KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verslag Eurogroep en Ecofinraad van 11 en 12 juni 2026

29 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie d671ede9f0f269b2 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-07Raad voor Economische en Financiële ZakenNr. 2199 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 29 juni 2026Hierbij ontvangt u het verslag van de Eurogroep en de Ecofinraad van11 en 12 juni in Luxemburg, evenals de verslagen van de jaarvergaderingvan de Raad van Gouverneurs van het Europees Stabiliteitsmechanismeen de Europese Investeringsbank die tevens op deze dagen plaatsvonden.In het verslag geef ik tevens opvolging aan een drietal toezeggingen die ikaan uw Kamer heb gedaan tijdens het Commissiedebat Eurogroep/Ecofinraad van 9 juni jl. Het lid van der Maas verzocht om een tijdslijn teschetsen van de ontwikkelingen op het kapitaalmarktenunie-dossier entoezichtcentralisatie. Het lid Bushoff verzocht om meer informatie teverschaffen over de risico’s rond privaat krediet en de initiatieven om dezerisico’s te adresseren zowel op nationaal als Europees niveau. Het lid VanDijck verzocht de gevolgen van centraal toezicht voor nationale toezicht-houders aan de Kamer te rapporteren op het moment dat daar meer overbekend is. In het verslag ga ik op deze verzoeken in.Daarnaast ga ik in het verslag in op de voortgang van de onderhande-lingen van drie Europese trajecten, te weten de verordening betreffendeinformatieverschaffing over duurzaamheid in de financiële dienstensector(Sustainable Finance Disclosure Regulation, SFDR), het pakket retailbe-leggen (Retail Investment Strategy, RIS) en de herziening van de veror-dening van het pan-Europees persoonlijk pensioenproduct (PEPP).De Minister van Financiën,E. Heinen kst-21501-07-2199ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21991 Verslag Eurogroep en Ecofinraad 11 en 12 juni 2026 Dit verslag is inclusief de verslagen van de Raad van GouverneursEuropees Stabiliteitsmechanisme en de Raad van Gouverneurs van deEuropese Investeringsbank.Raad van Gouverneurs Europees Stabiliteitsmechanisme jaarvergaderingOp 11 juni jl. vond de jaarvergadering van de Raad van Gouverneurs vanhet Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) plaats in Luxemburg. Tijdensde vergadering heeft de Raad van Gouverneurs het jaarverslag over hetjaar 20251 inclusief de financiële rekeningen over 2025 goedgekeurd. Hetjaarverslag van het ESM bevat een beschrijving van de activiteiten van deinstelling in 2025 en de jaarrekening van het betreffende jaar. Zoals invoorgaande jaren is een analyse opgenomen over de economischesituatie in het eurogebied, met speciale aandacht voor de landen diefinanciële steun ontvingen (Ierland, Griekenland, Spanje, Cyprus,Portugal). De uitstaande leningen van het ESM aan eurolanden bedroegeneind 2025 72,6 miljard euro, ten opzichte van 77,9 miljard euro in 2024. Ditbedrag is in 2025 gedaald met 5,3 miljard euro. Deze daling komt doorterugbetalingen van Cyprus (0,4 miljard euro) en Spanje (4,6 miljard euro),en een vroege aflossing door Griekenland (0,4 miljard euro). De huidigeuitleencapaciteit is gestegen naar 432 miljard euro.Het ESM heeft in 2025 een positief resultaat behaald met een totalenettowinst van 1,97 miljard euro. Het ESM heeft jaarlijks netto-inkomstendoor de marge die de landen op hun leningen aan ESM betalen boven opde financieringskosten van het ESM. Daarnaast belegt het ESM een deelvan het ingelegde kapitaal in veilige en liquide activa. Het hogere resultaatover 2025 is voornamelijk het gevolg van het resultaat op de investe-ringen verricht met het ingelegde kapitaal en het reservefonds. De Raadvan Gouverneurs stemde in met een toevoeging van 2,6 miljoen euro vande 1,97 miljard euro winst aan het fonds voor het nieuwe ESM-gebouw.Dit is in lijn met de in 2023 gewijzigde financieringswijze van het nieuweESM-gebouw. Het resterende resultaat van 2025 van 1,967 miljoen euro istijdens de jaarvergadering door de Raad van Gouverneurs gealloceerdaan het reservefonds, in lijn met artikel 24(2) van het ESM-verdrag.Daarnaast stemde de Raad in met de verlenging van het mandaat vanKPMG als externe accountant van het ESM.Het tweede onderwerp op de agenda betrof een gedachtewisseling overmondiale economische en financiële uitdagingen met een introductiedoor het IMF. Het IMF en het ESM zijn samen goed voor 40% van hetmondiale financiële vangnet. Het IMF gaf een toelichting bij de uitda-gingen waarvoor zij de EU gesteld ziet, waaronder de kwetsbaarheid alsgevolg van afhankelijkheid van fossiele energie uit derde landen, deuitdagingen van AI voor cybersecurity en de digitalisering van geld.Als laatste werden zonder discussie de voorgestelde wijzigingen van deESM-prijsstellingsrichtsnoer door de Raad van Gouverneurs goedgekeurd.Deze wijzigingen zijn toegelicht in de geannoteerde agenda voor deEurogroep en Ecofinraad van 11 en 12 juni.21Het ESM jaarverslag, de financiële rekeningen en het jaarverslag van auditcomité zijn in te zienvia de volgende webpagina: 2025 ESM Annual Report | European Stability Mechanism. Dejaarrekeningen komen beschikbaar op deze webpagina: EFSF | European Stability Mechanism.2Zie de geannoteerde agenda voor de Eurogroep en Ecofinraad in juni.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21992 Eurogroep in regulier formatMacro-economische en begrotingsontwikkelingen in de eurozoneTijdens de Eurogroep stond als eerste een gedachtewisseling over derecente macro-economische ontwikkelingen centraal, mede op basis vande lenteraming van de Europese Commissie van mei 2026. De Commissieverwacht voor 2026 een economische groei van 1,1% voor de EU en 0,9%voor de eurozone. Daarmee is de raming met 0,3% neerwaarts bijgesteld.Voor 2027 zijn de groeiramingen respectievelijk 1,4% en 1,2%. DeCommissie lichtte toe dat de inflatie is geraamd op 3,2% in 2026 en 2,5%in 2027.De Ministers van Financiën bespraken vervolgens de mededeling van deCommissie dat lidstaten de bestaande nationale ontsnappingsclausulebinnen het Stabiliteits- en Groeipact ook zouden kunnen benutten voormaatregelen ten behoeve van energieonafhankelijkheid. Een aantallidstaten, waaronder Nederland, waarschuwde voor de risico’s van hettoepassen van deze clausule, zoals het verzwakken van de geloofwaar-digheid van de Europese begrotingsregels, het verder uitstellen vanmoeilijke maar onvermijdelijke budgettaire keuzes, en verdringing vandefensie-uitgaven. Enkele landen spraken steun uit voor de mededelingvan de Commissie.IMF-review van eurozone-beleidDe Managing Director van het IMF, Kristalina Georgieva, presenteerde debevindingen uit de IMF Artikel IV-missie naar de eurozone. Het IMF zieteen onzekere internationale context: de oorlog in het Midden-Oosten ende langdurige oorlog in Oekraïne drukken hun stempel op de econo-mische vooruitzichten. Het IMF raamt een lagere economische groei enconstateert dat het begrotingsbeleid onder druk staat als gevolg vanvertragende economische groei en beleidsmaatregelen van overheden.Het IMF acht het gegeven de hoge schuldenpositie in de EU nodig datfinanciële steunmaatregelen tijdelijk moeten zijn en gericht op kwetsbarehuishoudens.Verder adviseerde het IMF te blijven inzetten op verduurzaming. Het fondsbecijfert dat de kosten van de huidige energieschok 12% hoger zouhebben gelegen als er in de afgelopen jaren niet was ingezet ophernieuwbare energiebronnen. Zowel het IMF, de Europese Centrale Bank(ECB) als de Europese Commissie zien kansen om de groei te onder-steunen in het versterken van de interne markt, kapitaalmarkt en debankenunie. Het IMF noemt in het bijzonder ook het voorstel voor een 28eregime als een stap in de goede richting. Tot slot signaleerden het IMF ende Europese Commissie risico’s voor de financiële stabiliteit als gevolgvan het groeiende aandeel van non-bancaire financiering.Eurogroep in inclusief formatEconomische- en energieveiligheid in de EUHet IMF gaf een toelichting bij de economische- en energieveiligheid in deEU. Dit onderwerp werd door het IMF nadrukkelijk geplaatst in de contextvan de geopolitieke actualiteit, met name de situatie in het Midden-Oosten. In de discussie die volgde op de presentatie was er consensus datde Europese Unie afhankelijk is van buitenlandse fossiele energie.Daarnaast onderstreepten meerdere lidstaten het belang van hetverbeteren van de interconnectiviteit van de energie-infrastructuur voorleveringszekerheid. Een enkele lidstaat benoemde het belang vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21993 voorspelbare koolstofprijzen via het Europees Emissiehandelssyteem. Totslot benadrukte het IMF de noodzaak voor een geïntegreerd energieplanen langdurige stabiliteit om private investeerders aan te trekken.Technologische soevereiniteitDe Eurogroep sprak over het thema technologische soevereiniteit naaraanleiding van een presentatie van hoogleraar David Eaves (UniversityCollege London). De discussie die volgde spitste zich toe op afhankelijk-heden in het licht van marktdominantie van een beperkt aantalaanbieders. In de presentatie werd gewezen op het belang van het creërenvan strategisch eigenaarschap over kritische digitale infrastructuren enstandaardisatie.Raad van Gouverneurs Europese Investeringsbank jaarvergaderingDe voorzitter van de Europese Investeringsbank (EIB), Nadia Calviño,lichtte aan de Ministers toe dat de EIB haar doelstellingen voor 2025 metinvesteringen van € 100 miljard heeft overtroffen en op koers is om dit teherhalen in 2026, waarbij de financiële stabiliteit van de bank gewaar-borgd blijft. De EIB vervult een sleutelrol in onder meer energienetten– waarbij de bank betrokken is bij meer dan de helft van dergelijkeprojecten binnen de EU – duurzame energie en innovatieprogramma’s.Daarnaast stimuleert de EIB private investeringen, onder andere viadurfkapitaal. Voorts gaf voorzitter Calviño aan dat de EIB financieringenop het gebied van defensie, sociale infrastructuur en cohesieprojectenbinnen de EU ondersteunt. Buiten de EU heeft de EIB speciale aandachtvoor Oekraïne en de Westelijke Balkan.Voor de komende jaren zet de EIB in op verdere opschaling van investe-ringen, onder andere in AI, kritieke grondstoffen, energie-autonomie enveilige infrastructuur. Om deze ambities mogelijk te maken, zijn volgensde EIB garanties vanuit het nieuwe Meerjarig Financieel Kader (MFK)essentieel. Door een hefboomwerking levert iedere euro aan garantieka-pitaal vijftien euro aan onder andere privaat kapitaal op, waarmee de EIBeen zeer efficiënte bijdrage kan leveren aan de realisatie van Europesedoelstellingen.De lidstaten hadden in hun interventies aandacht voor energie-autonomie,defensie, innovatie, concurrentievermogen en het mobiliseren van privaatkapitaal. Daarbij werd het belang van de rol van de EIB als sleutelinves-teerder voor energie, klimaat en technologische innovatie benadrukt,evenals de noodzaak om meer risico te nemen en extra impact terealiseren. Lidstaten hadden speciale aandacht voor defensie-infrastructuur, toeleveringsketens en het defensie-mkb. Een aantallidstaten, waaronder Nederland, vroeg expliciet om te blijven verkennenof de EIB wapens en munitie kan financieren, terwijl de AAA-rating van debank gewaarborgd blijft.Veel lidstaten vroegen voorts om focus op projecten met hogeretoegevoegde waarde binnen de EU. Buiten de EU dient de EIB bijzondereaandacht te geven aan investeringen in Oekraïne en andere buurlanden.Ook werden onderwerpen als digitale transformatie, venture capital,gender en klimaat, en goede governance regelmatig genoemd.Nederland heeft aangegeven dat de EIB meer kan doen op het gebied vanconcurrentievermogen, met name via het ETCI 2.0-programma eninvesteringen in defensie. Daarnaast wees Nederland op het feit dat deactiviteiten buiten de EU, via EIB Global, momenteel verlieslatend zijn.Hierdoor worden activiteiten buiten de EU de facto gesubsidieerd door deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21994 winsten van de activiteiten binnen de EU. Buiten de EU moet een sterkerefocus komen op strategische prioriteiten van de EU, zoals Oekraïne enkritieke grondstoffen. De EIB moet wat Nederland betreft scherper kiezenen zich richten op projecten met hoge impact en additionaliteit. Ditbetekent ook dat activiteiten met lagere additionaliteit beperkt moetenworden.Het Audit Comité gaf aan dat de bank financieel in een uitstekende positieverkeert en dat er goede voortgang is geboekt op het three lines ofdefence-model. De Ministers keurden de jaarverslagen en de rapportenvan het Audit Comité en het Review and Evaluation Process (REP) goed.De EIB Groep, bestaande uit de Europese Investeringsbank en hetEuropees Investeringsfonds (EIF) investeerde in 2.025 EUR 100 mld.,waarvan EUR 91 mld. binnen de EU. In totaal werd er voor EUR 4,1 mld.geïnvesteerd in Nederland, in projecten o.a. op het gebied van innovatie,ziekenhuizen, energienetten, defensie, veiligheid en het mkb. Dit wasaanzienlijk meer dan in 2024, toen er voor EUR 3,1 mld. door de EIB Groepgeïnvesteerd werd in Nederland.EcofinraadVerordening betreffende de uitbreiding van de reikwijdte van hetCBAM met downstreamgoederen en anti-ontwijkingsmaatregelenDe Ecofinraad heeft een algemene oriëntatie vastgesteld over deVerordening betreffende de uitbreiding van de reikwijdte van het CarbonBorder Adjustment Mechanism (hierna: CBAM) met downstreamgoederenen betreffende anti-ontwijkingsmaatregelen en elektriciteit. Het kabinetverwelkomt het akkoord in de Raad en is positief over de uitbreiding vande reikwijdte van het CBAM, de introductie van betereanti-ontwijkingsmaatregelen, de aangepaste regels rond elektriciteit enenkele operationele verbeteringen.De Nederlandse inzet tijdens de onderhandelingen was gericht op behoudvan de balans tussen klimaatambitie enerzijds en het voorkomen vanmogelijke marktverstoring anderzijds, evenals de handhaafbaarheid en deuitvoerbaarheid voor bedrijven en overheden. Naar aanleiding van hetNederlandse non-paper over simplified and robust global default values iseen vereenvoudiging van standaardwaarden voor complexe downstream-goederen opgenomen.3 Dit verlaagt de administratieve lasten voorimporteurs. Ook is de verwijzing naar internationale kredieten verwijderd.Dit is belangrijk, omdat internationale kredieten geen rol spelen in het ETSen een gelijke behandeling van installaties binnen en buiten de EU vanbelang is voor een gelijk speelveld.Het kabinet had de voorkeur gegeven aan een beperkte en meer stapsge-wijze uitbreiding van het aantal downstreamgoederen, maar kan zichvinden in de extra toevoegingen omdat deze gebaseerd zijn op objectievecriteria. Ook had het kabinet liever gezien dat de noodmaatregel waarmeede Commissie een goed van het CBAM kan uitzonderen (artikel 27a)geschrapt zou worden. Het werd duidelijk dat hier geen gekwalificeerdemeerderheid voor was en daarom heeft het kabinet ingezet op strengerevoorwaarden voor het toepassen van de noodmaatregel. Hierdoor is hetnu lastiger om goederen daadwerkelijk uit te zonderen.3Het non paper is als bijlage toegevoegd aan Kamerstukken II, 2025–2026, 22 112, nr. 4341.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21995 Het Europees Parlement neemt waarschijnlijk in september een positie in.Hierna kunnen de trilogen beginnen, met het oog op een akkoord voor heteinde van 2026.Spaar- en Investeringsunie: kapitaalmarktintegratie- en toezicht-centralisatiepakketDe Ecofinraad sprak, na een uitgebreide bespreking op 5 mei jl., wederomover de lopende onderhandelingen over het kapitaalmarktintegratie- entoezichtcentralisatiepakket. Hiertoe lag een aantal discussievragen van hetvoorzitterschap voor over de reikwijdte van het directe toezicht door deEuropese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA), hervorming van debestuursstructuur (governance) en betrokkenheid van de nationaletoezichthouders bij de uitvoering van het toezicht.4 De Commissie riep optot snelheid en ambitie om de gedeelde doelstellingen voor het ontwik-kelen van de Europese kapitaalmarkt te behalen.Nederland benadrukte, samen met Frankrijk, Italië, Duitsland, Spanje enPolen, dat de gezamenlijke inbreng van de E6 op dit punt gezien moetworden als een bijdrage om de onderhandelingen tussen 27 landen in deRaad te faciliteren. De lidstaten spraken, op een enkele lidstaat na, steunuit voor centralisatie van het toezicht bij ESMA op significante, grensover-schrijdend opererende handelsplatformen, centrale tegenpartijen encentrale effectenbewaarinstellingen. De wijze waarop significantie wordtbepaald, en daarmee de reikwijdte van marktpartijen die onderESMA-toezicht komen te vallen, is nog onderdeel van de discussie. Eendeel van de lidstaten, waaronder Nederland, steunde hierbij de significan-tiecriteria uit het Commissievoorstel, terwijl een ander deel de groepscri-teria wilde verwijderen of zodanig wil aanpassen dat een kleine, nietsignificante entiteit binnen een groep onder nationaal toezicht blijftvallen.5 Wat betreft cryptoactivadienstverleners (CASPs) was er bredesteun om enkel het toezicht op significante marktpartijen naar ESMA overte hevelen, in plaats van alle CASPs zoals door de Commissie is voorge-steld.Over de bestuursstructuur van ESMA verschilden de lidstaten van meningwat betreft de mate van invloed van nationale toezichthouders via de rolvan de raad van toezichthouders ten opzichte van het uitvoerend bestuur.6Een aantal lidstaten stelde dat de raad van toezichthouders een belang-rijkere en meer doorslaggevende rol moet krijgen dan in het Commissie-voorstel. Evenals Nederland pleitten andere landen er juist voor dat hetuitvoerend bestuur slagvaardig moet kunnen handelen, zeker waar hetdirecte toezichtstaken betreft. Enkele andere lidstaten stuurden aan opverkenning van alternatieve modellen, zoals colleges en gezamenlijketoezichtteams zoals ook bij het bankentoezicht binnen het SSM (SingleSupervisory Mechanism) gangbaar is. Hierover schetste de Commissiedat dit naar eigen inschatting 40% duurder is voor de sector dan hetCommissievoorstel en ook tot extra kosten voor nationale toezichthoudersleidt. Tot slot wenste een kleine groep lidstaten, met name landen met een4De oriënterende nota van het voorzitterschap is raadpleegbaar via: https://data.consilium.Europa.eu/doc/document/ST-9891–2026-INIT/en/pdf5Om dubbel toezicht te voorkomen bevat het Commissievoorstel de verplichting dat alleentiteiten in een groep onder ESMA-toezicht komen te vallen, zodra één van die entiteitengroot of belangrijk genoeg is om onder ESMA toezicht te vallen.6Het bestuur van toezichthouders bestaat uit vertegenwoordigers van de 27 nationale toezicht-houders, waaronder de AFM. Het nieuw op te richten uitvoerend bestuur bestaat uit eenvoorzitter en vijf onafhankelijke leden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21996 kleinere kapitaalmarkt, een herziening van de verdeelsleutel van financiëlebijdragen van nationale toezichthouders aan het budget van ESMA.7Economische en financiële impact van de Russische agressietegen OekraïneDe Commissie gaf een stand van zaken van de voortgang van de UkraineSupport Loan (steunlening voor Oekraïne). De Memorandum of Under-standing voor de Macro-Financiële Bijstand is van kracht. Later dezemaand zal de eerste uitbetaling van 3,2 miljard euro uit dit steunin-strument worden gedaan. De Commissie blikte vooruit op het jaar 2027 engaf aan te verwachten dat de financiële noden in 2027 hoger zullen zijndan eerder geschat.Daarna ging de Commissie kort in op de stand van de Russischeeconomie. De verwachte economische groei in 2026 is 1,3% en in 20271,1% volgens schattingen van het IMF. Rusland heeft dit jaar eenbegrotingstekort van 2,2% van het bbp en had daarnaast in de afgelopen 4maanden het grootste begrotingstekort sinds de afgelopen 10 jaar. Ondermeer als gevolg van hoge leenkosten staat de Russische economie erzwak voor. Daarop aansluitend riep de Commissie de Raad op het eerdergepresenteerde sanctiepakket zo snel mogelijk te behandelen. Verschil-lende lidstaten brachten in dat de situatie in het Midden-Oosten niet totafzwakking van de sancties richting Rusland mag leiden, dat er moetworden gehandeld tegen sanctieontwijking, en dat versteviging van desancties in het domein van handel nodig is. Enkele lidstaten onder-streepten het belang van conditionaliteiten en hervormingen voor steunen het belang van samenwerking met internationale partners.Herstel- en VeerkrachtfaciliteitDe Ecofinraad stond stil bij de stand van zaken van de Herstel- enVeerkrachtfaciliteit (HVF). De Raad stemde in met het voorstel totaanpassing van het uitvoeringsbesluit van de Raad voor de wijziging vanhet Herstel- en Veerkrachtplan van Slowakije, Spanje, Polen, Portugal enBelgië.Europees Semester 2026 (lentepakket)De Commissie presenteerde de onderdelen van het lentepakket in lijn metde nazending van de geannoteerde agenda. De Commissie stond stil bijde mededeling van de Commissie dat lidstaten de bestaande nationaleontsnappingsclausule ook zouden kunnen benutten voor maatregelen tenaanzien van energieonafhankelijkheid.Een aantal lidstaten, waaronder Nederland, spraken (wederom, na deeerdere discussie in de Eurogroep) zorgen uit over de risico’s voor degeloofwaardigheid van het begrotingsraamwerk, de schuldhoudbaarheiden verdringen van defensie-uitgaven. Enkele lidstaten namen een anderepositie in en beargumenteerde geen risico’s te zien voor de schuldhoud-baarheid, omdat de ruimte begrensd blijft in omvang (op 1,5 procent bbp)en tijd (tot 2028). Een tweede onderwerp dat naar voren kwam uit deinterventies van een aantal Ministers betrof de relatie tussen de landspeci-fieke aanbevelingen en het voorstel voor een nieuw meerjarig financieelkader (MFK). Enkele lidstaten sprak zich kritisch uit over het Commissie-voorstel voor het nieuwe MFK waarbij een deel van ontvangsten uit7Momenteel is de verdeelsleutel van de contributies van nationale toezichthouders aan hetESMA budget (die gezamenlijk 60% voor hun rekening nemen), gebaseerd op bevolkings-omvang.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21997 EU-middelen binnen de Nationale Regionale Partnerschapsplannen(NRPP’s) conditioneel wordt gemaakt aan het adresseren van een deel vande landspecifieke aanbevelingen.Implementatie Europees BegrotingsraamwerkDe Commissie beoordeelt jaarlijks of sprake is van buitensporige tekortenin lidstaten. Deze beoordeling vindt plaats wanneer de overheidsschuldboven de referentiewaarde van 60% bbp ligt en onvoldoende snel daalt(schuldcriterium), of wanneer het begrotingstekort de referentiewaardevan 3% bbp overschrijdt (tekortcriterium). De Commissie markeerde datde toetsingen in het kader van het begrotingsraamwerk voor het eerstsinds de herziening zijn gebaseerd op het schuldcriterium.De Commissie stelt dat Bulgarije niet voldoet aan het tekortcriterium enstelt voor om een buitensporig tekort vast te stellen voor Bulgarije. DeEcofinraad van 12 juli zal hierover besluiten. Verder heeft deze Ecofinraadbesloten om het buitensporig tekort voor Malta te beëindigen. Malta heefthet overheidstekort in 2025 teruggebracht tot onder 3% bbp en blijft daarvolgens de lenteraming ook in 2026 en 2027 onder. Daarnaast heeft deRaad besloten de nationale ontsnappingsclausule voor defensie-uitgavenvoor Spanje te activeren.OverigToezegging ontwikkelingen privaat kredietVia deze weg informeer ik uw Kamer graag nader over privaat krediet, inlijn met de toezegging in het Commissiedebat Eurogroep/Ecofinraad van9 juni jl. Ik ga onderstaand in op de aard en omvang van privaat krediet,de risico’s voor de financiële stabiliteit en de stappen die reeds wordengezet – Europees en internationaal – om deze risico’s te adresseren.Privaat krediet heeft geen uniforme definitie, maar wordt in brede zingezien als kredietverlening aan bedrijven door niet-bancaire partijen. Hetgrootste deel van privaat krediet wordt verstrekt via beleggingsfondsen.Institutionele beleggers, zoals pensioenfondsen, verzekeraars, privateequity-partijen, vermogensbeheerders8 en retailbeleggers investeren inprivaatkredietfondsen voor diversifiëring en hoger rendement. Privaatkre-dietfondsen verstrekken vervolgens leningen aan zowel kleine enmiddelgrote bedrijven, als aan grote multinationals en technologiebe-drijven. Deze bedrijven wenden zich bijvoorbeeld tot privaat krediet,omdat deze partijen snel financiering beschikbaar kunnen stellen, ofomdat er meer flexibiliteit is in de structuur en looptijd van de leningen.Een analyse van de Financial Stability Board schat de omvang van demarkt eind 2024 wereldwijd tussen USD 1,5 biljoen en 2 biljoen, waarvantussen USD 0,8 en 1 biljoen in de VS.9 Hoewel de markt een oorsprongheeft in de VS, is de markt in Europa ook groeiende, met een gemiddeldegroei van 13% in de eurozone sinds 2019. De Nederlandse markt voorprivaat krediet is met een omvang van EUR 7 mld. relatief klein.Er is recent vooral aandacht geweest voor privaatkredietfondsen dieonder druk zijn komen staan door hoge uitbetaalverzoeken (redemptionrequests). Onder meer fondsen van vermogensbeheerders Blue Owl8Vermogensbeheerders beleggen en beheren zelf privaat kredietfondsen, beleggen in anderefondsen en beheren tevens beleggingsportefeuilles van andere institutionele beleggers,waaronder pensioenfondsen.9FSB (2026). Report on vulnerabilities in private credit.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21998 Capital, BlackRock en KKR kregen te maken met aanzienlijke uitbetaalver-zoeken, tot wel 14% van de waarde van het fonds. De hoge uitbetaalver-zoeken komen onder meer voort uit onzekerheid over de waarde vanfondsen met grote blootstellingen aan softwarebedrijven, waar twijfel isontstaan over de vermeende opbrengsten van AI en concurrentie doornieuwe AI-aanbieders. Deze fondsen hebben, al dan niet verplicht doorregelgeving, waarborgen ingebouwd om plotselinge uitstroom vaninvesteringen tegen te gaan. Als de totale uitbetaalverzoeken in een fondshoger zijn dan een vooraf bepaald percentage (bijv. 5% van de waarde vanhet fonds), behoudt de fondsbeheerder, afhankelijk van de vormgevingvan fondsvoorwaarden, het recht om niet aan alle uitvragen te voldoen.Met dergelijke liquiditeitsinstrumenten, die in de VS door fondsen wordeningezet, wordt voorkomen dat onderliggende activa in het fonds vroeg-tijdig en tegen een korting geliquideerd moeten worden. Met dezeinstrumenten worden de achterblijvende investeerders in de fondsenbeschermd. Naast deze liquiditeitsrisico’s, is bij leningen zoals gebruikelijksprake van kredietrisico (het risico op wanbetaling). Door relatief groteblootstelling van privaat krediet aan softwarebedrijven die worden geraaktdoor de opkomst van AI, is er recent meer discussie over de hoogte vandeze kredietrisico’s.10Hoewel verliezen bij privaatkredietfondsen in beginsel niet problematischzijn voor de financiële stabiliteit, kan verwevenheid met andere delen vande financiële sector wel degelijk tot risico’s leiden voor de financiëlestabiliteit, bijvoorbeeld in de bankensector. Banken kunnen besmetworden doordat fondsen gebruik maken van leverage (bankleningen) omde fondsprestaties te verbeteren. Uit een rapport van de Financial StabilityBoard (FSB) blijkt dat, voor zover bekend en gerapporteerd, de leningenvan banken aan privaatkredietfondsen minder dan 0,5% is van alle activavan deze banken.11 De uitstaande leningen van Eurozone banken aanprivaatkredietfondsen werden in 2024 geschat rond de USD 60 miljard,goed voor tussen de 0,15% en 0,2% van totale activa. Daarmee lijkt deverwevenheid tussen privaatkredietfondsen en de bankensector tot nogtoe beperkt.Privaatkredietfondsen en fondsbeheerders zijn lichter gereguleerd danbanken. In Europa is recent een herzien raamwerk in werking getreden datbovengenoemde risico’s ten aanzien van privaat krediet adresseert. Deregels uit de herziene richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsin-stellingen (AIFM-richtlijn) zijn op 16 april 2026 in werking getreden voorbeheerders van beleggingsinstellingen binnen de gehele Europese Unie.12De AIFM-richtlijn bevat specifieke regels voor leninginitiërende fondsen,waartoe privaatkredietfondsen behoren. Zo is bepaald dat beheerders vanopen-eindebeleggingsfondsen13 minimaal twee liquiditeitsinstrumentenin de fondsvoorwaarden moeten vastleggen. Deze liquiditeitsinstru-menten dienen te passen bij de beleggingsstrategie, het liquiditeitsprofielen het terugbetalingsbeleid van het beleggingsfonds. Om risico’s op10Zie bijvoorbeeld BIS (2026). Private credit’s software lending meets AI disruption.11FSB (2026).12Alternative Investment Fund Manager Directive, ook wel AIFM-richtlijn. Richtlijn (EU) 2024/927van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2024 tot wijziging van de Richtlijnen2011/61/EU en 2009/65/EG wat betreft delegatieregelingen, liquiditeitsrisicobeheer, toezichtrap-portage, verlening van bewaar- en bewaarnemingsdiensten en leninginitiëring door alterna-tieve beleggingsfondsen.13Bij een open-einde beleggingsfonds kunnen deelnemers in het beleggingsfonds regelmatighun rechten van deelneming ten laste van de activa van het beleggingsfonds inkopen ofterugbetalen. Bij de fondsen die recent veel in de aandacht zijn geweest, is er elk kwartaal demogelijkheid een uitbetaalverzoek in te dienen bij de fondsbeheerder. Indien de uitbetalings-verzoeken het contractueel bepaalde maximum voor dat kwartaal overschrijden, kan defondsbeheerder ervoor kiezen om investeerders tot dit maximum naar rato uit te betalen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21999 verwevenheid te beperken, mag maximaal 20% van het kapitaal van eenbeleggingsfonds worden uitgeleend aan één leningnemer indien het gaatom een financiële instelling. Tenslotte zijn limieten vastgesteld voor dehoeveelheid leverage die beleggingsfondsen mogen hebben. De AutoriteitFinanciële Markten houdt toezicht op de beleggingsfondsen en deNederlandsche Bank houdt prudentieel toezicht op de fondsbeheerders.Met deze nieuwe Europese richtlijn worden de liquiditeitsrisico’s enkredietrisico’s bij Europese privaatkredietfondsen geadresseerd. Desal-niettemin is het belangrijk de ontwikkelingen in de VS nauwgezet tevolgen en blootstellingen van Europese financiële instellingen beter inkaart te brengen. De Amerikaanse fondsen die recent veel in de belang-stelling hebben gestaan, vallen immers niet onder Europese regelgeving.Ik vind het dan ook goed dat de AFM, DNB en het Eurosysteem de markten de risico’s rond privaat krediet nader inventariseren. Zo heeft DNBrecent informatie opgevraagd bij pensioenfondsen en verzekeraars overhun blootstelling aan privaat krediet en de aard van deze blootstelling.14De ECB heeft daarbij de effecten van een significante schok in privaatkre-dietmarkten onderzocht.15 Daarbij concludeerde de ECB dat het onwaar-schijnlijk is dat privaat krediet op zichzelf een risico voor de financiëlestabiliteit vormt, maar dat met name pensioenfondsen en verzekeraars alsgevolg van tweedeorde-effecten verliezen zouden kunnen zien bij eensignificante schok.Omdat de risico’s rond privaat krediet op dit moment met name vanbuiten Europa komen en buiten het bereik van Europese regelgevingvallen, is het belangrijk om ook internationaal te spreken over ditonderwerp. Zo wordt er in de Financial Stability Board veel aandachtbesteed aan privaat krediet. Er wordt werk verricht om de risico’s nogbeter te identificeren, een definitie voor privaat krediet vast te stellen ende databeschikbaarheid te verbeteren. Ik ben voorstander van dezesamenwerking en heb ervoor gepleit het belangrijke werk rond dit themavoort te zetten.Toezegging tijdslijn ontwikkelingen kapitaalmarktenunie entoezichtcentralisatieZoals ik aan uw Kamer heb toegezegd tijdens het commissiedebatEurogroep/Ecofinraad van 9 juni jl. schets ik hierbij een tijdslijn voor hetkapitaalmarktintegratie- en toezichtcentralisatiepakket. Momenteel lopende onderhandelingen over een Raadspositie over dit pakket. Op basis vaninformele signalen uit de Raad en van de Europese Commissie is het mijnverwachting dat het inkomende Ierse voorzitterschap ernaar streeft om inhet najaar een akkoord hierover te bereiken. Parallel wordt het voorstel inhet Europees Parlement besproken, waarbij naar verwachting eind dit jaareen onderhandelingspositie kan worden vastgesteld. Zodra beide positiesbekend zijn, kunnen de triloogonderhandelingen beginnen. De Raad, hetEuropees Parlement en de Commissie hebben zich in de One Europe, OneMarket Roadmap van april jl. gecommitteerd aan het doel om debesprekingen over dit pakket eind 2026 af te ronden. Dit is ook de inzetvan het kabinet. Gezien de krappe periode die dan overblijft voor detriloogfase, is deze doelstelling echter zeer uitdagend. Mogelijk dat deonderhandelingen pas begin volgend jaar afgerond kunnen worden,waarna het pakket mogelijk in 2027 of 2028 in werking kan treden. Waareen groot deel van het pakket – de verordening – direct van toepassingwordt, dient een deel van het pakket – de bepalingen die zijn opgenomenin de richtlijn – om te worden gezet in nationale regelgeving. Voor deze14DNB (2026). Private credit, wat is het en hoe werkt het?15ECB (2026). Financial Stability Review, May 2026.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 219910 implementatie is in het voorstel een termijn van 18 maanden na publicatievoorzien. Nederland zet erop in dat deze termijn ten minste 24 maandenbedraagt. Dit is nodig omdat het Nederlandse wetgevingsprocesgemiddeld twee jaar duurt en deze implementatie mogelijk relatiefcomplex zal zijn. Voor de overdracht van toezicht naar ESMA staat eenovergangstermijn van 12 maanden na inwerkingtreding.Toezegging impact kapitaalmarktintegratie- en toezichtcentralisa-tiepakket op de AFMIn het commissiedebat Eurogroep/Ecofinraad van 9 juni jl. heb iktoegezegd uw Kamer te informeren over wat de gevolgen zijn van decentralisatie van toezicht op de personeelsbestanden van de nationaletoezichthouders, waaronder de AFM.Door toezichttaken over te hevelen naar de Europese toezichthouderESMA hoeven marktpartijen nog slechts aan één toezichthouder terapporteren. Dit vermindert regeldruk en beperkt het aantal verschillendenationale interpretaties van Europese regelgeving, wat ook de consis-tentie en efficiëntie verbetert. Uit de impactanalyse van de EuropeseCommissie blijkt dat nationale toezichthouders, zoals DNB en AFM, nadatdirecte toezichttaken zijn overgedragen aan ESMA, enige kostenbespa-ringen kunnen realiseren. Tegelijkertijd wordt verwacht dat zij hunvrijgekomen personeel vooral zullen inzetten voor effectiever toezicht opde entiteiten die onder nationaal toezicht blijven vallen, en niet directsprake zal zijn van een significante personeelsreductie.Nadat op Europees niveau een akkoord is bereikt over centraal Europeestoezicht bij ESMA en de onderhandelingen zijn afgerond, kunnen AFM enDNB een inschatting maken van de gevolgen voor hun personeelsbe-stand. Dit kunnen zij doen door middel van de uitvoeringstoetsen van deimplementatiewetgeving. Daarnaast moeten AFM en DNB hun begrotingopstellen binnen het kostenkader dat ik, samen met de Minister vanSociale Zaken en Werkgelegenheid, vierjaarlijks vaststel.16 De toezicht-houders zijn bij het opstellen van hun jaarlijkse begroting gebonden aaneen plafond uit het kostenkader. Bij het bepalen van dat plafond wordtonder meer rekening gehouden met nieuwe, gewijzigde of vervallen takenvan de toezichthouders. Het kostenkader zorgt voor bestuurlijke rust entransparantie naar de sector, omdat gedurende een periode van vier jaarin grote lijnen duidelijk is wat de kosten van het toezicht zullen zijn.Herzieningen, overschrijdingen en wijzigingen van het kostenkader deel ikmet de Kamer.17 Bij de volgende herziening in 2028 zal ik nadrukkelijkaandacht besteden aan de gevolgen van de toezichtcentralisatie op debenodigde capaciteit van de toezichthouders.Voortgang onderhandelingen SFRDHierbij informeer ik uw Kamer over de voortgang van de onderhande-lingen voor de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR). Op20 november 2025 publiceerde de Europese Commissie een voorstel voorde herziening van de SFDR, de verordening voor duurzame beleggingen.Deze verordening heeft tot doel om de informatieverstrekking aaneindbeleggers over de duurzaamheid van beleggingsproducten teverbeteren. Met het nieuwe voorstel wordt ingezet op vereenvoudiging,verduidelijking voor beleggers en een aanzienlijke vermindering vanadministratieve lasten voor vermogensbeheerders. Tijdens de onderhan-delingen heeft Nederland zich ingezet voor minder regeldruk, meer16Kamerstukken II, vergaderjaar 2023–2024, 32 545, nr. 205 en nr. 20617Artikel 4 van de Wet bekostiging financieel toezicht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 219911 duidelijkheid en uitvoerbaarheid voor vermogensbeheerders. Hetvoorlopige akkoord is in lijn met de Nederlandse inzet uit het BNC-fiche.Allereerst verdwijnen de rapportageverplichtingen over alle activiteitenvan vermogensbeheerders als zij slechts enkele duurzame productenaanbieden. De meerwaarde van deze rapportage-eisen voor beleggerswas onvoldoende duidelijk. Ook de rapportage over mogelijke negatievemilieueffecten van groene producten zijn beperkt. Dit voorkomt onnodigelasten. Het voorstel introduceert drie productcategorieën voor duurzamebeleggingsproducten: duurzaam, transitie en ESG-basis. Elke categorieheeft minimumcriteria en uitsluitingen voor producten om onder eencategorie te mogen vallen. Hiermee wordt de classificatie van producteneenvoudiger en krijgen beleggers meer duidelijkheid waar zij in beleggen.Ook sluiten de categorieën beter aan bij hoe de SFDR in de praktijk werdtoegepast.Verder was het voor Nederland belangrijk dat pensioenfondsen kunnencommuniceren over de duurzaamheid van hun producten, ook als hunproducten buiten de categorieën vallen. Het akkoord voorziet hierin. Ookkunnen staatsobligaties onder voorwaarden als duurzaam wordenaangemerkt binnen de ESG-basis- en transitiecategorieën. Zo wordeninstitutionele beleggers beter gefaciliteerd. Financiële adviseurs vallen netals in het Commissievoorstel buiten de reikwijdte van de SFDR. Investe-ringsfondsen die zich enkel richten op professionele investeerders wordenuitgesloten van de reikwijdte, zodat deze niet onnodig worden belast.Professionele investeerders hebben vaak specifieke investeringswensendie niet aansluiten bij de rapportageverplichtingen in de SFDR en zijnvoldoende in staat om de benodigde informatie zelf op te vragen.Op het moment van schrijven is de verwachting dat op 24 juni in Coreperover de compromistekst zal worden gestemd. Het kabinet is voornemensom in te stemmen met de compromistekst. Zodra het Europees Parlementhaar positie heeft bepaald, is de verwachting dat de triloogfase snel start.Nederland blijft zich tijdens de triloogfase inzetten voor vereenvoudiging,heldere productcategorieën en een uitvoerbare SFDR voor de Neder-landse sector.Triloogakkoord pakket retailbeleggen (de Retail InvestmentStrategy, RIS)Op 22 mei 2025 hebben het Cypriotische Voorzitterschap van de Raad ende onderhandelaars van het Europees Parlement een technisch akkoordbereikt over het pakket retailbeleggen (de Retail Investment Strategy, RIS).De RIS wijzigt enkele Europese richtlijnen en een verordening en moetretailbeleggen bevorderen door consumenten beter te beschermen. Ditakkoord betreft een technische uitwerking van het politieke akkoord dathet toenmalige Deense Voorzitterschap en het Europees Parlement op17 december 2025 hadden bereikt. Het akkoord is op 5 juni 2026 door devergadering van het Comité van Permanente Vertegenwoordigers(Coreper) aangenomen als hamerpunt. Naar verwachting zal het akkoordbinnenkort formeel worden aangenomen, bijvoorbeeld tijdens eenaankomende Ecofinraad, waarna het na de zomer ter stemming op deagenda staat bij het Europees Parlement.Nederland heeft in Coreper kunnen instemmen met het triloogakkoord,omdat het binnen de kaders van het BNC-fiche past.18 Op 27 juni 2024 isuw Kamer geïnformeerd over het toen bereikte Raadsakkoord over de18Kamerstukken II, vergaderjaar 2022–2023, 22 112, nr. 3729.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 219912 RIS.19 Toen is uiteengezet dat de oorspronkelijke Nederlandse ambities –in de vorm van een geheel of desnoods gedeeltelijk Europees provisie-verbod naar Nederlands model – helaas onhaalbaar waren gebleken.Tijdens de triloogonderhandelingen heeft het kabinet sindsdien succesvolingezet op het behoud van een belangrijk compromis: als lidstaten eenvolledig provisieverbod hebben (Nederland), krijgen deze het recht dit opte leggen aan alle op hun grondgebied actieve beleggingsonderne-mingen, ook als die vanuit het buitenland hun diensten aanbieden.Hiermee worden Nederlandse beleggers beter beschermd en wordtvoorkomen dat Nederlandse aanbieders naar het buitenland vertrekkenom aan het provisieverbod te ontkomen. Verder is van belang datmandaten voor de Commissie zijn behouden waarmee zij nadere regelskan stellen ten aanzien van provisies en het productontwikkelings- enprijsstellingsproces. Hierdoor worden deze regels op een meer uniformewijze in de EU toegepast. Tot slot is relevant dat een evaluatiebepaling(review clause) is behouden, omdat uit deze evaluatie (vijf jaar nainwerkingtreding) kan blijken dat een EU-breed provisieverbod toch debeste manier is om lastenluw consumenten te beschermen. Dit kan alsnogde weg bereiden voor een dergelijk verbod. Tezamen maakte dit dat hetkabinet tevreden is over de uitkomsten en kon instemmen met hetresultaat.Raadsakkoord herziening verordening inzake een pan-Europeespersoonlijk pensioenproduct (PEPP)Op 24 juni 2026 zal het Cypriotische Voorzitterschap een conceptRaadsakkoord over de herziening van de Verordening (EU 2019/1238)inzake een pan-Europees persoonlijk pensioenproduct (PEPP) ter aannamevoorleggen aan Coreper. Deze verordening voorziet in de mogelijkheidvoor beleggingsondernemingen, verzekeraars en overige aanbieders omPEPP’s – derdepijlerpensioenproducten – te ontwikkelen en in de EU aante bieden. PEPP’s kunnen hiermee een aanvulling vormen voor demogelijkheden voor EU-burgers om in de derde pijler te sparen voor heteigen pensioen. Door een latere behandeling in het Europees Parlement,zal de eerste triloogonderhandeling over de PEPP-verordening pas tegenhet einde van 2026 kunnen plaatsvinden.Nederland kan instemmen met het Raadsakkoord, omdat het binnen dekaders van het BNC-fiche past.20 Mede door Nederlandse inzet blijft eeneenvoudige versie van de PEPP geschikt voor execution-only distributiewaarbij een ontwikkelaar direct – dus zonder tussenkomst van eenadviseur of bemiddelaar – een geschikte PEPP aan de klant kan aanbieden.Daarnaast heeft het kabinet zich ingezet voor aangescherpte producten engovernancevereisten voor PEPP-aanbieders en -distributeurs, waardoordeze verplicht worden te evalueren of de kosten van PEPP’s gerecht-vaardigd en proportioneel zijn. Tot slot heeft het kabinet er succesvol opingezet dat kostentransparantie zoveel mogelijk is gewaarborgd,bijvoorbeeld in de documentatie die klanten jaarlijks ontvangen.Uw Kamer is separaat en via de vaste Kamercommissie Sociale Zakengeïnformeerd over het op handen zijnde Raadsakkoord op de herzieningvan de IORP II-richtlijn die ziet op tweede-pijler-pensioenopbouw via dewerkgever21.19Kamerstukken II, vergaderjaar 2023–2024, 21501–07, nr. 205320Kamerstukken II, vergaderjaar 2024–2026, 22 112, nr. 4230.21Kamerstukken II, vergaderjaar 2025–2026, 21501–31, nr. 828Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 219913

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 777da7484d9db631

14 okt 2026 · cf79b856621a7b95

Documentversies en bestanden

Officiële documentversies staan los van de versie van de brontekst die je in Kamerkring citeert.

  • Verslag Eurogroep en Ecofinraad van 11 en 12 juni 2026Actuele officiële versie

    Versie 3 · 6 okt 2026

Bijlagen

Bij dit hoofddocument

Geen gekoppeld hoofddocument gevonden.

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Verder bij de Tweede Kamer

Externe officiële informatie