KamerkringInloggen
Kamerstuk

Lijst van vragen en antwoorden inzake Opvolging motie-Grinwis c.s. over toekomstbestendig vernieuwen van spoorknoop Haarlem (Kamerstuk 36800-A-28) (Kamerstuk 29984-1274)

2 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie c535ad1a7d066705 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 984Spoor: vervoer- en beheerplanNr. 1289 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDENVastgesteld 2 juni 2026 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft een aantalvragen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Water-staat over de brief van 13 februari 2026 inzake Opvolging motie-Grinwisc.s. over toekomstbestendig vernieuwen van spoorknoop Haarlem(Kamerstuk 36 800 A, nr. 28) (Kamerstuk 29 984, nr. 1274).De Staatssecretaris heeft deze vragen beantwoord bij brief van 2 juni2026. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.De voorzitter van de commissie,HuizengaDe griffier van de commissie,Schukkink kst-29984-1289ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12891 InleidingDe vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft op 26 maart2026 een aantal vragen voorgelegd inzake de opvolging motie-Grinwis c.s.over toekomstbestendig vernieuwen van spoorknoop Haarlem.1Hieronder vindt de Kamer de antwoorden op de gestelde vragen.Reactie op reactiebrief van gemeente HaarlemDe gemeente Haarlem heeft de commissie voor Infrastructuur enWaterstaat een brief gestuurd waarin ze reageert op de Kamerbrief van13 februari jl. De commissie heeft verzocht op die brief te reageren. Metdeze brief ontvangt de Kamer de reactie op dit verzoek.De gemeente schrijft teleurgesteld en verrast te zijn dat het helaas te laatblijkt om de motie-Grinwis uit te voeren. Dat is begrijpelijk, maartegelijkertijd dient er op te worden gewezen dat de keuze om nu 1-op-1 tevervangen en niet over te gaan tot vernieuwing, weloverwogen isgemaakt. Hieraan liggen onder meer financiële overwegingen tengrondslag. In het Commissiedebat Spoor van 18 december 2025 isuitgebreid met de Kamer stilgestaan bij de financiële situatie binnen hetMobiliteitsfonds.De gemeente Haarlem stelt dat de huidige wissels op het emplacementlanger in bedrijf gehouden kunnen worden. ProRail stelt echter dat allemogelijke aanvullende levensduurverlengende maatregelen voor dewissels al zijn genomen of niet meer mogelijk zijn. ProRail acht het langerin bedrijf houden niet verantwoord, zoals ook met de Kamer gedeeld op13 februari jl. De mogelijkheid voor de zogenoemde meekoppelkans methet instandhoudingsproject is daarmee op 1 september 2025 verstreken,zelfs bij voldoende budget. Dat heeft de CEO van ProRail nogmaalsaangegeven in de technische briefing Instandhouding op 16 december enin haar brief van 10 februari jl. die de Kamer 13 februari heeft ontvangen.De frequentieverhoging tussen Haarlem en Amsterdam is vastgelegd inde hoofdrailnetconcessie 2025–2033 (hierna: HRN-concessie) alseindbeeld in 2033. De gemaakte afspraken over het volume zijn onderdeelvan de actualisatie van het volume (in 2027 als onderdeel van de midtermreview). Daarin worden alle gewenste en beoogde frequentieverhogingenintegraal afgewogen tegen de vervoersvraag, eventueel benodigdeinfrastructuurinvesteringen en budgettaire ruimte. In die verwachtevervoersvraag zal ook voorziene woningbouw – zoals die in Haarlem –worden verwerkt.Binnen de huidige financiële randvoorwaarden is het geen vanzelfspre-kendheid dat alle beoogde frequentieverhogingen die nog aanvullendeinfrastructuurmaatregelen vergen, ook gerealiseerd kunnen worden. Zoalseerder toegezegd, wordt de Kamer voor de zomer geïnformeerd over deresterende infraknelpunten voor het volledig kunnen rijden van deHRN-concessie.Tot slotIk deel de wens om samen te werken aan een goed presterend spoor-netwerk dat aansluit bij de behoeften van reizigers en woningbouw-plannen van mede-overheden. Dat doe ik zo goed mogelijk en binnen allemogelijkheden die ik heb. Gegeven de grote financiële problematiek vanhet Mobiliteitsfonds vergt dat scherpe keuzes, zoals ook aan bod is1Tweede Kamer vergaderjaar 2025–2026, 2026D14415.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12892 gekomen in het debat Staat van de infrastructuur d.d. 19 maart jl. en hetdaarin besproken afweegkader.Vraag 1Zitten er in IenW- of ProRail plannings-, asset management- en/ofprojectmanagementsystemen «red flag functies» of waarschuwings-functies die waarschuwen voor verspilling van belastinggelden van groteomvang als deelprojecten om budgettaire of andere redenen niet samenkunnen worden opgepakt?Antwoord 1Raakvlakmanagement is een belangrijk onderdeel van het projectma-nagement door zowel ProRail als IenW. Zie ook het antwoord op vraag 5.Vraag 2Had IenW of ProRail eerder dan de point of no return kunnen zien dat hetin dit project tegen budgettaire grenzen aanliep, waardoor verbetering diein het eerste deel worden aangebracht er straks, bij het tweede deel, weeruit moeten?Antwoord 2ProRail en IenW hebben sinds de zomer van 2024 meermaals ambtelijkgesproken over de meekoppelkans bij Haarlem. ProRail bracht hetinstandhoudingsproject Haarlem ter sprake, omdat er een meekoppelkansleek te zijn met een toekomstbestendige vervanging (vanuit aanleg-budget). ProRail verzocht IenW in de zomer van 2024 om aanvullendbudget om het project toekomstbestendig te kunnen uitvoeren. IenWheeft dat verzoek in de begrotingsbesluitvorming van 2024 en opnieuw in2025 niet gehonoreerd omdat binnen de integrale afweging en prioriteringvan de schaarse budgettaire ruimte binnen het Mobiliteitsfonds anderekeuzes gemaakt moesten worden.ProRail heeft uiteindelijk moeten besluiten het project te beperken totéén-op-één-vervanging. De mogelijkheid voor de zogenoemde meekop-pelkans met het instandhoudingsproject is op 1 september 2025verstreken, zelfs bij voldoende budget. Ze heeft IenW op 31 oktober 2025per brief geïnformeerd. Dat heeft de CEO van ProRail herhaald in detechnische briefing Instandhouding op 16 december en in haar brief van10 februari jl. die de Kamer 13 februari heeft ontvangen.2In de HRN-concessie heeft IenW met NS één integraal afweegmomentafgesproken voor frequentiewijzigingen. Dit moment is de actualisatie vanhet volume in 2027 (onderdeel van de midterm review van deHRN-concessie). Hierin weegt IenW integraal alle nog niet gerealiseerdefrequentieverhogingen uit de concessie af tegen de vervoersvraag, debenodigde aanvullende infra-investeringen en de budgettaire ruimte. Hetuitgangspunt is hierbij het in de concessie opgenomen eindbeeld. Defrequentieverhoging Haarlem-Amsterdam maakt uiteraard onderdeel uitvan deze afweging. Overigens kan een frequentieverhoging alleengerealiseerd worden als de benodigde infrastructuur beschikbaar is; ervloeit geen contractuele verplichting voort uit de HRN-afspraken om deinfrastructuur daadwerkelijk te realiseren.De Kamer wordt – zoals toegezegd – voor de zomer per brief geïnfor-meerd over de resterende infrastructurele knelpunten om het eindbeelduit de HRN-concessie te kunnen rijden. Binnen het programma Spoorca-paciteit 2030 wordt gewerkt aan het oplossen van deze knelpunten.2Kamerstuk 29 984, nr. 1274Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12893 Daarbinnen zijn keuzes nodig omdat het beschikbare budget ontoereikendis om alle knelpunten aan te pakken.Vraag 3Zo ja, als dit enkel bij ProRail zichtbaar is, heeft ProRail dit voor dezogenaamde «point of no return» bij IenW aangegeven? Zo nee, waaromniet?Antwoord 3Ja, zie ook het antwoord op vraag 2 en de tijdlijn bij antwoord op vraag21.Vraag 4Zijn er andere projecten waarvoor dit ook geldt of dreigt te gelden? Graageen limitatieve lijst met toelichting.Antwoord 4ProRail signaleert in haar eerdergenoemde brief dat er nog drie anderespooremplacementen zijn, waar maatregelen in beeld zijn om robuustmeer treinen te kunnen rijden maar waarvoor nog geen project is gestart.Dit zijn Sittard, Maastricht en Breda. Dit zijn aanzienlijk kleinere emplace-menten dan Haarlem en geen knelpunten die (direct) te maken hebbenmet gewenste frequentieverhogingen.Vraag 5In hoeverre zijn in dit project scenarioanalyses uitgevoerd waarin explicietis doorgerekend wat de meerkosten zijn van het niet gelijktijdig uitvoerenvan vervanging en capaciteitsuitbreiding?Antwoord 5Zie hiervoor de brief van ProRail d.d. 31 oktober 2025 die op 13 februariaan de Kamer is gestuurd.3Vraag 6Hoe wordt binnen IenW en ProRail systematisch gemonitord of infrastruc-turele projecten waarbij een koppelkans vervalt later leiden tot hogeretotale kosten voor de belastingbetaler?Antwoord 6Dit wordt per geval beoordeeld, waarbij het uitgangspunt is om debeschikbare middelen maatschappelijk optimaal in te zetten. In het gevalvan spoorknoop Haarlem zijn de gewenste middelen niet beschikbaar.Vraag 7Klopt het dat door ProRail aan de gemeente Haarlem is gecommuniceerddat, ondanks de vergevorderde status van het aanbestedingstraject, ertoch nog mogelijkheden zouden zijn? Zo ja, waarom is het dan nu tochniet mogelijk?Antwoord 7ProRail heeft moeten besluiten het project te beperken tot één-op-één-vervanging. De mogelijkheid voor de zogenoemde meekoppelkans methet instandhoudingsproject is op 1 september 2025 verstreken, zelfs bijvoldoende budget. ProRail heeft IenW op 31 oktober 2025 per briefgeïnformeerd. Dat heeft de CEO van ProRail herhaald in de technischebriefing Instandhouding op 16 december en in haar brief van 10 februari3Kamerstuk 29 984, nr. 1274Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12894 jl. die de Kamer 13 februari heeft ontvangen.4 In haar communicatiebenadrukt ProRail de betrokkenheid van de gemeente Haarlem.Vraag 8Waarom is het technisch niet mogelijk om de huidige wissels iets langerin bedrijf te houden?Antwoord 8De Kamerbrief van 13 februari jl. meldt dat ProRail heeft geconstateerddat een aanzienlijk deel van de wissels en sporen op emplacementHaarlem ruimschoots voorbij de beoogde technische levensduur zijn.Aanvullende levensduurverlengende maatregelen voor de wissels zijn inhet verleden al genomen of niet meer mogelijk. ProRail acht het langer inbedrijf houden niet verantwoord. Het is in het belang van de reiziger omgeen onveilige situaties op het spoor te introduceren.Vraag 9Wat is de verklaring voor het feit dat de wissels op 31 december 2028 nogkunnen worden gebruikt en op 1 januari 2029 niet meer?Antwoord 9Zie antwoord op vraag 8.Vraag 10Waarom is niet ingegaan op de door de gemeente Haarlem voorgesteldevoorfinanciering?Antwoord 10Helaas bood voorfinanciering geen oplossing gezien het point of no returnreeds was overschreden. Bovendien verandert voorfinanciering hetfinancieel tekort op het Mobiliteitsfonds niet, omdat het bedrag uitein-delijk alsnog moet worden terugbetaald.Vraag 11Waarom wordt in de Kamerbrief gesproken over de «eventuele frequentie-verhoging tussen Haarlem en Amsterdam», terwijl de frequentiever-hoging reeds is afgesproken in de HRN-concessie?Antwoord 11Zie het antwoord op vraag 2.Vraag 12Hoe verhoudt de ontstane situatie zich tot de afgesproken 10.000 extrawoningen in Haarlem en 40.000 extra woningen rondom AmsterdamSloterdijk? Komen deze woningaantallen nu ook op losse schroeven testaan?Antwoord 12Nee, in haar vervoersprognoses betrekt NS ook gemeentelijke woning-bouwplannen op korte, middellange en lange termijn. Daarmee zijn dezeplannen onderdeel van de afwegingen bij de actualisatie van hetconcessievolume; zie hiervoor tevens het antwoord op vraag 2.Vraag 13Wat zijn de gevolgen voor de mobiliteit in de regio Haarlem en aan dewestkant van Amsterdam als de geplande frequentieverhoging nietdoorgaat?4Kamerstuk 29 984, nr. 1274Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12895 Antwoord 13Er zijn geen directe gevolgen. In haar vervoersprognoses betrekt NS ookgemeentelijke woningbouwplannen op korte, middellange en langetermijn.Vraag 14Als de vernieuwing van de spoorknoop Haarlem nu toch geen doorgangkan vinden, wat is dan de nieuwe afspraak voor de grootschalige en op detoekomstige treinenloop afgestemde verbouwing? Kan hier eennauwkeurige planning van worden gegeven?Antwoord 14Dat is niet aan de orde; zie ook het antwoord op vraag 12.Vraag 15Op welke wijze gaat het kabinet met de lokale overheden bindendeafspraken maken voor het op korte termijn alsnog grootschaligvernieuwen van de spoorknoop Haarlem?Antwoord 15De financiële kaders van het Mobiliteitsfonds en Coalitieakkoord bepalende ruimte voor nieuwe afspraken. Zoals in de brief van 16 maart jl. isuiteengezet5, is de financiële opgave groot en is het noodzaak te priori-teren in zowel de instandhouding- als aanlegportefeuille. IenW werkt aaneen prioriteringskader om scherpe keuzes te kunnen maken. Dit kaderontvangt u binnen afzienbare termijn.Vraag 16Op welke exacte datum heeft ProRail u voor het eerst formeel of informeelgemeld dat het «point of no return» voor de werkzaamheden in 2028 wasbereikt?Antwoord 16De mogelijkheid voor de zogenoemde meekoppelkans met het instand-houdingsproject is op 1 september 2025 verstreken, zelfs bij voldoendebudget. ProRail heeft IenW op 31 oktober 2025 per brief geïnformeerd. Datheeft de CEO van ProRail herhaald in de technische briefing Instand-houding op 16 december en in haar brief van 10 februari jl. die de Kamer13 februari heeft ontvangen.6Vraag 17Waarom is de Kamer tijdens de behandeling van de motie-Grinwis c.s. op4 februari jl. niet gewaarschuwd dat de uitvoeringstechnische deadlinereeds was verstreken, in plaats van de motie enkel te ontraden opfinanciële gronden?Antwoord 17De mogelijkheid voor de zogenoemde meekoppelkans met het instand-houdingsproject is op 1 september 2025 verstreken, zelfs bij voldoendebudget. ProRail heeft IenW op 31 oktober 2025 per brief geïnformeerd. Datheeft de CEO van ProRail herhaald in de technische briefing Instand-houding op 16 december en in haar brief van 10 februari jl. die de Kamer13 februari heeft ontvangen.7 Verdere aanpassing van het emplacementblijft ook na afronding van de instandhoudingswerkzaamheden denkbaar,maar vraagt om meer tijd én meer geld dan nu beschikbaar is voorSpoorknoop Haarlem. In die context is de motie beoordeeld.5Kamerstuk 36 800 A, nr. 39.6Kamerstuk 29 984, nr. 12747Kamerstuk 29 984, nr. 1274Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12896 Vraag 18Wat gebeurt er met de beoogde dekking uit de noordelijke tunnel van hetZuidasdok nu de motie niet wordt uitgevoerd? Vallen deze middelen vrijvoor andere spoorprojecten of blijven deze gereserveerd?Antwoord 18Er is nu geen dekking in het Mobiliteitsfonds voor het realiseren van denoordelijke tunnel van Zuidasdok. Zoals verwoord in de BO MIRTafspraken 2026, wordt er uiterlijk eind 2026 een besluit over fasering enfinanciering van de noordelijke tunnel genomen.Vraag 19Welk bedrag begroot ProRail op dit moment wél voor een latere ombouw(na 2028), nu ProRail stelt dat de genoemde € 62 miljoen onvoldoende isvoor een latere integrale ombouw?Antwoord 19Op dit moment is een latere ombouw niet voorzien.Vraag 20Welke specifieke veiligheidsrisico’s treden op bij een eventueelkortstondig uitstel van de aanbesteding om het ontwerp alsnog aan tepassen?Antwoord 20Voordat veiligheidsrisico’s voor het spoorverkeer optreden zal ProRailgenoodzaakt zijn beperkingen aan het gebruik van de infrastructuur op teleggen en/of de infrastructuur buiten dienst te nemen. Daarmee zalongepland zeer veel en langdurige treinhinder ontstaan.Vraag 21Kunt u een tijdlijn opstellen van de gang van zaken rondom de besluit-vorming voor de Spoorknoop in Haarlem, waarbij wordt meegenomenwanneer het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en ProRail op dehoogte waren van de noodzaak van de vernieuwing, hoe het contact overdeze verbouwing en de financiële aspecten daarvan tussen het Ministerievan Infrastructuur en Waterstaat is verlopen, en wanneer is besloten omde vernieuwing niet te betrekken bij het reeds geplande onderhoud?Antwoord 21Juli/augustus 2024:ProRail verzoekt het Ministerie van IenW in ambtelijke werkgroep omaanvullend budget op lopend instandhoudingsproject om emplace-ment Haarlem toekomstbestendig te vernieuwen. Het Ministerie vanIenW wijst verzoek in de begrotingsbesluitvorming af mede vanwegeontbrekende financiële ruimte in aanlegbudgetten en onvoldoendeconcreet beeld.Januari 2025:De nieuwe HRN-concessie treedt in werking, inclusief de frequentiever-hoging Amsterdam-Haarlem (deze verhoging moet NS in 2033uitvoeren mits de infrastructuur hiervoor beschikbaar is).14 april 2025:ProRail kondigt per mail aan een gesprek met het Ministerie van IenWin te plannen over Spoorknoop Haarlem.29 april 2025:ProRail op 29 april voorbereidende informatie per mail gestuurd waarinze stelt dat «uiterlijk in juni 2025 zekerheid nodig [is] over de financie-ring van de ombouw [...] [om] op relatief normale manier starten metde aanbesteding op 26 september dit jaar.» Het (ambtelijk) gesprekvond plaats op 30 april 2025.Voorjaar/zomer 2025:Meerdere ambtelijke gesprekken tussen het Ministerie van IenW enProRail over Spoorknoop Haarlem. Nieuwe aanbestedingsdeadline is1 september 2025. Het Ministerie van IenW geeft hoogambtelijk enbestuurlijk aan geen aanvullend budget te hebben.1 september 2025:Start voorbereiding aanbesteding waarvoor variantkeuze vereist is.31 oktober 2025:Brief ProRail aan IenW over keuze Spoorknoop Haarlem (zie bijlage bijKamerbrief d.d. 13 februari 2026).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12897 11 december 2025:ProRail houdt persconferentie in Haarlem om belang instandhoudings-opgave te onderstrepen en gebruikt Spoorknoop Haarlem als illustratievoor problematiek.16 december 2025:Technische briefing ProRail aan Kamer over instandhouding. CEOProRail benoemt dat ProRail «de aanbesteding voor SpoorknoopHaarlem recent gestart is en daarmee het point of no return isgepasseerd».18 december 2025:CD Spoor met aandacht voor Spoorknoop Haarlem.26 januari 2026:NO MIRT met aandacht voor Spoorknoop Haarlem. Kamerlid Grinwiskondigt motie aan; Staatssecretaris IenW ontraadt deze.4 februari 2026:Tweede Kamer neemt motie-Grinwis c.s. aan die de regering verzoekt«nogmaals binnen de meerjarenbegroting naar ruimte te zoeken omhet emplacement [alsnog] in één keer toekomstbestendig te verbou-wen».10 februari 2026:Brief ProRail op verzoek van IenW over uitvoering motie-Grinwis (ziebijlage bij Kamerbrief d.d. 13 februari 2026).13 februari 2026:Het Ministerie van IenW informeert de Tweede Kamer dat het volgensProRail te laat is en de motie daarom niet uitgevoerd kan worden. Vraag 22Kunt u vertellen wanneer bij het Ministerie van Infrastructuur en Water-staat bekend was dat het «point of no return» was bereikt, en in hoeverreheeft u dit gedeeld met de Tweede Kamer?Antwoord 22De mogelijkheid voor de zogenoemde meekoppelkans met het instand-houdingsproject is op 1 september 2025 verstreken, zelfs bij voldoendebudget. ProRail heeft IenW op 31 oktober 2025 per brief geïnformeerd. Datheeft de CEO van ProRail herhaald in de technische briefing Instand-houding op 16 december en in haar brief van 10 februari jl. die de Kamer13 februari heeft ontvangen.8Vraag 23Klopt het dat de Staatssecretaris bij het commissiedebat Spoor indecember 2025 heeft toegezegd dat hij tot het MIRT-debat geenonomkeerbare besluiten zou nemen, en de besluitvorming rondomspoorknoop Haarlem zou betrekken bij de MIRT-systematiek, terwijl het«point of no return» toen al was verstreken, en heeft hij de Kamer toenincorrect of onvolledig geïnformeerd?Antwoord 23Er zijn door de Staatssecretaris geen onomkeerbare stappen gezet tenaanzien van dit dossier. Het besluit van ProRail om alleen voor 1-op-1vervanging te gaan is onderdeel van de reguliere planning van exploitatie,onderhoud en vernieuwing (EOV) en dit is door ProRail aan de Kamertoegelicht tijdens de technische briefing van 16 december 2025, vooraf-gaand aan het commissiedebat Spoor.Vraag 24Erkent u ook de extra maatschappelijke kosten, zoals hinder voor detreinreiziger en het uitblijven van reeds afgesproken capaciteitsuit-breiding?Antwoord 24De maatschappelijke kosten spelen een centrale rol in beleidsafwegingen.Bij aanvang van het Programma Spoorcapaciteit 2030 is ervoor gekozenhet budget in te zetten daar waar de vervoersvraag het hardst groeit. Omdeze reden is toen niet voor Haarlem gekozen. In de loop van 2027worden alle frequentieverhogingen uit de HRN-concessie opnieuwafgewogen.8Kamerstuk 29 984, nr. 1274Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12898 Vraag 25Bent u bereid middelen vrij te maken voor de vernieuwing van despoorknoop Haarlem, zodat de kosten op de lange termijn zo laagmogelijk blijven, en goedkoop uiteindelijk geen duurkoop wordt?Antwoord 25De mogelijkheid voor de zogenoemde meekoppelkans met het instand-houdingsproject is op 1 september 2025 verstreken, zelfs bij voldoendebudget. Dat heeft de CEO van ProRail nogmaals aangegeven in detechnische briefing Instandhouding op 16 december en in haar brief van10 februari jl. die de Kamer 13 februari heeft ontvangen.Vraag 26Is het mogelijk deze reconstructie te financieren vanuit eerder uitgekeerdemiddelen voor woningbouw en mobiliteit (WoMo)?Antwoord 26De mogelijkheid voor de zogenoemde meekoppelkans met het instand-houdingsproject is op 1 september 2025 verstreken, zelfs bij voldoendebudget. Dat heeft de CEO van ProRail nogmaals aangegeven in detechnische briefing Instandhouding op 16 december en in haar brief van10 februari jl. die de Kamer 13 februari heeft ontvangen.Vraag 27Bent u bereid in te gaan op het aanbod van de gemeente Haarlem om dewerkzaamheden voor te financieren, zodat het kabinet deze kosten op eenlater moment kan inboeken?Antwoord 27De mogelijkheid voor de zogenoemde meekoppelkans met het instand-houdingsproject is op 1 september 2025 verstreken, zelfs bij voldoendebudget. Dat heeft de CEO van ProRail nogmaals aangegeven in detechnische briefing Instandhouding op 16 december en in haar brief van10 februari jl. die de Kamer 13 februari heeft ontvangen.Vraag 28Was de Staatssecretaris op de hoogte dat het «point of no return» wasbereikt tijdens het commissiedebat Spoor in december, en heeft deStaatssecretaris de Kamer daar volledig en correct over geïnformeerd?Antwoord 28De mogelijkheid voor de zogenoemde meekoppelkans met het instand-houdingsproject is op 1 september 2025 verstreken, zelfs bij voldoendebudget. ProRail heeft IenW op 31 oktober 2025 per brief geïnformeerd. Datheeft de CEO van ProRail herhaald in de technische briefing Instand-houding op 16 december en in haar brief van 10 februari jl. die de Kamer13 februari heeft ontvangen.9 Verdere aanpassing van het emplacementblijft ook na afronding van de instandhoudingswerkzaamheden denkbaar,maar vraagt om meer tijd én meer geld dan nu beschikbaar is voorSpoorknoop Haarlem. In die context is het debat gevoerd.Vraag 29Hoe kan het dat duidelijkheid ontbrak over de scope van de verbouwingbij ProRail waardoor zij de raming voor een volledige verbouwing niethebben gedaan?Antwoord 299Kamerstuk 29 984, nr. 1274Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12899 Over de scope van de verbouwing is geen onduidelijkheid geweest. Er isgewerkt met verschillende varianten, waarbij de financiering van detoekomstbestendige variant niet haalbaar is gebleken. 1 september 2025was het uiterste moment waarop een keuze gemaakt moest worden in descope van de werkzaamheden om programmering en aanbesteding voorrealisatie gedegen te kunnen voorbereiden, tijdig te starten en voldoendetijd te hebben voor de uitvoering. Vanwege het beschikbare budget heeftProRail moeten kiezen voor de «basisvariant», waarbij één-op-éénvervangen wordt.Vraag 30Zijn de wissels daadwerkelijk niet meer bruikbaar in 2028, of kan metaanvullende maatregelen of intensievere monitoring de levensduurmogelijk worden verlengd?Antwoord 30In de Kamerbrief van 13 februari jl. is gemeld dat ProRail heeft geconsta-teerd dat een aanzienlijk deel van de wissels en sporen op emplacementHaarlem ruimschoots voorbij de beoogde technische levensduur zijn.Aanvullende levensduurverlengende maatregelen voor de wissels zijn inhet verleden al genomen of niet meer mogelijk. ProRail acht het langer inbedrijf houden niet verantwoord. Het is in het belang van de reiziger omgeen onveilige situaties op het spoor te introduceren.Vraag 31Kunt u een juridische en technische co-analyse maken van de risico’s vaneventuele uitval van wissels ten opzichte van de voordelen van éénintegrale verbouwing, en daarbij aangeven of de risico’s van uitstelopwegen tegen de aanzienlijke extra kosten die ontstaan wanneer dewerkzaamheden niet gelijktijdig worden uitgevoerd?Antwoord 31Deze afweging is gemaakt door ProRail, waarbij ProRail aangeeft dat hetrisico te groot wordt als niet tijdig vervangen wordt. Een verdere analysekan gemaakt worden, maar verandert niks aan het feit dat het «point of noreturn» gepasseerd is. Daarom acht het Ministerie van IenW het nu nietzinvol hier verder onderzoek naar te (laten) doen.Vraag 32Kunt u expliciet ingaan op het scenario dat één van de wissels tussentijdsmoet worden aangepakt, maar de andere wissels wel standhouden bij eenverlengde levensduur?Antwoord 32Werkzaamheden worden zoveel mogelijk gegroepeerd en in één keeruitgevoerd. Het vervangen van één van de wissels levert geen substan-tiële verbetering op, terwijl er wel meer overlast zou ontstaan doordat ervaker werkzaamheden moeten plaatsvinden. Dit zou bovendien lijden tothogere kosten, vanwege herhaald werk, aanvullend alternatief vervoer entoegenomen storingsrisico’s.Vraag 33Hoe groot acht u de kans dat alle betrokken wissels een verlengdelevensduur niet zouden overleven?Antwoord 33ProRail bewaakt als onderdeel van haar assetmanagement de status vande spoorinfrastructuur en besluit over noodzakelijke vervangingen. Inplaats van geplande en relatief kortstondige hinder zoals nu voorzien zouTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 128910 het verder uitstellen van vernieuwing tot onacceptabele risico’s opongeplande hinder en verstoringen van de infrastructuur leiden.Vraag 34Houdt u vast aan het volledige concessievolume in uiterlijk 2033 voorzowel het traject Leiden-Haarlem als het traject Haarlem-Amsterdam?Antwoord 34Zie het antwoord op vraag 2.Vraag 35Wat zou de invloed zijn van het uitstellen van de vernieuwing van despoorknoop op de woningbouw en bereikbaarheid in de regio?Antwoord 35Zie het antwoord op vraag 12.Vraag 36Bent u bereid zich ervoor in te spannen dat de beoogde vernieuwing nogin deze kabinetsperiode kan worden uitgevoerd?Antwoord 36Zie het antwoord op vraag 2.Vraag 37Op welke andere locaties speelt een vergelijkbare problematiek waarbijhet samenvoegen van onderhoud en vernieuwing veel geld kanbesparen?Antwoord 37Zie het antwoord op vraag 4.Vraag 38Kunt u een lijst geven van andere WoMo-projecten die zijn afgewezen,aangeven welke criteria zijn gehanteerd bij het afwijzen van dezeprojecten en aangeven wat er gebeurt met de woningbouwopgave dieaan deze projecten was gekoppeld?Antwoord 38In de MIRT-brief voorjaar 202510 is de Kamer geïnformeerd over de criteriaen afweging van de Woningbouw op Korte Termijn (WoKT) regeling. In deKamerbrief van 10 november 202511 is de Kamer geïnformeerd over hetdoorlopen proces en verdeling van de middelen. Er is momenteel geeneenduidig beeld van de impact van de afwijzing van aanvragen.10Kamerstuknummer 36 600 A, nr. 6311Kamerstuknummer 32 847, nr. 1389Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 128911

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 393ab5aee7dcc638

14 okt 2026 · 2aa89b2b056ea440

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.