KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over voortgang Strategie ter bescherming Noordzee Infrastructuur (Kamerstuk 33450-128)

27 jun 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 36714b1fa5afa376 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202433 450Mariene Strategie voor het Nederlandse deel vande NoordzeeNr. 129 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 27 juni 2024 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft een aantalvragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Infrastructuur enWaterstaat over de brief van 10 juni 2024 over voortgang Strategie terbescherming Noordzee Infrastructuur (Kamerstuk 33 450, nr. 128).De vragen en opmerkingen zijn op 13 juni 2024 aan de Minister vanInfrastructuur en Waterstaat voorgelegd. Bij brief van 27 juni 2024 zijn devragen beantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,PostmaAdjunct-griffier van de commissie,Meedendorp kst-33450-129ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 450, nr. 1291 1.De leden van de PVV-fractie constateren dat de Ministervoornemens is om geld uit het Mobiliteitsfonds te gebruiken tenbehoeve van het Programma Bescherming Noordzee Infra-structuur. Daarbij wordt door de leden tevens opgemerkt dat art.6 lid 7 sub c uit de Wet Mobiliteitsfonds stelt dat uit het Mobili-teitsfonds geen uitgaven gedaan of subsidies verstrekt mogenworden ten behoeve van militaire doeleinden. Deze leden vragenzich af of op welke manier de samenwerking met Defensie, defeitelijke inzet van de Koninklijke Marine en de betrokkenheid(samenwerking) van NAVO-bondgenoten bij het uitvoeren van hetprogramma, in het licht van de voornoemde bepaling, gerecht-vaardigd kan worden als zijnde niet in strijd met de Wet Mobili-teitsfonds. Deze leden vragen voorts aan de Minister of hetMobiliteitsfonds de juiste dekking is voor uitvoering van destrategie ter bescherming van de Noordzee infrastructuur en ofandere fondsen c.q. dekkingsbronnen zijn overwogen en zo ja,welke dat dan zijn.2.De leden van de PVV-fractie vragen zich af of de Minister vanmening is dat activiteiten die voortkomen uit de drie hoofdtakenvan Defensie uitgelegd kunnen worden als zijnde «militairedoeleinden» (ex art. 6 lid 7 sub c Wet Mobiliteitsfonds).Antwoord vraag 1 en 2:De middelen die vanuit het Mobiliteitsfonds beschikbaar worden gesteld,zijn voor het bekostigen van het IenW-aandeel van het programmabescherming Noordzee infrastructuur. Het IenW-aandeel in dit programmaricht zich met name op scheepvaartveiligheid en de coördinerende takendie het ministerie heeft als het gaat om de Noordzee. Voor de dekking vanhet IenW-aandeel is gekeken naar de beschikbare middelen binnen deeigen begroting en de afweging gemaakt om gezien de urgentie en bijuitzondering ruimte op artikel 11 van het Mobiliteitsfonds voor hetprogramma vrij te maken. Er is sprake van een herschikking tussen tweebegrotingen. Uitgaven zullen niet gedaan worden vanuit het Mobiliteits-fonds. De IenW-bijdrage wordt toegevoegd aan artikel 18 op de beleidsbe-groting Hoofdstuk 12 vanwaar de uitgaven worden verantwoord.3.De leden van de NSC-fractie vragen om een nadere toelichtingwaarom er gekozen is om financiering voor deze maatregelen(deels) uit het Mobiliteitsfonds te halen. Kan de Minister daarbijook aangeven waar dit geld, uit artikelonderdeel 11.03 reserve-ringen, oorspronkelijk voor was bestemd?Antwoord vraag 3:Bij de verschillende departementen lagen belangen om met tempo aan deslag te gaan met het actieplan ter bescherming van de vitale infrastructuurop de Noordzee. Daarom is er voor een model van gezamenlijke finan-ciering gekozen. Voor specifiek IenW geldt dat de middelen binnen debeleidsbegroting Hoofdstuk 12, artikel 18 relatief beperkt in omvang zijnen er geen ruimte is om de gevraagde bijdrage van IenW voor de jaren2024 en 2025 hierin op te vangen. Daarom is er breder naar de prioriteits-telling gekeken binnen de voor IenW beschikbare middelen en zijn er bijuitzondering middelen op het Mobiliteitsfonds gereserveerd ombudgetten op de beleidsbegroting Hoofstuk 12, artikel 18 op te hogen.Op artikel 11.03 zijn middelen gereserveerd voor beleidsprioriteiten ofvoorziene omstandigheden waarbij nog geen sprake is van een formeleTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 450, nr. 1292 verkenning of gedragen uitwerking. Deze middelen zijn bestemd voorspecifieke toekomstige opgaven. Jaarlijks komt er ruimte vrij, door deextrapolatie, voor toekomstige risico’s op het gebied van mobiliteit. Er iservoor gekozen om een deel van de extrapolatieruimte 2037 in te zettenvoor de IenW-bijdrage aan het Programma Bescherming NoordzeeInfrastructuur voor de jaren 2024 en 2025.4.De leden van de SGP-fractie lezen dat werk gemaakt wordt vande beveiliging van onder meer de energie-infrastructuur. Er is ookde mogelijkheid om te kiezen voor spreiding van risico’s doornieuwe energie-infrastructuur voor onder meer de aanlanding vanwindparken niet teveel te bundelen, maar door de aanlandingmeer te spreiden. Deze leden horen graag hoe de Ministerhiernaar kijkt. Wordt dit meegewogen in de besluitvorming overnieuwe energie-infrastructuur?Antwoord vraag 4:Voor de eerstvolgende windparken is gekozen de infrastructuur tebundelen, aangezien de ruimte op de Noordzee schaars is en daarefficiënt mee dient te worden omgegaan. Echter, er wordt in de breedtebinnen het ontwikkelen van de aanlandingen van Wind op Zee gekekennaar maatregelen om de effecten van de aanleg van energie-infrastructuurin kaart te brengen. Daarbij hoort nauwe afstemming tussen EZK, IenW deveiligheidsdiensten en aanbieders van gas- en electriciteitsinfrastructuurdie verantwoordelijk zijn voor de leveringszekerheid, om passendemaatregelen te treffen om de weerbaarheid van de energie-infrastructuurte behouden en te vergroten.5.De leden van de SGP-fractie benadrukken het belang van eenduidelijke governance op de verschillende niveaus. Dit mag in deogen van deze leden niet wachten tot het einde van de looptijdvan het actieplan. Gaat de Minister ervoor zorgen dat de eersteactielijn van het actieplan binnen enkele maanden, en in iedergeval voor eind 2024, uitgevoerd en zoveel mogelijk afgerondwordt?Antwoord vraag 5:Het Actieplan Bescherming Noordzee Infrastructuur heeft als doel om eenduidelijkere governance te bewerkstelligen op zowel politiek- alsbestuurlijk niveau, waarin de verantwoordelijkheidsverdeling tussen debetrokken partijen worden verduidelijkt en de sturingsrelatie tussendepartementen en uitvoeringsorganisaties (zoals Kustwacht, KoninklijkeMarine en Rijkswaterstaat) beter wordt beschreven. Ook de voor- ennadelen van een mogelijke nationale autoriteit voor de Noordzee wordennadrukkelijk onderzocht. Het streven is om eind 2024 de Kamer over devoortgang hiervan nader te informeren.6.De leden van de SGP-fractie lezen dat het Ministerie van Defensiein de afgelopen periode al enkele keren inzet gepleegd heeft naaraanleiding van signalen afgegeven door sectorpartijen. Kan deMinister – voor zover mogelijk – globaal aangeven om welkesignalen en acties het hierbij ging? Op welke wijze wordensectorpartijen betrokken bij het actieplan en de uitwerking ervan,zodat deze ogen en oren beter benut worden en kapiteins, redersen vissers weten hoe en waar ze aan de bel moeten trekken?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 450, nr. 1293 Antwoord vraag 6:Naar aanleiding van de sabotage van Nordstream I en II zijn nadereafspraken gemaakt met private sectorpartijen. Zo is er een meldstructuuringericht waarbij vitale partijen melding kunnen maken van een verdachtobject of situatie bij de Kustwacht. Vervolgens kan de Kustwacht samenmet Defensie indien nodig vervolgacties ondernemen. Een voorbeeld uitde praktijk: een vitale partij heeft een melding gemaakt van een verdachtobject nabij een leiding. Daarop is de Marine gaan kijken en heeft hetobject verwijderd. Het bleek om een onschuldig object te gaan.Sectorpartijen zijn betrokken geweest bij het opstellen van het ActieplanStrategie ter bescherming Noordzee Infrastructuur door middel van eenklankbordgroep waarin zowel verschillende overheidsinstanties als privatesectorpartijen hun bijdragen hebben kunnen leveren. Eén van demaatregelen uit het actieplan is om een MARSEC-alliantie op te richten terbevordering van informatiedeling, kennisopbouw en innovatie binnen debetrokken sectorpartijen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 450, nr. 1294

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · ab73abaabb42f73b

14 okt 2026 · ca93e1d8dd5e07bb

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.