Moties met betrekking tot de huurtoeslag
Brontekst
Versie 02cb5888a1fe49fa · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202627 926HuurbeleidNr. 401 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTE-LIJKE ORDENING Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 16 september 2025Met de Voorjaarsnota 2025 zijn afspraken gemaakt over een incidenteleverhoging van de huurtoeslag in 2026 en een huurbevriezing in 2025 en2026 voor huurders in sociale huurwoningen. Op 3 juni 2025 heb ik uwKamer geïnformeerd dat ik het wetsvoorstel voor de huurbevriezing nietindien (Kamerstuk 27 926, nr. 395). Dit heb ik besloten vanwege het adviesvan de Raad van State, politieke ontwikkelingen en de gewenste stabiliteitin de volkshuisvesting. Het wegvallen van de huurbevriezing heeft alsgevolg dat de reeds ingeboekte structurele besparing op de huurtoeslag,die samenhangt met de huurbevriezing, niet zal optreden. Dit betekent datde eenmalige verhoging van de huurtoeslag in 2026 eveneens niet doorkan gaan. Naar aanleiding van deze ontwikkelingen heeft uw Kamermeerdere moties aangenomen. Met deze brief geef ik namens het Kabineteen reactie op deze moties.Ontwikkeling huur- en woonlasten voor komend jaarVerschillende moties (Beckerman c.s.1, Ergin2 en El Abassi3) verzoeken hetKabinet om met Prinsjesdag huurders met lage en middeninkomenstegemoet te komen voor stijgende huur- en woonlasten middels eenverhoging van de huurtoeslag of een gerichte koopkrachtmaatregel. Demoties wijzen onder andere op de relatief hoge huurstijging in 2025 enveronderstellen dat de koopkracht zal verslechteren waardoor debestaanszekerheid onderdruk komt te staan. Huurdersorganisatiesonderschrijven dit en benoemen daarnaast dat huurders er bekaaid vanafkomen nu de huurbevriezing en de eenmalige verhoging van dehuurtoeslag niet doorgaan, hetgeen ook naar voren kwam in een gesprekhierover met de Woonbond. Het kabinet erkent het belang van betaalbaar1Kamerstukken II 2024/2025, 36 725 XXII, nr. 122Kamerstukken II 2024/2025, 36 725, nr. 173Kamerstukken II 2024/2025, 32 847, nr. 1366 kst-27926-401ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 4011 wonen, maar ziet gezien het koopkrachtbeeld geen aanleiding om nuaanvullende maatregelen te nemen ter verbetering van de huurlasten.Het koopkrachtbeeld voor 2026 is positief en evenwichtig. De meestemensen gaan erop vooruit en de armoede daalt. Dit komt vooral doordatde lonen naar verwachting sterker stijgen dan de prijzen (inflatie).Overigens worden in 2026 verschillende wijzigingen in de huurtoeslagdoorgevoerd die de betaalbaarheid van huurlasten verbeteren. Dezewijzigingen vloeien voort uit de vorig jaar aangenomen wetswijzi-gingen4, 5. Volgend jaar wordt de eigen bijdrage verlaagd met € 7,58waardoor nagenoeg alle huurtoeslagontvangers erop vooruitgaan. Ookkomt er een grotere groep huurders in aanmerking voor huurtoeslag:huishoudens met een huur hoger dan € 900,07 (prijspeil 2025) kunnenvanaf 2026 ook recht krijgen op huurtoeslag. Deze huishoudens kunnen ertot ruim € 6.000 per jaar op vooruit gaan. Dit zijn vaak huishoudens metde minste financiële ruimte. Verder wordt de leeftijdsgrens voor hetverkrijgen van volledig recht op huurtoeslag verlaagd van 23 naar 21 jaar,waarmee een harmonisatie met de leeftijdsgrens van het wettelijkminimumloon wordt bewerkstelligd. Tot slot wordt de inkomensafhanke-lijke afbouw van de huurtoeslag minder steil waardoor de meestehuishoudens minder huurtoeslag verliezen wanneer het huishoudin-komen toeneemt. Dit betekent dat (meer) werken meer gaat lonen.De betaalbaarheid van huurlasten is de afgelopen jaren verbeterdIn de afgelopen jaren is de huurtoeslag vaker verhoogd. De eigen bijdrageis in 2023 verlaagd met € 16,94 en in 2024 met € 37,72, in totaal bijna € 55per maand. Dit telt op tot een verhoging van de huurtoeslag van ruim€ 650 per jaar voor vrijwel alle huurtoeslagontvangers. Tegelijkertijd washet huurbeleid in de afgelopen jaren sterk gericht op de betaalbaarheidvan huurlasten. Denk hierbij aan de gematigde huurontwikkeling in 2024en de huurverlaging in 2021 en 2023. Deze maatregelen werken struc-tureel door voor zittende huurders en hebben geleid tot een daling van dehuurquote. Hierdoor is de betaalbaarheid van huren in de afgelopen jarenverbeterd.De gemiddelde huurquote van huurders in sociale huurwoningen van eenwoningcorporaties is gedaald van 22,2% in 2018 naar 19,2% in 20236.Huurders zijn dus een minder groot deel van hun maandelijkse inkomenkwijt aan huur. Voor huurders in sociale huurwoningen van privateverhuurders is de gemiddelde huurquote gedaald van 24,2% naar 21,4%.Deze dalende trend zette in 2024 door, mede door de verlaging van deeigen bijdrage in de huurtoeslag met € 37,72 per maand. Het Kabinet zetzich ook in voor een betaalbare huurontwikkeling in de aankomende jaren.Zo is in de Nationale Prestatie Afspraken met woningcorporatiesafgesproken dat de huursomstijging in het laag gereguleerde segmentgemaximeerd is op het driejaarlijkse gemiddelde van de inflatie. Dit leidttot een verbetering van de betaalbaarheid van huren aangezien deinkomensontwikkeling naar verwachting hoger is. Zoals gebruikelijk stijgtde huurtoeslag mee met de huurontwikkeling.4Wijziging van de Wet verlaging eigen bijdrage huurtoeslag, de Wet op de huurtoeslag enenkele andere wetten ter verbetering van de koopkracht en vereenvoudiging van de regeling.Kamerstukken II 2024/2025, 36 608, nr. 35Wijziging van de Wet op de huurtoeslag (vereenvoudiging van de huurtoeslag). KamerstukkenII 2022/2023, 36 311, nr.36Thuisgeven, IBO Huursector 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 4012 Huurtoeslagontvangers krijgen circa 50% van de jaarlijkse huurstijgingvergoed via de huurtoeslag. Ook het Nibud7 laat zien dat de betaal-baarheid van huren in 2025 verbetert, ondanks de relatief hoge maximaaltoegestane huurstijging dit jaar.Op basis van de bovenstaande feiten concludeert het Kabinet dat er geennoodzaak is voor aanvullende maatregelen ter verbetering van debetaalbaarheid van huurlasten. Daarmee zijn de moties van de ledenBeckerman c.s., Ergin en El Abassi afgedaan.Begroting van VROMet de Voorjaarsnota 2025 is een structurele besparing op de huurtoeslagvan € 492 miljoen verwerkt op de begroting van VRO. Dit is het inverdien-effect op de huurtoeslag als gevolg van de beoogde huurbevriezing van2025 en 2026. De gewijzigde motie van het lid Grinwis c.s.8 vraagtduidelijkheid over het structurele tekort op de begroting van VRO dat isontstaan als gevolg van het niet doorgaan van de huurbevriezing. Zonderhuurbevriezing zal dit inverdieneffect op de huurtoeslag namelijk nietoptreden.Het kabinet heeft besloten dat naast het wegvallen van de huurbevriezingook de eenmalige verhoging van de huurtoeslag in 2026 en de investeringin de sociale huur geen doorgang vinden. Beide maatregelen warenonderdeel van de Voorjaarsnota 2025 en voor beide maatregelen wascirca € 1 miljard gereserveerd. De dekking voor deze maatregelen hingsamen met het inverdieneffect op de huurtoeslag. Na het schrappen vandeze maatregelen resteert een structureel tekort op de begroting van VROvanaf 2030 van € 492 miljoen. Dit wordt binnen de totale rijksbegrotingopgelost en komt dus niet ten laste van de begroting van VRO. Daarmee isde motie van het lid Grinwis c.s. afgedaan.De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,M.C.G. Keijzer7Huurverhoging sociale huur blijft betaalbaar in 2025. (11 februari 2025). NIBUD.8Kamerstukken II 2024/2025, 36 708, nr. 27Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 926, nr. 4013
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.