon moeten blijven doen wat we al deden, metTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34578 sancties et cetera. Dat heeft niet gewerkt. Ik heb ook gevraagd aan deMinister hoe zijn contacten zijn met de Iraanse oppositie. Die hoopten weldegelijk op interventie van buiten. Ik vind het dus gewoon echt tegemakkelijk om te zeggen: nee, die ingezette acties ... We hebben het overde eindverantwoordelijken voor 7 oktober. We hebben het over eenregime dat de eigen bevolking vermoordt. We hebben het over eenregime dat Rusland heel erg helpt bij hun vernietigende acties. Wemoeten ook een keer stoppen met gewoon doorgaan op dezelfde voet.Dat is nu gebeurd. Ik vind het inderdaad te gemakkelijk om nu toch vooralte verwijzen naar eventuele fouten van de VS.De heer Dekker (FVD):Een vraag aan de heer Van Dijk. Is hij niet van mening dat door deze actiede kans op de ontwikkeling van nucleaire capaciteiten binnen Iraneigenlijk alleen maar is toegenomen? Waar men dat in het verleden inieder geval formeel niet wilde en altijd heeft ontkend dat er iets gebeurde,lijken nu als het ware de omstandigheden geschapen te zijn. Iran wordtals het ware die kant op gedrongen, omdat men zich daarmee wil kunnenverdedigen.De heer Diederik van Dijk (SGP):Ik vrees dat de heer Dekker daar een punt heeft. Het Iraanse regime zal ersterker dan ooit van overtuigd zijn dat ze een nucleaire dreiging moetenhebben, vergelijkbaar met Noord-Korea, om maar wat te noemen, omveilig te kunnen staan. Maar eerlijk gezegd is dat voor mij dus juist eenreden om te zeggen: we zullen nu moeten doorpakken. De uitkomst magnamelijk niet zijn dat het Iraanse regime er sterker uit komt en nog eensmet verdubbelde energie gaat werken aan nucleaire wapens.De voorzitter:Meneer Dekker? Nee? Dan kan de heer Van Dijk voortgaan met zijnbetoog.De heer Diederik van Dijk (SGP):Voorzitter. De vraag of de VS een exitstrategie hebben, is legitiem, maarde focus hierop doet haast vermoeden – daar hadden we het net over –dat sommigen misschien wel liever concessies zien van Trump aan Iran,dan andersom. Het doet wat de SGP betreft ook geen recht aan deoperationele successen van de VS en Israël: van de marine resteert alleennog de muggenvloot van speedboten en tal van cruciale raketinstallatieszijn in puin gelegd, terwijl afgerekend werd met hele generatieskopstukken van de Garde en hun proxy’s in de regio.Het is daarnaast iets te gemakkelijk om de blokkade van de Straat vanHormuz te presenteren als het onvermijdelijke gevolg van Amerikaansingrijpen. Het feit dat de Islamitische Republiek bereid is de halvewereldeconomie plat te leggen, zou ons alleen maar moeten sterken inonze vastberadenheid om sancties op het regime verder op te voeren ende zeestraat weer toegankelijk te maken. In dat licht heb ik de volgendevragen. Hoe wordt toegezien op naleving van de EU-sancties? Wat alsblijkt dat Nederlandse personen of bedrijven indirect toch zaken doen metde IRGC? Hoe zorgt het kabinet ervoor dat niet alleen de top van de Garde,maar ook lagere functionarissen onder de sancties en reisbeperkingenvallen? Zoals de Minister recent al aangaf, verhult de IRGC zijn betrok-kenheid via ondoorzichtige eigendomsstructuren, waardoor niet duidelijkis welke bedrijven of organisaties eigendom zijn of onder controle staan.In hoeverre acht de Minister het 50%-criterium nog houdbaar alseffectieve grens voor sanctietoepassing? Moet deze grens niet gewoonomlaag?Voorzitter, ik rond af. Dit is een BZ-debat, maar de Iraanse dreiging isallesbehalve buitenlands. Op eigen bodem intimideert het regime viaTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34579 doorgewinterde criminelen en piepjonge wegwerpsoldaten dissidenten enpleegt het aanslagen op Joodse doelen. Ik verwijs kortheidshalve naar eensterk artikel dat recent in De Groene Amsterdammer stond. De tijd vanpappen en nathouden is voorbij: laat de Iraanse diplomatieke missie geenvrijplaats zijn voor gangsters, maar zet ze het land uit en sluit deambassade.Dank u, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel, meneer Van Dijk. Dan is het woord aan mevrouw Maes van deVVD.Mevrouw Maes (VVD):Dank u, voorzitter. Goed dat we vandaag de tijd hebben om met deMinister van gedachten te wisselen over Iran. We worden wederomgeholpen door de actualiteit. Wat de VVD betreft is Iran een totaal onvrijesamenleving, geleid door een verschrikkelijk regime dat met de Islami-tische Revolutionaire Garde een meedogenloze militaire tak heeft. Ditregime destabiliseert de regio via proxy’s in Jemen, Libanon en Gaza, enschuwt kwaadaardige inmenging ver daarbuiten niet; ik refereer even aanhet artikel in de Volkskrant vanochtend.We zijn het er allemaal over eens dat de Straat van Hormuz zo snelmogelijk weer open moet, maar de echt lastige vraagstukken zijnnatuurlijk wat dit betekent voor de voorraad nucleair materiaal, de proxy’svan Iran en de ballistische raketten. Ook als er nu snel een deal komt,duurt het nog wel even voor die kwesties zijn beslecht, als Iran erüberhaupt toe bereid is. De terugtrekking van Iran van afgelopenmaandag uit de onderhandelingen met de VS bewijst namelijk wel datIran helemaal geen deal wil en Hezbollah lekker zijn gang laat gaan inLibanon, zodat Israël wel moet reageren.Voorzitter. Onze grote zorg is wat er gaat gebeuren met die 430 kilo verrijkturanium. Is de Minister het met mij eens dat het ook in ons belang is datdaar een oplossing voor komt? Hoe ziet hij die oplossing voor zich? Ishierover contact met het IAEA, het Internationaal Atoomenergie Agent-schap, en, zo ja, welke rol zien zij voor zichzelf?Dan de ballistische raketten. Die zaten niet in de oude nucleaire deal envormen nog steeds een grote bedreiging voor de regio en daarmee voorde stabiliteit; dat heeft het recente conflict wel duidelijk gemaakt. Wat zietde Minister voor mogelijkheden om dat onderdeel te laten zijn van eendeal? Hoe wordt daar binnen de EU over gedacht? Zitten de lidstaten opéén lijn?Wat de VVD betreft is het naïef om te verwachten dat een eventueelakkoord met Iran automatisch leidt tot rust aan het front met Iraanseproxy’s. Het lijkt mijn fractie onwaarschijnlijk dat terreurorganisaties zoalsHezbollah en Hamas zich aan de contouren van een deal gaan houden. Ikhoor graag van de Minister hoe hij deze dreiging inschat.Dan de binnenlandse situatie in Iran. De situatie van de Iraanse bevolkingis al jaren volkomen uitzichtloos. We horen vreselijke berichten over jongeIraniërs die het land willen ontvluchten of geen andere uitweg zien daneen einde te maken aan hun leven. Tegelijkertijd ligt het aantal executiesdoor het regime weerzinwekkend hoog, waarbij Teheran er niet voorterugdeinst om jonge mensen op te hangen. Is de Minister bereid omdeze gruwelijke mensenrechtenschendingen en hun hoge aantal executiesdirect en in de scherpst mogelijke bewoordingen aan de orde te stellen bijde Iraanse autoriteiten?Tot slot zou ik de Minister willen vragen hoe hij kijkt naar de ontwikke-lingen in de regio. Zijn de traditionele coalities in het Midden-Oostenstructureel aan het verschuiven? Wat betekent dit voor de geopolitiekeverhoudingen? Niet alleen de situatie in Iran is in beweging. In Syrië zitsinds anderhalf jaar een nieuw regime en de opstelling van de VAE enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345710 Saudi-Arabië in deze oorlog is ook anders dan wat we de afgelopendecennia gewend waren. Die laatste twee landen hebben namelijk, bleekachteraf, actief meegedaan aan de aanvallen op Iran en daarmee Israëlindirect gesteund, terwijl Syrië, eerder een bondgenoot van Iran, zich juistafzijdig heeft gehouden.Ik vroeg de Minister in een eerder debat al naar de ambassade inDamascus. Er zijn wat mijn fractie betreft redenen genoeg om deambassade snel weer te openen: de economische mogelijkheden, hulp bijde wederopbouw, terugkeer en zeker ook de mensenrechtensituatie. Devraag is dus nogmaals of er voortgang te melden is ten aanzien van deheropening van de ambassade in Damascus.Mijn laatste zin; daarna mag mevrouw Nanninga wat mij betreft, maardaar ga ik niet over. Hoe zit het met de ambassade in Teheran? Wij zijngeïnformeerd over de tijdelijke verhuizing van de ambassade van Teherannaar Bakoe. Is te verwachten dat het personeel op korte termijn teruggaatnaar Teheran?Dank, voorzitter.Mevrouw Nanninga (JA21):Ik ben het eens met de schets van de VVD over de lange arm van Teheran.Daarom verbaast het mij zo dat de VVD telkens weigert in te stemmen metvoorstellen om de ambassade hier te sluiten. Het is evident dat dat eenvorm van intimidatie van de oppositie is, dat hier agenten opereren en datdie weinig goeds in de zin hebben. Waarom heeft de VVD toch zo’nontzettende moeite met het sluiten van de ambassade en het uitzetten vandie diplomaten? Die brengen echt alleen maar onheil in dit land.Mevrouw Maes (VVD):Dank voor deze vraag. Mijn fractie vindt het belangrijk om de diplomatiekerelatie in stand te houden. Als de ambassade hier wordt gesloten, danheeft dat natuurlijk ook effect op de ambassade daar. Het heeft ook effectop de vragen die ik aan de Minister stel. Dan is het voor hem namelijk ookeen stukje moeilijker om de Iraniërs aan te spreken op de zaken die wijallemaal belangrijk vinden. Dat is de reden. Wij vinden de diplomatiekerelatie belangrijk. Wij hebben eerder een motie ingediend waarin staat datjuist de mensen die aantoonbaar gerelateerd worden aan de Revolutio-naire Garde, uitgezet moeten worden. Die kan je dan persona non grataverklaren. Maar de hele ambassade sluiten, is voor ons gewoon een stapte ver.Mevrouw Nanninga (JA21):Van alle dingen die je van de VVD kan vinden, is zeggen dat ze naïef zijn erniet een van. Ik kan me niet voorstellen dat de VVD-fractie gelooft dat hetambassadepersoneel hier niet een-op-een leden van de RevolutionaireGarde zijn die hier de boel bespioneren, intimideren, mensen onder deknoet houden et cetera. Daar zijn geen normale diplomatieke banden meemogelijk. Is dit een coalitiedwangdingetje? Mag de VVD nietvoorstemmen? Het is natuurlijk ondenkbaar dat de Revolutionaire Gardeniet totaal verweven is met de ambassade. Die toko moet gewoon dicht.Mevrouw Maes (VVD):Hoe ingewikkeld het regime ook is – ik denk dat wij elkaar daarin zekervinden – wij denken dat het écht belangrijk is om in ieder geval hetgesprek open te houden. U heeft gelijk: wij zijn niet naïef. Maar wij zijnook niet naïef in het denken dat als je de ambassade sluit, je dan helemaalaf bent van Iraanse inmenging. De lange arm van Teheran is écht heellang. Ik verwees al naar het Volkskrantartikel. Die arm gaat veel verder dande ambassade. Als er personen op de ambassade in Den Haag werken dieaantoonbaar gerelateerd zijn aan de Revolutionaire Garde, dan moetenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345711 die natuurlijk uitgezet worden. Maar de hele ambassade sluiten, is voorons gewoon een brug te ver.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):We zitten inmiddels meer dan drie maanden in deze verschrikkelijkeoorlog. Ik denk dat inmiddels zelfs de mensen die het in het begin nietwilden zien, de desastreuze gevolgen hiervan zien. We hoorden van defractievoorzitter van het CDA zeggen: het woord «begrip» zou ik niet meergebruiken. We hoorden de woordvoerder van D66 net klip-en-klaarzeggen: dit was een buitengewoon domme actie. Ik hoor geen enkelereflectie van de VVD. Vindt de VVD eigenlijk nog steeds wat ze driemaanden geleden vonden: hartstikke goed, alle begrip en steun voorIsraël en de VS?Mevrouw Maes (VVD):De reflectie van de VVD zit heel erg in wat er met de proxy’s in de regiogebeurt. We zien toch echt dat die nog steeds heel erg krachtig zijn. Datwas voor ons een hele goede reden om destijds begrip te tonen voor deacties van Israël en de VS. Dat is niet veranderd. Sterker nog, die proxy’szijn nog steeds heel hard bezig om heel veel schade in de regio aan terichten.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Bijzonder. Echt de hele wereld ziet de desastreuze gevolgen hiervan. Allegewone Nederlanders zien wat de effecten zijn in Nederland. Er komtgeen enkele reflectie van de VVD.Laat ik doorgaan over Libanon. Ook daarover hoorde ik weer een heeleenzijdig verhaal. Volgens mij veroordeelt iedereen in deze Kamer watHezbollah doet. Dat is het verschil niet. Maar als je nu naar Israël kijkt, danzie je dat er inmiddels meer dan een miljoen ontheemden zijn vanwege deIsraëlische aanvallen. In 25 jaar tijd heeft Israël nog nooit zo veel illegaalgrondgebied van Libanon geannexeerd. De aanvallen op Beiroet zijn nuweer gestart. Ik hoor de VVD daar in haar inbreng niets over zeggen. Ikkan me toch niet voorstellen dat mevrouw Maes dat allemaal gewoongoedkeurt.Mevrouw Maes (VVD):Weet u, ik schrok echt toen ik afgelopen weekend het nieuws zag. Dat geefik eerlijk toe. Ik schrok ervan dat Israël dat fort had ingenomen. U vindt mijdus echt wel aan uw zijde als het gaat om de zorgen die u heeft. Mijnfractie vindt alleen dat wij daar gewoon niet te makkelijk naar moetenkijken. Dit is een ontzettend complex conflict, met heel veel spelers in heelveel landen in de regio. Iran oefent invloed uit op die landen. Ik heb hetdan onder andere over Hezbollah. Natuurlijk reflecteer ik wel op wat Israëlin de regio doet, maar ik ben ook niet blind voor wat Hezbollah doet. Mijnvisie is toch dat u dit juist eenzijdig bekijkt.De voorzitter:Dat is wel een beetje uitlokking. Als mevrouw Piri daar nog op wilreageren, mag zij haar gang gaan.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):We doen net alsof we het hebben over een stuk grondgebied waar eenzogenaamde bondgenoot in de regio oorlog voert met een terreurorgani-satie. Er wonen meer dan 4 miljoen mensen in Libanon. De effecten vandeze Israëlische acties zijn groot. Ik ben zelf met een aantal collega’s inZuid-Libanon geweest, bij de vorige gevechten. Weet u wat er gebeurt inZuid-Libanon? De christelijke dorpen staan overeind. Daar vallen geenbommen. De sjiitische dorpen worden echter met bulldozers vernietigd.Inmiddels hebben meer dan een miljoen mensen, met name de sjiitischeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345712 bevolking, verplicht naar het noorden moeten vluchten. Het volgende valtmij enorm tegen. Natuurlijk, het is complex. We lezen allemaal boeken.Echt, mevrouw Maes moet hier niet net doen alsof de rest een heelzwart-witbeeld heeft en dat alleen de VVD de complexiteit snapt. Wat ikniet begrijp, is waarom de VVD, in tegenstelling tot vroeger, niet eensmeer kan komen tot veroordelingen van acties die geen politicus zoukunnen goedkeuren.Mevrouw Maes (VVD):Ik heb u gezegd dat ik echt geschrokken was van het nieuws van ditweekend. De reden waarom ik zeg dat het door andere partijen wellichtwat meer van één kant wordt bekeken, is juist omdat u in uw verhaal enuw vraag aan mij ook geen enkel respect toont voor het feit dat er in hetnoorden van Israël ook al mensen heel lang niet meer veilig in hun huizenwonen, omdat daar ook continu raketten op hun dak komen. Sorry, maardaar mag ook best wel wat aandacht voor zijn. Dit is echt geen conflict datheel gemakkelijk opgelost kan worden. Volgens mij zijn we het daar ookallemaal over eens. De afgelopen 50 jaar is er van alles geprobeerd inIran. Denk onder andere aan sancties, ook op militair gebied. Oké, dat isniet helemaal goed afgelopen, want het regime zit er nog steeds. Laten weechter hopen dat het iets verzwakt is en dat het iets van verbeteringoplevert voor de mensen daar.De voorzitter:Dan gaan we luisteren... Sorry, mevrouw Piri, wilde u nog een interruptieplaatsen? Ja? Gaat uw gang, mevrouw Piri.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ik heb er vier, toch?De voorzitter:Nee, twee interrupties in twee termijnen.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Oké, dan is dit mijn tweede interruptie.De woordvoerder van de VVD... Ik maak me zorgen dat de VVD met dezenaïviteit aan de knoppen zit van de regering op het gebied van hetbuitenlandbeleid. Dat meen ik serieus. Hoe kan je aan de ene kant zeggen«ik ben geschrokken van wat ik dit weekend op tv zag», maar daar aan deandere kant geen enkele consequentie aan verbinden? Laat ik het simpelvragen: als u zo geschrokken bent van wat u zag gebeuren in Libanon, watvindt de VVD dan dat de consequentie daarvan moet zijn voor de inzet vandeze Minister?Mevrouw Maes (VVD):Ik wil heel graag van de Minister horen, als hij straks zijn eerste termijnheeft, hoe hij hiernaar kijkt. Ik ben er absoluut van geschrokken. Ik benoverigens ook blij dat in ieder geval Beiroet niet lijkt te worden aange-vallen. Weet u, u zegt dat ik aan de knoppen zit, maar ik ben een Kamerlid.Wij discussiëren hier over Iran. Wij bevragen de Minister hierover. DeMinister zit volgens mij écht aan de knoppen.De voorzitter:Mevrouw Piri, nog een vervolg hierop? Ja?Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Nou, weet u: ik laat het gewoon aan mevrouw Dobbe. Dit is namelijk vrijhopeloos.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345713 Nou, mevrouw Dobbe wordt ook uitgelokt. Gaat uw gang.Mevrouw Dobbe (SP):Nee, hoor. Ik was al van plan te interrumperen. Ik heb een vraag over deinbreng van mevrouw Maes. Iedereen hier is het erover eens dat hetregime in Iran verwerpelijk is. Niemand is het daar niet mee eens. Dekritiek zit niet in het veroordelen door deze regering van het Iraanseregime en de misdaden die het Iraanse regime pleegt. Dat heeft het altijdheel goed gedaan. Denk aan sancties et cetera. De kritiek en deonenigheid zitten in wat de VS en Israël hebben gedaan, namelijk deaanvallen en de bombardementen die ze hebben uitgevoerd. Daarbij zijneen heleboel burgerslachtoffers gevallen. De Iraanse mensen zijn daarniet bij geholpen. Zij zijn daar alleen maar slechter uit gekomen. Daarinzitten de kritiek en de onenigheid. Hetzelfde geldt voor wat we nu zien inLibanon, bijvoorbeeld in de hoeveelheid burgerslachtoffers die daarvallen. Is er volgens de VVD ergens terechte kritiek denkbaar op deaanvallen van de Verenigde Staten en Israël op Iran en Libanon?Mevrouw Maes (VVD):Ik heb al een aantal malen gezegd dat wij begrip hiervoor hebben en datdat begrip voortkomt uit het feit dat wij ons heel veel zorgen maken overde Iraanse proxy’s, die gewoon bezig blijven met de acties waar zij aljarenlang mee bezig zijn. Zij worden gesteund en aangestuurd door Iran.Ik heb niet zozeer de behoefte om verder te gaan dan ik tot nu toe bengegaan. Wij zijn zeer bezorgd over die situatie, maar ik heb niet debehoefte om hier landen te gaan veroordelen. Ik wil daarbij zeggen dat wijook bijvoorbeeld echt wel kritisch zijn op wat de regering-Netanyahu doet,maar dat wij ook onze steun willen blijven uitspreken voor de mensen inIsraël, die hier op dagelijkse basis last van hebben.Mevrouw Dobbe (SP):Het is gewoon heel ingewikkeld. De hele wereld ziet wat voor puinzooi hetis in Iran, ook door de aanvallen van de VS en Israël. Iedereen ziet watvoor puinzooi het is in het Midden-Oosten. De mensen hier betalen daarde rekening voor, via hogere prijzen aan de pomp, via een hogereenergierekening en via hogere boodschappenprijzen. Iedereen ziet degevolgen daarvan. Er zijn aanvallen in Libanon, waarbij burgerslachtoffersvallen. Er zijn dubbele aanvallen in Libanon, waarbij hulpverleners enjournalisten doodgaan. Dat gebeurt ook allemaal. De VVD komt weer nietverder dan: we hebben begrip hiervoor, maar we kunnen geen enkeleterechte kritiek bedenken op wat de VS en Israël doen. Klopt dat nou? Ikvraag niet eens om een veroordeling. Ik vraag of mevrouw Maes een puntvan terechte kritiek op deze aanvallen en de gevolgen daarvan kanbedenken.Mevrouw Maes (VVD):Dank voor deze vraag. Wij zien dat het regime in Iran wel degelijkverzwakt is. Ik denk dat dat keihard nodig was. Dat is natuurlijk geenantwoord op uw vraag; dat snap ik ook wel. Een punt van kritiek zou zijndat het uiteindelijk belangrijk is dat als je met elkaar een bestand hebt, jeje daar dan ook aan houdt. Dat is een punt van kritiek dat ik best wil uiten.We moeten natuurlijk uiteindelijk toe naar een heropening van de Straatvan Hormuz. Het helpt dan als alle partijen die met elkaar proberen tot eendeal te komen of een bestand te hebben, zich daar vervolgens aanhouden. Dat is een punt van kritiek aan Israël en de VS, maar ook aan Iranen de proxy’s van Iran.De voorzitter:Dan denk ik dat we nu kunnen gaan luisteren naar de heer Dekker voorzijn inbreng namens Forum voor Democratie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345714 De heer Dekker (FVD):Dank u wel, voorzitter. De situatie met betrekking tot de oorlog met Iran isde laatste weken niet veel opgeschoten. Ik noem de belangrijkste puntenvan het conflict in vogelvlucht. De start van dit conflict was de onver-hoedse, keiharde aanval op Iran door Israël en de VS op 28 februari. Iranreageerde daar krachtig op, ook tegen de Amerikaanse bases in die regio,nog op dezelfde dag. Twee dagen later werd de Straat van Hormuzgedeeltelijk gesloten. Vervolgens werd er voorzichtig begonnen aanonderhandelingen op basis van het Iraanse tienpuntenplan op 6 april. Op7 april was er een staakt-het-vuren als startpunt van besprekingen. Op8 april waren er intensieve Israëlische bombardementen op Libanon. Op13 april was er een blokkade van de blokkade door de VS. Op 22 april liephet staakt-het-vuren officieel af. Dat zou namelijk twee weken duren. Hethele conflict duurt nu al ruim drie maanden. De directe confrontatietussen de VS en Iran is voor nu even gestopt, sort of, maar kan iedermoment weer oplaaien. Op dit moment proberen partijen elkaar uit teputten, waarbij langdurige belemmering van de handelsdoorvoer door deStraat van Hormuz langzaam maar zeker wereldwijd veel pijn zal doen.Het laatste nieuws is dat Iran zich expliciet distantieert van de onderhan-delingen, dat Israël de bombardementen op Libanon intensiveert en zelfsBeiroet lijkt te bombarderen, en dat president Trump de druk opvoert opIsraël om hiermee te stoppen.Het lijkt er sterk op dat Iran deze situatie langer kan en wil doorstaan dande VS. Bovendien staat Iran niet alleen. Op de achtergrond steunen Chinaen Rusland Iran en in de regio wordt samengewerkt met onder meerLibanon, Jemen en groeperingen in Irak, de zogenaamde Axis ofResistance. In samenwerking met Jemen kunnen ook verdere handels-doorvoerbeperkingen worden aangebracht: in de Rode Zee en de Golf vanAden. Dat zou een economisch rampscenario betekenen. Even dramatischzou het zijn wanneer Iran zou overgaan tot het grootschalig vernielen vaninfrastructuur in de met de VS gelieerde Golfstaten. Het leed is dan niet teoverzien. Beide scenario’s zijn mogelijk. Kortom, Iran holds all the cards,zoals de Amerikanen zeggen, en er is weinig dat de VS of de rest van hetWesten daaraan kunnen doen, militair althans.Het lijkt duidelijk dat de VS en Israël deze oorlog niet kunnen winnen endat het een ernstige strategische fout was om deze oorlog te beginnen. Derol van Israël in het conflict is een lastige. Israël lijkt de VS om eigenredenen te hebben meegenomen in deze oorlog. Door aanvallen uit tevoeren op Libanon saboteert Israël nu de VS-Iran-onderhandelingen enkomen er directe tegenreacties van Iran. De Israëlische activiteiten zoudendirect moeten stoppen. Er zijn fundamentele besprekingen nodig over detoekomstige inrichting van de veiligheid in deze regio – voor allebetrokken landen, met aanzienlijke geopolitieke consequenties. De EUnoch Nederland is direct betrokken bij dit vraagstuk, hoewel de VS wel,grotendeels vruchteloos, getracht hebben om Europese landen mee tenemen in deze onverstandige onderneming. Daar heeft Nederland relatiefprominent aan meegedaan. Was dit eigenlijk wel verstandig, vraag ik deMinister. De EU en Nederland zouden druk moeten uitoefenen op Israëlom de vijandelijkheden in Libanon te staken en zo onderhandelingen eenkans te geven. Daarnaast zou moeten worden aangedrongen op bespre-kingen op VN-niveau over een nieuwe veiligheidsarchitectuur voor hetMidden-Oosten. Kan de Minister zich hierin vinden?Ten slotte lijkt het voor Nederland verstandig om maatregelen voor tebereiden om eventuele schaarste van brandstof en andere essentiëlezaken het hoofd te kunnen bieden. De lage vulgraad van onze gasopslaghelpt daarbij niet. Kan de Minister daar iets over zeggen?Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345715 Dank u wel, meneer Dekker. Dan gaan we naar mevrouw Piri vanGroenLinks-Partij van de Arbeid.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Ruim drie maanden geleden begonnen Israël en deVS deze illegale en roekeloze oorlog tegen Iran. Ik denk dat de conclusieinmiddels breed wordt gedeeld dat dit een desastreuze beslissing was. Ikrefereerde er net al aan, er zijn drie coalitiepartijen in dit minderheidska-binet. De fractievoorzitter van het CDA zei: ik zou het woord «begrip» nietmeer gebruiken. Ik denk dat het kabinet hierin hetzelfde staat. We hoordenet de andere coalitiepartij, D66, zeggen: het is illegaal, roekeloos enbuitengewoon dom. En dan de derde coalitiepartij: nog steeds begrip ensteun aan de VS en Israël. Ik vraag me echt af waar het kabinet staat.Immers, op basis van deze drie coalitiepartijen vraag ik me af wat nou delijn van dit kabinet is die deze Minister kan uitdragen.Voorzitter. Dan over de wapenstilstand. Voor zover daarvan überhaupt alsprake was, vrees ik dat die nu definitief voorbij is, als we kijken naar hetnieuws. Intussen komen Nederland en de Europese Unie niet veel verderdan spreken over een eventuele missie in de Straat van Hormuz nabeëindiging van het militair conflict. Tien jaar geleden speelde de EU eencruciale rol bij een nucleair akkoord met Iran. Wat is nu de rol van de EUen wat is de inzet van Nederland? Speelt de E3 überhaupt nog een rol? Ofis Europa alleen nog maar toeschouwer, terwijl we alle effecten van dezeoorlog ook binnenlands ervaren? Een akkoord tussen de VS en Iran lijktvandaag weer verder weg. Kan de Minister schetsen wat de gevolgenvoor de Nederlandse bevolking zijn van wat er nu weer in de regiogebeurt?Dan ga ik naar de situatie in Libanon. Die is echt schrikbarend. Israël heeftdeze week aangekondigd de aanvallen in Zuid-Beiroet te hervatten. Erwaren verschrikkelijke woorden van verschillende Israëlische Ministersover wat ze van plan zijn in Libanon. Het is geen verborgen agenda, maarze zeggen het gewoon. Het is een enorme escalatie. Voor het eerst in 25jaar heeft Israël weer zo veel gebied ingenomen in Libanon. Waar blijft deNederlandse veroordeling? Welke consequenties trekt de Minister?Waarop nemen wij initiatieven in de EU? Wat is de analyse van deMinister van wat daar gebeurt, kijkende naar de aanvallen op de sjiitischebevolking? Ik vraag me inmiddels af of je kunt spreken van het heelbewust raken van één bepaalde etnische groep in Libanon.In het laatste RBZ-verslag stond dat meerdere lidstaten steun hebbenuitgesproken voor verkennende stappen voor een mogelijke EU-missieom de Libanese krijgsmacht te versterken. Er stond alleen niet in hetverslag hoe Nederland hierin staat. Ik vraag me dus af hoe Nederlandhierin staat. Welke initiatieven proberen wij Europa te laten nemen om desituatie voor de Libanese bevolking enigszins te kunnen verlichten?Tot slot. We weten dat de financiële staat van de regering in Beiroet alvoor deze oorlog desastreus was en die is dat natuurlijk nog meergeworden. Daarmee staat natuurlijk de hele legitimiteit van de overheid,ook ten opzichte van de sjiitische bevolking, ter discussie, tegenover eenhelaas sterker wordend Hezbollah. Welke initiatieven kan Nederland,eventueel met internationale financiële instellingen, nemen om te kijkenof we hier iets aan kunnen doen?Dank u wel.De heer Diederik van Dijk (SGP):Ik wil even aanhaken bij het punt dat mevrouw Piri maakt over, zoals zijzegt, de «gerichte aanval op sjiitische dorpen door Israël in Libanon». Datlaat toch inderdaad zien dat Israël daar niet zomaar de boel platbombar-deert, maar onderscheid maakt. De infrastructuur in de sjiitische dorpenwordt benut door Hezbollah, net zoals Hamas dat doet in Gaza, voor deraketaanvallen op Israël. Het is eigenlijk veelzeggend dat Israël niet deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345716 boel platwalst, maar onderscheid maakt tussen dorpen, en de bolwerkenvan Hezbollah uitschakelt.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Het is echt jammer dat de collega van de SGP niet mee was op die missie.Als hij wel mee was geweest, had hij deze vraag niet gesteld. Alsparlementariërs die hopelijk allemaal de rechtsstaat en het internationaalrecht respecteren, moeten wij willen dat er onderscheid wordt gemaakttussen terroristen en een burgerbevolking, en niet dat er onderscheidwordt gemaakt naar etniciteit of geloof, maar dat is wel wat hier gebeurt.De overgrote meerderheid van de bevolking in Zuid-Libanon is sjiitisch.Israël maakt geen enkel onderscheid tussen welke huizen er platgebom-bardeerd worden, waar de bommen vallen en welke mensen moetenvluchten. Dat zijn niet de Hezbollahterroristen. Nee, eigenlijk zien weprecies hetzelfde als wat gebeurde in Gaza, namelijk dat een helebevolking gelijk wordt gesteld aan een terroristische organisatie. Dat zoude heer Van Dijk toch ook moeten veroordelen?De heer Diederik van Dijk (SGP):Ik geloof graag dat mevrouw Piri af en toe boeken leest en dergelijke,maar Israël voert een strijd tegen Hezbollah. Volgens mij wordt door watmevrouw Piri aanhaalt juist onderstreept dat Israël wel degelijk onder-scheid maakt tussen het ene of het andere dorp, omdat het ene dorp welis ingericht tot een Hezbollahnetwerk en het andere niet. Ik hoorde vanmevrouw Piri beschuldigingen naar bepaalde collega’s over eenzijdigheid,maar – dit is mijn laatste interruptie – is het volgende niet veelzeggend?We hebben een debat over Iran, maar Israël zit in de beklaagdenbank. Isdat ook niet de gotspe en de eenzijdigheid die fracties zoalsGroenLinks-PvdA tentoonstellen?Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):We kunnen hier echt verschillende politieke opvattingen hebben en diehebben we ook zeker. Mijn fractie is het op heel veel terreinen op hetgebied van buitenland oneens met de SGP, maar we kunnen de feiten tochniet ontkennen? Welke landen hebben deze oorlog gestart? Dat warenIsraël en de VS. Het zou toch heel raar zijn als we hier een discussiehebben over Iran en dat we het dan niet hebben over de twee landen diedeze oorlog begonnen zijn?De voorzitter:Goed. Er is nog een vraag van de heer Van Dijk.De heer Diederik van Dijk (SGP):Ja, maar ik heb geen interrupties meer.De voorzitter:Ja. U bent er helaas doorheen. Ik moet daar strikt de hand aan houden.Zijn er verder geen interrupties? Die zijn er wel, van de heer Van Lanschot.De heer Van Lanschot (CDA):Dank aan collega Piri voor haar betoog. Als ik het goed hoorde, noemdeze ook de rol van Nederlandse financiële instellingen in Libanon. Zou zewat meer kunnen vertellen over haar ideeën daarover?Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Dan heb ik dat misschien niet goed uitgelegd. Ik bedoelde internationalefinanciële instellingen. Laten we gewoon heel eerlijk zijn: de regering inBeiroet is failliet. Dat was die al voor deze oorlog. Door deze oorlog is heter niet beter op geworden. De aantrekkingskracht van Hezbollah is deelsnatuurlijk altijd geweest dat er in het zuiden van Libanon een staat is dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345717 op geen enkele manier basisvoorzieningen voor de bevolking kan treffenen dat er een terreurorganisatie is die dat wel doet, inderdaad medegefi-nancierd door Iran. Voor de legitimiteit en dus uiteindelijk ook voor destabiliteit van Libanon is het ontzettend belangrijk dat er een legitiemeregering is die die legitimiteit kan effectueren. Nederland heeft dat in hetverleden ook altijd gesteund. Daarvoor zijn in de basis financiële middelennodig om het leger te betalen en om ambtenaren te kunnen uitbetalen.Mijn vraag is dus meer of Nederland daar met andere landen eenbescheiden rol in kan spelen en of Nederland met internationale financiëleinstellingen kan kijken op welke manier de legitimiteit van de Libaneseregering vergroot zou kunnen worden.De voorzitter:Het woord is aan de heer Van Lanschot. Niet? Dan is het woord aanmevrouw Nanninga.Mevrouw Nanninga (JA21):Ik heb geen glazen bol, maar ik kan voorspellen dat mevrouw Piri van PROhet niet mij eens gaat zijn. Ik wil toch even opgemerkt hebben datHezbollah die oorlog is begonnen en niet Amerika en Israël. Hezbollah isna 7 oktober met Hamas opgetrokken om die regio te destabiliseren. Iranbegaf zich buiten het nucleaire programma en dreigt een nucleairedreiging voor de wereld te worden. Als we het spelletje «maar jij deed heteerst» gaan doen, dan denk ik niet dat we naar Amerika en Israël moetenwijzen.De voorzitter:Ik hoor niet echt een vraag, maar mevrouw Piri mag wel reageren.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Hier zijn commissiedebatten van drie uur eigenlijk te kort voor. Het hangtervan af over welke oorlog we het hebben. Volgens mij begint mevrouwNanninga nu over 7 oktober en alles wat daarna gebeurde. Ik denk dat jeook verder terug kan in de tijd. Sterker nog, er zijn al genoeg discussiesover geweest in deze Kamer, ook de afgelopen tweeënhalf jaar. Ik had hetnu specifiek over de eerste keer dat de Amerikaanse regering in eenrechtstreeks militair conflict met Iran is geraakt. Dat is natuurlijk eigenlijkvorig jaar zomer voor het eerst gebeurd en drie maanden geleden is hetweer serieus hervat. Dat is wat ik nu even definieer als «de Iranoorlog».Het is geen politieke opvatting maar gewoon een feit dat die is gestartdoor Netanyahu en Trump. Sterker nog, die is gestart zonder toestemmingvan de VN-Veiligheidsraad en zelfs zonder toestemming van het Ameri-kaanse Congres.Mevrouw Nanninga (JA21):Dan moeten de feiten wel op orde zijn. De eerste beschieting was eendroneaanval van Iran op Israël in de nacht van 13 op 14 april. Nogmaals,als we het spelletje willen spelen over wie begon, dan mag dat, maar datmoet dan wel op basis van feiten.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Dit wordt een heel rare discussie. Niemand ontkent dat Iran de afgelopendrie jaar op verschillende manieren drones en ballistische raketten naarIsraël heeft afgevuurd. Niemand ontkent dat, maar vanaf welk momentspreken we van een oorlog? Dat was het moment dat massale bombarde-menten werden uitgevoerd vanuit Israël en de VS. Er was geen drone-aanval op de VS. Sterker nog, een van de discussies die niet alleen politicimaar ook internationale juristen hebben, is in hoeverre er voor deAmerikanen sprake was van een directe dreiging die zo’n aanval recht-vaardigde. Ik ben het eens met de meeste internationale juristen, dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345718 zeggen dat die er niet was. Vandaar dat ik het een «illegale en roekelozeoorlog» noem. Daar kunnen we van mening over verschillen. Laten wenou niet doen alsof ... Natuurlijk heeft Iran droneaanvallen uitgevoerd,maar dat zien we niet als de oorlog waarvan we allemaal zeggen dat diedrie maanden geleden grootschalig gestart is.De voorzitter:Dan zijn we toe aan het moment waarop ik namens mijn fractie eeninbreng wil doen. Ik wil mevrouw Piri vragen of zij even voorzitter wil zijn.Voorzitter: PiriDe voorzitter:Het woord is aan de heer De Roon namens de PVV.De heer De Roon (PVV):Voorzitter. De Iraanse ambassade is een frontoffice dat meedoet aan hetinternationaal diplomatiek verkeer en dat dient om lid te zijn vaninternationale organisaties van staten en om verdragen te sluiten. Het isook nog een frontoffice dat de schijn van democratie en recht overeindhoudt. Het backoffice van Iran is de terroristische organisatie van hetmilitair-economisch machtscomplex dat de Iraanse bevolking met terreureronder houdt, zichzelf verrijkt en dat ook elders in de wereld terreurbeoefent. Vanuit het backoffice worden ook de proxy’s aangestuurd omelders chaos te veroorzaken en oorlog te voeren – alles in het belang vanIran. Dat backoffice heet, zoals u wel begrijpt, de Iraanse RevolutionaireGarde. Daar ligt de echte macht en niet bij dat frontoffice. Wat de PVVbetreft is er geen reden om met dat frontoffice in het internationaalverkeer nog zaken te doen. Probeer je dat wel, dan houd je de schijn instand dat de Islamitische Republiek een acceptabel en te respecteren lid isvan de statengemeenschap. De PVV wil niet dat Nederland nog langermeedoet aan dat schimmenspel. Het heeft nooit iets opgeleverd endaarom willen wij de Iraanse ambassade in Nederland sluiten. Dat hebbenwe al eerder geprobeerd, maar ik herhaal opnieuw dat wij dit willen.Om dezelfde reden vinden wij het ook onbegrijpelijk dat Nederland zich inde VN van het uitbrengen van een stem heeft onthouden en niet gewoonzoals enkele andere landen tegen het Iraanse voorzitterschap heeftgestemd van een organisatie die onder andere over vrouwenrechten gaat.Dat is niet alleen onbegrijpelijk, ik vind het eerlijk gezegd ook een affrontvoor ons land.De PVV kan zich vinden in de gedachte dat het islamitisch bewind in Iranuitgeschakeld zou moeten worden. De poging van de VS en Israël daartoeis onsuccesvol gebleken. Er is wel schade toegebracht, maar het bewindin Iran, in Teheran, is allerminst verslagen. Een vooruitzicht om dat alsnogmet militaire middelen te realiseren lijkt er ook niet te zijn. Iran heeftbehendig de hele regio in de oorlog getrokken en uiteindelijk de helewereld de gevolgen laten ondervinden door de blokkade van Hormuz. Inplaats van het doorzetten van de oorlog wordt er onderhandeld – totgisteren, denk ik, maar dat schijnt nu ook afgelopen te zijn. De onderhan-delingen verlopen in ieder geval niet succesvol. We weten uit het verledendat diplomatieke onderhandelingen met Iran een bijzonder moeizaam, taaien langdurig gebeuren is en soms uiteindelijk nog steeds tot niks leidt.Complicerend daarbij is dat de proxy van Iran in Libanon, Hezbollah,oorlog is gaan voeren tegen Israël op het moment dat de strijd tussen deVS en Israël enerzijds en Iran anderzijds uitbrak. Dat vormt een compli-catie die door Iran in het leven is geroepen om zich een voordeel teverschaffen. Nou, dat is gelukt.Dan de kwestie van de olie- en gasleveringen uit de regio van de PerzischeGolf. Voor Nederland zijn die leveringen van groot belang voor onzeeconomie. Vanuit dat perspectief is het voor ons logisch en wenselijk datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345719 Nederland onderzoekt wat kan worden bijgedragen aan het ruimen vanzeemijnen. Of we de daadwerkelijke inzet ook zullen ondersteunen, kanalleen worden beoordeeld op grond van de situatie tegen de tijd dat hetruimen daadwerkelijk mogelijk zal blijken te zijn. Onze militairen mogen ingeen geval het doelwit van oorlogshandelingen of terrorisme worden. Hetrisico van afsluiting van de Straat van Hormuz is overigens iets wat aldecennialang besproken is en nooit goed geadresseerd is, althans nietbevredigend. De PVV denkt dat er rekening mee moet worden gehoudendat in de toekomst zo’n afsluiting opnieuw zal kunnen gebeuren. Deregering moet dus na het ruimen van de mijnen niet achteroverleunen. Ikzou de Minister willen vragen om na te denken over de vraag hoe weverdergaan met de situatie van de Straat van Hormuz en het openhoudendaarvan nadat de mijnen zijn geruimd.De voorzitter:Dank. Ik zie geen interrupties. Dan geef ik het voorzitterschap weer terugaan de heer De Roon.Voorzitter: De RoonDe voorzitter:Dan zal ik de vergadering twintig minuten schorsen, zeg tot 11.30 uur.Daarna gaan we luisteren naar de beantwoording door de Minister.De vergadering wordt van 11.08 uur tot 11.34 uur geschorst.De voorzitter:Beste mensen, we gaan weer verder met ons commissiedebat. DeMinister heeft zijn betoog in een aantal blokjes ingedeeld. Ik wil niet al bijvoorbaat het aantal vragen beperken, maar ik stel voor dat u de vragen zoveel mogelijk aan het einde van een blokje stelt, zodat we het een beetjegeserreerd houden en we geen onnodige herhaling krijgen. Als u zichdaarin kunt vinden, geef ik nu het woord aan de Minister voor zijnbeantwoording van de gestelde vragen.Minister Berendsen:Dank u wel, voorzitter. Ik heb inderdaad een inleidende tekst. Daarna ga ikin een aantal blokjes op de vragen in. Ik heb een blokje over de onderhan-delingen, over de Straat van Hormuz, over de sancties, over de diasporaen het effect op Nederland, over mensenrechten en tot slot over Libanon,de regio et cetera.Voorzitter. Het is bijna 100 dagen geleden dat het gewapend conflicttussen de VS en Israël aan de ene kant en Iran aan de andere kant begon.Sinds 8 april geldt er een staakt-het-vuren, maar we zien nog steedsregelmatig aanvallen over en weer. Ook blijft een vrije doorvaart door deStraat van Hormuz nog altijd belemmerd, met alle gevolgen van dienwereldwijd, ook voor onszelf. Het is belangrijk dat Nederland en Europaniet aan de zijlijn staan; een aantal Kamerleden hebben daar ook aangerefereerd. Onze belangen staan immers op het spel: stabiliteit in hetMidden-Oosten, veilige handels- en energieroutes en daarmee dewereldeconomie en daarnaast blijft het voorkomen van nucleaireproliferatie essentieel voor de veiligheid van niet alleen de regio zelf, maarook van Europa en de internationale rechtsorde.We steunen de diplomatie inzet van een reeks bemiddelaars, waaronderPakistan en een aantal Golfstaten. We staan daarmee ook voortdurend incontact. Uiteraard spreken we met de VS en met Iran en ik hoop dat eendeel van ons ambassadeteam binnenkort weer kan opereren vanuitTeheran als de veiligheidssituatie niet verder verslechtert. Dat is innavolging van een aantal Europese partners die ook weer vanuit Iranwerken. Dat is van belang omdat we in tijden van enorme spanningenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345720 juist diplomatie nodig hebben. Tegelijkertijd moeten we erkennen datonze rol in deze fase beperkt is. Dat is onderdeel van een bredere analyse,die erop neerkomt dat Europa zich beter moet organiseren om zijnbelangen wereldwijd te kunnen behartigen.Afgelopen week hadden mijn EU-collega’s en ikzelf de kans om op Cyprusgedachten uit te wisselen over Hormuz en Iran met de Ministers vanBuitenlandse Zaken van Saudi-Arabië en India: twee sleutellanden diegrote gevolgen ondervinden van de crisis. Het viel op hoe breed deovereenstemming is tussen beide landen en de EU dat een vrije doorvaartdoor de Straat van Hormuz niet ter discussie mag staan en dat tegelij-kertijd onze regio’s gebaat zijn bij de bescherming en diversificatie vanenergie- en handelsroutes, nu de huidige crisis de kwetsbaarheid vanbestaande afhankelijkheden blootlegt.Hoewel we ons dus actief inzetten voor een diplomatiek akkoord, moetenwe ook rekening houden met een langdurige conflictsituatie en zelfs methernieuwde militaire escalatie. We moeten voorbereid zijn op eendeelakkoord waarin er wellicht wel op korte termijn een oplossing voor deStraat van Hormuz wordt gevonden, maar geen duurzame oplossing voorde diverse dreigingen die van Iran uitgaan en die we niet uit het oogmogen verliezen. Nederland zet zich binnen het Brits-Franse initiatief, deHormuzcoalitie, actief in op allerlei domeinen: diplomatiek, op het gebiedvan sancties en militair.Vorige week informeerde ik samen met de Minister van Defensie uwKamer over de militaire voorbereidingen die plaatsvinden. Zo verplaatsenwe op dit moment mijnenbestrijdingscapaciteiten naar hetNAVO-vlootverband in de Middellandse Zee en bereiden we de eventueleinzet van een gecombineerd search-, duik- en explosievenopruimingsteamvoor, mogelijk vanaf een ondersteuningsvaartuig. De definitieve inzet blijftdaarbij afhankelijk van de mate waarin wordt voldaan aan de randvoor-waarden, waaronder een einde aan de vijandelijkheden. Tegelijkertijd zalde situatie nooit honderd procent veilig zijn. Onze militairen zijn getraindom juist in die omstandigheden te kunnen opereren. Dat is ook hun vak. Ikonderstreep nogmaals dat er nog geen beslissing is genomen over deinzet. Zodra daartoe aanleiding is, wordt uw Kamer conform de artikel100-procedure geïnformeerd.Los van militaire inzet heeft Nederland binnen die coalitie een voortrek-kersrol ten aanzien van de inzet van sancties en andere economischemaatregelen tegen Iran vanwege de belemmeringen in de Straat vanHormuz. We trekken hierin nauw op met een brede groep landen binnenen buiten Europa. Daarbij wil ik benadrukken hoe belangrijk het is dat wehier heel scherp op zijn. Het belemmeren van een vrije doorvaart door deStraat van Hormuz is buiten internationaal recht. Juist hierop heel scherpzijn met een internationale coalitie voorkomt hopelijk ook dat anderelanden elders in de wereld het in hun hoofd halen om een vrije doorvaartte belemmeren.Het conflict heeft ook impact op onze binnenlandse veiligheid. Wewachten de onderzoeken naar de aanslagen op Joodse objecten en opfinanciële instellingen met een Amerikaanse link in Nederland af, maar wehouden rekening met alle scenario’s, waaronder ook met een mogelijkelink met Iran. We blijven alert en nemen waar nodig maatregelen om deveiligheid van objecten en personen met een verhoogde dreiging teverbeteren. Dat doen we ook in goed overleg met internationale partners.Tegelijkertijd blijven ook de interne ontwikkelingen in Iran zorgwekkend.Na het uitschakelen van delen van de Iraanse top is sprake vanherschikking binnen het regime, waarbij er geen enkele aanwijzing bestaatvoor een meer gematigde koers. We mogen de Iraanse bevolking dus nietvergeten. Door internetrestricties en repressie blijft veel van de situatiebinnenlands buiten beeld. Er zijn tekenen dat de internetblokkade watversoepeld wordt. Dat is een klein lichtpunt, maar we blijven aandachtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345721 vragen voor de mensenrechten en steun uitspreken voor het Iraansemaatschappelijk middenveld en ook de diaspora.Voorzitter. Zoals vele Kamerleden al hebben aangegeven, kan het debatover Iran niet los worden gezien van de situatie in de bredere regio, devijandige houding van Iran versus Israël en de manier waarop Iran daarbijgebruikmaakt van strijdgroepen in de regio. We kennen de negatieveweerslag van de Iraanse invloed op de door Teheran gesteundegewapende fracties in Syrië, Irak, Libanon, Gaza en Jemen. Onze inzet metbetrekking tot Iran kan daarvan niet los worden gezien. In die contextblijven we ons ook inzetten voor verbetering van de humanitaire situatieen het vinden van een diplomatieke oplossing voor het conflict in Libanonen de Palestijnse gebieden. We bezien hoe we de negatieve Iraanseinvloed in Syrië, Irak en Jemen kunnen tegengaan.Vele van deze onderwerpen zijn langsgekomen. Ik ga in op een aantalspecifieke vragen die u in dit kader heeft gesteld. Allereerst deonderhandelingen.De heer Dekker (FVD):De inleiding is hiermee beëindigd, toch? De Minister had het overgesprekken die gevoerd worden met Iran. Zijn dat bilaterale gesprekkenvan Nederland met Iran? Is daar sprake van? Zo ja, wat is dan de aard eninhoud van die gesprekken?Minister Berendsen:Wij hebben contact met alle partijen in en rond het conflict, met name metde onderhandelaars die direct met de onderhandelingen te makenhebben. Ik heb zelf eenmaal contact gehad met mijn Iraanse collega,waarbij ik onze grote zorgen heb overgebracht over de situatie, over demensenrechten en de situatie van mensen in Iran, onze wens hebuitgesproken dat er snel een oplossing komt en heb gezegd dat een vrijedoorvaart door de Straat van Hormuz wat ons betreft niet onderhan-delbaar is.De voorzitter:Als er verder geen vragen zijn? O, er is nog wel een vraag.De heer Dekker (FVD):Het was meer een soort preek, als ik het zo mag zeggen, dan een opengesprek, als ik het goed begrijp.Minister Berendsen:Dit was de boodschap van mijn kant. Dan is er vanzelfsprekend ook eenboodschap aan de andere kant. Maar over de inhoud van bilateralegesprekken kan ik, behalve over mijn boodschap, geen uitspraken doen.De voorzitter:Dan kunnen we nu naar het blokje onderhandelingen.Minister Berendsen:Ja, voorzitter, waarbij ik begin met de vraag die door verschillendeKamerleden aan de orde is gesteld, ook in onderlinge interrupties,namelijk de positie van het kabinet als het gaat om de aanvallen van deVS en Israël, ook in het kader van het internationaal recht. Onze positieblijft ongewijzigd als het gaat om de start van het conflict. Op basis van deinformatie die het kabinet heeft, vallen de Amerikaanse en Israëlischeaanvallen waarmee het conflict begon niet binnen het internationaal recht.De doelstellingen waarmee de oorlog is begonnen, zijn ook nog nietvolstrekt duidelijk gemaakt door de partijen. Dat is aan hen. Tegelijkertijdhebben wij de enorme dreiging gezien van het Iraanse regime voor deeigen bevolking en de regio, de dreiging van het nucleaire programma,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345722 van de steun aan de proxy’s, de lange arm van Teheran tot in Nederlandaan toe en de steun aan Rusland bij de invasie in Oekraïne et cetera. Datbetekent dat wij nog steeds begrip hebben voor het feit dat de VS enIsraël zich genoodzaakt voelen om die acties te ondernemen. Tegelijkertijdhebben wij natuurlijk ook grote zorgen over de impact van het conflict enover het feit dat het conflict nog steeds voortduurt. Wij roepen daaromalle partijen op om tot een diplomatieke oplossing te komen voor ditconflict, omdat uiteindelijk – dat hebben we ook steeds gezegd in hetkader van de-escalatie – een diplomatieke oplossing van dit conflict deenige mogelijke oplossing is.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Dit is toch frappant. De fractievoorzitter van het CDA was volgens mijklip-en-klaar. Ik heb nog de uitgeschreven tekst die hij op tv sprak:«Volgens mij is er geen politicus meer die nog het woord «begrip» zougebruiken.» Volgens hem had het kabinet inmiddels toch ook voor eenandere lijn gekozen. Nu hebben we hier het eerste debat waarin we hetkabinet daarop kunnen bevragen, en dan wordt gewoon herhaald: «Wehebben begrip.» Twee van de drie coalitiepartijen heb ik toch echtduidelijk andere bewoordingen horen gebruiken. Neemt de Minister dannamens het kabinet eenzijdig het VVD-standpunt in?Minister Berendsen:Het begrip dat het kabinet blijft uitspreken, zit in de reële dreiging die Iranuitoefent; die heb ik net uitgebreid besproken. Tegelijkertijd zijn er grotevragen te stellen over waar het conflict zich bevindt, de impact en deuiteindelijke oplossing. We zien ook geen tekenen van regime change inIran, dus daar hebben we grote zorgen over. Daar zitten de zorgen, maarik denk niet dat er uiteindelijk heel veel verschil zit in de bewoordingen diegebruikt worden. Maar dit is het standpunt van het kabinet.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Je kunt Oost-Indisch doof zijn, maar de ene coalitiepartij praat over«illegaal», «roekeloos», «domme actie», de andere coalitiepartij zegt «ikzou het woord «begrip» echt niet meer in de mond nemen» en de derdecoalitiepartij zegt nog steeds begrip te hebben en alle steun te verlenenaan wat zowel de VS als Israël doen. Om dan net te doen alsof daar geenverschil van inzicht uit blijkt: dan neemt de Minister de Kamer niet serieus.Dus nogmaals, wij vroegen niet of het kabinet begrip heeft voor de reëledreiging – dat zit besloten in het antwoord van de Minister – maar of hetkabinet nog steeds, vandaag de dag, begrip heeft voor wat Amerika enIsraël hier ongeveer 100 dagen geleden gestart zijn?Minister Berendsen:Zoals wij aan het begin zeiden, en dat blijf ik herhalen: het begrip zit in hetfeit dat Israël en de VS zich genoodzaakt voelden de acties uit te voerenop basis van de reële dreiging die Iran vormt. Daar heb ik vele elementenvan benoemd. Tegelijkertijd heb ik ook aangegeven, ook namens hetkabinet, dat de acties, met de informatie die wij hebben, buiten hetinternationaal recht vallen. We roepen altijd alle partijen op zich aan hetinternationaal recht te houden. We hebben ook aangegeven datde-escalatie meteen vanaf het begin de oproep was namens het kabinetaan alle partijen. Dat is het nog steeds, omdat een diplomatieke oplossingde enige manier is om dit conflict te beëindigen. Dat is het standpunt vanhet kabinet.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Laten we de woorden van de Minister dan serieus nemen: «We hebbenbegrip vanwege de reële dreiging». Is door de wat mijn fractie betreftTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345723 illegale en roekeloze oorlog, die gestart is door de VS en Israël, de reëledreiging van Iran in de afgelopen drie maanden nou afgenomen?Minister Berendsen:Dat vind ik een hele goede vraag waar ik ook niet alle informatie over heb.Dat betekent dat we daar enigszins samen over zouden moeten specu-leren. We zien dat er grote schade is toegebracht aan raketinstallaties, aanhet nucleaire programma et cetera. Tegelijkertijd zien we geen tekenenvan regime change en zien we dat het Iraanse regime nog stevig in hetzadel zit. Dat is ook de reden dat de Straat van Hormuz geblokkeerd is. Dedoelstellingen van de VS en Israël zijn ons niet meegegeven, dus daar kanik het ook niet op beoordelen. Dat maakt ook dat wij niet alleen nog steedsgrote zorgen hebben over de situatie daar en over hoe dit conflict eenenorme impact heeft op de regio en op ons, maar ook dat wij vinden dater een diplomatieke oplossing nodig is die nog niet gevonden is.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Tot slot hierover. Er was natuurlijk ooit een diplomatieke oplossing waarEuropa heel actief aan heeft bijgedragen. Daar moeten we ook niet naïefover zijn. Volgens mij was dat akkoord, met alle mitsen en maren, velemalen beter dan de situatie waar we vandaag de dag in zijn beland. Ikdenk dat die reële dreiging van Iran alleen maar erger is geworden. TerwijlIran aan het onderhandelen was met de VS, vond er een aanval plaats opIran; dat maakt de kans dat Iran bereid is om tot onderhandelingen tekomen, vele malen kleiner. Zie hoe China nu alles aanvult van de Iraansedefensie-industrie; en de Golfstaten zouden zeker niet zeggen dat dedreiging van Iran is afgenomen. Kijk wat er vandaag de dag nog steedsgebeurt qua aanvallen in buurlanden. De CDA-fractie durft daar met haarhele duidelijke analyse tenminste eerlijk over te zijn. De kans dat we ooitweer komen tot dat diplomatieke akkoord, is door deze roekeloze actieeigenlijk alleen maar kleiner geworden. Waarom kan het kabinet dat nietgewoon erkennen?Minister Berendsen:Ik denk dat mevrouw Piri en ik qua zorgen niet ver uit elkaar liggen. Wijhebben grote zorgen over de huidige situatie. Maar uiteindelijk kunnen westraks alleen beoordelen hoe dit gelopen is op basis van het diplomatiekeakkoord dat er ligt. Daar kennen we de inhoud en de uitvoering nog nietvan. Als we straks terugkijken, zal de kennis die we dan hebben over hoedit conflict is gestart en verlopen, meebepalen of het ook verstandig wasrichting het verleden. Maar over waar we nu staan, ben ik helder geweestin de kabinetspositie.Mevrouw Dobbe (SP):Ik twijfelde even, omdat ik niet telkens hetzelfde debat wil herhalen, maarvooral die laatste zin roept wel vragen op: op basis van het akkoord dat erdan ligt beoordelen we hoe we terugkijken op deze situatie. Dit, terwijl deMinister wel erkent dat het een schending is van het internationaal rechten de Minister ook ziet wat de gevolgen zijn voor de mensen in Iran. Hetaantal executies neemt toe en de repressie neemt toe. Meer dan eenmiljoen Iraniërs zijn nu op de vlucht door die aanvallen; nou, dat is nogalwat. Dit heeft gevolgen voor de regio die in brand staat en het heeftgevolgen voor de energierekening en voor de mensen hier in Nederlanddie in de problemen komen en hun boodschappen niet kunnen betalen.Deze Minister hoeft toch niet te wachten totdat er een akkoord ligt, om tekunnen oordelen over deze hele situatie die ik nu schets? Kijk naar denoden van de mensen en hoe mensen nu in de knel komen, gewonemensen daar en gewone mensen hier. Hij hoeft toch niet te wachten, omte kunnen oordelen: dit is een bende, dit was geen goed idee, en hierhebben wij kritiek op richting de VS en Israël?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345724 Minister Berendsen:De laatste zin die ik zojuist uitsprak, heeft alles te maken met de woordenvan mevrouw Piri. Zij zei dat de situatie slechter gaat zijn dan die was, datde dreiging alleen maar groter is geworden et cetera. Uiteindelijk hangtdat natuurlijk ook samen met een akkoord dat gesloten is en hoe datuitgevoerd wordt. Daar waren mijn woorden op gericht. Op het momentdat je dat weet, kun je iets zeggen over wat voor verandering dit nougebracht heeft. Over alles daarvoor, over de situatie waarin we nuverkeren en over hoe het conflict gestart is, heb ik net de positie van hetkabinet gegeven.Mevrouw Dobbe (SP):Maar dat vind ik toch te makkelijk. «Beoordelen of de situatie slechter ofbeter is dan die was». Kijk naar de invloed op levens van mensen. Mensenhebben hun leven verloren; die krijgen dat nooit meer terug. Hun familiekrijgt die mensen nooit meer terug; die mensen zijn weg. Kijk naar deslachtoffers en gewonden die zijn gevallen, mensen die vermist raken, nudoor het Iraanse regime. Maar denk ook aan de meisjes die hun leven zijnverloren na die aanval op die meisjesschool. Dat zijn dingen die nu zijngebeurd. Die kun je nooit meer herstellen. Er kan nooit een uitkomst zijndie dat goedpraat. Daarom heb ik een beetje moeite met de redeneringvan deze Minister dat we nog maar even moeten kijken of de uitkomstenhiervan goed of slecht zijn geweest, als je kijkt naar de onomkeerbaregevolgen die het nú al heeft voor zo ontzettend veel mensen. Zou deMinister daar niet veel harder over moeten oordelen, ook richting de VSen Israël?Minister Berendsen:Ook ik zie die effecten hiervan en ook ik heb grote zorgen over de enormeimpact die dit op met name de Iraanse bevolking heeft. Tegelijkertijdzagen we al voor dit conflict dat het Iraanse regime ook enorm veelslachtoffers onder de eigen bevolking maakte. Ook daar waren al grotezorgen over, en die zijn er nog steeds. Dat zit in het deel van mijn verhaalwaarin ik aangeef dat Iran een zeer reële dreiging was voor de buiten-wereld maar ook voor de eigen bevolking. Nogmaals, ik heb de positievan het kabinet gegeven als het gaat om waar we staan in het conflict,hoe we daar gekomen zijn en hoe we daarnaar kijken. Mijn woorden overeen eventueel akkoord en wat dat dan vervolgens betekent, heeft alles temaken met hoe we straks terugkijken: was de situatie voordat dit starttebeter dan dat die is na de afloop? Ik kan de lijn nogmaals herhalen, maardie heb ik al een aantal keren gegeven. Volgens mij ben ik duidelijkgeweest over hoe het kabinet aankijkt tegen deze situatie.De voorzitter:Volgens mij zitten we nog steeds in het blokje onderhandelingen. Kan deMinister daarmee voortgaan?Minister Berendsen:We hebben inderdaad al een aantal dingen besproken. Mevrouw Maesvroeg nog specifiek naar welke mogelijke oplossingen wij zien voor hetverrijkte uranium. Daarbij is het volstrekt helder dat de mate waarin dituranium verrijkt is en de hoeveelheid daarvan geen enkele civieletoepassing dient. Er moet een diplomatieke oplossing worden gevonden.Wat ons betreft is een akkoord over dat nucleaire programma en hettoezicht daarop een belangrijk onderdeel; dat geldt ook voor het Iraanseballistischeraketprogramma. Daar is de EU eensgezind over. Daar sprekenwe natuurlijk veel gezamenlijk over. Wij zouden natuurlijk ook graag ziendat Iran zich zo snel mogelijk en onvoorwaardelijk aan alle verplichtingenrond het nucleaire programma houdt. Daarbij is inderdaad een helebelangrijke rol weggelegd voor de inspecties van het InternationaalTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345725 Atoomenergie Agentschap. Daarmee denk ik dat we de vragen die ik in ditblokje had, zojuist besproken hebben.Mevrouw Maes (VVD):Ik had nog een vervolgvraag naar aanleiding van uw antwoord. Het is heelduidelijk dat er natuurlijk ook een oplossing moet komen voor denucleaire voorraad en voor die ballistische raketten. Mijn vraag ging erechter ook heel specifiek over of uw beeld is dat dat nu ook echt eenonderdeel zal zijn van een deal. Of is het zo – dat is namelijk mijn beeld –dat wat er op dit moment gebeurt, alleen maar gaat over de heropeningvan de Straat van Hormuz, en dat er daarna nog onderhandeld moetworden over de rest? Dat is natuurlijk zeer zorgwekkend.Minister Berendsen:Dat zou inderdaad zeer zorgwekkend zijn. Ik heb net aangegeven dat hetnucleair programma grote zorgen baart en dat dat onder internationaaltoezicht moet staan; dat moet absoluut belemmerd worden. Ik vind hetlastig om uitspraken te doen over of dat wel of niet onderdeel zou zijn vaneen deal. Wat ons betreft is dat onderdeel van een deal, maar deonderhandelaars zoeken natuurlijk ook naar een weg vooruit, waarbijwellicht niet alles inderdaad op hetzelfde moment in een akkoord gevatzal worden. Vanuit onze kant hopen we logischerwijs dat ook daarduidelijke akkoorden over komen.De heer Dekker (FVD):Als je reëel bent is het toch heel raar om, nadat je Iran hebt aangevallenen zelfs verzocht hebt om een wapenstilstand – dat komt vanuit hetWesten – te trachten ze op te leggen hun ballistische raketten af tebouwen? Dat is hun verdedigings- en aanvalsmechanisme. Dat is toch eenhele vreemde gang van zaken? Dat kan toch nooit een serieus startpuntvan onderhandelingen zijn?Minister Berendsen:Het ballistischeraketprogramma van Iran is onderdeel van de reëledreiging die het Iraanse regime vormt, ook voor de wijdere regio; datheeft zelfs een bereik richting Europa. Vanzelfsprekend is het wat onsbetreft dus inderdaad onderdeel van die onderhandelingen om duidelijkeakkoorden te sluiten over die reële dreiging van Iran voor de omgeving.De heer Dekker (FVD):Laat ik het nog een keer proberen. Je zou kunnen zeggen: als je dieraketten niet wegdoet, vallen we je aan. Maar ze zíjn al aangevallen en zehebben die raketten juist gebruikt om die aanval te weerstaan. Ik vind hetdus zo irreëel om dat als inzet van onderhandelingen te kiezen, zeker indeze fase, omdat je natuurlijk weet dat dat per definitie niet gaatgebeuren. Ik vraag me dus af of je niet een stap terug zou kunnen doen eniets breder zou kunnen kijken wat hierbij nou reëel is, wat de positie vanIran is en wat haalbaar zou zijn. Dit is namelijk per definitie niet haalbaaren dan blijf je naar mijn gevoel eindeloos in cirkels ronddraaien.Minister Berendsen:In alle onderhandelingen en zeker in complexe onderhandelingen als dezewordt een breed pakket aan zaken meegenomen, maar ik denk dat hetheel verstandig is om een heel duidelijk akkoord te hebben over dedreiging die Iran vormt voor de verdere regio. Het is uiteindelijk ook aande onderhandelaars om daar een oplossing voor te vinden.De heer Diederik van Dijk (SGP):Nog even hierop doorgaand: ik ben het volledig met de Minister eens datde nucleaire dreiging uiteindelijk onderdeel zou moeten zijn van eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345726 eindakkoord. Je moet er wat dat betreft niet aan dénken dat er sprake zouzijn van een soort sjiitisch Noord-Korea. Een eind aan de steun aanHezbollah, aan Hamas en aan vergelijkbare terreurgroepen zou wat betreftNederland ook deel moeten uitmaken van het akkoord. Dat hoort hier ookbij.Minister Berendsen:Wat Nederland betreft, zouden wij idealiter natuurlijk alle elementen vande dreiging die Iran voor de eigen bevolking, de omgeving en de wijdereregio vormt in het akkoord gevat zien worden. Zeker deze zorgen, en ookde zorgen over de gevolgen van een mogelijke escalatie door die dreiging,ook voor Iran en de regio, zijn gewoon groot. Ik hoop dus van harte datdat het geval is. Mevrouw Maes vroeg natuurlijk waar we ongeveer staanen wat de verwachtingen daarvan zijn; ik vind het lastig om daar nuverder inhoud aan te geven.De voorzitter:Gaat u verder met uw betoog, Minister.Minister Berendsen:Dank u wel, voorzitter. Laat ik even systeem aanbrengen. Ik ga door methet punt van de Straat van Hormuz, de missie en secundaire effecten. Ikheb daar iets over gezegd in de inleiding. Mevrouw Dobbe vroeg specifieknaar het punt dat er feitelijk al een missie zou zijn, omdat we voorsor-teren, prepositioneren. De mijnenjager gaat onderdeel uitmaken van eendoorlopend aanwezig NAVO-vlootverband van mijnenbestrijdingsvaar-tuigen in de Middellandse Zee. Prepositionering betekent dat materiaaltijdig en efficiënt beschikbaar is voor mogelijke inzet. Ik heb geleerd datmijnenjagers niet zo snel varen. Dat betekent dat als je ze in wilt zetten, jeze zal moeten prepositioneren op het moment dat de gelegenheid daartoeis, omdat je uiteindelijk, mocht de situatie het toelaten om de vrijedoorvaart in de Straat van Hormuz te kunnen garanderen, dat zo snelmogelijk wilt doen en niet een aantal weken wilt hoeven wachten voordatde capaciteit ter plaatse is om die vrije doorvaart mogelijk te maken. Hetkabinet heeft, zoals ik ook in de inleiding zei, nog niet besloten over eeneventuele Nederlandse militaire bijdrage. Als het kabinet daadwerkelijkeen besluit neemt, informeren wij de Kamer daarover via de artikel100-procedure.Mevrouw Dobbe vroeg ook nog «ziet u dan de risico’s van het feit dat wijgenoemd worden als ...», met een verwijzing naar de titel van de brief diewe naar de Kamer sturen et cetera. Het is volstrekt duidelijk dat Nederlandonderdeel is van deze coalitie en dat we daar heel actief onze rol inpakken. Dat kan met risico’s komen. Het grootste risico is uiteindelijk datdie Straat van Hormuz dicht blijft. De kracht van de breedte van deinternationale coalitie is dat meerdere partijen bereid zijn om daar eenstukje van de verantwoordelijkheid te dragen. Dit kabinet is absoluutbereid om een stukje van de verantwoordelijkheid te dragen onder dejuiste omstandigheden.Mevrouw Van der Werf vroeg hoe de coalitie er nu precies uitziet en watwe verwachten van partners buiten Europa. De coalitie staat onder leidingvan Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Het militaire planningsprocesvoor de internationale missie is bijna afgerond. De coalitie is breder danalleen het militaire spoor. Het gaat ook om diplomatieke inspanningen ende coördinatie van drukmiddelen zoals sancties om Iran naar de onder-handelingstafel te bewegen. We zien dat er nu concreet brede diploma-tieke steun is, zoals ook blijkt uit de gezamenlijke verklaringen van deHormuzcoalitie en stemmingen in multilaterale fora. Meer dan 50 landen,onder andere landen uit de Golf, Japan, Zuid-Korea, India en Singapore,zijn hier in politieke zin bij betrokken. We zetten ook in op een zo breedTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345727 mogelijke internationale coalitie, dus ook met deelname van buitenEuropa.Mevrouw Dobbe (SP):Ik heb een vraag naar aanleiding van de beantwoording van de Ministervan mijn vragen over de missie en de inzet in de Straat van Hormuz. Ikheb daar een aantal specifieke vragen over gesteld omdat ik me zorgenmaak. Het punt is niet zozeer dat wij onder geen beding een eventuelebijdrage aan het openen van de Straat van Hormuz zouden kunnensteunen als er een duurzaam akkoord ligt. Het punt is dat we dat debatnog helemaal niet hebben gevoerd. Er zijn een aantal dingen waar wij onszorgen over maken. Ten eerste: hoe worden de VS aangesproken op hunverantwoordelijkheid? Want wij draaien in feite wel op voor de ellende diezij hebben veroorzaakt. Wordt daar ook een gesprek over gevoerd?Betalen zij bijvoorbeeld mee aan onze inzet als zij zelf geen mijnenjagerhebben en hoeft dat niet alleen van de Nederlandse belastingbetaler tekomen? Zijn die gesprekken gevoerd of worden die gevoerd? En ziet dezeMinister het risico, ook voor de Kamer, dat wij straks voor de vorm nogeen briefje krijgen, maar dat het schip al onderweg is? Een artikel100-procedure moet echt meer zijn dan dat. Het is niet alleen «we stureneen briefje naar de Kamer en dan mag de Kamer er, bijna achteraf, nogwat van vinden». De Kamer wil ook voorafgaand aan zo’n missie dingenmeegeven. Dat kan natuurlijk niet als dat schip daar al ligt en al bijnaonderweg is. Misschien kan de Minister daar nog wat over zeggen.Minister Berendsen:De inzet van het kabinet is een hele brede internationale coalitie. De VSzijn daar geen onderdeel van. In de gesprekken met de VS roepen we henook continu op om te komen tot een diplomatieke oplossing met Iran,maar de reden voor een eventuele missie binnen die internationalecoalitie is dat veel van deze internationale partners een stukje van deverantwoordelijkheid dragen voor de belangen die wij ook hebben. Diebelangen hangen samen met het openen van de Straat van Hormuz,gezien de enorme impact die de sluiting daarvan heeft, niet alleen op ons– dit is een grote zorg, want wij zien de prijzen stijgen; dat doet heel veelmensen pijn en veel mensen kunnen die rekeningen ook niet meer betalen– maar ook op het zuiden van onze wereld, waar je voedsel- en energiete-korten ziet komen. Dat betekent dat we op dat punt een groot belang zien.Wat het gesprek met de Kamer over de missie betreft: wij informeren deKamer continu over de coalitie, de gesprekken in de coalitie, de stappendie Nederland zet, waar we zijn en in dit geval ook het prepositioneren. Ophet moment dat er een besluit voorligt, hebben we dat debat ook met deKamer in het kader van de artikel 100-procedure.Mevrouw Dobbe (SP):Een vervolgvraag daarop. De door de Minister geschetste situatie is tochin ieder geval geen goede situatie? De VS spelen geen enkele rol in hetweer openmaken van de Straat van Hormuz, behalve dat ze deze oorloginderdaad moeten beëindigen en tot een akkoord moeten komen met Iran,want dat moet natuurlijk sowieso gebeuren; er moet daar vrede komen.Als er dan een duurzaam akkoord ligt, hebben de VS geen enkele rol inhet vervolgens weer openen van de Straat van Hormuz; dan moeten wijdaarvoor opdraaien. Ik snap de belangen, want ook ik zie de noden hier enin de wereld; dat is het punt niet. De VS hebben daar toch ook eenverantwoordelijkheid? Welke gesprekken vinden daarover plaats?Waarom betalen zij hier niet aan mee en waarom doen ze hier niet aanmee? En ziet u ook het risico dat ik noemde in de tweede vraag? Als eenschip al onderweg is terwijl de voorwaarden van die missie nog nietbekend zijn, ziet u dan onze zorg dat wij nu de facto al bezig zijn met hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345728 starten en prepositioneren van een missie waarvan wij de voorwaardenniet eens kennen?Minister Berendsen:De VS spelen geen rol in de internationale coalitie. De internationalecoalitie is bereid om, op het moment dat het kan, een stukje verantwoor-delijkheid te dragen met haar capaciteiten, om die vrije doorvaart weermogelijk te maken. Tegelijkertijd spelen er andere initiatieven, ook vanuitde VS, en zijn we ons binnen die internationale coalitie er ook zeer vanbewust dat als dit soort acties worden uitgevoerd, dat altijd in overlegmoet met andere partijen die bij dit conflict betrokken zijn. Als er eenmissie plaatsvindt van de internationale coalitie, zal dat ook in samen-spraak met de VS gebeuren, maar er zal ook met Iran gesproken moetenworden over de situatie en de missie daar. Dat was vraag één.Vraag twee van mevrouw Dobbe ging over het doorvragen over hetprepositioneren. De mijnenjager gaat onderdeel uitmaken van hetNAVO-vlootverband. Dat betekent dat deze beter gepositioneerd is om, ophet moment dat we tot besluitvorming overgaan, deel te nemen aan eenmissie. Anders duurt het namelijk gewoon wekenlang voordat het schipdaar is. Dat neemt niet weg dat de procedure die we dan met de Kamerdoorlopen, voldoende mogelijkheden geeft aan de Kamer om daarover enover de randvoorwaarden van die missie het gesprek aan te gaan met hetkabinet.Mevrouw Van der Werf (D66):Nog even over de beantwoording van mijn vraag net. De Minister gaf aandat er een groot gezelschap is van meer dan 50 landen en dat er bredediplomatieke en politieke steun is. Maar hoe zit het met de bereidheid toteen militaire bijdrage van die landen buiten Europa? Dat zij het steunen, isnatuurlijk heel mooi, maar ik ben ook benieuwd hoe dat zich ontvouwt.Minister Berendsen:Niet al die 50 landen zullen een militaire bijdrage leveren, maar we zienwel de breedte van de internationale coalitie. Dat heeft niet alleen temaken met de wens van het wel of niet militair bijdragen. Dat heeft ook temaken met de vraag hoe je ervoor zorgt dat de capaciteiten en demogelijkheden die de verschillende landen binnen die coalitie hebben opeen goede manier op elkaar aansluiten. Daarbij spelen er veel facettenmee op het gebied van materieel, personele bezetting, intelligence,kennisvergaring et cetera.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ik heb nog één vraag hierover. De Minister zegt dat de prepositioneringplaatsvindt in NAVO-vlootverband; dat stond ook in de brief. Alle begripdaarvoor. Maar ik vraag me het volgende af. Dat is toch geen voorbodedat we in NAVO-verband deelnemen aan zo’n missie in de Straat vanHormuz, mocht er een bestand komen?Minister Berendsen:Het kabinet heeft de voorkeur om een brede internationale coalitie daarhet werk te laten doen, onder omstandigheden die acceptabel zijn. Daarzullen NAVO-bondgenoten onderdeel van zijn. Wat het kabinet betreft ishet de internationale coalitie zoals we daar nu mee aan het werk zijn.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Dan heb ik nog één vraag over. Er zijn veel NAVO-bondgenoten. Denkt deMinister dat Amerika daar onderdeel van moet zijn?Minister Berendsen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345729 Zoals ik juist ook tegen mevrouw Dobbe heb gezegd, zijn de VS geenonderdeel van die internationale brede coalitie. Het is een brede interna-tionale coalitie van allerlei landen die zien dat zij een gezamenlijk belanghebben en een stukje van de verantwoordelijkheid willen dragen. Ik denkdat het ondenkbaar is dat je daar met een internationale coalitie eenmissie gaat uitvoeren zonder afstemming met de VS en Iran, naargelanghet akkoord dat daar gesloten wordt. Maar de VS maken geen onderdeeluit van de capaciteiten van deze missie.De voorzitter:Gaat u verder met uw betoog, Minister.Minister Berendsen:Voorzitter. Mevrouw Nanninga vroeg naar de inzet van de EuropeseCommissie en de EU-missies in de regio. Zoals ik zojuist ook hebaangegeven, is onze inzet echt gericht op de Frans-Brits geleide bredeinternationale coalitie. Nederland is altijd bereid in EU-verband te kijkennaar de slagvaardigheid van EU-missies. Maar de operationelehaalbaarheid en de steun van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zijnuiteindelijk van het grootste belang. Zoals ik net aangaf, is juist de breedtevan de coalitie echt heel belangrijk; dat is een groot voordeel. Een missiein de Straat van Hormuz zou geen EU-missie moeten zijn. Het lijkt meuitstekend dat de EU en EU-partners willen bijdragen, maar de kracht zit’m in de breedte van de internationale coalitie.Voorzitter. De heer De Roon vroeg ... Ik zoek nog steeds naar de juistemanier om de voorzitter te adresseren als hij als Kamerlid een vraag heeftgesteld. Voorzitter, in uw rol als Kamerlid stelde u de vraag over detoekomst van het openhouden van de Straat van Hormuz na het mijnen-ruimen. Die kan niet enkel met militaire middelen worden opengehouden.Mijnenjagen is expliciet een tijdelijke opgave. Als we beginnen metruimen, worden er hopelijk geen nieuwe mijnen meer geplaatst. Maar danmoet er echt een diplomatieke oplossing zijn. Dat vereist een einde aan devijandelijkheden. We weten nu nog niet hoe dat eruit gaat zien. Ik wil welbenadrukken dat de reden dat wij zo strak zijn op de vrije doorvaart en hetrecht op vrije doorvaart niet alleen de enorme impact is die we nu zienvan het gesloten zijn van de Straat van Hormuz. Het gaat ook omeventuele implicaties voor allerlei andere vaarwegen op de wereld. Dit isgewoon onacceptabel. Vandaar dat de vrijheid van doorvaart voor onsniet onderhandelbaar is.De heer Dekker vroeg nog naar verstoringen van energie- en goederen-stromen en de vulgraad van de Nederlandse gasopslagen. De heer Dekkerzal ongetwijfeld begrijpen dat dit niet volledig binnen mijn portefeuillevalt als Minister van Buitenlandse Zaken. Wat betreft lng is de directeimpact op Nederland relatief beperkt, omdat wij het grootste deel vanonze lng kopen in andere landen dan die in de Golfregio. Uiteraard zijn erwel grote prijseffecten. Lng is een wereldmarkt, en dat betekent dat ditecht gevolgen heeft. Nederland haalde wel aanzienlijke hoeveelheden olieuit de getroffen regio. Olie is ook een wereldmarkt. Dat betekent dat ervoldoende andere aanbieders zijn, maar ook hierbij geldt dat er aanzien-lijke prijseffecten zijn bij de aankoop daarvan.Voorzitter. De heer Van Lanschot vroeg naar de gevolgen van het conflictvoor ontwikkelingslanden op het gebied van voedselzekerheid, energie-prijzen en de Nederlandse inzet daar. Op basis van de analyses van deWereldbank en het IMF zien we de grootste risico’s bij landen die tegelijkgeraakt worden door hogere energieprijzen, duurdere kunstmest,voedselonzekerheid en druk op de betalingsbalans en de begroting. Datbetekent dat verschillende elementen hierbij elkaar versterken voorhuishoudens, boeren, bedrijven en overheden. Onze inzet is daaromvooral gericht op goede coördinatie, juiste rolverdeling, snelle inzet vanbestaande instrumenten en oog voor de langere termijn. Acute nodenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345730 moeten nu geadresseerd worden. We kijken onder andere naar de VNvoor humanitaire toegang en logistiek, naar de Wereldbank en regionaleontwikkelingsbanken voor voedselzekerheid, sociale bescherming enprioritaire uitgaven, en naar het IMF voor betalingsbalansdruk enschuldhoudbaarheid.Voorzitter. Dat was het tweede blokje. Dan heb ik nog het blokje metspecifieke vragen van Kamerleden over sancties.De heer Van Dijk vroeg naar de naleving van EU-sancties. Direct of indirectzakendoen met de IRGC is een overtreding van de sancties. De IRGC staatop de EU-terrorismelijst en op andere sanctielijsten, ook dankzij Neder-landse inzet. Hoe beter de naleving, hoe effectiever de sancties, zowel opnationaal als Europees niveau. Er wordt altijd onderzoek gedaan naarsignalen van overtredingen van sancties en, waar nodig, wordthandhavend opgetreden. Het is aan het OM om onderzoek te doen enovertreders van die sancties te vervolgen, maar daar zijn we natuurlijkscherp op.De heer Van Dijk vroeg ook of niet alleen de top van de RevolutionaireGarde, maar ook lagere functionarissen onder die sancties en reisbeper-kingen vallen. Op dit moment bestaan de sanctielijsten uit zowel hogereals lagere IRGC-functionarissen. Het kabinet zet zich in voor maximalesancties richting Iran, als dat effectief is. De heer Van Dijk vroeg ook naarhet 50%-criterium. Sanctieomzeiling en sanctieontduiking zijn problemendie we scherp op de radar hebben. Daar hoort ook onderzoek naarondoorzichtige eigendomsstructuren bij. De 50%-regel volgt uit deEU-wetgeving en is internationaal de standaard. Dat is dus ook nietzomaar te wijzigen. We spelen als Nederland een voortrekkersrol inEU-verband op het gebied van sancties. Het is belangrijk dat we alertblijven op front companies en deze ook op de sanctielijst zetten.Voorzitter. Ik besef dat het blokje ... Sorry.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank voor de reactie, Minister. Ik heb een verhelderende vraag. DeMinister geeft aan dat de top van de Garde onder die sancties valt en datde laag daaronder ook zeker in beeld is. De achterliggende vraag isnatuurlijk of het denkbaar is om het net toch breder uit te gooien. Maakthet kabinet zich daar sterk voor?Minister Berendsen:Net zoals we ons hebben ingezet om de Revolutionaire Garde als geheelop de sanctielijst te krijgen, kijken we ook voortdurend naar mogelijk-heden om die sancties zo goed mogelijk te laten werken. Dat heeft ook temaken met wie er op die lijsten staan, waarbij de kwaliteit uiteindelijkboven de kwantiteit gaat als we het relateren aan de effectiviteit van desancties.De heer Dekker (FVD):De Minister noemt de voorhoederol van Nederland bij die sancties. Dat istoch wel een opvallend fenomeen. We hebben ook een voorhoederolgespeeld bij het begeleiden van die vloten met de Evertsen. Is het wel zoverstandig om een voorhoederol te spelen in dit toch wat problematischeconflict dat illegaal gestart is en waar allerlei problemen aan zitten?Waarom doen we dat eigenlijk?Minister Berendsen:Een voortrekkersrol spelen in internationaal verband komt altijd metkansen en met risico’s. In dit kader is het mijn taak om op te komen voorde Nederlandse belangen in het buitenland, zo ziet het kabinet dat ook. Bijdit conflict worden een aantal Nederlandse belangen hard geraakt. Datzien we dagelijks. De reële dreiging van Iran is ook helemaal tot inNederland voelbaar. Dat betekent dat wij zeker een stukje van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345731 verantwoordelijkheid willen dragen voor het oplossen van de problemen,maar ook zeker voor het opkomen voor onze belangen.De heer Dekker (FVD):Alle Europese landen zouden die positie natuurlijk kunnen innemen, wanthet raakt hen allemaal. Toch zie je dat Nederland relatief vooroploopt invergelijking met landen als Italië of Spanje. Dat is toch verbazingwekkend.Wat is daarvan precies de achtergrond?Minister Berendsen:Ik kan alleen spreken over de keuzes die wij als Nederlands kabinetmaken. De Nederlandse economie heeft een grote verwevenheid met deinternationale economieën en de internationale handel. We hebbenenorme internationale belangen. Wij geven ons buitenlandbeleiddaarnaast niet alleen op basis daarvan vorm, maar doen dat ookwaardengedreven. Dat betekent dat we ook kijken naar hoe we onzewaarden kunnen beschermen en ons daar internationaal sterk voorkunnen maken. Dat betekent dat er allemaal afwegingen zijn bij debeslissing of wij wel of geen voortrekkersrol wensen te spelen.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Laten we het hebben over die Nederlandse belangen. Ik doe toch nog éénpoging. Volgens mij zei elke expert dat het afsluiten van de Straat vanHormuz ging gebeuren bij een grootschalige militaire aanval. We zien hoedat Nederland raakt. Als je kijkt naar de economische belangen, deNederlandse belangen, in die regio, dan is het toch echt onbegrijpelijk datde Minister hier nog steeds verdedigt dat we begrip hebben voor dezeaanval?De voorzitter:Mevrouw Piri, ik probeerde een beetje te voorkomen dat vragen herhaaldzouden worden, al heeft u het recht natuurlijk wel. Ja, u heeft nog eenkans. Zo kunt u het ook zien. Minister, een kans.Minister Berendsen:Dank daarvoor aan alle betrokken partijen. Ik heb zojuist al aangegevendat het Nederlands belang ook in de Iraanse dreiging zit, die helemaal totin Nederland voelbaar is. Die reële Iraanse dreiging is voelbaar in deregio, maar ook helemaal tot in Nederland. Dat maakt ook deel uit vanonze belangenafweging en de positionering van het kabinet.De voorzitter:Kunnen we naar het volgende blokje, Minister? Dat is het blokje diaspora.Minister Berendsen:Dat klopt, voorzitter. De heer Van Dijk vroeg specifiek naar hoe het beleidvan de Minister wordt gevoed door inzichten van de Iraanse diaspora. Hetkabinet spreekt veelvuldig met de Iraanse gemeenschap in Nederland. HetMinisterie van SZW doet dat, de mp doet dat en ook ikzelf hebverscheidene gesprekken gevoerd om uit eerste hand te horen wat dezorgen zijn en wat de impact van de gebeurtenissen in Iran is, niet alleenin Iran maar ook op de gemeenschap in Nederland. Die zorgen zijn heelherkenbaar: de gewelddadige repressie van vreedzame protesten in Iran,de impact van de oorlog op familie en vrienden in Iran en de angst voorintimidatie en fysieke dreiging vanuit Iraanse statelijke actoren tot hier inNederland. Dat zijn allemaal thema’s die Nederland internationaal aan dekaak blijft stellen. Dat gebeurt bilateraal, maar ook in internationalegremia en via de EU door onze inzet op EU-sancties.Mevrouw Nanninga vroeg naar de Iraanse ambassade. Een aantal andereKamerleden hebben daar ook naar gerefereerd. Wij zijn ons zeer bewustTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345732 van de dreigingen vanuit Iran. Tegelijkertijd hebben we ons ook tot Iran teverhouden. In het gesprek dat de Kamer net voerde, zagen we ook dat ergeen indicatie is dat het regime op omvallen staat. Het blijft dan in hetNederlandse belang om die kanalen open te houden. Zelfs als er eeninternationale missie komt, zal, zoals ik net ook al aangaf, de vrijedoorvaart in de Straat van Hormuz op enigerlei wijze in overleg ensamenspraak met Iran zijn, afhankelijk van het akkoord dat wordt bereikt.Er staan grote Nederlandse belangen op het spel. Uiteindelijk heeft alleswat we hier doen met betrekking tot onze ambassade ook effect op watonze ambassade in Teheran kan doen. Ik verwijs ook naar de grote zorgendie we hebben over de situatie daar. Mevrouw Dobbe heeft ook een aantalzorgen uitgesproken over de situatie daar. We kunnen daar juist alleen vaninvloed zijn, niet alleen voor de bevolking daar maar ook bij het ophalenvan de juiste informatie, als wij daar gerepresenteerd zijn. Dat is waaromwij in deze complexe afweging deze keuze maken.Mevrouw Nanninga (JA21):Mijn excuses, ik moet de vergadering zo verlaten voor een andercommissiedebat. Excuses daarvoor.Onze ambassade zit niet meer in Teheran, maar in Bakoe. Dat is ook dereden dat JA21 van standpunt is veranderd dat de ambassade hier ookdicht moet. Is het kabinet bereid de ambassade te sluiten als blijkt dat erwel degelijk invloed is geweest op de aanslag die gepleegd is in Schoon-hoven? Gaat het kabinet dan eindelijk bijvoorbeeld het Australischevoorbeeld volgen en deze «diplomaten», zeg ik tussen aanhalingstekens,wel uitzetten?Minister Berendsen:Wat betreft het eerste deel van de vraag van mevrouw Nanninga heb iknet ook aangegeven dat wij kijken of we, als de veiligheidssituatie nietverslechtert, toch weer een aantal personen van onze post terug kunnenbrengen naar Teheran, ook gezien de grote belangen die we daar hebben.Ieder besluit dat we nemen over deze ambassade op Nederlandse grond,heeft impact op de mogelijkheden van onze mensen in Iran.Ten tweede hebben wij in het verleden ook personen tot persona nongrata verklaard op het moment dat er directe relaties met personenwaren. Dat soort maatregelen zouden eventueel mogelijk zijn als er eendirecte link duidelijk is, maar dat is op dit moment nog niet aan de orde.Mevrouw Nanninga (JA21):Voor communicatie kunnen we ook bellen, e-mailen of skypen. Daar isgeen fysieke aanwezigheid van dubieuze figuren in ons land voor nodig.Daar kan gewoon contact mee zijn. Op welke belangen doelt de Minister?Doelt hij op de oliebelangen?Minister Berendsen:Nee. Waar ik op doel, is dat Iran maatregelen zal nemen tegen deNederlandse ambassade in Iran als wij maatregelen nemen tegen deambassade van Iran in Nederland. De grote waarde die wij zien in onzeambassade in Teheran, ook door de fysieke aanwezigheid en de contactendie men in het netwerk daar of bilateraal kan hebben, is deels inderdaadgericht op de grote belangen die we hebben bij het openen van de Straatvan Hormuz en is deels gericht op de grote zorgen die we hebben over dereële dreiging van Iran in de regio. Die zorgen spreken we ook uit. We zijnook zeker gericht op het hebben van informatie over de daadwerkelijkesituatie daar, wetende dat communicatie op allerlei manieren mogelijk is,maar dat de Iraanse overheid dat toch zeer beperkt als het gaat om Iranzelf en de situatie van de bevolking daar. Het heeft daarom gewoonwaarde dat wij daar mensen fysiek aanwezig hebben.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345733 De heer Diederik van Dijk (SGP):Ik ga hier toch nog even op door. Het viel me tijdens de voorbereiding opdat een land als Canada, dat binnen dit dossier nog weleens tot een soortvoorbeeld wordt gesteld, al in 2012 zijn ambassade in Teheran dicht-gooide en alle Iraanse diplomaten tot persona non grata verklaardevanwege de steun aan terroristen, het nucleaire programma et cetera. Hoekan het dat zo’n land toch een heel fundamenteel andere afweging maaktdan wij, terwijl het, neem ik aan, toch met dezelfde complexe afweging temaken heeft?Minister Berendsen:Ik denk dat dat vooral een vraag aan de Canadese overheid is. Landenmaken daarin dus andere afwegingen. Ik heb net vrij zorgvuldig gepro-beerd aan te geven wat onze afweging daarin is. Het kan zijn dat anderelanden daar andere afwegingen in maken, maar wij denken als kabinet datwe op deze manier het beste opkomen voor het Nederlandse belang envoor het waardengedreven buitenlandbeleid dat we hebben, waarmee weook nadrukkelijk zorgen hebben over die Iraanse bevolking.De voorzitter:Minister, gaat u verder.Minister Berendsen:Voorzitter. Dat was op zich naar mijn mening een heel mooi natuurlijkbruggetje naar mijn volgende blokje: mensenrechten en de situatie in Iran.Daar heb ik, gezien het mooie natuurlijke bruggetje, ook al het een enander over gezegd. Mevrouw Dobbe vroeg specifiek naar wat we kunnendoen om de straffeloosheid van het Iraanse regime aan te pakken voorzijn misdaden. Ook vroeg zij wat we eraan doen om ervoor te zorgen datde gevolgen van de aanvallen van de VS en Israël onafhankelijk onder-zocht worden. Het kabinet roept alle partijen bij het gewapend conflict op– dat blijven we ook doen – zich te houden aan het humanitair oorlogs-recht. Het is van groot belang dat vermeende schendingen daarvan naarbehoren worden gedocumenteerd en onderzocht. Daar zet Nederland zichwereldwijd voor in, ook in Iran. Zo zet Nederland zich in de Mensenrech-tenraad jaarlijks in voor de verlenging van de fact-finding mission en despeciaal rapporteur voor Iran, ten behoeve van onderzoek naar ernstigemensenrechtenschendingen. Ook steunt Nederland het kantoor van de VNHoge Commissaris voor de Rechten van de Mens, dat op zijn beurt dewerkzaamheden van de fact-finding mission voor Iran ondersteunt.Daarnaast steunt Nederland het maatschappelijk middenveld en blijftNederland inzetten op Europese mensenrechtensancties tegen mensen-rechtenschenders in Iran.Mevrouw Van der Werf vroeg naar het opkomen voor de Iraansebevolking en welke rol ik zie weggelegd voor Europa. Overigens betrof datniet alleen de Iraanse bevolking, maar ook mensenrechtenverdedigers, dedemocratische krachten, het herstel van het internet en de positie vanvrouwen – dat spectrum. Zoals ik al gezegd heb: wij willen niet aan dezijlijn staan, niet als Nederland, maar ook niet als Europa. Europa moetniet aan de zijlijn staan. Het lot van de Iraanse bevolking verliezen we nietuit het oog. Daar blijven we op inzetten. In samenwerking met de EUsteunt het kabinet het Iraanse volk en het maatschappelijk middenveldvan Iran. Maar juist als het gaat om het maatschappelijk middenveld zalde Kamer ook begrijpen dat we, gezien de situatie en omwille van deveiligheid, verder geen uitspraken kunnen doen over de wijze waarop wedat doen, de concrete steun en de vorm hiervan.Voorzitter. De VVD vroeg of ik bereid ben – deze vraag heb ik zojuist denkik ook al beantwoord – de ernstige mensenrechtenschendingen en hethoge aantal executies in Iran direct en in de scherpst mogelijke bewoor-dingen aan de orde te stellen bij de Iraanse autoriteiten. Ik heb zojuistTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345734 gezegd in antwoord op de vraag van de heer Dekker over bilateraalcontact met de Iraanse Minister: dat heb ik gedaan.Voorzitter. De heer Van Lanschot vroeg naar humanitaire hulp richting deinwoners van Iran en of de hulporganisaties ook toegang krijgen totburgers. Er wordt waar mogelijk humanitaire hulp verleend aan debevolking van Iran. Dat is uiterst complex, omdat ook voor Iran geldt datde hulpverlening alleen kan geschieden als lokale autoriteiten daar geenbezwaar tegen maken. Door de beperkte aanwezigheid van internationalehulporganisaties spelen lokale netwerken en gemeenschapsstructureneen belangrijke rol bij het bereiken van kwetsbare bevolkingsgroepen.Waar mogelijk dragen we via ongeoormerkte financiering bij aanhumanitaire partners. Het betreft humanitaire noodhulp aan de VN, hetRode Kruis en de Iraanse Rode Halve Maan. We staan regelmatig incontact met de Iraanse diaspora over diverse onderwerpen op dit gebied.Mevrouw Dobbe vroeg nog specifiek naar de steun van Nederland aanIraanse vrouwenorganisaties. Zoals ik zojuist ook heb aangegeven in hetantwoord aan mevrouw Van der Werf, doen we omwille van de veiligheidpubliekelijk geen uitspraken over concrete steun, en de vorm hiervan, aanspecifieke organisaties. Het antwoord dat ik zojuist gegeven heb, laat ookzien dat wij alle mogelijkheden bekijken en proberen te doorlopen omsteun te geven aan organisaties en de daar aanwezige civil society, opallerlei onderwerpen, waarvan dit ook een onderdeel is.Mevrouw Nanninga van JA21 vroeg naar het door het EuropeesParlement genoemde tribunaal. Zien wij ruimte voor zo’n tribunaal in DenHaag? Het is essentieel dat mensenrechtenschendingen gedocumenteerden onderzocht worden, en dat daders ter verantwoording wordengeroepen. Als Nederland zetten wij ons daar wereldwijd voor in. Deoprichting van een apart tribunaal naast het bestaande mechanisme is opdit moment niet aan de orde. Ik heb net al aangegeven wat onze inzet isrichting de fact-finding mission en de speciale rapporteur.Voorzitter. Ik kom bij het laatste blokje.Mevrouw Dobbe (SP):Ik heb nog een tweetal vragen over dit blokje. Ik snap de inzet op defact-finding mission, maar dat wisten we al. Ik weet ook zeker dat dezeMinister dat ook heel belangrijk vindt. Alleen, we zien nu twee dingen. Demensenrechtenschendingen in Iran nemen toe. Voor de fact-findingmission was het altijd al behelpen met de schendingen die er al waren,maar die zijn dus ook nog eens toegenomen. Er worden mogelijk ook nogandere schendingen gepleegd naar aanleiding van de aanvallen van deVS en Israël, zeker bijvoorbeeld bij het bombarderen van de meisjes-school. Zit dat tweede onderdeel in het mandaat van de fact-findingmission, en heeft de fact-finding mission wel genoeg geld en middelen?Minister Berendsen:Die fact-finding mission gaat over de mensenrechtenschendingen in Iran,in eerste instantie inderdaad door de Iraanse overheid, maar daar vallenandere eventuele mensenrechtenschendingen ook onder. Naar ikbegrepen heb, kunnen zij daarnaar ook onderzoek doen. Dan de tweedevraag. Het eerlijke antwoord is natuurlijk dat dit soort missies nooitvoldoende geld en middelen heeft om hun werk op de best mogelijkemanier te doen, maar er is vanuit Nederland altijd steun en we bekijkenhoe we de missie kunnen versterken.Mevrouw Dobbe (SP):Is de Minister dan bereid om een extra inspanning te leveren om diefact-finding mission te ondersteunen? We weten dat er altijd tekorten zijn,maar we vinden die missie allemaal belangrijk. Dan kunnen ze in iedergeval meer doen dan ze nu doen, wat ongetwijfeld al minder is dan zezouden moeten doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345735 Minister Berendsen:Dit is een terechte vraag van mevrouw Dobbe. Het antwoord daarop isaltijd dat we niet alleen dit belangrijk vinden, maar dat we heel veelbelangrijk vinden, en dat we ook te maken hebben met keuzes in hetbudget. Dat betekent dat ik daar op dit moment geen toezeggingen overkan doen.Mevrouw Dobbe (SP):Dat voel ik als een aansporing om er vanuit de Tweede Kamer met eenvoorstel over te komen. Het tweede is eigenlijk dezelfde vraag als het gaatover het steunen van het maatschappelijk middenveld en vrouwenorgani-saties. Ik heb het antwoord gehoord. Ik snap ook dat deze Minister nietspecifiek kan zeggen hoe dat in zijn werk gaat of om welke organisatiesdat gaat, maar ook hiervoor geldt dat wij volgens mij al eerder hebbengevraagd om een extra inspanning te leveren om die organisaties testeunen. Ik maak me er toch wel zorgen over of het überhaupt nog luktom die organisaties te steunen en of daarvoor niet ook een extrainspanning nodig is van ons.Minister Berendsen:Het is daar natuurlijk op dit moment inderdaad een heel complexesituatie, ook voor wat betreft toegang tot dat soort organisaties. Danherhaal ik ook maar weer wat de waarde is om daar ook vanuit Nederlandmensen fysiek aanwezig te hebben, omdat we er dan meer zicht ophebben en ook beter kunnen ondersteunen. Ik denk dat dit belangrijk is.We bekijken op welke manier we onze inzet zo goed mogelijk kunnendoen.Mevrouw Dobbe (SP):Maar is een extra inspanning nodig, en is die mogelijk?Minister Berendsen:Naar mijn informatie wordt er een extra inspanning geleverd via hetMensenrechtenfonds. We kunnen daar buiten de vergadering nog wel watmeer informatie over geven.Voorzitter. Dan kom ik bij het laatste blokje. Mevrouw Van der Werf vroegof Libanon onder het staakt-het-vuren zou moeten vallen, en of hetkabinet de bereidheid heeft om zich met de Europese collega’s in te zettenvoor gezamenlijke actie tegen de acties van Israël op dit gebied. Voor watbetreft het staakt-het-vuren: kijk, in het Midden-Oosten staat niets los vanelkaar. Ik begrijp wel dat Libanon zelf ook niet zit te wachten op sympathievanuit Teheran en de invloed van Iran op hen juist wil beperken. Vanbelang is dat we de directe onderhandelingen tussen Israël en Libanongeleid door de VS waar mogelijk steunen, om te komen tot een duurzamepolitieke en diplomatieke oplossing tussen Israël en Libanon. Vanuit onzeen mijn rol roepen we consistent alle partijen op om de afspraken van hetstaakt-het-vuren in Libanon te respecteren. Dat betekent ook dat deterritoriale integriteit en soevereiniteit van Libanon moet wordengerespecteerd. Deze oproep doen we zowel bilateraal als samen metEuropese partners.Mevrouw Piri vroeg welke initiatieven Nederland eventueel samen metinternationale financiële instellingen kan nemen, gezien de verslechterdefinanciële situatie van de regering in Beiroet, met de groeiende invloedvan Hezbollah. Nederland steunt de Libanese autoriteiten bilateraal en viade EU om de randvoorwaarden voor een duurzaam bestand met Israël tecreëren, onder andere ook door steun aan het Libanese leger en de inzetop rechtsstaatopbouw. Nederland steunt de projecten van de Wereldbankdie zich richten op wederopbouw. Daarnaast blijven we richting deLibanese autoriteiten de noodzaak benadrukken om politieke en econo-mische hervormingen door te voeren, zodat het IMF-steunpakket vrijkomt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345736 Dat stelt de autoriteiten hopelijk in staat om het heft weer in eigen handente nemen voor wat betreft de wederopbouw.Mevrouw Piri vroeg specifiek naar de situatie in Libanon en hoe ikbeoordeel dat de aanval richting één specifieke etnische bevolkingsgroepgericht zou zijn. De situatie in Libanon is zeer zorgelijk. Hezbollah moet deaanvallen staken en ontwapenen. Tegelijkertijd zijn er zeer zeker vraag-tekens te zetten bij de proportionaliteit van Israëls militaire acties. Metname de situatie in Zuid-Libanon baart zorgen, waar op grote schaaldorpen worden vernietigd. Overigens baart de hele situatie in Libanongrote zorgen, als we het aantal ontheemden en de situatie waar het landvoor staat zien. De bevolking van Zuid-Libanon is grotendeels sjiitisch,waardoor het aantal slachtoffers onder de sjiitische bevolkingsgroepgroter is. Met de schaal en intensiteit van de aanvallen worden in hetdiverse Libanon echter ook andere groepen geraakt. Van een afstand islastig in te schatten wat de intentie achter een aanval is, behalve hetwillen uitschakelen van Hezbollah.De heer Diederik van Dijk (SGP):Toch heel even kort hierop doorgaand, ook om misverstanden tevoorkomen. Ik was al verrast door de opmerking over een etnischonderscheid en dergelijke. Zowel christelijke als sjiitische Libanezenhebben volstrekt dezelfde etnische achtergrond, dus het hele denken inetnisch onderscheid speelt helemaal geen rol. Erkent de Minister dat?Minister Berendsen:Zoals ik al zei, is vanaf een afstand lastig in te schatten wat de intentieachter de aanvallen is, behalve het willen uitschakelen van Hezbollah. Datis het uitgangspunt van Israël.De heer Dekker (FVD):Ik heb in mijn betoog de opsomming gegeven van de timing van deverschillende gebeurtenissen. Je ziet dan dat de intensieve Israëlischebombardementen op Libanon daags beginnen na de eerste besprekingenover het staakt-het-vuren. Het is dus niet zo vergezocht om je af te vragenof de intentie achter die bombardementen ook niet te maken heeft met hetfrustreren van het onderhandelingsproces tussen de Verenigde Staten enIran.Minister Berendsen:De intentie van Israël zoals die gecommuniceerd wordt, is het uitscha-kelen van Hezbollah. Het kabinet heeft wel vragen ten aanzien van deproportionaliteit van de aanvallen van Israël. Zeker de vergelijking metGaza zoals die door Israëlische Ministers is benoemd, is echt verwerpelijk.Uitspraken over bezetting en annexatie zijn zeer zorgelijk, dus wij hebbendaar zorgen over.De heer Dekker (FVD):De Minister is er ongetwijfeld van op de hoogte dat er precies over ditonderwerp een hooglopende ruzie is ontstaan tussen Trump enNetanyahu, waarbij Trump Netanyahu terecht, denk ik, verwijt dat die zijnpoging tot onderhandelen met Iran, die al lastig genoeg is, ondergraaftmet zijn acties in Libanon. Wat vindt de Minister daarvan?Minister Berendsen:In algemene zin is de oproep van dit kabinet aan alle betrokken partijenom aan tafel te gaan en een diplomatieke oplossing te vinden, omdat datde enige uitweg uit dit conflict is. Dat heb ik al meerdere keren gezegd.Voorzitter. Mevrouw Maes vroeg nog naar ontwikkelingen in de regio.Traditionele coalities in het Midden-Oosten lijken te verschuiven. Dat ziethet kabinet ook. De prille toenadering tussen de Golfstaten en Iran is metTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345737 de Iraanse aanval op de Golfpartners van de baan. Israël speelt militaireen steeds assertievere rol in de brede regio. Hoe Iran uit deze oorlogkomt heeft een langetermijnimpact op de verhoudingen in de regio, netals de inhoud van het akkoord. Juist daarom is het zo cruciaal dat deIraanse dreigingen, die we nu meerdere keren besproken hebben, via eendeal worden ingedamd. Daarbij doel ik niet alleen op Hormuz maar juistook op de nucleaire dreiging en de dreigingen op al die andere dossiers.De positie van het kabinet ten aanzien van de proxy’s is duidelijk: er moeteen einde komen aan de steun van Iran aan die proxy’s, waarmee het deinstabiliteit in het Midden-Oosten in stand houdt.Mevrouw Nanninga vroeg nog specifiek naar de EU-GCC-top. Er is noggeen formele datum voor de volgende editie. De eerste editie vond plaatsin 2024 in Brussel. De verwachting is dat Saudi-Arabië de volgende top zalhosten, in het najaar van 2026. Intensivering van de samenwerking opveiligheid en defensie is een van de prioriteiten binnen die EU-GCC-samenwerking. Dat zal naar verwachting ook op de agenda staan. Ik denkdat het een mooi signaal was dat we een gezamenlijke vergaderinghebben gehad met de GCC-ministers. Ook de aanwezigheid van deMinister van Saudi-Arabië bij de vergadering op Cyprus laat zien dat desamenwerking intensiveert, ook gelet op de veranderingen in de regio.Mevrouw Maes vroeg naar de voortgang rond de ambassade inDamascus. Nederland heeft inderdaad een breed aantal belangen in derelatie met Syrië, namelijk migratie, veiligheid en de wederopbouw vanhet land. Daarom bezien we ook of we op een gepaste manier depresentie van Nederland in Syrië kunnen vergroten, om de Nederlandsebelangen daar ook effectief te vertegenwoordigen. De meest recente stapis het benoemen van de Syriëgezant, als tijdelijk zaakgelastigde met eenteam opererend vanuit Beiroet. Een ambassade openen in Damascus is inde huidige situatie nog zeer kostbaar en er zullen ook keuzes gemaaktmoeten worden in het kader van de taakstelling van Buitenlandse Zaken,maar we bezien wel hoe meer fysieke aanwezigheid past binnen dezeafweging.Voorzitter. Mevrouw Nanninga vroeg ook naar de inzet op defensiesamen-werking met de Golfstaten. Wij zijn solidair met de partners in deGolfregio die direct doelwit zijn geworden van Iraanse aanvallen. Westaan in nauw contact met de landen over hun legitieme veiligheidsbe-hoefte. Ik bezocht de Verenigde Arabische Emiraten en Saudi-Arabië en iksprak begin deze week ook nog met mijn Omaanse collega. Wij verkennennog waar Nederland aanvullende gerichte steun kan leveren, maar diegesprekken lopen en die worden geleid door mijn collega van Defensie.De steun aan Libanese strijdkrachten en de Libanese regering heb ikbehandeld. Nee, sorry, nog even specifiek over de UNIFIL-missie en derelatie daartoe. Aan het einde van het jaar verloopt het mandaat vanUNIFIL en dan komt er na 47 jaar een einde aan de aanwezigheid van eenVN-missie in Libanon. Zowel binnen de VN als binnen de EU wordtnagedacht over de toekomst van Libanon ná UNIFIL. Binnen de EU wordtgesproken over een EU-missie. Het denken daarover is nog in debeginfase en deze missie zal naar verwachting geen directe vervangingvan UNIFIL vormen. Nederland denkt in principe positief over een EU-rolbij de stabilisering van Libanon en wacht op de uitkomsten van descoping mission van EDEO.Daarmee ben ik aan het einde gekomen van de beantwoording van inieder geval de vragen die ik voor mij heb liggen, voorzitter.De voorzitter:Dan kijk ik even naar de leden. Is er behoefte aan een tweede termijn? Alsdat niet zo is, zouden we nu kunnen afronden, maar dan moet ik ook devraag stellen of er ... Nou, eerst die eerste vraag misschien maar. Wil ernog iemand een tweede termijn?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345738 Mevrouw Van der Werf (D66):Wat mij betreft hoeft dat niet, voorzitter. Ik denk dat er wel behoefte is aaneen tweeminutendebat. Dan is er eventueel ook nog de mogelijkheid vooreen korte aanvulling, ook gezien de grote actualiteit van dit onderwerp.De voorzitter:Dat tweeminutendebat gaan we aanmelden, en dan denk ik dat we dezebijeenkomst nu kunnen afronden. Ik dank de leden voor hun inbreng ende Minister voor de beantwoording van de gestelde vragen. Ik dank ookiedereen voor zijn of haar belangstelling voor deze bijeenkomst en ik sluitdit commissiedebat.Sluiting 12.47 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345739

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 810d7926ba91b16f

15 okt 2026 · 5ea920b9e86ba19b

14 okt 2026 · 88d1eff772732ab1

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingIran
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 3 juni 2026, over Iran

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.