Verslag Raad Buitenlandse Zaken d.d. 29 januari 2026
Brontekst
Versie b8d65f6a3f1c8b06 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-02Raad Algemene Zaken en Raad BuitenlandseZakenNr. 3345 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 6 februari 2026Hierbij bied ik u, mede namens de Staatssecretaris Buitenlandse Handelen Ontwikkelingshulp, het verslag van de Raad van Buitenlandse Zaken op29 januari 2026 aan.De Minister van Buitenlandse Zaken,D.M. van Weel kst-21501-02-3345ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33451 VERSLAG RAAD BUITENLANDSE ZAKEN VAN 29 JANUARI 2026 Op donderdag 29 januari jl. vond de Raad Buitenlandse Zaken (RBZ)plaats in Brussel. De Minister van Buitenlandse Zaken heeft deelgenomen.Op de agenda van de Raad stonden de Russische agressie tegenOekraïne, de situatie in het Midden-Oosten en de Grote Meren-regio.Tijdens een informele lunch werd gesproken over mensenrechten metVolker Türk, Hoge Commissaris voor mensenrechten bij de VerenigdeNaties en Kajsa Ollongren, EU speciaal gezant voor mensenrechten.Tevens heeft de Raad in een informele, vertrouwelijke setting gesprokenover de vooruitzichten voor 2026 in het licht van de huidige geopolitiekeontwikkelingen. Verder wordt uw Kamer middels dit verslag geïnformeerdover de EU-Marokko Associatieraad en de afhandeling van enkele motiesen toezeggingen, inclusief de motie Piri1 betreffende het overbrengen vanvoormalige Afghaanse ambassade- en defensiebewakers.Russische agressie tegen OekraïneDe Raad sprak over de voortdurende Russische agressieoorlog inOekraïne en de ontwikkelingen in het vredesproces. Bij het eerste gedeeltevan de bijeenkomst sloot de Oekraïense Minister van Buitenlandse ZakenAndrii Sybiha digitaal aan. Minister Sybiha deelde de laatste ontwikke-lingen aan het front, informatie over de energiesituatie en vredesbespre-kingen. Daarnaast bevestigde Minister Sybiha de Oekraïense toewijdingaan hervorming in het kader van het toetredingsproces tot de Unie.De bijeenkomst vond plaats in de context van Russische aanvallen opOekraïense energie infrastructuur en bittere kou aldaar. Eurocommissarisvoor EU-uitbreiding Marta Kos kondigde energiesteun aan en wees oprandvoorwaarden voor toekomstige welvaart van Oekraïne bij eenmogelijke vredesdeal. Een groot aantal lidstaten riep op tot meer steun ophet gebied van energie. Nederland noemde de EUR 23 miljoenenergiesteun voor Oekraïne zoals aangekondigd tijdens het bezoek vanStaatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp aan Oekraïneop 20 januari jl.2De Raad sprak over de urgente noodzaak van financiële steun aanOekraïne voor militaire en niet-militaire doeleinden. Ook werd verwezennaar het voorstel voor een financieel steunpakket aan Oekraïne van EUR90 mld. aan leningen waarover de Europese Raad in december eenpolitiek akkoord bereikte.3 Uw Kamer ontvangt hierover een separateKamerbrief. Lidstaten benadrukten tevens het belang dat de EU bijdraagtaan veiligheidsgaranties.Voorts sprak de Raad over een aanvullend sanctiepakket om de econo-mische druk op Rusland te verhogen, maar bereikte hierover nog geenakkoord. In de context van de onderhandelingen voor een nieuwsanctiepakket pleit Nederland conform motie Van den Burg en DenHollander4 onder andere voor verdere beperkende maatregelen op hetgebied van kunstmest.1Kamerstuk 36 800 V, nr. 232Kamerbrief over energiesteun aan Oekraïne, 20 januari jl. Kamerstuk 36 045, nr. 2653Verslag van de Europese Raad van 18 en 19 december 2025, Kamerstuk 21 501-20, nr. 23624Kamerstukken 21 501-02, nr. 3308, dd. 12 december 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33452 Situatie in het Midden-OostenIsraël en Palestijnse GebiedenDe Raad verwelkomde de aankondiging van de tweede fase van hetvredesplan van president Trump voor het beëindigen van het conflict in deGazastrook en benadrukte dat de inspanningen van de EU erop gerichtmoeten blijven om de implementatie van het vredesplan te ondersteunen,bijvoorbeeld op het gebied van stabiliteit, wederopbouw en steun voor dePalestijnse Autoriteit en diens hervormingsagenda. De bestaandeEU-missies EUBAM Rafah en EUPOL COPPS staan klaar om een bijdragete leveren. Tegen deze achtergrond onderstreepte de Raad ook het belangdat de EU als constructieve partner blijft engageren met de Board ofPeace, met name met de Executive Boards en het Nationale Comité voorhet bestuur van Gaza (NCAG).Nederland onderstreepte dat Hamas de wapens moet neerleggen enpleitte tevens voor het belang van meer en betere toegang voor de invoeren distributie van humanitaire hulp. Daarbij werd aangegeven dat deNederlandse diplomatieke inzet erop is gericht om, conform motie-Bamenga c.s.5, Israël op te roepen humanitaire hulp ongehinderd toe telaten en de ngo-registratiewetgeving te heroverwegen.SyriëDe Raad stond stil bij de ontwikkelingen in Syrië en het geweld in hetnoordoosten. Zorgen over de kampen en de impact op de regionaleveiligheidssituatie werden breed gedeeld, evenals het belang van contactmet regionale partners. Daarnaast werd aandacht gevraagd voor depositie van minderheden en een inclusieve transitie in Syrië. Nederlandbenadrukte in dat kader, in lijn met de motie Ceder6, dat aan mensenrech-tenschendingen en geweldsuitbraken consequenties verbonden dienen teworden.IranDe Raad besprak de situatie in Iran en veroordeelde wederom degrootschalige mensenrechtenschendingen tegen demonstranten. De Raadwas het eens dat dit geweld niet onbeantwoord kan blijven en dat de EUde druk op het Iraanse regime dient op te voeren. In dat kader nam deRaad sancties aan gericht tegen vijftien personen en zes entiteiten dieverantwoordelijk zijn voor ernstige mensenrechtenschendingen in Iranconform de motie Van Baarle7 en besloot tevens om het IslamitischeRevolutionaire Gardekorps (IRGC) op de EU terrorisme-sanctielijst teplaatsen, in lijn met de wens van de Kamer en het kabinet en conform demotie-Ceder/Stoffer8 en motie-Ceder/Boswijk.9 Ook nam de Raad sanctiesaan tegen vier personen en zes entiteiten in het kader van de Iraansemilitaire steun aan de Russische agressieoorlog tegen Oekraïne, alsookaanvullende handelssancties, conform de motie-Erkens c.s.10 Nederlandpleitte daarnaast, conform motie-Van de Werff,11 voor de oprichting vaneen EU sanctietaskforce tegen Iran. Daarnaast besprak de Raad hoe de EU5Kamerstuk 36 180, nr. 1906Kamerstuk 21 501-02, nr. 33357Kamerstuk 21 501-02, nr. 33318Kamerstuk 32 623, nr. 358, gewijzigd in Kamerstuk 32 623, nr. 3739Kamerstuk 21 501-02, nr. 3321, gewijzigd in Kamerstuk 21 501-02, nr. 333810Kamerstuk 21 501-02, nr. 333311Kamerstuk 21 501-02, nr. 3337Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33453 kan bijdragen aan de situatie, bijvoorbeeld door steun te verlenen aanmaatschappelijke organisaties, conform de motie-Dobbe.12Grote MerenMede op verzoek van Nederland was de Grote Meren-regio geagendeerdvoor deze Raad. De Raad sprak over de verslechtering van de humanitairesituatie, schending van territoriale integriteit, mensenrechtenschendingenen geweld tegen vrouwen. Nederland sprak zich onder meer uit over debescherming van burgers, respect voor internationaal recht en humani-taire diplomatie. Uit de Raad kwam naar voren dat de EU een rol kanspelen in het vredesproces door met Afrikaanse actoren samen te werken.Voorts sprak de Raad over verbetering van humanitaire toegang, denoodzaak tot een inclusieve intra-Congolese dialoog en de wijze waaropde EU de diplomatieke betrokkenheid bij de regio kan verbeteren.Commissaris Lahbib is voornemens in februari een bezoek te brengen aande Grote Meren regio. Afhankelijk van de situatie kan de Raad daarnaverder spreken over het inzetten van verdere drukmiddelen op de partijenin het conflict.Conform de motie Bamenga c.s.13 blijft Nederland zich in Europeesverband en bilateraal krachtig uitspreken tegen schendingen van hetinternationaal recht in het conflict, zowel door Rwanda als door anderebetrokken partijen. De Minister van Buitenlandse Zaken heeft de Neder-landse zorgen omtrent de steun van Rwanda aan de rebellengroep M23benadrukt richting zijn Rwandese ambtsgenoot tijdens een ontmoeting enmarge van het World Economic Forum afgelopen januari. Ook heeftNederland zich ingezet om de samenwerking met Rwanda te herzien,bijvoorbeeld als het gaat om de opschorting van het Memorandum ofUnderstanding tussen de EU en Rwanda op het gebied van duurzamekritieke grondstoffen en waardeketens.Het onderdeel van de motie Bamenga c.s.14 over het in kaart brengen vanwat nodig is op het gebied van humanitaire hulp in het Grote Meren-gebied valt binnen het reguliere humanitaire hulpbeleid. Nederland steunthet UN Office for the Coordination of Humanitarian Affairs (UNOCHA) datieder jaar de wereldwijde noden op landenniveau in kaart brengt. Opbasis hiervan wordt voor de landen met de grootste humanitaire crises,zoals DRC,15 een humanitair plan ontwikkeld waarin prioriteiten gesteldworden. De humanitaire inzet van Nederlandse humanitaire partners,zoals VN organisaties en fondsen en de Dutch Relief Alliance, valt onderdit humanitair plan.16 Ook steunt Nederland de VN vluchtelingenorgani-satie UNHCR, die voor Burundi de humanitaire noden in kaart brengt.17Op het verzoek in de motie om succesvolle programma’s in het GroteMerengebied zoveel mogelijk voor te zetten, wordt later teruggekomen.Gesprek over mensenrechten met Volker Türk en Kajsa OllongrenDe Raad sprak met VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten VolkerTürk en EU Speciaal Vertegenwoordiger (EUSV) Mensenrechten KajsaOllongren over de mensenrechtensituatie wereldwijd. Hoge Vertegen-woordiger Kallas onderstreepte het verband tussen mensenrechten,12Kamerstuk 21 501-02, nr. 332313Kamerstuk 29 237, nr. 21014Kamerstuk 36 800 XVII, nr. 3215République démocratique du Congo : Besoins Humanitaire et Plan de réponse 2026 (janvier2026) - Democratic Republic of the Congo | ReliefWeb16Kamerstuk 36 800 XVII, nr. 3217Burundi | UNHCRTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33454 accountability en de internationale veiligheidsbelangen van de EU enverwelkomde de door deze Raad aangenomen Raadsconclusies inzakeEU-prioriteiten in VN mensenrechtenfora 2026. Hoge Commissaris Türkriep op tot respect voor internationaal humanitair recht en mensenrechtenin conflictsituaties en signaleerde wereldwijd een repressieve trend metwetgeving in meerdere landen om oppositie te onderdrukken. Hij danktede EU voor de steun aan de VN en zijn Kantoor en riep de EU op omaanvallen op het VN-systeem te helpen afslaan.Nederland drukte steun uit voor het werk van zowel de Hoge Commissarisals EUSV Ollongren. Ook riep Nederland in het kader van deVN80-hervormingen en -bezuinigingen op om de VN-mensenrechtenpilaarte blijven steunen, daarin gesteund door een grote groep lidstaten. Voortsstond de Raad stil bij een aantal ernstige mensenrechtensituaties,waaronder die in Oekraïne, Iran, Gaza, Belarus en Soedan.EU-Marokko AssociatieraadEn marge van de RBZ vond de 15e zitting van de EU-Marokko Associa-tieraad plaats waar de Minister van Buitenlandse Zaken ook aan deelnam.Hij benoemde de sterke bilaterale relatie tussen Nederland en Marokko,maar ook de mogelijkheden tot meer samenwerking via de EU. Ook stondde Associatieraad stil bij de intentie om een strategisch partnerschap tesluiten met Marokko, dat complementair zal zijn aan het EU Pact voor hetMiddellandse Zeegebied (MedPact), het nieuwe beleidskader van de EUvoor de Zuidelijk-Nabuurschapsregio.18 De EU is bereid om in desamenwerking met Marokko meer bij te dragen aan migratiemanagement,economische ontwikkeling, groene transitie, infrastructuur, transport,watermanagement en veiligheidssamenwerking (o.a. op het gebied vancontraterrorisme en georganiseerde misdaad). Een EU-partnerschap metMarokko zal de mogelijkheden in al deze sectoren vergroten. In den bredeblijft het kabinet inzetten op brede EU-partnerschappen, zoals diebijvoorbeeld in 2025 werd gesloten tussen de EU en Jordanië, omNederlandse belangen op het gebied van veiligheid, stabiliteit, migratie eneconomische samenwerking in strategisch belangrijke regio’s ook via deEU te behartigen.ToezeggingenToezegging aan lid Kostic´ (TZ202512-029) over stappen tegen Nederlandsebedrijven, banken, verzekeraars en pensioenfondsen die bijdragen aanillegale nederzettingen, en toezegging aan lid Van der Werf(TZ202601-124) om ook diensten te betrekken bij nationale maatregelenTijdens het Commissiedebat Raad Buitenlandse Zaken, d.d. 11 decemberjl. heeft het kabinet toegezegd de Kamer te informeren over welke stappenhet kabinet neemt tegen Nederlandse bedrijven, banken, verzekeraars enpensioenfondsen die bijdragen aan de onrechtmatige nederzettingen inde door Israël bezette gebieden.19Zoals toegezegd gaat het kabinet onverminderd door met de voorbe-reiding van een nationale maatregel om goederen uit de onrechtmatigenederzettingen in de door Israël bezette gebieden te weren, en doet dit zosnel mogelijk. Tijdens het debat over de Begroting Buitenlandse Zakenheeft het kabinet toegezegd terug te komen op de mogelijkheid omdiensten te betrekken bij deze maatregel.20 Voor nationale maatregelen18Kamerstuk 22 112, nr. 4209 (fiche: Mededeling Pact voor Middellandse Zeegebied)19TZ202512-02920TZ202601-124Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33455 tegen goederen is een duidelijke grondslag beschikbaar in het Unierecht,maar voor diensten en investeringen heeft het kabinet een dergelijkeevidente grondslag nog niet gevonden. Om recht te doen aan de oproepvanuit uw Kamer middels motie Paternotte c.s.21, motie Van Baarle22 enmotie Piri23 om de nationale maatregel zo spoedig mogelijk tot stand telaten komen, is niet verder gewacht bij het opstellen van de nationalemaatregel jegens goederen.Daarnaast ontmoedigt het kabinet al jaren economische activiteiten vanNederlandse bedrijven die direct bijdragen aan de aanleg en instand-houding van onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezettegebieden, of die de aanleg of instandhouding ervan direct faciliteren. Inhet kader van het ontmoedigingsbeleid verleent de Nederlandse overheidgeen diensten aan Nederlandse bedrijven waar het gaat om activiteitendie zij ontplooien in of ten behoeve van Israëlische nederzettingen in bezetgebied. Dit ontmoedigingsbeleid wordt actief uitgedragen, onder anderevia de websites van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)en de Nederlandse ambassade in Tel Aviv, alsook via diverse informatie-sessies voor het bedrijfsleven. Ook wordt verkend of de toepassing vanhet ontmoedigingsbeleid kan worden uitgebreid naar bijvoorbeeldNederlandse pensioenfondsen. De verkenning richt zich op meerdereaspecten van het ontmoedigingsbeleid en de complexiteit van hetvraagstuk vergt een zorgvuldig proces en onderzoek. De Kamer zal nadergeïnformeerd worden wanneer de verkenning is afgerond.Net als alle bedrijven hebben ook bijvoorbeeld pensioenfondsen, bankenen verzekeraars een eigen maatschappelijke verantwoordelijkheid ommensenrechten te respecteren. In algemene zin verwacht het kabinet vanalle Nederlandse ondernemingen die internationaal opereren dat zij deOESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen inzake maatschap-pelijk verantwoord ondernemen en de UN Guiding Principles on Businessand Human Rights toepassen. Volgens deze kaders dienen bedrijvenrisico’s, waaronder die op het gebied van mensenrechten, in hunwaardeketens te identificeren en waar nodig aan te pakken. De Neder-landse overheid informeert en ondersteunt Nederlandse ondernemingen –waaronder banken, verzekeraars en pensioenfondsen – hierbij. Het isuiteindelijk de verantwoordelijkheid van Nederlandse private partijen zelfom beslissingen te maken binnen de kaders van de wet.Toezegging aan Ceulemans (TZ202601-003) over de Iraanse oppositieDe Iraanse oppositie bestaat uit een divers palet van personen enbewegingen in Iran zelf en in de diaspora. Er zijn een aantal nationalebewegingen en een aantal regionale bewegingen.De «Monarchisten» streven naar de terugkeer van Reza Pahlavi, de zoonvan de laatste Sjah van Iran. Pahlavi en zijn volgers zijn zichtbaar buitenIran en zijn naam werd tijdens de protesten in Iran veelvuldig gescan-deerd. Het is desondanks moeilijk in te schatten hoeveel steun hij genietin Iran zelf. Een deel van de steun komt voort uit het feit dat hij symboolstaat voor het Iran van vóór de Islamitische Revolutie van 1979. Pahlavi enzijn medestanders genieten meer steun in het «centrum» van Iran dan ingrensregio’s, waar meer etnische minderheden wonen.In Iran bestaat er daarnaast een communistische arbeidersbeweging meteen lange geschiedenis en banden met o.a. vakbonden. De populariteit21Kamerstuk 21 501-02, nr. 323622Kamerstuk 36 800 V, nr. 2723Kamerstuk 23 432, nr. 619Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33456 van deze beweging is eveneens moeilijk te schatten, omdat dezebeweging fungeert als uitlaatklep voor economische grieven. Het Iraanseregime treedt in de regel minder hard op tegen economische protestendan tegen politieke protesten.Verder zijn er de zgn. Volksmoedjahedien (MEK of MKO), een marxistisch-islamitische verzetsbeweging onder leiding van Maryam Rajavi engelieerd aan de National Council of Resistance of Iran (NCRI). Dezeorganisatie stond tot 2009 op de Europese terrorismelijst en is in Iranimpopulair vanwege betrokkenheid bij terroristische aanslagen in de jaren’80 en omdat de beweging tijdens de Iran-Irakoorlog vocht aan de kantvan Irak en Saddam Hoessein.Voorts zijn er verschillende kleinere groepen en netwerken gericht op hetstichten van een (meer) seculiere republiek.Ten slotte zijn er verschillende regionale etnisch-culturele oppositiebewe-gingen van onder andere Koerden, Azerbeidzjanen, Baloetjsjen en AhwaziArabieren die strijden voor meer regionale autonomie of onafhanke-lijkheid en enkel lokale populariteit genieten.Toezegging aan Boswijk (TZ202601-004) over de schaduwvlootHet kabinet zet in op robuuster optreden binnen de Exclusieve Econo-mische Zone (EEZ). Daarmee heeft de regering interventies voor ogennaar het voorbeeld van recent optreden door Frankrijk en het VerenigdKoninkrijk. Over de aanpak van de schaduwvloot en de huidige stand vanzaken daarvan heeft het kabinet uw Kamer middels een brief op 28 januarigeïnformeerd.24Toezegging aan Van Baarle (TZ202601-006) over SIS signaleringZoals toegezegd in het Commissiedebat Raad Buitenlandse Zaken van13 januari jl. en in lijn met Motie Van Baarle25 kom ik terug op demogelijkheden voor het kabinet om over te gaan tot een signalering in hetSchengen Informatie Systeem (SIS) in relatie tot gewelddadige kolonisten.Zoals bekend in uw Kamer besloot het kabinet in juli 2025 om zich in tespannen voor een aantal maatregelen in te stellen om de regering-Netanyahu van koers te doen veranderen. Het besluit van het kabinetmoet worden gezien in de context waarin de beslissing is genomen. Erwas sprake van extreme en aanhoudende ontberingen als gevolg van deIsraëlische humanitaire blokkade, aanhoudend geweld vanwege hetuitblijven van een staakt-het-vuren en een verslechterende situatie op deWestelijke Jordaanoever. Een van die maatregelen waar het kabinet toebesloot was om de Israëlische Ministers Smotrich en Ben-Gvir tot personanon grata te verklaren en zich in te zetten om hen te registreren alsongewenste vreemdelingen in het SIS. Dit omdat zij uit hoofde van hunfunctie als bewindspersoon herhaaldelijk geweld door kolonisten tegen dePalestijnse bevolking hebben aangewakkerd, zij voortdurend deuitbreiding van illegale nederzettingen bepleiten en oproepen tot etnischezuivering in de Gazastrook. In het licht van de ernst van deze uitsprakensteunde Nederland de voorstellen voor Europese sanctiemaatregelenjegens beide individuen, echter ontbrak hiervoor draagvlak in de EuropeseRaad. In september 2025 heeft het kabinet Minister Smotrich en MinisterBen-Gvir daadwerkelijk ongewenstverklaard op grond van de vreemdelin-genwet wegens het gevaar dat zij vormen voor de Nederlandse openbare24Kamerstuk 36 124, nr. 5725Kamerstuk 21 501-02, nr. 3329Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33457 orde en in het belang van internationale betrekkingen. Deze ongewenst-verklaring en SIS-registratie was een uitzonderlijke stap en de onderlig-gende motivering gold ten aanzien van de specifieke situatie van dezetwee Ministers en de toen aanwezige omstandigheden. Dat is niet zondermeer het geval ten aanzien van andere situaties, waaronder die vangewelddadige kolonisten die aantoonbaar mensenrechtenschendingenplegen. Het kabinet weegt in elke situatie of de omstandigheden nopen toteen dusdanig vergaand nationaal besluit, of hiervan impact op de koersvan de regering Netanyahu mag worden verwacht, en of daarvoortoereikende juridische gronden in de Vreemdelingenwet staan.Het kabinet zal dan ook actief blijven pleiten voor aanname van het derdepakket van Europese sancties tegen gewelddadige kolonisten enorganisaties. Plaatsing op de sanctielijst omvat naast een tegoedenbe-vriezing en transactieverbod en voor individuen tevens een inreisverbod.Europese sancties als politiek instrument zijn effectiever dan nationaleongewenstverklaringen vanwege de reikwijdte, signaalwerking eneconomische impact. Daarnaast werkt het kabinet in lijn met motiesPaternotte c.s.26, Van Baarle27 en Piri28 aan nationale maatregelen omproducten uit onrechtmatige nederzettingen te weren.Toezegging aan Piri (TZ202601-007) over de rol van Turkije in recentegebeurtenissen SyriëHet kabinet heeft geen indicaties dat Turkije direct betrokken is geweest bijde gebeurtenissen in Aleppo van begin januari. Datzelfde geldt voor degebeurtenissen in Noordoost-Syrië in de afgelopen weken. Mediabe-richten over Turkse droneaanvallen in Noordoost-Syrië kan het kabinet indit kader niet bevestigen. In algemene zin is bekend dat de Syrischeovergangsregering en Turkse autoriteiten nauwe banden met elkaaronderhouden. Zo sloten de twee landen in augustus 2025 een defensie-overeenkomst, gericht op onder meer training en capaciteitsopbouw. Voorhet kabinet is een inclusieve politieke transitie in Syrië, waarbij de rechtenen veiligheid van alle gemeenschappen, inclusief de Koerden, wordtgeborgd het uitgangspunt. Deze boodschap draagt het kabinet ook uit,zowel via bilaterale contacten als via de EU, ook richting Turkije.Toezegging aan Ceder (TZ202601-076) over gesprek met Frankrijk m.b.t.moslimbroederschapDe Minister heeft zijn Franse counterpart niet bilateraal kunnen sprekenover de oproep van het Franse parlement om de Moslimbroederschap opde EU-terrorismelijst te plaatsen. De Minister zal proberen zijn Fransecounterpart hierover te spreken tijdens de Veiligheidsconferentie vanMünchen.MotiesGrote Meren en SoedanZoals aangegeven in het RBZ verslag van 15 juli 2025 zou nog wordenteruggekomen op het laatste deel van de motie Hirsch/Bamenga29omtrent het Europees sanctioneren van daders. Nederland spant zichbinnen de EU in voor het sanctioneren van entiteiten en individuen in DRCen Soedan die geweld plegen, of hebben gepleegd tegen burgers,26Kamerstuk 21 501-02, nr. 323627Kamerstuk 36 800 V, nr. 2728Kamerstuk 23 432, nr. 61929Kamerstuk 29 237, nr. 219Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33458 waaronder seksueel geweld. Een voorbeeld zijn de sancties die tijdens deRBZ op 29 januari jl. zijn aangenomen tegen zeven Soedanese individuendie betrokken zijn bij het geweld in Soedan.Afghaanse bewakersOp 2 december 2025 heeft uw Kamer motie Piri c.s., betreffende hetverzoek aan het kabinet de reeds gedane toezeggingen na te komen en deveilige overbrenging van Afghaanse bewakers en hun gezinnen terealiseren, aangenomen.30 Parallel loopt er ook een juridisch procesomtrent 42 extern ingehuurde voormalige Afghaanse ambassadebe-wakers. Naar aanleiding van de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag4 november 2025 heeft deze groep bewakers op 30 december 2025cassatie ingesteld. Het kabinet heeft besloten om de motie hangende eenuitspraak van de Hoge Raad in beraad te houden.30Kamerstuk 36 800 V, nr. 23Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33459
Gerelateerde bronnen
- De minister van Buitenlandse Zaken komt in het verslag van een RBZ terug op de nieuwe juridische analyse van de juridische dienst van de Raad over het plaatsen
De minister van Buitenlandse Zaken komt in het verslag van een RBZ terug op de nieuwe juridische analyse van de juridische dienst van de Raad over het plaatsen van de Iraanse Revolutionaire Garde op de EU-terrorismelijst.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.