KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over de Ontwerp-Regeling stimulering verkeersveiligheidsmaatregelen 2025-2030 (Kamerstuk 29398-1132)

10 dec 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 5b784025ee5b883b · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 398Maatregelen verkeersveiligheidNr. 1138 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 12 december 2024 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft een aantalvragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Infrastructuur enWaterstaat over de brief van 14 november 2024 over de Ontwerp-Regelingstimulering verkeersveiligheidsmaatregelen 2025–2030 (Kamerstuk29 398, nr. 1132).De vragen en opmerkingen zijn op 27 november 2024 aan de Minister vanInfrastructuur en Waterstaat voorgelegd. Bij brief van 10 december 2024zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,P. de GrootAdjunct-griffier van de commissie,Meedendorp kst-29398-1138ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11381 InhoudsopgaveIVragen en opmerkingen vanuit de fracties2Inleiding2PVV-fractie2VVD-fractie3NSC-fractie3IIReactie van de bewindspersoon4 I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties InleidingDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de beleids-brieven omtrent de Ontwerp-Regeling stimulering verkeersveiligheids-maatregelen 2025–2030 (hierna: Regeling) en willen de Minister enkelevragen stellen hierover.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van deRegeling en hebben hier op dit moment geen vragen bij.De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de stukkenbehorend bij de Regeling en hebben hierover nog enkele vragen enopmerkingen.De leden van de NSC-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de Regeling en hebben daarover nog een enkele vraag.PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie stellen vast dat lokale (mede)overhedenaanvragen voor rijksbijdragen kunnen doen teneinde maatregelen tetreffen die de verkeersveiligheid ten goede komen. Deze leden vragen zichaf wat alle specifieke criteria zijn die worden gebruikt bij de beoordeling ofeen rijksbijdrage daadwerkelijk wordt toegekend.De leden van de PVV-fractie constateren dat de Regeling als doel heeft omde verkeersveiligheid op het wegennet te stimuleren. Deze leden vragenzich af op welke wijze de impact van de uitgevoerde verkeersveiligheids-maatregelen wordt gemeten.De leden van de PVV-fractie constateren dat de Regeling loopt tot1 januari 2030, maar dat de maatregelen uiterlijk 31 december 2028moeten worden gerealiseerd. Deze leden vragen zich af hoe deze tweedata zich tot elkaar verhouden.De leden van de PVV-fractie stellen vast dat de medeoverheden eenaanvraag voor een rijksbijdrage enkel kunnen doen tijdens een aanvraag-tijdvak. Deze leden vragen hoeveel van dit soort aanvraagtijdvakken er zijnen hoe lang deze duren.De leden van de PVV-fractie hebben waargenomen dat voor iedereprovincie, waterschap en gemeente een budgetplafond is vastgesteld.Deze leden vragen hoe deze budgetten tot stand zijn gekomen en zoudengraag een uitgebreid schema met alle criteria inzien.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11382 VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie vinden dat het aantal verkeersdoden omlaagmoet. We moeten al het mogelijke doen om verkeersveiligheid teverbeteren en deze leden zijn daarom blij dat er vanaf 2020 500 miljoeneuro beschikbaar is gekomen voor het treffen van verkeersveiligheids-maatregelen. Omdat de meeste verkeersdoden vallen op het onderliggendwegennet is het goed dat dit geld terecht komt bij provincies, gemeentenen waterschappen.De leden van de VVD-fractie vragen de Minister hoe hij ervoor kan zorgendat, zodra aanvragen zijn gedaan, het geld zo snel mogelijk bij deprovincies, gemeenten en waterschappen terecht komt zodat er snelmogelijk maatregelen kunnen worden getroffen. Wat wordt gedaan omsnelheid te maken? Er is geen tijd te verliezen.De leden van de VVD-fractie vragen hoe de Minister in gesprek is met debeheerders van het onderliggend wegennet over verkeersveiligheid in hetalgemeen. En hoe wordt ook over de toekomst gesproken, gezien het feitdat de wegen steeds drukker en voller worden? Welk beeld van detoekomst heeft de Minister bij de verkeersveiligheidsmaatregelen diemoeten worden getroffen op het onderliggend wegennet en het hoofdwe-gennet?De leden van de VVD-fractie lezen dat het Interprovinciaal Overleg (IPO)en de Unie van Waterschappen hebben gevraagd om de realisatiedatumvan de maatregelen op te rekken van 31 december 2028 naar 31 december2029 en dat het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) hierwegens hem moverende redenen geen gehoor aan heeft gegeven. Dezeleden vragen zich af hoe het besluit om de realisatiedatum niet op terekken zich verhoudt tot de uitdagingen op de infrastructurele portefeuille,zoals het gebrek aan personele capaciteit. Deze leden hopen dat dit besluiter niet toe leidt dat verbeterende maatregelen voor de verkeersveiligheidniet ten uitvoer gebracht kunnen worden, doordat er geen capaciteitbeschikbaar is en het tijdsbestek te gering is.Daarnaast lezen de leden van de VVD-fractie dat de rijksbijdrage wordtverstrekt op basis van cofinanciering en maximaal 50% van deuitvoerings- en infrastructurele kosten van maatregelen dekt. Deze ledenvragen zich af in hoeverre de Minister commitment heeft gekregen vandecentrale overheden dat zij in de positie zijn de overige 50% van dekosten ter verbetering van de verkeersveiligheid te kunnen dekken, medegelet op de bredere financiële uitdagingen waar decentrale overhedenmee moeten dealen.NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie vinden het goed dat er met deze Regelingwordt geïnvesteerd in verkeersveiligheid en wijzen erop dat uit evaluatieblijkt dat elke geïnvesteerde euro 1,7 keer wordt terugverdiend.De leden van de NSC-fractie constateren dat het rijksbijdrageplafondverdeeld wordt in verschillende plafonds per aanvrager. Deze ledenvragen of bij de vorige tranches alle aanvragers tot hun plafond gebruikhebben gemaakt van de cofinanciering van de Regeling. Zo nee, vragendeze leden welke verklaring de Minister daarvoor heeft en welke acties hijonderneemt om hier verandering in aan te brengen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11383 De leden van de NSC-fractie vragen hoe uitvoering is gegeven aan deaanbeveling van het Instituut voor Wetenschappelijk Onderzoek Verkeers-veiligheid (SWOV) om de menukaart met maatregelen bij de derdetranche zoveel mogelijk te richten op de meest kosteneffectievemaatregelen.II Reactie van de bewindspersoon PVV-fractieVraag 1De leden van de PVV-fractie vragen zich af wat de specifieke criteria zijndie worden gebruikt bij de beoordeling of een rijksbijdrage daadwerkelijkwordt toegekend.De regeling bevat de specifieke criteria die worden gebruikt bij debeoordeling voor het toekennen van een rijksbijdrage. Artikel 4, tweedelid, van de regeling bepaalt dat de kosten die in aanmerking komen vooreen rijksbijdrage de uitvoeringskosten (onderdeel a) en de infrastructurelekosten (onderdeel b) zijn. In artikel 6 is vervolgens bepaald dat de totalerijksbijdrage per subsidieverstrekking ten hoogste 50% van de totalekosten bedraagt, waarbij een maximum per ontvanger geldt zoalsvermeld in bijlage 2 bij deze regeling. Dit maximum verschilt perontvanger (zie ook de beantwoording op vraag 5). Een aanvrager mag zijnbudgetplafond niet overschrijden. Tot slot bevat artikel 7 de voorwaardenvoor een aanvraag waaraan moet worden voldaan. Zo dient een aanvraagte worden ingediend met gebruikmaking van een door de Minister terbeschikking gesteld aanvraagformulier (lid 2) en dienen in het aanvraag-formulier de volgende gegevens te zijn opgenomen (lid 5): (a) eenoverzicht van de locaties waar elke maatregel wordt gerealiseerd, (b) eenbeschrijving van de huidige verkeersveiligheidssituatie op elke locatie eneen toelichting op de wijze waarop het nemen van de voorgesteldemaatregel de verkeersveiligheid op de locatie verbetert en de kans opverkeersongevallen verkleint, (c) een overzicht met de realisatiedatum vanelke maatregel, (d) dat de aanvrager een risicoanalyse heeft en (e) dat deaanvrager een uitvoeringsprogramma heeft. Op grond van artikel 8, derdelid, kan de aanvraag worden afgewezen indien de aanvrager in hetverleden aanwijsbaar onvoldoende inspanning heeft gepleegd om eerdertoegekende maatregelen te realiseren.Vraag 2De leden van de PVV-fractie vragen zich af op welke wijze de impact vande uitgevoerde verkeersveiligheidsmaatregelen wordt gemeten.De impact van de uitgevoerde verkeersveiligheidsmaatregelen wordtbepaald met een door het SWOV ontwikkelde methode. Daarbij wordeneen schatting van de verkeersveiligheidseffecten afgezet tegen de kostenvan de getroffen maatregelen. Deze methode is ontwikkeld en toegepastna de eerste tranche. Daaruit bleek dat de bespaarde kosten vanwegevermeden verkeersslachtoffers (verkeersdoden en (ernstig) verkeersge-wonden) hoger waren dan de kosten van de maatregelen waarvoor hetMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) een rijksbijdrage heeftverstrekt. De kosteneffectiviteit (verhouding besparingen/kosten) van demaatregelen was 1,9, wat inhoudt dat elke investering van € 1.000 eenbesparing oplevert van € 1.900.1 Na de tweede tranche heeft SWOV ditonderzoek volgens dezelfde methodiek herhaald. Uit dat onderzoek bleekdat de kosteneffectiviteit voor de tweede tranche maatregelen 1,5 was.21SWOV (2022), Verkeersveiligheidseffecten van «1e-tranchemaatregelen»2SWOV (2023), Verkeersveiligheidseffecten van «2e-tranchemaatregelen».Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11384 SWOV heeft aangegeven dat een mogelijke verklaring voor de daling isdat er minder (kosten)effectieve maatregelen aan het maatregelpakket zijntoegevoegd of dat er tijdens de eerste tranche mogelijk een onder-schatting is gemaakt van de totale kosten.Vraag 3De leden van de PVV-fractie vragen zich af hoe de looptijd van de regelingtot 2030 zich verhoudt tot de uiterlijke realisatiedatum van de maatregelenvoor 31 december 2028.In artikel 11 van de regeling is opgenomen dat de maatregelen waarvooreen rijksbijdrage is verstrekt, uiterlijk op 31 december 2028 zijn gereali-seerd. De regeling vervalt echter pas met ingang van 1 januari 2030. Ditheeft te maken met de SiSa-systematiek. SiSa is de manier waaropmedeoverheden (provincies en gemeenten) per jaar verantwoorden overde besteding van specifieke uitkeringen.3 Medeoverheden dienen iederjaar in juli hun verantwoordingsinformatie over het voorgaande jaarelektronisch aan het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) verstrekken.Middelen die niet, niet tijdig of niet conform regeling zijn uitgegeven,vloeien terug naar het mobiliteitsfonds van IenW. Dit betekent dat demiddelen uiterlijk in 2029 terugvloeien naar IenW. Met deze terug-vloeiende middelen kan de Minister via een «veegronde» nog éénaanvraagtijdvak uitschrijven onder de regeling van de derde tranche.Vraag 4De leden van de PVV-fractie vragen zich af hoeveel aanvraagtijdvakken erzijn en hoe lang deze duren.Hoeveel aanvraagtijdvakken er zijn, is niet in de regeling vastgelegd, zodatkan worden ingespeeld op de lokale beleidscycli. Vooralsnog is beoogd in2025 een totaal van drie aanvraagtijdvakken uit te schrijven. Eenaanvraagtijdvak en het plafond worden uiterlijk zes weken voor aanvangbekendgemaakt in de Staatscourant (artikel 5, tweede lid). De duur vanopenstelling wordt per aanvraagtijdvak gecommuniceerd. In de regel zalde openstelling circa zes weken bedragen waarbij rekening wordtgehouden met de recesperiodes. Indien een aanvraagtijdvak overlapt methet reces, wordt een ruimer tijdvak gehanteerd.Vraag 5De leden van de PVV-fractie vragen zich af hoe de budgetplafonds voor deprovincies, waterschappen en gemeenten tot stand zijn gekomen enwillen graag inzicht in de gebruikte criteria.De budgetplafonds zijn gebaseerd op een verdeelsleutel. Daarbij is permedeoverheid bepaald hoeveel kilometer wegen zij in beheer hebben,vermeerderd met het aantal kilometer fietspaden en gecombineerd methet hanteren van een minimumbijdrage (drempel) ter hoogte van€ 127.600. Voor de minimumbijdrage is gekozen omdat voor overhedenmet relatief weinig aantal kilometers wegen en fietspaden in beheer, hetplafond dan te laag zou uitpakken om een effectief pakket aan maatre-gelen aan te vragen. Door een minimumbijdrage te hanteren kunnen dezeoverheden toch een zodanige rijksbijdrage aanvragen dat het de moeiteloont. De verdeling van het beschikbare rijksbudget is gemaakt op basisvan gegevens uit het Nationaal Wegenbestand (hierna: NWB). In het NWBzijn gegevens van alle wegen in Nederland opgenomen, waaronder hettype weg en de wegbeheerder. De peildatum is 1 januari 2024, de meest3Zie ook: Single information, Single audit (SiSa) | Financiën gemeenten en provincies |Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11385 recente peildatum bij het bepalen van de plafonds (zoals opgenomen inbijlage 2 van de regeling).VVD-fractieVraag 6De leden van de VVD-fractie vragen hoe de Minister ervoor kan zorgendat, zodra aanvragen zijn gedaan, het geld zo snel mogelijk bij deprovincies, gemeenten en waterschappen terechtkomt zodat er zo snelmogelijk maatregelen kunnen worden getroffen. De leden van deVVD-fractie vragen wat er wordt gedaan om snelheid te maken?De urgentie om snelheid te maken wordt zeker gevoeld. Dat laat onverletdat het beoordelen van de aanvragen tijd kost. Daarom is in de regelingbepaald dat binnen dertien weken na sluiting van het aanvraagtijdvak debeschikking tot verlening wordt afgegeven. Als het besluit is genomen, zalhet geld zo snel mogelijk beschikbaar worden gesteld.Tegelijkertijd leert de ervaring ook dat de gewenste snelheid voor iederemedeoverheid anders is. Omdat we in heel Nederland de verkeersvei-ligheid willen verbeteren, wordt rekening gehouden met de gemeentendie minder capaciteit hebben.Vraag 7De leden van de VVD-fractie vragen hoe de Minister in gesprek is met debeheerders van het onderliggend wegennet over verkeersveiligheid in hetalgemeen. En hoe wordt ook over de toekomst gesproken, gezien het feitdat de wegen steeds drukker en voller worden? Welk beeld van detoekomst heeft de Minister bij de verkeersveiligheidsmaatregelen diemoeten worden getroffen op het onderliggend wegennet en het hoofdwe-gennet?Het Rijk, de provincies, de gemeenten en de vervoerregio’s werken samenmet maatschappelijke partijen onder de vlag van het Strategisch PlanVerkeersveiligheid 2030 (SPV). In het SPV staat de aanpak beschreven omde verkeersveiligheid structureel te verbeteren en is afgesproken dateenieder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid en kennis een bijdragelevert aan de verkeersveiligheid. Het SPV kent een governancestructuurmet onder andere een kerngroep en een stuurgroep, waar de wegbe-heerders (VNG, IPO) en IenW en JenV respectievelijk minimaal 8 en 4 keerper jaar met elkaar in gesprek zijn over verkeersveiligheid. Met dezestructuur vindt op regionaal en landelijk niveau een integrale afwegingplaats op basis van een gedeelde risicoanalyse. Daarbij is ook aandachtvoor het veranderende verkeer, de toenemende verkeersdrukte en anderemaatschappelijke trends die de verkeersveiligheid beïnvloeden enbijdragen aan de negatieve ontwikkeling van het aantal verkeersslacht-offers.In het document Kostenkengetallen menukaart regeling stimuleringverkeersveiligheidsmaatregelen (2025–2030) zijn de bewezen effectieveverkeersveiligheidsmaatregelen opgenomen waarvoor de beheerders vanhet onderliggend wegennet een rijksbijdrage kunnen aanvragen.4 Demaatregelen zijn voorzien van een omschrijving, waarbij ook de uitgangs-punten en resultaten zijn weergegeven. De menukaart voor de derdetranche heeft ook op inhoud een update gehad, na evaluatie met demedeoverheden, zodat deze nog beter aansluit bij de wensen en meestrecente inzichten op het gebied van verkeersveiligheid. Voorliggende4Raadpleegbaar via: Derde tranche | Investeringsimpuls Verkeersveiligheid (investeringsimpuls-spv.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11386 regeling en menukaart bevatten geen verkeersveiligheidsmaatregelen diegetroffen kunnen worden op het hoofdwegennet omdat deze regelingbedoeld is voor provincies, gemeenten en waterschappen. Op hethoofdwegennet wordt geïnvesteerd in verkeersveiligheid door middel vanhet programma «Meer Veilig» en de beschikbare € 200 miljoen voorRijks-N-wegen.Vraag 8De leden van de VVD-fractie vragen zich af hoe het besluit om derealisatiedatum niet op te rekken van 31 december 2028 naar 31 december2029 zich verhoudt tot de uitdagingen op de infrastructurele portefeuille,zoals het gebrek aan personele capaciteit.Zie antwoord op vraag 3.Uit de gesprekken die het ministerie met de medeoverheden heeftgevoerd in aanloop naar de derde tranche, blijkt een grote bereidwil-ligheid en ambitie om zo snel mogelijk aan de slag te gaan met hetrealiseren van verkeersveiligheidsmaatregelen. De uitdagingen die deleden van de VVD-fractie schetsen ten aanzien van de infrastructureleportefeuille, zoals het gebrek aan personele capaciteit, herkent hetministerie echter wel. Dit is ook gebleken uit de evaluatie van de tweedetranche door adviesbureau Goudappel: (een gebrek aan) personeelscapa-citeit is één van de redenen geweest voor medeoverheden om geenaanvraag te doen. Naar aanleiding daarvan zijn een aantal verbeteringendoorgevoerd in de ontwerpregeling, zoals bijvoorbeeld het vereenvou-digen van het aanvraagformulier en de verantwoordingsinformatie; hetwerken met meerdere aanvraagtijdvakken; en de indexatie van dekostenkengetallen (menukaart) naar 2026.Vraag 9De leden van de VVD-fractie vragen zich af in hoeverre de Ministercommitment heeft gekregen van decentrale overheden dat zij in de positiezijn de overige 50% van de kosten ter verbetering van de verkeersvei-ligheid te kunnen dekken, mede gelet op de bredere financiële uitda-gingen waar decentrale overheden mee moeten dealen.Het commitment van de decentrale overheden om de overige 50% van dekosten ter verbetering van de verkeersveiligheid te dekken, is overeenge-komen tijdens het Bestuurlijk Overleg Verkeersveiligheid op 11 december2019. Hierover is uw Kamer per brief geïnformeerd op 25 mei 2020.5 HetRijk en vertegenwoordigers van het Interprovinciaal Overleg (hierna: IPO),de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG) en de vervoer-regio’s (Metropoolregio Rotterdam Den Haag en VervoerregioAmsterdam) hebben afgesproken om een extra impuls te geven aan hetverbeteren van de verkeersveiligheid, waarbij het Rijk voor maximaal 50%bijdraagt aan projecten van de medeoverheden om de meest verkeerson-veilige locaties en grootste risico’s op provinciale en gemeentelijke wegenaan te pakken. Doordat het Rijk de investering van de medeoverhedenverdubbelt, wordt er in totaal ruim € 1 miljard euro extra geïnvesteerd inde verkeersveiligheid in de periode 2020–2030. Ook stellen veel provinciesnog een aanvullend budget beschikbaar om de investeringen in deverkeersveiligheid verder aan te jagen.NSC-fractieVraag 105Kamerstuk 29 398, nr. 827.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11387 De leden van de NSC-fractie vragen of bij de vorige tranches alleaanvragers tot hun plafond gebruik hebben gemaakt van de cofinan-ciering van de Regeling. Zo nee, vragen deze leden welke verklaring deMinister daarvoor heeft en welke acties hij onderneemt om hier veran-dering in aan te brengen.In de notitie «resultaten regeling stimulering verkeersveiligheidsmaatre-gelen» bij de Kamerbrief over de tweede tranche Regeling stimuleringverkeersveiligheidsmaatregelen 2022–2023 zijn de resultaten van detweede tranche van de investeringsimpuls met uw Kamer gedeeld.6Daarbij is ook een overzicht opgenomen van de medeoverheden die eenrijksbijdrage hebben ontvangen voor de tweede tranche.Samengevat is van de € 100 miljoen die het Rijk voor de tweede tranchebeschikbaar had gesteld, € 75 miljoen verdeeld over 264 medeoverheden(57 aanvragen meer dan bij de eerste tranche). Samen met de geïnves-teerde € 165 miljoen van de eerste tranche (verdeeld over 206 medeover-heden), komt het erop neer dat 84% van het totaal aantal wegbeheerdersvia de investeringsimpuls extra heeft geïnvesteerd in de verkeersvei-ligheid. De resterende middelen zijn bij de derde tranche geplust. In deKamerbrief van 28 maart jl. en de als bijlage aan uw Kamer verzondenevaluatie van adviesbureau Goudappel zijn de overwegingen vanmedeoverheden achterhaald om geen aanvraag te doen.7 Gebleken is datde redenen van medeoverheden om geen aanvraag te doen sterkuiteenlopen. Vooral (een gebrek aan) personeelscapaciteit, de financie-ringsconstructie, een gebrek aan plannen en de duur en het moment vanopenstelling van het aanvraagloket rond de zomer speelden daarbij eenrol.In de Kamerbrief zijn verschillende verbeteringen aangekondigd voor deinvesteringsimpuls, die zijn doorgevoerd in de ontwerpregeling, met alsdoel om een aanvraag voor de beschikbare rijksbijdrage zo laagdrempeligen aantrekkelijk te maken. Zo is de financiële ruimte binnen de derdetranche verruimd, wordt er gewerkt met meerdere aanvraagtijdvakken enkent de regeling een langere looptijd. Door deze wijzigingen ontstaat ermeer ruimte voor medeoverheden om te kiezen voor grotere maatregelen,zoals een fietstunnel en een rotonde, en geeft het medeoverheden demogelijkheid om een aanvraagtijdvak te kiezen dat goed aansluit bij delokale beleidscyclus. Verder is voor het plafondbedrag het aantalkilometer wegen in beheer vermeerderd met het aantal kilometer fietspad.Tot slot is bij de verdeling een minimumbijdrage (drempel) gehanteerd terhoogte van € 127.600 om het ook voor kleinere gemeenten mogelijkwordt om een minimaal pakket aan verkeersveiligheidsmaatregelen tetreffen.Vraag 11De leden van de NSC-fractie vragen hoe uitvoering is gegeven aan deaanbeveling van het Instituut voor Wetenschappelijk Onderzoek Verkeers-veiligheid (SWOV) om de menukaart met maatregelen bij de derdetranche zoveel mogelijk te richten op de meest kosteneffectieve maatre-gelen.Zoals aangekondigd in de Kamerbrief, zet het ministerie met de derdetranche een volgende stap in het vergroten van de effectiviteit van deinvesteringsimpuls.8 Als gevolg hiervan zijn overeenkomstig de aanbe-veling van de SWOV enkele minder kosteneffectieve maatregelen uit de6Kamerstuk 29 398, nr. 1039.7Kamerstuk 29 398, nr. 1100.8Kamerstuk 29 398, nr. 1100.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11388 menukaart verwijderd. De verwijderde maatregelen zijn: het verwijderenvan oneffenheden door opdruk van boomwortels, het vullen van gaten enscheuren, het fysiek opheffen van een fietsoversteek, de aanleg van eenveilige voetgangersoversteekplaats; een geregelde oversteekplaats (GOP)op een GOW50; een voetgangersoversteekplaats (VOP) op een GOW50 ende aanleg van een zebrapad.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11389

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 1197d51a75c7db29

14 okt 2026 · 9056b8e4560c1998

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.