Lijst van vragen en antwoorden over de 21e voortgangsrapportage ERTMS (Kamerstuk 33652-95)
Brontekst
Versie d00cbe0f82da0cf6 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202533 652Spoorbeveiligingssysteem European Rail TrafficManagement System (ERTMS)Nr. 96 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDENVastgesteld 13 november 2024 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft een aantalvragen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Water-staat over de brief van 3 oktober 2024 inzake de 21e voortgangsrap-portage ERTMS (Kamerstuk 33 652, nr. 95).De Staatssecretaris heeft deze vragen beantwoord bij brief van13 november 2024. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.De voorzitter van de commissie,P. de GrootAdjunct-griffier van de commissie,Wiendels kst-33652-96ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 652, nr. 961 Vragen en antwoordenVraag 1Kunt u aangegeven wat het precieze verschil is tussen hoe NederlandERTMS uitrolt en hoe België dit doet?Antwoord 1Ieder land volgt (in afstemming met de Europese Commissie) een eigenuitrolstrategie en planning, die zoveel mogelijk rechtdoet aan de speci-fieke omstandigheden van het betreffende spoornetwerk. De uitgangssi-tuatie en de doelstellingen voor de invoering van ERTMS zijn in elk landanders. In België is er – na enkele grote treinongelukken – voor gekozenom zo snel mogelijk de treinbeveiliging te vervangen. Het netwerk bestaatdaar uit een combinatie van verschillende levels (level 1 en level 2) enbaselines (2 en 3). Een groot deel van het netwerk wordt voorzien van eeneerdere versie met minder functionaliteit, die relatief snel te implemen-teren is naast het bestaande systeem. Dit zorgt wel voor een combinatieaan versies.In Nederland gaan we over van een goed werkend systeem (AutomatischeTreinbeïnvloeding, ATB) naar ERTMS. Dit maakt dat er bij het Kabinetsbe-sluit ERTMS van 20191 voor gekozen is om het hoofdspoornet inNederland gelijk te voorzien van de meest actuele versie (level 2 baseline3). We voeren in Nederland ERTMS only in, waarbij de oude treinbevei-liging tegelijk verwijderd wordt. Dit maakt dat de implementatiecomplexer is en meer tijd in beslag neemt.Vraag 2Wat is de reden dat de test in Zeeland vier maanden duurt (en niet drie ofbijvoorbeeld vijf)? Kunt u dit nauwkeurig toelichten met heldereonderbouwing?Antwoord 2Het Nederlandse spoor is druk bereden en kent een hoge mate vanvervlechting van lijnen waardoor storingen ook doorwerken naar anderedelen van het netwerk. Met de gekozen stapsgewijze aanpak en eenintegraal proefbedrijf wordt invulling gegeven aan de lessen van deFyra-enquête. De duur van de buitendienststelling is gebaseerd op lessendie geleerd zijn bij de invoering van nieuwe materieelseries en systemen.Hierbij wordt zo min mogelijk reizigershinder veroorzaakt door zo kortmogelijk buiten te testen.Voordat wordt overgegaan op het testen buiten wordt bijvoorbeelduitgebreid getest in gespecialiseerde laboratoriumruimtes. Het eersteproefbaanvak – van vervoerder Arriva met ProRail – wordt ingericht op hetrelatief eenvoudige baanvak Harlingen Haven – Leeuwarden. Vervolgenswordt de stap gemaakt naar een complexer baanvak waar NS en degoederenvervoerders gaan testen en beproeven met ProRail. Bij deuitwerking van het proefbaanvak op de Hanzelijn bleek 3 tot 4 maandennodig te zijn voor het testen en beproeven. Voor de Zeeuwse Lijn wordtdit momenteel nog uitgewerkt. De huidige inschatting is dat dedoorlooptijd van het testen en beproeven vergelijkbaar zal zijn. Op debaanvakken die daarna volgen, neemt deze periode naar verwachting eenveel kortere periode in beslag.Vraag 31Kamerstuk 33 652, nr. 65Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 652, nr. 962 Kunt u de onderliggende stukken, op basis waarvan de naar de Kamergestuurde vergelijking van de baanvakken is opgesteld, met de Kamerdelen?Antwoord 3Bij de 21e voortgangsrapportage ERTMS is het tussenrapport van hetonderzoek naar de alternatieve locatie voor het proefbaanvak meege-stuurd. Bijlage 1 bij deze brief bevat het eindrapport van dit onderzoek.Vraag 4Kunt u nauwkeurig aangeven hoe het project in een stabiele fase wordtgebracht?Antwoord 4Begin 2023 zijn de verwachte tegenvallers in tijd en geld met de Kamergedeeld. Sindsdien zijn deze tegenvallers beter doorgrond en wordt meteen andere bril naar de opgave gekeken. In de zomer van 2023 is eensecond opinion uitgevoerd op de kostenraming en uitrolstrategie doorinternationale experts. Alle maatregelen die genomen worden in deherijking die op dit moment plaatsvindt, zijn erop gericht het programmazo verantwoord mogelijk uit te voeren. Een van de meest zichtbaremaatregelen om stabiliteit te verkrijgen, is het opdelen van de program-mascope in tranches. Een tranche is een deel van de uitrol waarbij we detechnische scope en wijze van aanpak bevriezen. Het streven is om zofocus en stabiliteit aan te brengen en te leren, voordat we verder gaan.Voor elke tranche adviseert de programmadirectie ERTMS welke nieuwetechnologische ontwikkelingen volwassen genoeg zijn om in te voeren.Een andere aanbeveling uit de second opinion is de uitrol te starten aande randen van het netwerk.In de eerste tranche zal de nadruk komen te liggen op het stapsgewijsleren van de implementatie van ERTMS, en vooral op het veilig enefficiënt laten rijden van treinen met ERTMS op het bestaande netwerk.Dat gebeurt door binnen deze tranche in kleinere stappen te werken.Hierbij ligt de focus op kritieke integrale mijlpalen waarbij meerderedisciplines en organisaties betrokken zijn. Deze aanpak is gebaseerd opprojecten zoals Thameslink en de Noord/Zuidlijn. Het programma streefthierbij naar een zo eenvoudig mogelijke opbouw van het vervoers-systeem. Omdat 90% van de functies van het centrale veiligheidssysteemin de baan en treinen al nodig zijn voor het eerste proefbedrijf is hethuidige beeld dat tranche 1 vrij omvangrijk wordt.Vraag 5Kunt u een nadere onderbouwing geven van het potentiële tekort van 1miljard euro?Antwoord 5Begin 2023 is de Kamer geïnformeerd over de actualisatie van dekostenraming en het verwachte potentieel tekort van afgerond 1 miljard.In de 18e voortgangsrapportage ERTMS2 is hiervan een nadere onder-bouwing geleverd. Deze onderbouwing is op hoofdlijnen nog gelijk.Samengevat betekent dit dat de grootste kostenstijgingen voortkomen uit:•Gewijzigde omstandigheden op de leveranciersmarkt;•Krapte op de arbeidsmarkt;•Duurder uitvallen van de ombouw van baanvak Kijfhoek – Belgischegrens;•Extra kosten voor het centrale veiligheidssysteem in de infrastructuur;•Beperkte marktwerking;2Kamerstuk 33 652, nr. 88Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 652, nr. 963 •Duurder uitvallen van de ombouw van materieel; en•Langere doorlooptijd van het programma.Vraag 6Hoe gaat u voorkomen dat het potentiële tekort tot een forse vertragingvan het project leidt?Vraag 6Op dit moment is er nog voldoende verplichtingenruimte, waardooraanvullende vertraging als gevolg van het potentieel tekort niet in de redeligt. Dat laat onverlet dat er onvoldoende budget is voor de landelijkeuitrol van ERTMS. Zoals aangegeven in de brief bij de 21e voortgangsrap-portage ERTMS wordt uw Kamer bij de voortgangsrapportage in hetvoorjaar van 2025 geïnformeerd over de definitieve invulling en devervolgstappen. De budgettaire effecten worden verwerkt in deVoorjaarsnota 2025 en de Ontwerpbegroting 2026.Vraag 7Kunt u in het kader van de afspraken met Zeeland nader duiden wat devolgende passage concreet betekent: «uitgebreide communicatie over dehinderplanning en vervangend vervoer waarbij wordt ingespeeld op despecifieke Zeeuwse situatie. Bussen starten eerder en rijden langer doordan de treindienst. Ook wordt voorzien in een expresdienst Vlissingen –Middelburg – Goes»?Antwoord 7De passage waarnaar wordt verwezen betekent allereerst dat er tijdige,proactieve en volledige communicatie naar reizigers zal zijn over hetmoment waarop de daadwerkelijke buitendienststelling plaatsvindt. Hetexacte moment waarop deze buitendienststelling is, wordt de komendejaren in de verdere uitwerking bepaald. Daarnaast betekent het dat er bijhet regelen van vervangend vervoer aandacht zal zijn voor specifiekeaandachtspunten in Zeeland, bijvoorbeeld het vermijden van een drukkeverkeersader of een extra stop op een locatie die veel gebruikt wordt doorreizigers. Een concreet voorbeeld hiervan is het inrichten van eenexpresdienst per bus tussen Vlissingen, Middelburg en Goes. Hiervoorwordt de samenwerking met de regionale belanghebbende partijengezocht om in te kunnen spelen op de specifieke Zeeuwse situatie.Vraag 8Kan in het kader van de afspraken met Zeeland nader worden geduid wat«optimalisatie van de werkzaamhedenplanning in Zeeland voor, tijdens enna de implementatie van ERTMS» concreet betekent?Antwoord 8De werkzaamheden en buitendienststellingen voor het proefbaanvakERTMS zijn niet de enige werkzaamheden waar Zeeland de komende jarenmee te maken zal krijgen. Ook voor het verbeteren van de baanliggingzullen nog de nodige werkzaamheden gedaan moeten worden. Op ditmoment wordt hier nog onderzoek naar gedaan. Om de overlast voorreizigers zo beperkt mogelijk te houden, wordt bij de uitwerking van allewerkzaamheden die de komende jaren gedaan moeten worden gekekenwat slim gecombineerd kan worden, zodat er zo min mogelijk buiten-dienststellingen nodig zijn.Vraag 9Waar is de 2,1 miljoen euro voor vervangend busvervoer in Zeelandprecies op gebaseerd?Antwoord 9Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 652, nr. 964 Het genoemde bedrag is bestemd voor vervangend vervoer voor specifiekde parallel aan het spoor rijdende scholierenlijnen. Het is dus niet hetbedrag voor al het vervangend busvervoer in Zeeland. Dit bedrag is deuitkomst van gesprekken met de Provincie Zeeland over het maatregel-pakket voor hinderbeperking en het vergroten van de betrouwbaarheid.De Provincie heeft aangegeven rekening te houden met een kostenpostvan € 0,7 miljoen (excl. BTW) voor drie jaar.Vraag 10Wat is de maximaal mogelijke bezetting van de extra ov-fietsen? Betreftdit ook ebike-ov-fietsen? Zo nee, waarom niet?Antwoord 10De maximaal mogelijke bezetting van de extra OV-fietsen zal de komendejaren bij de uitwerking van de maatregelen bepaald worden, in samen-spraak tussen NS en de regionale partijen. Hierbij wordt ook gekeken ofhier e-bike-OV-fietsen ingezet worden.Vraag 11Wat betekent «de sprinterdienst van Zeeland naar Breda zo lang alsmogelijk doorzetten» precies? Hoe wordt bepaald wat zo lang als mogelijkis?Antwoord 11Op station Roosendaal zijn verschillende aanpassingen gepland aan desporen voor onder meer de programma’s Behandelen en Opstellen enERTMS. Ook is een extra treindienst naar Antwerpen voorzien. Decombinatie van extra treinen en spooraanpassingen maakt dat desprinterdienst van Zeeland naar Breda tijdelijk is, maar wel zo langmogelijk wordt voortgezet. Tot wanneer dit precies is, zal in de uitwerkingvan de programma’s blijken.Vraag 12Kan in het kader van de afspraken met Zeeland nader worden geduid watde volgende passage precies betekent: «In het kader van de Pilot PubliekVervoer bekijken Provincie, Rijk en NS de mogelijkheden om drempels teverlagen op het gebied van plannen boeken en betalen van reizen»?Antwoord 12Onderdeel van de Pilot Publiek Vervoer is één boekingssysteem waarmeede reiziger een reis kan boeken. Het is echter niet mogelijk om hiermeeeen reis met NS te boeken. Dit is voor NS lastig om regionaal te reali-seren. Met deze afspraak wordt echter wel de betrokkenheid van allepartijen gewaarborgd bij deze pilot, zodat samen gekeken wordt of erandere mogelijkheden zijn om de drempels van het plannen, boeken enbetalen van reizen te verlagen.Vraag 13Waarom is de bijdrage aan het vervangend busvervoer in Zeelandexclusief btw en de bijdrage aan het onderwijspakket inclusief btw?Antwoord 13De bedragen zijn de uitkomst van gesprekken met de Provincie Zeelandover het maatregelpakket voor hinderbeperking en het vergroten van debetrouwbaarheid.Vraag 14Welke afspraken zijn gemaakt over de toegankelijkheid van hetvervangend vervoer voor mensen met een beperking? Kan gegarandeerdworden dat dit op precies hetzelfde niveau blijft als bij het treinvervoer?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 652, nr. 965 Antwoord 14Vervangend vervoer is onderdeel van de afspraken die gemaakt zijn metde Provincie Zeeland. NS zorgt in de periode van het proefbedrijf voorvervangend vervoer conform deze afspraken en monitort dit. Deervaringen die zijn opgedaan bij eerdere werkzaamheden en verstoringenen communicatie hierover zullen benut worden. Vanzelfsprekend zal erhierbij aandacht zijn voor de toegankelijkheid van het vervangend vervoervoor mensen met een beperking. Bij de uitwerking van de maatregelenwordt de samenwerking gezocht met de belanghebbende partijen omspecifieke aandachtspunten te kunnen meenemen. Het proefbedrijf betrefteen langere aaneengesloten buitendienststelling die ver van tevorengepland wordt. Dit maakt het vervangend vervoer beter te plannen.Vraag 15Is het ruimtelijk en technisch mogelijk om de lijn uit richting Vlissingen-Roosendaal bij Lage Zwaluwe ook aan te sluiten op de HSL? Zo ja, welketijdwinst zou dit kunnen opleveren tussen Rotterdam en Zeeland? En watzouden de globale kosten van deze aansluiting zijn?Antwoord 15Binnen «Wind in de Zeilen» zijn afspraken gemaakt over een beoogdereistijdverkorting van 1 uur tussen Amsterdam en Zeeland, die naarverwachting eind 2025 zal worden gerealiseerd. Dit is onderdeel van degeplande dienstregelingswijziging, waarbij een overstap op Rotterdamnoodzakelijk is. De afspraak die in het kader van «Wind in de Zeilen» isgemaakt, gaat iets verder. In stap 2 wordt de reistijdwinst van 1 uurbeoogd mede door de versnelde IC op Rotterdam via de HSL direct doorte leiden richting Schiphol en Amsterdam Zuid.Na een verdiepende studie blijkt dat deze op korte termijn negatief uitpaktvoor de Zeeuwse reiziger. Dit komt doordat er meer reizigers van en naarZeeland richting Schiedam, Delft, Den Haag en verder reizen en dezegroep nu te maken krijgt met een overstap op Rotterdam. Dit geeft op dekorte termijn meer Zeeuwse reizigers hinder door verlies van een directeverbinding dan dat er baat hebben van de directe trein over de HSL. Destuurgroep «Wind in de Zeilen» heeft stap 2 daarom aangepast. Dereistijdwinst van 1 uur tussen Vlissingen en Amsterdam uit de oorspron-kelijke afspraak blijft behouden door middel van een (snelle) overstap opRotterdam. Deze reistijdwinst wordt per december 2025 gerealiseerd. Hieris ook zo over gerapporteerd in de achtste voortgangsrapportage Wind inde Zeilen.3Vraag 16Is in het kader van het compensatiepakket voor Zeeland ook gesprokenover de lijn Terneuzen-Gent? Wordt het personenvervoer al volledigmeegenomen in de plannen? Zo nee, waarom niet?Antwoord 16Nee. In het kader van het proefbaanvak ERTMS is met de ProvincieZeeland enkel gesproken over hinderbeperkende maatregelen enmaatregelen om de betrouwbaarheid van de Zeeuwse Lijn te vergroten.Het separate project Rail Gent-Terneuzen richt zich specifiek op spoorgoe-derenvervoer en niet op personenvervoer. De bijdrage vanuit hetNationaal Groeifonds is geënt op het wegnemen van knelpunten voorgoederenvervoer per spoor, waarmee het bedrijfsleven in de regio meergebruik kan maken van deze duurzamere en veiligere modaliteit voor hetvervoeren van goederen. Wel wordt rekening gehouden met eventuele3Kamerstuk 33 358, nr. 45Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 652, nr. 966 toekomstige ontwikkelingen qua personenvervoer. Het project richt zicherop die ontwikkeling niet onmogelijk te maken.Vraag 17Kan per station waar gedurende vier maanden geen trein stopt preciesworden weergegeven hoe groot het reistijdverlies is?Antwoord 17Hoewel hinder van het proefbaanvak onvermijdelijk is, zijn betrouw-baarheid en voorspelbaarheid belangrijk voor reizigers. Als basis hiervoorzijn er afspraken gemaakt over een maatregelpakket voor hinderbeperkingen betrouwbaarheid tussen IenW en de Provincie Zeeland. De komendejaren worden het proefbaanvak en de maatregelen gezamenlijk met allebelanghebbende partijen verder uitgewerkt. Hierbij zal de reiziger centraalstaan, met als doel de hinder zoveel mogelijk te beperken en verzachten.De inzet daarbij is om het reistijdverlies zoveel als mogelijk teminimaliseren.Vraag 18Hoeveel reizigers zullen naar verwachting door het maandenlang nietlaten rijden van treinen kiezen voor de auto en hoeveel hiervan zullen naarverwachting niet meer terugkeren in het OV?Antwoord 18Er zijn afspraken gemaakt over een maatregelpakket voor hinderbeperkingen betrouwbaarheid tussen IenW en de Provincie Zeeland. Daarin zijnafspraken gemaakt over robuust en uitgebreid vervangend busvervoer,waarbij wordt ingespeeld op de specifieke Zeeuwse situatie. Daarnaast isook het (bij)plaatsen van OV-fietsen onderdeel van de afspraken. Hiermeebieden we de treinreizigers een alternatief en wordt voorkomen datreizigers tijdelijk of definitief van de trein in de auto stappen.Vraag 19Hoe groot is het risico dat de proeffase in Zeeland langer dan viermaanden duurt?Antwoord 19Zie het antwoord op vraag 2 voor een toelichting op de doorlooptijd vanhet testen en beproeven. Voor de Zeeuwse Lijn wordt dit momenteel noguitgewerkt. De huidige inschatting is dat de doorlooptijd van het testen enbeproeven vergelijkbaar zal zijn met de veronderstelde doorlooptijd voorde Hanzelijn.Vraag 20Wat is op dit moment de planning in welke maanden er geen treinenzullen rijden?Antwoord 20Het exacte moment van de buitendienststelling is op dit moment nog nietbekend. Bij het bepalen daarvan wordt bijvoorbeeld ook gekeken naar deplanning van werkzaamheden van Rijkswaterstaat, de Provincie Zeelanden gemeenten. Dit om te voorkomen dat de buitendienststelling van hetspoor samenvalt met eventuele werkzaamheden op de weg. Ook wordt bijhet bepalen van het exacte moment zoveel mogelijk gekeken naar debelangen van de reizigers. Ten slotte is ook de programmaplanning vande landelijke implementatie van ERTMS van belang.Vraag 21Wat is de oorzaak van een toename van 4 miljoen euro in de programma-kosten tussen deze en de vorige voortgangsrapportage?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 652, nr. 967 Antwoord 21Dit betreft het saldo van allerhande wijzigingen op detailniveau. Devoornaamste aanpassing betreft het opnemen van de kosten voor deplanuitwerking voor het proefbaanvak op de Zeeuwse Lijn van circa € 6miljoen (incl. BTW). Overige verschuivingen hebben vooral betrekking opde werkelijke begeleidings- en managementkosten ten opzichte van debegropte kosten voor de afgelopen periode.Vraag 22Hoe verhoudt zich de stijging in de programmakosten tot de verbeter-maatregelen om meer grip te krijgen op de budgetspanning en deuitgevoerde second-opinion?Antwoord 22De kostenstijging van € 4 miljoen betreft een stijging van zo’n 0,1% op detotale kostenraming. Onderdeel van de nieuwe werkwijze en sturing is datwe zaken naar boven halen die tot nu onder de oppervlakte zijn gebleven.Dit komt omdat gezamenlijk een beter beeld wordt verkregen van deopgave. Paradoxaal genoeg zal deze nieuwe aanpak naar verwachtingeerst tot een ongunstigere prognose leiden. Dat laat overigens onverletdat ook kansen zullen ontstaan. De verwachting is dat met verloop van tijden het opbouwen van ervaring de uitrol sneller en goedkoper zou moetenkunnen worden uitgevoerd.Vraag 23Op welke wijze draagt u zorg dat Nederland niet andere, niet compatibele,versies/baselines van ERTMS gaat implementeren dan onze buurlandenDuitsland en België?Antwoord 23De eisen aan het ERTMS-systeem (specificatie) zijn vastgelegd inEuropese regelgeving, de zogenaamde technical specifications forinteroperabillity (TSI’s). Elke fabrikant van zowel trein als infrastructuurmoet zich hieraan houden. Op deze wijze is de universele norm internati-onaal geregeld, net als bij bijvoorbeeld ook de normstelling voorUSB-aansluitingen (stekker en poort). Het Europees Spooragentschaphoudt toezicht op het toepassen van de eisen en verleent vergunningenvoor materieel en infrastructuur. De Europese Commissie en de ERA zijnverantwoordelijk voor het borgen van de interoperabiliteit van verschil-lende versies als er in de toekomst andere wensen qua specificaties zijn.Nederland zet zich er actief voor in om te voorkomen dat versies elkaar tesnel opvolgen en om kosten zoveel mogelijk te beperken.De uitrol van ERTMS in Europa neemt vele decennia in beslag, waarbijalle landen hun eigen tempo aanhouden en een eigen keuze maken vooréén van de versies van ERTMS in de infrastructuur die past binnen degeldende EU-specificaties. Via de corridor-organisaties voor de drieTrans-Europese Transportnetwerken (TEN-T-routes) die in Nederlandstarten of eindigen, en met België en Duitsland in het bijzonder, isregelmatig overleg. Dit om goede afstemming te hebben over deERTMS-versies op de grensbaanvakken, operationele afspraken,aansluiten van gebruikersprocessen op de grens en de toelating van hetmaterieel. Dit is altijd nodig, zelfs als beide landen dezelfde versie vanERTMS uitrollen.Vraag 24Hoe zorgt u ervoor dat reizigers in Zeeland geen hinder ondervinden vande maanden waarin met ERTMS getest gaat worden? Is er al eenbusvervoerder benaderd?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 652, nr. 968 Antwoord 24De komst van een proefbaanvak heeft hoe dan ook impact op dedesbetreffende regio. Dat is vervelend maar niet te voorkomen. Dekomende periode zal de spoorsector zich er samen met IenW voorinspannen om de inrichting van het proefbaanvak in goede banen teleiden en de hinder zoveel mogelijk te beperken en verzachten. Als basishiervoor zijn er afspraken gemaakt tussen IenW en de Provincie Zeelandover een maatregelpakket voor hinderbeperking en betrouwbaarheid. Nietalleen de Provincie maar ook andere belanghebbende partijen alsgemeenten, onderwijsinstellingen, haven en bedrijven zullen nauwbetrokken worden bij de verdere uitwerking van het proefbaanvak en demaatregelen. Hierbij zal de reiziger centraal staan.Vervangend vervoer is onderdeel van de afspraken die gemaakt zijn metde Provincie Zeeland. NS zorgt in de periode van het proefbedrijf voorvervangend vervoer conform deze afspraken en monitort dit. Deervaringen die zijn opgedaan bij eerdere werkzaamheden en verstoringenen communicatie hierover zullen benut worden. Hierbij wordt ingespeeldop de specifieke Zeeuwse situatie. Het proefbedrijf betreft een langereaaneengesloten buitendienststelling die ver van tevoren gepland wordt.Dit maakt het vervangend vervoer beter te plannen. Normaliter wordtdeze aanvraag 40 dagen van tevoren gedaan bij een geplande buiten-dienststelling. Bij een storing is dat op het moment zelf (of heel krap vantevoren).Vraag 25Is er gekeken naar de mogelijkheid te testen op een dubbelsporig baanvakwaarbij er slechts één van de twee sporen wordt uitgevoerd met ERTMS?Zo nee, waarom niet? Zo ja, kan er meer duiding komen waarom dit niettot de mogelijkheden behoort?Antwoord 25Een dergelijke oplossing zou betekenen dat de twee sporen veilig vanelkaar gescheiden zouden moeten worden en onder verschillendetreinbeveiligingsregimes gebracht, inclusief bijbehorende veiligheids-maatregelen. Daarmee zou de capaciteit per deelspoor fors afnemen enzou het aantal test- en beproevingsscenario’s wat uitgevoerd kan wordenin de beschikbare tijd klein zijn. Dit zou ook betekenen dat er geenrepresentatief proefbedrijf uitgevoerd kan worden. Zelfs als dit technischemaakbaar zou zijn, zou er slechts ook zeer beperkt reizigersvervoermogelijk zijn. Naast de vraag of er wel een veilige situatie gecreëerd kanworden, zou het de periode van hinder verlengen doordat de beschikbaretestcapaciteit omlaag gaat. Testen zouden dan over een langere periodeuitgesmeerd moeten worden, of er wordt meer risico gelopen op hinderop het eerstvolgende baanvak (Kijfhoek – Belgische grens) omdat eenaantal zaken niet getest en beproefd wordt.Vraag 26Wat is de exacte afbakening van het deel van de Zeeuwse lijn dat alsproefbaanvak zal worden gebruikt?Antwoord 26Op het stuk spoor tussen Vlissingen en Goes zal volgens de huidigeinzichten gedurende 3 tot 4 maanden getest en beproefd worden metERTMS. In die periode zullen reizigers gebruik moeten maken vanvervangend vervoer. Als het test- en proefbedrijf naar tevredenheid isverlopen, kan de dienstregeling weer worden opgestart. Dan wordt ookook op het traject Goes – Roosendaal overgeschakeld op ERTMS.Gedurende een langere periode wordt de gewone dienstregeling geredenmet reizigers in de trein met aanvullende maatregelen op de achtergrond.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 652, nr. 969 Vraag 27Kunt u ook het eindrapport van het «onderzoek naar alternatieven voor deHanzelijn als proefbaanvak» naar de Kamer sturen? Welke groteverschillen bestaan er tussen het tussenrapport en het eindrapport voorde Zeeuwse lijn?Antwoord 27Ja, zie bijlage 1. Tussen het tussenrapport en het eindrapport zitten eenaantal verschillen. Zo zijn tabellen en tekstjes aangepast, verplaatst ofverwijderd. Daarnaast is informatie zoals de stand van contracten, tendersen andere projecten geactualiseerd naar maart 2024. Tot slot is hoofdstuk8 vervangen voor een uitgebreide beantwoording van de gestelde vragennaar aanleiding van het tussenrapport (wat oorspronkelijk hoofdstuk 8was).Vraag 28Zal de volgende voortgangsrapportage weer een volledige en concreteplanning bevatten van alle migratiestappen van de programmascope?Antwoord 28De inzet is inderdaad om de volgende voortgangsrapportage aan tesluiten op de nieuwe aanpak en werkwijze. Het programma werkt toe naareen planning in meerdere stappen, die dan nog niet is afgerond. Waarmogelijk zullen referenties worden opgenomen om tegen te rapporteren.Vraag 29Waarom zijn de toevoeging van de Noordelijke lijnen en de assentellersuit 2021 en 2022, die voor een groot extra budgettekort zorgen, nog steedsniet verwerkt in de programmaraming en het programmabudget? Welkekostenraming wordt momenteel gehanteerd voor de toevoeging van deNoordelijke lijnen en de assentellers aan de programmascope?Antwoord 29De uitvoering van deze projecten ligt bij ProRail, waardoor de kosten-raming en het budget nog onderdeel zijn van de reeksen voor Exploitatie,Onderhoud en Vernieuwing (EOV). De Noordelijke lijnen en de assen-tellers zullen onderdeel vormen van de nog vast te stellen eerste tranche.Naar verwachting zal het budget voor de Noordelijke lijnen in 2025worden toegevoegd aan het programmabudget. Het is overigens niet zodat er nog een tekort is op deze gelden; bij het BKN spoor is de finan-ciering voor de Noordelijke lijnen (met uitzondering van de emplace-menten) en de assentellers geregeld.Vraag 30Hoe hoog is het saldo van de aanlegkosten voor het proefbaanvakZeeuwse lijn en de uitgespaarde kosten voor het proefbaanvak Hanzelijn?Antwoord 30De budgettaire aanpassingen voor de proefbaanvakken worden nuuitgewerkt en doorgevoerd in de Voorjaarsnota 2025 en Ontwerpbe-groting 2026. Over de kostenramingen wordt u bij de 22e voortgangsrap-portage ERTMS geïnformeerd, die in het voorjaar van 2025 verschijnt.Vraag 31Waarom worden niet alle risico’s waarvan honderd procent zeker is dat zijoptreden toegevoegd aan de programmaraming? In hoeverre hangt ditsamen met het feit dat de risicoreservering van 270 miljoen euroonvoldoende is om het risicoprofiel van 744 miljoen euro te dekken?Antwoord 31Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 652, nr. 9610 Met de besluitvorming van tranche 1 worden de risico’s waarvan honderdprocent zeker is dat ze optreden opgenomen in de raming. Dit staat losvan het totale risicoprofiel van € 744 mln. In het proces om te komen totbesluitvorming over tranche 1 wordt ook de post onvoorzien en hetbudget hiervoor herijkt waar mogelijk. Voor een deel betreft het echteronzekerheid in de financiering van materieelombouw voor spoorgoeder-vervoerders. Het financieel effect noch de wijze van alternatieve finan-ciering hiervan zijn op dit moment uitgewerkt.Vraag 32Hoe worden de risico’s van het test- en proefbedrijf in Zeeland verwerkt inde projectraming?Antwoord 32Dit verloopt hetzelfde als bij de uitwerking van de andere baanvakken inde scope. Op basis van de werkzaamheden wordt gekeken welke risico’szich kunnen voordoen bij het test- en proefbedrijf. Deze risico’s wordenuiteindelijk verwerkt in de raming.Vraag 33De aanlegkosten ERTMS op de Zeeuwse lijn zijn nog niet opgenomen inhet programmabudget en in de programmering; een eerste schatting is200 miljoen euro. Is dit inclusief of exclusief risico’s?Antwoord 33De aanlegkosten van het programma en dus ook het proefbaanvakZeeuwse lijn, worden inclusief risico’s geraamd. Er is nu een eersteschatting bekend. De omvang hiervan kan in de uitwerking nog wijzigen.Vraag 34Kunt u een uitgesplitst overzicht geven van de kosten die zijn gemoeidmet de Zeeuwse lijn als proefbaanvak, inclusief de maatregelen dieworden genomen om de overlast hiervan voor de reizigers en vervoerderste beperken?Antwoord 34De verdere uitwerking van het proefbaanvak op de Zeeuwse Lijn bevindtzich momenteel in de opstartfase. Onderdeel hiervan is het verderuitwerken van het exacte ontwerp en de scope, evenals de nadereuitwerking van alles wat in, op en rondom het proefbaanvak dient tegebeuren. Zoals gebruikelijk bij dit soort grote infrastructurele projectenzal een volgende, meer gespecificeerde inschatting van de kosten voor deovergang naar de volgende fase beschikbaar komen.Het overzicht van de kosten van de maatregelen die worden genomen omde overlast voor reizigers en vervoerders te beperken is opgenomen in debrief aan het College van gedeputeerde staten van Zeeland, die als bijlagebij de VGR 21 ERTMS met de Kamer gedeeld is. De bijdrage aan deoverwegen en aan het in stand houden van de scholierenlijn zal aan deProvincie Zeeland gedaan worden, de bijdrage aan de railtechniekop-leiding aan de desbetreffende partijen. Overige maatregelen zijn zaken diebijvoorbeeld NS regelt en financiert, zoals vervangend vervoer en extraOV-fietsen.Vraag 35In het verleden bleken er geregeld te weinig bussen te zijn als treinver-vangend vervoer; hoe gaat u ervoor zorgen dat dit in Zeeland nietopnieuw gebeurt? Kunt u daarbij ook toelichten hoe het werkt als erplotseling vervangend vervoer nodig is en hoe ervoor gezorgd wordt datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 652, nr. 9611 mensen dan nog steeds zo spoedig mogelijk op de plaats vanbestemming aankomen?Antwoord 35Het proefbedrijf betreft een langere aaneengesloten buitendienststellingdie ver van tevoren gepland wordt. Dit maakt het vervangend vervoerbeter te plannen. Normaliter wordt deze aanvraag 40 dagen van tevorengedaan bij een geplande buitendienststelling. Bij een storing is dat op hetmoment zelf (of heel krap van tevoren). Met de beschikbare voorberei-dingstijd kan een goede opdracht in de markt gezet worden. Daarbij zalaandacht zijn voor zowel de 3 tot 4 maanden test- en proefbedrijf als delangere periode daarna, waarin er een verhoogde kans op kinderziektes is.Ook hier worden eerder opgedane ervaringen benut.Vraag 36Hoe monitort en evalueert u het aanbod van het treinvervangend vervoer,en hoe onderneemt u stappen als dit niet volgens afspraak en naartevredenheid wordt geleverd?Antwoord 36Vervangend vervoer is onderdeel van de afspraken die gemaakt zijn metde Provincie Zeeland. NS zorgt in de periode van het proefbedrijf voorvervangend vervoer conform deze afspraken en monitort dit. Deervaringen die zijn opgedaan bij eerdere werkzaamheden en verstoringenen communicatie hierover zullen benut worden. Hierbij wordt ingespeeldop de specifieke Zeeuwse situatie. Bij de uitwerking van de maatregelenwordt de samenwerking gezocht met de belanghebbende partijen omspecifieke aandachtspunten te kunnen meenemen.Vraag 37Wie heeft het besluit genomen om de test in Zeeland plaats te latenvinden?Antwoord 37Het Rijk is verantwoordelijk voor de Hoofdspoorweginfrastructuur, waarde Zeeuwse Lijn deel van uitmaakt. Dat maakt dat een besluit over delocatie van het proefbaanvak aan IenW is. Vanwege de impact van eenproefbaanvak is ervoor gekozen hiervoor wel draagvlak te zoeken in dedesbetreffende regio.De Provincie heeft vanaf het eerste contact aangegeven geen voorstanderte zijn van een proefbaanvak op de Zeeuwse Lijn vanwege de hinder voorde reiziger. Mede vanwege de recente beperkingen in het treinverkeer opde Zeeuwse Lijn is gekeken of er nog andere locaties aan de randen vanhet spoornetwerk een alternatief kunnen zijn. Parallel aan de eerstegesprekken met de Provincie Zeeland is daarom contact gelegd met tweeandere provincies. Echter, de mogelijkheden om leerervaring op te doenvoor alle relevante partijen was voor het Zeeuwse traject veruit hetgrootst. De spoorsector heeft dan ook een sterke voorkeur voor eentweede proefbedrijf in Zeeland (na een eerste proefbedrijf in Fryslân).Ondanks de weerstand van de Provincie Zeeland tegen de komst van hetproefbaanvak is – nadat duidelijk werd dat de Zeeuwse Lijn de voorkeurbleef houden – samen gekeken naar randvoorwaarden en maatregelenom het proefbaanvak hier in te kunnen richten. De Provincie Zeeland gafdaarbij aan dat – als het proefbaanvak dan toch in Zeeland ingericht zouworden – er extra maatregelen genomen moeten worden om de overlastvoor de reizigers zoveel mogelijk te beperken. Begin oktober is overeen-stemming bereikt over het pakket met maatregelen voor hinderbeperkingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 652, nr. 9612 en om de betrouwbaarheid te vergroten. Toen is het besluit genomen omhet proefbaanvak in Zeeland in te richten.Niet alleen de provincie maar ook andere belanghebbende partijen alsgemeenten, onderwijsinstellingen, haven en bedrijven in de regio wordennauw betrokken bij de verdere uitwerking van het proefbaanvak en demaatregelen.Vraag 38Op basis van welke gegevens heeft u het besluit voor de Zeeuwse lijngenomen?Antwoord 38Zoals te lezen in de bijlagen bij de 21e voortgangsrapportage ERTMS is ereen uitgebreide, inhoudelijke analyse uitgevoerd naar de meest geschiktelocatie. Allereerst is een aantal eisen opgesteld waar het baanvak aanmoet voldoen. Op basis daarvan zijn alle baanvakken in Nederlandbekeken. Hierna zijn twee baanvakken overgebleven die verder onder-zocht zijn: de Zeeuwse Lijn en Roosendaal – Lage Zwaluwe. De ZeeuwseLijn kwam hieruit als voorkeurslocatie. In de afweging is gekeken naar defysieke kenmerken van de spoorlijn, de impact op de landelijke dienstre-geling en de bereikbaarheid voor verschillende goederen- en personen-vervoerders. Daarnaast is het vanaf dit baanvak eenvoudiger de stap in deuitrol te maken naar het baanvak dat na de Zeeuwse Lijn op de uitrol-planning staat: Kijfhoek – Belgische grens.Vraag 39Is uw besluit om de test op het Zeeuwse traject uit te voeren nog terug tedraaien?Antwoord 39Er is uitgebreid onderzoek gedaan naar een geschikte locatie. De ZeeuwseLijn voldoet het best aan de opgestelde eisen waaraan een proefbaanvakmoet voldoen. De mogelijkheden om leerervaring op te doen voor allerelevante partijen was voor het Zeeuwse traject veruit het grootst. Despoorsector heeft dan ook een sterke voorkeur voor een tweede proefbe-drijf in Zeeland (na een eerste proefbedrijf in Fryslân). Daarnaast is heteenvoudiger de stap in de uitrol te maken naar het baanvak dat na deZeeuwse Lijn op de uitrolplanning staat: Kijfhoek – Belgische grens. Ditmaakt dat het besluit genomen is om het proefbaanvak in te richten op deZeeuwse Lijn.Vraag 40Welke andere trajecten zijn, naast de Zeeuwse lijn, nog in beeld (geweest)voor een test?Antwoord 40Zoals te lezen in de bijlagen bij de 21e voortgangsrapportage ERTMS is ereen uitgebreide, inhoudelijke analyse uitgevoerd naar de meest geschiktelocatie. Allereerst is een aantal eisen opgesteld waar het baanvak aanmoet voldoen. Op basis daarvan zijn alle baanvakken in Nederlandbekeken. Hierna zijn twee baanvakken overgebleven die verder onder-zocht zijn: de Zeeuwse Lijn en Roosendaal – Lage Zwaluwe. De ZeeuwseLijn kwam hieruit als voorkeurslocatie. In de afweging is gekeken naar defysieke kenmerken van de spoorlijn, de impact op de landelijke dienstre-geling en de bereikbaarheid voor verschillende goederen- en personen-vervoerders. Daarnaast is het eenvoudiger de stap in de uitrol te makennaar het baanvak dat na de Zeeuwse Lijn op de uitrolplanning staat:Kijfhoek – Belgische grens.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 652, nr. 9613 Vervolgens zijn er gesprekken gestart met de Provincie Zeeland om tekijken naar de mogelijkheden voor de inrichting van het proefbaanvak opdeze locatie. De Provincie heeft vanaf het eerste contact aangegeven geenvoorstander te zijn van een proefbaanvak op de Zeeuwse Lijn vanwege dehinder voor de reiziger. Mede vanwege de recente beperkingen in hettreinverkeer op de Zeeuwse Lijn is gekeken of er nog andere locaties aande randen van het spoornetwerk een alternatief kunnen zijn. Parallel aande eerste gesprekken met de Provincie Zeeland is daarom contact gelegdmet twee andere provincies. Echter, de mogelijkheden om leerervaring opte doen voor alle relevante partijen was voor het Zeeuwse traject veruithet grootst. De spoorsector heeft dan ook een sterke voorkeur voor eentweede proefbedrijf in Zeeland (na een eerste proefbedrijf in Fryslân).Vraag 41Wanneer heeft u het besluit voor de Zeeuwse lijn genomen?Antwoord 41Begin 2024 werd duidelijk dat de Zeeuwse Lijn als voorkeurslocatie uit hetonderzoek naar een alternatieve locatie voor het proefbaanvak kwam.Vervolgens zijn er in mei 2024 gesprekken gestart met de ProvincieZeeland om te kijken naar de mogelijkheden voor de inrichting van hetproefbaanvak op deze locatie. De Provincie heeft vanaf het eerste contactaangegeven geen voorstander te zijn van een proefbaanvak op deZeeuwse Lijn vanwege de hinder voor de reiziger.Ondanks de weerstand van de Provincie Zeeland tegen de komst van hetproefbaanvak is – nadat duidelijk werd dat de Zeeuwse Lijn de voorkeurbleef houden – samen gekeken naar randvoorwaarden en maatregelenom het proefbaanvak hier in te kunnen richten. De Provincie Zeeland gafdaarbij aan dat – als het proefbaanvak dan toch in Zeeland ingericht zouworden – er extra maatregelen genomen moeten worden om de overlastvoor de reizigers zoveel mogelijk te beperken. Begin oktober is overeen-stemming bereikt over het pakket met maatregelen voor hinderbeperkingen om de betrouwbaarheid te vergroten. Toen is het besluit genomen omhet proefbaanvak in Zeeland in te richten.Vraag 42Wanneer is uw besluit aan de Zeeuwse collega’s medegedeeld en aanwie?Antwoord 42Vanaf mei 2024 is er met de Provincie Zeeland gesproken over demogelijkheid om het proefbaanvak op de Zeeuwse Lijn in te richten. Nadataan het eind van de zomer duidelijk werd dat de Zeeuwse Lijn de voorkeurbleef houden heeft de Provincie contact gelegd met een aantal regionalepartners, voorafgaand aan en net nadat het besluit begin oktober met deKamer gedeeld werd. Het besluit is vastgelegd in een brief aan hetZeeuwse College van gedeputeerde staten die ook aan de Kamer isgestuurd bij de 21e voortgangsrapportage ERTMS.Vraag 43Op welke wijze is de compensatie voor het ongemak voor Zeeland totstand gekomen? Met wie is hierover overlegd? Welke gedeputeerdenzaten aan tafel?Antwoord 43Zie voor een beschrijving van het doorlopen proces en de hierbijbetrokken partijen het antwoord op vraag 40 en 41. Vanuit de ProvincieZeeland is gesproken met de gedeputeerde verantwoordelijk voorinfrastructuur en mobiliteit.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 652, nr. 9614 Vraag 44In hoeverre is het compensatiepakket voor Zeeland al vaststaand? Kunnenhier nog wijzigingen in aangebracht worden?Antwoord 44De komende jaren zullen alle partijen in de spoorsector zich er samen metIenW voor inspannen om de inrichting van het proefbaanvak in goedebanen te leiden en de hinder zoveel mogelijk te beperken en verzachten.Als basis hiervoor zijn er afspraken gemaakt over een maatregelpakketvoor hinderbeperking en betrouwbaarheid tussen IenW en de ProvincieZeeland. Niet alleen de Provincie maar ook andere belanghebbendepartijen als onderwijsinstellingen zullen nauw betrokken worden bij deverdere uitwerking van het proefbaanvak en de maatregelen. Bij deuitwerking wordt de samenwerking gezocht met de belanghebbendepartijen om specifieke aandachtspunten te kunnen meenemen. Hierbij zalde reiziger centraal staan.Vraag 45Kan gegarandeerd worden dat het alternatieve vervoer in Zeeland bijdoorgang van de test ook adequaat is?Antwoord 45Het proefbedrijf betreft een langere aaneengesloten buitendienststellingdie ver van tevoren gepland wordt. Dit maakt het vervangend vervoerbeter te plannen. Normaliter wordt deze aanvraag 40 dagen van tevorengedaan bij een geplande buitendienststelling. Bij een storing is dat op hetmoment zelf (of heel krap van tevoren). Met deze voorbereidingstijd kaneen goede opdracht in de markt gezet worden. Daarbij zal aandacht zijnvoor zowel de 3 tot 4 maanden test- en proefbedrijf als de langere periodedaarna, waarin er een verhoogde kans op kinderziektes is. Ook hierworden eerder opgedane ervaringen benut.Vraag 46Wordt er ook meegenomen bij inzet van vervangend vervoer dat deochtend- en avondspitsmomenten in Goes druk zijn en bussen in de filekomen te staan?Antwoord 46Bij het regelen van vervangend vervoer zal aandacht zijn voor specifiekeaandachtspunten in Zeeland, bijvoorbeeld het vermijden van een drukkeverkeersader of een extra stop op een locatie die veel gebruikt wordt doorreizigers. Een concreet voorbeeld hiervan is het inrichten van eenexpresdienst per bus tussen Vlissingen, Middelburg en Goes. Hiervoorwordt de samenwerking met de regionale belanghebbende partijengezocht. Dit om in te kunnen spelen op de specifieke Zeeuwse situatie.Vraag 47Kan het traject dat getest wordt niet korter gemaakt worden, zodat detreinen tot Arnemuiden kunnen rijden?Antwoord 47Er is een uitgebreide inhoudelijke analyse uitgevoerd naar de meestgeschikte locatie. De spoorlijn tussen Vlissingen en de Sloeboog blijkt hetmeest geschikt. Goes heeft meer sporen, wissels en uitwijkmogelijkhedendan Arnemuiden. Door te stoppen in Goes kunnen er meer treinen rijden(zowel reizigerstreinen richting Roosendaal als testtreinen), er daardoormeer verbindingen worden aangeboden en grotere aantallen reizigersoverstappen. Het station van Arnemuiden is slecht bereikbaar voor grotetouringcars en daarom niet geschikt als locatie voor starten en eindigenvan vervangend vervoer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 652, nr. 9615 Vraag 48Worden er op het traject Goes-Roosendaal meer treinen ingezet tijdens detest?Antwoord 48Er worden tijdens het test- en proefbedrijf op dit traject geen extrareizigerstreinen ingezet. Een belangrijke reden hiervoor is dat er op Goeszowel treinen gekeerd moeten worden die van het proefbaanvak komenals uit de reguliere dienstregeling tussen Goes en Roosendaal.Vraag 49Was er geen optie tot testen op een traject waar meer dan één spoorlijn is,anders dan in Zeeland?Antwoord 49Er zijn 58 potentiële baanvakken onderzocht in het onderzoek naaralternatieven voor de Hanzelijn als proefbaanvak. Dit is gedaan aan dehand van een set van zes criteria waar alleen de baanvakken Roosendaal-Sloe, Sloe-Vlissingen en Roosendaal-Lage Zwaluwe aan voldeden, met alssterke voorkeur voor Sloe-Vlissingen. Deze voorkeur is gebaseerd op hetfeit dat het aan de rand van het spoornetwerk ligt, de aantallen dagelijksereizigers beter te verbussen zijn dan de alternatieven en het wenselijk isom te testen en beproevingen met NS, Arriva en de spoorgoederenver-voerders.Vraag 50Kan het goederentransport naar het Sloegebied wel doorgang vinden?Antwoord 50De haven van Sloe blijft tijdens het testen en beproeven tussen Vlissingenen Goes bereikbaar voor goederenvervoer.Vraag 51Is het zeker dat in Zeeland geen enkele economische schade ontstaat? Zoja, wordt deze volledig gecompenseerd?Antwoord 51De komst van een proefbaanvak heeft hoe dan ook impact op dedesbetreffende regio, in welke regio dit dan ook is. Dat is vervelend maarniet te voorkomen. De komende jaren zal de spoorsector zich er samenmet IenW voor inspannen om de inrichting van het proefbaanvak in goedebanen te leiden en de hinder zoveel mogelijk te beperken en verzachten.Er wordt goed gekeken naar de mogelijkheid om de duur van hinder tebeperken door simulaties, testen in een lab en het inrichten van meerdereproefbaanvakken.Vraag 52Wordt er ook gekeken naar mogelijkheden tot opschaling van alternatiefvervoer binnen Zeeland als dit nodig is?Antwoord 52Vervangend vervoer is onderdeel van de afspraken die gemaakt zijn metde Provincie Zeeland. NS zorgt in de periode van het proefbedrijf voorvervangend vervoer conform deze afspraken en monitort dit. Deervaringen opgedaan bij eerdere werkzaamheden en verstoringen encommunicatie hierover zullen benut worden. Hierbij wordt ingespeeld opde specifieke Zeeuwse situatie. Bij de uitwerking van de maatregelenwordt de samenwerking gezocht met de belanghebbende partijen omspecifieke aandachtspunten te kunnen meenemen.Vraag 53Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 652, nr. 9616 Wordt er gekeken naar chauffeurs die de weg kennen in Zeeland en deNederlandse taal machtig zijn?Antwoord 53Het proefbedrijf betreft een langere aaneengesloten buitendienststellingdie ver van tevoren gepland wordt. Dit maakt het vervangend vervoerbeter te plannen. Normaliter wordt deze aanvraag 40 dagen van tevorengedaan bij een geplande buitendienststelling. Bij een storing is dat op hetmoment zelf (of heel krap van tevoren). Met deze voorbereidingstijd kaneen goede opdracht in de markt gezet worden. Daarbij zal aandacht zijnvoor zowel de 3 tot 4 maanden test- en proefbedrijf als de langere periodedaarna, waarin er een verhoogde kans op kinderziektes is. Hier wordeneerder opgedane ervaringen benut. De taal die chauffeurs spreken enkennis van het Zeeuwse wegennet zullen waar mogelijk eenaandachtspunt zijn bij het in de markt zetten van alternatief vervoer.Vraag 54Wordt er rekening gehouden met de evenementenagenda in Zeeland bijkeuze tijdvak?Antwoord 54Waar mogelijk wordt rekening gehouden met de evenementenagenda inZeeland bij het plannen van het exacte moment van testen en beproeven.Vraag 55Wordt er rekening gehouden met ander onderhoud aan infrastructuur inde provincie Zeeland, zodat dit niet gelijktijdig valt?Antwoord 55Ja. Zie voor een weergave van waar rekening mee wordt gehouden bij deplanning van de benodigde buitendienststelling het antwoord op vraag20.Vraag 56Wordt er na de eerste testen ook rekening gehouden met vervolgtesten enonderhoud zodat Zeeland niet weer verstoken is van treinvervoer op eenander traject?Antwoord 56Na de eerste serie testen en beproevingen tussen Vlissingen en Goeszullen er verdere werkzaamheden, testen en beproevingen plaatsvindenop de rest van het baanvak richting Roosendaal. Werkzaamheden elders inhet land zijn niet uitgesloten. Het minimaliseren van geplande enongeplande hinder voor reizigers en verladers is onderdeel van deverdere uitwerking van het testen en beproeven, en een directe aanleidingvoor het proefbaanvak op de Zeeuwse Lijn. De uitrol van ERTMS zaluiteindelijk in heel Nederland gebeuren.Vraag 57Wordt er rekening gehouden met de periode van testen en onderhoud ophet gehele traject Vlissingen-Amsterdam, zodat er na Goes niet nogmaalsextra reistijd ontstaat?Antwoord 57Na de eerste serie testen en beproevingen tussen Vlissingen en Goeszullen er verdere werkzaamheden, testen en beproevingen plaatsvindenop de rest van het baanvak richting Roosendaal. Werkzaamheden elders inhet land zijn niet uitgesloten. Het minimaliseren van geplande enongeplande hinder voor reizigers en verladers is onderdeel van deverdere uitwerking van het testen en beproeven. De uitrol van ERTMS zalTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 652, nr. 9617 uiteindelijk in heel Nederland gebeuren waaronder ook op het verderetraject van Vlissingen richting Amsterdam. Nadat ERTMS succesvoluitgerold is op Vlissingen – Roosendaal volgt het aansluitende baanvakKijfhoek – Belgische grens.Vraag 58Kunt u garanderen dat Zeeuwen van verdere vertraging/stremmingverstoken blijven?Antwoord 58De komende jaren zal de spoorsector zich er samen met IenW voorinspannen om de inrichting van het proefbaanvak in goede banen teleiden en de hinder zoveel mogelijk te beperken en verzachten. Echterblijft er, zowel voor als na het proefbedrijf, altijd een kans op onverwachtestoringen bestaan. Daarbij weten we dat er ook andere werkzaamhedenvoor de baanligging zullen moeten worden uitgevoerd de komende jaren.Dat is vervelend, maar niet te voorkomen.Vraag 59Komt er compensatie voor de extra intercity en betere bereikbaarheid vanZeeland vanuit het compensatiepakket «Wind in de zeilen» (Binnenlandsezaken), die op deze manier teniet wordt gedaan?Antwoord 59De inrichting van het proefbaanvak op de Zeeuwse Lijn heeft een raakvlakmet het pakket Wind in de Zeilen. De afspraken van dit pakket kunnengewoon doorgang vinden, behoudens de periode van ongeveer 3 tot 4maanden waarin we gaan testen en beproeven. De komende jarenworden het proefbaanvak en de maatregelen voor hinderbeperking en hetvergroten van de betrouwbaarheid gezamenlijk met alle belanghebbendepartijen verder uitgewerkt.Vraag 60(Hoe) is extra reistijd meegenomen in de afweging en keuze voor eenproefbaanvak in Zeeland?Antwoord 60Hinder was één van de criteria in het onderzoek naar een alternatievelocatie voor het proefbaanvak. Hierbij is gekeken naar het aantal reizigersdat gebruik zou moeten maken van vervangend vervoer. Omdat allebaanvakken in Nederland bekeken zijn, is geen inschatting gemaakt vande extra reistijd, die vaak per herkomst en bestemming verschilt, zelfs opéén baanvak. De komst van een proefbaanvak heeft hoe dan ook impact,in welke regio dit dan ook is. Dat is vervelend, maar niet te voorkomen.Hoewel hinder van het proefbaanvak onvermijdelijk is, zijn betrouw-baarheid en voorspelbaarheid belangrijk voor reizigers. De komendeperiode zal de spoorsector zich er samen met IenW voor inspannen om deinrichting van het proefbaanvak in goede banen te leiden en de hinderzoveel mogelijk te beperken en verzachten. Als basis hiervoor zijn erafspraken gemaakt over een maatregelpakket voor hinderbeperking enbetrouwbaarheid.Vraag 61(Hoe) gaan (vaste) reizigers in Zeeland gecompenseerd worden voor deextra wacht- en reistijd?Antwoord 61De komst van een proefbaanvak heeft hoe dan ook impact op dedesbetreffende regio. Dat is vervelend maar niet te voorkomen. Vanwegehet belang van de OV-verbindingen voor de reizigers in Zeeland staan inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 652, nr. 9618 de afspraken met de Provincie Zeeland hinderbeperking en betrouw-baarheid centraal. De komende periode zal de spoorsector zich er samenmet IenW voor inspannen om de inrichting van het proefbaanvak in goedebanen te leiden en de hinder zoveel mogelijk te beperken en verzachten.Als basis hiervoor zijn er afspraken gemaakt tussen IenW en de ProvincieZeeland over een maatregelpakket voor hinderbeperking en betrouw-baarheid. Niet alleen de Provincie maar ook andere belanghebbendepartijen als gemeenten, onderwijsinstellingen, haven en bedrijven zullennauw betrokken worden bij de verdere uitwerking van het proefbaanvaken de maatregelen. Hierbij zal de reiziger centraal staan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 652, nr. 9619
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.