KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verzelfstandiging Haven Amsterdam

26 mrt 2013 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 8abafe6da0fcb03a · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2012–2013 29 862Nationaal Zeehavenbeleid 2005–2010 Nr. 23 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 26 maart 2013 Per 1 april 2013 verzelfstandigt de Gemeente Amsterdam haar havenbe-drijf. Ik wil u met deze brief graag informeren over deze belangrijke stap die goed past in de strategie van dit en de vorige kabinetten om de kansen voor de zeehavens te vergroten en daarmee het marktaandeel van de Nederlandse havens van 45 naar 50% in de Hamburg–le Havre range te brengen. Overwegingen om tot verzelfstandiging over te gaan Graag wil ik bij deze mijn overwegingen geven waarom verzelfstandigde zeehavens bijdragen aan mijn zeehavenbeleid. Allereerst kan een havenbedrijf met een Raad van Commissarissen snel en commercieel slagvaardig opereren. Investeringen in andere havens of gezamenlijk met andere havens zijn sneller en minder complex uit te voeren. Daarnaast is er meer ruimte voor externe financiering. In het kader van de samen-werking tussen de Nederlandse zeehavens kan regionaal worden toegewerkt naar een havenbedrijf voor het gehele Noordzeekanaalgebied en kan wereldwijd meer gebundeld worden geopereerd om de toekom-stige groei en ruimtebehoefte efficiënt op te kunnen vangen. Ook voor een optimaal gebruik van de achterlandverbindingen is samenwerking bij voortzettende groei noodzakelijk om de efficiënte afwikkeling van die goederenstromen blijvend te garanderen. Verzelfstandigingsproces Op basis van de gesprekken en onderzoeken, die in 2008 zijn aange-vangen, is de gemeente een zorgvuldig en gedetailleerd proces gestart, dat uiteindelijk dus heeft geleid tot de juridische en politieke afsplitsing van het havenbedrijf. Ook in uw Kamer is hierover meermalen gedebat-teerd. Ik heb vertrouwen in toekomst van het havenbedrijf. Er bestaat immers een succesvol voorbeeld: de verzelfstandiging van het havenbe-drijf van Rotterdam in 2004. Nu bijna 10 jaar later kan worden geconclu-deerd dat het havenbedrijf Rotterdam NV floreert, waarde genereert en de kst-29862-23ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2013Tweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 29 862, nr. 231 vleugels wereldwijd uitspreidt. De publieke havenmeestertaken zijn in de NV goed geborgd met de publieke en private taken binnen één bedrijf, maar met eigen bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Het is tegen deze achtergrond dat ook Haven Amsterdam is verzelf-standigd en als Havenbedrijf Amsterdam NV verder gaat. Voorlopig blijven de aandelen bij de Gemeente liggen. De komende jaren worden deelnemingen van gemeenten rondom het Noordzeekanaal of door andere zeehavens niet uitgesloten. Op termijn kan een havenbedrijf ontstaan dat in samenwerking met de andere zeehavens de gehele regio beheert. Op die wijze kan de positie van het Noordzeekanaalgebied op een efficiënte en effectieve wijze worden uitgebouwd zonder dat dit ten koste gaat van de beperkte (milieu)ruimte in het gebied en worden de beperkte financiële middelen optimaal benut. De verbeterde toegankelijkheid van het Noordzeekanaal met de nieuwe zeesluis te IJmuiden – die naar verwachting medio 2019 gereed kan zijn als de thans lopende planstudie positief wordt afgesloten – past hier goed in. Publieke havenmeestertaken en havenmeesterconvenant Bij de verzelfstandiging van het Havenbedrijf Rotterdam in 2004 is zeer veel zorg besteed aan de borging van de publieke belangen. Het fysiek en organisatorisch scheiden van de publieke havenmeestertaken (de zorg voor de veilige en vlotte verkeersafwikkeling) en de meer commerciële haventaken (beheer en exploitatie van haventerreinen) leidt echter tot onoverkomelijke efficiencyproblemen. Opname van de nautische sector binnen het havenbedrijf is dus gewenst, echter zodanig dat de commer-ciële dienstverlening de zorg voor de veilige, vlotte en milieuverant-woorde afwikkeling van het scheepvaartverkeer op geen enkele wijze overvleugelt. In het havenmeesterconvenant is geregeld dat de (Rijks)-havenmeester een eigenstandige rol heeft binnen het havenbedrijf en onder toezicht staat van gemeente en Rijk met nauw omschreven rapportageverplichtingen (zowel nautisch als financieel) die driemaande-lijks worden besproken. Een taakverwaarlozingsregeling complementeert het geheel. Ook in Amsterdam is gekozen voor een constructie met een havenmees-terconvenant, waarbij de havenmeester binnen het verzelfstandigde havenbedrijf onafhankelijk opereert. Daarnaast zijn voor het Noordzeeka-naalgebied concrete werkafspraken gemaakt om het groeiende scheep-vaartverkeer met steeds grotere schepen, gegarandeerd veilig de primaire zeekering, die de schutsluizen in IJmuiden óók zijn, te laten passeren. Het ligt in de bedoeling om de taken en bevoegdheden van de Rijkshaven-meesters in dienst van havenbedrijven wettelijk te verankeren in de te wijzigen Scheepvaartverkeerswet. De minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas GeesteranusTweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 29 862, nr. 232

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 0d214d43c6b8bfc9

14 okt 2026 · 4baf28fcc66470ec

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.