KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op 29 september 20025, over Wijziging van de Wet milieubeheer in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2413 (RED III) wat de bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen betreft

20 okt 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 04f81e526470e3a8 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 766Wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet opde accijns in verband met de implementatie vanRichtlijn (EU) 2023/2413 van het EuropeesParlement en de Raad van 18 oktober 2023 totwijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001,verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn98/70/EG wat de bevordering van energie uithernieuwbare bronnen betreft, en tot intrekkingvan Richtlijn (EU) 2015/652 van de RaadNr. 18 VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEGVastgesteld 20 oktober 2025 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft op29 september 2025 overleg gevoerd met de heer Aartsen, StaatssecretarisOpenbaar Vervoer en Milieu, over:−het wetsvoorstel Wijziging van de Wet milieubeheer en de Wetop de accijns in verband met de implementatie van Richtlijn(EU) 2023/2413 van het Europees Parlement en de Raad van18 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001,verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn 98/70/EG wat debevordering van energie uit hernieuwbare bronnen betreft, entot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad(Kamerstuk 36 766);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 4 september 2025 inzake antwoorden op vragen commis-sie over het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluitenergie vervoer en het Besluit brandstoffen luchtverontreini-ging in verband met de implementatie van Richtlijn (EU)2023/2413 (RED III) (Kamerstuk 32 813, nr. 1518) (Kamerstuk32 813, nr. 1532).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,P. de GrootDe griffier van de commissie,Schukkink kst-36766-18ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 181 Voorzitter: VeltmanGriffier: KoerselmanAanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Bamenga, Boutkan,Van Groningen, Pierik, Thijssen en Veltman,en de heer Aartsen, Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu.Aanvang 18.31 uur.De voorzitter:Goedenavond, dames en heren. Bij dezen open ik de vergadering over deimplementatie van RED III, de wijziging van de Wet milieubeheer en eenbesluit. Hartelijk welkom allemaal. Welkom aan iedereen op de publieketribune en de mensen die online meekijken. Aan mijn rechterzijde zitStaatssecretaris Aartsen. Aan mijn linkerzijde zitten de leden van deTweede Kamer. Ook u allen van harte welkom. Ik begrijp dat er nog eenpaar mensen moeten komen. Zij zullen zo binnendruppelen. In ieder gevalzitten aan mijn linkerzijde de heer Bamenga van D66, de heer Pierik vanBBB en de heer Boutkan van de PVV. U heeft allemaal tien minutenspreektijd. We spreken af dat er vier interrupties per persoon mogelijk zijn.Dat geldt in ieder geval in de eerste termijn. Wij gaan beginnen met deheer Bamenga. Ga uw gang.De heer Bamenga (D66):Dank u wel, voorzitter. D66 steunt deze wetswijziging, die past binnen debredere uitvoering van de herziene Europese richtlijn voor hernieuwbareenergie. De scherpere doelen voor hernieuwbare energie in vervoer en debeoogde broeikasgasreductie zorgen voor meer duidelijkheid ensamenhang in het beleid. Met deze wet zetten we een stap richting eensterker en effectiever systeem dat beter aansluit bij echte emissiereductie.Dankzij de sectorspecifieke eisen kunnen we gerichter sturen en allesectoren verduurzamen, zonder dat een sector onevenredig zwaar wordtbelast. Voor D66 is het belangrijk dat de uitvoering transparant enpraktisch blijft. Het schrappen van dubbeltellingen en extra stimulerings-factoren helpt daarbij. Zo houden we het speelveld eerlijk en voorkomenwe verstoringen in de markt. Kortom, deze wet helpt om Europeseafspraken op een geloofwaardige en effectieve manier waar te maken.Wat D66 betreft is het onmisbaar voor het halen van onze nationale enEuropese klimaatdoelen.Voorzitter. We kunnen hier vandaag laten zien dat Nederland niet alleenwoorden heeft, maar ook daden. We kunnen laten zien dat we Europeseafspraken serieus nemen en kiezen voor beleid dat werkt voor bedrijven,voor mensen en voor een schoner vervoerssysteem, zonder onnodigeregels maar mét duidelijkheid. Zo maken we niet alleen ambities waar,maar zorgen we er ook voor dat de uitvoering haalbaar en eerlijk is. Voorbedrijven die investeren in de productie of verwerking van duurzamebiobrandstof is één factor cruciaal: beleidszekerheid op de lange termijn.Zonder duidelijkheid over de doelstellingen en stimuleringsmechanismenna 2030 is het voor veel ondernemers onmogelijk om een sluitendebusinesscase te maken. Heel veel bedrijven vragen hierom. De Neder-landse Vereniging voor Duurzame Biobrandstoffen, waar Shell onderdeelvan is, vroeg hierom, net als MVO Nederland en de Nederlandse Biodieseluit Afvalalliantie. Neem bijvoorbeeld bedrijven die willen investeren ininstallaties voor het opwerken van afval- en reststromen tot biobrand-stoffen. Zulke installaties vergen vaak miljoenen aan investeringen, metterugverdientijden die snel oplopen van tien tot vijftien jaar. Als de marktna 2030 onzeker is, wordt investeren vandaag de dag gewoonweg terisicovol. De RED II-richtlijn heeft tot nu toe een stevige basis geboden.Zonder duidelijke normen tot 2040 riskeren we dat projecten wordenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 182 uitgesteld of stilvallen, terwijl we juist duidelijkheid moeten geven, zodatbedrijven hun bijdrage kunnen leveren aan het halen van de klimaat-doelen.Voorzitter. Is de Staatssecretaris bereid om zo snel mogelijk duidelijkheidte geven over een bindende bijmengverplichting tot en met 2040?Bedrijven die nu investeren in duurzame brandstoffen kunnen danrekenen op de langetermijnzekerheid die daarvoor noodzakelijk is.Voorzitter. D66 onderschrijft het belang van de borging van deduurzaamheid binnen de bijmengverplichting. De implementatie vanRED II, en straks RED III, stelt stevige eisen aan biomassa op het gebiedvan certificering en controle. Toch constateren we dat een aanzienlijk deelvan de ingeboekte hernieuwbare brandstofeenheden afkomstig is van decategorie «overig», waarvan de herkomst en duurzaamheid vaak mindertransparant zijn dan bij de hoofdstromen.Voorzitter. De Nederlandse Emissieautoriteit heeft in de uitvoeringstoetsaangegeven dat de categorie «overig» een potentieel verhoogd fraude-risico kent. De Nederlandse Emissieautoriteit heeft voorgesteld dezecategorie helemaal te schrappen om misbruik te voorkomen. Waaromheeft de Staatssecretaris deze duidelijke suggestie om deze categorie teschrappen niet overgenomen? Duidelijkheid hierover is cruciaal voor eengeloofwaardige rapportage en klimaatimpact.Voorzitter. D66 vindt het van groot belang dat de duurzaamheideisenbinnen RED III niet alleen op papier bestaan, maar ook daadwerkelijkworden nageleefd. Dat vereist een stevige inzet en samenwerking tussennationale toezichthouders. Nu de markt voor hernieuwbare brandstoffensteeds internationaler wordt en biobrandstoffen vaak uit andereEU-lidstaten worden geïmporteerd, is het van essentieel belang dattoezichthouders in alle lidstaten beschikken over de capaciteit én debevoegdheden om effectieve controle uit te oefenen. Toezichthoudersspelen een sleutelrol in waarborgen en naleven door inspecties uit tevoeren, certificeringssystemen te controleren op betrouwbaarheid enactief informatie uit te wisselen over risico’s, fraudegevallen en onregel-matigheden. Een zwakke schakel elders in Europa kan namelijk directeffect hebben op de betrouwbaarheid van onze eigen gegevens en op hetvertrouwen in het systeem. We lezen dat de Minister zich in Europa wilinzetten voor duidelijke afspraken tussen de toezichthouders oversamenwerking, onderlinge afstemming en werkwijze, en bovenal overtijdige en volledige uitwisseling van feitelijke informatie. De vraag aan deStaatssecretaris is wat de stand van zaken is. Komen er nieuwe bevoegd-heden en/of mogelijkheden? Kijkt het kabinet ook naar verbetering intoezicht buiten Europa? Geloofwaardige certificering is essentieel, nietalleen voor het klimaat, maar ook voor het vertrouwen van bedrijven enconsumenten in het systeem.Voorzitter. Het veld vraagt om tempo en snelle implementatie, en terecht.Tientallen bedrijven, brancheorganisaties en ketenpartijen hebben zich algemeld via consultaties en e-mails voor langetermijnzekerheid. Laten wedaarnaar luisteren.Dank u wel.De voorzitter:Dank u, meneer Bamenga. Er zijn wat vragen van collega-Kamerleden. Zehebben nu ruzie om wie het eerst de vraag mag stellen. De heer Boutkan.De heer Boutkan (PVV):Zo kennen we D66 weer: dat geloof in dat heilloze staatje van Brussel. Iklaat richting de camera even een artikel zien. «Rotterdamse haven incrisis: bedrijven, groene investeerders en banen stromen weg.» DeRotterdamse haven moest koploper in duurzaamheid worden. Groenestroom, elektrische trucks, overal schone waterstof. Talloze groene – ennou komt ie – vergezichten werden in het buitenland verkocht. Maar eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 183 voor een vallen ze om of worden ze geschrapt, omdat er gewoon geenheil in zit. Snapt D66 dat nú actie nodig is, niet alleen vanuit Nederland,maar ook vanuit Brussel? Snapt D66 dat we verder moeten kijken dan deneus van Brussel lang is?De heer Bamenga (D66):Een aparte vraag. Uiteraard gaat het erom dat we nu actie ondernemen. Ikheb in mijn bijdrage laten zien dat het voor ons heel belangrijk is dat wijconsistent zijn in het hetgeen wij willen doen om de klimaatdoelen tehalen. Fijn dat dit ook is overgekomen bij de heer Boutkan. Juist aanondernemers en aan iedere partij die hierin iets kan betekenen, willen wijzekerheid bieden over wat zij kunnen verwachten van de overheid. Dat isvolgens mij wat wij hier als partij willen doen.De voorzitter:Dit roept een vervolgvraag op bij de heer Boutkan.De heer Boutkan (PVV):Dat «wij», zoals D66 dat zegt, hebben wij nodig in Nederland. Door hetwij-gevoel van Europa verliezen wij onze mondiale markt, want deregelgeving gaat straks in januari niet gelijktijdig in. We beginnen dus almet een achterstand. De vraag is hoe we dat oplossen. Als we in dit landmaar blijven vasthouden aan achterhaalde technieken, terwijl ze aan deandere kant van de wereld al veel verder zijn, verliezen we de strijd. Dat isjaren geleden al ingezet. De vraag is hoe D66 deze crisis, die nú hier is,gaat oplossen.De heer Bamenga (D66):Zoals ik al eerder zei, zijn wij er voorstander van om flink in te zetten op deklimaatdoelen die bereikt moeten worden. Dat betekent dat wij er nu allesaan moeten doen om ze mogelijk te maken. Wat ons betreft is hetfantastisch als de richtlijn zo snel mogelijk wordt ingevoerd, zodatiedereen weet waar hij aan toe is. Volgens mij moeten we dit zo veelmogelijk in gezamenlijkheid doen. Europa is denk ik heel erg belangrijkvoor het creëren van een gelijk speelveld. Als dat betekent dat er eenpartij is of er partijen zijn die veel verder willen gaan, dan vinden wij hetheel goed dat zij dat doen. Dat is hoe wij er als D66 in staan.De voorzitter:Volgens mij was er ook nog een vraag van de heer Pierik.De heer Pierik (BBB):Aan de ene kant hebben wij waardering voor de inzet van D66 en voor hetfeit dat D66 zegt dat wijzigingen zo snel mogelijk moeten wordeningevoerd. Aan de andere kant – de heer Boutkan gaf het ook al aan – zijner bedrijven die de brief van 18 september gelezen hebben en nu bezigzijn om zich op allerlei manieren voor te bereiden op de wijzigingen opcommercieel of administratief gebied. Mijn vraag is: hoe gaat D66 ervoorzorgen dat die bedrijven, die het momenteel al zo moeilijk hebben, nietomvallen?De heer Bamenga (D66):Wij vinden het als partij heel belangrijk dat bedrijven die de transitie naarduurzaamheid willen maken daadwerkelijk volop gefaciliteerd worden. Inde afgelopen periode hebben we veel te vaak gezien dat bedrijven die aanhet verduurzamen zijn uiteindelijk omvallen, om welke reden dan ook. Datdoet ons in ieder geval heel veel pijn, dus dat moeten we absoluut zien tevoorkomen. Wij moeten ervoor zorgen dat dit zo min mogelijk gebeurt endat zo veel mogelijk ondernemers, organisaties en noem maar op ookecht die transitie kunnen maken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 184 Bij de een gaat de verduurzaming wat sneller dan bij de ander. Maar jehoort vaak dat het ook gaat om de zekerheid die we wel of niet kunnenbieden aan organisaties, en dat het ook gaat om het faciliteren doormiddel van regels die we opstellen. Die regels moeten in het voordeel zijnvan deze organisaties, waardoor zij zich verder kunnen ontwikkelen enverder kunnen verduurzamen. Daar moeten wij, denk ik, heel goed naarkijken.De heer Pierik (BBB):Dank voor het antwoord. Goed om te horen dat D66 het bedrijfsleven wilfaciliteren om het allemaal te kunnen meemaken. Maar onderschrijft D66ook dat het investeringsklimaat in Nederland eigenlijk behoorlijk achteruitaan het hollen is en dat er dus misschien iets extra gedaan moet wordenom deze bedrijven te faciliteren? De heer Bamenga zegt dat we diebedrijven administratief moeten ondersteunen, maar ik zou graag ietsmeer inkleuring willen zien van de wijze waarop het bedrijfsleven volgensD66 gefaciliteerd zou moeten worden om het allemaal te kunnenmeemaken.De heer Bamenga (D66):Ik denk dat het creëren van een goed investeringsklimaat heel ergbelangrijk is. Onze partij wil dat altijd daadwerkelijk doen. Ik kom zelf uitEindhoven, dus ik weet hoe belangrijk het is dat er een goed investerings-klimaat is voor de bedrijven die internationaal opereren, veel talent hiernaartoe brengen en heel mooie producten maken, het liefst zo duurzaammogelijk, niet alleen in Eindhoven, maar bijvoorbeeld ook in Helmond, deautomotive-bedrijven. Dat zijn bedrijven naar mijn hart, die er in iedergeval voor zorgen dat wij beter voorbereid zijn op de toekomst.Het creëren van een goed investeringsklimaat is precies waar wij voorstaan. In dat kader moet je iedere keer specifiek kijken naar wat er nodigis. Daarom vind ik het voorstel goed, want dat zorgt er in ieder geval voordat niet één sector onevenredig hard of zwaar belast wordt, maar dat allesectoren moeten verduurzamen. Er zijn natuurlijk verschillende manierenom dat te doen. Ik denk dat wij absoluut moeten inzetten op die verschil-lende manieren, afhankelijk van de sector.De voorzitter:De heer Pierik heeft nog een vraag, maar misschien kunnen deantwoorden iets korter.De heer Pierik (BBB):De vraag zal ik in ieder geval heel kort houden. Ik wil graag weten hoebelangrijk D66 het vindt dat er voor deze bedrijven een gelijk speelveldontstaat. In Duitsland zijn er voor bedrijven totaal andere randvoor-waarden dan in Nederland, waardoor je eigenlijk een ongelijke concur-rentie krijgt.De heer Bamenga (D66):Een gelijk speelveld is belangrijk. Ik zou eerder zeggen: zo veel alsmogelijk. Op het moment dat de ontwikkelingen in de Nederlandsebedrijven veel sneller gaan dan in bijvoorbeeld de rest van Europa,zouden naar mijn mening de achterblijvers gestimuleerd moeten wordenen zouden we degenen die veel sneller gaan vooral hun gang moetenlaten gaan. Dat is in ieder geval hoe wij erin staan.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk nog even naar mevrouw Van Groningen van de VVD dievlak na aanvang van het debat is binnengekomen. En ik heet de heerThijssen van GroenLinks-PvdA ook meteen van harte welkom. Ik meen datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 185 u nog een interruptie had voor de heer Bamenga, mevrouw VanGroningen.Mevrouw Van Groningen (VVD):Eigenlijk is mijn vraag al een beetje gesteld. De vraag ging over het gelijkespeelveld. U gaf in uw betoog aan dat u alles wilt doen om die klimaat-doelen te halen; u vindt dat heel belangrijk. Voor de VVD staat deeconomie juist op één. De voorgaande sprekers kaartten ook al een aantaldingen aan die niet goed gaan in dat gelijke speelveld. Ik noem ze maareven: België start bijvoorbeeld niet 1 januari 2026 en bio-lng mag hier nietvanuit de massabalanssystematiek en tanken is al goedkoper in debuurlanden. U zegt: zo veel mogelijk een gelijk speelveld creëren. Mijnconcrete vraag is dan: wat gaat u dan doen? Wat zijn de maatregelenvanuit D66 om in te zetten op dat gelijke speelveld? En dan dus niet: zoveel mogelijk.De heer Bamenga (D66):Wel zo veel mogelijk, want dat is mijn taal, dat is waar D66 voor staat. Datis het verschil tussen D66 en de VVD. De VVD geeft aan dat economie opéén staat. Voor ons is economie zeer belangrijk, maar niet ten koste vanhet klimaat, want als we geen klimaat meer hebben, hebben we ook geeneconomie meer. Die twee zullen dus wel samen moeten gaan. Dat vindenwij belangrijk en dat is het onderscheid tussen D66 en de VVD. Zeker.De voorzitter:Dank u wel. Ik geef het woord graag aan de heer Pierik.De heer Pierik (BBB):Dank u wel, voorzitter. BBB ziet de verduurzaming van vervoer enmobiliteit als een belangrijke opgave. Maar verduurzaming kan alleenslagen als deze haalbaar en betaalbaar is, als ondernemers het kunnenuitvoeren en als er een gelijk speelveld is met de landen om ons heen.Daar draait het om voor BBB: niet om grootse ambities, maar omdraagvlak in de praktijk en haalbaarheid en betaalbaarheid. Vandaagbespreken we een wet die diep ingrijpt op de transportsector en debinnenvaart, maar ook op de zeevaart en de landbouw. De kern van ditvoorstel is dat we overstappen van oude hernieuwbare brandstofeen-heden naar een systeem van emissiereductie-eenheden, gebaseerd opCO2. Daarmee gaan we sturen op de totale uitvoer van broeikasgassen inde hele keten, van bron tot eindgebruik. Dat klinkt logisch en doelgericht.Zo doen ze dat ook in Duitsland. Het reduceren van CO2-uitstoot is voorBBB ook cruciaal, maar we moeten dat natuurlijk wel robuust en eerlijkorganiseren.Voorzitter. Nederland is een klein land in een grote energiemarkt. Onzehavens en logistiek spelen een indrukwekkende rol in de internationaleconcurrentie. Daarom is het cruciaal dat wij geen koploper in de regelsworden, maar samen optrekken met onze buurlanden. We lezen dat Belgiëde afgesproken implementatiedatum uit het memorandum of under-standing niet haalt. Dat betekent dat Nederland straks eerder en strengerregels toepast dan de zuiderburen. Voor de binnenvaart en de zeevaartkan dat heel concreet leiden tot tanktoerisme en tot het wegvloeien vanbunkervolumes naar Antwerpen. Dat raakt niet alleen de grote havens,maar ook talloze bedrijven in de regio die van deze goederenstromenafhankelijk zijn.Hetzelfde speelt bij het Europese emissiehandelssysteem voor gebouwge-bonden emissies. Als Duitsland of België de binnenvaart buiten ditsysteem houdt, betalen Nederlandse schippers hogere lasten dan hunconcurrenten net over de grens. Dat is funest voor het bedrijfsleven.Vandaar dat ik de volgende vragen aan de Staatssecretaris heb. Hoe wordtconcreet voorkomen dat Nederlandse bedrijven de rekening gaan betalenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 186 voor het feit dat België en Duitsland achterblijven? Welke mitigerendemaatregelen liggen er klaar? En wat de zeevaart betreft: waarom kiest deStaatssecretaris ervoor om Annex IX-B-brandstoffen, zoals frituurolie, inde zeevaart structureel uit te sluiten, terwijl de buurlanden hierdoor eenconcurrentievoordeel hebben? Het vergroot eveneens het risico opweglek. Hoe kijkt de Staatssecretaris aan tegen de fraudegevoeligheid vandeze brandstoffen?Voorzitter. Ondernemers moeten kunnen vertrouwen op voorspelbareregels. Maar wat zien we? De concept-ministeriële regeling ter voorbe-reiding van de invoering van RED III verscheen pas 18 september. Dat isveel te laat. Bedrijven hebben nauwelijks de tijd gehad om zich organisa-torisch, administratief en commercieel voor te bereiden. We sprekenmkb’ers die nu al verdrinken in de verplichte rapportages, certificaten enadministratieve lasten. BBB vindt dat de bedrijven hierdoor niet mogenomvallen. Daarom pleiten we voor een zachte landing in 2026. Datbetekent geen harde sancties in het eerste jaar, maar begeleiding enproportionaliteit. Bedrijven die hun best doen, moeten geholpen wordenen niet worden gestraft omdat de ICT hapert of omdat certificeringen nogniet soepel lopen. Is de Staatssecretaris bereid die zachte landing expliciette garanderen?Voorzitter. Een ander groot punt is de betaalbaarheid. In de beginjarenzullen hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong schaarszijn. We weten allemaal wat dat betekent: een krappe markt, oplopendeprijzen en een rekening die terechtkomt bij transportbedrijven en het mkb.BBB mist een duidelijke analyse van de risico’s van deze schaarste watbetreft de betaalbaarheid. Juist daarom kiest BBB voor een geleidelijkegroeiopgave.Daarnaast zien we dat Nederland zichzelf onnodige beperkingen oplegt.De Europese richtlijn staat massabalans gewoon toe. Buurlanden, zoalsDuitsland en Frankrijk, passen die toe, maar Nederland kiest ervoor om dittransport te blokkeren. Voor BBB is dit echt onbegrijpelijk. Met éénbeleidsaanpassing kunnen in één klap 1.500 vrachtwagens op vloeibaaraardgas gaan rijden en 36 tankstations gaan vergroenen. Boeren kunnenbovendien een nieuw verdienmodel krijgen door mestvergisting enbio-lng. Dat is cruciaal, dat is praktisch en dat past bij de regio’s waar BBBvoor staat. Daarom heb ik de volgende vragen aan de Staatssecretaris.Waarom kiest Nederland ervoor om een nationale kop op te leggen doorde massabalans in transport te blokkeren? Is de Staatssecretaris bereidom dit alsnog recht te zetten? Hoe denkt de Staatssecretaris de zeevaartop bio-lng te krijgen als de massabalans niet wordt ingevoerd?Voorzitter. Dan nog even over waterstof als brandstof. We zien dat deraffinageroute om diesel te ontzwavelen helpt om de doelstelling voorhernieuwbare energie dichterbij te brengen. Vooral voor de transport-sector is het echter cruciaal om ook direct-useroutes stevig op de kaart tezetten, om de benodigde kritische massa te krijgen en om deze route vlotte trekken. Wat BBB betreft moet de implementatie van RED III eensubdoel worden van 2 petajoule, om het directe gebruik van groenewaterstof op land mogelijk te maken. Mijn vraag aan de Staatssecretarisis: hoe wil hij het gebruik van groene waterstof stimuleren en het directegebruik in de transportsector vlot trekken?Voorzitter. Er zijn signalen dat er in de havenregio Amsterdam, Rotterdamen Antwerpen goedkope T1-bunkerleveringen van biobrandstoffen uitChina plaatsvinden. Deze brandstoffen tellen mee voor de Europesedoelstellingen, maar vallen niet onder de EU-invoerrechten en-handelsregels. Dat betekent dat buitenlandse producenten dubbelprofiteren en zo worden Nederlandse en Europese producenten op eenachterstand gezet. BBB vindt dit een oneerlijk speelveld. We moeten onzeeigen boeren en producenten ondersteunen en niet de deur openzettenvoor goedkope import die niet aan dezelfde productie-eisen voldoet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 187 Erkent de Staatssecretaris dat dit een ongelijk speelveld is? En welkemaatregelen neemt hij om dit te stoppen?Ten slotte, voorzitter. BBB steunt verduurzaming die werkt in de praktijk.Die verduurzaming moet voor iedereen haalbaar, draagbaar en betaalbaarzijn. Maar dit wetsvoorstel roept nogal wat vragen op over het gelijkespeelveld met onze buren, over de uitvoerbaarheid, over de regeldrukvoor bedrijven en over de betaalbaarheid voor de transporteurs en hetmkb. Wij hopen dan ook dat de Staatssecretaris hierover extra duide-lijkheid kan geven.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie geen interrupties. O, er is toch een interruptie vanmevrouw Van Groningen.Mevrouw Van Groningen (VVD):Misschien is dit meer een verhelderende vraag aan de heer Pierik. U heefthet over direct use. Dat steunen wij ook van harte. Wij denken dat en-ennodig is: de mobiliteitstransitie inzetten en daarnaast natuurlijk deraffinageroute blijven stimuleren. Dat is juist om echt een zwengel tegeven aan waterstof. Maar als ik u goed beluister, dan hoor ik u zeggen: ikwil die 2 petajoule in het totaal hebben. Begrijp ik u zo goed? Of zegt u:nee, het mag er bovenop?De heer Pierik (BBB):Bedankt voor de vraag. Dat is ook een interessante vraag. We willennatuurlijk allemaal in de breedte de verduurzamingsslag maken, maar wijvinden de direct-useroute voor de mobiliteit echt cruciaal. Dat subdoelwillen we echt op 2 petajoule stellen. Dat is natuurlijk onderdeel van onsoverkoepelende doel.Mevrouw Van Groningen (VVD):Ik ben gewoon benieuwd of u er interesse in zou hebben om dat op hetsubtotaal te zetten. Ik denk dat het belangrijk is om te zorgen dat we dewaterstoftransitie echt aanzwengelen. Daar hebben we die raffinageroutenu eens voor nodig. Sterker nog – en dat ga ik straks ook aan de Staatsse-cretaris vragen – ik hoor uit de markt dat ze zelfs 11 tot 12 petajoule nodighebben om substantiële verschillen te gaan realiseren. Dan zou ik het tochhet mooiste vinden als we daarbovenop die mobiliteitstransitie vorm-geven met direct use. Zou u er een voorstander van zijn om dat aan hettotaal toe te voegen in plaats van ervan af te halen?De heer Pierik (BBB):Ja, nogmaals dank voor deze vraag. Wij gaan niet zo ver dat we er nogweer een extra verplichting bovenop willen. We hebben vooral diewaterstof nodig voor de verduurzaming in de mobiliteitssector. Die2 petajoule vinden we dus cruciaal, maar die willen we er niet bovenopleggen.De voorzitter:Goed, dan is het woord aan de heer Boutkan.De heer Boutkan (PVV):Dank u, voorzitter. Laat ik vooraf even zeggen dat ik zeer verheugd ben datik ondertussen mijn mantra, zou ik bijna willen zeggen, «haalbaar,betaalbaar» terug hoor komen bij BBB. Nu mist er alleen nog het«realistisch», maar misschien komt dat nog wel. Dat vooraf.Voorzitter. Dit wetsvoorstel is weer een voorbeeld van een dictaat datrechtstreeks uit de koker van Brussel komt. Nog erger, het komt uit dekoker van Timmermans, met zijn groene overeenkomst. De richtlijn draagtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 188 het nummer 2023/2413, een nummer dat voor gewone Nederlanders nietsbetekent, maar wel enorme gevolgen heeft voor hun portemonnee. Het isgeen Nederlandse wet. Het is weer Brussel dat ons voorschrijft hoeveelgroene brandstoffen wij in onze tank moeten stoppen, met als gevolgweer een bureaucratisch gedrocht dat sectorspecifiek sturing gaatopleggen met allerlei verplichtingen.Onze vragen aan de Staatssecretaris: klopt het dat de sector aan hetministerie kenbaar heeft gemaakt dat er risico’s zijn dat er een ongelijkspeelveld ontstaat binnen Europa wanneer RED III niet gelijktijdig metonze buurlanden wordt geïmplementeerd? Zo ja, is er dan een noodrem-procedure? De papieren Brusselse wereld zorgt ervoor dat de Nederlandermeer gaat betalen aan de pomp, waardoor de Nederlandse transporton-dernemer op een achterstand wordt gezet ten opzichte van ondernemersdie niet onder deze verplichtingen vallen. Is de Staatssecretaris het met dePVV eens dat de handel in brandstoffen een mondiale handel is, waar ditvoorstel geen rekening mee houdt?Voorzitter. De industrie ziet geen brood meer in biobrandstoffen in deRotterdamse haven. Eerst kondigde het Finse bedrijf UPM in mei dit jaarna evaluaties van commerciële en strategische onderzoeken aan om debouw van een biofabriek met een capaciteit van 500.000 ton biobrandstofper jaar stop te zetten. Vervolgens schortte Exxon Mobile de investeringenop voor plasticrecycling in zijn Rotterdamse raffinaderij. Mitsubishipauzeert de bouw van een fabriek in het havengebied. Daarna volgdeShell met het stoppen van de bouw van een fabriek voor het maken vanbiobrandstof. Het had al 554 miljoen euro geïnvesteerd en houdt er nuzelfs rekening mee dat het verlies kan oplopen tot een miljard. Nu trekt BPook de stekker uit zijn plannen voor een biobrandstoffenfabriek, terwijl hetook al een miljoen had geïnvesteerd in de voorbereiding. Niet alleen dezeolie- en gasreus heeft gemeld dat het vanwege de hoge kosten inNederland niet anders kan. Ook Shell en UPM wijzen naar de opgelopenkosten in Nederland. En dat lijstje is nog niet compleet. Je kan er zo nogvier, vijf bedrijven aan toevoegen uit de Rotterdamse haven.Voorzitter. Als deze bedrijven al geen toekomst meer zien voor hetproduceren van biobrandstoffen ten behoeve van bijvoorbeeld deluchtvaart, is de vraag aan de Staatssecretaris: wie gaat hier dan welbrood in zien? De binnenlandse handel in brandstoffen aan de scheep-vaart in zowel binnen- als zeevaart zal het slachtoffer worden vanprijsverschillen die gaan optreden omdat het buitenland goedkoper kanleveren. Welke actie kunnen wij van de Staatssecretaris verwachten als ditgaat spelen? Het rapport-Draghi sprak over de zelfvoorzienendheid vanEuropa, maar ondertussen zien wij dat hetzelfde Europa geen rekeninghoudt met de wereld om ons heen. Europa stort zich hiermee alslemmingen in de afgrond. Het invoeren van dit bureaucratisch gedrochttoont maar weer aan dat er niet mondiaal wordt gedacht. Wederomontbreken de principes «haalbaar, betaalbaar en realistisch».Voorzitter. Verduurzaming speelt een rol bij het implementeren van REDIII, om een hoeveelheid groene brandstof toe te voegen aan fossielebrandstoffen of de laatste te vervangen.De voorzitter:Meneer Boutkan, mag ik u heel eventjes pauzeren? De heer Thijssen heefteen vraag aan u.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ik heb ook allerlei kritische vragen over dit wetsvoorstel; daar zal ik zo welop komen. Maar hoe betaalbaar is het eigenlijk als we de klimaatveran-dering haar gang laten gaan en de temperatuurstijging 4, 5 of 6 gradenwordt in de wereld? Hoe betaalbaar is dat, vraag ik aan de heer Boutkan.De heer Boutkan (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 189 Daar kan ik heel kort over zijn: wij geloven niet in die klimaatpraatjes dieons zijn opgedrongen door Brussel.De voorzitter:Nog een vraag.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Nou ja, het is bijvoorbeeld het KNMI, het zijn onze eigen wetenschappersdie zeggen dat klimaatverandering een heel erg groot probleem is. Het isons eigen RIVM, waar onafhankelijke wetenschappers zeggen dat degevolgen voor Nederland al enorm zullen zijn als de temperatuur metmaar 1,5 graad stijgt. Betekent dat dus dat de PVV gewoon zegt: diewetenschap interesseert me niet en die negeren we even, omdat die nietin mijn verhaal past vandaag?De heer Boutkan (PVV):U zegt dat het niet past in mijn verhaal vandaag, maar dat verhaal hebbenwij al langer volgehouden, net zoals wij zeggen dat er meer weten-schappers op de wereld zijn dan alleen maar het RIVM en het KNMI.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ik concludeer dat de PVV geen boodschap heeft aan het wetenschappe-lijke inzicht van het overgrote deel van alle wetenschappers die erverstand van hebben; ik ben ook wetenschapper, maar ik heb geenverstand van klimaatwetenschap, dus ik laat mij informeren doorwetenschappers die daar wel voor hebben doorgeleerd. Het overgrotedeel van de klimaatwetenschap zegt: als we klimaatverandering niet optijd stoppen, staat de samenleving zoals wij die kennen op het spel. Dat isniet eens uit te drukken in: is het betaalbaar en realistisch? Dan hebbenwe gewoon een loeigroot probleem als samenleving. Het feit dat de PVVhier die wetenschappers even onder de bus gooit en daardoor een van degrootste uitdagingen van deze tijd negeert, is een schande voor ditparlement.De voorzitter:Had u nog een vraag? Nee. Dan kunt u verder, meneer Boutkan.De heer Boutkan (PVV):Ik wil eerst gewoon even antwoord geven, want ik word direct aange-sproken hierop. Dit gaat dus niet van mijn tijd af.De voorzitter:Vanzelfsprekend, meneer Boutkan.De heer Boutkan (PVV):Daar ga ik even van uit. De heer Thijssen gebruikt grote woorden, «voorde bus gooien» en dergelijke. Dat zijn niet mijn woorden, maar zijnwoorden. Jaren geleden hebben bepaalde wetenschappers al gezegd: alswe zo doorgaan, valt in 2025 – eerder was het 2020 – de hemel op onzehoofden en zijn we allemaal verzopen, want dan staat de aarde onderwater. Nou, dat is nog steeds niet gebeurd. Dan zeg ik daarbij: voorlopigzien wij dat als PVV ook nog niet gebeuren. Ik wil best verdergaan met ditspelletje met de heer Thijssen als u dat goedvindt, voorzitter.De voorzitter:Nee, meneer Boutkan. De heer Thijssen heeft nog een interruptie en dat ismeteen zijn laatste.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1810 «Een spelletje», «een spelletje». Ik heb het hier over het VN-panel vanklimaatwetenschappers. Die komen elke vijf jaar, nadat zij alle klimaatwe-tenschap en al het onderzoek reviewen, tot hele harde conclusies en eengrote, grote waarschuwing voor de mensheid. De secretaris-generaal vande Verenigde Naties zegt dat ook niet voor niks. Nu zegt u: er waren ookwetenschappers die zeiden dat in 2020 ... Wie dan? Wat zou er preciesgebeuren in 2020? Wie haalt u nu precies aan? Waar is de wetenschap dieje kunt checken, die andere wetenschappers kunnen checken? Waar is depeerreview? Kom op! U kunt het VN-klimaatpanel IPCC niet gelijkscha-kelen aan ... Ik weet niet eens waar het aan gelijkgeschakeld wordt. Gaeens wat serieuzer om met waarschuwingen van de knapste koppen vandeze wereld, die zeggen: «Mensen, we hebben een probleem. Parlement,er is een probleem. Bescherm uw bevolking! Kom eens in actie.» Zet diemensen niet weg omdat u ook iets heeft gehoord van «misschien wel eenwetenschapper». Maar we zullen het nooit weten, want we weten eigenlijkniet waar u het over heeft.De heer Boutkan (PVV):Ik vind het prachtig wat de heer Thijssen hier allemaal loopt te roepenvanuit zijn GroenLinks-PvdA-koker, wat hij gedicteerd krijgt vanuit diegroene overeenkomst en wat hij vervolgens opgelepeld krijgt dooranderen. Maar wij gaan daar niet in mee, meneer Thijssen. Ik moet uteleurstellen. Wij gaan niet mee met dat verhaal. Helaas pindakaas voor u!De voorzitter:Was u klaar met uw betoog?De heer Boutkan (PVV):Mag ik verder, voorzitter?De voorzitter:Zeker.De heer Boutkan (PVV):Dank u wel, voorzitter. Ik was gebleven bij HVO, hydrobehandeldeplantaardige olie. Het is duurder dan gewone diesel en daardooreconomisch onrendabel voor de binnenvaart, laat staan voor de recreatie-vaart. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is: is deze opgedrongenvervanger haalbaar, betaalbaar en realistisch ten opzichte van degangbare en goedkopere diesel?Voorzitter, ik ga afronden. Er is meer dan Europa. De PVV wil betaalbarebrandstof, minder regels en geen nationale kop. We willen dat Nederlandweer zelf beslist over zijn energiebeleid in plaats van dat wij de marionetzijn van de Europese Unie. Wij maken ons druk over van alles en nog watin de wereld, maar de problemen liggen hier om de hoek, in Nederland.Wat de PVV betreft zetten wij Nederland weer op één.Ik dank u wel.De voorzitter:Dan is het woord aan mevrouw Van Groningen. Een maidenspeech vindtmeestal plaats in de plenaire zaal, maar mevrouw Van Groningen is hiervoor het eerst. Een WGO-maidenspeech: we maken er een bijzondermomentje van. Succes!Mevrouw Van Groningen (VVD):Dank u wel, voorzitter. Het is een hele eer en ook fijn om hier vandaag tezijn, zeker omdat ik uit het Rotterdamse kom. Voor die omgeving zijn ditsoort ontwikkelingen enorm belangrijk. In die zin spreek ik ook voor dezeomgeving. Maar dat geldt natuurlijk voor heel Nederland.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1811 Voorzitter. De VVD vindt het van groot belang dat Nederland zijneconomie op één zet. Dat heb ik net al aangegeven. Dat betekent voor onseen gelijk speelveld met de landen om ons heen, het beschermen vanonze eigen economie en het bieden van ruimte voor innovatie, zonderondernemers te verstikken of ze met torenhoge kosten of een wirwar aanregels op te zadelen.Voorzitter. Het vertalen van de Europese richtlijn in nationale wetgeving iseen cruciale stap. De overgang van hernieuwbare brandstofeenhedennaar emissiereductie-eenheden vraagt forse investeringen van detransportsector op de weg en via het water. Bedrijven zullen logischerwijsaltijd een kosten-batenanalyse maken en zich afvragen of de return oninvestment de moeite waard is. Laten we eerlijk zijn: transport houdt nietop bij de grens. Als wij een top zetten op Europese regels, ontstaat hetrisico van nadelige effecten, zoals tanktoerisme. Denk aan binnenvaart-schippers die in België of Duitsland gaan bunkeren omdat het daargoedkoper is. Dat is precies wat de VVD niet wil. De binnenvaart staat alfors onder druk. Denk aan grote investeringen, belemmeringen dooronderhoud aan sluizen en bruggen, en wisselende waterstanden. En danheb ik het nog niet eens over de personeelstekorten. Tegelijkertijd is dezesector van groot belang voor onze economie. Eén binnenvaartschipvervangt ongeveer 120 vrachtwagens. We moeten voorkomen datNederland zich uit de markt prijst.Zoals ik al zei: voor de VVD staat de economie voorop. Ik deel de zorgendie net zijn geschetst over de bedrijven die de Rotterdamse havenverlaten. We moeten niet achteloos omgaan met wetgeving die een groteimpact heeft op onze industrie en ondernemers. In eerdere overleggenzijn wij hier ook altijd kritisch op geweest. Daarom richten wij onsvandaag op drie onderwerpen: het gelijke speelveld, het langetermijnper-spectief en innovatie, en de regeldruk.Laat ik starten met het gelijke speelveld. Voor ons is het cruciaal datNederland niet te ver op de troepen vooruitloopt. Er zijn al prijsverschillenmet de ons omringende landen, bijvoorbeeld voor fossiele brandstoffenen bio-lng. Dat gat moeten we verkleinen en niet vergroten. Daarombrengen wij enkele punten in om het speelveld juist gelijker te maken.Laat ik starten met de correctiefactor. Deze is mede naar aanleiding van demotie van het CDA op 1 gesteld. Dat staat echter niet in de nieuwewetgeving, terwijl we juist nu bedrijven zekerheid moeten bieden ominvesteringen voor de transitie los te trekken. Daarom dienen we vandaageen voorbereid amendement in om dit tot 2030 vast te leggen op 1,waarna we uiteraard moeten bekijken wat nodig is. We horen graag vande Staatssecretaris of hij welwillend is om de wetgeving in 2030 teevalueren en om daarin ook de correctiefactor mee te nemen. Daarnaastwillen we helder krijgen hoe wordt omgegaan met waterstof als blijkt dater onvoldoende beschikbaar is. Komt er bijvoorbeeld een overgangsre-geling?Voor het gelijke speelveld in Europa moet het gelijkheidsbeginsel wat onsbetreft centraal staan. RED III biedt expliciet ruimte via artikel 30, lid 1. DeEuropese Commissie heeft bevestigd dat lng-terminals als invoerpuntbinnen de massabalans kunnen gelden. Dan heb ik het over het intercon-nected systeem; artikel 18. Landen als Duitsland, Frankrijk en Spanjepassen dit ook al toe. Dan heb ik het over biolng, dames en heren.Waarom zouden wij het in Nederland nou moeilijker maken? Wat de VVDbetreft moeten we niet altijd het beste jongetje van de klas zijn en moetenwe kiezen voor onze ondernemers en voor innovatie in ons eigen land.Wij als VVD zien hier kansen liggen. Ons gasnet is gecertificeerd engeschikt voor lng. Daarom wil ik graag van de Staatssecretaris horen of hijkan bevestigen dat een gelijk speelveld binnen Europa van groot belang isvoor een eerlijke concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven. InDuitsland is het al mogelijk om bio-lng via de massabalanssystematiek toete passen. Zou de Staatssecretaris bereid zijn om te verkennen of eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1812 vergelijkbare toepassing ook in Nederland mogelijk is en daarbij willenonderzoeken welke belemmeringen er momenteel nog bestaan?Voorzitter. Focus op lange termijn en innovatie. De transitie vraagt omgrote investeringen en een lange adem. Ondernemers moeten kunnenrekenen op een betrouwbare overheid. Geen jaarlijks wisselend beleid,wel duidelijke kaders en investeringsbeslissingen voor ruimte eninnovatie. Onze buurlanden bieden sectoren vaak meer zekerheid. De VVDwil investeringszekerheid tot ten minste 2035. Dat brengt rust en ruimtevoor innovatie én draagt wederom bij aan dat gelijke speelveld. Heeft deStaatssecretaris in beeld welke investeringshorizon de ons omringendelanden aan hun ondernemers bieden?Voorzitter. Laten we eerlijk zijn: Nederland is hartstikke sterk in innovatieen ondernemerschap. Onze havens spelen daarin een sleutelrol, zoals dewaterstofhavens Den Helder, Rotterdam en Amsterdam. En wat te denkenvan de Rotterdamse haven? Dat is de grootste bunkerhaven van Europaen behoort tot de top drie bunkerhavens van de wereld. Deze uniekeposities moeten we behouden en verder uitbouwen. Daarom moet erruimte zijn voor diverse soorten betaalbare brandstoffen voor zoweldirecte toepassing als raffinage. Momenteel gaan we uit van die5,6 petajoule waar we het net over hadden. De VVD vindt dat een subdoelvoor directe inzet van hernieuwbare waterstof echt nodig is, zodatinvesteringen in waterstofvrachtwagens en -tankinfrastructuur van degrond gaan komen. Wij zouden dan wel graag zien dat wij dit ophogen ophet totaal. Zou de Staatssecretaris willen uitzoeken hoeveel er nu preciesnodig is voor direct use en dit beschikbaar stellen boven op het totaletarget?Wat de VVD betreft gaat Nederland investeringen aantrekken en hier diegroene groei realiseren. We hebben van diverse kanten vernomen dat alswe de waterstofsector willen stimuleren, het totaal van 5,6 petajoule nietvoldoende is. Daarom zou ik graag willen weten waarom we hebbengekozen voor die 5,6 petajoule en met welke actoren dit is vastgesteld. Isde Staatssecretaris bekend met de signalen uit de sector dat er 11 tot12 petajoule nodig is om echt meters te maken met die waterstoftransitie?Staat hij open voor herziening als blijkt dat dit beter is voor onzeeconomie en de innovatie?Naast bescherming van onze industrie, die essentieel is, vind ik dat weook eerlijk moeten zijn over met wie we concurreren, namelijk met landendie goedkopere en minder duurzame grondstoffen aanbieden. Denk aande Verenigde Staten en China. Dan is het echt vechten tegen de bierkaai.Voor de VVD geldt: Nederland first, ondernemers first. Daarom hebben weeen amendement voorbereid om bio-ethanol een kans te geven en mindergoede varianten van buiten de EU niet langer toe te staan voor dereductievoorwaarden.Dan wil ik vanuit innovatielangetermijnperspectief toch nog even stilstaanbij de zeevaart, want deze sector is echt het moeilijkst te verduurzamen.Als je ziet hoe moeilijk het voor ze is en bedenkt dat alleen maar elektrifi-catie niet werkt ... U zou immers ook niet willen dat u midden op deoceaan stilligt met een lege batterij. Een breed palet aan grondstoffen isdus gewoon noodzakelijk. De Annex IX-B-grondstoffen zijn betaalbaar,beschikbaar en nu al toegestaan voor zowel het wegverkeer als debinnenvaart. In de Europese FuelEU Maritiemverordening uit 2023 zijn zeal opgenomen, terwijl de zeevaart in RED III wordt uitgezonderd. Omeerlijk te zijn: dat leidt echt tot onduidelijkheid en mogelijk weer eenongelijk speelveld. Daarom vragen we de Staatssecretaris of hij bereid isom op Europees niveau te verkennen waarom voor deze uitzonderingspo-sitie gekozen is en of er ruimte bestaat om de Annex IX-B-grondstoffenvoor de zeevaart te verruimen.Voorzitter. Ik ga tot slot naar de regeldruk, want Europese ligtijden zijnbindend, maar we hoeven ze als Nederland niet nog complexer te maken.Ondernemers moeten gewoon weten waar ze aan toe zijn. EenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1813 betrouwbare overheid betekent dus ook: geen onnodige regels, geendubbele administratie en ook geen extra kosten. Het ATR heeft deregeldruk in kaart gebracht; dat hebben we ook kunnen lezen. Maar watgaan we nou concreet doen om dit echt te voorkomen? Weten we hoeomringende landen dit gaan doen? Hoe zorgen we dat onze recentaangenomen motie van de VVD om de regeldruk te verminderen ookwordt toegepast bij de implementatie van RED III? Wat doen we nou alsblijkt dat de regels toch te complex of te duur zijn en als investeringendaardoor wegvloeien naar het buitenland?Voorzitter. De VVD blijft echt kritisch op die hoge uitvoeringslasten voormkb-ondernemers. Daarom hebben we nog een paar korte vragen. Is dedrempelwaarde echt voldoende? Hoe doen we het als België pas in 2027gaat starten met de implementatie en Duitsland wellicht nog later?Duitsland gaat immers pas in oktober met deze ronde starten. Hoe gaanwe onze ondernemers dan beschermen voor dat ongelijke speelveld?Komt er dan bijvoorbeeld een overgangsregeling?Voorzitter. We hebben een aantal keren gevraagd naar de Unie-databank.Wat ons betreft is het echt belangrijk dat die er komt. Wat is de tijdslijnhiervoor en wat doen we als dit te lang op zich laat wachten? Op welkemanier willen we onze ondernemers dan nog helpen?Echt afrondend, voorzitter. De VVD kiest voor een gelijk speelveld, eenbetrouwbare overheid met een duidelijke investeringshorizon ennatuurlijk werkbare regels, want wij willen innovatie stimuleren, de positievan onze havens en de binnenvaart beschermen en voorkomen datNederland zich uit de markt prijst.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Van Groningen. Ik weet zeker dat mensen heelgraag zouden willen interrumperen bij zo’n mooie eerste bijdrage, maar ikzie dat niet.De heer Boutkan (PVV):Ik zou bijna willen zeggen dat ik niet durf.De voorzitter:Nou, die mag u in uw zak steken. Het woord is aan de heer Thijssen.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Complimenten aan mevrouw Van Groningen, want dit isniet het makkelijkste onderwerp om even een maidenspeech te doen,maar u heeft dat met vlag en wimpel gedaan.Voor een snelle transitie naar een circulaire economie en een klimaatneu-trale energievoorziening kunnen we weinig middelen onbenut laten. Denood is hoog, de tijd is op en de klimaatcrisis is inmiddels bijnaonafwendbaar; gelukkig zijn we het daar bijna allemaal over eens. Datmaakt ook dat we zorgvuldig moeten zijn in waar we in investeren: welketransitiepaden leiden uiteindelijk tot oplossingen voor de lange termijn enwelke oplossingsrichtingen leiden de aandacht vooral af van wat er echtmoet gebeuren omdat het daarbij gaat om investeringen die kleine stapjeszetten maar nieuwe lock-ins creëren en de echte omschakeling vertragenin plaats van versnellen?Mijn fractie is altijd kritisch geweest op biobrandstoffen, niet afwijzendmaar wel kritisch. Dat zit in drie punten die ik even wil toelichten enwaarop ik hopelijk een reactie van de Staatssecretaris ga krijgen. Eén. Veelbiobrandstoffen doen meer kwaad dan goed. Ontbossing, natuurvernie-tiging, een grotere klimaatschade dan wat zij oplossen, concurrentie metvoedselgewassen en fraude. Dat is de reden waarom we in Nederland dehoogste duurzaamheidseisen stellen aan de hierbij genoemde brand-stoffen. Ook dat leidt tot fraude en vrijwel zeker tot meer fraude als weTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1814 niet méér bijmenging eisen, terwijl de beschikbaarheid niet toeneemt. Ikwil dat we er echt voor waken dat we water bij de wijn doen quaduurzaamheidseisen. Ik houd mijn hart vast als ik kijk naar bijvoorbeeld deschriftelijke inbreng van de VVD en haar pleidooi voor het gebruik vanfeed- en foodstocks en ILUC, Indirect Land Use Change, die toch kanleiden tot meer ontbossing – ik wilde de afkorting noemen, maar die isnatuurlijk nog steeds in het Engels – zodat de prijs aan de pomp niet stijgt.Als dat straks de lijn wordt, maken we alles erger. Dan jagen weontbossing aan. Dan wordt voedsel onbetaalbaar voor miljoenen mensenen dan wordt de klimaatverandering erger. Kan de Staatssecretaris mijgaranderen dat we minimaal de hoogste eisen blijven hanteren?Twee. De hoeveelheid beschikbare duurzame biobrandstoffen is beperkten eindig. Zeker als we de huidige bronnen beschouwen, zoals oudfrituurvet uit China, dan kopen we eigenlijk alles al. We gaan met deze wetde vraag verder stimuleren, maar de productie van brandstoffen uit afvalen reststoffen is amper schaalbaar naar het niveau dat we nu gaan eisen.Hoe gaat de Staatssecretaris ervoor zorgen dat de productie van onbeden-kelijke alternatieve brandstoffen de vraag gaat bijhouden die we met ditwetsvoorstel creëren? Hieraan gekoppeld: hoe gaat de Staatssecretariservoor zorgen dat de vraag, die amper gedekt kan worden, niet leidt totfraude? Want daar hebben we nu al heel veel last van. Meer import,minder toezicht, en onze eigen diensten zeggen nu al dat ze meestal geenidee hebben van wat er deugt en wat niet.Ten derde. Biobrandstof in de tank doet niets voor de transitie naarenergievrij verkeer. Sterker nog, het kan ertoe leiden dat elektrificatie eninnovatie vertragen. Het houdt de bestaande energienetwerken enmarktdominantie in stand. Het is niet alleen voor het klimaat dat we afwillen van verbrandingsmotoren; ook voor fijnstof en stikstof moeten wetoe naar emissieloos vervoer of elektrisch vervoer. Nu geeft ditwetsvoorstel ook ruimte voor het stimuleren van elektrificatie. Dat is voorons echt voorwaardelijk, want dat is immers écht een transitiepad naareen klimaatneutrale samenleving. Maar is de Staatssecretaris bereid ommet belendend beleid erop te sturen dat we de zeer schaarse duurzamebiobrandstoffen vooral daar inzetten waar elektrificatie vooralsnog geenoptie is, zoals scheepvaart en luchtvaart, zo vraag ik de Staatssecretaris,en dat we dus voor het wegverkeer niet met groen gekleurde aflatenwerken die niet bijdragen aan het einde van fossiel, maar dat we zo gaannormeren dat het hele wagenpark zo snel mogelijk elektrisch wordt?Voorzitter. Dat zijn mijn drie grote bezwaren. Maar we zien ook kansen, ende noodzaak voor de korte termijn, maar ook daar helaas wel risico’s enzorgen. We hebben nog steeds geen goed antwoord voor luchtvaart enscheepvaart. Daar komen aparte doelen voor, ik weet het. Maar dit kunnenwe niet los zien van wat we vandaag doen, want het gaat veelal omdezelfde sector die deze brandstoffen moet leveren uit veelal dezelfdegrondstoffen met dezelfde problemen. Mijn fractie vindt dat we debeschikbare grondstoffen voor duurzame brandstoffen zo veel mogelijkmoeten reserveren voor lucht- en scheepvaart, want commercieel vliegenop een accu gaat waarschijnlijk nooit van de grond komen. Ik hoor al25 jaar verhalen over biokerosine. De hele Sahara zou dan vol moetenliggen met algenfabrieken, als je destijds naar de groene praatjes vanKLM had geluisterd. Niets van terechtgekomen. Reders hebben schepengekocht die op het duurdere lng kunnen varen, met de belofte dat zebinnenkort overal bio-lng kunnen bunkeren. Maar dat valt nog vies tegen.En de vooruitzichten zijn niet erg rooskleurig, laat staan groen, wantafgelopen weken is de ene na de andere biobrandstoffabriek in aanbouwermee gestopt. Collega’s zeiden het al: Shell, BP, ze zeggen het gewoon.Ze hebben bewust gekozen voor kortetermijnaandeelhouderswinsten inplaats van voor de transitie naar een duurzame toekomst, inclusief eenmogelijke toekomst voor hun bedrijven. «Weg ermee! Nu alles opmaken,en na ons de zondvloed» – letterlijk. Natuurlijk zijn het risico-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1815 investeringen. Miljarden investeren in een transitiebrandstof, terwijl jemet een beetje goede lobby en klimaatontkenners in de regering ookgewoon kunt blijven doen waar je rijk mee bent geworden ...Daar zit volgens mij een hele grote zwakte in ons klimaatbeleid: alsmaarzwalken, doelen afzwakken en vooruitschuiven. De middenpartijen, zoalshet CDA, stribbelen mee. Gematigd rechts, zoals de VVD, stribbelt tegen.En hun extreemrechtse vrienden zijn vol in verzet. Waar moet je dan alsbedrijf je investeringen op afstemmen? Ik wil de Staatssecretaris dan ookvragen om dat extra tussendoel voor 2040. We hebben een doel voor2030. Dat had wat ons betreft ambitieuzer gemogen, maar er is weinig tijdmeer. Daarom zou het dus goed zijn als we voor 2040 een ambitieus doelformuleren. Dat sluit beter aan bij investeringsplannen en ambities in hetbuitenland. De VVD heeft vaak geroepen dat we de transitie wel allemaalmoeten kunnen meemaken. Dat is natuurlijk niet zo. De voorlopers, deinnovators, de investeerders en de visionairs, voor hen is de toekomst. Deachterblijvers, die blijven achter. Dat hoort zo in een transitie, zeker in eentechnology shift. Maar wat we nu zien, is dat de voorlopers massaal in deproblemen komen en aandeelhouders van de achterblijvers wordenbeloond, vooral omdat de overheid niet of onvoldoende doorzet ensluiproutes opzet.Een van die sluiproutes die de transitie ondermijnen, is het gesjoemel metgaranties van oorsprong via de lng-terminals. Als op papier groenge-wassen fossiel lng goedkoper is dan daadwerkelijk in Nederland geprodu-ceerd groen gas, dan ondermijnen we de markt voor bedrijven die wélgeïnvesteerd hebben in die productie. Daar komt bij dat fossiel lng dat weimporteren, vaak afkomstig is van fracking en schaliegas, en daarmeedoor lekkage een veel grotere CO2-voetafdruk heeft. Die extra, nietgeregistreerde CO2-uitstoot wordt witgewassen. Ik zou graag van deStaatssecretaris de garantie krijgen dat we dit gaan voorkomen. Geenschaliegas witwassen en niet de productie van het veel schonere biogasuit reststromen van onze landbouw ondermijnen.Dan geeft de wet verschillende aandelen hernieuwbare energie voor deverschillende sectoren, wegverkeer en scheepvaart, met luchtvaart apart.Uit de beantwoording maak ik op dat de sectorspecifieke doelen zijngebaseerd op wat men haalbaar acht, en op wat het buitenland doet. Datklinkt redelijk, maar dat vind ik wel nogal vaag. Zoals ik in het beginstelde, willen wij graag een voertuigtransitie en de schaarse, beschikbarebiobrandstoffen zo veel mogelijk reserveren voor de sectoren die nog nietkunnen elektrificeren. Dat kunnen we dus grotendeels regelen met dieverdeelsleutel: het wegverkeer zo snel mogelijk elektrisch en biobijmengen voor lucht- en scheepvaart. Ik vraag de Staatssecretaris: gaanwe dat bereiken met die verdeelsleutel en kunnen we die verdeelsleutelaanpassen als daar aanleiding voor is?Ten slotte wil ik nog even terugkomen op de andere punten waarmee ikbegon. Leidt de implementatie van de RED III daadwerkelijk tot de transitienaar emissievrij? Lopen we geen vertraging op in de vehicle shift naaremissievrij in plaats van verbrandingsmotoren, of is het vooral levens-duurverlenging voor de fossiele sector doordat we hun markt overendhouden? En gaat het lukken om fraude met biobrandstoffen en grond-stoffen effectief te bestrijden? Gaat de Staatssecretaris hier voldoendemiddelen voor vrijmaken? Gaat het lukken dit ook Europees te coördi-neren? Worden klokkenluiders voldoende beschermd en zijn inspectieson-site verplicht, hier en in productielanden?Ik ben benieuwd naar de beantwoording. Dank, voorzitter.De voorzitter:Dank. U heeft een aantal interrupties. De heer Pierik was net eerst.De heer Pierik (BBB):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1816 Het is goed om van de heer Thijssen te horen dat hij in wil zetten op eenbreed scala van energiebronnen, om het zo eens te noemen. Toch ligt defocus wel heel erg op elektrisch. Ik zou eigenlijk zijn reflectie willenhebben als het gaat om de inzet van bio-lng en waterstof. Ziet hij dat ookals een serieuze stap om verder te verduurzamen?De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Nou ja, dat heb ik geprobeerd duidelijk te maken: dat kan. Maar dan moetje wel heel erg voorzichtig zijn waar je de bio-lng vandaan haalt, want wezien wereldwijd ieder jaar weer heel erg veel bos verdwijnen. De aardewordt steeds minder groen en als we nu nog meer druk op het bosleggen, dan kan dat leiden tot nog meer ontbossing. Terwijl het in theorienatuurlijk ook zo kan zijn dat bio-lng wel degelijk klimaatneutraal is en dathet een goede bron is om in te zetten in je systeem. Vandaar dus ook devraag. We hebben de strengste duurzaamheidscriteria nodig. We moetendaar heel erg goed op handhaven en controleren dat het ook echt goedgaat. Als we die brandstof dan hebben, superwaardevol spul, dan moetenwe die inzetten waar we echt niks anders kunnen doen. Eerlijk gezegd ishet wel duidelijk dat we het personenvervoer het allerbeste elektrischkunnen doen. We kunnen windmolens op de Noordzee bouwen en op diemanier dat vervoer op een duurzame manier regelen. Dus ja, er zijnkansen, maar zoals ik in mijn inbreng aangaf ook heel grote zorgen. Ditmoeten we heel secuur doen met elkaar.Mevrouw Van Groningen (VVD):Ik voelde me aangesproken, want u zei: de VVD stribbelt tegen. U verwijthet ons dat wij die innovatie eigenlijk frustreren, als ik het zo magafpellen. U heeft het eigenlijk steeds over de bedrijven die hun zakkenvullen en die niet doorzetten. U spreekt ze aan op het feit dat het niet snelgenoeg gaat. Als ik eerlijk ben: PvdA-GroenLinks wil altijd overal toppenop zetten, vindt de CO2-taks goed, of het nou op vliegen of rijden is. Ik bendan toch benieuwd. Wij als VVD zeggen: wij willen deze bedrijven juistzekerheid bieden, want we weten ook allemaal dat het juist de grotebedrijven zijn die innovatie versnelling kunnen geven en die er ook voorzorgen dat start-ups en scale-ups uiteindelijk een goede plek krijgen. Mijnvraag is dan: durft u deze bedrijven dan ook echt een horizon te bieden enstabiel beleid aan te bieden, dus niet steeds wisselende wet- en regel-geving, en dus ook niet de strengste duurzaamheidscriteria, juist om tezorgen dat innovatie van de grond komt?De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ik dacht bijna: we worden het hier eens met elkaar ... Maar dat betekentdus wel wat voor die duurzaamheidscriteria waarvan mevrouw VanGroningen zegt: moet dat nou niet een tandje minder? Nee, dat moet jedus niet doen. Want als je die duurzaamheidscriteria laat gaan, dan zul jezien dat die ontbossing nog meer wordt aangejaagd. En je doet dit bijbedrijven om klimaatverandering te stoppen, maar dan ga je het alleenmaar erger maken. Dus die strengste criteria, met supergoed toezicht ensupergoede fraudebestrijding, zijn essentieel.De voorzitter:Dank, meneer Thijssen. Dit is het einde van de eerste termijn van deKamer. Of heeft u nog een vraag, meneer Boutkan?De heer Boutkan (PVV):Nou, mijn collega Van Groningen vroeg of ze nog een interruptie heeft.De voorzitter:Helaas, mevrouw Van Groningen, u bent door uw interrupties heen. Maarde heer Boutkan heeft zelf nog een interruptie, begrijp ik.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1817 De heer Boutkan (PVV):De laatste, dacht ik.De voorzitter:Nou, u heeft er nog twee.De heer Boutkan (PVV):O, nog twee zelfs! Dank u wel, voorzitter. Ik hoorde de heer Thijssen vanGroenLinks-Partij van de Arbeid zeggen: de grote snellegeldverdienersstoppen nu stuk voor stuk, want de winsten waren weg. Dat soort dingenzei hij. Maar volgens de vakbonden zijn daardoor wel duizenden banenverdwenen. En waarom stoppen die bedrijven? Onder andere door diedure energie, de oplopende kosten en dan ook nog die stikstofstop. Endan hoor ik de heer Thijssen praten over dat we moeten elektrificeren endergelijke, maar we hebben gewoon een hele hoge energiebelasting in ditland. Daarvoor zijn er dan weer allerlei lapmiddelen, maar ondertusseninvesteren die grote jongens in het buitenland. Ze gaan nota bene om dehoek, in Duitsland, investeren. Dus hoe gaat de heer Thijssen vanGroenLinks-Partij van de Arbeid nu aan al die duizenden werknemers – zezijn nog wel lid van een vakbond, al is de vraag: hoelang nog? – uitleggendat ze hun baan zijn verloren omdat er door die oneerlijke concurrentiegewoon geen groei meer in dit land zit?De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ehm ... Kijk, we proberen hier een klimaatprobleem, waarvan u gelooft dathet niet bestaat, op te lossen. Daarbij zijn er experts die zeggen: pas op,want als je dit niet op de juiste manier doet, dan zorgt het voorontbossing, voor meer CO2-vervuiling, voor meer klimaatverandering.Daar hebben we dus een gesprek over: hoe doen we dat nou op een goeiemanier? Uiteraard is het zo dat we vervolgens bedrijven nodig hebben omte doen wat wij hier bedenken, want bedrijven zijn cruciaal omwindmolens te bouwen of om biobrandstoffen te produceren of omelektrische voertuigen te maken. Daar werken ook heel erg veel mensen.Dus als bedrijven hier inderdaad dichtgaan, dan ligt het er wat mij betreftaan wat voor bedrijven dat zijn. Als dat bedrijven zijn die alleen maarbezig zijn met het nog een tijdje in de benen houden van de fossieleeconomie, dan denk ik: tja, dan heb je toch ergens de memo gemist datwe bezig zijn om een groene economie te maken. En ondertussen moetenwe die groene bedrijven, die dit heel erg graag willen, natuurlijk helpen enproberen te laten groeien.Het punt is een klein beetje dat de werknemers die daar werken tussenwal en schip komen te zitten, want die bepalen niet de koers van hetbedrijf, maar die doen wel gewoon hun stinkende best om een boterhamte verdienen en hun gezin te onderhouden. Dus als die werken bij eenbedrijf dat de boot mist, dan vind ik dat er een werkgarantiefonds moetzijn om te zorgen dat die mensen met behoud van inkomen van eenfossiele baan naar een groene baan kunnen gaan. Dat is volgens mij hoewe ervoor kunnen gaan zorgen dat we van de fossiele, lineaire economiedie we nu zijn naar een duurzame, circulaire economie gaan. Ik hoop datalle bedrijven die slag kunnen meemaken, maar er zullen ook bedrijvenzijn die dat niet gaan halen. Daarvoor moet je dan zorgen dat er eenwerkgarantiefonds is, zodat we in ieder geval die werknemers, die we zokeihard nodig hebben in Nederland, want we hebben daar een tekort aan,meenemen en zorgen dat die een groene baan krijgen.De voorzitter:De volgende interruptie van de heer Boutkan.De heer Boutkan (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1818 Ik concludeer dat de heer Thijssen wel een héél lang antwoord nodig hadop die simpele vraag over de werknemers. Maar sommige van diebedrijven die hun deuren gesloten hebben, waren nota bene bezig metbiobrandstoffen. Die waren ook niet alleen maar bezig met hetbeschermen van hun eigen toko. Nee, die hadden een visie neergelegdrichting de toekomst. Ze zagen die voor zichzelf in de Rotterdamse haven,om daar te kunnen groeien. Natuurlijk moet je als je een bedrijf runt, ookgeld kunnen verdienen. Daar is niks mis mee; het hoort bij het bedrijfs-leven om ook geld te verdienen en dat te investeren. U was nog nietbinnen toen ik dat rijtje bedrijven opnoemde. Er is namelijk een hele rijvan bedrijven in die Rotterdamse haven omgevallen omdat zij dietoekomst niet hebben.Maar ik vond het wel interessant, want u had het elke keer over diebossen die we dan steeds meer te gronde zouden zien gaan. Maardiezelfde bossen zijn door Brussel eens «groene energie» genoemd, omdat vervolgens in de biomassacentrales te douwen. Hoe kijkt GroenLinks-Partij van de Arbeid nu naar het daarin douwen van die hele bossen?De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dat vinden wij een ontzettend slecht idee. Je moet geen hele bomen ineen biomassacentrale stoppen, dus daar zijn we het snel over eens. Ikvind ook dat bedrijven die investeren in die groene toekomst langjarigezekerheid moeten krijgen. Ik heb daarom gevraagd of er geen doel moetkomen voor 2040. Volgens mij zijn dat de bedrijven die superbelangrijkzijn in Nederland om die groene toekomst ook echt te bouwen. Dus als ueen pleidooi heeft gehouden voor bedrijven die investeren in de toekomstdie we nodig hebben, dan sta ik aan uw zijde om te zorgen dat diebedrijven het kunnen halen. Als ze het niet halen, dan maak ik me daarook hele grote zorgen over. Ik was toevallig vorige week vrijdag bij eenbedrijf dat de monopalen voor windmolens op zee bouwt. Zij maken zichheel veel zorgen over het feit dat er nu vertraging zit in de uitrol van windop zee. Zij komen dan toch wel in een hele nijpende situatie, terwijl erduizend mensen werken. Dat is superzorgelijk, want mensen hebben daareen mooie baan én het is precies wat we nodig hebben voor eenduurzame toekomst.De voorzitter:Goed, dan kijk ik nog een keer rond. De interrupties zijn op en dit was dande eerste termijn van de Kamer. Dat betekent dat we nu even gaanschorsen. Ik begrijp dat een enkeling ook nog even moet eten. Ik wil eenhalfuur schorsen en dat is dus tot 20.05 uur. Ik zie u dan graag terug.De vergadering wordt van 19.35 uur tot 20.08 uur geschorst.De voorzitter:Goedenavond allemaal. We zijn weer terug in onze commissiezaal voorhet wetgevingsoverleg. De Staatssecretaris is aan het werk geweest metzijn antwoorden. Hij gaat allerlei antwoorden geven op de vragen diegesteld zijn. Misschien kan de Staatssecretaris aangeven op welke wijzehij dat wil doen. Ik wil toestaan dat de Kamerleden vier interruptieskunnen plegen met vragen of opmerkingen aan de Staatssecretaris. Wedoen dat na ieder blokje, want deze Staatssecretaris kennende antwoordthij in blokjes. Daarna kunnen de vragen worden gesteld. Aan u het woord,Staatssecretaris.Staatssecretaris Aartsen:Dank, voorzitter. Ik begin met een inleiding van anderhalf uur! Daarna gaik iets zeggen over de modaliteiten en het gelijke speelveld.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1819 Zou u de inleiding iets korter willen doen?Staatssecretaris Aartsen:Ik zal mijn best doen, voorzitter. Daarna zal ik iets zeggen over investe-ringszekerheid en de systeemwijzigingen. Dan komt een blokje overfraudebestrijding. Ik eindig met het kopje «overig». Daarna zal ik gelijk detwee amendementen die zijn ingediend appreciëren.Dank en uiteraard proficiat voor mevrouw Van Groningen met haarmaidenspeech bij haar WGO-bijdrage. Het is goed om hier vandaag tezijn. Ik mag de komende week nog vier keer in de Kamer zijn, voordat deKamer met reces gaat. Ik vind dit nu al het leukste en meest inhoudelijkeKamerdebat. Ik vrees dat we toch heel veel verkiezingspraat zullen gaankrijgen in de rest van de week, zeg ik maar even met al mijn eigenKamervaring. Het is daarom goed dat we vandaag oprecht over een heelinhoudelijk onderwerp spreken met elkaar. Het is van belang voorNederland en voor de transitie die we gaan maken als land. De heer Pierikzei het ook heel mooi: van fossiel gebruik gaan we stapje voor stapjerobuust en beheerst een kant op waar de toekomst van de Nederlandseeconomie ligt. Dat is schoon, groen en onafhankelijk als het gaat omenergie. Daar zal de Nederlandse economie het van moeten hebben dekomende tijd. We kunnen er dan ook, als het goed is, een goede endikbelegde boterham mee verdienen. De voorgestelde wet- en regel-geving zorgt dus niet alleen voor minder CO2-uitstoot in de mobiliteit. Ikbenadruk dat nog maar eens, als het gaat over de klimaatuitdagingen. Hetdraagt voor 50% bij aan onze doelstellingen richting 2030. Ik denk dat hetbelangrijk is om dat goed te realiseren. Het gaat er ook voor zorgen datwe de transitie stapje voor stapje met elkaar kunnen maken. We zorgenervoor dat er vraag wordt gecreëerd. Ik denk dat dat belangrijk is als hetgaat om ons investeringsklimaat.Ik vind ook de systematiek die we samen met Brussel in de wet hebbenweten te krijgen belangrijk. Door nu de productie van hernieuwbarebrandstoffen in de wegsector op te bouwen, zorg je ervoor dat dewegsector zijn bijdrage aan de CO2-doelstellingen levert. Dat isingewikkeld voor een hele hoop mensen die niet het budget hebben vooreen elektrische auto en die deze stap niet zomaar kunnen zetten. Hiermeezorg je ervoor dat je toch de CO2-reductie weet te behalen. Terwijl we datdoen, bouwen we vraag en capaciteit op voor zaken die daarna komen,waarvoor het echt een stuk ingewikkelder is om ze zomaar even opstroom te zetten. Mevrouw Van Groningen zei dat ook. Je hebt het danover de luchtvaart, de scheepvaart, de binnenvaart en ook bepaalde typenchemie. We moeten ervoor zorgen dat we die beweging echt maken. Ditwetsvoorstel draagt daaraan bij.Biobrandstoffen en ook groene waterstof zijn uiteindelijk bedoeld alstransitiebeweging. Die transitie kan natuurlijk een tijdje duren, helemaalals het gaat om sectoren en modaliteiten die moeilijk om te zetten zijn. Ditis een heel geschikt instrument om dat toch mogelijk te maken, zonder datmen daar te veel pijn moet lijden. Uiteindelijk gaan we dus stapje voorstapje de juiste kant op, waarbij we wel primair kijken waar elektrificatieniet of niet mogelijk is. Daar moet het wetsvoorstel uiteindelijk aanvoldoen. Daar is een paar keer een vraag over gesteld. Er is vier keerminder energie nodig bij elektriciteitsgebruik dan bij andere energie-dragers. De voorkeur gaat dus primair uit naar zaken die nog nietgeëlektrificeerd kunnen worden. Uiteindelijk is dit bedoeld om stapje voorstapje de juiste kant op te gaan.Ik zei al: voor ons dit een belangrijke stap richting de megatonnen in 2030.10 megaton is niet niks. Ik wil benadrukken dat het feit dat we al vóór 2030met dit instrument deze stap zetten, er echt voor zorgt dat mensen in debreedte kunnen bijdragen aan de verduurzamingsslag, ook met eenverbrandingsmotor en met hun eigen voertuig, op een eerlijke manier envoor alle sectoren. Op een hele hoop andere terreinen zijn we ons bestTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1820 aan het doen om de elektrificatie van het wagenpark aan te jagen,bijvoorbeeld via de laadinfrastructuur of de pseudo-eindheffing. Je hebter dan voor gezorgd dat met elektrolyse en groene waterstof aanbod isgecreëerd, dat je vervolgens op andere plekken kunt inzetten. Ik denk datdat in theorie goed kan werken. We gaan ons best doen om dit zo goed alsmogelijk te implementeren. Ongetwijfeld zullen we op een aantal plekkenmoeten bijsturen, maar ik geloof daar wel in.Met deze implementatie veranderen op hoofdlijnen eigenlijk vier zaken.We gaan echt sturen op ketenemissies, dus de CO2 in de volledige keten.We gaan aan sectorsturing doen. De weg-, zeevaart- en binnenvaartsectorkrijgen een eigen verplichting, waar je vervolgens op kunt sturen. Deelektrificatie telt dus ook mee. Ik denk dat dat belangrijk is. Er zit eenprikkel in om elektrificatie mogelijk te maken. Ook hebben we bewustruimte gekozen voor de raffinageroute. Ik zal straks wat uitgebreideringaan op een aantal vragen die daarover gesteld zijn. Uiteindelijk zorgenwe ervoor dat groene waterstof ook kan worden gebruikt in raffinagepro-cessen. Daarmee kan men ook een credit genereren.We hebben ook hier weer een aantal principes gebruikt. We hebbengezegd: uiteindelijk moet dit bijdragen aan verantwoorde stapjes richtingeen klimaatneutraal continent. Iedere sector moet eerlijk zijn deel hebben.Daar hebben we variatie in aangebracht, maar wel met het idee dat dit opeen eerlijke manier gebeurt. Het moet bijdragen aan betaalbare energie-vormen. Uiteindelijk streven we naar een gelijk speelveld, in ieder gevalbinnen Europa, maar het liefst ook buiten Europa. Daar zal ik in mijninleiding zo ook nog wat over zeggen. We moeten echt knokken voorinvesteringszekerheid en de internationale concurrentiepositie. Die draagtnamelijk ook bij aan de energieonafhankelijkheid van Nederland. Dat zijntwee belangrijke argumenten.Misschien is het goed om in mijn inleiding kort nog twee dingen tenoemen: de energieonafhankelijkheid en het investeringsklimaat. Delaatste tijd zie je inderdaad in het nieuws dat een hoop biobrandstofbe-drijven het moeilijk hebben en dat ze hun investeringen stopzetten. Jekunt daar op verschillende manieren naar kijken. In het debat hoorde ikeen paar keer: zie je wel, biobrandstoffen zijn kansloos; investeer er nietin. Ik denk dat dit onjuist is. Ik denk dat er genoeg vraag is in tal vansectoren om dit te doen. Er wordt juist naar dit soort wetgeving gekekenom op een verantwoorde manier aan vraagcreatie te doen, juist ookvoorbij 2030. Dus ja, biobrandstoffen hebben zeker toekomst inNederland, het liefst ook qua productie in Nederland.Tegelijkertijd hoor ik ook andere mensen zeggen: zie je wel, de fossielebedrijven hebben weer gekozen voor kortetermijnwinsten. Dat vind ik nietonjuist. Er zijn tal van redenen waarom al die bedrijven uit Nederland zijnvertrokken: technisch, vanwege onder meer de energiekosten, die hogerzijn dan in de omliggende landen, de netcongestie en de stikstofproble-matiek; je kunt ze allemaal opsommen. In de kern komt het er wel op neer,ook politiek gezien, dat bedrijven winst moeten kunnen maken. Er moeteen businesscase uit te halen zijn. Het is belangrijk om dat met elkaar teblijven beseffen bij alle wetgeving die we maken. Bedrijven zijn op aardeom winst te maken, op een verantwoorde manier, en om een bijdrage televeren aan onze samenleving.We moeten altijd kijken naar dat economisch verdienmodel en dieinvesteringsbereidheid. Dat hebben we ook proberen te doen in ditwetsvoorstel. Continu kijken we naar de balans. Wat kunnen we vragenvan de modaliteiten? Wat kunnen we vragen van biobrandstoffenpartijen?Wat kunnen we vragen van raffinaderijen? Op die manier moeten wesamen een balans proberen te creëren. Dat hebben we in allerlei sessiesproberen te doen.Ik zei dat investeringszekerheid belangrijk is, maar ook energieonafhanke-lijkheid is belangrijk. De heer Boutkan vroeg mij of ik het ermee eens bendat Nederland zelf de regie moet nemen en zelf moet bepalen wat hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1821 doet als het gaat om energie. Dat ben ik volmondig met hem eens. Juistdaarom denk ik dat het belangrijk is om deze biobrandstoftransitie temaken. Want, laten we eerlijk zijn, de diesel en de benzine die we in onzetank gooien, pompen we niet op in Wagenberg, vlak bij mij in Brabant. Diehalen we toch uit landen waarvan we met elkaar denken dat ze niethelemaal dezelfde waarden als wij hebben. Kijk naar Rusland, een landdat zich vijandig opstelt ten opzichte van Europa en een oorlog op onscontinent voert. Ik wil in de toekomst niet afhankelijk zijn van Rusland alshet gaat om onze brandstof. Hetzelfde geldt voor Saudi-Arabië, dat tochecht heel andere waarden nastreeft dan wij doen. Ik denk dat het heelonverstandig is als wij ons afhankelijk maken van dat soort landen.Als we het laatste niet willen, moeten we dus stappen zetten. Dat zijn geensprookjes of dictaten vanuit Brussel; dat is logischerwijze optrekkensamen met andere landen, want Nederland is geen eiland. Nederlandverdient al sinds jaar en dag zijn boterham in het buitenland, door samente werken met andere landen. We moeten dat dus samen doen. Daaromdenk ik dat het wetsvoorstel dat nu voorligt heel goed is.Voorzitter, dit was mijn inleiding. Dan ga ik nu over naar de verschillendevragen die mij zijn gesteld. Laat ik beginnen bij de vragen die zijn gesteldover het gelijke speelveld. Het is cruciaal dat we in Europa, helemaal alshet gaat om de ons omringende landen Duitsland en België, zo veelmogelijk ernaar streven om het op eenzelfde manier te doen en om hetmet dezelfde timing te doen. Het laatste wat je wilt in de hele discussie dienu wereldwijd speelt, is dat je elkaar op de vierkante kilometer gaatbeconcurreren. Wij hebben dus heel nadrukkelijk gezegd dat wij alles zoveel als mogelijk afstemmen met Duitsland en België.Door een aantal leden, onder wie de heer Pierik, werd gevraagd hoe wevoorkomen dat Nederlandse bedrijven uiteindelijk de rekening betalenvoor het feit dat België en Duitsland achterblijven. Het antwoord daaropis: zorgen dat België en Duitsland niet achterblijven. Een aantal kerenwerd gezegd: we hoorden dat België niet zou implementeren vanaf1 januari 2026. Maar wij hebben met België een MoU, een memorandumof understanding, afgesloten, juist om ervoor te zorgen dat we gelijktijdiggaan implementeren.Met geruchten gaat het vaak zo: als je hier begint met een verhaal, eindigje daar met een heel ander verhaal. Wij hebben echter van onze Belgischecounterpartners nog eens bevestigd gekregen dat België gaat implemen-teren vanaf 1 januari 2026. Als dat niet zo is, gaan we daar politiek druk opzitten. Maar de laatste berichten, volgens mij van vandaag, zijn dat Belgiëvanaf 1 januari 2026 gaat implementeren, dus dat moeten wij dan ookgelijktijdig doen. Anders krijg je weer zo’n kat-en-muisspel: iemand gaatnaar achter, de een doet dit, de ander doet dat. Laten wij als Nederlandervoor zorgen dat we dat gelijke speelveld nastreven. Dat doen we dus opdie manier. Hetzelfde geldt voor mijn Duitse collega: ook daarmee sprekenwe af dat we dat goed doen.De heer Pierik vroeg of er dan wel mitigerende maatregelen klaarliggen. Ikblijf herhalen dat ik nu geen redenen zie om mitigerende maatregelen inte voeren. Vanzelfsprekend houden wij de boel in de gaten en zorgen wijervoor dat we ook zijn voorbereid, want je wilt niet de situatie – zoalsenkele leden ook hebben aangegeven – dat onze concurrentiepositieonderuit wordt gehaald omdat wetgeving achterblijft of juist versnelt. Welmoeten we als Nederland zeggen dat als we een afspraak maken voor1 januari – we lopen al achter als het gaat om de implementatieperiode –we daar wel naar moeten blijven streven, juist vanwege de investeringsze-kerheid. Als iedereen steeds naar achteren gaat, kom je ook niet verdermet elkaar.De heer Boutkan vroeg: is het niet zo dat de brandstoffenhandel mondiaalis en houdt het wetsvoorstel hier dan ook rekening mee? Ja, dat is zekerzo, vooral als het gaat om de zeevaartbrandstoffenhandel. Daarom zijn weop dit moment ook druk bezig met het maken van afspraken op mondiaalTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1822 niveau. Dat gebeurt met de International Maritime Organization, IMO. Deverwachting is dat daar het komend jaar weer flinke stappen in wordengezet. Dat is belangrijk, maar tegelijkertijd moeten we dat ook opEuropees niveau doen. Uiteindelijk is Europa ook een grote speler in datgeheel. Door daar als Europa op in te zetten, zijn we ook een hub voorhernieuwbare brandstoffen en zijn we klaar voor de toekomst.De heer Boutkan vroeg of het klopt dat de sector kenbaar heeft gemaaktdat er een ongelijk speelveld ontstaat wanneer er niet tijdig wordtgeïmplementeerd. Ja, daar zijn we ons terdege van bewust. Nogmaals,Nederland loopt inmiddels achter als het gaat om de verplichte implemen-tatiedatum. Daarom werken we nu enorm samen met landen als België enDuitsland om snel in te voeren.Even kijken, even puzzelen, voorzitter. Dan waren er een aantal anderevragen over de modaliteiten. Waarom kiest de Staatssecretaris ervoor omde Annex IX-B-brandstoffen structureel uit te sluiten? In Europees verbandis het gebruik van Annex IX-B-grondstoffen op dit moment gelimiteerd. Erzit dus een limiet op. Nederland zit al boven deze limiet. Om die reden iservoor gekozen om Annex IX-B-grondstoffen inboekbaar te maken voorsectoren met de hoogste verplichting en de huidige situatie door te zetten.Dat is dus vanwege het feit dat we met die limiet zitten. Als je dat nu ooknog voor de zeevaart gaat toestaan, kom je op basis van de huidigesituatie aan alle kanten in de knel. Wij vonden dat onverstandig.Overigens sluit het zo ook aan bij het MoU die wij hebben gesloten metBelgië; zij doen dat ook. Ook hier kiezen we dus voor het belang van hetgelijke speelveld met een land als België.De heer Pierik vroeg mij ook of ik erken dat het inboekbaar maken vanT1-leveringen een ongelijk speelveld creëert en welke maatregelen ikneem om dat te stoppen. Ja, dat is zo. Om ontwijking te voorkomen, hebik er juist voor gezorgd dat de T1-doorvoerleveringen onder deverplichting vallen, maar dat ze niet meetellen voor de credits. Als onderT1 uitgeleverde biobrandstoffen credits zouden opleveren, leidt dat juisttot achterstand voor Europese producenten. Daarom stel ik in deontwerpregeling, die nu ter consultatie voorligt, voor om de inboekingvan deze biobrandstoffen niet mogelijk te maken. Zo voorkomen we ookeen ongelijk speelveld.Mevrouw Van Groningen vroeg over de Annex IX-B-brandstoffen nog of ikbereid ben om op Europees niveau te verkennen of er een uitzonderings-positie zou kunnen komen voor de zeevaart. Daar ben ik toe bereid. Ik zetme graag in voor het verruimen van de limiet, maar wel in Europeesverband. Ik kies ervoor om een gelijk speelveld te hebben en de huidigesituatie door te trekken en nu niet te verruimen naar de zeevaart. Maar alshet gaat om de algemene uitzonderingspositie, de verruiming ervan inEuropa, kan ik mevrouw Van Groningen toezeggen dat te gaan doen.De heer Bamenga vroeg mij nog hoe het komt dat wij de categorie«overig» niet hebben geschrapt naar aanleiding van het advies van deNEa. Ook dat is vanwege het feit dat wij graag het gelijke speelveld willenbehouden. De NEa adviseerde dit specifiek voor de zeevaart en niet vooralle modaliteiten. Ik heb ervoor gekozen om het gelijke speelveld metBelgië te laten prevaleren; vandaar dat we dit op deze manier hanteren.De heer Thijssen vroeg mij of er extra beleid komt om de schaarseduurzame biobrandstoffen in te zetten waar elektrificatie vooralsnog geenoptie is, namelijk in de scheepvaart en de luchtvaart. Ik refereerde er inmijn inleiding al aan dat het beleid daar in beginsel wel op gericht is.Elektrificatie is by far de meest efficiënte manier. Elektrificatie is ook dehoofdroute als het gaat om het wegverkeer en het personenvervoer. Datloopt echt via elektrificatie. De verbrandingsmotor wordt daarin uitgefa-seerd. In de wegsectoren zullen in Nederland natuurlijk tot ver na 2050nog wel auto’s met verbrandingsmotoren rondrijden. Het is dus juist heelverstandig om dat op deze manier toch een bijdrage te laten leveren aanhet verduurzamen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1823 De heer Thijssen vroeg mij hoe ik ervoor ga zorgen dat het wagenpark zosnel mogelijk wordt geëlektrificeerd. Nogmaals, de hoofdroute blijftelektrificatie. Alle nieuwe auto’s die na 2035 in Europa worden verkocht,moeten elektrisch zijn. Daarnaast zetten we een aantal fiscale elementenin, waaronder de pseudo-eindheffing. Daarnaast proberen we zo goed alsmogelijk de laadinfrastructuur te stimuleren. Ik kreeg laatst een rapport tezien waarin staat dat we inmiddels op het punt zijn dat er gemiddeld55 laadpunten per dag bij komen in Nederland. Het is ook goed om eenspositief nieuws over dit onderwerp te melden.De heer Thijssen vroeg mij ook hoe het zit met de verdeelsleutel watbetreft de elektrificatie van de lucht- en scheepvaart. Hij vroeg of eraanleiding is om die verdeelsleutel aan te passen. Op het gebied vanelektrisch vervoer is de wegsector de meest kostenefficiënte manier omaan de verplichting te voldoen. De verplichting voor de wegsector is op ditmoment hoger dan voor andere sectoren. Daarom zorgen we dat we hetdaar snel realiseren, om het vervolgens op een andere plek in te zetten.Nieuw in deze implementatie is dat daarna de zee- en binnenvaartsec-toren deze verplichting krijgen. Voor de zeevaartsector is de verplichtinglager dan het RED-gemiddelde, maar hoger dan in de Europese veror-dening. Zo proberen we continu de balans te vinden tussen vergroeningaan de ene kant en de concurrentiepositie van Nederland en de Neder-landse brandstofproducenten aan de andere kant.Dit was het kopje modaliteiten en gelijk speelveld, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Over modaliteiten en gelijk speelveld zijn er vast vragen aande kant van de Kamer.De heer Bamenga (D66):Dank aan de Staatssecretaris voor de reactie in eerste instantie. Ik heb eenvraag in de categorie overig over wat de Staatssecretaris zojuist heeftgezegd. Ik denk dat wij het punt van «zo veel mogelijk een gelijkspeelveld» heel goed begrijpen. Zo staan wij er ook in, maar ik mis hiernog wel de afweging. In dit geval gaat het om: we laten het prevaleren enwe willen het gelijke speelveld creëren omdat België het zo heeft. Het kannatuurlijk ook andersom, en dan heb je ook een gelijk speelveld. Mijnvraag is dus eigenlijk: wat is de overweging? Is er een overweginggeweest wat betreft de fraudegevoeligheid van de categorie overig indezen?Staatssecretaris Aartsen:Ja, dat klopt. Het is nu met de Belgische collega’s zo in het MoU beland. Ikvind het verstandig om dat op dit moment te handhaven, helemaalaangezien we op het implementatiepunt zitten. Het hele fraudeonderdeelgaat zo meteen uit de startblokken. Ik kom daar zo nog op terug. Daar isook veel voor te zeggen. Ook hier denk ik dat we continu de balansmoeten zoeken. Aan de ene kant moet het rechtvaardig. Je moet hetdraagvlak behouden. Mensen moeten niet het gevoel hebben dat zegenept worden of voor de gek worden gehouden. Aan de andere kantmoet je oppassen dat – hoe luidt die uitspraak ook weer? – het betere nietde vijand van het goede wordt. Het feit dat we overstappen van fossielnaar bio is al een enorme stap als het gaat om de verduurzaming en westaan hier nog echt aan het begin wat dat betreft. Dus ik denk dat dezestap voor nu het beste is. Maar in de toekomst zullen er ongetwijfeldallerlei ontwikkelingen plaatsvinden waardoor je altijd alles weer opnieuwmoet bekijken.De voorzitter:Ik zag de heer Pierik zich ook melden voor een vraag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1824 De heer Pierik (BBB):Een checkvraag. Dit ging over het gelijke speelveld, maar ik zag demassabalans nog niet voorbijkomen. Komt die bij de systeemveranderingnog aan de orde?Staatssecretaris Aartsen:Ik heb nog twee mapjes, want daar waren heel erg veel vragen overgesteld. Er zijn nog twee nieuwe mapjes toegevoegd: de raffinageroute ende terminalroute. Daar komt het in terug.De heer Boutkan (PVV):Ik hoorde de Staatssecretaris in het antwoord op het ongelijke speelvelden dergelijke zeggen dat hij goede contacten heeft met België en dat beidelanden gelijk willen optrekken. Volgens mij hadden we Duitsland ook aande kaak gesteld, maar Duitsland loopt dan waarschijnlijk ook gelijk op.Maar de binnenvaart komt verder dan Duitsland, want die reist ook deDonau af. Hoe zit het dan met die landen? In mijn eerste vraag over hetgelijke speelveld zei ik niet voor niets: binnen Europa. Dat is breder danBelgië en Duitsland.Een vraag die daarop aansloot, en waar ik ook geen antwoord op hebgekregen, was of er ook noodremprocedure is voor het geval er in Europaeen ongelijk speelveld ontstaat. Dat wou ik toch nog effe kwijt, voorzitter.Ik heb daar geen antwoord op gehad.Staatssecretaris Aartsen:Dank voor deze aanmoediging van de PVV-fractie om in Europees verbandsamen te werken. Ik denk dat zo’n aanmoediging vanuit de PVV-fractie eengoede aanmoediging is.Maar inderdaad, het is belangrijk om dat Europees goed te regelen. Dat isde reden waarom je dit soort zaken niet als Nederland alleen regelt, maarjuist in Brussel. Je wilt namelijk dat het niet alleen in Nederland gebeurt,maar ook in België, Duitsland, Oostenrijk en Slowakije. Alle Europeselanden moeten uiteindelijk deze RED III-richtlijn invoeren en implemen-teren. Vandaar dat wij daarop inzetten. Ik vind het daarom onverstandigom dat alleen te doen. Nederland is een klein landje dat veel samenwerktmet andere landen. We moeten dus vooral goed kijken of het allemaal metdie andere landen klikt. Vandaar ook dat ik zeg: laten we nou zo snelmogelijk samen met Duitsland en België implementeren. Dat zijn delanden het dichtst bij ons en als andere landen vervolgens niet snelgenoeg ook implementeren, moeten we in Brussel aan de bel trekken.Daar moeten we dan zeggen «implementeer nu ook», want Nederlandheeft continu baat bij een gelijk speelveld.Een noodremprocedure. Natuurlijk zijn wij voorbereid. Je wilt geenonvoorziene situaties en dus moet je altijd voorbereid zijn. Maar ik vindhet wel te makkelijk om nu te zeggen: «We horen het gerucht dat Belgiëniet implementeert. We horen het gerucht dat Duitsland niet implemen-teert.» Het voordeel is dat je tegenwoordig kunt bellen. Ik heb regelmatigcontact met mijn Belgische en Duitse collega. We kennen elkaar inmiddelsen ik mag ook gewoon appen. Je kunt dit soort dingen dus ook gewoonaan elkaar vragen. Daar is die internationale samenwerking juist ook zogoed voor, want dan kun je zeggen: «Kom op, jongens. Laten we dit nousamen doen, want uiteindelijk hebben we daar allemaal voordeel bij.» Dusja, we zijn voorbereid, maar het hoofddoel blijft wel snelle implementatie.De voorzitter:Goed, ik zie dat de heer Thijssen nog een vraag heeft.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dank aan de Staatssecretaris voor deze antwoorden. Als ik hem goedhoor, volgt hij ook mijn betoog dat biobrandstoffen een zeldzaam kostbaarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1825 goedje zijn, een goedje dat we vooral moeten inzetten op die plekkenwaar elektrificatie lastig is, de lucht- en de scheepvaart. Maar hij liet tochook nog een deurtje open, namelijk dat het er ook bij de auto’s in kan.Kunnen we het niet beter omdraaien? Moeten we niet zeggen «omdat ditzo zeldzaam en zo duur is en omdat we in 2050 klimaatneutraal moetenzijn, moet de elektrificatie van de mobiliteitssector ook in 2050 klimaatneu-traal zijn»? Het moet dan helemaal elektrisch zijn en het kabinet moet daardan ook in zijn beleid op inzetten. Op die manier kunnen we namelijk diekostbare biobrandstoffen vooral ten goede laten komen aan de sectorenwaar niks anders mogelijk is.Staatssecretaris Aartsen:Dat doen we, hè. We beginnen nu bij de mobiliteit. Richting 2030 zorgt datecht voor een enorme bijdrage. Nogmaals, de helft van de CO2-winst bijmobiliteit tot 2030 komt van het wegverkeer. Dat is echt een enorme stapen uiteindelijk ga je het na 2030 omklappen naar andere sectoren, waarhet veel moeilijker is. We verwachten namelijk dat die elektrificatie vanons wagenpark sneller gaat. Ik denk alleen dat het veel beter is om dat viaandere methoden te doen. Dat wordt ook meegenomen in de credits, dusop zich zit dat er wel in.Ik zou nu niet zeggen «laten we het in 2050 helemaal uitsluiten», omdatwe nu simpelweg nog niet weten hoe het pad daarnaartoe op dat momentis. Laten we nu inzetten op de hoofdroute elektrificatie van hetwegverkeer. Daar zijn we heel hard mee bezig, op allerlei anderemanieren. We klappen het om in 2030 als we van de modaliteitwegvervoer naar andere modaliteiten gaan. Uiteindelijk wil je dat dat gaatdraaien. Laten we het dan in 2030, 2035, 2040 weer bekijken en bijstellenhoe het in 2050 is. Ik denk dat dat de meest verstandige inzet is. Maarvolgens mij verschillen we niet van menig over het belang van deelektrificatie van het wegvervoer.De voorzitter:Goed. Fijn als u naar het volgende blokje kunt gaan.Staatssecretaris Aartsen:Ja. Dat is systeemwijzigingen en de investeringszekerheid. De heer Pierikvroeg mij of ik bereid ben om een zachte landing te introduceren voorbedrijven. Het beeld dat het compleet uit de lucht komt vallen, deel ik niet.Er is heel intensief samengewerkt met het bedrijfsleven, met briefings,met informatie delen. Dat zit er al een tijd aan te komen. Er is ook eenuitgebreide consultatie geweest. Het is inderdaad zo dat de ontwerpcon-sultatie net open is, maar dat is natuurlijk altijd voorafgaand aan eenwetsvoorstel. Maar de bedrijven wisten al ver van tevoren wat hieraan zatte komen. We proberen dat ook in regeldruktoetsen mee te nemen.Vandaar dat we voornemens zijn om te beginnen per 1 januari 2026. Datlijkt mij verstandig om te doen, ook weer verwijzend naar het gelijkespeelveld.De heer Thijssen vroeg mij of de implementatie van RED III daadwerkelijkgaat leiden tot de transitie naar emissievrij en of er geen vertraging gaatoptreden in de switch naar verbrandingsmotoren. Ik begrijp deze zorg,maar denk dat die op dit moment niet terecht is. Zoals eerder gezegd ishet in de implementatie op dit moment zo dat elektriciteit meetelt bij deCO2-reductie, omdat het inderdaad vier keer efficiënter is. Daarom hebbenwe op het gebied van EV de gewenste voorsprong ook weten te houden.We zetten dus in op ingroei in hernieuwbare brandstoffen, zodat ze op demiddellange termijn ook betaalbaarder worden en beschikbaar voor deluchtvaart, de scheepvaart en de chemische industrie. Uiteindelijk is deRED III-implementatie een soort ultieme transitiewetgeving, maar we zijner nog niet. We zijn pas in het jaar 2025 en we delen het doel om in 2050klimaatneutraal te zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1826 De heer Thijssen vroeg mij naar de investeringsplannen voor na 2030.Daar waren meer vragen over, ook van de heer Bamenga en mevrouwVan Groningen. De heer Thijssen vroeg naar een tussendoel voor 2040. Ikzie de problemen als het gaat om de investeringsbereidheid en deinvesteringszekerheid. Ondernemers zeggen: «Je moet investeren en zo’nfabriek neerzetten, maar hoe zit het daar dan mee na 2030? Ik moet er weleen businesscase op kunnen bouwen.» Ik zei het al aan het begin van mijnbetoog: op dit moment loopt er een onderzoek, een verkenning, om tekijken of wij die verplichting kunnen doortrekken tot voorbij 2030.In Frankrijk zijn de maatregelen inmiddels vastgesteld tot 2035, inDuitsland tot 2040. In België zijn ze op dit moment nog niet beschikbaar.Maar ik ben dus bereid om te kijken of we het kunnen doortrekken. Ik wilalleen wel die verkenning afwachten, zodat we goed kunnen kijken hoe wedat ten aanzien van alle drie die modaliteiten het beste kunnen doen. Ikwerk die opties uit en verwacht er in 2026 op terug te komen tot hoeverwe die dan kunnen doortrekken. Maar ik heb dus wel een positievegrondhouding.Voorzitter. Dat ten aanzien van de investeringszekerheid.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk even naar de zijde van de Kamer. Daar zie ik nu niets,dus u kunt ... O nee, excuus, toch wel. U moet even wat grootser zwaaien,meneer Bamenga, want als ik u alleen maar zie denken, dan weet ik nogniet wat u wilt. Gaat uw gang, meneer Bamenga.De heer Bamenga (D66):Ik zal voortaan wat grootser zwaaien.De heer Boutkan (PVV):Je zat in de dode hoek.De heer Bamenga (D66):Ja, ik zat in de dode hoek. Dat zal het wel zijn.Dank voor de reactie en de bereidwilligheid van de Staatssecretaris om determijn door te trekken. Ik ben heel erg benieuwd daarnaar. De Staatsse-cretaris geeft aan: er loopt op dit moment een verkenning en daar moetenwe op wachten; de keuzes moeten in 2026 gemaakt worden. Wij horenvanuit de sector dat 2040 een goede periode zou kunnen zijn. Ik ben heelerg benieuwd welke elementen voor de Staatssecretaris belangrijk zijn omaf te wegen wat het gaat worden: 2035, 2040 enzovoorts. Wat zijn dieelementen voor de Staatssecretaris?Staatssecretaris Aartsen:Wij verwachten deze verkenning in november gereed te hebben. Vandaardat ik zeg: laten we het in 2026 doen, zodat we nu wel door kunnen gaanmet de implementatie van het wetsvoorstel. Ik denk dat dat verstandig is.Je kunt het tussendoel per sector variëren. Je wilt ook kijken hoe hoog dattussendoel vervolgens moet zijn. Waar mik je op? Dat hangt natuurlijk ookaf van wat de omliggende landen doen. België heeft het op dit momentook nog niet besloten. Het lijkt me verstandig om te kijken wat we samenkunnen doen. Nemen we het punt van Duitsland of het punt van Frankrijk?Er zijn verschillende Europese geluiden. Dit soort scenario’s zittenallemaal in die verkenning. Vandaar dat ik daar even op wil wachten. Wehebben het over november, dus dat is al over een dikke maand.De voorzitter:U kunt verdergaan.Staatssecretaris Aartsen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1827 Dank, voorzitter. Er zijn een hoop vragen gesteld over het onderdeelfraude. De heer Pierik vroeg mij welk vangnet er op dit moment is omfraude en misbruik te voorkomen. Ik denk dat het belangrijk is dat we bijdit soort vraagstukken zeker weten dat het van goede grondstoffen komt.Je wilt niet dat het gevoel ontstaat: ik word hier gepiepeld of genept. Hetis dus belangrijk dat we dat doen. Daarvoor hebben we de Uniedatabanken de transparantie die die biedt, maar er zijn ook onafhankelijkecertificeringsinstellingen die de hele leveringsketen van biobrandstoffencontroleren. Samen met onze buurlanden zetten we bij de EuropeseCommissie in op de oprichting van een publieke Europese toezichthouder,waarmee we het toezicht binnen en buiten Europa kunnen versterken. Aande ene kant zetten we in op publieke handhaving, liefst op Europeesniveau, en aan de andere kant op private handhaving, bijvoorbeeld viacertificeringsinstellingen.Daarmee heb ik ook de vragen van de heer Thijssen over fraude beant-woord. We zetten in op publieke en private toezichthoudersystemen. DeNEa investeert samen met andere instellingen, zoals de ILT en de Douane,actief om de samenwerking te versterken. Wij verwachten dat deEuropese Commissie voor het einde van het jaar aanvullende maatre-gelen zal verstrekken voor het toezicht in de gehele keten. Nederland isdaar nauw bij betrokken.Dan de balans ten aanzien van de vraag. Daarvoor geldt hetzelfdeantwoord, namelijk dat we op meerdere sporen inzetten.De heer Bamenga vroeg: wat is de stand van zaken van de bevoegdhedenvoor het toezicht buiten de Europese Unie? Wij streven ernaar dat er inEuropees verband een publieke toezichthouder komt die ook buiten hetgrondgebied van de Europese Unie goed kan controleren. Het idee is juistdat je dat op Europees niveau doet. Als Nederland dat alleen gaat doen,dan vergt dat hele kostbare capaciteit en mis je uiteindelijk de massa omdaar daadwerkelijk op te kunnen acteren. Uiteindelijk zullen mensenNederland dan gaan mijden in plaats van dat je daadwerkelijk effectsorteert. Je wilt dat vooral op Europees niveau doen, zodat je als Europaéén vuist kunt maken tegen fraude buiten Europa.Tot slot vroeg mevrouw Van Groningen mij wat de tijdlijn is op hetonderdeel fraude en handhaving. Per 1 januari ’26 is de Uniedatabankverplicht voor vloeibare biobrandstoffen. De Europese Commissie heeftinmiddels aangekondigd een overgangsregeling te zullen bieden. In detussentijd heeft Nederland dus een robuust systeem. Langs zowel depublieke als de private kant proberen we op dit moment al te zorgen voorgoede handhaving.Dat was het kopje fraude.De voorzitter:Ik zie dat de heer Thijssen een vraag heeft.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Over die certificaten om te kijken of het echt duurzaam is en aan die helestrenge duurzaamheidscriteria voldoet. Ik heb grote zorgen bij die privatesystemen. Dat is toch een beetje van: bedrijven die hun certificerings-systeem ontwikkelen om te zien of ze zelf voldoen aan de duurzaamheids-criteria. Ik heb die zorgen vooral omdat we weten dat er een beperktehoeveelheid echt duurzame biomassa is en de vraag groter wordt. Erkomt dus een enorme prikkel om meer te frauderen, helaas. Ik zou zeggen:wat er vooral moet gebeuren, is dat de publieke toezichthouder, de NEa,veel meer middelen moet krijgen om echt goed toezicht te houden en omdie private systemen hier en daar goed te controleren, vooral ook omdatwe veel signalen krijgen dat het wel degelijk leidt tot meer ontbossing.Deelt de Staatssecretaris deze zorgen? Krijgen onze publieke toezicht-houders dan ook veel meer middelen om goed toezicht te houden?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1828 Staatssecretaris Aartsen:Twee dingen. We zetten dus in op én privaat én publiek. Ik denk dat deheer Thijssen de private sector nu iets te weinig credits geeft als het gaatom certificering. Er zit wel een idee achter certificering. Dat doen wenatuurlijk op heel veel plekken om een en ander goed te borgen. Ik zou datdus niet een-op-een overboord willen gooien. Tegelijkertijd weten we ookdat in sommige gevallen certificering inderdaad niet altijd heilig ofsluitend is en dat je dus ook moet kiezen voor publieke handhaving.Vandaar dat we op beide inzetten: private certificering waar dat kan envervolgens publieke handhaving waar dat moet. Maar dat doen wevervolgens op Europees niveau, zodat we ook buiten de Europese Unietoezicht kunnen houden, ook op de certificaten. Maar wel op Europeesniveau; de Commissie moet daarmee aan de gang. Als we dat alsNederland doen ... Nogmaals, daar hebben we de capaciteit niet voor, ookniet als we meer bevoegdheden geven of meer geld ernaartoe sturen.Bovendien resulteert dat erin dat mensen Nederland uiteindelijk zullenmijden. Dan hebben we én het probleem niet opgelost én een probleem inNederland gecreëerd.De voorzitter:Een vervolgvraag.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Tja, maar als we het niet goed doen, schiet het klimaat er niks op en daaris het toch wel allemaal om begonnen. Kijk, over die private systemen: ikben zelf toevallig heel nauw betrokken geweest bij het certificerings-systeem voor de bijstook van biomassa in kolencentrales en uiteindelijk isde hele milieubeweging eruit gestapt omdat het niet goed ging volgensde milieubeweging. Ze hadden ook onderzoeken die dat lieten zien. Ik zeghier niet «er mag helemaal niks privaat gebeuren», maar ik zeg wel dat ergoed publiek toezicht moet zijn en dat dat – volgens mij hoor ik deStaatssecretaris dat ook zeggen – in Europees verband moet. Dan is mijnvraag: maar komt er bij die Europese toezichthouder, gelet op die veelgrotere kans op fraude, meer capaciteit om goed toezicht te houden?Staatssecretaris Aartsen:Ik denk dat we het eens zijn, juist ook wat betreft de klimaatimpact. Ikvoeg daar alleen nog het argument van investeringszekerheid inNederland aan toe, de aantrekkelijkheid van Nederland. Als je het opNederlands niveau doet, heb je én geen resultaat voor het klimaat én eennadelig effect voor de economie. Dan hebben we aan beide kanten eenprobleem. Vandaar dat wij zeggen: zet in op de Europese Commissie, opEuropees verband. En ja, daar zal dan ongetwijfeld meer capaciteitnaartoe moeten, alleen al vanwege het simpele feit dat het op dit momentnog niet bestaat. Die publieke handhaving moet nog worden opgezet. Depubliek-private samenwerking met certificaten kan daar weer op eenandere manier aan bijdragen. We doen het dus in Europees verband.Daarbij ga je toezicht houden op de private certificering.De voorzitter:Laatste interruptie voor de heer Thijssen.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Oké, maar dan komen we volgens mij wel ergens. De vraag is dannatuurlijk wel hoeveel capaciteit die publieke toezichthouder in Europanodig heeft, gezien de grootte van de markt, het opschalen van dedoelstellingen en het feit dat het van over de hele wereld komt. Is er eeninschatting van de Europese Commissie of misschien van de Staatssecre-taris wat ervoor nodig is om dit goed te doen en wordt dat ook geleverd?Dat is voor ons wel belangrijk als we verdergaan met RED III.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1829 Staatssecretaris Aartsen:Vanzelfsprekend. Je kunt niet bepleiten in Brussel dat er een toezicht-houder moet komen en dan vervolgens niks doen. Hoeveel dat exact gaatzijn, kan ik natuurlijk niet zeggen. Het is echt aan de Commissie zelf omdat goed in te regelen. Maar daar zijn natuurlijk allerlei varianten opmogelijk. De verschillende handhavers in den lande kunnen natuurlijksamenwerken. Je kunt attachés of detachering mogelijk maken. Je kuntonderdelen onderling verdelen. Je kunt per gebied kijken wat waarbinnenkomt. Er zijn dus allerlei mogelijkheden voor, maar ik denk dat hetverstandig is om dat op Europees niveau te doen. Uiteindelijk is dat danaan de Europese Commissie, maar daar moet vanzelfsprekend een stevigehandhaving tegenover staan. Ik denk dat dat de inzet is.De voorzitter:Oké, dank. Het volgende mapje.Staatssecretaris Aartsen:Ik begin bij de raffinageroute. Over dit onderdeel zijn vragen gesteld doorde VVD en BBB. Een specifieke vraag is of we bereid zijn om de correctie-factor 1.0 tot 2030 in de wet te zetten; daar is ook een amendement overingediend. Ja, ik ben bereid dat te doen. Vandaar dat wij het amendementoordeel Kamer kunnen geven. Die correctiefactor draagt bij aan deinvesteringszekerheid en aan de langdurige zekerheid ten aanzien vanelektrolyseprojecten in Nederland. Ik snap dus de wens om dit tot 2030vast te leggen. De reden waarom dit oorspronkelijk niet in hetwetsvoorstel zat en waarom ik blij ben dat dit in het amendement nietvoorbij 2030 gaat, is dat juist die correctiefactor een sturingselement inhet wetsvoorstel is. Ik zou het zonde vinden als je die kwijt kan raken,want als we nou één ding weten bij een energietransitie, is dat zij heelveel kanten opgaat, maar nooit precies de kant die je van tevoren hadbedacht. Je moet dus continu bijsturen door te kijken waar het heen gaaten wat we moeten doen. Ik zou het zonde vinden om na 2030 datsturingselement kwijt te raken. Omdat in het amendement «tot en met2030» staat, kunnen we het amendement oordeel Kamer geven.Mevrouw Van Groningen vroeg mij ook om de wet in 2030 te evalueren.Dat kan ik niet toezeggen, omdat het in 2030 te laat is om het vervolgensin 2031 te kunnen aanpassen. Vandaar dat ik graag zou willen toezeggenom een eerder evaluatiemoment in te bouwen. Dat zou ik dan graagwillen doen in 2029. Met uw goedkeuring en met een kwinkslag kan ik datzien als een toezegging aan mevrouw Van Groningen.De voorzitter:Ik heb begrepen dat u uw agenda daar al aan heeft aangepast.Staatssecretaris Aartsen:Ja. Dan de oproep van de VVD en BBB tot het verhogen van het subdoelvan 2 petajoule, dat nu gereserveerd is voor de directe inzet. Ik ontvangook signalen dat de directe inzet moeilijk kan concurreren met deraffinageroute en dat dat een issue is. 2 petajoule alleen reserverenbinnen het huidige RFNBO-subdoel resulteert in directe inzet, maar leidtook tot grotere onzekerheid, met name met betrekking tot investeringen inelektrolyseprojecten, omdat het beschikbare volume voor de raffinage-route dan uiteindelijk weer wordt verkleind. Dus het alleen daarbinnenreserveren zou ik niet verstandig vinden, omdat je daarmee die raffinage-route juist ook weer ondermijnt. Wat ik wel zou kunnen steunen, is hetophogen van het subdoel met 2 petajoule, zodat je ook voldoende ruimtebiedt voor de directe inzet – dat staat gelijk aan 1.500 vrachtwagens – envoor de Nederlandse elektrolyseprojecten. Italië en Finland stellen op ditmoment al een vergelijkbaar subdoel voor. Dit ten aanzien van de vragenvan mevrouw Van Groningen. Ik krijg een goede toevoeging van mijnTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1830 medewerker: je verhoogt het dus en dat onderdeel reserveer je compleetvoor directe inzet. Op die manier zou het kunnen, zeg ik tegen mevrouwVan Groningen.Er was ook een vraag ten aanzien van de schaarste. We hebben samenmet KGG inmiddels een ingroeipad bepaald voor projecten die bekend engepland zijn. Dat begint zeer bescheiden, rekening houdend met het feitdat er opstartfases zijn. En er zijn op dit moment wel al voldoendebestaande en in aanbouw zijnde projecten om aan de vraag, zoals wij dievoorzien, te voldoen. En qua afzetmogelijkheden wordt in alle sectoren demogelijkheid geboden om de aan verplichtingen met alle credits uit alleraffinageroutes te voldoen. De afzetmarkt is op dit moment op schaalaanwezig.Dat waren de vragen ten aanzien van de raffinageroute.De voorzitter:Volgens mij waren daar wat vragen over, in ieder geval van mevrouwVan Groningen.Mevrouw Van Groningen (VVD):Dank voor deze antwoorden. Ik wil een verhelderende vraag stellen, ennog een aanvullende vraag. De eerste vraag is: als ik u dus goed begrijp,hebben we gewoon 2 petajoule nodig voor die direct use? En dan begrijpik ook dat u dus eigenlijk toezegt dat u dit best wilt verhogen op hetgeheel, zodat we deze route ook mogelijk maken? Want wij willen gewoongraag en-en; als dat zo is, dan hoor ik dat natuurlijk graag. Daarnaastprobeer ik nog een beetje gevoel te krijgen bij die signalen die we kregen.U zegt dus dat we genoeg projecten hebben om in de markt te voorzien.Tegelijkertijd gaat het ons ook om het lostrekken van investeringen voordie waterstofmarkt. Daar geven ze aan dat ze eigenlijk zelfs11 tot 12 petajoule nodig zouden hebben. Mijn vraag – die ik al hebgesteld, maar ik zeg het nog een keer – is of u, mits nou echt vanuit hetministerie blijkt dat dit ook belangrijk is voor het lostrekken van waterstof-investeringen, ervoor openstaat om dan het totaal uiteindelijk nog eenkeertje aan te passen, zodat die grote investeringen ook gaan loskomen.Staatssecretaris Aartsen:Voor dat laatste wil ik toch eigenlijk wel wijzen naar mijn collega van KGG,die op het gebied van waterstof daar natuurlijk al mee bezig is geweest.Dit is daar slechts een onderdeel van. Dus ja, met uw goedvinden wil ikdaar wel naar verwijzen. Want als ik nu ja zou zeggen, wie weet wat ik danaan die kant lostrek ... Je moet altijd een beetje voorzichtig zijn in hetkader van de eenheid van kabinetsbeleid. Als het gaat om de vraag vanmevrouw Van Groningen over het ophogen van het doel met 2 petajoule,dus om dat uniek te reserveren voor directe inzet, dan kan ik toezeggenom dat te doen, als daaraan behoefte is in de Kamer. Dat wil ik dus bijdezen toezeggen.De voorzitter:Aanvullend?Mevrouw Van Groningen (VVD):Ja, voorzitter. Dat zouden wij in ieder geval geweldig vinden, en naar ikweet ook heel veel mensen die willen investeren in die mobiliteitstransitie.Gaat u dit per brief aan ons kenbaar maken, of hoe moet ik dit qua vervolgdan zien, zodat we ook weten dat de industrie goed geïnformeerd ishierover?De voorzitter:Dat is eigenlijk even het vervolmaken van een toezegging, begrijp ik.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1831 Staatssecretaris Aartsen:Ik moest even zoeken waar we dat gingen doen. Dat doen we formeel ineen besluit. Dus dat gaan we dan nemen, en dan moet het nog even langsde Raad van State. Maar dan kunnen we u een afschrift sturen, als u datwenst.De voorzitter:Dan noteren we dit als een toezegging. Wanneer zal dat ongeveer zijn?Staatssecretaris Aartsen:Ik kijk even naar mijn buurman. «Einde van de maand» werd ergefluisterd, maar ik dacht dat dat wel heel ambitieus is. Maar eindvolgende maand, dus eind oktober, krijgt u het besluit in de brievenbus.De voorzitter:Goed. Ik kijk nog even naar links. Ja, gaat u verder.Staatssecretaris Aartsen:Ja, voorzitter. Dan de terminalroutes lng. Daar zijn een hoop vragen overgesteld. Zouden wij als Nederland, net als andere landen, de massabalanswillen toestaan voor het gastransport? Daar zijn een aantal vragen overgesteld. Ik ben wel terughoudend om dat te doen, om een aantal redenen.De Europese regels staan op dit moment niet toe dat massabalans wordtgebruikt voor bio-lng via het gasnet. Nederland heeft dus ook geenEuropese kop. Ik ben me er wel van bewust dat andere landen deze regelsop een andere manier interpreteren. Precies om die reden hebben wij danook inmiddels contact gehad, al een aantal keer, met de EuropeseCommissie, om daarop toe te zien. Daar zijn ook rechtszaken overgeweest. De Europese Commissie is op dit moment bezig met het herzienvan de uitvoeringsverordening. Ik heb er zojuist toe opgeroepen omervoor te zorgen dat er eenduidige regels komen, want het kan niet zo zijndat de regels op verschillende manieren worden geïnterpreteerd. Ik ben erom een aantal redenen inhoudelijk ook geen voorstander van om dat tedoen. De eerste reden is dat het via die manier mogelijk wordt ombijvoorbeeld Amerikaans schaliegas – de heer Thijssen zei dat volgens mij– te vergroenen. Daarin zitten bezwaren. Het systeem dat Duitslandgebruikt, van GvO’s, van garanties van oorsprong, is bijvoorbeeld ookonwenselijk, vanwege het feit dat wij ook een bijmengverplichting hebbenin de bebouwde omgeving, voor huishoudens. Wanneer je deze certifi-caten zou gaan toestaan in Nederland, dan leidt dat uiteindelijk tot eenprijsstijging in de gebouwde omgeving en ook in de tuinbouwsector,omdat de vraag dan uiteindelijk enorm zal gaan toenemen. We wetenallemaal dat als de vraag gaat toenemen en het aanbod gelijk blijft, deprijs dan ook zal gaan stijgen. Daardoor is in de gebouwde omgeving nietalleen verduurzaming een probleem, maar zal uiteindelijk ook de prijsgaan stijgen. Dat is de reden waarom wij dat niet zien zitten.Dat was het ten aanzien van de terminalroute.De voorzitter:Hier zijn wat vragen over.De heer Pierik (BBB):De antwoorden van de Staatssecretaris verrassen me eerlijk gezegd tochwel, want de Staatssecretaris hamert er enorm op dat we naar een gelijkspeelveld moeten. En dan kijk ik naar dit punt en zie ik dat het in Duitslandinderdaad anders is en dat dit tot prijsstijgingen zou leiden. Maar er komtgewoon meer groen gas, dus ik denk dat dit de productie van groen gas inNederland juist enorm zal stimuleren en dat er juist geen prijsstijgingenvolgen. De Europese Commissie heeft Nederland ertoe gedwongen om bijde bijmengverplichting voor groen gas in de gebouwde omgeving importTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1832 toe te staan, dus er zijn allemaal indicaties, allemaal feiten, die eigenlijkprecies het tegenovergestelde aangeven. Ik wil eigenlijk aan de Staatsse-cretaris vragen om al die overwegingen toch nog eens mee te nemen ente bekijken of die massabalans ook hier in Nederland ingevoerd kanworden. Ook in Duitsland functioneert dat eigenlijk prima. Volgens mij ishet een enorme stimulans om bio-lng hier in Nederland wat meer body tegeven.Staatssecretaris Aartsen:Met de kans dat ik dingen ga herhalen: ik zie het niet zitten om dit inNederland te gaan doen. We hebben al jaren het standpunt dat dit niet istoegestaan in Europees verband. We hebben de Europese Commissie erdus ook op gewezen dat er besluiten moeten worden genomen omallemaal aan dezelfde wet te voldoen. We verwachten eind dit jaar ookeen uitvoeringsregeling vanuit de Europese Commissie waarin ze kenbaarzal maken dat dit niet is toegestaan, precies vanwege de argumentatie dieook de heer Thijssen noemde, namelijk dat er een verschil zit tussen hetdaadwerkelijke biogas en lng, dat weer van andere zaken afkomstig is. Tenaanzien van het Duitse systeem wijs ik er echt op dat het uiteindelijk eengroot risico met zich meebrengt dat er prijsstijgingen voor normalehuishoudens in zitten, omdat de vraag zal gaan toenemen. Nederlandheeft natuurlijk een aanpassing gedaan als het gaat om de bijmengver-plichting voor huishoudens. Ik zou het dus erg onverstandig vinden omdat risico hier nu te nemen.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Pierik.De heer Pierik (BBB):Ja, toch een vervolgvraag. De Staatssecretaris geeft aan dat de vraag zaltoenemen, maar ziet de Staatssecretaris ook niet dat het aanbod danbehoorlijk zal toenemen?De voorzitter:Het woord is aan de Staatssecretaris, die even overlegt.Staatssecretaris Aartsen:Uiteindelijk zien we dat de vraag forser zal stijgen dan het aanbod. Daar zitdus ook dat risico in. Ik ga mezelf dan herhalen. Het is nu niet toegestaan.Dat is al een tijd het standpunt van de Nederlandse regering. Wijverwachten voor het einde van het jaar een uitvoeringsregeling vanuit deEuropese Commissie waarin zij hetzelfde zal zeggen, namelijk dat het nietis toegestaan en dus ook onwenselijk is. Vanuit klimaatoogpunt maar ookvanuit marktmechanismeoogpunt zou ik het niet willen doen. Dusnogmaals, ik ben er erg terughoudend in.De voorzitter:Een vraag van de heer Boutkan.De heer Boutkan (PVV):Toch even voortbordurend op de vragen van de heer Pierik – dankdaarvoor – is de vraag aan de Staatssecretaris: op welke analyse vanuithet ministerie baseert de Staatssecretaris dat die prijzen zullen stijgen ener dus ongewenste stoffen dit land binnen zullen komen? Zo zeg ik hetdan maar voorzichtig. Kan de Staatssecretaris dus de analyse aanleverenwaarop hij die terughoudendheid en die focus op bepaalde zaken baseert?Dan kom ik daar nog weleens op terug.Staatssecretaris Aartsen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1833 Ik deel die analyse zojuist hier, namelijk dat er sprake zal zijn van stijgendeprijzen omdat de vraag enorm zal toenemen vanwege het feit dat wij diebijmengverplichting voor de bebouwde omgeving en dus ook voor deglas- en tuinbouw fors hebben verlaagd. Dat heeft nou eenmaal tot effectdat er meer vraag zal zijn. Nogmaals – ik val in herhaling – wij interpre-teren de regels zo dat het niet mag. Daar zijn inmiddels ook een aantaljuridische zaken over geweest. Wij verwachten dat de EuropeseCommissie dit najaar, dus ergens in de komende drie maanden, ook zalzeggen dat het niet mag. We zien ook risico’s op het gebied van deduurzaamheidscriteria. En we zien risico’s ten aanzien van de prijs voorhuishoudens. Dat alles maakt dat ik niet bereid ben om die beweging temaken en ik het verstandig vind om het te houden zoals we het nuhebben.De heer Boutkan (PVV):U valt niet in herhaling en dergelijke, zeg ik tegen de Staatssecretaris,want u geeft geen antwoord. Mijn vraag was namelijk: op basis van welkeanalyse doet u vanavond deze uitspraken? Ik zou die analyse graagzwart-op-wit van u willen ontvangen.Staatssecretaris Aartsen:Als u het op schrift wilt hebben, kunt u het van mij op schrift krijgen. Datis geen enkel probleem, maar u krijgt dan hetzelfde antwoord, misschienalleen met wat extra zinnen. Maar als het schriftelijk moet wordengegeven, ga ik het schriftelijk geven.De heer Boutkan (PVV):Maar hier maak ik toch wel bezwaar tegen. De Staatssecretaris refereertaan analyses en dergelijke. Ik vraag: wat is er dan onderzocht in dieanalyses? Die analyses zie ik dan graag tegemoet. Dan kan hij vervolgenszeggen: u krijgt hetzelfde antwoord op schrift als wat ik nu zeg. Maar als ikdat antwoord van de Staatssecretaris goed begrijp, betekent dat dus datdeze antwoorden vanavond ter plekke uit de ambtelijke organisatierichting de Staatssecretaris komen. Dit is dus niet voor die tijd onderzocht.Dat is mijn conclusie dan.De voorzitter:Graag een reactie van de Staatssecretaris.Staatssecretaris Aartsen:Nogmaals, als mij gevraagd wordt om dat nog uitgebreider op papier tezetten, ben ik daar van harte toe bereid. Ik probeer altijd goed te luisterennaar de behoeften van de Kamer. Dat probeer ik in alle Kamerdebatten tedoen. Ik probeer te kijken: waar zit de ruimte en hoe worden de belangengewogen? Maar op een aantal onderdelen maak ik nou eenmaal eenandere belangenafweging.Dan val ik dus wel weer in herhaling: het standpunt van Nederland was enis dat het niet in overeenstemming is met wat er in Europa mag. Wijverwachten ook gewoon dat er binnen drie maanden een uitspraak zalkomen van de Europese Commissie, die zal zeggen: het mag niet. En als jedat weet, vind ik het heel onverstandig om te zeggen: we gaan het toch nudoen en dan moeten we over drie maanden het besluit maar gaanterugdraaien. Daarnaast zie ik risico’s ten aanzien van de herkomst en deklimaatwinst die we daarmee maken. En ik zie een risico als het gaat omde bijmengverplichting die we in Nederland hebben voor de bebouwdeomgeving en de glas- en tuinbouw, namelijk het risico dat je daar extravraag gaat toevoegen, want dan zul je zien dat de prijs zal gaan stijgen.Dat is uiteindelijk mijn totaalafweging hierin. Als u het daar niet mee eensbent, dan hoor ik dat, maar dit is mijn afweging.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1834 Mevrouw Van Groningen (VVD):Dank voor uw constructieve meedenken; dat merken we namelijkinderdaad en dat is alleen maar heel fijn.We merken natuurlijk ook dat deze massabalanssystematiek ons allen aanhet hart gaat, omdat wij een gelijk speelveld willen en ook graag bio-lnggewoon in Nederland mogelijk willen maken. Ik denk dat veel bedrijvenkunnen opschalen als het eenmaal mogelijk is, dus ik durf met u vanmening te verschillen over of er een prijsstijging komt. Ik denk dat die erniet komt, omdat we dan gaan opschalen.Maar ik wil naar het volgende. We hebben enige tijd geleden een tik oponze vingers gekregen van de Europese Commissie. Dat ging over debebouwde omgeving en de bijmengverplichting daarbij. Dat betreftartikel 34 VWEU. Naar aanleiding daarvan moest vanuit KGG de wetworden bijgesteld om toch die bijmengverplichting mogelijk te maken. Ustelt dat we over drie maanden uitsluitsel krijgen, maar wat nu als blijktdat het wél mag? Heeft u dan interesse om dit wel mogelijk te maken? Ikben niet op zoek naar wat niet kan, maar ik wil zorgen dat we dezeindustrie de helpende hand bieden. Het mag in Duitsland, het mag in Italiëen het mag in Spanje, maar hier mag het niet. Ik vind dat een ongelijkspeelveld en dat moeten we niet willen.Staatssecretaris Aartsen:Ik maak even onderscheid tussen massabalans en GvO. GvO heeft dateffect, dus ik zou het dan nog steeds ten aanzien van GvO’s niet willen. Alshet gaat om massabalans, dan volg ik dezelfde redenering zoals ik in hetbegin ook deed. Ik ga dan voor het Europese gelijke speelveld. Als er opmassabalans gezegd wordt dat we het toestaan op Europees niveau, danben ik van harte bereid om dat ten aanzien van massabalans, en dus nietvan GvO’s, te doen. We hebben het standpunt al een tijd ingenomen alshet gaat om het feit dat het niet mag. We verwachten ook dat de EuropeseCommissie zal zeggen dat het niet mag. Ik vind het dan onwenselijk omnu als Nederland, drie maanden voor het gevraagde besluit dat we vanuitBrussel zouden willen, te zeggen dat we nu iets anders gaan doen. AlsBrussel zegt dat massabalans zou mogen, dan ben ik natuurlijk van hartebereid om dat te volgen, juist ook vanwege dat Europese gelijkespeelveld.De voorzitter:Oké, u kunt verdergaan.Staatssecretaris Aartsen:Ik zal u uiteraard informeren op het moment dat we weten wat daaruitkomt.Dank, voorzitter. Dan ben ik inmiddels bij het kopje overig en bij deamendementen. Ik heb al een amendement geapprecieerd. MevrouwVan Groningen had nog een tweetal vragen gesteld over regeldruk. Zijvroeg wat we daar concreet aan gaan doen. We hebben van het ATR tehoren gekregen dat op dit onderdeel de regeldrukeffecten goed in beeldzijn gebracht. Ondernemers zijn ook tijdens diverse bijeenkomstengeïnformeerd over de implementatie. We hebben een aantal maatregelengenomen, waaronder de inboekdienstverlener die we hebben geïntrodu-ceerd als het gaat om de administratieve lasten voor kleine ondernemers.Juist voor kleine ondernemers en ook inwoners is dit een enormeverbetering en verlaging van de administratieve lasten. Ook is deverplichting voor de raffinaderijen opgeheven. Daarnaast kijken wecontinu met de NEa hoe we ervoor kunnen zorgen dat we de regeldrukvoor met name kleine ondernemers zo goed mogelijk kunnen verlagen.Mevrouw Van Groningen vroeg ook nog naar de drempelwaarde. Wijverwachten dat de drempelwaarde hier juist enorm veel gaat helpen. VeelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1835 ondernemers hoeven door deze limiet niet te voldoen aan de brandstof-transitieverplichting.Dat waren de antwoorden op de vragen uit het mapje overig. Dan mijnlaatste mapje, en dat zijn de amendementen. Ik heb al iets gezegd over hetamendement van mevrouw Veltman en mevrouw Van Groningen over decorrectiefactor in de wet tot einddatum 2030. Ik kan dit amendementoordeel Kamer geven, conform de argumentatie die ik eerder gaf.Het amendement ten aanzien van de bioethanol kan ik ook oordeel Kamergeven. Het is zo dat er vanuit het mobiliteitsoogpunt eigenlijk geen redenis om dit te doen. Tegelijkertijd zien we natuurlijk wel wat er gebeurt in dewereld en zien we wat er gebeurt ten aanzien van onze industrie. Juistvanuit dat industriebelang denken wij dat het voordeel kan hebben, enook een competitief voordeel kan creëren voor Europese bio-ethanol-bedrijven. Vandaar dat ik dit amendement ook aan het oordeel van deKamer zou willen laten.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Ja, er wordt gezwaaid. De heer Bamenga heeft een vraag.De heer Bamenga (D66):Ik heb een onbeantwoorde vraag. Ik heb eerder gevraagd wat deinhoudelijke overwegingen zijn. De Staatssecretaris heeft aangegeven datBelgië het doet en dat we een gelijk speelveld willen creëren. Daaromgaan we dat op die manier doen. Mijn vraag is dan alleen nog steeds nietbeantwoord, want ik was meer op zoek naar een inhoudelijke overwegingdie losstaat van België. Dat is eigenlijk de vraag.Staatssecretaris Aartsen:Dan moet ik er natuurlijk weer het juiste mapje bij gaan zoeken. Maar datmaakt niet uit.De heer Bamenga (D66):Sorry. U trok zelf een lijn richting fraude. Daarom dacht ik: misschienhoort dit onder het kopje fraude. Vandaar dat ik nog even gewacht heb.Staatssecretaris Aartsen:Heel goed. De kern is dat het kopje overig om zeer weinig grondstoffengaat. Daarvan zeggen we: de toegevoegde waarde van schrappen weegtdaar niet op tegen de toegevoegde waarde van behouden. Nogmaals, datis omdat het om een vrij limitatief groepje grondstoffen zal gaan.De heer Bamenga (D66):Dank u wel voor deze reactie. Een tweede vraag die ik nog heb, gaat overde investeringshorizon. Daar hebben we over gesproken, en over het feitdat ik graag zou zien dat die op 2040 wordt gezet. Daarover was dehouding van de Staatssecretaris wat mij betreft afwachtend. De Staatsse-cretaris verwijst naar andere landen, waaronder Duitsland, dat welbesloten heeft om naar 2040 te gaan. Ik vroeg me af waarom Nederlandniet voorop wil lopen, in plaats van maximaal te kijken naar wat deomgeving doet. Als wij gaan voor een gelijk speelveld met Duitsland,zouden we juist willen dat de horizon op 2040 gezet wordt.Staatssecretaris Aartsen:Het was absoluut niet mijn bedoeling om terughoudend over te komen. Ikben voornemens om de horizon te verruimen tot voorbij 2030. De vraag isalleen of je dat wil doen tot 2035 of tot 2040. Dat hangt er natuurlijk van afof je dat met Duitsland of met België doet. Ik zei al: Frankrijk heeft 2035,Duitsland 2040 en we zijn nog aan het kijken wat België doet. Je wilnatuurlijk niet alleen de horizon verruimen, maar je wil ook weten hoeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1836 hoog het doel wordt, en hoe hoog het doel per sector wordt. Dat zijn weop dit moment nog aan het verkennen. Nogmaals, ik sta er heel positieftegenover om dat te doen, omdat ik zie dat je investeringszekerheid wilbieden. We moeten er alleen nog even goed over nadenken wat dehorizon wordt en hoe hoog we het doel per sector willen vaststellen,gecombineerd met wat ze in België, Duitsland en Frankrijk doen.De voorzitter:Een volgende vraag van de heer Boutkan.De heer Boutkan (PVV):Eigenlijk heb ik de opmerking dat ik nog een openstaande vraag aan deStaatssecretaris heb.Staatssecretaris Aartsen:Zou u die kunnen herhalen?De voorzitter:Ja, misschien kunt u de Staatssecretaris even op weg helpen.De heer Boutkan (PVV):Met alle liefde wil ik dat doen, voorzitter. In mijn inbreng heb ik aan hetbegin een heel rijtje van bedrijven genoemd die noodgedwongen gestoptzijn, de stekker eruit getrokken hebben enzovoort. Ik heb ook gezegd datdat lijstje niet compleet is. Mijn vraag was: als deze bedrijven geentoekomst zien in het produceren van dit soort biobrandstoffen, wie gaat erdan wel brood in zien? En welke maatregelen kunnen er volgen vanuit hetkabinet? Mijn vraag is met name wie er wel brood in zien.Staatssecretaris Aartsen:Dat zei ik in mijn inleiding in reactie op wat er gebeurt. Het is niet zo datdeze bedrijven zeggen dat ze geen brood meer zien in specifiek biobrand-stoffen. Overigens zeg ik erbij: als dat wel zo zou zijn, dan helpt ditwetsvoorstel juist om er brood in te zien. Dit wetsvoorstel creëert vraag enmarkt. Als er markt is, is er vaak ook aanbod en kun je er dus brood inzien. Dit wetsvoorstel zorgt juist voor marktcreatie tot 2030, en het liefstook daarna, zodat je kunt investeren.Ik gaf net ook aan dat er nog een hele hoop andere factoren zijn, zoals deenergieprijzen, netcongestie en stikstof, die helaas hebben bijgedragenaan het feit dat dit soort bedrijven niet meer investeren in Nederland. Dekernvraag is uiteindelijk: kun je in Nederland überhaupt een boterhamverdienen met dit soort bedrijven? Voor biobrandstofbedrijven denk ikniet dat dat draait om het feit dat er geen markt of vraag is. Ik denk dat dievraag er is. Met dit wetsvoorstel creëren we die juist. Ik denk dat het ligtaan een aantal andere onderdelen in Nederland. We moeten de komendejaren goed kijken hoe investeringszekerheid en het belang daarvaneruitzien. Ik denk dat dat een politieke vraag is voor na de verkiezingen.Welke onderwerpen vind je belangrijk? Zet je in op economie en investe-ringszekerheid? Dat hoofdstuk mist volgens mij nog in het verkiezingspro-gramma van de PVV. Maar ik had aan het begin van de avond beloofd datik er geen verkiezingsdebat van zou maken. Juist met een goed investe-ringsklimaat, investeringszekerheid en een goed vestigingsklimaat kun jein Nederland een boterham verdienen met vernieuwende technologieën.Dat is echt een onderwerp waar wij in de komende tijd over door moetenpraten.De voorzitter:Dank u wel. Meneer Boutkan, u bent door uw vier interrupties heen. O,excuus, u had nog een openstaande vraag. Gaat uw gang.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1837 De heer Boutkan (PVV):Naar aanleiding van het antwoord van de Staatssecretaris het volgende.De bedrijven die gestopt zijn, zijn toch niet gek? Die weten toch ook wat erspeelt? Volgens sommige partijen zijn die kind aan huis bij het ministerie,bij zowel uw collega van KGG als bij IenW. Zij trekken niet voor niets destekker eruit of stoppen niet voor niets met hun investeringen. Datbetekent toch dat er iets aan de hand moet zijn? Ik hoor de Staatssecre-taris zeggen: we moeten na de verkiezingen maar kijken wat het gaatworden. Maar daar hebben die bedrijven, en vooral hun werknemers, opdit moment geen boodschap aan. Zij zitten nu gewoon met het feit dat diehandel gestopt is. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is dus: hoe gaan wijdit toch uit het slop trekken, op zeer korte termijn? Als we moeten gaanwachten op iets nieuws, kunnen we voorlopig nog wel even blijven zitten,denk ik. En dan maak ik het niet politiek.Staatssecretaris Aartsen:Uiteindelijk zit de kern daar natuurlijk in. Ik bedoel: die bedrijven zijn nietgek. Die bedrijven zitten aan de ene kant te wachten op vraag naar hunproduct. Dat regelen we met dit wetsvoorstel, zodat er veel vraag zalkomen, ook in Europees verband, naar hun product. Aan de andere kantkijken ze of ze een businesscase kunnen rondrekenen. Belastingen, wet-en regelgeving en regeldruk tellen daarin mee. Ik ben heel blij dat dezeregering ervoor heeft gekozen om een aantal maatregelen te nemen diegoed zijn voor het vestigingsklimaat voor dit soort bedrijven. We hebbende IKC-regeling teruggebracht. We hebben de CO2-heffing on hold gezet.We hebben in dit kabinet ook het amendement-Van der Lee van twee jaarterug kunnen terugdraaien. De Kamer had dat amendement aangenomen,waarna je zag dat grote en belangrijke bedrijven dreigden uit Nederland tevertrekken. Ik denk dat dergelijke grote en belangrijke politieke vragen ookdeze verkiezingen weer op tafel liggen.Het kabinet wil graag zorgen dat dit soort bedrijven in Nederland blijvenen gaan investeren. Uiteindelijk zullen we er met elkaar als politiek overmoeten nadenken hoe we Nederland aantrekkelijk houden voor dit soortinvesteringen en voor dit soort bedrijven.De voorzitter:Ook mevrouw Van Groningen heeft een onbeantwoorde vraag. Of tweezelfs.Mevrouw Van Groningen (VVD):Ik had nog een vraag gesteld over waterstof. We willen heel graag helderkrijgen hoe we omgaan met waterstof als blijkt dat het onvoldoendebeschikbaar is. Komt er dan een soort overgangsregeling? Het lijkt megoed om daar helderheid over te hebben. U heeft heel veel gezegd overwaterstof, maar het antwoord op deze vraag heb ik niet gehoord. Maar ikhad ook veel vragen gesteld.Verder hebben we een concrete vraag gesteld in relatie tot onzeVVD-motie over regeldruk. Daar heeft u een aantal dingen over gezegd. Uheeft ook een aantal concrete voorbeelden genoemd. Maar wat doen wenu precies om die regeldruk te verminderen in relatie tot RED III? En watdoen we als uiteindelijk blijkt dat de regels te complex of te duur zijn,waardoor investeringen wegvloeien naar het buitenland? Hebben we dannog de mogelijkheid om dingen aan te passen?Staatssecretaris Aartsen:Ten aanzien van waterstof en een eventuele overgangstermijn gaf ik alaan dat er nu een voorziene capaciteitsplanning ligt met bestaandeprojecten en projecten die concreet in aanbouw zijn. Daar is het pad opgebaseerd. Die planning valt onder mijn collega van KGG, die daar breedde verantwoordelijkheid voor heeft.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1838 In dit wetsvoorstel introduceren we heel bewust ook de raffinageroute,zodat die ook ingezet kan worden. Op die manier kan je al vroegtijdig devraag naar groene waterstof gaan creëren, waarbij je die route ook kaninzetten als een credit om andere zaken te doen. Ik denk dat die raffinage-route hier een heel belangrijke rol in speelt.Dan nog een opmerking over de regeldruk. Nogmaals, er zitten een aantalpunten in het wetsvoorstel om naar de regeldruk te kijken. Ook de NEakijkt continu naar wat er aan regeldruk op de ondernemers afkomt. Alsblijkt dat dat te veel is, moet dat blijken uit de rapportages vanuit de NEa.Sowieso houdt deze in de gaten hoe het gaat met de implementatie vandit soort wetgeving. En anders krijgen we het via u ongetwijfeld in deKamer te horen. En we hebben een evaluatie in 2029 voorzien. Dan zal ditongetwijfeld ook komen opzetten. Dat zijn de drie dingen die we proberente doen.Mevrouw Van Groningen (VVD):Dank voor de antwoorden. Deze zijn heel verhelderend. Het is ook goeddat we dit periodiek monitoren. Ik vind het belangrijk dat bedrijven ookweten waar ze eventueel terechtkunnen. Hebben we een soort meldpunt?Wellicht is dat er, maar ik heb geen idee. Indien ja, kunnen we dat dan ookgoed communiceren? Het is wel belangrijk dat we, als ze tegen belemme-rende regelgeving aanlopen, dat ook zo snel mogelijk weten, zodat we eenaanpassing kunnen doen.Staatssecretaris Aartsen:Ik zou bijna grappend zeggen: [email protected]. Daar mag uzich melden voor alle regels en dan mag hij het regelen.De voorzitter:Maar u maakt ze.Staatssecretaris Aartsen:Ja, precies. Nee, alle gekheid op een stokje: regulier is dat bij de NEa hetgeval. Ik geloof dat de RVO ook een meldpunt heeft als het gaat omknellende regels. En er worden volgens mij nu ook allerlei dingen in hetkader van die regeldruk ingesteld. Er gebeurt dus van alles. Weet ons tevinden en weet de Kamerleden te vinden, dan komt het negen van de tienkeer goed.De voorzitter:Oké, ik kijk naar links voor nog een vraag of onbeantwoorde vraag.De heer Pierik (BBB):Ik heb toch nog een concrete vraag over die massabalans. Ik hebbijvoorbeeld de vraag gesteld hoe de Staatssecretaris denkt in dezeevaartsector het gebruik van bio-lng te stimuleren of er handen envoeten aan te geven, als die massabalansroute niet wordt ingevoerd. Opdie vraag is nog geen antwoord gekomen.Staatssecretaris Aartsen:Met uw goedkeuring kom ik daar even in de tweede termijn op terug. Ik zitnu niet in de map ten aanzien van massabalans.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk nu even naar links. Er zijn geen vragen meer. Ik stelvoor dat we overgaan naar de tweede termijn. Ik begrijp dat u niet nogeen tweede schorsing wenst.Staatssecretaris Aartsen:Misschien zo meteen na de moties.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1839 De voorzitter:Goed. Dan kijk ik naar mijn linkerzijde, allereerst naar de heer Bamengavoor de tweede termijn.De heer Bamenga (D66):Dank u wel, voorzitter. Dank aan de Staatssecretaris voor alle antwoordenen reacties op het betoog. Fijn ook dat de Staatssecretaris heeft aange-geven dat hij voornemens is de investeringshorizon verder te verruimen.Ik wil aan de hand van de motie de Staatssecretaris daarin ondersteunen,maar ik wil ook de brede steun in het veld onderschrijven.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat RED III-regelgeving nu slechts tot 2030 is vastgelegd;overwegende dat bedrijven die investeren in hernieuwbare brandstoffenbehoefte hebben aan een langjarige horizon om hun investeringen terugte verdienen en nieuwe projecten aan te gaan;overwegende dat er brede steun in het veld is voor een langere looptijdvan de RED III en Duitsland heeft gekozen voor een looptijd van 2040;verzoekt de regering om de investeringshorizon van de RED III-wetgevingte verlengen tot 2040 om een gelijk speelveld in Europa te waarborgen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Bamenga en Thijssen.Zij krijgt nr. 10 (36 766).De heer Bamenga (D66):Dat was het.De voorzitter:Dat was het? Oké. Dan is het woord in de tweede termijn aan de heerPierik.De heer Pierik (BBB):Dank, voorzitter. Ik wil ook de Staatssecretaris bedanken voor zijnuitgebreide antwoorden. Ik was niet helemaal tevreden over het antwoordop het gebied van die massabalans, maar dat komt later nog terug. Inieder geval vind ik het wel goed om van de Staatssecretaris te horen dat,als de Europese Commissie groen licht geeft om dat wel te omarmen, hijdaar toch nog heel serieus naar wil kijken. Wat mij betreft zou dat ook eentoezegging zijn van de Staatssecretaris. Mijn inschatting is dat er veelmeer mogelijkheden in Europa moeten zijn. We moeten dat dan inNederland zo snel mogelijk gaan invoeren. Dat over de massabalans.Dan heb ik nog een motie.Motie Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1840 De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat de productie en het gebruik van groene waterstof intransport bijdragen aan het terugdringen van de uitstoot van stikstof,fijnstof én CO2, wat goed is voor ondernemers in het wegtransport en hetbehalen van de desbetreffende (inter)nationale doelstellingen;overwegende dat de inzet van groene waterstof voor het ontzwavelen vandiesel in een raffinaderij indirect bijdraagt aan het verschonen van demobiliteit, maar dat de directe inzet van groene waterstof voor zwaarwegvervoer noodzakelijk is voor de vergroeningsopgave van deze sector;overwegende dat door de correctiefactor op 1 te stellen er geen levelplaying field ontstaat tussen de raffinageroute en het directe gebruik vangroene waterstof in mobiliteit;verzoekt de regering bij de implementatie van RED III een subdoel van2 petajoule vast te stellen voor het directe gebruik van groene waterstofvoor de sector land,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Pierik.Zij krijgt nr. 11 (36 766).De heer Pierik (BBB):Dat was het, voorzitter. Dank je wel.De voorzitter:Dank u wel. Het woord is aan de heer Boutkan.De heer Boutkan (PVV):Dank u wel, voorzitter. Tot slot toch nog even een vraag van onze kant.Waarom blijft de Staatssecretaris vasthouden aan de eenzijdige focus opwaterstof en elektrificatie? Dat betreft een al jaren geleden uitgestippeldepolitieke lijn die inmiddels is achterhaald door de stagnatie in waterstof ende toenemende netcongestie. Voor veel transportondernemers is deoverstap naar waterstof en elektriciteit in de praktijk simpelweg geenoptie. Dat zou deze Staatssecretaris toch moeten aanspreken? De vraag iswaar die vasthoudendheid bij het ministerie – lees: de Staatssecretaris –toch vandaan komt. Dat vraag ik aan deze Staatssecretaris.Dank u wel.De voorzitter:Prima. Er is een vraag van de heer Thijssen.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ik heb nog even gekeken naar de wetenschappers die zeggen dat dehemel op ons hoofd gaat vallen. Ik kom niet verder dan Asterix en Obelix.Maar ik vind het nogal wat, een klimaatontkenner hier in de TweedeKamer terwijl Nederland toch echt wordt bedreigd door klimaatveran-dering. Ik wil dus toch even aan de heer Boutkan vragen welke weten-schappers hij nou precies bedoelt die het opnemen tegen het klimaat-panel van de Verenigde Naties.De heer Boutkan (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1841 We hebben het er natuurlijk over gehad. Ik kijk ook een beetje naar de tijd,want ik wil mijn trein dadelijk halen. Ik denk namelijk ook aan het milieu.We hebben, zeg maar, de tien klimaatvoorspellingen gehad die nooit zijnuitgekomen. Die voorspellingen zijn gedaan door allerlei mensen.Vervolgens hebben we natuurlijk de bekende klimaatfilm van Al Goregehad, die ook voorspelde dat de aarde zou vergaan. We hebben hetnatuurlijk ook gehad over de dramatische afkalving van onze ijskappen endergelijke. Ook daaraan hebben de nodige wetenschappers gerefereerd.Daar zal de heer Thijssen het op dit moment mee moeten doen. Ik begrijpnatuurlijk dat hij nog volop doelt op zijn Greenpeacetijd door hier te zittenoreren richting de PVV, maar daar trappen wij niet in.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Sorry hoor, maar welke wetenschappers bedoelt meneer Boutkan nou?Een van de grootste uitdagingen van de mensheid veegt hij even aan dekant en dan heeft hij geen antwoord op de vraag welke klimaatweten-schappers hij bedoelt. Bedoelt hij bijvoorbeeld de film van Al Gore?Al Gore is geen wetenschapper. Al Gore haalt heel veel wetenschappersaan; Al Gore vertelt het verhaal van de klimaatwetenschappers. Dieklimaatwetenschappers zeggen elke zoveel jaar weer: we kijken naarallerlei scenario’s en steeds weer blijkt dat we zitten in het slechtstescenario dat we voorspelden. It is happening, meneer Boutkan. Het wordttijd dat de PVV actie onderneemt om Nederland veilig te houden.De heer Boutkan (PVV):In goed Nederlands is het «het gebeurt», in plaats van elke keer dieEngelse termen te gebruiken. De Nederlandse taal is een prachtige, mooietaal, zeg ik maar meerdere malen.Nogmaals, er zijn meerdere wetenschappers. Ik heb net een paarvoorbeelden gegeven. U zegt elke keer dat ze in het rijtje van dieVN-wetenschappers en dergelijke moeten passen. Er zijn tot nu toe zatdingen bewezen die bijvoorbeeld zeggen: zo laat, in jaar zoveel, begint dezeespiegel te stijgen. Dat is niet gebeurd. Ze zeggen: zo laat begint detemperatuur te stijgen. Dat is ook niet gebeurd. Dus ja, ik zal mijnhuiswerk beter doen, als u daarmee tevreden bent, door even een heellijstje met wetenschappers te gaan halen. Beschouwt u dat als eentoezegging van mijn kant.Ik dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel, meneer Boutkan. Het woord is aan mevrouw Van Groningen.Mevrouw Van Groningen (VVD):Voorzitter, dank u wel. Laat ik beginnen met te zeggen dat ik de construc-tieve houding van de Staatssecretaris enorm waardeer, want hij ziet hetbelang van het stimuleren van onze economie, het voorkomen vanafhankelijkheidsrelaties met landen buiten de Europese Unie en natuurlijkook de wens om innovatie en bedrijven hier te houden.Voordat ik naar mijn moties ga, wil ik nog even stilstaan bij de toezeggingom bij de Europese Commissie om een verruiming van AnnexIX-B-onderzoeken te vragen. Kan de Staatssecretaris ons per brief op dehoogte stellen van deze ontwikkeling? Dat geldt overigens ook voor zijnaankondiging om bij KGG na te vragen hoe het zit met de 11 of12 petajoule voor de sector. Ik vraag dit naar aanleiding van die inves-tering in waterstof en bio-lng. In zijn betoog gaf de Staatssecretarisnamelijk aan dat hij dat even moest navragen bij zijn collega vanklimaatzaken. Het zou fijn zijn als hij ons dat antwoord toe zou kunnenzenden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1842 Ik heb drie moties, voorzitter. De eerst gaat over investeringszekerheid totin ieder geval 2035, een motie die op een-op-een is gekopieerd door D66.«Maar met een andere termijn», zeg ik er dan maar even wel bij!Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de RED III-doelen nu slechts tot 2030 zijn vastgelegd;constaterende dat buurlanden hun sectoren meer zekerheid bieden endeze niet onnodig belemmeren;overwegende dat bedrijven die investeren in hernieuwbare brandstoffenbehoefte hebben aan een langjarige horizon om hun investeringen terugte verdienen en nieuwe projecten aan te gaan;overwegende dat verlenging van de horizon meer duidelijkheid, rust enruimte voor innovatie biedt en bijdraagt aan een gelijk speelveld inEuropa;verzoekt de regering om de investeringshorizon onder de REDIII-wetgeving in ieder geval te verlengen tot 2035, om investeringsze-kerheid te bieden en, indien blijkt dat omringende landen zoals Duitslanden België een langere horizon hanteren, dit gelijke speelveld ook inNederland te waarborgen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Van Groningen en Veltman.Zij krijgt nr. 12 (36 766).Mevrouw Van Groningen (VVD):Dan ga ik door naar de tweede motie, die vraagt om een jaarlijkseevaluatie van het gelijke speelveld.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat Nederland vanaf 2026 sectorspecifiekeCO2-reductieverplichtingen invoert voor het wegvervoer, de zeevaart ende binnenvaart;constaterende dat de binnenvaartsector bijzondere zorgen uit over debeschikbaarheid en betaalbaarheid van duurzame alternatieven, terwijlook in wegvervoer en zeevaart verschillen met buurlanden tot concurren-tienadeel kunnen leiden;verzoekt de regering om jaarlijks te evalueren welke verschillen er zijn metbuurlanden en wat de gevolgen daarvan zijn voor de concurrentiepositieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1843 van het Nederlandse wegvervoer, de zeevaart en in het bijzonder debinnenvaart en havens;verzoekt de regering dit te doen in overleg met de verschillende partnersuit die sectoren, en de Kamer hierover te informeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Van Groningen en Veltman.Zij krijgt nr. 13 (36 766).Mevrouw Van Groningen (VVD):Tot slot een motie naar aanleiding van het betoog van de Staatssecretarisover mijn vraag of het mogelijk is om die bio-lng en de massabalansmogelijk te maken als dat mag van Europa. De heer Pierik vroeg daar netook om.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat RED III, Richtlijn (EU) 2023/2413 artikel 30 (1) explicietruimte biedt voor de massabalanssystematiek voor gasvormige envloeibare brandstoffen, mits de methode betrouwbaar en transparant is;overwegende dat dit reeds wordt toegepast voor biogas, echter niet voorbio-lng, terwijl Duitsland, Frankrijk, Spanje en Italië dit wel toepassen;overwegende dat er momenteel gesprekken worden gevoerd met deEuropese Commissie over de massabalanssystematiek;verzoekt de regering om indien blijkt dat de massabalanssystematiekEuropees is toegestaan zo snel mogelijk toe te staan dat bio-lng via demassabalanssystematiek toegepast kan worden, en de sector en de Kamerhierover te informeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Van Groningen en Veltman.Zij krijgt nr. 14 (36 766).Mevrouw Van Groningen (VVD):Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Hartelijk dank. Het woord is aan de heer Thijssen.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Ik vraag niet om de toezegging dat ik een lijstje van deheer Boutkan krijg met volgens mij niet-bestaand wetenschappelijkonderzoek, maar ik wil toch nog wel even reageren. Ik zou het namelijk fijnvinden als de heer Boutkan zijn huiswerk zou doen en gewoon deklimaatwetenschap zou gaan lezen en tot zich zou gaan nemen. Daarnakan hij dan met verstandige voorstellen komen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1844 Ik heb nog een aantal punten voor de Staatssecretaris. Ik begin met hetelektrisch vervoer en het feit dat we daarop moeten overstappen, omdatwe daar waar dat kan biobrandstoffen niet moeten inzetten. We moetenjuist nu overgaan op elektrisch vervoer. De Klimaat- en Energiever-kenning, zeg maar de tussenrapportage over hoe het gaat met de omslagnaar een duurzame samenleving en elektrisch vervoer, laat namelijk ziendat er minder dan 5% kans is dat de doelen voor mobiliteit gehaaldworden. Maar volgens mij heb ik de Staatssecretaris tegelijkertijd wel aanmijn zijde en zegt hij ook: het zou toch wel beter zijn om bij de personen-mobiliteit over te gaan op elektrisch. Dus toch nog een keer de vraag aande Staatssecretaris: kan hij niet in combinatie met deze wet daarnaarkijken en met extra maatregelen komen?We hebben het ook gehad over fraude. Ik maak mij er hele grote zorgenover dat wij nu meer biobrandstoffen gaan produceren, dat dat kan leidentot verdere ontbossing en dat we daarmee niet alleen de klimaatdoelenniet helpen, maar meer CO2 uitstoten. Deelt de Staatssecretaris die zorg?Nou, ik heb die zorg in ieder geval. Dan moeten we heel erg goedhandhaven en heel erg goed toezicht houden op wat er nou precies onsland in komt en of dat wel duurzaam is en voldoet aan de strengeduurzaamheidseisen. De Staatssecretaris zegt dat dat dan in Europa moetgebeuren. Maar het is toch een Nederlandse organisatie die in Rotterdamen in andere havens gaat kijken wat dit land binnenkomt? Dat gaan wetoch niet uitbesteden aan Europa? De capaciteit van die diensten is alschaars en het risico op fraude wordt alleen maar groter. Als wij dus meergaan importeren, betekent dat ook dat er fiks wat capaciteit bij moet bijdie Nederlandse toezichthouder. Is de Staatssecretaris dat met mij eens?En zo ja, hoeveel gaat hij dan intensiveren? Daar horen namelijk gewoonbudgetten en fte’s bij, om dat beter te kunnen controleren.Tot slot, voorzitter.De voorzitter:Voordat u verdergaat, heeft u een interruptie van uw buurvrouw,mevrouw Van Groningen.Mevrouw Van Groningen (VVD):Ik heb vanavond veel naar u geluisterd en elke keer komt u vanuitPvdA-GroenLinks – dat zeg ik namelijk graag – met vragen om additioneelbeleid en om weer strengere maatregelen. Ik vind het een beetje eenutopisch denkbeeld dat we morgen alles geëlektrificeerd hebben en datdie bedrijven dat allemaal in één dag kunnen. Laten we heel eerlijk zijn:ook het wegvervoer heeft gewoon waterstof nodig, zeker als we kijkennaar zware transporten zoals in de bouw. Ik ben gewoon bang – en ik benbenieuwd hoe u daarnaar kijkt en waarom u dit zo wilt – dat met uwstrengere maatregelen alles onbetaalbaar gaat worden, niet alleen voorbedrijven, maar ook voor de gewone Nederlander die elke dag met zijnauto naar het werk gaat, afhankelijk is van die auto omdat dat de enigemanier is om daar te komen, bijvoorbeeld in de haven waar die werkt. Watgaat u dadelijk zeggen tegen al die mensen die gewoon hard werken in dehaven – waar volgens mij de PvdA vroeger voor opkwam – als diebedrijven straks moeten stoppen omdat het ze qua regelgeving en quakosten over het hoofd groeit? Wij willen het graag betaalbaar houden,maar wat is dan uw antwoord aan die bedrijven en aan die arbeiders?De voorzitter:Het woord is aan de heer Thijssen en mevrouw Van Groningen mag via devoorzitter spreken, alstublieft.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dat is toch wel de wereld op zijn kop. U praat tegen dé partij die het altijdheeft over klimaatrechtvaardigheid en dat betekent dat mensen het meeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1845 moeten maken. Er was niet zo heel erg lang geleden belastingwetgevingdie ervoor zorgde dat er veel meer elektrische auto’s werden verkocht.Waarom? Omdat het financieel gewoon beter was dan een fossiele auto.Wij bepleiten al jaren dat we ervoor moeten zorgen dat leaseauto’sallemaal elektrisch worden. Dat gaat nu inderdaad gebeuren. Dan wetenwe namelijk dat die over vijf tot acht jaar tweedehands worden, waardoorelektrisch rijden veel beter betaalbaar wordt voor iedereen in Nederland.Wij hebben dus uitgebreide transitiepaden naar hoe we komen tot dieklimaatneutrale samenleving, en wij hebben er een heel scherp oog voordat iedereen dat moet kunnen meemaken.Heel belangrijk is daarbij ook dat wij niet alleen klimaatbeleid voeren,maar ook aan inkomenspolitiek doen. Bijvoorbeeld: vijf jaar geledenmaakten bedrijven winst. Nu maken bedrijven meer winst. 30 miljardwinst. 30 miljard extra winst. Wij zeggen: het zijn de Nederlanders die aldat werk verzetten! Als bedrijven heel erg winstgevend worden – en datwas de afgelopen vijf jaar zo: bedrijven maken historische winst, terwijl demensen nog steeds niet verder zijn dan de koopkracht van 2019 – danvinden wij het niet meer dan normaal dat wij zeggen: de lonen moetenomhoog! En die lonen kunnen dus ook omhoog, omdat de bedrijvenverschrikkelijk winstgevend zijn. Als je zorgt dat mensen meer inkomenhebben, meer koopkracht, dan zorg je er ook voor dat, als er een keer ietsis waardoor het klimaatbeleid wat duurder uitvalt voor mensen, ze datkunnen betalen. Zo doen wij dat.De voorzitter:Mevrouw Van Groningen heeft nog een vraag.Mevrouw Van Groningen (VVD):Op het gevaar af dat we hier nu een discussie gaan krijgen over datwerken moet lonen, wat ik uiteraard ook vind, zij het niet op de manierwaarop de PvdA dat wil regelen of GroenLinks-PvdA. Wij denken dat daareen heel andere knop voor is, namelijk de belasting op arbeid. Als we delonen omhoog doen, dan wordt namelijk alles duurder. Maar waar iknaartoe wil: u kunt het hier wel hebben over klimaatrechtvaardigheid,maar volgens mij zijn er heel veel mensen die überhaupt nooit eenelektrische auto kunnen kopen, ook niet met de subsidies die erop zitten.Waar het ons om gaat, is dat we een reëel en realistisch klimaatbeleidhebben. Precies zoals de Staatssecretaris vandaag zei: dat moeten westapje voor stapje, robuust en betrouwbaar doen. Dat is de manier waaropwe in Nederland het klimaatbeleid zouden moeten willen voortzetten enniet door steeds op te toppen of door CO2-taksen of taksen op het vliegenin te voeren. We moeten ervoor zorgen dat die sectoren kunnen verduur-zamen en daarvoor hebben we een handreiking nodig waarmee webedrijven de mogelijkheid bieden om te verduurzamen met niet-complexeregelgeving en een gelijk speelveld. Dat is precies waar wij op inzetten.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ik begrijp werkelijk niets van deze interruptie. Ik snap niet zo goed waaromGroenLinks-PvdA ervoor zou pleiten dat bedrijven of mensen niet kunnenverduurzamen. Als u de lasten op arbeid wilt verlagen, dan is dat prima.Dan vindt u mij aan uw zijde, want dat wil ik ook. Maar ik vind hetonbegrijpelijk, echt onbegrijpelijk, dat de VVD hier de hele tijd de mondvol heeft over de hardwerkende Nederlander, terwijl ze ieder jaar weer30 miljard extra laat wegvloeien naar onnodige winsten van bedrijven. Ditis de grootste sociaal-economische ontwikkeling van de afgelopen vijf jaaren de VVD staat erbij en kijkt ernaar. Als de winsten gelijk zouden zijn aandie uit 2019, dan zou het inkomen van een gezin honderden euro’s permaand hoger zijn. Dat is koopkrachtbeleid, maar de VVD doet niks, wantde VVD vindt het wel prima dat er overwinsten zijn. De prijzen van deafgelopen jaren zijn niet zo hoog geworden door de hogere lonen, maarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1846 vanwege de graaiflatie en de winstflatie. De prijzen stegen en bedrijvenzeggen: ik doe er nog wat extra bovenop, zodat ik extra winst kan maken.Dat zien we allemaal terug in de Miljoenennota van uw Minister vanFinanciën.Voorzitter, ik wil nog één ding zeggen. We kunnen hier wel zeggen dat hethaalbaar en betaalbaar is, maar ik vind ook dat iedereen het mee moetkunnen maken. We kunnen wel degelijk hoge eisen stellen, maar wemoeten er ook oog voor hebben dat de bedrijven het echt voor elkaarkunnen krijgen.De voorzitter:Wilt u afronden, meneer Thijssen?De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Maar er zijn wel planetaire grenzen. Er is een klimaatverandering aan degang, die uit de hand loopt. En daar moet op gehandeld worden als jeNederland ...De voorzitter:Meneer Thijssen, ik wil u vragen om af te ronden.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):... veilig wilt houden. Ik zie dat de VVD gewoon niet thuis geeft.De voorzitter:Ik had twee interrupties per persoon toegestaan in deze tweede termijn. Ikweet niet of de anderen nog interrupties hebben, maar dat ziet er niet naaruit. Daarmee beëindigen we de ... Is de heer Thijssen klaar met zijnbijdrage in de tweede termijn? Excuus.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Helemaal oké. Ik was bijna klaar. Ik had nog één ding. Ik ben blij met demotie van D66 waar ik onder sta om langjarige zekerheid te geven aanbedrijven die hierin willen investeren, want ik denk dat dat nodig is. Jehebt langjarige zekerheid nodig over beleid om de klimaatdoelen te halenen om ervoor te zorgen dat bedrijven weten waar ze aan toe zijn en dieinvesteringen ook echt gaan doen.Dank, voorzitter.De voorzitter:Dank u. Dan kijk ik even naar de rechterkant. De Staatssecretaris wil graagmeteen door.Staatssecretaris Aartsen:Mijn sociaal-economische hart ging net een slag harder kloppen toen wehet over de arbeidsinkomensquote hadden. Toen wilde ik eigenlijk gaanuitleggen ... Nee, voorzitter, dat pad ga ik niet op. Het concept«overwinsten» bestaat niet, zeg ik tegen de heer Thijssen. Bedrijfswinstenzijn investeringen in de toekomst.Dat gezegd hebbende, voorzitter ... Het was een grapje!De voorzitter:Staatssecretaris, ik wil u eventjes onderbreken. Ik wil graag even kortschorsen, omdat we de moties nog uitgereikt krijgen. Ik wil graag eersteven kort schorsen.Staatssecretaris Aartsen:Saved by the bell!De vergadering wordt van 21.45 uur tot 21.52 uur geschorst.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1847 De voorzitter:Oké, we gaan weer verder. Iedereen heeft de moties uitgereikt gekregen.De Staatssecretaris gaat daarop reageren. Tegen de aanwezigen terlinkerzijde: u kunt ook weer vragen stellen aan de Staatssecretaris. Ik stelvoor: twee interrupties en eventueel nog vragen over de appreciaties. Wehebben nog even de tijd. Het woord is aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Aartsen:Dank, voorzitter. Er zijn een paar vragen aan mij gesteld. De VVD vroegmij nog om een toezegging ten aanzien van de verruiming, het pleidooidat wij in Brussel zouden houden over de Annex IX-B-brandstoffen. Wekunnen netjes in een brief de stand van zaken daarvan geven als wedaarover meer te melden hebben.Als het gaat om de vraag over de 11 of 12 petajoule, de waterstofvraag ...De voorzitter:Sorry, ik val u in de rede, maar bij de vorige toezegging moet nog eveneen termijn, de toezegging over op EU-niveau verkennen wat er met deAnnex IX-B-grondstoffen mogelijk is. Wanneer kan die brief komen?Staatssecretaris Aartsen:We zitten even te puzzelen waar we dat doen en hoe we dat vormgeven,maar dat zal rond een Milieuraad zijn. December? Dat is volgens mij deeerste weer. We hebben er twee waarin het er niet over zal gaan. Zet ’mmaar op december.De voorzitter:Dan noteren wij december. Dank u wel.Staatssecretaris Aartsen:Het is ook wel fijn als we iets terug kunnen koppelen in plaats van alleente zeggen dat we ervoor hebben gepleit. Het is ook wel prettig om hetantwoord te weten op dat pleidooi. Als we dat even op december kunnenzetten ...Voor de vraag over de waterstof zou ik even willen doorverwijzen naarmijn collega van KGG. Dat kunnen wij doen. Je hebt gewoon hetgebruikelijke instrumentarium. Het ligt echt op dat terrein.De voorzitter:Daar heb ik ook een vraag over. Mevrouw Van Groningen vroeg of in eenbrief kan worden teruggekoppeld wat de uitkomst is van dat gesprek.Wanneer kan die informatie volgen?Staatssecretaris Aartsen:Wij zullen ’m doorzetten naar KGG. Ik kan niet namens KGG spreken,maar dat zal binnen de gebruikelijke termijn van zes weken zijn.De voorzitter:Oké, dank u wel.Staatssecretaris Aartsen:De heer Boutkan vroeg nog naar de vasthoudendheid op het gebied vanwaterstof en elektrificatie of elektrificatie via waterstof. Hij geeft aan dattransportondernemers aangeven de stap naar elektriciteit of waterstof nogniet te kunnen maken. Dat is precies de reden waarom dit wetsvoorstelvoorligt. Juist met die bijmengverplichting zorg je ervoor dat bedrijven diedie stap nog niet kunnen maken toch een bijdrage kunnen leveren aan hetverduurzamen van Nederland. Je bouwt er juist een prikkel in om dat opeen goede manier in gang te krijgen. Wat dat betreft denk ik dat er weinigverschil zit. De ondernemer die nu die stap nog niet kan maken, heeft juistTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1848 voordeel bij dit wetsvoorstel. Hiermee kunnen we uiteindelijk wel die stapzetten. Je jaagt immers de markten aan en zet verder in op elektrificatie enonze infrastructuur.De heer Thijssen stelde eigenlijk een vergelijkbare vraag: hoe zit het metde elektrificatie van het wagenpark? Ik zie geen tegenstelling binnen ditwetsvoorstel. Nogmaals, de hoofdroute van elektrificatie, van elektrischvervoer op de weg is elektrisch en blijft ook elektrisch. Daar zetten wevolle bak op in. We zien dat mobiliteit het goed doet. Dat vind ik zelf. Ofhet te veel of te weinig is, daar hebben we discussie over. Maar we zijninmiddels met aanvullend beleid gekomen. De pseudo-eindheffing isinmiddels geïntroduceerd in het Belastingplan. Dat is juist bedoeld om deleaserijders te stimuleren. De brandstoffenverplichting, de transitiever-plichting geldt dus ook voor het EV. We rollen de laadinfrastructuur uit enwe hebben de gewichtscorrectie doorgevoerd. We kunnen discussievoeren over of het te veel of te weinig is, maar ik denk dat dit voor nubelangrijk is om de elektrificatie aan te jagen. Dat heeft op dit momentgeen effect op de implementatie van RED III.De voorzitter:Een vraag van de heer Thijssen.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dat denk ik ook niet. Ik denk alleen: als we RED III gaan invoeren, komt ermeer druk te staan op de biodiversiteit en op die biobrandstoffen en danmoeten we die op de allerbeste plek inzetten. De Staatssecretaris noemtnu allemaal maatregelen. Daar wil ik eigenlijk geen discussie over voeren,want daar hebben we een rekenmeester voor die een keer per jaar het netophaalt en zegt dat het goed is of dat het niet goed is. De rekenmeesterzegt: er is minder dan 5% kans om uw eigen doelen te halen voorelektrisch vervoer. Daarom denk ik: het is een mooie set maatregelen,maar er moet nog veel meer bij om de doelen van deze Staatssecretaris tehalen. Deze wet gaat misschien weer meer druk leggen op de bossen, dieme dierbaar zijn, en gaat, als we de verkeerde biomassa gebruiken,misschien niet leiden tot klimaatbescherming. Dan vraag ik aan deStaatssecretaris: luister naar uw eigen rekenmeester en neem extramaatregelen voor elektrisch vervoer. Is de Staatssecretaris daartoebereid?Staatssecretaris Aartsen:We hebben volgens mij nog een commissiedebat over verduurzaming vanhet vervoer. Volgens mij is er morgen – sorry, overmorgen – een Kamer-debat over de KEV met mijn collega van KGG. Daar verwijs ik gemaks-halve maar even naar. Volgens mij zit er in het voorliggende wetsvoorsteljuist een mooie balans, waarbij we aan de voorkant tot 2030 juist diebiobrandstoffen gebruiken voor het wegvervoer, omdat het op ditmoment gewoon verschrikkelijk ingewikkeld is om op korte termijn echtmeters te maken. Daar hebben we ook gewoon marktontwikkeling voornodig. Dan moeten we inzetten op laadinfrastructuur. Dat is niet van deene op de andere dag geregeld. De helft van de mobiliteitsvraag aan CO2komt van dit wetsvoorstel. We hebben het zelfs nog een heel klein beetjeomhoog bijgeschaafd als kleine compensatie voor de brandstofaccijns-korting, die we doortrekken. We hebben ook de rittenregistratie afgeschaftin die zin dat we die van 100 medewerkers hebben verschoven naar250 medewerkers. Dit wetsvoorstel zorgt er dus echt voor dat je dat in diebeginfase creëert. Ik denk dat de zorg van de heer Thijssen onterecht is,omdat na 2030 uiteindelijk ook dit soort biobrandstoffen beschikbaarzullen komen, juist voor de plekken waar het minder snel goed gaat. Danheb je nog de periode van 2030 tot 2050 om die ook daarvoor in te zetten.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1849 Daar zullen we het dan mee moeten doen voor dit debat; daar doe ik hetdan dus ook maar mee. Mij rest alleen nog te zeggen dat hoge winstenzouden kunnen leiden tot meer investeringen, ware het niet dat we ziendat de winsten historisch hoog zijn maar dat de investeringen een beetjeteruglopen. Daarom verbaast het mij zo dat dit kabinet niet iets doet metdie historische winsten, zodat de lonen omhoog kunnen én de investe-ringen aangejaagd kunnen worden. Maar ook dat is misschien voor eenvolgend debat.Staatssecretaris Aartsen:Zeker. En daarom zouden we moeten investeren in het investerings-klimaat om het juist aantrekkelijker te maken voor bedrijven, zodat dieinvesteringen worden aangejaagd. Dit komt vast nog een keer goed bijeen campagnebijeenkomst van kandidaat Thijssen en kandidaat Aartsen.Ik kijk daarnaar uit.De voorzitter:Gaat u verder.Staatssecretaris Aartsen:De heer Thijssen had nog een aantal vragen gesteld over de zorgenrondom fraude. Het is goed om uiteen te zetten dat we gaan starten metdie Uniedatabank. Die gaat ook echt streng toezien op die duurzamekenmerken. Dat doen we via zo’n blockchainconstructie. Daarnaast zijn erprivate schema’s die op dit moment al druk bezig zijn om te verbeteren.Boven op die private schema’s hebben we dus het pleidooi om in deEuropese Unie in te zetten op publiek toezicht. Daarnaast verwachten weeind dit jaar ook nog een maatregelenpakket van de Europese Unie om tekijken hoe we dit doen. We hebben al aangeboden om mee te werken indie publieke toezichtsfunctie. Daarnaast trekken we samen met Duitslanden Frankrijk op om er in de Europese Raad voor te zorgen dat we hier ookeen bijdrage aan leveren. Juist de eerder door mij genoemde duurzaam-heidsschema’s, waar we dus ook publiek toezicht op willen gaantoepassen, borgen ook de toenemende vraag, zodat die vraag niettoeneemt naar ontbossing. Ook de door de heer Thijssen aangehaaldeILUC-regels – hij kende de afkorting wel – zorgen daarvoor. Ook daar heeftde Europese Commissie nu aandacht voor.De heer Pierik vroeg: hoe denkt de Staatssecretaris de zeevaart op bio-lngte krijgen als de massabalans niet wordt ingevoerd? We zouden graagwillen dat de zeevaart de overstap maakt naar fysieke bio-lng. De zeevaartkan direct uit groen gas geproduceerde bio-lng inzetten; dan hebben wehet over lbm ofwel liquid biomethane. En naast bio-lng kan de zeevaartook voldoen met bijvoorbeeld biomethanol of i-methanol, FAME ofHVO100. De Europese regels staan op dit moment niet toe dat massa-balans wordt gebruikt voor bio-lng via het gasnet. En wat ik al zei: aan heteinde van het jaar komt er een uitvoeringsverordening uit de EuropeseCommissie.Dan de moties, voorzitter. De eerste motie, die op stuk nr. 10, ga ik oordeelKamer geven, met dien verstande dat ik nog wel graag ruimte zou willenhouden om te kijken hoe we dat per sector doen; dus of we het voor allesectoren doen of dat het voor sommige sectoren toch verstandig is omeen andere termijn dan 2040 te nemen, en dat we ook goed kunnen kijkennaar de doelen die we daaraan plakken per jaartal. Dat doe ik dan bij dieverkenning.De motie op stuk nr. 11 gaat over het subdoel. Die kan ik oordeel Kamergeven, als het dictum ietwat wordt aangepast, namelijk dat het subdoelmet 2 wordt opgehoogd. Dat was ook zo in het debat dat ik met mevrouwVan Groningen had. In die raffinageroute ervoor zorgen dat we binnen hethuidige doel 2 puur en alleen gebruiken voor direct gebruik van groenewaterstof, dat kan niet. Ik heb dat eerder uitgelegd. Maar als je hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1850 erbovenop zou zetten, dan kan het wel. Dus het verzoek is om ’m aan tepassen, zodat je het subdoel ophoogt. Dan kan ik ’m oordeel Kamergeven. Als dat niet zo is, moet ik ’m helaas ontraden.De voorzitter:Mevrouw Van Groningen heeft daar een vraag over.Mevrouw Van Groningen (VVD):Ja, voorzitter, en anders ook misschien meer iets van de orde. Ik bengewoon benieuwd hoe het werkt. Volgens mij heeft u een toezegginggedaan op die 2 petajoule erbovenop, dus is dat eigenlijk al geregeld. Dusik ben meer benieuwd naar hoe dit nou gewogen wordt als er zo’n motieligt. Het is meer dat ik het proces dan niet begrijp. In Rotterdam werkt datanders: daar dien je dat dan niet per motie in, want er is al een toezegginggedaan en dat staat gelijk aan een motie. Dus ik ben nu even benieuwdnaar hoe dit, gewoon procedureel, in elkaar zit. Vervangt die toezeggingdie motie?Staatssecretaris Aartsen:Ik ben voornemens om het te gaan doen. Ik ben voornemens om hetbesluit te nemen. Het staat de Kamer altijd vrij om dat voornemen krachtbij te zetten met een motie, maar het is in principe niet nodig om dan eenmotie in te dienen omdat ik al had toegezegd om dit te gaan doen.De voorzitter:Ik begrijp dat u daarmee eigenlijk zegt dat ze overbodig is geworden.Staatssecretaris Aartsen:Nou, ik was in een coulante bui vandaag, dus ik dacht ... Ik wil ’m ookoverbodig geven, maar dan doe ik misschien de heer Pierik weer onrecht.Volgens mij willen we allemaal hetzelfde.De voorzitter:Oké, daar wordt nog nader over gesproken.Staatssecretaris Aartsen:Maar ze moet dan wel nog even worden aangepast; dat zeg ik wel tegende heer Pierik.De heer Pierik (BBB):Ik zal er even over nadenken of ik ’m inderdaad ga aanpassen. Maar hetverhaal is nu in ieder geval wel duidelijk. Ik bedoel, aangepast zou zeoordeel Kamer krijgen en anders niet. Ik moet nog even kijken wat ikdaarmee doe.De voorzitter:Dank u wel, meneer Pierik.Staatssecretaris Aartsen:Voor nu zet ik ’m even op overbodig, omdat ik al een toezegging hebgedaan. Mocht ze worden aangepast, dan verandert het oordeel naar:oordeel Kamer.De voorzitter:Ik begreep dat als ze aangepast wordt, ze dan nog steeds overbodig is.Maar dit is dan ...Staatssecretaris Aartsen:Zeg maar hoe u het wil, voorzitter. We gaan het doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1851 De voorzitter:Gaat u maar verder. Ik kijk even naar de heer Pierik.De heer Pierik (BBB):Ik wil ’m voorlopig even aanhouden, inderdaad. Ik wil nog even kijken ofik dit op deze manier invul of toch het dictum ga aanpassen.De voorzitter:Op verzoek van de heer Pierik stel ik voor zijn motie (36 766, nr. 11) aan tehouden.Daartoe wordt besloten.De voorzitter:Oké, hartelijk dank. Gaat u verder, Staatssecretaris.Staatssecretaris Aartsen:Dan de derde motie, die op stuk nr. 12, om de investeringszekerheid inieder geval tot 2035 te behouden. Die kan ik ook oordeel Kamer geven,met hetzelfde verhaal als voor de heer Bamenga: we zijn voornemens omdit te doen, maar moeten alleen echt even goed kijken per sector welkdoel en welk jaartal daarbij hoort.De motie op stuk nr. 13: de jaarlijkse evaluatie. Ook die kan ik oordeelKamer geven, omdat we dat graag doen. Juist bij dit soort wetgeving ishet gewoon belangrijk om een goed beeld te hebben van wat debuurlanden doen, wat de effecten vervolgens zijn op de industrie, op debedrijven, en dat we daar dan ook goed rekening mee kunnen houden.Het is vanzelfsprekend en logisch om dat jaarlijks te doen.Dan de motie op stuk nr. 14. Kijk, wat hier eigenlijk staat is: kabinet, hou uaan de wet. Er is namelijk een Europese richtlijn. Als die zegt dat iets mag,dan mag dat en dan houden wij ons daar ook netjes aan. Anders krijgenwe een infractieprocedure aan onze broek. Dus als de EuropeseCommissie oordeelt dat het mag, dan mag het hier ook automatisch endan gaan we dat gewoon netjes op die manier organiseren. Mijn punt isnou juist dat het hier natuurlijk wel om hernieuwbare brandstoffen gaat.Dat zit ’m in dat artikel 3 dat mevrouw Van Groningen noemde. Er isdiscussie over of bio-lng nou onder biobrandstoffen valt of onderhernieuwbare brandstoffen. Daar zit namelijk een interpretatieverschil in.Daarom stellen wij ons op het standpunt dat het niet mogelijk is en dat weeinde van dit jaar een uitvoeringsverordening krijgen van de EuropeseCommissie die ook zal zeggen dat het niet mogelijk is. Nogmaals, als derichtlijn zo uitgelegd moet worden dat het wel mogelijk is, dan zullen wedat in Nederland gewoon aanpassen, want dan volgen we de Europeserichtlijn. Wat dat betreft is deze motie eigenlijk overbodig. Dat oordeel wilik ’m dan ook geven. Hier staat namelijk «verzoekt de regering om de wette volgen of om uitvoering te geven aan de Europese richtlijnen», maardat doen we altijd. In the end zijn we het eens: als Brussel zegt dat hetmag, dan doen we dat. Alleen, onze inschatting is dat het op dit momentniet mag en dat Brussel ook zal zeggen dat het niet mag.De voorzitter:Ik kijk even naar de indiener, omdat ik begrijp dat de motie overbodigkrijgt als appreciatie. Wat zou mevrouw Van Groningen daarmee willen?Mevrouw Van Groningen (VVD):Waar het ons natuurlijk om gaat, is dat we de sector niet onnodig willenlaten wachten. Er zit voor ons dus een bepaalde, laat ik zeggen, haastachter, om het, zodra het kan, zo snel mogelijk te doen, en dat te commu-niceren, zowel aan de sector als aan ons als Kamer. Dus ik ga nog eenkeertje bekijken in hoeverre we het dictum nog kunnen aanpassen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1852 Hetgeen u aan ons heeft meegegeven, is natuurlijk geen toezegging.Daarom dacht ik: ik wil dat eigenlijk bekrachtigen met de motie, die zorgtdat we dit gewoon wel gaan regelen zodra het kan.Staatssecretaris Aartsen:Ik wil best toezeggen dat wij, één, op het moment dat we de uitvoerings-verordening hebben gekregen die direct uw kant op sturen en, twee, alsuit die verordening blijkt dat het wel is toegestaan, we dan de wetaanpassen. Wij volgen de wet. Dat is ons hele punt. We zullen dus volgenwat er uit Brussel komt.De voorzitter:U kunt de motie gewoon in stemming laten brengen, maar u kunt die ookaanhouden of intrekken.Mevrouw Van Groningen (VVD):Als er gewoon een harde toezegging ligt en dit per brief naar ons alsKamer komt, dan vind ik dat prima. Het gaat ons er gewoon om dat we diezekerheid bieden aan de sector dat bio-lng gewoon is toegestaan als datmag. Dan denk ik dus dat ik de motie voor nu beter kan intrekken dan datik die ga indienen.De voorzitter:Oké. Hartelijk dank voor deze reactie en opheldering. Dat waren volgensmij de moties.Dan is er een lijstje toezeggingen dat ik graag even met u allen doorloop.−De Kamer wordt begin ’26 geïnformeerd over de verkenning over demogelijkheden om een tussendoel per sector vast te stellen na 2030.Dat is een toezegging aan meerdere leden.−Eind oktober ontvangt de Kamer een afschrift van het besluit dat2 petajoule als subdoel wordt gesteld voor direct use van groenewaterstof, boven op het reeds vastgestelde aantal petajoules.−De Kamer ontvangt een analyse van waarom de invoering van eenmassabalans voor bio-lng onwenselijk is. Dat is een toezegging aan deheer Boutkan.−De Kamer zal eind dit jaar worden geïnformeerd over het oordeel vande Europese Commissie of een massabalans is toegestaan.Dat hoort daarbij. Ik kijk even naar de Staatssecretaris.Staatssecretaris Aartsen:Dan ga ik dus op papier zetten wat ik zojuist heb gezegd. Ik weet niet ofdat nuttig is. Volgens mij betrof het misverstand zojuist de massabalans.Dit ging trouwens over GvO. Maar als de heer Boutkan erin persisteert omdit te houden, dan sturen we dat. Alleen, ik denk dat we dan metwerkverschaffing bezig zijn met elkaar.De voorzitter:De vraag aan de heer Boutkan is of hij dit met de informatie die daarna isgewisseld, wellicht anders is gaan zien.De heer Boutkan (PVV):Nou, ik ben het niet anders gaan zien, want de conclusie is dat er geenonderbouwende analyse is uitgevoerd voordat de Staatssecretaris metdeze antwoorden kwam. Maar ik zit hier ook niet in het kader van dewerkverschaffing, dus laat maar.De voorzitter:Oké, dan strepen we deze door.Dan komen we bij de volgende toezegging:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1853 −De Kamer wordt in december geïnformeerd over de inspanningen vande Staatssecretaris om op EU-niveau te verkennen of een uitzonderingvoor het toestaan van Annex IX-B-grondstoffen mogelijk is. Dit is eentoezegging aan Pierik en Van Groningen.Tot slot.−De Kamer wordt binnen zes weken geïnformeerd, nadat de Staatsse-cretaris bij zijn collega van KGG heeft nagevraagd hoe zij denkt overhet doel van 11 tot 12 petajoule voor groene waterstof. Dit is eentoezegging aan Van Groningen.Dit leidt nog tot een aanvullende vraag van mevrouw Van Groningen.Mevrouw Van Groningen (VVD):Het is gewoon meer dat ik nog even een beetje moet wennen aan deprocessen hier, maar mag ik de motie toch nog aanhouden in plaats vanintrekken? Wellicht is er namelijk nog iets anders waarmee we het beterkunnen regelen, maar dat doe ik dan liever even in overleg.De voorzitter:Zeker. Dan houden we ’m aan.Op verzoek van mevrouw Van Groningen stel ik voor haar motie (36 766,nr. 14) aan te houden.Daartoe wordt besloten.De voorzitter:Voordat wij gaan afronden, zeg ik nog dat we aanstaande donderdag gaanstemmen over de ingediende moties, de twee amendementen en hetwetsvoorstel. Daarmee ronden we voor dit moment af. Ik dank u allen inde zaal, de mensen die online hebben meegekeken, de Staatssecretarismet ondersteuning, de Kamerleden en natuurlijk de griffie en de onder-steuning voor alle hulp om dit mogelijk te maken vanavond. Tot devolgende keer! Ik sluit de vergadering.Sluiting 22.13 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 766, nr. 1854

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 71ecbad5c2deaea4

14 okt 2026 · c3c29e96b9955ff5

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.