KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over de Geannoteerde agenda Eurogroep en Ecofinraad januari 2025 (Kamerstuk 21501-07-2084)

17 jan 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 3e9314284c67e77c · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202521 501-07Raad voor Economische en Financiële ZakenNr. 2089 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 21 januari 2025 De vaste commissie voor Financiën heeft een aantal vragen en opmer-kingen voorgelegd aan de Minister van Financiën over de brief van18 december 2024 over Geannoteerde agenda Eurogroep en Ecofinraadjanuari 2025 (Kamerstuk 21 501-07, nr. 2084) en over de brief van10 januari 2025 over Nazending Geannoteerde agenda Eurogroep enEcofinraad 20 en 21 januari 2025 (Kamerstuk 21 501-07, nr. 2087).De vragen en opmerkingen zijn op 15 januari 2025 aan de Minister vanFinanciën voorgelegd. Bij brief van 17 januari 2025 zijn de vragenbeantwoord.De voorzitter van de commissie,Nijhof-LeeuwDe griffier van de commissie,Weeber kst-21501-07-2089ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 20891 I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie merken op dat de steeds verdere Europeseexpansie onder het Pools voorzitterschap niet terugkomt in de geanno-teerde agenda van de Eurogroep en de Ecofinraad van 20 en 21 januari2025. In het programma van het Poolse voorzitterschap van de Raad vande Europese Unie (Programme of the Polish Presidency of the Council ofthe European Union) staat op pagina 10 dat uitbreiding wordt beschouwdals het beste instrument om vrede, democratie, de rechtsstaat en welvaartte bevorderen. Op de daaropvolgende pagina wordt zelfs het belangbenadrukt van het voortzetten van een constructieve dialoog met Turkijeals kandidaat-lidstaat. Heeft de Minister hiervan kennisgenomen?De leden van de PVV-fractie vragen de Minister om ondubbelzinnigduidelijk te maken dat de Europese Unie moet afzien van verdereuitbreiding en direct moet stoppen met gesprekken met regimes zoals datvan Erdogan. Deze leden verzoeken de Minister bovendien om hetstandpunt van Nederland binnen de Raad helder te verwoorden en teverdedigen, namelijk dat verdere uitbreiding geen bijdrage levert aan deversterking van de Unie, maar eerder verdeeldheid en instabiliteit kanveroorzaken.De leden van de PVV-fractie vragen wat de daadwerkelijke meerwaarde isvan de digitale euro, met name welke unieke rol deze vervult binnen hethuidige betalingslandschap die niet reeds wordt ingevuld door contantgeld of betaalkaarten. Daarnaast verzoeken deze leden de Minister om teverduidelijken waarom een digitale euro noodzakelijk zou zijn en welkeproblemen in het betalingsverkeer hiermee specifiek worden opgelost.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie delen de mening van het kabinetdat een zorgvuldige procedure omtrent de invoering van een digitale eurobelangrijker is dan de snelheid waarmee dat zou moeten gebeuren. Ookde aandacht in de besprekingen voor het waarborgen van de privacy vanEuropese burgers is in de ogen van deze leden een belangrijk gegeven.Genoemde onderwerpen die nog uitonderhandeld moeten worden zijn dekostenverdeling en de aanhoudingslimieten. Wat is de inzet vanNederland in deze onderhandelingen?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn blij met de inzet vanNederland op een verdere integratie van de Europese energiemarkt. Dat isin het belang van stabiele en betaalbare energievoorziening. Hoeverhoudt dit doel zich ten opzichte van de wens van het kabinet om deDuitse tak van TenneT te verkopen? Hoe kan Nederland bijdragen aan hetverder integreren van de energiemarkten? Deze leden constateren dat deMinister aangeeft niets te zien in prijslimieten. Deelt de Minister demening van deze leden dat in uiterste gevallen een prijslimiet juistwenselijk kan zijn, zoals tijdens de extreme energieprijzen in 2022? Is hijhet met deze leden eens dat dit ook mogelijk moet zijn wanneer deEuropese markt in de toekomst sterker is geïntegreerd?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat de Minister alsinzet bij de macro-economische ontwikkelingen benoemt dat dehoudbaarheid van overheidsfinanciën een blijvende prioriteit moet zijn.Hoe verhoudt deze uitspraak zich tot de tik op de vingers die de EuropeseCommissie in september 2024 gaf voor het niet halen van de begrotings-normen op de middellange termijn?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 20892 Tegelijkertijd, zo merken deze leden op, hamert de Minister op het belangvan het versterken van de innovatie in Europa en het concurrerend makenvan onze economieën. Wat vindt de Minister belangrijker, dat landeninvesteren in innovatie en economische concurrentiekracht zoals hetrapport Draghi voorschrijft, of dat ze bezuinigen om de begrotingsnormente halen?Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de stukken diezijn geagendeerd voor het schriftelijk overleg over de Eurogroep/Ecofinraad en hebben daarover enkele vragen en opmerkingen.De leden van de VVD-fractie lezen dat één van de prioriteiten van deEuropese Commissie is het verminderen van de administratieve lastenvoor met name kleine en middelgrote ondernemingen. Hoge administra-tieve lasten werd ook al gesignaleerd als probleem door Draghi in zijnomvangrijke rapport. Eerder heeft eurocommissaris Frans Timmermansook al de opdracht gekregen excessieve administratieve lasten terug tedringen, in de zogenaamde Better Regulation-richtsnoeren.Wat zijn de resultaten van de uitvoering van deze Better Regulation-richtsnoeren? Hoe gaat de Minister erop toezien dat de belofte van lagereadministratieve lasten door de nieuwe Europese Commissie wordtwaargemaakt? Richt de Nederlandse inzet tijdens onderhandelingen overlagere administratieve lasten zich nog toe op bepaalde sectoren ofbeleidsdomeinen en zo ja, welke en waarom deze sectoren of beleidsdo-meinen? Sluit Nederland zich aan bij de recente oproep van de Duitsebondskanselier Scholz voor versimpeling van de Corporate SustainabilityReporting-richtlijn (CSRD), de taxonomie-verordeningen en CorporateSustainability Due Dilligence-verordening (CSDDD)? Hoe gaat deEuropese Commissie concreet invulling geven aan de vermindering vande administratieve laten en de regeldruk? Gaat het dan vooral om nieuwewet- en regelgeving? Of gaat er ook gekeken worden naar het schrappenvan bestaande regels?De leden van de VVD-fractie vinden het concurrentievermogen,investerings- en vestigingsklimaat cruciaal. Ook de verbetering van deenergieonafhankelijkheid en het doorzetten van de energietransitie zijnprioriteiten, evenals budgettaire stabiliteit, hervormingen, en investe-ringen. De leden van de VVD-fractie vinden dat moet worden ingezet opde kapitaalmarktunie en dat dit snel handen en voeten moet krijgen. Deleden van de VVD-fractie vinden dat het kabinet nog wel abstract blijftover het adresseren van de hoge energieprijzen voor bedrijven enhuishoudens. In het rapport van Draghi was dit immers ook één van debelangrijkste aanbevelingen.Wat gaat het kabinet concreet betekenen als het gaat over de energie-prijzen voor bedrijven en huishoudens? Kan worden uitgelegd waaromniet wordt ingezet op de verlaging van de energiebelasting? Tevensvragen de leden van de VVD-fractie hoe het kabinet het punt van de lage(arbeids-)productiviteit van de Europese Unie aan de orde gaat stellen.Welke oplossingen ziet het kabinet daarvoor in Europees verband?De leden van de VVD-fractie hechten net als het kabinet meer waarde aankwaliteit dan aan snelheid bij de ontwikkeling van een mogelijke digitaleeuro. Deze leden willen weten of dit ook het geval is bij de EuropeseCommissie.De leden van de VVD-fractie lezen dat Nederland zich bij de totstand-koming van de digitale euro inspant om de Europese Centrale Bank (ECB)niet de bevoegdheid te geven de rol over de grootte van de digitale euroin het financiële stelsel te bepalen zonder politiek besluit vooraf. HoeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 20893 groot acht de Minister de kans dat deze wens wordt verwezenlijkt?Daarnaast zullen een deel van de kosten die de ECB maakt voor de digitaleeuro worden doorberekend aan de handelaren in de digitale euro. De ECBwil deze doorberekening wel begrenzen. Is er al zicht op hoe dezebegrenzing vorm gaat krijgen? Tot slot zou rente op de digitale eurouitgesloten worden. Zou rente op de digitale euro banken echter nietkunnen aanzetten om renteverhogingen sneller door te voeren, terwijl derentes op spaarrekeningen in Nederland nu laag zijn en de AutoriteitConsument & Markt (ACM) concludeerde dat er te weinig concurrentie isop de spaarmarkt?De leden van de VVD-fractie willen ook dat het kabinet inzet op hetverlagen van de kosten voor de digitale euro. Het gaat dan enerzijds omde implementatiekosten, maar ook over de structurele, dan wel doorlo-pende kosten voor betaaldienstverleners en handelaren (bijvoorbeeldwinkeliers). De kosten van het betalingsverkeer in Nederland zijn laag endat willen de leden van de VVD-fractie graag zo houden. Wat is de inzetvan het kabinet op dit punt? Nederland is kritisch op onderdelen van hetkostenmodel. Maar welke mogelijkheden ziet het kabinet concreet? Wat ishet krachtenveld op dit punt?De leden van de VVD-fractie lezen eveneens dat het kabinet zich kanvinden in de beoordeling van de Europese Commissie over de budgettairstructurele plannen en de buitensporig tekortprocedure. De leden van deVVD-fractie vinden handhaving van de herziene Europese begrotings-regels van cruciaal belang. Een tik op de vinger van de EuropeseCommissie voor de middellange termijn voor Nederland vinden de ledenslecht uitlegbaar. Landen als Italië en Frankrijk hebben op de middellangetermijn nog een fors hogere staatsschuld en geen geloofwaardig pad vanafbouw.De leden van de VVD-fractie maken zich zorgen over Frankrijk. De politiekesituatie sinds het vertrek van premier Barnier en het besluit om debegroting van het afgelopen jaar te verlegen zorgen niet voor echtefundamentele oplossingen voor de financiële problemen in Frankrijk. Deleden maken zich zorgen over de hoge rente op de staatsschuld en deafwaardering van de ratingagencies (AA3) van Frankrijk.De leden van de VVD-fractie hebben nog een aantal opmerkingen over hetHerfstpakket Europees Semester 2025, met name het voorstel voor deaanbevelingen van de Raad voor het economisch beleid van de eurozone.In zijn algemeenheid vinden de leden van de VVD-fractie de aanbeve-lingen en de appreciatie nog weinig concreet. Onduidelijk is wat sommigein gaan houden of betekenen. Deze leden vragen derhalve een nadereinkleuring van de verschillende onderdelen.De leden van de VVD-fractie kijken verder ook uit naar de concreteinvulling van de Minister voor de plannen van de kapitaalmarktunie. Dezeleden willen de financiering van bedrijven, met name MKB, innovatie,startups/scaleups verbeteren. Dat moet het doel zijn. Deze leden lezen dathet kabinet ook wil kijken naar het standaardiseren van het onderne-mingsrecht, faillissementsrecht of jaarverslaggeving. Eerder was hetkabinet hier terecht kritisch over, vanwege de grote gevolgen en impli-caties. Wat bedoelt het kabinet daar concreet mee? Wat zijn de gevolgenvoor bedrijven? Hoe worden ondernemers ook betrokken bij de plannen?Is het kabinet bereid om tijdig een impact assessment te laten uitvoeren?Zo nee, waarom niet?De leden van de VVD-fractie lezen dat het kabinet wil werken aan eenEuropees depositogarantiestelsel (EDIS). Voor de VVD-fractie staat vooropTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 20894 dat er eerst stappen gezet moeten worden als het gaat om risicoreductie,met name op het gebied van de risico’s voor staatsobligaties op bankba-lansen. Is dit ook de volgordelijkheid die het kabinet wil aanhouden?Wat zijn de concrete plannen voor het verhogen van de productiviteit?Wat zijn de knoppen waaraan je kan draaien om de arbeidsproductiviteitte verhogen volgens het kabinet? Hoe kijkt het kabinet ook naar detoekomstige ontwikkeling van AI in relatie tot het economisch beleid vande eurozone en hoe kunnen de gevolgen daarvan voor de arbeidsmarkt ende economie ook worden benut en indien negatief gemitigeerd? Wat is denationale agenda op dit punt kabinetsbreed?De leden van de VVD-fractie lezen dat de Europese Commissie verderestappen wil nemen ter verdieping van de economische en monetaire unie(EMU). Zeker hierbij geldt dat het volstrekt onduidelijk is wat daar preciesmee bedoeld wordt. Kan nader worden geduid wat de EuropeseCommissie daarmee wil gaan doen aan concrete voorstellen en wat dekabinetsappreciatie daarvan is?De leden van de VVD-fractie lezen dat Nederland een non-paper overe-commercezendingen heeft ingebracht en onderschrijven het belanghiervan. Deze leden zijn van mening dat de stroom van zo’n miljardpakketjes per jaar, voornamelijk afkomstig uit China, zorgt voor een flinkewerkdruk bij de Douane en oneerlijke concurrentie voor Nederlandseondernemers. De leden van de VVD-fractie vragen in hoeverre deverwachting is dat andere landen dit voorstel kunnen steunen. Is bekendof zij tegen dezelfde problemen aanlopen? Is daarnaast ook eeninschatting te geven in welke mate de hoeveelheid pakketjes zouteruglopen als dit voorstel wordt omarmd? Wat betekent dit voor dewerkdruk van de Douane?Tot slot willen de leden van de VVD-fractie weten wanneer de inzet vanhet Nederlandse kabinet voor het nieuwe Meerjarig Financieel Kader(MFK) verschijnt. Het afbetalen van het subsidiedeel van het Herstel en –Veerkracht plan (HVP) vanaf 2028 is nog niet geregeld door het kabinet.Hoe gaat de Minister ervoor zorgen dat Nederland haar korting behoudt?Hoe gaat de Minister zich inzetten om de gemaakte afspraak in hetHoofdlijnenakkoord over een extra korting te realiseren?Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de voor dit schriftelijk overleg geagendeerde stukken. Deze ledenhebben daarover een aantal opmerkingen en vragen.De leden van de NSC-fractie vragen allereerst wat de visie van de Ministeris op de claim van president Trump op Groenland? Deelt de Minister demening van de leden van de NSC-fractie dat Groenland voor de EuropeseUnie behouden moet blijven? Is de Minister bereid om in EU-verband tepleiten voor een Europees investeringspakket voor Groenland teneinde dedaar aanwezige grondstoffen in te kunnen zetten voor een duurzamereenergietransitie en de strategische onafhankelijkheid van Europa?De leden van de NSC-fractie begrijpen dat het Poolse voorzitterschap datop 1 januari 2025 is begonnen, inzet op «security» als leidend principe.Deze leden steunen dit beginsel, gezien de onzekere geopolitieke situatie.Het aangaan van nog meer gemeenschappelijke schulden op EU-niveauwijzen deze leden echter af. Dit leidt in de ogen van deze leden op termijntot een Europese superstaat met geheel eigen financiële middelen, diegeleend worden op de kapitaalmarkt, maar later terugbetaald moetenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 20895 worden door de lidstaten. Deelt de Minister de mening dat de EuropeseUnie geen schuldenunie moet worden?Het Europe Next Level programma van 2020, met 750 miljard euro op dekapitaalmarkten geleend geld, werd destijds aangekondigd als «absoluuteenmalig», vanwege de uitzonderlijke coronacrisis. Echter, het rapport vanDraghi, de voorstellen van Macron en nu weer het voorstel van Polen, omDefensie-uitgaven te financieren met gemeenschappelijke leningen opEU-niveau, wijzen erop dat in 2020 toch de toon gezet is voor een nieuwetrend. Hoe kijkt de Minister aan tegen deze trend om de Europese Uniesteeds groter te maken met supranationale leningen op de kapitaalmarkt?De leden van de NSC-fractie merken op dat het in het kader van het themasecurity het van belang is om geheel onafhankelijk te worden vanRussisch gas. Hongarije, Oostenrijk en Slowakije zijn echter nog steedsafhankelijk van Russisch gas. Wat kan de Minister in EU-verband doen omdeze landen van het Russische gas af te krijgen?Is het verbruik van Russisch gas in Nederland inmiddels teruggebracht totnul? Zo nee, waarom niet?De leden van de NSC-fractie vragen of het instellen van een specialetaskforce door Von der Leyen betekent dat de Europese Commissie hetrapport-Draghi al heeft omarmd als haar eigen standpunt. Of is dit slechtsgedeeltelijk zo en op welke punten dan? Is de Europese Commissie ookvoorstander van nog meer gemeenschappelijke leningen?Betekent 800 miljard euro per jaar, zoals Draghi voorstelt, dat Nederlandzo’n 40 miljard euro extra zou moeten uitgeven aan innovatie? Zo nee, omwelk jaarlijks bedrag gaat het dan?De leden van de NSC-fractie vragen verder of de Minister de mening deeltdat innovatie niet top-down met overheidsgeld kan worden afgedwongen,maar voort moet komen uit bottom-up initiatieven van het bedrijfsleven,kennisinstituten en de wetenschap.Deze leden vragen voorts of de aanpak van Draghi meer gemeen heeftmet de methode van het Fonds Economische Structuurversterking (FES)(1995–2010) of met de methode van het Nationaal Groeifonds (2019 totnu)? Klopt het dat de effectiviteit van beide methodes onduidelijk is? Deeltde Minister de mening dat blind met overheidsgeld strooien de achter-stand in economische groei op de Verenigde Staten en China niet zal doenafnemen?De leden van de NSC-fractie vragen verder wat de resultaten tot nu toezijn van het Better Regulation-programma, dat in 2014 onder leiding vaneurocommissaris Timmermans van start is gegaan? Wordt de «one in oneout» regel in de praktijk structureel toegepast? Hoeveel heeft ditopgeleverd in termen van minder administratieve lasten?Wat is de inzet van het kabinet voor de in de Boedapestverklaringaangekondigde «versimpelingsrevolutie»? Wat is de Nederlandse positieten aanzien van het eventueel vertragen en aanpassen van verplichtingenop gebied van financiële verslaglegging (en specifiek de CSRD), zoalsDuitsland voorstelt?Wat is de inzet van het kabinet voor de gezamenlijke verklaringen voor debeleidsprioriteiten voor komend jaar en voor 2025–2029?Hoe komt het dat de economische groei in de eurozone stelselmatig lagerlijkt te zijn dan buiten de eurozone (in 2024: 0,8 procent versus.0,9 procent)? De euro werd toch juist opgericht om een hogere econo-mische groei te realiseren?Klopt de voorspelling van de Europese Commissie over de geharmoni-seerde consumentenprijsindex (HICP)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 20896 nog wel voor Nederland? De Europese Commissie gaat uit van 3,2 procentin 2024, terwijl in november en december 3,8 procent en 4,1 procent wasvolgens de HICP-definitie. Zal deze voorspelling dus moeten wordenbijgesteld? Zullen dan ook de inflatie voor 2025 en 2026 (2,1 procent en1,9 procent) ook naar boven moeten worden bijgesteld?Welke onderverdeling voor de 3,2 procent inflatie kan de Minister makenin termen van vraaginflatie, (loon)kosteninflatie en winstinflatie? Dezeinflatiesoorten vereisen immers toch eigenlijk ieder een andere aanpak?De leden van de NSC-fractie vragen wat de Minister gaat doen om deinflatie te beteugelen. Klopt het dat de opkoopprogramma’s (APP enPEPP) van de ECB en het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB),waaronder De Nederlandsche Bank (DNB), in 2015 gestart zijn om deinflatie omhoog te krijgen? Klopt het dan ook dat het versneld afbouwenvan de obligatieportefeuille (tapering) tot het tegenovergestelde zoumoeten leiden, namelijk lagere inflatie? Het (indirect) plaatsen vanstaatsobligaties bij banken in ruil voor liquiditeit zou volgens de Fisher-vergelijking (M*V=P*T) moeten leiden tot een lagere hoeveelheid geld inomloop en dus tot lagere inflatie. Kan de Minister hier zijn visie op gevenals macro-econoom? Kan de Minister dit bespreken met de president vanDNB, de heer Knot?Klopt het dat het versneld afbouwen van de obligatieportefeuille, alsmethode om de inflatie omlaag te krijgen, tot minder maatschappelijkekosten leidt dan de traditionele beleidsinstrumenten zoals renteverho-gingen, loonmatiging en winstmatiging?Klopt het dat de Euro Area Recommandations (EAR) van de EuropeseCommissie heel erg «hoog over» zijn en voor Nederland niet totpraktische gevolgen zullen leiden? Klopt het dat deze EAR in grote lijnenovereenkomen met het Competitiveness Compass?Kan de Minister toelichten waarom het kabinet het Nederlandse overschotop de lopende rekening al jarenlang niet als een probleem ziet, terwijl deEuropese Commissie dit identificeert als een macro-economischeonevenwichtigheid met risico’s voor de financiële stabiliteit? Waar komtdit verschil in interpretatie vandaan?Klopt het, zo vragen de leden van de NSC-fractie voorts, dat een overschotvan tien procent van het bruto binnenlands product (bbp) op de lopenderekening een teken is van een sterke concurrentiepositie van Nederlandbinnen de Europese Unie? En dat het daarom logisch is dat Nederlandgeen actief beleid voert op het terugdringen van het overschot?Zijn het niet juist de andere lidstaten, die een tekort op de lopenderekening hebben, die meer hervormingen zouden moeten doorvoeren omhun concurrentiepositie te versterken? En als gevolg daarvan hun tekortop hun lopende rekening terug kunnen brengen? Kortom, zouden de AERzich niet vooral moeten richten op de tekortlanden en niet op deoverschotlanden?Klopt het dat het hoge overschot op de lopende rekening een meer danvoldoende compensatie vormt voor de hoge private schulden inNederland? En dat dus het verder versoberen van de hypotheekaftrekoverbodig en contraproductief is, onder meer vanwege het negatievevertrouwenseffect? Waarom bemoeit de Europese Unie zich hier dan zonadrukkelijk mee?De leden van de NSC-fractie merken op dat de ECB eind 2025 een besluitwil nemen over de publieke digitale euro. Tegelijkertijd verwacht deMinister dat er dan nog geen politiek besluit zal liggen in Brussel. Waaropbaseert de Minister dit? De Europese centrale banken binnen het ESCBhebben toch inmiddels de conclusie getrokken dat de digitale eurotechnisch mogelijk is?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 20897 In hoeverre verschilt de digitale euro eigenlijk van de girale euro? Zal demogelijkheid om digitale euro’s aan te houden bij DNB gratis aangebodenworden? Kan op deze manier worden gewaarborgd dat iedere Neder-lander beschikt over ten minste één kostenvrije betaalrekening, zoals ditfeitelijk jarenlang het geval is geweest? Deelt de Minister de mening dathet steeds duurder worden van een betaalrekening een onwenselijkehindernis is in het deelnemen aan het maatschappelijke en betalings-verkeer?Betekent de eventuele komst van de offline digitale euro eigenlijk deterugkeer van de chipknip, zoals deze tot 2015 bestond? Waarom is dezeeigenlijk in 2015 door de banken afgeschaft, nu deze vorm van geld net alscontant geld bijna volledig privacy-proof is? Waarom wordt voorgesteldom een maximum hoeveelheid digitale euro’s in te stellen van 3.000 tot4.000 euro’s? Immers indien geen rente wordt betaald op digitale euro’s,zullen de meeste consumenten het grootste deel van hun geld toch stallenbij een bank die wel rente betaalt? Is hier geen sprake van een onnodigdubbel slot op de deur?Aan de andere kant: hoe draagt het uitsluiten van een positieve rente opdigitale euro-tegoeden bij aan het beschermen van de financiële stabi-liteit, nu al houderlimieten worden voorzien? Zou directe rente op digitaleeuro-tegoeden een instrument kunnen zijn om commerciële banken aan tezetten renteverhogingen sneller door te berekenen aan hun klanten, ook inlicht van de bevindingen van de ACM in haar rapport Concurrentie op deNederlandse spaarmarkt van 16 juli 2024?Is de Minister het eens met automatische koppeling van bankrekeningenaan de wallet (watervalmechanisme) en hoe wil hij waarborgen datburgers hier indien gewenst van kunnen afzien?De leden van de NSC-fractie vragen voorts wat er momenteel in de Raadvoorligt ten aanzien van de begrenzing van de kostendoorberekening vanbetaaldienstverleners aan handelaren. Wat is daarbij de Nederlandseinzet?Welke basisdiensten met betrekking voor de digitale euro blijven voorburgers gratis?Kan de Minister een geactualiseerde inschatting maken van de kostenvoor de digitale euro voor de verschillende partijen, zoals de ECB, DNB,banken, handelaren en consumenten, uitgesplitst naar implementatie-kosten en operationele kosten? Welke gevolgen hebben deze kosten voorde winstuitkeringen van centrale banken?In welke gevallen wil het kabinet kunnen afwijken van de acceptatieplichtvoor de digitale euro?In hoeverre voldoet een wholesale digitale euro via de Target-dienstenvan het Eurosysteem aan het advies van de Adviesraad InternationaleVraagstukken om bij de ontwikkeling van een digitale euro de geopolitiekedimensie in het ontwerp mee te nemen en bij de ontwikkeling de nadrukte leggen op het grensoverschrijdende betalingsverkeer tussen grotefinanciële instellingen en dienstverleners (het groothandel-segment)?De leden van de NSC-fractie hebben vragen naar aanleiding van demeerjarige budgettair-structurele plannen voor de middellange termijn(BSPMT).Hoe additioneel zijn de hervormingen en investeringen in het FranseBSPMT ten opzichte van het herstel- en veerkrachtplan? Hoe verhoudt eeneventuele (gedeeltelijk) terugdraaiing van de pensioenverhoging zich totschuldhoudbaarheid en de Franse hervormingsverplichtingen in het HVPen het BPSMT?Hoe beoordeelt de Europese Commissie of sprake is van hetzelfde«ambitieniveau» wanneer een lidstaat een nieuw plan indient? Hoebeoordeelt het kabinet dit? Wordt het meegenomen als belangrijkeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 20898 bestaande hervormingen, die weliswaar niet in het plan staan maarbijvoorbeeld wel dezelfde groeibevorderende en schuldreducerendedoelstelling hebben, worden teruggedraaid?De leden van de NSC-fractie vragen of de Minister (contouren van) de«passende alternatieven» voor rekeningrijden, de energiebelasting-hervorming en andere maatregelen die niet meer doorgaan, waarover hijmet de Commissie in gesprek is, kan toelichten. Op welke manier wordtde Kamer hierbij betrokken op een manier dat zij nog invloed kanuitoefenen op de te maken keuzes?Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van devoor het schriftelijk overleg geagendeerde stukken. Deze leden hebbendaarover op dit moment geen vragen.Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractieDe leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen voor voorliggendestukken. Deze leden hebben daarover enkele vragen.De leden van de SGP-fractie lezen in de geannoteerde agenda dat deontwikkelingen rond de digitale euro digitale euro langzaam gaan. Welktijdspad ziet de Minister voor zich als het in de invoering van de digitaleeuro gaat?Daarnaast vragen de leden van de SGP-fractie of en hoe er voortdurendwordt bezien of de invoering van de digitale euro echt nodig is. Wat is deinzet van het kabinet daarbij?De leden van de SGP-fractie lezen dat het kabinet voornemens is omdiverse maatregelen uit het Nederlandse HVP te wijzigen. Welke wijzi-gingen gaat de Minister indienen? En hoe wordt de Kamer betrokken bijde inhoud van deze wijzigingen?De leden van de SGP-fractie zijn verheugd om te lezen dat zowel hetvoorzitterschap als de Europese Commissie wil werken aan een versim-peling van regelgeving en het terugdringen van administratieve lasten.Deze leden vernemen graag de inzet van de Minister in dit dossier. Welkedoelen heeft de Minister hierbij voor ogen?Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractieDe leden van de ChristenUnie-fractie vragen hoe dit kabinet precies staattegenover central bank digital currency (CBDC) en meer specifiektegenover de digitale euro van de ECB. Zet het kabinet zich in overeen-komstig aangenomen moties, zoals de motie Grinwis-Heinen (Kamerstuk27 863, nr. 114) om de aanvankelijke voorkeur voor een account-basedtoepassing inzake de digitale euro te laten varen en nadrukkelijk open testaan en zich in te zetten voor alternatieven, zoals een token-basedoplossing?Nederland heeft in september 2024 pas de eerste 1,3 miljard euro uit hetCoronaherstelfonds ontvangen van de in totaal 5,4 miljard euro. Inhoeverre is er zicht op dat ons land ook de resterende 4,1 miljard euro zalontvangen? En wanneer dan? Of lopen we nog middelen mis vanwegewel toegezegde, maar niet doorgevoerde, dan wel weggestemdemaatregelen? Welk bedrag dreigt Nederland eventueel mis te lopen?Welke inspanning getroost het kabinet zich om de volledige 5,4 miljardTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 20899 euro binnen te halen? Welke hervorming is het kabinet bereid door tevoeren om de ontvangst van de gehele 5,4 miljard euro veilig te stellen?Sowieso hebben de leden van de ChristenUnie-fractie de vraag welkestructurele hervormingen Nederland bereid is zelf door te voeren, dit methet oog op het feit dat dit kabinet andere landen aanmoedigt deze ookdoor te voeren. Kan de Minister daarop ingaan?De leden van de ChristenUnie-fractie zijn het met het kabinet eens datafbouw van de energieafhankelijkheid zeer urgent en noodzakelijk is.Vraag is wel wat Nederland bereid is op tafel te leggen in eigen land omde daarvoor cruciale warmtetransitie verder te brengen. Zo lang alleaanlegkosten van warmtenetten worden gesocialiseerd over degebruikers van sec warmte, komt de warmtetransitie niet van de grond, ofwe de WCW (Wet collectieve warmtevoorziening) nu aannemen of niet.Dit kan het Ministerie van Klimaat en Groene Groei niet oplossen zonderde hulp van het Ministerie van Financiën. Anders blijft Nederland nogdecennia mega-afhankelijk, eerst van Russisch gas en nu van dure enklimaatonvriendelijke LNG uit Qatar en de Verenigde Staten, met allegevolgen van dien. Erkent de Minister dat er significant geld bij moet omde warmtetransitie op gang te krijgen, dan wel dat de aanlegkosten nietalleen gesocialiseerd kunnen worden over sec de afnemers van warmte?Wat is de Minister bereid te doen om de Nederlandse energieafhanke-lijkheid zo spoedig mogelijk te verminderen?Vragen en opmerkingen van de leden van de Volt-fractieDe leden van de Volt-fractie hebben met interesse kennisgenomen van deonderhavige stukken voor het schriftelijk overleg Eurogroep enEcofinraad. Deze leden hebben daarover nog enkele vragen.De leden van de Volt-fractie hebben met interesse kennisgenomen van hetwerkprogramma van het Poolse voorzitterschap. Deze leden zijn verheugddat Polen de discussie omtrent defensie-investeringen op gang wilbrengen. Hierover hebben de leden van de Volt-fractie de volgendevragen. Kan het kabinet een appreciatie geven over het gebruik vaneurobonds voor defensie-uitgaven en hierbij ingaan op de voordelen diedit kan hebben voor onder andere het opschalen van de defensie-industrie?In de Financial Times van 5 december 2024 lazen de leden van deVolt-fractie dat er wordt gediscussieerd over gemeenschappelijk schuldenaangaan voor defensie-uitgaven, maar dat dit ten opzichte van vorigediscussies over eurobonds voor defensie-uitgaven, op vrijwillige basis is.Kan de Minister aangeven of het kabinet hier voorstander van is zijn en ofkabinet bereid is aan dit mogelijke fonds deel te nemen? Zo niet, waaromniet? Zo ja, waarom wel? Voortbordurend op het al dan niet gebruikmaken van eurobonds voor gemeenschappelijke publieke uitgaven vragende leden van de Volt-fractie of het kabinet vijf voordelen van eurobondsuiteen kan zetten en daarbij ingaan wholesale-variant op de gevolgenvoor de financiële stabiliteit in de eurozone, de voordelen met betrekkingtot de kapitaalmarktunie en het concurrentievermogen.De leden van de Volt-fractie lezen dat de digitale euro een prioriteit is vanhet Poolse voorzitterschap. De leden van de Volt-fractie zien de digitaleeuro als een versterking van de internationale rol van de Euro. Deze ledenzijn daarom voorstander van de waarbij de digitale euro ook een wettigbetaalmiddel wordt voor (groot)bedrijven. Om de internationale rol teversterken is de motie van het lid Dassen over in Europees verbandpleiten voor de ontwikkeling van een wholesale-variant van de digitaleTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 208910 euro (Kamerstuk 36 410 V-74) ingediend. De leden van de Volt-fractiebegrijpen dat het kabinet stelt dat de wholesale-digitale euro gerealiseerddient te worden via Targetdiensten van het Eurosysteem en dat dit valtonder de bevoegdheid van de ECB en niet de Eurogroep/Ecofinraad.Echter, is het Target-systeem bedoeld voor transacties tussen Europesebanken en Europese centrale banken en geen wettig betaalmiddel voorbedrijven?De leden van de Volt-fractie zien dat het niet ontwikkelen van eenwholesale digitale euro een risico vormt voor het verkrijgen van meerstrategische autonomie, hetgeen ook een wens is van het kabinet. Is hetkabinet het met de leden van de Volt-fractie eens dat de ontwikkeling vaneen wholesale-digitale euro bijdraagt aan het verkrijgen van meerstrategische autonomie? Zo niet, waarom niet? Zo ja, wat gaat het kabinetdoen zodat het ontwikkeld wordt? In hoeverre voldoet een wholesaledigitale euro via de Target-diensten aan het advies van de AdviesraadInternationale Vraagstukken (AIV) om de geopolitieke dimensie van dedigitale euro mee te nemen bij de ontwikkeling en hierbij de nadruk teleggen op het grensoverschrijdend betalingsverkeer tussen grotefinanciële instellingen en dienstverleners? Kan het kabinet ook in dit kaderingaan op de mogelijke gevolgen voor de economische veiligheidwanneer de geopolitieke dimensie niet wordt meegenomen in deontwikkeling van een wholesale digitale euro?De leden van de Volt-fractie lezen dat het kabinet de aanbevelingen van deEuropese Commissie om het concurrentievermogen van de EuropeseUnie te versterken verwelkomt. Deze leden zijn verheugd dat het kabinetinziet dat de Nederlandse belangen gebaat zijn bij een sterke EuropeseUnie, die geopolitiek doortastend kan optreden. De aanbeveling om deinnovatie te versterken in onder meer kritieke sleuteltechnologieën en teinvesteren in sectoren met hoge productiviteit of potentie is een aanbe-veling die de leden van de Volt-fractie van harte ondersteunen. Tenaanzien hiervan vragen deze leden om uiteen te zetten hoe het kabinet ditmomenteel doet, bijvoorbeeld via Invest-NL. Daarnaast vragen deze ledenof het kabinetsbeleid nu ook investeringen of het fiscaal stimuleren vansectoren met een lage productiviteit of potentie inhoudt en zo ja welke datzijn. Is het kabinet voornemens om deze stimuleringen/investeringen af tebouwen? Kan het kabinet ook aangeven welke van de aanbevelingen dehoogste prioriteit hebben? Kan het kabinet daarnaast toelichten hoeNederland opvolging gaat geven aan de aanbevelingen voor deeurozone? Welke concrete beleidsvoorstellen gaan hieruit volgen?Tot slot lezen de leden van de Volt-fractie dat Nederland het tweedebetaalverzoek heeft ingediend voor het Herstel- en Veerkrachtplan. Dezeleden lezen dat Nederland in overleg is met de Europese Commissie overeen derde wijzigingsverzoek en dat deze lastiger door de keuring kankomen. Er komt een «passend alternatief» voor het rekening rijden. Kande Minister alvast de contouren schetsen van het alternatief? Hoe grootacht de Minister dat een «passend alternatief» daadwerkelijk gevondenkan worden voor de verwerping van de hervorming energiebelasting enhet rekeningrijden? Hoe groot acht de Minister de kans dat de 600 miljoeneuro korting niet plaatsvindt?II Reactie van de bewindspersoon InleidingHierbij zend ik u de beantwoording van het schriftelijk overleg inzake deEurogroep en Ecofinraad van 20 en 21 januari 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 208911 Ik maak van de gelegenheid gebruik door u erop te wijzen dat Frankrijkheeft verzocht zijn budgettair-structurele plan voor de middellangetermijn, dat ter besluitvorming voorligt in de Ecofinraad van 21 januari, tewijzigen als gevolg van de recente politieke ontwikkelingen. U werd overhet oorspronkelijke plan geïnformeerd in een brief van 20 december jl.1De aanpassing betreft een bijstelling van het uitgavenpad met oog op devoorziene stijging van het begrotingstekort in 2025. Daarbij wordt denetto-uitgavengroei gelijker verdeeld over de aanpassingsperiode, maarblijft de cumulatieve uitgavengroei over de hele aanpassingsperiodeongewijzigd. De Europese Commissie heeft inmiddels aangegeven dezeaanpassing positief te kunnen beoordelen, omdat het uitgavenpad blijftvoldoen aan de criteria uit het Europees begrotingsraamwerk.Ik heb met belangstelling kennisgenomen van de vragen en opmerkingenvan de leden van de fracties van PVV, GroenLinks-PvdA, VVD, NSC, D66,SGP, ChristenUnie en Volt inzake de geannoteerde agenda voor devergaderingen van de Eurogroep en Ecofinraad d.d. 20 en 21 januari 2025.Bij de beantwoording is de volgorde van het schriftelijk overleg aange-houden.Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie merken op dat de steeds verdere Europeseexpansie onder het Pools voorzitterschap niet terugkomt in de geanno-teerde agenda van de Eurogroep en de Ecofinraad van 20 en 21 januari2025. In het programma van het Poolse voorzitterschap van de Raad vande Europese Unie (Programme of the Polish Presidency of the Council ofthe European Union) staat op pagina 10 dat uitbreiding wordt beschouwdals het beste instrument om vrede, democratie, de rechtsstaat en welvaartte bevorderen. Op de daaropvolgende pagina wordt zelfs het belangbenadrukt van het voortzetten van een constructieve dialoog met Turkijeals kandidaat-lidstaat. Heeft de Minister hiervan kennisgenomen?De leden van de PVV-fractie vragen de Minister om ondubbelzinnigduidelijk te maken dat de Europese Unie moet afzien van verdereuitbreiding en direct moet stoppen met gesprekken met regimes zoals datvan Erdogan. Deze leden verzoeken de Minister bovendien om hetstandpunt van Nederland binnen de Raad helder te verwoorden en teverdedigen, namelijk dat verdere uitbreiding geen bijdrage levert aan deversterking van de Unie, maar eerder verdeeldheid en instabiliteit kanveroorzaken.Ik heb kennis genomen van het programma van het Poolse voorzitter-schap. Zoals in het hoofdlijnenakkoord en het Regeerprogramma isopgenomen staat Nederland zeer kritisch tegenover verdere uitbreidingvan de Europese Unie en houdt streng vast aan de eisen voor lidmaat-schap, inclusief de zogenoemde Kopenhagen-criteria. Hervormingen ophet gebied van goed bestuur, transparantie en de rechtsstaat zijnbelangrijk en waar mogelijk ondersteunt Nederland daarbij. Er wordengeen concessies gedaan aan deze criteria. Daarnaast erkent Nederland hetEU-perspectief van de kandidaat-lidstaten. Een reëel perspectief is eendrijfveer voor hervormingen en kan bijdragen aan vrede, veiligheid,stabiliteit en welvaart in Europa. Nederland heeft ook oog voor de context,waaronder de Russische oorlog tegen Oekraïne, en de noodzaak omintensieve betrekkingen te onderhouden met deze belangrijke buurlandenen partners.De toetredingsonderhandelingen met Turkije zijn sinds 2018 stil komen teliggen. Dit is door de Raad wederom bevestigd in de RaadsconclusiesEU-uitbreiding van 17 december 2024. Het kabinet hecht aan een goede1Kamerstuk 21 501-07, nr. 2085Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 208912 relatie met Turkije, omdat Turkije een belangrijke partner is voorNederland op terreinen als migratie, veiligheid, terrorismebestrijding,energie en economie, waarbij er op een gefaseerde, proportionele enomkeerbare wijze samengewerkt wordt op terreinen van wederzijdsbelang.2 Verder is Turkije een NAVO-bondgenoot en een belangrijkepartner van de EU, waarbij er wordt samengewerkt op terreinen vanwederzijds belang.3De leden van de PVV-fractie vragen wat de daadwerkelijke meerwaarde isvan de digitale euro, met name welke unieke rol deze vervult binnen hethuidige betalingslandschap die niet reeds wordt ingevuld door contantgeld of betaalkaarten. Daarnaast verzoeken deze leden de Minister om teverduidelijken waarom een digitale euro noodzakelijk zou zijn, en welkeproblemen in het betalingsverkeer hiermee specifiek worden opgelost.De digitale euro kan, afhankelijk van de uiteindelijke vormgeving, omverschillende redenen van meerwaarde zijn. Zoals eerder met uw Kamergedeeld4, kan een digitale euro ervoor zorgen dat publiek geld toegan-kelijk blijft en een belangrijke plek behoudt in de samenleving en in deeconomie, in aanvulling op contant geld. Het aantal transacties in contantgeld in Nederland is de afgelopen twintig jaar flink gedaald en deeconomie speelt zich in toenemende mate af in het digitale domein.Momenteel zijn alle digitale betaalmiddelen commerciële producten ofvorderingen op commerciële instellingen (giraal geld). Een digitale eurozou een nieuwe verschijningsvorm van geld zijn dat – in tegenstelling toto.a. giraal geld – is uitgegeven door een centrale bank.Een digitale euro kan bovendien voordelen hebben voor consumenten,bedrijven en de Nederlandse reële economie als geheel. Als pan-Europeesbetaalmiddel biedt het consumenten de mogelijkheid om in de heleeurozone met hetzelfde digitale betaalmiddel te betalen en bedrijven demogelijkheid om meer betaalopties aan hun klanten aan te bieden. Dehuidige digitale online betaalopties zijn vaak maar beschikbaar in één ofeen beperkt aantal lidstaten (bijvoorbeeld iDeal, Payconiq of Giropay) enniet te gebruiken in de hele eurozone. Algemeen beschikbare onlinebetaalopties worden momenteel bovendien vooral aangeboden doorbedrijven die niet (volledig) Europees zijn (bijvoorbeeld buitenlandsecreditcardmaatschappijen). Een digitale euro kan om die reden helpen omin de toekomst grip te houden op het Europese betalingsverkeer.5Het kabinet zet ook in op het behoud van een offline functionaliteit vaneen digitale euro vanaf de eerste uitgifte.6 Deze offline functionaliteit zoude mogelijkheid kunnen bieden om zonder internetverbinding digitalebetalingen te verrichten, waarmee het een terugvaloptie voor noodge-vallen zou kunnen zijn (naast contant geld). Daarmee kan een digitale eurobijdragen aan de weerbaarheid van het Europese betalingsverkeer. Ookzou een offline functionaliteit de mogelijkheid kunnen bieden om digitaalte betalen met een hoger niveau van privacy dan bij de huidige digitalebetaalopties.Zoals ook eerder is toegezegd in reactie op eerdere vragen van dePVV-fractie, zal het kabinet er gedurende de onderhandelingen op blijveninzetten dat de digitale euro de beoogde doelen kan waarmaken en2Zie ook Kamerstuk 21 501-20, nr. 20663Zie ook Kamerstuk 21 501-20, nr. 20664Zie onder meer het BNC Fiche inzake de voorstellen van de Commissie inzake een Digitaleeuro, Kamerstuk 22 112, nr. 3747.5Idem.6Dit is onderdeel van het wetsvoorstel van de Europese Commissie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 208913 daarmee van toegevoegde waarde is ten opzichte van bestaandebetaalmiddelen en opties.7Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA fractie delen de mening van het kabinetdat een zorgvuldige procedure omtrent de invoering van een digitale eurobelangrijker is dan de snelheid waarmee dat zou moeten gebeuren. Ookde aandacht in de besprekingen voor het waarborgen van de privacy vanEuropese burgers is in de ogen van deze leden een belangrijk gegeven.Genoemde onderwerpen die nog uitonderhandeld moeten worden zijn dekostenverdeling en de aanhoudingslimieten. Wat is de inzet vanNederland in deze onderhandelingen?Het kabinet zet er in de onderhandelingen over de voorstellen voor eendigitale euro op in dat de kosten van een potentiële digitale euro inverhouding staan tot de mogelijke toegevoegde waarde ervan voor deverschillende gebruikers.8 Zoals ik ook eerder aan uw Kamer heb latenweten9, is het kabinet op onderdelen kritisch over de voorgesteldekostenverdeling. Nederland vraagt aandacht voor een proportioneleverdeling tussen alle betrokkenen en heeft het Eurosysteem opgeroepenzo spoedig mogelijk duidelijkheid te geven over waar betaaldienstver-leners en bedrijven op kunnen rekenen als het gaat om de benodigdetechnologische investeringen en mogelijke kosten hiervan. Meerderelidstaten in de Raad zijn kritisch op het kostenmodel en de inhoudelijkediscussies daarover zijn nog niet afgerond. De discussie over de kosten-verdeling raakt ook aan de acceptatieplicht voor bedrijven zoals winke-liers. Het kabinet kan zich in beginsel vinden in de voorgestelde accepta-tieplicht, maar wil de mogelijkheid hebben om nationaal uitzonderingen teintroduceren voor onvoorziene gevallen. Ook vraagt het kabinet aandachtvoor een voldoende lange implementatieperiode waardoor winkeliers,betaaldienstverleners en andere bedrijven zich goed op een potentiëledigitale euro voor kunnen bereiden.Met betrekking tot de individuele aanhoudingslimiet geldt het volgende.In de voorstellen van de Europese Commissie krijgt de ECB debevoegdheid om een aanhoudingslimiet per gebruiker vast te stellen. Metbehulp hiervan kan zij de financiële stabiliteit in Europa bewaken, door tevoorkomen dat gebruikers hun geld bij de banken weghalen en de digitaleeuro als «oppotmiddel» wordt gebruikt. De digitale euro zoals deze isvoorgesteld door de Europese Commissie is immers een betaalmiddel engeen spaarproduct. Nederland steunt het voorstel van de EuropeseCommissie en acht deze bevoegdheid van de ECB passend binnen hetbestaande mandaat van de ECB. Tegelijkertijd is het kabinet van oordeeldat deze bevoegdheid goed ingekaderd dient te worden, zodat de ECB derol van de digitale euro in het stelsel niet fundamenteel kan wijzigenzonder politiek besluit.10 Op dit moment wordt nog verder gesproken inde Raad over de mogelijkheden om de bevoegdheid ten aanzien van deaanhoudingslimiet in te kaderen.De leden van de GroenLinks-PvdA fractie zijn blij met de inzet vanNederland op een verdere integratie van de Europese energiemarkt. Dat isin het belang van stabiele en betaalbare energievoorziening. Hoeverhoudt dit doel zich ten opzichte van de wens van het kabinet om deDuitse tak van TenneT te verkopen?7Kamerstuk 22 112, nr. 3768.8Zie onder meer het BNC Fiche inzake de voorstellen van de Commissie inzake een Digitaleeuro, Kamerstuk 22 112, nr. 3747.9Verslag van de Eurogroep/Ecofinraad van 20–21 juni 2024, Kamerstuk 21 501-02, nr. 2053.10Zie o.a. Kamerstuk 22 112, nr. 3747 en Kamerstuk 22 112, nr. 3768.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 208914 Het kabinet is van mening dat een beter geïntegreerde energiemarkt metgeharmoniseerde regels en met voldoende interconnectiecapaciteittussen EU-landen zal leiden tot minder prijsfluctuaties, meer flexibiliteit inhet energiesysteem en daarbij ook tot versterking van de leveringsze-kerheid.Verdere integratie van de Europese elektriciteitsmarkt is dus wenselijk. Ditgeldt met name voor de integratie met landen in onze Noordwest-Europese regio. Het kabinet hecht om die reden sterk aan voortzetting vande samenwerking binnen het Pentalateraal verband (samenwerkingtussen Nederland, Duitsland, België, Luxemburg, Frankrijk, Oostenrijk enZwitserland).Verdere integratie van de energiemarkten is mogelijk door het versterkenvan de lange termijn markten, het vergroten van de liquiditeit op dezogenaamde intraday-markt en het verder faciliteren van grensoverschrij-dende elektriciteitshandel via interconnectoren. Daarnaast kijkt het kabinetnaar mogelijkheden om de interconnectiecapaciteit in de toekomst verderuit te breiden.TenneT beheert samen met andere netbeheerders de hiervoor genoemdeinterconnectoren. Daarbij gaat het om interconnecties met Duitsland,België, Denemarken, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk. Het volledigeeigenaarschap of beheer van interconnectoren aan beide zijden van degrens is voor de marktintegratie niet bepalend. Het aantrekken van privateinvesteerders voor TenneT Duitsland zal hier dan ook geen invloed ophebben.Het publieke belang van TenneT Duitsland ziet primair op de synergie-voordelen. Naar verwachting zal TenneT voorlopig de grootste aandeel-houder van TenneT Duitsland blijven en daarmee overwegende zeggen-schap in TenneT Duitsland behouden. Hiermee kan TenneT desamenwerking/synergie tussen TenneT Nederland en TenneT Duitslandgrotendeels blijven borgen. Dit ziet onder andere op het behoud van desynergiën bij de aanleg van het net op zee, voortgaande samenwerkingten behoeve van de aantrekkelijkheid van TenneT als werkgever en hetbehoud van een sterke positie richting leveranciers.Hoe kan Nederland bijdragen aan het verder integreren van de energie-markten? Deze leden constateren dat de Minister aangeeft niets te zien inprijslimieten. Deelt de Minister de mening van deze leden dat in uiterstegevallen een prijslimiet juist wenselijk kan zijn, zoals tijdens de extremeenergieprijzen in 2022? Is hij het met deze leden eens dat dit ook mogelijkmoet zijn wanneer de Europese markt in de toekomst sterker is geïnte-greerd?Het kabinet vindt het van belang dat de Europese energiemarkt efficiëntwerkt en tot goede beschikbaarheid en betaalbaarheid van energie voorhuishoudens en bedrijven zorgt. Daarvoor is het van belang dat er prijs-en marktprikkels zijn. Wat betreft prijslimieten ziet het kabinet risico’sindien hiermee de werking van de energiemarkten, en in het bijzonder defutures-markten waarop energiederivaten verhandeld worden, verstoordworden. Nederland heeft zich ook bij de onderhandelingen over hetmarktcorrectiemechanisme (MCM) voor gas, dat na de prijspiek op deEuropese gasmarkt in 2022 is ingevoerd, altijd kritisch opgesteld. Eendergelijk mechanisme veroorzaakt risico’s voor de financiële stabiliteit, hetfunctioneren van de gasmarkt en leveringszekerheid. Zo hinderendergelijke limieten de prijsvorming op de markt, waardoor goede werkingervan onder druk komt te staan. Dit kan grote impact hebben op deliquiditeit van belangrijke Europese gashandelsplaatsen zoals deNederlandse Title Transfer Facility (TTF). Ook kan een dergelijke prijslimiettot gevolg hebben dat handelaren in energie en (financiële) tegenpartijenniet langer hun risico’s adequaat kunnen afdekken. Tot slot kan Europadoor dergelijke prijslimieten minder aantrekkelijk worden voor wereld-wijde gasleveranciers, vooral voor leveranciers van vloeibaar aardgasTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 208915 (LNG). Prijslimieten zijn daarmee uiteindelijk ook niet in het belang vanconsumenten. De genoemde zorgen werden toentertijd breed gedeelddoor centrale banken, financiële toezichthouders en energiebedrijven eninternationale energie-organisaties. Het kabinet zal eventuele voorstellenvan de Europese Commissie op dit gebied, zoals het aangekondigdeActieplan voor Betaalbare Energieprijzen dat in februari verwacht wordt,beoordelen op hun merites en de Kamer hierover informeren.Tot slot is het goed te benoemen dat voor de gas- en elektriciteitsmarkt aladequate instrumenten bestaan om het goede functioneren van dezemarkten te waarborgen. Zo zijn er in de financiële marktenwetgeving(MiFID II) ook al zogeheten «circuit breakers» van toepassing op degasderivatenmarkt om extreme prijsbewegingen te beperken. Met dezecircuit breakers kan de handel bijvoorbeeld tijdelijk stil worden gelegddoor het handelsplatform wanneer een vooraf bepaalde volatiliteits-drempel wordt overschreden om de markt tot rust te brengen. Voorelektriciteit gelden in de EU wetgeving een minimum en maximum aangroothandelsmarktprijzen. Deze minimum- en maximumprijzen (–500 europer MWh respectievelijk 3.000 euro per MWh voor de «day-ahead»-markt)zijn niet primair gericht op het interveniëren in de vrije prijsvorming. Hetbetreft hier technische limieten die zijn ingesteld om de goede werkingvan geïntegreerde EU elektriciteitsmarkten te borgen, omdat dezebijdragen aan een veilige uitvoering van de marktkoppeling in deEU-elektriciteitsmarkt.De leden van de GroenLinks-PvdA fractie constateren dat de Minister alsinzet bij de macro-economische ontwikkelingen benoemt dat dehoudbaarheid van overheidsfinanciën een blijvende prioriteit moet zijn.Hoe verhoudt deze uitspraak zich tot de tik op de vingers die de EuropeseCommissie in september 2024 gaf voor het niet halen van de begrotings-normen op de middellange termijn? Tegelijkertijd, zo merken de leden op,hamert de Minister op het belang van het versterken van de innovatie inEuropa en het concurrerend maken van onze economieën. Wat vindt deMinister belangrijker, dat landen investeren in innovatie en economischeconcurrentiekracht zoals het rapport Draghi voorschrijft, of dat zebezuinigen om de begrotingsnormen te halen?Nederland onderschrijft het belang van houdbare overheidsfinanciën ende naleving en handhaving van de begrotingsregels in dat kader, zodatlidstaten met hoge tekorten en schulden hun overheidsfinanciën weer oporde brengen. Nederland behoort tot de landen die momenteel geenbuitensporig tekort hebben en schuld en tekort onder de Europesereferentiewaarden. Het doel van het kabinet is om dat zo te houden tijdensde kabinetsperiode. In het Hoofdlijnenakkoord is afgesproken dat hetkabinet maatregelen neemt als het tekort de 3% dreigt te overschrijdentijdens de kabinetsperiode. Om ervoor te zorgen dat de overheidsfi-nanciën op de middellange termijn zonder aanvullend beleid binnen deEuropese referentiewaarden blijven, is echter een forse begrotingsopgavenodig. Het kabinet zet hierin belangrijke eerste stappen. Volgendekabinetten zullen verdere stappen moeten zetten.Het kabinet erkent het belang van investeringen om het concurrentiever-mogen en economische groei te versterken. Het combineren van hogerepublieke investeringen met het halen van begrotingsnormen vraagt omhet stevig prioriteren van uitgaven en daartoe ook het doorlichten vanuitgaven. Voor onze welvaart zijn beide essentieel: solide overheidsfi-nanciën en een economie die internationaal kan concurreren. Voor hettweede zijn in belangrijke mate horizontale beleidsmaatregelen nodig omhet Europese concurrentievermogen structureel te bestendigen. Eenbelangrijke oorzaak voor achterblijvende innovatie in Europa hangt samenmet het feit dat onze interne markt nog te gefragmenteerd is. Jonge eninnovatieve bedrijven zijn er genoeg in Europa, maar ze missen nu kansenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 208916 om door te groeien. Verdieping van de interne markt is daarom cruciaal.Hetzelfde geldt voor het realiseren van de kapitaalmarktunie. Om door tegroeien hebben innovatieve bedrijven marktfinanciering (o.a. durfkapitaal)nodig.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de stukken diezijn geagendeerd voor het schriftelijk overleg over de Eurogroep/Ecofinraad en hebben daarover enkele vragen.De leden van de VVD-fractie lezen dat één van de prioriteiten van deEuropese Commissie is het verminderen van de administratieve lastenvoor met name kleine en middelgrote ondernemingen. Hoge administra-tieve lasten werd ook al gesignaleerd als probleem door Draghi in zijnomvangrijke rapport. Eerder heeft eurocommissaris Frans Timmermansook al de opdracht gekregen excessieve administratieve lasten terug tedringen, in de zogenaamde Better Regulation-richtsnoeren. Wat zijn deresultaten van de uitvoering van deze Better Regulation richtsnoeren? Hoegaat de Minister erop toezien dat de belofte van lagere administratievelasten door de nieuwe Europese Commissie wordt waargemaakt? Richt deNederlandse inzet tijdens onderhandelingen over lagere administratievelasten zich nog toe op bepaalde sectoren of beleidsdomeinen, en zo ja,welke en waarom deze sectoren of beleidsdomeinen? Sluit Nederland zichaan bij de recente oproep van de Duitse bondskanselier Scholz voorversimpeling van de Corporate Sustainability Reporting-richtlijn (CSRD),de taxonomie-verordeningen en Corporate Sustainability Due Dilligence-verordening (CSDDD)? Hoe gaat de Europese Commissie concreetinvulling geven aan de vermindering van de administratieve lasten en deregeldruk? Gaat het dan vooral om nieuwe wet- en regelgeving? Of gaater ook gekeken worden naar het schrappen van bestaande regels?Het concurrentievermogen van Europese bedrijven staat hoog op deagenda in Nederland en in Brussel. Daarbij spelen diverse factoren eenrol, zoals hoge energieprijzen, achterliggende productiviteit, maar ookrapportagelasten. Het is belangrijk om daar in samenhang mee aan deslag te gaan en stappen te nemen om het concurrentievermogen teverbeteren.De wens regeldruk terug te dringen is daarbij een prioriteit in hetregeerprogramma. Ik steun dan ook de wens van de Europese Commissieom regeldruk in Europa te verminderen en om met versimpelingen tekomen.De richtsnoeren inzake Betere Regelgeving zijn interne richtsnoeren diebinnen het ambtelijk apparaat van de Europese Commissie wordengebruikt om ervoor te zorgen dat er op de juiste manier bij de totstand-koming en evaluatie van regelgeving aandacht is voor de kwaliteit vanregelgeving en het verminderen van onnodige regeldruk. Deze richt-snoeren hanteert de Commissie al jaren en ze zijn in de loop der tijdverschillende keren aangepast en verbeterd op basis van voortschrijdendeinzichten en om in te spelen op bepaalde nieuwe uitdagingen, bijvoor-beeld als het gaat om het streven naar innovatievriendelijke regelgeving.Het beeld van het kabinet is dat de richtsnoeren weliswaar inhoudelijk oppapier positief zijn maar in de praktijk nog te weinig systematisch wordentoegepast. Ze zouden ervoor moeten zorgen dat de Commissie goedeconsultaties, impact assessments en evaluaties uitvoert, maar op dezepunten is nog steeds ruimte voor verbetering. Dit sluit ook goed aan bijhet belang dat de Europese Commissie met een gedegen probleem-analyse komt en een overzicht waar de concrete problemen zitten,bijvoorbeeld waar het gaat om verminderen van rapportagelasten.Wel zie ik kansen om de consistentie en coherentie voor wat betreftrapportagevereisten het EU-raamwerk voor duurzame financiering teverbeteren. Zo verschillen definities van bijvoorbeeld duurzame finan-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 208917 ciering en moeten bedrijven vanuit verschillende wetten over dezelfdesoort zaken rapporteren, bijvoorbeeld waar het gaat om mogelijkenegatieve milieu impact.Verder zie ik mogelijkheden in het versimpelen van het Europese fiscaleraamwerk. De afgelopen jaren zijn hier een groot aantal richtlijnengeïmplementeerd met de minimumbelasting als meest recente.Bestaande richtlijnen zouden kunnen worden verduidelijkt. Verder kan ergekeken worden naar dubbele standaarden en het stroomlijnen vanprocedures en rapportageverplichtingen. Ook kan er worden gekeken naarde effectiviteit van (onderdelen van) bestaande regels. Hierbij is het vanbelang dat bestaande en effectieve (antimisbruik)bepalingen nietaangetast worden. Ook moet er rekening worden gehouden met debudgettaire impact van de regels.Hoe de Commissie invulling gaat geven aan het verminderen vanadministratieve lasten op het terrein van de CSRD en de CSDDD is op ditmoment nog niet bekend. Zodra er concrete voorstellen van deCommissie liggen, zal het kabinet via een BNC fiche een appreciatiehierover opstellen. Ik deel de wens van Duitsland om administratievelasten te verlagen, maar ik vind het van belang dit op een zorgvuldigemanier te doen. Ik verwijs hierbij ook naar de overwegingen ten aanzienvan mogelijke aanpassingen van verplichtingen op het gebied vanfinanciële verslaglegging in de beantwoording van de vragen van de PVV.De leden van de VVD-fractie vinden het concurrentievermogen,investerings- en vestigingsklimaat cruciaal. Ook de verbetering van deenergieonafhankelijkheid en het doorzetten van de energietransitie zijnprioriteiten, evenals budgettaire stabiliteit, hervormingen, en investe-ringen. De leden van de VVD-fractie vinden dat er moet worden ingezet opde kapitaalmarktunie en dat dit snel handen en voeten moet krijgen. Deleden van de VVD-fractie vinden dat het kabinet nog wel abstract blijftover het adresseren van de hoge energieprijzen voor bedrijven enhuishoudens. In het rapport van Draghi was dit immers ook één van debelangrijkste aanbevelingen. Wat gaat het kabinet concreet betekenen alshet gaat over de energieprijzen voor bedrijven en huishoudens? Kan erworden uitgelegd waarom er niet wordt ingezet op de verlaging van deenergiebelasting? Tevens vragen de leden van de VVD-fractie hoe hetkabinet het punt van de lage (arbeids-)productiviteit van de Europese Unieaan de orde gaat stellen. Welke oplossingen ziet het kabinet daarvoor inEuropees verband?Hoewel de stijging in de groothandelsprijzen van de afgelopen periodezich vertaald heeft in lichte stijgingen in de consumententarieven voor gasen elektriciteit liggen deze tarieven nog ruim onder het niveau van hetprijsplafond en lager dan de tarieven in januari 2024. Tevens krijgt niet elkhuishouden direct te maken met deze prijsstijgingen. Ruim 50% van deNederlandse huishoudens heeft een vast contract en krijgt pas bij hetaflopen van dit contract mogelijk te maken met hogere energieprijzen.Ruim 40% van de huishoudens heeft een variabel contract en circa 5% eendynamisch contract. Vooral deze laatste groep kan direct te maken krijgenmet andere tarieven als gevolg van veranderingen op de groothandels-markt maar vooralsnog liggen de gemiddelde dynamische tarieven lagerdan de andere tarieven. Op 1 januari 2025 hebben alle huishoudens temaken gekregen met een daling van de energiebelasting op elektriciteit engas (totaal circa 27 euro voordeel voor een huishouden met gemiddeldverbruik) conform het regeerakkoord dat het Kabinet heeft afgesproken enverwerkt in het Belastingplan. Echter, op 1 januari 2025 kregenhuishoudens ook te maken met stijgende nettarieven (circa 60 euro meert.o.v. 2024). Voor de lange termijn zien we dat de rekening, door eenverdere stijging van de nettarieven, ETS2 en bijmengverplichting voorgroen gas, verder zal oplopen. Het Kabinet houdt dit nauw in de gaten ener wordt binnen het Interdepartementaal Beleidsonderzoek BekostigingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 208918 Elektriciteitsinfrastructuur nader gekeken hoe de toekomstige kostenbeperkt kunnen worden.De fiscaliteit speelt een bescheiden rol in de hoge energieprijzen voor deenergie intensieve industrie, omdat veel verbruik van energie-intensieveindustrie in de energiebelasting vrijgesteld is. Daarnaast is ook deeffectieve belastingdruk voor de industrie aanzienlijk lager vanwege hetdegressieve stelsel in de energiebelasting. Dit stelsel is ingevoerd omrekening te houden met de concurrentiepositie van Nederland tenopzichte van andere landen. De energiebelasting heeft dan ook geeneffectieve knoppen om de energieprijzen voor de industrie mee tebeïnvloeden.De achterblijvende productiviteitsgroei in de EU met bijvoorbeeld de VS isvoor het kabinet een teken dat ons concurrentievermogen en toekomstigewelvaart onder druk staat. Het kabinet benadrukt regelmatig het belangvan het verhogen van onze productiviteitsgroei in de EU. Hiertoe blijft hetvan belang om de juiste randvoorwaarden te scheppen om jonge eninnovatieve bedrijven te kunnen laten doorgroeien.De leden van de VVD-fractie hechten net als het kabinet meer waarde aankwaliteit dan aan snelheid bij de ontwikkeling van een mogelijke digitaleeuro. Deze leden willen weten of dit ook het geval is bij de EuropeseCommissie. De leden van de VVD-fractie lezen dat Nederland zich bij detotstandkoming van de digitale euro inspant om de Europese CentraleBank (ECB) niet de bevoegdheid te geven de rol over de grootte van dedigitale euro in het financiële stelsel te bepalen zonder politiek besluitvooraf. Hoe groot acht de Minister de kans dat deze wens wordt verwe-zenlijkt? Daarnaast zullen een deel van de kosten die de ECB maakt voorde digitale euro worden doorberekend aan de handelaren in de digitaleeuro. De ECB wil deze doorberekening wel begrenzen. Is er al zicht op hoedeze begrenzing vorm gaat krijgen? Tot slot zou rente op de digitale eurouitgesloten worden. Zou rente op de digitale euro banken echter nietkunnen aanzetten om renteverhogingen sneller door te voeren, terwijl derentes op spaarrekeningen in Nederland nu laag zijn en de ACM conclu-deerde dat er te weinig concurrentie is op de spaarmarkt?Ten aanzien van de vraag van de leden van de VVD-fractie over de kansdat de wens van Nederland dat de ECB niet eigenstandig de rol van dedigitale euro in het geldsysteem fundamenteel kan wijzigen, wordtverwezenlijkt, verwijs ik kortheidshalve naar mijn voorgaande antwoordenop vragen over de aanhoudingslimiet en het voortgangsrapport van hetBelgisch voorzitterschap.11 De discussie daarover is nog gaande en erwordt binnen de Raad gesproken over de (on)mogelijkheden om debevoegdheid van de ECB op een juiste manier in te kaderen. Het is nog tevroeg om te voorspellen wat de uitkomst van deze discussie zal zijn, maarNederland staat in deze wens binnen de Raad niet alleen.De leden van de VVD-fractie vragen ook naar de kosten die hetEurosysteem zal doorberekenen aan handelaren. Het uitgangspunt van devoorstellen en bij de onderhandelingen is dat het Eurosysteem haar eigenkosten draagt en geen kosten zal doorberekenen aan handelaren, bankenen andere gebruikers van de digitale euro infrastructuur.Ten aanzien van de vraag van de leden van de VVD-fractie of een rente opde digitale euro banken niet zou aanmoedigen om over te gaan totsnellere renteverhogingen, verwijs ik ook naar het voorgaande. De digitaleeuro zoals deze is uitgewerkt in het voorstel van de Europese Commissieis zoals gezegd primair bedoeld en vormgegeven als betaalmiddel en zaldaarom niet rentedragend zijn. Hiermee lijkt de digitale euro op contantgeld, waarover ook geen rente wordt vergoed. Het doel van een digitale11Zie ook Zie alinea 47 e.v. van het voortgangsrapport van het Belgische voorzitterschap, dat alsbijlage is meegestuurd bij het Verslag van de Eurogroep/Ecofinraad van 20–21 juni 2024,Kamerstuk 21 501-07, nr. 2053.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 208919 euro zoals deze nu voorligt, is niet om de ECB via rente hierop decommerciële keuzes van banken te beïnvloeden of sturen. In de Raad istot nu toe breed draagvlak voor een digitale euro zonder rente en als een«beleidsneutraal» instrument voor de ECB.De leden van de VVD-fractie willen ook dat het kabinet inzet op hetverlagen van de kosten voor de digitale euro. Het gaat dan enerzijds omde implementatiekosten, maar ook over de structurele, dan wel doorlo-pende kosten voor betaaldienstverleners en handelaren (bijvoorbeeldwinkeliers). De kosten van het betalingsverkeer in Nederland zijn laag endat willen de leden van de VVD-fractie graag zo houden. Wat is de inzetvan het kabinet op dit punt? Nederland is kritisch op onderdelen van hetkostenmodel. Maar welke mogelijkheden ziet het kabinet concreet? Wat ishet krachtenveld op dit punt?Het kabinet zet inderdaad in op duidelijkheid en proportionaliteit tenaanzien van mogelijke kosten die gepaard gaan met de komst van eendigitale euro. Voor het Nederlandse standpunt verwijs ik onder meer naarhet BNC fiche en het Verslag van de Eurogroep en Ecofinraad van20–21 juni 2024.12 In de Raad is nog geen eensgezindheid over de vraag inhoeverre hier sprake is van gerechtvaardigd en proportioneel ingrijpen inde markt en commerciële prijsvorming. Er lijkt breed draagvlak voor eenselectie van gratis basisdiensten, maar verschillende lidstaten zijn scherpop de mogelijkheden voor betaaldienstverleners om een deel van hunkosten terug te verdienen. Over de methodologie van de twee plafondsdie in het wetsvoorstel zijn opgenomen voor tarieven die kunnen wordengerekend, is ook nog discussie. Deze discussie zal waarschijnlijk ookonder het Poolse voorzitterschap worden vervolgd.De leden van de VVD-fractie wijzen terecht op de voor Nederlandkenmerkende lage tarieven in het betalingsverkeer. Bij de introductie vaneen Europees uniform plafond, zou dat voor onder meer Nederlandsewinkeliers financiële gevolgen kunnen hebben. Nederland heeft daaromgepleit voor uniformiteit als langetermijndoel. Nederland vindt hetbelangrijk dat handelaren niet met plotselinge hoge kosten wordengeconfronteerd indien zij verplicht zijn om digitale eurobetalingen teaccepteren.Voor de betaaldienstverleners, met name de banken, geldt dat zij huneigen producten en diensten zouden moeten ontwikkelen om de digitaleeuro (conform de verplichting in de verordening) te kunnen distribueren.Nederland heeft in de onderhandelingen opgeroepen tot betere betrok-kenheid van de sector bij de ontwerpkeuzes en het vaststellen vantechnische standaarden door het Eurosysteem, zodat hier zoveel mogelijkaansluiting kan worden gevonden. Tegelijkertijd is het wel belangrijk dateen digitale euro infrastructuur innovatief en toekomstbestendig is en eenonderscheidend en ambitieus niveau van privacy behelst.De leden van de VVD-fractie lezen eveneens dat het kabinet zich kanvinden in de beoordeling van de Europese Commissie over de budgettairstructurele plannen en de buitensporig tekortprocedure. De leden van deVVD-fractie vinden handhaving van de herziene Europese begrotings-regels van cruciaal belang. Een tik op de vinger van de EuropeseCommissie voor de middellange termijn voor Nederland vinden de ledenslecht uitlegbaar. Landen als Italië en Frankrijk hebben op de middellangetermijn nog een fors hogere staatsschuld en geen geloofwaardig pad vanafbouw.De leden van de VVD-fractie maken zich zorgen over Frankrijk. De politiekesituatie sinds het vertrek van premier Barnier en het besluit om debegroting van het afgelopen jaar te verlegen zorgen niet voor echtefundamentele oplossingen voor de financiële problemen in Frankrijk. De12Kamerstuk 22 112, nr. 3747 en Kamerstuk 21 501-07, nr. 2053.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 208920 leden maken zich zorgen over de hoge rente op de staatsschuld en deafwaardering van de ratingagencies (AA3) van Frankrijk.De leden van de VVD-fractie hebben nog een aantal opmerkingen over hetHerfstpakket Europees Semester 2025, met name het voorstel voor deaanbevelingen van de Raad voor het economisch beleid van de eurozone.In zijn algemeenheid vinden de leden van de VVD-fractie de aanbeve-lingen en de appreciatie nog weinig concreet. Onduidelijk is wat sommigein gaan houden of betekenen. Deze leden vragen derhalve een nadereinkleuring van de verschillende onderdelen. De leden van de VVD-fractiekijken verder ook uit naar de concrete invulling van de Minister voor deplannen van de kapitaalmarktunie. Deze leden willen de financiering vanbedrijven, met name MKB, innovatie, startups/scaleups verbeteren. Datmoet het doel zijn. Deze leden lezen dat het kabinet ook wil kijken naar hetstandaardiseren van het ondernemingsrecht, faillissementsrecht ofjaarverslaggeving. Eerder was het kabinet hier terecht kritisch over,vanwege de grote gevolgen en implicaties. Wat bedoelt het kabinet daarconcreet mee? Wat zijn de gevolgen voor bedrijven? Hoe wordenondernemers ook betrokken bij de plannen? Is het kabinet bereid om tijdigeen impact assessment te laten uitvoeren? Zo nee, waarom niet?Het kabinet zet zich in voor versterking van de kapitaalmarktunie. Ik benhet met de fractie van de VVD eens dat verbetering van de financierings-mogelijkheden voor het bedrijfsleven een belangrijk doel is. Innovatievestart- en scale-ups en mkb-ondernemers hebben doorgaans meerrisicodragend en lange termijn kapitaal nodig om te kunnen opschalen.Daartoe is het belangrijk dat er meer financiering met eigen vermogen inde EU komt. De genoemde rechtsgebieden – ondernemingsrecht,faillissementsrecht en jaarverslaggeving – zijn belangrijke aspecten dieaangepakt moeten worden om de EU-financieringsmarkt te verbeteren.Als deze regelgeving in de EU minder gefragmenteerd is, hoevenbedrijven aan minder verschillende nationale vereisten te voldoen op dezerechtsgebieden. Het wordt daarmee voor investeerders makkelijker om inbedrijven uit andere lidstaten te investeren, omdat zij zichtbaarder enbeter vergelijkbaar zijn, en er door gelijke regels minder onzekerheid isvoor buitenlandse beleggers in geval van faillissement. Dit zal detransactiekosten voor investeerders en bedrijven verlagen en de toegangtot kapitaal verbeteren. Zoals eerder toegezegd zal ik de Kamer later ditkwartaal nader informeren over de kabinetsinzet. Dan zal ik nader ingaanop mijn ambities ten aanzien van voortgang op deze onderwerpen en dewijze waarop ik dit wil bereiken. Dit voorjaar wordt een Mededeling vande Europese Commissie verwacht over de spaar- en investeringsunie, metdaarin mogelijk nieuwe acties voor de kapitaalmarktunie. Het kabinet zalconform afspraken deze mededeling en daaruit volgende (wetgevende)acties inclusief bijbehorende impact assessments van de EuropeseCommissie beoordelen op hun merites in een zogeheten BNC-fiche.De leden van de VVD-fractie lezen dat het kabinet wil werken aan eenEuropees depositogarantiestelsel (EDIS). Voor de VVD-fractie staat vooropdat er eerst stappen gezet moeten worden als het gaat om risicoreductie,met name op het gebied van de risico’s voor staatsobligaties op bankba-lansen. Is dit ook de volgordelijkheid die het kabinet wil aanhouden?Naast de ambitie om flinke stappen te zetten naar een Europese kapitaal-marktunie is dit kabinet ook voorstander van het voltooien van debankenunie. Dit betekent dat er voortgang moet worden geboekt op allesporen van de bankenunie, te weten, een Europees depositogarantie-stelsel (EDIS), het aanpakken van de risico’s van staatschulden opbankbalansen (RTSE), het makkelijker mogelijk maken van grensover-schrijdende dienstverlening door banken (home-host), en het moderni-seren van het crisisraamwerk voor banken (CMDI). Voor het kabinet is eenbetekenisvolle stap op RTSE een voorwaarde om de stap te kunnen zettennaar een EDIS.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 208921 Wat zijn de concrete plannen voor het verhogen van de productiviteit?Wat zijn de knoppen waaraan je kan draaien om de arbeidsproductiviteitte verhogen volgens het kabinet? Hoe kijkt het kabinet ook naar detoekomstige ontwikkeling van AI in relatie tot het economisch beleid vande eurozone en hoe kunnen de gevolgen daarvan voor de arbeidsmarkt ende economie ook worden benut en indien negatief gemitigeerd? Wat is denationale agenda op dit punt kabinetsbreed?Bij het stimuleren van de arbeidsproductiviteitsgroei speelt de overheideen voorwaardenscheppende rol. Dit kabinet neemt een aantal maatre-gelen om de arbeidsproductiviteitsgroei te stimuleren. Zo verlaagt hetkabinet de regeldruk en verbetert het de toegang tot financiering voor hetmkb. Ook investeert het kabinet 900 miljoen in InvestNL. Tot slot wil hetkabinet met sectoren werken aan een productiviteitsagenda, die eropgericht is hetzelfde werk te doen met minder mensen. De Minister vanEconomische Zaken heeft in december een brief naar de Kamer gestuurdover de voortgang van de productiviteitsagenda.13AI heeft veel potentie om de arbeidsproductiviteit te verhogen en recentonderzoek van de OESO onderschrijft dit.14 Het AI-beleid in Nederlandheeft zich sinds 2019 gericht op maatregelen om de maatschappelijke eneconomische kansen van AI te verzilveren en de publieke belangen zoalsfundamentele rechten te borgen, om zodoende bij te dragen aan de bredewelvaart. In de kabinetsvisie generatieve AI van 18 januari 202415 wordtweergeven wat de kansen en uitdagingen zijn van de nieuwste vormenvan AI voor Nederland. Daarnaast heeft het kabinet de Sociaal-Economische Raad gevraagd om te adviseren over de impact van AI op dearbeidsproductiviteit, kwantiteit en kwaliteit van werk. Dit advies wordt inde loop van 2025 verwacht. Via de Voortgangsrapportage StrategieDigitale Economie van EZ wordt uw Kamer jaarlijks geïnformeerd over hetbevorderen van de ontwikkeling en toepassing van digitale innovaties,zoals AI, en de effecten van dit beleid. Een concrete actie betreft deverkenning van een AI-faciliteit in Nederland.16 Dit initiatief sluit aan bij deEuropese inzet om het Europese AI-ecosysteem te versterken, via hetgezamenlijke netwerk van Europese supercomputers.De leden van de VVD-fractie lezen dat de Europese Commissie verderestappen wil nemen ter verdieping van de economische en monetaire unie(EMU). Zeker hierbij geldt dat het volstrekt onduidelijk is wat daar preciesmee bedoeld wordt. Kan nader worden geduid wat de EuropeseCommissie daarmee wil gaan doen aan concrete voorstellen en wat dekabinetsappreciatie daarvan is.In de conceptaanbevelingen stelt de Europese Commissie dat bij hetnemen van verdere stappen ter verdieping van de Economische enMonetaire Unie, rekening gehouden moet worden met lessen die zijngetrokken uit de opzet en uitvoering van de beleidsreactie van de Unie opde COVID 19-crisis. Daarnaast beveelt de Commissie aan om voort te gaanmet het verdiepen van de EMU met volledige inachtneming van deinterne markt van de Unie. Indien de Europese Commissie met concretevoorstellen komt voor het verdiepen van de economische monetaire uniezal de Kamer hierover geïnformeerd worden.De leden van de VVD-fractie lezen dat Nederland een non-paper overe-commercezendingen heeft ingebracht en onderschrijven het belanghiervan. Deze leden zijn van mening dat de stroom van zo’n miljardpakketjes per jaar, voornamelijk afkomstig uit China, zorgt voor een flinke13Kamerstuk 36 600 XIII, nr. 5514Miracle or Myth? Assessing the macroeconomic productivity gains from Artificial Intelligence |OECD15Kamerstuk 26 643, nr. 112516https://open.overheid.nl/documenten/08669c2f-01df-452c-9b03-e3e09b6eb090/fileTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 208922 werkdruk bij de Douane en oneerlijke concurrentie voor Nederlandseondernemers. De leden van de VVD-fractie vragen in hoeverre deverwachting is dat andere landen dit voorstel kunnen steunen? Is bekendof zij tegen dezelfde problemen aanlopen? Is daarnaast ook eeninschatting te geven in welke mate de hoeveelheid pakketjes zouteruglopen als dit voorstel wordt omarmd? Wat betekent dit voor dewerkdruk van de Douane?In het kader van de onderhandelingen van het nieuwe Douanewetboekvan de Unie (nDWU) heeft Nederland een non-paper over e-commerceingebracht. Nederland heeft al bij het BNC-fiche nDWU aangegeven datde stroom e-commerce pakketjes beheersbaar moet worden voor deDouane. Nederland staat hier niet alleen in. Vele lidstaten ervaren nudezelfde gevolgen van de immense e-commerce stroom van buiten deEU. In Nederland alleen al gaan circa 3 miljoen pakketjes per dag waarvanongeveer 80% bestemd is voor de rest van de EU lidstaten. Met dezeaantallen is het voor nationale autoriteiten simpelweg niet mogelijkeffectief te controleren op zaken als productveiligheid. Dit is een gevaarvoor de consumenten, maar zorgt ook voor oneerlijke concurrentie voorhet Europese bedrijfsleven. Ook de Europese Commissie heeft de aanpakvan deze stroom van e-commerce tot haar prioriteiten gemaakt. Op5 februari zal de Commissie een mededeling publiceren over de aanpakvan de uitdagingen rondom e-commerce platforms.Het Nederlandse non-paper heeft als insteek de stroom van individueelverzonden pakketjes, die veelal per vliegtuig worden verstuurd, minderaantrekkelijk te maken. Aan de andere kant wordt de stroom van goederenin bulk, gepromoot. Het voordeel van invoer in bulk is dat de autoriteitendan in één keer een grote hoeveelheid gelijke producten kan controleren.Dit zal de Douane en de markttoezichtautoriteiten helpen met het omlaagbrengen van de werkdruk en de stroom pakketjes beheersbaar maken. Opdit moment is niet in te schatten wat de exacte gevolgen zullen zijn.Diverse lidstaten hebben aangegeven het Nederlandse non-paper zeerinteressant te vinden, maar uiteindelijk zal het non-paper een plek moetenkrijgen in de onderhandelingen over het nDWU.Tot slot willen de leden van de VVD-fractie weten wanneer de inzet vanhet Nederlandse kabinet voor het nieuwe Meerjarig Financieel Kader(MFK) verschijnt. Het afbetalen van het subsidiedeel van het Herstel en –Veerkracht plan (HVP) vanaf 2028 is nog niet geregeld door het kabinet.Hoe gaat de Minister ervoor zorgen dat Nederland haar korting behoudt?Hoe gaat de Minister zich inzetten om de gemaakte afspraak in hetHoofdlijnenakkoord over een extra korting te realiseren?Zoals ik reeds heb toegezegd in het Commissiedebat van 4 december jl.,zal het kabinet in het eerste kwartaal een kabinetsinzet op hoofdlijnenvoor de aankomende MFK-onderhandelingen aan uw Kamer sturen. Deafspraken uit het Hoofdlijnenakkoord zijn daarbij leidend. Hoe dit hetbeste gerealiseerd kan worden, zal ook afhangen van het voorstel van deEuropese Commissie dat in de zomer van dit jaar verwacht wordt.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de voor dit schriftelijk overleg geagendeerde stukken. Deze ledenhebben daarover een aantal opmerkingen en vragen.De leden van de NSC-fractie vragen allereerst wat de visie van de Ministeris op de claim van president Trump op Groenland? Deelt de Minister demening van de leden dat Groenland voor de Europese Unie behoudenmoet blijven? Is de Minister bereid om in EU-verband te pleiten voor eenEuropees investeringspakket voor Groenland teneinde de daar aanwezigegrondstoffen in te kunnen zetten voor een duurzamere energietransitie ende strategische onafhankelijkheid van Europa?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 208923 Groenland staat niet op de agenda van de vergaderingen van deEurogroep en Ecofinraad. Verdere beantwoording van vragen hierover isaan de Minister van Buitenlandse Zaken.De leden van de NSC-fractie begrijpen dat het Poolse voorzitterschap datop 1 januari 2025 is begonnen, inzet op «security» als leidend principe.Deze leden steunen dit beginsel, gezien de onzekere geopolitieke situatie.Het aangaan van nog meer gemeenschappelijke schulden op EU-niveauwijzen deze leden echter af. Dit leidt in de ogen van deze leden op termijntot een Europese superstaat met geheel eigen financiële middelen, diegeleend worden op de kapitaalmarkt, maar later terugbetaald moetenworden door de lidstaten. Deelt de Minister de mening dat de EuropeseUnie geen schuldenunie moet worden?Er zijn op dit moment geen voorstellen van de Europese Commissie voornieuwe Europese instrumenten gefinancierd door gemeenschappelijkeschuld. Het kabinet is geen voorstander van het aangaan van gemeen-schappelijke schuld voor nieuwe Europese instrumenten. Dit is onderdeelvan het regeerprogramma. Het kabinet draagt dit standpunt doorlopenduit in verschillende Europese gremia en geeft hiermee uitvoering aanverschillende Kamermoties op dit punt, waaronder recentelijk demotie-Eerdmans/Grinwis.17Het Europe Next Level programma van 2020, met 750 miljard euro op dekapitaalmarkten geleend geld, werd destijds aangekondigd als «absoluuteenmalig», vanwege de uitzonderlijke coronacrisis. Echter het rapport vanDraghi, de voorstellen van Macron en nu weer het voorstel van Polen, omDefensie-uitgaven te financieren met gemeenschappelijke leningen opEU-niveau, wijzen erop, dat in 2020 toch de toon gezet is voor een nieuwetrend. Hoe kijkt de Minister aan tegen deze trend om de Europese Uniesteeds groter te maken met supranationale leningen op de kapitaalmarkt?Er zijn op dit moment geen voorstellen van de Europese Commissie voornieuwe Europese instrumenten gefinancierd door gemeenschappelijkeschuld. Het kabinet is geen voorstander van het aangaan van gemeen-schappelijke schuld voor nieuwe Europese instrumenten. Dit is onderdeelvan het regeerprogramma. Het kabinet draagt dit standpunt doorlopenduit in verschillende Europese gremia en geeft hiermee uitvoering aanverschillende Kamermoties op dit punt, waaronder recentelijk demotie-Eerdmans/Grinwis.18De leden van de NSC-fractie merken op dat het in het kader van het themasecurity het van belang is om geheel onafhankelijk te worden vanRussisch gas. Hongarije, Oostenrijk en Slowakije zijn echter nog steedsafhankelijk van Russisch gas. Wat kan de Minister in EU-verband doen omdeze landen van het Russische gas af te krijgen?Nederland zet zich actief in voor maatregelen in EU verband om Russischgas volledig af te bouwen. Deze inzet in EU verband is belangrijk, omdatmaatregelen het meest effectief zijn als ze op EU niveau getroffen en in dehele EU op gelijke wijze worden toegepast. Bij aanpak op EU niveau kanook worden bewaakt dat maatregelen geen onaanvaardbare gevolgenhebben voor de EU-leveringszekerheid.Tegen deze achtergrond werkt de Europese Commissie op verzoek van deRaad, mede op initiatief van Nederland, in het kader van RePowerEU aaneen routekaart voor de verdere afbouw van de import van Russisch gas,olie en kernbrandstof in de EU. Concreet pleit Nederland ervoor dat indeze routekaart EU-breed vergelijkbare maatregelen genomen kunnenworden zodat nieuwe importstromen via nieuwe LNG-importcapaciteitworden voorkomen. Hiermee wordt een concrete dam opgeworpen voor17Kamerstuk 36 600 IX, nr. 2518Kamerstuk 36 600 IX, nr. 25Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 208924 de import van Russisch LNG via nieuwe LNG-terminals. Het kabinetverwacht verder dat de Europese Commissie in de routekaart nadereinvulling en duidelijkheid zal geven over de mogelijkheden voor indivi-duele lidstaten om op basis van Verordening (EU) 2024/1789 tijdelijkemaatregelen te treffen om import van Russisch gas te beperken. Als deroutekaart er is, schept dit voor EU lidstaten duidelijkheid over devolgende concrete stappen die zij kunnen zetten in het inperken enafbouwen van Russische gas conform RePowerEU. Het kabinet verwachtde publicatie van de routekaart eind februari 2025.Is het verbruik van Russisch gas in Nederland inmiddels teruggebracht totnul? Zo nee, waarom niet?Op dit moment is er een beperkte reststroom van Russisch LNG op basisvan contracten uit het verleden naar Nederland. Er bestaat echter geenverbod of sanctie op de import van gas, inclusief LNG, uit de RussischeFederatie. Hiermee is de handelingsvrijheid van het kabinet om dezereststroom tegen te gaan beperkt.Zoals aangegeven in het antwoord op de vraag hierboven zet Nederlandzich actief in voor maatregelen in EU verband voor de afbouw vanRussisch gas naar nul. Nederland heeft alle maatregelen voor debeperking van Russisch gas die zij kon nemen al genomen, en is beperktin haar handelingsvrijheid om aanvullende maatregelen te treffen. Zowordt in Nederland al voorkomen dat er nieuwe LNG-importstromenontstaan via de nieuwe LNG-importcapaciteit die sinds 2022 is of nogwordt gerealiseerd. Dit is geregeld via de contracten voor het gebruik vandeze nieuwe importcapaciteit. Er is echter nog geen mogelijkheid om debeperkte maar nog bestaande importstroom in te perken, die is gebaseerdop contracten uit het verleden. Het kabinet verwacht meer duidelijkheidover de mogelijk te nemen maatregelen ten aanzien van deze import-stroom met de Routekaart die de Europese Commissie in voorbereidingheeft. Zie wat dit betreft eveneens het antwoord op de vraag hiervoor.De leden van de NSC-fractie vragen of het instellen van een specialetaskforce door Von der Leyen betekent dat de Europese Commissie hetrapport-Draghi al heeft omarmd als haar eigen standpunt. Of is dit slechtsgedeeltelijk zo, en op welke punten dan? Is de Europese Commissie ookvoorstander van nog meer gemeenschappelijke leningen?De Europese Commissie heeft de publicatie van de mededeling over hetconcurrentievermogen kompas (kompas) op dit moment voorzien op29 januari. Dit vormt de eerste officiële opvolging van de Commissie ophet Draghi rapport. Veel elementen uit het Draghi rapport zijn reedsbeland in de politieke richtlijnen van Commissievoorzitter Von der Leyenen vervolgens in de missiebrieven voor de Eurocommissarissen. Met depublicatie van het kompas zal meer duidelijkheid komen over deelementen uit het rapport waar de Europese Commissie opvolging aan wilgeven.Betekent 800 miljard euro per jaar, zoals Draghi voorstelt, dat Nederlandzo’n 40 miljard euro extra zou moeten uitgeven aan innovatie? Zo nee, omwelk jaarlijks bedrag gaat het dan?De geschatte 800 miljard euro per jaar van Draghi heeft betrekking opmeerdere zaken, waaronder klimaat, defensie en digitalisering. Bovendienzal dit bedrag voor een groot deel gefinancierd moeten worden door deprivate sector.Europa investeert in vergelijking met de VS en andere ontwikkeledeeconomieën verhoudingsgewijs minder in innovatie met private investe-ringen in R&D. De Europese overheidsinvesteringen in R&D zijn daaren-tegen vergelijkbaar met de VS.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 208925 De leden van de NSC-fractie vragen verder af of de Minister de meningdeelt dat innovatie niet top-down met overheidsgeld kan wordenafgedwongen, maar voort moet komen uit bottom-up initiatieven van hetbedrijfsleven, kennisinstituten en de wetenschap?Het is van belang om voor innovatie privaat kapitaal te mobiliseren. Omhogere private R&D-investeringen te ontlokken is het essentieel dat deoverheid de juiste randvoorwaarden creëert voor bedrijven. Europa kamptmet een gefragmenteerde interne markt en een tekort aan risicodragendkapitaal, waardoor jonge en innovatieve bedrijven minder makkelijkkunnen opschalen. Dit onderstreept onder andere het belang van verdereverdieping van de interne markt en het creëren van de kapitaalmarktunie.Deze leden vragen voorts of de aanpak van Draghi meer gemeen heeftmet de methode van het Fonds Economische Structuurverstreking (FES)(1995–2010) of met de methode van het Nationaal Groeifonds (2019 totnu)? Klopt het dat de effectiviteit van beide methodes onduidelijk is? Deeltde Minister de mening dat blind met overheidsgeld strooien de achter-stand in economische groei op de Verenigde Staten en China niet zal doenafnemen?De door Draghi genoemde aanbevelingen richten zich vooral op hetsubstantieel verhogen van investeringen in innovatie om de productiviteitvan de Europese economie te versterken, waarbij het grootste deel doorprivate partijen wordt geïnvesteerd. Dat is anders dan de FES-methode ofdie van het Nationaal Groeifonds, welke beide investeringsfondsen zijnvanuit publieke middelen. Draghi’s aanpak bestaat uit een aantalhervormingen die op Europees niveau plaatsvinden zodat privatefinanciering beter benut kan worden. Een aantal hervormingen ziet toe opinvesteringsinstrumenten (zoals de kapitaalmarktunie en de bankenunie)maar ook op de governance van de Commissie en het verlagen vanadministratieve lastendruk voor bedrijven en lidstaten. Het kabinet heeftin haar reactie op het Draghi rapport aangegeven dat zij het belang vangoed onderbouwde hervormingen en investeringen onderkent als middelom ons concurrentievermogen te versterken.19In 2010 is een evaluatie uitgevoerd naar de effectiviteit van het FES.20 Hetrapport concludeerde onder meer dat de kosten van het indienen vanvoorstellen hoog waren, de rondes onvoorspelbaar, en de rolverdelingbinnen het fonds niet optimaal was. In de tussenevaluatie van hetNationaal Groeifonds in 2023 concludeerde het onderzoeksbureau Decisiodat bij de oprichting van het Nationaal Groeifonds nauw rekening isgehouden met de lessen uit het FES. De doeltreffendheid en doelma-tigheid van het Nationaal Groeifonds als geheel zal iedere vijf jaar wordengeëvalueerd. De eerste evaluatie zal plaatsvinden in 2026. Vervolgevalu-aties zullen vanaf 2031 worden uitgevoerd.Blind met overheidsgeld strooien is nooit een goed idee. Bovendien zijnvooral horizontale beleidsmaatregelen nodig om het Europese concurren-tievermogen structureel te bestendigen, zoals het verdiepen van deinterne markt en het versterken van de kapitaalmarktunie.De leden van de NSC-fractie vragen verder af wat de resultaten tot nu toezijn van het Better Regulation-programma, dat in 2014 onder leiding vaneurocommissaris Timmermans van start is gegaan? Wordt de «one in oneout» regel in de praktijk structureel toegepast? Hoeveel heeft ditopgeleverd in termen van minder administratieve lasten?De Europese Commissie heeft ambitieus gewerkt langs twee sporen: hetvoorkomen van onnodige regeldruk in nieuwe regelgeving en hetaanpakken van onnodige regeldruk in bestaande EU-regelgeving. Tenbehoeve van het voorkomen van onnodige regeldruk heeft de Commissie19Kamerstuk 21 501-30, nr. 61420Kamerstuk 32 500 XIII, nr. 10Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 208926 de kwaliteit van het wetgevingsproces en de interne procedures verbeterdzodat de kwaliteit van consultaties, evaluaties en impact assessments isgestegen. Om de kwaliteit van evaluaties en impact assessments tebewaken heeft de Europese Commissie een toezichthouder in het levengeroepen, de Raad voor Regelgevingstoetsing (Regulatory ScrutinyBoard). Als het gaat om het aanpakken van knelpunten in bestaandeEU-regelgeving heeft de Commissie jaarlijks tal van stukken regelgevinggeëvalueerd en voorstellen gedaan om regelgeving te vereenvoudigen.Daarbij is ook gebruik gemaakt van het zogenaamde Fit for Future-platform. Dit platform bestaat uit vertegenwoordigers van lidstaten endiverse maatschappelijke belanghebbenden (bedrijfsleven, consumenten,enzovoort) en heeft de Commissie geadviseerd over het oplossen vanconcrete knelpunten in bestaande regelgeving. Sinds enkele jaren maaktde Commissie jaarlijks een overzicht (op verzoek van lidstaten) waarin hetprobeert een beeld te schetsen van de besparingen die zijn gerealiseerddankzij het beleid inzake Betere Regelgeving. Het voorkomen vanonnodige regeldruk is ook onderdeel van het Better Regulationprogramma. Het valt per definitie niet te becijferen wat er dankzij hetpreventieve werk van de Europese Commissie is bespaard, maar deinschatting van de Commissie is dat dat voor de EU in de miljardenloopt21.Lidstaten hebben herhaaldelijk gevraagd om duidelijke informatie over detoepassing van One in One out. De informatie die vervolgens is gekregenheeft beperkt duidelijkheid verschaft. Het beeld komt naar voren dat deEuropese Commissie zeker een begin heeft gemaakt met de implemen-tatie van de regel, maar dat One in One out niet op alle terreinen en nietstructureel wordt toegepast. Als het gaat om wat de One in One Out-regelheeft opgeleverd in termen van besparingen, geldt wat hiervoor is gezegdover de resultaten van het Better Regulation programma.Wat is de inzet van het kabinet voor de in de Boedapestverklaringaangekondigde «versimpelingsrevolutie»? Wat is de Nederlandse positieten aanzien van het eventueel vertragen en aanpassen van verplichtingenop gebied van financiële verslaglegging (en specifiek de CSRD), zoalsDuitsland voorstelt?Het concurrentievermogen van Europese bedrijven staat hoog op deagenda in Nederland en in Brussel. Daarbij spelen diverse factoren eenrol, zoals hoge energieprijzen, achterliggende productiviteit, maar ookrapportagelasten. Het is belangrijk om daar in samenhang mee aan deslag te gaan en stappen te nemen om het concurrentievermogen teverbeteren.De wens regeldruk terug te dringen is daarbij een prioriteit in hetregeerprogramma. Ik steun dan ook de wens van de Europese Commissieom regeldruk in Europa te verminderen en om met versimpelingen tekomen.Tegelijkertijd is stabiel overheidsbeleid belangrijk. Regelgevendevoorspelbaarheid en rechtszekerheid worden door het bedrijfslevengenoemd als cruciale voorwaarden voor een gezond ondernemings-klimaat. Daarbij hoort ook een betrouwbaar (Europees en nationaal)wetgevingsproces.Het aanpassen of uitstellen van wetgeving terwijl bedrijven volop bezigzijn dit te implementeren kan averechts werken en juist leiden tot meeronzekerheid en lasten voor bedrijven. Ook kunnen aanpassingen aanrapportage vereisten voor het bedrijfsleven een weerslag hebben op datwat de financiële sector kan rapporteren. Zij zijn immers afhankelijk vande informatie die bedrijven waaraan zij geld uitlenen of waarin zijinvesteren aanleveren.21https://commission.europa.eu/document/download/fb29f07c-3c53-42ce-8d16-862fbb38c076_en?filename=ABS_20230912_0.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 208927 Het is daarom belangrijk dat de Europese Commissie bijvoorbeeld waarhet gaat om wijzigingen in (duurzaamheids)rapportageverplichtingenkomt met een gedegen probleemanalyse en een overzicht van waar deconcrete problemen zitten. Ik roep ook de financiële sector en hetbedrijfsleven op om zich te mengen in deze te discussie en te laten wetentegen welke concrete problemen zij rondom rapportagevereistenaanlopen.Vooralsnog zie ik wel kansen om lasten te verminderen specifiek binnenhet EU-raamwerk voor duurzame financiering. Zo verschillen definitiesvan bijvoorbeeld duurzame financiering en moeten bedrijven vanuitverschillende wetten over dezelfde soort zaken rapporteren, bijvoorbeeldwaar het gaat om mogelijke negatieve milieu impact.Zodra er concrete voorstellen van de Commissie liggen, zal het kabinet viaeen BNC fiche een appreciatie hierover opstellen. Als het gaat omduurzaamheidsrapportages trek ik daarbij in elk geval samen op met mijncollega’s van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp, Justitie enVeiligheid en Economische Zaken.Wat is de inzet van het kabinet voor de gezamenlijke verklaringen voor debeleidsprioriteiten voor komend jaar en voor 2025–2029?Nederland is een constructieve partner in de EU, ook om onze eigendoelen te bereiken. Het kabinet zal hierbij prioritair inzetten op hetrealiseren van Nederlandse belangen ten aanzien van asiel en migratie,waaronder het beperken van de omvang van en grip op alle soortenmigratie, het landbouwbeleid en de EU-begrotingsonderhandelingen.Nieuwe afspraken, initiatieven en voorstellen voor beleid zal het kabinetper keer beoordelen en daaropvolgend haar inzet bepalen voor degezamenlijke verklaringen.Hoe komt het dat de economische groei in de eurozone stelselmatig lagerlijkt te zijn dan buiten de eurozone (in 2024: 0,8 procent versus0,9 procent)? De euro werd toch juist opgericht om een hogere econo-mische groei te realiseren?Over een langere periode bezien bedroeg de bbp-groei van de eurozoneals geheel 29% tussen 2002–2023, tegenover 34% voor niet-eurolanden inde EU. De groep niet-eurolanden bestaat uit Bulgarije, Tsjechië,Denemarken, Hongarije, Polen, Roemenië en Zweden.Hoewel Denemarken en Zweden het gemiddelde inkomen in de groep vanniet-eurolanden in de EU aanzienlijk verhogen, ligt het gemiddeldeinkomen van deze groep landen onder dat van eurolanden. Over hetalgemeen groeien economieën met een lager inkomensniveau sneller daneconomieën die al een hoog inkomensniveau hebben bereikt, een procesdat bekend staat als economische convergentie. Dit is daarmee eenbelangrijke verklaring voor het groeiverschil.Klopt de voorspelling van de Europese Commissie over de geharmoni-seerde consumentenprijsindex (HICP) nog wel voor Nederland? DeEuropese Commissie gaat uit van 3,2 procent in 2024, terwijl in novemberen december 3,8 procent en 4,1 procent was volgens de HICP-definitie. Zaldeze voorspelling dus moeten worden bijgesteld? Zullen dan ook deinflatie voor 2025 en 2026 (2,1 procent en 1,9 procent) ook naar bovenmoeten worden bijgesteld?Het CBS publiceerde op 14 januari de inflatie voor 2024 als geheel. Ditbetreft dus de gemiddelde inflatie over 2024. Deze kwam uit op 3,2%volgens de HICP. De raming van de Europese Commissie (EC) uitnovember kwam ook uit op 3,2% voor 2024 als geheel.22 Het percentagewaar de EC vanuit is gegaan voor 2024 komt dus overeen met dedaadwerkelijke uitkomst voor dat jaar. De hoge inflatie in de afgelopen22Economic forecast for Netherlands – European CommissionTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 208928 maanden zat dus reeds besloten in de verwachting voor de inflatie voor2024 als geheel. Dat geldt ook voor de raming van het CBP in de MEV. Tenopzichte van de verwachting in de MEV is de inflatie in 2024 als geheelzelfs nog iets lager uitgekomen. Het CPB verwachtte in de MEV eenHICP-inflatie van 3,5 voor 2024, iets hoger dan de hierboven genoemderealisatie voor dit jaar.Welke onderverdeling voor de 3,2 procent inflatie kan de Minister makenin termen van vraaginflatie, (loon)kosteninflatie en winstinflatie? Dezeinflatiesoorten vereisen immers toch eigenlijk ieder een andere aanpak?In de decemberraming schrijft De Nederlandsche Bank dat de lonen in deeerste helft van 2024 voor meer dan de helft bijdroegen aan de inflatie.23De winsten droegen in die periode minder dan 10% bij. Voor de tweedehelft van het jaar zijn deze cijfers nog niet bekend. Door cao-afspraken diedoorgaans enige tijd vaststaan reageren lonen vertraagd op de stand vande conjunctuur en op de inflatie; de prijzen van producten, en daarmee dewinsten reageren sneller op inflatieontwikkelingen. De lonen makenmomenteel een inhaalgroei om te compenseren voor de inflatie van deafgelopen jaren.De leden van de NSC-fractie vragen wat de Minister gaat doen om deinflatie te beteugelen. Klopt het dat de opkoopprogramma’s (APP enPEPP) van de ECB en het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB),waaronder De Nederlandsche Bank, in 2015 gestart zijn om de inflatieomhoog te krijgen? Klopt het dan ook dat het versneld afbouwen van deobligatieportefeuille (tapering) tot het tegenovergestelde zou moetenleiden, namelijk lagere inflatie? Het (indirect) plaatsen van staatsobligatiesbij banken in ruil voor liquiditeit zou volgens de Fisher-vergelijking(M*V=P*T) moeten leiden tot een lagere hoeveelheid geld in omloop endus tot lagere inflatie. Kan de Minister hier zijn visie op geven alsmacro-econoom? Kan de Minister dit bespreken met de president vanDNB, de heer Knot?De primaire verantwoordelijkheid voor prijsstabiliteit ligt bij de EuropeseCentrale Bank. De ECB kijkt naar de ontwikkeling van de inflatie voor deeurozone als geheel. De Nederlandse inflatie ligt daar boven. Metbegrotingsbeleid kan de overheid eraan bijdragen de economischeconjunctuur te dempen om op die manier de opwaartse druk op lonen enprijzen te verminderen. Voor het opvangen van conjuncturele schomme-lingen via automatische stabilisatoren kennen we in Nederland sinds 1994het trendmatig begrotingsbeleid. Om dit model goed te laten werken ishet van belang dat de financiële kaders worden gerespecteerd. Nu deinflatie in Nederland hoger ligt dan elders in Europa, is begrotingsdisci-pline van extra belang om, zoals opgenomen in het hoofdlijnenakkoord,de groei van de uitgavengroei structureel te beperken en kosten vanbeleidswijzigingen te dekken. In maart zal ik, op verzoek van uw Kamer,een nadere analyse geven van de te hoge Nederlandse inflatie enmogelijke beleidsoverwegingen om hierop te reageren. Dan hebben wezicht op de ontwikkeling van de inflatie in de eerste twee maanden van ditjaar en op de nieuwst verwachtingen van het Centraal Planbureau voor deontwikkeling van de inflatie en de loongroei in 2025 en 2026.De ECB heeft APP en PEPP geïntroduceerd (in respectievelijk 2014 en2020) om de destijds lage inflatie op te stuwen richting de 2%-inflatie-doelstelling via een verruiming van de financieringscondities in deeconomie.Sinds 2023 is de ECB begonnen met het afbouwen van deze programma’som de verhoogde inflatie te beteugelen. Dit doet de ECB door aflopendeobligaties niet te herinvesteren. Dit draagt via een verkrapping van23Najaarraming december 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 208929 lange-termijnfinancieringscondities bij aan het verlagen van de inflatie. Deafbouw van deze programma’s leidt ceteris paribus inderdaad ook tot eendaling van de geldhoeveelheid. Uit de communicatie van de ECB en DNBvolgt dat de afbouw van de opkoopprogramma’s bijdraagt aan deterugkeer van de inflatie naar de doelstelling. Ik zie daarom geen reden ditnader met de president van DNB te bespreken.Klopt het dat het versneld afbouwen van de obligatieportefeuille, alsmethode om de inflatie omlaag te krijgen, tot minder maatschappelijkekosten leidt dan de traditionele beleidsinstrumenten zoals renteverho-gingen, loonmatiging en winstmatiging?Sinds de inflatieschok door de pandemie en de Russische inval inOekraïne heeft de ECB – evenals andere centrale banken – zowel debeleidsrente fors verhoogd als de omvang van haar balans geleidelijkafgebouwd door het niet langer herinvesteren van aflopende obligaties.Beide instrumenten hebben tot doel de financieringscondities tebeïnvloeden, op basis waarvan huishoudens en bedrijven beslissingenmaken om te sparen, consumeren of lenen, waardoor het monetairebeleid de economische activiteit en de inflatie beïnvloedt. Het is daarbijaan de ECB om in onafhankelijkheid te besluiten over de maatvoering ensamenstelling van het monetaire beleid, ten einde de inflatie in deeurozone als geheel terug naar de doelstelling van 2% te krijgen.Voorts geldt dat de ruimte tot loongroei afhangt van de kostenstructuurtussen en binnen sectoren, het aandeel van de loonkosten in de totalekosten en de verhouding tussen de loongroei en de productiviteitsgroei.Daarbij is het van belang dat de binnenlandse inflatie zichzelf niet onnodiglanger in stand houdt door een prijsopdrijvende wisselwerking tussenwerknemers en werkgevers. Het ligt daarbij voor de hand dat wanneer deprijsdruk gevolgen heeft voor de internationale concurrentiepositie vanbedrijven dit een belangrijke factor zal zijn in de loonvorming.Klopt het dat de Euro Area Recommandations (EAR) van de EuropeseCommissie heel erg «hoog over» zijn en voor Nederland niet totpraktische gevolgen zullen leiden? Klopt het dat deze EAR in grote lijnenovereenkomen met het Competitiveness Compass?De Euro Area Recommendations (EAR) hebben hun oorsprong in hetVerdrag betreffende de werking van de EU (VWEU). Dat stelt dat delidstaten hun economische beleid als een aangelegenheid van gemeen-schappelijke belang beschouwen en dat zij dit beleid coördineren. Hetcoördineren van het economisch beleid gebeurt in het kader van hetEuropees Semester, waarin de Raad aanbevelingen aanneemt voor zowelhet economisch beleid van het eurogebied (de EAR) als dat van delidstaten (de landspecifieke aanbevelingen)24.Gegeven hun aard hebben de eurozone aanbevelingen veelal geen directepraktische gevolgen, maar lidstaten worden wel geacht ze ter harte tenemen bij het formuleren van beleid. Daarnaast bieden de eurozoneaanbevelingen in de praktijk een kader voor het sturen van beleidsde-batten en draagt het bij aan het bepalen van de agenda van beleidsdia-logen in de Eurogroep.De Europese Commissie heeft de publicatie van de mededeling over hetconcurrentievermogen kompas (kompas) op dit moment gepland op29 januari. Zodoende kan op dit moment nog niets worden gezegd overde overeenkomsten met de EAR.Kan de Minister toelichten waarom het kabinet het Nederlandse overschotop de lopende rekening al jarenlang niet als een probleem ziet, terwijl deEuropese Commissie dit identificeert als een macro-economische24Het Europees SemesterTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 208930 onevenwichtigheid met risico’s voor de financiële stabiliteit? Waar komtdit verschil in interpretatie vandaan?Klopt het, zo vragen de leden van de NSC-fractie voorts, dat een overschotvan tien procent van het bruto binnenlands product (bbp) op de lopenderekening een teken is van een sterke concurrentiepositie van Nederlandbinnen de Europese Unie? En dat het daarom logisch is dat Nederlandgeen actief beleid voert op het terugdringen van het overschot?In de macro-economische onevenwichtigheden procedure kijkt deCommissie naar het gemiddelde over 3 jaar van het saldo op de lopenderekening als percentage van het bbp, en hanteert drempels van +6% en–4% als indicatieve grenswaarden voor een onevenwichtigheid.Het kabinet ziet het overschot op de lopende rekening als een gevolg vanstructurele kenmerken van de Nederlandse economie en voert geen actiefbeleid op het terugdringen van het overschot. De drijvende krachtenachter de ontwikkeling van het saldo op de lopende rekening kunnenworden bezien vanuit zowel de handelsbalans en primaire en secundaireinkomens uit het buitenland, als vanuit de netto besparingen vanNederlandse bedrijven, huishoudens en de overheid.Er is een combinatie van factoren waarom Nederland een fors overschotheeft op de handelsbalans. Het open karakter van Nederlandse economiespeelt een rol, alsook de relatief grote hoeveelheid wederuitvoer metcreatie van toegevoegde waarde. Ook de goede infrastructuur, hetopleidingsniveau en de prijsconcurrentiepositie van het Nederlandsebedrijfsleven spelen een rol. De mate waarin deze factoren de Neder-landse handelsbalans de komende jaren zullen beïnvloeden is niet tevoorspellen.Vanuit de optiek van de netto besparingen geldt dat het Nederlandsespaaroverschot in grote mate wordt gedreven door Nederlandse bedrijven(zowel multinationals en het MKB) en in mindere mate door huishoudensen de overheid. Er zijn bovendien aanwijzingen dat zowel mondialetrends, specifieke karakteristieken van de Nederlandse economie alsookbeleid invloed hebben op de ontwikkeling van het saldo. De mogelijkeontwikkelingen van deze factoren laten zich moeilijk voorspellen. Het is ophet niveau van individuele beleidsmaatregelen moeilijk te kwantificerenwat het effect op de lopende rekening is. Wel is duidelijk dat beleid datzorgt voor een verschuiving van sparen naar consumeren en investeren,tegelijkertijd ook het saldo op de lopende rekening zal verlagen. Het isdaarmee nog niet wenselijk om maatregelen enkel met het oog op hetlopende-rekening-saldo te nemen, maar wel verstandig om verstoringendie mogelijk ten grondslag liggen aan het overschot weg te nemen.Zijn het niet juist de andere lidstaten, die een tekort op de lopenderekening hebben, die meer hervormingen zouden moeten doorvoeren omhun concurrentiepositie te versterken? En als gevolg daarvan hun tekortop hun lopende rekening terug kunnen brengen? Kortom, zouden de AERzich niet vooral moeten richten op de tekortlanden en niet op deoverschotlanden?Overschotten en tekorten op de lopende rekening zijn niet per se eenongewenst fenomeen aangezien ze in zekere mate een weerspiegeling zijnvan verschillen in de fundamenten en structurele kenmerken van lidstatenen wenselijk beleid op de middellange termijn. Een combinatie vanfactoren kan leiden tot een tekort op te lopende rekening. De mogelijkeontwikkelingen van deze factoren laten zich moeilijk voorspellen. Het is ophet niveau van individuele beleidsmaatregelen moeilijk te kwantificerenwat het effect op de lopende rekening is. Wel is duidelijk dat beleid datzorgt voor een verschuiving van consumeren en investeren naar sparen,tegelijkertijd ook het tekort op de lopende rekening zal verlagen. Dit geldtook voor beleid dat op lange termijn zorgt voor een betere prijsconcurren-tiepositie. Het is daarmee nog niet wenselijk om maatregelen enkel methet oog op het lopende-rekening-saldo te nemen, maar wel verstandig omTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 208931 verstoringen die mogelijk ten grondslag liggen aan het overschot weg tenemen.Klopt het dat het hoge overschot op de lopende rekening een meer danvoldoende compensatie vormt voor de hoge private schulden inNederland? En dat dus het verder versoberen van de hypotheekaftrekoverbodig en contraproductief is, onder andere vanwege het negatievevertrouwenseffect? Waarom bemoeit de Europese Unie zich hier dan zonadrukkelijk mee?In het kader van het Europees Semester, dat is ingesteld in 2011 tegen deachtergrond van de eurocrisis, houdt de Europese Commissie toezicht opmacro-economische onevenwichtigheden om de economische stabiliteitvan de unie te waarborgen. Zowel een te hoog overschot op de lopenderekening en te hoge private schulden kunnen negatieve gevolgen hebbenvoor de macro-economische stabiliteit van andere landen en daarmee deEuropese Unie als geheel.Op 19 juni 2024 concludeerde de Commissie ten aanzien van hetoverschot op de lopende rekening dat de kwetsbaarheden gemitigeerdzijn door een relatief sterke groei van de binnenlandse vraag. Hierdoor zijnook de spillover risico’s naar de rest van de Unie minder zorgwekkendgeworden in de ogen van de Commissie. Over de private schuldenconcludeerde de Commissie dat het hoge schuldenniveau in combinatiemet grote hoeveelheden illiquide vermogensbezit, voornamelijk inwoningen en pensioenfondsen, huishoudens kwetsbaar maakt voorveranderende economische omstandigheden. Dit omdat zij weliswaarmeer vermogen dan schulden hebben, maar een groot deel van hetvermogen niet makkelijk om te zetten is in besteedbaar inkomen om eeneventuele daling van het inkomen op te vangen. Een overschot op delopende rekening neemt die risico’s niet weg. De aandacht van deCommissie en de Raad van de Europese Unie voor de hypotheekrente-aftrek is overigens niet alleen gerelateerd aan de hoge private schuldenmaar ook aan de impact ervan op de woningmarkt en in de economischeeffecten van de verschillende belastingen op verschillende typenvermogen.25Het kabinet heeft in het Hoofdlijnenakkoord en het Regeerprogrammavastgelegd dat de huidige regeling rond hypotheekrenteafterek en heteigenwoningforfait ongewijzigd blijft.De leden van de NSC-fractie merken op dat de ECB eind 2025 een besluitwil nemen over de publieke digitale euro. Tegelijkertijd verwacht deMinister dat er dan nog geen politiek besluit zal liggen in Brussel. Waaropbaseert de Minister dit? De Europese centrale banken binnen het ESCBhebben toch inmiddels de conclusie getrokken dat de digitale eurotechnisch mogelijk is?Het voorstel van de Europese Commissie voor een verordening betref-fende de digitale euro, waarover in de Raad en het Europees Parlementnog wordt onderhandeld, bevat de kaders voor de vormgeving, uitgifte endistributie van een digitale euro. De ECB kan pas overgaan tot uitgifte vaneen digitale euro, als er over de voorstellen van de Europese Commissieeen akkoord is bereikt door de medewetgevers en de verordening inwerking is getreden. Aangezien over meerdere belangrijke onderdelenvan het wetsvoorstel nog geen overeenstemming is bereikt in de Raad ener bovendien nog weinig bekend is over de voortgang van het dossier inhet Europees Parlement, acht ik de kans op een spoedig akkoord tussende medewetgevers niet zo groot. Het Eurosysteem is voor het ontwerp en25Zie hiervoor het landenrapport voor Nederland van de Europese Commissie (https://economy-finance.ec.europa.eu/publications/2024-european-semester-country-reports_en) enoverwegigen 21 en 22 van de landspecifieke aanbevelingen van de Raad voor Nederland:e6bc2bb7-70d5-4857-8848-757c0f130f9e_enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 208932 de vormgeving van een mogelijke digitale euro afhankelijk van een aantalkeuzes die de medewetgevers zullen moeten maken in de regelgeving tenaanzien van waarborgen (bijvoorbeeld als het gaat om privacy). Om diereden is de voortgang van de onderhandelingen relevant voor de tijdslijnvoor een mogelijke uitgifte.In hoeverre verschilt de digitale euro eigenlijk van de girale euro? Zal demogelijkheid om digitale euro’s aan te houden bij DNB gratis aangebodenworden? Kan op deze manier worden gewaarborgd dat iedere Neder-lander beschikt over ten minste één kostenvrije betaalrekening, zoals ditfeitelijk jarenlang het geval is geweest? Deelt de Minister de mening dathet steeds duurder worden van een betaalrekening een onwenselijkehindernis is in het deelnemen aan het maatschappelijke en betalings-verkeer?Zoals ook in het voorgaande genoemd, is een digitale euro een vorm vanpubliek geld. Dat onderscheidt een digitale euro van alle andere vormenvan giraal geld, ons saldo op een reguliere bankrekening. De digitale eurozou een rechtstreekse verplichting van de Europese Centrale Bank (ECB)of van nationale centrale banken tegenover gebruikers van de digitaleeuro zijn. Dat is kenmerkend voor publiek geld dat is uitgegeven door decentrale bank, in tegenstelling tot giraal geld dat een vordering op eenprivate partij is. Voor een digitale euro geldt wat dat betreft hetzelfde alsvoor contant geld. Een digitale euro die gehouden wordt op een digitaleeuro rekening van een gebruiker, zal volledig eigendom zijn van diegebruiker. De gebruiker bewaart deze digitale euro alleen niet fysiek zelf,maar digitaal (i) in de administratie van het Eurosysteem, te bereiken viade betaaldienstverlener waarbij hij zijn digitale euro rekening heeft, of(ii) offline op zijn lokale apparaat (zoals een mobiele telefoon). Bij giraalgeld is dat niet zo, dan staat deze girale euro op de balans van debetreffende bank en heeft de rekeninghouder alleen een claim op dezebank. Een digitale euro zou dezelfde waarde hebben als een contante euroen een girale euro. De voorgestelde verordening schrijft namelijk voor datze één-op-één inwisselbaar zullen zijn.Het uitgangspunt van het wetsvoorstel van de Europese Commissie is datbetaaldienstverleners gratis bepaalde basisbetaaldiensten ten aanzien vande digitale euro aanbieden aan consumenten. Bijvoorbeeld een gratisdigitale euro rekening. In dit stadium is moeilijk te duiden wat demogelijke effecten op de prijsvorming van reguliere betaalrekeningen zijn,ook omdat de onderhandelingen over het kostenmodel nog niet zijnafgerond.26 Of de kosten van betaalproducten voor Nederlandsegebruikers zullen stijgen, is bijvoorbeeld nog niet vast te stellen.Nederland heeft in ieder geval aandacht gevraagd in de onderhandelingenvoor het risico op dergelijke effecten. Uiteindelijk is het vaststellen van deprijs van een betaalrekening ook een commerciële beslissing van deaanbieders, die met deze prijzen kunnen concurreren, maar ook bepaalde(investerings)kosten kunnen terugverdienen.Betekent de eventuele komst van de offline digitale euro eigenlijk deterugkeer van de chipknip, zoals deze tot 2015 bestond? Waarom is dezeeigenlijk in 2015 door de banken afgeschaft, nu deze vorm van geld net alscontant geld bijna volledig privacy-proof is? Waarom wordt voorgesteldom een maximum hoeveelheid digitale euro’s in te stellen van 3.000 tot4.000 euro’s? Immers indien geen rente wordt betaald op digitale euro’s,zullen de meeste consumenten het grootste deel van hun geld toch stallen26Zie ook alinea 35 e.v. van het voortgangsrapport van het Belgische voorzitterschap, dat alsbijlage is meegestuurd bij het Verslag van de Eurogroep/Ecofinraad van 20–21 juni 2024,Kamerstuk 21 501-07, nr. 2053.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 208933 bij een bank die wel rente betaalt? Is hier geen sprake van een onnodigdubbel slot op de deur?Aan de andere kant: hoe draagt het uitsluiten van een positieve rente opdigitale euro-tegoeden bij aan het beschermen van de financiële stabi-liteit, nu al houderlimieten worden voorzien? Zou directe rente op digitaleeuro-tegoeden een instrument kunnen zijn om commerciële banken aan tezetten renteverhogingen sneller door te berekenen aan hun klanten, ook inlicht van de bevindingen van de ACM in haar rapport Concurrentie op deNederlandse spaarmarkt van 16 juli 2024?In antwoord op vragen van de BBB-fractie in de Eerste Kamer heeft mijnambtsvoorganger het verschil tussen de chipknip en de digitale euro alsvolgt uitgelegd.27 De digitale euro is geen versie van de chipknip. Dechipknip was namelijk geen digitale vorm van publiek geld uitgegevendoor de centrale bank. Dat is de digitale euro wel. Het doel van dechipknip was dan ook niet om publiek geld in de toekomst beschikbaar tehouden in een steeds meer digitale economie, maar om digitale trans-acties van kleinere bedragen voor winkeliers mogelijk te maken. Dechipknip was succesvol ten aanzien van transactiesnelheid en kosten voorde winkelier, maar was minder succesvol op het gebied van gebruiks-gemak. Ik neem het belang van gebruiksvriendelijkheid mee in mijn inzetvoor een mogelijke digitale euro.De leden van de NSC-fractie verwijzen daarnaast naar de voorgesteldebevoegdheid voor de ECB om een aanhoudingslimiet voor de digitaleeuro te bepalen. Het kabinet steunt, zoals hiervoor is toegelicht, hetvoorstel om deze bevoegdheid aan de ECB toe te kennen. Deze limiet kaneen belangrijk instrument zijn om risico’s voor de financiële stabiliteit tevoorkomen: van een onnodig (dubbel) slot op de deur is wat haar betreftgeen sprake. De risico’s die een digitale euro in potentie vormt voor definanciële stabiliteit laten zich op voorhand moeilijk voorspellen en dit zalook afhankelijk zijn van het gebruik van de digitale euro. Aangezien dedigitale euro zoals deze nu op tafel ligt, bedoeld is als pan-Europeesdigitaal betaalmiddel en niet als spaarmiddel, is een aanhoudingslimietals waarborg gepast.Dit brengt mij op de vragen van de NSC-leden hoe het uitsluiten van eenpositieve rente op digitale eurotegoeden kan bijdragen aan hetbeschermen van de financiële stabiliteit en renteverhogingen doorbanken. De digitale euro zoals deze is uitgewerkt in het voorstel van deEuropese Commissie is zoals gezegd primair bedoeld en vormgegeven alsbetaalmiddel; voor betalingen tussen personen, bedrijven en/ofoverheden en niet als spaarproduct. Voor een puur spaarproductuitgegeven door het Eurosysteem zou geen grondslag bestaan in de(voorgestelde) Europese regelgeving. Binnen het kader van ditwetsvoorstel zal de digitale euro niet rentedragend zijn, met als hoofddoelhet gebruik van de digitale euro als betaalmiddel te bevorderen, terwijlhet gebruik ervan als waarde-opslag beperkt wordt. Dit betekent dat eendigitale euro die is vormgegeven als betaalmiddel niet rentedragend zalzijn. Hiermee lijkt de digitale euro op contant geld, waarover ook geenrente wordt vergoed.Is de Minister het eens met automatische koppeling van bankrekeningenaan de wallet (watervalmechanisme) en hoe wil hij waarborgen datburgers hier indien gewenst van kunnen afzien?Het wetsvoorstel van de Europese Commissie bevat de mogelijkheid enniet de verplichting om een digitale eurorekening te koppelen aan eenreguliere betaalrekening. Het is dus ook mogelijk om een losstaandedigitale eurorekening te openen en daar handmatig digitale euro’s op te27Kamerstuk 36 492, B.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 208934 zetten. De zogenaamde automatische watervalfunctie, waarbij een digitaleeurorekening automatisch wordt aangevuld wanneer daar uitgaven uitzijn gedaan, is op grond van de voorliggende voorstellen dus nietverplicht. De gebruiker kan daarvoor kiezen.28 Om gebruik te kunnenmaken van een automatische waterval, moet wel sprake zijn van eenkoppeling met een gewone bankrekening.29De leden van de NSC-fractie ragen voorts wat er momenteel in de Raadvoorligt ten aanzien van de begrenzing van de kostendoorberekening vanbetaaldienstverleners aan handelaren. Wat is daarbij de Nederlandseinzet?Voor een toelichting op de kosten die mogelijk gelden voor handelaren(zoals winkeliers) op basis van het wetsvoorstel van de EuropeseCommissie, verwijs ik naar eerdere Kamerstukken over de digitale euro.30De kern daarvan is dat handelaren hun eigen implementatie- en doorlo-pende kosten zouden moeten dragen. Daarnaast heeft de EuropeseCommissie een plafond voorgesteld op de vergoeding die betaaldienst-verleners per ontvangen betaling in digitale euro’s aan handelaren kunnenrekenen.Voor het overige laat de Europese Commissie het kostenmodel aan demarkt. Een handelaar dient bijvoorbeeld hoogstwaarschijnlijk wel tebetalen voor het aanhouden van een digitale eurorekening, omdat hetwetsvoorstel niet voorschrijft dat dit gratis is voor de handelaar. In dezecontext is ook relevant te noemen dat het aanvullen en afstorten vandigitale euro’s op een digitale eurorekening volgens het wetsvoorstel nietonderhevig kan zijn aan een Inter-PSP fee. Daarbij wordt geen onder-scheid gemaakt tussen rekeningen van consumenten en handelaren.Het Belgisch voorzitterschap concludeerde in de zomer van 2024 dat er inde Raad draagvlak leek te zijn in de Raad voor het beperken van demerchant service charge, de voornoemde vergoeding die betaaldienstver-leners aan handelaren zouden kunnen rekenen per ontvangen digitaleeurotransactie.31 De discussie in de Raad omtrent het kostenmodel isechter nog niet beslecht en de verwachting is dat het Poolse voorzitter-schap het onderwerp opnieuw op de agenda zet het komende half jaar.Het is nog niet bekend op welke aspecten van het kostenmodel dediscussie zich dan zal toespitsen. Voor de Nederlandse inzet verwijs ik ukortheidshalve naar mijn antwoord op de vraag van de leden van deGroenLinks-PvdA fractie hierboven en het Verslag van de Eurogroep/Ecofinraad van 20–21 juni 2024.32Welke basisdiensten met betrekking voor de digitale euro blijven voorburgers gratis?De Europese Commissie heeft als uitgangspunt in de voorstellen gekozendat de basisdiensten ten aanzien van een digitale euro gratis zijn voornatuurlijke personen. Deze basisdiensten zijn in het voorstel voor deverordening uitgewerkt33 en omvatten onder meer het openen enaanhouden van een digitale eurorekening en het verrichten van betalings-transacties in digitale euro’s. Het is nog niet met zekerheid te zeggen wat28Zie met name artikel 22 lid 4 en artikel 14 lid 2 van het wetsvoorstel.29Zie artikel 13 lid 4 van het wetsvoorstel.30Bijvoorbeeld: het BNC Fiche inzake de voorstellen van de Commissie inzake een Digitale euro,Kamerstuk 22 112, nr. 3747; en het Verslag van de Eurogroep/Ecofinraad van 20–21 juni 2024,Kamerstuk 21 501-07, nr. 2053.31Zie alinea 28 van het voortgangsrapport van het Belgische voorzitterschap, dat als bijlage ismeegestuurd bij het Verslag van de Eurogroep/Ecofinraad van 20–21 juni 2024, Kamerstuk21 501-07, nr. 2053.32Kamerstuk 21 501-07, nr. 2053.33Zie Annex II bij het voorstel voor de verordening betreffende de digitale euro (COM(2023) 369).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 208935 de uitkomst van de onderhandelingen wordt ten aanzien van hetkostenmodel. Er lijkt draagvlak te zijn in de Raad voor gratis basisdienstenvoor consumenten. De lijst van diensten die als basisdiensten moetworden aangemerkt, is echter nog niet definitief en aan veranderingonderhevig.Kan de Minister een geactualiseerde inschatting maken van de kostenvoor de digitale euro voor de verschillende partijen, zoals de ECB, DNB,banken, handelaren en consumenten, uitgesplitst naar implementatie-kosten en operationele kosten? Welke gevolgen hebben deze kosten voorde winstuitkeringen van centrale banken?Nee, deze inschatting kan ik helaas niet geven. De Europese Commissieheeft in haar Impact Assessment bij de voorstellen een beperkte kostenin-schatting kunnen maken.34 Nederland en andere landen hebben in deRaad gevraagd om verdere inschatting van de reële kosten, maar dezegegevens zijn niet beschikbaar. Ook hebben verschillende lidstaten,waaronder Nederland, in de onderhandelingen gevraagd om verdereonderbouwing door de Europese Commissie en het Eurosysteem van denoodzaak van bepaalde keuzes in het kostenmodel (namelijk: marktregu-lering). Het is mij niet bekend wanneer een dergelijke onderbouwing zalworden gegeven. De betaaldienstverleners hebben aangekondigdbinnenkort met een rapport te komen, waarin een inschatting wordtgemaakt van kosten die gepaard zouden kunnen gaan met een digitaleeuro.Aangezien het uitgangspunt van het wetsvoorstel is dat eenieder zijneigen implementatie- en doorlopende kosten draagt, zal het Eurosysteemde kosten voor het optuigen en operationeel houden van de digitale euroafwikkelinfrastructuur dragen. Zij zal daarvoor geen scheme fee rekenenaan gebruikers en distributeurs van de digitale euro.De ECB heeft in een recent rapport toegelicht welke impact de introductievan een digitale euro kan hebben op de inkomsten van de centrale bank.Centrale banken ontvang onder meer inkomsten uit de schepping vangeld, de zogeheten «seigniorage»-inkomsten. De introductie van eendigitale euro kan daarnaast invloed hebben op de balansgrootte van deECB en op netto rente-inkomsten van de centrale bank. De daadwerkelijkeimpact van een digitale euro op inkomsten van de ECB hangt af vanverschillende factoren, waaronder de mate waarin de digitale eurogebruikt wordt, het compensatiemodel, de mate waarin gebruikers dedigitale euro verkiezen boven het aanhouden van contant geld en deaanhoudingslimieten. Desalniettemin concludeert de ECB dat in scenario’swaarin de rente positief is, de introductie van de digitale euro zou leidentot – beperkt – hogere inkomsten voor de centrale bank.35 Het is dan aande centrale bank om te bepalen of hogere inkomsten, bijvoorbeeld nainachtneming van de gemaakte kosten voor de digitale euro infra-structuur, toegevoegd worden aan de risicovoorzieningen van de bank ofuitgekeerd worden aan overheden in de vorm van dividend.In welke gevallen wil het kabinet kunnen afwijken van de acceptatieplichtvoor de digitale euro?Zoals ook is toegelicht in het BNC-fiche36 met betrekking tot devoorstellen van de Europese Commissie betreffende een digitale euro,heeft het kabinet begrip voor het invoeren van een acceptatieplicht. De34Zie ook het BNC Fiche inzake de voorstellen van de Commissie inzake een Digitale euro,Kamerstuk 22 112, nr. 3747.35Bindseil, Marrazzo, Sauer (2024). The impact of central bank digital currency on central bankprofitability, risk-taking and capital. ECB Occasional Paper Series, No. 360.36Kamerstuk 22 112, nr. 3747.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 208936 acceptatieplicht kan eraan bijdragen dat een digitale euro daadwerkelijkeen rol krijgt als betaalmiddel in het geldsysteem. Uitzonderingen, zoalsdie voor micro-ondernemingen, zijn echter nodig om de uitvoerbaarheiden proportionaliteit te borgen. Het voorstel van de Europese Commissievoorziet ook in een bevoegdheid voor de Europese Commissie zelf omaanvullende uitzonderingen op de acceptatieplicht vast te stellen.Op basis van bestaande jurisprudentie zouden ook lidstaten ondervoorwaarden de bevoegdheid hebben om aanvullende uitzonderingen opde acceptatieplicht te introduceren. Dat vindt Nederland belangrijk, omdathet betaallandschap en de betaalvoorkeuren per lidstaat kunnenverschillen en er situaties kunnen ontstaan in de toekomst ten aanzien vaneen mogelijke digitale euro die nu nog niet voorzien zijn. Het is welbelangrijk dat eventuele aanvullende uitzonderingen voldoende objectiefen handhaafbaar zijn. Op dit moment is nog duidelijk of en zo ja, in welkegevallen, er in Nederland aanvullende uitzonderingen op de acceptatie-plicht nodig zouden zijn.In hoeverre voldoet een wholesale digitale euro via de Target-dienstenvan het Eurosysteem aan het advies van de Adviesraad InternationaleVraagstukken om bij de ontwikkeling van een digitale euro de geopolitiekedimensie in het ontwerp mee te nemen, en bij de ontwikkeling de nadrukte leggen op het grensoverschrijdende betalingsverkeer tussen grotefinanciële instellingen en dienstverleners (het groothandel-segment)?In de kabinetsreactie op het advies van de Adviesraad InternationaleVraagstukken (AIV) inzake de internationale rol van de Euro, die op4 september 2023 met uw Kamer is gedeeld, en in het verslag vanEurogroep en Ecofinraad van 11 en 12 maart 2024, is ingegaan op ditonderwerp.37 Naast een digitale euro als betaalmiddel, zoals voorgesteldmet de Commissievoorstellen van 28 juni 2023, biedt het Eurosysteem38via TARGET-diensten39 de mogelijkheid voor banken om hun transactiesin centralebankgeld af te wikkelen. Dit is een afwikkelmogelijkheid die ookwel wordt aangeduid als «wholesale CBDC». Het gaat hierbij nadrukkelijkniet om een wettig betaalmiddel voor (groot)bedrijven, maar om eenafwikkelsysteem voor transacties tussen een specifieke groep financiëleinstellingen (banken die deelnemen aan TARGET diensten). HetEurosysteem onderzoekt of deze afwikkeling in het kader van haarTARGET-diensten verbeterd kan worden op basis van Distributed LedgerTechnology (DLT)40. De TARGET-diensten – inclusief de ontwikkeldetechniek voor de «wholsale CBDC» – spelen een belangrijke rol tenaanzien van de autonomie van het Europese betalingsverkeer. DezeTARGET-diensten behoren tot de bevoegdheid van het Eurosysteem. Hetkabinet heeft daar geen directe betrokkenheid bij.In gesprekken tussen mijn ministerie en partijen en vertegenwoordigersuit de betaalsector komt naar voren dat er in toenemende mate gebruikwordt gemaakt van blockchaintechnologie en tokenisatie (tokenization)voor bepaalde bedrijfsprocessen, zoals facturering. Er worden daarbijplatforms gebouwd, waarop facturering en betaling mogelijk is. Op dezeplatformen worden dan betalingen afgewikkeld in bijvoorbeeldstablecoins of elektronisch geld. Het doel daarbij is onder meer om37Kamerstuk 22 112, nr. 3792 en Kamerstuk 21 501-07, nr. 2023.38Het Eurosysteem, dat bestaat uit de Europese Centrale Bank en de nationale centrale bankenvan de lidstaten die de euro als munt hebben, is de monetaire autoriteit van het eurogebied.39De TARGET Services zijn verschillende diensten ontwikkeld en uitgevoerd door hetEurosysteem. Het gaat om marktinfrastructuren voor onder andere de afwikkeling (settlement)van betalingen (T2) en instant payments (TIPS).40Europese Centrale Bank, How could new technology transform financial markets?,19 april2017. Zie: https://www.ecb.europa.eu/ecb-and-you/explainers/tell-me-more/html/distributed_ledger_technology.en.htmlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 208937 goedkopere en snellere grensoverschrijdende en multivaluta-betalingen teverrichten. Daarbij blijft echter kredietrisico bestaan op de aanbieder vanhet platform en/of de uitgever van de gebruikte digitale munt. De«wholesale CBDC» van het Eurosysteem zou een publiek afwikkelmecha-nisme kunnen zijn, waarop in de toekomst in beginsel alle Europesebanken en mogelijk ook andere instellingen zouden kunnen aansluiten.Daarbij zou geen kredietrisico bestaan omdat de afwikkeling geschiedt inveilig centralebankgeld.Zowel wetsvoorstellen van de Europese Commissie voor een digitale euroals betaalmiddel voor consumenten én (groot)bedrijven, als de lopendeonderzoeken en experimenten van het Eurosysteem op het gebied van«wholesale CBDC» kunnen bijdragen aan de strategische autonomie vande EU. Het kabinet juicht de verschillende ontwikkelingen toe vanwegetoekomstbestendigheid van het Eurosysteem en het Europese betalings-verkeer.De leden van de NSC-fractie hebben vragen naar aanleiding van demeerjarige budgettair-structurele plannen voor de middellange termijn(BSPMT). Hoe additioneel zijn de hervormingen en investeringen in hetFranse BSPMT ten opzichte van het herstel- en veerkrachtplan?De Verordening 2024/1263 stelt dat gedurende de looptijd van de Herstel-en Veerkrachtfaciliteit (HVF), hervormingen en investeringen uit hetHerstel- en Veerkrachtplan (HVP) mee worden gewogen voor eenverlenging van de aanpassingsperiode. Daarbij wordt als voorwaardegesteld dat het HVP van de betreffende lidstaat significante hervormingenen investeringen bevat gericht op het verbeteren van schuldhoudbaarheiden het economisch groeipotentieel. Bovendien is het van belang dat delidstaat de hervormingsinspanningen na het aflopen van het HVP doorzetgedurende de resterende periode van het budgettair-structureel plan endat het gemiddelde niveau van de nationaal gefinancierde publiekeinvesteringen na het aflopen van het HVP behouden blijft.In het Franse budgettair-structureel plan voor de middellange termijn zijnvijf bestaande toezeggingen uit het Franse HVP opgenomen, waarvantwee zijn voorzien van een gedetailleerdere uitwerking. Daarnaast zijn erzes nieuwe toezeggingen opgenomen. Deze hebben betrekking op dehervorming van de werkloosheidsuitkeringen; een pensioenhervormingvoor lokale werknemers en ziekenhuispersoneel in publieke dienst;hervorming van de sociale zekerheidsbijdragen; versimpeling van hetbedrijfsklimaat; versnelling van de ontwikkeling van groene technologie;en het efficiënter maken van belastingen en sociale uitgaven.Hoe verhoudt een eventuele (gedeeltelijk) terugdraaiing van de pensioen-verhoging zich tot schuldhoudbaarheid en de Franse hervormingsver-plichtingen in het HVP en het BPSMT?Frankrijk voerde in 2023 een pensioenhervorming door, waarbij depensioenleeftijd geleidelijk wordt verhoogd van 62 naar 64 (tot 2030).Deze hervorming staat nu in Frankrijk ter discussie. Ze vormt geenonderdeel van het Franse HVP. De hervorming uit 2023 is ook geenonderdeel van de hervormingen in het Franse budgettair-structureel planvoor de middellange termijn (hierna «plan»). Het terugdraaien van depensioenhervorming heeft in zoverre geen gevolgen voor de hervor-mingsverplichtingen. Bij de berekening van het uitgavenpad, dat nodig isom de overheidsschuld geloofwaardig te laten dalen volgens de criteriavan Verordening 2024/1263, is echter wel rekening gehouden met deimpact van de pensioenhervorming. Indien de pensioenhervorming wordtteruggedraaid, vereist dit in principe een herberekening van het uitga-venpad in het plan. Op dit moment is onduidelijk wat de uitkomst van dediscussie over de pensioenhervorming zal zijn, en welke gevolgen dit zalhebben voor het Franse plan. Naar verwachting zal het Franse planTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 208938 worden aangepast. Vooralsnog betreft de aanpassing alleen eenbijstelling van het uitgavenpad met oog op de voorziene stijging van hetbegrotingstekort in 2025.Hoe beoordeelt de Europese Commissie of sprake is van hetzelfde«ambitieniveau» wanneer een lidstaat een nieuw plan indient? Hoebeoordeelt het kabinet dit? Wordt het meegenomen als belangrijkebestaande hervormingen, die weliswaar niet in het plan staan maarbijvoorbeeld wel dezelfde groeibevorderende en schuldreducerendedoelstelling hebben, worden teruggedraaid?Verordening 2024/1263 stelt de voorwaarden voor het indienen van eenherzien plan. Hierbij is opgenomen dat een nieuw (herzien) plan niet magleiden tot een lagere begrotingsopgave dan in het eerdere plan.Bij de berekening van het uitgavenpad, dat nodig is om de overheids-schuld geloofwaardig te laten dalen volgens de criteria van Verordening2024/1263, wordt rekening gehouden met de impact van reeds geïmple-menteerde hervormingen. Indien geïmplementeerde hervormingenworden teruggedraaid, vereist dit in principe een herberekening van hetuitgavenpad in het plan.Het kabinet neemt de Commissiebeoordeling van de plannen alsuitgangspunt bij het bepalen van de inzet ten aanzien van de Raadsaanbe-velingen. Daarbij kijkt het kabinet of de Commissiebeoordeling in lijn ismet de vereisten aan het uitgavenpad van lidstaten op basis vanVerordening 2024/1263, het correctief uitgavenpad op basis van Veror-dening 1467/97 en de vereisten voor de set van investeringen enhervormingen die ten grondslag ligt aan een verlenging van de budget-taire aanpassingsperiode op basis van Verordening 2024/1263. Dit isverder toegelicht in de recente Kamerbrief met de appreciatie van deCommissie beoordeling van de budgettair-structurele plannen voor demiddellange termijn.41Kan de Minister (contouren van) de «passende alternatieven» voorrekeningrijden en de energiebelastinghervorming, en andere maatregelendie niet meer doorgaan, toelichten waarover hij met de Commissie ingesprek is? Op welke manier wordt de Tweede Kamer hierbij betrokken,op een manier dat deze nog invloed kan uitoefenen op de te makenkeuzes?Als het gaat om de hervorming van de energiebelasting zet ik er op in omde huidige mijlpaal aan te passen zodat deze in lijn wordt gebracht met dereeds aangenomen wet. Om het ambitieniveau op peil te houden, zal ikvoorstellen de nieuwe CO2-heffing voor de glastuinbouw aan de nieuwemijlpaal toe te voegen. Deze heffing is ook al reeds opgenomen in de weten betreft dus bestaand beleid.Wat betreft een passend alternatief voor de mijlpalen die betrekkinghebben op rekeningrijden kijkt het kabinet in eerste instantie naar eenhervorming die onderdeel is van bestaand beleid en die bij voorkeur inhet mobiliteitsdomein valt. Daarnaast is het van belang dat de hervormingeenzelfde ambitieniveau heeft als het gaat om CO2-reductie. Eenhervorming die aan deze kaders zou voldoen, betreft bijvoorbeeld devrachtwagenheffing. Dit wordt op dit moment ambtelijk besproken met deCommissie. Zodra hier meer duidelijkheid over is, zal ik de Kamer hierverder over informeren.Het kabinet doet er alles aan om een korting op de te ontvangen middelente voorkomen. Met het voorliggende wijzigingstraject verwacht hetkabinet de uitdagingen die nu zijn voorzien om de resterende betaalver-zoeken met succes in te kunnen dienen bij de Europese Commissie, wegte nemen. Daarmee wordt dus ook de kans op een korting op de teontvangen middelen zo veel mogelijk beperkt.41Kamerstuk 21 501-07, nr. 2085Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 208939 De leden van de NSC-fractie vragen of de Minister (contouren van) de«passende alternatieven» voor rekeningrijden, de energiebelasting-hervorming en andere maatregelen die niet meer doorgaan, waarover hijmet de Commissie in gesprek is, kan toelichten? Op welke manier wordtde Kamer hierbij betrokken op een manier dat zij nog invloed kanuitoefenen op de te maken keuzes?Zie beantwoording op de vragen van de Volt- en SGP-fractie.Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van devoor het schriftelijk overleg geagendeerde stukken. Deze leden hebbendaarover op dit moment geen vragen.Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractieDe leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen voor voorliggendestukken. Deze leden hebben daarover enkele vragen.De leden van de SGP-fractie lezen in de geannoteerde agenda dat deontwikkelingen rond de digitale euro langzaam gaan. Welk tijdspad ziet deMinister voor zich als het in de invoering van de digitale euro gaat?De tijdslijnen voor het vervolg van de onderhandelingen over eenmogelijke digitale euro zijn op dit moment nog onduidelijk. De onderhan-delingen in de Raad over het voorstel voor een verordening betreffendede digitale euro zullen onder het Poolse voorzitterschap worden vervolgd,maar de verwachting is niet dat er komend half jaar al een akkoord in deRaad zal worden bereikt. Ook in het Europees Parlement moet nog eenakkoord worden bereikt over deze voorstellen. Pas als de Raad en hetEuropees Parlement beiden een akkoord hebben bereikt, kunnen deonderhandelingen in de triloogfase starten. Mocht er in de triloog eenakkoord worden bereikt, dan dient de Raad op basis van gekwalificeerdemeerderheid daarover te besluiten. Pas na die formele vaststelling kan deverordening ook daadwerkelijk in werking treden. De ECB kan pasbesluiten tot uitgifte van een mogelijke digitale euro als de verordening inwerking is getreden.Het Eurosysteem gaat over haar eigen planning ten aanzien van hetvoorbereidende technische werk, maar houdt daarbij uiteraard rekeningmet het wetgevingstraject. Bij het ontwerp van de digitale euro dienenimmers de voorwaarden die daarvoor worden opgenomen in dewetgeving, in acht te worden genomen. Al met al ligt het dus in de rededat, als er uiteindelijk wordt besloten tot de komst van een digitale euro,het nog een aantal jaren zal duren voordat een digitale euro daadwerkelijkbeschikbaar is als betaalmiddel.Conform mijn eerdere toezeggingen zal ik uw Kamer maandelijks blijveninformeren via de verslagen van de Eurogroep/Ecofinraad over hetvervolg van de onderhandelingen, een mogelijk toekomstig Raadsakkoorden mijn appreciatie daarvan.Daarnaast vragen de leden van de SGP-fractie of en hoe er voortdurendwordt bezien of de invoering van de digitale echt nodig is. Wat is de inzetvan het kabinet daarbij?De Nederlandse inzet in de onderhandelingen over een digitale euro is erin het bijzonder op gericht dat een digitale euro van toegevoegde waardemoet zijn. Zowel voor het Nederlandse én Europese betaallandschap alsgeheel, als voor aanbieders en gebruikers. Op basis van de voorstellenvan de Europese Commissie zie ik de potentie, maar ik heb ook oog voorde diverse uitdagingen bij invoering hiervan, zoals bijvoorbeeld de kosten.De onderhandelingen moeten uitwijzen of men tot een gedragen resultaatkan komen dat de valide doelstellingen kan waarmaken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 208940 De leden van de SGP-fractie lezen dat het kabinet voornemens is omdiverse maatregelen uit het Nederlandse HVP te wijzigen. Welke wijzi-gingen gaat de Minister indienen? En hoe wordt de Kamer betrokken bijde inhoud van deze wijzigingen?Het kabinet is van plan om de maatregelen te wijzigen die genoemdworden in de voorliggende Kamerbrief.42 Hiermee hoopt het kabinet deresterende betaalverzoeken met succes in te kunnen dienen bij deEuropese Commissie. Zodra de technische gesprekken met de EuropeseCommissie over de kansrijkheid van de oplossingsrichtingen zijnafgerond, zal uw Kamer geïnformeerd worden over deze oplossingsrich-tingen. Volgens de huidige planning zal dat uiterlijk begin februari zijn. Hetkabinet zal naar verwachting medio februari het wijzigingsverzoek formeelin te dienen bij de Europese Commissie.De leden van de SGP-fractie zijn verheugd om te lezen dat zowel hetvoorzitterschap als de Europese Commissie wil werken aan een versim-peling van regelgeving en het terugdringen van administratieve lasten.Deze leden vernemen graag de inzet van de Minister in dit dossier. Welkedoelen heeft de Minister hierbij voor ogen?Zoals ik hierboven al heb toegelicht is de wens regeldruk terug te dringeneen prioriteit van zowel dit kabinet als de Europese Commissie. Ditkabinet zal de ontwikkelingen in Brussel daarover nauw blijven volgen enzich er sterk voor maken dat deze lastenreductie ook wordt bereikt.Het is van belang dat de Commissie in de ontwikkeling van haar plannenom administratieve lasten terug te dringen rekening houdt met deresultaten van bijvoorbeeld de Better Regulation-Verordening. Het isdaarbij belangrijk dat de Europese Commissie met een gedegenprobleemanalyse komt en een overzicht van waar de concrete problemenzitten.Er zijn momenteel geen onderhandelingen over lagere administratievelasten omdat er nog geen voorstellen liggen vanuit de EuropeseCommissie. Wel zie ik kansen om de consistentie en coherentie voor watbetreft rapportagevereisten in het EU-raamwerk voor duurzame finan-ciering te verbeteren. Zo verschillen definities van bijvoorbeeld duurzamefinanciering en moeten bedrijven vanuit verschillende wetten overdezelfde soort zaken rapporteren, bijvoorbeeld waar het gaat ommogelijke negatieve milieu impact. Verder zie ik mogelijkheden in hetversimpelen van het Europese fiscale raamwerk. De afgelopen jaren zijnhier een groot aantal richtlijnen geïmplementeerd met de minimumbe-lasting als meest recente. Bestaande richtlijnen zouden kunnen wordenverduidelijkt. Verder kan er gekeken worden naar dubbele standaarden enhet stroomlijnen van procedures en rapportageverplichtingen. Ook kan erworden gekeken naar de effectiviteit van (onderdelen van) bestaanderegels. Hierbij is het van belang dat bestaande en effectieve (antimisbruik-)bepalingen niet aangetast worden. Ook moet er rekening wordengehouden met de budgettaire impact van de regels.Hoe de Commissie invulling gaat geven aan het verminderen vanadministratieve lasten is op dit moment nog niet bekend. Zodra erconcrete voorstellen van de Commissie liggen, zal het kabinet via eenBNC fiche een appreciatie hierover opstellen. Ik deel de wens vanDuitsland om administratieve lasten te verlagen, maar ik vind het vanbelang dit op een zorgvuldige manier te doen.42i.e., de Wet Open Overheid, het programma Toekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg & welzijn(TAZ) en Programma Natuur om de administratieve last te verminderen; Energiebelasting,rekeningrijden, Luchtvaart in Transitie, en Vernieuwen IT infrastructuur bij het Ministerie vanDefensie (voorheen GrIT) om een passend alternatief aan te bieden; Wind op Zee, Project ZeroEmission Services (ZES), European Rail Traffic Management System (ERTMS), Veilige, Slimmeen Duurzame Mobiliteit (VSDM) om de doelstelling bij te stellen aan de hand van objectieveomstandigheden; en, de wet Basisverzekering Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstan-digen (BAZ) om de mijlpalen naar achteren te schuiven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 208941 Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractieDe leden van de ChristenUnie-fractie vragen hoe dit kabinet precies staattegenover central bank digital currency (CBDC) en meer specifiektegenover de digitale euro van de ECB. Zet het kabinet zich in overeen-komstig aangenomen moties, zoals de motie Grinwis-Heinen (Kamerstuk27 863, nr. 114) om de aanvankelijke voorkeur voor een account-basedtoepassing inzake de digitale euro te laten varen en nadrukkelijk open testaan en zich in te zetten voor alternatieven, zoals een token-basedoplossing?De Nederlandse inzet is gebaseerd op het kabinetsstandpunt zoalsgeformuleerd in het BNC-fiche en door uw Kamer aangenomen moties.Ook de motie Grinwis-Heinen, waarnaar de leden van de ChristenUnie-fractie verwijzen, wordt daarbij in acht genomen. Nederland stelt zichactief en constructief op in de onderhandelingen, om zo bij te dragen aangoede waarborgen en randvoorwaarden ten aanzien van een mogelijkedigitale euro in de regelgeving.Ten aanzien van de techniek die ten grondslag ligt aan een digitale euro,pleit Nederland voor een ambitieus niveau van privacy by design,bijvoorbeeld op basis van tokenization en door een offline functionaliteitwaarbij geen transactiegegevens worden gedeeld met de betaaldienstver-lener of het Eurosysteem. Nederland behoort tot de meest uitgesprokenlanden in de Raad op dit punt. Het is belangrijk dat een digitale euroinfrastructuur innovatief is en dat privacy één van de belangrijkste pijlersen unieke kenmerken is van een mogelijke digitale euro.43 Tegelijkertijdwijs ik erop dat deze wetgeving over een digitale euro op een toekomstbe-stendige manier – en dus tot op zekere hoogte technologie-neutraal –moet worden geformuleerd. Dat neemt niet weg dat Nederland inzet opeen ambitieuze formulering ten aanzien van standaarden die de ECB dientte hanteren bij haar keuzes. Ook wijs ik erop dat het kabinet oog heeftvoor de investeringskosten die de sector (blijvend) moet doen om eendigitale euro in te passen in hun eigen systemen, die momenteel nog zijningericht conform een account-based model.Nederland heeft in september 2024 pas de eerste 1,3 miljard uit hetCoronaherstelfonds ontvangen van de in totaal 5,4 miljard. In hoeverre iser zicht op dat ons land ook de resterende 4,1 miljard zal ontvangen? Enwanneer dan? Of lopen we nog middelen mis vanwege wel toegezegde,maar niet doorgevoerde, dan wel weggestemde maatregelen? Welkbedrag dreigt Nederland eventueel mis te lopen? Welke inspanninggetroost het kabinet zich om de volledige 5,4 miljard binnen te halen?Welke hervorming is het kabinet bereid door te voeren om de ontvangstvan de gehele 5,4 miljard veilig te stellen?Het kabinet is aanhoudend gemotiveerd het volledige Nederlandse HVPuit te voeren en zo de volledige € 5,4 miljard binnen te halen. Het kabinetverwacht in het voorjaar nog € 1,2 miljard aan Europese middelen teontvangen vanuit het tweede betaalverzoek dat eind 2024 is ingediend.Het kabinet vertrouwt er namelijk op dat alle 21 mijlpalen en doelstel-lingen volledig zijn behaald, dat de financiële belangen van de Uniegeborgd zijn en de Commissie het betaalverzoek dus positief zal beoor-delen.Het kabinet is voornemens om het derde betaalverzoek dit jaar in tedienen, en het vierde en vijfde betaalverzoek staan voor 2026 in deplanning. Het kabinet is voornemens om middels het voorliggendewijzigingstraject het HVP te wijzigen zodat het haalbaar is de resterendebetaalverzoeken met succes in te dienen bij de Europese Commissie. Op43Zie ook het Verslag van de Eurogroep/Ecofinraad van 20–21 juni 2024, Kamerstuk 21 501-07,nr. 2053.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 208942 deze manier acht het kabinet het mogelijk de gehele € 5,4 miljard binnente halen.Dat neemt niet weg dat indien alsnog blijkt dat mijlpalen of doelstellingenniet binnen de gestelde termijnen van het (gewijzigde) HVP afgerondkunnen worden de Europese Commissie een korting kan opleggen op deuitbetaling van de middelen. De mogelijke korting op de uitbetaling kanoplopen tot € 600 miljoen per mijlpaal of doelstelling. Hervormingen diein het bijzonder aandacht behoeven voor het succesvol kunnen indienenvan het derde betaalverzoek betreffen de tijdige afronding van dewetgevingstrajecten voor de wet VBAR, de wet Regie op Volkshuisvestingen de onderliggende wetgeving aan de Energiewet.Daar waar een korting dreigt, zal het kabinet actie ondernemen en ingoede afstemming met de Europese Commissie zoeken naar eenoplossing om financiële tegenvallers zo te voorkomen.Sowieso hebben de leden van de ChristenUnie-fractie de vraag welkestructurele hervormingen Nederland bereid is zelf door te voeren, dit methet oog op het feit dat dit kabinet andere landen aanmoedigt deze ookdoor te voeren? Kan de Minister daarop ingaan?Dit kabinet zet in op een versterkt verdienvermogen. Het kabinet schepthiervoor voorwaarden. Zo verlaagt het kabinet de regeldruk en verbeterthet de toegang tot financiering voor het mkb. Ook wil het kabinet metsectoren werken aan een productiviteitsagenda, die erop gericht ishetzelfde werk te doen met minder mensen. De Minister van EconomischeZaken heeft in december een brief naar de Kamer gestuurd over devoortgang van de productiviteitsagenda. In het kader van arbeidsmarkt-krapte licht het kabinet het huidige overheidsbeleid door, waarbijsubsidies, fiscale faciliteiten en regelgeving in het licht van krapte enandere schaarstes worden bezien. Daarnaast zet het kabinet in op eenarbeidsmarktpakket dat bestaat uit een aantal hervormingen die meerzekerheid bieden voor werkenden en meer wendbaarheid voor onder-nemers die bij moeten dragen aan duurzame werkgelegenheid op dearbeidsmarkt.De leden van de ChristenUnie-fractie zijn het met het kabinet eens datafbouw van de energieafhankelijkheid zeer urgent en noodzakelijk is.Vraag is wel wat Nederland bereid is op tafel te leggen in eigen land omde daarvoor cruciale warmtetransitie verder te brengen. De leden van deNSC-fractie vragen verder af wat de resultaten tot nu toe zijn. Erkent deMinister dat er significant geld bij moet om de warmtetransitie op gang tekrijgen dat de aanlegkosten niet alleen gesocialiseerd kunnen wordenover sec de afnemers van warmte? Wat is bereid te doen om de Neder-landse energieafhankelijkheid zo spoedig mogelijk te verminderenVoor de aanlegkosten van warmtenetten is de wisselwerking met andereenergiedragers relevant. Zo worden bij het elektriciteitsnet en het gasnetkosten gesocialiseerd over alle gebruikers, waardoor gebruikers van eenwarmtenet, die relatief weinig gebruik maken van het elektriciteitsnet inverhouding met bijvoorbeeld huishoudens met een warmtepomp, wordengeconfronteerd met zowel kosten van het warmtenet als het elektrici-teitsnet. Er zijn verschillende manieren om dit adresseren. De Minister vanKGG zal dit voorjaar besluitvorming organiseren over een klimaat- enenergiepakket, waaronder eventuele maatregelen op het gebied vanwarmte. Daarbij geldt dat er gelimiteerde budgettaire ruimte is.Vragen en opmerkingen van de leden van de Volt-fractie:De leden van de Volt-fractie hebben met interesse kennisgenomen van deonderhavige stukken voor het schriftelijk overleg Eurogroep enEcofinraad. Deze leden hebben daarover nog enkele vragen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 208943 De leden van de Volt-fractie hebben met interesse kennisgenomen van hetwerkprogramma van het Poolse voorzitterschap. Deze leden zijn verheugddat Polen de discussie omtrent defensie-investeringen op gang wilbrengen. Hierover hebben de leden van de Volt-fractie de volgendevragen. Kan het kabinet een appreciatie geven over het gebruik vaneurobonds voor defensie-uitgaven en hierbij ingaan op de voordelen diedit kan hebben voor onder andere het opschalen van de defensie-industrie? In de Financial Times van 5 december 2024 lazen de leden vande Volt-fractie dat er wordt gediscussieerd over gemeenschappelijkschulden aangaan voor defensie-uitgaven, maar dat dit ten opzichte vanvorige discussies over eurobonds voor defensie-uitgaven, op vrijwilligebasis is. Kan de Minister aangeven of het kabinet hier voorstander van isen of het kabinet bereid is aan dit mogelijke fonds deel te nemen? Zo niet,waarom niet? Zo ja, waarom wel? Voortbordurend op het al dan nietgebruik maken van eurobonds voor gemeenschappelijke publiekeuitgaven vragen de leden van de Volt-fractie of het kabinet vijf voordelenvan eurobonds uiteen kan zetten en daarbij ingaan wholesale-variant opde gevolgen voor de financiële stabiliteit in de eurozone, de voordelenmet betrekking tot de kapitaalmarktunie en het concurrentievermogen.Met betrekking tot het financieringsvraagstuk voor defensie is het kabinetvan mening dat het behalen van de NAVO-norm door alle EU-lidstaten dielid zijn van de NAVO de kern moet vormen. Stabiele nationale defensie-budgetten bieden zekerheid aan de krijgsmachten en de industrie om opte schalen. Ook is het vanuit het oogpunt van solidariteit van belang datalle lidstaten bereid zijn vergelijkbare defensie-inspanningen te leveren.De EU kan hieraan bijdragen via industriebeleid. Dat betekent hetvoortzetten van bestaande EU-instrumenten, zoals het EDF en EDIP. Vooreventueel additioneel industriebeleid is het cruciaal dat de EU een needsassessment uitvoert om knelpunten in de versterking van de defensie-industrie te identificeren en om aanvullend beleid, inclusief financierings-behoefte, te kunnen bepalen.Wat de voor- en nadelen zijn van het aangaan van gemeenschappelijkeschulden voor defensie-instrumenten is afhankelijk van hoe dit concreetingevuld zou worden en welke uitdaging hiermee geadresseerd zouworden. In algemene zin geldt dat gemeenschappelijke schulden vroeg oflaat moeten worden terugbetaald door de Unie en rentelasten met zichmeebrengen. Deze verplichtingen rusten uiteindelijk op de schouders vanEU-lidstaten, en komt bovenop hun nationale schuld. Er zijn op ditmoment geen voorstellen van de Europese Commissie voor nieuweEuropese instrumenten gefinancierd door gemeenschappelijke schuld,ook niet op het gebied van defensie. Het kabinet is geen voorstander vanhet aangaan van gemeenschappelijke schuld voor nieuwe Europeseinstrumenten. Dit is onderdeel van het regeerprogramma. Het kabinetdraagt dit standpunt doorlopend uit in verschillende Europese gremia engeeft hiermee uitvoering aan verschillende Kamermoties op dit punt,waaronder recentelijk de motie-Eerdmans/Grinwis.44De leden van de Volt-fractie lezen dat de digitale euro een prioriteit is vanhet Poolse voorzitterschap. De leden van de Volt-fractie zien de digitaleeuro als een versterking van de internationale rol van de Euro. Deze ledenzijn daarom voorstander van de wholesale-variant waarbij de digitale euroook een wettig betaalmiddel wordt voor (groot) bedrijven. Om deinternationale rol te versterken is de motie van het lid Dassen over inEuropees verband pleiten voor de ontwikkeling van een wholesale-variantvan de digitale euro (Kamerstuk 36 410 V, nr. 74) ingediend. De leden vande Volt-fractie begrijpen dat het kabinet stelt dat de wholesale-digitaleeuro gerealiseerd dient te worden via Targetdiensten van het Eurosysteemen dat dit valt onder de bevoegdheid van de ECB en niet de Eurogroep/44Kamerstuk 36 600 IX, nr. 25Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 208944 Ecofinraad. Echter, is het Target-systeem bedoeld voor transacties tussenEuropese banken en Europese centrale banken en geen wettig betaal-middel voor bedrijven? De leden van de Volt-fractie zien dat het nietontwikkelen van een wholesale digitale euro een risico vormt voor hetverkrijgen van meer strategische autonomie, hetgeen ook een wens is vanhet kabinet. Is het kabinet het met de leden van de Volt-fractie eens dat deontwikkeling van een wholesale-digitale euro bijdraagt aan het verkrijgenvan meer strategische autonomie? Zo niet, waarom niet? Zo ja, wat gaathet kabinet doen zodat het ontwikkeld wordt? In hoeverre voldoet eenwholesale digitale euro via de Target-diensten aan het advies van deAdviesraad Internationale Vraagstukken om de geopolitieke dimensie vande digitale euro mee te nemen bij de ontwikkeling en hierbij de nadruk teleggen op het grensoverschrijdend betalingsverkeer tussen grotefinanciële instellingen en dienstverleners? Kan het kabinet ook in dit kaderingaan op de mogelijke gevolgen voor de economische veiligheidwanneer de geopolitieke dimensie niet wordt meegenomen in deontwikkeling van een wholesale digitale euro?Zoals uw Kamer medegedeeld in het BNC-fiche over de voorstellen van deEuropese Commissie, ziet het kabinet net als de Europese Commissie deautonomie van het Europese betalingsverkeer als een van de belangrijkstedrijfveren voor een digitale euro.45 De Commissievoorstellen richten zichop de digitale euro als betaalmiddel, zowel voor consumenten als voorbedrijven. Een digitale euro kan helpen om in de toekomst grip te houdenop het Europese betalingsverkeer en om ervoor te zorgen dat centrale-bankgeld toegankelijk blijft en een belangrijke plek behoudt in desamenleving en in de economie, in aanvulling op contant geld. Daarmeekan een mogelijke digitale euro bijdragen aan de open strategischeautonomie van de EU.Hierboven heb ik genoemd dat ten aanzien van de afwikkeling vanbetalingen, het Eurosysteem onderzoekt of deze afwikkeling in het kadervan haar TARGET-diensten verbeterd kan worden op basis van DistributedLedger Technology (DLT).46 De TARGET-diensten – inclusief de ontwik-kelde techniek voor de «wholsale CBDC» – spelen een belangrijke rol tenaanzien van de autonomie van het Europese betalingsverkeer. DezeTARGET-diensten behoren tot de bevoegdheid van het Eurosysteem. Hetkabinet heeft daar geen directe betrokkenheid bij.Zowel wetsvoorstellen van de Europese Commissie voor een digitale euroals betaalmiddel voor consumenten én (groot)bedrijven, als de lopendeonderzoeken en experimenten van het Eurosysteem op het gebied van«wholesale CBDC» kunnen bijdragen aan de strategische autonomie en deeconomische veiligheid van de EU. Het kabinet ziet dat er al werk wordtverricht ten aanzien van een «wholesale CBDC» binnen Europa en steuntdeze ontwikkeling vanwege toekomstbestendigheid van het Eurosysteem.Onder het Poolse voorzitterschap zal waarschijnlijk gesproken wordenover de rol die een digitale euro kan hebben voor de weerbaarheid vanhet Europees betalingsverkeer en economische veiligheid en hoe hetwetsvoorstel nog verbeterd kan worden op dat punt. Via de verslagen vande Eurogroep en Ecofinraad zal ik uw Kamer hierover blijven informeren.De leden van de Volt-fractie lezen dat het kabinet de aanbevelingen van deEuropese Commissie om het concurrentievermogen van de EuropeseUnie te versterken verwelkomt. Deze leden zijn verheugd dat het kabinetinziet dat de Nederlandse belangen gebaat zijn bij een sterk Europese45Kamerstuk 22 112, nr. 3747.46Europese Centrale Bank, How could new technology transform financial markets?,19 april2017. Zie: https://www.ecb.europa.eu/ecb-and-you/explainers/tell-me-more/html/distributed_ledger_technology.en.htmlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 208945 Unie, die geopolitiek doortastend kan optreden. De aanbeveling om deinnovatie te versterken in onder meer kritieke sleuteltechnologieën en teinvesteren in sectoren met hoge productiviteit of potentie is een aanbe-veling die de leden van de Volt-fractie van harte ondersteunen. Tenaanzien hiervan vragen deze leden om uiteen te zetten hoe het kabinet ditmomenteel doet, bijvoorbeeld via Invest-NL. Daarnaast vragen deze ledenof het kabinetsbeleid nu ook investeringen of het fiscaal stimuleren vansectoren met een lage productiviteit of potentie inhoudt en zo ja welke datzijn. Is het kabinet voornemens om deze stimuleringen/investeringen af tebouwen? Kan het kabinet ook aangeven welke van de aanbevelingen dehoogste prioriteit hebben? Kan het kabinet daarnaast toelichten hoeNederland opvolging gaat geven aan de aanbevelingen voor deeurozone? Welke concrete beleidsvoorstellen gaan hieruit volgen?Met de Nationale Technologie Strategie (NTS) kiest het kabinet voor hetondersteunen van hoogtechnologische en innovatieve bedrijvigheid. Dekomende periode zal het kabinet het innovatie-instrumentarium verder«richten» op de NTS-prioriteiten. Uw Kamer is hier in december overgeïnformeerd. Een eerste mijlpaal is het richten van de onlangs openge-stelde Thematische Technology Transferregeling op de prioriteiten uit deNTS. De inzet op deze hoogtechnologische bedrijven is ook een belang-rijke bouwsteen om de 3% R&D doelstelling te halen – ook een belangrijkaandachtspunt in het Draghi rapport. Naast specifiek innovatiebeleid blijftook generiek innovatiebeleid voor alle bedrijven van groot belang.Daarnaast zet het kabinet in op het verhogen van de arbeidsproductiviteit.Zoals eerder aangekondigd zal het kabinet voor de zomer van 2025 eenproductiviteitsagenda uitwerken. Ten aanzien van de eurozone aanbeve-lingen ziet het kabinet dat de aanbevelingen complementair zijn. Hetversterken van ons concurrentievermogen, weerbaarheid en macro-economische stabiliteit vereist actie langs meerdere, elkaar versterkendelijnen. Het kabinet spant zich dan ook op verschillende terreinen in, zoalsaangeven in de kabinetsappreciatie van de eurozoneaanbevelingen.Tot slot lezen de leden van de Volt-fractie dat Nederland het tweedebetaalverzoek heeft ingediend voor het Herstel- en Veerkrachtplan. Dezeleden lezen dat Nederland in overleg is met de Europese Commissie overeen derde wijzigingsverzoek en dat deze lastiger door de keuring kankomen. Er komt een «passend alternatief» voor het rekening rijden. Kande Minister alvast de contouren schetsen van het alternatief? Hoe grootacht de Minister dat een «passend alternatief» daadwerkelijk gevondenkan worden voor de verwerping van de hervorming energiebelasting enhet rekeningrijden? Hoe groot acht de Minister de kans dat de 600 miljoeneuro korting niet plaatsvindt?Als het gaat om de hervorming van de energiebelasting zet het kabinet erop in om de huidige mijlpaal aan te passen zodat deze in lijn wordtgebracht met de reeds aangenomen wet. Om het ambitieniveau op peil tehouden, zal het kabinet voorstellen de nieuwe CO2-heffing voor deglastuinbouw aan de nieuwe mijlpaal toevoegen. Deze heffing is ook alreeds opgenomen in de wet en betreft dus bestaand beleid.Wat betreft een passend alternatief voor de mijlpalen die betrekkinghebben op rekeningrijden kijkt het kabinet in eerste instantie naar eenhervorming die onderdeel is van bestaand beleid en die bij voorkeur inhet mobiliteitsdomein valt. Daarnaast is het van belang dat de hervormingeenzelfde ambitieniveau heeft als het gaat om CO2-reductie. Eenhervorming die aan deze kaders zou voldoen, betreft bijvoorbeeld devrachtwagenheffing. Er worden op dit moment informele, technischegesprekken gevoerd met de Europese Commissie over deze optie. Zodrahier meer duidelijkheid over is, zal ik de Kamer hier verder over infor-meren.Het kabinet doet er alles aan om een korting op de te ontvangen middelente voorkomen. Met het wijzigingstraject verwacht het kabinet de uitda-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 208946 gingen die nu zijn voorzien om de resterende betaalverzoeken met succesin te kunnen dienen bij de Europese Commissie, weg te nemen. Daarmeewordt dus ook de kans op een korting op de te ontvangen middelen zoveel mogelijk beperkt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 208947

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 963f043860b1f191

14 okt 2026 · 2437d5fbff58613e

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.