Beleidsreacties WODC-onderzoeken en gecoördineerde aanpak radicaliserende jongeren
Brontekst
Versie 0ebe17e217f7a8b9 · officiële bron29 754 Terrorismebestrijding Nr. 802 Brief van de minister van Justitie en Veiligheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 7 september 2026 (Online) radicalisering bij jongeren komt steeds vaker voor, dit gebeurt op een rap tempo en vaak achter gesloten deuren. Zo zijn in juli jl. opnieuw jongeren aangehouden wegens verdenking van misdrijven met een terroristisch oogmerk, waaronder mogelijke voorbereiding voor een aanslag. De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) rapporteren al een langere periode over deze trend.[voetnoot 1] Daarnaast hebben de politie, het openbaar ministerie (OM) en de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) zorgen geuit over het groeiende aantal en de jonge leeftijd waarop jongeren radicaliseren.[voetnoot 2] Het is van belang dat stevig wordt ingezet op het beschermen van onze jongeren en de samenleving. Het kabinet werkt daarom aan een gecoördineerde aanpak op radicaliserende jongeren, in lijn met het coalitieakkoord.[voetnoot 3] Voor deze gecoördineerde aanpak is kennis over de verschillende aspecten van dit fenomeen onontbeerlijk. Met deze reden heb ik aan het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) gevraagd om twee onderzoeken te doen: Een onderzoek naar de rol van leeftijd bij radicalisering, extremisme en terrorisme en een onderzoek naar rekrutering op online gaming (gerelateerde) platformen. Het laatstgenoemde onderzoek over gaming (gerelateerde) platformen heb ik uw Kamer op 1 juli jl. reeds doen toekomen.[voetnoot 4] Het onderzoek naar de rol van leeftijd bij radicalisering, extremisme en terrorisme (‘Radicale Jaren: de rol van leeftijd bij radicalisering, extremisme en terrorisme’) bied ik hierbij ook graag aan uw Kamer aan. Ik ben de onderzoekers erkentelijk voor de rapporten waarmee inzichten zijn verkregen in de rol van leeftijd bij radicaliserende personen en hoe rekrutering lijkt plaats te vinden en welke rol gaming (gerelateerde) platformen daarin (kunnen) hebben. Met deze brief bied ik uw Kamer de beleidsreacties op beide onderzoeken aan. Ik ga in deze brief eerst in op de uitkomsten van de onderzoeken. Deze bieden de mogelijkheid om een gecoördineerde aanpak van radicaliserende jongeren nog beter toe te rusten op deze doelgroep. [voetnoot 5] Daarna licht ik toe op welke manier ik, samen met alle betrokken partijen, wil werken aan een gecoördineerde aanpak radicaliserende jongeren. WODC onderzoek ‘Radicale Jaren’ In opdracht van het WODC heeft het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) onderzoek gedaan naar de huidige leeftijdsverdeling onder individuen die radicaliseren, die deelnemen in extremistische groepen en die betrokken zijn bij terroristische misdrijven, en naar de wijze waarop leeftijd een rol speelt bij deze processen en welke aanknopingspunten er zijn voor een (preventieve) leeftijdsspecifieke aanpak. Bevindingen en conclusies Het WODC constateert dat binnen radicaliseringsprocessen leeftijdsspecifieke dynamieken een rol spelen. Het onderzoek stelt dat leeftijd niet moet worden opgevat als een zelfstandige risicofactor voor radicalisering, extremisme of terrorisme, maar als een “lens” om te begrijpen welke mechanismen, risico- en beschermende factoren en interventie aanknopingspunten in verschillende levensfasen relevant zijn. Zo bevinden jongeren zich in een fase van identiteitsvorming, zingeving en sociale beïnvloedbaarheid, waardoor zij ontvankelijker kunnen zijn voor ideologische narratieven, groepsdruk en online beïnvloeding. Bij volwassenen hangt radicalisering sterker samen met langdurige maatschappelijke grieven, eerdere criminaliteit, middelengebruik, sociale instabiliteit en bredere levensloopproblematiek. Daarnaast is bij volwassenen het online domein vaker ondersteunend of bevestigend aan het radicaliseringsproces, waar het bij jongeren doorgaans de centrale omgeving van radicalisering is. Aanbevelingen en reactie Uit het onderzoek volgt een aantal aanbevelingen, die zijn opgesplitst in algemene en leeftijdsspecifieke aanbevelingen. Vier van de zes aanbevelingen worden in de uitwerking van een gecoördineerde aanpak radicaliserende jongeren meegenomen (zie vervolg van de brief). Voor de overige twee aanbevelingen wordt hieronder een reactie gegeven. Algemene aanbevelingen: Versterk leeftijdsspecifieke expertise en handelingskaders in de praktijkketen (onderdeel gecoördineerde aanpak). Onderzoek in hoeverre bestaande risicotaxatie-instrumenten toepasbaar zijn op verschillende leeftijdsgroepen. Differentieer de online aanpak naar levensfase (onderdeel gecoördineerde aanpak). Aanbevelingen voor een leeftijdsspecifieke aanpak: Richt preventie bij adolescenten op identiteit, peers en online leefwereld (onderdeel gecoördineerde aanpak). Besteed bij jongvolwassenen expliciet aandacht aan overgangsfasen, sociale positie en toekomstperspectief (onderdeel gecoördineerde aanpak). Benader radicalisering bij volwassenen sterker vanuit cumulatieve levensloopproblematiek. Algemene aanbeveling 2: toepasbaarheid van risico-taxatie instrument op verschillende leeftijdsgroepen In het geval van een geradicaliseerd persoon is het van belang een risico-taxatie uit te voeren vanwege de mogelijke geweldsdreiging die van een geradicaliseerd persoon kan uitgaan. Het is bekend dat het bij jongeren een grote uitdaging is om te duiden of het om grootspraak gaat of dat iemand daadwerkelijk bereid is over te gaan tot geweld, gezien de (persoonlijke) ontwikkeling waar jongeren in zitten. Op dit moment worden in een strafrechtelijk onderzoek bij alle minderjarige personen verdacht van radicalisering, extremisme en terrorisme risico-taxaties uitgevoerd door de Reclassering Nederland, middels het risico-taxatie instrument VERA-2R. De VERA-2R is een empirisch onderbouwd risicotaxatie-instrument voor de inschatting van het risico op gewelddadig extremisme.[voetnoot 6] In lijn met de aanbeveling van de onderzoekers wordt de huidige werkwijze en toepasbaarheid van de VERA-2R voor specifiek de doelgroep jongeren onderzocht. De ervaringen van de Reclassering Nederland met verschillende leeftijdsgroepen worden daarbij meegenomen. De uitkomsten van dit onderzoek naar de toepasbaarheid bij jongeren worden meegenomen in de opvolging van de gecoördineerde aanpak en waar nodig geïntensiveerd. Leeftijdsspecifieke aanpak 3: Benader radicalisering bij volwassenen sterker vanuit cumulatieve levensloopproblematiek In de afgelopen jaren is de Leidraad Professioneel Oordeel (hierna: Leidraad) ontwikkeld. De Leidraad is een instrument dat partners die deelnemen aan het casusoverleg radicalisering kan helpen bij het voeren van de multidisciplinaire dialoog, ongeacht de leeftijd.[voetnoot 7] Dit instrument wordt momenteel landelijk geïmplementeerd bij de casusoverleggen en heeft als doel om tot één gedeeld beeld van een casus te komen, een plan van aanpak op te stellen en dat plan te monitoren. Aan de hand van de Leidraad vormen deelnemers aan het casusoverleg een gezamenlijk professioneel oordeel op vijf verschillende aspecten: zelfredzaamheid, identiteit, sociale relaties, ideologie en actie- en geweldsbereidheid.[voetnoot 8] Het gebruik van dit instrument vergroot de kans dat (mogelijke) signalen van cumulatieve levensloopproblematiek in beeld komen. In de doorontwikkeling van de Leidraad zal hier aandacht voor zijn. WODC-onderzoek ‘Gerekruteerd tijdens het gamen?’ Op 1 juli jl. is het onderzoeksrapport “Gerekruteerd tijdens het gamen? Een studie naar extremistische en terroristische toetredingsprocessen op gaming (gerelateerde) platforms” gepubliceerd[voetnoot 9]. Het onderzoek is in opdracht van het WODC uitgevoerd door het NSCR. Conform toezegging ga ik in deze brief in op de bevindingen en geef ik mijn beleidsreactie.[voetnoot 10] Bevindingen en conclusies Vooral kinderen en jongeren zijn actief op gaming (gerelateerde) platformen. Naast de positieve aspecten die gamen met zich meebrengt, zoals vermaak en ontspanning, wordt het medium toenemend in verband gebracht met negatieve ontwikkelingen, zoals rekrutering voor extremistische en terroristische doeleinden. Het onderzoek richt zich specifiek op het rekruteringsproces en niet de mogelijke gevolgen hiervan. Onder rekrutering verstaan de onderzoekers het proces waarbij een individu, in dit geval online, wordt aangemoedigd om lid te worden van een groep, organisatie of beweging. Uit het WODC onderzoek komen eigenschappen en mechanismen van gaming (gerelateerde) platformen naar voren die kunnen worden benut om rekrutering te vergemakkelijken, waaronder: een gebrek aan effectieve moderatie en het bestaan van toxische gameculturen. De onderzoekers vinden in het onderzoek geen aanwijzingen voor het feit dat rekrutering via gamingplatformen breed of veel voorkomt. Het is echter onduidelijk of pogingen hiertoe weinig voorkomen of simpelweg niet worden herkend. Gamingplatformen kunnen als startpunt fungeren in het contact leggen met mogelijke nieuwe aanwas. Rekrutering vindt vervolgens veelal plaats op een plek waar besloten groepen kunnen worden aangemaakt of contentmoderatie ontbreekt, zoals sommige gaming gerelateerde platformen en sociale media platformen. Het wisselen tussen online platformen is een belangrijk onderdeel in het rekruteringsproces waarbij de onderzoekers nog benoemen dat rekruteerders vooral jongeren en kwetsbare personen zullen benaderen en dat deze laatste groep sneller op zoek gaat naar extremistische groepen.[voetnoot 11] Aanbevelingen en reactie De onderzoekers doen aanbevelingen voor de overheid, gaming (gerelateerde) platformen, en andere partijen zoals organisaties, ouders en jongeren. Deze aanbevelingen zien op drie thema’s: 1) multidisciplinaire samenwerking, 2) handhaven van wet- en regelgeving, en 3) bewustwording en weerbaarheid. Multidisciplinaire samenwerking en verantwoordelijkheden verduidelijken Aanbevelingen De onderzoekers bevelen aan duidelijker en concreter te maken wie welke verantwoordelijkheid heeft in het tegengaan van extremisme en terrorisme op gaming (gerelateerde) platformen, waaronder rekrutering. Er is meer samenwerking tussen de betrokken partners waaronder overheidsinstanties, gaming (gerelateerde) platformen en ouders nodig om effectief beleid te voeren, waarbij vooral de publiek-private samenwerking van belang is. Reactie Om online radicalisering tegen te gaan is samenwerking, op zowel nationaal als internationaal niveau, essentieel. Op internationaal niveau vindt samenwerking tussen overheden voornamelijk plaats op EU-niveau, bilateraal met gelijkgestemde landen zowel binnen als buiten de EU, en binnen internationale organisaties. Het EU Internet Forum is een relevant voorbeeld van een samenwerkingsverband waar online platformen, EU-instellingen en maatschappelijke organisaties worden samengebracht om misbruik van online diensten voor terroristische doeleinden tegen te gaan. Op nationaal niveau voert de NCTV een dialoog met (verschillende) online platformen. Hierover bent u geïnformeerd middels de Voortgangsbrief Versterkte Aanpak Online (VAO)[voetnoot 12]. Tijdens de gesprekken met de gaming (gerelateerde) platformen zal aandacht worden gevraagd voor dit onderzoeksrapport en ook wordt bezien of de dialoog kan worden uitgebreid naar gameontwikkelaars. Daarnaast ben ik voornemens om dit najaar een bijeenkomst te organiseren met de internetsector, waaronder gaming platformen, waarbij er de mogelijkheid is om kennis en ervaringen te wisselen over belangrijke onderwerpen, zoals online rekrutering en onderlinge samenwerking. Aanvullend heeft het Electronic Commerce Platform Nederland (ECP) een voorzitterschap voor een Publiek-Private Samenwerking (PPS) op zich genomen en zal dit de komende periode voortzetten. De PPS biedt een plek voor overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties om samen te werken en waar mogelijk afspraken te maken over de bestrijding van illegale content en de omgang met schadelijke content, zoals het definiëren van duidelijke rollen en verantwoordelijkheden van de diverse deelnemende partijen, effectieve samenwerking, en de uitvoering van wet- en regelgeving in de praktijk. Handhaven wet- en regelgeving en toepassen contentmoderatie Aanbevelingen De onderzoekers noemen voor gaming (gerelateerde) platformen een beter werkend moderatiesysteem als belangrijkste aanknopingspunt voor verbetering.[voetnoot 13] Ook raden de onderzoekers aan safety-design toe te passen in de ontwikkeling van games en experts op het gebied van extremisme te betrekken. Verder wordt aanbevolen om bestaande wet- en regelgeving beter te handhaven, door professionals trainingen te geven over handhavingsmogelijkheden in game-omgevingen en door middel van het vergroten van capaciteit bij de instanties die zich hiermee bezighouden. Reactie: handhaven wet- en regelgeving De digitale omgeving vraagt om duidelijke normen, effectieve handhaving en een stevig Europees en nationaal juridisch kader. Voor zeer grote online platformen en zoekmachines zoals Instagram, Spotify of TikTok is de Europese Commissie de primaire toezichthouder van de Digital Services Act (DSA). Sinds 31 augustus jl. is ook Roblox aangewezen als ‘zeer groot onlineplatform’ (VLOP). Daarmee is Roblox het eerste gamingplatform dat onder de DSA onder het hogere niveau van toezicht en verantwoordingsplicht in de Europese Unie valt. Het toezicht op de overige online platformen en andere tussenhandeldiensten ligt bij de bevoegde toezichthouder(s) in de lidstaat waar die dienst is gevestigd. In Nederland is de Autoriteit Consument en Markt (ACM) de voornaamste toezichthouder op de DSA (‘digitaledienstencoördinator’). De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) is aangewezen als bevoegde autoriteit voor het toezicht op drie bepalingen.[voetnoot 14] De Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal (ATKM) geeft uitvoering aan de maatregelen om de verspreiding van online terroristisch en kinderpornografisch materiaal tegen te gaan. Dit doet zij onder meer op grond van de Uitvoeringswet verordening TOI[voetnoot 15]. De ATKM kan verwijderbevelen uitvaardigen aan platformen ten aanzien van terroristische content. In juni van dit jaar heeft de ATKM haar toezicht- en handhavingsbeleid alsmede het dwangsom- en boetebeleid vastgesteld en gepubliceerd.[voetnoot 16] Dit biedt de ATKM (meer concrete) handvatten voor de inzet van haar handhavingsbevoegdheden in de praktijk en om over te gaan tot het opleggen van bestuurlijke sancties jegens platformen. Bij niet-naleving van verwijderbevelen heeft de ATKM de wettelijke bevoegdheid om boetes op te leggen en de mogelijkheid om dit openbaar te maken. Ik vind het van belang dat deze bevoegdheden daar waar nodig optimaal worden gebruikt. Samen met de ATKM en de ACM volg ik de naleving van de vigerende regels en verplichtingen en blijf ik platformen hierop aanspreken, bijvoorbeeld in het kader van voornoemde dialoog en PPS met online platformen. In 2027 gaat de Europese Commissie een evaluatie van de DSA verrichten. De doeltreffendheid van de toezichts- en handhavingsmechanismen is één van de elementen waarop met name zal moeten worden ingegaan.[voetnoot 17] Ik vind het daarbij belangrijk dat platformen proactief hun verantwoordelijkheid nemen ten aanzien van de bescherming van de gebruikers van hun platformen. Tegelijkertijd zal de Uitvoeringswet digitaledienstenverordening (uDSA) worden geëvalueerd. De uDSA schrijft voor dat in het bijzonder aandacht moet worden besteed aan het toezicht en de handhaving door ACM en de AP en aan hun onderlinge samenwerking, alsmede aan de samenwerking met de Europese Commissie (EC), het openbaar ministerie (OM) en andere bevoegde autoriteiten.[voetnoot 18] Uit deze verschillende evaluaties zal blijken welke aanpassingen nodig en mogelijk zijn voor effectiever toezicht. Reactie: contentmoderatie en Safety by Design Bij de verdere doorontwikkeling van de aanpak zal ik het belang van een effectieve vorm van contentmoderatie benadrukken. Dit vergt investering in hoogwaardige contentmoderatieprocessen en in toereikende capaciteit met kennis van handhavingsmogelijkheden in game-omgevingen bij betrokken partijen. Met een organisatie als de ATKM ben ik doorlopend in gesprek over capaciteit, technische instrumenten ter ondersteuning van het primaire proces en benodigde kennis ten behoeve van de uitvoering van de wettelijke taak. Hierop zal ik nader ingaan in mijn beleidsreactie op het evaluatierapport naar de Uitvoeringswet TOI.[voetnoot 19] Tegelijkertijd dienen digitale diensten vanaf het ontwerp rekening te houden met de belangen van kinderen. Dit is een benadering die wordt aangeduid als safety by design, en uitgaat van het structureel inbouwen van veiligheid, transparantie en leeftijdsadequate bescherming. De staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit (DES) informeert uw Kamer op korte termijn over de herijking van de strategie online kinderrechten, met ook aandacht voor safety by design. Bewustwording onder (preventieve) actoren en weerbaarheid kinderen, jongeren en gamers Aanbevelingen De onderzoekers bevelen aan dat er meer bewustwording moet komen over rekruteringsprocessen en radicaliseringsprocessen op gaming (gerelateerde) platformen bij verschillende actoren, zoals ouders, scholen, overheidsinstanties en jongerenwerkorganisaties. Volgens de onderzoekers kwam in het onderzoek het meest prominent naar voren dat het van belang is de weerbaarheid onder kinderen, jongeren en gamers in het algemeen te stimuleren en vergroten. Reactie Ik onderstreep het belang van het vergroten van het bewustzijn onder jongeren zelf en hun omgeving, alsmede het ontwikkelen van weerbaarheid onder kwetsbare groepen, waarbij aansluiting wordt gevonden bij de leefwereld van kinderen en jongeren. De aanbevelingen behandel en betrek ik bij de gecoördineerde aanpak radicaliserende jongeren die ik hieronder toelicht. Een gevaarlijke combinatie Het proces van radicalisering bij jongeren is complex en verschillende factoren spelen een rol. Jongeren bevinden zich in een fase waarin zij zoeken naar identiteit, betekenis en persoonlijke waarden. Deze zoektocht kan hen ontvankelijker maken voor ideologieën die sterke, duidelijke antwoorden bieden op complexe vragen. Bij sommige jongeren is er sprake van psychosociale problematiek. Dit kan hen nog kwetsbaarder en extra beïnvloedbaar maken, onder andere voor gewelddadige en extremistische content die zij online tegenkomen. Bovendien is radicalisering in toenemende mate voornamelijk een proces dat zich online afspeelt, met name vanwege de dynamiek van het online domein. Het online domein is voor (veel) jongeren een substantieel onderdeel van hun leefwereld. Het online domein mist een corrigerend geluid en wordt door extremisten en terroristen benut om hun ideologieën, desinformatie en netwerken razendsnel te verspreiden en onderhouden. Aanbevelingsalgoritmes hebben hierin een indirecte, maar wel een versterkende rol. Ook blijft (online) radicalisering vaak in eerste instantie onopgemerkt voor de directe omgeving. De combinatie van bovengenoemde factoren kan resulteren in de snelle (online) radicalisering van jongeren, waarbij signalering door de directe omgeving en professionals vaak een uitdaging is. Gecoördineerde aanpak radicaliserende jongeren Nederland heeft een gevestigde robuuste (lokale) aanpak op het tegengaan van radicalisering, extremisme en terrorisme, onder andere met de lokale persoonsgerichte aanpak. Deze aanpak is ideologie-neutraal en toepasbaar op iedere doelgroep. Conform de Nationale Contraterrorisme Strategie 2022-2026 en de Nationale Extremisme Strategie 2024-2029 heeft het Kabinet in het coalitieakkoord aangegeven ‘de (lokale) aanpak van contraterrorisme te versterken en in te zetten op een gecoördineerde aanpak van radicaliserende jongeren. Daarbij wordt (online) radicalisering tegengegaan door middel van preventie en vroegsignalering, en door het vergroten van kennis en vaardigheden van professionals.’[voetnoot 20] De meest recente aanhoudingen en de gesignaleerde dreiging van de afgelopen jaren hebben ertoe geleid dat het staande beleid met ketenpartners tegen het licht is gehouden om te bepalen of onderdelen van de huidige aanpak doorontwikkeling behoeven. Er is geconstateerd dat er in de hele keten aanscherpingen en intensiveringen noodzakelijk zijn om jongeren tegen de schadelijke gevolgen van (online) radicalisering, extremisme en terrorisme te beschermen. De gecoördineerde aanpak is een brede aanpak, en richt zich op de jongeren, de omgeving van de jongeren, professionals uit verschillende domeinen (sociaal-, onderwijs-, zorg- en veiligheid) en de online platformen. De inzet richt zich op vier actielijnen, waar de aanbevelingen uit de genoemde WODC onderzoeken in meegenomen zijn: het voorkomen van jonge aanwas door in te zetten op weerbaarheid; het signaleren van zorgwekkende signalen en vroegtijdig interveniëren om verdere escalatie te stoppen; het straffen van jongeren op gepaste wijze, en hen de juiste begeleiding te geven om recidive te voorkomen; het beschermen van jongeren tegen schadelijke (online) content. Middels een gecoördineerde aanpak radicaliserende jongeren wil het Kabinet hier uitvoering aan geven. In dit kader deel ik u ook graag mede dat ik, samen met de Minister van Werk en Participatie dit najaar een bijeenkomst organiseer met (praktijk-)experts uit verschillende domeinen. Het doel van deze bijeenkomst, is het versterken van de onderlinge verbinding en het vertrouwen tussen domeinen, en het uitwisselen van werkwijzen en expertisen tussen (jeugd)professionals. Beide onderzoeken met hun aanbevelingen worden tijdens deze bijeenkomst besproken. Ik zal uw Kamer voor het einde van het jaar informeren over de verdere uitwerking van de onderdelen van de aanpak en de voortgang. Tot slot Het is van groot belang om radicalisering, extremisme en terrorisme bij onze jongeren tegen te gaan. Daarom zet het kabinet zich met onder andere bovengenoemde gecoördineerde aanpak radicaliserende jongeren en de versterkte aanpak van online radicalisering maximaal in om jongeren te beschermen. Dit is noodzakelijk, en voor de veiligheid en toekomst van onze jongeren, en voor de veiligheid van Nederland. De minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland; Kamerstukken II 2024/25, 29754, nr. 749 ‘OM en Kinderbescherming waarschuwen voor snelle online radicalisering van jongeren’, NOS.nl, 5 september 2024. Coalitieakkoord 2026-2030, D66, VVD en CDA, 30 januari Kamerstukken II 2025/26, 29754, nr. 784. Jongeren betreft personen met de leeftijd van 10 tot 27 jaar oud. https://www.vera-2r.nl/ Alle relevante casuspartners komen in het casusoverleg samen. Hier worden de beoordelingen op de verschillende aspecten van alle partners samengebracht en besproken aan de hand van een multidisciplinaire dialoog. Op basis van deze dialoog, gefaciliteerd door een proces- of casusregisseur, wordt gezamenlijk een professioneel oordeel gevormd. Deze methodische werkwijze draagt bij aan een eenduidig en breed perspectief op het profiel en de diverse leefgebieden van een casus binnen de Persoonsgerichte aanpak inzake radicalisering (PGA-R) Brief regering WODC-onderzoek “Gerekruteerd tijdens het gamen”, 1 juli 2026, Kamerstukken II 2025/26, 29754, nr. 784 Kamerstukken II 2025/26, 29754, nr. 784. Ook kan gamificatie, oftewel het gebruik van game elementen voor doelen buiten een game setting, een rol spelen in het rekruteringsproces. Door gamificatie kan extremistische content aantrekkelijker zijn. Kamerstukken II 2025/26, 29754, nr. 780 Concrete uitwerkingen hiervan zijn bijvoorbeeld de eigen huisregels strenger handhaven, meldingen beter/sneller opvolgen, meer monitoren (bijvoorbeeld aan de hand van dynamische verboden-woordenlijsten), extremistische gebruikers frustreren en recidivisten weren; Opties in dit kader kunnen zijn om het moeilijker te maken om te wisselen van platform, bijvoorbeeld door de mogelijkheid te verwijderen om door te linken naar andere platformen en het delen van links te frustreren. Artikel 26, lid 3, artikel 27 en artikel 28, lid 2. De verordening TOI en de bijbehorende Uitvoeringswet TOI zijn recent geëvalueerd. Het evaluatierapport over de Uitvoeringswet heb ik op 7 september jl. aan uw Kamer aangeboden. Een concrete beleidsreactie wordt opgenomen in het Halfjaarbericht terrorisme en extremisme dat ik dit najaar aan uw Kamer zalsturen. Stcrt. 2026, 21452; Stcrt. 2026, 21454. Artikel 91, tweede lid, onder e, DSA Artikel 6.0 Uitvoeringswet digitaledienstenverordening De verordening TOI en de bijbehorende Uitvoeringswet TOI zijn recent geëvalueerd. Het evaluatierapport over de Uitvoeringswet heb ik op 7 september jl. aan uw Kamer aangeboden. Een concrete beleidsreactie wordt opgenomen in het Halfjaarbericht terrorisme en extremisme dat ik dit najaar aan uw Kamer zalsturen. Kamerstukken II 2021/22, 29754, nr. 641; Kamerstukken II 2023/24, 30821, nr. 218; Aan de slag - Coalitieakkoord 2026-2030
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.