KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verslag Eurogroep en Ecofin Raad 11-12 april 2025

29 apr 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie ad2764c7ec6166b1 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202521 501-07Raad voor Economische en Financiële ZakenNr. 2110 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 29 april 2025Hierbij ontvangt u het verslag van de Eurogroep en de informelebijeenkomst van de Ecofin-Ministers van 11 en 12 april 2025 in Warschau,Polen.In het verslag ga ik ook in op een aantal andere onderwerpen. Dezebehelzen de voortgang ten aanzien van de digitale euro, een toelichting bijhet Carbon Border Adjustment Mechanism naar aanleiding van eentoezegging in het Commissiedebat Eurogroep/Ecofin van 2 april jl., deontwikkelingen ten aanzien van de eurotoetreding van Bulgarije, de standvan zaken ten aanzien van het indienen van de budgettair-structureleplannen voor de middellange termijn door lidstaten en de onderhande-lingen over Omnibus I.Daarnaast reageer ik ook op de motie Van Baarle1 die in het kader van hetReArm Europe Plan/Readiness 2030 van de Commissie de regeringverzoekt als standpunt te hanteren dat ook extra Europese investeringenin defensie geen verhoging van de EU-afdracht mogen veroorzaken. Deinzet van het kabinet is dat deze extra Europese investeringen in defensieniet resulteren in een verhoging van de EU-afdrachten, conform dezemotie.Verder informeer ik uw Kamer mede namens de Minister van Klimaat enGroene Groei over de reactie op een consultatie van de EuropeseCommissie (de Commissie) over de werking van de financiële marktenvoor grondstoffenderivaten en bepaalde aspecten van de spotmarktenvoor energie. In de reactie (zie bijlage 1) geeft Nederland aan dat hetregelgevend en toezichtraamwerk wat Nederland betreft in algemene zingoed functioneert en grote wijzigingen niet wenselijk zijn, mede vanwegemogelijke impact op lastendruk en het belang van een internationaalaantrekkelijke EU-markt voor grondstoffenderivaten en energie.1Kamerstuk 21 501-20, nr. 2225 kst-21501-07-2110ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 21101 Nederland pleit daarom voor enkele gerichte verbeteringen en voorbehoud van de elementen die goed werken.Tot slot informeer ik uw Kamer over de reactie op een consultatie van deEuropese Commissie over de implementatie van het prudentiëlemarktrisicoraamwerk voor banken (FRTB, fundamental review of thetrading book). FRTB is onderdeel van de Bazelstandaarden en bevat regelsom risico’s te adresseren die voortkomen uit handelsactiviteiten vanbanken. De Europese Commissie heeft gedelegeerde bevoegdhedenontvangen om implementatie van dit raamwerk vanwege het interna-tionale speelveld tijdelijk uit te stellen of tijdelijk aanpassingen voor testellen. De Nederlandse consultatiereactie (zie Bijlage 4) laat ruimte voormeerdere (combinaties van) opties die onze eerste of tweede voorkeurhebben en spreekt zich uit tegen generiek uitstel. Alle gesteunde optiesgaan uit van commitment aan de Bazelstandaarden, het voorkomen vanonnodige lasten voor banken en het waarborgen van een gelijk speelveld,zowel internationaal als binnen Europa. Uitstel van FRTB brengt operati-onele kosten met zich mee voor veel Europese en Nederlandse banken enstraalt geen commitment aan de Bazelstandaarden uit.De Minister van Financiën,E. HeinenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 21102 Verslag van de Eurogroep en de informele bijeenkomst vanEcofin-Ministers 11–12 april 2025 te Warschau Eurogroep in reguliere samenstellingVoorbereiding van internationale bijeenkomsten en wisselkoers-ontwikkelingenDe Eurogroep blikte vooruit naar de Voorjaarsvergadering van het IMF, dieplaatsvindt van 21 tot 26 april 2025. De Eurogroep benadrukte dat hetbelangrijk is dat de EU gezamenlijk optrekt in de internationale discussies,op basis van de voorbereide Terms of Reference (ToR) met de EU-inzet. DeEuropese Centrale Bank (ECB) gaf een toelichting bij de wisselkoersont-wikkelingen. De afgelopen weken werden was er sprake van hogevolatiliteit op de financiële markten en verloor de dollar aan waarde.Eurogroep in inclusieve samenstellingEconomische ontwikkelingen en beleidscoördinatie van deeurozoneDe Eurogroep sprak over economische ontwikkelingen en beleidscoördi-natie van de eurozone. De voorzitter van de Commissie economische enmonetaire zaken (ECON) van het Europees Parlement (EP) was uitge-nodigd om bij de bespreking aan te sluiten. De discussie richtte zichvoornamelijk op de recente ontwikkelingen in de voorgenomen handelsta-rieven van de VS en het budgettair beleid van Europese overheden in hetlicht van de verhoging van defensieuitgaven.De Commissie lichtte de turbulente situatie op de financiële markten vande afgelopen weken toe. De handelstarieven zoals begin april aange-kondigd door President Trump hebben dalende beurskoersen enschommelingen in energieprijzen veroorzaakt. De Lenteraming, die deCommissie op 16 mei zal presenteren, zal gekenmerkt worden door eenhoge mate van onzekerheid. Bovendien voorziet de Commissie dekomende jaren een lichte stijging van publieke schulden, mede doorhogere defensie-uitgaven. De ECB en het ESM constateerden dat, ondanksde sterke marktreactie, de financiële sector zich weerbaar heeft getoond.De positie van banken en het huidige toezichtsraamwerk beoordeelt deECB als robuust. Het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) en devoorzitter van het ECON-comité gaven aan dat de EU zijn eigen funda-menten moet versterken, waaronder het verder brengen van de digitaleeuro, de Spaar- en Investeringsunie (SIU) en het regelgevend kader voorBankencrisisbeheer en Depositoverzekering (CMDI).In de interventieronde benadrukten landen het belang van eenheid ensamenwerking, zeker in deze tijd van toegenomen economische engeopolitieke onzekerheid. Veel lidstaten spraken het belang uit vaneenheid en stabiliteit, met de mogelijkheid om ferm te reageren ophandelstarieven indien dit noodzakelijk is. Meerdere Ministers wezen ophet feit dat, hoewel het goed nieuws is dat een deel van de heffingen doorde VS zijn uitgesteld, een algeheel tarief van 10% nog steeds gepaard zalgaan met economische kosten voor Europa. Meerdere landen, waaronderNederland, riepen op tot diversificatie van handelsbetrekkingen om depositie van de EU ten aanzien van andere landen te versterken. Enkelelanden riepen in die context op om het MERCOSUR-verdrag zo snelmogelijk te ratificeren. Meerdere landen onderschreven de oproep omstappen te zetten op de digitale euro en de spaar- en investeringsunie; devoorzitter van de Eurogroep gaf aan dat deze onderwerpen de komendemaanden in de Eurogroep zullen worden besproken, evenals de interna-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 21103 tionale rol van de euro. Enkele Ministers benadrukten het belang van eenopen communicatielijn met de VS. Een deel van de landen wees op denoodzaak tot het verhogen van de defensie-uitgaven en lichtte hunnationale plannen om dat te bewerkstelligen toe.Informele bijeenkomst van Ecofin-MinistersWerklunch geopolitieke ontwikkelingen en handelstarievenDe werklunch over geopolitieke ontwikkelingen en de handelstarieven vande VS bouwde voort op de voorgaande discussie. Ten eerste zal de EUbereidheid tonen om tegenmaatregelen op te leggen, wanneer dat nodigis voor het versterken van de onderhandelingspositie. Ten tweede zalworden ingezet op het verbreden van handelspartnerschappen metandere landen en handelsblokken. Ten derde wordt het belang om deinterne markt verder te verdiepen nog pregnanter. De Commissie zaldaartoe eind mei de Single Market Strategy publiceren met voorstellen.De Commissie constateerde verder dat hoewel de tarieven die de VS heeftopgelegd aan de EU na het inroepen van de pauzetermijn van 90 dagendoor President Trump nu 10 procent zijn, de heffingen op staal enaluminium hoger liggen en dat nog onduidelijk is wat er gebeurt na hetaflopen van pauzetermijn. Het is daarom belangrijk dat de EU waakzaamblijft en na blijft denken over de juiste respons. De Commissie verwachtdat nadelige gevolgen van het tariefbeleid vooral voelbaar zullen zijn voorde VS zelf, maar dat ook de EU economisch geraakt zal worden door hetverlies aan handel.Lidstaten uitten hun tevredenheid over de beheerste wijze waarop deEuropese Commissie de afgelopen periode op de ontwikkelingen heeftgereageerd. Daarbij herhaalden lidstaten in grote lijnen de interventiesvan de Eurogroepbespreking, waarin werd gewezen op het belang van hetversterken van de Europese interne markt en het aangaan van handelsre-laties buiten de VS. De ECB noemde daarnaast ook het belang van eenEuropese betaalinfrastructuur, om ook op dit aspect minder afhankelijk teworden van de VS. Deze afhankelijkheden gelden ook in grote mate op hetgebied van ICT, waaronder Cloud-toepassingen. Enkele Ministersopperden dat er nagedacht moet worden over het verlenen van begro-tingssteun aan industrieën en burgers die geraakt worden door hetwegvallen van handel met de VS. Andere Ministers waarschuwden hierjuist tegen, omdat de economie zich moet aanpassen aan de nieuwesituatie en het van belang is om robuust begrotingsbeleid te voeren indeze onzekere tijden.Werksessie I – Concurrentievermogen van Europese financiëlemarkten en de rol in het ondersteunen van investeringen in eenonzekere omgevingDe eerste werksessie van de informele Ecofinraad was een gezamenlijkebespreking van Ecofinministers en de presidenten van de nationalecentrale banken en richtte zich op het versterken van het concurrentiever-mogen van Europese financiële markten. De Ministers van Financiën vanNoorwegen en Zwitserland en de voorzitter van het ECON-comité in hetEP waren uitgenodigd om deel te nemen aan deze sessie.De Commissie gaf aan dat hoewel de huidige situatie wordt gekenmerktdoor een hoge mate van volatiliteit en onzekerheid er ook kansen voorEuropa liggen. De EU zal zijn fundamenten versterken. De in maartgepubliceerde Commissiemededeling voor een Spaar- Investeringsuniezal bijdragen aan strategische autonomie en de interne markt voorfinanciële dienstverlening versterken. Het vervolmaken van deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 21104 Bankenunie zal volgens de Commissie bijdragen aan verdere stabiliteitvan het Europese bankensysteem en het grensoverschrijdend aanhoudenvan deposito’s bevorderen.De voorzitter van het gezamenlijk comité van Europees toezichthouders(ESA’s) ging in een presentatie in op de reactie van de financiële marktenop de aankondiging van president Trump om handelstarieven op teleggen aan de EU en andere landen. De voorzitter stelde dat de financiëlesector deze episode van marktvolatiliteit goed heeft doorstaan. Er was eenaanzienlijke daling in de waardering van verschillende type activa, waarbijvooral de aandelenkoersen en high-yield bedrijfsobligaties werdengetroffen. Vooral de technologiesector kreeg zware verliezen te verduren.Tegelijkertijd herstelden de markten nadat sommige aangekondigdeinvoertarieven werden gepauzeerd. De kortetermijnrentes daalden alsgevolg van verwachtingen rondom het monetair beleid, terwijl er sprakewas van een stijging van de langetermijnrentes gedreven door deverwachting van verruimend begrotingsbeleid. De volatiliteit van deAmerikaanse staatsobligatierente nam toe. Door blootstelling hieraanwerd ook de Europese financiële sector geraakt. Er was sprake van eendepreciatie van de Amerikaanse dollar ten opzichte van de euro en anderegrote valuta en een toename in margin calls. Entiteiten met blootstel-lingen aan derivaten ondervonden hier last van. Bij Europese geldmarkt-fondsen was er echter geen sprake van grote uitstroombewegingen.De ESA’s constateerden dat de Europese bancaire sector er goed voorstaat, wat ook werd onderschreven door de voorzitter van het Gemeen-schappelijk Toezichtsmechanisme van de ECB. De voornaamste risico’svoor de banken komen voort uit een mogelijke afzwakking van deeconomische groei en een verlaging van de monetaire beleidsrente, watde winstgevendheid van banken kan verminderen. Ondanks dezeuitdagingen houden banken een solide kapitaal- en liquiditeitspositie. DeESA’s wezen op beleidsonzekerheid en een verdere escalatie van dehandelsspanningen als mogelijke risico’s. Ook is er minder bekend overde positie van hedgefondsen en private kredietverstrekkers, door hetgebruik van hefbomen (leverage), mismatch in looptijden en de verwe-venheden met andere sectoren. Dit brengt volgens de ESA’s het risico opbesmetting met zich mee: ontwikkelingen in deze sector kunnen onvoor-ziene gevolgen hebben voor andere delen van de financiële sector.De ECB stelde dat de EU over moet gaan tot actie, met name door de SIUuit te rollen en een digitale euro te ontwikkelen. Ten aanzien van de SIUlichtte de ECB twee prioriteiten uit. Ten eerste moet er worden toegewerktnaar een geïntegreerd EU-toezicht om complexiteit en fragmentatie tereduceren. Ten tweede moet de kapitaalmarktinfrastructuur in Europaverder geïntegreerd worden. De clearing en settlement (afwikkeling) vanhandel in financiële instrumenten op de vele beurzen in de EU vindt nogvaak plaats bij lokale, kleine clearing- en afwikkelingspartijen. Een meergeïntegreerde kapitaalmarktinfrastructuur zal de EU aantrekkelijker makenvoor investeerders die op zoek zijn naar alternatieven voor de dollar en deVS.In de interventieronde werd het belang van diepe en geïntegreerdekapitaalmarkten unaniem benadrukt. De Mededeling van de Commissieover de SIU werd in die context door landen breed verwelkomd om deconcurrentiepositie van Europese financiële markten te versterken.Meerdere landen wezen erop dat bestaande belemmeringen in grensover-schrijdende handel diensten kunnen worden vergeleken met internehandelstarieven, die volgens onderzoek van het IMF in de EU verge-lijkbaar zijn met importtarieven van 45 tot 110 procent. Landen en centralebanken maanden tot snelheid met de publicatie van wetgevendeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 21105 voorstellen en behandeling van de voorstellen in de Raad. Een aantallanden wees op het belang van het verbeteren van de werking van desecuritisatiemarkt, integratie van kapitaalmarktinfrastructuur en hetontwikkelen van een eigen Europese betaalmarkt zodat kapitaal makke-lijker kan stromen in Europa. Daarnaast werd ook de inzet ten aanzien vande vereenvoudiging van wet- en regelgeving in de EU door veel landenverwelkomd, waarbij een aantal het streven steunden om rapportagever-plichtingen voor het bedrijfsleven te verlichten. Verschillende centralebanken sloten zich op dit punt aan bij de ECB en pleitten voor standaardi-satie of harmonisatie van het toezicht. Een deel van de centrale bankenwaarschuwde evenwel tegen afzwakking van het prudentiële raamwerk enconstateerde dat er geen afruil bestaat tussen financiële stabiliteit eneconomische groei. Meerdere landen deelden de observatie dat de dollarvoor investeerders minder aantrekkelijk is geworden en dat de euro hetpotentieel heeft om taken van de dollar als reservevaluta over te nemen.Een geïntegreerde Europese kapitaalmarkt werd daarvoor als voorwaardegenoemd. De Commissie en de voorzitter van het ECON-comité sprakentot slot de wens uit tot een spoedig akkoord op CMDI, dat zich momenteelin de triloogfase bevindt.Werksessie II – Veiligheid en defensiefinancieringIn de tweede werksessie werd gesproken over defensiefinanciering. DeCommissie benadrukte dat met de huidige dreigende verminderdebetrokkenheid van de Verenigde Staten het van belang is dat de EU haardefensiecapaciteiten versterkt. De Commissie gaf vervolgens een standvan zaken bij de uitvoering van haar ReARM Europe Plan/Readiness 2030dat op 19 maart jl. is gepubliceerd. Als onderdeel van dit plan wordtlidstaten de gelegenheid geboden om een aanvraag in te dienen vooractivatie van de nationale ontsnappingsclausule binnen het Stabiliteits- enGroeipact (SGP). Gedurende activatie van de nationale ontsnappings-clausule mogen lidstaten tijdelijk afwijken van hun vastgestelde(correctief) uitgavenpad, wanneer dit het gevolg is van een toename vandefensie-uitgaven tot 1,5% bbp ten opzichte van 2021. Het niveau vandefensieuitgaven in 2021, het jaar voor de Russische invasie, wordtdaarbij als basisjaar genomen. De Commissie stelt voor om de nationaleontsnappingsclausule te activeren voor vier jaar. Uw Kamer is op 28 maartreeds geïnformeerd over de nationale ontsnappingsclausule, de besluit-vorming, het vervolgproces en de kabinetsinzet hieromtrent2.Daarnaast heeft de Commissie met de SAFE-verordening3 voorgesteld omop EU-niveau leningen aan te gaan die vervolgens onder voorwaardenkunnen worden doorgeleend aan lidstaten voor het financieren vangezamenlijke defensie-aanbestedingen. De Commissie verduidelijkte datook SAFE-leningen onder de ontsnappingsclausule kunnen vallen. HetPoolse voorzitterschap lichtte toe dat de onderhandelingen over deSAFE-verordening in de (hoog)ambtelijke voorportalen van de Raadspoedig verlopen, en dat wordt gestreefd naar besluitvorming in deEcofinraad van 13 mei aanstaande. Vanwege de gebruikte rechtsbasis,artikel 122 van het Vedrag betreffende de werking van de EU (VWEU), ishet EP geen medewetgever van deze verordening. Dat betekent dat na eenakkoord van de Raad de verordening op korte termijn in werking kantreden.Het Poolse voorzitterschap had Bruegel, een Brusselse denktank,uitgenodigd om een paper te presenteren over Europese defensie2Kamerstuk 21 501-07 nr. 21033Zie het BNC-fiche, Kamerstuk 22 112, nr. 4026Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 21106 financiering.4 Bruegel wijst in haar paper een aantal punten voorvergaande Europese defensiesamenwerking aan, waaronder dat defensieeen Europees publiek goed is, waardoor samenwerking tussen lidstatenen op EU-niveau volgens de denktank voor de hand ligt. Bovendien is ervolgens Bruegel sprake van het meeliften (free riders) op lidstaten die zichaan de frontlinie bevinden, en die daardoor hogere bestedingen aandefensie hebben waarmee ook bijdragen aan de veiligheid van Europa.Ook constateert Bruegel dat de defensiemarkt zich kenmerkt doornationale tradities en materieelstandaarden, waardoor veel lidstaten hundefensiematerieel vooral nationaal inkopen.Bruegel presenteerde twee oplossingsrichtingen. Een incrementeleoplossing bestaat volgens Bruegel uit het versterken van bestaandeinstellingen zoals de Europese Defensieagentschap (EDA), PESCO(Permanent Structured Cooperation), en EU-financieringsinstrumenten.Deze benadering zou lidstaten moeten aanmoedigen zich te verbindenaan centrale aanbestedingen. Dit zou volgens Bruegel gestimuleerdkunnen worden door financiële prikkels.Een transformatieve oplossing behelst volgens Bruegel het oprichten vaneen nieuwe intergouvernementele organisatie, door Bruegel eenEuropean Defence Mechanism (EDM) genoemd. De financiering van hetEDM zou, net als bij het ESM, kunnen worden georganiseerd met zowelingelegd als oproepbaar kapitaal. De organisatie zou zich bezig kunnenhouden met de planning, financiering, aanbesteding en eigendom vanzogenoemde Europese strategic enablers, zoals satelliet- en luchtafweer-systemen. Ook zou gezamenlijke inkoop van materieel via het EDMkunnen plaatsvinden. Het intergouvernementele karakter (een samenwer-kingsverband van landen onderling, buiten EU-wetgeving om) betekentdat landen op vrijwillige basis deel kunnen nemen en dat de organisatieook open worden gesteld kan worden voor landen buiten de EU (zoalsNoorwegen of het VK).De president van de Europese Investeringsbank (EIB) benadrukte de rolvan de bank in het ondersteunen van defensieprojecten. De EIB heeft in2024 en 2025 de toegang tot financiering voor defensieuitgaven uitge-breid, waarmee de bank nu ook ontwikkeling van defensiematerieel kanfinancieren. Momenteel zijn er 22 grote defensieprojecten waar de EIB eenbijdrage aan levert. De EIB ziet verder een toegevoegde waarde van debank in het samenbrengen van national promotional agencies.De directeur van het ESM stelde dat het mechanisme een rol kan spelen infinancieren van defensie-uitgaven, omdat een bedreiging van deveiligheid volgens het ESM ook kan leiden tot verminderde schuldhoud-baarheid van overheden. Hierbij opperde het ESM dat een deel van definancieringscapaciteit en preventieve kredietlijnen van het mechanismeingezet kunnen worden. Het mechanisme zou daarmee volgens het ESMbinnen het mandaat blijven.In de interventieronde werd de noodzaak voor het versterken van dedefensie van Europa breed onderkend. Een groot deel van de lidstatensprak steun uit voor het ReARM-pakket van de Commissie, waaronder deSAFE-verordening en de activatie van de nationale ontsnappingsclausule.Daarbij riepen meerdere lidstaten op tot coördinatie van de aanvragenvan de ontsnappingsclausule, zodat de Raad mogelijk op korte termijn insamenhang hierover kan besluiten. Het Pools voorzitterschap lichtte toedat dat de aanvragen voor activatie van de nationale ontsnappings-4Dit paper is beschikbaar op de website van Bruegel en tevens op 10 april jl. als nazending op deGeannoteerde Agenda naar de Kamer gezonden. Zie: Kamerstuk 21 501-07, nr. 2105Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 21107 clausule bij voorkeur in april worden ingediend, waarna de Commissieaanbevelingen doet aan de Raad voor activatie van de clausules voorkunnen liggen in de Ecofinraad van juni.Een grote groep lidstaten gaf aan zich te herkennen in de analyse vanBruegel dat de Europese defensiemarkt momenteel wordt gekenmerktdoor fragmentatie, en dat door beter samen te werken efficiëntieslagen tebehalen zijn waardoor ook de prijs zal worden gedrukt. Contracten die oplangere termijn worden afgesloten en het samenbrengen van de vraagnaar defensiematerieel kunnen hieraan bijdragen.Een deel van de lidstaten toonde openheid voor een organisatie opintergouvernementele basis en welwillendheid om deze vorm verder teonderzoeken. Enkele andere lidstaten stelden daar tegenover dat hoewelhet voorstel van Bruegel nuttige elementen bevat, gesprekken overnieuwe financieringsvormen op dit moment te vroeg komen. Dezelidstaten riepen op om eerst de onderhandelingen over deSAFE-verordening af te ronden binnen het verband van de EU.Meerdere lidstaten met nabijheid van de Russische grens spraken hunsteun uit voor het voorstel van Bruegel. Daarbij maakten zij de kantte-kening dat zij voldoende leencapaciteit hebben, en dat het SAFE-voorstel –dat leningen verschaft tegen potentieel rentevoordeel – mogelijk beperktetoegevoegde waarde zal hebben.Een lidstaat stelde voor om op korte termijn een zogenaamd SpecialPurpose Vehicle (doelvennootschap) op te richten voor defensiefinan-ciering, waar zowel nationale als Europese middelen aan toegevoegdkunnen worden. Een dergelijk fonds zou tijdelijk zijn, totdat het volgendMeerjarig Financieel Kader in 2028 in zal gaan. Andere lidstaten lieten zichniet over dit voorstel uit.Nederland benadrukte het belang van bespreking van defensiefinan-ciering. Daarbij noemde Nederland dat fragmentatie van de defensiemarktmoeten worden tegengegaan, door het samenbrengen van vraag naardefensiematerieel en gemeenschappelijke contracten en aankoop. Dit kaner ook aan bijdragen dat er tegen lagere prijzen kan worden ingekocht.Nederland benoemde daarnaast open te staan voor de verkenning vaneen intergouvernementeel samenwerkingsverband, waar ook landenbuiten de EU zoals het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen aan meekunnen doen. Verder stelde Nederland dat naast publieke middelen ooknaar de mobilisatie van private financiering moet worden gekeken, en eenstructurele verhoging van defensieuitgaven van lidstaten ook structureelmoet worden ingepast in de begroting.Meerdere lidstaten, waaronder Nederland, gaven aan sceptisch tegenoverde suggestie te staan om het ESM een grotere rol toe te kennen in hetfinancieren van defensie-uitgaven. Deze lidstaten onderstreepten dat hetESM zich moet blijven richten op het waarborgen van financiële stabiliteit,en dat het beschikbare kapitaal daartoe beschikbaar moet blijven. Erwaren geen lidstaten die zich uitspraken voor het gebruik van het ESM indeze context.OverigOnderstaand wordt ingegaan op enkele andere onderwerpen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 21108 Voortgang digitale euroOp verzoek van uw Kamer5 wordt u maandelijks geïnformeerd overrelevante ontwikkelingen in de onderhandelingen rondom de digitaleeuro. Bij deze informeer ik u over de raadswerkgroep Working Party onFinancial Services and Banking Union van 31 maart en 1 april jl. Deraadswerkgroep ging in op de volgende onderwerpen: de digitale euro alswettig betaalmiddel, internationaal gebruik, en privacy.Het voorstel voor een digitale euro is onderdeel van het Single Currencypakket van de Europese Commissie. Het andere voorstel betreft deverordening contant geld als wettig betaalmiddel (Legal Tender of CashRegulation, hierna: LTCR), met daarin onder meer bepalingen over destatus van contant geld als wettig betaalmiddel en de daaruit voort-vloeiende acceptatieplicht. Tijdens de raadswerkgroep zijn beidevoorstellen met elkaar vergeleken om ze, waar noodzakelijk en passend, testroomlijnen. Dat neemt niet weg dat het gaat om verschillende betaal-middelen, waardoor verschillen in de wetgeving bij bepaalde artikelengepast is. Zoals eerder met de Kamer is gedeeld, is het kabinetvoorstander van een acceptatieplicht voor contant geld en de digitaleeuro, mits die proportioneel en uitvoerbaar is.6 Er blijft in de Raaddiscussie over de uitzonderingen voor de acceptatieplicht voor contantgeld. Daarnaast vindt het kabinet dat het aan lidstaten zelf is om tebepalen of en hoe de eventuele acceptatieplicht voor de digitale euro ofvoor contant geld gehandhaafd wordt.7 Er is ook verder gesproken overvraagstukken rond de digitale euro als wettig betaalmiddel die losstonden van de LTCR, zoals de geografische reikwijdte van de acceptatie-plicht bij online betalingen met digitale euro’s.Daarnaast werd tijdens de raadswerkgroep gesproken over het interna-tionale gebruik van de digitale euro, bijvoorbeeld in EU-lidstaten buiten deeurozone. Zo kwam de vraag aan bod in hoeverre banken en betaaldienst-verleners die binnen de Europese Unie opereren maar in een niet-euro-zone land gevestigd zijn, de digitale euro moeten aanbieden aan hunklanten in de Eurozone. Hoewel het kabinet het belang van proportiona-liteit op dit gebied erkent, heeft Nederland ook aandacht gevraagd voorhet belang van een gelijk speelveld tussen betaaldienstverleners binnenen buiten de eurozone. De verwachting is dat hier nog verder over zalworden gesproken.Aangaande privacy heeft de ECB op 6 maart jl. een technisch seminargegeven over de privacyaspecten van de digitale euro. Naar aanleidinghiervan is tijdens de raadswerkgroep ingegaan op artikelen over dataver-zameling voor de digitale euro. Het kabinet is van mening dat er stappenin de goede richting worden gezet op dit onderwerp, gezien de aandachtvoor de beperking van dataverzameling en een hoog niveau van privacy.Er zijn echter ook nog enkele kwesties op dit onderwerp die verderuitgedacht moeten worden, bijvoorbeeld bij offline digitale eurobetalingen. Het kabinet zal blijven inzetten op stevige privacy-waarborgen.Er wordt onder het Poolse voorzitterschap voortgang geboekt in deonderhandelingen. Er zijn nog aandachtspunten en vraagstukken, zoals debevoegdheden rond de aanhoudingslimieten en een proportioneel5Conform een brief van de Commissie Financiën van 23 juni 2023 (2023Z11757).6Zie het BNC-fiche over digitale euro (Kamerstuk 22 112, nr. 3747); zie ook het BNC-fiche bij hetVoorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake eurobankbil-jetten en -munten als wettig betaalmiddel (Kamerstuk 22 112, nr. 3765).7Kamerstuk 22 112, nr. 3768Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 21109 compensatiemodel. Desalniettemin ontstaat enige overeenstemming oververschillende andere artikelen in het wetsvoorstel.Toezegging CBAMTijdens het commissiedebat Eurogroep/Ecofinraad van 2 april jl. is detoezegging gedaan om in dit verslag nader in te gaan op ontwikkelingenrondom het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM), naaraanleiding van de door het lid de Vries (VVD) gestelde vraag over hetbieden van lange-termijnzekerheid aan het bedrijfsleven.Op 26 februari heeft de Europese Commissie het eerste Omnibuspakketgepubliceerd. Onderdeel van dit pakket betreft een voorstel met vereen-voudigingen van CBAM. De grootste vereenvoudiging uit dit voorstelbetreft een aanpassing van de drempelwaarde van 150 euro per zendingnaar 50 ton massa (gewicht) per jaar. Hierdoor zal volgens de Commissie90 procent van de importeurs niet langer onder CBAM vallen, terwijl99 procent van de emissies nog wordt ondervangen. Om het bedrijfslevenzekerheid te bieden is het van belang dat het voor bedrijven duidelijk iswat de drempelwaarde is en dat deze drempelwaarde niet ieder jaarwijzigt. Op deze manier weten bedrijven waar ze nu en in de toekomst aantoe zijn. Om deze zekerheid te bieden heeft het Poolse voorzitterschapvoorgesteld dat de Commissie de drempelwaarde van 50 ton massa pasaanpast als de benodigde aanpassing groter is dan 15 ton massa. In ditscenario volgt er dus alleen een aanpassing van de drempelwaarde als debenodigde massa om 99 procent van de emissies te ondervangen groteris dan 65 ton massa of kleiner dan 35 ton massa. De benodigdeaanpassing van minimaal 15 ton massa zorgt ervoor dat de drempel-waarde niet te snel wordt aangepast en een aantal jaar hetzelfde kanblijven. Dit geeft het bedrijfsleven meer zekerheid. Het kabinet is positiefover dit voorstel en zal zich tijdens de onderhandelingen blijven inzettenvoor lange-termijnzekerheid voor het bedrijfsleven.Stand van zaken eurotoetreding BulgarijeBulgarije heeft eind februari 2025 (buitengewone) convergentierapportenaangevraagd bij de ECB en de Commissie met oog op de wens om toe tetreden tot de eurozone. Deze aanvraag werd tijdens de Eurogroep/Ecofinvan februari aangekondigd8. De convergentierapporten zullen beoordelenin hoeverre Bulgarije voldoet aan de voorwaarden die worden gesteld aaneurozonetoetreding. Bulgarije voldeed op basis van de convergentierap-porten van juni 2024 aan drie van de vier convergentiecriteria, namelijk ophet gebied van wisselkoersstabiliteit, overheidsfinanciën en convergentievan de rente. Aan het prijsstabiliteitscriterium werd nog niet voldaanomdat de inflatie te hoog lag. De Commissie en de ECB hebben aange-geven dat de inflatie van Bulgarije binnenkort mogelijk voldoende isgedaald om ook te kunnen voldoen aan het prijsstabiliteitscriterium. Metoog op het convergentiecriterium op gebied van overheidsfinanciën is vanbelang dat Bulgarije naar eigen verwachting een tekort van net onder de3% zal hebben in 2025.Naast de convergentiecriteria wordt aan toetredende landen devoorwaarde gesteld dat zij de onafhankelijkheid van de centrale bankwaarborgen. Om die reden heeft het Bulgaarse parlement onlangs eenbegrotingswet aangenomen, met een amendement dat vereist dat degouverneur van de Bulgaarse centrale Bank aftreedt als hij wordtbenoemd tot interim-premier.8Kamerstuk 21 501-07, nr. 2097Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 211010 De Commissie en de ECB zullen begin juni de convergentierapportenpubliceren, gelijktijdig met publicatie van de lenteraming. Indien hieruiteen positief oordeel volgt dan zal Bulgarije mogelijk per 1 januari 2026kunnen toetreden tot de eurozone.Stand van zaken indiening budgettair-structurele plannen voor demiddellange termijnBulgarije en België hebben op respectievelijk 27 februari en 19 maart 2025hun budgettair-structurele plannen (hierna: plannen) voor de middellangetermijn ingediend in het kader van de herziene Europese begrotings-regels. Deze plannen bevatten het voorgenomen begrotingsbeleid,hervormingen en investeringen. Eind 2024 dienden 22 lidstaten hun planal in. Bulgarije en België maakten (net als Duitsland, Litouwen enOostenrijk) gebruik van de mogelijkheid om het plan later in te dienenonder bepaalde omstandigheden, bijvoorbeeld (aanstaande) nationaleverkiezingen. De kabinetsappreciatie van de Raadsaanbevelingen voordeze lidstaten ontvangt uw Kamer nadat de aanbevelingen beschikbaarzijn gekomen.Stand van zaken onderhandelingen Omnibus IMet uw Kamer zijn informatieafspraken vastgelegd rond het behandel-voorbehoud met betrekking tot ontwikkelingen op het Omnibus I-voorstel,voor zover betrekking hebbend op de Corporate Sustainability ReportingDirective (CSRD). Aan uw Kamer heb ik in dat kader op 11 april jl.bevestigd dat ik uw Kamer gedurende de onderhandelingen over hetwetsvoorstel Omnibus I in Brussel zal informeren over de voortgang vande onderhandelingen, middels de reguliere geannoteerde agenda’s bij, ofverslagen van, de Eurogroep/Ecofinraad. Alhoewel het Omnibus I-voorstelzelf niet expliciet is besproken op de Eurogroep en de informele bijeen-komst van Ecofin-Ministers 11–12 april, breng ik uw Kamer via deze routegraag op de hoogte van de voortgang op dit dossier. Zoals in de geanno-teerde agenda van 26 maart jl. reeds aangekondigd heeft Nederlandingestemd met het akkoord op de «Stop-de-klok»-richtlijn. Doordat de bijde onderhandelingen betrokken partijen doordrongen zijn van het belangom ondernemingen die onder het uitstel vallen hier op tijd zekerheid overte bieden, is er snel een akkoord bereikt over deze Richtlijn. De richtlijn isop 16 april jl. gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie.Het «Stop-de-klok»-voorstel bevat geen uitstel voor de groep onderne-mingen die over boekjaar 2024 nog wel moest rapporteren, maar straksniet meer. Met het afronden van de onderhandelingen over de «Stop-de-klok»-richtlijn zijn recent de onderhandelingen over de inhoudelijkewijzigingen in Omnibus I gestart, inclusief over de voorgestelde wijzi-gingen die betrekking hebben op de CSRD. Deze vinden op dit momentplaats in Raadswerkgroepen. De inzet van het kabinet voor deze onder-handelingen zijn conform het BNC Fiche: Omnibus I, dat op 24 maart jl.aan uw Kamer is gestuurd. Daarbij blijft Nederland aandacht vragen voorde groep ondernemingen die over boekjaar 2024 voor het eerst moestenrapporteren, maar straks niet meer hoeven te rapporteren. Daarnaast zetNederland in op een voortvarend onderhandelingsproces, zodat onderne-mingen zich tijdig kunnen voorbereiden op de wijzigingen. Tijdens deonderhandelingen zal ik uw Kamer conform de informatieafsprakensteeds op de hoogte houden van de voortgang.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 211011

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · c6475ca6a22d05b6

14 okt 2026 · 66d8ee5f0b5099d3

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.