KamerkringInloggen
Kamerbrief

Uitvoering van de motie van het lid Van Baarle over de mogelijkheid voor opdrachtgevers om overeenkomsten te ontbinden wanneer opdrachtnemers zich schuldig hebben gemaakt aan discriminatie (Kamerstuk 29544-1103) en van de gewijzigde motie van het lid Van Baarle over de bepaling om de samenwerking met bedrijven of organisaties die onherroepelijk zijn veroordeeld voor discriminatie te beëindigen ook daadwerkelijk toepassen (Kamerstuk 36600-VII-51)

17 mrt 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 2955ec4afb95eb75 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 544ArbeidsmarktbeleidNr. 1274 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN ENKONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 17 maart 2025Met deze brief informeer ik uw Kamer, mede namens de Minister vanSociale Zaken en Werkgelegenheid, over de uitvoering van twee motiesvan het lid Van Baarle (DENK). Omdat beide moties betrekking hebben opde in de modelovereenkomsten van het Rijk opgenomen optionelebepaling om overeenkomsten te kunnen beëindigen wanneer sprake isvan een onherroepelijke veroordeling voor discriminatie, worden beidemoties in deze Kamerbrief beantwoord.Op 11 mei 2022 heeft het Kamerlid Van Baarle tijdens het tweeminuten-debat Arbeidsmarktbeleid (SZW) een motie ingediend waarin de regeringwordt verzocht te bezien of de optionele anti-discriminatiebepalingverplicht kan worden opgenomen in de modelovereenkomsten(Kamerstuk 29 544, nr. 1103).Daarnaast heeft het Kamerlid van Baarle op 15 oktober jl. een motie1ingediend (Kamerstuk 36 600 VII, nr. 51) die verzoekt te bevorderen dat deoptionele anti-discriminatiebepaling wordt toepast in de gevallen waarindit op basis van het huidige wettelijke kader proportioneel is.Allereerst benadruk ik dat ik het belangrijk vind dat de rijksoverheid zakendoet met integere bedrijven en organisaties. Hier wordt bij het inkoop- enaanbestedingsproces op verschillende momenten en met diverseinstrumenten aandacht aan besteed. Het hanteren en toepassen van deanti-discriminatiebepaling in overeenkomsten is één van die instru-menten.De motie over het verplicht opnemen van de optionele anti-discriminatie-bepaling is voor advies voorgelegd aan de interdepartementalewerkgroep die gespecialiseerd is in het opstellen van de modelovereen-1De oorspronkelijke motie is door Van Baarle ingediend tijdens het begrotingsdebat BZK op10 oktober 2024 (Kamerstuk 36 600 VII, nr. 33), welke is opgevolgd door de gewijzigde motievan 15 oktober 2024 (Kamerstuk 36 600 VII, nr. 51). kst-29544-1274ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12741 komsten en de Algemene Rijksvoorwaarden voor de Rijksoverheid(hierna: de werkgroep).De werkgroep heeft aangegeven dat zij het opnemen van een dergelijkeverplichting standaard in alle modelovereenkomsten juridisch onmogelijkacht. Dit komt omdat op grond van de Aanbestedingswet 2012 en de GidsProportionaliteit deze bepaling alleen kan worden opgenomen als dit inhet licht van de aard van de overeenkomst proportioneel is. Daarvoormoet worden beoordeeld of de bepaling in redelijke verhouding staat tothet voorwerp van de opdracht. Bij overeenkomsten waarbij arbeidsre-laties aan de orde zijn, is dat doorgaans het geval en ligt het in de rede omdeze bepaling op te nemen. Zo bevat de model Raamovereenkomstinhuur flexibele arbeidskrachten op basis van een uitzendovereenkomststandaard de betreffende bepaling waarin is opgenomen dat de overeen-komst onmiddellijk kan worden beëindigd wanneer sprake is van eenonherroepelijke veroordeling voor discriminatie. Het moet dan gaan omeen onherroepelijke veroordeling van de opdrachtnemer, of van personeelvan opdrachtnemer onder bepaalde voorwaarden.2 Dat is gelet op de aardvan de opdracht – inhuur flexibele arbeidskrachten – proportioneel. Bijopdrachten waar geen arbeidsrelaties aan de orde zijn, kortlopendeopdrachten en/of opdrachten met een beperkt financieel belang zal datdoorgaans niet het geval zijn. Om die reden is deze bepaling in de anderemodelovereenkomsten bewust optioneel gemaakt om deze afwegingafhankelijk van de soort opdracht te kunnen maken.Tot slot is het in het kader van bovenstaande nog van belang om op temerken dat er nog veel meer strafrechtelijke feiten en omstandighedenzijn, die tot een onherroepelijke veroordeling kunnen leiden. Ook daarvoorgeldt dat die vanuit juridisch oogpunt, mede gelet op het proportionali-teitsbeginsel, niet standaard als ontbindingsgrond in een overeenkomstkunnen worden opgenomen, omdat ze niet in redelijke verhouding staantot het voorwerp van de opdracht. Dit laat overigens onverlet demogelijkheid om in een concreet geval een overeenkomst op basis van deAlgemene Rijksvoorwaarden op te kunnen zeggen.Ik deel, samen met de Minister van SZW, hierin de mening van dewerkgroep.Het maken van de afweging om de optionele bepaling onderdeel te latenuitmaken van een overeenkomst, maakt vanzelfsprekend al onderdeel uitvan het inkoop- en aanbestedingsproces. Daarnaast is informatie over detoepassing van de anti-discriminatiebepaling opgenomen in de informa-tievoorziening van PIANOo – Expertisecentrum Aanbesteden, waarvan dewebsite veelvuldig wordt gebruikt door zowel het Rijk als decentraleoverheden.Om, zoals de motie verzoekt, het toepassen van de anti-discriminatie-bepaling binnen de rijksoverheid te bevorderen in de gevallen waarin datop basis van het huidige wettelijke kader proportioneel is, zal aanvullendop bovenstaande het onderwerp onder de aandacht gebracht worden bijde relevante rijksonderdelen die betrokken zijn bij inkoop. In aansluitinghierop zal in kaart worden gebracht en bijgehouden worden hoe vaak ersprake is van beëindiging van een overeenkomst wegens een onherroepe-lijke veroordeling voor discriminatie. Tot slot zal de anti-discriminatie-2In geval van een onherroepelijke veroordeling voor discriminatie van personeel van opdracht-nemer, moet het gaan om een persoon die lid is van een bestuurs-, leidinggevend of toezicht-houdend orgaan van opdrachtnemer of daarin vertegenwoordigings-, beslissings-, of controle-bevoegdheid heeft.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12742 bepaling in aanmerking worden genomen wanneer bij de actualisatie vande rijksinkoopstrategie mogelijkheden worden onderzocht om rijksinkoop-beleid ten aanzien van diversiteit en inclusie op te stellen.De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,J.J.M. UitermarkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12743

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 238ccf015c095756

14 okt 2026 · 5311f720373aa47f

13 okt 2026 · 9eb4ac3081bb8668

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.